TIPS VOOR OUDERS BLOK 1, WEEK 7, LES 1 GROEP 4 2020 | BLOK 1, WEEK 7, LES 1 | GROEP 4 Maak de vragen

download TIPS VOOR OUDERS BLOK 1, WEEK 7, LES 1 GROEP 4 2020 | BLOK 1, WEEK 7, LES 1 | GROEP 4 Maak de vragen

of 9

  • date post

    26-Aug-2020
  • Category

    Documents

  • view

    1
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of TIPS VOOR OUDERS BLOK 1, WEEK 7, LES 1 GROEP 4 2020 | BLOK 1, WEEK 7, LES 1 | GROEP 4 Maak de vragen

  • © MALMBERG | LEESLINK, NIVEAU 1

    TIPS VOOR OUDERS | BLOK 1, WEEK 7, LES 1 | GROEP 4

    achtergrondinformatie

    Uitleg

    In deze les oefenen de kinderen met de leesstrategie Hoe vat ik samen? Het onderwerp van de tekst is Geld. Van 23 t/m 27 maart is het de Week van het geld.

    Benodigdheden

    • de les zonder antwoorden, op papier: hiermee gaat je kind aan het werk • de les met antwoorden, op papier of digitaal: hiermee kun je de les nakijken

    introductie 5 MIN

     Foto Praat samen met je kind over deze foto. Wat zie je? (Een kind met een spaarvarken. Er liggen muntjes om het spaarvarken heen.) Vertel dat het van 23 t/m 27 maart de Week van het geld is. Praat samen kort over geld. Waar zou je kind voor kiezen: een jaar geen zakgeld of een jaar geen internet?

    instructie 15 MIN

     Bekijk de informatie in het kader bij Wat moet je weten? Lees dit samen door.

     Tekst Verken samen kort de tekst Marit gaat op zoek naar geld. Bekijk de moeilijke woorden. Lees de titel en bekijk de plaatjes. Lees dan samen de tekst.

    toelichting op vragen DIE MOGELIJK PROBLEMEN GEVEN 20 MIN

     Vraag 1 Als je kind er niet uitkomt, help het dan: ‘Ik lees regel 3 tot en met 6. Als ik dit stukje kort wil navertellen, moet ik alleen het allerbelangrijkste vertellen. Ik lees de antwoorden. “Acht euro en vijfenvijftig cent”: dat is hoeveel geld Marit heeft. Dat is wel belangrijk, maar het vertelt niet waar het verhaal over gaat. “Er liggen munten op tafel”: hm, dat lijkt me ook niet de belangrijkste zin. “Marit heeft niet genoeg geld”: dat is erg belangrijk, want daar gaat dit verhaal over. Maar ik kijk ook nog even naar het laatste antwoord. “Marit kijkt sip”: nee, dit is minder belangrijk dan het vorige antwoord. Ik kruis het derde antwoord aan.’

     Vraag 2 Bij vraag 2a: ‘Wat is het belangrijkste in regel 8 tot en met 14? Hoe kan ik dit stukje in één zin navertellen? Ik lees wat er al staat. “Ze ... voor een uitbreiding van haar ...”. We hebben gelezen dat Marit spaart voor een uitbreiding van haar knikkerbaan. Vul dus in: “spaart” en “knikkerbaan”.’

     Vraag 3, 4 en 5 Laat je kind steeds de antwoorden lezen. Vraag dan: ‘Welke zin is het belangrijkst voor dit stukje?’

     Vraag 6 Wijs je kind er hier zo nodig op dat het om regel 41 t/m 44 van de tekst gaat. Daarin geeft papa het geld en rent Marit naar de speelgoedwinkel.

     Vraag 7 Als je kind hier de antwoorden van vraag 1 t/m 6 opschrijft, komt er vanzelf een goede samenvatting tot stand. Laat je kind bij vraag 7b zijn of haar eigen samenvatting nog eens kritisch nalezen. Vertelt deze samenvatting het verhaal uit Marit gaat op zoek naar geld goed na?

     Vraag 8 Op deze vraag zijn veel antwoorden mogelijk. Help je kind zo nodig op weg door samen te bedenken wat er kan gebeuren nadat Marit naar de speelgoedwinkel is gegaan. Kan ze de uitbreiding vinden? Gaat ze er meteen mee spelen?

    ❮ 1 / 1 ❯

  • 2020 | BLOK 1, WEEK 7, LES 1 | GROEP 4

    Hoe vat ik samen?

    Wat ga je leren?

    Je kunt straks: • een verhaal kort navertellen • vertellen wat samenvatten is

    Wat ga je doen?

    Je gaat een tekst lezen over sparen. Lees eerst de uitleg hierna. Maak dan de vragen.

    Wat moet je weten?

    Stel je voor: je hebt een verhaal gelezen. Je wilt erover vertellen aan een ander. Dan vertel je niet alles. Alleen wat belangrijk is.

    Voorbeeld • Je leest: De oude koning wandelt rustig door zijn tuin. Dan komt de lakei aanhollen. Hij roept: ‘Koning, kom snel! De hond heeft jonkies gekregen!’ De koning gooit zijn mantel af en rent naar het paleis.

    • Je vertelt het na: De koning rent naar binnen. Er zijn jonge hondjes geboren.

    Iets kort navertellen heet: samenvatten.

    Moeilijke woorden

    de uitbreiding = iets waarmee je het groter kunt maken. Met een uitbreiding van een knikkerbaan kun je de baan dus groter maken. de aanslag = een laagje vuil dat op iets vast is komen te zitten boenen = ergens met een borstel stevig overheen gaan. Dat doe je om het schoon te maken.

    ❮ 1 / 4 ❯© MALMBERG | LEESLINK, NIVEAU 1

  • 1

    2

    3

    4

    5

    6

    7

    8

    9

    10

    11

    12

    13

    14

    15

    16

    17

    18

    19

    20

    21

    22

    23

    24

    25

    26

    27

    28

    29

    30

    31

    32

    33

    34

    35

    36

    37

    38

    39

    40

    41

    42

    43

    44

    2020 | BLOK 1, WEEK 7, LES 1 | GROEP 4

    Marit gaat op zoek naar geld

    ‘Dertig, veertig, vijftig, vijfenvijftig ... Acht euro en vijfenvijftig cent.’ Marit kijkt sip naar de munten op tafel. Ze heeft niet genoeg geld.

    Marit is al weken aan het sparen. Ze wil graag een uitbreiding voor haar knikkerbaan kopen. Maar het sparen gaat zo langzaam! Ze krijgt één euro zakgeld per week. De uitbreiding kost twaalf euro. Ze moet dus nog vier weken sparen. Zo lang kan Marit niet wachten.

    Marit loopt naar haar moeder. Zij zit achter de computer. ‘Mam, mag ik een klusje voor je doen? Ik wil graag geld verdienen.’ Mama zegt: ‘Ik weet het even niet, schat. Misschien heeft papa een idee.’

    Papa is in de tuin bezig. Marit stapt de tuin in. ‘Pap, heb jij nog een klusje voor me?’ Papa kijkt om zich heen. ‘Jazeker,’ zegt hij. ‘Zie je die vieze aanslag op de tegels? Ik zoek iemand die ze wil boenen. Het is wel een lastig klusje, hoor.’ ‘Dan kan ik er vast veel geld mee verdienen,’ lacht Marit. ‘Wat dacht je van twintig cent per tegel?’ zegt papa. ‘Afgesproken!’ roept Marit.

    Marit werkt de hele middag in de tuin. Het zijn grote tegels, dus het is veel werk. Gelukkig is het lekker weer om buiten te zijn. Marit verdient die middag precies vier euro. Want ze maakt twintig tegels schoon.

    Papa geeft haar het geld. ‘En bedankt voor het harde werk,’ zegt hij. Marit hoort het niet meer. Ze is al onderweg naar de speelgoedwinkel.

    ❮ 2 / 4 ❯© MALMBERG | LEESLINK, NIVEAU 1

  • 2020 | BLOK 1, WEEK 7, LES 1 | GROEP 4

    Maak de vragen

    1 Lees regel 3 tot en met 6. Hoe kun je dit stukje het best kort navertellen? Kruis aan.

    ■ Acht euro en vijfenvijftig cent. ■ Er liggen munten op tafel. ■ Marit heeft niet genoeg geld. ■ Marit kijkt sip.

    2 Lees regel 8 tot en met 14. Vertel dit stukje in één zin na. Vul in.

    Ze voor een uitbreiding van haar

    3 Lees regel 16 tot en met 21. Wie vertelt dit stukje het best kort na? Kruis aan.

    ■ Marit vraagt mama of ■ Mama zegt: ‘Ik weet het ze een klusje mag doen. even niet, schat.’

    4 Lees regel 23 tot en met 33. Dit stukje kun je niet goed navertellen in één zin. Welke twee zinnen vertellen dit stukje het best na? Kleur die twee zinnen.

    Papa is in de tuin aan het werk. Marit loopt de tuin in om iets aan papa te vragen. Papa zegt dat Marit de tegels mag boenen. Papa zegt dat de klus wel lastig is. Ze krijgt twintig cent per tegel.

    5 Lees regel 35 tot en met 39. Welke zin in dit stukje is het belangrijkst? Kruis aan.

    ■ Gelukkig is het lekker weer om buiten te zijn. ■ Het zijn grote tegels, dus het is veel werk. ■ Marit verdient die middag precies vier euro. ■ Want ze maakt twintig tegels schoon.

    ❮ 3 / 4 ❯© MALMBERG | LEESLINK, NIVEAU 1

  • 2020 | BLOK 1, WEEK 7, LES 1 | GROEP 4

    6 Lees regel 41 tot en met 44. Wat gebeurt er in dit stukje?

    Kleur de goede antwoorden.

    Papa geeft Marit een klusje / het geld.

    Marit rent meteen naar de speelgoedwinkel / de tuin.

    7 Maak een samenvatting van de tekst. a Schrijf je antwoorden op vraag 1 tot en met 6 op.

    b Vertellen deze zinnen het verhaal goed na? Of wil je nog iets vertellen? Schrijf het erbij.

    8 Bedenk hoe het verhaal van Marit verdergaat. Wat gebeurt er in de speelgoedwinkel? Vertel kort het belangrijkste. Schrijf op.

    9 Marit werkt een hele middag in de tuin voor vier euro. Zou jij dat ook doen? Schrijf op waarom wel of niet.

    Wat heb je geleerd?

    Je hebt in deze les geleerd hoe je een verhaal navertelt. Iets kort navertellen heet: samenvatten.

    ❮ 4 / 4 ❯© MALMBERG | LEESLINK, NIVEAU 1

  • 2020 | BLOK 1, WEEK 7, LES 1 | GROEP 4

    Hoe vat ik samen?

    Wat ga je leren?

    Je kunt straks: • een verhaal kort navertellen • vertellen wat samenvatten is

    Wat ga je doen?

    Je gaat een tekst lezen over sparen. Lees eerst de uitleg hierna. Maak dan de vragen.

    Wat moet je weten?

    Stel je voor: je hebt een verhaal gelezen. Je wilt erover vertellen aan een ander. Dan vertel je niet alles. Alleen wat belangrijk is.

    Voorbeeld • Je leest: De oude koning wandelt rustig door zijn tuin. Dan komt de lakei aanhollen. Hij roept: ‘Koning, kom snel! De hond heeft jonkies gekregen!’ De koning gooit zijn mantel af en rent naar het paleis.

    • Je vertelt het na: De koning rent naar binnen. Er zijn jonge hondjes geboren.

    Iets kort navertellen heet: samenvatten.

    Moeilijke woorden

    de uitbreiding = iets waarmee je het groter kunt maken. Met een uitbreiding van een knikkerbaan kun je de baan dus groter maken. de aanslag = een laagje vuil dat op iets vast is komen te zitten boenen = ergens met een borstel stevig overheen gaan. Dat doe je om he