Traditie en vernieuwing. Nederlandse ABC-boeken uit de ... 55 Traditie en vernieuwing Nederlandse...

download Traditie en vernieuwing. Nederlandse ABC-boeken uit de ... 55 Traditie en vernieuwing Nederlandse ABC-boeken

of 23

  • date post

    31-Aug-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Traditie en vernieuwing. Nederlandse ABC-boeken uit de ... 55 Traditie en vernieuwing Nederlandse...

  • ‘Traditie en vernieuwing. Nederlandse ABC-boeken uit de achttiende eeuw’

    P.J. Buijnsters

    bron P.J. Buijnsters, ‘Traditie en vernieuwing. Nederlandse ABC-boeken uit de achttiende eeuw.’ In:

    Jaap ter Linden, Anne de Vries en Dick Welsink, A is een Aapje. Opstellen over ABC-boeken van de vijftiende eeuw tot heden. Em. Querido's Uitgeverij, Amsterdam 1995, p. 55-72

    Zie voor verantwoording: http://www.dbnl.org/tekst/buij001trad01_01/colofon.htm

    © 2004 dbnl / P.J. Buijnsters

  • 54

    ABC-kaartjes uit: Kinderen lazen, kinderen lezen. Amsterdam, Stedelijk Museum, [1958], catalogus 195 Collectie Boek en Jeugd, Den Haag

    P.J. Buijnsters, ‘Traditie en vernieuwing. Nederlandse ABC-boeken uit de achttiende eeuw’

  • 55

    Traditie en vernieuwing Nederlandse ABC-boeken uit de achttiende eeuw

    P.J. Buijnsters

    Hanen van diverse pluimage

    De voorgeschiedenis van het Nederlandse ABC-boek is in grote lijnen wel bekend.1

    Als we de film terugdraaien tot het begin van de achttiende eeuw, dan krijgen we het volgende beeld. Van Middelburg tot Leeuwarden verschijnen bij allerlei uitgevers tientallen edities van het Groot ABC of haneboek, waaruit praktisch elk Nederlands kind sinds de Reformatie op school leerde lezen. Daarvan zijn ongeveer veertig exemplaren bewaard gebleven. Intussen was hier en daar ook het primitievere ABC-bordje of hornbook nog in gebruik, maar daarvan kennen we nog slechts drie of vier authentieke exemplaren uit de achttiende eeuw.2

    Over het ontstaan en de samenstelling van deze Nederlandse ‘primers’ is in het voorafgaande al uitvoerig gesproken. Het haneboek met zijn zestien bladzijden in octavo-formaat was voor ruim driekwart gevuld met protestants-christelijke teksten. Op het alfabet in diverse lettervormen en de lijst van vocalen en lettergrepen volgden steevast: het onzevader, de twaalf artikelen des geloofs, een doopformule, de tien geboden met samenvatting, Christus' woorden bij het Laatste Avondmaal, het morgen- en avondgebed, twee gebeden vóór en na het eten, en ten slotte een blad met levensregels naar de letters van het ABC. Het Groot ABC diende dus tegelijk voor leesonderwijs én voor onderricht in de ‘ware religie’.

    Omslag van: Geschenk voor de Joodsche jeugd, of A/B/C/ B O E K / V O O R D E Z E L V E : Op eene nieuwe ingerichte wyze. 's Graavenhaage, Lion Cohen, 5554 [1793] Collectie Universiteitsbibliotheek, Amsterdam

    Ogenschijnlijk lijken al die achttiende-eeuwse schoolboekjes afgietsels van hetzelfde model. Wie er één heeft gezien, heeft ze allemaal gezien. Maar schijn bedriegt. Want

    P.J. Buijnsters, ‘Traditie en vernieuwing. Nederlandse ABC-boeken uit de achttiende eeuw’

  • afgezien van de kleine variaties op het titelblad - soms met, soms zonder haan of schoolklas in houtsnede - vinden we bepaalde confessionele verschillen in de godsdienstige hoofdinhoud. Allereerst hadden de luthersen hun eigen aangepast A/B/C/ Boeksken,3 iets wat zeker ook gold voor katholieke leerlingen.4 En in 1793 verscheen bij Lion Cohen te 's-Gravenhage zelfs een apart voor de ‘Joodsche jeugd’ bedoeld ABC-boek.5 Een dergelijke

    P.J. Buijnsters, ‘Traditie en vernieuwing. Nederlandse ABC-boeken uit de achttiende eeuw’

  • 56

    Omslag van: Groot A/B/C/ boek. Amsterdam, Adam Meyer, 1781 Collectie bibliotheek Vrije Universiteit, Amsterdam

    Omslag van: Groot A/B/C-boek. Leyden, David du Mortier en Zoon, 1794 Privé-collectie, Nijmegen

    P.J. Buijnsters, ‘Traditie en vernieuwing. Nederlandse ABC-boeken uit de achttiende eeuw’

  • differentiatie weerspiegelt de toenemende geloofsverscheidenheid en tolerantie in de Republiek.

    Interessanter echter zijn de subtiele ideologische verschillen tussen twee op het eerste gezicht vrijwel identieke haneboeken. Zo eindigt het bij Adam Meyer te Amsterdam in 1781 uitgegeven Groot A/B/C/ Boek geheel volgens traditie met een blad waarop het ‘Christelyke A/B/C’ in vierentwintig alfabetisch geordende leefregels. De openingsregel A zet al meteen de toon: ‘Alle goede Giften/ ende volmaakte Gaven/ die komen van den Vader der Ligten.’ Kijken we evenwel naar het Groot A/B/C/ Boek dat David du Mortier en Zoon te Leiden in 1794 op de markt brachten, dan blijkt het staartstuk hier te bestaan uit een ‘A.B.C. der Pligten’ met de openingsregel: ‘Al wat kwaad is moet gij mijden.’ Dat klinkt misschien voor tegenwoordige oren precies even braaf, maar voor fundamentalistisch-christelijke opvoeders van toen was het een kwalijk insluipsel van de mensgerichte Verlichting. Stond, om nog een voorbeeld te noemen, in Meyers haneboekje uit

    P.J. Buijnsters, ‘Traditie en vernieuwing. Nederlandse ABC-boeken uit de achttiende eeuw’

  • 57

    Titelpagina van: Een nieuwlyks uitgevonden A.B.C. Boek. Amsterdam, Kornelis de Wit, 1759 Collectie Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

    1781 bij de letter F de vrome vermaning: ‘Frayer is 't toekomende Leven/ dan 't tegenwoordig’, bij David du Mortier en Zoon was dat in 1794 vervangen door: ‘Feestgang moet geen Schoolgaan weeren’. Een duidelijk geval van ideologische kleurverandering door secularisatie en daarmee ook betekenisvoller dan het al of niet plaatsen van een haan op de titelpagina. En al bleven er van het oude haneboek zeker nog tot 1860 edities van W.C. Wansleven te Zutphen en anderen in omloop, toch manifesteerde zich juist rond dit primaire leerboekje al halverwege de achttiende eeuw de zucht naar emancipatie die zo kenmerkend is voor de periode van de Verlichting.

    Over deze, zeer uiteenlopende pogingen tot vernieuwing of vervanging van het haneboek gaat het in dit hoofdstuk.

    P.J. Buijnsters, ‘Traditie en vernieuwing. Nederlandse ABC-boeken uit de achttiende eeuw’

  • 58

    Openingspagina's van: Een nieuwlyks uitgevonden A.B.C. Boek. Amsterdam, Kornelis de Wit, 1759 Collectie Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

    Rekenoefeningen uit: Een nieuwlyks uitgevonden A.B.C. Boek. Amsterdam, Kornelis de Wit, 1759 Collectie Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

    P.J. Buijnsters, ‘Traditie en vernieuwing. Nederlandse ABC-boeken uit de achttiende eeuw’

  • 59

    Kornelis de Wit en zijn ‘Nieuwlyks Uitgevonden A.B.C. Boek’

    Het eerste experiment ter verbetering van het traditionele haneboek richtte zich uitsluitend op de leesmethode. Het was de Amsterdamse uitgever Kornelis de Wit, sinds 1736 lid van het boekverkopersgilde en als zodanig werkzaam tot 1763,6 die hier het spits afbeet. Nadat hij eerst bij wijze van voorproef een met bijbelvoorstellingen geïllustreerd maar toch ouderwets ogend Groot A,B,C Boek had uitgegeven,7 presenteerde hij in 1759 vol trots Een nieuwlyks Uitgevonden A.B.C. Boek. Om de kleine kinderen, op eene gemakkelyke wyze, De verscheide soorten van letteren te leeren kennen en noemen. De titel is nog veel langer8 maar het komt erop neer dat De Wit het oude haneboek gedeeltelijk transformeerde tot een soort beeld-ABC. Leesonderwijs ging toentertijd nog geheel uit van de spelling en niet van de klank. Het kind moest eerst leren de afzonderlijke lettertekens te benoemen, wat noodzakelijk leidde tot een mechanisch opdreunen in de trant van: tee/oo/el = tol. Hiertegen nu kwam Kornelis de Wit in verzet. Hoewel Comenius en John Locke hem buiten Nederland als propagandist van het spelende leren door middel van prentjes reeds lang waren voorgegaan, was De Wit de eerste hier om die methode ook toe te passen op het leesonderricht.

    Kinderen - schreef hij - valt het doorgaands zwaar en verdrietig om letters te herkennen, omdat zy daar het nut niet van inzien. Ik hebbe derhalven uitgedagt, om [hun] op een ligte en aangenaame wyze, en al speelende, de Letteren te leeren, door middel van Figuuren, in welker naamen de klank gehoord wordt van de Letter die er by staat. Eene manier van Onderwys, tot nog toe, myns wetens, in ons Land niet bekend.

    Anders dan in het traditionele haneboek plaatste Kornelis de Wit nu tegenover de vier pagina's met diverse alfabetten en woordenlijstjes in ‘Duitse’ [gotische], Romeinse en schrijfletters een viertal prenten met kleine figuurtjes die telkens corresponderen met de bijpassende woorden. De figuren zelf beeldden opzettelijk dingen uit die een kind meteen zou herkennen, hetzij doordat ze meest ontleend waren ‘van hun Speeltuig, of van dingen, welke in de Huisgezinnen dagelyks gebruikt worden, of anderen die zy door het zien en hooren noemen, leeren kennen’. Zo bevatte de eerste plaat kleine afbeeldingen bij Aal, Bril, Cedul, Duyf, Eend, Fluit, Gard, Hond, Inktkoker, Koot, Lepel, Mes, Naald, Os, Pyp, Quast, Rot [rat], Schoen, Tol, Uyl, Vork, Wieg, Ey

    P.J. Buijnsters, ‘Traditie en vernieuwing. Nederlandse ABC-boeken uit de achttiende eeuw’

  • 60

    en Zeef. Alleen met de letter X wist De Wit niet goed raad. Daar volstond hij met verschillende typografische vormen.

    Op die alfabetten volgden dan nog vier platen met uitbeelding van getallen, windrichtingen, tijdrekening en verschillende geldsoorten (zie p. 58). Allemaal uiterst praktische voorbereiding op het leven buiten school. Welk haneboek had zo iets geleverd?

    De uitgever eindigde zijn geheel gegraveerde voorbericht met de op Van Alphen anticiperende slogan: ‘Wie zou 't Schoolgaan niet begeeren, / Als hy Speelen kan en Leeren?’ Maar voor dat argument toonde de Nederlandse onderwijswereld zich vooralsnog niet ontvankelijk, ook al had De Wit in zijn Nieuwlyks Uitgevonden A.B.C. Boek alle gebeden uit het gewone haneboek gehandhaafd. Het voor zijn tijd bepaald moderne beeld-ABC van De Wit werd commercieel een mislukking, terwijl het ouderwet