Toezichtkader2013 toezicht op de · PDF file 5.1 Programmatisch handhaven 8 5.2 Rechtmatige...

Click here to load reader

  • date post

    24-Jun-2020
  • Category

    Documents

  • view

    2
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Toezichtkader2013 toezicht op de · PDF file 5.1 Programmatisch handhaven 8 5.2 Rechtmatige...

  • Inspectie van het Onderwijs

    Toezichtkader 2013

    passend onderwijs

    Integraal toezicht op de samenwerkings­ verbanden in het primair en voortgezet onderwijs

  • 1 Inleiding

    De Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) zal na inwerkingtreding van de Wet passend onderwijs toezicht houden op de uitvoering van deze wet. De inspectie ontwikkelde hiervoor dit toezichtkader voor het toezicht op de samenwerkingsverbanden in het primair en voortgezet onderwijs1. Het toezicht op de samenwerkingsverbanden is integraal toezicht, want het omvat - in samenhang - zowel kwaliteitstoezicht, nalevingstoezicht als financieel toezicht2 .

    De procedure van vaststelling, goedkeuring en publicatie van het toezichtkader is vastgelegd in de Wet op het onderwijstoezicht3. De inspectie besprak het concepttoezichtkader met het veld en stelde vervolgens het kader vast. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap keurde het toezichtkader goed.

    1 77 in het primair onderwijs en 75 in het voorgezet onderwijs

    2 Het toezichtkader betreft het toezicht op de samenwerkingsverbanden in het primair en voortgezet onderwijs en niet op de instellingen voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie. De Wet passend onderwijs wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) slechts in zeer beperkte mate. De inspectie gaat nog na of en zo ja in

    hoeverre zij haar toezicht op de instellingen met ingang van 1 augustus 2014 aanpast.

    3 Artikel 13 WOT

  • Inhoud

    1 Inleiding 3

    2 Toezichtkader 4

    3 Vormen van toezicht 5

    4 Waarderingskader 6

    4.1 Kwaliteitsaspecten 6 4.2 Indicatoren 7

    5 Naleving wettelijke voorschriften 8 5.1 Programmatisch handhaven 8 5.2 Rechtmatige verkrijging en besteding van de onderwijsmiddelen 9 5.3 Ondersteuningsplannen 9

  • 6 Risicogestuurd toezicht 10 6.1 Risicobepaling 10 6.2 Parameters 11

    7 Toezicht op passend onderwijs 14 7.1 Onderwijs, zorgplicht en samenwerking 14 7.2 Deels samenvallende beleidsdomeinen 14

    8 Tijdpad 16 8.1 Gefaseerde uitvoering van het toezicht 16 8.2 Simulaties 16 8.3 Onderzoeksopzet 16 8.4 Het verslag 17 8.5 Implementatie van het toezicht 18

    Bijlage - Waarderingskader 20 Kwaliteitsaspect 1 - Resultaten 20 Kwaliteitsaspect 2 - Management en organisatie 22 Kwaliteitsaspect 3 - Kwaliteitszorg 24

  • 2 Toezichtkader Artikel 13 van de Wet op het onderwijstoezicht (WOT) schrijft voor dat de inspectie haar werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in artikel 11 (regulier onderzoek) vastlegt in een toezichtkader. Hierin staat niet alleen hoe de inspectie te werk gaat, maar ook wat zij beoordeelt en wanneer er sprake is van voldoende kwaliteit.

    De inspectie onderscheidt in haar toezicht de volgende elementen:

    1. de werkwijze die de inspectie bij haar toezicht hanteert (hoofdstukken 3, 6 en 7); 2. het waarderingskader: de kwaliteitsaspecten en indicatoren waarop de inspectie een object van

    toezicht beoordeelt (hoofdstukken 4 en 5).

    Fasering van invoering van het toezicht Omdat de samenwerkingsverbanden nog in een opbouwfase verkeren, past de inspectie de uitvoering van haar toezicht daarop aan. Op 1 augustus 2014 treedt de zorgplicht voor schoolbesturen in werking. Schoolbesturen zijn dan verplicht voor iedere leerling met een extra onderwijsbehoefte een passende plaats binnen het onderwijs te vinden. De meeste samenwerkingsverbanden zijn op dat moment nog volop ‘in ontwikkeling’. Daarom hanteert de inspectie een invoeringstraject voor het toezicht en legt dit op transparante wijze vast (hoofdstuk 8). Daarnaast verzamelt ze over de volle breedte informatie over de (zich ontwikkelende) kwaliteit van de samenwerkingsverbanden en blijft daarover in gesprek met de samenwerkingsverbanden. Naar aanleiding van tussentijdse resultaten/bevindingen blijft de inspectie in gesprek met belanghebbenden en overlegt de inspectie in de fase van invoering enkele keren per jaar met hen.

    Orthopedagogisch-didactische centra (opdc) De samenwerkingsverbanden krijgen ook de verantwoordelijkheid over de kwaliteit en de naleving van wettelijke voorschriften door de opdc’s. De inspectie gaat ook toezien op deze vorm van onderwijs. Hierover vindt nog nadere besluitvorming plaats. De uitwerking van het toezichtkader voor deze opdc’s valt daarom vooralsnog buiten dit toezichtkader.

    4

  • 3 Vormen van toezicht Voor de samenwerkingsverbanden heeft de inspectie drie vormen van toezicht:

    1. Toezicht vanuit risicobepaling: risicogestuurd toezicht Het toezicht van de inspectie is risicogestuurd4. Jaarlijks voert de inspectie een risicoanalyse uit op basis van de kennis die al bij haar aanwezig is (zie hoofdstuk 6). Zo nodig volgt een kwaliteitsonderzoek.

    2. De staat van het onderwijs: steekproefonderzoek De inspectie rapporteert jaarlijks in het Onderwijsverslag over de positieve en negatieve ontwikkelingen in het gehele onderwijsbestel5. Hiertoe onderzoekt de inspectie ook een representatieve steekproef van samenwerkingsverbanden. Het steekproefonderzoek vindt plaats door een kwaliteitsonderzoek aan de hand van het waarderingskader. Deze onderzoeken zijn niet risicogestuurd ingevuld (zie hoofdstuk 6).

    3. Nalevingstoezicht De inspectie voert jaarlijks onderzoek uit naar de naleving van wettelijke voorschriften (zie hoofdstuk 5).

    4 Wet op het onderwijstoezicht artikel 15 c, jo artikel 11

    5 Wet op het onderwijstoezicht artikel 3, tweede lid onder f

    5

  • 4 Waarderingskader Om de kwaliteit van het samenwerkingsverband te kunnen beoordelen, is het nodig:

    • te weten of leerlingen de ondersteuning krijgen waar zij recht op hebben; • zicht te hebben op de doelmatigheid van de bestuurlijke en organisatorische inrichting van de

    samenwerkingsverbanden; • te weten of de besteding van middelen rechtmatig en doelmatig is.

    Bij een kwaliteitsonderzoek maakt de inspectie gebruik van een waarderingskader. Het waarderingskader bestaat uit drie kwaliteitsaspecten. Elk kwaliteitsaspect bestaat uit een aantal indicatoren. Een aantal indicatoren is een ‘normindicator’. Een normindicator speelt een belangrijke rol bij het bepalen van de kwaliteit (en dus van het toezichtarrangement) van het samenwerkingsverband: ‘basis’, ‘zwak’ of ‘zeer zwak’.

    De inspectie voert het toezicht op de samenwerkingsverbanden gefaseerd in en bepaalt pas na 1 augustus 2015 een toezichtarrangement voor elk samenwerkingsverband. Dat geeft de ruimte om op een later tijdstip te bepalen welke indicatoren ook normindicatoren zijn en welke normen gelden voor basiskwaliteit per indicator. Zie hoofdstuk 8 voor een nadere toelichting.

    4.1 Kwaliteitsaspecten De inspectie gebruikt de volgende kwaliteitsaspecten:

    1. Resultaten Het samenwerkingsverband voert de opgedragen taken uit en realiseert een samenhangend geheel van ondersteuningsvoorzieningen binnen en tussen de scholen, zodanig dat alle leerlingen die extra ondersteuning behoeven een zo passend mogelijke plaats in het onderwijs krijgen.

    2. Management en organisatie Het samenwerkingsverband weet zijn missie en doelstellingen binnen het kader van de Wet passend onderwijs te realiseren door een slagvaardige aansturing, effectieve interne communicatie en een doelmatige, inzichtelijke organisatie.

    3. Kwaliteitszorg Het samenwerkingsverband heeft zorg voor kwaliteit door systematische zelfevaluatie, planmatige kwaliteitsverbetering, jaarlijkse verantwoording van gerealiseerde kwaliteit en borging van gerealiseerde verbeteringen.

    6

  • 4.1.1 Rangschikking van de kwaliteitsaspecten De inspectie wil het samenwerkingsverband niet onnodig belasten met haar onderzoeksactiviteiten. Daarom start elk inspectieonderzoek met de prestaties van het samenwerkingsverband op de indicatoren van het kwaliteitsaspect ‘Resultaten’. Dit aspect is rechtstreeks afgeleid van de opdracht die de samenwerkingsverbanden hebben gekregen vanuit de Wet passend onderwijs.

    Als de prestaties op orde zijn, is er geen directe aanleiding om de andere twee kwaliteitsaspecten nader te onderzoeken, tenzij er signalen zijn die aanleiding geven dat wel te doen. Als de resultaten echter wel achterblijven dan:

    1. wil de inspectie meer weten over de organisatie, over de aansturing en over de interne communicatie van het samenwerkingsverband (‘Management en organisatie’);

    2. onderzoekt de inspectie het geheel aan maatregelen waarmee het samenwerkingsverband op systematische wijze de kwaliteit van de eigen resultaten bepaalt, bewaakt en verbetert (‘Kwaliteitszorg’).

    Beide kwaliteitsaspecten zijn niet altijd direct af te leiden uit de wettelijke voorschriften, maar kunnen

    belangrijke aanwijzingen opleveren voor de oorzaak van de achterblijvende resultaten. Ook de analyse van het ondersteuningsplan kan aanleiding zijn om de kwaliteitsaspecten ‘Management en

    organisatie’ en/of ‘Kwaliteitszorg’ toch te onderzoeken.

    4.2 Indicatoren De drie kwaliteitsaspecten zijn uitgewerkt in achttien indicatoren. In de bijlage staat een beschrijving van iedere indicator.

    7

  • 5 Naleving wettelijke voorschriften Onderdeel van het toezicht van de inspectie is het jaarlijks toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften door de samenwerkingsverbanden6 .

    5.1 Programmatisch handhaven De inspectie voert het nalevingstoezicht al enige jaren uit volgens de methodiek van ‘programmatisch ha