Thuiscompagnie draaiboek interactief

of 316 /316
Thuiscompagnie ondersteunt gezinnen in armoede met minderjarige kinderen. Het wil de levenskwaliteit van mensen in armoede verhogen. Dit hoofdstuk geeft je in een notendop een overzicht van de werking van Thuiscompagnie zoals die in de praktijk vorm krijgt. 1 THUISCOMPAGNIE IN EEN NOTENDOP

Embed Size (px)

description

Versterkende en verbindende gezinszorg om de levenswaliteit van gezinnen in armoede te verhogen. Zo krijgen de kinderen meer ontwikkelingskansen . Lees er alles over in dit draaiboek. Ook interessant voor wie in een andere context werkt aan het versterken van kwetsbare mensen.

Transcript of Thuiscompagnie draaiboek interactief

Page 1: Thuiscompagnie draaiboek interactief

1

Thuiscompagnie ondersteunt gezinnen in armoede met minderjarige kinderen.

Het wil de levenskwaliteit van mensen in armoede verhogen. Dit hoofdstuk geeft je in een notendop een overzicht van de werking van Thuiscompagnie zoals die in

de praktijk vorm krijgt.

1thuiscompagniein een

noTenDop

Page 2: Thuiscompagnie draaiboek interactief

2 Thuiscompagnie in een noTendop

Page 3: Thuiscompagnie draaiboek interactief

3

Mensen in armoede willen net als iedereen een thuis waar het fijn is om te wonen, gelukkige kinderen met een veelbelovende toekomst, meetellen in onze samenleving. Als de moeilijke omstandigheden die hun leven tekenen hun krachten te boven gaan, moet de samenleving er zijn om hen te ondersteunen in plaats van hen met de vinger te wijzen.

Thuiscompagnie is een project dat maatschappelijk kwetsbare gezinnen met minderjarige kin-deren ondersteunt. Dit project wil de levenskwaliteit van deze gezinnen verhogen en zo de ont-wikkelingskansen van de kinderen vergroten.

Thuiscompagnie heeft drie grote krachtlijnen:

• Ermoetmeerafstemmingkomenvandehulpverleningaanmenseninarmoede.Nietalleenafstemming tussen hulpverleners onderling maar vooral afstemming op de levensdoelen van het gezin. We doen hiervoor onder meer een beroep op het Lokaal Cliëntoverleg (LCO).

• Ermoetenmeermogelijkhedenkomenvoorpraktischehulpverlening.Veelhulpverleningisvooralverbaal.Erwordtgesprokenoverhoeproblemenaangepaktkunnenworden.Gezinnen zitten vaak met een hoop praktische problemen die ze niet opgelost krijgen. We ondersteunengezinnenomhunhuishoudenopordetekrijgen.Nietdoorhetvoorhentedoen maar door het samen met hen te doen. Zo kunnen ze al doende en met kleine stappen dingen leren en meer greep op hun eigen leven krijgen. Hiervoor werken we samen met dienstenvoorgezinszorgenaanvullendethuiszorg.Verzorgendenkunnennaastpraktischevaardigheden, ook andere krachten zoals nabijheid, vertrouwen of creativiteit in het gezin binnenbrengen. Soms is er hulp nodig voor het uitvoeren van kleine herstellingen, onderhoudswerken in de tuin enz. De inzet van klussendiensten komt daaraan tegemoet.

• Hulpverleningmoetinzettenopsocialeondersteuning.Hetsocialenetwerkvangezinnenin armoede volstaat immers niet altijd om de nodige ondersteuning te bieden, hun toegang tot het sociale kapitaal is beperkt enz. Opgeleide vrijwilligers kunnen daarbij ondersteunend werken. Ze kunnen in het gezin een klankbord zijn en vormen een brug naar de samenleving.

Thuiscompagnie wil de waaier van ondersteuningsmogelijkheden aan kwetsbare gezinnen ver-groten. Dat betekent niet dat elk kwetsbaar gezin op al deze ondersteuningsvormen en diensten een beroep doet. De ondersteuning wordt afgestemd op de behoeften van het gezin.

1. Thuiscompagnie - een ToTaal projecT

Page 4: Thuiscompagnie draaiboek interactief

4 Thuiscompagnie in een noTendop

Uit het voorgaande blijkt dat Thuiscompagnie heel wat mogelijkheden biedt om maatschappelijk kwetsbare gezinnen te ondersteunen. De term Thuiscompagnie slaat zowel op de hele projec-taanpak als op de specifieke, versterkende en verbindende, inzet van verzorgenden in maat-schappelijk kwetsbare gezinnen met minderjarige kinderen. De term Thuiscompagnie is niet alleen een term die een plaats krijgt in de diensten gezinszorg en aanvullende thuiszorg, we hanteren de term ook om deze aanpak bekend te maken bij hulpverleners en gezinnen.

VerzorgendenvanThuiscompagnieworden4uurofmeerperweekingezetinmaatschappelijkkwetsbare gezinnen. Zoals in het voorgaande punt vermeld, bieden ze praktische ondersteuning en doen ze dat ‘samen met de gezinnen’, vanuit respect voor wie ze zijn. Richtvragen om die ondersteuning vorm te geven zijn: Wat vinden ze zelf belangrijk? Wat willen ze met hun leven? De ondersteuning gebeurt op hun tempo, stapsgewijs (bv. eerst rust brengen), met erkenning van hun inzet (bv. positieve zien en benoemen) en rekening houdend met hun draagkracht. Het rela-tionele aspect is bijzonder belangrijk. Het is bepalend of de verzorgende in het gezin mag blijven komen. Door deze versterkende en verbindende aanpak, beogen we hen (terug) in verbinding te brengen met zichzelf, de anderen en de samenleving (zie Bind-Kracht), hun levenskwaliteit te verhogen, hen terug greep te geven op hun leven. Deze aanpak stelt bijzondere eisen aan de ver-zorgende en haar dienst.

Vijf zaken vragen bijzondere aandacht:

1. De doelstelling van het inzetten van de verzorgende. De klemtoon ligt expliciet op het ‘ontwikkelen van de mogelijkheden van het gezin’. Dit

vraagt dat de verzorgende niet zomaar huishoudelijke taken uitvoert of overneemt, maar met het gezin samenwerkt. Ze ondersteunt het gezin bij de persoonsverzorging en het huishouden en biedt algemene psychosociale en pedagogische ondersteuning.

2. Thuiscompagnie een specifieke vorm van gezinszorg

[De verzorgende van Thuiscompagnie?] Het is zo meer iemand anders die er bij komt, die erbij betrokken wordt bij het gezin. Dat vind ik dan wel fijn dat als ze hier de deur uit is, dan is dat en dat gedaan. … Het is voor het hele gezin dat ze komt. Ze is ook bezig met de kleine: spelen, tekenen, wandelen. Ze betrekt de kleine ook met de hulp die ze geeft. Het is eigenlijk meer een helpende hand. Ja, poetswerk doet die ook natuurlijk, maar meer helpend eigenlijk. De bedoeling is: zij doet iets, dat gij er dan ook bij helpt. … Ja, een heel takenpakket. Daar valt soms den afwas onder. Ze helpt dan met de afwas, den ene wast af, den andere droogt af, de boodschappen, ze helpt soms met koken, de aardappelen schillen, borstelen, dweilen, de tafel opruimen of was helpen opplooien of was helpen ophangen. Eigenlijk op alle vlak, hoe dat ge het moet aanpakken. Het is een groot takenpakket. Maar ook meer een, hoe noemen ze dat? Meer een begeleiding. Die helpt u dan ook met uw problemen. Dus meer zo een contactpersoon. Ge kunt daar tegen vertellen wat dat ge wilt, … ze helpt u dan. (vader Robert)

Page 5: Thuiscompagnie draaiboek interactief

5

2. De visie op armoede en oog voor de autonomie, het tempo en de evolutie van het gezin. Armoede is een structureel probleem dat zich op verschillende levensdomeinen laat voelen.

De ondersteuning moet inzetten op de autonomie en krachten van het gezin. De keuze laten bij het gezin en datgene doen wat het gezin nodig heeft om die keuze te realiseren, is essentieel.

3. Het belang van de relatie en de open communicatie tussen de verzorgende en de gezinsleden.

De normen en de leefwereld van de verzorgende en het gezin kunnen (sterk) verschillen. De verzorgende brengt een stuk van haar eigen leefwereld mee in het gezin. Ze is een brug naar de samenleving. Het gezin wordt met respect benaderd en niet veroordeeld voor hun anders zijn.

4.De nood aan ondersteuning is niet uitsluitend gerelateerd aan een medische problematiek of zorgafhankelijkheid. Zo deze elementen al aanwezig zijn, zijn er nog andere redenen om gezinszorg in te zetten.

5. Afstemming met andere hulpverleners. Naastdeverzorgendezijnermeestalookanderehulpverlenersdiehetgezinopvolgenof

ondersteuning bieden. Afstemming tussen al de betrokkenen is een voorwaarde opdat de hulp effectief ondersteunend kan zijn en geen bijkomende belasting vormt.

De verzorgenden die in Thuiscompagnie ingezet worden, krijgen een specifieke training en inter-visie in functie van het versterkend en verbindend werken met mensen in armoede. Ze worden in hun dienst intensiever ondersteund dan verzorgenden die in ‘reguliere’ situaties werken. Dat is nodig omwille van: (1) de emotionele belasting, (2) hun opdracht die afwijkt van wat verzor-genden ‘gewoon’ zijn te doen en (3) de diversiteit van vragen en moeilijkheden waarmee ze te maken krijgen.

Dit draaiboek laat zien wat het concreet betekent om verzorgenden op een versterkende en ver-bindende manier in te zetten in maatschappelijk kwetsbare gezinnen. Doorheen het lezen zal je duidelijk worden dat de bril waardoor naar mensen in armoede gekeken wordt, bepalend is voor de kansen die kwetsbare mensen in werkelijkheid krijgen om ‘hun eigen lot in handen te nemen’.

Diensten die het verschil willen maken voor de kansen van kinderen in kwetsbare gezinnen, engageren zich tot een andere manier van kijken. Ze focussen op krachten en mogelijkheden zonder problemen te ontkennen, ze verlaten de uniforme aanpak en creëren ruimte voor dialoog op alle niveaus. Deze diensten zullen hun geloof en vertrouwen in maatschappelijk kwetsbare gezinnen duidelijk moeten communiceren. Ze zijn belangrijke ambassadeurs van de verster-kende en verbindende aanpak. Kortom, ze zijn een van de schakels om tot een (meer) afgestemd ondersteuningskader te komen. Dit kader bestaat uit een netwerk dat opkomt voor betere levens-omstandigheden voor deze gezinnen. Het betreft toegankelijke lokale diensten wiens aanbod kwetsbare mensen ten goede komt en hulpverleningsorganisaties die inzetten op een hulpverle-ning die echt helpt (en bijvoorbeeld niet alleen zegt ‘wat zou moeten’). De lokale gemeenschap die dit realiseert kan dan worden ervaren als een solidaire en toegewijde gemeenschap waarin deze gezinnen terug een plek voor zichzelf kunnen zien. Deze aanpak kan de contextuele stress in arme gezinnen aanzienlijk verminderen.

Versterkend en verbindend werken vraagt van de diensten gezinszorg en aanvullende thuiszorg:•verzorgendendiewordenopgeleidenondersteundomverbindendenversterkendtewerken,•eenmedewerkerdiedeverzorgende(eneventueeldeleidinggevendevandezeverzorgenden)

kan ondersteunen en coachen vanuit een versterkend en verbindend kader, die de aanmeldingen opneemt, de intakegesprekken voert en het gezin en de verzorgende opvolgt,

•eenmanagementdatdezewerkwijzeondersteunt,hetondersteunenvankwetsbaregezinnentot zijn opdracht rekent en daarvoor de nodige ruimte creëert.

Hoe een dienst daar in de praktijk vorm aan kan geven, kan je lezen in hoofdstuk 11.

Page 6: Thuiscompagnie draaiboek interactief

6 Thuiscompagnie in een noTendop

Het project Thuiscompagnie (www.limburg.be/thuiscompagnie) is een initiatief van de pro-vincie Limburg. Op 31 augustus 2010 besliste het directiecomité van Limburg Sterk Merk (LSM) om het provinciebestuur van Limburg een toelage te geven voor dit project. Aanvankelijk liep de projectperiode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013, maar ook daarna zette het provinciebestuur verder in op dit project.

3. Thuiscompagnie samenwerking Tussen vele parTners

praktische ondersteuning aan huis

diensten gezinszorg en aanvullende thuiszorg (dienstenvandeocmw’s,vanwelzijnsregioNoord-Limburgenprivatediensten)

•verzorgendenlatenopleideninhetversterkendenverbindendwerken•opgeleideverzorgendeninschakelenomgezinnenteondersteunen•instaanvoorhetcoachenvandezeverzorgendenbinnendeorganisatie•deverantwoordelijkenvandeverzorgendenlatendeelnemenaande

intervisie en supervisie binnen Thuiscompagnie klussendiensten:

•deelnameaanhetlerendnetwerk‘klusmaat’vanStebovzw•uitvoerenvanklussenlatenaansluitenophetversterkendenverbindend hulpverleningskader

sociale ondersteuning van gezinnen

domo hasselt vzw•vrijwilligersopleidenenondersteunen•vrijwilligersinschakelenomgezinnenteondersteunen

afstemming van de hulpverlening

ocmw’s• LokaalCliëntoverlegorganiserenalsdatnodigis

actoren uit het brede welzijns- en hulpverleningsveld

Page 7: Thuiscompagnie draaiboek interactief

7

Voor het realiseren van de doelstellingen van Thuiscompagnie werkt de provincie Limburgsamen met andere partners.Verschillendedienstenstaaninvoorde concrete uitvoering van Thuiscompagnie.

Wekunnenopalle (44)Limburgse OCMW’s rekenen voor het organiseren van Lokaal Cliënt­overlegvoorkwetsbaregezinnen.34OCMW’sengageerdenzichformeelinThuiscompagnie:

As, Alken, Beringen, Bilzen, Bocholt, Bree, Diepenbeek, Dilsen Stokkem, Genk, Gingelom, Halen, Hamont Achel, Hasselt, Hechtel-Eksel, Herk de Stad, Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren, Kinrooi, Kortessem, Lanaken, Leopoldsburg, Lommel, Lummen, Maaseik, Maas-mechelen, Meeuwen-Gruitrode, Neerpelt, Nieuwerkerken, Overpelt, Peer, Sint-Truiden,Voeren,ZonhovenenZutendaal.

De diensten gezinszorg en aanvullende thuiszorg bieden praktische ondersteuning aan huis. 17 Diensten Gezinszorg en Aanvullende Thuiszorg doen mee:

•FamiliehulpvzwInterregioLimburg&Leuven•LandelijkeThuiszorg•SolidariteitvoorhetGezinvzw•ThuiszorgDeVoorzorg(ThuishulpLimburg)•vzwThuisverzorgingde‘EersteLijn’•DienstgezinszorgWelzijnsregioNoordLimburg(staatvoor8gemeenten)•DedienstengezinszorgvanOCMWBeringen,OCMWDiepenbeek,OCMWDilsenStokkem,

OCMW Herk De Stad, OCMW Heusden-Zolder, OCMW Kinrooi, OCMW Leopoldsburg en OCMW Sint Truiden.

•ThuiszorgdienstenOCMWLummen-Halen•DedienstgezinszorgvanOCMWMaasmechelenenOCMWHouthalen-Helchterenwerkten

in het startjaar mee.

Thuiscompagnie kan voor de uitvoering van de drie krijtlijnen rekenen op de ondersteunende inzet van verschillende actoren: TeamAdvies &Ondersteuning Ervaringsdeskundigen in dearmoede, Bind–Kracht, Stebo vzw, Domo Hasselt vzw en verschillende organisaties uit het brede welzijnsveld.

Het Team Advies & Ondersteuning Ervaringsdeskundigen in de armoede (TAO) staat in voor het inbrengen van ervaringsdeskundigheid in het hele project en in de deelnemende organisaties. Samen met TAO werkt de provincie Limburg aan de volgende doelstellingen:

•demethodiekvanhetversterkendenverbindendwerkeningezinneninarmoedeverderontwikkelen,

•aanheterogeensamengesteldegroepeneenbasisvormingenverdiepinggevenoverdebin-nenkant van armoede die beklijft,

•verzorgendendiewerkeninarmegezinnenondersteunenmetadvies,•debinnenkantvanarmoedeinbrengenopdeintervisiesvoordecoachesendecoördina-

toren Lokaal Cliëntoverleg,•werkenronddebinnenkantvanarmoedeindedienstengezinszorgenaanvullende

thuiszorg,•eengoedecommunicatieoverThuiscompagnieopzettennaarmenseninarmoede

Meer informatie over hun visie en aanpak kan je op hun website vinden: http://www.tao-armoede.be

Bind­Krachtisonzevormingspartner.DeBind-KrachttrainersKoenVansevenantenYolaThien-pont geven vorming aan de verzorgenden en aan de verantwoordelijken van de verzorgenden. De verantwoordelijken kunnen bij hen terecht voor supervisie. De Bind-Krachttrainers worden ingeschakeldindevormingenenterugkoppelingsmomentenvoorLokaalCliëntoverleg-coördi-natoren, reflectiedagen voor deelnemers aan het Lokaal Cliëntoverleg en voor leidinggevenden van de diensten gezinszorg en aanvullende thuiszorg. Je leest meer over Bindkracht op de web-site www.bind-kracht.be.

Page 8: Thuiscompagnie draaiboek interactief

8 Thuiscompagnie in een noTendop

Stebo vzw – Klusmaat –organiseerthetlerendnetwerkvanklussendiensten.Eenlerendnetwerkrond klussen in kwetsbare gezinnen kan maar werken als klussendiensten bereid zijn om klus-senmannenenploegbazen te latendeelnemen.Volgendeklussendiensten zijn aangesloten bij Klusmaat:

AKSIVZW,Wellen;AlternatiefVZW,Hasselt;Cordium,Hasselt;CVOnsDakSocialehuisvestingsmaatschappij,Maaseik;DeDuizendpootvzw,Heusden-Zolder;DeWiekslagvzw,Alken;DeWinning,Lummen;DeWroeterArbeidscentrum,Kortessem;Familie-hulpvzw,Halen;GoedWonen,Brussel;LandelijkeThuiszorg,Wilsele;Natuur-enLand-schapsbeheerLimburgvzw,Bilzen;OCMWHalen;OCMWHerk-de-Stad;OCMWKinrooi;OCMWKortessem;OCMWZonhoven;SVKLandvanLoonvzwHeers;TuinenKlusvzwHouthalen;VzwDeTuinklusser,Leopoldsburg;WelzijnsregioNoord-Limburg,Neerpelt.

Stebo vzw en de provincie Limburg richten zich op de volgende doelstellingen:

•demethodiekontwikkeling‘klussenalselementvaneenafgestemdeenversterkendehulp-verlening’ stimuleren,

•klussendienstenondersteunenomversterkendenverbindendopdrachtenuittevoerenbijgezinnen in armoede,

•minstens75klussenmannenenhunploegbazenlatenontdekkenhoeklussenuittevoerenop een waarderende manier en vaardigheden daarvoor in te oefenen,

•instrumentenuitwerkenomdemethodiekteimplementerenbijLimburgseklussendiensten,

•ontwikkelenvankwaliteitscriteriavoordeopmaakvanlastenboekendiedeuitvoeringvanklussen inbedden in de principes van versterkend en verbindend werken

•aantonendathetuitvoerenvanklusseninarmegezinneneenwerkzaamelementkanzijnvan een afgestemde en versterkende hulpverlening.

Meer informatie en de resultaten van het lerend netwerk vind je op www.klusmaat.be.

VoordeuitwerkingvanhetsociaalondersteuningsluikwerdaanvankelijksamengewerktmetDeBrug Hasselt vzw (een vereniging waar armen het woord nemen) en met Domo Leuven. Hieruit groeide Domo Hasselt vzw. Domo ondersteunt vrijwilligers in hun contacten met gezinnen in armoede. Voor meer informatie verwijzen we naar www.domovlaanderen.be. In het projectThuiscompagnie richt Domo Hasselt vzw zich op de volgende doelstellingen:

•eenvrijwilligerswerkingvolgenshetmodelvanDOMOLeuvenuitbouweninregioHasselt,•eentrajectopstartenmetminstens20gezinnen,•goedeondersteuninguitwerkenvoordevrijwilligers(onthaalenopvangkandidaat-vrijwil-

ligers, vorming, groepsbijeenkomsten, individuele feedback, enz.),•organisatiesendienstenuitdebredewelzijns-engezondheidssectorsensibiliserenvoor

het belang van sociale steun voor gezinnen in armoede en hen informeren over de vrijwil-ligerswerking in Hasselt.

Verschillendeorganisatiesuitdebredewelzijnssectorleverenviahundeelnameaandeklank-bordgroep een sympathieke bijdrage in het opvolgen en bijsturen van het project en het ver-spreiden van het ideeëngoed:

AgentschapJongerenwelzijn;AKSI;CAWLimburg;CBELimino;ChristelijkeMutua-liteiten;CKG’tHummelhuis;DaidalosVzw;DeBrugHasseltVzw;DomoHasseltvzw;Familiehulp;KabinetVanVlaamsMinisterArmoedebestrijdingIngridLieten;KabinetVanVlaamsMinistervanWelzijnJoVandeurzen;KenniscentrumHogerInstituutGezinsweten-schappen;Kind&Gezin;LandelijkeThuiszorg;NetwerktegenArmoede;OCMWBilzen;OCMWDiepenbeek;OCMWHasselt;OpenSchoolLimburg-Zuid;OpenThuisLimburg;Opvoedingswinkel;PHL–Healthcare;RimoLimburgVzw;SolidariteitVoorHetGezin;Stebo;VDAB;DepartementWelzijn,VolksgezondheidenGezin-TeamWelzijn&Samen-leving;WelzijnsregioNoord-Limburg;XiosHogeschool.

Page 9: Thuiscompagnie draaiboek interactief

9

4. Thuiscompagnie resulTaTen van de samenwerking

Samen met de verschillende partners kan Thuiscompagnie heel wat resultaten voorleggen.

Indeperiode2011-2013werdmetdeLimburgseOCMW’s:

•demethodiekvanhetLCOverderontwikkeld,•decoördinatorenLCOondersteundviaintervisie,•eenelektronischregistratiesysteemLCOopgezet,•reflectiedagengeorganiseerdvoordeelnemersaanhetLCO,•beeldmateriaalronddespelregelsvooreengoedLCOontwikkeld,•hetLCOtoegankelijkgemaaktvooriedereLimburgerdieerbehoefteaanheeft.

De erkende diensten gezinszorg en aanvullende Thuiszorg en de Bind­krachttrainers hebben samen met TAO en de provincie:

•104verzorgendenopgeleidinhetversterkendenverbindendwerkenmetmenseninarmoede,

•20coachengetraindenviasupervisiebijgestaanomdezeverzorgendenintensiefteondersteunen,

•demethodiekvanhetversterkendenverbindendwerkenmetmenseninarmoedeverderverfijnd en ontwikkeld,

•74leidinggevendenlatendeelnemenaaneenbasisvormingversterkendenverbindendwerken met mensen in armoede

•deontwikkeldeervaringendeskundigheidnaafloopbinnendeorganisatiesverderverspreid.

Thuiscompagnie en Stebo vzw bracht in de projectperiode 20 klussendiensten samen in het lerend netwerk ‘klusmaat’. Dit lerend netwerk zorgt ervoor dat het uitvoeren van klussen kan aansluiten op het versterkend en verbindend hulpverleningskader van Thuiscompagnie.

De provincie wenste de aanpak van Thuiscompagnie te evalueren. Minster Lieten, bevoegd voor Innovatie, Over-heidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding en het DepartementWelzijn, Volksgezondheid en Gezin schrevendaartoe een onderzoeksopdracht uit.Van1november 2011tot en met 31 oktober 2012 nam het Kennis centrum van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (HUB-KAHO) deze opdracht op. Dit onderzoek bracht onder meer de aanpak en betekenis van Thuiscompagnie voor de gezinnen in kaart. Het onderzoek leverde heel wat illustratiemate-riaal voor dit draaiboek op. Het integrale onderzoeksrap-port kan je terugvinden op http://www.hig.be/nl/nieuws/evaluatie-van-de-aanpak-van-thuiscompagnie.

Page 10: Thuiscompagnie draaiboek interactief

10 Thuiscompagnie in een noTendop

5. Thuiscompagnie rolT verder uiT

Thuiscompagnie startte in januari 2011 en aanvankelijk liep de projectperiode tot 31 december 2013. December 2013 was echter geen eindpunt. De provincie en de verschillende partners zettenookin2014verderinopditproject.Hetisdebedoelingomdeontwikkeldemethodiekverder te implementeren in het werkveld. Het draaiboek dat nu voor je ligt, is een instrument dat daartoe kan bijdragen. Het schetst vooral de mogelijkheden om gezinnen thuis praktisch te ondersteunen bij het runnen van hun huishouden. Het spreekt voor zich dat deze ondersteuning niet los staat van andere hulpverlening. Daarom besteden we in hoofdstuk 10 aandacht aan de afstemming met de andere hulpverlening.

NietalleenhetprojectThuiscompagnie,maarookditdraaiboekisermaargekomendoorhetsamenwerken en de inspanningen van velen. Schreven en reflecteerden mee: Heidi Braekmans, Debby Brepoels, Annelies Brulmans, Silvia Creemers, Ellen Cypers, Patricia Daems, AnjaDirckx,AnneleenD’Hooge,MiejaEngelen,LieveFestraets,GeelenOdette,RitaColson,HildeGenoe,GirtjeGoossens,GuyHoeven,IngeHalinec,LieveKavs,IngeLeurs,ElsNijs,KristienNys,RenildeNulens,CecilePeters, IneSpreuwers,YolaThienpont,KatrienVandenbempt,RonnieVanhove, Greta Vanmeert, Koen Vansevenant, Agnes Verbruggen enMarijkeWinters. De bij-dragen van de geïnterviewde moeders: Lisa, Banu, Kim, Christina, Carla, Amani, Lien, Kimberly, Lelie,Femke,Jessy,Wendy;vaders:Filip,Witte,Robert,Jefenjongeren:Xena,enJoskezijninelk hoofdstuk zichtbaar in de vorm van citaten. Hun getuigenissen hielpen om vanuit hun (ver-scheiden) perspectief (kritisch) te kijken naar dit draaiboek. Deze namen zijn, omwille van hun privacy, fictief maar door henzelf gekozen.

Page 11: Thuiscompagnie draaiboek interactief

11

Thuiscompagnie wil maatschappelijk kwetsbare gezinnen daadwerkelijk ondersteunen. Hoe we dat doen is

bepaald door onze kijk op gezinnen, op hulpverlening en op de samenleving. Dit hoofdstuk geeft je een overzicht

van de kaders die aan de basis liggen van ons kijken en handelen.

2visievan

THuiscompagnie

Page 12: Thuiscompagnie draaiboek interactief

12 Visie Van Thuiscompagnie

Page 13: Thuiscompagnie draaiboek interactief

13

1. inleiding

Inhetwerkveldzijnverschillendeinitiatievendiedaadwerkelijkkansenwillenscheppenvoormaatschappelijke kwetsbare gezinnen. Ook Thuiscompagnie beoogt aan deze gezinnen met min-derjarige kinderen kansen te bieden en hun levenskwaliteit te bevorderen. Laat duidelijk zijn dat die kansen maar ten volle benut kunnen worden als over alle beleidsdomeinen heen structurele maatregelen genomen worden. Om in het ondersteuningswerk of de hulpverlening rekening te houden met die structurele dimensie, ontbreken vaak niet alleen instrumenten, modellen en theoretische inzichten, maar ook flexibele mogelijkheden en speelruimte voor de begeleiders en hulpverleners. De vaststelling dat hulpverlening nog vaak te versnipperd, te weinig praktisch en te weinig betekenisvol is voor maatschappelijk kwetsbare gezinnen, raakt zowel de gezinnen als de hulpverleners. Gezinnen en hulpverleners geraken gedemotiveerd, voelen de druk om op korte tijd grote vooruitgang te boeken en zijn des te ontgoocheld wanneer ze niet de gewenste resultaten behalen. Sommige hulpverleners geven het op en zetten zich niet langer in voor deze gezinnen waarmee ze geen resultaten kunnen boeken. Anderen blijven geloven in deze gezinnen, maar vragen zich in alle ernst af of hun inspanningen en inzet werkelijk kansen schept en of het zogenaamde kansenbeleid wel echt kansen creëert.

ViaeenprojectmatigeaanpakprobeertThuiscompagnieervoortezorgendatdebestaandehulp-verlening beter werkt voor deze gezinnen. Het inleidende eerste hoofdstuk, geeft je een overzicht van de krachtlijnen van de aanpak van Thuiscompagnie. Dit hoofdstuk geeft je informatie over de visie waarop die aanpak gestoeld is. Die visie is niet nieuw. De voorliggende verklarings- en beschrijvingsmodellen van armoede en sociale uitsluiting werden immers al meermaals door verschillende mensen beschreven. Hetzelfde geldt voor de implicaties daarvan voor de onder-steuning en de hulp die aan gezinnen geboden kan worden (cf. empowerment, versterkend en verbindend werken vanuit de Bind-Krachtvisie- en methodiek).

Netomdatonshandelengedragenwordtdoordewijzewaaropwenaararmoede, socialeuit-sluiting, gezinnen en hulpverlening kijken, is het belangrijk om die visie op scherp te stellen en de vertaalslag naar Thuiscompagnie te maken. Dat is niet alleen belangrijk voor de mensen die in en met de gezinnen aan de slag gaan (bv. de verzorgende, de coach), maar evenzeer voor al de andere betrokken hulpverleners, diensten en organisaties. Daadwerkelijk kansen geven aan maatschappelijk kwetsbare gezinnen vraagt immers een onderbouwde en breed gedragen visie.

Page 14: Thuiscompagnie draaiboek interactief

14 Visie Van Thuiscompagnie

2. armoede en sociale uiTsluiTing1

Gezinnen in situaties van maatschappelijke achterstelling lijken altijd weer te kort te schieten. Hoeveel inspanningen ze ook leveren, wat zij ook bijleren en hoe ze zich ook aanpassen, telkens weer botsen ze tegen nieuwe muren op. Deze muren schijnen hen als het ware duidelijk te willen makendathunplaatsonderaandemaatschappelijkeladderisendatditaltijdzozalblijven.Vandeze muren zijn ‘modale burgers’ en hulpverleners, zich niet altijd bewust.

De dingen die deze gezinnen wel kennen, blijven maatschappelijk ongezien en niet gewaardeerd. Hulpverlening lijkt hen soms nog afhankelijker te maken, te meer wanneer deze hulpverlening zich bevoogdend opstelt en in hun plaats beslissingen neemt. De hulpverlening concentreert zich dan op het bereiken van een doelstelling waarvan de cliënt niet snapt wat die kan bijdragen aan de oplossing van zijn problemen. Net daarom vragen ondermeer de verenigingenwaararmen het woord nemen respect en erkenning voor de beleving van armen en voor hun definitie van de situatie. Ze vragen om de krachten van armen te leren kennen en op te sporen. Alleen wanneer de kracht van armen zelf wordt gebruikt, hun capaciteit wordt gezien en gewaardeerd en zij ondersteund worden om hun eigen keuzes te maken en te realiseren, kan de vicieuze cirkel worden doorbroken.

Meer kans op huisvesting door een hoger inkomen, kansen op een hoger inkomen door aan het werk te gaan, meer kansen op werk door het volgen van een opleiding, betere schoolresultaten door zo jong mogelijk naar de kleuterklas te gaan, op tijd te komen en de juiste thuistaal te spreken … het is een frequent aangehaald adagium. De overtuiging groeit evenwel dat kansen scheppen niet genoeg is om de vicieuze cirkel te doorbreken. Zo blijft het nog altijd een ongelijke strijd. Het komt er immers niet alleen op aan kansen te krijgen en te geven, het komt er op aan zelf keuzes te kunnen maken en die keuzes te kunnen realiseren.

Sociale uitsluiting heeft vooral te maken met het niet hebben of kunnen realiseren van een aantalsocialegrondrechtenenvrijheden.VoordezeopvattingvindenweonderanderesteunbijAmartyraSen,deNobelprijswinnaareconomiein1998.Hijstelt2 dat vrijheid voor iedereen de belangrijkstewaardeis.Vrijheidishetmiddeléndoelvanontwikkeling.Iederepersoonheeftzijn eigen verantwoordelijkheid, maar de overheid moet zorgen voor een stimulerende omgeving die zowel vrijheid als verantwoordelijkheid mogelijk maken. Mensen in armoede blijven ervan verstoken om in vrijheid te leven, om te leven zoals zij verkiezen en hun welzijn te verwezen-lijken.Zijhebbengeenvatophuneigensituatie.DaarbijaansluitendbepleitVanRegenmortel(2002)3 dat personen in armoede keuzevrijheid moeten hebben én maatschappelijke waardering moeten krijgen voor die keuzes, ook als die keuzes niet stroken met de klassieke activerings-paden (bv. opleiding en tewerkstelling).

We zijn opgegroeid in een maatschappij en alles moest zus en alles moest zo en ge moest maar zwijgen. Alles ging perfect. Maar wat dat er in het huishouden gebeurde, daar wist ge niks van, want er mocht niks van buiten. En als ge dan zelf in de wereld stapt, dan loopt ge tegen een muur aan van alle jong, dat is mij toch niet gezegd geweest. En als ge dan durft raad vragen, dan is het van dat ligt aan u en dat is dit en dat is dat. Ge wordt dan, enfin soit, daar zijn we van af. (moeder Lelie)

Page 15: Thuiscompagnie draaiboek interactief

15

VanRegenmortelverwoordthetinhaarbijdragevoorhetjaarboekarmoedeensocialeuitsluitingalsvolgt(2002,p.83-84)4:

Armoede is een netwerk van sociale uitsluiting dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan. Het scheidt de armen van de algemeen aanvaarde leefpa-tronen in de samenleving. Deze kloof kan enkel overbrugd worden wanneer de samenleving een appèl doet op het psychologisch kapitaal van personen die in armoede leven en van hun omge-ving. De samenleving maakt daarbij ook de economische, sociale en culturele kapitaalvormen voor hen toegankelijk. Zo krijgt iedereen gelijke kansen op niet-kwetsende sociale en maatschap-pelijke interacties en op waardevolle bindingen met zichzelf, de anderen, de maatschappij en de toekomst.

Deze definitie geeft ruimte voor de trots en zelfwaarde van personen die in armoede leven en wijst op de structurele veranderingen die nodig zijn. Een beleid ter bestrijding van armoede moet zorgen voor de realisatie van deze psychologische en structurele randvoorwaarden opdat per-sonen die in armoede leven hun levenswandel naar eigen behoefte kunnen invullen op eigen maat.

Page 16: Thuiscompagnie draaiboek interactief

16 Visie Van Thuiscompagnie

3. oorzaken en kenmerken van armoede en sociale uiTsluiTing

Verschillendemechanismenenelementenwerkensocialeuitsluitingindehandofhoudendieinstand.WevolgenhierdeindelingvanVandenbempt(2001)5 die deze mechanismen beschrijft in termen van de zeven hoofdzonden die leiden tot sociale uitsluiting.

de wijze waarop de samenleving werkt, creëert uitsluiting

Armoede kent een structurele dimensie en een individuele dimensie. De wisselwerking tussen het individuele en het structurele niveau is een belangrijke invalshoek om sociale uitsluiting te vatten. De verklaring van armoede en sociale ongelijkheid kan immers niet uitsluitend of bij voorrang gezocht worden in attitudes of gedragspatronen van de armen zelf. Armoede is mee het gevolg van de structuur en de inrichting van de samenleving en dat op economisch vlak, op sociaal-cultureel vlak, op psychologisch vlak en op bestuurlijk-organisatorisch vlak (Lescrauwaet, 2000)6. Op de arbeidsmarkt zijn goed betaalde jobs en werkzekerheid voor hen veelal niet weggelegd. Op sociaal-cultureel vlak verhinderen financiële drempels, taal- en com-municatiebarrières de toegang tot sociaal-culturele activiteiten (bv. vrijetijdsactiviteiten). Zowel sociaal-culturele initiatieven als hulpverlenende initiatieven weten zich niet altijd (ten volle) af te stemmen op mensen in armoede. Ze erkennen bijvoorbeeld onvoldoende de psychologische dimensie van armoede (bv. schaamte en onmachtgevoelens die met armoede én hulp vragen gepaard gaan, zie ook verder). Daardoor voelt de cliënt zich onvoldoende respectvol behandeld en is effectieve hulp niet mogelijk. Op bestuurlijk-organisatorisch vlak tekent zich een uitge-sprokencomplexiteitaf.Deregelgevinglaatzichnietgemakkelijkvatten.Erzijnveelregelsenprocedures, vanuit verschillende, niet altijd goed samenwerkende instanties. Ook de organisatie en onduidelijkheden over de rol en de positie van de ondersteuning en hulpverlening (bv. onder-steunend, controlerend of beiden?) werkt uitsluiting in de hand. Bovendien kunnen maatschap-pelijk kwetsbare gezinnen doorgaans minder genieten van een positief aanbod. Ze worden veel meer geconfronteerd met de controlerende en sanctionerende werking van maatschappelijke voorzieningen (zieo.a.Vettenburg,1989,p.4)7. Door deze negatieve ervaringen staan ze wan-trouwig tegenover de samenleving en verliezen ze ook vertrouwen in de hulpverlening.

armoede gaat niet alleen over een tekort aan materiële dingen

Het voorgaande punt wees op verschillende structurele elementen die de maatschappelijke en individuele ontplooiing van armen kunnen belemmeren. Armen worden niet alleen gecon-fronteerd met een gering of onzeker inkomen, een lage scholing, een zwakke positie op de arbeidsmarkt, een slechte huisvesting, maar dikwijls ook met lichamelijke of psychosomatische klachten, conflictueuze sociale relaties, maatschappelijk isolement en ondergebruik van rechten of diensten. Ze hebben weinig sociaal, financieel, cultureel en symbolisch kapitaal (Bourdieu, 1989)8. Het gaat over (dreiging van) langdurige achterstelling en verschillende breuklijnen tussen (kans)armen en de rest van de samenleving.

Page 17: Thuiscompagnie draaiboek interactief

17

Naastobjectievekenmerken(zoalsinkomens-enarbeidssituatie),vragenookmeersubjectieveen culturele kenmerken van armoede (o.a. levensgeschiedenissen, psychologische beleving van sociale uitsluiting, opvoedingsattitudes, communicatiestijlen en stresshantering) aandacht. De Cirkel(1996,p.83)9 spreekt in die context over de binnenkant van de armoede, de interne wor-tels of ‘roots’.

uitsluiting als domino-effect

Armoede heeft een multicomplex karakter. Het is een netwerk van achterstellingen op verschil-lende domeinen. Soms spreekt men over een ‘armoedekluwen’. De moeilijkheden situeren zich niet alleen op verschillende levensdomeinen. Ze zijn met elkaar verweven, ze beïnvloeden en versterken elkaar continu (Driessens&VanRegenmortel, 2006)10. De situatie is meestal chao-tisch, niet alleen voor de hulpvrager, maar ook voor de hulpverlener. De complexiteit van kans-armoede en de structurele dimensie, wijzen op de nood aan een integrale en inclusieve aanpak.

niet iedereen over dezelfde kam scheren: elk leven is anders

De erkenning van een grote heterogeniteit onder armen is belangrijk. Hoewel personen die in armoede leven, gelijkaardige levensomstandigheden kennen, hebben ze elk ook een uniek en uiteenlopend levensverhaal. Waar bijvoorbeeld in het ene gezin de partnerrelatie of het sociale netwerk (nog) steun of bescherming biedt, geldt dat voor een andere gezin veel minder of niet. Geen enkel gezin is met andere woorden hetzelfde. Deze diversiteit dwingt de hulpverlening tot een aanpak op maat.

veel te weinig maatschappelijke waardering

De positieve krachten, de inzet en de dynamiek van kwetsbare mensen belichten is cruciaal. Dit is een aspect dat door alle verenigingen waar armen het woord nemen sterk benadrukt wordt. Armen zijn nog te vaak ‘gekend’ door wat ze niet zijn, niet doen, niet weten of niet kunnen (bv. een moeder die haar kinderen niet kan opvoeden, een ongeschoolde, een onbemiddelbare enz.). Het zijn gezinnen die niet altijd even geliefd zijn en vaak als ongemotiveerd worden bekeken. De buitenwereld ziet hun eigen inspanningen om te overleven of om hun gezin bij elkaar te houden vaakniet.Nochtansbiedthetbelichtenvanhunmogelijkheden,inzetencreativiteitheelwatmogelijkheden om uit de negatieve armoedespiraal te geraken.

er wordt te weinig geluisterd naar de armen

De stem van de arme is onmisbaar in het armoededebat. Meer en meer wordt gewezen op het ont-brekend perspectief van de doelgroep in de hulp- en dienstverlening, in het beleid enz. Het gaat om gezinnen waarover men vaak praat maar waarmee weinig wordt gepraat. Het is niet verant-woord dat armoede gemeten, gedefinieerd, behandeld en geëvalueerd wordt zonder inspraak van de armen zelf. Bovendien groeit de overtuiging dat de inspanningen ter bestrijding van armoede hun doel missen wanneer de participatie van de betrokkenen zelf niet wordt gewaarborgd.

Page 18: Thuiscompagnie draaiboek interactief

18 Visie Van Thuiscompagnie

een ongelijke machtsverdeling

Ondanks veel goede wil en inzet, ervaren hulpverleners en beleidsmakers toch nog heel wat onmachtomarmendaadwerkelijktehelpen.Vanuiteenoutsidersperspectiefbekeken,isdever-leiding groot om armen te typeren als moeilijk of lastig. Het zijn cliënten die men liever niet ziet komen of waarvoor men hopeloos gaat rondhollen (zonder indrukwekkende resultaten), met risico van burn-out op langere termijn.

Jaren van armoedebestrijding maken duidelijk dat er een diepe kloof, een missing link, is tussen de overheid, de publieke opinie, de medewerkers van (welzijns)voorzieningen waarmee armen geconfronteerdwordenendearmenzelf.Eriseenfundamenteelverschilinpositietussendearme, die in armoede leeft en de organisaties en beleidsactoren die deze realiteit niet ervaren. Beleidsmakers en -uitvoerders behoren dikwijls tot de middenklasse, onbekend met de harde realiteit van het leven in armoede in al zijn facetten. Armen kampen bijvoorbeeld met een gevoel van schaamte en vernedering omdat ze constant hulp moeten vragen. Het ontbreekt hen aan de nodige middelen om de greep over hun eigen leven te behouden of te verwerven.

Page 19: Thuiscompagnie draaiboek interactief

19

4. sociale uiTsluiTing in de belevingswereld van gezinnen

Sociale uitsluiting laat zich op veel verschillende domeinen voelen, niet in het minst in de bele-vingswereld van deze gezinnen. Ook hier moeten we oog hebben voor de verscheidenheid die zich bij de gezinnen kan voordoen. Desalniettemin zijn er een aantal situaties en gevoelens die vele mensen in achterstellingsituaties zullen herkennen. Het zijn ‘kenmerken’ die een hulpver-lener moet kunnen situeren om een echte hulpverleningsrelatie te kunnen aangaan. We baseren onshierophetwerkvanDriessensenVanRegenmortel(2006,p.107-109)11.

gevoelens van machteloosheid

Maatschappelijk kwetsbare gezinnen hebben het gevoel zelf weinig aan hun situatie te kunnen veranderen. Ze geloven dat wat gebeurt weinig of niets met het eigen handelen te maken heeft en schrijven de oorzaken van hun probleemsituatie eerder toe aan omstandigheden. Ze hebben het gevoel dat hun lot in de handen van anderen ligt.

gevoelens van wantrouwen

Bij armoedesituaties wordt opgemerkt dat er in de kindertijd, ten gevolge van bijvoorbeeld een plaatsing in een instelling of wisselende partners, dikwijls warme en hechte vertrouwensfiguren ontbreken(zieookVanhee,2007)12. Daardoor kan er geen gevoel van basisveiligheid of basisver-trouwen ontstaan. Dat maakt het moeilijk om op latere leeftijd hechte vertrouwensrelaties aan te knopen en kan resulteren in ambivalente gevoelens van aantrekken en afstoten en in sterke affectieve stemmingswisselingen.

We zien dat bijvoorbeeld tot uiting komen in de sterke, maar tegelijk ook negatieve verbonden-heid tussen de familieleden. Of in vriendschappen die vaak heel hevig zijn, maar dikwijls kortstondig.Deze ambivalente gevoelens spelen ook in de hulpverleningsrelatie. Enerzijds iser een sterk appèl op de hulpverlener, een vraag om geholpen te worden en problemen op te lossen. Anderzijds stuit men op signalen dat de hulpverlener dient weg te blijven en het gezin zijn problemen zelf zal oplossen. Deze angst en vermijding worden veelal onterecht geduid als een gebrek aan motivatie om te veranderen.

gestoorde communicatie

Door een andere taal en ander gedrag komen deze gezinnen voortdurend in botsing met de maat-schappij.Eriseengestoordecommunicatiewaardoordegevoelensvanmachteloosheidenwan-trouwen nog toenemen. Achter veel lawaai en stoere taal schuilt dikwijls een grote hulpeloos-heid om met de buitenwereld om te gaan. Deze ‘stoere’ of ‘agressieve’ taal overschaduwt ook de taal van bezorgdheid en de enorme inzet voor het eigen gezin. Bovendien is er vaak een grote angst aanwezig om steeds opnieuw te falen.Verschillende reacties zijn danmogelijk: verzet,

Page 20: Thuiscompagnie draaiboek interactief

20 Visie Van Thuiscompagnie

berusting, apathie of vluchtgedrag in bijvoorbeeld verslaving, isolement. Het negatieve etiket wordt hierdoor enkel bevestigd en versterkt.

verbintenisproblematiek als centrale kenmerk

Het centrale kenmerk van mensen in achterstellingsituaties is de verbintenisproblematiek. Deze problematiek situeert zich op diverse vlakken: met zichzelf, met de anderen, met de maatschappij en met de toekomst. Het is enerzijds een reactie op hun levensomstandigheden en anderzijds verantwoordelijk voor het voortbestaan ervan. Het ontbreken van (positieve) verbintenissen kan een bevrijdend psychologisch effect hebben. Door bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid voor je leven buiten jezelf te leggen, gaat er daarvan ook ‘geen druk vanuit jezelf’ uit. Maar tegelijkertijd staathetveranderingindeweg.Netdaaromishetnoodzakelijkdathulpverlenersopdeverbin-tenisproblematiek ingaan.

verbintenis met zichzelfKansarmen hebben het gevoel geen greep te hebben op de eigen levensloop. Er is geen bandmeer met het eigen handelen: ‘wat ik ook doe, het doet er niet toe’. Dit kan gepaard gaan met machteloosheid, apathie, zelfs depressie en fatalisme. Men kan spreken van een ‘verdoving’ van gevoelens, gevoelens van onbe-duidendheid, weinig zelfver-trouwen en passiviteit.

verbintenis met de anderenDe reeds beschreven ambivalente gevoelens van aantrekken en afstoten kunnen wijzen op een angst om zich te verliezen in eenzaamheid enerzijds en een angst om zich te verliezen in afhan-kelijkheid anderzijds.

De verbintenisproblematiek met anderen kan zich op verschillende manieren tonen:

• eengebrekaanverbintenis:bijvoorbeeldgroteeenzaamheidenhetsterkprivékaraktervanarmoede,

• eenovermatigeverbintenis:eenhechtsociaalnetwerkbetekenteenbeveiligingbijcrisis-situaties en kan een overlevingsstrategie zijn,

• eenpathologischeverbintenis:individuatieenverbondenheidgerakennooitinevenwicht.

verbintenis met de maatschappijDe dagelijkse confrontatie met o.a. werkloosheid en woonproblemen is vernederend en onrecht-vaardig. De maatschappij levert weinig positiefs op voor mensen in achterstandsituaties waar-

Ik heb nu meer zin om wat meer dingen te presteren. Dingen waar dat ik vroeger eigenlijk geen goesting meer in had. Mijn zelfbeeld gaat nu terug omhoog. Door de positieve kritiek (lacht). Ze [verzorgende en coach van Thuiscompagnie] hebben eigenlijk niet veel gedaan. Ze hebben mij aangewakkerd en dat is vanzelf gegaan. Dus het is die duw in de rug eigenlijk. Ik moet het toch alleen doen op het laatste moment. Maar zij hebben juist mij die duw gegeven. Daar eigenlijk waar dat ik het nodig had. Ja zij hebben de bomen uit het bos gekapt zodat ik de bomen weer kon zien, dat is het. (moeder Kimberly)

Op sociaal vlak vind ik dat goed [de ondersteuning door verzorgende van Thuiscompagnie]. Meestal krijgt ge mij moeilijk buiten. Zelfs om boodschappen te doen, daar heb ik een hekel aan. Ik ga niet graag buiten, ik wil met geen andere mensen meer te maken hebben, niks. En dat is dan iemand die zegt, ‘kom we gaan boodschappen doen’, zonder continu kritiek op mij te geven, ja … Via de verzorgende hebben we de voedselpakketten leren kennen, en ook de vereniging waar armen het woord nemen. In het begin ging ze daar ook mee naartoe.’ (moeder Kimberly).

Page 21: Thuiscompagnie draaiboek interactief

21

door zij er dikwijls ook ‘gerech-tigd’ wantrouwig, asociaal en negatieftegenoverstaan.Vooralin de contacten met de hulp- en dienstverlening wordt onmacht ervaren. Het verwondert dan ook niet zij een dichotoom wereldbeeld ontwikkelen: een ‘wij-zij’-perspectief waarbij de anderen groot en machtig zijn en het voor het zeggen hebben, terwijl ze zelf niks hebben in te brengen. De verbintenis met de maatschappij wordt gekenmerkt

door gedwongen afhankelijkheid, negatief stigma en veel controle en inmenging in de privacy.

verbintenis met de toekomstDe directe leefomstandigheden eisen vaak alle aandacht op van maatschappelijk kwetsbare gezinnen. Bovendien hebben ze het gevoel de toekomst slechts in zeer beperkte mate te (kunnen) beheersen. Dit kan leiden tot een afwachtende, passieve houding die ook in de hulpverlening tot uiting komt. Deze houding maakt bijvoorbeeld het motiveren tot verandering erg moeilijk en kan tot ergernis leiden. Het bijhorende hier-en-nu perspectief staat lijnrecht tegenover de verwach-tingen van de samenleving en de verwachtingen van de hulpverlening dat men moet leren uit zijn fouten, vooruit moet kijken en de toekomst moet plannen.

We hadden maar 10 euro per maand over voor eten en drinken. Dat ging niet meer. We woonden in een groot huis, heel alleen. Ons huis was helemaal verwaarloosd. We waren slecht behuisd, ook nog schimmel op de muren. Dat was de huisbaas zijn fout, niet door ons. Maar we konden het ook allemaal niet klaar krijgen. We kregen een brief van de huisbaas, we moesten uit dat huis. Dat werd verhuurd aan zijn familie. Dan moesten we er uit. We hebben daar 2 jaar gewoond en ja, alles van die twee jaar dat kwam daar dan op een hoop. … De verzorgende heeft ons geholpen om orde op zaken te stellen. Ze regelde de afspraken, administratief hielp ze, ze hielp ook mee met de verhuis.’ (familie Berten).

Page 22: Thuiscompagnie draaiboek interactief

22 Visie Van Thuiscompagnie

5. sociaal neTwerk en sociaal kapiTaal

Het sociaal netwerk van een gezin bestaat uit alle mensen waarmee zij een min of meer duur-zame relatie onderhouden. Het netwerk rond maatschappelijk kwetsbare mensen is vaak beperkt in omvang en weinig divers naar samenstelling. Het zijn zelden netwerken die een brug leggen naar de bredere samenleving. Homogene netwerken van mensen onderaan de maatschappelijke ladder geven immers geen duwtje in de rug waardoor men op die ladder kan stijgen. Het ‘sociaal kapitaal’13 dat deze homogene netwerken opleveren, is niet zo groot.

Sociaal kapitaal is een algemene term voor de hulpbronnen die mensen kunnen halen uit de sociale netwerken waar ze deel van uitmaken. Sociaal kapitaal wordt m.a.w. gevormd door de bronnen en connecties waarover iemand beschikt. De term ‘hulpbronnen’ moet breed opgevat worden. Het gaat niet alleen over materiële en praktische hulp, maar ook over allerlei weetjes, toegang tot informatie, de nodige contacten om een baan of een huis te vinden, geld om een eigen zaak te starten, emotionele steun, enz.

DeFransesocioloogBourdieu14 toont in zijn studies aan dat dominante groepen in de samen-leving hun cultureel kapitaal, levensstijl en smaak aanwenden als argumenten om specifieke voorrechten op te eisen en te verdedigen. Hij vat die mechanismen samen met de term ‘symbo-lisch geweld’. Symbolisch geweld vormt een surplus op sociaal kapitaal. Symbolisch geweld is de macht die een dominante groep heeft om haar perspectief (= haar definitie van de situatie) aan anderen op te dringen als ‘de waarheid’, ook al is dat perspectief even subjectief als het perspectief van iemand anders. Structurele verschillen tussen sociaal-economische groepen op vlak van gezondheid, levensduur, het al dan niet vinden van werk, het al dan niet behalen van een diploma enz. worden op die manier uitgelegd en gerechtvaardigd als het gevolg van levens-stijlensmaakverschillen.Die‘waarheid’wordtookviademediaverspreid.Veelmensen,ookdiegenen die slachtoffer zijn van maatschappelijke achterstelling, zien niet meer dat die ach-terstelling structurele oorzaken heeft, maar geloven dat die achterstand te herleiden is tot indi-viduele keuzes. Alsof iedereen, ongeacht in welke laag van de samenleving hij geboren wordt, dezelfdestartkansenkrijgt.Verschilleninlevensstijlwordenaangegrepenomongelijketoegangtot maatschappelijke voorzieningen goed te praten. Zo horen we vandaag beweren dat jongeren het niet goed doen op de arbeidsmarkt omdat ze de verkeerde studierichting hebben ‘gekozen’ of datmigrantenkinderenhetnietgoeddoenopschoolomdatzethuisgeenNederlandspraten.Datis op zijn minst een vereenvoudiging van de werkelijke processen die zich in de samenleving afspelen.

Het is duidelijk dat mensen met veel sociaal kapitaal het gemakkelijker zullen hebben in onze samenleving dan mensen met weinig sociaal kapitaal. Sociaal kapitaal vergroot de draagkracht van een gezin en vermindert de draaglast. Specifiek voor maatschappelijk kwetsbare gezinnen maakt onderzoek duidelijk dat hun sociaal kapitaal vooral fungeert als ‘overlevingskapitaal’ om rond te kunnen komen. Het helpt hen veelal niet om in de samenleving vooruit te kunnen. Belangrijkste oorzaak is dat hun sociaal netwerk bijna uitsluitend uit maatschappelijk kwets-bare mensen bestaat. Wederzijdse hulp en steun speelt zich vaak af tussen ‘ons soort’ mensen. Wil sociaal kapitaal kwetsbare mensen vooruit helpen, dan dienen bruggen geslagen te worden naarmensenbuitendeeigensocialegroep.VanuitThuiscompagnietrachtenwenetwerkenrondmensen te herstellen als die gebroken zijn en mensen toe te leiden tot netwerken die mogelijk-heid tot groei bieden.

Page 23: Thuiscompagnie draaiboek interactief

23

6. een andere hulpverlening voor maaTschappelijk kweTsbare gezinnen

Hulp moet aansluiten bij het leven van maatschappelijk kwetsbare gezinnen. Dat leven is vaak onvoorspelbaar en chaotisch, maar tegelijkertijd zitten er ook krachten in verscholen. De hulp-verlening moet die krachten in het vizier krijgen en daarbij aansluiten. Ze moet samen met de gezinnen mogelijkheden zoeken om de krachten die in én rond het gezin aanwezig zijn (verder) intezettenenteontplooien(Vanhee,200715;VanRegenmortel,200816).

Door aan te sluiten bij die krachten, kan het gezin ook terug greep krijgen op het eigen leven. Het bevordert de zelfregulatie en het herstel van het gewone leven(Schamhart&Colijn,2012)17. Terug invloed kunnen uitoefenen op de eigen situatie komt daarenboven de levenskwaliteit ten goede(VanLoone.a.,2008)18. Het verhogen van de levenskwaliteit was van bij de start het doel van Thuiscompagnie (zie hoofdstuk 1). Daarom leggen we in dit project de nadruk op autonomie. Gezinnen mogen eigen keuzes maken: Waaraan willen ze werken? Wat is voor hen prioritair? Hoe willen en kunnen ze dat aanpakken? Wie kan hen daarbij helpen? Hulpverleners nemen daarbij een ondersteunende positie in.

De hulp en de samenleving moet echter niet alleen een appel doen op de krachten of het psy-chologisch kapitaal van gezinnen en hun omgeving. Ook het economisch, sociaal en cultureel kapitaalmoetvoorhentoegankelijkgemaaktworden(VanRegenmortel,2002)19. Hulpverleners, de diensten en voorzieningen, maar ook het beleid moeten daarvoor inspanningen leveren. Het is ook daarom dat Thuiscompagnie streeft naar een hulpverleningsnetwerk dat maatschappelijk kwetsbare gezinnen effectief ondersteunt en een blauwdruk wil zijn voor een versterkend en ver-bindendarmoede-enwelzijnsbeleid(Engelen,2011)20. Hulp wordt als effectief ervaren en komt de levenskwaliteit ten goede indien:

• erafstemmingistussendehulpverleners(gecoördineerdehulpverlening),• erintegralehulpverleningis(vanuiteenbredebril),• systematischehulpwordtgeboden(gestructureerdehulpverlening),• dedoelstellingvandehulpverleningbetekenisheeftvoorhetgezin(cf.participatie),• deaanpakaansluitbijdeleefwereldvanhetgezinenbijzondereaandachtheeftvoorde

krachten in het gezin (versterkende en verbindende hulpverlening),• hetprincipevanpositievehulpverleningwordttoegepast(relationelegelijkwaardigheid),• …

Deze voorwaarden staan niet los van elkaar. Zo impliceert een versterkende en verbindende hulpverlening dat het gezin ook betrokken wordt bij het vastleggen van de doelstellingen (cf. participatie) en dat de hulpverleningsrelatie gekenmerkt wordt door relationele gelijkwaardig-heid. De concrete vertaalslag van deze voorwaarden in de aanpak van Thuiscompagnie is in verschillende hoofdstukken van dit draaiboek terug te vinden. Zo is hoofdstuk 10 bijvoorbeeld volledig gewijd aan samenwerken met andere hulpverleners. Hoofdstuk 6 toont hoe je doorheen de verschillende fases van het ondersteuningsproces met respect voor de eigenheid en de auto-nomie van het gezin (cf. participatie, gelijkwaardigheid) met het gezin aan de slag kan gaan. reikt je een instrument aan - de empowermentbloem - om bijvoorbeeld met de verzorgende af te toetsenofonshandelenpositief,participatief, inclusief, integraal,gestructureerdengecoördi-neerd verloopt.

Page 24: Thuiscompagnie draaiboek interactief

24 Visie Van Thuiscompagnie

Indevolgendepuntentekenenwedekrijtlijnenuitvaneenversterkendeenverbindendehulp-verlening. Dit versterkend en verbindend werken vindt haar oorsprong in de Bind-Krachtme-thodiekzoalsdiewerduitgetekenddoorDriessens,VanRegenmortel enVansevenant21. Deze methodiek is op haar beurt geïnspireerd op het empowermentgedachtengoed.

empowerment op drie niveaus

Als je empowerend werkt, dan ga je er van uit dat individuen, groepen en gemeenschappen over krachten, bekwaamheden en groeimogelijkheden beschikken. Je gaat op zoek naar krachten en steunbronnen op die verschillende niveaus en verbindt die met elkaar. Op die manier beoog je individuen, groepen en de samenleving (terug) greep te geven op hun situatie en omgeving. De drie sleutelbegrippen om dat te realiseren zijn ( www.bindkracht.be ): het aanscherpen van het kritisch bewustzijn, controleverwerving en participatie.

Door met verzorgenden in gezinnen aan de slag te gaan op een versterkende en verbindende wijze, maken we de hulpverlening meer tastbaar en betekenisvol. De verzorgende komt in het gezinalseenvertegenwoordigervandesamenleving;eensamenlevingdienietafwijstmaarindialooggaat.Eensamenlevingdienietveroordeeltenonmogelijkedingenvraagt,maarsamenop weg gaat met het gezin rond thema’s die voor het gezin betekenis hebben. Wat ze doet is concreet en positief. De verzorgende brengt rust en stabiliteit. Ze geeft mensen terug het gevoel dat ze invloed kunnen uitoefenen op hun eigen situatie. Om dat resultaat te kunnen bereiken is het noodzakelijk vanaf dag één het roer in de handen van de gezinnen zelf te laten en daar te beginnen waar ondersteuning wordt bij gevraagd.

thuiscompagnie versterkt maatschappelijk kwetsbare gezinnen en de ontwikkelingskansen van kinderen die daar opgroeienThuiscompagnie wil de levenskwaliteit in gezinnen te verhogen. We doen dat door gezinnen meer middelen en mogelijkheden te geven om weer greep te krijgen op hun eigen leven. Zo kunnen ze ook op termijn meer voordeel halen uit de bestaande maatschappelijke voorzieningen dan veelal het geval is.

De extreme druk die samenhangt met armoede, uitsluiting en een leven in moeilijke materiële omstandigheden (= risicofactoren) werkt negatief in op de mogelijkheden van mensen om het geheel van taken die de samenleving van hen verwacht (=draaglast), goed op te nemen. Als we de draagkracht van gezinnen kunnen verhogen (= investeren in beschermende factoren), ver-minderenwedenegatieve invloedvande risicofactorendiearmoedemetzichmeebrengt. Ingezinnen met kinderen betekent dit dat we meteen ook de kansen van de kinderen verhogen. Ouders zullen er dan immers beter in slagen hun opvoedingstaak op te nemen. We investeren m.a.w. in de toekomst van deze gezinnen en hun kinderen (zie ook verder in dit hoofdstuk).

thuiscompagnie versterkt hulpverleners, hun organisaties en de sociale omgevingThuiscompagnie zal de maatschappelijke oorzaken van armoede niet wegnemen. Maar Thuis-compagnie stimuleert wel een evolutie naar een meer dialooggestuurde hulpverlening. De bestaande hulpverlening wordt daardoor toegankelijker en effectiever voor maatschappelijk kwetsbare gezinnen. De inzet van verzorgenden schept meer mogelijkheden inzake intensiteit, duur en aard van de geboden hulp. Zo is de ondersteuning niet gebonden aan organisatie-eigen-bepalingen (= aanbod gestuurd). Ze volgt daarentegen naar invulling, naar intensiteit en naar looptijd de ondersteuningsbehoefte van het gezin. Overheidsmiddelen die in het kader van hulpverlening regulier besteed worden, renderen ook meer. Het project doet de social return on investmentstijgen.Verzorgendenfungerenimmersalsvertegenwoordigervandesamenleving.Als er verbinding komt met de verzorgenden, dan gaan mensen zich minder afgewezen voelen door de samenleving, waardoor ze weer wat hoop krijgen en daardoor ook (terug) meer open staan voor hulpverlening.

Page 25: Thuiscompagnie draaiboek interactief

25

Dialooggestuurde hulpverlening draagt bij tot afstemming. Thuiscompagnie beoogt niet alleen de hulpverlening af te stemmen op de gezinnen, maar beoogt evenzeer om afstemming tussen dehulpverleners tebereiken. Indepraktijk zienwe immersvaakdat inkwetsbaregezinnenverschillende hulpverleners op verschillende domeinen actief zijn (bv. budgettering, opvoeding, gezondheid). Soms blijft er een gemis aan daadkracht. Soms vormt de inzet van die verschil-lende hulp, een grotere belasting dan dat het als ondersteunend en versterkend ervaren wordt enwerkt.Verschillende,aldanniettehooggegrepen,verwachtingenendoelstellingenkunnenelkaar doorkruisen, het groot aantal afspraken met de verschillende diensten kan de dagelijkse zorgvoorhetgezinbemoeilijkenenz.Bovendienwetenwedatgezinnenmetproblemenop4ofmeer levensgebieden een groter risico hebben om de regie over het leven kwijt te geraken (zie HermannsinSchamhart&Colijn,2012)22.Nethetverliesvandezezelfregulatiewerktnegatiefin op de levenskwaliteit.

Daarom is het belangrijk dat hulpverleners uit verschillende sectoren en organisaties beter samenwerken en hun krachten bundelen in functie van de noden van de gezinnen. Deze afstem-ming is maar mogelijk als hulpverleners ook met een brede, versterkende en verbindende bril naar gezinnen kijken en hun handelen daar op afstemmen. Hoe hulpverleners en organisaties dat concreet kunnen doen, kan je onder meer terugvinden in hoofdstuk 11. Deze aanpak moet er toe leiden dat:

• hulpverlenerszichbeterinstaatvoelenomeffectieveromtegaanmetmaatschappelijkkwetsbare gezinnen,

• hulpverlenersuitsluitingmechanismenlerenherkenneneninbeleidstermenkunnenvertalen.

Thuiscompagnie versterkt gezinnen, hulpverleners en hun organisaties én de gemeenschap. Juist daarin ligt het hefboomeffect, zo blijkt ook uit de getuigenis van één van de betrokken hulpverleners.

thuiscompagnie versterkt de gemeenschapThuiscompagnie verandert de wereld niet, maar werkt remediërend ten aanzien van sociale uitsluiting. Thuiscompagnie werkt in op de samenlevingsstructuur, die mede door een tekort aan beschermende structuren, (generatie)armoede verder bestendigt. Gebrek aan steun (en de gevolgen daarvan) bij gezinnen in armoede is een signaal dat de gemeenschap zijn bescher-mende rol voor arme gezinnen onvoldoende vervult.

Thuiscompagnie investeert in beschermende factoren. De inzet van verzorgenden zorgt ervoor dat gezinnen in armoede de toewijding van de gemeenschap aan den lijve ondervinden. Concrete ondersteuning bij praktische problemen en het beschikbaar maken van informele steunende relaties maken die solidariteit zichtbaar. Gewone burgers worden aangesproken om sociale net-werken rond gezinnen te spinnen (cf. civil society). Thuiscompagnie doet daarvoor onder meer een beroep op de vrijwilligers van DOMO vzw.

Het zorgen voor toegankelijke lokale diensten en een hulpverlening die echt helpt en niet alleen zegt wat zou moeten, kan de contextuele stress in arme gezinnen aanzienlijk verminderen. De lokale gemeenschap die dit realiseert kan dan worden ervaren als een solidaire en toegewijde gemeenschap waarin deze gezinnen ook terug een plek voor zichzelf kunnen zien (zie verder in dithoofdstuk,VanderPas,2003inVanhee,2007)23.

De maatschappelijk werkers van onze sociale dienst zijn gegrepen door de werking van Thuiscompagnie en de realisaties van de verzorgenden. Ze vinden dat hun werk gemakkelijker gaat door het feit dat er een verzorgende in het gezin is. (medewerkster van een ocmw)

Page 26: Thuiscompagnie draaiboek interactief

26 Visie Van Thuiscompagnie

versterkend en verbindend werken: de krachtlijnen van bind-kracht

De moeder in deze getuigenis verwijst spontaan naar verschillende elementen of krachtlijnen van het versterkend en verbindend werken binnen de Bind-Krachtmethodiek24. Moeder spreekt over de ondersteunende aanpak die aansluit bij haar belevingswereld (cf. verbondenheid, leef-wereldperspectief) en die haar toelaat en aanmoedigt (cf. relationele gelijkwaardigheid, posi-tieve basishouding) om zelf keuzes te maken (cf. autonomie, empowerment).

Een eerste krachtlijn vanBind-Kracht verwijst naardecentrale rol van empowerment in de strijd tegen armoede en sociale ongelijkheid.EerderindithoofdstukkonjeallezenhoeThuis-compagnie inzet om krachten en steunbronnen bij de gezinsleden en hun leefomgeving op het spoor te komen en die met hulpbronnen in de bredere sociale en politieke omgeving te verbinden.

Verzorgenden moeten zich kunnen verbinden met de leefwereld van het gezin en ruimte scheppen voor de kracht van het verschil. Ze moeten open staan voor het ‘anders-zijn’ en over de eigen waarden en normen heen durven en kunnen kijken en bereid zijn om van de gezinnen te leren (bv. hun ingesteldheid, hun creatieve oplossingen, hun aanpak van moeilijkheden). Het spreekt voor zich dat hetzelfde geldt voor de persoon die de ondersteuning van de verzorgende en het gezin voor zijn rekening neemt (de coach). Beiden moeten oog hebben voor de invloed van psychologische processen, van de context en van ervaringen op de wijze waarop ‘hun’ gezinnen in het leven staan, op hun functioneren. Daarbij aansluitend moeten ze appel doen op de veer-kracht die bij de gezinsleden aanwezig is en moeten ze kansen creëren om hen te ‘laten geven’ (bv. steun die zij aan anderen kunnen bieden, positieve betekenis die zij voor de verzorgende en voor mensen uit hun nabije omgeving kunnen hebben).

De kracht van het ondersteuningstraject is gelegen in de relationele gelijkwaardigheid tussen het gezin en de verzorgende, tussen het gezin en de coach. Ze werken aan een warme, geper-sonaliseerde relatie, waarin de gezinsleden zichzelf mogen zijn en waarbij nabijheid en ‘pre-sent zijn’ (eerlijk, opmerkzaam, geduldig en vrije aandacht voor de gezinsleden)25 hand in hand gaan met ‘samen doen’ (inter-ventie). Een positieve en parti­cipatieve basishouding is cru-ciaal. Concreet betekent dit dat de verzorgende, op het tempo van het gezin, met het gezin aan de slag gaat voor die zaken die de gezinsleden belangrijk vinden en die hun zelfbeeld

Ze [de verzorgende] komt mij eigenlijk aanleren en ondersteunen. Zowel emotioneel als ja, het doen zelf. Emotioneel bedoel ik dan, als ge een minder goede dag hebt van kijk dat is niet goed gegaan en dat is niet gegaan en ik kan dat niet. Ja dat ze zegt ‘Ja maar Lelie, denkt ge dat dat bij een ander allemaal op één twee drie gaat of wat? Dat is overal. Ge moogt zo een keer een dag hebben, maar kom, nu gaan we dat terug aanpakken. Waar gaan we aan beginnen? Waar wilt ge dat we aan beginnen.’ Dat wordt ook gevraagd ‘Wat wilt ge en wat wilt ge dat er gedaan wordt?’En als ge bijvoorbeeld zegt ‘Dat is te veel om aan te beginnen, vindt ge niet dat we eerst dat of dat?’. Dan vraagt ze ‘Wat vindt ge daar zelf van?’. Dus die laat u zelf ook nadenken over die dingen. Wat doet ze nog (stilte). Vooral niet moeien. (moeder Lelie)

Page 27: Thuiscompagnie draaiboek interactief

27

versterken. Ze heeft oog voor de krachten van het gezin (cf. krachtenperspectief) en weet die te versterken. Kortom, ze werkt aan autonomie in verbondenheid. Dat is maar mogelijk binnen een empowerende organisatiecontext en wanneer ook andere betrokken hulpverleners vraag-gestuurd werken (zie verder) en de spanningsvelden en machtsrelaties in de hulpverlening bespreekbaar en hanteerbaar maken.Voorbeeldenvandiespanningsveldenzijn:vertrouwenen controle, afstand en nabijheid, verafhankelijking en autonomieverhogend, organisatie- en cli-entbelangen. Daarbij aansluitend moeten de verzorgende en de coach, wederom afgestemd op het tempo en de noden van het gezin, een gepaste rol opnemen. Moeten ze het gezin terug op de sporenhelpenzetten?Kunnenzeeennieuwwerkpuntintroduceren?Isrustenstabiliteitaandeorde?

Al deze krachtlijnen leren ons dat versterkend en verbindend werken, een bijzondere, voor som-migen misschien wat ongewone of gedurfde, blik vraagt. Het legt andere grenzen en stelt andere vragen. Het vraagt zowel van de verzorgende en de coach als van al de andere betrokkenen een bijzondere inzet. Deze visie en aanpak moet ook door de verantwoordelijken, de diensten en het ruimer hulpverlenersnetwerk mee (uit)gedragen worden.

De verzorgende en de coach moeten kunnen terugvallen op een stimulerende omgeving en een empowerende organisatie. De organisatie of dienst moet positief staan tegenover de aanpak van Thuiscompagnie, ze moet vertrouwen hebben in de ‘werkzaamheid’ van deze aanpak en gemoti-veerd zijn om de implementatie van deze aanpak mee te ondersteunen. Op dienstniveau verdient zowel praktisch-organisatorische ondersteuning als inhoudelijke ondersteuning daarin haar plaats.Voorbeeldenzijn:dedienstregeling (werktijden)vandeverzorgendeafstemmenopdemogelijkheden van het gezin en van de verzorgende, de verzorgende inhoudelijk ondersteunen (coachen) bij het uitvoeren van haar opdracht, in de dienst of organisatie de visie (cf. versterkend en verbindend werken) en de aanpak van Thuiscompagnie (verder) uitdragen, bereid zijn tot samenwerking en afstemming met andere diensten en hun hulpverleners enz. Dit alles vraagt een engagement van de diensten en organisaties. Wat dit engagement voor een organisatie pre-cies kan inhouden en hoe ze dat engagement kunnen waarmaken, kan je lezen in hoofdstuk 11.

Inzoomend op de inhoudelijke ondersteuning van de verzorgende, voorziet Thuiscompagnieintervisie (uitwisseling tussen de verzorgenden en terugkoppeling door een Bind-Krachttrainer en opgeleide ervaringsdeskundige in de armoede) en individuele ondersteuning of coaching (zie ).Onderzoekbevestigthetbelangendeeffectiviteitvancoaching(ziebv.VanRooijen-Mutsaers,Ince,&Rietveld,2013)26. Coaching resulteert in een grotere werktevredenheid, minder stress en burn-out bij de gecoachte. Het draagt bij tot de verbetering van de vaardigheden en tot het maken van weloverwogen beslissingen. De mate waarin de gecoachte zijn relatie met de coach als kwa-liteitsvol percipieert, draagt in belangrijke mate bij tot de bekomen effecten. Hoe een coach een ondersteunende relatie met de verzorgende en het gezin kan aangaan en het versterkend en ver-bindend werken mee kan ondersteunen, lees je in .

De 10e en laatste krachtlijn van Bind-Kracht, inzetten op overlegnetwerken en een krachtig beleid,beoogtThuiscompagnieopverschillendemanierenwaartemaken.Eénvande3pijlersis afstemming van de hulp, enerzijds tussen hulpverleners onderling en anderzijds op de levens-doelen en noden van het gezin (cf. maatzorg). Het Lokaal Cliëntoverleg is één van de pistes die daartoe mogelijkheden creëert. Thuiscompagnie probeert samen met verschillende andere dien-sten en organisaties een vinger aan de pols te houden. Zo maken opgeleide ervaringsdeskundigen in de armoede deel uit van de ontwikkelingsgroep die het project Thuiscompagnie inhoudelijk mee uittekent en is het brede spectrum van het welzijns-, het onderwijs-, het gezondheids- en het tewerkstellingsveld vertegenwoordigd in een klankbordgroep. Ook de vrijwilligersorganisatie DOMO vzw maakt daar deel van uit. Thuiscompagnie zou niet bestaan als er geen samenwerking was met de diensten gezinszorg en aanvullende thuiszorg. Om de ondersteuningsmogelijkheid van Thuiscompagnie ruimer bekend en toegankelijk te maken, spreekt Thuiscompagnie organi-saties, diensten, hulpverleners enz. die met maatschappelijk kwetsbare gezinnen werken aan. De coaches die deel uitmaken van de eerder vermelde ontwikkelingsgroep geven, al dan niet verge-zeld van opgeleide ervaringsdeskundigen in de armoede, informatierondes of vormingen over de visie en de aanpak van Thuiscompagnie.

Page 28: Thuiscompagnie draaiboek interactief

28 Visie Van Thuiscompagnie

praktische ondersteuning aan huis

Hulpverleners worden wel eens geconfronteerd met gezinnen die adviezen niet opvolgen. Gezondheidsadviezen worden niet opgevolgd, structuur in het huishouden en de opvoeding van de kinderen brengen lukt niet, uitgaven worden niet afgestemd op het beschikbare budget, enz. Verschillendehindernissenkunnendeopvolgingvaneenadviesindewegstaan.Bijvoorbeeld:

• deverwachtingenenderedenenwaaromerietsmoetveranderenzijnonduidelijk,• demotivatieomietsteveranderenontbreekt,• hetisgeen‘gedeelde’beslissing(bv.decliëntkrijgtnietderuimteommeetebeslissenover

de aanpak),• erisweerstandtegenoverdevoorgesteldeaanpak,• devoordelenvande‘nieuwe’aanpakwegennietoptegende(vele)nadeligegevolgen,• hetisnietduidelijkhoehetadvies(thuis,inhetdagelijksleven)opgevolgdkanworden,• deadviezenzijnonvoldoendeafgestemdopdebelevingswereldvandecliënt,zijnmoge-

lijkheden (bv. zijn inzichten, basisvaardigheden), de sociaal economische omstandigheden en zijn leefomgeving,

• …

Het voorgaande maakt duidelijk dat krachtgericht werken meer vraagt dan gezinnen ‘op eigen kracht’ aan de slag te laten gaan. We mogen er niet van uit gaan dat cliënten zelf de transfer kunnen maken van een advies of goede raad naar concreet toepassen in de thuissituatie. Dat werktnietbijmaatschappelijkkwetsbaregezinnen.Vaakzijndepraktischeproblemenonover-komelijkzonderhulpvanbuitenaf.Netdankandehulpverleningomslaaninhettegendeel:alsde gezinsleden niet doen wat hen gezegd wordt, dan neemt de hulpverlener het over. Hulpverle-ning dreigt dan te vervallen in het moduleren van mensen zodat ze aan maatschappelijk gestelde normen voldoen, terwijl ze die samenleving zelf ongemoeid laat. Zo’n hulp werkt niet: het gezin blijft met problemen zitten en blijft afhankelijk van de hulp. De gezinsleden weten bijvoorbeeld niet hoe ze na de ‘opruiminterventie’ orde kunnen blijven scheppen in hun bezittingen of ze zien geenredenomdaar(opdiemanier)belangaantehechten.Naenigetijdiserdanwellichtnietsmeer te zien van die interventie en dringt een nieuwe interventie zich op. Door deze afhankelijk-heid van hulp, verliezen ze de greep op het eigen leven en voelen ze zich (door hun omgeving) niet geaccepteerd. Het zet hun levenskwaliteit onder druk.

Thuiscompagnie wil net de levenskwaliteit bevorderen en wil daarom op een versterkende en verbindende manier ondersteuning aan huis bieden. De verzorgende is in het gezin aanwezig en neemt in die specifieke gezinssituatie en context dagelijkse taken mee op (cf. ‘samen doen’). Dit biedtheelwatvoordelen(zieo.a.Vandenbempt,2001,p.83e.v.)27.

De ondersteuning vraagt geen verplaatsing van de gezinsleden. Dat sluit evenwel niet uit dat de verzorgende met een of meerdere gezinsleden op pad gaat. Bijvoorbeeld voor het regelen van bank- of andere administratieve zaken, voor boodschappen enz. Dit zijn nu eenmaal taken die deel uitmaken van het runnen van het huishouden. Ze hebben niet alleen een praktisch nut, ze dragen ook bij tot het (opnieuw) verbinding maken met (diensten en voorzieningen in) de samenleving.

Door dat de verzorgende in het gezin komt, komt ze als het ware ook ‘in’ de leefwereld van het gezin te staan. Wie neemt wat al op in het gezin? Hoe staan ze tegenover de ondersteuning,

… praktisch, voor de ramen te kuisen … om buiten te gaan, ik weet de weg niet. Ik was toen ziek, ik kon niets doen. Ik durfde niet naar buiten te gaan. Ik had het moeilijk om mensen te zien. (moeder Banu)

Aan de ene kant, op sociaal vlak vind ik dat goed. Meestal krijgt ge mij moeilijk buiten. Zelfs om boodschappen te doen, daar heb ik een hekel aan. Ik ga niet graag buiten … en dat is dan iemand die zegt ‘kom, we gaan boodschappen doen’, zonder continu kritiek op mij te geven. (moeder Kimberly)

Page 29: Thuiscompagnie draaiboek interactief

29

tegenover haar aanwezigheid? De verzorgende ziet en ervaart hoe de (woon)omstandigheden de keuzes en de mogelijkheden van het gezin beperken (bv. kleine woonst, vochtproblemen, afgelegen,drukkeofonveiligebuurt).Problemenkomenindevertrouwelijkeomgevingvanhetgezin tot uiting. Het gezin moet er niet in een onbekende omgeving over praten. De confrontatie met de dagelijkse realiteit van het gezin kan helpen om respect op te brengen voor hun leefwijze om echt te weten waarover het gaat, om te begrijpen wat er speelt.

De verzorgende kan gemakkelijker inpikken op situatiesdiezich(onverwacht)voordoen.Ermoet niet eerst een afspraak gemaakt worden, maar de verzorgende kan dit in samenspraak met het gezin en op het tempo van het gezin opnemen (bv. erkenning geven aan het verdriet van moeder, met moeder en vader zoeken naar een verklaring voor de stopzetting van de tele-visieontvangst, met vader een strategie zoeken om de drukte van de avond te ondervangen). Door de aanwezigheid van de verzorgende in het gezin, komen de inspanningen van de ver­schillende gezinsleden, de positieve elementen in het dagelijks leven en de hulpbronnen uit de leefomgeving van het gezin (bv. mensen op wie het gezin kan rekenen), gemakkelijker in het vizier.

Door ondersteuning thuis, in en met het gezin aan te bieden, vergroot je de mogelijkheid om de inzet en bereidheid van het gezin en van de verzorgende (en coach en dienst) direct te tonen. Het gezin ervaart dat ze de inspanningen waard zijn en voelt zich meer au sérieux genomen. De ver-zorgende geeft blijk van verbondenheid met het gezin. Hetzelfde geldt voor de coach die bij het gezin aan huis gaat en toont dat zij los komt van haar ‘vertrouwde werkterrein’.

Kortom de aanwezigheid van de verzorgende (en de coach) in het gezin laat toe dat ze nabij is (cf. verbinding, present zijn), dat ze kan invoegen en afstemmen met het gezin, dat ze gezinsgericht kan werken. Ze kan ‘meedenken en mee doen’ met het gewone gezinsleven. Ze kan aansluiten bij de fijne momenten en krachten van het gezin en bij de vragen en problemen van het gezin. Die nabijheid creëert mogelijkheden om de draagkracht te versterken en de draaglast te verminderen of om ook nieuwe dingen toe te voegen (zie ). Samen doen, oefenen, praktisch bezig zijn in de dagelijkse situatie is immers een belangrijke katalysator voor verandering. Door nieuwe vaardigheden in en met het gezin toe te passen, ver-klein je de kans op transfer- of vertaalproblemen. Om wat ze doen en hoe ze dat doen op het gezin af te stemmen, moeten de verzorgenden ‘praten over wat en hoe ze dat samen doen’. Dat praten kan tijdens het samen doen (cf. zo is het concreet en minder abstract). Omdat dit voor ver-zorgenden, vanuit hun reguliere werk ongewoon kan zijn, moeten verzorgenden daarin onder-

steund, gecoacht worden (zie ).Eenbelangrijkevoorwaardeomtottoevoegentekomenisdatvanmeetafaan,vanbijdeaan-

Het is ook het probleem denk ik, als moeder alleen is met de kinderen, dan kan je moeilijk iets doen. Ge moet bezig zijn met de kinderen, die vragen aandacht, en dan blijven er dingen liggen en dat is niet altijd gemakkelijk he Jessy? [moeder] … Als ge met twee kinderen hier alleen zijt, dat is vermoeiend. De lichamelijke klachten spelen ook een rol he? Dat is allemaal niet gemakkelijk. (verzorgende Mieke)

Tja, dat [de verzorgende] is iemand die vooral toch ondersteunt met het huishouden, met de kinderen ook. Voornamelijk toch ook voor de tijd in te delen en tips geeft … Dus ja, ik heb er toch veel hulp aan … Ja, het is eigenlijk meer zo verlichtend, ja, (lacht) hoe moet ik dat zeggen … Ja het is toch wel fijn. Ja, ge hebt ook iemand om mee te praten, dat ook wel, tja en dan hebt ge ook als, ja, gelijk als toen met de keuken. Toen er andere keukenkasten waren geplaatst, om die keukenkasten leeg te krijgen, dat was ook een werk. En daar heb ik dan ook wel veel hulp aan gehad en dan ook tips van ja, zo zou ge dat misschien het best kunnen doen en zo. Ook voor het eigenlijk in te delen een beetje. (moeder Carla)

Page 30: Thuiscompagnie draaiboek interactief

30 Visie Van Thuiscompagnie

melding en de intake, de verwachtingen van de gezinsleden, hun perspectief op vooruitgang en veranderingsdoelen, de mogelijke hulpbronnen enz. centraal staan. Participatie van de gezinnen blijft in die zin in Thuiscompagnie niet beperkt tot het samen uitvoeren van taken. Het gezin bepaalt mee de invulling van het ondersteuningstraject, het houdt zeggenschap over de onder-

steuning, het bepaalt ‘hoever men kan gaan en wat gedaan kan worden’ (zie hoofdstuk 6).

De aanpak van Thuiscompagnie sluit in die optiek heel sterk aan bij de aanpak in het wraparound care-model. Dit model staat voor een geïntegreerde aanpak die door het gezin en de gezinswerker wordtgeorganiseerd.Eengezinswerkergetuigtoverdieaanpakalsvolgt(inSchamhart&Colijn,2012,p.19)28: ‘Het verschil met vroeger is subtiel. We pakken nog steeds praktische problemen aan, en helpen bijvoorbeeld het huis op te ruimen, maar alleen als de gezinsleden dat nadrukke-lijk willen en altijd samen met hen, zodat ze het de volgende keer zelf kunnen.’

Het gezin controle en zeggenschap geven op de situatie en de hulp, werkt in vele opzichten versterkend voor het gezin: het helpt weerstanden te doorbreken, het komt de opbouw van een werkrelatie ten goede, het draagt bij tot haalbare en werkzame veranderingen, het bevordert hun autonomieenzelfregulatieenzoookhunlevenskwaliteit.Inhoofdstuk7vindjeverschillendevoorbeelden van deze vooruitgang.

altijd afwegen tussen verschillende perspectieven

Als je versterkend en verbindend wil werken, als je op maat wil werken, dan kan je niet terug vallen op een handleiding of een draaiboek dat je een ‘standaardoverzicht’ geeft van wat je (ach-tereenvolgens) moet doen. Ook in dit draaiboek zal je dat niet vinden. Je moet telkens opnieuw afwegen wat voor dat gezin, in die situatie en context, het meest aangewezen is, het meest pas-send is.

Denk bijvoorbeeld aan de spanningsverhouding tussen betrokkenheid en autonomie, twee krachtlijnenvandeaanpakvanThuiscompagnie.Er zijngrenzenaandebeschikbaarheidenbetrokkenheid van de verzorgende. Ze moet betrokkenheid tonen,maar zemoet ook grenzen aangeven. Er zijn echtergeen ‘objectieve criteria’ op basis waarvan je die grens voor eens en voor altijd op een bepaald punt kan leggen. De ver-zorgende zal altijd een overweging moeten maken als ze handelt. Haar professionaliteit is onder meer gelegen in het feitdatzeweetwaaromzezohandelt.Eencoachkanhaarhelpen om daarover na te denken, om het automatisme te doorbreken, om samen met het gezin op zoek te gaan naar eenaanpak(ziehoofdstuk8).

afwegen tussen het juiste doen, de dingen juist doen en het goede doenDe confrontatie met een spanningsverhouding zoals bijvoor-beeld ‘ betrokkenheid – autonomie’, nopen je een antwoord tezoekenopdevraag:Watlaatjeprimeren?Isdathetjuistedoen? De dingen juist doen? Of het goede doen?

Als je met een juridische bril kijkt, dan focus je op ‘het juiste doen’, op ‘wat je moet doen’. Wat zeggen de regels, de proce-

Ik kom binnen en dan vraag ik, ‘Wat moet er gebeuren?’ En dan zet zij [moeder] meestal dingen klaar. Den ene keer iets schoonmaken, dan helpen met eten maken of strijken, het varieert van week tot week. Eigenlijk een beetje waar dat ze het meeste hulp mee nodig heeft. (verzorgende Jennifer)

Page 31: Thuiscompagnie draaiboek interactief

31

dures, het kwaliteitshandboek enz.? Je volgt dan de regels en de wetten.

Binnen een ethisch perspectief focus je op ‘het goede doen’.Vanwaaruitdoejeietsofkanjeietsdoen? Dit brengt je bij de waarden die richting geven aan wat je doet of kan doen, bijvoorbeeld:

• deprincipesvansocialerechtvaardigheiddieeigenzijnaansociaalwerk,• hetprincipevanmenselijkewaardigheiddatalgemeengeldendisofzoumoetenzijn,• hetversterkendwerkendatbijvoorbeeldeigenisaanhetprojectThuiscompagnie

Vanuiteenmethodischoogpunt,staat‘het goed doen’ centraal. Je zoekt naar mogelijkheden om de dingen goed te doen.

We zijn soms teveel bezig met het ‘juiste’ te doen en te weinig met ‘het goede’ doen en ‘de dingen goeddoen’.Erisechternooitéénkijkdieinallegevalleneninalletijdengeldt.Jemoetsteedsvanuit verschillende perspectieven kijken, vanuit de driehoek ‘het juiste doen, het goede doen en het goed doen.’ Daarbij maak je de afweging wat in die specifieke situatie, met het oog op wat je wil realiseren, het meest passende is om te doen. Daarenboven moet je rekening houden met de belangen van ‘derden’ (bv. de kinderen) en met ‘jouw rol en mandaat’ in het gezin en in de ondersteuning of hulpverlening. Dat betekent dat je ook vanuit het perspectief van de betrokken dienst(en) of het systeem zal moeten kijken.

afwegen tussen het gezin, de verzorgende en (het systeem van) de dienstDe ondersteuning in en met het gezin staat niet op zich, maar steeds in relatie tot (het systeem van) de dienst. We werken altijd binnen een driehoeksrelatie. De relatie tussen het gezin en de verzorgende wordt beïnvloedt door de relatie tussen het gezin en de dienst en door de relatie tussen de verzorgende en de dienst. De verzorgende en de persoon die haar en het gezin onder-steunt (bv. de coach) staan iets dichter bij het gezin dan bijvoorbeeld de verantwoordelijke van de dienst gezinszorg. De verzorgende staat doorgaans erg kort bij het gezin, de coach staat er iets verder van af. Maar soms kan de coach ook iets dichter komen te staan en de verzorgende iets verder af. Die afstand is soms nodig om te bewaken dat verbinding niet omslaat in verafhanke-lijking (zie ).

Normaliterwerktdeverzorgendebinnendekrijtlijnendiedoordedienst,het systeemenderegels, zijn opgelegd. Maar af en toe is het nodig om daar buiten te treden, is het nodig om in spe-cifieke situaties naar specifieke ‘interpretaties’ te gaan. De verzorgende en de coach kunnen, in functie van de verbinding met het gezin, het belang van het gezin laten primeren op de belangen van de dienst. Ze hebben de ruimte om, binnen de wettelijke regels, naar eigen inzicht en beslis-sing te handelen (cf. discretionaire bevoegdheid). Maar ze mogen niet zomaar alles doen. Die ruimte wordt gedeeld met het team, met andere hulpverleners enz. Ze moeten daar samen met

anderen over nadenken en daarover terugkoppelen naar de dienst. Ze moeten uitleggen waarom ze van de regels afwijken.

De verzorgende kan bijvoorbeeld in overleg met de coach afspreken dat in dit specifieke geval, taken worden opgenomen die regulier geen deel uitmaken van haar takenpakket. De verzor-

Een poetsvrouw die heeft haar vast schema: dat en dat en dat moet gedaan worden … en niets daar buiten. … Die worden daar specifiek voor betaald. … Bij Thuiscompagnie is dat niet. Die hun takenpakket dat is een veel grotere waaier en daar kunnen ze ook veel meer van afwijken. Ja, dat is meer op hun ingeving zelf. Tegen één van dienstencheques, daar kunt ge niet tegen zeggen van ‘He, let eens effen op mijne kleine, ik moet rap naar het toilet.’ Of ik zeg nu maar iets, rap naar de winkel gaan. Ja nee zeggen die van dienstencheques, want die worden daar niet voor betaald. Ja wacht zeggen die van Thuiscompagnie, we zetten de kleine in de koets, gij moet naar de winkel, de kleine gaat mee, tegelijkertijd hebt ge dan een oppas voor de kleine. (vader Robert).

Page 32: Thuiscompagnie draaiboek interactief

32 Visie Van Thuiscompagnie

gendeoverschrijdtgeengrensomdatzedittersprakebrengtbijdecoach.Erwordtweleengrensoverschreden als de verzorgende dit niet terugkoppelt naar de coach. De verzorgende neemt dan te veel vrijheid. Dat alles vraagt dat de coach vertrouwen heeft in de verzorgende. Ze vertrouwt de verzorgende in hoe ze handelt, maar vraagt wel om op de hoogte gehouden te worden als ze afwijkt van het ‘gewone’ of reguliere.

Het is belangrijk dat de verzorgende leert zien dat ze werkt in die driehoek (verzorgende – gezin – dienst) en dat iedereen daarin een ‘specifieke’ positie en mandaat inneemt en van daaruit ook een aantal dingen bewaakt. Daarenboven staat de ondersteuning die ze vanuit Thuiscompagnie biedt, niet los van ander hulp- of begeleidingswerk, van andere hulpverleners, diensten en voor-zieningen. Hoe die samenwerking vorm kan krijgen en ondersteund kan worden, kan je lezen inhoofdstuk10.Inhetvolgendepuntvindjeeenpraktijkvoorbeeldoverdeverschillende‘intenemen’ perspectieven.

een grens overschreden?Isdeverzorgendehierechtovereengrensgegaan?Demeningenzijnverdeeld.

Voordesocialedienstmoetdemandeboodschapkrijgendathijverkeerdwas:‘Jij bent op stap gegaan. Het was jouw keuze om je auto te parkeren waar het niet mocht. Jij hebt een fout gemaakt, dus moet je op de blaren zitten.’ Ze hanteren de juridische benadering en vertrekken van ‘wat moet’, van ‘wat juist is’.

Voordeverzorgendeisdieredeneringeenstrafopeenstraf,eensanctiebovenopeenanderesanctie. Zij volgt de redenering: ‘Je hebt al zoveel zorgen. Het is belangrijk dat de kinderen op tijd in school zijn. Ik breng je zodat je niet zoveel tijd verliest om die auto op te halen.’ De man is al drie keer gestraft: ’s nachts is hij thuis moeten geraken zonder auto en daarbovenop moet hij nog een boete betalen. Om die boete te kunnen betalen moet hij dan nog eens aan de bud-getbeheerder toestemming gaan vragen. Als de kinderen niet op tijd in school zijn, dan krijgen ze misschien ook nog een opmerking en worden zij gestraft voor wat vader doet. Het ethische standpunt, de overweging van ‘het goede doen’, treedt hier op de voorgrond.

Wat je in deze situatie laat primeren hangt af van de context. Erisaleenzwaredraaglast.Decrucialevraagis:Verhoogthet risico op verafhankelijking als de verzorgende die man naar de auto brengt? Of kan de verzorgende, door de man naar de auto te brengen, zorgen voor spanningsreductie waardoor de man zijn andere problemen beter aan kan? Betekent deze kleine dienst dat er meer verbinding komt tussen de man en de verzorgende? Mis je dan de kans om verbinding te leggen metdiebuitenwereld?Inplaatsvanzelfchauffeurtespelen,had de verzorgende bijvoorbeeld ook kunnen vragen: ‘Ken je iemand die je kan brengen?’

Een alleenstaande vader met 2 kinderen is op stap geweest en heeft zijn auto fout geparkeerd. De auto wordt weggesleept. Als de verzorgende ’s morgens aankomt, moet hij zijn twee kinderen naar school brengen, maar hij heeft geen auto. Om de auto te kunnen halen moet hij een boete betalen.De verzorgende is mee de auto gaan halen.De man is in budgetbeheer bij het OCMW. Daar moest hij uitleggen dat hij meer leefgeld nodig had omwille van die boete. Zo kwam de sociale dienst te weten dat de verzorgende de man naar zijn auto had gebracht.De sociale dienst vond dat de verzorgende over haar grens was gegaan. De verzorgende had die man niet moeten brengen. Hij had zijn auto ook met de bus kunnen gaan halen.

Page 33: Thuiscompagnie draaiboek interactief

33

Ja, dat [de ondersteuning van Thuiscompagnie] is een geweldig iets. Dat hadden ze eigenlijk al vroeger moeten gedaan hebben. Want ge moet zeggen, van de 10 gezinnen die ze helpen, als ze er daarvan 2 volledig op weg kunnen helpen, daar zijn ook kinderen bij, die kinderen gaat ge ook. Neemt dat elk gezin 4 kinderen heeft. Dat zijn voor 4 volwassenen al 8 kinderen die ge eigenlijk, ja, gaat helpen voor later. (moeder Lelie)

Het is hier ook een warm nest, ze is heel goed voor de kinderen … Ze verzorgt de kinderen heel goed. (verzorgende Sien)

Page 34: Thuiscompagnie draaiboek interactief

34 Visie Van Thuiscompagnie

ontwikkelingskansen van kinderen verhogen

InVlaanderenleeftongeveer10%vandekinderen(130.000kinderen)ineenhuishoudenmeteeninkomen onder de armoederisicodrempel. Onderzoek wijst uit dat leven in armoede veel stress met zich meebrengt en dat gezinnen in armoede kwetsbaarder zijn voor de invloed van stres-

soren (Vanhee, 2007;Geenen&Corveleyn, 2010)30. Armoedegerelateerde stress en een ‘belast psychisch welzijn’ zetten op hun beurt de opvoeding en ontwikkeling van kinderen onder druk. Vooralwanneerstresszichindevroegekindertijdvoordoet,belastdithunfysiekegezondheiden hun intellectuele en schoolse ontwikkeling. Het geeft ook een verhoogde kans op het ont-staan van sociale, emotionele en gedragsproblemen. Adriaenssens (2013)31 stelt in dat verband dat kinderen veel kans hebben dat hun hersenen onderontwikkeld blijven, wanneer hun ouders de gevolgen van armoede niet kunnen compenseren.

Het gaat wel wat gezelliger tussen ons [moeder en haar partner]. Ook omdat ik dan minder gestrest ben omdat ja, ik moest altijd het huishouden doen. Dus als mijn partner weer thuis was, dan moest alles helemaal gedaan zijn en ja, als ge dat soms niet gedaan kon krijgen, ja dan wordt hij boos en dan word ik daar gestrest van. Tegenover als zij komt [de verzorgende], dan krijg je het voor mekaar en dan hoef je zo niet meer te stressen zeg maar. … Ja, ik heb nu meer tijd voor hen [de kinderen] zeg maar. Eerst was ik meer met het huis bezig. Ja, ik was toen ook met hen bezig, maar nu toch wel veel meer. Ja, ik kan de kleintjes meer aandacht geven, ze ruimen ook wel wat beter op, dat wel. (moeder Christina)

Page 35: Thuiscompagnie draaiboek interactief

35

1. DitstukwerdeerderalbeschreveninhetdraaiboekLokaalCliëntoverleg:Engelen,M.(red.).(2004).Met

decliëntronddetafel.Draaiboeklokaalcliëntoverlegvoorcoördinatoren,spilfiguren,hulpverlenersen

beleidsmakers.Hasselt:ProvincieLimburg,DirectieWelzijn.

2. Sen,A.(2009).TheIdeaofJustice.Cambridge:BelknapPressofHarvardUniversityPress.

3. VanRegenmortelT.(2002).EmpowermentenMaatzorg.Eenkrachtgerichtepsychologischekijkoparmoede.

In:J.Vranken,K.DeBoyser,D.Geldof,G.VanMenxel(eds.),ArmoedeenSocialeUitsluiting.Jaarboek2002,

(pp.71-84).Leuven/Leusden:Acco.

4. zieeindnoot3

5. Vandenbempt,K.(2001).Opeigenkrachtverder.Hulpverleningaanhuisbijkansarmen.Leuven:

HIVA-KULeuven.

6. Lescrauwaet, D. (2000). De (on)toegankelijkheid van sociale dienstverlening in het algemene welzijnswerk.

In:J.Vranken,D.Geldof,VanMenxelGerard&J.VanOuytsel(eds.).Armoedeensocialeuitsluiting.

Jaarboek2000.(pp.217-230)Leuven:Acco.

7. Vettenburg,N.(1989).Jeugdenmaatschappelijkekwetsbaarheid.Leuven:KULeuven,Faculteit

rechtsgeleerdheid, Afdeling Strafrecht, Strafvoering en Criminologie, Onderzoeksgroep jeugdcriminologie.

8. Bourdieu,P.(1989).Opstellenoversmaak,habitusenhetveldbegrip.In:Pels,D.(red.).Kennis,openbare

mening,politiek.Amsterdam:VanGennep.

9. DeCirkelvzw(1996).Uithethuis,uithethart?Deinnerlijkewortelsvandearmoede-Krachtlijnenvooreen

socialiserende armoedebestrijding. Berchem: De Cirkel vzw.

10.DriessensK.&VanRegenmortelT.(2006).Bind-Krachtinarmoede.Boek1.Leefwereldenhulpverlening.

Leuven: LannooCampus.

11. zie eindnoot 10

12.Vanhee,L.(2007).Weerbaarenbroos.Menseninarmoedeoverouderschap.Eenverkennendekwalitatieve

studieinpsychologischperspectief.ProefschriftaangebodentothetverkrijgenvandegraadvanDoctor

indePsychologieo.l.v.Prof.dr.J.Corveleyn.Leuven:KULeuven,CentrumvoorPsychoanalyseen

PsychodynamischePsychologie.

13.Engbersen,G.(2002).Sociaalkapitaal.In:A.Verplanke,e.a.(red.),Opendeuren:sleutelwoordenvanlokaal

sociaalbeleid.Utrecht:NederlandsinstituutvoorZorgenWelzijn,Verwey-JonkerInstituut.

14. PierreBourdieu,eenFransesocioloog,heeftveelgepubliceerdoverdebetekenisvansociaalkapitaalenhet

bestendigen (en reproduceren) van sociale ongelijkheid.

15. zie eindnoot 12

16.VanRegenmortel,T.(2008).Zwangervanempowerment.Eenuitdagendkadervoorsocialeinclusieen

modernezorg(oratie21november2008).Eindhoven:FontynsHogescholenSocialeStudies.

17. Schamhart,R.&Colijn,J.(2012).Greepopwraparoundcare.Eindrapportonderzoeksprogramma

Wraparound care in de Utrechtse jeugdzorg. Utrecht: Kenniscentrum sociale innovatie, Hogeschool Utrecht.

18. vanLoon,J.,VanHove,G.,Schalock,R.&Claes,C.(2008).POS:PersoonlijkeOndersteuningsuitkomsten

Schaal. Antwerpen: Garant.

19.VanRegenmortel(2002).EmpowermentenMaatzorg:eenkrachtgerichtepsychologischekijkoparmoede:In

J.Vranken,K.DeBoyser,D.GeldofenG.VanMenxel(red.).ArmoedeenSocialeUitsluiting.Jaarboek2002.

(pp.71-84).Leuven:Acco.enzieeindnoot12

Page 36: Thuiscompagnie draaiboek interactief

36 Visie Van Thuiscompagnie

20.Engelen,M.(2011).Samendelevenskwaliteitvangezinneninarmoedeverhogen.

21. zie o.a.:

DriessensK.&VanRegenmortelT.(2006).Bind-Krachtinarmoede.Boek1.Leefwereldenhulpverlening.

Leuven: LannooCampus.

Vansevenant,K.,DriessensK.enVanRegenmortel,T.(2008).Bind-KrachtinArmoede.Boek2.

Krachtgerichte hulpverlening in dialoog. Leuven: Lannoo Campus.

www.bindkracht.be

22.zieeindnoot17

23. zie eindnoot 12

24.zieeindnoot21

25.ThuiscompagnievindtookinspiratiebijdepresentietheorievanAndreasBaartenbijVanderlaan,zieo.a.

Baart,A.(2006).Eentheorievandepresentie.DenHaag:LemmaBV.

26.VanRooijen-Mutsaers,K.,Ince,D.,&Rietveld,L.(2013).Watwerktbijsupervisie,intervisieencoaching?

Utrecht:NederlandsJeugdinstituut.http://www.nji.nl/nl/Kennis/Databanken/Databank-Wat-werkt/

Wat-werkt-bij-supervisie,-intervisie-en-coaching

27. zieeindnoot5

28.De10principesvanhetwraparoundcaremodelzijn:hetgezinspreektzichuitenkiest,gebaseerdop

team(werk), netwerkondersteuning, samenwerking, in de wijk, cultureel bekwaam, op maat, eigen kracht als

basis, doorzettingsvermogen, resultaatgericht (zie eindnoot 16).

29.BrochureKinderarmoedefonds(2013).Brussel:KoningBoudewijnstichting.www.kinderarmoedefonds.be

30.zieeindnoot12enGeenen,G.&Corveleyn,J.(2010).Helpendehanden.Gehechtheidbijkwetsbareoudersen

kinderen. Leuven: Lannoo campus.

31.Adriaenssens,P.(2013).GenezenvanKinderarmoede(geschrevendoorNicoKrols,27/03/13).Weliswaar.

http://www.weliswaar.be/nieuws/p/detail/prof-dr-peter-adriaenssens-over-kinderarmoede

32. zie eindnoot 31

33. zie ‘Tien krachtlijnen van Bind-Kracht’ (p.2) http://www.bindkracht.be/Home/OverBindKracht/

Krachtlijnen.aspx

34.zieeindnoot12

35. zie eindnoot 12

Page 37: Thuiscompagnie draaiboek interactief

37

De gezinnen die op Thuiscompagnie een beroep doen zijn heel divers. als

‘buitenstaanders’ vallen ons veeleer de onmiskenbare verschillen en kloven met de ‘eigen’ leefwereld op. als we met die gezinnen kijken en praten

over wat hen beweegt, hen raakt en hen interesseert, dan komen we op wat we gemeenschappelijk hebben.

3gezinnenin

THuiscompagnie

Page 38: Thuiscompagnie draaiboek interactief

38 gezinnen in Thuiscompagnie

Page 39: Thuiscompagnie draaiboek interactief

39

1. inleiding

Thuiscompagnie richt zich naar maatschappelijk kwetsbare gezinnen met minderjarige kin-deren. De gezinnen in Thuiscompagnie hebben een praktische hulpvraag en zijn bereid om samen met de verzorgende aan de slag te gaan om samen al doende te leren.

Thuiscompagnie kiest er bewust voor om de drempel tot de ondersteuning zo laag mogelijk te houden.Indiezinbetekentdevoorwaarde‘intentieommeetewerken’nietmeerdandat‘min-stens één gezinslid een vage wens heeft om ergens aan te werken’. We gaan er immers van uit dat motivatie kan groeien en dat ‘werk’doelen doorheen het ondersteuningsproces verder gespecifi-ceerdkunnenworden(ziehoofdstuk6en7).

Om er voor te zorgen dat gezinnen die ondersteuning krijgen die het best op hun behoeften en noden is afgestemd, moet je steeds nagaan of de inzet van een verzorgende wel het meest aangewezen is. Wat lukt voor het gezin goed en wat loopt moeilijk? Kan de verzorgende, al dan niet naast andere ingeschakelde hulpverleners, een surplus betekenen voor het gezin? Wordt zij, wanneer zich bij één van de ouders bijvoorbeeld een psychiatrische problematiek voordoet (bv. verslaving), geruggesteund door gespecialiseerde hulp? De inzet van een verzorgende biedt immers veel mogelijkheden, maar heeft ook zijn grenzen. Om je bij die afweging te helpen, ont-wikkelde Thuiscompagnie een instrument voor doelgroepafbakening. Ook het toeleidingsfor-mulier kan daarbij helpen. Beide instrumenten en de beschrijving hoe je daarmee kan werken, vind je terug in .

Dit hoofdstuk over het gezin is tot stand gekomen in dialoog met twee opgeleide ervaringsdes-kundigen van TAO Limburg. Het gunt je een blik in de leefwereld van deze gezinnen. Door samen met deze gezinnen aan de slag te gaan, kom je immers binnen in een, ‘voor ons’, vaak ‘vreemde’ leefwereld.Voelingkrijgenmethetperspectiefvanhetgezinisnodigombewusttewordenvande mogelijke kloof tussen de verschillende leefwerelden en om elementen te vinden om deze te overbruggen.Naastverschilleninbelevingenaanvoelen,zijnerheelwatgemeenschappelijkewaarden, verlangens en herkenbare gevoelens die ons verbinden. Ze verlangen bijvoorbeeld net als de meeste andere mensen naar een thuis waar het fijn is om te wonen, ze hebben het beste met hun kinderen voor enz.

De voorbeelden in dit hoofdstuk zijn louter illustratief. Dat wil zeggen dat ze zeker niet gelden voor alle situaties, noch tot doel hebben algemene uitspraken te doen over alle gezinnen in armoede. Ze vormen een ‘doorleefde’ aanvulling op de vanuit de literatuur aangeleverde beschrij-ving van armoede en maatschappelijke kwetsbaarheid in hoofdstuk 2.

Page 40: Thuiscompagnie draaiboek interactief

40 gezinnen in Thuiscompagnie

2. maaTschappelijk kweTsbare gezinnen

Maatschappelijk kwetsbare gezinnen zijn uitgesloten van deelname aan het normale maatschap-pelijke leven. Ze hebben het gevoel er niet bij te horen. Dat veroorzaakt kwetsuren die de balans tussen draagkracht en draaglast nog meer uit evenwicht kunnen brengen. Ze ervaren moei-lijkheden op meerdere levensdomeinen tegelijk en hebben het gevoel dat alles uit hun handen genomen wordt. De voordelen van maatschappelijke voorzieningen gaan aan hen voorbij. Ze krijgen eerder te maken met de negatieve kant van dienstverlening, worden regelmatig gestigma-tiseerdenkunnenmeestalnietterugvallenopeensteunendengevarieerdnetwerk.Voordezegezinnen wil Thuiscompagnie werken. De ondersteuning van Thuiscompagnie heeft oog voor de kracht en de inzet die, ondanks alle moeilijkheden, in deze maatschappelijk kwetsbare gezinnen zeker nog aanwezig is.

kwetsuren en kloven op verschillende levensdomeinen

Zoals in hoofdstuk 2 beschreven, is armoede niet enkel een financieel probleem. Armoede wordt gezien als een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van hun leven. De uitsluitingen binnen de verschillende levensdomeinen staan met elkaar in ver-band en versterken elkaar. Zo vormt armoede een negatieve spiraal, waaruit het vaak moeilijk ontsnappen is.

Die structurele sociale uitsluiting blijft niet zonder gevolgen. Dat mensen geen (goede) woning hebben, geen werk enz. is het zichtbare deel van armoede. Dat is het materiële aspect of de buitenkant van armoede. Maar de binnenkant, de manier waarop mensen armoede beleven, is nog pijnlijker om te dragen. Het is de ervaring van schaamte, stress, eenzaamheid, het is het gevoel gefaald te hebben, zich onzeker en nutteloos te voelen en de angst, de kwaadheid en het wantrouwen tegenover diegenen die het beter hebben getroffen. Armoede is een aaneengeregen schakelketting die mensen in hun zelfontplooiing tegenhoudt.

Bij generatiearmoede is er sprake van een vicieuze cirkel waarbij armoede wordt doorgegeven van generatie op generatie. Kinderen worden letterlijk in armoede geboren. Daarnaast is er een grote groep gezinnen die ‘bestaansonzeker’ zijn. Hun inkomen flirt met de armoedegrens en een kleine tegenslag zoals een auto die plots stuk gaat en niet meer kan hersteld worden, veroorzaakt een cascade van negatieve gevolgen. Het gezin geraakt in een neerwaartse spiraal die niet te stoppen lijkt.

Ja we zijn al een tijd in de armoede. Hij [partner] is zonder werk gevallen, ik kon geen werk krijgen. Dan ja, in het ziekenhuis beland, ziekenhuisrekeningen. Dan weer gezond geworden, maar ineens zwanger. Ja, wat nu. Dan nog een slechte woning, slecht behuisd. (moeder Kimberly)Ik had gene auto, ik moest alles met de bus doen en voor uw papierenwinkel te doen, van hot naar her met de bus, dan ben ik bijna de ganse dag onderweg. Met de auto is dat rapper. Ja, we hebben onze auto moeten verkopen omdat we het niet meer konden onderhouden. Het is gewoon echt waar wel een zwarte periode geweest. (vader Robert)

Page 41: Thuiscompagnie draaiboek interactief

41

’Nieuwe’ armenmoeten zich, door een gebeurtenis in hunlevensloop, plots afvragen hoe ze het financieel zullen bered-deren terwijl dat nooit de centrale vraag in hun vroegere leven was. Als ouder alleen komen te staan, je zaak moeten opdoeken, getroffen worden door ziekte of ontslag, het kan iedereen overkomen. Als de financiële reserves op dat moment niet groot genoeg zijn, dreigen de schulden zich snel op te stapelen.Nieuwe armenmoeten hun levensstijl aan-passen. Ze hebben het gevoel dat ze niet meer mee kunnen. Ook dat ligt mentaal bijzonder moeilijk, de schaamte is groot. Sommigen geraken geïsoleerd of sluiten zich op. Maar even-goed zijn er gezinnen die de schone schijn zo lang mogelijk ophouden. Daarom blijven nieuwe armen vaak lang onder de radar. Deze armoedesituatie kan van tijdelijke aard zijn als het getroffen gezin kan terugvallen op een goede, gerichte ondersteuning en hulp. Maar niet iedereen heeft iemand om op terug te vallen. Als de problemen blijven aanhouden, dan wordt het ook voor hen moeilijk om te ontsnappen aan de vicieuze armoedecirkel.

Tussen het leven van de arme en dat van de niet-arme is er een ‘missing link’ die bestaat uit vijf grote kloven die op elkaar inspelen en elkaar versterken. Aan de basis van deze kloven ligt de structurele- en participatiekloof, veroorzaakt door allerlei maatschappelijke uitsluitings-mechanismen (zie hoofdstuk 2). Deze uitsluiting heeft belangrijke gevolgen voor het gevoelsleven: een enorme drang om erbij te horen en een zwaar gekwetste binnenkant. Daaruit voortvloeiend en elkaar voortdurend beïnvloedend zijn er de gevoelskloof, de kennis- en vaardigheidskloof en dekrachtenkloof.Inwatvolgtproberenweduidelijktemakenwaaromleveninarmoedeleidttoteengedragdatafwijktvanwatdoorgaansalsnormaalwordtgezien.Erbestaateenrisicodatwe hierdoor bestaande vooroordelen bevestigen. We vragen de lezer om voorbij de clichés te zien en zich open te stellen voor de realiteit die eronder ligt.

financiën en administratieGezinnen met weinig financiële middelen worden beperkt in heel hun doen en laten. Ze kunnen hun kinderen niet geven wat ze hen zouden willen geven. Dingen die voor anderen vanzelfsprekend zijn zoals bijvoorbeeld kleding kopen, een koffie gaan drinken kunnen niet. Ze worden afhankelijk, afhankelijk van het OCMW, van de schuldbemiddelaar, van de voedselbank enz. Keuzes worden voor hen gemaakt en dat maakt hen triest, gefrustreerd, angstig voor schuldeisers en deurwaarders. Ze voelen zich vernederd als ze geld moeten vragen bij het OCMW. Zelfs al hebben ze in het verleden een positieve ervaring met het OCMW gehad, het blijft moeilijk om terug te gaan. Hulp vragen blijft een hele stap.

We vonden dat goed dat er iemand van Thuiscompagnie kwam. [Waarom precies vond je dat goed?] Ja ik heb het al in mijne rug, en ik heb het nu terug. Dan heb ik toch een beetje hulp. Ik kan wel nog veel, maar niet alles. … Ja in het begin, ja, hoeveel gaat dat kosten, dat is altijd het eerste he. (vader Filip)

Gertie heeft 3 kinderen. Ze krijgt haar huishouden nauwelijks gebolwerkt en vraagt ondersteuning bij Thuiscompagnie om haar kinderen een rustigere omgeving te kunnen bieden. Haar man werkt voltijds en is voor zijn werk veel op de baan. Het gezin is net uit collectieve schuldenregeling bij het OCMW. Omdat het gezin een inkomen uit werk heeft, ligt de bijdrage die het gezin voor Thuiscompagnie moet betalen redelijk hoog. Te hoog voor het gezinsbudget. Gertie wil echter niet ingaan op het voorstel om een tussenkomst via het OCMW te vragen. Ze is net uit budgetbeheer en wil niet onmiddellijk terug beroep doen op het OCMW. De hulp wordt door de hoge kostprijs niet opgestart.

Page 42: Thuiscompagnie draaiboek interactief

42 gezinnen in Thuiscompagnie

Mensen in armoede hebben, meer dan een ander, moeite om hun weg te vinden in de administra-tieve doolhof. Hierdoor lopen ze premies, (studie)toelagen en andere tegemoetkomingen mis en krijgen ze niet waar ze recht op hebben.

huisvesting

Goedkope woningen, aangepast aan de gezinssituatie, zijn zeldzaam. Juist omdat er weinig geld is,hurenzevaakoude,uitgeleefdewoningenzondercomfort.Vochtproblemen,schimmelsentorenhoge energiefacturen maken deze ‘goedkope’ woningen als puntje bij paaltje komt niet goedkoper.Erisgeeneerlijkeverhoudingtussendekwaliteitendegevraagdehuurprijs.

De wachtlijsten voor een sociale woning zijn heel lang. Dat brengt een gevoel van moedeloosheid met zich mee en maakt dat gezinnen opgeven. Het is dan een hele opluchting wan-neer er een sociale woning beschikbaar voor hen is. Totdat ze erachter komen in welke wijk die woning ligt. Daar willen ze absoluut niet wonen. Ze huren dan de eerste de beste woning opdeprivémarkt.Vaak is het eenwoning verweg vandeschool of het werk en zeker niet altijd passend binnen het besteedbaar budget, al dan niet opgelegd door budgetbeheer of schuldbemiddeling. Gevolg is dat ze de huur niet kunnen betalen, uit hun huis worden gezet en een nog lamentabeler huis huren. Regelmatig verhuizen om ‘niet uit huis gezet te worden’ is niet uitzonderlijk. Die angst om uit huis gezet te worden komt niet enkel voort uit de onmogelijkheid om huur te betalen, maar ook uit de angst om de huisbaas te laten weten dat iets kapot is. Als er iets stuk is, dan wachten ze lang om het te laten maken waardoor de schade soms onher-stelbaar wordt.

Ze helpt bijvoorbeeld ook voor de belastingsbrief. Waar moet ge daarvoor naartoe? Ze belt dan in de naam van Thuiscompagnie en dan geeft ze kort een uitleg. Er was eens een probleem, ik had een papier nodig voor een sollicitatie die ik had, maar dat was wat een ambetantere baas. Die wou dat niet, die wou die papieren niet geven. Dan heeft ze mij daar ook bij geholpen. Ze heeft dan gebeld en uitgelegd, hoe, wat, waar. Die is dan ook meer zo een, wij zijn een gezin, en zij is dan het extra er boven op. (vader Robert)

Paula en Maurice hebben samen 5 schoolgaande kinderen. Ze huren een woning met 3 slaapkamers, passend binnen het budget dat de schuldbemiddelaar opgelegd heeft. De jongens delen een slaapkamer en de meisjes ook. In de slaapkamers is er alleen ruimte voor de bedden en een kleine kast. Huiswerk moeten de 5 kinderen aan de livingtafel maken. Een zolder heeft het huis niet. De kelder staat onder water. In heel het huis is er chaos. Thuiscompagnie werd ingeschakeld om structuur te brengen in het huishouden en om mee te helpen alles een plek te geven. Een quasi onmogelijke opdracht in deze kleine woonst die niet in overeenstemming is met het aantal gezinsleden.

Amani, haar man en haar 4 kinderen wonen in een huis met 2 slaapkamers. Ze hebben nu in de kelder een slaapkamertje gemaakt voor de zoon. Moeder wil graag een andere woning:Ja voor de kinderen die kunnen niet buiten, die zitten altijd binnen. Ja zij [jongste kind] die kan nooit buiten. De andere kinderen wel, maar dat is maar voor efkes. [er is enkel een stukje kiezel naast het huis, het huis ligt dicht bij een drukke straat]. Ja, ik moet hier weg. Ik zeg altijd tegen Jennifer [verzorgende], ik moet hier weg.

Hier is alles zo compact en zo klein. En dan daar een kastje bijzetten en daar een kastje bijzetten. En dan ook omdat ge niks kunt kopen, als ge dan ergens iets krijgt, ja dan zijt ge content, van ja, dat kan ik nog gebruiken. Ja, gebruiken, daar in de kelder in een doos en dat komt er nooit meer uit. Dat zijn dinges dat ge moet afleren, maar vooraleer dat ge dat, dat ge zover zijt. (moeder Lelie)

Page 43: Thuiscompagnie draaiboek interactief

43

opleidingKinderen uit maatschappelijk kwetsbare gezinnen kunnen vaak niet mee op school, niet omdat ze niet kunnen, maar omdat ze niet de nodige kansen krijgen om hun competenties te ontwik-kelen. De woon- en leefomstandigheden thuis maken het hen moeilijk en / of de schoolcontext is onvoldoende op hen afgestemd. Deze kinderen komen in de klas, op de speelplaats of daar-buiten nog al te vaak onvoldoende aan hun trekken. Soms worden ze gepest omdat ze niet netjes gekleedzijn,nietdenieuwstemodedragenofnietaltijdgoedgewassenzijn.Erzijnleerkrachtenen directies die dit niet altijd als pesten herkennen en op die manier, zij het niet bewust, deze uitsluiting laten begaan.

Kwetsbare ouders komen liever niet op school uit angst om aangesproken te worden op onbe-taalde rekeningen of omdat ze vrezen dat hun eigen lage scholingsgraad tegen hen gebruikt zal worden. Kleuters worden vanuit dit gevoel wel eens thuis gehouden. Dat kan een eventuele ach-terstand ten aanzien van kleuters die opgroeien in meer stimulerende milieus, nog vergroten.

Kinderen die opgroeien in een moeilijke thuissituatie weten perfect wat er thuis aan de hand is, ook al wordt dat niet altijd uitgesproken. Als ze ‘kiezen’ voor gemakkelijke studie-richtingen of voor deeltijds onderwijs, dan is het bewustzijn over de moeilijkheden thuis een belangrijke beweegreden voor die keuze. Op die manier hopen ze hun ouders niet in nog meer moeilijkheden te brengen of willen ze, in het geval van deeltijds onderwijs, zelf wat centen hebben om dingen te kopen of om hun ouders verder te helpen. Scholen blijken daarin vaak een belangrijke rol in te spelen: ze maken deze keuze gemakkelijk, ze gaan daar (te) vlug in mee of stimu-leren die zelfs.

Heel wat kinderen uit gezinnen in armoede gaan naar het Buitengewoon Onderwijs. Niet altijd omdat ze daar thuishoren. Soms wordt op basis van hun sociale achtergrond geoordeeld dat ze daar beter op hun plaats zitten. De resul-taten van (middenklasse georiënteerde) testen bevestigen veelal dat oordeel.

tewerkstellingWie geen diploma wist te bemachtigen, heeft weinig keuze op de arbeidsmarkt. Hij of zij komt quasi alleen in aanmerking voor jobs op de secundaire arbeidsmarkt die gekenmerkt zijn door eerder lage lonen en minder goede werkomstandigheden. Het wordt poetsen, ramen wassen of bandwerk, al dan niet via artikel 601 of interimwerk. Dat er weinig maatschappelijke waarde-ring voor deze jobs is, spreekt uit de minimumlonen die eraan vasthangen. Het gaat meestal om uitvoerende jobs in een setting die weinig ruimte laat voor persoonlijke groei en ontwikkeling. Mensen moeten voor een paar euro meer dan hun uitkering werken. Daarbovenop betekent dit een verlies van heel wat voordelen (bv. wegvallen van de verhoogde kinderbijslag) en hogere kosten (bv. kinderopvang, vervoer, kleding enz.). Als mensen uit de middenklasse deze economische afweging maken, dan wordt dat gezien als perfect gelegitimeerd ratio-neel denken. Als mensen uit de onderste laag van de samen-leving dezelfde economische berekening maken, dan worden ze omschreven als profiteurs en / of werkschuw. Welke mid-denklasser zou bij een lage jobtevredenheid en dito loon, elke dag fluitend naar zijn werk blijven gaan?

Eenswerkgevonden, ishetgeenevidentieomdeze job tebehouden.Ookalwiltmenerheelgraag voor gaan, de rugzak uit het verleden maakt dat er weinig energie is. De individuele en / of gezinsproblemen wegen op hen en bepalen hun functioneren. Wanneer de rugzak te zwaar

Ja, ze [verzorgende] heeft me wel wat geleerd. Ja, eigenlijk alles. Ik heb het er moeilijk mee. Ik heb ook in een speciale school gezeten. Ik heb het moeilijk met nadenken. Dat is daarmee, in een gewone school kon ik niet volgen. Het is daarmee dat ik het ook moeilijk heb om de vragen te beantwoorden. Vroeger was dat nog erger, dan kon ik daar helemaal niet op antwoorden. Maar nu begint het stillekes aan, maar ik moet eerst nog goed nadenken. (vader Filip)

Ze zeiden mij dat ik moet werken, maar als ik mij vergelijk met mijn ouders, dan heb ik nog 15 jaar te leven. Ik wil profiteren van mijn leven. Mijn broer die profiteert ook, nog meer dan mij, die gaat op vakantie, dat doe ik niet. (vader Jef)

Page 44: Thuiscompagnie draaiboek interactief

44 gezinnen in Thuiscompagnie

doorweegt, dan is de kans groot dat men het werk verliest en de zoektocht weer opnieuw kan beginnen. De arbeidsvoorwaarden, veiligheidsrisico’s en mobiliteitsproblemen kunnen maken dat het behouden van een job geen evidentie is.

partnerrelatiesRelaties vragen veel energie, energie die kwetsbare mensen niet altijd hebben omdat er nog zoveel andere problemen meespelen. Ouders in diepe armoede lijden onder de enorme druk door de dagelijkse overlevingsstrijd, onder de druk vanuit de samenleving die mee naar het gezin kijkt. Hiertegenover staat hun verlangen om hun kinderen alles te geven wat ze nodig hebben. Binding en hechting kunnen hierdoor bemoeilijkt worden. Binding en hechting zijn echter de belangrijkste bouwstenen in de persoonlijkheidsontwikkeling. Ze helpen mensen om een basisvertrouwen te krijgen, zich emotioneel te uiten, open naar de wereld te durven kijken en gezonde relaties aan te gaan. Het is een belangrijke basis om te kunnen reflecteren over zichzelf en de ander. Het risico dat de kinderen van mensen die zelf nooit een veilige hechting gekend hebben, ook onveilig gehecht zijn is groot. Welke relatie mensen in armoede ook kiezen, het blijft vaak iets moeilijks in hun leven. Ze durven moeilijk zeggen wat ze denken en voelen, met alle gevolgen van dien.

sociaal netwerk en vrijetijdsbestedingOok mensen in armoede hebben meestal een sociaal netwerk rondom zich. Mensen zonder sociaal netwerk vormen de uitzondering. Maar als er hulpverleners in huis zijn, dan blijven de vrienden liever een eindje uit de buurt. Zo blijft het netwerk rond deze gezinnen voor hulp-verleners meestal onzichtbaar. Hun sociaal netwerk bestaat veelal uit mensen die in hetzelfde schuitje zitten (zie hoofdstuk 2). Ze vragen niet snel steun of hulp aan familieleden en vrienden omdat ze bang zijn om er nog extra miserie bij te krijgen.

Het opbouwen en onderhouden van een gevarieerder netwerk kost veel geld en veel energie. Aan-sluiten bij een sportclub of vereniging is een kanaal om mensen te leren kennen. Maar dat kost handen vol geld dat er niet is. Mensen in armoede zijn zeker bereid hun kind te laten voetballen of te laten dansen. Het zijn die tombolalotjes tijdens de rust of de inkomprijs van een wedstrijd die hen doen afhaken. Ook mobiliteitsproblemen spelen mee. Veelal is het quasionmogelijk om met het openbaar vervoer op een voetbaltrai-ning te geraken. Zelfs als activiteiten helemaal geen meer-kost met zich mee zouden brengen, is deelname niet evident.

Marc, een alleenstaande man met 3 kleine kinderen, is onder druk van RVA terug aan het werk gegaan. Het werk bevalt hem wel, zelfs al moet hij met zijn kinderen ’s morgens vroeg al om 6u20 de bus nemen om hen naar de opvang te brengen. Vervolgens moet hij nog 20 km fietsen om naar zijn werk te gaan. ’s Avonds is hij nooit voor 18u00 thuis met zijn kinderen. Zowel Marc als de kinderen zijn dan doodmoe. Marc heeft geen energie meer om zijn kinderen te helpen met hun huiswerk, om hen in bad te doen enz. Ook al gaat hij heel graag werken, hoe lang kan hij dit volhouden?

Een alleenstaande moeder met 2 kinderen verloor door een ongeval 3 jaar geleden, haar vriend en de papa van haar jongste zoon. Ze heeft het moeilijk om dit verlies te verwerken. Door de ondersteuning van een aantal hulpverleners, waaronder ook een verzorgende van Thuiscompagnie, weet ze zich staande te houden en begint ze zich terug beter te voelen. Ze stapt opnieuw in een relatie. Vrij snel weet ze dat haar nieuwe partner niet de ideale partner is, maar ze blijft proberen. Ze merkt dat het plotse verlies van haar vorige partner nog te veel meespeelt. Dit zorgt voor heel wat spanningen in de relatie. Dat maakt dat haar leven, dat haar huishouden terug een chaos wordt. Uiteindelijk zet ze een punt achter deze relatie. De rust keert langzaam terug, maar haar gevoel van eigenwaarde, heeft opnieuw een serieuze deuk gekregen.

Ik ben altijd maar thuis, ik moet koken, voor de kinderen zorgen. Dat is weinig variatie. (moeder Banu)

Page 45: Thuiscompagnie draaiboek interactief

45

Ze voelen er zich bekeken, veroordeeld, minderwaardig. Deze vorm van sociaal isolement is moeilijk te doorbreken.

Op vakantie kunnen gaan is vandaag de dag in onze maatschappij eerder de regel dan de uit-zondering.Opvakantiekunnengaanistotnormverheven.Voorveelgezinnenbetekentditevenontsnappenaanderealiteitenalleproblemenevenachterlaten.Vakantiekostechterveelgelden al de praktische dingen die erbij komen kijken zijn maatschappelijk kwetsbare gezinnen zo onbekend. Via het steunpunt vakantieparticipatie2 kunnen deze gezinnen wel goedkoper op vakantie, maar dat vraagt nog altijd een financiële inspanning.

maatschappelijke diensten en voorzieningen

Hulpverlening wordt door mensen in armoede vaak als controlerend en bedreigend ervaren, zekeralserkinderenzijn.Inhunogenondersteunendiehulpverlenershenniet,maarwerkendie hen tegen. Het voelt voor hen aan alsof de verkeerde mensen op de verkeerde plaats zitten. Ze hebben het gevoel dat ze niet geholpen worden maar eerder tegen een muur van onbegrip botsen.Vaakheeftdit temakenmetonwetendheid, zowelbijhenzelf alsbijdehulpverlener.Mensen in armoede weten niet hoe de hulpverlening werkt. Dat maakt dat ze er niet voor kunnen of durven open staan. Ook de houding van de hulpverleners kan maken dat ze de hulpverlening niet toelaten.

Hulpverlening kan goed werken als er wederzijds ver-trouwen is opgebouwd en als hulpverlening geen kwetsuren bijbrengt of er zich voor excuseert als dat toch zou gebeuren. Mensen in armoede kunnen, als er voldoende vertrouwen is, hun hulpverleners veel vergeven.

ongeziene krachten

We zijn geneigd te denken dat door de uitsluiting op verschillende levensdomeinen er niets positiefsmeerisinhetlevenvanmaatschappelijkkwetsbaregezinnen.Nietsisminderwaar.Het is opmerkelijk hoe groot de draagkracht en motivatie is om hun eigen situatie en die van hun kinderenteverbeteren.Eenniet-armeheeftmeerdereprojecteninzijnlevenzoalsbijvoorbeeldwerk, partner, kinderen, vrienden, hobby’s. Mensen in armoede hebben maar één fundamenteel project,namelijkperspectiefcreërenvoorzichzelf,maarvooralvoorhunkinderen.Erisvaakook sprake van een sterke onderlinge solidariteit en strijdbaarheid.

Het is niet alleen uit bezorgdheid, maar het is ook van die [verzorgende, coach] begrijpen u, en daar wordt geen oordeel geveld. En ge weet dus, het vertrouwen daarin ook, dat is heel belangrijk. Want ik kom ook soms gezinnen tegen die dan ook dezelfde soort hulp krijgen als ik en dan hoort ge dat die toch veel meer moeite hebben. Van ja, die moeit zich met dit en die moeit zich met dat. Dan zeg ik tegen hen van nee, die moeien zich niet, die proberen u gewoon wakker te schudden. (moeder Lelie)

Jullie [tegen de ouders] hebben er wel zelf aan meegewerkt. Het begint bij het vertrouwen. Als dat goed is, dan ben je al half vertrokken, als het niet klikt dan gaat dat niet. (verzorgende Marie)

Vooral de structuur, ik heb geen structuur, alle, ik weet wel hoe dat dat moet he. De praktijk, dat is met vallen en opstaan. Meer vallen en dat terug rechtstaan is heel moeilijk. Want ja, het is een chaos en dan ja, waar beginnen? … Ook de structuur naar de kinderen toe. Dus ik heb dat thuis zelf nooit niet gehad, thuis werd alles gedaan voor mij … Ja, ge zijt dan, ge wordt in de watten gelegd. En als ge dan begint te beseffen, die [kind dat groter wordt] moet ook een keer gaan beginnen, dan is het te laat. Want dan is die eigen wil daar, snapt ge? En ik wou dat dus allemaal voorkomen. Ik wil mijn kinderen mijden dat die hetzelfde probleem gaan hebben, want dat is een vicieuze cirkel. En ja, ik wil hun die problemen niet meegeven. (moeder Lelie)

Page 46: Thuiscompagnie draaiboek interactief

46 gezinnen in Thuiscompagnie

Eenanderekrachtvandezegezinnenligtinhetfeitdatzijinonmogelijkeenchaotischeomstan-digheden toch het hoofd boven water kunnen houden. Indien een gezin zich in moeilijkeomstandigheden weet recht te houden, dan heeft het daarvoor heel veel kracht nodig. Mensen in armoede slagen er in zich te handhaven in omstandigheden waarin de doorsnee burger moge-lijks het bijltje er bij neer zou leggen. Ondanks het volledig ontbreken van structuur en overzicht, slagen ze erin om te blijven functioneren. Mensen in armoede zijn in hun gedachten continu bezig met het smeden van plannen en het bedenken van scenario’s om hun problemen opgelost te krijgen.Enalhoeweldezeplannenveelalnietlijkentelukken,hebbenzehentochveelenergieen kracht gekost.

Laat duidelijk zijn dat in iedere mens talenten en krachten zitten. Soms laten de omstandig-heden echter niet toe om er iets mee te doen of geraken mensen niet op het juiste moment op de juiste plaats. Door de situatie waarin mensen in armoede verkeren en de wijze waarop naar hen gekeken wordt, zien ze hun eigen krachten niet meer of zitten ze niet in de positie om ze te tonen. Door de buitenwereld wordt de kracht die uitgaat van mensen in armoede niet gewaardeerd en vaak zelfs niet gezien.

Netzoalsanderegezinnen,willenzedatanderenhunkrachtenzien,diekrachtenerkennenenin hen geloven. Maar deze krachten zijn niet altijd onmiddellijk zichtbaar. Gezinnen komen bij hulpverleners terecht vanwege problemen. Dat maakt de verleiding groot om enkel vanuit een problemenbril naar het gezin te kijken. Met een problemenbril op de neus, is het niet evident om te zoeken naar de krachten van deze gezinnen. Het kan zijn dat de krachten van het gezin ondergesneeuwd werden of dat de kwetsingen primeren en de problemen zich opstapelen. Dat alles neemt niet weg dat de krachten er nog zijn. Je moet bereid zijn om er naar op zoek te gaan, die naar boven te brengen en die te erkennen.

Ook als een gezin weet te overleven met gedragingen die niet aan de maatschappelijk normen voldoen (bv. zwartwerk is niet legaal, junkfood is geen gezond eten, je laat een kind niet met niet gekeurd speelgoed spelen enz.), dan zijn dit vaak strategieën die op een bepaalde manier ook werken. Door deze krachten naar boven te halen en te waarderen, kan je ze in het ondersteu-nings- of hulpverleningsproces inzetten. Weet daarbij dat krachten waarderen iets heel anders isdanallesgoedkeuren.Indienjedeinzetvanhetgezinwaardeert,danmaakjetegelijkertijdeen opening om lastige thema’s of ‘ongepast’ gedrag bespreekbaar te maken. Zo kan er nog altijd gekeken worden of er aan dat gedrag iets kan veranderen.

Page 47: Thuiscompagnie draaiboek interactief

47

onmacht leidt tot verstoringen

Wanneer problemen zich blijven opstapelen en de kloven met de ‘buiten’wereld scherp op de voorgrond treden, is een grote verstoring (bv. geweld, depressie, verslaving) niet ongewoon.

Onmacht is de belangrijkste oorzaak van verstoring. Als ouders tot het besef komen dat er van alles rondom hen gebeurt zonder dat ze daar vat op hebben, dat er allerlei processen in gang zijn gestoken waardoor ze niet meer kunnen zorgen voor hun kinderen, dat ze vaststellen dat ze hun ouderrol kwijt zijn enz. dan kunnen de stoppen doorslaan. Ze kunnen het niet meer aanzien dat hun leven wordt overgenomen en willen iets ondernemen. Als er op dat moment onvoldoende kracht en energie gevonden wordt om voor zichzelf op te komen en de situatie om te buigen, dan kanditvoorhetgezingrotegevolgenhebben.Erkanbijvoorbeeldgeweld,eendepressieofeenverslaving bij een of meerdere gezinsleden ontstaan.

Wanneer er zich een grote verstoring zoals geweld voor-doet in een gezin, dan zien de gezinsleden dit veelal op een andere manier dan de buitenwereld. Kinderen die met geweld opgroeien, vinden het na verloop van tijd vanzelf-sprekend. Eigen grenzenworden verlegd, hetwordt steedsmakkelijker om te ondergaan. De graad waarin geweld als bedreiging ervaren wordt, vermindert naarmate de fre-quentie toeneemt. Geweld went als het ware, het wordt een stukje van het leven, maar het bedreigend karakter verdwijnt nooit helemaal. Zowel kinderen als volwassenen weten pre-cies waarom het gebeurt. Ditzelfde geldt voor een verslaving of depressie. Het hoort bij het gezin. Ze vinden het bedrei-gend dat anderen in hun gezin willen binnendringen en het (dreigen) kapot (te) maken.

Het is niet omdat de normen rond geweld en medicatiegebruik anders liggen, dat de gezinsleden (inclusiefdepleger)erzelfnietonderlijden.Niemandwilgewelddadig,verslaafdofdepressiefzijn.Hetisdeonmachtdiehetvanhenoverneemt.Verstoringenbinnenhetgezinmakendatgezinnen uiteenvallen door bijvoorbeeld plaatsingen of relatiebreuken. Kinderen komen hier-door in loyaliteitsconflicten: ze moeten kiezen of er wordt voor hen gekozen. De verstoringen kunnen zorgen voor een rolverschuiving. Je krijgt een rol in het gezin die niet eigen is aan je persoon (bv. een kind dat de moederrol opneemt). Deze verdeeldheid zit door de situatie, inge-bakken in het leven. Het kan bijna niet anders.Hulpverleners moeten weten dat elk gezinslid de onmacht voelt die depressie, verslaving, of geweld met zich meebrengt. Ook kinderen kennen die onmacht en moeten daarin gehoord en erkend worden. Ze willen veelal van jongs af aan betrokken worden bij bijvoorbeeld de opmaak van een ondersteuningsplan. Hoe jonger de kinderen betrokken worden, hoe sneller ze hun stem kunnenlatenhorenenhoesnelleriedereen(terug)inzijneigenrolkanstappen.Netdaaromishet belangrijk om met het hele gezin aan de slag te gaan.

Krachten kunnen overal zitten. Een moeder die ‘s avonds laat pas merkt dat ze geen brood meer heeft voor ‘s anderendaags en dat vervolgens met de kleine in de buggy in de nachtwinkel gaat halen, kan op verschillende manieren bekeken worden. Je kan haar zien als de slecht georganiseerde moeder die onverantwoord laat met haar peuter over de straat loopt of je kan haar zien als een moeder voor wie er niets te veel is om haar kind toch behoorlijk eten te geven.

De eerste keer dat Sofie haar moeder een overdosis medicatie ziet nemen, slaat ze tilt. Het heeft een hele impact op haar. De 50e keer dat ze dit ziet, belt Sofie geen dokter meer. Ze weet wel dat haar moeder morgen gewoon weer uit haar roes wakker wordt. Op den duur denkt en hoopt Sofie dat haar moeder maar genoeg gepakt heeft, ook al weet ze dat ze als kind zo niet mag denken.

Page 48: Thuiscompagnie draaiboek interactief

48 gezinnen in Thuiscompagnie

3. vooroordelen als uiTdaging om anders Te kijken en gemeenschappelijkheid Te vinden

Als iemands gedrag afwijkt van de algemeen geldende of maatschappelijke norm, dan hebben we de neiging om met de vinger te wijzen. Dat verklaart waarom meestal met een veroordelende blik naar kwetsbare gezinnen wordt gekeken. Men gaat voorbij aan de realiteit, aan de vele elementen die kwetsbare mensen beperken in hun keuzemogelijkheden en -alternatieven. Zij worden zelf verantwoordelijk gesteld voor de gevolgen van de maatschappelijke uitsluiting (zie hoofdstuk 2). Gelukkig zijn mensen voor rede vatbaar. Als er voldoende uitleg gegeven wordt of zichtbaar en voelbaar is hoe het dagelijks leven zich in deze gezinnen voltrekt (bv. door mee in het gezin te staan), dan kunnen mensen begrijpen waarom bepaalde situaties zich voordoen.

Indesamenlevingleideneenaantalvooroordeleneenhardnekkigleven.Zeverwijzennaarde‘verkeerde keuzes’ die maatschappelijk kwetsbare gezinnen maken. Tegelijk herkennen we dat de motivaties en drijfveren, die het gedrag en de keuzes van kwetsbare gezinnen verklaren, niet echtverschillenvandemotivatiesendrijfverenvananderegezinnen.Erzijnheelwatgemeen-schappelijke waarden en verlangens. Daarin vinden we aangrijpingspunten om respectvol en samen met deze gezinnen aan de slag te gaan. Om je in het bijzonder aan te moedigen om een andere, niet veroordelende, bril op te zetten, zijn de titels van de volgende punten ietwat uitda-gendgeformuleerd.Verschillendevandeonderstaandethema’skomeninnogterugaanbod.Indathoofdstukvindjeeenaantalhandvattenomdaaroveropeenverster-kende en verbindende manier met het gezin en de verzorgende te praten.

prinselijke kinderenWaaromnemenmaatschappelijkkwetsbareoudersnogeen4eofeen5ekindofkrijgenzenogeenkindjealsalleanderekinderenalgeplaatstzijn?Elkebabyishoopopgeluk.Kwetsbaregezinnenzijngespecialiseerdin‘hopen’.Waaranderendestrijdopgeven,blijvenzijverdergaan.Erisnietalleen de hoop op een positieve toekomst, er is ook een rotsvast geloof dat ze hun kinderen betere perspectieven kunnen geven. De zorg voor kinderen geeft hen waardigheid en houdt hen recht. Kwetsbare mensen willen graag kinderen hebben om dezelfde redenen als andere gezinnen, ook zij zien hun kinderen graag. Zoals vele andere ouders, willen ze het anders en beter doen dan hun eigen ouders. Ze willen dat hun kinderen het later beter hebben en meer bereiken dan zij zelf. Als er voor drie eten is, is er ook eten voor vier. Hetzelfde geldt voor kleding. Wat de eerste gedragen heeft, is beschikbaar voor de volgende. Meer kinderen betekent daarom geen finan-ciële achteruitgang: er komt meer kinderbijslag, er moeten minder belastingen worden betaald, er is goedkoper openbaar vervoer enz. Het huidig kinderbijslagstelsel stimuleert grote gezinnen, maar als deze gezinnen meer kinderen willen, dan worden ze vaak gezien als profiteurs.

Door kwetsbare ouders te erkennen in de hoop die ze koesteren voor hun kinderen en hun wens om een goede ouder te zijn, kan je een gemeenschappelijke grond vinden om samen op pad te gaan. Samen terugkijken naar de eigen kindertijd of het uitwisselen van ervaringen met de eigen kinderen biedt verschillende mogelijkheden om de dialoog aan te gaan over de vreugde en de angstendieouderschapmetzichmeebrengt.Indatklimaatisdevraagbijwelkeaspectenenhoeze ondersteund willen worden bij het opnemen van hun ouderschap niet meer bedreigend.

Page 49: Thuiscompagnie draaiboek interactief

49

Gezinnen naar type50 % van de opgenomen gezinnen (N=226) bestaat uit een koppel met kinderen, 39 % is alleenstaande moeder en 7 % is alleenstaande vader. In een beperkt aantal ondersteuningstrajecten zijn geen kinderen betrokken. Het gaat dan om zeer jonge mensen die noodgedwongen op eigen benen staan, bijvoorbeeld na scheiding of overlijden van één van de ouders, die weinig netwerk rond zich hebben en / of een kindje verwachten.

68 % van de opgenomen gezinnen heeft één tot drie kinderen. 24 % van de opgenomen gezinnen heeft vier of meer kinderen. Het gemiddelde kinderaantal bedraagt 2,86. Ter vergelijking: in 2008 bedroeg het gemiddeld aantal kinderen per vrouw 1,853.

Aantal en leeftijd van de kinderenIn de afgelopen periode werden via Thuiscompagnie 565 kinderen bereikt. 23 % daarvan was jonger dan 3 jaar, 24 % van 3 tot 6 jaar en 27 % van 7 tot 12 jaar. 25 % van de bereikte kinderen was 13 jaar of ouder.

tien katten en geen eten in huisInonzecultuurzijnhuisdiereneennormaalfenomeen.Erzijnveelmensendieeenhond,eenkat, een vogel of andere huisdieren hebben waarvan ze liefde krijgen of die hun eenzaamheid doorbreken.Erzijnookkwetsbaregezinnendiegraaghuisdierenhouden.Huisdierenhebbenwil niet automatisch zeggen dat het huis niet onderhouden wordt. Sommige gezinnen beperken zich tot één of twee huisdieren, andere gezinnen houden veel huisdieren. Het hebben van veel huisdieren kan gewild of ongewild zijn en het kan verschillende betekenissen hebben.

Ongewild veel huisdieren hebben, heeft vaak te maken met een gebrek aan geld. Katten steri-liseren kost bijvoorbeeld geld. Het asiel aanvaardt alleen pasgeboren kittens als de moederkat gesteriliseerd wordt. De gezinnen hebben daarvoor het geld niet, dus blijven de 10 katten in huis. Ze krijgen het niet over hun hart om ze zomaar te dumpen.

Netzoalsbijanderegezinnenzijnkinderenveelaleenbepa-lende factor in de keuze voor huisdieren. Bij maatschappelijk kwetsbare gezinnen, treedt dat des te scherper op de voor-grond. De ouders willen hun kinderen iets geven, ze kunnen dat al zo weinig. Als ze dan een gratis katje of hondje aan-geboden krijgen, dan zouden ze wel gek zijn om dat te wei-geren. Het is een manier om hun kinderen blij te maken.

Buitenstaanders verwachten soms dat mensen hun huisdier(en) wegdoen. Ze kunnen niet begrijpen dat ze wel geld geven aan kattenvoer, maar geen geld hebben om schoenen te kopen. Ze verwachten dat ze hun kat weg doen zodat ze 3 euro per week kunnen uitsparen aan kattenvoer. Die kat kan hen echter veel liefde geven, ze kunnen er een band mee hebben, het kan één van de weinige dingen van betekenis zijn voor het gezin.

Huisdieren kunnen soms een ideaal aangrijpingspunt zijn om met het gezin in dialoog te gaan. Als je zelf een honden- of kattenliefhebber bent, dan heb je meteen een gemeenschappelijk punt waar je als gelijke over kan praten. Zie die huisdieren niet als een ballast, maar als een kans om een relatie met het gezin op te bouwen. De oprechte interesse die je in dit gesprek toont en het respect voor de eigen beslissingen van het gezin, legt de basis om ook over ander thema’s de dialoog te openen.

hygiëne is ‘quatsch in pakskes’‘Maatschappelijk kwetsbaar’ is geen synoniem voor onhygiënisch. Niet alle maatschappelijkkwetsbare gezinnen laten hun huis vervuilen, er zijn zeker zoveel gezinnen waar het wel proper is.Nietinallekwetsbaregezinnenhebbendekinderenluizenenerzijnzekerkwetsbareoudersdie erop staan dat hun kinderen twee keer per dag hun tanden poetsen.

[het gezin moest van de huis­baas de honden weg doen om de woning te mogen betrekken]Die ene hond, die is dan naar mijn ouders kunnen gaan en de andere hond, die hebben we weg moeten doen, via Thuiscompagnie, die hebben ons daarbij geholpen. (vader Robert)

ciJF

eRs

Page 50: Thuiscompagnie draaiboek interactief

50 gezinnen in Thuiscompagnie

Niemandkiestervoorominvervuildeomstandighedentewonenenteleven.Woonvervuilingofgebrek aan hygiëne gaat niet over het niet willen. Het huis in orde houden kan soms gewoon niet omdat de materiële voorwaarden niet vervuld zijn. Het huis kan objectief te klein zijn voor het aantal mensen dat erin moet leven of de staat van het huis is zo slecht dat het nooit proper lijkt. Er isgeenmogelijkheidomveelwasmachines tedraaienomdatereenbudgetmeter isofhunkind kan niet in bad omdat er geen bad is. Soms zijn het de stenen in de rugzak of de depressieve toestandwaarinzeverzeildgeraaktzijn,diemakendatmensendeboeldeboellaten.Eengebrekaan hygiëne kan ook uit onwetendheid voortkomen, bijvoorbeeld omdat ze het zelf nooit geleerd hebben. Gebrek aan hygiëne is geen oorzaak van armoede, maar kan er wel een gevolg van zijn. Het is belangrijk om eerst de oorzaak aan te pakken om daarna aan het gevolg te kunnen werken.

Als kinderen een geur bij zich dragen of met een onverzorgd gebit rondlopen, dan heeft dat gevolgenvoorhunomgangmetanderen(bv,opschool,indebuurt).Praatmetdeoudersoverdemogelijke gevolgen, maar doe dat niet verwijtend. Zoek samen naar manieren om er iets aan te doen.Persoonlijkehygiëneiseenzeergevoeligthema.Jekanhetpastersprakebrengenalsjeeen goede band hebt met het gezin. Als je dit onbevooroordeeld en open ter sprake brengt, dan zullen de ouders je daar (ooit) dankbaar voor zijn, zelfs als ze misschien aanvankelijk kwaad op deze boodschap reageren.

Normen over wat proper en opgeruimd is kunnen verschillen. Deze normen worden vooralbepaalddoorreclame(bv.Dashwastwitterdanwit,Dreftishetbestevoordeafwas,Mr.Properdoet alles blinken enz.). Beperkte financiële middelen vragen een goedkopere en veelal crea-tievere aanpak. Een dweil kan je bijvoorbeeld rond een borstel doen in plaats van rond eenaftrekker. Zoek naar gemeenschappelijkheid, herken en erken de inzet en inspanningen van het gezin. Doe niet neerbuigend over de oplossingen die ze zelf hebben bedacht. Zoek samen naar wat haalbaar is om de situatie in het gezin voor alle gezinsleden leefbaar te maken.

allemaal een plasma tv en een peperdure gsmIedereenwil ergens een gewaardeerde plek in de samenleving.Mensen in armoede ervarenmeerdere keren per dag dat ze er niet bij horen. Het verlangen om er bij te horen, om deel uit te maken van de samenleving wordt daardoor nog versterkt. Door te pronken met een flatscreen, een auto, een dure GSM, een duur trouwkleed, merkfrisdranken of -koekjes, hopen ze aanslui-tingtevindenofalthanshetbeeldoptehangendatzemeekunnen.Inhunogenzijndezemate-riële zaken een teken dat je er bij hoort. Als klasgenootjes op school vragen welke televisie ze thuis hebben, dan moet hun kind niet onderdoen voor de anderen en kan het tenminste zeggen datzethuiseenplasma-TVhebben.Doorhetaankopenvandeze(dure)spullenwillenzelatenziendathethenvoordewindgaat.Zebetalennogliever2jaaraanzo’nplasma-TVdandatdebuitenwereld weet dat ze in de miserie zitten. Consumptiekredieten voor de aankoop van een plasma-TVofdureGSMwordenbovendienvlotaangeboden,zelfsalzijneralveelschulden.Bij de bakker kan je echter niet op afbetaling kopen. Ouders doen zich dan vaak tekort om hun kinderen te geven wat ze denken dat ze moeten hebben om niet uitgesloten te worden. Ze willen hun kinderen beschermen. De kinderen moeten nietwetenhoeslechtzeerfinancieelvoorstaan.Eenleningaangaan zodat hun kinderen hun communie kunnen doen zoals alle andere kinderen (bv. met mooie kleren, een feest, een nieuwe fiets enz.) is niet uitzonderlijk.

Het is niet alleen voor de kinderen dat er een grote televisie gekocht wordt. Als er geen andere vrijetijdsbesteding (moge-lijk) is, dan kan televisiekijken een antwoord geven op een-zaamheid en verveling. De televisie is dan het venster op de wereld en doorbreekt het isolement waarin ze verkeren.

Als mensen dergelijke aankopen veroordelen, dan brengt dat opnieuweengevoelvanuitsluitingteweeg.Netzoalsdatbijde voorgaande thema’s het geval was, liggen ook hier tal van

Page 51: Thuiscompagnie draaiboek interactief

51

mogelijkheden om gelijkenissen op het spoor te komen van waaruit je op voet van gelijkwaardig-heid een gesprek met het gezin kan aangaan en verder kan werken. Denk bijvoorbeeld aan een gesprek over hoe mooi je deze of gene serie op televisie wel vindt of over welk GSM abonnement nu het meest voordelig is.

ze roken zich arm en ziekHet rookgedrag van mensen in armoede is een thema waarover menig buitenstaander denkt een oordeel te moeten uitspreken. De hulpverlening verwacht bijvoorbeeld dat ze stoppen met roken omdat het voor hun financiën en gezondheid sowieso een stuk beter zou zijn. Die druk maakt dat ze beloven om te stoppen, maar eenmaal buiten steken ze toch een sigaret op of blijven ze vervolgens helemaal weg van de hulpverlening.

Hoe meer stress mensen in armoede ervaren, hoe meer sigaretten ze roken. Roken is een overle-vingsstrategiegeworden.Hetiseenmanierommetstressenmoeilijkhedenomtegaan.Vaakzijnze er vroeg mee begonnen en werd het van thuis uit gezien als een teken van erbij te horen. Roken verbindt hen met hun verleden. Dat maakt dat stoppen moeilijk is of helemaal geen wens is.

Het is niet de taak van gezinszorg om mensen te verplichten om te stoppen met roken. Je kan hen wel vragen hoe ze het gaan aanpakken om ervoor te zorgen dat de verzorgende kan werken in een rookvrije omgeving of als je zelf rookt of ooit gerookt hebt, dan kan dat je een insteek geven om dingen te ontdekken die je gemeenschappelijk hebt.

ze zeggen ja, maar ze doen het toch nietMensen in armoede weten vaak al op voorhand wat er tegen hen gezegd gaat worden: ‘Ze gaan weer zeggen wat we allemaal verkeerd doen.’ Het enige wapen dat ze dan vaak hebben om dat een halt toe te roepen is ‘ja zeggen’. Ook al hebben kwetsbare mensen niet direct het gevoel dat ze ‘geholpen zijn’ of ‘vooruit kunnen’ met de raad of aanbevelingen die hen gegeven worden, ze gaan er dikwijls van uit dat de raadgevers (bv. de hulpverlener, de leerkracht, de huisarts of andere professionelen) het beter weten. ‘Ja zeggen’ kan ook ingegeven worden door de angst om nee te zeggen. Als ze neen zeggen, dan is de kans groot dat ze iets zullen verliezen of dat hen iets zal worden afgepakt. Ze zijn immers vaak van de hulpverlening afhankelijk voor geld of een woning of om hun kinderen bij zich te mogen houden.

Hetisdekunstommensengemotiveerdtekrijgenomergensaantewerken(ziehoofdstuk7).Door met mensen op weg te gaan, kunnen ze in volle overtuiging dat ze het zullen kunnen, ‘ja zeggen’. Als het ondanks die inzet en motivatie niet lukt, dan is het mogelijk dat ze afhaken uit teleurstelling.Interpreteerdatafhakenuitteleurstellingdannietalseentekendatjevoordegekgehouden werd.

de deur blijft dichtWanneer de deur dicht blijft voor een hulpverlener, dan is dat geen afwijzing van de hulpver-lener als persoon. Mensen in armoede houden de deur dicht vanuit een gevoel van schaamte over hoe ze wonen, welk meubilair ze hebben enz. Ze denken dat de hulpverlener komt contro-leren of alles wel in orde is en dat aan dat bezoek negatieve gevolgen vasthangen met betrekking tot hun kinderen.

Als ik mensen zie die in dezelfde situatie zitten als ons, …, ja natuurlijk vragen ze aan mij dan ook van ‘Hoe hebt gij dat gedaan?’ Dan zeg ik: ‘Ja Thuiscompagnie die helpen u dan, … ja, die helpen u dan gedeeltelijk met bepaalde dingen en die zien dan ook wel van, ja, goed!’ Soms krijg ik dan goede reacties, maar soms is dat van: ‘Dat is er dan weer een die komt controleren en dit en dat allemaal.’ Maar als ik dan eerlijk mag zijn, mensen in dezelfde situatie of die terug van 0 af aan moeten beginnen, die zou ik dat [Thuiscompagnie] zeker kunnen aanraden. Dat die mensen ook geholpen worden. (vader Robert)

Page 52: Thuiscompagnie draaiboek interactief

52 gezinnen in Thuiscompagnie

Of een hulpverlener al dan niet binnen mag, hangt ook samen met hoe mensen zich voelen op het moment dat die hulpverlener aanbelt. Als het net goed gaat, doen ze open en als het niet goed gaat,blijftdedeurdicht.Isdatnietherkenbaarvooriedereen?Eendeurzalsnelleropengaanalser vertrouwen is in diegene die voor de deur staat. Wie binnenkomt zonder te oordelen en de mensen in hun waarde laat, zal de volgende keer terug mogen komen.

Insommigekwetsbaregezinnenkomtgeenenkelehulpverlenerenisdeverzorgendemisschiendeenigediebinnenmag.Inanderegezinnenlopenhulpverlenerselkaarvoordevoet.Alsjedeelfde hulpverlener bent die die maand over de vloer komt, dan blijft de deur misschien dicht. Ookvoormenseninarmoedegeldt:genoegisgenoeg.Naarmatedehulpverleningbeteraansluitbij de behoefte van de mensen, neemt de kans toe dat de deur opengaat.

kinderen in het gezin? een reden voor een directe (dwingende) aanpakVanuiteenoprechtebekommernisvoordekinderendieopgroeieninmaatschappelijkkwetsbaregezinnen, zien buitenstaanders vooral de risicofactoren die de ontwikkelingskansen bedreigen. Ze meten de kwaliteit van het gezinsklimaat af aan een optimale pedagogische norm. Die ‘opti-male’ norm wordt ook in doorsnee gezinnen niet altijd bereikt, maar naar het doen en laten van kwetsbare gezinnen wordt nu eenmaal met argusogen gekeken. Wanneer je enkel en alleen focust op het belang van een stimulerende omgeving, vertrekt van een risicobenadering en van daaruit bijvoorbeeld kinderen weghaalt uit een gezin, ga je waarschijnlijk voorbij aan de inspanningen die ouders doen. Te snel oordelen en handelen, ontneemt ouders de kans om te kunnen groeien in hun ouderrol en ontneemt het kind de ondersteunende ouders die het verdient. Ouders en kinderen die kans geven, vraagt dat je inzet op beschermende factoren, op factoren die ouders en kinderen kunnen ondersteunen.

Verzorgendenzullenongetwijfeld situatiesmeemakenwaarzezichvragenbij stellen.Erzijnredenen waarom mensen de dingen doen die ze doen. Als de verzorgende dicht bij de ouders staat, dan kan ze met hen praten over gebeurtenissen waar ze zich ongemakkelijk bij voelt. Als ze kan benoemen wat het met haar doet of gedaan heeft, dan helpt dit ouders om na te denken over de invulling van hun ouderrol. Door niet meteen te veroordelen, maar te geloven in de goede intenties van ouders, die te erkennen en van daaruit samen te zoeken naar alternatieven, kan er veel ten goede gebeuren. Weet daarbij dat de aanwezigheid van de verzorgende in het gezin al wat rust kan brengen waardoor kinderen en ouders zich beter gaan voelen en de kans op verstoring afneemt. Als de verzorgende er daarenboven in slaagt om een goed contact met de ouders op te bouwen, dan kan ze in het gezin gelei-delijk reflectie binnenbrengen, nieuwe gedragspatronen en denkwijzen introduceren, kortom verandering brengen.

Natuurlijk zijn er situaties waar er wel ingegrepen moetworden, maar het is niet de taak van de verzorgende om een dwingendeinterventieuittelokken.Verzorgendenzijnerinde eerste plaats om het gezin te ondersteunen. Het is belang-rijk om met heel het gezin te zoeken naar dingen die hen zouden kunnen helpen om een plaatsing te voorkomen.

Ik zeg ook tegen haar [de verzorgende]: als zij goed is voor mij en ze is vriendelijk en alles, dan krijgt ze veel van mij gedaan. Maar beginnen ze mij af te blaffen en juist gelijk als een klein kind, dan zeg ik stop. Laat me gerust. (moeder Lisa)

Page 53: Thuiscompagnie draaiboek interactief

53

4. leefwereldboTsingen

De sociaal culturele achtergrond, religie, opvoedingsverleden en andere, ook maatschappelijke factoren, geven mee kleur aan de leefwereld van gezinnen. De leefwereld van gezinnen kan sterk van elkaar verschillen. Dit toont zich in de normen en regels die het gezin volgt of vooropstelt en in verschillenden levensdomeinen (bv. het huishouden, voeding, kledij, (persoonlijke) hygiëne en gezondheid, tijdsbesteding, de opvoeding, taakverdeling en rolpatronen enz.). De verschillen tussen de leefwereld van het gezin en die van de verzorgende kunnen zo groot zijn, dat ze onverzoenbaar of onoverbrugbaar lijken. De volgende punten laten je zien hoe die leefwereldbotsingen net kansen kunnen bieden om een vertrouwensrelatie tussen de leefwereld van het gezin en van de verzor-gende op te bouwen en tot gemeenschappelijke (werk)punten of een gezamenlijke aanpak te komen.

waarden en normen: andere omgangsvormen en schijnbaar andere principes

De term ‘waarden en normen’ verwijst naar een geheel van omgangsvormen en principes die zowel in het openbaar als in het gezin, het gedrag en de keuzes van mensen bepalen. Die waarden en normen geven je houvast en veiligheid. Het is iets wat je kent en voelt, het zit in je binnen-kant. Ze maken je tot wie je bent en hangen nauw samen met de positie die je in de samenleving inneemt. Ze bepalen mee je voorkeur(en) voor bepaalde soort kleding, eten of muziek. Ook de toon waarmee je spreekt, de wijze waarop je je uit, over welke thema’s je al dan niet spreekt, wat je ernstig neemt en wat je belachelijk vindt is daardoor bepaald. Die gedragsregels en omgangs-vormen maken bijvoorbeeld dat je je thuis voelt in de ene groep, en niet in een andere groep en dat nog voor je met de leden van die groep gesproken hebt.

Elkgezinheeftzo’neigenwaardenennormenstelsel.Datkandichtaanleunenbijhetnormen-stelsel van de meest dominante groep in de samenleving of er verder van verwijderd zijn. Onge-lijkheid in de samenleving zorgt er voor dat dominante groepen bepaalde gedragingen, commu-nicatiewijzen, waarden en normen kunnen doordrukken als ‘normaal’.

Als je een relatie met een kwetsbaar gezin wil op bouwen, dan is het belangrijk om bij de start het normen- en waar-denstelsel van het gezin te erkennen en niet meteen in vraag te stellenof teveroordelenals ‘nietdeugdelijk’.Naverloopvan tijd, als er vertrouwen is gegroeid, kan je deze waarden en normen bespreekbaar maken. Als je op de dingen door-denkt, dan zal je vaak merken dat je eigenlijk vanuit dezelfde waarden vertrekt, maar dat de normen daar rond een andere invulling krijgen. Verandering op die punten is mogelijk,maar dan moet je er wel zelf in geloven. Het vraagt veel tijd, geduld, vertrouwen en het vraagt dat je zoekt naar de bete-kenis, naar de reden(en) waarom de dingen zijn zoals ze zijn.

Kwetsbare gezinnen kennen de dominante waarden en normen wel, maar er zijn redenen waarom ze daarvan

Page 54: Thuiscompagnie draaiboek interactief

54 gezinnen in Thuiscompagnie

afwijken. Hoe je je gedraagt en uit en wat je belangrijk vindt en minder belangrijk, is sterk ver-bonden met je gevoelswereld, met financiële middelen en met kennis en vaardigheden. Je rugzak heeft invloed op de invulling die je aan waarden en normen geeft. Soms keren mensen hun waarden en normen om, om niet constant het gevoel te hebben dat ze in het kamp zitten waar de klappen vallen. Soms is het nodig om het ene door het andere te vervangen en soms is het moei-lijk om daar niet in te overdrijven.

De aankoop van het nieuwe speelgoed kan een aanleiding zijn om met moeder te praten over dit gedrag. Het is dan vooral van belang om te laten voelen dat je ziet hoe ze zich inzet om een goede moeder te zijn. Als je het gedrag veroordeelt zonder die erkenning te geven en van moeder eist dat ze daarmee stopt, dan betekent dat voor moeder dat je haar de kans om een goede moeder te zijnontneemt.Inhaarhoofdbewijstzemetdatspeelgoeddatzeerggoedvoorhaarkindzorgt.Jemoet beseffen dat je, als je verandering wil realiseren, nooit alleen maar iets negatiefs mag weg-nemen. Als moeder geen speelgoed meer mag kopen, hoe kan ze dan bewijzen dat ze een goede moeder is? Je zal met haar moeten zoeken naar ‘andere’ manieren die haar het gevoel geven dat ze goed voor haar kind zorgt.

Hetzelfdegeldtvooropruimen.Eengroteopruiminterventiezalgeenblijvendeffecthebbenalsernietgezochtwordtnaardepositievebetekenisvandiegrotepuinhoopvoorhetgezin.Ergensonderliggend moet daaraan iets positiefs voor het gezin zitten. Als er alleen maar negatieve ele-menten aan verbonden zijn of ze er enkel last van zouden hebben, dan zouden ze het zelf wel opruimen.Paswanneermensenerklaarvoorzijnomaanhunbinnenkanttewerken,kunnenzemee werken aan veranderingen aan de buitenkant.

andere culturen, andere religies, een andere spreektaal

Omdat doorverwijzing meestal via de hulpverlening verloopt en gezinnen met een migratiegeschiedenis nog altijd minder vaak op gezinszorg een beroep doen, bereikte het project Thuiscompagnie minder van deze gezinnen dan je op basis van de armoedecijfers zou verwachten. Om de werking en aanpak van gezinszorg bekend te maken kan er met alloch-tone verenigingen worden samengewerkt. Samen met de ver-enigingen kan gezocht worden naar een taal die vrouwen de mogelijkheid geeft om hun nood aan ondersteuning bij huis-houdelijke en andere taken te kennen te geven, zonder dat ze schrik moeten hebben om door hun gemeenschap veroor-deeld te worden. Ook de rol van de eigen gemeenschap in het ondersteunen van kwetsbare gezin is een gespreksthema. Hoe kijken deze gezinnen naar verzorgenden en hoe kijken verzorgenden naar hen? Hoe kan je omgaan met taboes zoals homoseksualiteit, uithuwelijken enz.

Moet je je schoenen uitdoen wanneer je bij een moslim gezin komt? Mag een vrouw een man de hand geven ter begroeting? Mag je muntthee weigeren als je die niet lust? Je mag al die vragen

De coach ziet dat Alda, die met haar kind in een armzalig huisje woont, duur speelgoed koopt. Er zijn op alle vlakken tekorten, maar voor Alda is dit de manier om een goede ouder voor haar kind te zijn. De coach ergert zich: dat Alda weer geld uitgeeft aan speelgoed terwijl haar kind nu al verdrinkt in het speelgoed, is voor haar een brug te ver. Er is nu al veel meer speelgoed in het gezin dan ‘normaal’. De gevoelsmatige reactie van de coach is ‘dat koop ik niet eens voor mijn kinderen en in dit gezin zijn echt wel andere dingen nodig’. De coach beseft wel dat het om compensatiegedrag kan gaan, maar dat blijft botsen met haar eigen waarden en normen: ‘Je kiest eerst voor het noodzakelijke en zoveel speelgoed is niet noodzakelijk.’

Op het einde van de ramadan hadden ze me betrokken bij het Suikerfeest en dan hebben we echt gezocht naar receptjes en goed gelachen ondertussen. We hadden dan receptjes van Marokkaanse koekjes opgezocht en dan samen gebakken en zo. Dat ik daar toch een stukske in kan meegaan en zo. Ik vind dat wel heel fijn. (verzorgende Jennifer)

Page 55: Thuiscompagnie draaiboek interactief

55

gerust aan het gezin stellen. Door vragen te stellen en je onbevooroordeeld open te stellen, kom je tot wederzijds begrip en overeenstemming. Telkens opnieuw, over cultuur- , religiegebonden of andere thema’s met elkaar in dialoog gaan en het gemeenschappelijke daarin ontdekken, dat is de boodschap. Samen dingen doen biedt juist mogelijkheden om mensen dichter bij elkaar te brengen. Hetzelfde geldt voor taalproblemen. Die kan je ook oplossen door te zoeken naar een gemeenschappelijke taal (bv. Engels, Frans, Spaans), door een tolk in te schakelen, doormethanden en voeten of met pictogrammen te communiceren.

Gezinnen met een migratiegeschiedenis?Omdat we niet registreren naar herkomst, hebben we geen exacte cijfers over het bereik van gezinnen met een migratiegeschiedenis. De enige indicator uit de registratie is de thuistaal. Maar in heel wat gezinnen met een migra-tiegeschiedenis is de thuistaal ondertussen Nederlands. Vaak spreken de ouders Nederlands met hun kinderen of spreken de kinderen onderling Nederlands. Ook bij gemengde huwelijken waar de ouders alleen Nederlands als gemeenschappelijke taal hebben(bv. een Marokkaanse vrouw gehuwd met een man uit India). In 9 % van de aan-gemelde gezinnen werd thuis geen Nederlands gesproken. Van de opgenomen gezinnen sprak 8 % geen Neder-lands thuis. In 5 % van de gezinnen waar een verzorgende startte was de thuistaal een andere taal dan het Neder-lands. Uit de situaties die op de intervisie van verzorgenden besproken worden, kunnen we echter afleiden dat dit percentage een onderschatting is van het aandeel gezinnen met een migratiegeschiedenis dat door Thuiscom-pagnie wordt bereikt.

de taal van het gezin, spreken in raadsels

Soms wil het gezin je iets zeggen, maar ook weer niet te veel. Soms willen zij heel graag iets bekomen, maar willen ze niet uitleggen waarom ze het nodig hebben of waar het mee te maken heeft. Want eenmaal iets gezegd is, dan is dat ‘de waarheid’ waarop ze verder moeten bouwen. Soms vinden ze dat de hulpverleners er niets mee te maken hebben, maar kunnen of durven ze dat niet zeggen. Kortom, ze hebben geldige redenen waarom ze niet het achterste van hun tong laten zien. Die ambivalente communicatie is helaas een ideale voedingsbodem voor misverstanden.

Maatschappelijk kwetsbare gezinnen worden veelal geacht om moeiteloos hun diepste gevoe-lens bloot te leggen wanneer ze met de hulpverlening in contact komen. Daar is echter heel veel vertrouwen voor nodig. Dat vertrouwen is er vaak (nog) niet. Je mag er niet van uitgaan dat ze je zomaar wat op de mouw spellen. Gezinnen zijn er vaak zelf niet gelukkig mee wanneer ze iets niet willen of kunnen uitleggen. Ze raken er zelf vaak alleen maar meer verstrikt door. Wanneer dit ‘opgebouwde kaartenhuis’ instort, dan zijn zij opeens degene die niet te vertrouwen zijn. Dat willen ze helemaal niet, want vertrouwen is net zo belangrijk voor hen. Zo geraken ze uiteinde-lijk nog meer verstrikt met zichzelf.

Als hulpverlener moet je je bewust zijn van wat in die ambivalente communicatie meespeelt en je moet er erkenning aan geven. Het is noodzakelijk om de raadsels te ontraadselen. Je daardoor belogen en bedrogen voelen, brengt je in een kramp waar niemand beter van wordt. Dat staat het bieden van werkelijke ondersteuning en versterkend en verbindend werken in de weg.

Een gezin heeft veel tegenslag te verwerken gekregen op korte tijd. De auto is stuk, de droogtrommel is stuk enz. Er hangt een geladen sfeer. Het gezin zendt net nu het signaal uit: ‘We hebben de verzorgende niet nodig, we kunnen het wel alleen.’ De verzorgende heeft steeds meer het gevoel dat ze als ‘poetsvrouw’ wordt bekeken. Ook de coach heeft het gevoel dat het gezin alle contact met haar mijdt. Dat is niet verwonderlijk want met het gezin was afgesproken dat ze 1 euro per uur zelf zouden betalen. En nu heeft het gezin, met al die tegenslagen, die factuur nog niet betaald. Dat die factuur niet betaald is, is al reden genoeg waarom het gezin de coach niet wil zien. Ze willen die factuur graag betalen en voelen zich er heel slecht bij dat dat nog niet is gebeurd. Ze willen de coach niet teleurstellen en vermijden daarom liever het contact.

ciJF

eRs

Page 56: Thuiscompagnie draaiboek interactief

56 gezinnen in Thuiscompagnie

weerstand is niet ongewoon

Weerstand en verandering gaan hand in hand. Gezinnen hebben honderden redenen om ‘dwars te liggen’. Soms heeft de weerstand met het hulpaanbod te maken en soms met andere zaken. Het tempo ligt voor hen te hoog, ze vinden de verandering te groot of het is niet de verandering die zij zouden willen, ze hebben het gevoel dat hun positie niet erkend wordt of ze hebben een tegenslag op een ander vlak en zien het daarom allemaal even niet zitten.

Eenhulpverlenermoetzichvandiediversiteitaanredenenbewustzijnenerbegripvoorkunnenopbrengen. Het gaat trouwens om redenen die hulpverleners zelf ook in hun eigen leven (kunnen) ervaren. Waarom blijft het zo moeilijk te aanvaarden dat gezinnen die hulp zoeken in weerstand gaan als die hulp geboden wordt? Als je even bij deze vraag stil staat, dan is er maar één logisch antwoord: de hulp die geboden wordt, wordt niet als hulp ervaren. Weerstand is iets anders dan ‘niet willen geholpen worden’. Het is niet de weerstand die het probleem vormt. Die weerstand is een signaal dat de hulp niet aansluit bij de nood van het gezin. Weerstand is dan een uitnodiging om te kijken waar het gezin of een gezinslid tegen aan loopt.

Als je gezinnen recht geeft op weerstand, dan kan je er heel anders mee omgaan. Besef dat een gezin er zelf niet gelukkiger van wordt om in weerstand te gaan. Dat wil immers zeggen dat ze geen manier vinden om rechtstreeks aan te geven wat er aan de hulp schort. Dat is zeer frustre-rend en stressverhogend. Dat is de reden waarom de verzorgenden van Thuiscompagnie over alles wat ze doen in huis in gesprek gaan met de gezinsleden en waarom in het traject momenten zijn ingebouwd (evolutiebesprekingen) die de gezinnen de kans geven om te spreken over wat henwelennietbevalt.In, kan je lezen hoe je dergelijke gesprekken met gezinnen kan voeren en hoe verzorgenden in dat ‘praten over doen’ ondersteund kunnen worden.

verandering als afwijzing

Ook al zijn veranderingen soms heel hard nodig, je moet erg voorzichtig zijn met het intro-duceren van veranderingen. Als je iets wil veranderen, dan kan dat door het gezin begrepen worden als een signaal dat ze niet goed bezig zijn. Of ze voelen zich dom omdat ze niet wisten datheteigenlijkanderszoumoeten.Veranderingintroducerenkandaneenextrakwetsingtotgevolg hebben.

Vaakkunnendingenmaarveranderenalsjegenoeginvesteertinhetgezin.Hetrustigaandoenen de gezinsleden betrekken is de boodschap. Wanneer zij zich meer gewaardeerd en erkend voelen,dankomtermeerruimteomteveranderen.Veranderingiseenwegintweerichtingen:gezinnenkunnenvanjoulerenenjekanzelfvanhetgezinleren.Vraagnietalleenverandering

verzorgende Marie: We hadden ook een andere afspraak, om Jef te leren strijkenvader Jef: Ik moet dat niet leren. Ik kan dat wel. Ik heb dat vroeger ook gedaan, maar dat duurt veel langer.verzorgende Marie: Ja, ge kunt het wel, iedereen heeft zijn eigen manier.

Een gezin vraagt hulp omdat moeder al geruime tijd ziek is en vader van het ene uitzendwerk naar het andere loopt. De oudste dochter is 14 jaar en runt al jaren het gezin. En dan komt er hulp. Langs de ene kant wil die dochter heel graag die hulp, want dan kan ze terug 14 jaar zijn. Langs de andere kant is ze trots dat ze al jaren voor het gezin zorgt. Deze dochter moet erkenning krijgen voor haar inzet. Als de verzorgende dit niet ziet, dan is het normaal dat de dochter in weerstand gaat en pogingen onderneemt om de verzorgende zo snel mogelijk terug buiten te krijgen. Om dat te vermijden kan het voldoende zijn dat de dochter betrokken wordt bij wat er moet gebeuren en hoe dat moet gedaan worden.

Page 57: Thuiscompagnie draaiboek interactief

57

van het gezin, maar toon dat ook jij kan bijleren en wil veranderen.Somsmoetenjejezelfdevraagdurvenstellenofhetwel‘anders’moet.Erzijnimmersveelver-schillendemanierenomdingentedoen.Nietallesmoetgebeurenopdemanierdiejijooithebtaangeleerd. Als een gezin al jaren gewoon is om te dweilen met een keukenhanddoek, is het dan zo belangrijkdatzevanafnueendweilgebruiken?Erwordtgedweildendaargaathettenslotteom.

‘ongewone’ complimenten

Voorsommigekwetsbaregezinnenishetheelongewoonomcomplimentjestegevenoftekrijgen.Eenpluimkomtdannietaltijdpositiefbinnen.Hetkanoverkomenalsbetuttelendofalsmouw-vegerij omdat ze daar geen ervaring mee hebben, dat niet kennen of niet weten wat ze er mee moeten doen. Die positieve pluim wordt dan niet als waar of terecht aanzien. Als je bij het geven van een compliment naar de lichaamstaal kijkt, dan zie je hoe het overkomt en kan je er op inspelen.

Vooranderenkaneencomplimentvoordenodigeonzekerheidzorgen.Hetgezinkandeindrukhebben dat de lat steeds hoger wordt gelegd. ‘Jullie hebben dit goed gedaan’ wordt dan gehoord als ‘En nu op naar de volgende uitdaging’. Doordat ze soms niet weten wat er nog allemaal van henverwachtwordt, kandat stressuitlokken. In elke aansporinghoren ze eenonderliggendoordeel: dat ze hun hele leven lang zullen moeten blijven proberen om het beter te doen, dat het nooit goed genoeg zal zijn. Grens daarom tijdig en duidelijk de doelstellingen af.

Dat alles sluit niet uit dat de kracht van complimenten of positieve feedback onnoemelijk groot kanzijn.Jemoeterhetjuistemomentendejuistewoordenvoorkiezen.Eencomplimentopeenmoment dat het gezin zelf trots is, doet wonderen. Het gezin voelt op een dergelijk moment dat een compliment gepast is. Juist omdat ze zelf tevreden zijn, bekrachtig je dat gevoel. Ook op een Lokaal Cliëntoverleg (LCO) is positieve feedback aan te raden. Zo bevestig je dat ze goed bezig zijn en toon je dat aan de andere betrokken hulpverleners.

Moeder Kimberly: We hebben daar [LCO] goede punten gehad (lacht, glunderend).Vader Robert: Ja, de coach zei van ge kunt eigenlijk een trapke hoger. … Nu zijt ge volledig geïnstalleerd, dat is natuurlijk nog niet 100 %. Nu zijt ge toch voor 99% geïnstalleerd.Moeder Kimberly: Ge kunt uwe plan trekken.[Wat betekende dat voor jou?]Moeder Kimberly: Dat het helpt, het helpt. Dat is voor ons een schot in de roos die organisatie [Thuiscompagnie].

Page 58: Thuiscompagnie draaiboek interactief

58 gezinnen in Thuiscompagnie

5. heT rechT om Ten alle Tijde Te sToppen, zonder consequenTies

Gezinnen in Thuiscompagnie moeten altijd kunnen stoppen. Thuiscompagnie moet vrijwillig en vrijblijvend zijn. Het stoppen zou geen bijkomende consequenties mogen hebben. De beslis-sing om te stoppen, behoort tot de autonomie van het gezin. De dienst gezinszorg moet deze autonomieerkennen.Gezinnenkunnenveleredenenhebbenomtewillenstoppen.Indienallebetrokken partijen het eens zijn over deze redenen dan is het zaak om mooi af te ronden.

Somsisstoppeneeneenzijdigebeslissingvanhetgezin.Erzijnbijvoorbeelddingengebeurddiehun leven overhoop gooien of ze hebben de kracht niet meer om verder te gaan. Het kan ook te makenhebbenmetdehulpzelf.Eenverzorgendedietesneltekortbijkomt,datkanheelconfron-terend zijn voor het gezin. Soms heeft de verzorgende niet in de gaten dat de vertrouwensband nog niet van die aard is dat bepaalde dingen besproken of aangepakt kunnen worden. Het is dan belangrijk dat de verzorgende goed gecoacht wordt zodat ze een beeld krijgt van haar aandeel in deze situatie. Daarnaast moet de coach het gezin helpen om zicht te krijgen op hun aandeel en zemoetdenodigeduidinggevenwaaromdeverzorgendeietswelofnietgedaanheeft.Eroverpraten kan later een nieuwe ondersteuningsvraag mogelijk maken.

Wat de reden van stoppen ook mag zijn, het is zaak om de deur open te houden. Herintreden op een later moment moet mogelijk blijven. Het stoppen van Thuiscompagnie zou geen (grote) con-sequenties mogen hebben op de houding van andere organisaties ten aanzien van het gezin (bv. het OCMW, de sociale woningbouwmaatschappij, het comité bijzondere jeugdzorg). De coach moet dit al van bij de aanvraag duidelijk maken aan de aanmelder. Als het gezin door de beslis-sing om met Thuiscompagnie te stoppen in moeilijkheden komt bij andere organisaties, dan kan de coach, als het gezin dat vraagt, als belangenbehartiger van het gezin optreden, zelfs als het gezin gestopt is tegen het advies van de coach in.

1.‘Tewerkstellingovereenkomstigartikel60§7iseenvormvanmaatschappelijkedienstverleningwaarbijhet

OCMW een baan bezorgt aan iemand die uit de arbeidsmarkt is gestapt of gevallen, met als doel deze terug in

te schakelen in het stelsel van de sociale zekerheid en in het arbeidsproces. Het OCMW is altijd de juridische

werkgever. Het centrum kan de persoon in zijn eigen diensten tewerkstellen of ter beschikking stellen van

een derde werkgever. Het ontvangt een subsidie van de federale overheid voor de duur van de tewerkstelling

en geniet als werkgever van een vrijstelling van werkgeversbijdragen.’ (http://www.mi-is.be/be-nl/ocmw/

artikel-60-7)

2.SteunpuntVakantieparticipatieiservoormensen,wonendinVlaanderenofBrussel,dieomfinanciële

redenen of bijzondere moeilijkheden niet op vakantie of daguitstap kunnen. Bijvoorbeeld: mensen met

eenlaaginkomen,metOMNIO-statuut,meteenverhoogdetegemoetkoming,inschuldbemiddeling.Wie

aangeslotenisbijeenorganisatiedielidisvanSteunpuntVakantieparticipatie,kanviaheneenaanvraag

doen. (www.vakantieparticipatie.be)

3.VanHove,H.,Reymenants,G.,Bailly,N.&Decuyper,J.(2011).VrouwenenmanneninBelgië.

Genderstatistiekenengenderindicatoren.Editie2011.Brussel:Instituutvoordegelijkheidvanvrouwenen

mannen.(http://igvm-iefh.belgium.be/nl/binaries/GenderStat_N_Hfdst1-8_tcm336-161101.pdf)

Page 59: Thuiscompagnie draaiboek interactief

59

omdat sociale netwerken voor individuen en voor gezinnen zo

belangrijk zijn, zet Thuiscompagnie hier op in. Dit hoofdstuk geeft je een aantal aandachtspunten en mogelijkheden om het sociaal netwerk van gezinnen aan te

spreken en te verbreden.

4HeT sociaaL netWeRK van

geZinnen BetReKKen en

VeRBReDen

Page 60: Thuiscompagnie draaiboek interactief

60 heT sociaaL neT WeRK Van gezinnen BeTReKKen en VeRBReden

Page 61: Thuiscompagnie draaiboek interactief

61

Eensociaalnetwerkgeeftiemandeenplaatsindesamenlevingenbevestigtzijn‘waarde’.Mensenontlenen daaraan een betekenis. Deel uitmaken van een netwerk geeft een gevoel van verbonden-heid. Uit onderzoek is daarenboven gebleken dat ouders met een ondersteunend sociaal netwerk doorgaans meer ontspannen zijn in de opvoeding, meer zelfvertrouwen hebben en positievere relaties aangaan met hun kinderen1. Kinderen die een hechte band hebben met hun grootouders, zijnbijvoorbeeldgelukkigerdankinderendiedatniethebben.Eenbetrokkenenactiefsociaalnetwerk kan kinderen beschermen, wanneer er problemen of risicofactoren zijn. Doordat ouders en kinderen praktische en/of emotionele steun krijgen, is de kans kleiner dat opvoedingspro-blemen escaleren en een kind in zijn ontwikkeling ernstig bedreigd raakt. Gezinnen kunnen meer aan, als er mensen zijn die hen praktisch en emotioneel ondersteunen. Ondersteuning vanuit het sociaal netwerk vergroot de draagkracht van een gezin en vermindert de draaglast.

Het sociaal netwerk vormt niet alleen een hulpbron voor het gezin, het kan de gezinsleden ook toegang bieden tot (andere) hulpbronnen waarmee hun levensdoelen gerealiseerd kunnen worden. Het netwerk van maatschappelijk kwetsbare mensen is echter vaak beperkt in omvang en weinig divers in samenstelling. Het zijn zelden netwerken die een brug leggen naar de bre-dere samenleving of waardoor ze op de sociale ladder kunnen stijgen. Het sociaal kapitaal dat deze homogene netwerken opleveren (zie hoofdstuk 2), is m.a.w. niet zo groot.

NetdaaromishetvoorThuiscompagniebelangrijkomdegezinsledenineennetwerktebrengenwaar ze ondersteuning kunnen krijgen, waar ze mogen bijhoren en waar ze van betekenis kunnen zijn. Hulpverlening of ondersteuning die alleen gericht is op het individu en niet de kring rond mensen verbreedt, draagt bovendien een risico op verafhankelijking van professionelen in zich. Voorblijvenderesultatenoplangetermijnishetnodigdatgezinneneenberoepkunnendoenopeen sociaal netwerk dat kan helpen om de bereikte resultaten van de ‘tijdelijke’ ondersteuning door Thuiscompagnie vast te houden.

1. inleiding

Page 62: Thuiscompagnie draaiboek interactief

62 heT sociaaL neT WeRK Van gezinnen BeTReKKen en VeRBReden

2. neTwerken in hun diversiTeiT

informele en formele netwerken

het informele netwerk dat blijft bestaan …Er bestaanverschillende soortennetwerken.Het informelenetwerk vormtde basis enwordtgevormd door mensen die dicht bij het gezin staan. Dit zijn vrienden, familie, kennissen, col-lega’s, buren, werkrelaties enz. Tot je informele netwerk behoren mensen waar je je thuis bij voelt of waar je iets aan hebt. De sociale herkenning (het is iemand van ‘ons’) zal mee bepalen of je iemand tot je informeel netwerk rekent. De relaties die mensen met de leden van hun netwerk hebben, zijn niet altijd even sterk. Met de ene is de band al groter en het contact intensiever dan met de andere. De intensiteit van het contact en de ondersteuning die al dan niet wederzijds geboden wordt, kunnen doorheen de tijd veranderen. Soms verdwijnen deze contacten naar de achtergrond of geraken ze ondergesneeuwd, maar zelfs dan blijven ze van betekenis.

het formele netwerk: hulpverleners die komen en gaanDaarnaast kan een gezin ook een netwerk van professionelen rond zich hebben. Die vormen het formele netwerk: het gaat dan om een geheel van relaties die een vooraf bepaald doel beogen en slechts tijdelijk van aard zijn. Bij maatschappelijk kwetsbare gezinnen merken we vaak dat het netwerk waar ze voor ondersteuning een beroep op doen vooral uit profes-sionelen bestaat. Soms zijn dit contacten die mensen vrij-willig aangaan, soms gaat het om gedwongen of opgelegde contacten. Tot het professionele netwerk van maatschappe-lijk kwetsbare gezinnen behoren wel eens leden waarvoor

De verzorgende betekent alles voor mij. Op sommige, op veel vlakken. Dat is misschien positief, misschien negatief, ik weet dat niet. Ik vind dat naar mij toe positief, maar misschien naar mijn ouders toe negatief. Ik kan bij de verzorgende heel veel terecht. Mijn ouders weten dat. En ja, zo dat ik meer tegen de verzorgende zeg dan tegen hen. Ik heb het gevoel dat ik meer tegen haar kwijt kan, dan dat ik tegen hen kwijt kan. (moeder Femke)

Dat is heel moeilijk, ik heb een slechte familie. Mijn schoonfamilie dat is een heel goeie. Mijn eigen familie, die ziet me niet staan, buiten mijn moeder wel. (moeder Lisa)

Soms gaat dat, soms niet, dan zie ik het zwart, dan zeg ik gewoon goeiedag. (moeder Banu)

Ja tevreden, want de vrienden die ik nu heb, die zijn echt geselecteerd (lacht). (moeder Lelie)

Het merendeel van de gezinnen waar Thuiscompagnie komt, doet op 1 of meerdere andere hulpverleners of diensten een beroep. De verzorgenden worden het meest frequent vermeld als ‘aanspreekfiguren’, als personen bij wie ze terecht kunnen wanneer er zich een probleem of een moeilijke situatie voordoet.

[tevredenheid over relaties met familie en met andere mensen?]

Page 63: Thuiscompagnie draaiboek interactief

63

het gezin zelf niet gekozen heeft. Als het netwerk van een gezin hoofdzakelijk uit professionelen bestaat, dan valt met het wegvallen van die hulpverlener, de ondersteuning voor het gezin weg.

Doel van onze steun is om mensen (in hun netwerk) zo te versterken tot ze de touwtjes weer in eigen handen kunnen nemen. Het betrekken van het eigen netwerk is hierin noodzakelijk. Het spreektvoorzichdatwedezekrachtenzoveelmogelijkwillenbenutten.Indevolgendepuntengaan we verder in op de betekenis van het sociaal netwerk en de wijze waarop we dat kunnen versterken.

functies van het sociaal netwerk

Het sociaal netwerk van personen heeft volgens Baartman (2010)2 3 functies:

• Praktische ondersteuning Gezinnen kunnen een beroep doen op mensen in hun omgeving voor oppas, een klus in huis, naar het containerparkgaanenz.Naarmategezinnenovereenhechter sociaal netwerk beschikken, is het gemakkelijker om hulp te vragen of anderen steun te bieden.

• Sociaal – emotionele ondersteuningGezinsleden kunnen bij iemand terecht voor een luisterend oor of om stoom af te blazen. Ze krijgen daar waardering: er zijn mensen die laten voelen dat ze iets waardzijn.Emotioneleondersteuningversterkthetpsychisch welbevinden. Het vormt een buffer tegen tegenslagen of moeilijkheden die het leven passeren. Dit is vaak wat mensen ‘recht houdt’.

• Normatieve functieDe mensen uit het netwerk kunnen een voorbeeldfunctie hebben voor elkaar. Door deel uit te maken van een groep leren ouders en kinderen de gewoonten en gedragscodes van die groep. Mensen functioneren als rolmodel voor elkaar en houden elkaar onder controle. Dit kan zowel positief als negatief zijn.

•Gevoel van verbondenheidVanuitThuiscompagnievoegenweereenvierdefunctieaantoe.Hetisalshetwareeenverbijzondering van de sociaal-emotionele ondersteuningsfunctie. Mensen kunnen door hun netwerk het gevoel hebben ergens bij te horen, het gevoel dat ze er mogen zijn. Dit gevoel van verbondenheid is een fundamenteel menselijke behoefte. Het zelfbeeld van maatschappelijk kwetsbare mensen is vaak gekwetst, onder andere door veel verbroken relaties en moeilijke situaties uit hun verleden. Het gevoel gewaardeerd te worden en van betekenis te zijn voor anderen, is erg belangrijk voor mensen die op basis van hun lage sociaal-economische status weinig maatschappelijke waardering genieten.

Ik heb een vriend, die kan ik altijd spreken. En ook in het OCMW, als ik een probleem heb, dan kan ik daar ook altijd met iemand spreken en Jennifer [de verzorgende] die geeft mij ook soms raad. (moeder Amani)

Ja, aan mijn schoonouders, daar vraag ik altijd alles aan of aan Charlotte [de verzorgende], die vraag ik ook als ik iets moet weten. (vader Filip)

De grootouders kunnen op de kleinkinderen passen.

Een jong gezin kan terecht bij een goed bevriend koppel om over hun situatie te praten. Het koppel heeft het ook zwaar om rond te komen en alles te beredderen. Ze begrijpen elkaar.

Page 64: Thuiscompagnie draaiboek interactief

64 heT sociaaL neT WeRK Van gezinnen BeTReKKen en VeRBReden

informele netwerken en sociale mobiliteit

Mensen zijn geneigd om intensere relaties te onderhouden met mensen die ‘hun gelijke zijn’. Gaat hethieromeenindividuelekeuze?Niethelemaal,debeperktebereidheidvananderenetwerkenom hen toe te laten, speelt evenzeer een rol. Hoe je eruit ziet, de taal die je spreekt, de kleding die je draagt, de status die je in de samenleving geniet enz. zullen maken of je al dan niet tot andere sociale netwerken wordt toegelaten.

Altijd in dezelfde sociale kring verkeren geeft veiligheid, maar kan tegelijkertijd de sociale mobiliteittegenhouden.Eennetwerkdatteweinigdiversis,kanmensenafremmenomstappenvooruit te zetten. Merk op dat deze vaststelling enkel geldt voor mensen die weinig privileges en maatschappelijk aanzien hebben. De leden van een netwerk van geprivilegieerden halen juist hun macht uit het feit dat de toegang ertoe beperkt is tot mensen met dezelfde privileges en aan-zien (cf. ‘Old Boys Network’). Terugkerend naar de mogelijke ‘negatieve’ rol van het eigen nabije netwerk, zijn sommige hulpverleners van oordeel dat gezinnen er baat bij hebben om afstand te nemenvandatkluwenvankennissenenvrienden.Netwerkenvanlotgenotenkunnenmensenechter ook sterker en weerbaarder maken, zo blijkt uit vele getuigenissen van deelnemers en begeleiders van groepswerkingen met maatschappelijk kwetsbare gezinnen3.

Naastdesterkebandenmetgelijken,hebbenkwetsbaregezinnensomsbandenmetmensendieeen hogere plaats op de sociale ladder bekleden. Die contacten zijn misschien minder sterk, maarkunnensomsmeerhulpbronnentoegankelijkmaken.Viadezecontactenkunnengezinnenbijvoorbeeldallerleiweetjeseninformatieachterhalen,waardoorzezelfkunnengroeien.Voor-waarde hier is uiteraard dat de partij die ‘hoger op de maatschappelijke ladder’ staat, openstaat om een sociale relatie aan te gaan en haar kennis en inzichten wil delen.

InThuiscompagniezienwedatgezinnenhunverzorgendevaakzienalseengelijke,maarwelals een gelijke die net een beetje hoger staat. De verzorgende is voor hen iemand die veel weet, veelinfokangevenendieheninzichtbiedtinhoedesamenlevingenorganisatieswerken.Ver-zorgenden kunnen drempels voor de gezinnen wegwerken door te praten over hoe ze zelf een aantal zaken regelen, door een bezoek aan een voorziening met het gezin voor te bereiden of door samen naar een voorziening te gaan.

Alysa heeft aan de schoolpoort wel eens kort contact met een andere moeder. Zij vertelde Alysa over haar positieve ervaringen met de VDAB en de trajectbegeleiding. Voor Alysa was dit positief verhaal erg hoopvol. Het heeft er zelfs toe geleid dat ze zelf de stap gezet heeft om te informeren naar de mogelijkheden die de VDAB haar kan bieden.

Page 65: Thuiscompagnie draaiboek interactief

65

3. heT sociaal neTwerk (Terug) in beeld brengen

Als het gezin ondersteuning krijgt van familieleden, vrienden of kennissen, dan moet de verzor-gende die ondersteuning niet overnemen of die mensen en hun hulp als het ware aan de kant zetten. De inzet van een verzorgende is hoe dan ook eindig. Ze moet weten welke mensen het gezin nog ondersteunen en op welke manier, zodat ze daar ruimte aan kan geven. De eerst stap daarin is zicht krijgen op het bestaande (ondergesneeuwde) sociaal netwerk rond gezinnen.

Inwelkemate is er een netwerk? Zijn er steunende relaties? Kunnen de gezinsleden ergensterechtmethunverhaal?Voelenzezichgeborgen, geliefd, gewenst?Mensenhebbenhunnet-werk vaak in hun hoofd. Wie er in je hoofd zit, daar heb je een speciale band mee, die hebben betekenis. Daarover praten, brengt verbinding en geeft jou en het gezin zicht op het netwerk. Het gebeurt echter niet zelden dat mensen door de situatie waarin ze zijn beland, het gevoel hebben dat er niemand meer is waarvoor ze iets betekenen. Maar als je daarover met hen praat, dan blijken er toch wel mensen te zijn (geweest) die hen ondersteund hebben of waar ze bij terecht konden.Hetzijncontactendieterugopgenomenkunnenworden.Ineersteinstantieprobeerjedan het netwerk dat door de jaren heen ondergesneeuwd is, weer zichtbaar te maken.

Het (ondergesneeuwd) sociaal netwerk (terug) in beeld te brengen vraagt aandacht voor de volgende punten:

• Breng het netwerk snel ter sprakeVraagtijdensdeintake(ziehoofdstuk6)alnaardefigurendiehetgezinalssteunendervaart.Het is belangrijk om te weten welke zaken door het netwerk opgenomen worden. Dan kan je daar in de ondersteuning rekening mee houden en moet je voor die zaken met het gezin niet op zoek gaan naar ondersteuningsmogelijkheden.

• Begin bij de familieBegin te praten over de steun die ze ervaren van hun familie, dat is meestal het makkelijkst.

• Stel open vragen naar het bredere netwerkDaarna kan je vragen of er verder dan de familie nog mensenzijnwaarzecontactmeehebben.Vermijddaarbij controlerend over te komen.

[verzorgende Charlotte tegen moeder]Ja, je kan er wel veel beroep op doen [ouders van moeder], al is het maar eens om efkes op de kinderen te komen passen. Als ik nog niet hier ben en je bent nog niet thuis, dan wacht haar vader. Die laat mij binnen en dan gaat hij naar huis. Dat is fijn dat uw ouders kort bij wonen he? Dat ge die toch wel hebt.

Wonen je ouders in de buurt? Steken zij wel eens een handje bij?

Buiten jouw familie, zijn er nog andere mensen waar je een goede band mee hebt?

Page 66: Thuiscompagnie draaiboek interactief

66 heT sociaaL neT WeRK Van gezinnen BeTReKKen en VeRBReden

• Stel verdiepende vragen over het netwerkSoms vertellen mensen spontaan over mensen waarmee ze wel eens gesproken hebben of die hen aangeboden hebbenomalshetnodigisbijtespringen.Naaraanleiding van een taak die je zelf niet kan opnemen, kan je een ballonnetje oplaten, die ondersteuningsmogelijkheid (terug) in herinnering brengen.

• Vraag verder dan enkel naar voor de hand liggende contactenSoms zullen mensen zeggen dat ze helemaal niemand kennen. Maar ze kennen vaak meer mensen dan ze op het eerste zicht denken. Bijvoorbeeld: mensen die ze sporadisch aan de schoolpoort tegenkomen, de winkeldame waar ze wel eens mee praten enz. Dergelijke contacten kunnen eveneens van betekenis zijn.

Kortom, probeer te achterhalen welke kansen en kwetsbaarheden er in het eigen netwerk zijn. Wie zit er in het netwerk en welke betekenis hebben de verschillende leden voor het gezin?

Onderstaande vragen kunnen helpen om dat in kaart te brengen:

•Tegenwieverteljeoverwatjebezighoudt?•Wiekanervoorjezijnalsjehetmoeilijkhebt?•Metwiekanjeveelpleziermaken?•Wiekanjebereikenalserietsdringendsis?•Wiekomterbabysittenalsjeeenswegmoet?•Iserweleensiemanddiedingenmeebrengtvandewinkelvoorje?•Hoelaatjediemensenwetendatjehennodighebt?•Aanwieverteljedatjejezorgenmaakt?•Hoekanjeopdiemenseneenberoepdoen?•Kanjesomseensbijjeoudersgaaneten?•Watkanjeervoorindeplaatsgeven?

Je vertelde over je buurman. Zou je hem kunnen vragen om naar het containerpark te gaan?

Moeder wacht samen met een andere moeder haar kinderen op aan het bushokje. Af en toe praten ze wel eens: over het huiswerk van de kinderen, over hoe ze de vakantie denken door te komen enz.

Page 67: Thuiscompagnie draaiboek interactief

67

4. heT sociaal neTwerk beTrekken is een uiTdaging

Zoals eerder al vermeld, bepalen mensen zelf wie er tot hun netwerk behoort. Dit gebeurt op basisvandebetekenisdiezezelfaanderelatiegeven.ViaThuiscompagniewillenwehetgezinterug in verbinding brengen met zichzelf, de omgeving van het gezin en de samenleving. Soms brengt je dat bij situaties die bijzondere aandacht vragen. Het gezin kent bijvoorbeeld een grote schroom om ondersteuning te vragen, de beloofde steun blijft uit of het netwerk is niet onver-deeld gelukkig met de aanwezigheid van de verzorgende en de veranderingen die dat met zich meebrengt.Verzorgendenenhuncoachwordensomsgeconfronteerdmetgezinnendiezelf(te?)veel zorg voor anderen opnemen of met de mogelijkheden en de risico’s van digitale netwerken. Inwatvolgtvindjemogelijkhedenomdaaralsverzorgendeofalscoachopeenversterkendeenverbindende manier mee om te gaan. Daarbij aansluitend vind je een beknopte toelichting bij de EigenKrachtConferenties.Ditiseenaanpakdieeropgerichtisommensenregietegevenoverhun eigen leven en dat van hun gezin en om hun netwerk te versterken.

bespreekbaar maken van vraagverlegenheid

Hulp vragen is lang geen evidentie. Ook voor maatschappelijk kwetsbare gezinnen is het vaak een (te) grote stap om hulp te vragen. Men spreekt in dat verband van vraagverlegenheid.

Daarenboven is het niet evident om te zeggen: ‘Ikwil beroep doen op iemand anders’ als jeeen verzorgende in huis hebt die je betaalt om dingen te doen. De eerder vermelde aandachts-punten en vragen om het netwerk (terug) in beeld te brengen (zie verder), zijn ook hier inzetbaar door de verzorgende. Ze kunnen openheid creëren voor het stellen van een (andere) hulp- of ondersteuningsvraag.

geen woorden maar ook daden?

Soms denkt het gezin te kunnen rekenen op het eigen netwerk om zaken geregeld te krijgen, terwijl dat eigen netwerk het ondanks alle goede bedoelingen laat afweten. Hier ligt een taak voor de verzorgende: dit ter sprake brengen en samen met het gezin zoeken hoe de situatie terug vlot getrokken kan worden.

Als je al in een moeilijke familiale situatie zit (bv. ouders die overleden zijn, broers en zussen die niet meer komen, gescheiden ouders enz.), dan ga je niet snel iemand om hulp vragen. Het risico op nog meer moeilijkheden is dan groot. Mensen verwachten niet dat ze iets zouden mogen vragen aan iemand anders. (een ervaringsdeskundige)

Page 68: Thuiscompagnie draaiboek interactief

68 heT sociaaL neT WeRK Van gezinnen BeTReKKen en VeRBReden

het netwerk reageert op verandering

Familieleden of andere nabije figuren, zijn niet altijd tevreden over de aanwezigheid van deverzorgende of over wat de verzorgende in het gezin doet. Gezinnen worden daarover soms ter verantwoording geroepen, bijvoorbeeld als het netwerk zich tekort gedaan voelt.

Het eigen netwerk kan in het verweer gaan, omdat ze (te) veel zien veranderen. Het systeem verzetzichdaartegen.Hetkansomsnietmetde(plotse)veranderingenoverweg.Nietomdatzedie niet willen, maar omdat ze het niet vatten. De verzorgende zou wel eens iets kunnen doen, dat verandering in gang zet waardoor ‘hun’ (overlevings)systeem in elkaar valt. Ze hebben schrik dat ze hen ‘verliezen’ als ze te veel vooruitgaan. Ze vrezen dat ze ‘geen van hen’ meer zullen zijn, dat ze ‘beter’ dan henzelf zullen zijn.

Het gezin moet dan soms kiezen: ‘Ofwel zet ge die verzorgende buiten ofwel kom ik niet meer’. Als het gezin voor die keuze gesteld wordt, dan zal het voor het eigen netwerk kiezen. Daar zijn ze immers het meest mee vertrouwd en de verzorgende, die gaat toch ooit een keer stoppen. Daarom kunnen we niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is om dat eigen netwerk te erkennen en een plek te geven in het ondersteuningstraject. Duw het netwerk, belangrijke steunfiguren, niet buiten, maar betrek hen erbij en doe dat reeds vanaf de intake.

De verwarming is stuk. Een oom zal die verwarming komen maken want dan kost het minder. Maar ondertussen zijn er al drie weken verstreken en de verwarming is nog steeds stuk. De oom heeft zich nog niet laten zien. De gezinsleden durven de oom daar niet over aanspreken. Vraag dan of jij eens mag bellen naar de oom. Je belt hem op en vraagt hem wanneer hij tijd heeft om de verwarming te maken. Stel een deadline. Je neemt die vervelende telefoon dan even uit handen van het gezin. Meteen weet de oom ook dat er een andere hersteller zal gezocht worden als hij niet voor het eind van de week langskomt. Met het gezin bespreek je hoe die hersteller kan betaald worden.

Karin heeft twee zussen die ook kinderen hebben. De drie zussen nemen de zorg op voor elkaars kinderen en delen alles. Ze komen voor elkaar op en beschermen elkaar door dik en dun. De oudste zus gaat ergens poetsen, dat is haar job. Zij gaf veel kritiek op de verzorgende omdat de verzorgende het poetswerk niet overnam van Karin, maar alles samen met haar wou doen. Daardoor verzette ook Karin zich tegen de verzorgende. Ook al was de oudste zus er nooit als de verzorgende in huis was, de druk die ze uitoefenende had consequenties voor de relatie van de verzorgende met Karin en de mogelijkheden om met haar en het gezin te werken.

Ik heb nog twee zussen en een moeder. Mijn vader is 5 jaar geleden overleden. Ze hebben het moeilijk dat wij wel veel hulp krijgen. (moeder Lien)

Als de verzorgende er is, dan kan ik wel eens even weg gaan met haar. Mijn schoonmoeder die zegt dan: ‘Maar eigenlijk moet je dat niet doen, want ze wordt betaald en je moet in huis blijven en hier alles in huis gaan doen.’ Ik had dan zo van ja, dat bepaal ik zelf wel. Als we even weg willen gaan of ik moet ook wel eens gaan winkelen. Waarom mag ik dat dan niet? Zij heeft daar niets over te zeggen. (moeder Christina)

Page 69: Thuiscompagnie draaiboek interactief

69

wederkerigheid in het sociale netwerk: gepast reageren op zorgende gezinnen

Er zijnmensenwaarop het gezin een beroep kan doen,maar het gezin zelf kan er ook vooranderen zijn. Gezinnen zorgen vaak zelf voor iemand anders.

Anderen ondersteunen kan zowel een constructief als een destructief aspect in zich dragen. Het gezin weet op voorhand dat het niet van een leien dakje zal lopen, maar toch springen ze voor anderen in of maken ze in hun huis plaats voor iemand anders. Ook al brengt het hen in een moeilijke(re) situatie of gaan ze er aan ten onder, ze doen het toch. Solidariteit primeert hier: ‘Wat ik zelf niet gekregen heb toen ik het nodig had (bv. steun, hulp), kan ik misschien wel aan iemand anders geven’.

Buitenstaanders kijken daar soms met lede ogen naar: ze zien vooral de gevaren en risico’s die daaraan verbonden zijn. Je kan ook anders kijken en het als een kracht zien en benoemen. De zorg voor iemand anders opnemen heeft een grote positieve betekenis voor het gezin. Soms heb je het nodig om voor iemand te kunnen zorgen. Dat geeft je reden om nog door te gaan. Misschien is dat om niet teveel met jezelf bezig te moeten zijn, je kan gemakkelijker door het leven gaan als je moet zorgen voor iets of iemand. Dan kan je voor jezelf bewijzen: er zijn er die het erger hebben, ik doe toch nog iets goed. Laat daarom gezinnen de mogelijkheid om iets terug te doen. Hou er rekening mee dat in ondersteunende relaties een soort van wederkerigheid mogelijk moet zijn.

We zien het vaker dat gezinnen die het financieel al moeilijk hebben, mensen in huis nemen om te helpen. Hulpverleners interpreteren dat soms als ‘een stap achteruit’. Dat is een boodschap die het gezin niet wil horen. Zij nemen dat andere gezin immers op met de beste bedoelingen. Zo kunnen ze voor zichzelf en voor anderen iets betekenen. Ze doen dat niet om de hulpverlener(s) te kwetsen of te dwarsbomen.

De verzorgende kwam bij Luc en Els. Ze waren zelf heel tevreden met de gemaakte vooruitgang. Toen kwam de zus van Els inwonen. De structuur die stilaan gevonden was, verdween weer. Het ging echt terug achteruit. Luc en Els zagen zelf dat de aanwezigheid van de zus niet positief is, maar ze konden haar niet buiten zetten.

Tijdens de winter beslist een gezin met vijf kinderen om onderdak te geven aan een dakloze. Eén van de kinderen heeft er zijn bed voor moeten afgeven, maar toch heeft het gezin ervoor gekozen om de persoon in huis te nemen. De dakloze was gedomicilieerd op het adres van het gezin. Het hebben van een domicilie binnen de gemeente, opende voor de dakloze het recht op leefloon. Dit betekende een uitbreiding van inkomsten binnen het ‘nieuwe’ gezin. Een win­winsituatie dus.

Christiane vertelt regelmatig over de situatie bij haar zus. Door het alcoholmisbruik van haar zus en haar echtgenoot blijkt het koppel niet altijd in staat om voor hun twee kinderen te zorgen. Het Comité Bijzondere Jeugdzorg volgt het gezin op en dreigt met plaatsing van de kinderen indien de situatie niet verbetert. Christiane wil de plaatsing van de kinderen kost wat kost voorkomen. Ze brengt een aantal keer brood en beleg naar het gezin, zodat de kinderen toch geen honger moeten lijden. Ze is zelf in budgetbeheer en heeft eigenlijk niet de middelen om dit te doen. Christiane en haar man verzwijgen af en toe aan de budgetbeheerder wat ze met overuren hebben bijverdiend, om met dat geld boodschappen te kunnen doen voor het gezin van haar zus. Christiane is erg blij dat ze dit kan doen voor haar familie: ‘Wij zijn ondertussen goed bezig. We werken beiden. We krijgen hulp voor de financiën van het OCMW en met jullie hulp hebben we het hierbinnen ook al goed in orde gekregen. Ik hoop dat zij ook snel inzien dat ze hulp moeten nemen vooraleer het te laat is. Tot dan proberen we het zo maar te doen hé.’

Page 70: Thuiscompagnie draaiboek interactief

70 heT sociaaL neT WeRK Van gezinnen BeTReKKen en VeRBReden

Het is belangrijk om het gezin hierin te blijven steunen en om ze niet te veroordelen. Het accent moet blijven liggen op het positieve: ‘Knap dat je dat probeert.’ Dat is beter dan te vertellen wat volgens jou de risico’s zijn of waarom ze dat volgens jou niet mogen doen. Je mag gerust je bezorgdheid uiten, maar focus eerst en vooral op de krachten en goede bedoelingen.

Ineendergelijkesituatieishetwelbelangrijkdatjemetdeverzorgendeenhetgezinbekijkthoedeverdereondersteuningmoetlopen.Watkunnenwenudoen?Inhetlichtvandenieuwesitu-atie is het misschien nodig om de taken van de verzorgende te herbekijken. Wordt er nu van de verzorgende iets meer verwacht? Kan de nieuwe logé ook iets doen? Op die manier kan je het ‘nieuwe gezinslid’ of de nieuwe situatie ter sprake brengen. Zaak is om altijd ondersteunend te werken en niet veroordelend.

digitale netwerken van gezinnen en de verzorgende

Voorkwetsbaremensenzijnvirtuelecontactenvaakuitnodigend.Hetiseenveiligemanieromerbij tehoren. Jehoeft erdedeurniet vooruit en je kan zijnwie jewil zijn.Nieuwemediakunnenvoorkwetsbaremensenvangrotebetekeniszijn.VeelvriendenhebbenopFacebookiseen tastbaar teken: ik besta, ik tel mee en ik heb een groot netwerk. Tegen de verzorgende zeggen ouders wel eens: ‘Ik heb het daar met mijn vrienden van Facebook over gehad.’ Ze putten er steun uit en voelen zich minder alleen. Je kan daar op ingaan en vragen wat de betekenis van dat net-werk voor hen is. Kan je je hart luchten? Krijg je langs die weg betrouwbare informatie? Wat zet je daar zelf op? Je probeert hen zo bewuster gebruik te laten maken van deze digitale netwerken. Of deze netwerken hen hulpbronnen opleveren bij het organiseren van hun dagelijkse leven, is een vraag. Maar we merken wel dat deze sociale media aanleiding kunnen geven tot vormen van nieuwenetwerken.HetgebeurtdatmensenelkaarvindenviaFacebookenafsprekenominhetreële leven samen dingen te doen.

Sommigegezinnenvragendeverzorgendeofzehaarmogentoevoegenalsdigitalevriend.Net-werksitesalsFacebookkunnenveelpersoonlijke informatiebevatten.Deze informatiewillenverzorgenden niet altijd delen met hun gezinnen. Hoe informeel en close de relatie tussen de verzorgende en het gezin soms ook lijkt, het blijft een relatie in een professioneel kader. Als orga-nisatie is het belangrijk om de verzorgenden goed te informeren over de impact die deze sociale media op hun persoonlijk leven en op hun beroepsleven kan hebben. Het kan verwachtingen creërendiezemisschiennietaltijdkunnenofwillenwaarmaken.EendienstdieverzorgendenverbiedtomcliëntentoetevoegenopFacebook,voorkomtdathetgezineen‘neen’vandeverzor-gende als een persoonlijke afwijzing zal ervaren.

Page 71: Thuiscompagnie draaiboek interactief

71

een eigen kracht conferentie kan kansen bieden

Mensen hebben de neiging om zich te isoleren als ze financiële, psychische of relationele pro-blemen hebben. Ze sluiten zich daardoor af van het sociaal kapitaal dat in hun netwerk aanwezig is.DaaromkanhetinteressantzijnommethetgezinnategaanofeenEigenKrachtConferentievoor hen ondersteunend zou kunnen zijn. Het zal situatie per situatie, gezin per gezin, bekeken moetenwordenofeenEigenKrachtConferentie(EKC)mogelijkis.

Indeeersteplaatsmoethetgezinermeeakkoordgaandatmoeilijkhedenmetdeledenvandatnetwerkbesprokenwordenendatsteuninheteigennetwerkwordtgezocht.IneenEigenKracht-conferentie komen immers vrienden en familieleden samen om een plan te bedenken om het gezin te ondersteunen. De krachten en bronnen die binnen de eigen familie en het sociaal net-werkaanwezigzijn,vormenhetuitgangspuntvanditoverleg.Eenonafhankelijkecoördinatorhelpt de familie bij het uitzoeken van wie gecontacteerd kan worden. Hij contacteert die mensen en zet de nodige stappen om die conferentie goed voor te bereiden. Het uiteindelijke doel van de conferentie is om een plan te maken waarin staat welke eigen krachten de familie en de ken-nissenkring wil inzetten en op welke professionele hulp ze (eventueel) een beroep zullen doen. Door deze werkwijze houden mensen maximaal de regie over hun leven.

BijhetSteunpuntAlgemeenWelzijnswerkkanjemeerinformatiebekomenovereenEKC.Jekanereenconferentieaanvragen.HetSteunpuntduidtdaneenonafhankelijkcoördinatoraandiesamen met het gezin op pad gaat. Meer informatie vind je op: http://www.steunpunt.be/onderwerpen/eigen_kracht_conferenties Achteraan dit hoofdstuk4vind je de contactgegevens van dit steunpunt terug.

Page 72: Thuiscompagnie draaiboek interactief

72 heT sociaaL neT WeRK Van gezinnen BeTReKKen en VeRBReden

Er zijn verschillendemogelijkheden om het sociaal netwerk vanmaatschappelijk kwetsbaregezinnenteverbreden.Voordezegezinnenishetvaakeengrotestapomandere,nieuwemensente ontmoeten of aan te spreken.

de relationele kwetsbaarheid van gezinnen

Omdat maatschappelijk kwetsbare mensen in het verleden meermaals gekwetst werden, zijn ze vaak bang om nieuwe relaties aan te gaan. Soms werd het contact met een deel van de familie verbroken, soms zijn relaties met familieleden ver-waterd. Ook in het bredere sociaal netwerk zijn vaak rela-ties verloren gegaan. Als je dikwijls afgewezen bent, word je voorzichtiger in het verlangen om anderen te leren kennen. De angst om weer afgewezen te worden, is bij deze groep mensen bijna altijd aanwezig (zie hoofdstuk 2).

We kunnen hier niets in forceren. Als mensen er niet voor openstaan om zich naar buiten te begeven,danmoetjedatrespecteren.Pasalsmensenhierzelfeen‘ballon’overoplaten,dankan de verzorgende er op inpikken en mee verder gaan. Maar ook bij gezinnen die weiger-achtig staan ten aanzien van contacten met de buitenwereld kan de verzorgende rond dit thema werken. Het verlangen aanwakkeren om weer contacten te leggen, is immers ook ‘werken aan netwerken’.

De groei in de relatie tussen de verzorgende en het gezin kan verder evolueren naar andere relaties.Eengoederelatiemetdeverzorgendekaneeneerstestapzijnomweervoldoendever-trouwen te hebben in zichzelf en anderen, om de opgelopen relationele schade te herstellen, om de sociale contacten weer op te nemen of om nieuwe bij te maken.

Zoals eerder vermeld, kan de verzorgende het gezin stimuleren om verloren (ondergesneeuwde) contacten terug op te nemen. Dat kan al veel betekenen. Blijkt dat het bestaande netwerk te klein of te beperkt is, dan kan ze het gezin stimuleren om nieuwe sociale contacten te zoeken en het netwerk van de ouders en de kinderen uit te breiden.

de school als ontmoetingsplaats van werelden

Aan de schoolpoort kunnen contacten gelegd worden met andere ouders. De vriendschap die tussen kinderen ontstaat, kan resulteren in contacten tussen ouders die wederzijds ondersteu-nendkunnenzijn.Erwordtafgesprokendatdekinderenbeurtelingsbijelkaarkunnenkomenspelen, om samen te rijden naar activiteiten of feestjes, om de kinderen naar de voetbal brengen tot zelfs samen op vakantie gaan. Ouders uit allerlei lagen van de bevolking wisselen infor-matie en hand- en spandiensten uit en ondersteunen elkaar. Op die manier kunnen nuttige

5. heT sociaal neTwerk verbreden

Ik kijk de kat uit de boom bij wie ik terecht kan. Dat hangt er van af voor wat dat dat is. … Ja, er is niemand waarvan dat ik kan zeggen, die kan ik voor 100% vertrouwen. (jongere Joske)

Page 73: Thuiscompagnie draaiboek interactief

73

informatie, mogelijkheden en inzichten die hen anders niet zouden bereiken, toch bij kwetsbare ouders komen. De school kan een verbindend element zijn tussen mensen en tussen werelden.

Zo spontaan en gemakkelijk loopt het echter niet altijd. Om te beginnen kunnen ‘uiterlijke ver-schillen’ een rol spelen. Moeder heeft niet zo’n kleren als de andere moeders, ze kan niet mee praten over de zaken waar zij het over hebben, ze heeft een ander taalgebruik, haar kinderen zienernietzo‘hip’uitalsdeanderekinderenofzehebbennietdenieuwsteboekentassen.Nietelkeandereouderkanofwiloverdezeverschillenheenkijken.Erkanschroomzijn:sommigegezinnen schamen zich voor hun woonsituatie. Ze willen niet dat er kinderen komen spelen om kritiektevermijden.Eenanderevaakvoorkomendedrempelisdebeperktemobiliteit:zehebbengeen fiets, geen wagen of geen buslijn in de buurt.

Als Klara andere ouders zou leren kennen, dan zouden ze hulpbronnen voor elkaar kunnen zijn. Maar Klara vreest om afgewezen te worden. Want zij heeft geen auto en kan dus nooit voor anderen rijden. Ze kan niets terugdoen. Zij heeft niet de juiste kleren en de juiste haarsnit. Hoe-veelrespectkanKlarabijzoveelongelijkheidverwachten?Eenverzorgendekaneenbelangrijkerol spelen. Door de woning die meer op orde geraakt is het nu misschien wel mogelijk om thuis vriendinnetjes te ontvangen. Afhankelijk van de precieze vraag van het gezin kan je als coach samen met de verzorgende en het gezin kijken hoe je dit best aanpakt.

Bij activiteiten die de school organiseert, zoals het schoolfeest of mosselfeest, wordt er gerekend op een helpende hand van de ouders. Hier liggen kansen voor ouders om van betekenis te zijn voor de school en om contacten te leggen met andere ouders. Het op een succesvolle manier betrekken van maatschappelijk kwetsbare ouders vraagt wel een goede ondersteuning vanuit de school.

De jaarlijkse ‘kienavonden’ op school zijn een ander voorbeeld van een ontmoetingsmoment waar het mogelijk is contacten te leggen met andere ouders. Hoe fijn ze het ook zouden vinden, voor veel gezinnen is zo’n avond financieel niet haalbaar. Het zijn niet enkel de kaarten die gekocht moeten worden, maar ook het drankje en tombolalotje tijdens de pauze.

groepswerkingen

Inverschillendegemeentenwordenerlaagdrempeligegroepswerkingengeorganiseerd.Erzijnverschillende initiatiefnemers: het OCMW, het buurtwerk, een vereniging waar armen het woord nemen, inloopteams, Welzijnsschakels, een Centrum Basiseducatie, een basisschool, de Logo’s enz. Ook in het kader van de Huizen van het Kind worden ontmoetingsmomenten geor-ganiseerd. Kijk eens rond in het aanbod in je gemeente. Deze werkingen brengen mensen in vergelijkbare situaties op regelmatige basis bij elkaar om van elkaar te leren. Het sociale con-tact is hier heel voornaam. Samen werken ze aan hun individuele groei. Zo zijn er bijvoorbeeld

Klara, de mama van Sylvia komt weinig op school. Het is voor haar heel moeilijk om met de school in contact te treden. Ze zegt: ‘Ik heb de taal niet en ik ben niet zoals de andere moeders’. Dat kan een uitdaging zijn voor de verzorgende. Er zijn al twee gezinnen geweest die gevraagd hebben of Sylvia zou willen komen spelen. Maar Klara kan Sylvia niet brengen want ze heeft geen auto. In die school is het blijkbaar niet de gewoonte dat ouders met elkaar afspreken om samen te rijden. Er is alleszins nog niemand geweest die dat aan Klara heeft voorgesteld.

Een ervaringsdeskundige heeft ondervonden dat het heel kwetsend kan zijn hoe andere ouders naar ‘arme ouders’ kijken. Ze wilde zich integreren in de school van haar kinderen. Ze wilde meehelpen met het schoolfeest, maar haar werd enkel toegelaten om in de keuken klusjes op te knappen. Ze mocht de tafels niet bedienen. Ze voelde dat aan als het zoveelste signaal dat ze nergens goed voor was en nergens bij hoorde.

Page 74: Thuiscompagnie draaiboek interactief

74 heT sociaaL neT WeRK Van gezinnen BeTReKKen en VeRBReden

groepswerkingen rond opvoeding, gezonde voeding, budget-vriendelijk leven, klimaatwijken, werkingen rond afvalver-werking, bewegen, rookstop enz. De werkingen zijn soms tij-delijk, maar de contacten die hier gelegd worden kunnen wel blijvend zijn. Soms durven mensen niet naar zo’n activiteit gaan. Ze kennen die organisatie niet, ze weten niet wat ze mogen verwachten enz. Om die drempels te helpen slechten, kan een verzorgende bijvoorbeeld een keer meegaan om meer informatie te vragen.

domo-werkingen

Domo betekent ‘aan huis’ en staat voor ‘Door Ondersteunen Mee Opvoeden’. Als autonome vrijwilligersorganisatie biedt Domo laagdrempelige preventieve gezinsondersteuning aan huis bij kansarme en kwetsbare gezinnen met kinderen tot twaalf jaar. Eén vrijwilliger ondersteunt daarbij langdurigéén gezin aan huis. Deze ondersteuning kan betrekking hebben op tal van levensdomeinen (bv. gezondheid, wonen, opvoeding, vrije tijd enz.) en is gericht op het vergroten van de toekomst-kansen van deze kinderen en hun gezinnen. De vrijwilliger fungeert als een ‘vriend aan huis’. Doorheen de ondersteuning helpt de vrijwilliger mee in de opvoeding, maar hij erkent daarbij de ouders als belangrijkste actor in de opvoeding van hun kinderen. De vrijwilliger ondersteunt het gezin tijdelijk om de draagkracht en het sociaal netwerk van het gezin te vergroten.

ErzijnlokaleDomowerkingenactiefinLeuven,AntwerpenenSintNiklaas(voorcontactgege-vens:ziewww.domovlaanderen.org).ViahetprojectThuiscompagniewerddeaanzetgegevenom Domo Hasselt op te richten. Domo Hasselt heeft ondertussen een eigen vzw-structuur en kan een beroep doen op 165 vrijwilligers die als vriend aan huis bij kwetsbare gezinnen willen komen. Domo Hasselt ondersteunt kwetsbare gezinnen in Hasselt, Zonhoven, Diepenbeek en Alken. Inde toekomstkunnenernog lokaleDomowerkingenbijkomen inandere regio’s.Decontactgegevens van Domo-Hasselt vzw vind je achteraan in dit hoofdstuk6.

sociale restaurants, dorpsrestaurants en dienstencentra en -punten

Sociale restaurants, dienstencentra enz. brengen mensen samen, stimuleren onderlinge hulp, versterken de dorpsgemeenschap, activeren mensen, laten senioren toe om langer in de eigen omgeving te wonen, creëren sociale tewerkstelling en zinvol vrijwilligerswerk en zijn een springplank voor nieuwe dorpsvoorzieningen zoals diensten- en dorpspunten. Verzorgendenkunnen kwetsbare gezinnen de weg naar sociale restaurants leren kennen. Of er in je gemeente een sociaal restaurant is, kan je opzoeken via de website van de gemeente of de sociale kaart: www.desocialekaart.be

sociaal-culturele verenigingen en sportclubs

Maatschappelijk kwetsbare mensen zijn maar zelden lid van verenigingen. Dat is niet noodzake-lijk een gevolg van een eigen en bewuste keuze.

Vrijetijdsbestedingkostgeld.Naasthetlidgelddatmeestalgevraagdwordt,zijnernoganderekosten. Wil je een sport uitoefenen, dan moet je aangepast materiaal hebben. Willen je kinderen bij een jeugdbeweging, dan worden ze geacht om wekelijks in uniform te verschijnen. De prijzen hiervanlopensomshoogop,tehoogvoorveelgezinnen.Eenverzorgendekansamenmeteen

Page 75: Thuiscompagnie draaiboek interactief

75

gezin gaan zoeken naar alternatieven. Bestaat er bijvoorbeeld de mogelijkheid om een tweede-hands uniform van een ouder lid te kopen? Hanteert de vereniging goedkopere tarieven voor maatschappelijk kwetsbare gezinnen? Bij wie kan je daarover informatie inwinnen?

Gezinnen die cliënt zijn van het OCMW kunnen via het OCMW een tussenkomst krijgen om deel te nemen aan culturele en sportieve activiteiten (www.rechtenverkenner.be).

Die tussenkomst kan betrekking hebben op:•hetlidmaatschapbijeensportclub,•inschrijvingsgeldbijdemuziek-ofkunstacademie,•uitzonderlijkeschoolkosten(bijvoorbeelddeelnamebosklassen),•uitstappenentoegangstickettenvoorrecreatieparken,•toeristischeattracties,•cultureleofsportieveparticipatie,•initiatievendiededigitalekloofverkleinen.

ElkOCMWwerktzijneigenregelinguit.Deverzorgendekanopzijnminstinformatiehieroveraan het gezin bezorgen en het eventueel ondersteunen om die tussenkomst aan te vragen.

Naast financiële drempels, kunnen verschillende andere redenen meespelen om niet aan tesluiten bij een vereniging of sportclub. Kwetsbare ouders, in het bijzonder alleenstaande ouders, hebben niet altijd de mogelijkheid om opvang te vinden voor hun kinderen. Als er in het netwerk niemand is die kan inspringen voor de opvang van de kinderen, dan houdt het op. Deelnemen aan een vrijetijdsactiviteit is dan voor een ouder onmogelijk, want betaalde kinderopvang is omwille van de kostprijs meestal geen optie.

Eenanderebelangrijkedrempelismobiliteit.Nietalleactiviteitenzijnbereikbaaralsjenietovereenwagenbeschikt.Erzijnalternatieven,maarhetisnietaltijdeveneenvoudigomdezealter-natievenuittedokteren.Ookhierkandeverzorgendeeengroterolspelen.Iserdemogelijkheidommethetopenbaarvervoertegaan?Ishetmetdefietsoftevoetbereikbaar?Zekanderoutedesnoods eens samen doen met moeder of vader.

Het zijn echter niet enkel financiële of praktische drempels die kwetsbare gezinnen ervan weer-houden om een stap te zetten naar een vereniging of culturele activiteiten. Ze kunnen zich ang-stig voelen om uit de toon te vallen, omdat ze voelen dat ze de gangbare regels en normen niet kennenen‘weermaareens’scheefbekekenzullenworden.Verzorgendenkunnenoudersstimu-leren om zelf deel te nemen aan activiteiten of hun kinderen te laten deelnemen. Ze moeten dan alertzijnvoormogelijkeuitsluitingsmechanismenendaaroverzekermetdeouderspraten.Nietiedereen kijkt immers vanuit een niet veroordelende bril naar deze mensen.

steunpunt vakantieparticpatie en rap op stap

SteunpuntVakantieparticipatieiservoormensendieomfinanciëleredenenofbijzonderemoei-lijkheden niet op vakantie of daguitstap kunnen. Bijvoorbeeld: mensen met een laag inkomen, eenOMNIO-statuutofeenverhoogdetegemoetkoming,menseninschuldbemiddeling.Wieaan-gesloten isbij eenorganisatiedie lid isvanSteunpuntVakantieparticipatie,kanviaheneenaanvraag doen. Wie niet bij een sociale organisatie aangesloten is, kan via een Rap op Stapkan-toorof rechtstreeksbijSteunpuntVakantieparticipatieeenvakantieofdaguitstapreserveren.Dankzij het partnerschap met bijna 500 aanbieders is er een breed aanbod ingedeeld in vier pij-lers:daguitstappen,vakantieverblijven,groepsverblijvenengeorganiseerdevakanties.InRapopStapkantoren kunnen gezinnen ook deskundige begeleiding krijgen bij het zoeken naar andere mogelijkheden om hun vrijetijd in te vullen (culturele, ontspannende of sportieve activiteiten). Rap op Stap zoekt mee naar oplossingen om het lidgeld van een sportclub of sportkledij betaald tekrijgen.Naasthetboekenvaneengepasteactiviteit,helptRapopStapookbijhetuitzoekenvan geschikt vervoer en andere praktische vragen. Meer info vind je op: http://www.vakantieparticipatie.be;http://www.horizontvzw.be/site/rap_op_stap

Page 76: Thuiscompagnie draaiboek interactief

76 heT sociaaL neT WeRK Van gezinnen BeTReKKen en VeRBReden

activering als vorm van netwerkverbreding

Onze maatschappij legt veel nadruk op het activeren van mensen naar de arbeidsmarkt. Dat kan zinvolenlegitiemzijninbepaaldesituaties.Viaarbeidkrijgjeimmerstoegangtotnetwerken.Het is belangrijk dat deze kwetsbare groep mensen niet wordt afgeschreven en dat er oog is voor de maatschappelijke bijdrage die ze kunnen leveren. Maar bij de maatschappelijke druk om mensen kost wat kost aan het werk te krijgen of bij het principe ‘dat arbeid dé sleutel uit armoede is’, zijn kanttekeningen te plaatsen. Wetende dat vier op tien kinderen in armoede leven in een gezinwaararbeidis,vraagtopzijnminsteennuanceringvandatprincipe.Ermoetaltijdreke-ning gehouden worden met de concrete situatie waarin mensen zitten. Werk lost niet alles op.

1.Bartelink,C.(2012).Watwerktbijhetversterkenvanhetsocialenetwerkvangezinnen?Utrecht:Nederlands

JeugdInstituut.http://www.nji.nl/nl/Watwerkt_Sociaalnetwerkversterken.pdf

2. Baartman (2010) in Bartelink (2012): zie eindnoot 1

3. zie onder andere:

•Bartelink,C.(2012).Watwerktbijhetversterkenvanhetsocialenetwerkvangezinnen?Utrecht:

NederlandsJeugdInstituut.http://www.nji.nl/nl/Watwerkt_Sociaalnetwerkversterken.pdf

•Grondplan.Ervaringsgerichtopvoedingsondersteunendgroepswerk.(2013).Brussel:EXPOO.

http://www.expoo.be/methodiekfiches/ervaringsgericht-groepswerk-0

•Vanhee,L.,Laporte,K.&Corveleyn,J.(2001).Kansarmoedeenopvoeding:watdeouderseroverdenken

Mogelijkheden en moeilijkheden in het opvoedingsproces bij kansarme gezinnen. Leuven-Apeldoorn:

Garant.

4.ContactgegevensSteunpuntAlgemeenWelzijnswerk–EigenKrachtConferenties

Diksmuidelaan 36 A

2600 Berchem

03/3404915

0492/735427

http://www.steunpunt.be/onderwerpen/eigen_kracht_conferenties

5. aantal vrijwilligers ‘vriend aan huis’ - situatie 31/12//2013.

6. Contactgegevens Domo-Hasselt vzw:

OudeTruierbaan41

3500 Hasselt

0475/310449(kantooruren)

[email protected]

www.domovlaanderen.be

In een gezin met acht kinderen is papa al een jaar werkloos. Op een bepaald moment wordt mama opgenomen in een psychiatrische instelling. Enkele dagen later wordt papa verplicht om een opleiding te volgen van 8u tot 18u. Doet hij dit niet, dan wordt dat beschouwd als werkonwilligheid. Welke gevolgen heeft dat voor de veiligheid en de groeikansen van de kinderen? Zetten we dan maar in op de ‘overname’ van die zorg door een dienst of voorziening? Wat betekent dat voor vader, voor moeder én voor de kinderen?

Page 77: Thuiscompagnie draaiboek interactief

77

Voor de ondersteuning van gezinnen zet Thuiscompagnie verzorgenden en

coachen in. in dit hoofdstuk vind je een beschrijving van hun taken en profiel.

omdat versterkend en verbindend werken een goede afstemming met anderen

vraagt, kan ook dat aspect niet ontbreken. Dit hoofdstuk licht daarom ook toe hoe de

coach daar t.a.v. het gezin, de verzorgende, de aanmelder, andere hulpverleners en de

eigen dienst kan op inzetten.

5De veRzoRgende en De coach in

THuiscompagnie

Page 78: Thuiscompagnie draaiboek interactief

78 de VeRzoRgende en de coach in Thuiscompagnie

Page 79: Thuiscompagnie draaiboek interactief

79

Thuiscompagnie kan maar werken door de inzet en afstemming tussen verschillende personen. Het gezin neemt een centrale plaats in (zie hoofdstuk 3). Het sociaal netwerk is onontbeerlijk envraagtbijzondereaandacht(ziehoofdstuk4).Deverzorgendeisdepersoondieversterkenden verbindend in en met het gezin aan de slag gaat. Zij wordt daarin ondersteund door een coach die ook het gezin mee ondersteunt en die een belangrijke brug vormt naar de dienst(en) en andere hulpverleners. Tot slot zijn er de diensten en veelal andere hulpverleners die het gezin opvolgen, begeleiden of ondersteunen (zie hoofdstuk 10).

Indithoofdstukligtdeklemtoonopdepersonendieversterkendenverbindendinenmethetgezinaandeslaggaan:deverzorgendeendecoach.Naeenoverzichtvandepositie,detakenen het profiel van de verzorgende, volgt een overzicht van de positie en de taken van de coach t.a.v. de verschillende andere betrokkenen: het gezin, de verzorgende, de aanmelder en andere hulpverleners en tot slot de eigen organisatie. Ook hier vind je afsluitend een profielbeschrijving.

Dit hoofdstuk geeft je een globaal beeld van de verwachtingen t.a.v. de verzorgende en de coach in relatie tot het gezin en tot de andere betrokkenen. Hoe ze die verwachtingen concreet waar kunnenmaken,wordtinanderehoofdstukkenverderuitgediept(o.a.hoofdstuk6en9).

1. inleiding

Page 80: Thuiscompagnie draaiboek interactief

80 de VeRzoRgende en de coach in Thuiscompagnie

De verzorgende is de belangrijkste schakel in het ondersteuningsproces. Zij staat met hoofd, hart en handen in de gezinnen. De basishouding van de verzorgende en haar relatie tot het gezin kan doorslaggevend zijn voor het al dan niet toelaten van hulp. Binnen Thuiscompagnie wordt de verzorgende gevormd en intensief ondersteund om op een versterkende en verbindende manier haar werk in maatschappelijk kwetsbare gezinnen uit te voeren.

verzorgenden zijn ‘gewone mensen’ die met ‘gewone dingen’bezig zijn

Wassen, strijken, poetsen, winkelen, koken, administratie en financiën opvolgen en regelen, organiseren, mee zorg opnemen voor de kinderen, hygiëne, voeding, huiswerk enz., deze alle-daagse dingen horen tot het takenpakket van een verzorgende.Verzorgenden zijn polyvalentinzetbaar, brengen gemakkelijk praktische tips binnen en zijn een doorgeefluik voor informatie over bijvoorbeeld goedkope kleding, premies, handige weetjes (bv. hoe krijg je de kalkaanslag verwijderd als je geen geld hebt om dure producten te kopen). Een huishouden runnenmetbeperkte middelen, vraagt immers enige creativiteit. Hoe poets je een woning, als er geen poets-middelen zijn? Samen met het gezin op zoek gaan naar alternatieven is een uitdaging.

Uit een bevraging van gezinnen in 2012, blijkt dat:• in het takenpakket van de verzorgenden 28 verschillende taken onderscheiden kunnen worden,• het aantal taken dat een verzorgende in een gezin opneemt, varieert van 3 tot 15,• verzorgenden gemiddeld genomen een 10-tal verschillende taken opnemen in een gezin,• verzorgenden het brede spectrum aan praktische, (ver)zorgende en administratieve taken opnemen:

• opruimen, afval sorteren,• afstoffen, stofzuigen of vegen, dweilen, vensters wassen,• was insteken, was uithalen, strijken, kledij opbergen,• eten maken, afwassen,• bedden opmaken, beddengoed verschonen,• zorg en aandacht voor de kinderen, kinderen eten geven,• financiën opvolgen, administratie opvolgen,• winkelen, contacten met diensten.

De verzorgenden zijn meestal meer uren en een langere periode aanwezig in de gezinnen dan de meeste hulpverleners. Dat maakt dat er ruimte en tijd is om een vertrouwensband op te bouwen met het gezin, om dingen aan te leren en uit te proberen. Door hun frequente aanwezigheid

2. de verzorgende in Thuiscompagnieci

JFeR

s

Ik had verwacht dat ik iemand zou krijgen die gewoon hier komt, het werk snel snel doet en vertrekt. Niet iemand zoals Jennifer [de verzorgende]. Ze staat open voor mij en de kinderen … dat is heel positief, vind ik. Dat betekent ook alles. Je krijgt ook andere handen. Je eigen handen zijn niet genoeg om alles te doen. Ge krijgt daar goede handen bij. (moeder Amani)

Page 81: Thuiscompagnie draaiboek interactief

81

kunnen ze hun ogen niet sluiten voor de noden in het gezin: ze worden met hun neus op de mate-riële en psychosociale noden van het gezin gedrukt.

De ondersteuning van Thuiscompagnie is behoorlijk intensiefOver de hele projectperiode (3 jaar) waren 115 verschillende verzorgenden in 155 kwetsbare gezinnen actief aan-wezig en dat gedurende 37.747 uren en 9.489 dagen. De meeste verzorgenden hebben één kwetsbaar gezin, maar er zijn ook verzorgenden die twee kwetsbare gezinnen ondersteunen. Meestal gaat 1 verzorgende met het gezin aan de slag. Bij intensievere ondersteuningstrajecten kan het gebeuren dat 2 verzorgenden in hetzelfde gezin werken (bv. afwisselend elk 1 of meerdere dagdelen).Op weekbasis doet het merendeel van de gezinnen voor 3u tot 12u een beroep op een verzorgende. In 33 % van de gezinnen komt ze een dagdeel per week. 26 % van de gezinnen heeft twee dagdelen een verzorgende. In 18 % van de gezinnen komt er voor meer dan 7,5u t.e.m. 9u per week een verzorgende. Bij 19 % van de gezinnen neemt de ondersteuning meer dan 9u t.e.m. 12 uur in beslag. In 4 % van de situaties komt de verzorgende 20 uur per week.

samen doen en inoefenen geeft de opdracht van deverzorgende een andere invulling

Verzorgendenwordenvooralingezetomwillevaneenpraktischeofpsychosocialenood,mindervanuit een medisch perspectief. Waar de verzorgende in de reguliere gezinszorg vooral taken uitvoert voor de cliënt, ligt de nadruk binnen Thuiscompagnie op het ‘samen doen’. Thuiscom-pagnie wil gezinnen immers versterken en helpen om grip te krijgen op hun eigen leven.

De verzorgende zoekt samen met het gezin waar het aan wil werken, wat het gezin graag anders wil en ze gaat daar met het gezin mee aan de slag. De verzorgende doet dit vanuit een ver-brede kijk, een kijk die oog heeft voor alle levensdomeinen én vooral voor de mogelijkheden en krachten in het gezin. Werken vanuit de mogelijkheden van het gezin betekent: rekening houden met de draagkracht en het tempo van het gezin, de eigen werkwijze, prioriteiten en vanzelfspre-kendheden aanpassen. De verzorgende moet telkens met ‘nieuwe ogen’ kijken naar wat er op dat moment in het gezin passend is. Hoe ze dat kan doen en hoe ze daarin ondersteund kan worden, kan je lezen in .

Netdoorsamenmetdegezinnenaandeslagtegaan,henruimtetegevenenhenteondersteunenom keuzes te maken, krijgt de verzorgende een veelzijdige betekenis. Ze ondersteunt het gezin bij het praktisch runnen van het huishouden, ze is een aanspreekfiguur en een bron van psychoso-ciale (emotionele) ondersteuning. De nabijheid en aanspreekbaarheid van de verzorgende draagt daartoe bij, maar ook de wijze waarop ze zich in het gezin begeeft (zie ook verder, basishouding).

Kortom, het ‘takenpakket’ van de verzorgende omvat zowel een praktisch ondersteunende dimensie als een psychosociale dimensie. Beide dimensies worden door de gezinnen bijzonder

Thuiscompagnie, dat en dat en dat kunt ge doen. Of ge kunt dat zo doen, of ge kunt dat zo doen. Ik kan dan toch nog mijn eigen keuzes, van dat doe ik of dat doe ik niet. … Ja, het gesprek van ge kunt dat zo doen. Als ge dat zo doet, dan is dat beter, als ge dat zo doet, ja nee, dat gaat misschien anders uitkomen. (vader Robert)

Werken met dagindelingen of weekschema’s werkt voor sommige mensen, maar zeker niet voor allemaal. In sommige huizen zie je overal schema’s hangen. Je moet het echter (ook) samen doen, inoefenen. Dat werkt beter dan een stappenschema op papier zetten. Je doet samen de ronde om te kijken waar de was ligt. Dan kom je samen wel op het idee dat het heel wat eenvoudiger zou zijn als je alle was op een en dezelfde plaats zou vinden.

ciJF

eRs

Page 82: Thuiscompagnie draaiboek interactief

82 de VeRzoRgende en de coach in Thuiscompagnie

gewaardeerd.Voorheelwatgezinnenisnetdaarinhetverschilgelegenmeteenpoetsvrouw.

basishouding

Verzorgendenstekeneffectiefdehandenuitdemouwen.Gezinnenvoelendataan.Datvertaaltzich inde relatie enmaakt concrete verbindingmogelijk.Voorwaarde is dat de verzorgendewerkt met respect voor de wensen van het gezin en op basis van gelijkwaardigheid en ver-trouwen. Zoals in het voorgaande punt vermeld, moet een verzorgende zich kunnen openstellen voor wat er op haar afkomt, eerlijk zijn, stilstaan bij de noden van het moment en daar flexibel mee kunnen omgaan.

Gevraagd naar een omschrijving van de ondersteuning door Thuiscompagnie, verwijst het merendeel van de bevraagde moeders, vaders en jongeren spontaan naar de wijze waarop de verzorgende haar taken uitvoert en weten ze net die aanpak bijzonder te waarderen:

• het samen doen,• de gestructureerde planmatige aanpak,• de aansporing om zelf na te denken en te beslissen over wat er moet gebeuren,• niet bemoeien,• niet continu kritiek geven,• helpen om zelfstandig te zijn,• het aanleren en geven van tips om dingen beter te doen of op weg helpen naar een goede manier van doen,• zich bezig houden met mensen,• met het hart dingen doen.

Gezinnen in Thuiscompagnie geven aan dat de houding van de verzorgende doorslaggevend is bijhettoelatenvandehulp.Eengoedevoorbereiding,afstemmingenduidelijkheidoverdetaak-invulling en de mogelijkheden van de verbrede rol van de verzorgende is essentieel. Bij de eerste

concrete stap in het gezin, gaat het over elkaar ontmoeten en maakt de basishouding het verschil.Eenpassendebasishoudingbegintmethetbesefdatjealsverzorgendeeen‘vreemde’bentvoorhet gezin. Je kan er daarenboven niet buiten dat veel gezinnen het vaak moeilijk hebben met de inmenging in hun huishouden. Het aanvaarden en toelaten van hulp is voor veel gezinnen al een hele grote stap. Gevoelens van angst, wantrouwen, schaamte en vernedering spelen daarin mee

(zie hoofdstuk 3).

Dat is een hele grote ondersteuning naar het gezin zelf toe. (stilte). Dat is een hele andere regeling dan dat ge iemand van een poetsdienst hebt. Dus poetsdienst is echt voor het huishouden. Die houden zich niet met de mensen bezig. Gezinszorg of thuishulp dat is echt naar de mensen toe. Dus die gaan niet alleen voor het huishouden. Dat is echt voor u er boven op te helpen, voor te praten, voor u te helpen naar de kinderen toe, tips te geven. Ja en het huishouden bij manier van spreken, dat is eigenlijk bijzaak op dat moment, voor mij toch. (moeder Femke)

Ja, ik ben heel tevreden met wat ze [verzorgende] doet en hoe ze het doet. … Ja het is toch een grote hulp voor mij. Het heeft toch goed gedaan. Misschien komt het gewoon omdat het goed klikt tussen haar en mij. Eerst had ik gewoon niemand. En door alle stress, dan zie je alles heel donker. Ja, dan is zij gekomen en het klikte. Ze helpt me gewoon met alles goed. Het doet me echt wel goed als ze hier is en als ze me met alles helpt hier in huis. … Ze helpt heel veel met de kindjes en ze denkt heel veel aan ons en dat vind ik gewoon echt heel lief van haar. Ik zou het heel jammer vinden als ze niet meer zou komen zeg maar. Niet alleen om te werken, maar ook … (moeder Christina)

Ik weet hoe dat de werking gaat. Maar als ik terug moet gaan denken, en gaan voelen bij de eerste keer. Ja daar zijn dingen die lastig zijn. Als ge zakdoeken laat rondslingeren of onderbroeken of je bh, zo van die dingen, echt persoonlijke dingen, dat is lastig. Maar nu, ik heb daar geen problemen mee. Is dat ook omdat die verzorgende en ik, dat klikt samen. Ik weet het niet. (moeder Lelie)

ciJF

eRs

Page 83: Thuiscompagnie draaiboek interactief

83

Als een gezin zich bijvoorbeeld beschaamd voelt over hoe hun woonomgeving er uitziet, dan moet de verzorgende dit gevoel onderkennen, niet negeren of wegpraten. Ze moet zich kunnen inleven en niet (ver)oordelen. Ze moet (opr)echt zijn.Echtheidiseenvoorwaardeomineengezintekunnenwerken. Het gaat niet zozeer om wat de verzorgende doet, maarvooralomhoehetgezininterpreteertwatzedoet.Echt-

heid betekent: zeggen wat je doet en doen wat je zegt.De verzorgende moet m.a.w. betrokken en nabij zijn, maar ze moet ook voldoende afstand bewaren en haar eigen grenzen bewaken. Dat geldt zowel voor de taken of de omstandigheden waarin ze moet werken, als voor het uitwisselen van persoonlijke ervaringen (bv. gesteund door de dienst niet ingaan op een facebook vriendschapsverzoek). Wanneer bijvoorbeeld haar veilig-heid in het gedrang komt of ‘samen doen’ onmogelijk is omdat de gezinsleden systematisch uit huis gaan als de verzorgende er is, dan kan ze niet versterkend werken. Als de verzorgende naast een professionele rol ook andere rollen opneemt (bv. vriendschapsrol), dan komt ze in een sche-merzone en stelt zich de vraag of ze dat voor iedereen (in dezelfde situatie) kan doen?

Het is niet de bedoeling dat de verzorgende het huishouden runt. Ze moet daarentegen het gezin zijn eigen verantwoordelijkheden laten behouden, hen ondersteunen om zelf (kleine) stappen te zetten. De verzorgende kan niets opleggen waar het gezin niet achterstaat. Ze moet respect hebben voor het anders-zijn van het gezin en de eigen waarden en normen opzij kunnen zetten. Dit doet ze door in dialoog te gaan met het gezin over hun wensen en verwachtingen ten aanzien

van de hulp en zo te komen tot een gedeelde kijk en aanpak.

Net zoalshet voor gelijkwelkepersoonniet evident is omnieuwe gewoonten aan te leren, geldt dat net zo goed voor de gezinnen in Thuiscompagnie. De verzorgende moet initi-atief nemen en aan verandering werken. Tegelijkertijd moet ze bij het gezin blijven aftoetsen of dit tegemoet komt aan hunwensen.Ishetgezineraantoeombepaaldedingenaante pakken, kunnen ze het tempo van de verzorgende aan of hebben ze het gevoel dat ze tekortschieten?

Een verzorgende komt toe in het gezin en hoort van moeder dat de deurwaarder is langs geweest en een deel van de inboedel heeft opgeladen. Moeder is er helemaal onder door. De verzorgende merkt dat deze gebeurtenis moeder heel hoog zit en dat ze grote behoefte heeft om te ventileren. Dit negeren en over gaan tot de orde van de dag zou niet passend zijn. Samen een tas koffie drinken en tijd nemen om moeder haar verhaal te laten doen is op dit moment prioritair.

Een gezin wilde het huis opruimen. Er lagen overal zaken te slingeren, in de living, in de badkamer, in de keuken. Het hele huis was volgestouwd met kleren, boeken, dozen en potten. De verzorgende heeft hier maanden rond gewerkt om samen met het gezin naar een oplossing te zoeken. De helft weggooien was voor het gezin niet echt een optie. Nu is alles weggestoken in bananendozen die opgestapeld zijn langs de muren. Voor het gezin is dit een goede oplossing. De verzorgende had het vanuit haar eigen normen misschien liever anders gehad.

Een verzorgende komt in een gezin met 5 kleine kinderen (2­6 jaar), waar geen warm water beschikbaar is. Enkel op één kookpit in de keuken kan er water worden opgewarmd. De verzorgende warmt water op en wast de kinderen samen met papa Danny één voor één in de gootsteen in de keuken. Tegelijkertijd probeert ze een gezonde maaltijd klaar te maken op deze kookpit.

Page 84: Thuiscompagnie draaiboek interactief

84 de VeRzoRgende en de coach in Thuiscompagnie

De verzorgende moet in het bijzonder oog hebben voor de inspanningen en vooruitgang die het gezin boekt. Ze moet die zien en benoemen, hoe klein ook. Als het gezin samen met de verzor-gende een nieuwe vaardigheid of gewoonte aanleert en het gezin kan ervaren dat het hen lukt en vooruit helpt, dan bevordert dat hun geloof in het eigen kunnen en zal hun gevoel van eigen-waarde stijgen.

valkuilen, kwetsbaarheden en uitdagingen

Voor demeeste gezinnen zal de concrete hulp en daadwerkelijke steunwelkom zijn. Verzor-genden hebben veel kwaliteiten die het mogelijk maken om echt van betekenis te zijn voor het gezin en verbinding te leggen. Maar aan de inzet van verzorgenden zijn ook risico’s en valkuilen verbonden.

Doorgaans wordt de verzorgende geacht haar werk te kennen, d.w.z. werk zien, initiatief nemen, tempo maken, afwerken. Alles moet ‘Spic en Span’ zijn. Binnen Thuiscompagnie is het voor-naamste doel, dat de gezinnen, naar hun maatstaven, hun eigen huishouden onder controle krijgen. Dat vraagt een andere aanpak en brengt de nodige uitdagingen met zich mee.

Verzorgenden zijn vaak heel enthousiast en beginnenmet veel energie in een gezin. Ze zijngewend om ‘de vloer te doen blinken’. Als de verzorgende teveel, op korte tijd wil veranderen of verbeteren, bestaat het risico dat ze hierdoor geen of (te) weinig oog heeft voor het tempo of de wensen van het gezin. De verzorgende gaat dan ‘overnemen’. Het gezin kan dan, uit vrees voor veroordeling en betutteling, de strijd aangaan. Dat alles kan aanleiding geven tot misverstanden, mislukking en een zoveelste kwetsing.

Eriseenspanningsverhoudingtussen‘willenhelpen’en‘afhankelijkmaken’,tussen‘resultaat’(soep kan gegeten worden) en ‘proces’ (moeder betrekken bij het maken van soep). Daarnaast bestaat het risico dat de verzorgende vanuit haar eigen referentiekader, normen en waarden wil opdringen aan het gezin, de lat te hoog legt of te hoge verwachtingen heeft over de vooruitgang die een gezin moet boeken. Dat kan leiden tot weerstand en passiviteit bij het gezin en tot teleur-stelling en frustratie bij de verzorgende.

Dat stimuleert mij meer. … Dus en dan zegt ook de verzorgende van ‘Oh, ge hebt goed opgeruimd’. Dat geeft toch weer, dat geeft kracht voor verder te gaan. Die motiveert u. … De kinderen zijn rustiger. Als ik iets vraag, ze doen het rapper. [Hoe komt dat?] Door iemand van buiten uit gelijk de verzorgende denk ik. Die dan met hen praat en ook motiveert. … Als ik vroeger zou zeggen van ‘doe dit of dat’, dan zouden ze dat niet doen. Maar nu, als ik vraag van ‘wilt ge afwassen of afdrogen?’, nu doen ze dat wel. Dat moest ik vroeger niet vragen. Want ja, papa die deed niets, mama lag in de zetel omdat mama altijd moe was. En nu zien ze dat ik ook bezig ben. En ja, de verzorgende, die heeft ons, ja mij en de kinderen, op dat vlak gemotiveerd. (moeder Femke)

Een verzorgende zou Lily soep leren maken. Dat was de vraag van Lily aan de verzorgende. Maar het duurde altijd zo lang voordat Lily de groenten gesneden had, dat het andere werk bleef liggen. De verzorgende had het gevoel dat ze haar werk niet goed deed, want tot nu toe was ze altijd beoordeeld op resultaat. Dus maakte de verzorgende altijd de soep snel zelf, zodat ook nog alle kamers een beurt konden krijgen. Uiteraard slaagde Lily er op die manier nooit in om zelf soep te maken.

Een verzorgende ging voor de tweede keer naar het gezin. De keuken was gepoetst, de ruiten gewassen en er was nog tijd over. Terwijl Frieda haar dochtertje van school ging halen, begon de verzorgende, zonder vragen en om goed te doen, aan het uitwassen van de frigo. Meteen gooide ze al het eten weg waarvan de versheiddatum was vervallen. Dat was vooraf niet overlegd. De verzorgende moest niet meer terugkomen.

Page 85: Thuiscompagnie draaiboek interactief

85

Bij alles wat de verzorgende doet, stelt zich de vraag of ze wel autonomieverhogend bezig is. Zowel wanneer de verzor-gende in het gezin aan het werk is, als daarbuiten (bv. in een coachingsgesprek), is het relevant om daar bij stil te staan. Hoe kan de verzorgende haar eigen enthousiasme intomen om het tempo van het gezin te vinden en daar tevreden mee te zijn? Hoe bewaakt de verzorgende het tempo? Wat kan wachten, wat komt eerst? Hoe kan ze krachtig en passend bin-nenkomen waarbij ze dingen doet en tegelijk verkent of ver-dere stappen kunnen gezet worden (doen en praten)? Welke toelating krijgt ze? Welk mandaat krijgt ze om op welk gebied bezig te zijn? Hoe toetst de verzorgende af of het gezin dat welwil?Iszegewapendtegendesnelheidwaarmeeanderehulpverleners of buitenstaanders resultaten verwachten?

Verzorgendenzijnvaak totzeerveelbereid,zewillen ‘alles’doen voor een gezin en zetten zich grenzeloos in. Ze kunnen zich verantwoordelijk voelen voor wat er mis gaat en het gezin moeilijk loslaten. Ze nemen hun ‘werk mee naar huis’ of zijn ‘na hun uren’ nog beschikbaar voor het gezin.

Het kan (te) kort op hun vel komen, zeker als er kinderen betrokken zijn. De meeste verzorgenden zijn zelf moeder en nemen verantwoordelijkheid vanuit het zelf moeder zijn. De verzorgende heeft een modelfunctie via haar eigen gedrag, verbaal en non-verbaal. Maar tegelijk krijgt ze te maken met de gevoeligheden daar rond. Hoe kort mag ze bij kinderen komen zonder bedreigend te zijn voor moeder? Hoe leert ze deze gevoeligheden lezen?

Gedeelde ervaringen of een gemeenschappelijke achter-grond kan de afstemming tussen de verzorgende en het gezin ten goede komen. Het kan de verzorgende helpen om de betekenis van die ervaringen voor de verschil-lende gezinsleden te vatten en er erkenning aan te geven. Het brengt haar mogelijks ook sneller op het spoor van krachten die er ondanks de moeilijkheden toch nog kunnenzijn.Voordegezinsledenkandiegemeenschap-pelijkheid vertrouwen inboezemen.

Verzorgenden komen soms in gezinnen waar er zo weinig middelen zijn, dat er ’s morgens geen eten in huis is en de kinderen met een lege maag naar school moeten gaan. Voor verzorgenden is dit heel confronterend. Ze zijn dikwijls zelf ook moeder en voelen zich verantwoordelijk. Ze nemen op eigen initiatief een brood mee of een pot confituur.

Marie wil per se in de meest complexe gezinnen werken. Telkens weer neemt ze alles over . Dit gebeurde al bij 4 gezinnen. Marie heeft zelf een kwetsbare achtergrond. Vandaar haar sterke motivatie om ‘het goede’ te doen. Ze wil echt heel graag dat het goed voor die gezinnen zodat de kinderen het beter hebben. Ze geeft zich 100%, maar doet alles zelf en heeft niet het geduld om het samen met de ouders te doen. Marie wil vooral voorkomen dat de kinderen moeten meemaken wat zij heeft meegemaakt. Als de coach daarover met haar wil praten, wordt ze snel kwaad (‘Doe ik het dan niet goed?!’). Haar profiel past niet bij de opdracht. Marie wil zorgen en doet dat perfect. Maar zorgen is iets anders dan steunen. Haar blinde vlek: ze ziet niet dat ze het overneemt.

Ze [de verzorgende] is zelf gescheiden en ze heeft kinderen. Mensen die al een beetje dezelfde ervaring gehad hebben als die ge ook gehad hebt, dat is gemakkelijker. Ja, daar kunt ge al iets gemakkelijker iets van accepteren dan van iemand die pas begint en die zo, ja, nog niet veel heeft meegemaakt. Dat lijkt mij ook iets moeilijker om daar iets van te accepteren. Ja, die vrouw die weet ook hoe dat het is voor haar kinderen en zo. (jongere Joske)

Page 86: Thuiscompagnie draaiboek interactief

86 de VeRzoRgende en de coach in Thuiscompagnie

Gedeelde ervaringen of een gemeenschappelijke achtergrond kan de afstemming met het gezin en het versterkend werken echter ook in de weg staan (zie het voorbeeld van Marie). We zien dat bijvoorbeeld wanneer de verzorgende nog te zeer ingenomen wordt door haar eigen verwerkings-proces, wanneer ze onvoldoende open staat voor het perspectief en de beleving van het gezin.

Uitdaging is om evenwicht te vinden tussen de nodige afstand (om niet opgeslokt te worden, om te kunnen blijven zien) en nabijheid (om relatie te leggen, om vertrouwen waard te zijn, om iets te betekenen). Hoe realiseer je gedeelde zorg? Wat kan het gezin opnemen? Wat kunnen anderen doen? Wat kan de verzorgende doen? Wat kan de coach doen? Maar ook, hoe laat een verzorgende een gezin voelen dat zij, als verzorgende, ook van het gezin leert? Hoe kan een verzorgende dat laten zien en verwoorden? Verbindend werken vraagt immerswederkerigheid. Ook dat is een uitdaging.

het profiel van de verzorgende

Om haar werk als verzorgende in maatschappelijk kwetsbare gezinnen zo goed mogelijk te kunnen doen, is het belangrijk dat er naast een goede basishouding een gezond evenwicht is tussen de volgende kwaliteiten:

• verbindend werken en nabij zijn • krachtig, moedig, duidelijk zijn • verantwoordelijk, stipt, correct zijn • zorgzaam zijn • initiatief nemen • creatief zijn • humor hebben

• gereserveerd, professioneel zijn

• zacht, begripvol, respectvol zijn

• flexibel, soepel zijn

• relativeren

• ruimte laten

• afstemmen

• serieus nemen

Dat er verschillen tussen verzorgenden zijn, dat spreekt voor zich. De ene verzorgende zal wat meer uitblinken op het ene aspect, de andere op een ander aspect. Ondersteuning van de verzor-gende (bv. vorming, intervisie, coaching) kan helpen om de bovenvermelde kwaliteiten in even-wicht te brengen en te versterken. Dat komt de afstemming met het gezin ten goede. Dit aspect vraagt ook in de intakefase bijzondere aandacht. Wat verwacht het gezin van de verzorgende? Watkaneenverzorgendevoorhenbetekenen?Welkeverzorgendesluitdaarhetbestbijaan?Isdieverzorgendebeschikbaar?Eengoedematchtussenhetgezinendeverzorgendevraagteengoede inschatting van het gezin en de verzorgende. Meer daarover lees je in hoofdstuk 6.

Wij leren ook nog alle dagen. Ik moet hem [vader] dikwijls bewonderen als ik zie hoe dat hij zijn bewegingen maakt. Dan zeg ik: ‘Ik kan nog veel van u leren.’ Want hij gaat door zijn knieën. Dat heeft hij geleerd door last van zijn rug te hebben. (verzorgende Charlotte)

Ik vind dat wel fijn. Zij [moeder] neemt dingen over van mij, van het koken hier. En soms zegt ze ‘Ik heb dat klaargemaakt zoals we dat vroeger thuis maakten. Moet ge eens proeven?’ Dan leer ik ondertussen iets bij van hoe dat zij dat daar maakten en dat vind ik wel interessant zo, die cultuur zo kunnen leren kennen. (verzorgende Jennifer)

Page 87: Thuiscompagnie draaiboek interactief

87

Verbindend en versterkendwerken inmaatschappelijk kwetsbare gezinnen vraagt een goedebegeleidingenondersteuningvanzoweldeverzorgendealshetgezin.Elke fase inhetonder-steuningstraject (de aanmelding, de intake, de start, de groei en de afbouw) heeft immers een eigen dynamiek en brengt bijzondere aandachtspunten met zich mee.

InThuiscompagniekunnenverzorgendenengezinnenberoepdoenopeencoach.

De belangrijkste taken van de coach zijn:•deaanmeldingopvolgen,•deintakeopvolgen,•hetgezinendeverzorgendematchen,•hetgezinindeverderefasesvanhetondersteuningsprocesbegeleiden,•deverzorgendeondersteunen,•contactenmetanderehulpverlenersonderhouden,•hetversterkendenverbindendwerkenindeorganisatieimplementeren.

De coach moet zich daarbij bewust zijn van haar eigen positie in de organisatie. Combineert zij de functie ‘coach’ met de functie ‘verantwoordelijke van de dienst’? Of zijn beide functies opge-deeld en is er in de organisatie een coach en een verantwoordelijke (bv. sectorverantwoorde-lijke).Inhetlaatstegevaliseengoedecommunicatieoverdeondersteuningbelangrijk.Daaren-boven moet het voor het gezin en voor de verzorgende voldoende duidelijk zijn wie welke taken opneemt. We komen daar verder in dit hoofdstuk nog op terug.

wat is je taak als coach naar het gezin?

Als coach ondersteun je het gezin tijdens de verschillende fases van het traject (zie hoofdstuk 6). Jouw opdracht is vooral in het oog te houden of het gezin tevreden is over de hulp en de verzor-gende. Je bewaakt dat hun perspectief (Waarom heeft het gezin de verzorgende toegelaten? Om wat te doen?) een plaats krijgt in de ondersteuning en dat hun tempo wordt gerespecteerd.

Dit doe je door:•alerttezijnvoorverandering(veranderingtezien),•samenmethetgezintezoekenhoezehetgraaganderswillen,•concrete,haalbare(tussen)doelentestellen,•kleinestappenindegoederichtingtezetten,•diestappenzichtbaartemakenvoorhetgezin,•ruimtetemakenomstiltestaanbijhervalinoudepatronen(zeduidelijktemaken

en te kaderen),•uittezoekenhoededraadterugopgenomenkanworden,•ondersteunendaanwezigteblijven.

Indevolgendepuntenvindjeperfaseeenbeknoptoverzichtvandetakenendeopstellingvande coach ten aanzien van het gezin.

3. de coach in Thuiscompagnie

Page 88: Thuiscompagnie draaiboek interactief

88 de VeRzoRgende en de coach in Thuiscompagnie

de aanmeldingHetiseerderuitzonderlijkdateengezinzichzelfbijeendienstgezinszorgaanmeldt.Veelaldoeteen hulpverlener of een vertrouwensfiguur van het gezin een aanvraag voor Thuiscompagnie. Dit betekent dat in deze fase het ‘eerste contact’ tussen de coach en het gezin via de aanmelder loopt. Als coach heb je in deze fase meestal geen direct of persoonlijk contact met het gezin. Het is de aanmelder die de mogelijke ondersteuning door Thuiscompagnie bij het gezin introduceert, die je bij akkoord van het gezin informeert over de vragen en de behoeften van het gezin en die jou als ‘vertegenwoordiger’ (coach) van Thuiscompagnie in het gezin introduceert.

Dat alles betekent dat je, nog voor de aanmelding, de aanmelder(s) goed moet informeren over devisieeenaanpakvanThuiscompagnie.Inhetpuntoverdecontactenmetdeaanmelderenanderehulpverleners(oppagina94)leesjedaarmeerover.

Eens een aanmelding is gebeurd,moet je als coachdie aanvraag vooral opvolgen enmet deaanmelder aftoetsen of het gezin in aanmerking komt voor deze specifieke vorm van gezinszorg.

Richtvragen zijn:• Gaathetovereenmaatschappelijkkwetsbaargezin?•Zijner(jonge)kinderenbetrokken?•Heefthetgezinzelfeenvraagnaarpraktischeondersteuning?•Ishetgezingemotiveerdomsamenmetdeverzorgendeaandeslagtegaan?•Iservoldoendeveiligheidgewaarborgdvoordeverzorgende(bv.pathologie,veiligheidin

en rond het huis)?

Tijdens de intake ga je met het gezin, met deze vragen verder aan de slag.

intake en introductie in het gezinVoldoetdeaanmeldingaandebovenstaandevoorwaardenengaathetgezinakkoord,danmaakje een afspraak voor een intake of vraag je de aanmelder om een afspraak te maken voor een huisbezoek.

Tijdens de intake is een goede kennismaking en afstemming belangrijk. Als coach moet je van meet af aan het gezin laten zien dat je met hen en met hun netwerk (informele netwerk en hulp-verlenersnetwerk)opeenopenenpositievemanierwilsamenwerken.Vraagdaaromofhetgezineen vertrouwenspersoon bij de intake wil hebben. Dat kan er voor zorgen dat het gezin zich meer op zijn gemak voelt tijdens het eerste contact.

Als je jezelf als coach introduceert, vermijd dan te zeggen dat het jouw job is om te werken voor gezinnen in armoede. Alleen al zo benoemd worden (als arm), kan voor gezinnen verlammend werken en weerstand oproepen. Het is ook nergens voor nodig omdat je komt om uit te zoeken welke steun zij graag zouden hebben. Dat gebeurt immers in alle gezinnen die beroep doen op de dienst. Je vertrekt m.a.w. van de vraag van het gezin. Waar hebben zij steun bij nodig en wat lukt hen zelf of samen met anderen (bv. een familielid, een buur)?

Daarbij aansluitend bespreek je met het gezin hoe Thuiscom-pagnie in en met gezinnen werkt. Je maakt meteen duidelijk dat er niemand komt om de taken van hen over te nemen, maar dat het gaat om ‘samen dingen doen’. Het gezin bepaalt wat de hulp moet inhouden, zodat ze ‘baas blijven in hun eigen huis’. Je bevraagt ook hoe vaak en in welke ruimtes de verzorgende mag komen.

Naast de verkenning van de verwachtingen van het gezin,neem je tijdens de intake een aantal praktische zaken met het gezin op: de bijdrage, afspraken en regels over bereik-baarheid van de dienst en/of de verzorgende, over de plan-

Toen ze [de coach] de eerste keer hier kwam, dan was dat ook al direct van: ‘Ja, dat is een goeie, die gaat er voor’. Want ge kunt er ook hebben die hier zo zitten en zeggen: ‘Ge hebt hulp nodig, hé’ [fel]. En dan zeg ik: ‘Ik heb geen hulp nodig, want ik beslis nog altijd zelf wat ik doe en wie dat hier binnenkomt’. (moeder Lisa)

Page 89: Thuiscompagnie draaiboek interactief

89

ning (bv. annulering, verplaatsing van de komst van de verzorgende)enz.Indatverbandkanhetzinvolzijndatdepersoon die in de dienst verantwoordelijk is voor de prak-tisch administratieve zaken, mee op intake gaat. Zo zijn die afspraken meteen voor het gezin en de dienst duidelijk. Je moet dan vooraf je collega goed briefen over het doel van de intake,decommunicatiestijlenoverhetgebruikvanPCennota’s.ZowelhetgebruikvaneenPCalsnota’snemen,cre-eren afstand en kunnen bedreigend overkomen (cf. dossier dat over hen opgemaakt wordt). Op zich kan de aanwezig-heid van een tweede of derde persoon voor het gezin al over-rompelend of bedreigend zijn. Hou daar rekening mee. Stel dan bijvoorbeeld het huisbezoek met de verantwoordelijke van de dienst uit.

Deintakekanovermeerderegesprekkenlopen.Nietalleskanaltijd besproken worden tijdens één huisbezoek. Gezinnen vinden het bijvoorbeeld niet altijd gemakkelijk om te praten over wat ze verwachten of juist willen bereiken. Soms zijn ze met andere dingen bezig en verzwakt hun aandacht. Je moet als coach alert zijn voor signalen van het gezin ‘dat het genoeg is geweest’. Dan is het soms beter, om een nieuwe afspraak te maken. Zo krijgt het gezin ook de tijd om te wennen aan het idee.

Door het feit dat er in de gezinnen die zich voor Thuiscompagnie aanmelden veelal verschil-lende hulpverleners betrokken zijn, moet je er als coach voor zorgen dat de positie en de taken van die verschillende betrokkenen voor het gezin duidelijk zijn. Wat kunnen ze verwachten van de aanmelder, de coach, de verzorgende, de (sector)verantwoordelijke van de dienst, de andere hulpverleners?Inhetlichtvandiesamenwerkingmoetjemethetgezinookbesprekendatdeverzorgende gedeeld beroepsgeheim heeft en met haar coach of verantwoordelijke bepaalde zaken mag bespreken die van belang zijn en betrekking hebben op de ondersteuning die ze biedt. Eenuitwisselingmetanderehulpverlenerskanslechtsuitzonderlijk. Inhoofdstuk11vind jedaarover meer informatie.

Kortom de coach legt in de intake de basis voor een goede werk- en samenwerkingsrelatie en volgt daarbij het tempo van het gezin. Hoofdstuk 6 geeft je stap voor stap een overzicht van de aspectendieindeintakeaanbod(moeten)komen.In

vind je aan de hand van aandachtspunten en voorbeelden hoe je als coach de intake aanpakt.

de startfaseIndestartfasemoetdecoachvooraldebrugmaken tussenhetgezinendeverzorgende.Datvraagt dat je een goed zicht hebt op de ‘eigenheid’ van elk van hen en die op elkaar weet af te stemmen.

Je probeert in je contacten met het gezin verder duidelijk te krijgen waar het gezin ondersteuning bij wenst. Belangrijk is dat je ook het tempo en de gevoeligheden van het gezin leert kennen. Probeerzichttekrijgenopdeleefwereldvanhetgezin:Hoezithetgezininelkaar?Hoekijkenze naar hun huishouden, naar de opvoeding, naar voeding enz.? Welke opvattingen hebben ze daarover?

Indezefasevolgjeookkortophoederelatietussenhetgezinendeverzorgendeverloopt.Daarbijmoet je aandacht hebben voor mogelijke leefwereldbotsingen (tussen het gezin en de verzorgende en de coach) en mogelijke weerstanden of communicatieproblemen. Weerstanden zijn vaak een gevolg van miscommunicatie tussen partijen. Als coach moet je zowel naar de verzorgende als naar het gezin luisteren en proberen het perspectief van de andere binnen te brengen. ‘Meerzij-digepartijdigheid’iseentechniekdiejedaarbijkaninzetten(ziehoofdstuk9).

Page 90: Thuiscompagnie draaiboek interactief

90 de VeRzoRgende en de coach in Thuiscompagnie

Kortom, in de startfase hou je in de contacten met het gezin de volgende aandachtspunten voor ogen:•Hoeloopthet?(Watzieje?Wathoorje?)• Ishetgezintevreden?Waaroverwelenwaaroverniet?•Hoeisderelatietussenhetgezinendeverzorgende?•Zijnallegezinsledenmee(aandachtvoordepartner)?•Zijndeafsprakennogaltijdduidelijk?•Zijndedoelstellingenwerkbaar?Zijnzeondertussen

veranderd?•…

Dit alles vraagt dat je in deze fase intensief met het gezin aan de slag gaat. Het contact met het gezin (huisbezoek en/of tele-fonisch) kan variëren van wekelijks tot een keer per maand. De intensiteit zal veelal afhangen van de signalen die je van het gezin en van de verzorgende krijgt.

de groeifaseTijdens de groeifase volgt de coach het gezin verder op. Als coach moet je in deze fase beschik-baar blijven voor het gezin. De intensiteit van het contact met het gezin zal afhankelijk zijn van:•dedraagkrachtvanhetgezin,•dedraagkrachtvandeverzorgende,•dekwaliteitvanderelatietussenverzorgendeengezin,•dematewaarindecoachdebezoekenalsbetekenisvolervaart,•situatiesdiezichvoordoen(bv.eensignaalvanhetgezin,deverzorgende,dedienst,een

aangekondigd Lokaal Cliëntoverleg,)

Je moet daarbij als coach een inschatting kunnen maken van wat voor het gezin ondersteunend werkt en wat veeleer belas-tend dan ondersteunend werkt. Sommige gezinnen vinden het fijn dat de coach komt. Ze zijn blij met de aandacht en ze voelen zich ernstig genomen.

Andere gezinnen ervaren het contact met de coach als bedreigend of controlerend. Ook verzor-genden kunnen dat zo ervaren. Soms kan je dan betekenisvoller zijn door niet aanwezig te zijn in het gezin. Als een gezin een duidelijk signaal geeft dat ze het niet fijn vinden dat je langskomt, dan moet je dat respecteren. Het is al heel veel als mensen kunnen en durven zeggen: ‘Moet je hier wel komen?’ Je kan dan met het gezin afspreken dat je telefonisch bereikbaar blijft, dat ze bij jou terecht kunnen als ze ergens niet tevreden over zijn, iets willen vragen of iets willen veranderen. Je moet zeker ook aan het gezin duidelijk maken dat jij en de verzorgende regelmatig blijven over-leggen en dat je, indien je zelf iets wil bespreken met het gezin een afspraak met hen zal maken.

Uit een bevraging van gezinnen in 2012, blijkt dat:• het aantal contacten (evolutiebesprekingen) met de coach heel verschillende is,

• het merendeel van de moeders en vaders uitgesproken tevreden zijn over de coach, in het bijzonder over feit dat de coach:

In het begin heeft die [de coach] wel veel gedaan voor ons. … Als ik papieren op het OCMW moet binnengooien, dan passeer ik langs haar bureau. Ik kan er een abonnement aanvragen. Binnenkort ken ik daar heel het gebouw. [Is dat op eigen initiatief dat je daar langs gaat?] Ja, gewoon om te updaten, wat er moet gebeuren. (moeder Kimberly)

De baas [de coach] van de verzorgende die heeft al gezegd tegen mij: ‘Amai ge zijt al ver gevorderd. We kunnen een stap hoger gaan.’ … We hebben daar [LCO] goede punten gehad van haar. (Kimberly, moeder)

Die komt zo onverwachts een keer binnen. Een keer komen kijken van hoe dat het gaat en of dat er iets is. Wat heb ik aangepakt, was is ervan gebeurd en wat is het volgende dat ik aan wil pakken. Zo van die dingen. (moeder Lelie)

Die [de coach] zie ik niet zo veel, maar dat is ook een heel goeie. (moeder Lisa)

ciJF

eRs

Page 91: Thuiscompagnie draaiboek interactief

91

• initiatief neemt met respect voor wat het gezin zelf wil,• interesse toont voor hoe het met het gezin gaat,• positieve feedback geeft (bv. zien en benoemen wat goed gaat),• luistert en aanspreekbaar is voor vragen,• praktische en administratieve problemen mee aanpakt,

• slechts 2 moeders en 1 vader een kanttekening plaatsen bij het werk/de aanpak van de coach:• als de coach er is, dan blijft het werk in het huishouden liggen

Het contact dat je in de groeifase met de gezinnen hebt kan op verschillende manieren verlopen: op eigen initiatief of op vraag van het gezin, telefonisch, face to face bij het gezin thuis of in de dienst(bv.alsjededienstookfysiektoegankelijkisvoordienstverlening).InThuiscompagniespreken we hier over evolutiebesprekingen. Ze zijn bedoeld om de doelen, de relatie tussen het gezin en de verzorgende, veranderingen, de vooruitgang, knelpunten enz. op te volgen en met het gezin te bespreken. Bij deze gesprekken kan ook de verzorgende aanwezig zijn. Hoe je deze gesprekken kan voeren en welke aandachtspunten je daarbij in acht moet nemen, kan je lezen in .

afbouwfase en nazorgAls coach moet je in het oog houden dat het gezin in afbouwfase kan gaan. Je zal opmerkzaam moeten zijn voor de signalen die je hierover in en van het gezin opvangt (cf. wat je in het gezin ziet en wat je van hen hoort), voor de signalen van de verzorgende en voor de signalen van andere mogelijke betrokken hulpverleners (bv. op een Lokaal Cliëntoverleg).

Aanvaard als het gezin de ondersteuning wil stopzetten. Als coach moet je je bewust zijn van wat jouw stuk is, van wat jij hebt in te brengen. Dan kan je oprecht blij zijn voor het gezin met watzijhebbenbereikt.Vooralalsjevooruitganghebtgezien,moetjedatookgemeendzeggen:‘Jullie zijn echt vooruitgegaan, het was fijn om met jullie te werken. Als je later opnieuw ergens mee zit, mag je terug op ons een beroep doen’. Het kan de duw zijn die ze achteraf nodig hebben.

Eensdehulpeffectiefgestoptis,kunjemethetgezinbekijkenofzeerbehoefteaanhebbendatjenog eens belt of langsgaat. Op deze manier laat je het gezin niet volledig los, en kunnen ze bij je terecht met vragen die ze nog hebben. Mochten ze ooit terug hulp willen, dan is de drempel lager. Laat dit over aan het gezin, zij kunnen het best aangeven of ze dat willen of niet.

situaties die je ongerust maken?Doorheen het ondersteuningstraject worden de coach en de verzorgende soms geconfronteerd met situaties die hen ongerust maken. Zeker als het kinderen betreft, treedt die ongerustheid scherp op de voorgrond. Het is de taak van de coach om haar bezorgdheid en/of die van de ver-zorgende naar het gezin te tolken. Je moet de situatie bespreekbaar proberen te maken. Dat kan door te vertellen hoe een verzorgende zich voelt bij een situatie. Zowel jij als de verzorgende zijn vertegenwoordigers van de samenleving. Je moet dus over een aantal zaken het gesprek durven aangaan. Dan kan je samen zoeken naar hoe de situatie toch leefbaar kan blijven voor gezin en voor verzorgende. Dat brengt onvermijdelijk de kwestie van het beroepsgeheim in het vizier. Meer daarover kan je lezen in hoofdstuk 11.

Evolutiebesprekingen zijn heel belangrijk. De verzorgende neemt soms dingen over en kan dat niet loslaten. De verzorgende zal dikwijls denken; als ik dat aan het gezin overlaat, dan geraak ik niet rond met mijn werk. Je moet zowel bij de verzorgende als bij het gezin aftoetsen om je een beeld te kunnen vormen. Je kan aan het gezin vragen: ‘Doe je dat nu zelf?’ Als het gezin nog niet veel dingen zelf doet, dan ligt dat niet altijd aan het gezin. Soms heeft het ook met de verzorgende te maken en hoe die haar taak ziet en afhandelt. Het gezin is in haar ogen soms niet snel genoeg of doet het niet op de juiste manier.

Page 92: Thuiscompagnie draaiboek interactief

92 de VeRzoRgende en de coach in Thuiscompagnie

wat is je taak als coach naar de verzorgende?

Bij de opstart van het ondersteuningstraject ben je als coach vooral een brug tussen het gezin enverzorgende(ziepagina89).Jelichtdeverzorgendevoorafinoverdeverwachtingenvanhetgezin en de gemaakte afspraken (bv. afspraken rond aanwezigheid, huisdieren, roken enz.) en je introduceert de verzorgende in het gezin.

Eensdeondersteuningisopgestart,ishetjouwtaakomdeverzorgendeteondersteuneninhetverbindend en versterkend werken in de gezinnen. Dat moet duidelijk worden in de houding die je ten aanzien van de verzorgende aanneemt. Die houding is samen zoekend en nadenkend, in een relatie van gelijkwaardigheid. Jij bent niet ‘de deskundige’ die het allemaal weet.

Als coach ondersteun je de verzorgende het best door samen met haar te zoeken naar wat in een situatiedemeestaangewezenmanierisomtehandelenvoordatbepaaldgezin.Erzijnimmersgeen pasklare oplossingen die in elk gezin kunnen worden toegepast. De verzorgende staat het dichtst bij het gezin en heeft de meeste sleutels in handen. Het is aan jou om haar de ruimte en het vertrouwen te geven om die sleutels te vinden. Zij voelt veelal het best aan wat voor een gezin werkt en wat niet, wat hun tempo is, wat ze aankunnen enz. Als coach kan je haar helpen om daarover verder na te denken en om die informatie te ordenen. Jij bent vooral diegene die vragen stelt en het antwoord uit de verzorgende en het gezin naar boven weet te halen.

Hieronder vind je in een notendop een aantal voorwaarden en aandachtspunten bij het coachen van de verzorgende. Concrete voorbeelden en scenario’s van coachingsgesprekken vind je in

.

bereikbaar en aanspreekbaar zijnAls coach moet je gemakkelijk bereikbaar en aanspreekbaar zijn voor de verzorgende. De relatie tussen jou en verzorgende moet open en veilig zijn. Soms gaat het over delicate zaken waar de verzorgende mee zit. Daarom moet je hen ervan overtuigen dat ze met elke vraag, met elke gedachte, met elke wrevel, met elke onzekerheid naar je toe mogen komen. Het bespreekbaar makenvantwijfelsisgeentekenvanzwakheid,maarjuisteentekenvansterkte.Verzorgendenmoeten de mogelijkheid krijgen om te ventileren. Stel je open voor hun vragen en bedenkingen.

Erkenheninhunbelevingenbezorgdheidenprobeerdattekaderenineenbrederperspectief.De ene verzorgende zal meer ondersteuning nodig hebben dan de andere. De ene verzorgende zal gemakkelijker contact met je opnemen dan de andere. Heb je het gevoel dat een verzorgende niet zelf met vragen durft komen, spreek haar daar dan uitnodigend op aan of maak zelf een afspraak voor een werkbespreking. Sommige verzorgenden vinden werkbesprekingen niet nodig als er geen problemen zijn. Maak dan duidelijk dat het belangrijk is om samen te kijken naar wat goed loopt.

Als coach kan je op verschillende manieren bereikbaar en aanspreekbaar zijn voor de verzorgende:•telefonisch,•viamail,•facetoface:een(voorafvastgelegde)werkbesprekingtussencoachenverzorgendeofeen

coachingsgesprek op vraag van de verzorgende (bv. als er een incident is geweest of als de verzorgende ergens tegenaan loopt waar ze geen blijf mee weet),

•evolutiebesprekingeninhetgezin(momentenwaaropjemetbeide‘partijen’tegelijk

Een verzorgende werkte in de voormiddag in een gezin van Thuiscompagnie en in de namiddag als kraamzorg in een regulier gezin. Vooraleer ze naar dat andere gezin ging, douchte ze zich eerst thuis. Ze voelde zich vuil. Ze vond van zichzelf dat dat eigenlijk niet hoorde. De coach toonde begrip voor haar gevoel en samen hebben ze een oplossing gezocht. De verzorgende gaat nu in de voormiddag naar het kraamgezin en in de namiddag naar het gezin van Thuiscompagnie.

Page 93: Thuiscompagnie draaiboek interactief

93

spreekt),•voorbereidingvanhetLokaalCliëntoverleg(LCO)met

de verzorgende,•vormingsmomenten,•intervisiemetandereverzorgenden.

InThuiscompagnievolgendeverzorgendeneentraininginhet verbindend en versterkend werken in maatschappelijk kwetsbare gezinnen. Het is belangrijk dat de verzorgende haar ervaringen kan delen met collega’s die in maatschappe-lijk kwetsbare gezinnen aan het werk zijn. Dat zijn momenten waarop ze veel steun aan elkaar hebben, ervaringen kunnen uitwisselen en van elkaar kunnen leren.

de basishouding van verzorgenden als centraal aandachtspuntWe merken dat de relatie tussen verzorgende en gezin eerst komt, en dan pas de rest. Het is één van de belangrijkste randvoorwaarden. Als de relatie goed zit, dan kan er vooruitgang gemaakt worden.Wanneerde relatiehapert, danhapertdehulpof steun.Vandaarhet belangvan envoortdurende aandacht voor de basishouding in het coachingsproces.

Eenopen,betrokkenbasishoudingisessentieelomgezinnensterker tekunnenmaken.Enkeldan kan er meer rust komen in het gezin, meer vertrouwen in zichzelf, meer energie, waardoor er geleidelijk ruimte ontstaat voor iets nieuws, zoals anders met de kinderen omgaan, moed om aan de praktische dingen te beginnen enz. De coach bewaakt in de eerste plaats de randvoor-waardenenhelptdeverzorgendeomzichvanhaarhoudingbewustteworden(ziepagina82).

de professionaliteit van de verzorgende bewakenProfessionaliteitbetekentdatdeverzorgendealszehandelt,weetwaaromzezohandelt.Alscoach help je haar door stil te staan bij het feit dat ze altijd een overweging moet maken als ze handelt. Je doorbreekt het automatisme. Het gaat dus niet over het zoeken naar het juiste ant-woord. Je moet de verzorgende daarenboven ook ruimte en vertrouwen geven om haar eigen weg te zoeken. Soms worden er brokken gemaakt, maar ook daar kan iedereen uit leren.

Als je met verzorgenden praat wordt al snel duidelijk dat ze heel betrokken zijn op de gezinnen waar ze werken. Ze zijn frequent aanwezig. Ze hebben meestal een goede band met het gezin. Ze willen het goede doen en zijn vaak tot zeer veel bereid, ze willen ‘alles’ doen voor een gezin. Zoalsjebijdebeschrijvingvandepositieentakenvandeverzorgendekonlezen(ziepagina84),zit in die betrokkenheid een kwetsbaarheid: vanuit een betrokken houding is het moeilijker om een concrete situatie te overstijgen en van op een afstand te bekijken.

Als coach sta je wat verder af en bekijk je het gezin en het proces van op een afstand. Je zit er minder midden in en daardoor kan je de verzorgende helpen haar grenzen te leren kennen. Dat is belangrijk, want als je er helemaal in mee-gaat, dan geraak je zelf in een negatieve spiraal. Soms moet je als coach verzorgenden tegen zichzelf beschermen. Doe je dat niet , dan zal de verzorgende vroeg of laat ‘opgebrand’ geraken.Iedereenheeftzijngrenzen.Daaroverkanjepraten.Ook naar veiligheid en gezondheid zijn er grenzen.

De coach helpt de verzorgende in de juiste rol te blijven, de rol van ondersteuner die samen met het gezin dingen doet in plaats van overneemt. Is de verzorgende heel overtuigdvan haar eigen gelijk? Aanvaardt ze geen kritiek? Kan ze niet opafstandkijken? Isdeverzorgendevooralpraktisch inge-steld en kan ze niet reflecteren over het effect van haar eigen

Die trainingen, dat is 1 keer in de maand een voormiddag. Ik vind dat wel fijn dat dat nog wordt opgevolgd. Dat er nog thema’s aan bod komen en ervaring van mensen die er al langer inzitten en in extreme situaties soms zijn. Dat ge dat gevoel hebt van ja, zo had ik dat eigenlijk nog niet bekeken. Ja, dat ge andere inzichten krijgt daarin. (verzorgende Jennifer)

Page 94: Thuiscompagnie draaiboek interactief

94 de VeRzoRgende en de coach in Thuiscompagnie

handelen? Als je op die vragen positief antwoordt, dan moet je de verzorgende ondersteunen om meer procesgericht te leren kijken. Kijk dan met de verzorgende terug naar wat er is gebeurd. Hou daarbij voor ogen dat je geen afbreuk doet aan haar grote inzet. Je moet die inzet net erkennen.

De volgende richtvragen kunnen je op dat spoor zetten:•Watzijnhaarsterkekanten?•Watzijnhaarkwetsbarekanten?•Watzijnhaargrenzen?•Watheeftdeverzorgendenodig?•Deverzorgendeheeftgraagdathetvooruitgaat.Watdoethetmethaardatzemoet

wachten? Wat doet het met haar om op de reactie van een dienst te moeten wachten?•Welkerollenheeftdeverzorgendeopgenomen?Kanzedat(bv.vriendschapsrol)voor

iedereen (in dezelfde situatie)?

een coach op twee stoelen: een moeilijke combinatie om coach en verantwoordelijke te zijn?Wanneer je ten aanzien van de verzorgende zowel haar coach als verantwoordelijke bent, dan isdatnietaltijdgemakkelijkwerken.Erkan–dathoeftnietaltijdzotezijn-eenzekerespan-ning opzitten. Als verantwoordelijke moet je het functioneren van de verzorgende evalueren in functie van de organisatiedoelen. Je hebt ook een andere verantwoording af te leggen naar de organisatie. Uren die niet gepresteerd worden omdat het gezin afwezig is, uren die naar overleg gaan in plaats van naar hulp in huis enz. Als coach verwacht je daarentegen vooral dat de ver-zorgende heel open naar je is en al haar twijfels met je deelt. Als coach kijk je vooral naar inzet en zorg die nodig is en geef je van daaruit feedback.

Leg aan de verzorgende uit dat jij niet degene bent die zegt wat zij moet doen. Jij bent er voor haar als klankbord en om samen te zoeken naar manieren om dingen aan te pakken. Dat betekent doorgaans dat je de ‘vertrouwde’ hiërarchie doorbreekt. Dat kan voor de verzorgende onwennig aanvoelen.

wat is je taak als coach naar de aanmelder en andere hulverleners?

de aanmelder: het begin van een goede afstemmingThuiscompagnie wil werken in een kader van een afgestemde hulpverlening. Dat heeft gevolgen voor de rol van de aanmelder. De vraag naar Thuiscompagnie kan niet vrijblijvend worden gesteld. De coach zal daarom vooraf en verder in de loop van de aanmelding en de intake, de aanmelder goed moeten informeren over:

Samen met het gezin werd de opdracht van de verzorgende in kaart gebracht: helpen met de grote opruim. Er is met het gezin afgesproken dat zij zelf vrienden of familie zoeken die mee helpen met de opruim. De afspraak is dat de verzorgende meehelpt, maar niet dat ze het allemaal alleen moet doen.Een verzorgende kan soms de neiging hebben om er toch maar alleen aan te beginnen. Dan is het soms sneller en in haar ogen ook ‘beter’ gedaan, dan wanneer ze het samen met het gezin doet. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor de verzorgende en moet met haar besproken worden: hoe kan ze het gezin betrekken bij het werk? Dat is een leerpunt voor de verzorgende.

De verzorgende moet beginnen om 8u. Maar als ze om 8u. aanbelt, dan doet er niemand open. Ze wacht even en rond 8u10 komt er iemand de deur opendoen. De verzorgende zit nu in een lastig parket. Want als er niemand om 8u opendoet, dan moet ze de dienst verwittigen en die zal haar dan waarschijnlijk de opdracht geven om naar een ander gezin te gaan. Omdat ze veel sympathie heeft voor het gezin, wou ze dat risico niet lopen en gaf ze het gezin nog een kans door even te wachten. Hiermee overtrad ze de regel van de dienst. De verzorgende moet dit met haar coach bespreken. De coach kan dan samen met de verzorgende bekijken hoe ze dergelijke situaties in de toekomst kan aanpakken. Ze bespreken of het nodig is dat de coach dit met het gezin verder opneemt.

Page 95: Thuiscompagnie draaiboek interactief

95

•devoorwaardenomThuiscompagnieintezetten(cf.maatschappelijkkwetsbaargezinmetminderjarige kinderen, gezin heeft zelf een vraag naar praktische ondersteuning, gezin staat open voor de ondersteuning van een verzorgende enz.),

•demogelijkhedendieThuiscompagniekanbieden(cf.praktischesteun,administratiemeeopvolgen enz.),

•deaanpakvanThuiscompagnie(cf.samendoen).

Op basis van die informatie moet de aanmelder met het gezin én op tempo van het gezin, een gesprekoverdemogelijkeinzetvanThuiscompagniekunnenaangaan.VoorsommigegezinnenkanhetimmersnogtevroegzijnomeenvraagtestellennaarThuiscompagnie.Indatgevallaatde aanmelder het best even rusten en probeert hij het in de toekomst opnieuw bespreekbaar te maken met het gezin. Sommige gezinnen hebben enige tijd nodig om aan het idee te wennen om (opnieuw) iemand toe te laten in hun huis(houden). Bij andere gezinnen kan de motivatie nog niet voldoende aanwezig zijn. Zij zien het misschien nog niet zitten om samen aan de slag te gaan. Het is belangrijk dat de aanmelder alert is voor deze ‘gevoeligheden’ en daarmee rekening houdt.

Eens het gezin akkoord is, dan doet de aanmelder een aanvraag bij de coach van de dienstgezinszorg. Als coach overloop je met de aanmelder de aanvraag en licht je het gebruik van het toeleidingsformulier (verder) toe.

Het toeleidingsformulier is een instrument dat al een eerste zicht geeft op de vragen die het gezin stelt naar praktische ondersteuning, op welke domeinen (bv. administratie, was of strijk) het gezin ondersteuning wenst, welk gezinslid wat tot nu toe doet binnen het huishouden en hoeveel hulpverlening er al in het gezin is. Het geeft de aanmelder a.h.w. een leidraad om de mogelijkheden en de (ondersteunings)behoeften van het gezin met het gezin te bespreken en in kaart te brengen (zie ).

Als de aanmelder het toeleidingsformulier samen met het gezin heeft overlopen, dan bezorgt hij dit terug aan jou. Je volgt dit verder op, neemt opnieuw contact op met de aanmelder als hij nog vragen heeft en vraagt de aanmelder of hij je kan introduceren in het gezin. Daarbij moet de aanmelder bij het gezin toetsen wie ze al dan niet bij het gesprek met de coach willen hebben: de aanmelder zelf, een (andere) vertrouwensfiguur of beiden?

Netzoals jevoorhetgezinvaninhetbeginduidelijkheidmoetscheppenoverwiewat indeondersteuning doet, moet je dat ook doen voor de aanmelder (vertrouwensfiguur). Welke positie en taken neemt hij op? Wat mag hij van de verzorgende en de coach van Thuiscompagnie ver-wachten? Welke positie nemen ze in? Welke taken nemen ze op? Hoe gaan ze met informatie over het gezin om? Dat vraagt een open en duidelijke communicatie. De vraag naar uitwisseling van informatie vraagt daarbij bijzondere aandacht. Zoals eerder al vermeld, mag de verzorgende met

haar coach of verantwoorde-lijke bepaalde zaken bespreken die van belang zijn en betrek-king hebben op de ondersteu-ning van het gezin. Dit gedeeld beroepsgeheim heeft ze niet met de aanmelder. In hoofdstuk 11lees je meer over de restricties en voorwaarden voor het uit-wisselen van informatie.

Page 96: Thuiscompagnie draaiboek interactief

96 de VeRzoRgende en de coach in Thuiscompagnie

andere hulpverleners: verwachtingen en aanpak afstemmen in functie van het gezinNaast de aanmelder zijn er meestal verschillende anderehulpverleners die ingeschakeld zijn. In de praktijk looptde samenwerking tussen hulpverleners niet altijd even vlot. Het is niet altijd zo duidelijk wie welke verantwoordelijk-heid heeft. Je zit al snel op het terrein van iemand anders. Als coach kan je de rol opnemen van bruggenbouwer naar andere hulpverleners. Ook andere hulpverleners nemen soms die rol op.

Net zoals t.a.v.de aanmelder, zetde coachook t.a.v.de anderehulpverleners inop (1) goedeafspraken over wie wat al dan niet in het gezin doet (bv. de verzorgende is geen poetsvrouw) en (2) waarover op welke wijze al dan niet gecommuniceerd wordt. Het is in het belang van het gezin dat de hulp goed op elkaar wordt afgestemd en dat de verschillende hulpverleners binnen een gezin, rekening houdend met het beroepsgeheim, goed samenwerken.

Dat kan betekenen dat je bij spanningen of vragen over wat de ene dan wel de andere doet, in samenspraak met het gezin en de verzorgende, contact opneemt met de betrokken hulpverlener(s). Zet daarbij steeds het gezin centraal en wacht bijvoorbeeld niet tot een Lokaal Cliëntoverleg om afspraken te maken of dingen te bevragen.

InThuiscompagniezienwedatjealscoach,samenmetdeverzorgende,eenbelangrijkeroloptenemenhebt omanderenvooruitgang tehelpen zien.Vanuitde intense samenwerkingmethet gezin, zijn de inspanningen en de (kleine) stappen die het gezin heeft gezet, vaak veel beter zichtbaarofherkenbaar.Versterkendenverbindendwerken,vraagtdatjeookdieboodschapaananderen kan overbrengen (zie hoofdstuk 10).

wat is je taak als coach in de eigen organisatie?

Je kan enkel ondersteunend zijn naar mensen als er een wederzijds vertrouwen is. Ook de orga-nisatie waarin je werkt, moet dat vertrouwen hebben of krijgen. Als coach werk je mee om een positieve visie op kwetsbare mensen binnen je organisatie te ontwikkelen en ondersteun je de keuze om bereikbaar en toegankelijk te zijn voor kwetsbare mensen. Je helpt mee een klimaat te creëren dat voldoende open is om het werken op maat, rekening houdend met het tempo en de draagkracht van maatschappelijk kwetsbare gezinnen, mogelijk te maken (zie hoofdstuk 11).

Een goede communicatie is noodzakelijk. Dit geldt des temeer als dezewerkwijze nog rela-tief nieuw is binnen je organisatie. Bespreek vooraf hoe je de verantwoordelijke van de dienst gezinszorg op de hoogte kan houden. De ene wil misschien in alles zoveel mogelijk betrokken worden, terwijl de andere liever alleen de meest noodzakelijke informatie ontvangt. De grote lijnen kan je best blijven communiceren (eventueel via mail) en zaken over de planning (bv. wij-ziging van uren) moeten altijd doorgegeven worden.

Vanafhetbeginvandeondersteuningmaak jebestduidelijkeafspraken.Erzijnnueenmaalomstandighedendiemakendatermeerflexibelmeturenmoetwordenomgesprongen.En insommige situaties kan het verantwoord zijn om een uitzondering op de regels toe te staan. Waar-schijnlijk moet je hierover onderhandelen binnen de organisatie. Baken duidelijke grenzen af en vraag hoever je mandaat als coach reikt om naar oplossingen op zoek te gaan.

Een gezin waar de verzorgende al een tijdje bezig was, kreeg thuisbegeleiding opgelegd. De thuisbegeleidingsdienst heeft zelf voorgesteld om eerst samen met de verzorgende en de coach bij het gezin af te spreken, wie wat gaat doen. Op die manier zou dat ook voor moeder duidelijk zijn.

Page 97: Thuiscompagnie draaiboek interactief

97

profiel van de coach

Netzoalsdeverzorgendemoetdecoachvanuiteenpassendebasishoudingwerken.Andersiswerken met maatschappelijk kwetsbare gezinnen niet mogelijk.

De coach heeft een opdracht in:•hetondersteunenvandeverzorgenden,•hetondersteunenvandegezinnen,•samenwerkenmethetteamendeverantwoordelijkenvandeeigenorganisatieinfunctie

van een versterkende en verbindende ondersteuning,•samenwerkenmetexternediensteninfunctievaneenversterkendeenverbindende

ondersteuning.

De coach moet m.a.w. met verschillende betrokkenen op verschillende niveaus kunnen samen-werken en inzetten op het versterkend en verbindend werken. Dat vraagt van de coach verschil-lende kwaliteiten.

Open en eerlijk zijn:•Zeggenwatmendoetendoenwatmenzegt.•Ookdingendoen,hetstoptnietmetactiefluisteren.•Moeilijkethema’shelpenbespreekbaarmaken:somsdooreengesprekvoortebereidenmet

de verzorgenden, soms door zelf het gesprek met het gezin aan te gaan.

Begrijpen dat het niet altijd simpel is:•Ooghebbenvoordebinnenkantvanarmoede.•Leefwereldbotsingenkunnenplaatsen.•Ooghebbenvoorallelevensdomeinen.

Gelijkwaardigheid erkennen en in praktijk brengen:•Samenzoeken.•Nietbetweterigzijn,durventoegevendatjenietallesweet(cf.decoachstaatnietinhet

gezin).

Kunnen verbinden:•Betrokkenzijnopdegezinnenendeverzorgenden.•Mensenkunnenzieninplaatsvan‘probleemgevallen’.•Ooghebbenvoorwaarverbindingleggenmogelijkis.•Mensenmetelkaarkunnenverbinden.•Hetbelangvannetwerkenrondmensenkunnenzien.

Actief luisteren:•Focussenophetbegrijpenvandeboodschap.•Toetsenofjedeboodschapgoedhebtbegrepen.•Nietonmiddellijkoordelenenveroordelen.•Verzorgendenengezinnendekansgevengevoelenste

uiten (te ventileren).

Samen zoeken:•Feedbackkunnengevenenontvangen.•Actiefbijstureninfunctievanhetversterkendenver-

bindend werken door dieper in te gaan op de situaties die de verzorgende raken (bv. Wat? Wanneer? Waarom? Hoe?).

•Metdeverzorgendeopzoekgaannaareentaal.Watkan/mag je zeggen in het gezin? Hoe breng je iets aan?

•Dewaarde/relativiteitvantipsgoedkunneninschatten(cf. soms heeft de verzorgende nood aan tips, maar hou altijd voor ogen dat er niet één zaligmakende aanpak is).

Page 98: Thuiscompagnie draaiboek interactief

98 de VeRzoRgende en de coach in Thuiscompagnie

Bereikbaar zijn voor de verzorgende en voor het gezin:•Mentaalenfysiekbereikbaarzijn.•Ruimtekunnenmakenvoordeverzorgendewanneerzeovereengezinwilspreken.•Zichopenenbereikbaaropstellenvoorhetgezinendeverzorgende.•Bereikbaarzijnbijcrisisofproblemenénbijgoedlopendesituaties.

Ruimte geven aan de verzorgende:•Inhetgesprekdeverzorgenderuimtegevenvoorzelfreflectieenfeedback.•Deverzorgenderuimtegevenomverantwoordelijkheidtenemen(cf.debeslissingbijde

verzorgende laten zonder de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen).•Achterdeverzorgendestaan(enlatenvoelen).

Anders durven kijken en dingen anders durven doen (flexibel zijn):•Hetverhaalvandeverzorgendeenhetgezinkunnenverbredenenherkaderen,zodater

nieuwe perspectieven ontstaan om naar een situatie te kijken.•Ooghebbenvoordekrachtendieerzijn,zowelbijdeverzorgendealsbijhetgezin,zonder

moeilijkheden toe te dekken.•Bewustzijndatdezekijkimpactheeftopdeeigentaakinhoud(cf.watdecoachdoet)enop

de taken van de verzorgende.•Verantwoorddurvenafwijkenvanderegels.

Niet het onmogelijke verwachten:•Goedkunnenverkenneneninschattenwelkedoelenhaalbaarzijn(cf.alsdecoachdelatte

hoog legt, dan zal de verzorgende eronderdoor gaan en zal het gezin afhaken)•Kunneninschattenwathetwerkenaandezedoelenkanteweegbrengen.•Dekleinestappenkunnenzienenwaarderen.

Kunnen motiveren:•Positiefbevestigen,waarderendbenaderen.•Feedbackgeveninfunctievanpersoonlijkegroei(bv.decoachkandeverzorgendehaar

groeiproces laten zien).

Kunnen omgaan met gedeelde verantwoordelijkheid:•Deverantwoordelijkheidlatenliggenwaarzehoorttezijn.•Iederheeftzijneigentaak.Deanderehulpverlenersblijvenverantwoordelijkvoorhundeel.•Veiligomgaanmetinformatieenberoepsgeheim.•Gerichttussenkomenwaarnodig.

Een kader geven dat duidelijkheid biedt:•Grenzenaangevenophetgebiedvanveiligheidenhygiëne.•Grenzenvandeverzorgendetenaanzienvanhetgezinkunnenaangeven.•GrenzenvanhetgezinkunnenaangevenopeenLCO(bv.Durvenzeggen:‘Wat jullie vragen,

is niet haalbaar voor het gezin. Jullie verwachten te veel.’).•Duidelijkkunnenmakenwaardeverzorgendehaareigengrenzenoverschrijdt.Kunnen

inbrengen waar de grens ligt voor het gezin en voor de organisatie. De verzorgende onder-steunen om bewust met die grenzen om te gaan en achter haar staan.

•Deverzorgendekanbijdecoachterechtmetvragenoverethiekendeontologie.

Een zicht hebben op andere hulpbronnen die nuttig kunnen zijn voor het gezin:•Eenzichtopderegionalesocialekaart(bv.Welkeondersteuningsmogelijkhedenzijner?).•Eennetwerkkunnenuitbouwenmetmensenindiversewelzijnsvoorzieningeninfunctie

van doorverwijzing.•Bereidzijnmeerzichttekrijgenopmogelijkhedeninzakebuurtwerk,verenigingsleven,

groepswerk enz.•Initiatievenrondgoedkoopeten,kledingenz.wetentevinden.•Kunnenwerkenmetderechtenverkenner(www.rechtenverkenner.be).

Page 99: Thuiscompagnie draaiboek interactief

99

Thuiscompagnie probeert stap voor stap met de gezinnen aan de slag

te gaan. Dit hoofdstuk geeft je een overzicht van de verschillende fases in het ondersteuningsproces en de taken die de verzorgende en haar

ondersteuningsfiguur daarin opnemen. soms lopen deze fasen in elkaar over,

soms wordt eens een stap terug gezet.

6sTappen in HeTondeR steunings

pRoces

Page 100: Thuiscompagnie draaiboek interactief

100 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

Page 101: Thuiscompagnie draaiboek interactief

101

Inhoofdstuk5hebbenweuitgelegdwatde functievande coachendeverzorgende is indeaanpak van Thuiscompagnie. Hoe de coach en de verzorgende dit concreet invullen en welke ondersteuningsvormendaarbijingezetkunnenworden,kanjelezeninhoofdstuk8.

Ook in dit hoofdstuk gaan we in op deze taken, maar we belichten dit nu vanuit de specifieke kenmerken van de hulpverleningsfase. We integreren hier ook het perspectief van het gezin.

InThuiscompagnieonderscheidenwevijffases:

•Aanmeldingfase•Intakefase•Startfase•Groeifase•Afbouwfase

Elkefaseheefteeneigendynamiek.Ditbetekentdatdecoachendeverzorgendeverschillendetaken opnemen, afhankelijk van de fase waarin de hulp in het gezin zich bevindt.

Deze fases zijn niet strikt afgebakend. Ze lopen soms in elkaar over. Soms moet je een stap terug zetten naar een vorige fase om daarna weer verder te kunnen gaan. Het is geen lineair proces. Dit heeft te maken met de context van het gezin die kan wijzigen. Bijvoorbeeld: als één van de ouders het werk verliest, en weer hele dagen thuis is, dan moet het gezin een nieuw evenwicht vinden. Dit heeft invloed op het werk van de verzorgende.

Bij het schrijven van dit hoofdstuk hadden we in hoofdzaak de personen die het ondersteunings-traject opvolgen voor ogen: de coach of de verantwoordelijke van de dienst. De aandachtspunten en voorbeelden van aanpak kunnen echter ook andere betrokkenen uit het werkveld aanspreken en van dienst zijn.

Wegeveneersteenschematischoverzicht.Vervolgensgaanweopelkefasedieperin.

1. inleiding

Page 102: Thuiscompagnie draaiboek interactief

102 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

aanmelding- en inTakefase aanmelding:• Contactmetaanmelder• Toeleidingsformulier

eerste contact:• Introductiecoachingezin• Informatiegevenoverentoegankelijkmaken

van Thuiscompagnie • Zichtkrijgenopdeleefwereldvandecliënt• Krachtgerichtwerken

verheldering van de hulpvraag:• Verwachtingencliënt?• Watisvooruitgangvanuithetperspectiefvan

de cliënt?• Mogelijkehulpbronnen?• Mogelijkeobstakels?• Startmotivatie?

selectie van het gezin:• Pasthetgezininhetproject?

(kwetsbaarheden, juiste hulpvraag, motivatie, leermogelijkheden enz.)

• Eventueelverwijzen praktische afspraken: • Afsprakenrondtimingenconcreetverloop

van hulp• Afhandelenadministratieveenfinanciële

aspecten• Werkenaanrandvoor-waardenvoorhulp

(breekpunten m.b.t. veiligheid, sterk vervuilde situaties)

sTarTfase installeren van de hulp• Vertrouwenwinnen• Mandaatverkrijgenomtemogenhelpen• Opbouwenvaneenwerkrelatie

invoegen • Aansluitenbijdethema’svandecliënt• Aansluitenbijhettempovandecliënt• Aansluitenbijdeleefwereldvandecliënt

Basis leggen om verbindend en versterkend te werken, door samen dingen te doen.

Werken aan rust en stabiliteit.

overzicht van de fasen van het ondersteuningsproces

Page 103: Thuiscompagnie draaiboek interactief

103

groeifase invoegen en toevoegen• Aansluitenbijdethema’svandecliënt• Aansluitenbijhettempovandecliënt• Aansluitenbijdeleefwereldvandecliënt

werken aan verandering:• Werkdoelenstellen• Aanlerenvannieuwevaardigheden• Versterkenwatallukt• Wegwerkenvanbelemmerende

omstandigheden

Bieden van praktische en psychosociale en (ped)agogische ondersteuning.

Omgaan met dagdagelijkse beslommeringen en onverwachte (crisis)situaties.

Omgaan met herval in oude patronen.

evalueren en bijsturen:• vandedoelen(inhoud)• vanhetproces(samenwerkingsrelatie)

Blijven afstemmen met cliënt en andere hulpverleners.

afbouwfase zorgvuldig afronden:• Opinitiatiefvancliëntofvandedienst?• Stilstaanbijderedenvanafbouw(Isdoel

bereikt? Andere reden?)• Geleidelijkafbouwenofstoppenopkorte

termijn?

Maak kwetsbaarheden bespreekbaar op een positieve manier. Durf vragen stellen naar de toekomst vanuit verwondering.

• Erkenwatergoedgaat• SociaalNetwerk(Wie?)• RelationeleDynamiek(LuisterendOor,

advies?)• Praktischwerk(Hoe,wie?)• Angstomterugtevallen?

Ruimte voor nazorg?

Ruimte om terug hulp te vragen als er terug behoefte is.

Page 104: Thuiscompagnie draaiboek interactief

104 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

uitgangspunten van de aanmelding

Vóórermetdeeffectieveintakewordtgestart,isereenaanmeldingfase.Ditiseen‘bufferfase’waarin het contact tussen coach en gezin beperkt is.

Kwetsbaregezinnenkrijgenregelmatighulpverlenersoverdevloer.Velenkennenditalvanuithun ‘gezin van herkomst’. Hun ervaring met hulpverlening is niet altijd positief. Om bijkomende druk op het gezin te vermijden, stelt de coach zich in deze fase eerder terughoudend op. De com-municatie verloopt dan via een vertrouwenspersoon van het gezin. Uiteraard is dit een kwestie vanmaatwerk.Indienhetgezinzelfvragendepartijisommetdecoachtespreken,dankanjehier wel op ingaan.

Meestal gebeurt de aanmelding door een brugfiguur uit de omgeving van het gezin. Dit kan een hulpverlener zijn of iemand die betrokken is bij de situatie. Het is eerder zeldzaam dat een gezin zichzelf aanmeldt. Wanneer dit toch het geval is, dan kan dit al een indicatie zijn van de zelfred-zaamheid (kracht) die in het gezin aanwezig is.

EénvandebelangrijksteuitgangspuntenvanThuiscompagnieisdemotivatievanhetgezin.Ookal is die motivatie soms klein, uiteindelijk starten we alleen met de hulp als het gezin zelf toestaat dat er een verzorgende in huis komt. Doordat je als coach in deze fase op de achtergrond blijft, creëer je tijd en ruimte voor het gezin om na te denken over wat ze graag willen. Ze krijgen ook de kans om ‘neen’ te zeggen, zonder hun gezicht te verliezen of zonder dat hier akelige gevolgen aan verbonden zijn. Zo behoudt het gezin – van bij het begin – de controle over de situatie. Dat werkt empowerend. Daarmee leg je ook het fundament voor een vertrouwensrelatie en het veran-deringsproces.Inhoofdstuk7gevenwejeaandehandvandeveranderingscirkelvanProchaskaen DiClemente meer informatie over motivatie en hoe je daarmee aan de slag kan gaan.

de taak van de coach in de aanmeldingfase

De taak van de coach in deze fase is:• informatiegevenaandeaanmelderoverdewerkingvanThuiscompagnie,• informatieverzamelenomeeneerstezichttekrijgenopdehulpvraag(anamnese),• bepalenofhetgezinopgenomenkanwordeninhetkadervanThuiscompagnie,• demogelijkhedenvandedienstonderzoekenomdehulpoptestarten,• opvolgenvandehulpvraagtotaandeintakefase.

informatie geven en verzamelenMeestal zal de aanmelder spontaan vertellen waarom het gezin baat zou kunnen hebben bij het inschakelen van Thuiscompagnie. De coach bespreekt een aantal thema’s met de aanmelder.

wat is de aanleiding voor de aanmelding?Deze bespreking geeft informatie over de context waarin de hulpverlening tot stand komt. Hoewel we ervan uit gaan dat de vraag van het gezin primeert, merken we - in de beginfase - dat de hulp-vraag soms sterker leeft bij de hulpverlener dan bij het gezin. Het kan ook een respons zijn op

2. aanmeldingfase

Page 105: Thuiscompagnie draaiboek interactief

105

concrete omstandigheden waarmee het gezin geconfronteerd wordt.Voorbeeldenzijn:

• Isdehulpvraageenreactieopeencrisissituatieinhetgezin?• Isereenandere(tijdelijke)vormvanhulpverlening

gestopt en wordt er gezocht naar een manier om het gezin verder te ondersteunen?

• Isereigenlijkeenanderevormvanhulpverleningnodig en wordt de ondersteuning van Thuiscompagnie gevraagd om de wachtlijstperiode te overbruggen?

• Isdehulpverlening/omgevingbezorgdoverhetwelzijnvan de kinderen en is de inschakeling van Thuiscom-pagnie een manier om het leefklimaat van de kinderen te verbeteren?

• Isdehulpverlenerhetgezinaleentijdjeaanhetvoor-bereiden op hulp in huis, en is het gezin nu klaar om de stap te zetten?

• …

Dit kunnen allemaal geldige vertrekpunten zijn, op voorwaarde dat ook het gezin hier (deels) mee instemt. We starten dan met het stuk waarover er overeenstemming is.

wat is de relatie tussen de aanmelder en het gezin?In het eerste gesprekmet de aanmelder kun je peilen naar de aard van de relatie tussen deaanmelderenhetgezin.Iserbijvoorbeeldaldannietsprakevaneenvertrouwensrelatie?Omde mogelijke inschakeling van Thuiscompagnie bespreekbaar te maken, vinden we het belang-rijk dat dit gebeurt in een sfeer waarin het gezin zich veilig voelt. Maatschappelijk kwetsbare gezinnen worden, wanneer ze niet willen ingaan op een hulpverleningsaanbod, regelmatig geconfronteerdmet negatieve gevolgen. Verlies van inkomen, plaatsing van de kinderen, uit-huiszetting enz. zijn daar voorbeelden van.

Door de positie van de aanmelder, kan het gezin zich genoodzaakt voelen om ‘ja’ te zeggen tegen Thuiscompagnie,terwijlzeeigenlijknietgemotiveerdzijn.Erontstaatdaneenverkaptevormvan vrijwilligheid. Dit is niet de motivatie waar we naar op zoek zijn. Als de hulpverlening in deze omstandigheden toch van start gaat, dan is de kans groot dat dit mislukt. Het gezin zal op allerlei manieren weerstand vertonen. Dit kan een bestaande negatieve dynamiek bekrachtigen, zowel voor het gezin (‘we worden niet geholpen’) als voor de hulpverlening (‘het gezin wil niet meewerken’).Enditwillenwevermijden.

Wanneer de aanmelder niet de positie heeft van vertrouwensfiguur, dan ga je samen op zoek naar een persoon die deze rol wel kan vervullen.

welke elementen van kwetsbaarheid en kracht zijn er aanwezig in het gezin?De methodiek van Thuiscompagnie richt zich in de eerste plaats op gezinnen die door een lang-durige opeenstapeling van uiteenlopende problemen (bv. financieel, huisvesting, opvoeding, gezondheid,…)ineennegatievespiraalgeraaktzijn,waareengezinopeigenkrachtnietmeeruit geraakt.

Inhetgesprekmetdeaanmelderkan jedoorvragennaardeverschillendevormenvankwets-baarheid die in het gezin aanwezig kunnen zijn:

• maatschappelijke kwetsbaarheid: inkomen, onderwijs, arbeid, huisvesting, gezondheid enz. • relationele kwetsbaarheid: instellingsverleden, (gebrek aan) sociaal netwerk, instabiel of

problematisch gezinsleven enz.• persoonlijke kwetsbaarheid: onzeker zelfbeeld, (gebrek aan) draagkracht, zelfredzaam-

heid, zelfstandigheid, enz.

Diezelfde elementen kunnen ook als beschermende factoren aanwezig zijn in het gezin. Wan-neer de ouders bijvoorbeeld een stabiele relatie hebben, wanneer één van de ouders een vaste job

Page 106: Thuiscompagnie draaiboek interactief

106 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

heeft,wanneerereenondersteunendnetwerkaanwezigis,…danzijnditkrachtendiehetgezinkan aanboren om met moeilijke situaties om te gaan.

wat is de vraag aan thuiscompagnie?Voordecoachishetbelangrijkomteonderscheidenwatdevraagisvanhetgezin,watdevraagis van de hulpverlener(s), en wat de (eventuele) vraag is van de omgeving van het gezin. Hieruit kan je opmaken in welke mate de vraag aan Thuiscompagnie al doorgesproken is met het gezin. Als dit nog niet zo duidelijk is, dan kan je de aanmelder (of de vertrouwenspersoon van het gezin) helpen om dit gesprek met het gezin aan te gaan. Hij kan hiervoor het toeleidingsformu-liergebruikendatterugtevindenisinhethoofdstuk9.Ditformulieriszoopgesteld,dathetdekrachtgerichte kijk op het gezin bevordert, door zowel te vragen naar de gebieden waarop het voor het gezin nog goed loopt, als naar de aspecten waarin ze begeleid willen worden. Spreek met de aanmelder ook over wat hij kan verwachten als er een verzorgende wordt ingezet. Maak duidelijk dat hij geen spectaculaire vooruitgang moet verwachten, want dan zou de teleurstel-ling groot kunnen worden.

hoe is het gezin samengesteld?Hoewel het versterkend en verbindend werken in elke hulpverleningssituatie interessant kan zijn, richt de methodiek van Thuiscompagnie zich specifiek naar gezinnen met minderjarige kinderen.Viadeondersteuningvandeouderswillenwedetoekomstvandekindereneenposi-tieve impuls geven.

Door zicht te krijgen op de gezinssituatie, krijg je ook al een eerste zicht op het netwerk van het gezin. De nood bij een alleenstaande moeder met een heel beperkt netwerk, kan bijvoorbeeld heel anders zijn dan bij een (soms complex) nieuw samengesteld gezin.

zijn er contra-indicaties?De coach zal steeds nagaan of de hulp die gevraagd wordt, past binnen het functieprofiel van een verzorgende. Bijvoorbeeld:

• Eenverzorgendeisgeenpedagoog.Alsdenadrukvande hulpvraag ligt op het aanleren van pedagogische vaardigheden aan de ouders, dan moet er verwezen wordennaaranderevormenvanhulpverlening.Eenverzorgende werkt wel aan stressreductie, zodat de opvoedkundige vaardigheden die al aanwezig zijn weer een kans krijgen. Door haar aanwezigheid in het gezin kan ze ook ander gedrag ‘modellen’, zodat het gezin nieuwe mogelijkheden ziet om met hun kinderen om te gaan.Zekaneenaantaleenvoudigetipsmeegeven.Enook de kinderen kunnen bij haar terecht met hun verhaal. Wanneer een andere hulpverlener een pedagogische strategie in het gezin introduceert, dan kan de verzorgende dit mee ondersteunen.

• Eenverzorgendedoetgeenbudgetbeheer.Zedenktwel samen met het gezin na over de besteding van het huishoudbudget bij de opmaak van het boodschappenlijstje, of tijdens het winkelen. Ze helpt het gezin bij de opvolging van briefwisseling en facturen die betaald moeten worden. Ze kan het gezin bijstaan in de contacten met diensten, wanneer het gezin informatie nodig heeft of een regeling moet treffen.

• Eenverzorgendeisgeenpsychiatrischverpleegkundige.Wanneerdeklemtoonligtopdebegeleiding bij een complexe psychiatrische stoornis, dan is er aangepaste zorg nodig. Maar de aanwezigheid van een psychiatrisch probleem is niet automatisch een reden om de hulpvraag af te wijzen. Juist deze maatschappelijk kwetsbare gezinnen zijn ook gevoelig

Het is geweest dat mijn dochter constant mijn aandacht wou en dat de verzorgende zei: ‘Ja, ik zal wel efkes’. En dan ziet ge hoe ze dat doet. Zo ja, ik ga dat de volgende keer zo eens proberen. (moeder Carla)

De verzorgende geeft me ook tips met de inkopen… In het begin kocht ik altijd merken. Gisteren waren we in de Aldi. Daar heb ik dan poetsmiddel voor 99 cent … Dat is toch nog goedkoper … Ik word heel goed gesteund. (moeder Jessy)

Page 107: Thuiscompagnie draaiboek interactief

107

voor allerlei psychische aandoeningen zoals bijvoorbeeld depressie of verslaving. Andere stoornissen die in de gezinnen van Thuiscompagnie regelmatig voorkomen zijn autisme en ADHD (zowel bij ouders als bij kinderen). Thuiscompagnie ondersteunt ook ouders met een mentale beperking. Het is belangrijk om een genuanceerd beeld te krijgen. De mogelijkheden, de beperkingen en de veiligheid van de verzorgende en de coach zijn doorslaggevend bij de beslissing om Thuiscompagnie op te starten.

opvolging van de aanvraagNaheteerstegesprekmetdecoachgaatdeaanmelder/vertrouwenspersoonmetdeverkregeninformatie en het toeleidingsformulier terug in dialoog met het gezin. Als het gezin akkoord gaat, dan bezorgt hij het ingevulde formulier terug aan de coach. Meestal volgt er dan een nieuw con-tact, dat kan leiden naar een intakegesprek. We volgen hierin het tempo van het gezin.

wat als de aanmelder niets meer laat horen?Soms laat de aanmelder, na het eerste contact, niets meer van zich horen. Misschien ervaart het gezin te veel drempels of misschien ziet het gezin de ondersteuning door Thuiscompagnie wel zitten, maar kan of wil de aanmelder er verder geen tijd in steken. De coach kan dan na een tijd zelf terug contact opnemen met de aanmelder.

Bied aan om samen met de aanmelder na te gaan welke drempels er zijn om niet op het aanbod van Thuiscompagnie in te gaan. Misschien kan je samen met de aanmelder naar het gezin gaan om de werking uit te leggen. Dit vraagt dat de aanmelder daarna ook bereid is om het proces met de cliënt verder te gaan.

Als de aanmelder er verder geen tijd in wil of kan steken, dan zal je zelf naar een andere hulpver-lener moeten zoeken die bereid is op weg te gaan met het gezin. Dat wil zeggen dat die persoon, samen met het gezin, kan uitzoeken of Thuiscompagnie iets is dat hen zou kunnen helpen. Je kunt dat ook zelf opnemen als je daar de tijd en de ruimte voor hebt.

kan het gezin opgenomen worden in het kader van thuiscompagnie?Om al deze informatie te ordenen, kan de coach gebruik maken van twee hulpmiddelen: het toeleidingsformulier (ingevuld door de aanmelder/vertrouwensfiguur) geeft zicht op de inhou-delijke hulpvraag, en het formulier voor doelgroepafbakening geeft zicht op de zorgzwaarte (zie hoofdstuk9).

Op basis van deze anamnese beoordeelt de coach een eerste keer:• ofhetgaatomeenmaatschappelijkkwetsbaargezin,• ofdevraaggoedisdoorgesprokenmethetgezin,• ofdevraagdoordeinzetvanThuiscompagniebeantwoordkanworden.

Als het antwoord op die drie vragen positief is, dan wordt het gezin opgenomen in Thuiscom-pagnie en kan er een eerste contact volgen tussen de coach en het gezin. Je geeft aan de aan-melder informatie over het verdere verloop van de procedure, zodat hij weet wat er met de aan-melding gaat gebeuren.

Als Thuiscompagnie niet de meest gepaste dienstverlening is om op die vraag in te gaan, dan vertel je dat meteen en help je de aanmelder naar alternatieven zoeken. Dat voorkomt overbodig werk en teleurstelling.

De verzorgende van Thuiscompagnie zei ook ‘ik kan u daar [met depressie] nu niet specifiek bij helpen, maar ge moogt wel over uw problemen vertellen’. Dat zijn geen dokters, maar ze kunnen er mee omgaan. Ze worden niet kwaad en zenuwachtig en lastig. … Hier is dat meer helpen met, ja, ik heb een lichte vorm van autisme, hoe moet ge daar mee omgaan? Heel het huishouden en die kleine, hoe moet ik omgaan met het huishouden en die kleine. (moeder Kimberly)

Page 108: Thuiscompagnie draaiboek interactief

108 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

kan de organisatie de hulp starten?Als het gezin opgenomen kan worden in Thuiscompagnie, dan bespreek je de aanmelding op het team of met de sectorverantwoordelijke(n). Hebben we een verzorgende die in dit gezin zinvol ingezetkanworden?Indienpositief,dangajeeeneerstekeeropbezoekbijhetgezin.Datisdestartvandeintake.Indieneroprelatiefkortetermijngeenverzorgendebeschikbaaris,neemdan terug contact op met de aanmelder.

Desnelheidwaarmeedehulpgestartwordt,isnietalleenafhankelijkvandedienst.Voorsom-migegezinnenkanhetgoedzijnomnietmeteennaeenaanmeldingmetgezinszorgtestarten.Ermag gerust wat tijd overheen gaan. Op die manier raken de gezinsleden vertrouwd met het idee datereenverzorgendegaatkomen,enkanhunmotivatiegroeien.Indezeperiodeblijftdecoachregelmatig contact houden met het gezin en wordt er ondertussen gewerkt aan het scheppen van de juiste randvoorwaarden. Bijvoorbeeld: motivatie, veiligheid, financiële mogelijkheden enz.

Maar soms is een gezin al van bij de aanmelding erg gemo-tiveerd om aan de slag te gaan. Het is dan belangrijk om van dit momentum gebruik te maken om de hulp te starten. We merken dat deze motivatie ook weer kan verdwijnen als het gezintelangmoetwachtenopeenverzorgende.Erisdaneenreële kans dat het gezin weer afhaakt.

Voor 15 % van de gezinnen die werden aangemeld in de periode januari 2011 – december 2013, werd geen traject in Thuiscompagnie opgestart. Een beperkte bloemlezing van geregistreerde redenen illustreert in welke complexe situaties gezinnen kunnen zitten.

het gezin ziet af van de aanvraag• wegens plaatsing van de kinderen heeft het gezin de interesse verloren• moeder is ondertussen opgenomen in psychiatrisch ziekenhuis• partners waren het onderling niet eens over het inzetten van de hulp (2 keer)• vader heeft werk verloren, hulp in huishouden is nu niet nodig omdat hij nu kan helpen• het gezin is verhuisd (3 keer)• het gezin is uit het land gezet• het gezin is uit huis gezet (2 keer) • het gezin wil niet meer (7 keer)• het gezin wil een oplossing zoeken binnen het eigen netwerk• het gezin zit in een crisissituatie en staat op het moment niet meer open voor Thuiscompagnie• het kost te veel • gezin krijgt ondertussen kraamzorg via andere dienst

de hulpvraag kan niet worden opgelost door de inzet van Thuiscompagnie• er is geen vraag naar leren (4 keer)• de moeder is zwaar ziek en kan niet meedoen – reguliere gezinszorg is beter aangewezen (2)• gezin vraagt uitsluitend poetshulp; dat kan worden opgenomen door de zus van mama• willen reguliere poetsdienst; geen tijd om zelf huishouden te doen omwille van ziekte kind.• heel weinig groei mogelijk, eerder gewone poetsdienst nodig• nood aan meer gespecialiseerde hulp omwille van borderline

er kan geen intakegesprek plaats vinden • na het geven van het toeleidingsformulier laat aanmelder het afweten (2 keer). • de coach krijgt na herhaaldelijke pogingen, geen intake met het gezin geregeld (2 keer)• hulp geannuleerd door spilfiguur; was achteraf bekeken niet echt meer nodig• het gezin woont niet in het werkgebied en wordt doorverwezen naar andere dienst

Ik was superblij. Ah eindelijk een hulp. Dan geraak ik hier toch ook vooruit. Ja, ik was super superblij. (moeder Wendy)

Ik heb er zelf naar gevraagd. Ik had er eerst uitleg over gekregen en ze zeiden ‘denkt erover na’. Ik heb mijn eigen daar direct voor open gesteld, ik zei ‘Ik moet aan mijn eigen en aan mijn kinderen denken.’ (moeder Femke)

ciJF

eRs

Page 109: Thuiscompagnie draaiboek interactief

109

uitgangspunten van de intakefase

Het belangrijkste van de intakefase is het leggen van de basis voor een vertrouwensrelatie. Hoe je het in deze fase aanpakt, is bepalend voor de latere mogelijkheden om een betekenisvolle relatie metdegezinsledenaantegaan.Netzoalsbijelkenieuweontmoetinghangterveelafvandie‘eersteindruk’.Vergeetdusnietdatindezefasehetverzamelenvaninformatieondergeschiktisaanhetopbouwenvaneenrelatie.Neemdetijdomeenbandtelatengroeien.Datbetekentdatjesoms een verzorgende kan laten starten zonder dat je een antwoord hebt op alle vragen.

Dit maakt dat de intake voor Thuiscompagnie anders verloopt dan een ‘gewone’ intake. De the-ma’s uit het toeleidingsformulier bieden je al wat basisinformatie. De intake maakt ook de kwets-baarheid en de krachten binnen het gezin duidelijker. De intake leert je welke praktische zaken er zullen moeten worden opgenomen, en tegelijk zoek je uit waarom het gezin er niet in slaagt om die taken zelf te doen.

Tijdens de intake kijk je dus breder dan enkel de praktische problemen waarvoor de hulp wordt gevraagd. De intake is immers een eerste stap naar verbinding. Soms vertellen mensen graag (een deel van) hun levensverhaal. Dat helpt je om inzicht te krijgen in hun situatie en waarom ze er zo moeilijk toe komen om daar iets aan te veranderen. De buitenwereld interpreteert dit vaak als‘nietwillen’.Inveelgevallengaathetookom‘nietkunnen’,zoals:hetnietgeleerdhebben,er niet de middelen voor hebben, niet meer weten hoe eraan te beginnen, overspoeld zijn door de vele problemen die elkaar versterken enz. Door hiernaar te luisteren krijg je – vaak tussen de regels door - ook een idee van waar de motivatie van het gezin in kan zitten. Dit helpt om de hulpmeeropdemaatvanhetgezinaftestemmen.Natuurlijkbeluisterjeditmetrespectvoorde grenzen van het gezin. Je moet tijdens de intake niet in hun verleden en kwetsuren spitten.

Tijdens de intake legt de coach ook de basis voor het verbindend en versterkend werken. Zonder afbreuk te doen aan de ernst van hun situatie, is er ook steeds aandacht voor de krachten en hulpbronnen van het gezin, voor hun mogelijkheden, hun inzet, en de wijze waarop ze weten te overleven in een precaire situatie. Als coach heb je al van in de intakefase aandacht voor mogelijke leefwereldbotsingen, zodat je de verzorgende hierop kan voorbereiden, of samen kan zoeken naar verschillende manieren om hier mee om te gaan.

Tijdens de intake zal de coach vooral invoegen en erken-ning geven aan het verhaal van het gezin. Je staat stil bij de betekenis die het gezin zelf geeft aan hun situatie, en wat het voor hen betekent om (alweer) een hulpverlener over de vloer te krijgen. Je stelt mensen op hun gemak. Je moet niet alles checken. De situatie van het gezin wordt wel duide-lijker met de tijd, en dan wordt vanzelf duidelijker wat de opdracht van de verzorgende in dat gezin juist gaat zijn. Ook dat is een wezelijk verschil met een ‘gewone’ intake.

3. inTakefase

Page 110: Thuiscompagnie draaiboek interactief

110 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

de taak van de coach in de intakefase

Tijdenshetintakegesprekwordtdeinformatieuitdeaanmeldingfasegetoetstbijhetgezin.Erworden ook nieuwe gegevens verzameld, informatie gegeven over de werkwijze van de dienst, wederzijdse verwachtingen besproken en erworden een aantal afspraken gemaakt. Erwordtdusheelveeluitgewisseld,uitgelegdenafgesproken.Voorhetgezinkanditoverweldigendzijn.Om overbelasting te vermijden, werkt het beter wanneer de intake over een aantal gesprekken gespreid wordt. Dat neemt meer tijd in beslag, maar het geeft aan het gezin ook de tijd om even na te denken. Hiermee vergroot de kans dat ze de hulp zullen toelaten. Je kunt dan tijdens een volgend gesprek ook nog eens checken of zij en jij alles goed begrepen hebben. Uiteraard moet je niet te veel tijd tussen die gesprekken laten.

De taak van de coach in de intakefase is:• jezelfalscoachinhetgezinintroduceren,• drempelsverkleinendiehetgezinkunnentegenhoudenomophetaanbodThuiscom-

pagnie in te gaan,• zichtkrijgenopdeleefwereldvanhetgezin,• verhelderenvandehulpvraag,• randvoorwaardencreërendiedehulpverleningmogelijkmaken,• opmakenvaneenadministratiefdossier,• praktischeafsprakenmakenoverdehulpverlening.

voorbereiding van het intakegesprek

Als de aanmelder met het gezin over Thuiscompagnie gesproken heeft en het gezin akkoord is dat er iemand van Thuiscompagnie langs komt, dan kan de coach aan de aanmelder vragen om de afspraak voor de intake te maken. Tijdens de aanmeldingfase heeft de vertrouwenspersoon of aanmelder Thuiscompagnie al geïntroduceerd in het gezin. Het intakegesprek bouwt hierop verder. De omstandigheden waarin dit gesprek plaatsvindt zijn minstens even belangrijk als de inhoud van het gesprek. De coach en de aanmelder (wanneer die aanwezig is) moeten een atmo-sfeer creëren waarin het gezin zich veilig kan voelen.

wie is er aanwezig tijdens het intakegesprek? Overleg vooraf met de aanmelder of hij je kan voorstellen aan het gezin. Hij kan hen van tevoren vragen of ze graag willen dat er een vertrouwenspersoon aanwezig is tijdens het gesprek. Dit kan de aanmelder zelf zijn, of iemand uit hun omgeving door wie ze zich gesteund voelen (bv. een familielid, een goede buur, een kennis enz.). Deze persoon kan mee luisteren naar de uitleg die je geeft, en kan de vragen van het gezin helpen verwoorden als ze dat zelf moeilijk vinden. Zo is het bezoek voor hen minder bedreigend.

Als er een persoon van buiten het gezin aanwezig is, houd er dan rekening mee dat je geen vertrouwelijke thema’s aansnijdt, tenzij het gezin dit zelf doet. Bijvoorbeeld: een buur kan een sterke steun zijn bij het oplossen van praktische problemen, maar is daarom niet op de hoogte van de financiële situatie van het gezin, van het gerechtelijk verleden of van de psychiatrische diagnose van een gezinslid. Blijf dus alert.

Probeerhethuisbezoekteplannenalsallevolwasseneninhetgezinaanwezigzijn.Wanthetisniet omdat de vraag naar Thuiscompagnie gesteld wordt vanuit ‘het gezin’, dat alle gezinsleden op dezelfde lijn staan. Het kan gebeuren dat één van beide partners wel verandering wil, en

De kinderen, die vonden dat wel fijn. … mijn man die heeft niet graag vreemden in huis. Die is heel wantrouwig, die moet eerst de mensen zo eens leren kennen. Dat is meer een afwachtende. Die wou dat eigenlijk niet. … Als de verzorgende hier de eerste keer was, dan was mijne man ook thuis en dat klikte enorm. … Ja, hij staat er nu heel anders tegenover. Ja, hij ziet ook dat er hulp is, dat ik er niet alleen voor sta, dat er ook meer dingen gedaan worden. (moeder Wendy)

Page 111: Thuiscompagnie draaiboek interactief

111

datdeanderedaar (nog)nietvooropenstaat. Ineengezinwaar meerdere generaties samenwonen, kan er een groot verschil zijn in de manier waarop gezinsleden kijken naar de ‘bemoeienissen’ van een verzorgende. Door met iedereen hierover in dialoog te gaan, kunnen deze verschillen aan bod komen. Wanneer de gezinsleden het niet eens geraken, zou het kunnen dat de aanmelder eerst met hen moet onderhan-delen om ervoor te zorgen dat het intakegesprek kan door-gaan. Ook dit vraagt tijd.

Als er oudere kinderen zijn in het gezin, probeer hen dan ook te horen. Onderschat nooit de invloed die zij kunnen hebben - zowel in positieve als in negatieve zin - wanneer ouders beslissen omaldannieteenverzorgendetoetelateninhetgezin.Insommigegezinnennemenkinderenalvanaf jonge leeftijd taken op in huishouden of in de zorg voor broertjes en zusjes. Het is belang-rijk dat zij gezien worden in hun inzet, en dat ze erkenning en respect krijgen voor wat ze doen in het gezin (ook al is de rol die ze opnemen volgens de huidige pedagogische normen niet zo gezond). Als je meerdere keren op huisbezoek gaat is de kans ook groter dat je iedereen van het gezin kan spreken.

waar gebeurt de intake?De intake gebeurt het liefst in het huis waar het gezin woont. Het is immers daar dat de verzorgende zal werken. Het is ook de plek waar het gezin zich het meest ‘baas’ voelt, het is hun eigen terrein.

Maar een gezin dat sociale uitsluiting aan den lijve ervaart, is zich er meestal van bewust dat zij ‘anders’ zijn dan de anderen. Zij zijn al veel onbegrip en afkeuring tegengekomen over hun levenswijze. In die omstandigheden kan het ergingrijpend zijn om een vreemde in huis te laten. Dit kan angst oproepen: ‘Wat gaat die allemaal zien en wat gaat die denken over mij? Wat verwachten ze nu weer van mij? Wat ga ik nu weer moeten doen? Gaan die mij nu ook veroordelen?’ Al die hulpverleners en al die vragen maken mensen soms erg zenuwachtig. Hulpverlening wordt dan een bron van stress.

Als de schaamte in het gezin te groot is, en ze zijn er nog niet aan toe om iemand in hun huis toe te laten, dan ga je best op zoek naar een alternatief. Je kan hen misschien eerst uitno-digen op je bureau of op een dienst waarmee ze vertrouwd zijn(bv.OCMW,wijkcentrumindebuurt).Indekeuzevande locatie vertrek je steeds vanuit wat er voor het gezin haal-baar is (maatwerk). Zo respecteer je hun grenzen en kan je toch uitleggen wat Thuiscompagnie inhoudt. De aanmelder weet wel wat de beste strategie is.

Gho, de kinderen, die vonden dat een indringer in huis. Ja, die krijgen dus, die voelen wel goed aan dat de mama meer leidingschap begon te krijgen. Dat is natuurlijk moeilijker bij de oudere. (moeder Lelie)

In het begin, ja dat is dan zo raar als er dan iemand komt van ja, die komt dan kuisen. Want daarvoor deed mama dat allemaal zelf en zo. En toen we die zagen, die zag er dan wel keitof uit. Alleen was dat in het begin wat raar, want dan moesten we nog wennen aan haar. … Nu, ja, nu moeten wij niet meer zo veel helpen en zo. Ja want wij helpen mama. Nu dat de verzorgende hier een keer komt in de week, dan is dat toch wel, ja, zo leuker dan ja. … Meestal als we van school komen dan helpen we ons mama met zo wat dingen en dan doen we ons huiswerk en zo. Nu is dat eigenlijk wat verminderd. Ja, ik vind dat eigenlijk wel goed. Want nu heb ik meer tijd voor mijn huiswerk. Ik ben heel slecht in wiskunde, en dan heb ik nu meer tijd om te studeren. (jongere Xena)

Page 112: Thuiscompagnie draaiboek interactief

112 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

interne afstemming over de hulpWanneer je op intake gaat, moet je ook al een idee hebben van de praktische mogelijkheden om dehulpoptestarten.Indeaanmeldingfasehebjedegezinssituatieendehulpvraagaleeneerstekeer besproken op het team, om te beoordelen of het gezin opgenomen kan worden in de werking vanThuiscompagnie.Voorjeopintakegaatstemjeopnieuwafmetdedienstinfunctievandeconcrete marges om de hulp te starten. Bespreek met je dienst wat mogelijk is op het vlak van de frequentie van de hulp, de termijn waarbinnen de hulp gestart kan worden, de mogelijkheden om flexibel te werken enz. Het gezin gaat hier zeker naar vragen.

Zorg voor een goede interne communicatie. Bespreek vooraf hoe je de verantwoordelijke van de dienst op de hoogte kan houden. Dit hangt af van de afspraken die er binnen de dienst gelden en van de stijl van de verantwoordelijke van de dienst. Bijvoorbeeld: De ene verantwoordelijke wil in alles zoveel mogelijk betrokken worden, terwijl de andere liever alleen de meest noodzake-lijke informatie ontvangt. De ene verantwoordelijke zal de ondersteuningsdoelen willen kennen, de andere niet.

op intake

We spreken over een ‘intakefase’ omdat de intake gespreid kan worden over meerdere contact-momentenmethetgezin(bv.persoonlijkcontact,telefonisch,viatussenpersonenenz.).Planvol-doende tijd in voor de gesprekken en wees bereid om je te laten verrassen door het onverwachte. Gezinnen maken soms buitengewone dingen mee, die je als persoon of als coach niet onberoerd laten.Zewillenhierookgraagoververtellen.Vaakzijndeproblemenveelgroterdanwemetgezinszorg kunnen oplossen. Maar het is wel belangrijk om hier zicht op te krijgen, omdat dit de context bepaalt waarin de verzorgende straks terecht zal komen.

Hier doen we een voorstel over de thema’s die in de verschillenden gesprekken aan bod kunnen komen. Maar opnieuw: elk gezin is uniek, de inhoud van het gesprek kan variëren naargelang de thema’s die voor het gezin op de voorgrond staan.

Tijdens het eerste gesprek (eventueel in aanwezigheid van een vertrouwensfiguur):• krijgjezichtopdeleefwereldvanhetgezin,• maakjekennismetdegezinsleden,• steljejezelfvooralscoach,• legjehetdoelvanThuiscompagnienogeensuit(deaanmelderheeftditaleerdergedaan),• bespreekjedevraagendeverwachtingenvanhetgezin:hetpraktische,destijlvande

verzorgende, wat wil het gezin en wat wil het niet enz.,• bespreekjehoeThuiscompagnieendedienstgezinszorgmetinformatieoverhetgezin

omgaat (beroepsgeheim),• bekijkjealeenaantalrandvoorwaarden(o.a.veiligheid,financieel,administratie,mate-

riaal enz.),• bespreekjemethetgezinofereenvolgendgesprekmagplaatsvinden.

Tijdens het tweede gesprek, (eventueel in aanwezigheid van de verantwoordelijke van de dienst gezinszorg):• kanjedeafsprakenvanheteerstegespreknogeensrustigchecken,• legjeuitbijwiezevoorwatterechtkunnen(bv.administratievevragen,invullingvanhet

werk van de verzorgende, moment dat de verzorgende komt),• bespreekjedewerkingvandedienst:hethuishoudelijkreglement,regelsenafspraken,• wordthetadministratiefdossieropgemaakt,• volgje(indiennodig)derandvoorwaardenop(o.a.veiligheid,financieel,materiaal).

Misschien is er een derde gesprek nodig, waarin je bekijkt welke drempels er nog zijn om met de hulp van start te kunnen gaan.

Laat niet te veel tijd tussen de gesprekken. Thuiscompagnie belooft immers echte, voelbare steun en niet alleen ‘praten over’.

Page 113: Thuiscompagnie draaiboek interactief

113

Op welke manier de gespreksthema’s ter sprake gebracht kunnen worden, lees je in de volgende punten.

wat kan aan bod komen in het eerste gesprekHet eerste gesprek ligt in het verlengde van de aanmeldingfase. Dit wil zeggen dat de coach en het gezin nog steeds aan het onderzoeken zijn of Thuiscompagnie de gepaste oplossing is voor het gezin. Het is dus een vrijblijvend gesprek, een eerste kennismaking, waarna het gezin nog altijd kan beslissen of ze wel of geen gebruik zullen maken van het aanbod. Het is belangrijk dat ditvoorafaanhetgezinduidelijkgemaaktwordt.Vanuitdeempowerment-gedachtewillenwehen immers zoveel mogelijk zeggenschap geven in de situatie.

zicht krijgen op de leefwereld van het gezinVanafheteerstecontactmethetgezin,ervarenwehoehetgezin‘bestaat’.Datbegintalaandevoordeur. Het zou kunnen dat dit botst met je eigen waarden en normen, of dat je als coach geconfronteerdwordtmeteensituatiewaaropjenietzosneleenantwoordklaarhebt.Enkelevoorbeelden uit de praktijk:

Blijf je bewust van wat er op dat moment door je hoofd gaat. De kans is groot dat je al een oordeel klaarhebt.Enhetzoukunnendathetgezinditaanvoelt.Bedenkdandatjeditgezinwillerenkennen, en inzicht wil krijgen in hoe hun leven eruit ziet. Je kan een basishouding aannemen van nieuwsgierigheid. Hoe kan je de situatie die zich voordoet begrijpen vanuit het perspectief van het gezin? Hoe kijken ze er zelf naar? Kijk niet alleen naar hun gedrag, maar heb ook aan-dacht voor de binnenkant: wat zijn hun gevoelens, verwachtingen, onmacht, verlangens? Je kan hier slechts een open dialoog over aangaan, als het gezin voelt dat jij je respectvol opstelt en dat je hen niet veroordeelt.

kennismaking met het gezinHet is de moeite waard om te proberen met beide partners tegelijk de intake te doen. Soms is dat niet gemakkelijk. Mis-schien ontvangt de vrouw je, terwijl de man naar de televisie blijft kijken. Je doet niets verkeerd als je hem uitnodigt om erbij te komen zitten.Door ieder gezinslid (ook de kinderen) tijdens de intake aan-dacht te geven toon je dat je hun mening, hun beleving en hun inzet ook belangrijk vindt. Het is ook een voorwaarde om je meerzijdig partijdig te kunnen opstellen. De komst van de verzorgende zal voor alle gezinsleden immers consequen-ties hebben. Daarom moet je als coach de belangen en de inzet van elke betrokken partij onder ogen willen zien.Meerzijdige partijdigheid betekent dat je een positie inneemt waarin je de verschillende partijen helpt om hun standpunt

• Er is wel een afspraak gemaakt met het gezin, maar ze zijn het vergeten.• Als de deur open gaat wordt je begroet door vier enthousiaste honden.• Op het moment van het huisbezoek blijkt het gezin bezoek te hebben en zij komen er gezellig bij

zitten.• In het midden van het gesprek bedenkt papa dat hij nog sigaretten moet gaan halen. Hij staat op

en vertrekt.• Je bent rustig in gesprek met het gezin. Ineens valt er een groot stuk kalk van de muur.• Je komt in de namiddag bij het gezin toe en na 2 keer aanbellen verschijnt mama in pyjama aan

de deur. Ze lag te slapen. Het gesprek verloopt in een slaperige sfeer, en ze lijkt niet echt wakker te worden.

• Papa begroet je met een blikje bier in de hand. De aanmelder heeft je verteld dat hij enkele weken geleden een ontwenningskuur gevolgd heeft.

Coach: Ik probeer altijd met alle volwassenen in het gezin te praten, zeker met vader en moeder. Als iemand afzijdig blijft, probeer ik die er toch bij te betrekken. Ik zal dan naar zijn/haar mening vragen. Maar dat hoeft dan niet noodzakelijk over de rol van de verzorgende te gaan of de steun die ze nodig hebben. Ik ga het met hem over iets hebben wat hem als persoon interesseert omdat die daar mee bezig is (bv. de auto, de plasma­tv enz.).

Page 114: Thuiscompagnie draaiboek interactief

114 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

De coach komt in feite wel altijd vragen hoe het gaat en zo. Dan kunt ge toch uwen uitleg doen en zo. Tot nu toe heb ik toch nog geen klachten moeten vertellen. In feite ja, daar heb ik toch altijd veel kunnen tegen vertellen en dan vraagt ze ook van wat gaat er goed; Dan ziet ge dat eigenlijk ook meer veranderen. Toch wel. Dan ziet ge dat al veranderen van hoe dat het in het begin was, tegenover daarna, dat wel. (moeder Carla)

te verduidelijken en begrijpbaar te maken voor de anderen, zonder dat je hier zelf een oordeel over uitspreekt. Dit staat tegenover het éénzijdig partij kiezen voor één gezinslid. Als één van de gezinsleden het gevoel heeft dat hij niet gehoord wordt, dan kan dat extra weerstand oproepen.

Elkgezinslidheeftzijnverhaal.Het isniet jouw taakomnaardewaarheid tezoeken.Alseenvrouw over haar man zegt dat die ‘lui is’, dan zegt die vrouw ook iets over zichzelf. Bijvoorbeeld: ‘ik krijg mijn man niet in gang’. Het is belangrijk dat te onthouden en daar op het juiste moment, als er voldoende vertrouwen is, met de vrouw op terug te komen. Want als de verzorgende er toch in slaagt om de man tot actie aan te zetten, dan zou het kunnen dat de vrouw kwaad wordt, omdat haar man voor de verzorgende wél doet, wat hij aan zijn eigen vrouw weigert. Dan moet je daar-over kunnen praten. Je kan die ruimte tijdens het intakegesprek al creëren door te vertellen dat je soms merkt dat gezinsleden veranderen in hoe ze met elkaar en met hun taken omgaan, als de verzorgende in huis is.

Het volledige gezin schept het kader waarbinnen de verzor-gende kan werken. Het kan zijn dat de ene partner een vraag stelt en de andere beperkingen oplegt. Het zou kunnen dat de ene partner zich engageert om samen te werken, en dat de andere partner met rust gelaten wil worden maar wel bereid is om hulp toe te laten. Als de verzorgende eenmaal in het gezin is binnengekomen, dan betekent dat wel dat alle gezins-leden dat toelaten. Als één van beide partners er niet in wil meestappen dan betekent dat in de praktijk meestal dat de deur voor de verzorgende gewoon dicht blijft.

stel jezelf voor als coachBedenk vooraf hoe je in het gezin kan spreken over je rol als coach. Het is niet zo gemakkelijk om aan het gezin duidelijk te maken wat de plaats van de coach juist is. De thuisbegeleidingsdienst doetconcretedingen,deverzorgendedoetconcretedingen,maardecoach?Probeereentaaltevinden waarmee je duidelijk kan maken dat jij speciaal naar hen toe komt om naar hen te luis-teren. Aanwijzingen daarvoor vind je in hoofdstuk 5 bij de taakbeschrijving van de coach en in .

Het is jouw job om ervoor te zorgen dat ze de ondersteuning krijgen die overeenkomt met wat zij graag zouden hebben. Die vraag kan immers evolueren. Als omstandigheden wij-zigen, dan willen ze misschien dat de verzorgende hen bij andere dingen ondersteunt dan eerder was afgesproken.

Als alles goed gaat tussen de verzorgende en het gezin, dan lijkt die rol van coach misschien overbodig. Toch is dat con-tacttussengezinencoachnodig.Eenkeerpermaandiswel-licht te rigide en niet in alle situaties nodig. Af en toe langs-lopen, ook als het goed gaat, is toch aangewezen. Het is goed regelmatig de vraag te stellen of er nog aan de ‘juiste’ dingen gewerkt wordt. Je kan samen met het gezin overlopen welk trajectisafgelegd,jekanbemoedigen…Eenbezoekvandecoach is de bevestiging van een buitenstaander die tijd voor hen maakt en die hun inspanning ziet.

Ik dacht in het begin zo van wat komt die hier doen? Ik heb daar geen zakens mee, die komen voor haar. … Ik heb mijn eigen huishouden. Wat komt die zich hier moeien? Ja, in het begin. En dan uiteindelijk zag ik dat mijn vrouw ermee geholpen werd. … De verzorgende die helpt haar bijvoorbeeld wel. (vader Robert)

Ja, mijn man vindt het ook wel goed. Ja, hij ziet de verzorgende eigenlijk nooit. Hij denkt meer van als het voor mij goed is, dan is hij daar blij mee. Ja, mijn partner die vindt het ook wel fijn als hij nu thuiskomt, dan komt hij in een schoon huis zeg maar. (moeder Christina)

Page 115: Thuiscompagnie draaiboek interactief

115

thuiscompagnie toegankelijk maken voor het gezinHet leven van een kwetsbaar gezin verloopt vaak turbulent en onvoorspelbaar. Ook de motivatie van het gezin kan in de beginfase nog heel troebel zijn. Dit heeft invloed op de manier waarop het gezin luistert naar de uitleg die je geeft, en hoe die informatie – soms vervormd– bij hen binnenkomt. Toch wil je aan het gezin duidelijk maken wat het doel is van Thuiscompagnie en hoe we tewerk gaan (cf. het verbindend en versterkend kader). Om dit zo toegankelijk mogelijk te maken voor het gezin, is het belangrijk dat je deze informatie aanbiedt op hun maat (taalgebruik), aansluitend bij hun leefwereld (herkenbaarheid).

Tijdens de aanmeldingfase heeft ook de aanmelder aan het gezin al één en ander verteld over Thuiscompagnie. Was dat allemaal duidelijk voor hen? Hebben ze er al eens over nagedacht? Hebben ze er al eens met elkaar over gesproken? Wat vonden ze daarvan? Wat heeft hen doen vragen naar hulp in het huishouden? Sommige gezinnen zullen een duidelijk beeld hebben van dehulp,envooranderenzaldateerdervaagzijn.Vraagjeafwathetgezinhierinvanjounodigheeft (maatwerk).

Je kan hen uitleggen dat er een verzorgende gaat komen die hen kan helpen bij de praktische dingen van het dagelijks leven. Dat kunnen huishoudelijke zaken zijn, of helpen bij de verzor-ging van de kinderen, of eens meegaan naar een dienst als ze iets moeten regelen enz.

Als de verzorgende aan huis komt, dan zal ze vragen waar het gezin die dag graag aan wil werken (participatie). Maar ze komt niet om alles alleen te doen (niet overnemen). Het is de bedoeling dat ze de dingen samen met het gezin doet (er is een werkrelatie). Dat wil zeggen dat de verzorgende samen met hen nadenkt over wat er moet gebeuren (keuzes maken), over wat daarvoor nodig is (kritisch leren denken), en hoe ze eraan kunnen beginnen (planmatig werken). Ze gaan samen op zoek naar wat voor het gezin goed werkt, en wat niet (mogen leren uit fouten). De verzorgende kan daarbij ook tips geven (praktijkgericht). Op deze manier kunnen ze een andere aanpak uit-proberen (weer grip krijgen op de situatie). Uiteindelijk is het de bedoeling dat het gezin weer alleen verder kan (autonomie verhogen).

Leg ook uit dat de hulp tijdelijk is, maar dat daar geen einddatum op staat. Het gezin mag mee bepalen hoe vaak de verzorgende aan huis komt, en hoelang de hulp zal duren (besef van invloed). Als ze vinden dat het genoeg geweest is, dan mogen ze dat ook zeggen (eigenaarschap).

Daarom zal de coach regelmatig eens binnenspringen om te kijken of alles nog naar wens ver-loopt (evolutiegesprek). Samen met de verzorgende gaan we dan rond de tafel zitten, en bekijken we waar ze mee bezig geweest zijn. We kunnen dan kijken naar wat er al goed gelukt is, en of er misschien ook obstakels zijn. Als het gezin ergens niet mee akkoord is, dan mag dat ook gezegd worden (assertiviteit). Dan kunnen we bekijken of we het op een andere manier kunnen aan-pakken,zodathetgezinerwelachterkanstaan.Inhoofdstuk9gaanwedaarverderopin.

Page 116: Thuiscompagnie draaiboek interactief

116 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

bespreek hoe wordt omgegaan met de informatie over het gezinVanafhetbeginproberenwezotransparantmogelijktezijnoverdewijzewaaropwemetinfor-matieoverhetgezinomgaan.Vertelhetgezindatzoweldecoachalsdeverzorgendegebondenzijn aan beroepsgeheim. Dit wil zeggen dat ze informatie over het gezin niet zomaar mogen door-vertellen. Zij mogen wel onderling informatie uitwisselen, als dit belangrijk is voor de werking in het gezin. De coach onderhoudt regelmatig contact met de verzorgende. Dat wil zeggen dat de verzorgende de coach op de hoogte zal houden van de dingen die ze aan het doen zijn. De verzor-gende moet de coach ook informeren wanneer ze iets tegenkomt waarover ze zich zorgen maakt. De coach zal dan contact opnemen met het gezin om dit te bespreken.

Soms werken we ook samen met andere diensten of hulpverleners die aan huis komen. Ook hier kan het wel eens nodig zijn om informatie uit te wisselen, zodat we van elkaar weten waar we mee bezig zijn. Dit doen we alleen als het de situatie van het gezin ten goede komt (hierover lees je meer in hoofdstuk 11).

bespreek de vraag en de verwachtingen van het gezinDoor enerzijds stil te staan bij hun leefwereld, en anderzijds te spreken over de werkwijze van Thuiscompagnie, ga je samen met de gezinsleden nadenken over wat ze juist nodig hebben. Deze dialoog gebeurt in een sfeer van (relationele) gelijkwaardigheid. Toon je betrokkenheid (presentie) en erken dat het gezin de expert is in zijn eigen situatie. Meestal weten mensen intrinsiek wel wat ze willen, maar kunnen ze dit moeilijk formuleren in doelgerichte termen. Of ze weten wel wat ze níet meer willen, maar hebben ze nog geen idee van wat ze wél willen, van wat er in de plaats zou kunnen komen.

Het is dus belangrijk dat jij je goed kan invoegen in hun situatie. Dit doe je door actief te luisteren: vraag door, parafraseer, stel verbredende vragen en check steeds of je hen goed begrepen hebt. Op deze manier kan je spiegelen wat je van het gezin hoort en ziet. Dit helpt het gezin om afwe-gingen te maken over wat ze wel en niet belangrijk vinden.

• Watzijndeverwachtingenvanhetgezin?Hebbenzealietsingedachteofwetenzehetnog niet goed? Hun vraag kan soms heel helder zijn, bijvoorbeeld: ‘ik wil leren opruimen’, ‘ik wil voor kerstmis de living ordenen’.Ensomsisditookheeltroebel:‘ik weet niet meer waar ik nog moet beginnen’.

• Watisvooruitgangvoorhen?Watwillenzegraaganderszien?Waarheefthetgezinlastvan?

• Watishunmotivatieomhulptevragen?Wieinhetgezinisgemotiveerd?Hoestaandeandere gezinsleden hier tegenover?

Probeerhunvraagzoconcreetmogelijk temaken.Doorhierovermethen ingesprek te gaan,worden ook hun opvattingen, waarden en normen duidelijker. Wat betekenen termen zoals: opgeruimd, rommel, proper, rustig, op tijd, hygiënisch, gezond, lekker, braaf enz. voor het gezin in kwestie? Je krijgt daardoor ook een beeld van welke stijl van verzorgende in dit gezin zou kunnen passen, wat haar taak zou kunnen zijn, en waar de mogelijkheden en grenzen van haar opdracht liggen. Als de vraag concreet is, verhoogt ook de kans dat gezinsleden die wat verder af staan, toch iets meer betrokken raken.

Enkele voorbeelden:

Probeerdatteachterhalendoorvragentestellen.Isdatalleklerenindewasmand?Isdatallespullenuitdedouchehalen,zodatdieweergebruiktkanworden?…

coach: “Je zou dus vooral willen dat de badkamer goed gepoetst is? Wat betekent voor jou een ‘goed gepoetste‘ badkamer?”

Page 117: Thuiscompagnie draaiboek interactief

117

Watislerenkoken?Watbetekentdat?Isdatslakuisen?Isdataardappelen schillen? Is dat soep koken? Is dat een receptopzoeken? Is dat naar de winkel gaan? Is dat een lijstjeopmakenvoorjenaardewinkelgaat?…

Je kan het thema ook verder opentrekken: wat eten ze graag? Watzijnhungewoontes rondhet eten?Eethet gezin graagsamen, of is het ‘ieder voor zich’? Moeten ze het doen met de dingen die ze krijgen van de voedselbank, of is er toch ruimte om andere dingen aan te kopen? Hoe hebben ze zich tot nu toe uit de slag weten te trekken? Welk materiaal is er in huisomtekoken?…

Het is ook belangrijk om de vraag goed af te bakenen, en te verhelderen wat precies het mandaat isdatwekrijgenvanhetgezin.Ditkanveelproblemenvoorkomen.Totwaarmogenwegaan?Enwaar moeten we stoppen? Zij bepalen immers de prioriteiten, ook al leggen ze die op een ander vlak dan we zelf zouden doen (beslissingsvrijheid). Als hulpverleners zijn we sterk gericht op ver-andering (in onze ogen ‘verbetering’). Hierdoor bestaat het gevaar dat we (onbewust) méér gaan doen dan het gezin gevraagd heeft. Maar als een gezin dit niet wil, kunnen ze dit ervaren als kritiek of een inbreuk op hun leven, en dat schaadt de vertrouwensrelatie. Dan ontstaat er weer-stand,ofhetgezinhaakthelemaalaf.Eengoedeafstemmingisduswezenlijkomdeslaagkansenvan de hulpverlening te verhogen.

bespreek de randvoorwaarden om de hulp mogelijk te maken Als het gezin nog steeds geïnteresseerd is, na al deze informatie, dan kan je al een aantal rand-voorwaarden bij hen toetsen. Meestal zijn er drempels die de start van de hulpverlening in de weg kunnen staan. Als coach begeleid je het gezin in het wegwerken van die drempels, en het effenen van het pad. Maar doseer de hoeveelheid informatie die je geeft, en stem die af op het gezin.Meestalwordtditgespreidovermeerderehuisbezoeken/contacten.Verwachtnietdatditin één of twee gesprekken opgelost zal zijn.

financieelDehulpisnietgratis.Erzaleenbijdragebetaaldmoetenwordenvoordegezinszorg.Voorveelgezinnenweegtelkeextrafactuurzwaardoorophetgezinsbudget.Vooralalserookalandereverzwarende factoren zijn zoals het afbetalen van schulden, loonbeslag, moeten rondkomen met een leefgeld enz.

Zal het gezin dit financieel aankunnen? Zijn er al diensten betrokken die eventueel financieel kunnen ondersteunen bij het betalen van de factuur (OCMW, CBJ)? Zelfs als het gezin nog niet beslist heeft of ze met Thuiscompagnie willen starten, kan het toch al interessant zijn om hier-over informatie in te winnen. Dit maakt de situatie voor hen concreet, waardoor ze beter kunnen afwegen of gezinszorg voor hen een optie is.

Eenaanvraagomtussenkomstmoetmeestaleenadministratieveproceduredoorlopen,enzelfsals het gezin gekend is bij de dienst, kan het al snel enkele weken duren voor er een definitieve beslissing genomen is. Zo lang hierover geen zekerheid bestaat, kan de hulp ook niet starten.

‘Leer me sla kuisen’ was de vraag van de man. De vrouw wilde samen leren een heel menu maken. Dus gaan we één keer als de man thuis is en één keer als de vrouw er is.

mama: Mijn huis staat vol met gerief, en ik had hulp gevraagd om dit op te ruimen. Iemand stelde voor om met een camionette langs te komen, om alles naar het containerpark te brengen. Maar dat was niet mijn vraag.

Page 118: Thuiscompagnie draaiboek interactief

118 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

Soms wordt het snel duidelijk dat het gezin geen aanspraak maakt op een financiële tussen-komst, of er moet onderhandeld worden met een collectieve schuldbemiddelaar. Ofwel zou de dienst gezinszorg zelf kunnen overwegen om een afwijkende bijdrage toe te staan, maar ook dit moet intern besproken en beslist worden. Dit kan allemaal effect hebben op de beslissing die het gezin zal nemen over het inschakelen van hulp.

Maak aan het gezin duidelijk welke stappen er ondernomen kunnen worden. Bekijk met hen of ze dit graag zelf willen uitzoeken (eventueel met hulp van een vertrouwenspersoon) of dat jij hierin het initiatief neemt. Zorg ervoor dat het voor het gezin duidelijk is welke stappen jij zal zetten en dat ze hiervoor ook hun toestemming gegeven hebben.

Een ander aspect van de financiële tussenkomst, is de impact hiervan op het gezin.Alswekijken door de bril van het ‘verbindend en versterkend werken’ dan zien we dat zij in een ambi-valente situatie terechtkomen: enerzijds is deze steun heel welkom om de hulp betaalbaar te maken, anderzijds betekent dit dat ze een stuk van hun autonomie moeten opgeven.

Wanneer het gezin de hulp zelf kan betalen, blijft de verantwoordelijkheid voor de situatie bij henzelf. Als ‘klant’ ben je immers vrij om te beslissen of je verder wil gaan met de dienstverle-ning of niet. Dan kunnen zij ervoor kiezen om een deel van hun maandbudget te reserveren voor gezinszorg, of om dit op een andere manier te besteden.

Ditisanderswanneerdegezinszorgalleenkanstartenbijdegratievananderediensten.Eenaanvraag om steun wordt meestal gekoppeld aan bepaalde voorwaarden (bv. in budgetbeheer gaan, begeleid worden door CBJ). Bovendien is een positieve beslissing over een tussenkomst meestal gebonden aan een beperkte termijn (bv. een paar maanden, een half jaar) waardoor het gezininonzekerheidblijftofdehulpkanblijvendoorgaan,eensdezetermijnverstrekenis.Ver-lenging kan wel aangevraagd worden, maar die moet telkens opnieuw gemotiveerd worden, of er wordt gepeild naar de resultaten. Het gezin moet zich dus voortdurend blijven verantwoorden.

Maar zelfs als de steunaanvraag niet goedgekeurd wordt, blijft het gezin soms vast zitten aan de hulpverlening die ondertussen ingeschakeld is. Budgetbeheer is gestart of er is een dossier geopend bij CBJ, en er wordt verwacht dat het gezin hier verder in meewerkt. Zij hebben dan meestal niet meer de keuze om met dat budgetbeheer of de CBJ-begeleiding te stoppen.

Page 119: Thuiscompagnie draaiboek interactief

119

Dit kan later invloed hebben op het werk van de verzorgende. Krachtgericht werken met het gezin in de richting van meer autonomie, een positiever zelfbeeld, assertiviteit of het vergroten van de keuzemogelijkheden, is niet evident wanneer diezelfde gezinszorg tot stand komt in omstandigheden die tegelijkertijd ook weinig autonome beslissingen toelaat.

Als tussenoplossing zou het gezin een gedeelte van de bijdrage kunnen betalen, aangevuld met een tussenkomst van een dienst. Dit is enkel mogelijk wanneer het gezin ook voldoende finan-ciële ruimte heeft en als het facturatiesysteem van de dienst flexibel genoeg kan werken om met dit soort uitzonderingssituaties om te gaan. Dit alles is niet altijd het geval.

Wees je er als coach dus van bewust dat het creëren van de financiële randvoorwaarden voor het gezin veel grotere implicaties heeft, dan enkel het betalen van de factuur. Door het financiële aspect al in het eerste gesprek aan te kaarten, kan je een begin maken om met het gezin na te denken over de bestaande mogelijkheden en de gevolgen voor hen. Het gezin kan immers ook baat hebben bij die extra begeleiding, als ze hiermee op termijn stappen kunnen zetten in de goede richting. Wanneer op deze manier ook de praktische ondersteuning door Thuiscompagnie mogelijk wordt, dan kunnen we dit proces mee ondersteunen. Geef het gezin de kans om na te denken over wat ze hier zelf mee willen doen. Dit thema zal in de volgende gesprekken zeker terug aan bod komen.

administratieOm met de hulp te kunnen starten, moet er een administratief dossier opgesteld worden. Het eigenlijke dossier wordt meestal pas in een tweede (of later) gesprek in orde gemaakt. Maar het kannuttigzijnomhetgezinhieropvoortebereiden.Voorsommigegezinnenisadministratiemoeilijk te begrijpen. Misschien hebben ze geen ordelijk systeem om dit bij te houden, of zijn de papieren onvindbaar, of ze worden gewoon weggegooid. Door dit stapsgewijs met hen te bena-deren, maak je de drempel wat lager.

Leg aan het gezin uit welke documenten er verzameld moeten worden, en waarvoor dit nodig is. Bekijk met hen wie de administratie beheert. Wanneer iemand dit in hun plaats regelt (bv. OCMW, advocaat, iemand uit hun omgeving enz.) is het meestal voldoende om contact te nemen met deze persoon/dienst om de bewijsstukken op te vragen.

Wanneer het gezin de administratie zelf beheert, kan het nodig zijn dat je hen begeleidt om alles bij elkaar te brengen. Bekijk samen met hen of de juiste papieren voorhanden zijn. Wanneer dit niet het geval is, kan je mee zoeken hoe er alsnog geldige stukken verzameld kunnen worden. Kan er een duplicaat opgevraagd worden? Zo ja, waar kan dat dan gebeuren? Zal één van de gezinsleden dit zelf kunnen regelen? Wie moeten ze dan contacteren? Hoe zouden ze dit kunnen aanpakken? Krijgen ze verwoord welke papieren er juist nodig zijn, of wat daar precies op moet staan,ominordetezijn?Iseriemanddiehenhierbijkanhelpen?

Houd er rekening mee dat het gezin dit in zijn eigen tijd en tempo zal aanpakken en dat het enige tijd kan duren voor alles in orde is. Zij vragen immers hulp omdat ze moeite hebben om alle eisen van het dagelijks leven gecombineerd te krijgen. Denk bijvoorbeeld aan de verwachtingen van de werkgever, de school, diensten, hulpverleners enz. Daardoor kunnen ze het overzicht verliezen of slagen ze er niet in om alles efficiënt georganiseerd te krijgen. Wanneer er teveel tijd overheen gaat, kan je best terug contact opnemen om te horen of het voor hen allemaal duidelijk was.

Ga er niet te snel van uit dat het gezin wel weet wat ze moeten doen. Blijf ook afwegen welke ver-antwoordelijkheid het gezin aankan. Merk je dat het in orde brengen van de administratie voor bijkomende stress zorgt, die het gezin op dat moment niet ten goede komt? Dit kan een goede reden zijn om zelf de contacten te leggen. Als coach blijf je aandacht hebben voor de balans van het gezin tussen draagkracht en draaglast. Leg aan het gezin uit welke stappen je zult onder-nemen, en vraag hiervoor steeds hun akkoord.

veiligheidSommige gezinnen wonen in erbarmelijke omstandigheden. De woning kan van slechte kwali-teit zijn (tocht, schimmel, slechte isolatie enz.), het huis kan slecht onderhouden zijn waardoor

Page 120: Thuiscompagnie draaiboek interactief

120 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

er onveilige situaties ontstaan (losliggende kabels, onveilige stopcontacten, een trap met manke-menten enz.) het gezin slaagt er niet in om een minimale vorm van hygiëne te handhaven (maar zou dit wel willen) of vindt dit gewoon niet zo belangrijk, het gezin ziet graag huisdieren maar weet eigenlijk niet zo goed hoe ze hiervoor moeten zorgen.

Eenverzorgendemoetkunnenwerkenonderveiligeomstandigheden.Ditwilzeggendathaargezondheid niet in gevaar mag komen en dat we ongelukken zoveel mogelijk willen voorkomen. Als coach is het belangrijk om zicht te krijgen op de toestand van het huis. Tegelijkertijd zijn gezinnen gevoelig voor een buitenstaander die komt kijken hoe ze leven (zie ook: waar gaat de intake door). Het gezin kan beslissen om bepaalde delen van het huis niet open te stellen. Als coach kan je dit alleen maar respecteren.

Leg aan het gezin uit waarom veiligheid belangrijk is. Je kan vragen of je de ruimtes mag zien waar de verzorgende zal werken (of je kan aankondigen dat je dit zal vragen in het tweede of derde gesprek, zodat het gezin zich hierop kan voorbereiden).

Als er structurele problemen zijn, waardoor de veiligheid van verzorgende niet gegarandeerd is, dan bespreek je dit met het gezin. Leg hen duidelijk uit wat het probleem is en zoek samen naar eenoplossingdiehaalbaarisvoorhetgezin.Ishetietsdatzezelfwillen/kunnenoplossen?Iseriemand uit hun omgeving die hen kan helpen? Zijn er financiële middelen om de kosten hiervan te dragen?Moeten ze hiervoor eerst overleggenmet de budgetbeheerder? Is de huisbaas aan-spreekbaar om een reparatie te doen? Zou een klusjesdienst een oplossing kunnen bieden? Hoe krijgenweditgeregeld?…Misschienishetmogelijkdatdeverzorgendevoorlopigalleenmaarbenedenwerkt,totdatdetrapinordeis…

Door dit te bespreken krijg je ook inzicht in het perspectief van het gezin. Misschien hebben ze al pogingen ondernomen om het in orde te brengen, maar is dit om één of andere reden niet gelukt. Blijf je ervan bewust hoe hoog je de lat legt, en of dit haalbaar is voor het gezin. Let ook op je taalgebruik. Al die spullen die wij ‘rommel’ noemen, hebben voor het gezin soms een diepere betekenis. Met hun huisdieren hebben ze eeninnigeband.Enmisschienhebbenzezelfwellastvandesituatie, maar zijn ze er nog niet aan toe om ingrijpende ver-anderingentoetelaten.Voorhetgezinisereengoederedenwaarom de situatie bestaat zoals ze is, ook al begrijpen wij die reden (nog) niet.

Als het dan in huis één grote chaos is, en we wachten tot het gezin alles in orde brengt voor de verzorgende kan beginnen, dan weet je al op voorhand dat dit gezin geen gezinszorg zal krijgen, ondanks de hoge kwetsbaarheidgraad.

Als er een LCO is rond het gezin, kan dit besproken worden: wie van de hulpverleners rond de tafel kan ervoor zorgen dat de noodzakelijke werken worden uitgevoerd en betaald. Maar je moet niet wachten op een LCO om dergelijke problemen aan te kaarten bij andere hulpverleners. Je kan het gezin al ondersteunen om zelf de vraag aan te kaarten. Ook als er geen LCO is, kan je helpen zoeken naar mogelijkheden.

‘Veiligheidwaarborgen’betekentdusniet:voorafeengroteopruimactiehouden,voordeverzor-gendevanstartgaat.Hetgezinkanditalseenernstigeinbreukervaren.Inplaatsdaarvantrachtde coach (en later de verzorgende) zich in te voegen in de leefwereld van het gezin en respec-teren we het mandaat dat we van hen krijgen.

materiaalAls de vraag van het gezin min of meer duidelijk wordt, kan je met hen bekijken welk materiaal er aanwezig is om het werk gedaan te krijgen. Bijvoorbeeld:

Als er veel rommel is, dan is het moeilijk om te weten waar te beginnen. Als buitenstaander kan je gemakkelijker beoordelen wat weg zou kunnen. Dat is anders voor hen, voor hen zit er een verhaal aan die spullen. (verzorgende Marie)

Page 121: Thuiscompagnie draaiboek interactief

121

Vraagnaarhoezehetgewoonlijkdoen.Watgebruikenzeomaftewassen?Hoeonderhoudenzede vloer? Je kunt vragen of het gezin graag nieuwe materialen wil leren kennen (bv. poetsma-teriaal) of dat men liever het eigen materiaal wil blijven gebruiken. Je kunt niet zomaar ander materiaalofanderepoetsproductenmeebrengen.Jechecktaltijdaf.Nietjijmaarhetgezinmoethierover de controle hebben. Hou er rekening mee dat de aanschaf van onderhoudsproducten voor hen misschien niet haalbaar (of prioritair) is als ze het moeten redden met een beperkt budget.

bespreek met het gezin of er een volgend gesprek mag doorgaanOp basis van dit gesprek zal het gezin zich al een idee kunnen vormen of ze de volgende stap in het proces willen aangaan of niet. Ook de coach beoordeelt of gezinszorg het gepaste antwoord is voor dit gezin, rekening houdend met hun kwetsbaarheden, hun motivatie, de leermogelijkheden, de drukzetting vanuit de omgeving, met welk mandaat de verzorgende aan de slag mag enz.

Als er een tweede gesprek mag doorgaan, vertel hen dan wat er gaat gebeuren. Duidelijkheid cre-eert veiligheid voor het gezin. Waar het eerste gesprek eerder een ‘vrije babbel’ is, zal het tweede gesprek meer formele elementen bevatten: dossier opmaken/schrijfwerk, papieren nakijken, huishoudelijk reglement enz. Misschien komt er een sectorverantwoordelijke mee op huisbe-zoek? Zo weten de gezinsleden waaraan ze zich mogen verwachten. Als ze hierover vragen hebben, dan kunnen ze die ook al stellen.

Als het gezin besluit om niet met gezinszorg verder te gaan, maak hen dan duidelijk dat daarmee de deur nog niet gesloten is, en dat ze steeds de vraag naar ondersteuning opnieuw mogen stellen wanneer ze daar behoefte aan hebben.

wat kan aan bod komen in het tweede (en derde) gesprek?

was alles duidelijk in het vorige gesprek?Inheteerstegesprekiseralveelbesprokenvoorhetgezin.Jekanevenmethenterugkijkenenchecken of er nog vragen of bedenkingen zijn.

leg uit bij wie ze voor wat terecht kunnenOok de praktische kant van gezinszorg moet geregeld worden. Als iemand anders in de orga-nisatie daarvoor verantwoordelijk is, kan je die persoon bij een tweede huisbezoek meenemen.Of je alleen op huisbezoek gaat of met twee (bv. met de verantwoordelijke of met de aanmelder), er zijn geen algemene regels te geven. Je zal zelf veel moeten inschatten. Het hangt ook af van de stijl van de personen die met je meegaan. Het kan verrijkend zijn om met twee te gaan, omdat je meer ziet of vanuit een ander perspectief kan kijken. Maar als de stijl te verschillend is, kan het botsen en kan de sfeer te gespannen zijn. De communicatie moet zo open mogelijk blijven. Als je alleen gaat, is het ook geen ramp als je op sommige vragen het antwoord schuldig moet blijven. Omdat de intake over meerdere gesprekken loopt kan je ondertussen informatie bij anderen opvragen en die antwoorden bij een volgend bezoek doorspelen aan het gezin.

De coach gaat op intake, eventueel samen met de verantwoordelijke of met de toeleider. Als je met meerdere op intake gaat heeft ieder zijn eigen opdracht. De coach Thuiscompagnie kijkt vooral met de bril van het methodische en de verantwoordelijke van de dienst gezinszorg vanuit een organisatorische bril.

Als het gezin vraagt om ‘te helpen met de was’, wat betekent dit dan concreet? Moet de was gewassen worden? Is er een wasmachine in huis of gaan ze naar een wasserette? Misschien is er wel een wasmachine, maar is er een beperking op het elektriciteitsverbruik (budgetkaart). Is er een wasdraad om de was te drogen? Is er bergruimte om de was weg te bergen? Zo neen, wat zou dan een creatief alternatief kunnen zijn (Dozen? Een plank aan de muur? Stapelen op de vloer?).

Page 122: Thuiscompagnie draaiboek interactief

122 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

De coach is diegene die vooral de hoe-, wat- en waaromvragen zal stellen en focust vooral op het perspectief van de cliënt. De verantwoordelijke van de dienst zal eerder ingaan op wat de verzorgende mag en wat ze niet mag, over de bijdrage per uur, de regels in verband met de werk-uren, aanwezig zijn enz. Uiteraard doet zij dat met de nodige empathie en met de focus op de ondersteuningsnoden van het gezin.

Aan het gezin moet ook duidelijk worden gemaakt bij wie ze moeten zijn als ze een afspraak willen verzetten (verantwoordelijke van de dienst) en bij wie ze moeten zijn als ze willen praten over wat de verzorgende in hun huis doet (coach) (cf. zorg voor een goede interne communicatie).

het administratief dossier, praktische afspraken en de randvoorwaarden Als er in het eerste gesprek al gesproken is over randvoorwaarden, dan kan je dit verder opnemen met het gezin. Meestal is er in de tussentijd ook al meer duidelijkheid ontstaan over bijvoorbeeld de financiële mogelijkheden, administratie (opvragen attesten enz.) en veiligheid. Op basis van deze informatie kan het dossier opgemaakt en de afspraken concreet worden.Bijvoorbeeld:

• debijdragekanberekendworden,• erwordtduidelijkwelkefrequentievandehulphetgezinwenst,• erwordtduidelijkwanneerdehulpkanstarten,• …

doelen tijdens de intake?

Als je in een gezin van start gaat, dan zijn er dikwijls heel veel taken waarbij ondersteuning gewenst is. Als je dat gaat koppelen aan doelen, dan wek je misschien de indruk dat je vindt dat het gezin ‘het niet kan’. Je kan beter spreken van ‘samen dingen doen’.

Door samen dingen te doen leert de cliënt immers ook. Wan-neer je tijdens de intake teveel focust op ‘doelen’ en ‘leren’ zullen veel gezinnen zuchten ‘weer zo een die alles beter weet, laat het maar’ en afhaken. Geef elkaar eerst de tijd om aan elkaar gewoon te worden. ‘Je mag me altijd iets leren als jij me eerst leert kennen’.

Dit alles sluit niet uit dat ouders en jongeren zelf spontaan de term ‘leren’ in de mond nemen als ze over hun verwach-tingen of over de betekenis van Thuiscompagnie en de ver-zorgende spreken.

Wat dat ge allemaal moet gaan aanleren en gaan afleren, dat is een hele lijst. Dat is echt waar. Ge onderschat dat. Als ge dat echt moet gaan opschrijven, dat is echt niet te doen. Met 2 bladzijden hebt ge niet genoeg. Dat wordt echt onderschat. (moeder Lelie)

De verzorgende, die komt u eigenlijk aanleren (stilte) en ondersteunen (stilte). Zowel emotioneel als, als,ja, (stilte) als het doen zelf. (moeder Lelie)

De verzorgende is mij aan het opleren, het kuisen, mijn huishouden. (moeder Kimberly)

Ze komt u helpen en begeleiden en een beetje aanleren hoe dat ge dingen het beste kunt doen, qua opruimen en zo, en een beetje structuur geven toch. (jongere Joske)

Moeder Carla en vader Robert vroegen om hun partners te leren koken.

Page 123: Thuiscompagnie draaiboek interactief

123

Je komt vaak terecht in situaties waar het onmogelijk is om direct praktische doelen te formuleren. Voor de effectievestart van de hulp expliciete doelen vastleggen is niet aan te raden en zou ook aartsmoeilijk zijn. Het zal in de begin-fase voornamelijk aftasten zijn. Het toelaten van de verzor-gende kan een leerdoel op zich zijn zonder dat dat expliciet geformuleerd moet worden. Gaandeweg zal dit uiteraard verfijnd worden maar dat heeft tijd nodig. Als je tijdens de intake veel doelen en termijnen vastlegt, dan kan dat mensen afschrikken. ‘Weer iemand die met doelstellingen staat te zwaaien’ willen we zeker vermijden.

na de intake

aanrader ‘even checken’Best neemt de coach na de gezamenlijke intake nog eens terug contact op met het gezin (telefo-nisch of even binnenspringen) met de vraag of alles nog duidelijk is voor hen. Als dat niet zo is, dan zal de coach terug langsgaan om nog eens alles te overlopen.

Nadeintakebegintdeverzorgendeinhetgezin.Jebereidtdeverzorgendegoedvoorophaaropdracht.Jebrengthaaropdehoogtevanalleafsprakendiejemethetgezinhebtgemaakt.Ver-geet niet terug te koppelen naar haar leidinggevende als dat nodig is.

‘warm houden’

De coach legt regelmatig contact om het gezin ‘warm’ te houden. Bij een volgend bezoek zal de beslissing er wel zijn. Het OCMW moet immers binnen de maand een antwoord geven op een steunvraag. Als begeleid wonen daar wekelijks komt, dan kunnen zij met het gezin de stap naar het OCMW zetten als ze dat nog niet zelf zouden hebben gedaan.

koppel het resultaat terug naar de aanmelderLaat de aanmelder weten dat je op intake bent geweest en of er al dan niet een verzorgende zal starteninhetgezin.Indienerverdernogonderlingeafstemmingnodigisoverdehulpverlening,dankanjeditookbespreken.Vergeetnietomvoorafdegezinsledenhierintebetrekken.Maakhen duidelijk wat je zal terugkoppelen en waarom deze afstemming hen kan helpen.

De intake gebeurde samen met begeleid wonen en liep vlot. Het gezin wou wachten tot na de vakantie omdat eerst de keuken nog moest vervangen worden. De mevrouw kwam wel naar de dienst om de administratie te regelen. Maar nu ligt de vraag er nog altijd. Het gezin staat positief tegenover Thuiscompagnie, maar er zijn redenen waarom verzorgende nog niet kan starten:

• er moet een tussenkomst komen van het OCMW, die is er nog niet,• er is nog geen definitief lessenrooster (de vrouw volgt een opleiding), waardoor het nog niet

duidelijk is op welke dagen de verzorgende kan komen.

Page 124: Thuiscompagnie draaiboek interactief

124 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

23 % van de gezinnen waarmee een intakegesprek werd gevoerd (N=226) haakte na de intake af. Voor minstens 4,42 % van de gezinnen was de kostprijs de reden om niet te starten. 5 % van de gezinnen gaven aan dat ze ‘niet meer’ geïnteresseerd waren. Het ‘samen doen’ sprak hen niet aan: ze wilden liever een gewone poetshulp of hadden geen leervraag. Indirect speelt hier de prijs ook mee: “Betalen voor huishoudhulp en toch zelf nog moeten poetsen ook?!”. Volgende redenen werden geregistreerd. Een bloemlezing maakt ook hier veel duidelijk.

het gezin ziet af van de aanvraag• Er was 8 uur afgesproken, maar mama heeft dag voor de opstart hulp geannuleerd.• Financieel geen ruimte. Wordt nog bekeken of OCMW bijdrage ten laste kan nemen;• Gezin wil wachten tot man werk heeft.• Hulp te duur (10)• Prijs per uur is te hoog. Mensen zitten in schuldbemiddeling; vragen dienstencheques aan.• Geen vraag meer. • Gezin wil geen bijkomende hulpverlening.• Mama deed aanvraag thuisbegeleiding en wil dat eerst proberen. • Mama wou plots geen hulp meer omwille van persoonlijke redenen. • Na intake niets meer gehoord, ondanks meerdere telefoons en nieuw gesprek via aanmelder.• Grootmoeder zegt dat ze het alleen redt met hulp van familie• Gezin reageert niet meer op telefoons en mails, ondanks herhaaldelijke pogingen.

Het is geen vraag die past binnen het aanbod van Thuiscompagnie • Vooral problemen met opvoeding kinderen, niet met huishouden • Kan huishouden perfect runnen; moeder wil meer medewerking van kinderen, eerder vraag naar

opvoedingsondersteuning• Hulpvraag sluit niet aan bij aanbod Thuiscompagnie • Opa is palliatief: mama is hierdoor tijdelijk overbelast. (geen kansarmoede)• Gezin wil poetshulp maar wil er zelf niet in meedraaien (4 keer).• Geen leervraag - doorverwezen naar reguliere gezinszorg.• Enkel huishouden doen, niet moeien.• Mijnheer wilde zelf niet mee werken.• Mama fysiek te beperkt om huishouden zelf te runnen. Gezinshulp meer aangewezen.• Past niet in doelgroep.• Inwonende grootmoeder neemt huishouden op zich; men wil haar ontlasten.

De situatie in het gezin is veranderd• Mama is opgenomen op de A-dienst. Opstart niet voor onmiddellijk. Gezin staat open voor hulp.• Uitgesteld omwille van opname in psychiatrisch ziekenhuis.• Gezin wordt geholpen door reguliere poetsdienst.• Moeder ernstig ziek geworden, wensen gewone gezinszorg van Turkse verzorgende.• Gezin heeft interesse verloren wegens plaatsing kinderen.• Gezin wil nog geen hulp. Later als vierde kind geboren is nieuwe aanvraag.• Gezin gaat verhuizen en wil wachten tot na verhuis. Drempel is te hoog (schaamte)• Gezin ziet voorlopig af van hulp.• Gezin gaat verhuizen naar andere gemeente.• Koppel gescheiden en verhuis naar andere gemeente.

ciJF

eRs

Page 125: Thuiscompagnie draaiboek interactief

125

uitgangspunten van de startfase

Indestartfasekunnenzoweldeorganisatiealsdeverzorgende‘krediet’opbouwenbijhetgezin.Als deze fase goed verloopt, dan zal het gezin positief durven staan ten opzichte van de onder-steuning en mag men later al wel eens een steekje laten vallen zonder dat de deur direct dicht gaat. Het is de fase waarin duidelijker kan worden waar het gezin ondersteuning bij wenst en waarin je het tempo en de gevoeligheden van het gezin kan leren kennen.

Maar het is ook de fase waarin de botsing tussen de verschillende leefwerelden, systemen en waarden- en normenstelsels (zie hoofdstuk 2) aan de oppervlakte kunnen komen: de leefwereld van het gezin, de leefwereld van de verzorgende, de leefwereld van de coach, de systeemwereld van de organisatie en de maatschappelijke normen. Wanneer je hierover niet kan spreken, dan zaldeweerstandgroeienenuitmondeninhetafwijzenvanverdereondersteuning.Vandaardathetergbelangrijkisdatdecoachindezefasehetgezinregelmatigbezoekt.Indestartfasehelpende contacten tussen coach en gezin om de hulp te installeren.

De coach probeert meer zicht te krijgen op de leefwereld en het tempo van de cliënt. Dat is nodig om je te kunnen invoegen. De coach krijgt ook zicht op de thema’s waarop zijzelf of de verzor-gendekan toevoegen. Indestartfase staathet installerenvan rustenstabiliteit centraal.Alshet gezin al een duidelijke vraag had naar ondersteuning, dan kan hiermee een begin gemaakt worden. De eigen prioriteiten van verzorgende en coach (of die van de buitenwereld) kunnen/durven loslaten is een voorwaarde om dit mogelijk te maken.

Alsallesgoedverlooptdanduurtdestartfasegemiddeld14dagentoteenmaand.Ditkanvari-eren van gezin tot gezin, en kan beïnvloed worden door verschillende factoren, zoals de fre-quentie van de hulp, de klik met de verzorgende, gebeurtenissen in en om het gezin enz. Bij gezinnen waar de motivatie vooral extern ligt (bv. op aanraden van een hulpverlener), kan deze fase ook veel langer duren. Het gezin heeft mogelijk meer tijd nodig om de verzorgende echt toe te laten. Soms merk je pas na een paar maanden dat er gelei-delijk iets verschuift.

In deze fase is de coach vooral bekommerd over hoe hetcontact tussen het gezin en de verzorgende verloopt en over welke invloed dit heeft op hun relatie. De coach en de verzor-gende verkennen tot waar het gezin de hulp kan toelaten. De klemtoon ligt op het brengen van rust en stabiliteit.

De taken die de coach en de verzorgende opnemen in deze fase hebben veel gemeenschappelijk: opbouwen van ver-trouwen, het verwerven van een mandaat van het gezin, invoegen en toevoegen. Maar vanuit hun specifieke positie zullen ze andere klemtonen leggen.

4. sTarTfase

Page 126: Thuiscompagnie draaiboek interactief

126 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

Van januari 2011 tot en met december 2013 ontving Thuiscompagnie 267 aanmeldingen. Met 226 gezinnen (85 % van de aanmeldingen) werd een traject opgestart. Een traject begint met een intake. In 155 gezinnen (71 % van de intakes) startte een verzorgende effectief. Voor 9 gezinnen was eind december 2013 de intakefase nog niet afge-lopen of was nog geen verzorgende beschikbaar.

taak van de coach in de startfase

Indestartfasehelpendegesprekkenmetdecoachomdehulpteinstalleren.Degesprekkenzijnvooral gericht op:• voorbereideneninstruerenvandeverzorgende,• introducerenvandeverzorgendeinhetgezin,• opvolgenvanderelatietussengezinenverzorgende,• opvangenvanleefwereldbotsingen,• omgaanmetweerstand,• creëren/opvolgenvanrandvoorwaarden.

voorbereiden en instrueren van de verzorgendeDe verzorgende moet weten wat nodig is om haar opdracht uit te voeren (need to know) maar meer niet, zodat ze onbevooroordeeld een relatie met de gezinsleden kan aangaan.

Een aantal zaken die bij de intake zijn afgetoetst, zijn cruciaal om haar mee te geven:• Inwelkeruimtesmagzekomeneninwelkeniet?• Watzijndegevoelighedenvanhetgezin?Wathebbenzegraagenwaarkunnenzeniet

tegen?• Watdoendekinderen(ofvrienden,buren,…)inhethuishouden?• Welkedingenmogenermeegebrachtworden?(alsdaarietsoverafgesprokenisbijde

intake)• Zijnermedischeproblemen?(bv.demamaheefteenrugletselenmagnietsdragen)• Wiemaaktallemaaldeeluitvanhetgezin?

Je moet goed afwegen welke informatie je aan de verzorgende doorgeeft. ‘Wat moet de verzor-gende weten om haar werk te kunnen doen?’, dat is het criterium. Je waakt erover dat je, door wat je vertelt, het gezin niet meteen een stempel geeft. De verzorgende moet de kans krijgen om onbevooroordeeld naar het gezin te kunnen kijken en de krachten ervan te kunnen zien. Geef de verzorgende ook de kans om vragen te stellen.

Je hoeft de financiële situatie van het gezin niet tot in detail bloot te leggen. Maar de verzorgende mag wel weten dat het gezinsbudget eerder beperkt is. Je maakt de verzorgende vooral alert op het feit dat ze altijd met het gezin moet overleggen als er huishoudproducten, opbergspullen of ander materiaal nodig is. Dat is de houding die voortdurend nodig is: aftasten of wat je wil doen voor het gezin op dat moment passend is en steeds bevragen bij het gezin wat ze zelf willen. Zeker bij de opstart van een nieuw ondersteuningstraject moet je erg voorzichtig zijn met ver-anderingen. Als een gezin gewend is om de keukenhanddoek te gebruiken om stof te vegen, dan kan het meebrengen van een stofdoek, zonder dat vooraf te bespreken, al genoeg zijn om het gezin het gevoel te geven dat de verzorgende hen afwijst.

installeren van de hulp

introduceren van de verzorgende in het gezinNetzoalsjeindeintakefasegeïntroduceerdwerddoordeaanmelder/vertrouwenspersooninhetgezin,zobenjijnudebrugfiguuromdeverzorgendeinhetgezinbinnentebrengen.Bekijkvóórde eigenlijke start of het gezin graag wil dat jij aanwezig bent op het moment dat de verzorgende voordeeerstekeerkomt.Voorsommigegezinnenkanditdedrempelwatverlagen,maarhetislang niet altijd nodig. Het gezin kan zelf aangeven wat ze hiermee willen.

ciJF

eRs

Page 127: Thuiscompagnie draaiboek interactief

127

opvolgen van de relatie tussen gezin en verzorgendeAls het gezin nog nooit een verzorgende over de vloer heeft gehad, dan moet jij je als coach heel bereikbaar voor het gezinopstellen.Probeeropdeeerstedagdatdeverzorgendekomt even binnen te wippen of te bellen (bv. tegen het einde vanhaarwerktijd).Vraagofallesgoedverlopenis.Vraagwatereventueelandersmoet.Indieeerstefasemoetjekortopde bal spelen.

Als je in de beginperiode tijd maakt om regelmatig even langs te gaan (dat hoeft geen uur te duren), dan kan je bijsturen waar dat nodig is. Het is in de eerste plaats de bedoeling om mogelijke obstakels te ondervangen, zodat ze niet escaleren en de hulp kan blijven doorgaan. Je krijgt dan een idee van het tempo van het gezin en met die informatie kan je ook de verzorgende weer beter ondersteunen.

De verzorgende moet ook de kans krijgen om haar eigen proces van verbinding met het gezin aan te gaan, en als coach wil je daar niet de hele tijd tussen komen. Als je voelt: ‘ze zijn vertrokken’, dan kan je de frequentie van je bezoeken verminderen.

opvangen van leefwereldbotsingen Leefwereldbotsingen kunnen gaan over:• hetomgaanmet(grote)verschilleninwaardenennormen,• omgaanmetgrenssituaties(normverschillenversusnormvervaging),• depersoonlijkebagagevandehulpverlener.

In het werkenmet kwetsbare gezinnenworden zowel de coach als de verzorgende geregeldgeconfronteerd met het verschil tussen de normen van het gezin en de normen die zij zelf han-teren en ‘normaal’ vinden. Dit kan op zowat alle levensdomeinen voorkomen: orde en netheid, voeding, kledij, (persoonlijke) hygiëne, besteding van geld, besteding van tijd, de opvoeding, de wijze van communiceren, hoe je omgaat met je partner, taakverdeling en rolpatronen, nakomen van afspraken enz.

Als we versterkend en verbindend willen werken, dan betekent dit dat we op zijn minst een niet-oordelende houding kunnen aannemen (het is niet goed of slecht) en dat we respect kunnen tonen voor de manier waarop het gezin in het leven staat. Dit is immers het vertrekpunt wanneer we een vertrouwensrelatie willen opbouwen, een relatie waarin de cliënt de motivatie en de stimulans kan vinden om actief mee te werken aan oplossingen. Ook wanneer we later een pro-bleem of gedrag bespreekbaar willen maken, is deze basishouding het fundament van waaruit we hierover in dialoog gaan met het gezin.

Leefwereldbotsingen kunnen in elke fase van het ondersteuningstraject opspelen. Doorgaans wordenzeindestartfasevaakintenserervaren.Naarmatedehulplangerduurtendeverzor-gende en de coach het gezin beter leren kennen, kan er begrip groeien waarom een situatie op een bepaalde manier geëvolueerd is.

omgaan met weerstandDoor in de startfase regelmatig contact te hebben met het gezin, merk je vrij snel als er weerstand tegenover de verzorgende ontstaat. Door een gesprek met het gezin en met de verzorgende (apart en met beide samen) krijg je een duidelijker beeld van waar de oorzaken liggen en kan je dat bespreekbaar maken. Het kan soms om heel kleine dingen gaan. Bijvoorbeeld:

De verzorgende dweilt altijd eerst in alle kamers de vloer. Maar de cliënt wil liever kamer per kamer afwerken. Eerst de badkamer en als die klaar is, dan de living.

Page 128: Thuiscompagnie draaiboek interactief

128 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

Door te luisteren naar de mensen kom je die kleine wrevels te weten en kan je met de verzor-gende bekijken of ze daarmee rekening kan houden. Omgekeerd is het ook belangrijk te weten hoe de verzorgende zich in het gezin voelt en wat haar eventueel afremt.

Als coach kan je ondersteunend zijn in de relatieopbouw door van op een afstand te kijken naar waar mogelijke misverstanden en spanningen kunnen ontstaan. Met wat je leert van het gezin kan je de verzorgende beter ondersteunen. Dit wil echter niet zeggen dat de coach op basis van die contacten met het gezin adviezen kan formuleren over wat de verzorgende moet doen. Het gaat altijd om een samen zoeken naar wat in de gegeven omstandigheden voor dit gezin onder-steunend kan zijn en hen sterker kan maken. Het is aan de coach om die antwoorden bij het gezin en bij de verzorgende naar boven te halen. Benoem tijdens deze gesprekken vooral ook de dingen die goed gaan. Bijvoorbeeld waar je ziet dat er aansluiting is. Als je dit goed aanpakt, dan wordt dit als zeer ondersteunend ervaren.

Wanneer deze gesprekken niet worden gevoerd tijdens de startfase, dan blijven irritaties slui-meren. Kleine irritaties stapelen zich op en worden wrevels. Je bezoek biedt zowel aan het gezin als aan de verzorgende, de mogelijkheid om die irritaties te uiten. Maar het is uiteindelijk de verzorgende zelf die door het gezin wel of niet aanvaard zal worden. Dus je zal zowel de verzor-gende als het gezin ook moeten stimuleren om met elkaar te praten.

opvolgen van randvoorwaardenIndeintakefasewerdergesprokenovereenaantalrandvoorwaarden,dienoodzakelijkzijnomde hulpverleningmogelijk te maken (financieel, administratie, veiligheid, materiaal). Indiennodig, dan volg je dit verder op.

taak van de verzorgende in de startfase

De startfase is nodig om een goede basis te leggen zodat de verzorgende later mag ‘blijven komen’, ookalshetsomswatmindergaat.Indezefasewordtdoor‘samendingentedoen’,ookdebasisgelegd voor het versterkend en verbindend werken. Als het nodig is om eerst rust en stabiliteit te creëren, dan is daar ruimte voor. Het samen dingen doen kan stapsgewijs worden uitgebreid.

In deze fase wordt de hulp geïnstalleerd. Voor de verzorgende houdt dit in:• hetvertrouwenwinnenvanhetgezin,• hetmandaatkrijgenomtemogenondersteunen,• eenwerkrelatieopbouwen.

opbouwen van een vertrouwensrelatieInde startfase krijgenwevanhet gezin een ‘beginkrediet’,dat staat voor de ruimte die de verzorgende krijgt om bij het gezin binnen te komen en haar taak te mogen doen. Het wordt bepaald door de mate waarin het gezin erop vertrouwt of erin gelooft dat de hulpverlening voor hen steunend en van betekenis kan zijn. Dat beginkrediet kan positief of nega-tiefzijnenkanverschillenvangezinslidtotgezinslid.Vande mama krijg je misschien sneller een positief krediet dan van de papa. Dit is ook niet per sé je persoonlijke verdienste. De grootte ervan zal ondermeer afhangen van de vorige erva-ringen van het gezin met hulpverlening of van het beeld dat ze van je dienst hebben.

[hoe stond moeder er tegenover dat er een verzorgende zou komen?] Ja, dat is een heel moeilijke vraag. Als ge dan al slechte ervaringen hebt gehad, dan denk je ‘Wat komt die hier nu doen? Komt die mijn leven hier nu overhoop halen? … Maar toen ze dan kwam, dat was gewoon, ik deed de deur open en zij al direct zo van ‘Ja, ik ben Sien. Ik kom…’ Ja, dat was al direct zo van de eerste keer al (lacht) hup. Ja dat is een plezante precies. … Dat had ik toch niet verwacht dat ik zo’n goeie zou krijgen. Dat klikt goed. (moeder Lisa)

Page 129: Thuiscompagnie draaiboek interactief

129

Langzaamaan ga je een eigen persoonlijk krediet opbouwen. Dat persoonlijk krediet is onderling, bijvoorbeeld tussen jezelf als coach en de verzorgende, niet inwisselbaar. Het beginkrediet blijft doorlopen.Eengezinkaninhetalgemeenpositiefstaantegenoverhulp,maardieenehelpstermoeten ze niet. Of omgekeerd: het gezin staat niet open voor hulp, maar die ene verzorgende laten ze toch binnen. Als het goed zit met de relatie zal het krediet dat je van het gezin krijgt met de tijd groeien.

opbouwen van een werkrelatie

invoegen en toevoegenTijdens de startfase is het belangrijk dat de verzorgende zich kan invoegen bij de thema’s, het tempo en de leefwereld van het gezin. Ze probeert de situatie van het gezin vanuit een krachtge-richte bril te bekijken. Respect hebben voor de eigenheid van het gezin, interesse tonen, gemeen-schappelijkhedenzoekenenaftastenwaardekrachtenliggen.Vragendiehaardaarbijkunnenhelpen zijn:• Hoezithetgezininelkaar?• Watzijndegewoontesende(onuitgesproken)‘regelsvanhethuis’?• Watzijndethema’swaarhetgezinbelangaanhecht?• Watzijnhuninteresses(zowelvandeoudersalsdekinderen)?• Welkeopvattingenhebbenze?• Geldbesteding?• Netwerk?• Opvoedingkinderen?• …

De verzorgende laat zich leiden door wat er voor het gezin, op dat moment, op de voorgrond staat. Zij leert het gezin eerst kennen, zonder dat er meteen veel moet veranderen. Soms wil het gezin vooral ventileren. Bijvoorbeeld over het moeilijke weekend dat ze achter de rug hebben. Dan wordt er eerst ruimte gemaakt om het verhaal te vertellen. Het taakgerichte werk komt dan pas op de tweede plaats.

Waar mogelijk kan de verzorgende kleine toevoegingen doen. Bijvoorbeeld door samen na te denken over wat er vandaag aan de orde is (cf. Wat zijn de wensen en de mogelijkheden van het gezin?) en door het gezin te helpen kiezen wat ze eerst gaan doen.

Houd er rekening mee dat het toelaten van een verzorgende in huis voor het gezin al een grote stap kan zijn. Alleen al door haar aanwezigheid voegt de verzorgende iets toe, ook al is dat mis-schien niet onmiddellijk zichtbaar.

Inhoofdstuk9gaanwedieperinophetbelangomintevoegenentoetevoegen.Dathoofdstukbiedt je ook ondersteunende informatie om invoegen en toevoegen in de praktijk te brengen.

werken aan rust en stabiliteit Tijdens de startfase doen we het rustig aan. Rust en stabiliteit in het gezin brengen is de meest centralefocus.Inonsachterhoofdzoekenwewelnaardoelstellingendievoorhetgezinhaalbaarzijn en een betekenis kunnen hebben. Het is zoeken naar een aangepaste taal om hierover met het gezin in dialoog te gaan.

werken met het mandaat om te mogen helpenWe werken met het mandaat dat we gekregen hebben om te mogen helpen. Dit geldt zowel voor de verzorgende als voor de coach. Dat doen we door de grenzen te respecteren die de cliënt aan-geeft. Toets, voor je effectief iets doet, steeds af of het OK is voor het gezin. Hierbij probeer je een

Ik stond daar heel positief tegenover, hij [partner] wat minder, want hij wou geen vreemden in huis die zich in huis komen moeien. Achteraf heeft hij dan eigenlijk wel ingezien dat het wel positief is. (moeder Kimberly)

Page 130: Thuiscompagnie draaiboek interactief

130 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

evenwicht te vinden tussen enerzijds het formuleren van eigen voorstellen (waar het gezin mis-schien moeilijk ‘neen’ tegen kan zeggen) en anderzijds het afwachten tot het gezin zelf met een voorstel komt (waar het gezin misschien zelf nog niet aan toe is). Het aftoetsen van het mandaat vraagt continue aandacht gedurende het hele hulpverleningsproces. Het mandaat kan immers verschuiven naarmate de hulp langer duurt.

doelen in de startfase

Wellicht zijn er in de aanmeldingfase en tijdens het intakegesprek al een aantal doelstellingen aanbodgekomen.Indestartfasegajeverderpeilenhoedegezinsledendaartegenoverstaan.Het blijft een aandachtspunt om uit te zoeken op welke punten het gezin wil veranderen.

Hulpverleners zijn geneigd om nogal snel te gaan, resultaatsgericht en recht op het doel af. Als we echt versterkend willen werken is die aanpak niet de meest doeltreffende. Het is niet omdat hulpverleners iets superbelangrijk vinden, dat dit ook een prioriteit is voor het gezin. Zij hebben bijvoorbeeld altijd al hun plan getrokken of een aantal oplossingen zijn voor hulpverleners mis-schienraar,maarwerkenwelvoordatgezin.Probeerzelfeensindehuidvandecliënttekruipenen vanuit zijn perspectief naar die doelstellingen te kijken.

Misschien willen de gezinsleden wel een aantal zaken veranderen, maar zijn er hindernissen ofdrempelsdiemakendatdatnietkan.Probeerteachterhalenwelkerandvoorwaardeneerstmoeten vervuld zijn: moeten er eerst een aantal tussenstappen worden gezet?

Page 131: Thuiscompagnie draaiboek interactief

131

5. groeifase

uitgangspunten van de groeifase

Indezefasewerkenweaangroeienontwikkelingopbasisvandevragenvanhetgezin.Zowelde coach als de verzorgende gaan daarbij uit van de krachten en de leermogelijkheden die aanwezig zijn in het gezin. We oefenen praktische vaardigheden in, proberen mogelijke hulp-bronnen zichtbaar of toegankelijk te maken en we ondersteunen het gezin in hun interactie met de samenleving (bv. contacten met diensten, school enz.).

Viadeevolutiebesprekingenvolgtdecoachhetgezinendeverzorgendeop,ookalsergeenpro-blemen of knelpunten zijn en als alles vlot gaat tussen verzorgende en gezin. Daarnaast kan de coach een verzorgende ook individueel begeleiden (bij specifieke gezinssituaties) of een vorm van intervisie aanbieden waarbij de verzorgenden bij elkaar terechtkunnen met hun verhaal en van elkaar kunnen leren.

Ook tijdens deze fase zijn de coach en de verzorgende vaak met dezelfde thema’s bezig, maar leggen ze andere accenten. Bijvoorbeeld: werkdoelen stellen gebeurt niet alleen als de coach aanwezig is, maar gebeurt ook indirect wanneer de verzorgende met het gezin aan het werk is. Beiden proberen veranderingsgericht te werken.

De duur van de groeifase is afhankelijk van gezin tot gezin. We gaan ervan uit dat deze fase door-gaat, zolang de gezinszorg iets voor het gezin kan betekenen dat ondersteunend en versterkend is. Daarin liggen de leermogelijkheden.

Tijdens de groeifase blijft de voortdurende afstemming op het gezin en met de andere diensten belangrijk.

taak van de coach in de groeifase

Indegroeifasehelpendegesprekkenvanhet gezinenvandeverzorgendemetdecoachomverandering mogelijk te maken en te consolideren. De coach heeft de opdracht om tijdens de groeifase volgende aspecten in het oog te houden:

Bij de ondersteuning van het gezin:• werkdoelenformuleren,• evaluerenenbijsturen,• motivatie,• vooruitgang,• hervalinoudepatronen.

Bij de ondersteuning van de verzorgenden:• afstemmingophetgezin,• opnemenvaneenpassendeverantwoordelijkheid,• positioneringtenaanzienvananderehulpverleners,• eigenthema’svandeverzorgenden.

Page 132: Thuiscompagnie draaiboek interactief

132 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

ondersteuning van het gezin

werkdoelen formulerenWerkdoelen opstellen gebeurt niet altijd zo formeel. Meestal is er wel een beginvraag, bij de start vandegezinszorg,maarhetismogelijkdatdienietergconcreetis.Naarmatedeverzorgendein het gezin aan het werk gaat, wordt die vraag geleidelijk aan wel duidelijker. Deze beginvraag kan ook evolueren naarmate de verzorgende meer vertrouwen krijgt van het gezin (haar mandaat wordt groter), het gezin meer zelfvertrouwen krijgt dat ze iets kunnen bereiken, en dat de (intrin-sieke) motivatie zich ontwikkelt.

Het is de taak van de coach om mogelijke werkdoelen te verhelderen. Het vertrekpunt is steeds: ‘Watisvoorhetgezindegewensteuitkomst?’Erwordtookrekeninggehoudenmetdekwetsbaar-heden, de motivatie, de leermogelijkheden en de drukzetting vanuit de omgeving. Samen met het gezin en de verzorgende ga je op zoek naar een plan dat haalbaar is om uit te voeren. Het is belangrijk dat deze werkdoelen de druk op het gezin niet onnodig verhogen. Daarom kan het noodzakelijk zijn om eerst tussendoelen te bepalen of randvoorwaarden te creëren.

Om tot een gedeelde agenda’ te komen, kan je gebruik maken van het ‘participatief stappenplan’. Een schematischoverzicht enuitgebreide beschrijvingdaarvanvind je terug inhoofdstuk 9.Viadezemethodewordtzowelhetstandpuntvanhetgezin,alsdatvandehulpverlener (ver-zorgende,coach)indialooggebracht.Vandaaruitkunjeopzoekgaannaareengedeeldekijkenovereenstemming over wat er dient te gebeuren.

evalueren en bijsturenTijdens de evolutiegesprekken kan de coach, samen met het gezin en de verzorgende, evalueren en bijsturen. De focus ligt steeds op 3 aspecten van de zorg:

• deleermogelijkhedenendoelenvanhetgezin:inhoudvandedoelen,• hetproces:autonomieversusverafhankelijking,• desamenwerkingsrelatie:relatiegezin-verzorgende,zijnallegezinsledenbetrokkenenz.

Vandaarookhetbelangvanendevoortdurendeaandachtvoordebasishoudinginhetcoachingproces.

motivatieWekijkenterugnaardemotivatievanhetgezin.Isdiegeëvolueerdsindsdeintakefase?Destart-motivatieligtindemeestegezinnenvooreendeelookwelbuitenhen.Erkanbijvoorbeelddrukzijnvandehulpverleningofvanfamilieleden.Indeloopvandetijdkandemotivatiegroeienofafnemen bij het gezin. Dit kan een proces zijn met ups en downs. Dat aspect moet de coach zeker bevragen. Want het is de intrinsieke motivatie die maakt dat mensen het vol houden. De coach is niet alleen monitor van de motivatie, maar kan ook een actieve rol spelen bij het stimuleren van (intrinsieke) motivatie. Dit kan door samen te reflecteren over de toename/afname van de motivatie. Wat is de betekenis daarvan? Welke invloed heeft dat op de ondersteuning? Op deze manier kan er meer inzicht ontstaan in de eigen constructies. We situeren ons hier in de tweede fasevandeveranderingscirkelvanProchaskaenDiClemente.Ditmodelbrengtinbeeldwatergebeurtmetmensendieineenveranderingsproceszitten(ziehoofdstuk7).

vooruitgangAls coach help je om vooruitgang zichtbaar te maken, zowel voor het gezin, voor de verzorgende als voor de buitenwereld. Dit doe je door regelmatig de kleine stappen te benoemen, ongeacht hoe klein die ook zijn. Bijvoorbeeld:

Bij de start van de hulp stond er overal afwas in huis. Na een tijdje geraakt alle afwas tot bij de afwasbak. Dit is vooruitgang.

Page 133: Thuiscompagnie draaiboek interactief

133

Erisaltijdvooruitgang,ookalsjedienietziet.Hetmoeilijksteisomovervooruitgangtepratenals er schijnbaar geen vooruitgang is of als die niet direct zichtbaar is.

Je kan de indruk hebben dat vooruitgang stil valt. Maar dan mag je niet vergeten dat er in de hoofden van mensen vanalles gebeurt dat je niet kan zien. Dat kan je niet altijd uitleggen. Het kan ook zijn dat er meer rust in huis komt, dat iemand meer vertrouwen in zichzelf krijgt, dat er meer geduld is voor de kinderen enz. Ook wanneer de situatie stabiel blijft - en dus niet meer achteruitgaat–kanditvooruitgangzijn.Erzijnookdekinderen.Diezienhoehetanderskanendie nemen daar ook dingen van mee in hun latere leven. Zij kunnen dat dan zelf toepassen als ze ouder zijn.

omgaan met herval in oude patronenBij de opstart van de ondersteuning is er bij iedereen (intrinsieke of extrinsieke) motivatie. Soms komt er een terugval, bij het gezin (bv. beu, moe, de problemen blijven) of bij de verzorgende (bv. er is geen verschil, wat doe ik hier, ik doe het niet goed genoeg, ik zie geen resultaat). Als het gezin minder gemotiveerd is, dan heeft dit ook gevolgen voor de motivatie van de verzorgende, en omgekeerd.

Herval is een normaal onderdeel van het proces. De coach zal hierop voorbereid moeten zijn. Wanneer het gezin hervalt, dan is de verleiding groot om de zinvolheid van de gezinszorg in vraag te stellen. Maar net op dit moment is het belangrijk om de continuïteit van de hulp te ver-zekeren. Op die manier geven we aan het gezin de boodschap dat we hen niet laten vallen, ook al gaat niet alles naar verwachting. Het wisselen van verzorgende in deze periode werkt meestal niet, omdat net door de onderlinge relatie weer de drive kan ontstaan om zich te herpakken. Dit geldt niet wanneer de relatie tussen het gezin en de verzorgende verzuurd is.

De coach creëert voor de verzorgende en het gezin de ruimte om stil te staan bij de impasse en om te zoeken hoe ze de draad terug kunnen opnemen. Dit kan via verschillende invalshoeken:

• Hulpverleningsrelatie: wanneer de relatie met de verzorgende goed zit, dan wil het gezin haar niet teleurstellen. Misschien doen ze erg hun best, maar kunnen ze dit op de langere termijn niet volhouden. De verandering is dan te groot en kan nog niet geconsolideerd worden. Ook wanneer er ‘een haar in de boter is’ tussen verzorgende en het gezin, kan dit ervoor zorgen dat het gezin weer terugkeert naar oude gewoonten.

• Weerstand: in onze ijver om het gezin te helpen, gaan we misschien meer of andere dingen doen, waar het gezin niet om gevraagd heeft. Omdat het gezin dit niet altijd kan ver-woorden, gaan ze door hun gedrag een signaal geven. Bijvoorbeeld: Het gezin beschuldigt de verzorgende van iets dat ze niet gedaan heeft. Dat kan een manier zijn om een onderlig-gende irritatie – die niet benoemd kan/mag worden – duidelijk te maken. Let erop dat je dan niet alleen focust op de feiten, maar ook op de context.

• Tempo: misschien proberen we te veel in een te korte tijd te realiseren. Zelfs als een gezin gemotiveerd is en graag stappen vooruit wil zetten, merken ze pas achteraf welk effect dit heeft op henzelf. Bijvoorbeeld: Ze hebben iets weggedaan waar ze nog aan gehecht zijn. Dat doet pijn.

Het gezin leert stilaan om een vaste plaats te geven aan zaken die voorheen door het huis slingerden. Dat is vooruitgang.

Een brief die ze niet begrijpen wordt niet meer weggegooid, maar klaargelegd voor als de verzorgende of de coach langskomt. Dat is vooruitgang.

Ik heb van mijn hard een steen moeten maken, de verzorgende wou meer dan ik wegdoen. Er is veel veranderd. Het huis is properder, het is meer op orde. Er is heel veel weggegooid, tegen mijn goesting, maar we kunnen nu terug mensen ontvangen. Ik ben zelf terug meer gemotiveerd. Ze ondersteunt ons. (moeder Lien)

Page 134: Thuiscompagnie draaiboek interactief

134 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

• Omgevingsfactoren: wanneer er dingen veranderen in het gezin, dan krijgen zij soms te makenmetcommentaarvanhunomgeving.Bijvoorbeeld:Familieledenzijnhetnieteensmet wat er gebeurt. Zij moedigen het gezin aan om terug te keren naar hoe het vroeger was.

• Stressfactoren: Ook wanneer gebeurtenissen de stress in het gezin doen toenemen, kan het zijn dat ze de fragiele vooruitgang die er gemaakt is, niet kunnen volhouden. Bijvoorbeeld: Als de deurwaarder aan de deur geweest is, dan staat je hoofd niet meteen naar opruimen.

Het kan dan zinvol zijn om terug te kijken tot waar het nog goedging,eneenstapterugtezettenindierichting.Paswan-neer het gezin er klaar voor is, kan er terug vooruit gekeken worden.

ondersteuning van de verzorgendeVerzorgendendiemetkwetsbaregezinnenwerken,komenweleensschrijnendesituatiestegen.Door het grote verschil in leefwereld en de verregaande afstemming van de verzorgende op het gezin, is het niet altijd raadzaam om dit in het team te bespreken. Sommige collega-verzor-genden uit de ‘reguliere’ gezinszorg - die niet gevormd zijn in het verbindend en versterkend kader – kunnen dit soms moeilijk begrijpen. De verzorgende blijft dan in de kou staan.

Daarom is het aangewezen om de verzorgende individueel te begeleiden of hen de gelegenheid te bieden om ervaringen uit te wisselen met collega’s in een vergelijkbare situatie. De onderwerpen diedanbesprokenworden,zijnsamentevattenin4grotekernthema’s:Hoekanikmij(beter)afstemmen op het gezin? Hoe neem ik een gepaste verantwoordelijkheid op? Hoe kan ik mij posi-tionerentenopzichtevananderehulpverleners?Enhoegaikmetmijneigenkwetsbaarheidengeraaktheid om?

afstemming op het gezinDe thema’s die in de begeleiding aan bod kunnen komen, zijn heel divers:

• lerenomgaanmeteenanderelevensvisie,• opbouwenvaneenvertrouwensrelatie,• lerenwerkeninhetspanningsveldvanafstandennabijheid,• hoeenwanneergrenzenstellen,• lerenomgaanmetdeeigengrenzen,• omgaanmetweerstand,• delenvanvertrouwelijkeinformatie,• debalans‘doelenstellen’versus‘druktoevoegen’,• eenpassendepositieinnementussenoudersenkindereninpedagogischeondersteuning,• omgaanmethuisdierenenhygiënischeproblemen,• …

opnemen van een passende verantwoordelijkheidAls coach help je de verzorgende om een passende verantwoordelijkheid op te nemen. Dit wil zeggen dat ze de mogelijkheden en de grenzen van zichzelf en haar functie kent en respecteert én dat ze de coach aanspreekt wanneer ze over deze grenzen dreigt te gaan. Door de grote nood die zij in het gezin tegenkomt, kan het engagement van de verzorgende heel sterk worden. Zelfs als het niet zo goed gaat met de ondersteuning, blijft de betrokkenheid meestal groot.

Doordat zij zo intensief met het gezin bezig is, voelt ze ook de druk en de onmacht waar het gezin mee te maken heeft. Bijvoorbeeld:

• Eengezindreigtdewoningteverliezen,enerisgeenperspectiefopeennieuwe(betaal-bare) woning. De moeder raakt in een depressie, waardoor ze haar huishouden verwaar-

Ja die overgang [verhuis naar een andere gemeente], dat is eigenlijk een puinhoop geweest. … Vooral het huishouden gaat nu beter. Het is nog wel moeilijk, maar het gaat toch veel beter als de verzorgende er is. Omdat je zelf niet die hoop op je alleen hebt. (moeder Kim)

Page 135: Thuiscompagnie draaiboek interactief

135

loost en niet meer voor haar kind kan zorgen. Daardoor dreigt er ook nog een plaatsing. De verzorgendezietdesituatieescaleren…

• Eenalleenstaandemamadreigthaaruitkeringteverliezenalszenietingaatopeenjobaanbod,maarerisgeenkinderopvang…

• Papaheefteindelijkwerkgevonden.Hetiseenfysiekzwarejob.Omertegerakenishijeenuur met de fiets onderweg (ze hebben geen wagen en er is geen budget voor een busabon-nement).Papahoudtditnietvolenmeldtzichregelmatigziek.Hierdoorverliesthijzijnjob.Ondanksalzijnmoeiteishetweernietgelukt…

Daarnaastmoet de verzorgende ook kunnenwerkenmet schaarsemiddelen. Niet alleen hetmateriaal waarmee ze moet werken is beperkt. Omwille van financiële redenen kan een gezin maar een klein aantal uren hulp toelaten, terwijl de behoefte soms veel groter is. De marges waarineenverzorgendeietskanbereikeninhetgezinzijndanheelklein.Enerzijdsisditeenuitdaging voor haar, omdat zij moet putten uit haar eigen creativiteit en die van het gezin om iets te kunnen realiseren, maar anderzijds kan dit ook doorwegen. Het appél dat zij kan voelen om méér te doen dan haar takenpakket haar toelaat, is reëel.

Bestaande afspraken en regels binnen de dienst kunnen hierdoor onder spanning komen te staan. Bijvoorbeeld: Gaat de verzorgende mee op zoek naar een andere woning als blijkt dat de ouders daar zelf niet toe in staat zijn? Gaat ze mee op zoek naar kinderopvang? Brengt ze zelf materiaal mee naar het gezin als dat niet aanwezig is? Gaat ze een brood halen voor het gezin, als ze merkt dat er geen eten is om het weekend door te komen?

Het antwoord op deze vragen is niet eenduidig. Als coach kan je de situatie verbreden en samen met de verzorgende en/of het gezin op zoek gaan naar een alternatief. Stel dat de verzorgende het niet zelf aanpakt, wie kan er dan wel mee aan de slag? Zijn er mogelijkheden in het informeel of professioneel netwerk van het gezin? Zijn er mogelijkheden die we nog niet overwogen hebben?

Het gaat hier over de afweging tussen ‘het juiste doen’, ‘de dingen juist doen’ en ‘het goede doen’ (ziehoofdstuk2). In sommige situatieskanhet verantwoord zijnomeenuitzonderingopderegels toe te staan. Waarschijnlijk moet je hierover gaan onderhandelen binnen de organisatie. Dit is belangrijk, want als je dit niet doet, dan krijgt de verzorgende later misschien het deksel op de neus. Baken duidelijke grenzen af. Maak ook duidelijk hoever je eigen mandaat als coach reikt om naar oplossingen op zoek te gaan. We kunnen nu eenmaal niet alles oplossen.

De eigen verwachtingen en frustraties van de verzorgende rond het ‘resultaatsgericht werken’ en het omgaan met de grenzen van de polyvalentie, is zeker iets wat je als coach bespreekbaar blijft maken. Het is cruciaal dat een verzorgende niet opgebrand geraakt.

positionering ten opzichte van andere hulpverleners Wanneer gezinszorg ingeschakeld wordt, dan verwachten de andere hulpverleners soms dat er op korte termijn veran-dering zichtbaar zal zijn.Vaak is dat niet het geval omdathet gezin daar niet aan toe is. De verzorgende werkt immers in het veld waarin het gezin de hulp kan toelaten. Ze kan dan te maken krijgen met de teleurstelling of met kritiek van anderen, of haar inbreng in het gezin wordt niet serieus genomen. Als coach is het belangrijk dat je dit oppikt en dat je de rol van de verzorgende weer in het juiste licht kan plaatsen.

Indien er anderehulpverleners inhet gezinkomen,dan ishet noodzakelijk om ieders taak duidelijk af te bakenen. Het is essentieel om goede afspraken te maken. Wie doet wat, wanneer,…? De neuzen moeten in dezelfde richting staan.Er mogen zeker geen dubbele of tegenstrijdige afsprakengemaakt worden. Want als het verwarrend wordt voor het gezin, dan stagneert het veranderingsproces.

Page 136: Thuiscompagnie draaiboek interactief

136 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

Het is belangrijk dat de verzorgende op de hoogte is van de afspraken die er tussen de verschillende hulpverleners gemaakt worden en of daarin van haar iets verwacht wordt. Wanneer de thuisbegelei-ding met het gezin een belonings-systeem uitwerkt voor de kinderen, dan kan de verzorgende de toepas-sing hiervan ondersteunen.

eigen thema’s van de verzorgendeEenverzorgendediezichgeroepenvoeltommetkwetsbaregezinnentewerken,doetdatnietzomaar. De kans is groot dat deze motivatie voortkomt uit een persoonlijke ervaring met thema’s als kwetsbaarheid en armoede. Bijvoorbeeld: ze is zelf in een kwetsbaar gezin opgegroeid, ze verbleef zelf tijdelijk in een instelling of in een pleeggezin, als moeder heeft ze zelf een tijdje bij het OCMW moeten aankloppen, ze heeft familieleden of vrienden die door omstandigheden in armoede verzeild geraakt zijn, ze woont in een buurt waar armoede niet ver weg is enz.

Dit vraagt extra aandacht in de coaching, omdat de ondersteuning die ze in Thuiscompagnie bieden kort op hun vel komt. Wanneer een verzorgende geconfronteerd wordt met de bagage uit haar eigen leven, dan kan dit invloed hebben op de manier waarop ze haar job invult. Ze kan bijvoorbeeld doorschieten in de zorg voor de kinderen, zich partijdig gaan opstellen of afhaken omdat gebeurtenissen in het gezin haar geraakt hebben in haar eigen kwetsuur.

Die persoonlijke betrokkenheid kan ook een kracht zijn. Zij kunnen daardoor bijvoorbeeld de complexiteit van de situatie aanvoelen, zonder dat er veel woorden voor nodig zijn. Wanneer het gezin geen cultuur, geen taal en geen concentratie heeft om uitgebreid over hun situatie te spreken, dan kan de verzorgende door ‘samen te doen’ en ‘samen te spreken over wat ze doen’ toch een relationele verbinding maken.

Elkeverzorgendedievanuithetverbindendenversterkendkadermetkwetsbaregezinnenwerkt,doorloopt ook een algemeen ontwikkelingsproces. Zij moeten een verschuiving maken van uit-voerende zorg (overnemen van taken bij mensen die het niet meer zelf kunnen) naar begelei-dende zorg (aanleren van vaardigheden bij mensen die het nog niet zelf kunnen). Dit betekent een omkering in hun perspectief op het gezin, waarbij ze:

• krachtgerichtlerenkijkeni.p.vprobleemgericht,• lerenwerkenvanuitdemogelijkhedenvanhetgezin,• huneigenwerkwijzelerenaanpassen,• huneigentempolerenaanpassen,• huneigenprioriteitenlerenaanpassen,• telkensmetnieuweogenkijkennaarwateropditmomentinditgezingepastis,• …

Als coach begeleid je dit proces door de verzorgende op te volgen, feedback te geven over haar functioneren en haar te ondersteunen waar nodig. Hoofdstuk 5 geeft je een overzicht van het profiel en de taken van de verzorgende én van de ondersteunende rol die je daarbij als coach kan opnemen.

Page 137: Thuiscompagnie draaiboek interactief

137

taak van de verzorgende in de groeifase

Indegroeifasezaldeverzorgendemeerenmeerde rolvan steunfiguuropnemen,die inhetgezin gelooft en hun mogelijkheden ziet. Zij helpt het gezin om de doelen te bereiken die ze zelf gekozen hebben, waardoor ze hun sterke kanten kunnen ontwikkelen. De nadruk in haar werk ligt op het blijven invoegen en toevoegen waar mogelijk om zo ook te werken aan verandering.

blijven invoegen, toevoegen waar mogelijkOok gedurende de groeifase blijft het belangrijk om in te voegen bij de thema’s, de leefwereld en het tempo van het gezin. Waar mogelijk probeert de verzorgende iets toe te voegen, maar het vraagtvoortdurendealertheidomnietoverdegrenzenvanhetgezintegaan(ziehoofdstuk9).

Vooral wanneer het gezin en de verzorgende elkaar beter leren kennen, steeds meer ‘eigen’worden aan elkaar, groeit de valkuil van de vanzelfsprekendheden. Zowel het gezin als de ver-zorgende kunnen dan gedrag stellen dat zij zelf evident vinden, maar dat dat niet is voor de ander. Hierdoor zijn de leefwereldbotsingen plots weer actueel en op de voorgrond. Daarom blijft het belangrijk om alert te blijven voor de manier waarop het gezin reageert op nieuwig-heden en, zo mogelijk, hierover in dialoog te gaan.

werken aan verandering

omgaan met dagelijkse beslommeringen en crisissituatiesDoordegebeurtenisseninhetgezinkaneensituatiesomsrazendsnelveranderen.Eenverzor-gende moet er op voorbereid zijn dat ze onverwachte ontwikkelingen kan tegenkomen, waardoor de dag er ineens heel anders kan uitzien dan gepland. Zij moet dan een evenwicht vinden tussen enerzijds het opvangen van het gezin en het zoeken naar stabiliteit, en anderzijds het alert zijn voor mogelijkheden om doelgericht aan de slag te gaan.

aanleren van nieuwe vaardighedenHoe concreter de doelen en de tussendoelen van het gezin gesteld worden, hoe concreter er nieuwe vaardigheden ingeoefend kunnen worden. Was sorteren? Soep maken? De kinderen betrekken bij het opruimen? Dit zijn duidelijke handelingen waarvan je kan nagaan of het gezin er al dan niet in slaagt.

Maar soms is het nodig dat de verzorgende gewoon, van dag tot dag, bekijkt wat er mogelijk is inhetgezin.Inditgevalzijnergeenduidelijkmeetbaredoelenafgebakend.Demeesteverzor-genden (en hulpverleners in het algemeen) vinden het moeilijk wanneer de richting waarin ze moeten werken niet zo duidelijk is. Waar zijn we dan mee bezig?

Wanneer een gezin het gewoon is om van moment tot moment te leven en niet geleerd heeft om vooruit te kijken of op langere termijn te denken, dan is ‘verandering in het moment’ misschien de grootste stap die ze kunnen zetten. Ook dat verdient waardering. Zelfs als de richting waarin we werken niet zo duidelijk is en de effecten niet meteen zichtbaar of herkenbaar zijn, dan kunnen er op termijn toch positieve resultaten ontstaan. Dit maakt de hulp niet minder zinvol. Het vraagt alleen meer vertrouwen van het gezin, de verzorgende, de coach en hulpverleners, dat we op de goede weg zijn.

De verzorgende en het gezin zijn de dag rustig gestart. Plots staat de politie voor de deur omdat papa beschuldigd wordt van diefstal. Hij wordt meegenomen voor verhoor. De rest van de voormiddag wordt er niet veel meer ‘gewerkt’. De aandacht van de verzorgende gaat dan naar het opvangen van de mama en de kindjes en naar het afronden van de taken die ze begonnen waren. Tegen de middag is papa terug thuis, ook hij wil zijn verhaal kwijt.

Page 138: Thuiscompagnie draaiboek interactief

138 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

Vaakisdevakantieperiodevandeverzorgendevoorhetgezineen‘testsituatie’.Meestalwordtdeverzorgende niet vervangen in die periode, waardoor het gezin er enkele weken alleen voor staat. Indieperiodekrijgenzedekansomtetoetsenwatzegeleerdhebben.Kunnenzewatverwezen-lijkt werd ook volhouden als de verzorgende niet komt? Dat kan positieve gevolgen hebben (het gezin kan laten zien dat het alleen verder kan) of negatieve (er is een grote terugval, alles loopt opnieuw mis). Als de verzorgende terug is, wordt duidelijk waarin het gezin geslaagd is en welke aandachtspunten er nog zijn.

versterken wat al lukt en wegwerken van belemmerende factorenDoordat een verzorgende verschillende uren per week in het gezin aanwezig is, heeft zij bij uitstek het beste zicht op wat er al lukt en op dát wat het lukken in de weg staat. Ook hier is het belangrijk om steeds te toetsen hoe we zelf kijken naar ‘lukken en mis-lukken’ en hoe het gezin hiernaar kijkt. Misschien is het gezin wel tevreden met de situatie?

Het hele traject is bedoeld om oplossingen te creëren die werken voor het gezin. Dit betekent dat er nieuwe dingen uitgeprobeerd worden die misschien niet onmiddellijk tot de juiste uit-komst leiden. Maar het gezin mag leren van de ‘fouten’ die het maakt. Dit is onderdeel van het leerproces.

bieden van psychosociale en pedagogische ondersteuningEenbelangrijkaspectvandegezinszorgdiewebieden,isdemanier waarop de verzorgende aanwezig is. Zij neemt een basishouding aan van (professionele) nabijheid, respect en zorgzaamheid. Ze staat open voor wat het gezin wil tonen van zichzelf. Ze ondersteunt de gezinsleden door te luisteren en ruimte te maken voor hun verhaal. Op deze manier onder-steunt ze ook het ouderschap van mama en papa.

doelen in de groeifase

Indehulpverleningishetdoorgaansdegewoonteommetergexplicieteenliefstzoconcreetmogelijke doelstellingen te werken. Binnen de werking van Thuiscompagnie is dat niet altijd mogelijk,zekernietalsdeverzorgendenognietzolanginhetgezinkomt.Inhetbeginzoudevoorbeeldfunctie die de verzorgende opneemt al een leerdoel kunnen zijn, zonder dat dit expli-ciet geformuleerd moet zijn. Gaandeweg zal dit uiteraard verfijnd worden, maar dat heeft tijd nodig.

Doelen zijn bovendien niet enkel praktisch, ze zijn ook aanwezig op relationeel niveau. Dit is onlosmakelijk verbonden met onze visie (zie hoofdstuk 2), met het versterkend en verbindend

Ik heb er veel aan. Dat is een steunfiguur omdat ik er ook veel tegen kan vertellen … over alles eigenlijk. (moeder Kim)

Ik kan daar soms eens tegen grommelen over mama of zo. Ja dat is zo’n beetje een uitlaatklep om te grommelen en die weet wel dat ge dat dan niet meent of zo. Ja, die weet, dat moet van u af en meer dan de helft van wat dat ge zegt, dat meent ge waarschijnlijk niet … En ook als ge een vraag hebt, ze kan u een antwoord geven. Bijvoorbeeld van hoe kan ik dat best strijken of dat. Ja, die helpt u dan ook wel als ge ergens een vraag hebt. … En ik vind het ook plezant dat ze u complimenten geeft. Zo was ik een keer mijn paperassen in orde aan het maken en ze geeft mij dan een compliment van ‘ja, gij kunt dat eigenlijk toch wel goed he’. Dan zeg ik ja, eigenlijk kan ik dat beter dan mama he? (jongere Joske)

Ze betekent eigenlijk veel. Dit geeft me wel dat gevoel van eigenwaarde te hebben en zelfvertrouwen [stilte] en naar het huishouden toe, de opvoeding. Dat is natuurlijk met vallen en opstaan. (moeder Lelie)

Page 139: Thuiscompagnie draaiboek interactief

139

werken dat we voorop stellen. Soms kan er, door aan de buitenkant (op praktisch vlak) orde te scheppen, ook aan de binnenkant terug ordening komen. Maar vaak werkt het net omgekeerd. Vaakmoet er eerst verbinding gelegdwordenvooraleer je aandemeerpraktische zakenkanbeginnen.

Zoals eerder al opgemerkt, is verandering in het relationele niet altijd tastbaar of onmiddellijk herkenbaar. Groei die bereikt is op het relationele niveau is moeilijker aan te tonen. Vandaardathetbelangrijkisomaanhetbeginvanhettrajectte vermelden dat dit een voornaam aspect is van de onder-steuning die wij bieden. Andere hupverleners of gezinnen verwachten soms dat we (snel) iets concreets kunnen aan-tonen. Dat is helaas niet steeds mogelijk, zeker niet als de gezinszorg nog niet zo lang gestart is.

Sommige hulpverleners komen niet (frequent genoeg) in het gezin om de kleine vooruitgang die geboekt is te kunnen zien. Daarom is het belangrijk dat we de kleine en de grotere vooruitgang opdeverschillendeniveausengebieden,ookdoorgevenaananderediensten.Vooruitgangkanzich immers op verschillende gebieden en in de kleinste dingen manifesteren.

Ge verwacht altijd meer. [wat had ge meer verwacht?] Meer dingen kunnen aanpakken in ene keer. Maar dat gaat niet. Dan moet ge de verzorgende dagelijks hebben. Ik wil wel dat dat rapper gebeurt. Persoonlijk zou ik dat liever hebben, dat dat allemaal rapper zou gebeuren. (moeder Lelie)

Page 140: Thuiscompagnie draaiboek interactief

140 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

6. afbouwfase

uitgangspunten van de afbouwfase

We mogen het gezin door de inzet van Thuiscompagnie niet verafhankelijken. We willen daar-entegen net versterkend werken. Daarom is het logisch dat we aandacht besteden aan de afbouw van de ondersteuning. Afbouwen kan op vraag van het gezin, op vraag van de verzorgende, of op vraag van de organisatie. De vraag is ‘Wanneer is zo’n afbouw zinvol en wordt die niet als dezoveelstevertrouwensbreukervaren?’Eengezinisklaarvoorafbouwwanneerer(relatieve)stabiliteit is in het gezin, wanneer er geen nieuwe leervragen meer komen en het gezin de nieuw verworven vaardigheden geïntegreerd heeft. Als het gezin zelf beslist om te stoppen, dan is de afbouwfase doorgaans korter dan wanneer het initiatief om te stoppen uitgaat van de dienst.

Indeafbouwfasewerkenweaanhetloslatenvanhetgezin.Wanneerditgebeurtinwederzijdseovereenstemming, dan verloopt dit op een geleidelijke en stapsgewijze manier en laten we het gezin niet in één keer los. De frequentie waarmee de verzorgende in het gezin komt, loopt terug. Het gezin krijgt de kans om uit te testen of het lukt om de zaken alleen te beredderen. Wanneer hetgezinhervalt,dankandefrequentieweeraangepastworden.Indezefasewordthetdestebelangrijker elementen in te brengen die het sociale netwerk rond het gezin kunnen versterken.

In 59 % van de gezinnen werd de hulp geleidelijk afgebouwd in wederzijdse overeenstemming. In 27 % van de gezinnen werd de hulp op vraag van het gezin plots stopgezet. In 13 % van de gezinnen kwam het initiatief tot stopzetten van de dienst gezinszorg zelf.

taak van de coach in de afbouwfase

In de afbouwfase staat de coach voor verschillende opdrachten:• deafbouwbespreekbaarmaken,• eventueeleentime-outalseennieuwekansinlassen,• afsprakenmakenovertermijnenwijzevanafbouw,• afsprakenmakenovermogelijkenazorg,• zorgvuldigafrondenbijdehulpverleningspartners.

afbouw bespreekbaar makenEigenlijkmoet jealvanbijdeintakeaanafbouwdenkenenregelmatigtussentijdsevaluerenhoe ver het gezin is gekomen. Daar dienen de evolutiebesprekingen voor. Telkens wanneer een doelstelling bereikt is, kan je dat positief benoemen:

Als er geen nieuwe vragen meer zijn en als er stabiliteit is in wat er verworven is, dan start de afbouwfase. Zelfs als het gezin in staat is om zonder hulp verder te kunnen, dan kan afbouwen

Hier wilde je aan werken. Je bent er nu geraakt. Wil je nog meer?

ciJF

eRs

Page 141: Thuiscompagnie draaiboek interactief

141

voor hen angst oproepen. Ze hebben bijvoorbeeld een goede band met de verzorgende, ze is voor hen een steun en toe-verlaat enz. Hoe moet het verder als zij binnenkort niet meer zal komen? Ook dit is deel van een veranderingsproces dat ondersteuning nodig heeft. Het belang daarvan blijkt uit de getuigenissen van ouders en jongeren over het belang van de ondersteuning voor hen, over hun behoefte om het onder-steuningstraject nog verder te zetten.

Ga op zoek naar de elementen die maken dat het gezin bang is voor afbouw. Wat is hun vrees? Bekijkooksamenmethenwieofwathenverderkanondersteunen?Probeerdaarovermetheningesprek te gaan. Bijvoorbeeld:

• Hebbenzeangstomterugindeputtegeraken?• Denkenzehetpraktischewerkalleenaantekunnen?• Hoezithetmethunnetwerk?Hebbenzenogiemandomopterugtevallen?• Hebbenzeiemandwaarzehunhartbijkunnenuitstorten?(cf.derelationeleondersteu-

ning van de verzorgende, ze is ook een gesprekspartner)• …

Ook voor de hulpverleners kan het moeilijk zijn om een gezin los te laten. Bijvoorbeeld als er nog groeikansen liggen of wanneer het goed klikt. Je kan experimenteren met het inlassen van rust-pauzes.Indietijdkomterdangeenverzorgendeenkanhetgezinuitzoekenofzealleenverderkunnen. Dat betekent soms ook dat het nog niet lukt voor het gezin. Wanneer de verzorgende dan terug in het gezin komt, moeten er een aantal stappen ‘terug gezet’ worden. Ze hebben eerder wel geleerd hoe de dingen anders, beter of gemakkelijker kunnen, maar de omstandigheden laten hen niet toe om dat toe te passen. Het kan voor het gezin en/of de verzorgende ontmoedigend zijn om te merken hoe moeilijk het is om verandering te bestendigen. Dit is een moment waarop je als coach ook stil staat bij het effect hiervan op hun motivatie en bij hun hoop voor de toekomst.

Door het afbouwen van het aantal uren dat de verzorgende in het gezin komt, kan men gezinnen geleidelijkaanlosserlaten.Insommigegezinnenishetvoldoendeomnogeenséénkeeromdetwee maanden binnen te springen. De dienst probeert dan contact te blijven houden zodat er onmiddellijk kan gereageerd worden als het fout dreigt te lopen.

afbouwen op vraag van het gezinWanneer het gezin vragende partij is om de hulp stop te zetten, dan kan dit erg snel gaan. Als de verzorgende te dicht bij gekomen is of iets heeft gedaan waardoor de gezinsleden zich bedreigd voelen, zullen ze het signaal geven dat ze onmiddellijk willen stoppen. Als zo’n incident de aanleiding is, dan zal de coach altijd met het gezin contact opnemen om dat uit te praten. Ook de verzorgende wordt daarbij betrokken zodat ze daaruit kan leren.

Nee, we kunnen die niet meer missen. [Waarom niet?] Ja, die is keilief en zo en dan, ja, dan hebben we toch één keer in de week iemand die mama helpt met kuisen zo. (jongere Xena)

Aan de ene kant denk ik van, het zou misschien wel lukken. Maar soms als ik dan zo kijk, als ze [de verzorgende] dan even niet is geweest, dan heb ik van ja, je mag wel weer komen omdat het toch … Soms heb je zo van die hele hectische dagen opeens. En ja, dat de kleintjes ..., dan kan ik de hulp echt wel best gebruiken. Maar ik merk wel dat er een hele vooruitgang is geweest. Maar ja, ze mag nog wel even blijven komen. (moeder Christina)

Als Leen [de verzorgende] zou stoppen dan ben ik boos. Ja toen de andere verzorgende hier was, dan was ik in paniek. Leen die weet alles, die kent de gewoonten. Als ik er niet ben en Leen is bij de kinderen, dan ben ik er gerust in. Ik weet hoe ze met de kinderen is. Ik vertrouw er op. Ik zie goede dingen van de verzorgende. Dat is belangrijk dat het dezelfde blijft. (moeder Banu)

Page 142: Thuiscompagnie draaiboek interactief

142 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

Eensnellestopzettingopvraagvanhetgezinhoeftnietaltijdeentekenvanmislukkentezijn.Soms wordt dit in de hand gewerkt door omstandigheden waar we geen vat op hebben of heeft het gezin gewoon andere prioriteiten. Bijvoorbeeld:

afbouwen op vraag van de verzorgendeAls de verzorgende het gevoel heeft dat het gezin staat waar het moet staan en ze zichzelf overbodig begint te voelen, dan zal de verzorgende, in overleg met het gezin, afbouw voor-stellen. De coach toetst dan eerst met de verzorgende af of alles goed gaat in het gezin en waarom ze zich overbodig voelt.Erwordtookgekekennaarwaarhetgezinstaat.Watisergeleerd? Isdat routinegeworden? Isergeenmotivatiemeer?

Decoachzalookingesprekgaanmethetgezin.Ineeneerstefase zal de verzorgende minder vaak dan voorheen naar het gezin gaan. Het wordt opgevolgd en na verloop van tijd, als alles goed blijft gaan, kan het gezin worden losgelaten.

Een verzorgende was op eigen houtje de berging beginnen opruimen en had zonder overleg ‘rommel’ weggegooid. Maar voor het gezin was dat helemaal geen rommel. Daar is de verzorgende echt over een grens gegaan. De coach heeft nog geprobeerd om het gezin te overtuigen om met een andere verzorgende verder te gaan omdat er echt nog noden en mogelijkheden waren. Maar dat lukte niet: er was geen vertrouwen meer in de dienst.

Christiane volgt een opleiding polyvalent verzorgende. Volgend jaar doet ze haar laatste module. Christiane geeft zelf aan dat ze nu verder kan. ‘Het zou te gek zijn dat ik op een ander ga werken en dat jij dan hier mij komt helpen.’ De verzorgende komt in dit gezin al zes jaar en er is dus een hele lange weg afgelegd.

Jos en Magda beslissen zelf om te stoppen. De coach zag ook dat Magda daaraan toe was. Ze kregen twee keer per week hulp en het ging goed. Afbouwen naar één keer per week was financieel niet haalbaar. Jos en Magda wilden meteen stoppen omdat er een nieuwe verwarmingsketel gekocht moest worden. De coach belt sporadisch om te horen hoe het gaat. (nazorg)

De verzorgende is gestopt omdat Riet in therapie is gegaan. Daar is geen afbouw geweest, dat ging eerder bruusk. Riet is al een hele tijd depressief. Doordat haar dochtertje een ernstig ongeval heeft gehad, heeft ze beseft dat ze toch nog iets heeft om voor te leven. Daardoor heeft Riet eindelijk de kracht gevonden om in therapie te gaan. Ze gaat nu drie dagen per week naar een dagcentrum voor psychiatrische begeleiding. Als daar nog een dag met de verzorgende bijkomt, dan is dat voor haar teveel. De boodschap naar Riet is duidelijk: we zijn er om je verder te helpen totdat je verder kunt. Riet weet dat ze altijd de vraag opnieuw mag stellen.

Fiona en haar man zetten de hulp stop vlak voor de zomervakantie. Vakantietijd is nu eenmaal geen tijd om te werken. De kinderen zijn thuis, en ze kijken wat minder op de klok. Het ritme vertraagt. En met het mooie weer willen ze graag vrij zijn om weg te gaan wanneer ze dat willen. Als de verzorgende komt moeten ze aanwezig zijn: dat betekent dus thuisblijven. Als ze later terug hulp nodig hebben, dan nemen ze terug contact op.

Page 143: Thuiscompagnie draaiboek interactief

143

afbouwen op vraag van de organisatieHet is onmogelijk om de behoeften van het ene gezin af te wegen tegenover de behoeften van een ander gezin als de middelen ontoereikend zijn om iedereen naar behoefte te bedienen. Binnen Thuiscompagnie werken we niet met standaardtrajecten waarbij voor iedereen een minimaal of maximaal aantal maanden hulp is voorzien. De coach moet zich, samen met de verzorgende, steeds de vraag stellen of de inzet van een getrainde verzorgende een meerwaarde blijft hebben.Erkomenaltijdnieuweaanvragenbinnen,ookvoorThuiscompagnie.Danmoeteropeenbepaaldmoment gekeken worden of bij de gezinnen die al een tijdje ondersteuning krijgen, minder kan gewerktworden.Ermoeteenkeuzewordengemaakt:gaanweeengezinkunnenlossenomeenander te helpen of gaan we dat nieuwe gezin naar een andere dienst doorverwijzen? Daarom is het belangrijk van begin af aan in te calculeren dat er een moment komt waarop het gezin kan of moetwordenlosgelaten.Inhoofdstuk11gaanwehieropdieperin.

Voorhulpverlenersiscliëntenloslatensomsmoeilijk.Daaromishetnietonverstandigommetmeerdere mensen, vanuit verschillende perspectieven, naar de gezinnen te kijken. Als in een organisatie meerdere diensten of teams bij het gezin betrokken zijn, dan wordt het gezin vanuit verschillende perspectieven gevolgd: de coach, de verzorgende, het diensthoofd van de sociale dienst en het diensthoofd van de dienst gezinszorg. Het is belangrijk om een ‘scheidsrechter’ aan te duiden die de knoop kan doorhakken voor situaties waarbij de visies uit elkaar blijven lopen.

Looptijd van het ondersteuningstrajectIn de periode 2011 -2013 werd de ondersteuning in 45 % van de gezinnen (N=155) afgebouwd. 13 % van deze 69 gezinnen stopten tijdens de start-fase (in de eerste maand). In 28 % kon de hulp binnen een half jaar na de start worden stopgezet. In 20 % van deze gezinnen was een verzorgende maximaal een jaar actief. 16 % werd afgebouwd na 1,5 jaar, 13 % na 2 jaar. In 7 % van de gezinnen was de verzorgende meer dan 2 jaar actief. Maar vooral de looptijd van de nog lopende trajecten maken duidelijk dat Thuiscompagnie een ‘langdurig’ proces is. In 37 % loopt het traject al tussen de 12 en 23 maanden, in 27 % twee jaar of meer.

Bij een alleenstaande mama met twee kinderen werd twee halve dagen per week een verzorgende ingezet. Het voornaamste doel was structuur brengen in het gezin. Die abstracte vraag werd door mama vertaald naar heel concrete zaken. Het traject werd afgebouwd omdat de verzorgende het gevoel had dat het gezin verder kon zonder haar ondersteuning. De mama had inmiddels werk gevonden. De moeder van de mama was ondertussen ook voldoende hersteld om haar dochter verder te ondersteunen.De hulp werd geleidelijk afgebouwd van twee keer in de week, naar één keer in de week, daarna naar één keer om de 14 dagen. Daarna viel de hulp van de verzorgende volledig weg.De mama neemt deel aan een groepswerking van het OCMW zodat de coach haar nog regelmatig ziet (nazorg).

Waarom dacht de verzorgende aan afbouwen? Op basis van welke signalen?• Er kwamen steeds minder praktische vragen van mama.• De vragen die er nog zijn, zijn vooral opvoedingsvragen waar de verzorgende niet de meest

geschikte ondersteuningspersoon voor is.• Mama had terug de kracht gevonden om het zelf te doen. De verzorgende voelde zich minder

nodig. Als ze in huis kwam, dan had mama dikwijls al veel werk gedaan.• Er was terug ondersteuning mogelijk vanuit het eigen netwerk.

ciJF

eRs

Page 144: Thuiscompagnie draaiboek interactief

144 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

time-out als nieuwe kansHulp aan huis is heel ingrijpend. Hoe goed we ook ons best doen om op maat en tempo van het gezin te werken, als de verzorgende in huis is, hebben mensen toch het gevoel dat ze zich moeten aanpassen, iets moeten doen waar ze misschien geen zin in hebben, zich anders moeten gedragendanzegewoonzijn.Erwordtimmersaltijdietsvanjeverwachtendatkanheelver-moeiend zijn. Al maak je van ‘in de zetel liggen’, ‘in de zetel zitten als de verzorgende er is’…erwordt altijd ‘iets’ verwacht. Dat mensen even onder dat ‘opgelegde’ regime uitwillen, kan ook meespelen bij de vraag om de hulp stop te zetten. Soms is dit gewoon een vraag naar een rust-pauze. Ga daar positief op in en analyseer de situatie samen met de verzorgende. Zo wordt het voor de verzorgende ook duidelijk dat ze niet heeft gefaald. Laat het gezin weten dat ze altijd opnieuw een vraag mogen stellen.Erzijnsituatieswaarinhetonmogelijk isomdeverzorgendenogverder inhetgezin te latenwerken. Bijvoorbeeld als de veiligheid van de verzorgende in het gedrang komt of als er een ernstige crisissituatie in het gezin is. Dan moet afgewogen worden welke andere opties er zijn.

Dit hoeft niet altijd te betekenen dat de hulp definitief eindigt. Soms kan het nodig zijn om de hulp tijdelijk te onderbreken, zodat het gezin de kans krijgt om hun situatie zelf terug in handen te nemen. Wanneer er weer voldoende garanties zijn dat de verzorgende op een zinvolle manier met hen aan het werk kan, dan is het mogelijk om de hulp weer te hervatten.

Alscoachishetbelangrijkdatjeditprocesbegeleidt.Voordatdehulpterugvanstartgaat,her-neem je in feite een aantal stappen van het intakeproces. Wat is de vraag van het gezin op dit moment?Isgezinszorghierophetjuisteantwoord?Zijndeomstandighedenwerkbaarvoordeverzorgende? Bekijk, zowel met het gezin als met de verzorgende, of het aangewezen is dat de vertrouwde verzorgende terug in het gezin gaat of dat er gekozen wordt voor iemand anders.

afspraken maken over termijn en wijze van afbouwSamen met het gezin maak je duidelijke afspraken over de wijze waarop de hulp wordt afgebouwd.

Wordt er geleidelijk aan afgebouwd? Zo ja, op welke manier wordt de hulp dan aangepast? Welke punten willen ze in die laatste fase zeker nog opnemen? Welke voorwaarden moeten er gecre-eerd worden, zodat het gezin alleen verder kan?

Wordteronmiddellijkgestopt?Wanneerstoptdehulpprecies?Isernogeenmogelijkheidomafscheid te nemen van de verzorgende? Ook voor de verzorgende is het belangrijk dat ze het goed kan afronden. Dit is niet altijd mogelijk wanneer de hulp bruusk stopt.

afspraken maken over nazorgNazorgbestaateigenlijknietbinnendedienstengezinszorg.Op dit terrein is het dus ook zoeken naar mogelijkheden om daar ruimte voor te creëren. Die nazorg moet niet intensief zijn. Af en toe binnenspringen of een telefoontje doen om te kijken hoe het gaat, kan voor de mensen een geruststelling zijn.

zorgvuldig afronden bij hulpverleningspartnersAls het op de andere levensdomeinen beter gaat, dan zal het huishouden waarschijnlijk ook wel lukken. Als er al een tijd in een gezin is gewerkt en er zijn positieve resultaten, dan bestaat de kans dat alle hulpverleners tegelijk afbouwen want ‘het gaat toch beter’.

Als je van oordeel bent dat een gezin zonder ondersteuning van gezinszorg verder kan, dan moet je inschatten hoe de andere hulpverleners rond het gezin bewegen. Ook het effect van het stoppenvandeondersteuningopdeanderelevensdomeinenmoetjeinschatten.Isdekansgrootdat de structuur die in het huishouden was binnengebracht, niet in stand gehouden kan worden

Ja, nazorg. Dat ze ook bijvoorbeeld, als degene die dan komt en die ziet dat dat terug achteruit gaat, dat die dan de verzorgende terug efkes kan inschakelen. Dat dat niet terug … (moeder Lelie)

Page 145: Thuiscompagnie draaiboek interactief

145

wanneer er terug of nieuwe problemen opduiken? Dit wijst op het belang van een geleidelijke afbouw. Het gezin moet regelmatig nog contact hebben met een vertrouwenspersoon. Het Lokaal Cliëntoverleg kan die afstemming mee mogelijk maken.

De coach moet met een overschouwende blik kunnen kijken en nagaan of de mensen het wel kunnen redden zonder directe ondersteuning. Je bespreekt met de verzorgende: ‘Wat denk je dat het gezin nog nodig heeft om zelfstandig te kunnen functioneren?’ Met het gezin wordt besproken: ‘Wat heb je nodig om alleen verder te kunnen?’ Je bespreekt met hen waarin ze nog ondersteuning wensen voordat de hulp effectief gestopt wordt. Het kunnen soms kleine dingen zijn die mensen over de drempel helpen om het zelfstandig te proberen.

taak van de verzorgende in de afbouwfase

De afbouwfase is een periode waarin gezinnen kunnen uitbollen zodat ze in hun zelfstandig-heidnogkunnengroeien.Indezeperiodekomtdeverzorgendewelnoginhetgezin,maarfocustze op andere vaardigheden. De nadruk in haar werk ligt nu op:

• regelmatigstilstaanbijwathetgezinzelfkan,• pratenoverwathetgezintegenhoudt,waarzebangvoorzijn,• manierenzoekenombestaandenetwerkenteversterken,• oprechtetevredenheidtonenmetwathetgezinheeftbereikt.

regelmatig stil staan bij wat het gezin zelf kanHet gezin heeft in de afgelopen periode veel geleerd. Waarschijnlijk was dit met vallen en opstaan.Er isnueenpuntbereiktwaarophetgezineennieuwedraaigevondenheeft inhetomgaan met de praktische beslommeringen. De knelpunten van vroeger raken stilaan opgelost. De verzorgende kan hier met het gezin bij stilstaan. Soms ziet het gezin zelf niet welke vooruit-gang ze gemaakt hebben en is het goed dat de verzorgende hen hierin bevestigt.

Praten over wat het gezin tegenhoudt om zonder hulp verder te gaanDoordat de verzorgende intensief met het gezin gewerkt heeft, is ze een vertrouwensfiguur geworden. Ze was betrokken bij de ups en downs die het gezin meegemaakt heeft. Zowel voor het gezin als voor de verzorgende kan het moeilijk zijn om de hulp los te laten. Maar uiteindelijk is dit het moment waar we naartoe gewerkt hebben: het gezin heeft weer genoeg eigen mogelijk-heden om het alleen te doen. Dat is positief.

Als de verzorgende de indruk krijgt dat het om een onverklaarbare reden met een gezin plots bergaf begint te gaan, dan kan dit een signaal zijn dat het gezin vreest dat de ondersteuning afge-bouwd zal worden. Het wegvallen van een vertrouwensfiguur kan angst oproepen. De verzor-gende kan stil staan bij wat hen tegenhoudt om de hulp los te laten en bij wat er nog nodig is om

hen voldoende zelfvertrouwen te geven om zonder hulp verder te kunnen.

Manieren zoeken om het net-werk te versterkenIndeafbouwfasekandeverzor-gende ook extra aandacht geven aan mogelijke verbredingen van het netwerk van het gezin. Dit kan gaan over het versterken van een bestaand netwerk of het verbreden van het netwerk (bv. uitbreiden van externe hulpbronnen).

Page 146: Thuiscompagnie draaiboek interactief

146 sTappen in heT ondeRsTeuningspRoces

Afhankelijk van de behoeften en interesses van het gezin, kan er gezocht worden naar alterna-tieven. Dit kan gerelateerd zijn aan hulpverlening (bv. groepswerk, budgetbeheer, opvoedingson-dersteunende initiatieven) of kan ook buiten het hulpverleningscircuit gezocht worden (bv. een vereniging waar ze kunnen bij aansluiten, buurtcentrum, vrijwilligerswerk) waarbij de gezins-leden een voor hen zinvolle bijdrage kunnen leveren. Het is een kwestie van zoeken en contact leggen.RapopStapkanhiererggoedbijhelpen(ziehoofdstuk4).

Decoachblijftindeafbouwfaseopdeachtergrondsteedsondersteunendaanwezig.Indienditgewenst is, dan kan zij een actievere rol opnemen. Dit kan bijvoorbeeld door de eerste contacten met hulpverleningsinstanties te leggen en te waarborgen dat het gezin voldoende begeleiding krijgt bij de overdracht.

Oprechte tevredenheid tonen met wat het gezin heeft bereiktAls de ondersteuning wordt stopgezet op vraag van het gezin, dan is het belangrijk dat de verzor-gende oprecht tevreden is voor wat het gezin heeft bereikt. Als de verzorgende de vooruitgang kan zien, dan moet ze dat ook gemeend zeggen: ‘Jullie zijn echt vooruitgegaan. Het was fijn om met jullie te werken’. Dat kan alleen als de verzorgende aanvaardt dat mensen hun leven leiden zoals ze dat leiden. Dat de hulp wordt afgebouwd, kan dan voor het gezin een bevestiging zijn dat de verzorgende in hen gelooft. Dat kan de duw in de rug zijn die het gezin achteraf misschien nodig heeft om terug ondersteuning te vragen als ze het nodig zouden hebben.

81 % van de gezinnen waar Thuiscompagnie werd afgebouwd, was tevreden over haar evolutie. De coach was in 69 % van de afgebouwde gezinnen tevreden met de gemaakte vooruitgang.

ciJF

eRs

Page 147: Thuiscompagnie draaiboek interactief

147

motivatie en vooruitgang zijn onlosmakelijk met elkaar

verbonden. motivatie en vooruitgang realiseren en zien vraagt een krachtgerichte blik

van al de betrokkenen. Rekening houden met de betekenis en de maatschappelijke context zijn

daarbij sleutelbegrippen.

7motivatie enVooRuiTgang

Page 148: Thuiscompagnie draaiboek interactief

148 moTiVaTie en VooRuiTgang

Page 149: Thuiscompagnie draaiboek interactief

149

1. inleiding

Het gezin, de verzorgende, de coach en de organisatie doorlopen een veranderingsproces. Thuis-compagnie beoogt dat elk van hen sterker wordt om adequaat om te gaan met de situaties die zichvoordoen.Vooruitgangenmotivatiezijnsterkmetelkaarverbonden.Erkangeenvooruit-gang zijn zonder motivatie en er kan geen motivatie zijn zonder perspectief op vooruitgang.

Deverzorgendespantzichinomhetgezingoedteondersteunen.Zewilnietalleeninvoegen;ze wil ook toevoegen. Maar dit kan slechts stapsgewijs en met mondjesmaat, op het tempo van het gezin. Samen kijken naar waar er vooruitgang wordt geboekt, zowel bij het gezin als in het persoonlijk ontwikkelingsproces van de verzorgende, is noodzakelijk om de verzorgende gemo-tiveerd te houden.

Het gezin stelt zich open voor de verzorgende. De verzorgende brengt verandering binnen. Maar wat de verzorgende binnenbrengt, werkt veelal maar traag door. Wie wil forceren, wordt de deur gewezen. De verzorgende brengt alternatieven binnen maar de keuze (de beslissing) ligt bij het gezin. Dit is de enige manier waarop veranderingsprocessen naar meer autonomie zich kunnen voltrekken.

Eenbrugslaantussengekwetstemensenendesamenlevingiseenenormmoeilijkeopdracht.Als we nuchter en met een niet-veroordelende blik kijken, dan valt op hoe zwaar de eisen zijn die de samenleving aan maatschappelijk kwetsbare gezinnen oplegt. Wie oog heeft voor die realiteit begrijpt dat hoezeer mensen zich ook inspannen, ze aan die hoge verwachtingen niet kunnen voldoen. Hulpverleners, coaches en verzorgenden zijn vertegenwoordigers van die samenleving. Daarom wijden we verder uit over de ‘lat’ die we gebruiken om van vooruitgang te spreken.

Pas als de verschillende betrokkenen zich van een aantal vanzelfsprekendheden los kunnenmaken, kunnen ze vooruitgang in al zijn facetten zien. Dat kan hen voldoening geven en helpen om het vol te houden. Op die manier krijgt het gezin de waardering die nodig is om te komen tot een eigen keuze voor verandering en om dat veranderingsproces met vallen en opstaan aan te gaan.

Page 150: Thuiscompagnie draaiboek interactief

150 moTiVaTie en VooRuiTgang

2. moTivaTie als moTor van verandering

VolgensVanDale staatmotivatie voor ‘het geheel van factoren (ook aandriften en beweegre-denen) waardoor gedrag gestimuleerd en gericht wordt’. Motivatie beïnvloedt de intensiteit en de volharding van wat mensen doen. Omdat Thuiscompagnie werkt naar verandering is motivatie een centraal begrip. Die motivatie moet er niet alleen zijn bij het gezin. Zonder de motivatie van de verzorgende, haar dienst en andere betrokken hulpverleners werkt het niet. Motivatie is geen rechtlijnig verhaal: ze kan wegvallen en ze kan weer opgekrikt worden. Motivatie is een werkwoord.

motivatie in het gezin: een ‘vraag’ naar ondersteuning

Thuiscompagnie richt zich tot gezinnen die ondersteuning wensen. Soms komt de vraag naar ondersteuning van de gezinnen zelf. Ze willen bijvoorbeeld concrete hulp bij het huishouden of bij de papieren, ze willen kunnen ventileren of ze willen dat iemand meegaat om dingen te regelen.

Bij andere gezinnen komt die ondersteuningsvraag niet onmiddellijk of niet alleen van henzelf. Elementenvanexternemotivatiespelendanmee,ookalisergeensprakevanexplicietedwang.Eengezindurftbijvoorbeeldnietweigerenwateenhulpverlenervoorsteltomhemnietteleurtestellen. Of een gezin laat zich overhalen door de herhaaldelijke opmerkingen van familieleden ‘dat het zo niet verder kan’.

Het is niet altijd gemakkelijk om meteen duidelijk te krijgen of een gezin steun vraagt omdat ze dat zelf willen of omdat anderen rondom hen dat willen (zie hoofdstuk 6). Het is niet omdat een hulpverlener of een familielid vindt dat gezinszorg ingezet moet worden, dat het gezin dat zo

Ik heb een tijd gehad dat ik het niet meer aan kon. Ik ben ook geen gezonde persoon, en 2 kinderen in huis, dan weet je het wel. … Ik ben eigenlijk eerst via de ziekenkas gegaan, maar dat kostte mij te veel. En toen ja, via het ocmw eens navraag gedaan bij de sociale dienst. (moeder Lisa)

Ik had nood aan gesprekken, aan iemand die luisterde ook. Omdat mijn ex, die ja, die hielp mij niks. Die kwam thuis en die ging op de zetel liggen of die was altijd op de weg. Dan heb je zelf ook geen moed niet meer om nog zelf iets te doen. Alles liep in het honderd. Dan met kinderen, en ja ik kropte alles op. Dan is gezinshulp de eerste keer gekomen en die klik was er direct en dat heeft mij, ja, enorm veel geholpen. (moeder Femke)

Daar hebben wij eigenlijk zelf bewust voor gekozen, omdat mijn ouders die zeiden van ‘kijk eens wat een was dat hier allemaal ligt.’ (vader Witte)

Er was een vergadering, ja een LCO [Lokaal Cliëntoverleg], ja en daar werd dan gezegd voor meer hulp. (moeder Banu)

Page 151: Thuiscompagnie draaiboek interactief

151

ziet. Of het is niet omdat één van de ouders ondersteuning nodig vindt, dat de andere ouder dat vindt.TochkanThuiscompagnieookindezegezinneningezetworden.Vanafhetmomentdaterminstens één element aanwezig is dat kan groeien naar een intrinsieke motivatie of dat minstens één gezinslid ergens een vage wens heeft om te leren hoe bepaalde dingen kunnen gebeuren, dan kan Thuiscompagnie met dat gezin aan de slag.

Weet dat de meeste gezinnen aanvankelijk eerder argwanend zullen staan tegenover ondersteu-ning en het als een inbreuk op hun privacy ervaren. De startmotivatie is veelal een mix van gevoelens zoals zich mislukt, beschaamd of onder druk gezet voelen. Toegeven aan de buitenwe-reld dat iets niet lukt, is heel bedreigend. Die buitenwereld zou dat kunnen aangrijpen om hen te straffen of hen te vernederen. Door op een authentieke manier te communiceren zal je die angst kunnen doorbreken.

We verwachten niet dat het gezin onmiddellijk haarfijn kan verwoorden wat dat nu precies is of wat zij willen veranderd zien. Mensen uit de nabije leefomgeving van het gezin kunnen daarbij soms helpen. Als het gezin een steunfiguur heeft (bv. familielid, vriend, buurman), dan kan het zinvol zijn om die persoon, mits toestemming van de familie, ook even te spreken. Steunfiguren kunnen immers soms onder woorden brengen waar het gezin nog geen woorden voor heeft. Dat kan helpen om de opdracht voor de verzorgende mee vorm te geven. Schuif die steunfiguren niet aan de kant. Laat hen de taken die ze opnemen verder opnemen.

Tegelijkertijd moeten we voorzichtig zijn met werkpunten of veranderingsvoorstellen die anderen, mensen uit het informele of formele netwerk, aanreiken. Het is niet omdat bijvoorbeeld een familielid of een hulpverlener iets super belangrijk vindt, dat het gezin dat een prioriteit vindt. Het gezin heeft altijd al zijn plan getrokken. De wijze waarop het gezin dat tot nu toe deed, is voor buitenstaanders misschien raar, maar werkt wel voor het gezin. Het is de kunst om uit te zoeken over welke punten bij het gezin een veranderingswens bestaat. Wat zou het gezin anders willen? Waaraan willen de gezinsleden werken? Deze vragen moeten doorheen het hele onder-steuningsproces worden gesteld (zie hoofdstuk 6). Wat aanvankelijk een werkpunt was, is dat na 2maandennietmeerofnieuwedoelenkunnenzichbijhetgezinopdringen.Eeninstrumentdatje kan helpen om veranderingswensen in beeld te krijgen en tot een gemeenschappelijke kijk en aanpak te komen is het participatief stappenplan. Je kan dat terug vinden in .

motivatie bij de verzorgende en de medewerkers van de dienst

Het is zonder meer belangrijk dat de verzorgende gemotiveerd is om versterkend en verbindend met de gezinnen aan de slag te (blijven) gaan. Ze moet daarin door haar dienst ondersteund worden. Dit betekent dat ook de medewerkers van de dienst overtuigd moeten zijn van de waarde van het versterkend en verbindend werken en gemotiveerd moeten zijn om die aanpak en visie mee uit te dragen (zie hoofdstuk 2). Het belang van die ondersteuning komt des te scherper in beeld wanneer de motivatie bij één van de betrokkenen, hetzij het gezin, hetzij de verzorgende, onder druk komt te staan.

EeninstrumentdatindieondersteuningingezetkanwordenisdeveranderingscirkelvanPro-chaska en DiClemente.

Ook al is in het begin de motivatie bij iedereen groot, soms komt er een terugval. Bijvoorbeeld: Het gezin is het beu, ze zijn moe, de problemen blijven enz. De verzorgende vraagt zich af: Is er een verschil? Wat doe ik hier? Ik doe het niet goed genoeg, ik zie geen resultaat enz. Als het gezin minder gemotiveerd is, dan heeft dit zijn gevolgen op de motivatie van de verzorgende en omgekeerd. Dat maakt het zo belangrijk dat iemand van de dienst (bv. een coach) het gezin en de verzorgende daarin kan ondersteunen.

Page 152: Thuiscompagnie draaiboek interactief

152 moTiVaTie en VooRuiTgang

3. gedragsverandering is een proces: de cirkel van prochaska en diclemenTe

Het gezin, de verzorgende en de coach stappen in een veranderingsproces. Doel van dit ver-anderingsproces is een betere levenskwaliteit. Meer zelfvertrouwen, dingen anders aanpakken, nieuwe inzichten, een andere blik, meer sociale contacten enz. zijn elementen die daartoe kunnen bijdragen. Samen met de verzorgende zet het gezin stappen om dat waar te maken.

Prochaska enDiClemente (1992, inHoeven, z.d.)1 ontwikkelden een fasenmodel dat in beeld brengt wat er gebeurt met mensen die in een veranderingsproces zitten. Ook al is dit model niet vrij van kritiek (zie o.a. Bartelink, 2013)2, het reikt een vereenvoudigd kader aan dat hulpverle-ners en cliënten helpt begrijpen hoe mensen hun gedrag veranderen. Het biedt een gemeenschap-pelijke taal om over gedragsverandering te spreken en kan hulpverleners een houvast bieden om mensen te helpen veranderen. Dit model omvat een verwijzing naar processen die mensen helpen om van de ene fase naar de andere fase over te gaan. Het betreft enerzijds gedragsmatige processen en anderzijds cognitieve of op ‘het denken’ gebaseerde processen (bv. bewustwor-ding, emotionele opluchting, herbeoordeling van zichzelf en de omgeving). Dit model benadert gedragsverandering niet als een alles of niets verhaal. Het laat toe om over verdere begeleidings-mogelijkheden en beperkingen te onderhandelen3.

de fases in de veranderingscirkel

DeveranderingscirkelvanProchaskaenDiClementebevat6fases4: (1) de voorbeschouwing of hetvoorstadium,(2)deoverpeinzingofhetoverwegen,(3)debeslissing,(4)deactieveverande-ring of de actie, (5) de stabilisatie of het volhouden en (6) de terugval.

Thuiscompagnie baseert zich evenwel op de aangepaste versie van Hoeven (z.d.)5, waarin de vol-gende 6 fases onderscheiden worden:

(1) voorbeschouwing,(2) overpeinzing,(3) voorbereiding,(4) beslissingsfase,(5) actieve verandering,(6) stabilisatie.

Indeeerstefase,devoorbeschouwing(1),isdepersoonzichnietbewustvaneenprobleemofbesteedthijergeenaandachtaan.Inelkgevalishijnietgeneigdietsteveranderen.Weerstandis kenmerkend voor deze fase.

Indefasevandeoverpeinzing(2)wordthijzichbewustvanhetprobleem,maarwordt‘deoplos-sing’ of wat kan bijdragen tot verandering, nog buiten zichzelf gelegd. Hij legt de voordelen en de nadelen in de weegschaal. Afhankelijk van wat doorweegt, zal hij beslissen om zijn gedrag aldannietaantepassen.Indezefasegaathijnogniettotactieover.Dezefaseiszeerbelangrijken kan lang duren.

Page 153: Thuiscompagnie draaiboek interactief

153

Indevoorbereidende fase (3)wordenalleoplossingenofalternatievenopeen rijtjegezet.Hijkan daar pas toe komen als hij zich bewust is van het probleem, dat als een probleem erkent en voldoende vertrouwen heeft in zijn mogelijkheden om te veranderen. Manieren van aanpak die vanuit de persoon zelf komen, hebben meer kans op slagen.

Indebeslissingsfase (4)maakteenpersooneendefinitievekeuze tussendealternatieven.Dekracht van deze fase ligt in het feit dat de betrokkene zelf de volledige verantwoordelijkheid neemt voor zijn beslissing. Bijvoorbeeld: ‘Ik ga het zo proberen.’

Indeactieveveranderingsfase(5)brengtdepersoonzelfwijzigingenaaninzijngedragofomge-ving.Indezefasezijndeveranderingenhetmeestzichtbaarenkrijgtdepersoonmeestalveelerkenning uit zijn omgeving. Het nieuwe gedrag kost wel nog veel inspanningen.

Pasalshetnieuwegedraggeïntegreerdisinhetdagelijkslevensprekenwevanstabilisatie(6).De persoon doet inspanningen om herval te voorkomen en om het nieuwe gedrag te consoli-deren.Erzijnverschillendemogelijkheden:ofwelslaagthijerinterugvaltevoorkomenofwelvervalt hij terug in oude (gedrags)patronen. Dan kan het proces weer opnieuw beginnen.

een cyclisch proces waar terugval mogelijk is en dat desalniettemin hoopvol stemt

Gedragsverandering loopt niet in een rechte lijn tussen een duidelijk begin- en eindpunt of van fase 1 tot fase 6. Het is een cyclisch proces. Dat betekent dat de ene fase niet altijd automatisch op de vorige aansluit en dat terugval naar een eerdere fase of terugvallen op oud gedrag mogelijk is. Terugval is in elke fase mogelijk. Juist dat realisme maakt hun schema zo hoopvol. Terugval naar het oude gedrag moet niet als negatief worden gezien, maar eerder als een leermoment. Herval betekentimmersnietaltijdeenvolledigeterugval.Erzijnaltijd(kleine)elementendiewelgoedblijven lopen. Bovendien kunnen mensen leren uit hun fouten. Bijvoorbeeld dat de oplossing die ze kozen niet de beste resultaten opleverde.

Indiezinbeweegtiemanddiezijngedragprobeertteveranderen,nieteeuwigindezelfdecirkel,maar in een opwaartse spiraal. De meeste mensen doorlopen het proces enkele keren vooraleer een definitieve gedragsverandering te bereiken. Als je weet in welke fase de cliënt zich bevindt, dan kan je je ondersteuning daar op afstemmen. Doorloop de stappen niet te snel. Als je mensen forceert, zal de verandering niet duurzaam zijn.

hoe passen we de veranderingscirkel toe in thuiscompagnie?

We gebruiken de cirkel van verandering om van op afstand te kijken naar wat er gebeurt achter het concrete ‘doen en praten’. We staan stil bij wat er voorafgaat aan gedragsverandering.

De fases kunnen in de tijd soms dicht op elkaar zitten of in een andere chronologie voor-komen.Inderealiteitvandegezinszorgspringenweimmersvaakvanfase2(overpeinzing)naar 5 (de verzorgenden is al bezig met het samen doen) juist omdat dat samen doen cruciaal is omfase3(voorbereiding)en4(beslissingsfase)tekunnendoorlopen.Deverschillendegezins-leden kunnen die fases op een verschillend tempodoorlopen.Probeeriedereenopzijnmaattebetrekken bij het veranderingsproces. Met moeder op weg gaan zonder vader een plek te geven, zal vroeg of laat tot botsingen leiden. Als we duurzame verandering willen bereiken (fase 6 stabilisatie), zullen we altijd fase 2 (overpeinzing) moeten doorlopen. Daarom is het nuttig even vanuitditkadernatedenkenofervoldoendenaardegezinsledenisgeluisterd.Vanuitdatluis­teren kan je immers duidelijk worden waarom bepaalde dingen mogelijks niet lukken en kan je handvatten vinden om terug op gang te trekken wat vastgelopen is. Dit kader kan je gesprekken met het gezin helpen structureren en zorgt ervoor dat je aandacht blijft houden op wat coach en verzorgende moeten doen. Dat is niet meteen een resultaat neerzetten in de vorm van een ‘Spic

Page 154: Thuiscompagnie draaiboek interactief

154 moTiVaTie en VooRuiTgang

&Spanblinkendhuis’,welhetgezinstimulerenenondersteunenomvanhunhuishunthuiste maken.

De hierna volgende beschrijving van aandachtspunten focust op het gezinsperspectief. Ze zijn evenzeer van toepassing op de verzorgenden en de coach.

elke verandering gaat gepaard met afscheid nemenHet inzetten van verzorgenden in maatschappelijk kwetsbare gezinnen introduceert in het gezin een veranderingsproces. Zelfs als het gezin in eerste instantie vragende partij was, moeten we rekening houdenmetmogelijkeweerstand. Elke verandering brengt stress en angst voor hetonbekende met zich mee. Wie alles in het werk heeft moeten stellen om zijn hoofd boven water te kunnenhouden,zaldieoplossingennietzomaardurvenloslaten.Indiezinzijndeverschillendestadia die doorlopen worden, herkenbaar bij de gezinnen die we via Thuiscompagnie begeleiden.

Elkeveranderinggaatgepaardmetafscheidnemen.Elkgedragheeftimmersvoor-ennadelen.Zo heeft gedrag dat voor de coach of verzorgende nadelig lijkt, voordelen voor het gezin. Anders zouden zij dat gedrag niet stellen. Geef erkenning aan wat goed loopt en vergeet niet te benoemen watbehoudenkanblijven.Nietallesmoetimmersveranderen.

gebrek aan motivatie is geen reden om niets aan te biedenHet is niet omdat wij willen werken met gezinnen die zelf een vraag naar steun hebben, dat de motivatieomteveranderenalvanbijaanvang100%aanwezigmoetzijn.Erzullenaltijdwelelementenvanexternemotivatiemeespelen,ookalsergeensprakeisvanexplicietedwang.Eengezin durft soms geen hulp weigeren om een hulpverlener niet teleur te stellen. Zodra je min-stens één element ziet dat kan groeien naar een intrinsieke motivatie, kan je met het gezin aan de slag (zie hoofdstuk 1 en hoofdstuk 6). Het zal mee de taak van de coach en de verzorgende zijn om de motivatie van het gezin te laten groeien.

Kreeg je de vraag naar ondersteuning van het gezin zelf? Zijn ze zelf vragende partij? Of is het gezingezwichtvoordedrukvandehulpverleners? In je eerste gesprekmethet gezinkan jeduidelijkheid krijgen over de fase waarin het gezin zit. Luister naar wat de gezinsleden zeggen.

Eenvrouwdiezegt:‘Er mag een verzorgende komen, maar ik kan het ook zonder haar’ zit nog in de voorbeschouwing. Moest de externe druk wegvallen, dan zou ze niet aan Thuiscompagnie beginnen.Eenvrouwdiezegt:‘Ik zou het fijn vinden als iemand mij komt helpen om de kleren op te ruimen want zelf krijg ik dat niet voor elkaar’ zal minder weerstand hebben tegenover de ver-zorgende. Met beide vrouwen kan je aan de slag gaan, maar je zal je aanpak moeten afstemmen op de fase waarin de vrouw zit.

Misschienwileengezinwelveranderingopéénterrein,maarnietopeenander.Viahettoelei-dingsformulier (zie ) kan je overlopen op welke levensdomeinen het gezin steun wil toelaten en op welke eventueel (nog) niet. Het kan immers best zijn dat het gezin wel verandering wil brengen in het dagelijks menu, maar niet wil dat je werkt aan de manier waarop ze met hun afval omgaan. Het is niet omdat het gezin je steun wil bij het opruimen van de kasten, dat het meteen aanvaardt dat je met hen werkt rond de opvoeding van de kinderen.

Indeintakefaseisernogonvoldoendecontactmethetgezinomalconcretedoelenvastteleggen(zie hoofdstuk 6). Je moet het gezin de tijd geven om het hele proces te doorlopen en hen zelf beslissingen laten nemen. Het vastleggen van de doelen van verandering is een dynamisch proces tussen het gezin en de verzorgende en haar coach. Het is geen eenmalige activiteit aan het begin van het traject. Bovendien ben je als coach, en zeker als verzorgende, niet alleen een katalysatorvoorhetondersteuningsproces,jebentookdeelnemer.Erontstaatimmerseenrelatietussen jou en het gezin. De verzorgende is een deelnemer aan het proces en dat betekent dat de wijze waarop zij de situatie beleeft, bespreekbaar moet worden gemaakt. Als deelnemer heeft de verzorgende ook grenzen.

Page 155: Thuiscompagnie draaiboek interactief

155

herval: mogelijkheden tot positief herkaderenInelkstadiumvanhetveranderingsproceskanerhervalzijn.Hervalmoetjenietpersénegatiefbekijken.Elkhervaliseenkansomhetterugoptenemen.Erzullenaltijddingengebeurdzijndie de kans op succes in een volgende poging verhogen. Herval kan betekenen dat men te vlug van de ene fase naar de andere is overgegaan en men sommige dingen (toch) terug zal moeten bespreken.Vaakhangtterugvalsamenmeteeningrijpendegebeurtenis.Erisbijvoorbeeldeendeurwaarder langsgekomen, de man verloor zijn job, de zoon heeft een slecht rapport enz. Laat horen dat je daar begrip voor hebt. Durf met het gezin praten over het herval en geef hen daarbij vooral niet de indruk dat je hen om die terugval veroordeelt.

De positieve betekenis die in dit model aan herval gegeven wordt, is een belangrijk aandachts-punt, in het bijzonder met het oog op het Lokaal Cliëntoverleg. Het voorkomt dat je gezin wordt bijeengeharkt indehoekvande ‘hopelozegevallen’.Vanuitdecirkelvanveranderingkan jepraten met andere hulpverleners en de verwachtingen en interventies afstemmen op de fases die het gezin in het veranderingsproces doorloopt. Benoem uitdrukkelijk de positieve stappen die al gezet zijn.

Een gezin kan voor de verschillende levensdomeinen in verschillende fases van het proceszitten. Dat kan helpen om de situatie positief te herkaderen. Op het vlak van wonen is fase 2 (overpeinzing) aan de orde, op het vlak van relaties fase 1 (voorbeschouwing) en op het vlak van inkomen fase 3 (voorbereiding). Door dat te duiden wordt ‘het hopeloze geval’ iemand die op verschillende domeinen in verschillende fases met zijn situatie bezig is. Op die manier pak je de krachten van het gezin weer vast en verhoog je de motivatie van het gezin en (andere) hulpverle-ners om er (terug) energie in te steken.

de houding van de verzorgende en de coach in de verschillende fases

De fase waarin het gezin in het veranderingsproces zit, bepaalt mee wat je als verzorgende en coach in het gezin kan doen en wat de focus van je communicatie kan zijn. Deze figuur geeft je

Dat moet wel moeilijk geweest zijn toen de deurwaarder kwam. Geen wonder dat je de poets wat hebt laten hangen. Je hebt nu zeker wel andere dingen aan je hoofd?

1. voorbeschouwing

2. overpeinzing

6. stabilisatie

5. actieve verandering

4. beslissing

3. alternatieve mogelijkheden

7. terugval in oude situatie

contactactief luisteren

verdiepenverhelderen

respecterenverdiepen

opvolgen

daarvan een visueel overzicht van de gedragsverandering als een opwaartse positieve spiraal.

Page 156: Thuiscompagnie draaiboek interactief

156 moTiVaTie en VooRuiTgang

Verschillendeaandachtspuntenbijhetondersteuningsproceskomen ook in andere hoofdstukken aan bod. We bespreken ze hier volgens de fase-indeling van het veranderingsmodel vanProchaskaenDiClemente.

Page 157: Thuiscompagnie draaiboek interactief

157

fase 1, voorbeschouwing: behoud van contact is cruciaalAlleen als je in contact blijft met het gezin kan je werken aan verandering. Je moet actief inspan-ningendoenomcontactmethetgezintekrijgenentehouden.Vertelhendatjebereidbentominspanningen te doen om met hen in contact te blijven. Je kan daar afspraken over maken. Dat geeft je meer mogelijkheden om later, als ze om één of andere reden afhaken, terug met hen con-tact op te nemen.

Eenvertrouwensrelatieopbouwen, gaatnietvanzelf enniet snel.Dat isde redenwaaromdeintakefase (cf. de startfase) wat langer is uitgesponnen dan in de reguliere gezinszorg gebrui-kelijk is. De gezinnen die je in hun huis binnenlaten, willen weten wie jij bent als persoon. Ze kennen wel je functie (bv. verzorgende, coach) maar willen weten wat voor mens daarachter schuilgaat. Ze zullen je misschien willen ‘testen’, nagaan of je wel aan hun verwachtingen kan beantwoorden.

Vertrouwenkanjewinnendoorintevoegen.Staopenvoorhungewoonten,hunwaardenennormen,hunregelsenz.Respecteerheninwiezezijnenhoezedoen.Vooraleerjemetadvieskan komen, moet je eerst duidelijk maken dat je werkelijk in hen geïnteresseerd bent. Dat bete-kent niet dat je met alles wat ze doen akkoord moet zijn. Soms is het belangrijk om neen te zeggen en grenzen aan te geven. Doe dat niet vanuit een veroordelend kader, maar vanuit een verwonderde houding. Stel je oordeel uit en leer begrijpen waarom mensen doen wat ze doen en hoezehetdoen.Stelzoveelmogelijkopenvragenentoetsafofjehetgoedbegrepenhebt.Pro-beer via verbredende vragen (zie ), een zo ruim mogelijk zicht te krijgen op de situatie van het gezin en durf naar gevoelens te vragen.

Dezefase(voorbeschouwing)wordtafgerondalsergeennieuweinformatiemeerkomt.Indezefase ben je nog niet bezig met het zoeken of aanreiken van alternatieve manieren van aanpak. Als het gezin zelf snel tot een ‘oplossing’ wil komen, gebruik dan ‘parkeertechnieken’.

Tegen het einde van deze fase moet je een antwoord hebben op de volgende vragen:

• Isereenhulpvraag?• Hoezietdehulpvraageropdatmomentuit?• KomtdevraagdiedeaanmeldernaarThuiscompagnieheeftgeformuleerd,overeenmetde

vraag van het gezin zelf?

NukanjebeslissenofThuiscompagniehetgepasteantwoordisopdehulpvraagvanhetgezin.Kan de verzorgende die inzetbaar is, voldoende ondersteuning bieden of zijn er redenen om door te verwijzen naar een andere dienst? Alle andere indrukken die je hebt meegekregen, geven je sporen om in de tweede fase mee verder te werken.

fase 2, overpeinzing: zoeken naar wat onder de waterspiegel ligtIn fase 2 (overpeinzing) kande intrinsiekemotivatie groeien. Je brengt de sporendie je zietin dialoogvorm naar de cliënt. Je toetst die sporen af. Je moet proberen te kijken naar het hele plaatje van het gezin, en niet naar dat ene dat opvalt of waarvoor het gezin is doorverwezen. Beweegredenen voor gedrag zijn zoals een ijsberg: je ziet het deel dat boven het water uitsteekt, maar onder de waterspiegel zit een nog groter deel van de berg dat je niet meteen kunt zien. Laat je niet misleiden door symptomen, maar kijk breder en zoek naar wat eronder steekt (cf. ver-breden, zie ).

Je diept samen met het gezin de situatie uit. Je helpt de gezinsleden om een overzicht te krijgen

Rommel kan een positieve betekenis hebben. Probeer te achterhalen wat de juiste betekenis van die rommel is voor het gezin. Dat de kamer netjes gepoetst is, weegt misschien niet op tegen het gevoel van veiligheid dat die rommel bood.

Page 158: Thuiscompagnie draaiboek interactief

158 moTiVaTie en VooRuiTgang

op hun situatie:

• Hoeervarenzedesituatie?• Watwillenzewel?Watwillenzeniet?• Watishuneigenaandeelenwatishetaandeelvananderen?• Watzijndevoor-ennadelen(gevolgen)vandesituatie?• Watweegthetzwaarstdoor?• Zijnermogelijkhedenofhindernissenomteveranderen?Bijvoorbeeld:hethuiszou

geverfd moeten worden, maar er zijn geen financiële middelen.

Indezefasegajenoggeenproblemen‘oplossen’wantdatverengtjedenken.Fixeerjenietopwatjij als hulpverlener vindt dat er moet veranderen. Dan kom je vast te zitten. De kunst is om bij het gezin en hun ervaringen van wat zij als problematisch zien, te blijven. Dat kan door actief te luisteren, te herhalen en te

parafraseren (zie ). Daardoor kan de motivatie om te veranderen groeien.

Het gaat hier echt wel om de dialoog. Dat is iets anders dan een hulpverlener die toestemming vraagtomzusofzotemogenwerken.Laatstiltetoeineengesprek.Voeljenietverplichtomelkeseconde met gebabbel te vullen. Als je iets vraagt en het antwoord komt niet onmiddellijk, stel dan niet meteen een volgende vraag. Als je even wacht, dan kan het zijn dat je gesprekspartner toch gaat praten.

Mensen doen dingen soms al jaren op dezelfde manier, dat patroon heeft zich vastgezet. Ze weten zelf niet altijd waarom ze de dingen doen die ze doen, waarom ze dat zo doen. Het vraagt soms een lange weg om erachter te komen waar de kern van de zaak zit. Je moet er samen naar zoeken. Het is niet erg dat mensen ‘niet weten’ dat ze een bepaald gedragspatroon hebben of ‘niet weten’ hoe dat komt. Je kan hen helpen om dat ‘niet weten’ uit te spreken. Bedenk daarbij dat mensen dat pas zullen doen tegenover iemand die ze echt vertrouwen. Soms ‘overtreden’ ze daarbij voor zichzelf een grens en hebben ze achteraf spijt dat ze je iets hebben toevertrouwd. Het duurt dan misschien een tijd voor ze terug contact met je willen.

Je kan mensen wakker schudden door duidelijk te maken dat wat zij denken en willen niet overeenkomtmetwatzedoen.Datiseenvormvanspiegelen(ziehoofdstuk9).Spiegeleniseenmanier om mensen te doen nadenken over hun gedrag en wat daar de gevolgen van zijn voor zichzelf en voor anderen. Als je samen achter de betekenis van hun handelen komt, dan krijg jeeen‘Aha-effect’, ‘Nusnapikwaaromikdatdoe.’Pasdanzijnzeklaaromeraantewerken.Bedenk daarbij dat als je gedrag wil veranderen, dat je dan niet alleen iets negatiefs wegneemt, maar veelal ook iets positiefs. Hoe het gezin zijn zaken in het verleden ook regelde, daar zat altijd eenvoordeelaanvoorhetgezin.Probeersamenmethetgezinuittezoekenwatdatvoordeelis.Maak samen de balans op tussen het positieve en het negatieve. Wat aan het vroegere gedrag positief was, moet je vervangen door iets anders positiefs.

De overgang tussen fase 2 (overpeinzing) en 3 (voorbereiding) kan vlotter verlopen als je duide-lijk maakt dat het niet om ‘de grote revolutie’ gaat, maar dat een kleine stap al een verschil kan maken.Veranderenisdanminderbeangstigendenpijnlijk.

fase 3, voorbereiding: alternatieven bekijken

Ok, jullie willen de honden niet weg doen, maar de huisvestingsmaatschappij zegt wel dat je uit het huis moet als er terug ratten op het eten afkomen. Wat zie je haalbaar om die ratten weg te houden?

Jullie willen die 10 katten houden. Dat is jullie beslissing en die respecteren we. Eén van de consequenties daarvan is dat de verzorgende niet meer zal helpen bij het poetsen. De verzorgende zal wel nog blijven komen om samen de was te doen.

Page 159: Thuiscompagnie draaiboek interactief

159

4. vooruiTgang

de mate van vooruitgang hangt af van de lat waarmee je meet

De verwachtingen van de samenleving ten aanzien van ouders zijn enorm hoog. Ouders moeten er voor zorgen dat hun kinderen er goed uitzien, nette kleren dragen die aangepast zijn aan het seizoen, goed studeren, huiswerk maken, in staat zijn om powerpoints te maken, dingen via internet kunnen opzoeken, hobby’s hebben, sociaal vaardig zijn, een tof verjaardagsfeestje kunnen geven, op vakantie naar het buitenland gaan, aangesloten zijn bij een jeugdvereniging enz. Ouders moeten hun kinderen kunnen bijstaan bij het maken van hun huiswerk, ze moeten kunnenuitleggenwathunkinderenindelesisontgaan.Voormaatschappelijkkwetsbareouders,voor ouders aan de onderkant van de samenleving, kost het bijzonder veel moeite om aan die verwachtingentevoldoen.Vooroudersdieveelonderwijsgenotenhebben,dieopbasisdaarvandoorgaans een baan hebben met een hoger loon hebben, die meer mogelijkheden hebben om werk en gezin te combineren en een uitgebreider sociaal netwerk hebben, kost het doorgaans veel minder moeite.

Vanuitdiehogeverwachtingeneneenoprechtebekommernisomdekinderen,willenmensensoms snel een aantoonbare vooruitgang in het gezinsfunctioneren zien. Maar als deze hoge ver-wachtingen de norm zijn waarmee de vooruitgang van gezinnen wordt gemeten, dan maken maatschappelijk kwetsbare gezinnen weinig kans. Het zal nooit goed genoeg zijn. Dat kwets-bare ouders aan die verwachtingen of dat ideaalbeeld niet kunnen voldoen, heeft niet zozeer te maken met individuele kwaliteiten van die ouders, met hun intenties, wensen of keuzes. Dat heeft vooral te maken met de manier waarop de samenleving als systeem functioneert en het gebrek aan ondersteuning om dat ouderschap te kunnen waarmaken. Kwetsbare ouders hebben bijvoorbeeld veel minder hulpbronnen (zie hoofdstuk 2). Ook als je het hebt over effectiviteit van hulp, moet je die samenlevingscontext in rekening brengen6.

De kans is groot dat de inspanningen die maatschappelijk kwetsbare gezinnen doen, niet wordengezien.Ergebeurtheelveelindezegezinnen.Erzijn,eenschouderklop,eenluisterendoor, familieleden helpen enz. brengt bijvoorbeeld veel teweeg, maar is voor buitenstaanders niet altijd zichtbaar. Daarenboven moet je voor ogen houden dat mensen altijd iets hebben bijge-leerd,zelfsalshetdreigtmistelopen.Neemdepuntendiehet gezin belangrijk vindt als maatstaf om te kijken naar het procesdatisafgelegd.Verkijkjenietopde‘ideale’normendie, gezien de omstandigheden, niet haalbaar zijn voor het gezin. Kijk daarentegen naar de punten die samen met het gezin afgesproken zijn en waar het gezin achterstaat. Het gaat dan over uitdagingen die voor het gezin betekenis hebben. Die kunnen voor de verschillende gezinsleden anders liggen. Kinderen hebben soms andere werkpunten dan ouders. Tussen de ouders onderling kunnen er verschillen zijn.

Hou er rekening mee dat er gezinnen zijn die blijvend ondersteuning nodig hebben. De verandering daar is dat er voortaan iemand naast hen staat die ze kunnen vertrouwen en hen ondersteunt.

Page 160: Thuiscompagnie draaiboek interactief

160 moTiVaTie en VooRuiTgang

rekening houden met de realiteit van een leven in armoede

Evalueerhetgezinnietvanuitmaatstavendieniethaalbaarzijnomdatdeomstandighedenhetniet toelaten. Als je bijvoorbeeld geen rekening houdt met de beperkingen van een laag besteed-baar inkomen, dan is het gevaar groot dat je verwachtingen naar het gezin formuleert die mate-rieel niet kunnen worden ingelost. Juist daardoor wordt de ondersteuning niet als ondersteu-ning ervaren, maar als een nieuwe ‘veroordeling’.

Om vooruitgang te zien, moet je anders kijken en focussen op het positieve en de krachten die zichontwikkelen.Eenkleinestapvooruitkanvoorhetgezinveel inspanninghebbengekost.Voor buitenstaanders die zelf nauwelijksmoeitemoeten doen omdie stap te zetten, kan datresultaat miniem lijken. Je mag m.a.w. de omstandigheden waarin de verandering plaats vindt, niet uit het oog verliezen.

Ondanks alle inspanningen die dit gezin doet om te voldoen aan al die verwachtingen, zullen FientjeenBrunonooitkunnenbeantwoordenaandenormendiehenwordengesteld.Ditvoor-beeld maakt pijnlijk duidelijk (1) hoe dit jonge koppel alles doet wat in hun mogelijkheden ligt om aan de verwachtingen te voldoen en (2) hoe anderen die inspanningen niet zien en focussen op wat in hun ogen verkeerd gaat. De volgende situatiebeschrijving, vertelt je hoe je, door met andere ogen te kijken, recht kan doen aan de inzet van gezinnen.

De jeugdrechtbank legt Fientje (19) en Bruno (21) op om hun twee kinderen naar een crèche te sturen. Op die manier wil men de jonge moeder ontlasten. Er wordt echter voorbij gegaan aan de betekenis die deze maatregel voor Fientje heeft. Ze ervaart het niet als een ondersteuning want ze moet elke weekdag twee keer op en neer met de bus. Dat is geen sinecure met een buggy en twee kleine peuters. Voor haar komt de verplichting om de kinderen naar de crèche te brengen over als een oordeel: ze denken dat ik geen goede moeder ben en niet goed voor mijn kinderen zorg. Het CBJ neemt wel de kosten van de opvang op zich, maar daarmee zijn de pampers en de bus niet betaald. Er wordt m.a.w. geen rekening gehouden met de budgettaire impact van deze ‘ondersteuning’ op het besteedbaar gezinsbudget. Het laatste wat deze ouders willen, is met minder pampers aankomen in de crèche dan gevraagd. Ze willen het stigma van ‘slechte ouder’ niet nog meer bevestigen. Ze voelen dat de buitenwereld met argusogen naar hun ouderschap kijkt. De vraag naar meer leefgeld om het door de crèche ‘vereiste’ aantal pampers te kunnen kopen, wordt door de budgetbeheerder niet gehonoreerd. Dit wordt beschouwd als een manipulatie om extra leefgeld te krijgen. Dus bespaart het jonge gezin op pampers als de kinderen thuis zijn. Daardoor is de thuisbegeleidingsdienst verontrust: de baby’s worden thuis veel te weinig verschoond. Is dit een signaal van verwaarlozing?

Mauro werd gepest in school omwille van zijn geur. Hij plast nog regelmatig in zijn broek. Daar moest iets aan gebeuren.

De verzorgende heeft dat ter sprake gebracht vanuit de ervaring met haar eigen kinderen. Elke moeder wil immers dat haar kinderen proper zijn. Soms hanteren ouders daar andere normen over en zien of ruiken ze het niet. Vanuit die insteek kon ze daar met Laura, de moeder van Mauro, open over spreken. Toen werd duidelijk dat Laura wel degelijk inspanningen deed om haar zoontje te helpen. Ze gaf haar zoontje een reservebroek mee en ze had met de buschauffeur gepraat. Ze kon haar zoontje thuis niet in bad steken omdat er geen warm water was. Dat was een structureel probleem waar Laura zelf niet de middelen voor had om dat aan te pakken. Het heeft in een dergelijke situatie geen zin om als doel te stellen: de kinderen regelmatig in bad stoppen. Het ontbreken van een bad met warm water is hier het probleem. Wees niet blind voor de beperkte materiële omstandigheden waarin het gezin leeft.

Page 161: Thuiscompagnie draaiboek interactief

161

herval is een element van vooruitgang

Zoals eerder in dit hoofdstuk vermeld, moeten mensen soms een stap terug zetten of vallen ze terug op oude,meer vertrouwde patronen. Dat is normaal. Inmoeilijkemomenten,wanneergebeurtenissen uit het verleden de kop op steken of nieuwe belastende gebeurtenissen opduiken, dan vallen we snel terug op oude en meer vertrouwde patronen. Dat geldt evenzeer voor maat-schappelijk kwetsbare gezinnen. Langzaamaan kan het wel in de goede richting gaan: ze leren hun faalangst overwinnen, hun taalgebruik verandert, ze voelen zich niet meer totaal overgele-verd aan het lot enz.

Erkunnenechtersituatieszijnwaarinookdecoachgeenvooruitgangmeerkanzien.Intervisieen supervisie kunnen de coach ondersteunen om krachtgericht en positief te blijven kijken. Dat betekentnietdatdecoachoverhaargrenzenmoetgaan.Integendeel,decoachmoetopdepau-zeknop kunnen drukken, maar dan wel na grondig overwegen en niet als automatische reflex.

oog hebben voor vooruitgang op verschillende domeinen

Vooruitgangkanzichinverschillendematenenopverschillendedomeinenaftekenen.Jemoetals het ware het ‘hele beeld’ voor ogen houden. Bijvoorbeeld: Je komt ergens binnen en je ziet aan de mensen dat het beter gaat: hun gelaatstrekken zijn meer ontspannen. Het hoeft niet netjes opgeruimd te zijn. Een coach omschreef de vooruitgang in een gezin als volgt: ‘Na een jaar straalde de mama, dat zit vanbinnen, ook al lag de achtertuin nog altijd vol rotzooi.’ Het is een bepaald soort tevredenheid die hun levenskwaliteit verhoogt en waardoor mensen beter in staat zijn om de taken die de samenleving van hen verwacht, op te pakken.

De kunst is om veranderingen in kleine stapjes binnen te brengen: veranderingen in leefpatronen, grenzen stellen, bewust worden van eigen mogelijkheden, contacten leggen met lotgenoten die bondgenoten worden, vriendschap ontdekken, netwerken vormen, eenzaamheid en isolement doorbreken enz. Als Thuiscompagnie goed werkt, dan zouden de gezinsleden na verloop van tijd het gevoel moeten hebben dat hun levenskwaliteit verbetert.

De verzorgende en de coach hebben eerst overwogen om een speciale firma te laten komen om in één dag alles netjes te maken. De vraag is of zo’n interventie een goede manier is om het zelfbeeld terug op te bouwen. Als we de gezinsleden terug meer zelfwaarde willen geven, dan moeten we de inzet van het gezin zien en een plaats geven. Zelfs als het dan misschien minder snel vooruit gaat.Niet de ‘grote kuis’ zal verandering brengen.We zoeken daarentegen naarkleine ‘eilandjes’ van verbetering. Kan er bijvoorbeeld voor de oudste dochter een schuif vrijge-maakt worden, waarin ze haar persoonlijke spullen kan leggen? Dit geeft haar iets dat alleen van haar is. Dat kan al een grote stap vooruit zijn voor het gezin.

Als je vooruitgang wil opvolgen, dan moet je op de een of andere manier ‘bijhouden’ hoe de situatie is. Hieronder een greep uit de notities van een coach. De notities maken duidelijk hoe vooruitgang in de gezinnen waar een verzorgende actief was, zichtbaar wordt. Het zijn kleine successen die het gezin, de verzorgende en de coach motiveren om verder te doen. Deze suc-cessen zien we bevestigd in de getuigenissen van ouders en jongeren over de veranderingen die zich in hun gezin hebben voorgedaan.

De hulp is net opgestart. Het huis is vervuild en vooral de bovenverdieping is onhygiënisch. Ingrid en haar partner schamen zich over de toestand van het huis. Ingrid ziet de berg werk, maar weet niet hoe ze eraan moet beginnen. Alhoewel hun eigen normen rond hygiëne (zowel persoonlijke hygiëne als hygiëne in de woning) ver afstaan van de gemiddelde norm, heeft Ingrid wel het besef dat hun levenswijze afwijkt van andere gezinnen. De verzorgende vraagt zich af of de situatie nog wel verantwoord is voor de kinderen. Het gezin laat toe dat er drastisch schoongemaakt wordt door de verzorgende en Ingrid helpt mee.

Page 162: Thuiscompagnie draaiboek interactief

162 moTiVaTie en VooRuiTgang

Praktische vaardigheden• Neemtzelfinitiatief;doetzelfdeboodschappen. Gezin volgt gemaakte afspraken op. Bijhouden van was en afwas lukt beter dan voordien.

Nadevakantienietdechaosdieerervoorwelwas.Gezinkanafwezigheidvanverzor-gende tijdens vakantieperiode beter opvangen dan voorheen.

Pedagogische vaardigheden Mama kan consequenter optreden naar de kinderen toe. Papaspeeltafentoemetdekinderen. Mama geeft meer aandacht aan haar kinderen.

Sociaal netwerk De kinderen hebben nu een hobby. Erzijnterugcontactenmetheteigennetwerk. De financiële toestand is verbeterd omdat ze onderdak geven aan een bevriend koppel.

Relationeel (ouder­kindrelatie en partnerrelatie) Papahelptspontaanmeealsdeverzorgendeeris. Erwordtmindergeroepeninhuis.

In het begin dan was dat altijd zo: dan hadden wij gegeten en dan deden we altijd de dag erna de afwas. Tegenover nu, nu doen we altijd de afwas bij elkaar en dan doen we dat direct naar de keuken. … [nog dingen veranderd?] Ja, nu ruim ik mijn kamer eigenlijk direct op als ik met iets bezig ben. Tegenover daarvoor, dan wachtte ik meestal een dag of 5 of zo, totdat mama zei van ‘Kom Xena, je kamer opruimen.’ (jongere Xena)

Ik krijg nu alles beter georganiseerd. (moeder Jessy)

Het is rapper proper … ja het gaat beter. Ik heb daar nu meer zicht op. In het begin moest ik nog zoeken. Ja, het opruimen is beter nu, nu wordt er dagelijks wat opgeruimd. (vader Filip)

Ik ben verschoten dat mijn zus haar kamer opgeruimd blijft … Met mijn twee zussen, ik denk dat dat toch wel veel gedaan heeft dat de verzorgende hier is. (jongere Joske)

Ze zijn rustiger. Als ik iets vraag, ze doen het rapper ... Ik begrijp de kinderen sneller. Ze zijn opener tegen mij geworden. (moeder Femke)

Ge moet uw kinderen aanleren van kom ruim dat direct op … Het is niet alleen bij uzelf, het is ook bij de kinderen. Maar gij als ouder, ge moet dat aanleren dat de kinderen moeten helpen en daar is niets mis mee. (moeder Lelie)

De kinderen wilden graag naar een jeugdbeweging gaan, maar durfden daar thuis niet zo goed over te praten. Samen met de verzorgenden hebben ze er wel bij stil gestaan. Omdat de verzorgende zag dat de kinderen in de vakantie niets te doen hadden en nooit weggingen, heeft ze dat voorzichtig aangekaart bij de ouders. In het begin bracht de verzorgende de kinderen naar de scouts. Ondertussen is opa ingeschakeld om de kinderen te brengen en te halen.

De kinderen beginnen zich beter in hun vel te voelen omdat ze ook zien, mama verandert. (moeder Lelie)

Daarvoor was dat altijd kat en hond [moeder en kinderen]. Nu soms nog, maar het is toch al veel beter. (jongere Joske)

Page 163: Thuiscompagnie draaiboek interactief

163

Hygiëne De kinderen gaan nu wekelijks in bad. Tanden worden regelmatig gepoetst.

Persoonlijk functioneren en welbevinden Meer energie en kracht. Angst overwinnen. Rustiger zijn. Meer zelfvertrouwen.

Meer zelf kunnen kiezen. Grenzen aangeven, durven neen zeggen.

Vertrouwen (relatie met de verzorgende) Gezin vertelt een geheim aan een verzorgende. Taboes durven bespreken met verzorgenden. Sterke band met de verzorgende.

Inzicht/bewust kiezen Het gezin heeft inzicht in wat er al bereikt is en weet wat minder goed loopt. Gezin stelt zelf nieuwe doelen.

Hygiëne Hygiëne is bespreekbaar voor moeder.

Ik heb zoveel meegemaakt, maar ik laat me niet gaan. Ik ga toch maar op zoek naar verbetering. Dan ben ik fier op mezelf, dan ben ik fier dat ik dat allemaal doe. Ik ben erg tevreden daarover, maar ik ben nog niet tevreden over waar ik sta. (moeder Lelie)

Het kan vooruitgang betekenen als een gezin neen durft zeggen, bijvoorbeeld op de vraag of de dienst een vervangster mag sturen als de eigen verzorgende ziek is. De coach ziet het als een teken dat het gezin de dienst vertrouwt en het gevoel heeft dat ze echt iets mogen zeggen (geen schijnparticipatie).

Het gezin wil meedenken: wat kunnen we nog verbeteren. Het loopt allemaal niet vlekkeloos; er zijn wel problemen maar er is geen weerstand; er wordt samengewerkt.

Pas na een jaar durft de coach het aan om Brenda aan te spreken over haar persoonlijke hygiëne en die van haar kinderen. Eerst hebben ze op minder bedreigende terreinen gewerkt. Pas na een jaar voelde de verzorgende dat het thema kon worden opgepakt. Aanleiding was de situatie van Patrick, de zoon, die op school werd gepest omwille van zijn onverzorgd gebit. Ondertussen gaat Patrick naar een orthodontist. Brenda nam dat aan van de verzorgende. Ze kunnen er nu beiden met elkaar over praten. En het heeft succes gehad. De school sprak Brenda aan om haar te feliciteren omdat Patrick er zo goed uit zag.

Page 164: Thuiscompagnie draaiboek interactief

164 moTiVaTie en VooRuiTgang

Moeders, vaders en jongeren over hun levenskwaliteit en gezondheid 7

• Ouders en jongeren zijn vrij tevreden over hun levenskwaliteit: de gemiddelde score (= over alle respondenten heen) bedraagt 4.85 op 7. Dat is in vergelijking met de scores van andere interventiegroepen (bv. mensen die op een andere hulp of ondersteuningsvorm beroep doen) een hoge score.

• Ze zijn het meest ontevreden over hun financiële situatie (gemiddelde score = 3.67 op 7) en hun lichamelijke gezondheid (gemiddelde score = 3.87 op 7).

• Psychische klachten zijn bij de ouders uitgesproken aanwezig: 10 van de 16 ouders melden dat ze door zorgen slecht slapen, 10 van de 16 ouders voelen dat alles wat ze doen met moeite gaat.

• Het merendeel van de ouders voelt zich beter door de ondersteuning van Thuiscompagnie. Hun zelfver-trouwen, eigenwaarde, motivatie en daadkracht zijn toegenomen.

Moeders, vaders en jongeren over de betekenis van de ondersteuning van Thuiscompagnie 8

• Het merendeel van de ouders en jongeren (15/18) zegt dat de aanpak van het huishouden verbeterd is. Er wordt bijvoorbeeld meer opgeruimd, de woning wordt beter onderhouden, er is een betere taakindeling en planning, het gezin kookt zelf meer en/of gezonder.

• In 3/5e van de gezinnen gaan de ouders anders om met de kinderen. Bijvoorbeeld: meer met de kinderen spelen, rustiger zijn, minder snel boos worden, hun kinderen meer aanmoedigen om dingen te doen.

• In 2/3e van de gezinnen is het gedrag van de kinderen veranderd door de ondersteuning. De kinderen ruimen meer op, ze snoepen minder, ze zijn rustiger, ze luisteren beter, ze houden zich beter aan afspraken. Ouders signaleren ook dat hun kinderen zich beter in hun vel voelen.

vooruitgang zichtbaar maken

Iedereenwilgraagdat inspanningentoteenresultaat leiden.Vooruitgangzienmotiveert.Datgeldt voor het gezin, de verzorgende, de coach en al de andere betrokkenen. Soms vraagt de dienst gezinszorg zelf naar de vooruitgang om te verantwoorden waarom de verzorgende nog langer in dat gezin (en dus niet in een ander) wordt ingezet. Daarnaast zijn er vaak andere hulp-verlenersdieeroprekenendathetinzettenvandeverzorgendetotresultatenleidt.Vooruitgangbenoemen en zichtbaar maken werkt in die zin voor elke betrokkene motiverend.

‘Moeder heeft geleerd haar kind een schouderklopje te geven. Vader zet nu elke week de vuilbak buiten. De kinderen spelen elke dag een kwartiertje buiten. Vader heeft de verzorgende over zijn drinkgedrag verteld, iets dat hij uit schaamte tot dan toe tegen niemand durfde vertellen.’ Die ‘kleine’, maar wezenlijke vooruitgang zien ‘omstaanders’ niet altijd. Ze blijven zich bijvoorbeeld ergeren aan de tuin die er vuil bijligt, de honden die in huis blijven rondlopen of de schoolre-kening die niet betaald is. Men volgt veelal de logica: door aan de buitenkant orde te scheppen (bv. opruimactie), komt ook aan de binnenkant terug ordening (bv. mentale rust). Soms lukt dat effectief, soms niet. Men kan ook een andere logica volgen: door aan de binnenkant orde te scheppen, komt er aan de buitenkant (terug) orde. Denk bijvoorbeeld aan een moeder die haar angsten met de verzorgende kan delen en daardoor in haar hoofd wat meer ruimte krijgt en zich terug beter kan toeleggen op huishoudelijke taken. Soms moeten mensen eerst bij zichzelf wat rust krijgen, voordat ze huishoudelijke taken kunnen aanpakken.

Je moet je er van bewust zijn dat de manier waarop je kijkt (cf. krachtgericht), afwijkt van de norm waarmee doorgaans naar deze gezinnen gekeken wordt. Daarom is het belangrijk dat je aan al de actoren duidelijk maakt waarin je vooruitgang ziet.

met gezinnen praten over vooruitgangGezinnen zien niet altijd dat ze vooruitgaan. Ze kunnen teleurgesteld zijn omdat ze sneller resultaat hadden verwacht of omdat ze voelen dan het oordeel van de buitenwereld niet wijzigt. De coach en de verzorgende kunnen de vooruitgang zichtbaar maken door erover te praten of er naar te vragen.

Het moeilijkste is om over vooruitgang te praten als er geen onmiddellijk zichtbare vooruitgang is.Nogmaals,erisaltijdvooruitgang,ookalsjedienietonmiddellijkziet.Hetfeitdatdeverzor-

ciJF

eRs

Page 165: Thuiscompagnie draaiboek interactief

165

gende een voet aan huis heeft en elke keer weer wordt binnengelaten is bijvoorbeeld een hele grote stap. Het is een vorm van verbinding met de samenleving die langzaam terug kan groeien. Het feit dat er in het op huishoudelijk vlak niets veranderd is, doet geen afbreuk aan het feit dat mensen terug een twinkeling in de ogen krijgen of er vrolijker uitzien.

Somsziengezinnendevooruitgangbeterdandeverzorgendeendecoach.Inhetvolgendevoor-beeld heeft de coach de boodschap van Greta begrepen als een positief signaal dat Greta een inspanning wil doen.

Sommige gezinnen hebben schrik om te laten zien dat ze vooruitgang maken of dat te benoemen. Dat kan om verschillende redenen. De hulp kan bijvoorbeeld als een groot onrecht ervaren worden, niet als steun maar als controle, niet als kans maar als inmenging of als een aanval op deeigenautonomie.Indatgevalishetmoeilijkomdiehulptewaarderenenteerkennendatzeeffectief steunend is. Soms maakt vooruitgang te veel los om die vooruitgang of de betekenis daarvan uitdrukkelijk te benoemen.

Hulp die niet versterkend is, kan mensen het gevoel geven dat ze niet zonder die hulp kunnen leven. Ze vrezen dat hulpverleners hen in de steek gaan laten, als ze laten zien dat ze het zelf kunnen. Ze hebben schrik dat het alleen niet zal lukken. Het is raadzaam om behoedzaam met dergelijke signalen om te gaan. Soms kan het een teken van tijdelijke ongerustheid zijn, die gekoppeld is aan een nieuwe situatie of uitdaging. Mensen kunnen verstoppen dat ze vooruit-gaan omdat ze vrezen een aantal voordelen te verliezen waarop ze op basis van hun status ‘van hulpafhankelijkpersoon’welrechthebben.Indienjevermoedtdatdezeoverwegingenspelen,ga dan met het gezin in dialoog en bekijk samen met hen wat de voor- en nadelen zijn van die houding en welke compensaties bestaan voor het eventuele verlies aan voordelen.

Soms kan ‘vooruitgang laten zien’ betekenen dat er meer afstand komt ten aanzien van het herkomstmilieu. Gewoonten en gedragsregels die voor de vrienden en familie vanzelfsprekend zijn, worden minder gevolgd. Het eigen netwerk kan daarop afwijzend reageren. Het is begrijpbaar dat mensen de veiligheid van hun eigen netwerk verkiezen boven de onzekerheid die veranderen met zich meebrengt. Als mensen hierin inzicht krijgen, dan is dat vooruitgaan. Daarover in gesprek gaan zonder te veroordelen, kan mensen motiveren om na verloop van tijd een stap te zetten die ze voorheen nooit zouden overwogen hebben.

Je moet gezinnen soms helpen om vooruitgang te zien. Je kan dat doen door te vragen: ’Leg eens uit wat er veranderd is aan de poets.’ Als je doorvraagt, dan beginnen ze de evolutie veelal wel te zien. Of je zegt als je binnenkomt: ’Amaai, dat is hier hard veranderd’ en je benoemt wat je ziet. Als je de uitstraling ziet, als je ziet dat mensen meer tevreden zijn met zichzelf en tot rust zijn gekomen, laat dan zeker voelen dat je dat ziet. Je vraagt ook aan de verzorgende of ze dat ziet.

Greta leidt aan een zware depressie. Ze heeft ernstig overgewicht en leeft al jaren in de zetel. Dat werd bij de intake heel duidelijk. Maar bij de eerste evolutiebespreking zei Greta zelf: ‘Het gaat me beter af. Ik heb een beetje meer energie. Ik lig niet meer de hele dag. Ik zit.’

De kraamverzorgende had voor elk kind in de badkamer een zakje opgehangen om ondergoed weg te bergen. Aan de verzorgende heeft Sigrid nooit laten zien dat ze hier heel blij mee was. Zo’n ‘dankjewel’ betekende emotioneel te veel. Pas veel later heeft Sigrid tegen de coach van Thuiscompagnie kunnen zeggen hoe goed dat was en hoeveel plezier haar dat gedaan heeft.

Page 166: Thuiscompagnie draaiboek interactief

166 moTiVaTie en VooRuiTgang

Het kan een bewuste keuze zijn om de banden met kennissen uit het verleden terug aan te knopen. Het eigen netwerk lost problemen soms beter en sneller op dan hulpverleners. Meer-dere gezinnen in Thuiscompagnie stelden hun huis ter beschikking van kennissen die geen dak bovenhethoofdhadden.Ineersteinstantiezoujekunnendenken‘O nee, het gezin zet een stap terug’. Maar gezinnen voelen dit als vooruitgang aan: ze kunnen zorgen voor mensen die het nog slechterhebbendanhenzelfendaardoorstijgthunzelfbeeld.Ertekentzichindezegezinnenwel degelijk een vooruitgang af.

met verzorgenden praten over vooruitgangHerval is eigen aan een veranderingsproces, maar dat neemt niet weg dat verzorgenden het er soms moeilijk mee kunnen hebben. Als coach moet je aan de verzorgende duidelijk maken dat herval vaak onvermijdelijk is. Dat kan haar helpen om gemotiveerd te blijven en niet op te geven als ze er mee wordt geconfronteerd. Daarenboven zal de coach de verzorgende soms moeten lerenomdeveranderingtezien.Verzorgendenzijnpraktischingesteldenmetenhetresultaatvan hun werk graag af aan zichtbare dingen: een badkamer die blinkt, de vaat die afgedroogd is en in de kast werd gezet. Dat zijn veelal gangbare normen die hun leidinggevenden en de buiten-wereld hanteren om het werk van de verzorgende te evalueren. Deze focus kan hen verhinderen om de inzet te zien die het gezin geleverd heeft om de kleine tussenliggende stappen te zetten. Het zijn net deze kleine stappen die op langere termijn naar een groter en beklijvend resultaat kunnen leiden.

Een oma riep Thuiscompagnie in om haar inwonende dochter met 2 kinderen, Tinne, te stimuleren omdat ze ‘niet veel deed in het huishouden’. De verzorgende stelde vast dat, ondanks de vraag van oma, Tinne toch veel taken naar behoren opnam. De verzorgende zag en benoemde de inzet van Tinne. Tinne werd opgewaardeerd en kreeg meer zelfvertrouwen. De oma besliste om de hulp van Thuiscompagnie stop te zetten. Toen Tinne alleen ging wonen, vroeg Tinne aan Thuiscompagnie om haar in die eerste periode te ondersteunen.

Het gezin van Kelly maakt deel uit van één grote familie. In die grote familie is er weinig ruimte om anders te zijn dan de anderen. De familieleden zijn soms zeer claimend naar elkaar en dat leidt wel eens tot conflicten. Ze kunnen niet met elkaar en niet zonder elkaar. In deze familie wordt alles gedeeld: dat is de norm. Familieleden betalen elkaars rekeningen, al naargelang wie er op dat moment geld heeft. Ze delen elkaars medicatie. Ze zorgen voor elkaars kinderen. Ze besteden veel van hun vrije tijd samen. De moeder van Kelly is ziek en eist de aandacht van Kelly helemaal op: ze belt verschillende keren per dag, verwacht dat Kelly bij haar komt zitten als ze alleen is, verwacht dat Kelly haar huishoudelijke taken overneemt. Hierdoor komt Kelly soms niet meer toe aan haar eigen gezin. Omdat ze vroeger bestempeld werd als ‘het moeilijke kind in de familie’ probeert Kelly op deze manier toch nog erkenning te krijgen.Momenteel zijn er luizen in de familie. Kelly en haar vriend doen hun best om, samen met de verzorgende, de situatie in hun gezin onder controle te krijgen. Ze wassen de kledij, de lakens, de knuffels, de matten enz. Dat vraagt veel energie. De andere kinderen in de familie worden niet behandeld, waardoor het luizenprobleem telkens terug opflakkert. Kelly krijgt hierover negatieve commentaar vanuit het kinderdagverblijf en vanuit de hulpverlening.De verzorgende heeft het moeilijk om een eigen plek te krijgen door dit familiekluwen. Het opbouwen van vertrouwen reikt verder dan alleen het kerngezin. Ook het tempo om aan verandering te werken, wordt beïnvloed door de familie.Voorlopig gaan we terug naar de basis en zullen we, in dialoog met het gezin, kijken rond welke dingen we wel mogen werken.Bijvoorbeeld: ‘Wij voelen de druk van de school op jullie en willen helpen. Hoe kunnen we jullie op dit moment het beste ondersteunen?’, ‘Wil je nog dat we hierbij helpen of niet?’Op die manier laten we de keuze bij Kelly en haar vriend. We beklemtonen ook hun inzet: ‘Wat geeft jullie de ijver om ondanks de problemen toch te blijven doordoen?’

Page 167: Thuiscompagnie draaiboek interactief

167

De inzet van de verzorgende kan soms heel groot geweest zijn, terwijl het resultaat in haar ogen onbeduidend is en absoluut niet in verhouding staat tot haar inzet. Soms kan de verzorgende niet zien wat er in het gezin veranderd is, maar ervaart ze wel dat haar komst veel betekent voor de kinderen. Dat kan doorwerken naar de toekomst van die kinderen. Ook dat besef kan motive-rend werken.

Leg de lat niet te hoog om teleurstellingen te voorkomen. Zoals eerder al vermeld, kunnen normen verschillen: wat voor het gezin proper is, is daarom niet proper voor de verzor-gende.Erbestaanookverschillendemanierenomeenhuis-houdelijke taak te doen. De door de verzorgende ‘normale’ aanpak is niet noodzakelijk de beste of de meest haalbare voor het gezin. Sta samen met de verzorgende stil bij hoe het gezin het wil en bekijkt. De situatie moet immers leefbaar zijn voor het gezin en het gezin moet het gevoel hebben dat ze meer controle hebben over hun levenssituatie.

De verzorgende kan groeien in dat anders kijken en soms kan ze zelfs beter dan de coach duiden waar kleine stappen gezet zijn of met welke (haalbare) criteria de evolutie in een gezin gevolgd kan worden.

andere hulpverleners vooruitgang leren zienWe merken in bijna alle gezinnen dat andere betrokkenen in het gezin (bv. hulpverleners, huisartsen, leerkrachten enz.) druk leggen op de gezinnen en de verzorgenden (zie hoofdstuk 10). Het is aan de verzorgende en de coach om de inspanningenvandegezinnenindeverftezetten.Eenover-legmoment kan een gelegenheid zijn om positieve stappen te benadrukken in het bijzijn van andere hulpverleners. Het is heel fijn als andere hulpverleners bevestigen dat ze een ver-schil zien en dat als een positieve stap benoemen. Het ver-onderstelt dat ze bereid zijn om met een krachtgericht bril te kijken. Het is belangrijk om hen daarvoor tijd te geven. Ze doorlopen zelf ook een veranderingsproces.

Ik bespreek wat ik zelf zie aan vooruitgang. Dat strookt niet altijd met de opvattingen van de verzorgende. Als coach zie ik dat moeder poetst en dat zie ik als vooruitgang. Maar mijn verzorgende vindt dat geen vooruitgang omdat moeder niet op dezelfde manier poetst als zij gewend is. Het is niet volgens haar normen. Ik laat zien dat het toch al positief is dat gezinnen initiatief nemen en dat ze het proberen. (een coach)

De verzorgende zag geen enkele vooruitgang in het gezin meer. Voor haar was de grens bereikt. Ook al probeerde de coach haar duidelijk te maken wat ze voor moeder betekende, daarin vond de verzorgende geen motivatie meer. Toen vond ze in haar jaszak een briefje van het dochtertje waarop geschreven stond: ‘dank je, dat je elke week bij ons komt poetsen.’ De motivatie was onmiddellijk terug.

Het is misschien niet nodig dat zakdoeken, handdoeken, lakens en T­shirts piekfijn gestreken zijn. Maar misschien is het wel belangrijk om een hemd te kunnen strijken omdat je raar bekeken wordt als je een ongestreken hemd draagt. Kijken naar wat nodig en zinvol is in de context van het gezin, is de boodschap.

De verzorgende komt ongeveer anderhalf jaar bij Leyla en Toon. Het koppel zat al langer in begeleid wonen. De thuisbegeleider geeft nu aan dat ze de kleine stappen vooruit kan waarderen. Ze kan die dingen zien omdat ze vaak in het gezin komt.

Page 168: Thuiscompagnie draaiboek interactief

168 moTiVaTie en VooRuiTgang

werken met schalen om de evolutie in kaart te brengen

De evolutie en veranderingsprocessen in kaart brengen, kan ons helpen om te verantwoorden waarom we mensen en middelen inzetten in deze gezinnen. De dynamiek die in het ondersteu-ningsproces aanwezig is, vraagt dat we ons niet vastpinnen op een momentopname, maar naar het hele proces kijken. We moeten te pakken krijgen hoe een gezin, op verschillende levensdo-meinen, evolueert doorheen de tijd.

Eeninstrumentdatkanhelpenomdieevolutievisueelvoortestelleniseenschaaldielooptvan0 (het loopt helemaal niet goed, het kan niet slechter) tot 10 (het loopt super, het kan niet beter). Het is een gemakkelijk hanteerbaar instrument dat geen ingewikkelde computerprogramma’s vereist.Eenbladpapier,eenstifteneenkaftomhettebewarenvolstaan.Doordescoresvanverschillende meetmomenten achter elkaar te zetten, krijg je een beeld van de evolutie: gaat het vooruit, gaat het achteruit of is het stabiel?

Deze beoordelingsschaal kan je inzetten voor een aantal ‘vaste’ thema’s:

• Praktische(enzichtbare)niveau:hoeloopthethuishouden?• Relationeledynamiek:klikthetmetdeverzorgende?• Dynamiekvanhetgezin(degezinssfeer):hoegaathetinjegezin?• Welbevinden(beleving):hoevoeljeje?• Versterkend(groeiinautonomie):hebjehetgevoeldatjezelfjeleveninhandenhebt?• Brugnaaromgeving(verbinding):hoegaathetmetjesocialecontacten?

Daarnaast kunnen er één of een beperkt aantal specifieke thema’s toegevoegd worden voor dat bepaaldgezin.Voorelkgezinbekijkjewelkethema’sjeopneemt(bv.maximum7).

Je scoort niet bij de intake. De eerste score geef je pas na de opstartfase. Het is immers vaak dan pas duidelijk aan welke punten je samen met het gezin kan werken (zie hoofdstuk 6). Bekijk waar het gezin zich op de schaal situeert. Het vertrekpunt is niet nul, maar een cijfer dat weer-geeft waar ‘we op dit moment voor dit werkpunt (thema) staan’.

Je geeft de score samen met het gezin of je geeft zelf een score en vraagt het gezin om zichzelf een score te geven. Je vraagt ook de verzorgende om te scoren. Dat kan stof tot dialoog geven. Bij-voorbeeld: ‘Waarom geeft de coach dat cijfer en hoe ziet het gezin dat?’ Als je dit regelmatig doet (bv. bij elke evolutiebespreking) dan krijgt iedereen (het gezin, de verzorgende en de coach) een mooi overzicht van de evolutie. Dat kan alle richtingen uitgaan: vooruit, achteruit (terugval) of stabilisatie (zie en9).

Page 169: Thuiscompagnie draaiboek interactief

169

Page 170: Thuiscompagnie draaiboek interactief

170 moTiVaTie en VooRuiTgang

1.Hoeven,G.(z.d.).NietgepubliceerdecursusVSPW.Hasselt:VSPW-CVO.

2.Bartelink,C.(2013).Watwerkt:Motiverendegespreksvoering?Utrecht:NederlandsJeugdinstituut.http://

www.nji.nl/nl/%28311053%29-nji-dossierDownloads-Watwerkt_Motiverendegespreksvoering.pdf

Puntenvankritiekzijno.a.:nietallefaseswordenaltijddooriedereendoorlopen,motivatievoor

gedragsverandering is vaak van verschillende factoren afhankelijk (bv. persoonlijke levensgebeurtenissen).

3. http://www.desleutel.be/professionals/kwaliteitszorgaonderzoek/literatuur/

item/1873-werken-met-de-veranderingscirkel.

4.zieo.a.http://mens-en-samenleving.infonu.nl/diversen/34923-cirkelfasen-van-gedragsverandering-prochaska-

en-diclemente.html

5. zie eindnoot 1

6.Toenin1919heteersterapportvanhetNationaalWerkvoorKinderwelzijnoverkindersterfteindelagere

regionen van de samenleving verscheen, werd dat probleem uitsluitend geweten aan de moeders die uit

domheiden/ofluiheidgeenhygiëneregelsnaleefden.Inhetrapportvondjegeenenkeleverwijzingnaar

de zware werkomstandigheden van deze moeders, noch kon je er iets lezen over de mensonwaardige

huisvesting, de te lage lonen, het ontbreken van voorzieningen enz. De hoge kindersterfte werd bekeken los

van de maatschappelijke context. De oplossing kon dan ook maar in één richting gaan: de moeders moesten

veranderen.

7.Nys,K.(2012).Evaluatievandeaanpakvan“Thuiscompagnie”bijgezinneninarmoedemet

minderjarigekinderen.OnderzoekinopdrachtvanMinisterLieten(Vlaamsministervan

Innovatie,Overheidsinvesteringen,MediaenArmoedebestrijding)enhetVlaamsministerie

vanWelzijn,VolksgezondheidenGezin(WVG)[BestekGBO-GC044/2011/03].Brussel:

HogerInstituutvoorGezinswetenschappen–HUBrussel.http://www.hig.be/nl/nieuws/

evaluatie-van-de-aanpak-van-thuiscompagnie

8.zieeindnoot7

Page 171: Thuiscompagnie draaiboek interactief

171

Hoe ondersteun je mensen om terug in zichzelf te geloven? Hoe geef je hen het gevoel dat ze er bij

horen? Versterkend en verbindend werken vraagt een bijzondere manier van kijken en handelen.

Voortdurend dringt zich de vraag op ‘wat is voor dit gezin, in die situatie en context het meest passend?’ aan de hand van praktijkvoorbeelden krijg je zicht

op de thema’s, stappen en aandachtspunten die je in het coachingsproces met het gezin en de

verzorgende kan opnemen.

8VeRsTeRkenD& veRBindend

coacHen

Page 172: Thuiscompagnie draaiboek interactief

172 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

Page 173: Thuiscompagnie draaiboek interactief

173

1. inleiding

Thuiscompagnie wil mensen in armoede sterker maken zodat ze terug autonoom beslissingen kunnen nemen en zodat ze hun leven, zelfs in moeilijke omstandigheden, kunnen uitbouwen in de richting die ze zelf willen. Deze doelstelling realiseren kan enkel als mensen zich (terug) verbonden voelen met zichzelf, met anderen en een plek in de samenleving krijgen. Deze opzet wijkt af van een gefragmenteerde en ‘doelgerichte’ hulpverlening die zich toespitst op het zo snel als mogelijk ‘normaliseren’ van mensen op één specifiek deelgebied.

coaching als ondersteuning van empowerment op verschillende niveau’s

Iedereendiekiestvooreenempowermentprocesheeftsteunnodigomvanuiteenversterkendeblik te kunnen blijven kijken. We werken immers met mensen die zware kwetsuren meedragen en wiens leefwereld, gewoontes en regels heel anders kunnen zijn dan wat vertrouwd is. Wie autonomieverhogend wil werken, moet voortdurend reflecteren over de vraag wat voor dit gezin, in deze omstandigheden en met deze hulpbronnen, versterkend en verbindend kan zijn. Cruciaal is dat je nadenkt over de vraag of het eigen handelen bijdraagt tot het gewenste resultaat. Daarbij zal je telkens opnieuw moeten afwegen wat voor dat gezin, in die situatie en context, het meest aangewezen is, het meest passend is (zie hoofdstuk 2).

Het gezin, de coach en de verzorgende hebben samen heel wat sleutels van een mogelijk ant-woord in handen. Ze hebben elk hun eigen deskundigheid. De verzorgende en het gezin staan in nauwe relatie met elkaar. Binnen die relatie komen allerlei zaken spontaan aan de orde en ontstaaterruimtevoordialoog.Verzorgendenwetenhoeheterinhetechtaantoegaatenzienmeteigenogendemoeiteeninspanningendiegeleverdworden.Eenshetondersteuningstrajectis opgestart, volgt de coach het gezin en de verzorgende van op een afstand op. Daardoor kan de coach meer beschouwend kijken, situaties (her)kaderen en andere perspectieven inbrengen. Als het dagelijkse leven erg moeilijk gaat en ontmoediging toeslaat, dan kan de coach de verzor-gende en de gezinsleden toch lichtpunten laten zien. Het is immers de taak van de coach om de gezinsleden en de verzorgende te stimuleren om hun eigen krachten te ontdekken en die verder te ontwikkelen.

Coaching is in Thuiscompagnie niet alleen gericht op het versterken van het gezin en van de verzorgende. Het wil ook de eigen organisatie en de sociale omgeving versterken zodat ook zij optimaalhetgezinkunnenondersteunen.Indedriehoekwordtdaaromookgezochtnaarmoge-lijke bruggen die gelegd kunnen worden met de maatschappij, met diensten en voorzieningen, bruggen met familie, met de buurt en de leefomgeving.

coach sociaal netwerkbuurtdiensten voorzieningensamenlevingverzorgende gezin

dienst

Page 174: Thuiscompagnie draaiboek interactief

174 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

de coach en de aanpak van het coachingsgesprek in een notendop

Eencoachisiemanddienaastdepersoonstaat,diesamenmethemkijkt,diezijnbelevingerkentendieandereperspectievenofkennisbinnenbrengt.Eencoachzoektsamenvanuitgelijkwaar-digheid. Het resultaat moet zijn dat de persoon zich beter gewapend voelt om zelf met een situ-atie om te gaan.

Met wie je ook een coachingsgesprek voert, de basisprincipes van het coachen blijven hetzelfde. Eencoachkijkteerstmeedoordeogenvandiepersoon.Doorvragentestellenkandecoachdeinformatieordenen,hetthemaverbredenenderichtingvanhetgesprekaangeven.Vervolgenskan de coach andere perspectieven binnen brengen. De coach verduidelijkt waar gemeenschap-pelijke punten zitten en legt verbinding. Zo ontstaat een gedeelde kijk van waaruit samen naar een passende aanpak kan worden gezocht. Als coach zet je de volgende stappen:

1. Luister actief. Laat de persoon op verhaal komen.2. Geef richting aan het gesprek door vragen te stellen en informatie te ordenen (verbreden).3.Probeerverschillendeperspectievenenkadersintebrengenvanuithetverhaalvande

persoon.• Perspectiefvandecliënt:binnenkant,buitenkant,overkant.• Perspectiefvandeomgeving:dienst,anderehulpverlenersenz.Structureer het geheel en leg verbinding.

4.Zoeksamennaareenpassendeaanpak.

InThuiscompagniekandeondersteuningvanhetgezinendeverzorgendedoorelkaar lopen.Soms spreekt de coach alleen met het gezin, soms samen met de verzorgende en soms met de verzorgende alleen. Soms is de verzorgende beter geplaatst om zelf het gezin te coachen.

De positie die het gezin, de verzorgende en de coach innemen in de triade kan wisselen. Op het ene moment zullen de verzorgende en het gezin dicht bij elkaar staan en de coach verder weg. Op een ander moment verkleint de afstand tussen de coach en het gezin en komt de verzorgende verder weg van het gezin te staan. Afhankelijk van de positie van de coach in de driehoek wijzigt het perspectief en de thema’s die de coach al dan niet kan aansnijden. Tijdens een gesprek kan een coach ook afwisselend naast het gezin en naast de verzorgende staan. Daardoor kan de coach bemiddelen en verbinding leggen tussen verschillende perspectieven.

coach

verzorgende gezin

coach

verzorgende gezin

Page 175: Thuiscompagnie draaiboek interactief

175

coaching naast andere ondersteuningsvormen

Naastdeindividueleondersteuningdooreencoach,kunnenverzorgendenveelhebbenaanhetbegeleid uitwisselen van ervaringen. Daarom voorziet Thuiscompagnie, over de diensten heen, intervisiemomenten (trainingen) voor al de verzorgenden die in kwetsbare gezinnen werken. Op deze bijeenkomsten is een procesbegeleider van Bind-Kracht en een opgeleide ervaringsdeskun-dige in de armoede aanwezig.

Ook de coach kan niet zonder ondersteuning. De coach kan steun vinden bij de gezinnen, bij de verzorgenden of bij collega’s. Regelmatig informeel overleg en uitwisselen met collega’s, terug kunnen koppelen naar een leidinggevende binnen de eigen organisatie, intervisie en supervisie werkt versterkend. Thuiscompagnie voorziet daarom voor de coachen dienstoverschrijdende intervisie en supervisie.

Dat alles vraagt onder meer van diensten dat ze leidinggevenden en verzorgenden de ruimte geven om een eigen denkproces en een eigen verantwoordelijkheid te ontwikkelen. Daaraan zijn onvermijdelijk consequenties voor de organisatie en het functioneren van de dienst verbonden. Daarover lees je meer in hoofdstuk 11.

opbouw van dit hoofdstuk

Inheteerstedeelvandithoofdstuk(vanpagina176tot193)vindjeeenbeschrijvingvanhoedecoach en/of de verzorgende, in functie van het empowermentproces, het gezin kan ondersteunen. Het tweede deel beschrijft hoe de coach dat t.a.v. de verzorgende kan doen. In beide delenvind je specifieke aandachtspunten en voorbeelden. Naargelang de persoon waarmee je eencoachingsgesprek zal voeren, het gezin of de verzorgende, kan je het eerste, dan wel het tweede deelvandithoofdstuk(vanpagina194tot217)terhandnemen.Hetderdeenlaatstedeel(vanafpagina 218) biedt je twee uitgewerkte praktijkvoorbeelden. In de eerste casus illustrerenwehoe je een afweging kan maken tussen ‘het juiste, het goede en het goed doen’ en hoe je de

relatie ‘gezin, verzorgende en dienst’ een plaats kan geven in de ondersteuning. In detweede casus tekenen we het coachingsproces uit dat naar aanleiding van een ‘weekend-oproep’ van een moeder en een verzorgende plaats vond.

Meestal zijt ge bij oudere mensen en die verzorging die is gewoon anders. Hier zit ge echt meer in een gezinsdinge en ge maakt andere situaties mee. Bij die oudere mensen wordt ge ook geapprecieerd, maar hier heeft uw werk een ander dinge zo. Ja, (lacht) ik weet niet hoe dat ik dat moet uitleggen. … Ja en als we zo met de 4 collega’s die dat doen, er zijn nu 2 mensen die zelfs nog maar 3 lessen [trainingen] gehad hebben, die zeggen: ‘Who, die kijk, uwe kijk verandert gewoon op de mensen, op de maatschappij, op uw manier van werken.’ Want, soms zijn er dingen waar dat ge wat meer op moet letten. Ja, dat is gewoon een verrijking geweest. Dus ik hoop wel dat dat [trainingen] nog lang kan blijven, want ik denk dat dat veel betekenis kan geven. (verzorgende Jennifer)

Page 176: Thuiscompagnie draaiboek interactief

176 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

2. heT gezin coachen

Hoe vaak de coach contacten heeft met het gezin is afhankelijk van de noden van het gezin, de relatiemet de verzorgende en de vaardigheden van de verzorgende. In demeeste kwetsbaregezinnen zijn er al verschillende hulpverleners, elk met hun eigen opdracht, actief. Het is dus zeker niet de bedoeling om er nog een extra hulpverlener naast te zetten. Zoals in de inleiding vermeld, zijn er ook verzorgenden die de coachende rol t.a.v. het gezin kunnen opnemen.

Het is noodzakelijk dat er regelmatig contacten zijn tussen de dienst en het gezin. Dat is nodig om de wensen van het gezin goed te kunnen inschatten, om de aanpak waar nodig bij te sturen, omopmaatvanhetgezinteblijvenwerkenenomdeevolutieinhetgezinoptevolgen.InThuis-compagnie zijn op de volgende momenten de contacten tussen de coach en het gezin het meest intensief:

• deintake,• deevolutiebespreking,• deafbouw.

het intakegesprek

situeringHet intakegesprek is bedoeld om zicht te krijgen op de hulpvraag van het gezin en om af te toetsen of Thuiscompagnie daaraan tegemoet kan komen. Maar het is in de eerste plaats een ken-nismakingsgesprek.Hetgezinleertdedienstkennenviajou.Enjijkrijgtzichtopdeleefwereldvan het gezin. Die eerste indruk bepaalt de verdere samenwerking (zie hoofdstuk 6).

Omdat er heel wat informatie moet worden uitgewisseld, verloopt de intake meestal over meer-dere gesprekken. De onderstaande vragen helpen je om de intake voor te bereiden:

• Staathetgezinerachterdatjeophuisbezoekkomt?• Wilhetgezingraageenvertrouwenspersoonaanwezighebbenbijdeintake?• Isereentoeleidingsformulierdatwerdingevuld?(cf.datkandebasisvormenvoorje

gesprek).• Hebjeeenaantaldocumentennodig?Bekijkofjedieopvoorhandaanhetgezinkan

vragen. Dan hebben ze de tijd om dat na te vragen en klaar te leggen (al dan niet met hulp van een vertrouwenspersoon of de maatschappelijk werker van het OCMW).

Datjeopintakemagkomen,isnietvanzelfsprekend.Voorgezinnenkanhettoelatenvaneenbuitenstaander al een grote stap zijn. Ze laten je toe in hun woning, je ziet dingen die ze liever niet laten zien, ze ‘moeten’ toegeven het niet meer alleen te kunnen enz. Hou dat in je achter-hoofd als je binnenstapt. Mensen kunnen stil of wat achterdochtig zijn, niet graag hebben dat je naar de bovenverdieping gaat of net heel veel vertellen. Kijk goed en stel je open. Gedraag je vanuit verwondering en vel geen oordeel.

Page 177: Thuiscompagnie draaiboek interactief

177

Leg uit wat de bedoeling van dit kennismakingsgesprek is:

• kennismakingmetelkaar,• jeopdrachtalscoachuitleggen,• bevragenwathetgezinaloverThuiscompagnieweet,• uitleggevenoverThuiscompagnie,• samenbekijkenwaarmeeThuiscompagniehenkanhelpen:wiedoetwatinhethuis-

houden, wat loopt goed, wat loopt volgens het gezin minder goed.

het intakegesprek legt de basis voor verdere samenwerking

jezelf en de dienst voorstellen

Stel jezelf zo authentiek mogelijk voor en neem daarbij de volgende aandachtspunten mee:

• Belangrijkisdatgezinnenwetenwiejijbentenwatjetaakis.• Leguitwathetdoelvanhetgesprekis.Jijkomtmethenpratenomuittezoekenwelke

steun zij graag zouden hebben. Dat gebeurt in alle gezinnen die beroep doen op de dienst gezinszorg. Het gezin bepaalt wat de hulp moet inhouden, zodat ze ‘baas blijven in hun eigen huis’. Dat maak je zelf waar door informatie te delen met het gezin, dingen op een begrijpelijke manier uit te leggen, hun vertrouwen te verdienen en te behouden.

• Jemaaktduidelijkdatjeregelmatigzalbinnenspringen:eeneerstekeeralsdehulpgestartis om te kijken of alles nog volgens hun wens verloopt, na een paar weken om te toetsen hoe het gaat. Zij zijn jouw klant en je vindt het belangrijk om van hen te horen waarover ze tevreden zijn en waarover niet.

• Laathetgezinwetenhoezejekunnenbereikenalszevragenofklachtenhebben.

polsen naar de concrete aanleiding voor de vraag naar hulp Thuiscompagnie staat voor ondersteuning bij het runnen van het huishouden, maar altijd met het oog op ‘samen dingen doen’. Waarom heeft het gezin gekozen voor een verzorgende van Thuiscompagnie? Het is nodig om daar met het gezin bij stil te staan:

• doorerovertepraten,wordtdekeuzevoorThuiscompagnieeenbewustekeuze,groeithunintrinsiekemotivatie(ziehoofdstuk7),

• zoweethetgezinwathetkanverwachten.

Eenpositievekeuzemakenvoorietsdatjenietkent,vraagttijd. De motivatie is bij de intake of de start van hulpverle-ning vaak buiten het gezin te zoeken: een hulpverlener vindt dit goed voor een gezin, het gezin heeft schrik voor andere stappen enz. Als je de indruk hebt dat het gezin niet zo gemo-tiveerd lijkt, benoem dit dan ook: ‘Ik merk dat je het niet zo fijn vindt dat wij dit gesprek doen. Mag ik vragen hoe dat komt?’ of ‘Ik kan me voorstellen dat ik je wat overdonder met al mijn vragen en uitleg. Is dat zo?’

Daarenboven is het voor een gezin niet altijd gemakkelijk om te verwoorden waarom ze hulp nodig hebben. Als coach neem je de tijd om te bespreken waarom het gezin hulp vraagt. Als je de vraag van een andere hulpverlener hebt doorgekregen, toets dan af of het gesignaleerde

Coach: Ik ben Sofie. Ik hoorde van Marleen dat je graag hulp in het huishouden wil. Als jullie dat echt willen, dan kan iemand van onze dienst jullie helpen. Ik kom nu naar jullie luisteren om te horen wat jullie van die hulp verwachten. Ik wil horen hoe jullie dat zien. Daarna bespreek ik dat ook met de verzorgende die jullie komt helpen.

Coach: Jullie hebben het tot nu toe zonder hulp gedaan. Wat heeft je doen vragen naar hulp in het huishouden? Welke dingen kan je verder alleen doen? Wat loopt er goed? Wat zijn de dingen waar je tegenaan loopt?

Page 178: Thuiscompagnie draaiboek interactief

178 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

probleem ook datgene is waarvoor het gezin steun wil. Je laat zien dat je echt naar hen wil luis-teren en dat je hun mening wil horen: vinden zij ook dat ze bij het gesignaleerde probleem hulp nodig hebben? Door actief naar de kijk en de mening van het gezin te vragen, toon je dat je wil samenwerken.

Eens de verzorgende gestart is, kan zemet het gezinmee-denken over de doelen. Doordat de verzorgende zelf in het gezin functioneert, ervaart zij meteen waar het moeilijk loopt. Ze kan het gezin daar dus goed bij helpen. Daarnaast kan de verzorgende de coach helpen om een gemeenschappe-lijke taal te vinden om zaken bespreekbaar te maken.

wat is belangrijk voor het gezin?Waar storen gezinsleden zich aan? Wat zouden ze anders willen? Waar dromen ze van? Om een beter zicht te krijgen op wat de gezinsleden belangrijk vinden, kan je doorvragen op grotere the-ma’s die tijdens het gesprek aan bod komen. Zo kom je uiteindelijk tot kleine haalbare stappen.

Coach: Ik hoorde dat je het vervelend vindt dat de school altijd met klachten over de hygiëne van de kindjes komt. Is dat zo?Timmie: Dat vind ik heel erg.Coach: Wat denk je er van als we samen zoeken wat we daaraan kunnen doen?Timmie: Dat zou fijn zijn.Coach: Waarover klagen ze precies? …. (verder verkennen)Coach: OK, dan gaat er een verzorgende komen om je daar bij te helpen.

Coach: Het lukt dus niet om het afval gesorteerd te krijgen. OK, dan ga ik iemand zoeken die je daarbij kan helpen. Die gaat dat niet in jouw plaats doen. Die gaat samen met jou kijken hoe het afval in de keuken kan geraken …

Greet: Mijn keuken is mijn grootste struikelblok, dat is altijd al zo geweest. Ook de kleren, de was en de strijk krijg ik niet bijgewerkt. Ik begin ergens vijf minuten aan, bijvoorbeeld die berg in de hoek daar, maar ik zie dan weer iets anders en dan ben ik daar weer mee bezig. De kleren wil ik zeker doen. Wat ik met die van Milan moet doen, dat weet ik niet, dat is moeilijk.Coach:Dat begrijp ik, het is ook aan jou om te kijken wat je met die kleertjes wil doen. Ze moeten ook niet weg. Is het goed voor jou als we nu eens kijken hoe we hier samen met de verzorgende aan kunnen werken?Greet: Ja, want alleen lukt het niet.Coach: Je zegt dat de keuken je struikelblok is. Ik zie veel afwas staan, veel kommen en potjes, bedoel je datGreet: Ja, ik zou eens grote kuis ook willen doen in mijn keuken. In mijn kast staan zoveel kommetjes en dekseltjes en dat moet eens gesorteerd worden. De afwas blijft ook veel staan.Coach: Ik denk dat dit al een heel praktisch punt is waar we aan kunnen werken: kast samen uitsorteren. Misschien is er dan plaats om er andere spulletjes in te zetten. De afwas, dat kunnen we ook bekijken hoe we dat samen kunnen aanpakken. Kunnen de oudste kinderen daar bijvoorbeeld ’s avonds mee helpen? Ik stel voor dat de verzorgende en jij dit samen verder bekijken. We bespreken dit later nog verder dan. Wat vind je van dit voorstel?Greet: Ja, die kast moeten we echt doen en de afwas ook. Wat met al de kleren, de was en de strijk?Coach: Ik zie in die hoek kleren en dozen met kleren: bedoel je dat?Greet: Ook, maar in de kast in de gang en in de badkamer staan ook veel kleren. En dan boven nog, daar moeten we ook nog opruimen.Coach: Ik denk dat we best stap per stap werken. Wat denk je er van als we eerst beneden beginnen, bijvoorbeeld die ‘berg in de hoek’ zoals je zegt. Voor de kleren kunnen we 3 dozen maken, bijvoorbeeld: mag weg, houden, misschien. Zo kunnen we sorteren. Wat weg mag, kunnen jij en de verzorgende dan samen wegbrengen.Greet: Ja, want wat kapot, te klein of oud is, mag weg. Sommige dingen weet ik niet.

Page 179: Thuiscompagnie draaiboek interactief

179

Sta stil bij de betekenis van woorden zoals opgeruimd, rommel, proper, rustig, op tijd, hygiënisch, gezond, lekker, braaf enz. voor het gezin zelf. Let er op dat je jouw normen niet als maat neemt. Meer concrete afspraken over het samen-werken moet je niet maken tijdens een intakegesprek. Dat doet de verzorgende wel, die weet dat veel beter.

Probeer tussen de gezinsleden overeenstemming te krijgenrond wat het gezin van de hulp verwacht.

zoeken naar verbinding, mogelijkheden en beperkingenEen intakegesprekwordthet best gevoerdmetmeerdere gezinsleden.Probeerde kinderen erook bij te betrekken. Gebruik wat je in de kamer ziet als aanleiding om contact te maken rond hobby’sofinteresses.Wellichtiserergenswelietswatjezelfookprettigvindtofdatjeboeit.Erstaateengrotetelevisie;informeernaarhunfavorietefeuilleton.Voordedeurstaateenmoto;verklap dat je in het weekend ook regelmatig achter op een motor zit. Zijn de kinderen van dezelfdeleeftijdalsdievanjou,danmagjedatgerustlatenweten.Hebjeookeenhondje?Vertelwat die hond voor jou betekent.

Meestal geven mensen spontaan aan waar hun interesse ligt of wat hen bezig houdt. De uitda-ging is om verwonderd die leefwereld te verkennen. Stel op een geïnteresseerde manier vragen bij wat je ziet, zonder te beschuldigen of te oordelen. Je bent op een positieve manier nieuws-gierig. Zo geef je aan dat de ander jou bezig houdt en je meer wil weten. Dit leidt niet altijd tot positieve verhalen, maar wel naar interessepunten van één of meerdere gezinsleden en ook naar hun dromen, frustraties, vroegere realisaties. Zoek voor jezelf een ‘systeem’ om de hobby’s of de interessesferen van de gezinsleden te onthouden.

Probeerdemogelijkhedenvanhetgezin teachterhalen.Welke takennemendeverschillendegezinsleden, ook de kinderen, al op en geef hen daarvoor de nodige erkenning. Als het gezin ondersteuning krijgt van familieleden of vrienden, dan moet de verzorgende die taken zeker niet overnemen(ziehoofdstuk4).Gadaaromnaoferfigurenzijnopwiezeeventueelkunnenterug-vallen, vraag naar figuren die door het gezin als steunend worden ervaren. Lukken die taken vlot? Waarover zijn ze tevreden? Waarover niet? Wat zouden ze beter willen kunnen?

Beperkingen van gezinsleden (bv. rugklachten, niet aange-boren hersenletsel, slechte conditie) hebben implicaties voor de opdracht van de verzorgende. Als mensen al lang weinig in het huishouden hebben gedaan, dan zal de verzorgende voldoende pauzes moeten inlassen. Soms is 10 minuten aan één stuk met hetzelfde bezig zijn al een hele uitdaging. Dat soort informatie heb je nodig om de verzorgende goed te kunnen voorbereiden op haar opdracht.

Ik hoor dat mevrouw graag wil dat de kinderen op tijd klaar zijn om naar school te gaan en dat meneer graag heeft dat het ’s morgens rustig is en niet zo’n gejaag.Dat is alle twee belangrijk. Als het ’s morgens rustiger is, dan lukt het misschien beter om op tijd klaar te zijn? Als de verzorgende nu eens samen met jullie probeert om ’s avonds al een aantal dingen klaar te maken, dan zal het ’s morgens misschien vlotter en kalmer gaan?

Hoe hebt ge tot nu toe alles klaar gekregen?Wie doet nu wat?Is het haalbaar om dat zo te laten?In welke mate kan je meewerken met de verzorgende?Wat wil je zeker zelf blijven doen?

Page 180: Thuiscompagnie draaiboek interactief

180 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

zicht krijgen op de gewenste ondersteuningsstijlJe polst tijdens de intake naar de verwachtingen van de gezinsleden over de verzorgende. Je moet niets beloven wat je niet waar kan maken. Maar je kan wel vragen hoe ze het liefst geholpen worden.

De dienst gezinszorg zoekt altijd naar een goede match tussen de verzorgende en het gezin. Bij Thuiscompagnie vraagt deze match nog meer aandacht omwille van het leefwereldverschil, de complexiteit en de verwevenheid van problemen op verschillende levensdomeinen. De uitdaging van Thuiscompagnie ligt juist in het samen zoeken (verzorgende - gezin -coach) naar bestaande krachten en naar mogelijkheden om nieuwe krachten naar boven laten komen. Dat kan alleen lukken als er een goede match is tussen de verzorgende en het gezin.

‘Hoe wil je ondersteund worden?’ is een moeilijke vraag. De cliënt kan bijvoorbeeld denken: ‘voor het huishouden wil ik iemand die het overneemt, maar van mijn kinderen, daar moeten ze van afblijven’. Zorg dat er ruimte is om die verschillende wensen uit te spreken. De eerdere vermelde gerichte vragen zoals ‘Waar wil je hulp bij?’ of ‘Wat wil je veranderd zien?’ kan je op het spoor van die wensen brengen.

duidelijk communiceren over het takenpakket, afspraken en regelsHet gezin moet weten wat het kan verwachten van de ver-zorgende, maar ook wat de verzorgende niet mag doen. Het is jouw taak om het onderscheid duidelijk te maken: 'dat is de regel waar we niet van kunnen afwijken'. Bijvoorbeeld: De dienst gezinszorg organiseert dewerkregeling. Een ver-zorgende mag daar op eigen initiatief niet van afwijken, ook niet als het gezin dat vraagt. Ze moet dat altijd eerst met de dienst overleggen. Dat moet duidelijk zijn, zowel voor de ver-zorgende als voor het gezin.

Daarnaast zijn er ook zaken waarover we in dialoog kunnen gaan. Zo geldt bijvoorbeeld de regel dat de verzorgende op het afgesproken tijdstip moet kunnen beginnen. Als afge-sprokenisdatdeverzorgendeom9uaandedeurstaat,danmoetiemandom9udedeuropendoen.Vraagaandecliëntof dit lukt. De cliënt kan dan zeggen: ‘Dat lukt mij niet om 9u, maar wel om 9u30’.

Let op: regels die voor jou evident lijken, zijn dat niet altijd voor het gezin dat op je dienst beroep doet. Regels kunnen daarenboven van dienst tot dienst verschillen:

Ik ben superblij dat ik haar [verzorgende] gekregen heb. [Werd dat op voorhand besproken?] Ja, ze hebben het met mij besproken. Ze hadden 2 dames, één van 34 en dan eentje van in de veertig. Ik had hen gezegd van ja, stuurt die van 34 jaar maar naar hier (lacht). En ze zei ‘Waarom?’ Ja, ik zeg ‘Een jonge vrouw, daar kunt ge al eens een babbel mee doen.’ Ja met die van 40 waarschijnlijk ook wel. Ja, ik weet het niet. Ik had zoiets van stuurt die van 34 maar. (moeder Wendy)

Ik vond het wel een beetje heel raar. Ook omdat, ja, ik heb er heel veel moeite mee om tegen iemand te zeggen van ‘ga dit doen of ga dat doen’. Ja, ik kan niet echt zo’n beetje baasje spelen. Ja, daar had ik toch wel moeite mee. En we hebben dat dan wel besproken. En zij [verzorgende] wist dan ook wel dat ik heel moeilijk kon zeggen van dingen dat ze dan moest gaan doen. Dus daar ging ze zelf wat actie in ondernemen. En we overleggen dan van wat gaan we doen. En ja en het klikte ook. Dus ja, dat ging dan ook wat gemakkelijker. (moeder Christina)

Page 181: Thuiscompagnie draaiboek interactief

181

• insommigedienstenmagdeverzorgendegeenkinderenmeeindeautonemen,• insommigedienstenmageenverzorgendenietnaarhetcontainerparkrijden,tenzijhet

vooraf met de dienst is afgesproken.

Beperk je bij het uitleggen van de regels tot het strikt noodzakelijke. Anders wordt het gezin overspoeld door regels. Wat je zeker moet aansnijden is het gedeeld beroepsgeheim waaraan de verzorgende en de coach zich zullen houden (zie hoofdstuk 5).

Eenanderaspectdatbijzondereaandachtvraagtisdefinanciële bijdrage. Het gezin zal een bij-drage moeten betalen. Om die bijdrage te berekenen, moet je het inkomen van het gezin vragen. De gezinssamenstelling kan heel complex zijn of vragen naar de gezinssamenstelling kunnen gevoeligliggen(bv.éénvandekinderenwoontnietmeerthuis,eriseenrecentescheiding).Vaakwordt het voor de coach en de verzorgende in de loop van het ondersteuningstraject pas duide-lijk hoe de gezinssamenstelling en -banden in elkaar zitten of waar er gevoeligheden liggen. Het is aangewezen om de prijs te berekenen terwijl het gezin erbij is. Je kan dan uitleg geven zodat de leden van het gezin het kunnen volgen (zie ook hoofdstuk 6).

de ‘werk’ruimtes bekijkenJe vraagt toestemming om alle ruimtes te bekijken waar de verzorgende zal komen. Leg uit waarom je die ruimtes wil zien: mee inschatten van de tijdsbesteding van de verzor-gende, zich de ruimtes kunnen inbeelden als de verzorgende nadien over het huis vertelt. Door goed te kijken, krijg je een zicht op de totale leefsituatie van het gezin. Als er veel rommel ligt, dan mag je dat gerust zeggen maar je doet dat op een niet-aanvallende manier.

De verzorgende moet in veilige omstandigheden kunnen werken. Als je onveilige dingen ziet, spreek daar dan over. Het gezin weet misschien niet dat het onveilig is of het gezin leeft al lang op die manier zodat ze er niet meer bij stilstaan. Jullie kunnen dan samen bekijken welke moge-lijkheden het gezin heeft om de situatie veilig te maken.

Als het gezin je sommige kamers niet wil laten zien, dan is dat hun goed recht. De uitdaging voor de coach is om een balans te vinden tussen dingen moeten en/of willen zien en het feit dat dit moeilijk kan zijn voor het gezin.

aandachtspunten bij de intake

neem de tijdNeemdetijdomkennistemakenengaervanuitdat‘diepapierenwelinordezullenkomen’.Jaagje niet op als het belastingformulier niet op tijd gevonden wordt. Het gaat om de stijl waarmee je de dingen aanpakt. Ook door die stijl breng je rust: als je zelf rust uitstraalt, dan valt de dreiging weg.

toon jezelf als mensJe kunt de stress voor het gezin verminderen door iets van jezelf in te brengen. Je kunt iets uit je eigen leven vertellen om de drempel lager te maken. Zoek naar wat je gemeenschap-pelijk hebt: iets wat jij ook hebt meegemaakt of iets waar jij je ook zorgen over maakt. Door de manier waarop je jezelf in het gesprek binnenbrengt, kan je stress verminderen.

Ik zie dat het niet gemakkelijk is om alles opgeruimd te krijgen. Daarvoor zijn we er juist. Als alles tiptop in orde was, dan moesten we niet komen.

Is het gezin er tijdens de intake nog niet klaar voor om je alle ruimtes te laten zien? Laat dit dan even rusten. Als de verzorgende een tijdje in het gezin komt, dan krijgt ze dit vertrouwen waarschijnlijk wel.

Page 182: Thuiscompagnie draaiboek interactief

182 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

respecteer de autonomie van het gezinVraagaltijddetoestemmingaanhetgezinwanneerjeietswildoendathenbetreft,enleghenuitwaarom. Bijvoorbeeld:

• Alsjeietswilbesprekenmeteenanderehulpverlener,maakdanduidelijkwatjegraagwilbespreken, wat je bedoeling is en vraag of ze hiermee akkoord gaan.

• Alsjeietswilregelenvoorhetgezin(bv.inschakelingvaneenanderedienst),legdanuitwelke stappen je zal ondernemen en doe niets waar ze niet akkoord mee zijn. Als later blijkt dat je te voortvarend geweest bent, dan kan dit schadelijk zijn voor het vertrouwen dat je opgebouwd hebt.

ga dieper in op de dingen die de gezinsleden zeggen

Als de vraag van moeder is dat ze graag kasten zou hebben, dan is dat de vraag waar je meteen tijdens het intakegesprek op ingaat. Laat horen dat je het gehoord hebt en toets af of je het juist begrepen hebt. Bekijk met moeder hoe er gewerkt kan worden naar een oplossing. Zo geef je het signaal dat je goed luistert en rekening houdt met wat er gezegd wordt. Tijdens de intake moet je m.a.w. perspectief bieden op de hoofdvraag. Beloof daarbij niets dat je niet kan waarmaken.

Tijdens de intake mag je ook afgrenzen. Als een moeder bijvoorbeeld veel zaken aanhaalt die ze veranderd wil zien, dan kan je afspreken dat je het daar de volgende keer terug met haar wil over hebben (bv. ‘We gaan daar later verder op in. Nu zou ik het even over … willen hebben.’).Vergeetdat dan ook niet.

pas je spreekstijl aanEr zijn veel verschillendemanieren om informatie over te brengen of dingen te bevragen. Jespreekstijl beïnvloedt onvermijdelijk hoe je informatie of je vragen bij het gezin ‘aankomen’. Als je zaken vraagt, doe dat dan vanuit verwondering en niet veroordelend of in termen van ‘een af te werken controlelijst’. Je moet actief luisteren en steeds checken of je het wel goed begrepen hebt (cf. feedback): ‘Snap ik het goed dat je bedoelt dat …? Heb ik goed begrepen dat …?’.In vind je meer voorbeelden.

notities tot een minimum beperken en delen met het gezinWeradenaanomtijdenshetgesprekzoweinigmogelijk tenoteren.Noterenwekt immersdeindruk dat er ‘weer’ een dossier wordt opgemaakt en een dossier kan later ‘tegen hen’ gebruikt worden. Dat kan spanning bij het gezin veroorzaken, terwijl je juist een ontspannen sfeer wil.

Wil je meteen dingen opschrijven, vraag dan uitdrukkelijk ‘Stoort het dat ik noteer?’ Laat je gesprekspartnerslezenwatjeschrijft.Erisoverhenalzoveeloppapiergezetwaarmeezehetniet eens zijn. Met die gevoeligheid moet je rekening houden. De regel is: uitleggen waarom je noteert en delen wat je noteert.

Wat je best wel duidelijk noteert, is wat de verzorgende in het gezin moet doen en waarom. Uiter-aardkanjenietalledetailsovereengezinonthouden.Nahethuisbezoekkanjebijvoorbeeldkort noteren wat belangrijk is bij de ondersteuning van een gezin. Het gaat dan om zaken die je later, bij het opstarten en het coachen van de verzorgende, kunnen helpen. Je noteert dingen die extra aandacht vragen en zeker ook de punten die toelaten om verbinding te maken. Als je dat na elk huisbezoek aanvult, dan kan je ook de evolutie in het gezin zien. Dit is geen dossier: het zijn eerdernotitiesomtekunnenvolgen.Erhoeftgeenbeschrijvingintestaanvandegezinsproble-matiek.Probeerjenotitieszoobjectiefmogelijktehouden.Schrijfgeeninterpretatiesop,wanteens neergeschreven kunnen interpretaties een eigen leven leiden.

Greet: Vooral boven is een probleem. Ik heb geen kasten.Coach: Wil je dat we samen eens boven gaan kijken?

Page 183: Thuiscompagnie draaiboek interactief

183

voorzichtig met een laptopDoorgaans wordt bij een intake een laptop meegenomen om meteen het dossier in orde te brengen. Dat is in maatschappelijk kwetsbare gezinnen minder aangewezen. Dat schept afstand en het verhoogthetwantrouwen.Erstaat immersalzoveeloverhunsituatieoppapier.Deze intakevraagt een andere stijl van communiceren. Als je de laptop echt niet kan missen, laat dan je gesprekspartners zien wat je invoert of lees het hen voor.

je mag niet binnen?Hetkan gebeurendat je, ondanksde afspraak, voor een geslotendeur staat. Probeerdanomeen nieuwe afspraak te maken. Onderhoud ook je contacten met de aanmelder of vertrouwens-figuur en onderzoek welke drempels er kunnen zijn voor het gezin om het gesprek toe te laten. Misschien heeft het gezin gewoon nog wat tijd nodig. Een aanklampende houding kan danvruchtenafwerpen.Pasalsdeintakeachterderugis,kandeverzorgendeinhetgezinwordengeïntroduceerd.

De CLB-medewerker zag een perspectief, maar dit gezin was er duidelijk nog niet klaar voor. Moeder heeft positief gereageerd op het voorstel van de CLB-medewerker, maar het was een ‘ja’ uitonmachtenangst.Iemanddiezich6maandenlangverstopt,wildatgespreknietaangaan.Natuurlijkmoetjehetniettesnelopgeven.Misschienhebjetochietsinganggezet,ookalishetnu niet gelukt. Misschien staat deze mevrouw later wel open voor Thuiscompagnie.

evolutiebesprekingen

Een evolutiebespreking:

• iseengesprektussendecoachenhetgezinoftussendecoach,hetgezinendeverzorgende,• vindtmeestalthuisbijhetgezinplaats,• gebeurtregelmatig,ongeachtofhetgoedofmindergoedlooptinhetgezin(cf.ookalshet

goed loopt is het belangrijk om bij het gezin langs te gaan, dan kan je zien en bevestigen dat het goed gaat),

• kanopinitiatiefvandecoachplaatsvinden,maarkanookdoordeverzorgende,hetgezinof het informele netwerk aangevraagd worden,

• kaneenmomentzijnomkennistemakenmeteenanderebetrokkenhulpverlenerendeinterventies op elkaar af te stemmen.

Als coach kan je de evolutie van het gezin ook opvolgen via overleg met de verzorgende. Maar een rechtstreeks contact met het gezin biedt extra voordelen. Het brengt je dichter bij hun per-spectief, bij hun belevingswereld en bij de woorden waarmee ze daarover praten. Bovendien kan je, als de verzorgende ook aanwezig is, veel oppikken over de relatie tussen de verzorgende en het gezin en over hoe ze samenwerken.

Een coach wil, op vraag van het CLB, op intakegesprek gaan maar krijgt het gezin niet te pakken. Al de momenten die werden voorgesteld, werden afgewezen. Eén keer kwam het wel tot een afspraak, maar toen de coach langsging, plakte er een briefje op de deur dat moeder naar de dokter was. Daarna heeft de coach nog een paar keer gebeld. In een periode van 6 maanden kwam er op geen enkele manier een reactie van het gezin.

De coach, die komt hier dan soms binnen. Ja die komt dan, hoe of wat we kunnen doen, of we een stap verder kunnen gaan. Dan zit ge allemaal rond de tafel. … In het begin dan stond de coach hier om de 2 weken. En nu, de laatste keer dat ik die gezien heb, dan denk ik toch dat dat een maand, anderhalve maand, geleden is. (vader Robert)

Page 184: Thuiscompagnie draaiboek interactief

184 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

Een evolutiebespreking wordt bij voorkeur door de coachgevoerd. Om de eenvoudige reden dat de coach vanuit haar positie iets gemakkelijker van op afstand kan kijken naar wat de verzorgende in het gezin doet en wat de impact daarvan is op het gezinsfunctioneren.

doel van een evolutiebesprekingDe voornaamste doelen van een evolutiebespreking zijn:

• hetgezinondersteunen,• deverzorgendeondersteunen,• deverbindingtussenhetgezinendeverzorgendeondersteunenofherstellen,• deverbindingtussenhetgezinendesamenlevingondersteunenofherstellen.

Meer concreet dient een evolutiebespreking om:

• zichttekrijgenopderelatietussendeverzorgendeendecliënt,• teonderzoekenofdeondersteuningbijgestuurdmoetworden,• positieve,bevestigendeboodschappentegeven,• doelenaftetoetsenennieuwepistestezoeken,• gevoeligedingentebespreken,• thema’sdierelevantzijnvoorhetversterkendprocesbespreekbaartemaken,• hetgezindemogelijkheidtegevenomtespreken,zorgenoptafelteleggenenz.,• eenintegralekijktebehouden,• afbouwvoortebereiden:aandachtvoorhetproces,autonomieversusverafhankelijking,• …

Regelmatig contact is nodig omdat je zo de evolutie van het gezin kan zien. Je volgt op hoe het gaat met het gezin en de verzorgende. Zowel het gezin als de verzorgende krijgen de kans om vragen te stellen, bezorgdheden te uiten enz.

Omdat verzorgenden het niet gewend zijn om zo frequent opgevolgd te worden, moet je niet alleen aan het gezin, maar ook aan de verzorgende uitleggen waarom je op huisbezoek komt. De verzorgende kan zich op de vingers gekeken voelen. Of ze wil, vanuit een oprechte bekommernis om het gezin, aan jou laten zien dat het gezin ‘vooruitgaat’. Ze steekt met het oog op je komst een tandje bij of neemt het zelfs over zodat alles er tegen je komst pico bello uitziet. De verzorgende verliest zo de concrete doelen en de versterkende en verbin-dende manier van werken uit het oog. Dat is niet de bedoe-ling. Het moet voor de verzorgende duidelijk zijn dat een evo-lutiebespreking net een kans is om het ondersteuningsproces te bekrachtigen en waar nodig bij te sturen.

verloop van een evolutiebesprekingHet gesprek zelf concentreert zich rond twee vragen:

1.Evaluatievandeondersteuningzoalsdienuloopt.2. Afspreken wat de ondersteuning in de toekomst zal

inhouden.

Ik noteer telkens als ik op huisbezoek ben geweest wat goed loopt. Door de dingen op papier te zetten, komt ik los van het actuele van het moment. Dat helpt me om breder te kijken. Die nota’s kunnen ook helpen om samen met de verzorgende naar het gezin te kijken. (een coach)

Page 185: Thuiscompagnie draaiboek interactief

185

hoe loopt de ondersteuning nu?De verzorgende en het gezin krijgen de kans om te zeggen wat goed loopt, maar ook wat nog niet zo goed loopt. Als coach wil je weten hoe het werkelijk gaat.

• Watziejealscoach?Toetsofwatjezietofdenkt,ookzodoorhetgezinendeverzorgendewordt beleefd.

• Watgaatgoedenwatgaatmindergoed?• Doenjulliedingensamen?Hoegaatdat?

Door voortdurend erkennende tussenkomsten te maken, voorkom je dat dit gesprek de allures vaneen‘ondervraging’krijgt.Benoemdatelkestapvooruitnietvanzelfsprekendis.Vertraaghetgesprek door bijvoorbeeld te bevragen hoe ze erin geslaagd zijn om die stap te zetten.

waar gaan we in de komende periode rond werken?Om afspraken te kunnen maken voor het verdere ondersteuningstraject, moet je eerst terug bekijken waarom de verzorgende in het gezin komt:

• Watwarendedoelstellingenbijdeaanvang?• Zijndezedoelennoghetzelfde?Denkendeverzorgendeenhetgezinhierhetzelfdeover?• Isdesituatievanhetgezinnoghetzelfdeofzijnernieuwegebeurtenissenmetgevolgen

voor het gezinsfunctioneren en de wensen die het gezin heeft?• Zienjullienieuweuitdagingen?

Elkvoorsteldatdeverzorgendeoppertomnaar eennieuwdoel toe tewerken,moetnaardecliënt teruggekoppeld worden. Als de cliënt hier niet achter kan staan, dan is het geen optie. Ook de cliënt kan voorstellen doen.

frequentie en duur van een evolutiebesprekingDe frequentie van de contacten tussen de coach en het gezin en de diepgang ervan is afhankelijk van het gezin zelf, de fase in het ondersteuningsproces, de relatie tussen het gezin en de verzor-gende, de relatie tussen de coach en het gezin, de stijl van de verzorgende en haar kwaliteiten. Als zich een crisis voordoet, dan ga je best zo snel mogelijk ter plaatse. Maar ook als alles goed is, kan een huisbezoek een meerwaarde hebben. Werken op maat van het gezin is de boodschap. Soms voel je als coach aan dat een maandelijks huisbezoek bij een gezin te veel is. Sta zelf gere-geld stil bij de frequentie van de huisbezoeken en de meerwaarde ervan.

De living ligt altijd vol met peuken. Als er gepoetst is, duurt het niet lang voor het er terug smerig uitziet. De verzorgende vindt dat niet prettig. De verzorgende stelt voor een emmer te zoeken waarin de peuken gegooid kunnen worden. Is dat OK voor de cliënt?

De verzorgende geraakt binnen haar werktijd nooit rond met poetsen. Dat vindt ze vervelend. Het geeft haar het gevoel dat ze niet hard genoeg heeft gewerkt. Door erover te praten wordt duidelijk dat er nog geen enkele kamer is opgeruimd als de verzorgende ’s morgens aankomt. Kan moeder met opruimen beginnen vóór de verzorgende er is? Als moeder dat wel wil, dan moet je met haar verder praten over hoe ze dat gaat aanpakken. De opdracht opruimen is immers veel te breed. Je moet dat concreter proberen te maken. Bijvoorbeeld: ’s avond met de kinderen het speelgoed in de kist doen, de asbakken leegmaken, de glazen naar de keuken brengen.

Moeder wil graag dat de kleren van alle gezinsleden eens gesorteerd worden. Ze wil dat alles een vaste plaats krijgt. De kleren liggen nu overal in huis. Moeder, de verzorgende en de coach bespreken samen hoe ze dat kunnen aanpakken. Moeder vraagt zich af of ze de kinderen daar ook een taak bij kan geven? Dat is een goed plan. Weet moeder hoe ze dat kan vragen? Wil ze dat de verzorgende haar daarbij steunt?

Page 186: Thuiscompagnie draaiboek interactief

186 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

Ook de duur en de vorm van een evolutiebespreking stem je af op het gezin en kan variëren. Het hoeft niet altijd een langgesprektezijn.Evenlangsgaan,horenhoehetlooptenpolsen of er vragen zijn, is al voldoende. Of je kan dat telefo-nisch doen.

Evolutiebesprekingenvragendatdecoachtijdneemtvoorhetgezin en open staat voor een babbel. Het is goed om de ver-zorgende bij die bespreking te betrekken zodat het duidelijk is dat je er niet bent om te controleren, maar wel om samen te onderzoeken welke ondersteuning gewenst en versterkend is. Als je op gesprek gaat als de verzorgende in het gezin aan het werk is, hou er dan rekening mee dat het gesprek in de werktijd van de verzorgende loopt. De verzorgende moet niet dehele duur vande evolutiebespreking erbij zitten. In hettijdsbestek dat de verzorgende in het gezin komt, moet er veel gebeuren en het gezin betaalt daarvoor. Toch moet je niet het gevoel hebben dat je ‘maar in de weg zit’. Je zit misschien wel in de weg om vlot te poetsen, maar niet voor de persoon die vertelt. Wees wel alert voor signalen die er op kunnen wijzen dat ze je er niet graag bij hebben (bv. ze vertrouwen je niets toe, het gesprek stokt, ze zijn ‘afwezig’).

voorbereiding van een evolutiebesprekingEengoedeevolutiebesprekingvraagtvoorbereiding.Iederheeftzijneigenmanieromdittedoen.Belangrijk is dat je terugkijkt naar de voorbije periode en naar wat tijdens de vorige bespreking aan bod kwam.

Sommige coaches houden fiches bij per gezin of noteren werkpunten in een schriftje, anderen werken met een themalijst. Overloop die lijst bij de voorbereiding. Kijk naar de dingen die nog niet goed lopen en ga vooral na of er stappen vooruit zijn gezet. Deze lijst kan je ook op het spoor brengen van nieuwe werkpunten die je met het gezin kan opnemen. De evolutiebespreking kan een moment zijn om af te toetsen of je nieuwe dingen mag introduceren.

Eenander‘instrument’datjebijdevoorbereidingenhetvoerenvaneenevolutiebesprekingkangebruiken zijn schaalvragen (zie ).Voorelklevensdomeinplaatsje,vanuitjouwperspectiefbekeken,hetgezinopdieschaalofjevraagt aan de verzorgende waar zij het gezin zou plaatsen. Tijdens het gesprek met het gezin kan je aan het gezin vragen waar het zichzelf op de schaal zou situeren en daarover in dialoog gaan.

Voorbeeldlijst met thema’s

• onderhoud van de woning,• verzorging van de kledij,• persoonlijke verzorging en hygiëne,• maaltijden,• gezinsbudget,• werkorganisatie (de volgorde waarin de taken worden afgewerkt), gewoonte (begint er zich

al een werkstructuur af te tekenen?) en houding ten aanzien van de verzorgende (wordt er samengewerkt, verwachtingen t.a.v. de verzorgende, is er aandacht, tijd om te praten enz.)

• relatie tussen de gezinsleden,• gezondheid en welbevinden,• contacten met de buitenwereld• …

Page 187: Thuiscompagnie draaiboek interactief

187

thema’s bespreekbaar maken tijdens evolutiebesprekingen

positieve boodschappen geven en ontvangen moet je lerenSoms heeft het gezin het gevoel dat ze niet vooruitgaan. Laat hen dan vertellen waarom ze dat denken en praat daar verder met hen over. Breng binnen hoe jij het ziet en laat de verzorgende vertellen wat zij ziet.

• Wathebbenweondertussenwelbereikt?Geefeventueelzelfeenvoorbeeldwanneerhetgezin of de verzorgende dit zelf niet (meer) zien.

• Hebbenweteveeldingentegelijkwillendoen?• Zijnerdingendiewenuwelsamenkunnenaanpakken?

Zowelschaalvragenalsthemalijstenkunnenjehelpenomteherinnerenhoedesituatiewasvóórdeverzorgendebegonenwaterintussentijdveranderdis.Probeerdekleinsteveranderingdieje ziet te benoemen. Bijvoorbeeld: dat je ziet dat de kader recht is gehangen, dat er een nieuw salontafeltje is, dat de afwas is gedaan, de gang is opgeruimd, de gordijnen gewassen enz. Je moet er echt aandacht aan geven. Zoek de juiste woorden om gezinnen te zeggen dat ze het goed doen. Wees jezelf, wees authentiek, doe het niet gekunsteld. Zeg alleen wat je meent en verzin geen dingen om iets positiefs te kunnen zeggen. Als je een pluim geeft, koppel daar dan niet meteen het woordje ‘maar’ aan. ‘Maar’ ontkracht de positieve boodschap volledig.

Wees je ervan bewust dat het voor gezinnen moeilijk kan zijn om te horen dat ze dingen goed doen. Ze zijn zo’n positieve boodschappen niet gewoon en weten dan niet goed hoe te reageren. Misschien denken ze in aanvang wel dat het een slinkse manier is om hen op de vingers te tikken. Het durven aanvaarden van positieve boodschappen is vanuit die optiek een belang-rijke stap in een versterkingsproces. Maak daarom van in het begin duidelijk dat je er bent om het gezin sterker te maken. Hen prijzen als ze iets goed hebben gedaan hoort daar bij. Benoem daarenboven dat het best mogelijk is dat ze zich daar wat onwennig of verlegen bij kunnen voelen.

nieuwe dingen introducerenJe moet erg voorzichtig zijn met de introductie van veranderingen, zeker bij de start van een nieuw traject. Breng geen nieuwe dingen mee naar het gezin zonder daarover vooraf toestem-ming te vragen. Je legt het gezin m.a.w. een mogelijkheid voor, de keuze blijft bij hen.

de inzet van het gezin evalueren: het samen doenSoms zijn er omstandigheden die maken dat de verzorgende een aantal dingen tijdelijk moet overnemen.Erwordendanmaareenbeperktaantal takensamengedaan.Decoachmoetdattijdens een evolutiebespreking durven ter sprake brengen.

• Ikvoeldathetmoeilijkgaat.Wezijnnualdriemaandenbezigenhetwilnietechtlukkenprecies. Hoe zie jij dat?

• Watweafgesprokenhadden,wasmisschien(te)hooggegrepen?Watzouerwelgaan?• Watdoejijechtsamenmetdeverzorgende?Deverzorgendezegtwel‘ja,wijdoendat

samen’ (bv. om de cliënt te beschermen, om sneller klaar te zijn of om een beter resultaat te hebben). Wat doen jullie echt samen en wat doet de verzorgende in jouw plaats?

Een positieve pluim komt heel moeilijk binnen. Dan valt het gesprek soms stil. Als je 20 jaar of langer steeds de boodschap hebt gekregen dat je niet deugt, dan schrik je als iemand zegt dat het goed is wat je doet. Maar coaches moeten dat wel blijven zeggen en positieve boodschappen blijven geven. Uiteindelijk dringt het wel door dat het gemeend is. En dan doet het echt heel veel deugd. (Odette, ervaringsdeskundige TAO)

Page 188: Thuiscompagnie draaiboek interactief

188 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

Tijdens een evolutiebespreking kan je dat op tafel leggen: ‘We hadden afgesproken dat jullie zouden helpen met het sorteren van afval. Maar dat is niet gebeurd.’ Zonder de druk op het gezin te verhogen, kan je vragen: ‘Vind je het sorteren van afval belangrijk genoeg om daar volgende keer op terug te komen?’. Als ze ja zeggen, dan neem je het thema de volgende keer terug op: ‘Is er al aan gewerkt? Wat is er aan gedaan en wat nog niet? Waarom is het niet gelukt?’. Als ze neen zeggen, dan laat je het thema nog wat rusten.

verbinding leggenStel je meerzijdig partijdig op (zie ). Laat zowel de cliënt als de verzorgende hun beleving vertellen en creëer een klimaat om naar elkaar te luisteren.

1. Laat eerst de cliënt zijn verhaal vertellen. Toets of je het goed begrepen hebt, laat zien dat je begrijpt hoe moeilijk dat het is en hoeveel respect je hebt voor de wegen die ze vinden om daar mee om te gaan.

2. Laat de verzorgende haar verhaal doen. Toets of je het goed begrepen hebt en laat zien dat je respect hebt voor haar inzet.

3. Laat zien waar de beleving van de cliënt en van de verzorgende met elkaar botst. Je stelt vast dat beiden anders kijken en dat het niet ongewoon is dat dat botst. Zo normaliseer je die botsing in plaats van te polariseren.

4.Probeertotverbindingtekomen.Kandeanderebegrijpenwaaromdeenezusofzo?5. Vanuitdatbegripvoorelkaarszienswijzekanjeopzoekgaannaarwatgemeenschappelijkis.

voorkomen dat de hulp belastend wordtSoms kan het tijdelijk stopzetten van de ondersteuning nodig zijn voor het gezin. Zo kunnen ze even op adem komen en zelf zien hoe het loopt als ze aangeven ‘voor ons is het goed zo’. Belang-rijk is dat je het gezin duidelijk maakt dat ze steeds opnieuw hulp kunnen vragen. Contacteer hen sowieso na een aantal weken om te horen hoe het gaat.

wordt het gezin sterker?Wanneerisdesteunvandeverzorgendenietmeernodig?Iser voldoende stabiliteit en heeft het gezin voldoende nieuwe hulpbronnenontwikkeldomalleenverdertegaan?InThuis-compagnie stellen we vast dat in sommige gezinnen mini-male ondersteuning noodzakelijk blijft om de stabiliteit te bewaren. Bij het merendeel van de gezinnen is dat echter niet het geval. In gezinnen die zichzelf alleen kunnen redden,dient een versterkende hulpverlening zichzelf overbodig te maken.Polsdaaromregelmatighoeverhetgezinstaatenofde ondersteuning nog langer nodig is. Tijdens de evolutie-bespreking kan je het perspectief van het gezin en van de verzorgende hierover leren kennen. Telkens een doelstelling bereikt is, benoem je dat positief.

Vakantieperiodeskunnen‘natuurlijke‘periodeszijnwaarineen gezin wat minder ondersteuning krijgt en waarin je kan zien hoe dat het loopt. Blijkt na die vakantieperiode dat het vrijgoedgelopenis,danverdientdatechteenpluim.Probeer

De afvalverwerking loopt niet zoals het moet. De coach heeft aan het gezin voorgesteld dat de verzorgende zal helpen om het afval te sorteren. Maar in de praktijk komt het er niet van. Volgens de verzorgende en de coach is het echt wel een probleem, maar het gezin ziet het niet als noodzakelijk. Ze zijn daar in hun hoofd niet mee bezig. De verzorgende en de coach hebben last van de geurhinder; ook de buren zullen gaan klagen. Als de coach met het gezin praat over het sorteren van afval, dan reageren ze: ‘We kunnen dat zelf wel. Sorteren, dat is geen probleem.’ Maar ze doen het niet.

Page 189: Thuiscompagnie draaiboek interactief

189

samenmethetgezinteontdekkenwaterheeftmeegespeeld.Iserindeperiodedatdeverzor-gende langskwam een structuur gegroeid rond taakverdeling die in de vakantie spontaan verder gelopen is? Dat uitspreken kan versterkend zijn en geeft je de gelegenheid om een mogelijke afbouwterspraketebrengen(ziepagina190).

in verbinding blijven bij onrustwekkende signalenDe interventies van de coach zijn altijd gericht op het versterken van het gezin, ook als je ver-ontrustende signalen krijgt. Deel je bezorgdheden met het gezin via een open dialoog. Luister actief, zonder te oordelen. Stel je meerzijdig partijdig op en blijf zoeken naar gemeenschappe-lijke punten van waaruit je samen tot een gepaste aanpak kan komen. De eerste stap is altijd het bespreekbaar maken van wat je ziet of hoort:

• Vraagaandeoudershoezijhetzien.Luisteractiefenonthoudtdeelementendiejekandelen.

• Legaandeoudersuitwaaromietsbedreigendisvoordeontwikkelingvandekinderen.• Vraagofdeoudersdaarietswillenaandoenenwelkeondersteuningzijdaarbijnodig

hebben.• Maakjegemeenschappelijkbelangduidelijk:eengoedetoekomstvoordekinderen.• Gebruikgeenmoeilijkewoorden.• Geefeenduidelijkeboodschap.Windergeendoekjesom.

Soms zal je deze boodschap meerdere keren moeten geven vooraleer ouders er samen met de verzorgende aan willen werken. Zie ook dan de kleine stapjes die ze zetten en geef er erkenning voor.

Als je echt niets ziet veranderen in positieve zin:

• Confronteerdeoudersmethetfeitdatjenietszietverbeterenendatdekinderenonvol-doendeontwikkelingskansenkrijgen.Probeerdieboodschapconcreettemakenzodatdeouders snappen waarover het gaat.

• Probeerondanksdiehardeboodschapdevertrouwensrelatieovereindtehouden.Hethelptom te zoeken naar gemeenschappelijkheid. Die gemeenschappelijkheid ligt er bijvoorbeeld in dat de verzorgende ook graag wil dat de kinderen in het gezin kunnen blijven. Mis-schien vinden jullie allebei dat de eisen van een andere hulpverlener erg hoog liggen en kunnen jullie zoeken naar dingen die wel kunnen?

• Hetisdeverantwoordelijkheidvandeoudersomgoedvoorhunkinderentezorgen.Maakduidelijk dat je hen wil helpen om het anders te doen. Wat is hun voorstel? Wat willen zij proberen? Maak duidelijk dat je hen daarin wil steunen, maar zeg ook open dat je verplicht bent om verdere stappen te zetten als het niet verbetert.

• Plakereentermijnop.• Blijfrustigenmaakjenietboos.

afbouwen

Het voorbereiden van de afbouw begint bij wijze van spreken al bij de intake. We ondersteunen gezinnen tijdelijk om hun hulpbronnen te vergroten zodat ze zelf, zonder ondersteuning verder kunnen.Voorhetgezinmoethetduidelijkzijndatdehulp inprincipe tijdelijk is.Thuiscom-pagnie kan altijd afgebouwd worden op vraag van het gezin. De dienst zal een (geleidelijke) afbouw voorstellen als er (een relatieve) stabiliteit is in het gezin, geen nieuwe vragen meer komen en het gezin de nieuwe vaardigheden geïntegreerd heeft.

hulp afbouwen creëert spanningHulp afbouwen geeft altijd spanning. Afbouwen betekent veranderen en elke verandering brengt onzekerheid mee. Daarom bereid je gezinnen voor op het stopzetten van de ondersteuning. Bouw

Page 190: Thuiscompagnie draaiboek interactief

190 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

niet abrupt af.Voorzie eenperiodewaarinerminderhulpkomtzodat gezinnennogkunnengroeien in hun zelfstandigheid. Je stelt voor om de hulp te verminderen omdat je ziet dat een aantaldingengoedlopenendathetgezindatzelfkanopnemen.Indieperiodekomtdeverzor-gende wel nog in het gezin, maar focust ze op andere zaken. Je praat daarover met het gezin en laat hen vertellen wat het met hen doet dat de verzorgende minder komt.

De afbouw van de hulp kan ervaren worden als ‘breken’ of als ‘afwijzing’, bijvoorbeeld wanneer ouders of kinderen onveilig gehecht zijn. Je moet die gevoelens bespreekbaar maken en zoeken naar alternatieven die passend zijn voor het gezin. Bijvoorbeeld: een tragere afbouw, andere steunfiguren zoeken, uitkijken naar therapiemogelijkheden? Sta ook stil bij de verzorgende en de betekenis van deze emotionele spanning voor haar.

gezinnen die zich afhankelijk opstellen uit angst voor afbouwAls je voelt dat een gezin bepaalde dingen niet meer zelf doet uit angst dat de ondersteuning wordt afgebouwd, dan moet je daarmee iets doen. Het is voor een gezin soms moeilijk om te zeggen‘Wehebbenjesteunnodig’.Probeerdaaroveringesprektegaaneninteschattenwaaromze de aanwezigheid van de verzorgende zo belangrijk vinden. Soms is die reden anders dan wat je zou verwachten. Misschien vinden ze het vooral fijn dat de verzorgende iemand is waarmee gepraat kanworden. Je kandan samenalternatieven zoekenvoordeze ‘babbel’. Erhoeftnietaltijd ‘professionele hulp’ aan vast te hangen. Misschien is er wel ergens een groepswerking, een moedergroep, een vereniging, een Domo-werking, een buurtwerking waarbij ze kunnen aan-sluiten.Zoversterkjedegezinneninhunsocialerelaties(ziehoofdstuk4).

afbouw op een krachtgerichte manier bespreekbaar makenKrachtgericht spreken met mensen houdt in dat je mensen in contact brengt met hun eigen krachten, hen positief bevestigt in wat ze kunnen en hen leert waar andere hulpbronnen liggen. Krachtgericht werken betekent evengoed durven spreken over angsten en onzekerheden en dui-delijk maken dat je samen met hen wil zoeken naar mogelijkheden om daaraan tegemoet te komen.

aangrijpingspunten voor een gesprek over kwetsbaarheid en krachtenIndeopeenvolgendeevolutiebesprekingenkrijg jeeenbeeldvandeevolutiediehetgezinopdiverse levensdomeinen heeft doorgemaakt. Je kan afbouw bespreekbaar maken door dat inte-grale beeld te delen met het gezin, door te overlopen waaraan gewerkt is en wat bereikt is.

Je moet zeker ruimte laten om te praten over waar het gezin bang voor is als de hulp stopt (bv. Hebben ze angst om terug in de put te geraken?). Je moet ook bespreken wie wat kan opnemen in de toekomst. Bijvoorbeeld:

• Denkthetgezinhetpraktischewerkalleenaantekunnen?• Deverzorgendeisondertusseneenvertrouwensfiguurgewordeneneenluisterendoor.

Hebben ze iemand bij wie ze hun hart kunnen luchten?• Hoezithetmethetnetwerkvanhetgezin:zijnhierbetekenisvolle,ondersteunendecon-

tacten waar ze op terug kunnen vallen?• Hoezithetmetdebereikbaarheidvandeanderehulpverlenersrondhetgezin?

Als er andere hulpverleners betrokken zijn, ga dan zeker na wat die hulpverleners van plan zijn: gaan zij ook afbouwen? Als dat het geval is, dan moet dit goed afgestemd en besproken worden methetgezin.Vermijddatalleorganisatieszichtegelijk terugtrekken.Hetgezinkandanhetgevoel krijgen aan zijn lot te worden overgelaten.

Indeafbouwfasezoekjenietalleensamenuitwaarofbijwiezevoorwelkenoodterechtkunnenals de verzorgende niet meer komt. Je legt ook de nodige contacten om van die alternatieven gebruiktekunnenmaken.Vergeetniettevermeldendatjevanuitdedienstgezinszorgnazorgaanbiedt. Spreek af of je na een maand bijvoorbeeld nog eens mag bellen. Of wil het gezin dat dit

Page 191: Thuiscompagnie draaiboek interactief

191

de eerste maand na het stopzetten van de hulp, wekelijks gebeurt?

voorbeeld van een gesprek over de afbouw van de ondersteuningHoe kan je in dergelijke situatie op een krachtgerichte manier over afbouw spreken? De coach brengt de verschillende visies op het loslaten van het gezin in kaart. Hoe denkt de verzorgende, het gezin en de coach over het afbouwen van de hulp? Samen zoeken ze een antwoord op de vragen:

• Watheefthetgezinzokwetsbaargemaaktinhetverleden?• WaarstaatKattynu?• Waarinwordtnu(terug)veerkrachtgevonden?

Als we het antwoord op de vragen kunnen begrijpen, dan kunnen we beter inschatten wat voor moeder‘deangstomterugdoordatdiepdaltegaan’betekent.Erwasinhetverledeneenmoei-lijke thuissituatie en een misstap, maar er waren ook sterke punten die haar toegelaten hebben om het anders te proberen en aan de negativiteit te ontsnappen. Door vragen te stellen, maak je samen met de verzorgende en Katty de balans op van krachten en lasten (zie ).

Op persoonlijk vlak:

• Zeheefteeninstellingsverleden.• Zehadeenheellaagzelfbeeld(zedurfdebijvoorbeeldnietalleentegaanwandelen,nu

durft ze dat wel).• Zeheeftpsychischebegeleidinggehadenheeftdatkunnentoelaten.• Zewerktaanzichzelf.

Op het vlak van haar netwerk:

• Zeneemtafstandvanhaarmoeder,haarvaderen(verslaafde)vrienden.Zewilgeencon-tact meer met ‘die mensen’. Om aan de armoedespiraal te ontsnappen, is het soms nodig om afstand te nemen van diegenen die je kunnen kwetsen.

• Maarnulossenookdehulpverlenersendanheeftzegeenkringmeerrondzich.Zeheeftwel een paar vriendinnen met wie ze samen dingen doet.

• Binnenkortgaanhaarkinderennaarschoolendatkantoeganggeventoteennetwerk.• ZewileenberoepsopleidingpolyvalentverzorgendebijdeVDABvolgen.

Op het vlak van praktische problemen:

• Alleenstaandemoederzijniszwaar.Zemoetheelveelgeven,hetvergtveelinzet.Hethuishouden runnen zonder ondersteuning van de verzorgende boezemt haar angst in.

• Kattydoetnualveelzelf.Deverzorgendekandatverduidelijken.Inhetbeginmoestdeverzorgendeallesvoordoen.Nugaatdatperfectalleen.Datgeefthaarzelfvertrouwen;hetbesef dat ze greep heeft op het huishouden.

• Indevakantieisdeverzorgendetweewekennietgeweest.Hoeisdatverlopen?Hetistoen

Katty is dakloos geweest. Ze woonde in bij een vriend maar dat was geen ideale situatie. Ze heeft samen met de verzorgende gezocht naar een nieuwe woning en heeft die ook gevonden. Op de dagen dat de verzorgende er niet is, gaan de kindjes verplicht naar de dagopvang.Het gezin is op korte tijd zeer positief geëvolueerd: in één jaar is Katty vanuit een zeer diep dal opgeklommen naar een leefbare situatie. Daarover zijn alle hulpverleners het eens. Nu het beter gaat, wordt de ondersteuning afgebouwd en ook de dagopvang. Katty wil het wel proberen met verminderde hulp. Toch maakt Katty zich zorgen over een totale afbouw. Ze heeft nog altijd geen vrienden waarop ze kan terugvallen. Ze heeft schrik dat de diensten haar gaan laten vallen ‘omdat het nu goed gaat’. Katty heeft dat zelf aangekaart: ‘Stel dat ik ziek word en moet worden opgenomen, bestaat er dan iets voor mijn kinderen?’ Dat is een heel normale vraag voor een alleenstaande moeder die niet direct iemand kan opbellen.

Page 192: Thuiscompagnie draaiboek interactief

192 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

wel gelukt.

Op relationeel vlak:

• WatbetekentdeverzorgendevoorKatty?Waaromheeftzegraagdatdeverzorgendekomt?

Welke vragen brengt de toekomst mee?

• Afbouwvandedagopvang:Dedagopvangbrengtstructuurinhetchaotischeleven:watalsdat wegvalt?

• Opleidinggaanvolgen:Ishetvolgenvaneenopleidingcombineerbaarmetdezorgvoordekinderen? Waar kunnen de kinderen dan naar toe? Hoe kan ze zelf structuur aanbrengen?

• Deoudstegaatbinnenkortnaarschool:ookdatvraagtveelorganisatie.Hoegeraaktzeaande school?

• Deangstomterugtevallen:VoorKattyishetbelangrijkomtewetendatzewordtlosge-laten,maardatmenhaarnietlaatvallen.Isdedienstbereikbaaropcrisismomenten?Dankunnen mensen leren om op eigen benen te staan met vallen en opstaan.

• Hoevermijdje‘Ikwilnietvallenendusgaikmezokrampachtiggedragendatikweerval’.Wat maakt dat je verder komt? Ook dat thema moet deel uitmaken van de nieuwe con-structie, een nieuw evenwicht, waarnaar wordt gezocht.

goed is goed genoegWe krijgen van het gezin het mandaat om rond een aantal doelstellingen te werken. Afhankelijk vandevooruitgangdiehetgezinmaakt,komenanderedoelstellingeninbeeld.Erzijnimmersveel dingen die het leven aangenamer zouden kunnen maken. Maar we mogen niet onderschatten welke inzet we van de gezinsleden verwachten. Het toelaten van een verzorgende in huis vergt een zware inspanning van alle gezinsleden.

Als het gezin aangeeft geen verdere ondersteuning meer te wensen, dan moet je daarop ingaan. Je beoordeelt de vooruitgang op basis van de aanvangsvraag en niet op basis van wat er nog alle-maal zou kunnen gebeuren. Als het gezin vindt dat ze voldoende vooruitgang hebben gemaakt, dan aanvaard je dat. Wanneer er kinderen in het gezin zijn, is die stelregel voor de verzorgende of coach soms bijzonder moeilijk in de praktijk te brengen. De verzorgende brengt bijvoorbeeld plezante dingen in huis, geeft hen aandacht, doet activiteiten met hen. De kinderen kijken vaak uit naar haar komst. Dat voelt ook goed voor de verzorgende. Kinderen waarderen de verande-ring die de verzorgende binnenbrengt. Als zij mogen kiezen, dan willen ze misschien wel dat de verzorgende blijft komen. Maar die wens kunnen kinderen niet uitspreken naar hun ouders (loyaliteit). Je zal moeten zoeken naar andere manieren om de wens van de kinderen mee te nemen.

Als ouders aangeven dat het voor hen (even) genoeg is geweest, dan moet je dat signaal respec-teren. Door kost wat kost de ondersteuning verder te willen zetten, breng je de kinderen in een

lastig parket.

Als je de ondersteuning langer laat lopen dan het gezin wenst, dan haal je moeilijkheden op je hals. Je kan het gezin niet dwingen, dus moet je dat ook niet proberen. Door goed te luisteren naar het gezin en erkenning te geven aan de vooruitgang, kan je als coach voorkomen dat de kin-deren op een negatieve manier in het verhaal terechtkomen (cf. negatieve boodschappers). Dat zou immers een spijtige uitkomst zijn omdat het gezin toch veel vooruitgang had gemaakt in de

Een gezin waar de verzorgende al twee jaar kwam, wilde de ondersteuning stoppen. Maar telkens ze dat ter sprake brachten, zagen de verzorgende en de coach nieuwe doelen waaraan zou kunnen worden gewerkt. Het gezin liet zich telkens overhalen. Ze durfden niet openlijk tegen die nieuwe voorstellen ingaan. Uiteindelijk lieten ze via de kinderen weten dat de verzorgende niet meer gewenst was. Die moesten tegen de verzorgende zeggen: ‘Je moet niet meer komen. We hebben het niet meer graag’.

Page 193: Thuiscompagnie draaiboek interactief

193

afgelopen twee jaar.

De aanvangsvraag in deze situatie was: structuur brengen in het huishouden. De coach bespreekt met het gezin en de verzorgende:

• Waarzijnwegestart?• Waarwildenjulliestaan?• Hoeverstaanwenu?

Eriseenduidelijkvisieverschiltussenhetgezinaandeenekantendecoachendeverzorgendeaan de andere kant. Het gezin heeft het gevoel dat ze al veel hebben bereikt en dat er meer struc-tuur in het huishouden is. Ze weten wat ze moeten doen om het huishouden te runnen, er is een goedetaakverdelingtussendemanendevrouwgekomen.Natweejaarisdatheelgoedingeoe-fend.Voorhetgezinishetgenoeggeweest.

Decoachendeverzorgendeziennoganderemogelijkheden.Erzijnvierkinderenenhetluktenog niet om hen elke dag op tijd naar school te brengen. De man en de vrouw hadden niet de gewoonte om te ontbijten. De man rookte ’s morgens zijn sigaret en de vrouw nam een tas koffie. De kinderen dronken een glas fruitsap. Dat deden ze al jaren zo. De coach en de verzorgende stelden aan het gezin voor om het ontbijtmoment in te oefenen. De verzorgende zou alleen nog ’s morgens voor het ontbijt komen. Dat ontbijtmoment werd nooit een succes. Toch gaven alle gezinsleden(moeder,vaderendekinderen)deboodschap:wekunnenhetnuwel.Voorhetgezinwashetgenoeggeweest.Zeslotenzichaaneen.Pasophetmomentdatdekinderendevernie-tigende boodschap gaven ‘We hebben niet meer graag dat ge komt’, kon de verzorgende zien en toegeven dat het tijd was om te stoppen.

De coach en de verzorgenden konden te weinig zien dat het gezin vooruitgang had gemaakt. Erwarenoverdielangeperiodeweldegelijkdingenveranderd.Omdathet‘nooitgenoeg’was,begon het gezin de verzorgende te beschouwen als ‘bemoeial’. Maar ze wilden dat niet zelf tegen haar zeggen en hebben de kinderen daarvoor ingeschakeld.

Voordeverzorgendewasdatheelmoeilijk.Zehadhetgevoeldatdekinderenzichtegenhaarkeerden. Ze voelde zich mislukt, dacht dat ze iets niet goed had gedaan. Dat moet de coach met haar opnemen (nazorg). Zodat de verzorgende de moed blijft houden om terug aan de slag te gaan in een ander gezin. Hoe je de verzorgende kan ondersteunen, lees je in het volgende deel.

Page 194: Thuiscompagnie draaiboek interactief

194 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

3. de verzorgende coachen

Bij het coachen van de verzorgende gaat het in essentie om de vraag hoe de verzorgende het gezin het best kan ondersteunen om terug greep te krijgen op het eigen leven en te groeien in autonomie. Wat is het meest passend? De antwoorden op die vraag zitten bij het gezin en de verzorgende. Zij kunnen de gezinssituatie het beste inschatten. Als coach moet je de verzorgende helpen om daarovernatedenken.Jekandatdoendoorvragentestellenendoortevragen.Vanuitjeeigenprofessionaliteit behoud je een reflexief overzicht op het geheel. Je bewaakt, versterkt, verbindt en vernieuwt waar nodig.

Als de coach het gezin kent en het gezin durft de coach aan te spreken (bv. als ze zich ergens niet goed bij voelen), dan kan de coach de verzorgende beter coachen omdat ze dan het perspectief van het gezin kan inbrengen. Maar eerst moet de coach ruimte geven aan wat de verzorgende denktenvoelt:watdoetditwerkmethaar,watmaakthaarbezorgd?Eengoedecoachtoonthoesituaties kunnen begrepen worden en biedt de ruimte om na te denken over leefwereldbotsingen. Waar nodig brengt de coach inzichten en kaders binnen.

Minstens even belangrijk is het geven van erkenning aan de inzet van de verzorgende en posi-tieve feedback. Het werkt motiverend en versterkend als je haar handelen positief benadert. Op die manier kan de verzorgende groeien. Dat lijkt evident, maar als er problemen opduiken, danishetgevaargrootdateenprobleemgerichtekijkonzebredebenaderingvernauwt.Eencoach helpt de verzorgende groeien door op dat moment de juiste vragen te stellen. Zoek steeds naar dingen die wel werken, momenten waar de verzorgende wel een goed gevoel bij had in plaats van te focussen op wat verkeerd gelopen is. Tegelijkertijd moet het coachings-gesprek de verzorgende handvatten geven waar ze iets mee is. Als de verzorgende zelf een gesprek aanvraagt, dan is dat immers meestal naar aanleiding van een concrete gebeurtenis of vraag waar ze mee zit.

voorwaarden en aandachtspunten

zorg dat de verzorgende zich veilig voeltEenbandkanalleengroeienalserregelmatigcontactistussendeverzorgendeendecoach.Aan-dachtspunten bij die contacten zijn:

• Toonjegeïnteresseerd.Nodigverzorgendenuitomafentoeeensbinnentespringen.Hethoeft dan niet altijd of alleen over Thuiscompagnie te gaan. Je kan het ook wel eens hebben over de kinderen, de vakantie enz.

• Laatziendatjehenverdedigtenachterhenstaatalsdatnodigis.• Gainopdevragenvandeverzorgende,doeerietsmee.• Beleenverzorgendealtijdterugalszejeheeftgebeldeneenberichtheeftingesproken,ook

als je geen antwoord weet.• Deverzorgendekanaltijdhetinitiatiefnemenomjetecontacteren.Planookvastecontact-

momenten in.

Page 195: Thuiscompagnie draaiboek interactief

195

Verzorgendenwordenmet de hardewerkelijkheid van het dagelijks leven in armoede gecon-fronteerd: er is geen brood in huis en de kinderen hebben honger, een matras is rot geworden, er liggen overal stapels kleren, door de rommel is er geen plaats om te spelen enz. De uniforme procedures en voorschriften van de organisatie bieden hier niet altijd een antwoord op. Het zijn schrijnende situaties die vragen om actie. Het is niet denkbeeldig dat de verzorgende:

• ingrijptzonderdaarovermethetgezintepraten(cf.zeneemthetdanover),• eenaantalregelsvandedienstnegeert(bv.dingendoordevingerszienoftakenuitvoeren

waarvoor ze niet de toestemming hebben zoals bijvoorbeeld de kinderen naar de opvang brengen, een brood meenemen voor het gezin),

• uiteindelijkoverhaareigengrenzengaat.

Dat zijn menselijke reacties waarvoor je begrip hebt. Toon dat je open staat om haar argumenten te beluisteren. Maak de verzorgende duidelijk dat jullie samen kunnen uitzoeken wat de meest gepaste manier van reageren is. Je denkt mee na. Stel je niet op als betweter of als controleur. De verzorgende moet weten dat jij ook achter het gezin wil staan en dat het strikt toepassen van regelsinderealiteitgeenoptieis.Erkendatdeverzorgendeookgebondenisaanhetberoepsge-heim: ze mag en moet niet alles vertellen wat ze, uit hoofde van haar beroep, van het gezin weet (zie hoofdstuk 5).

De verzorgende staat in het hier en nu en moet daar mee omgaan. Laat haar weten dat ze zelf een afweging kan en mag maken en autonoom kan beslissen om af te wijken van geijkte wegen. Vraaghaarwelomdiesituatiesmetjoutebespreken.Zogeefjehaarderuimteomteventileren(bv. als ze het er zelf moeilijk mee heeft) en help je haar nadenken over haar handelen en de gevolgen ervan voor het gezin, voor zichzelf en voor de dienst.

troeven erkennen, valkuilen en grenzen verkennenVerzorgenden combineren een aantal kwaliteiten die hen erg geschikt maken om te wordeningezet in gezinnen in armoede. Als die troeven doorslaan naar hun valkuil, dan komt het ver-sterkendwerkeninhetgedrang.Ineencoachingsta jemetdeverzorgendeookstilbijdeval-kuilen en grenzen. Je helpt de verzorgende om zichzelf in kaart te brengen. Daardoor kan zij nieuwe dingen zien en kan er opnieuw beweging komen in vastgeroeste relaties of situaties.

De coach is geen therapeut maar gaat wel, vanuit verschil-lende invalshoeken, stilstaan bij de krachten en kwets-baarheden om de verzorgende te voeden om verder te gaan. Teruggrijpen naar krachten, erkenning geven, begrenzen enz. maken dat de verzorgende verder kan gaan.

Hoe ga je om met sterktes?

• Erkenninggeven,waarderenenbenoemenvansterktes.• Reflectiebinnenbrengen:hoekanjedezekrachten

inzetten vanuit het perspectief van het gezin?• Deautonomievanhetgezinbewaken.Jekrachtals

verzorgende gepast, reflexief en begrensd inzetten. Op basis daarvan taken en noden afbakenen.

De verzorgende stelt vast dat de kinderen elke donderdag zonder ontbijt naar school vertrekken. Er is geen eten in huis. Dat tafereel herhaalt zich week na week. De verzorgende bespreekt dit met moeder. Woensdag is de sluitingsdag van de bakker in de buurt. Moeder heeft geen auto en de andere bakker is minstens een kilometer lopen. De verzorgende spreekt af dat zij (tegen de regels van de organisatie in) elke donderdagmorgen een brood uithaalt.

Page 196: Thuiscompagnie draaiboek interactief

196 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

Hoe ga je om met kwetsbaarheden?

• Begrenzen• Veiligheidinbouwen• Stilstaanbijkwetsuren,gevoelens,kwaadheid,onmachtvanhetgezin• Stilstaanbijkwetsuren,gevoelens,kwaadheid,onmachtendedieperebetekeniservan

voor de verzorgende en de coach

De volgende punten geven je een overzicht van de troeven (sterktes) van de verzorgende en tips om samen met de verzorgende waakzaam te blijven voor de valkuilen (kwetsbaarheden).

spontane verbindingHet ‘spontane’ isdegrootste troefvandeverzorgende.Versterkendwerkenvereistookdatdeverzorgende zich regelmatig vragen stelt over wat ze doet en hoe ze die dingen doet. Je kan de verzorgende ondersteunen in het leren reflecteren. De verzorgende moet zichzelf leren zien binnen een geheel.

authenticiteit‘Echt’zijn,doenwatjezegtenzeggenwatjedoetiseenvoorwaardeomvertrouwentekrijgen.Deverzorgende kan zo dicht staan bij het gezin, dat de buitenwereld haar begint te zien als deel van hetgezin.Haarpositiewordtdanzeermoeilijk,watmaaktdatzevastloopt.Voorhetgezinwordtze een vriendin waardoor ze het moeilijk krijgt om (nieuwe) dingen binnen te brengen.

breed inzetbaarDe verzorgende kan het gezin op veel domeinen ondersteunen. Benoem deze brede inzetbaar-heid positief, maar help de verzorgende tegelijkertijd ook om, samen met het gezin, een richting te bepalen en keuzes te maken. Je kan de verzorgende helpen het geheel te overschouwen: ‘We kunnen niet alles tegelijk. We moeten afbakenen om onszelf en het gezin niet voorbij te lopen.’

langdurig aanwezig in het gezinErstaatgeentermijnopdeondersteuningvanThuiscompagnie.Thuiscompagniekaneengezineen paar maanden, maar ook meerdere jaren ondersteunen. De uitdaging is om regelmatig af te toetsen of er evolutie is, om bewust bezig te zijn met de zaken die samen opgenomen worden en om af te bouwen als het gezin alleen verder wil of kan.

noden zienEenverzorgendezietvaakmeerderenoden.Hetisbelangrijkdatzijleertnadenkenoverhoezeover die noden kan communiceren met het gezin en de coach. De verzorgende moet zich leren behoeden voor het overnemen van taken, voor het aanleveren van snelle oplossingen, voor het handelen volgens eigen waarden en normen enz. Je helpt de verzorgende daarover waken.

praten over doen, denken en voelenVerzorgendenzijndoeners.Zezijnopgeleidomte‘zorgenvoor’endoendatmeteengroothart(voelen). Ze zien graag resultaat van hun werk. Dat zijn stuk voor stuk mooie kwaliteiten. De aanpak en de resultaten die we met Thuiscompagnie verwachten, zijn echter anders dan aanpak

Als je bij de intake tijdens de rondgang door het huis overal vuile was zag slingeren, dan is dat een punt om met de verzorgende op te nemen. De verzorgende zal misschien geneigd zijn om alles eerst goed op te ruimen om dan na die grote poetsbeurt, samen met het gezin aan de slag te gaan. Zo’n snelle interventie gaat echter voorbij aan de essentie van de ondersteuning. Het moet samen en stap voor stap, ruimte per ruimte, tot waar het gezin je toelaat. Je moet samen zoeken naar oplossingen, samen bekijken wat voor hen een probleem is en wat niet. Respecteert de verzorgende dat tempo niet, dan zal het gezin snel het gevoel krijgen dat alles uit hun handen wordt genomen. Dat leidt tot controleverlies en maakt ‘samen dingen doen’ onmogelijk.

Page 197: Thuiscompagnie draaiboek interactief

197

enderesultatendieinde‘reguliere’gezinszorgverwachtworden(ziehoofdstuk5).Erzijnopzijn minst andere accenten. Zo mag de verzorgende niet ‘overnemen’ maar werkt ze ‘samen met’.

Je kan het handelen van de verzorgenden kaderen in de driehoek ‘denken – voelen – doen’. Sti-muleer de verzorgende om meer na te denken over wat ze doet in plaats van spontaan en vanuit haargevoelmeteeninactieteschieten.Versterkendwerkenkanalleenalsjejezelfblijftafvragenof wat je doet in overeenstemming is met het doel dat je wil bereiken. Dat doel is: gezinnen hebben terug meer controle over hun eigen leven. Controle geven over hun eigen leven is:

• vertrouwengevenenkrijgen,• keuzemogelijkhedenaanbieden,• keuzesduidelijkmaken,• luisteren,• inzichtgeven,• verbindingleggentussendenken,voelenenhandelen,• machtgeven.

De coach staat achter de verzorgende en stimuleert haar in dit denkproces.

een taal vinden om over de dingen des levens te sprekenHulpverleners, maatschappelijk werkers, gebruiken veelal een andere woordenschat dan de gezinnen. Verzorgendenstaan qua taalgebruik soms dichter bij de gezinnen. Ook dan blijft het een aandachtspunt om manieren te zoeken om situ-aties en gedrag ter sprake te brengen. Het gaat zowel over het durven benoemen van gedrag of moeilijke zaken, als over het effectief verwoorden van gevoelens en bezorgdheden. Eengemeenschappelijke taal om over de dingen des levens te kunnen spreken creëert verbinding. Het is een zaak om goed te luisteren naar de gezinnen en de woorden op te pikken die zij gebruiken om situaties te beschrijven. Dat vraagt een zekere alertheid.

de positie van de verzorgenden en haar groeiproces Op basis van hun dagelijkse contacten met het gezin, weten en zien verzorgenden veel meer dan andere hulpverleners. Aan de ene kant willen zij het vertrouwen van het gezin niet kwijtspelen. Zewordeninvertrouwengenomenendatisjuisthetfijnevanhunwerk.Verzorgendenervarendat vertrouwen als een soort beloning en een drijfveer. Ze willen dat vertrouwen niet beschamen.

Ik bespreek wat ik zelf zie aan vooruitgang. Dat strookt niet altijd met de opvattingen van de verzorgende. Als coach zie ik dat moeder poetst en dat zie ik als vooruitgang. Maar mijn verzorgende vindt dat geen vooruitgang omdat moeder niet op dezelfde manier poetst als zij gewend is. (een coach)

Opdracht: Een verzorgende zou Marcella leren soep maken.Gevoel: De verzorgende vond dat het altijd zo lang duurde als Marcella de groenten sneed. Dan bleef het werk in de badkamer liggen. Dat gaf de verzorgende het gevoel dat ze haar werk niet goed deed. Tot nu toe was ze altijd beoordeeld op het (zichtbare) resultaat.Doen: De verzorgende maakte de soep altijd snel zelf. Zo konden alle kamers nog een beurt krijgen.Denken: Hoe kan Marcella leren soep maken als je alles zelf blijft doen? Zijn er (kleine) dingen die Marcella wel heeft geleerd? Hoe heeft zij dat geleerd? Wat deed jij dan?

Een vrouw die in haar kinderjaren was misbruikt door haar vader, sprak zelf altijd over ‘het’ als ze daarnaar verwees. Iedereen wist exact waarover het ging, maar ook de verzorgende en de coach gebruikten in hun communicatie met haar altijd ‘het’ in plaats van ‘incestverleden’: ‘ Heb je goed geslapen of heeft ‘het’ weer door je hoofd gespeeld vannacht?’

Page 198: Thuiscompagnie draaiboek interactief

198 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

Hulpverleners doen soms een beroep op de verzorgende om hun informatie te geven over het gezin. Dat plaatst verzorgenden voor een dilemma. Moeten zij vertellen wat ze weten (bv. omdat het dreigt mis te lopen en ze zich daar dan medeverantwoordelijk voor voelen?) of moeten ze dat laten overwaaien? Je kan de verzorgende ondersteunen om deze afweging te maken door samen met haar na te denken. Het gaat over de moeilijke afweging tussen het ethische, het juridische en hetmethodischeaspect(ziehoofdstuk11enziehetpraktijkvoorbeeldoppagina218).

De positie en het mandaat van de verzorgende zijn elementen die in een coachingsgesprek zeker aanbodmoetkomen.Verzorgendenwetenmeer,ziendatdingenmislopenenwetenwanneerhetgezin een toneeltje speelt. Het is echter niet de opdracht van de verzorgende om ‘controleur’ te spelen voor andere diensten (zie ook hoofdstuk 11).

Als coach moet je zeker stil staan bij de verzorgende zelf. Hoe voelt zij zich bij deze situatie? Hoe kan je haar ondersteunen? Wat zegt haar intuïtie? Kan ze het volhouden? Heeft ze nog energie? Kan ze het positieve nog zien? Hoe ziet ze de andere hulpverleners? Kan ze ergens terecht met haar kwaadheid tegenover bijvoorbeeld andere hulpverleners, de cliënt? Als je erg graag hebt dat iedereen je graag ziet, dan is het gevaar groot dat je over je eigen grenzen gaat. Je moet proberen je eigen grenzen te bewaken, anders verlies je jezelf. De coach kan helpen om die grenzen te bewaken, want dat is niet gemakkelijk, zeker niet als je de neiging hebt om je als ‘helper’ op te stellen. Leren je eigen grenzen respecteren is een groeiproces.

handvatten bij het coachen

We zetten hier enkele uitgangspunten van Thuiscompagnie op een rij die belangrijk zijn als je de verhalenvandeverzorgendebeluistert.Vanuitdezeprincipeskijkjesamenmetdeverzorgendenaar haar handelen. Door de juiste vragen te stellen, kan je de verzorgende helpen om meer krachtgericht en verbindend te werken in het gezin.

de zorg is gedeelde zorgAls coach moet je steeds volgende elementen voor ogen houden:

• Watkanhetgezinzelfdoen?• Watkunnenvriendenenkennissendoen?• Watkandeverzorgendedoen?• Watkandecoachdoen?• Watkunnenanderehulpverlenersdoen?

‘het gezin’ bestaat nietGezinsleden hebben elk hun eigen plaats, visie en belang in het gezin (gezinsfunctioneren). Zij zitten in een systeem met eigen wetten. Hoe ga je met die verschillende belangen om? Staat de verzorgende ook stil bij wat vader erover denkt? Wat is de positie van oudere kinderen in het gezin? De verzor-gende zal misschien eerder geneigd zijn in coalitie te gaan met ‘slachtoffer-moeder’ en als vijand worden gevoeld door de‘vermaledijdevader’.Vanuitdiebrilvertrekken,ispartijkiezen. Hoe kan de verzorgende zich meerzijdig partijdig opstellen? (zie ).

De verzorgende moet het opnemen voor het geheel: het gezin laten draaien. Ze moet dat gedeeld belang leren zien en van daaruit gezinsleden met elkaar verbinden. Kwetsbare mensen handelen vaak intuïtief (cf. spontane dynamiek) vanuit een

Page 199: Thuiscompagnie draaiboek interactief

199

zwart-wit perspectief. Zwart-wit denken vergroot echter het risico om in een ‘wij-zij’ denken te vervallen. Dat maakt verbindend werken onmogelijk. Help de verzorgende zien dat iedereen rechten en belangen heeft, dat elk gezinslid een eigen perspectief heeft. Hetzelfde geldt voor de andere partijen buiten het gezin: de samenleving, de hulpverleners, de leerkracht, de school.

passende modellingMensen leren door anderen te observeren en hun gedrag te imiteren. De verzorgende kan voor het gezin een rolmodel zijn.

Maar dat rolmodel moet ‘passend’ zijn en mensen niet versterken in het gevoel dat zijzelf ‘nooit gaan kunnen’ wat de verzorgende doet.

Als een verzorgende geconfronteerd wordt met een moeder die gezag probeert uit te oefenen op de kinderen en de kinderen zich daar niets van aan trekken, dan kan de verzorgende twee dingen doen: dat laten passeren of tussen komen. De verzorgende moet durven proberen of moeder het toelaat dat ze voordoet ‘hoe je kan reageren op negatief gedrag van kinderen’. Tegelijk moet ze goed overwegen wat het gevolg daarvan kan zijn. Als rolmodel neemt ze even de taak van moeder over. Ze doorbreekt een patroon en dat kan positief zijn. Ze laat zien dat er andere manieren zijn om kinderen te laten doen wat je wil. Als ze tussenkomt, dan moet ze daarover het gesprek met moeder aangaan. Anders bevestigt ze ‘dat moeder niet kan wat zij wel voor mekaar krijgt’. We weten immers dat belonen beter werkt dan straffen en dat omstandigheden of gevoe-lens ‘gepast’ reageren soms in de weg staan.

- Was het OK voor jou dat ik iets zei tegen de kinderen?- Bijmijnkinderenwerkthetalsikhetzodoe…- Zie je jezelf dat ook zo doen?

De verzorgende ergert zich aan het gedrag van vader: ‘Die man doet niets in huis’. De coach kijkt samen met de verzorgende van op een afstand:

• Wat bedoel je als je zegt ‘die man doet niets in huis’?• Vanwaar komt dat gedrag?• Drukt de man daar iets mee uit?• Er is er helemaal niets dat die man doet?• Wat doet dat met jou als die man niets doet? Wat betekent dat voor jou?• Hoe ga je daar nu verder mee om?• Wat ga je proberen?• Welk effect zou dat kunnen hebben?

Dat was eigenlijk een hele grote struikelblok, die strijk en die was (stilte). En vooral ook dat die was, die moet gewassen worden, dat dat gesorteerd is, dat er regelmatig een machine ingestoken wordt, de droogkast dat die uitgehaald wordt, opplooien. … Dat is iets, dat zit nu automatisch. … [Hoe komt dat?] Door de dingen die ge ziet van haar [de verzorgende]. Het eerste dat ze doet, is direct eens naar de wasplaats gaan kijken. Is daar alles nog op orde? Moet er nog een machine was ingestoken worden of moeten er dingen uit de droogkast opgeplooid worden? Zo van die dingen. (moeder Lelie)

Door haar rustige aanpak kan de verzorgende van de kinderen vaak meer gedaan krijgen dan moeder. Maar de verzorgende moet wel opletten dat ze de moederrol niet overneemt of moeder nog meer het gevoel geeft dat het haar niet lukt. Op de een of andere manier moet ze moeder betrekken in die rustige aanpak naar de kinderen. Het is zeker nodig om vooraf aan moeder te vragen of ze de kinderen mag vragen om hun jas aan de kapstok te hangen of speelgoed op te ruimen. Dan creëer je ook voor moeder de ruimte om bijvoorbeeld te zeggen: ‘Veel succes. Als ik dat zeg dan doen ze dat niet hoor.’ Dan ben je vertrokken voor een gesprek waarbij je kan uitleggen dat moeder ‘die techniek’ ook kan leren.

Page 200: Thuiscompagnie draaiboek interactief

200 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

Het voorgaande illustreert hoe de verzorgende een rolmodel kan zijn door, na overleg met moeder of een ander betrokken gezinslid, actief tussen te komen in een situatie (bv. reageren op gedrag van een kind). Ook wanneer ze niet actief in die situatie tussenkomt, kan ze die rol opnemen. Ze kan bijvoorbeeld, ingaand op een ongenoegen of vraag van een gezinslid, (andere) manieren van aanpak suggereren. Uit de onderstaande getuigenis van Joske, blijkt hoe de verzorgende in dat opzicht een communicatiemiddel (brugfiguur) kan zijn tussen moeder en dochter. Het illustreert hoe de verzorgende met de gezinsleden ‘verbindend’ werkt.

grenzen bewaken en benoemenDe verzorgende moet de krijtlijnen kennen en zien waarbinnen ze kan werken. Ze krijgt een mandaat van de organisatie en van het gezin, ze heeft haar eigen vaardigheden en beperkingen. Als coach kan je haar de lijnen helpen zien waarbinnen ze kan bewegen. Dan kan je er creatief meeomgaan.Vierkapstokkenhelpenomdegrenzenteverkennen:

• Mandaat:magjeditdoen?• Positie:hebjedepositieomdittedoen?• Tijd:hebjetijdomdittedoen?• Competentie:hebjedevaardighedenomdittedoen?

het gezin loslatenDoor grenzen te benoemen, help je de verzorgende de grenzen van haar eigen verantwoordelijk-heid te leren zien. Hou daarbij voor ogen dat andere hulpverleners, die vanuit een andere positie en met een ander mandaat in het gezin staan, andere verantwoordelijkheden hebben dan de ver-zorgende.Laatdeverantwoordelijkheidwaarzemoetzijn.Nietwij,maarhetgezinmoetderegievoeren binnen het gezin. Wij blijven buitenstaanders, passanten: we worden even binnengelaten, hetgezinlaatinvloedtoe,wemogenevenhelpen…Daarnagaanweerweeruit.Welatensomsook horen wat het ons doet.

Bekijk samen met de verzorgende regelmatig of het gezin alleen verder kan. Wat waren de doel-stellingen die voorop stonden? Hoe ver is het gezin daarin vooruit gegaan? Worden er structure-rende patronen zichtbaar? Wanneer is het voor de verzorgende goed genoeg om te stoppen? Waar ligt haar norm? Misschien is dit gezin voorlopig genoeg vooruitgegaan? Misschien hebben ze nu een onzichtbare limiet bereikt? Zijn er signalen die erop wijzen dat het gezin met de hulp wil stoppen?Voordeverzorgendeishet,gezienhaarbandengroteinzetvoorhetgezin,nietevidentom het gezin los te laten.

praktische aanpak als invalshoekDe verzorgende komt niet binnen als therapeut, maar blijft vanuit het praktische zoeken naar gemeenschappelijke projecten in gezinnen die dreigen uit elkaar te vallen of er verder onder door dreigen te geraken. De uitdaging bestaat erin om samen zaken te zoeken die het gezin ver-bindt en die zaken aan te pakken. De verzorgende kan spontaan een aantal systemen ontwik-kelen die werken. We moeten er dan in durven vertrouwen dat dit kan werken.

Ik denk dat dat toch wel veel gedaan heeft, het feit dat de verzorgende hier is. Want ik denk ook, dat is zo een beetje een communicatiemiddel naar mama toe soms. Ge kunt uwe zeg daar aan kwijt en dan zegt ge iets van ‘Dat is ambetant of dat’. Dan zegt ze van ‘Ge kunt dat misschien zo of zo aan mama vragen of zeggen?’. En andersom ook wel denk ik. Het is een beetje een communicatiemiddel.’ … Ja dat is nu een stom voorbeeld van een stijltang. Ik heb een stijltang en ja, ik kan er dan iets van krijgen als dat blijft liggen op de badkamer. Dan kom ik van de badkamer en dan zeg ik tegen de verzorgende: ‘Ons mama die heeft dat weer gebruikt en die heeft dat weer niet op z’n plaats gezet.’ ‘Ja, dan moet ge dat zo of zo zeggen.’ Ja, dat heb ik dan eens gedaan en dat helpt dan ook effectief en dan legt mama dat wel op zijn plaats. (jongere Joske)

Page 201: Thuiscompagnie draaiboek interactief

201

het anders zijn van het gezin toelaten en kleine vooruitgangen helpen zienDe verzorgende moet het anders zijn van een gezin kunnen toelaten, maar ze moet ook kunnen zeggen wat het haar doet. Ze moet de noden zien en zichzelf afvragen: ‘Hoe kan ik in deze situ-atie betekenisvol zijn?’ De verzorgende moet opletten dat ze niet gaat ‘redden’. Het gezin bestaat en draait al een lange tijd zo, het heeft op zijn manier een evenwicht gevonden. De verzorgende kan dat niet allemaal overhoop gooien. Het is zoeken naar de uitdaging: wat kan ik hier doen en wat is het effect van wat ik hier doe? Het is samen met het gezin op stap gaan.

Als de verzorgende het moeilijk heeft met het feit dat een aantal dingen (nog) niet gelukt zijn of geen vooruitgang (meer) ziet, dan moet ze dat kunnen bespreken met de coach. Dat is des te belangrijker wanneer de verzorgende zich door anderen onder druk gezet zou voelen. De ver-zorgende doet immers vaak heel veel in de gezinnen en brengt er veel in teweeg (zie hoofd-stuk7),maardatisvoorexternennietaltijdzichtbaar.Vooruitgangisgelegeninkleinedingen:taalgebruik, ritme van de dag, het niet meer totaal overgeleverd zijn aan het lot. Zowel t.a.v. andere hulpverleners (zie hoofdstuk 10) als t.a.v. de verzorgende moet je als coach mee voor ogen houden,datmensenaltijdietshebbenbijgeleerd,ookalshetfoutgaat.Vooruitgangisimmersgeen lineair proces, maar een proces van 1 stap vooruit, 2 stappen terug, terug een stap vooruit, nog een stap vooruit. Het gaat m.a.w. veelal langzaam de goede richting uit.

Als coach zoek je samen met de verzorgende naar wat wel gedaan kan worden of naar de kleine of grote stappen die het gezin al gezet heeft. De coach moet op die momenten erkenning geven voor wat de verzorgende doet, maar tegelijk ook de vraag stellen: wat is het effect daarvan op het gezin (bv. als jij het voor hen oplost)? Wat maakt verandering en groei mogelijk? Betrokkenheid, wederkerigheid en aanhoudende betrouwbaarheid zijn hier kernwoorden.

het juiste doen, het goede doen, de dingen goed doen en de kijk van verschillende betrokkenenProfessioneelhandelenbetekentaltijdeenafwegingmaken(zie hoofdstuk 2). Welke invalshoek geef je voorrang: han-teer je de juridische (het juiste doen, de regels en de wetten volgen), de ethische (het goede doen) of de methodische (hoe de dingen goed doen)? Het zijn alle drie valabele invals-hoeken. Samen met de verzorgende zal je een situatie van het gezin vanuit die drie invalshoeken moeten bekijken en het perspectief van de verschillende betrokkenen moeten meenemen: het gezin, de verzorgende en het systeem (o.a. betrokken diensten, hulpverleners). Daarbij aansluitend kan je de afweging maken welke invalshoek leidend kan zijn voor je handelen en het meest versterkend zal werken voor hetgezininkwestie.Oppagina218vandithoofdstukkanjedaarvan een toepassing vinden in een uitgeschreven casus.

In het gezin waren er altijd hoogoplopende ruzies. De verzorgende heeft aan alle gezinsleden gevraagd wat ze leuk zouden vinden om eens samen te doen. De zoon wilde paardrijden, moeder een dagje shoppen en de dochter wilde fietsen. Maar één ding wilden ze allemaal graag: naar de cinema gaan. Samen hebben ze uitgeplozen welke film het zou worden. Na de film werd er ook nog iets gedronken. Iedereen heeft er veel plezier aan gehad. Dat heeft een positieve invloed gehad op de onderlinge relaties. Ze hebben de gemeenschappelijke ervaring gehad dat samen iets doen leuk kan zijn.

Page 202: Thuiscompagnie draaiboek interactief

202 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

de stappen van een coachingsgesprek

De verzorgende moet zich, na een coachingsgesprek, beter gewapend voelen om met de situatie om te gaan. Dat doe je niet door haar te vertellen hoe ze het ‘beter’ kan aanpakken. Dat resultaat bereik je door ruimte te geven aan haar kijk en samen te zoeken naar wegen waarop ze niet vast-loopt.Zoalsindeinleidingvandithoofdstukvermeld,volgje4stappenomdaartoetekomen.Als je deze stappen volgt, dan kan je met de verzorgende ook spreken over dingen die gevoelig liggen.Eenvollediguitgewerktvoorbeeldkanjelezenoppagina256.

stap 1: actief luisterenEerstenvoorallesgeefjeerkenningaandeverzorgendedoorgoedteluisteren.Ommensennietteverliezen,moet jeeerst invoegen.Jegeeftheneenplatformomhunverhaaltevertellen. Indezefasegajenoggeenvragenstellen.Enkelalsdeverzorgendenietspontaantoteenverhaalkan komen, moet je wat helpen. Je laat de verzorgende praten zodat ze haar verhaal kan vertellen zoals zij het ervaren heeft (haar beleving). Geef regelmatig terug wat je hoort in het verhaal en toets af of je dat goed begrepen hebt (cf. parafraseren). Je moet het niet met haar eens zijn, maar laat horen dat je begrijpt wat het voor haar betekent. Door erkenning te geven aan die betekenis, creëer je bij de verzorgende ruimte om andere perspectieven toe te laten.

stap 2: richting geven door vragen te stellen en informatie te ordenenNahetbeluisterenvandeverzorgende,kanjerichtinggevenaanhaarverhaal.Doorvragentestellen kan je bij bepaalde thema’s komen en richting geven aan het gesprek. Je kan die richting ook geven door informatie te ordenen.

Daarbij aansluitend kan je verbreden naar het aanvankelijk doel of je kan bruggetjes maken:

• Waaromkomenweindatgezin?• Weetjenogwatwewildenproberen?• …enwarendekinderenerbij?

Eerder in dit hoofdstuk, haalden we het voorbeeld aan van een verzorgende die zich ergert aan het gedrag van vader in het gezin. De coach probeert om samen met de verzorgende van op afstand te kijken, maar geeft eerst de verzorgende de kans om haar wrevel uit te spreken.Verzorgende: Die man doet niets in huis. Het is een echte profiteur.Coach: Wat bedoel je als je zegt ‘die man doet niets in huis’?Verzorgende: Alles komt op die vrouw terecht. Mijnheer zit daar maar voor zijn TV de baas te spelen. Een echte tiran.Coach: Wat doet dat met jou als die man niets doet? Wat betekent dat voor jou?Verzorgende: Ik erger mij daar echt heel hard aan. Ik heb echt te doen met die vrouw. Ik ken dat soort mannen. Ik voel me vernederd door die houding.Coach: Er is er helemaal niets dat die man doet?Verzorgende: Ja, de grote Jan uithangen als er volk komt, dat doet hij. Dan is hij de eerste om bier te gaan halen. En dan kookt hij zelfs! Hij kan dat goed!Coach: Vanwaar komt dat gedrag? Drukt de man daar iets mee uit?Verzorgende: Hij is zijn job kwijt gespeeld en voelt zich daardoor onbelangrijk. Alsof hij niet meer meetelt. Hij voelt zich buitengezet.Coach: Hoe ga je daar nu verder mee om? Wat ga je proberen? Welk effect zou dat kunnen hebben?

Page 203: Thuiscompagnie draaiboek interactief

203

stap 3: toevoegenNahetvragenkomjeopeenpuntwaaropjekantoevoegen.Jekannustilstaanbijdecliëntenwat die wilt. Je brengt m.a.w. het perspectief van de cliënt in en geeft het een plek in een ruimer geheel. Je tast bijvoorbeeld af of de verzorgende zelf kan zien dat ze te vlug gaat. Kan ze het per-spectief van het gezin zelf (mee) opnemen of loopt ze daarop vast?

Jekanookverderverbreden.Bijvoorbeeld:Isernaastjounogiemandandersdieeenrolnaardekinderen opneemt? Laat jij er ruimte voor?

Daarbij aansluitend kan je ook stil staan bij de regels en afspraken van de dienst. Zo breng je het organisatieperspectief binnen. Op die manier kan je zachtjes aan toevoegen rond zaken die je in beweging wil brengen.

stap 4: samen zoeken naar aanpakJe bekijkt samen met de verzorgende de situatie vanuit meerzijdige partijdigheid. Door vragen te stellen, kan de verzorgende leren zien dat wat ze doet heel anders kan overkomen dan ze bedoelt. Als ze teveel overneemt, dan duwt ze moeder in de hoek van ‘slechte moeder die niet met haar kinderen om kan’.

Ik hoor je zeggen, het gaat heel goed. Is Laura ook zo tevreden?Op welke vlakken is ze te heel tevreden?Waar zou ze het moeilijk mee kunnen hebben?

Page 204: Thuiscompagnie draaiboek interactief

204 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

inspirerende thema’s om richting te geven aan het coachingsgesprek

Hieronder maak je kennis met een aantal aandachtspunten van waaruit je het verhaal van de verzorgende kan bekijken. Uiteraard kunnen niet alle thema’s tegelijk in één gesprek aan bod komen, maar een combinatie van een paar thema’s is wel mogelijk. Ook zal een thema nooit met één gesprek afgehandeld zijn. Wat hieronder staat, kan je inspireren om vragen te stellen en samen met de verzorgende stil te staan rond thema’s die onze versterkende en verbindende opdracht oproepen.

de professionaliteit van de verzorgende versterken: aandacht geven aan de relatieDe coach moet tegen de verzorgende haar waardering uitspreken voor het opnemen van het rela-tionele stuk. De gezinnen zelf verwoorden dat ze het belangrijk vinden om met de verzorgende te kunnen praten.

Als er een goede relatie is, dan kan de verzorgende met de cliënt ook praten over lief en leed.

• Hoeishetgeweest?• Watvondjeervan?• Wasjebang?• …

Viadergelijkevragenkrijgtdeverzorgenderuimteomopverhaaltekomenenkunnenverzor-gendeencoachgevoelens,gebeurtenissenenactiesdelen.Viazo’ngesprekkanjeeengemeen-schappelijke grond vinden op basis waarvan je kan afspreken hoe je een aantal praktische zaken samen kan aanpakken.

Professionaliteitmoetniet verwardwordenmetkoel en afstandelijk zijn.Wiemetkwetsbaremensen werkt, moet openstaan voor het opbouwen van een relatie. Thuiscompagnie zet net de relatie als motor voor verandering in. Het gaat daarbij wel om een professionele relatie. De verzorgende wordt geen vriendin, tante of oma. Dat neemt niet weg dat gezinsleden, door het vertrouwen en de nabijheid die ze in de contacten met de verzorgende ervaren, soms over haar spreken in termen van ‘een vriendin’, ‘een zus’ of ‘dat is als familie’. Zonder daar op aan te sturen, kan de verzorgende voor één of meerdere gezinsleden wel die betekenis krijgen.

Nabijheid is belangrijk, maar heeft ook grenzen. Verzor-genden beleven de onmacht en de kwetsuren mee en kunnen zich daardoor aangesproken voelen om het over te nemen, om ‘te helpen’, om zichzelf weg te cijferen. Of het gezin ziet de nood aan begrenzing bij de verzorgende onvoldoende enkandeverzorgendeclaimen.Inaldezegevallenbestaathet gevaar dat het gezin ‘verafhankelijkt’, terwijl we er net zijn om het gezin te versterken. Het is een uitdaging voor de coach om die spanning met de verzorgende te bespreken en samen met haar te zoeken naar een passende begrenzing en

Praten … Dat is misschien raar, maar mijn dochter lucht haar hart ook tegen haar. Vooral over de papa en zo. Ja, wat dat ze niet tegen mij durven zeggen, allé, durven is een groot woord. Dat zijn dingen die mij zouden kunnen kwetsen, dat zijn wel dingen die ze tegen de verzorgende zeggen. (moeder Femke)

Ge kunt daar ook mee praten. Ja, hebt ge iets op uw lever, ge gooit het er uit en ze luisteren. Ge hoeft er niet voor naar de dokter te lopen voor een pilletje (lacht). (moeder Kimberly)

Page 205: Thuiscompagnie draaiboek interactief

205

verantwoordelijkheid en naar versterkende interventies. Bedenk daarbij dat net omdat de verzor-gende kan teruggrijpen naar momenten dat ze samen plezier hebben beleefd of verdriet hebben gedeeld, cliënten veelal begrip kunnen opbrengen voor de grenzen die de verzorgende aangeeft en dat niet als een afwijzing aanvoelen.

een krachtgerichte bril opzettenNetzoalsinjegesprekkenmetdegezinsledenkrachtgerichtkijktenwerkt,doejedatookmetdeverzorgenden.Jekandatopverschillendemanierendoen.Inwatvolgtgevenwejedaarvaneenbeknoptoverzicht.Eenuitgebreiderebesprekingvandiemethodiekenvindjein.

positief herkaderenAls een verzorgende vertelt wat er in een gezin is gebeurd, is het goed om samen de ‘krachtge-richte’ bril op te zetten: je zet samen met haar het positieve in de verf en kadert het negatieve zodathetnietmeerzoproblematischlijkt.Positiefherkaderenbetekentnietdatjenietingaatopwat niet lukt. Je gaat wel in op moeilijke zaken, maar je plaatst die in een kader van respect en betekenis.

verwondering als instrument om te zoeken naar eigen krachtenZoekennaardeeigenkrachtenisvooraleeningesteldheid.Vooreencoachisditeenpermanentaandachtspunt. Je luistert vanuit verwondering, zonder te oordelen en stelt vanuit die onbevan-genheid vragen. Je ondersteunt de verzorgende om de eigen kracht van de gezinnen te zien. Zelfs in het negatieve en problematische dat het gezin overkomt, kunnen sterktes worden gevonden. Je helpt de verzorgende ook om haar eigen kracht te zien. Zelfs als de verzorgende eens minder fraai uit de hoek is gekomen, kan je daarin krachten vinden.

leren uitdrukken dat je iets van het gezin leertJe kan op verschillende vlakken iets van het gezin leren. Het kan je iets leren over hoe ze in het leven staan en zich in dat leven, ondanks de vele lasten, een weg in weten te vinden. Bijvoor-beeld: Hoe je kan overleven met een klein budget of hoe je kan genieten van het moment, ook als er donkere wolken komen aandrijven. Het is belangrijk dat de verzorgende kan uitdrukken dat ze iets van het gezin leert. Als coach ondersteun je de verzorgende om dit besef te bevorderen en help je haar om dat te verwoorden. Dat is immers geen vanzelfsprekende invalshoek.

Je kan de verzorgende ook alert maken voor de signalen die het gezin geeft over hoe ze benaderd willen worden. Zo behoudt het gezin niet alleen autonomie over wat er in het gezin opgenomen wordt, maar ook over de wijze waarop dat kan gebeuren.

krachtgericht interveniëren kan botsen: stilstaan bij het effectKrachtgericht interveniëren kan verbreden en verbinden, maar kan ook botsen. Mensen met een zware rugzak kijken veelal bitter en hard naar de werkelijkheid. Te positief zijn maakt dat je naast elkaar gaat praten. Zoek daarom, vanuit het leefwereldperspectief van het gezin, naar aan-sluiting.Verbreedhierendaarofhertaalpositiefenstastilbijheteffectvanjeinterventie.Hetkanzijndatjeherkaderingofkwinkslagnietwerkt,genegeerdofverworpenwordt.Negatieiseen signaal dat je iets anders moet doen. Bij verwerping kan je in dialoog gaan over het verschil in kijk en zoeken naar gedeelde aspecten.

De verzorgende merkt op dat er weinig in huis is gekomen van de afspraken. Ze wil dit benoemen en zegt: ‘We hadden afgesproken dat je de keukenkast verder ging opruimen. Ik merk dat daar weinig van in huis is gekomen.’De cliënte reageert: Jij hebt makkelijk praten, jij hebt een gezin waar alles op wieltjes loopt.Verzorgende: Hoor ik je zeggen dat je de kast wel wilde opruimen maar dat er iets gebeurd is waardoor het moeilijk werd?Door deze vraagt geeft de verzorgende moeder de kans om, als ze dat wil, te vertellen wat er is gebeurd. Moeder kan net zo goed antwoorden dat er helemaal niets is gebeurd. Waarop de verzorgende dan weer een andere open vraag kan stellen.

Page 206: Thuiscompagnie draaiboek interactief

206 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

de empowermentbloem om te focussen op het versterkenVanRegenmortel(2011)1 bracht de verschillende principes om empowerend te werken bij elkaar in de empowermentbloem: versterkend en verbindend, positief, participatief, inclusief, integraal, gestructureerdengecoördineerd. Jekanmetdeverzorgendenaaralleblaadjes (cf.principes)kijken en met haar concrete voorbeelden zoeken bij elk blaadje. Zo kom je op situaties waar de verzorgende het tempo van de cliënt heeft gerespecteerd (en ze dus participatief werkte) of overnam wat de buurman gewoonlijk doet (en dus niet inclusief was).

werken op maat van het gezinBelangrijk is dat we het tempo van de gezinsleden respecteren. Gaandeweg kan de verzorgende proberen om de tijd die iemand meehelpt, op te drijven. Het is altijd zoeken naar de taken die eengezinslidkanopnemen.Iemandkanaardappelenschillenterwijldeverzorgendekookt,ofze schillen de aardappelen samen, of iemand zet de vuilniszak buiten terwijl de verzorgende afstoftenz.Verzorgendenmoetenhetwerknietovernemenvanhetgezin,maardegezinsledeninschakelenbijwatermoetgebeuren.Verzorgendenhebbeneengoedzichtopdekleinestappendie er gezet moeten worden om een bepaalde taak te volbrengen. Maar soms verwachten ze (ineens) een te grote inzet van (al) de gezinsleden. Dan moet de coach door vragen te stellen, de verzorgende motiveren om kleinere, afgebakende taken aan de gezinsleden te vragen.

Om te verduidelijken wat werken op maat concreet kan betekenen, vertrekken we van de vol-gende situatie: Laura ging de kinderen van school halen Ze vroeg de verzorgende om onder-tussen de vensters te wassen. De verzorgende vond geen spons en zeemvel. Om niet met de vingers te zitten draaien, begon de verzorgende de ijskast schoon te maken. Daar stond voeding in die ver over tijd was. De verzorgende heeft dat eten weggegooid.

Aan de hand van een dergelijke gebeurtenis kan je het thema ‘werken op maat van het gezin’ aanbrengen.Een reactie zoals ‘Oei, isdatnietwat snel?’ kandoordeverzorgendealskritiekervarenworden.Bijvoorbeeldomdathetinhaarogenduidelijkis:‘Vervallenetengooijemeteenweg, zeker als er kleine kinderen in huis zijn. De datum staat er zwart op wit op, daar ga je niet over discussiëren.’

Je kan verschillende vragen stellen om dit thema bespreekbaar te maken:

• Hoekomthetdatjehetnodigvindtomdingendieoverdatumzijnwegtegooien?• Hebjetegenhetgezingezegddatdiespullenoverdatumwaren?• Hoekomthetdatjedatniethebtgezegd?• Watbetekendedatvoorhetgezin,datjijdatetenweggooide?Watdenkje?• Hoehebbenzedaaropgereageerd?• Watwildenzejedaarmeezeggen,denkje?• Kanjebegrijpendatzedatanderszien?

de motivatie van de verzorgende op peil houdenNetzoalsiedereenzaldeverzorgendeontmoedigdrakenalsze,ondankshaarinzetengoedewil,geen vooruitgang ziet. Ook de opmerkingen van andere hulpverleners die vinden dat het niet snel genoeg gaat, kunnen de verzorgende ontmoedigen. Het is de taak van de coach om samen met de verzorgende te kijken naar de evolutie die gezinnen doormaken en erkenning te geven aan de kleine stappen vooruit die worden gezet.

waarom niet vooruitgaan toch vooruitgaan isDe coach moet achterhalen waarom de verzorgende zo geraakt wordt door het ‘niet vooruitgaan’:• Watbetekentvoordeverzorgendesuccesinditgezin?• Wanneerheeftdeverzorgendehetgevoeldatzemetditgezinietsheeftbereikt?

Het antwoord op die vragen kan het verschil duidelijk maken tussen wat voor het gezin belang-rijk is en wat voor de verzorgende belangrijk is, wat het gezin als succes definieert en wat de verzorgende als succes ziet.

Page 207: Thuiscompagnie draaiboek interactief

207

Als de verzorgende minder gemotiveerd lijkt, kunnen volgende stappen in een gesprek helpend zijn:

• deverzorgendelatenuitspreken,• ingaanophaarbezorgdheden,• deverzorgendegrenzenlatenuitsprekenenmogelijkhedenverkennenomdiegrenzente

respecteren,• kijkennaareenmogelijkheidtotgroei,• samennaarvooruitgangkijken,• verantwoordelijkheiddelen.

Inhoofdstuk7leesjemeeroverdesignalenendebetekenisvanveranderingenvooruitgang.Jevindt er onder meer een instrument dat je kan helpen om met de verzorgende op een positieve maniertekijkennaarwaterinhetgezingebeurt:deveranderingscirkelvanProchaskaenDiCle-mente(1992,inHoeven,s.a.)2. Het kan de verzorgende helpen om met andere ogen te kijken, ook wanneer de dingen niet in een rechte, succesvolle lijn naar het gewenste einddoel lopen.

leren omgaan met (te) hoge verwachtingen van anderenHet is soms moeilijk om een evenwicht te vinden tussen het ritme van het gezin en het ritme of verwachtingen van andere betrokkenen bij het gezin. Hulpverleners moeten meestal binnen een beperkte termijn (vaak minder dan zes maanden) wezenlijke (grote) verbeteringen realiseren. Al is gezinszorg in principe niet tijdsgebonden, door die hoge verwachtingen kan ook de verzor-gende onder druk komen te staan. De verzorgenden moeten er bijvoorbeeld voor zorgen dat het huis netjes is. Het opgeruimde huis staat dan symbool voor meer structuur in het huishouden.

Ook buren en kennissen hebben een eigen visie en mening over het gezin en wat de verzor-gende zou moeten doen. Die visie loopt niet altijd gelijk met die van de verzorgende en coach. Soms komt een verzorgende helemaal niet aan poetsen toe en zal ze dat zelf ook als vervelend ervaren. De kans bestaat dat ze daarop wordt aangesproken door buren of familieleden. Maar binnen het gezin zijn vaak andere noden die prioriteit verdienen. Ondersteun de verzorgende om na te denken over het effect van het overnemen en zoek samen met haar naar elementen van vooruitgang.

de druk van buitenaf bespreekbaar maken in het gezin: een kans op verbindingSoms worden voorwaarden opgelegd waaraan het gezin binnen een bepaalde termijn moet vol-doen. Dan bestaat het risico dat de verzorgende de verantwoordelijkheid van het gezin gaat over-nemen. De verzorgende kan denken: ‘Als ik niet zorg dat het proper is, dan nemen ze de kinderen af’. Maar het is niet de verzorgende die moet zorgen dat het proper is, dat blijft de verantwoorde-lijkheid van de ouders.

Decoachzaldeverzorgendemoetenhelpenommetdiedrukvanbuitenafomtegaan.Inder-gelijke situaties kan het gezin de verzorgende immers als verlengstuk van het Comité Bijzon-

‘Eindelijk hebt ge die dampkap gekuist. Dat werd tijd!’ riep de buurvrouw. De verzorgende was van die reactie aangedaan. Ze was op eigen initiatief aan die dampkap begonnen. De cliënt had dat nog nooit gevraagd. In het coachingsgesprek werden twee elementen uitgelicht:

1. Erkenning: Je doet het goed. Je zet je in. Je staat achter de cliënt.2. Hoe reageer je op de buurvrouw?

De coach kijkt samen met de verzorgende naar het achterliggende: waarom was je zo overdonderd door de buurvrouw? De verzorgende krijgt dan de ruimte om te zeggen dat ze het ook soms moeilijk heeft met het ritme van de cliënt. Misschien vindt ze het heel vervelend dat ze altijd moet wachten tot de cliënt aangeeft wat ze moet doen. Wat zegt dat over haar? Wat zegt dat over de cliënt? Hoe kan ze daarmee omgaan zodat het werk haar toch nog bevrediging schenkt?Je kan met haar ook nadenken over hoe ze op dergelijke opmerkingen kan reageren. Maak duidelijk dat jij als coach de verzorgende zal verdedigen als andere hulpverleners of collega’s gelijkaardige opmerkingen maken.

Page 208: Thuiscompagnie draaiboek interactief

208 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

dere Jeugdzorg (CBJ) zien. Dat kan betekenen dat er binnen het gezin onderhuids veel weerstand komt tegen alles wat de verzorgende doet. Door erover te spreken, kan de verzorgende duidelijk maken dat ze geen verlengstuk is van het CBJ en dat het niet haar verantwoordelijkheid is om het huis proper te maken. De verantwoordelijkheid ligt bij de ouders, maar de verzorgende kan hen daarbij ondersteunen als ze dat willen. De verzorgende kan dit als volgt met het gezin bespreek-baar maken:

• HeefthetCBJgezegddatzedekinderenweghalenalsjeernietvoorzorgtdathetproperis?• WatzouhetCBJdaarmeebedoelen,denkje?• Hoewillenjulliedatinordebrengen?• Krijgenjulliedatklaar?• Kanikdaarergensbijhelpen?

Als coach zal je bij een confrontatie met te hoge verwachtingen of druk, niet alleen de verzor-gende moeten ondersteunen om met die druk om te gaan. Het is even belangrijk om die verwach-tingen met het gezin te bespreken en met de betrokken dienst(en) (zie hoofdstuk 10).

een passende verantwoordelijkheid opnemenTijdens de coachingsgesprekken zoek je naar een passende verantwoordelijkheid voor de verzor-gende.Passendbetekentafgewogeninfunctievandedraagkrachtendraaglastvanhetgezin,dedraagkracht en draaglast van de verzorgende en de mogelijkheden en grenzen van haar functie. Je moet kunnen inschatten welke druk er op de verzorgende ligt en of die druk in overeenstem-ming is met haar draagkracht. Je helpt de verzorgende om haar grenzen te bewaken door daar-

over vragen te stellen.Volgendethema’s,nietnoodzakelijkindezevolgorde,vormeneenkapstokbijhetcoachenrondhet thema ‘opnemen van een passende verantwoordelijkheid’:

• schatinwelkedrukeropdeverzorgendeligt,• creëerduidelijkheidoverhetmandaatvandeverzorgendevanuitdedienst,• positioneerdeverzorgendetenaanzienvananderehulpverleners,• gainoppersoonlijkethema’svandeverzorgende,• creëerduidelijkheidoverjetaakalscoach.

schat in welke druk er op de verzorgende ligtProbeersamenmetdeverzorgendededraaglastvanhetgezinteomschrijven.Schatinwatbij-voorbeeld die onmacht en ballast emotioneel, rationeel en relationeel doet met de verzorgende. Watloktdezesituatiespontaanbijhaaruit?Immobiliseerthethaarofgaatzejuistactiewillenondernemen? Kan de verzorgende taal geven aan dat gevoel? Kan ze tegen het gezin zeggen wat het met haar doet? Gaat ze hierover in dialoog met het gezin? Kan ze benoemen wat ze doet? Als het de verzorgende lukt om uit te spreken hoe kwaad ze soms wordt van hoe de buitenwereld naar het gezin kijkt en hoeveel verwachtingen die buitenwereld ook naar de verzorgende stelt, dan kan daaruit een verbinding ontstaan tussen het gezinslid en de verzorgende. Ze delen een gevoelvanonmacht. Indieverbinding liggendekiemendienodigzijnomhet gezinecht tekunnen versterken.

creëer duidelijkheid over het mandaat van de verzorgende vanuit de dienstHet mandaat dat de verzorgende krijgt vanuit de dienst, is gebaseerd op:

• De vraag van het gezin De verzorgende is in het gezin vanuit een praktische ondersteunende insteek op vraag van

Een gezin dreigt haar woning te verliezen zonder perspectief op een nieuwe (betaalbare) woning. De moeder raakt in een depressie, waardoor ze haar huishouden verwaarloost en niet meer voor haar kindje kan zorgen. Er dreigt ook nog een plaatsing van de kinderen. De verzorgende staat ertussen en voelt letterlijk de druk waar het gezin aan blootgesteld wordt.

Page 209: Thuiscompagnie draaiboek interactief

209

het gezin. Dat laat haar toe op verschillende domeinen samen met het gezin stappen te zetten. De verzorgende is echter geen therapeut of psycholoog en ze is niet verantwoorde-lijk voor wat andere hulpverleners doen of nalaten.

• Werken in een context van schaarste Het aantal uren hulp dat nodig is om het gezin (op alle domeinen) te ondersteunen is meestal groter dan het aantal uren dat de verzorgende effectief aanwezig kan zijn. Dat is doorgaans toe te schrijven aan de beperkte financiële middelen. De beperkte financiële middelen van het gezin kunnen ook impact hebben op wat er mogelijk is op vlak van mate-rialen, speelgoed, kledij, voeding enz.

• Werken binnen regels en afspraken Bestaande afspraken en regels kunnen onder spanning komen te staan door de grote nood inhetgezin.Eengesprekoverhetbehoudenversusafwijkenvanbestaandeafsprakenenregels moet mogelijk zijn. Grijp terug naar de driehoek: het juiste doen, het goede doen en de dingen goed doen (zie hoofdstuk 2) om daarin een passend antwoord te vinden.

• Zoeken naar verbreding en alternatieven Als de verzorgende het zelf niet opgelost krijgt, ga dan op zoek naar wie er wel mee aan de slag kan. Op wie, uit het informele en het formele netwerk, kan het gezin nog terugvallen?

positionering van de verzorgende ten aanzien van andere hulpverleners• Positioneren

Help de verzorgende om zich te positioneren ten aanzien van andere hulpverleners. Waarom is ze in het gezin? Wat is haar opdracht? Ze is er om het gezin te ondersteunen en te versterken rond taken die het gezin prioritair vindt.

• Omgaan met samenwerking Help de verzorgende om zicht te krijgen op de taken en de aanpak van andere hulpverle-ners.Leguithoedeopdrachtvandeverzorgendeindatgeheelpast.Informeerregelmatigbij de verzorgende of er in praktijk van samenwerking sprake is. De coach neemt het op met andere hulpverleners als er onduidelijkheden of spanningen zijn.

• Omgaan met verwachtingen en kritiek van anderen Eentehogedrukvanbuitenafkandemotivatievandeverzorgendeondermijnen.Oppagina207vindjeeenaantalmogelijkhedenomdaarmeeomtegaan.

thema’s eigen aan de verzorgende• Confrontatie met ‘persoonlijke bagage’

Elkeverzorgendeheefteeneigenlevensgeschiedenisdiesporennalaat.Watdoetdecon-frontatie met de gezinssituatie met de verzorgende? Welke herinneringen komen boven? Wordt ze daar boos of heel ongelukkig van? Hoe uit ze die boosheid? Heeft dat invloed op haar houding in het gezin? Wil ze de kinderen kost wat kost ‘redden’? Kan ze het positieve nog zien?

• Eigen ontwikkelingsproces van de verzorgende Nietelkeverzorgendeheeftdezelfdeondersteuningnodig.Pasjethema’sendiepgangaan. Geef verzorgenden ook feedback over hoe ze in hun ondersteuningsopdracht groeien. Vertelwaarjedenktdateenverzorgendestaatenwaarzenaartoekangroeien.

• Waarden en normen van de verzorgende We vragen dat verzorgenden zich open opstellen en niet gaan oordelen over de gezinnen. Maar verzorgenden hebben een eigen waarden- en normenkader dat zich niet laat wegto-veren. Dat eigen kader heeft zijn grenzen (bv. ‘Tot hier kan ik begrip opbrengen, maar niet verder’). Twijfels, onzekerheden en dilemma’s die dat met zich meebrengt, moeten open onderzocht kunnen worden (zie ook verder in dit hoofdstuk). Om versterkend en verbin-dend te werken moeten verzorgenden immers authentiek in het gezin kunnen staan.

Page 210: Thuiscompagnie draaiboek interactief

210 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

creëer duidelijkheid over je taak als coachEenverzorgendeondersteunenbijhetversterkendenverbindendwerken,houdtook indat jebinnen de organisatie voldoende communiceert wanneer bijvoorbeeld een uitzondering op de regel passend is en de visie van Thuiscompagnie mee uitdraagt (zie hoofdstuk 5). Soms is het nodig dat je contact opneemt met de andere hulpverleners die in het gezin komen (zie hoofd-stuk 10). Het is belangrijk om te stimuleren dat de verzorgende in haar brede opdracht erkend wordt. Laat de verzorgende weten dat je die taken ook ter harte neemt.

Bewaken van grenzen: de tweezijdige taak van de coach:

praten over invoegen en toevoegenOm versterkend en verbindend te kunnen werken, moet je kunnen aansluiten bij de leefwe-reld en het perspectief van het gezin (invoegen) en moet je nieuwe elementen en perspectieven kunnen inbrengen (toevoegen). geeft je meer informatie over het belang van invoegen en toevoegen en hoe je dat in en met een gezinkanopnemen.Inditpuntvindjeeenaantalrichtvragenomdatinvoegenentoevoegenmetde verzorgende te bespreken.

Bekijk samen met de verzorgende hoe ze zich invoegt in het gezin:

• Hoelaatzeziendatzerespectheeftvoordegezinsleden?• Opwelkemanierzoektzeaansluitingbijdeinteressesvandegezinsleden?• Heeftzeookaandachtvoorvader?Hoe?• Luktdat?• Houdtzehetvol?• Waaraanergertzezich?• Kijktzemeteenopenbliknaarhetgezin?• Hoeslaagtzeerinomhetgezinnietteveroordelen?

Als je invoegt (dat is een element van de basishouding), dan zal het gezin je niet kwalijk nemen dat je toevoegt. Je moet je er wel van bewust zijn dat je aan het toevoegen bent. Alleen al door jeaanwezigheidbrengjenieuwedingenbinnen.Nietalleswatvooronsvanzelfsprekendis,isvan-zelfsprekend voor de gezinnen. De coach helpt de verzorgende om zich bewust te worden van wat ze toevoegt. Dat kan aan de hand van verschillende vragen:

• Alsje…doet,hoereagerendegezinsledendaarop?• Isdateennieuwemaniervandoenvoorhen?• Opwelkegebiedenbrengjenieuwedingenbinnen?• Hoereagerendeverschillendegezinsledendaarop?• Latenzeziendatjeietstoevoegt?• Stellenzedaarvragenover?

1. Maak aan de verzorgende duidelijk dat je haar inzet ziet.• Maak ook duidelijk dat je er bent om samen met haar na te denken over hoe dingen kunnen worden aangepakt.• Verduidelijk waarom dat nodig is (cf. afstand, verafhankelijking).• Help de verzorgende mee kijken naar de situatie vanuit verschillende perspectieven.• Onderzoek samen met haar of er grenzen zijn overschreden en waarom (niet).

2. Ga het gesprek aan binnen de organisatie.Thuiscompagnie is een project waarin we leren op welke wijze we maatschappelijk kwetsbare gezinnen beter kunnen ondersteunen. Dat betekent dat er (soms) ruimte moet zijn om buiten de regels te handelen. Omdat we in een lerende context zitten, moeten we fouten mogen maken. Zonder fouten kan je niet leren. Uit die fouten kan ook de organisatie iets leren.

Page 211: Thuiscompagnie draaiboek interactief

211

Page 212: Thuiscompagnie draaiboek interactief

212 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

Als toevoegen ook tot verandering moet leiden, dan zal de verzorgende met het gezin in dialoog moeten gaan over wat ze doet, over hoe ze dat doet en over wat het gevolg daarvan is. De beslis-sing over de te zetten stap(pen) ligt bij het gezin, maar de verzorgende moet het gezin wel steun beloven als het die stap(pen) wil zetten. Het juiste moment om daarover met het gezin in gesprek te gaan, kan zich spontaan aandienen of moet de verzorgende creëren. De volgende vragen kunnen helpen om in een coachingsgesprek met de verzorgende deze thematiek aan te snijden:

• Hoehebjehetaangepaktom…?(cf.probeererachtertekomenofdeverzorgendealdanniet in gesprek gaat met de gezinsleden)

• Praatjeoverdingendiejetoevoegt?Durfjedat?Wanneerdoejedat?• Hoereagerendegezinsledendan?• Proberenzedingennatedoen?• Vraagjehenofzedatproberen?• Watlukthen?• Watluktnogniet?• Ishethaalbaarvoordegezinsledenomhetzotedoen?• Watzouwelhaalbaarzijnvoorhen?• Hoezouhetmisschienwelkunnen(bv.eentussenstapinlassen)?

Wanneer heeft de verzorgende voldoende vertrouwen opgebouwd om moeilijk bespreekbare zaken aan de orde te stellen? Hoe staat de verzorgende daar zelf tegenover? Hoe voelt ze zich daarbij? Het zal altijd zoeken en aftasten zijn. Als coach moet je de verzorgende helpen om van op een afstand te kijken. Hoe lang kan je pijnlijke punten uitstellen? Je vraagt wat haar bezorgd maakt, wat haar tegenhoudt om daar iets mee te doen. Je gaat samen met de verzorgende op pad om na te denken wat ze zou kunnen doen. Je verkent een aantal pistes met haar: welke alterna-tieven zijn er? Kortom, je geeft handvaten mee waarmee de verzorgende aan de slag kan om met het gezin over moeilijke thema’s te spreken.

aanvaarden dat er verschillende manieren bestaan om iets te doenHuishoudelijke taken kan je op verschillende manieren uitvoeren. Hetzelfde geldt voor de omgang met de kinderen (bv. eet- of verzorgingsmomenten, praten met kinderen enz.). De werk-wijze die de verzorgende aanbrengt of wil aanbrengen, is niet noodzakelijk voor dat gezin de beste of meest haalbare manier. Sta dus stil bij hoe het gezin dit ziet en wil. Help de verzorgende bewust te worden van haar eigen referentiekader, van haar eigen waarden en normen. Zoek waar verbindingen kunnen liggen met het referentiekader van het gezin. Onderstaande voorbeelden kunnen dit verduidelijken.

strijken Het is misschien niet nodig dat alles piekfijn gestreken is? Maar misschien is het wel belangrijk om een hemd te kunnen strijken omdat de buitenwereld dat wel degelijk ziet en daar een inter-pretatie aan geeft? Kijk wat nodig en zinvol is in de context.

soep koken Voorgesnedengroentenenbouillonblokjesofallesversenzelfsnijden?Zoekeenevenwicht:Watkan je samen doen? Wat is haalbaar voor die persoon om zelf te doen?

administratieBewaar je documenten in een doos, in een kaft of op een andere manier? Kijk en zoek met het gezin wat werkt.

materialenAls iemand zich met een stuk laken afdroogt, moeten er dan per se handdoeken worden gekocht?

ontbijtKinderen krijgen een suikerwafel als ontbijt. De verzorgende ergert zich daaraan.

De verzorgende kan met hulp van de coach, de ‘andere manier van doen van het gezin’ posi-

Page 213: Thuiscompagnie draaiboek interactief

213

tiefherkaderen.Inhetvoorbeeldoverhetontbijtmetdesuikerwafelzittenheelwatpositieveelementen. Moeder zorgt ervoor dat er ’s morgens iets te eten is. De kinderen hebben nu iets te eten terwijl ze vroeger met een lege maag naar school vertrokken. Het is ondertussen zelfs een patroon geworden: ‘we eten ’s morgens vóór we de deur uitgaan’ terwijl dat vroeger niet gebeurde. Elkemorgensuikerwafelseten isechternietgezond.Hoekandeverzorgendedatveranderennaar iets anders eten zonder dat ze het gezin bruuskeert, zonder dat ze de boodschap geeft ‘wat je doet, is (weer) niet goed’. Hoe kan je daaraan werken zonder een conflict uit te lokken? Daarover moetjesamenmetdeverzorgendenadenken.Neemvoldoendetijdomstiltestaanbijheteigennormenkader van de verzorgende. Onderzoek samen met haar waar haar grenzen liggen en hoe ze daarmee om kan gaan.

Hoe echt is de verzorgende in haar contact met het gezin? Als ze zich aan bepaalde dingen ergert, dan is het beter het gezin daarop aan te spreken dan te doen alsof het voor haar allemaal OK is. Het is niet omdat ze in een maatschappelijk kwetsbaar gezin staat, dat ze zichzelf en haar eigen waarden en normen moet wegcijferen. Het vraagt wel een open en niet-veroordelende blik. Help de verzorgende duidelijk maken wat het met haar van binnen doet. Tast met haar af waar haar grenzen liggen. Help de verzorgende om die grenzen duidelijk te maken aan het gezin. De keuze blijft bij het gezin, maar de verzorgende mag hen wel confronteren met de gevolgen van hun keuzes.In

vind je voorbeelden over hoe je die confrontatie op een respectvolle manier in de praktijk kan brengen (cf. spiegelen). Aan de hand van de volgende vragen kan je in een coachingsgesprek met de verzorgende de verschillen in waarden en normen, in manieren van aanpak en in beleving bespreekbaar maken:

• Waarmeehebjemoeilijk?• Watmaaktdatjehetdaarzomoeilijkmeehebt?• Begrijpjewaaromhetgezindatzodoet?• Ziejedebinnenkant(vanwatzichbijdegezinsledenafspeelt)ook?• Watkanjeverdragenenwatkanjeniethebben?• Waarligtjouwgrens?• Hebjeallatenvoelenwaarjouwgrensligt?• Hoegajeduidelijkmakendatdatjouwgrensis?• Hoekanjehetgezinondersteunenomnietoverdiegrenstegaan?

verbinding creëren door een open houdingHet leggen en behouden van verbinding is een essentiële voorwaarde om kwetsbare gezinnen te versterken. Het is mogelijk dat de verzorgende geconfronteerd wordt met dingen die strijdig zijn met haar normen en waarden. Of met gezinnen die dingen anders regelen of oplossen dan zij gewend is. Soms zullen er situaties zijn die zowel de verzorgende als de coach erg bezorgd maken. Ook in moeilijke situaties is aandacht voor die verbinding cruciaal.

Bij een confrontatie met een situatie die je bezorgd maakt, lijkt het of je dan moet kiezen tussen de pest (doen of je van niets weet) en de cholera (het vertrouwen van het gezin beschamen en

De dienst die het gezin bij Thuiscompagnie aanmeldde, had pas het hele huis opgeruimd en wou dat het gezin zou leren opruimen. De reden waarom het gezin ondersteuning wil, is ‘structuur brengen in de kasten’. Thuiscompagnie start in het gezin met een beperkt mandaat. Het gezin blijft in begeleiding bij die dienst.Een verzorgende is er op korte tijd in geslaagd een goede vertrouwensrelatie op te bouwen. Ze komt regelmatig in het gezin. Moeder helpt goed mee. Ze doen echt heel goed hun best. In één kamer mag de verzorgende niet komen. Om dat goed in de verf te zetten, hangt er voor die kamerdeur een lint. In de keuken staat geen vuilbak. Als de verzorgende na het koken vraagt waar de afval naar toe moet, haalt de moeder de afval weg. De verzorgende heeft al een paar maal gesuggereerd om een vuilbak in de keuken te zetten, maar daar wil moeder niet van weten. Ze gaat telkens met het afval naar de kamer die niet open mag. Stockeert moeder daar, al dan niet in zakken, alle afval? De verzorgende weet het niet.

Page 214: Thuiscompagnie draaiboek interactief

214 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

informatie naar buiten brengen). Dit hoeft echter geen dilemma te zijn. De verzorgende is gebonden aan het beroepsge-heim. Ze zal, wat ze uit hoofde van haar beroep ziet en hoort, niet doorvertellen aan anderen (zie o.a. hoofdstuk 5 en hoofd-stuk 10). Ze kan hierover wel praten met haar coach omdat ze beiden het beroepsgeheim delen (cf. rond dezelfde cliënt, met hetzelfde doel en vanuit eenzelfde visie). Kortom het is niet de opdracht van de verzor-gende om andere diensten in te lichten. De opdracht waarmee de verzorgende in het gezin

staat is het gezin ondersteunen om de ontwikkelingskansen van kinderen te verhogen. Als die ontwikkelingskansen bedreigd worden, dan praat ze daarover met de coach en wordt daarover met de ouders een gesprek aangegaan. De coach moet er dan in eerste instantie zijn om naar de verzorgende te luisteren, haar erkenning te geven, te kaderen en te verbreden.

Samen met de verzorgende kan je een lijst maken van de punten die haar bezorgd maken (de risico’s) én van de punten die haar vertrouwen geven (beschermende factoren). Het opmaken van die balans kan je vertrouwen in het gezin versterken (ze redden het wel) of kan doorslaggevend zijn om andere stappen te zetten (voor een voorbeeld van een dergelijke balans (zie pagina 216). Wat ook de uitkomst van die balans is, je eerste stap zal altijd zijn dat je open aan het gezin ver-telt wat je bezorgd maakt. Het is juist in die openheid en de mogelijkheid voor dialoog dat de kans ligt om de banden met het gezin aan te halen.

hete hangijzers

Eenaantal‘hetehangijzers’komenvaakterugindeverhalenvandeverzorgendendieinkwets-bare gezinnen werken. Het zijn opvallende problemen die ergernis kunnen oproepen bij verzor-genden,coachenenbuitenstaanders.Vanuithet‘eigenwaarden-ennormenkader’,verwachtdebuitenwereld meestal onmiddellijke actie. Thuiscompagnie probeert niet toe te geven aan die druk, maar wil de problemen stap voor stap én samen met het gezin aanpakken. Dit gaat onver-mijdelijk gepaard met vallen en opstaan, ook binnen Thuiscompagnie. We beschrijven deze situ-aties zodat je uit ons vallen en opstaan kan leren voor je eigen praktijk.

omgaan met afvalAfval kwijtraken wordt steeds ingewikkelder en duurder. Het verwerken van afval vraagt inzicht, structuur en energie. Je moet kunnen sorteren, je moet je afval proberen te verkleinen, je moet de juiste vuilniszakken kopen, alles in de juiste zak steken en op het juiste moment buiten zetten. Vooreenaantalzakenmoetjenaarhetcontainerparkenhebjevervoerensomszelfseenaan-hangwagen nodig. Geld geven aan afval is niet evident. Als je maar 50 euro leefgeld per week hebt, is 25 euro voor een pak vuilniszakken gewoon teveel.

Op vraag van het gezin heeft de coach met de verzorgende afgesproken dat ze die kamer niet binnengaat, ook al komt er een vreemde geur uit die kamer. Ze wil dit wat tijd geven. Ze wil eerst werken aan de dingen die moeder gevraagd heeft. Misschien komt er wel een moment dat moeder ook rond het verwijderen van afval wil praten en dat de verzorgende wel in de kamer mag. Dat de verzorgende niet in die kamer mag komen, heeft misschien met schaamte te maken. Dat moet je respecteren.

Page 215: Thuiscompagnie draaiboek interactief

215

De dienst die het gezin heeft aangemeld, vindt het niet kunnen dat er niet aan het afvalprobleem wordt gewerkt en stuurt een boze mail. Hun reactie is te begrijpen: een paar maanden terug stond het hele huis van onder tot boven volgestouwd met afval en hebben zij er met man en macht voor gezorgd dat alles werd opgeruimd. Deze dienst vindt dat de verzorgende prioritair met de afval moet bezig zijn.

De coach probeert die externe druk van de schouders van de verzorgende te halen. Zelf gaat ze met het gezin spreken. Ze brengt het perspectief van de verzorgende binnen. De verzorgende komt graag bij het gezin omdat ze zo goed meewerken. De verzorgende vindt het vervelend dat ze niet weet waar ze met de afval moet blijven. De coach spreekt ook over de bekommernis van

de andere dienst. De dienst wil voorkomen dat hele huis terug vol afval gaat staan. Dat is hun angst. De coach zegt tegen het gezin: ‘Nu moeten we samen in staat zijn om aan te tonen dat dat niet het geval is. Daarbij heb ik wel jullie hulp nodig. Wat kunnen we doen? Heb je hulp nodig om het afval naar het containerpark te brengen?’ Als je voelt dat het gezin er nog niet aan toe is omdatprobleemaantepakken,danmoetjenietaandringen.Datlukttochniet.Inhetvolgendehoofdstuk, komen we op dit voorbeeld, zij het vanuit een andere invalshoek (spiegelen), nog terug.

huisdierenHet komt voor dat huisdieren voor de verhuurder een doorn in het oog zijn, vooral als de buren klagen of als het ongedierte met zich meebrengt. De druk van buitenaf is dan heel groot. Ook

voor verzorgenden kunnen huisdieren, zeker als het er meerdere zijn, een bron van ergernis zijn.

Zolang je niet met het gezin kan achterhalen welke betekenis de dieren voor hen hebben, dan zal het wegnemen van die dieren geen oplossing zijn. Zoek zonder vooringenomenheid naar thema’s waar ze wel ondersteuning bij willen. Als er een verschil in visie is tussen het gezin en de ver-

Een gezin heeft financieel geen enkele ruimte, maar vorige week hebben ze een tweede dure hond gekocht. Die honden moeten elke dag eten krijgen. Dat kost ook geld. De verzorgende is daarvan gedegouteerd.

Verzorgende: Ah, je wil een nieuwe hond? Waarom wil je die kopen?Cliënt: De andere hond heeft dan een kameraadje om mee te spelen. Zo alleen is ook maar zielig.Verzorgende: Ah ja, dat die andere dan niet alleen is. En zijn ze van dezelfde leeftijd?Cliënt: Neen, we gaan een puppy halen. Die zijn zo lief.Verzorgende: Is die van hetzelfde ras?Cliënt: Ja, we willen een foxke. Dat zijn zo’n toffe beesten.Verzorgende: Ja, mooi zijn ze wel. Wat eet zo’n rashond eigenlijk?Cliënt: We halen altijd vlees voor hem bij de slager. Dat is gemakkelijk een halve kilo vlees per dag.Verzorgende: Amaai, die wordt nogal in de watten gelegd. Heb je nog iets speciaals nodig als je die puppy haalt?Cliënt: Zeker een nieuwe bench, en die moet ook spuiten hebben en een slaapmandje. En ook speciaal eten als hij klein is.Verzorgende: Hola, de aankoop, het hondenvoer, een extra bench, de veearts,… Dat zou wel eens duurder kunnen uitkomen dan dat ge op het eerste zicht denkt. Of hebt ge dat al eens uitgeteld?Cliënt: Bwah, zou dat niet gaan?Verzorgende: Je wil een nieuwe puppy kopen omdat die andere eenzaam is, maar dat gaat veel kosten. Kan je zelf iets doen waardoor die hond zich minder eenzaam gaat voelen?Cliënt:Ik zou er kunnen mee spelen of een keer gaan wandelen.Verzorgende: Als je met de hond speelt of wandelt, hoe kan je dan zien dat die minder eenzaam is?…

Page 216: Thuiscompagnie draaiboek interactief

216 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

zorgende, dan is het de taak van de coach om te tolken. Je kijkt vanuit twee vragen:

•Waarzitdeinzetvanieder?•Watkaneeneerstestapzijn?

Probeernietmeetegaaninhetwaardeoordeel‘dat kan toch niet!’, want dan kom je in een dyna-miek waarmee je het gezin afstoot. Geef erkenning aan hun beleving en perspectief en probeer in dialoog te gaan (zie ook

). Help de verzorgende te relativeren.

•Probeermetdeverzorgendenatedenkenoverdevraagwaaromerdiereninhuiszijn.•Zoekhoezeindialoogkangaanoverhuisdierenenhaarvisiekanbinnenbrengenzonderte

kwetsen.Eerstinvoegen(bv.‘Hetisknaphoejemetdiehondenbezigbent.’)enpasdaarnatoevoegen.

•Focusmetdeverzorgendeopdedoelstelling(en)waarvoorzeinhetgezinkomt.•Kandiedoelstelling,metde‘aanwezigheid’vandiehuisdieren,gerealiseerdworden?

Als je echt een hekel hebt aan honden, dan kan je niet doen alsof honden je wel interesseren. Dan verlies je je authenticiteit en dat voelt men onmiddellijk aan. Je kan wel bij jezelf zoeken wat je nodighebtomereenonbevooroordeeldgesprekoveraantegaan.Eenbeetjehumorkandaarbijhelpen. Je kan het zelfs benoemen: ‘Ik ben geen hondenliefhebber, maar als ik jullie bezig zie, dan lijkt mij dat heel speciaal.’Probeeruitjezelftebreken.Jedoeteeninspanningomhetgezininhun anders zijn te aanvaarden. Daardoor krijg je vertrouwen en daardoor zal het gezin ook open-staan voor jouw inbreng.

Als je afwijzend reageert: ‘Als je nog een hond bijneemt, kom ik niet meer’, dan gaat de deur voor jou dicht. Wat heb je dan bereikt? De uitdaging is: in dialoog gaan, luisteren en vragen, niet oor-delen. Waarom zou twee honden teveel zijn? Waar haal je die norm? Laat moeder, vader en de kinderen vertellen wat daar leuk aan is, waarom ze hebben ze die honden, waarom vinden ze het fijn met zoveel dieren in huis?

Ze doen misschien niet veel met die honden, maar die honden moeten voor hen wel een bete-kenis hebben want anders zouden ze die niet aanschaffen. Met het verlangen naar die tweede hond drukken ze iets uit. Je kan de keuze niet voor hen maken. Door vanuit in te voegen, toe te voegen kan je hen wel helpen om de keuze voor de tweede hond bewuster te maken. Ook dat is versterken. Stel vragen, laat hen nadenken. Als zij die hond willen kopen, dan doen ze dat toch. Jij gaat hen niet tegenhouden omdat je zegt dat je dat niet wil.

Luister, probeer de beweegreden te kennen, respecteer hun keuze en zoek uit of je nog samen verder kunt. Zoals eerder al vermeld, de centrale vraag is: waarom heeft het gezin de steun van Thuiscompagnie gevraagd en kunnen we aan die doelstelling werken, ook als er 2 honden rondlopen?partnerproblemenAls er communicatieproblemen zijn tussen partners, dan is de kans groot dat de verzorgende vroeg of laat door één van beiden beschuldigd wordt van coalitievorming. Meestal is de vrouw thuis als de verzorgende komt en werkt de verzorgende intensief met haar samen. De man kan zich daardoor in de hoek gezet voelen. Als de vrouw verwijst naar uitspraken van de verzor-gende om haar eigen standpunt kracht bij te zetten, dan is er veel kans dat de man de samenwer-

Huisvuil wordt opgestapeld in zakken. Die zakken staan overal in het huis en ook in de tuin. De kinderen kunnen niet in de tuin spelen omdat het vol ligt met afval. De zakken moeten naar het containerpark worden gebracht. De vrouw verwacht van haar man dat hij dat doet. Hij heeft een auto en kan dat ook. Het is geen kwestie van geldgebrek. Er zijn geen objectief aanwijsbare redenen waarom de man dat niet zou doen. Maar de man doet het niet. Waarom doet hij dat niet? Vindt de man dat zijn vrouw te veel zaagt en niets terugdoet? Zien ze elkaars inzet niet?Het is de scheefgelopen communicatie die moet bespreekbaar worden gesteld.

Page 217: Thuiscompagnie draaiboek interactief

217

king met de dienst gezinszorg opzegt.

Bevraag bij je verzorgende regelmatig welke contacten ze heeft met beide partners. Je moet niet vragen naar de inhoud van die gesprekken, want dan doorkruis je de vertrouwensrelatie. Maak de verzorgende attent op de mogelijkheid van coalitievorming. Help haar om meerzijdig par-tijdigtezijn.Probeersamenmethaarvanuitdetweeperspectieventekijkennaardegezinssitu-atie en de taken die moeten gebeuren. Daarnaast zal je als coach ook moeten proberen om met man en vrouw tegelijk te spreken en je bezorgdheid te uiten: ‘Waar ik bezorgd over ben, dat is dat er een dag komt dat jullie ruzie krijgen over de verzorgende. Hoe klinkt het als ik dat zo zeg?’ Als je dat thema benoemt hebt, dan kan je daar later, als de spanningen voelbaar worden, op terugvallen.

alcohol – middelen – medicijnenAls de verzorgende verstopte blikjes bier ontdekt of ziet dat er middelenzijngebruik,danisdateenfeit.Naastdiefeitelijkevaststelling is er ook het belevingsniveau van de verzorgende. Wat voelt ze? Ontgoocheling, machteloosheid, teleurstelling of iets anders? Daar kan je als coach mee aan de slag. Je kan van het ontdekken van die blikjes ookeenkansmaken.Eenkansomuittezoekenwatdeverzorgendepraktischkandoenmetdieontgoocheling en onmacht.

Als de verzorgende haar gevoelens hierover kan delen met het gezin, dan creëert ze een kans om verbindingteleggen.Eenuitspraakvaneenverzorgendezoals‘Ik ben goed in kasten opruimen, maar ik weet niet goed hoe ik je kan helpen om niet te drinken.’ is niet beschuldigend of ver-oordelend. Ze geeft de cliënt de kans om te zeggen: ‘Maar het gaat goed met mij. Je moet je geen zorgen maken. Ik kan het zelf in de hand houden.’ Maar ook om te zeggen: ‘Dat is spijtig want ik kan er moeilijk afblijven. Ik red het in mijn eentje niet.’

De verzorgende heeft zich in deze dialoog kwetsbaar opgesteld: ze kan niet alles. Daardoor geeft ze aan de cliënt de boodschap: je bent niet de enige die niet alles kan. Je brengt machteloosheid binnen. Dat is een gevoel dat cliënten zeer goed kennen. Dat is een gemeenschappelijk punt. Daardoor schep je de gelegenheid voor een dialoog als gelijkwaardigen. Door je kwetsbaarheid te laten zien, kom je in een dynamiek waarin je samen een balans kan opmaken en zoeken wat de

Verzorgende: Aan wie kan je het vertellen? Wie kan je daar echt bij helpen want ik kan dat niet. Zou je het aan Marie [andere hulpverlener] kunnen vertellen?Cliënt: Neen, want die begrijpt me niet. Jij begrijpt me wel.Verzorgende: Ja, maar ik kan je daar niet bij helpen. Aan wie kan je het wel vertellen?

Page 218: Thuiscompagnie draaiboek interactief

218 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

4. Twee uiTgewerkTe casussen uiT de prakTijk

We sluiten dit hoofdstuk af met twee uitgewerkte voorbeelden uit de praktijk van Thuiscom-pagnie. Zoals in de inleiding aangekondigd, illustreren we in de eerste casus hoe je een afwe-ging kan maken tussen ‘het juiste, het goede en het goed doen’ en hoe je de relatie ‘gezin, ver-zorgendeendienst’eenplaatskangevenindeondersteuning.Indetweedecasustekenenwehet coachingsproces uit dat naar aanleiding van een ‘weekendoproep’ van een moeder en een verzorgende plaats vond.

verschillende perspectieven tegenover elkaar afwegen

Hoe kan je met deze situatie omgaan? Je moet dit vanuit verschillende perspectieven bekijken:

• dedriehoek‘hetjuistedoen’ofwat‘moeten’wedoen?(dejuridischekant),‘hetgoededoen’(de ethische kant) en het goed doen of hoe moeten we dat doen? (de methodische kant),

• derelatiedriehoek‘cliënt,verzorgendeendienstofhetsysteem’

Deze twee driehoeken staan niet los van elkaar, maar lopen door elkaar heen. Soms zullen bij-voorbeeld verschillende betrokkenen eenzelfde perspectief innemen, soms juist niet. Daaren-boven zal zich veelal de vraag stellen hoe je de verschillende perspectieven met elkaar kan combineren. Hoe combineer je bijvoorbeeld het goede met het juiste?

Alcohol (net zoals medicatie) wijst op lijden van de vrouw. De vraag is hoe ze terug waardig in het leven kan staan. De definitie van dat waardig leven zullen we samen met haar moeten zoeken (cf. ethisch perspectief).Erisechternietalleendevrouw,erzijnookdekinderenenerisookdesamenleving.Jekanm.a.w.nietbuitendevraag‘Wieisernoginhetgeding?’of‘Isereenderde partij met wie we rekening moeten houden?’

Het ‘hoe’ of hoe je de dingen goed kan doen (cf. methodisch perspectief), wordt bepaald door:

• detiming,hetproces,• derolendepositievandeverschillendebetrokkenen:Wiebenik?Welkerolneemik

op?Vanwiekrijgikhetmandaat?Hoeverlooptdecommunicatie?Iserdialoog,isereen gedeelde taal? Doe je het alleen of kan je met iemand samen werken? Met wie kan je samenwerken?Isereengedeeldefinaliteit?

De verzorgende zit in relatie met de cliënt. De cliënt verwacht van de verzorgende nabijheid. De verzorgende zit in relatie met het systeem, de dienst. Het systeem verwacht van de verzorgende

De verzorgende heeft ontdekt dat de cliënt, een moeder, thuis nog drinkt. Dat kan zware gevolgen hebben. Het gaat om een situatie waar de coach, het LCO, de begeleiding van het psychiatrische ziekenhuis en een budgetbegeleider van het OCMW bij betrokken zijn.

Page 219: Thuiscompagnie draaiboek interactief

219

afstand. De cliënt zit in relatie met het systeem. Het systeem heeft verwachtingen t.a.v. de cliënt (plichten). De cliënt heeft verwachtingen t.a.v. het systeem (rechten).

Het zou mooi zijn als de cliënt voelt ‘Ik heb vertrouwen. Ik ga het zelf vertellen aan het zieken-huis dat ik af en toe terug drink. ’De boodschap is: ‘Ik mag kwetsbaar zijn’.Natuurlijkisdaareenrisico aan verbonden. Het systeem kan negatief reageren en het positieve niet zien: ‘We hebben al 1.000 euro in je gestoken en hopla, mevrouw drinkt weer.’

De verzorgende kan zeggen: ‘Ik ben verzorgende. Ik moet me niet moeien met de flessen als ik gewone poetshulp ben. Maar nu ben ik in het gezin namens Thuiscompagnie. Welke rol moet ik opnemen?’ Aan wie kan de verzorgende dat voorleggen of melden ‘Ik ben ongerust want ik heb blikjes gevonden.’ De coach is er om dat tegen te vertellen. De verzorgende gaat daarover, al dan niet na een gesprek met de coach, in dialoog met de cliënt: ‘Moet ik de scherpe tante zijn? Heb jij dat nodig? De instelling zegt dat je niet mag drinken. Zijn er momenten dat het je lukt om niet te drinken? Wat heb jij nodig om meer van die momenten te krijgen? (zie ook verder).

De coach helpt meedenken en ondersteunen rond het methodisch handelen of hoe ze met deze situatie op de best mogelijke manier kunnen omgaan. Zij helpt om vanuit de twee driehoeken te denken en minder vanuit paradoxen en tegenstellingen.

Indezecasusmakenverschillendedienstendeeluitvanhetsysteem: Thuiscompagnie, het psy-chiatrisch ziekenhuis, het OCMW en de hulpverleners die betrokken zijn in het Lokaal Cliënt-overleg (LCO). Als het om doorgeven van informatie gaat, dan moet je altijd afwegen welke infor-matie echt nodig is om mee te delen. Het is niet omdat er een goede samenwerking is met andere organisaties, dat je ook alles wat je van de cliënt weet moet rapporteren (cf. gedeeld beroepsge-heim). De coach zou bijvoorbeeld vanuit een juridisch oogpunt de informatie over het drinken aan het psychiatrisch ziekenhuis kunnen doorgeven. Ze vertrekt van het idee: ‘ik wil niet verant-woordelijk zijn voor negatieve gevolgen.’ Ze verbreekt daarmee, omwille van het risico van nala-tigheid beschuldigd te worden, het vertrouwen van de verzorgende (cf. de verzorgende gaf dit in vertrouwen aan haar door). Het psychiatrisch ziekenhuis op de hoogte brengen is een reactie ingegeven door het zoeken naar het juridisch juiste. We gaan er dan vanuit dat het psychiatrisch ziekenhuis ‘het meest deskundig’ is over wat goed is en die weet ‘hoe het moet’. Maar de blik van die instelling is maar een blik, maar één perspectief.

VanuitThuiscompagniestellenweonsdevraag:Watisonzerol?Waaromkomenweinditgezin?Waar moeten wij mee bezig zijn? Onze cliënt is ‘moeder en haar kinderen’. Het psychiatrisch ziekenhuis of de andere diensten zijn niet onze cliënten. We moeten wel de verschillende per-spectieven tegenover elkaar afwegen. We willen mevrouw op verhaal laten komen. We ver-trekken vanuit het intermenselijke (en niet zozeer vanuit het psychiatrische) zodat de vrouw zelf kan zeggen: ‘ik heb dit en dat nodig om beheerst te kunnen drinken en toch te doen wat ik moet doen, om voor mijn kin-deren te zorgen’. Om dat te bekomen moeten we samen met de cliënt op weg gaan, haar ‘deskundigheid’ erkennen én ver-binding leggen.

De verzorgende staat kort bij de cliënt. Ziet zij het alcohol-gebruik als problematisch? Welke inschatting maakt zij van het risico? Is de veiligheid vanmoeder en de kinderen ingevaar als ze drinkt? Misschien wel als ze ongecontroleerd drinkt en terug een drankprobleem heeft. Moeten we het danzoverlatenkomen?Erzijn1000moedersenvadersdie’s avonds een glaasje te veel drinken. De verzorgende, maar ook de coach, kunnen positieve signalen zien. Bijvoorbeeld:

• erisgedeeldezorgvoordekinderen(cf.moeder,deverzorgende en de grote zus),

• moederlaatveelhulptoe,• moederwerktmee(bv.zeruimtaltijdop).

Page 220: Thuiscompagnie draaiboek interactief

220 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

Deze positieve signalen geven je meer ‘speling’, want het risico is minder groot.

De verzorgende of de coach kan dit aan moeder voorleggen: ‘Sommige mensen zijn terug verloren als ze 1 pintje drinken. Andere mensen kunnen dat wel beheersen. Ze spelen met vuur maar ze kunnen het laten omdat er toch dingen zijn die hen tegenhouden. Heb jij zoiets dat je tegenhoudt om te drinken? Van het psychiatrisch ziekenhuis zou het niet mogen. Mogen ze het weten? Wat vind je daarvan? Wil je het hen zelf vertellen? Je probeert me te overtuigen dat het drinken geen probleem is. Heb je zelf het gevoel dat je denkt, het gaat me echt lukken om ervan af te blijven?’

Vanuitdatgesprekendeverschillendevaststellingenkanjezoekennaarwatdebestehoudingisomophetkomende(therapeutisch)overlegintenemen.Nogmaalserisgeen‘juiste’keuze.Soms kan veiligheid overwegen, soms vertrouwen. Het gaat altijd om afwegen en van daaruit een insteek kiezen. Welke insteek je kiest kan afhankelijk zijn van bijkomende pathologie of van de‘derden’dieindesituatiebetrokkenzijn(bv.kinderen).Iservoorheneengrootveiligheidsri-sico of is het risico bijna onbestaand?

Ook als je in deze situatie vanuit een juridische bril kijkt, mag je zwijgen. De verzorgende zit immers in een rol waarbij ze praktische dingen doet in afspraak met de cliënt (cf. gedeeld beroepsgeheim). De verzorgende heeft geen controlerende rol. Als de verzorgende in een con-trolerende rol komt te zitten, dan valt het vertrouwen weg. Je ontneemt dan de kans dat er in de relationele dynamiek dingen gebeuren die verbinding creëren. Je kan immers niet tegelijk controleur en vertrouwenspersoon zijn.Vanuit het gedeelde beroepsgeheim tussende verzor-gende en de coach, kan je voorrang geven aan het vertrouwen van de cliënt, ook als je vaststelt dat de cliënt nog drinkt. Het is wel belangrijk om hierover in gesprek te gaan met de cliënt. Je kan niet doen alsof je het niet weet. Je kan het m.a.w. niet toedekken. Als je denkt dat het op een (therapeutisch) overleg wel ter sprake zou moeten komen, dan kan je de cliënt vragen om daar te vertellen dat ‘niet drinken’ moeilijker wordt en waarom dat moeilijker wordt.

ondersteuningsgesprekken met moeder en de verzorgende n.a.v. van een ‘weekendoproep’

We maken een inventaris van de vragen en thema’s die aan bod kunnen komen naar aanleiding van een telefoontje van een moeder naar de verzorgende tijdens het weekend. Achtereenvol-gens worden de verschillende perspectieven bekeken: het perspectief van de verzorgende, van moeder en dat van de coach.

De verzorgende komt bij een moeder met drie kinderen. Ze is nog niet officieel gescheiden. Haar nieuwe vriend, die af en toe bij haar verblijft, is de vader van het jongste kind, een baby van een maand of twee.

Moeder vertelt veel aan de verzorgende. Ze had al laten weten dat het niet goed liep met haar nieuwe vriend. Ze vermoedt dat haar vriend een nieuwe relatie heeft. De verzorgende weet niet altijd of ze moet geloven wat moeder haar vertelt. Het is niet altijd duidelijk wat realiteit is en wat fantasie.

In het weekend belt moeder naar de verzorgende met de boodschap:• dat haar partner weg is. • dat ze het niet meer ziet zitten,• dat ze de kinderen wil laten plaatsen.

Ze vraagt of de verzorgende wil langskomen.De verzorgende belt ‘licht in paniek’ naar de coach. De coach heeft haar gevraagd om dit ‘los te laten’ en met haar afgesproken:

• dat ze maandag zal bellen naar moeder,• dat ze, als moeder dat wil, er dinsdag naar toe zal gaan.

De coach heeft moeder die maandag gebeld om te vragen hoe het met haar ging. Het ging wel.Dinsdag is de coach langs geweest. Voor moeder was de situatie niet meer zo acuut. In de namiddag zou een andere hulpverlener langskomen

Page 221: Thuiscompagnie draaiboek interactief

221

Gezinszorg kan niet 24 uur op 24 beschikbaar zijn. Maarje moet deze situatie wel aangrijpen om stil te staan bij de gevoelens en overwegingen van de verzorgende, van moeder (wat maakt dat ze belt) en van jezelf. Je volgt deze stappen: erkenning geven (invoegen), verbreden en andere perspec-tieven inbrengen (toevoegen) en dan samen zoeken naar wat ondersteunend kan zijn.

een ondersteunend gesprek met de verzorgende

luisteren en erkenning gevenDe verzorgende is de meest vertrouwde persoon van het gezin. Het is niet verwonderlijk dat moeder de verzorgende in het weekend opbelt. Dat is niet de afspraak, maar de emo-ties van moeder zijn zo overweldigend dat ze, ook al beseft ze dat het niet gepast is, de verzorgende toch heeft gebeld.

De verzorgende heeft haar coach gebeld (in het weekend) en is niet abrupt tot een handelen in het gezin overgegaan. Dat was het beste dat ze kon doen. Het is goed om haar daarvoor een pluim te geven. De verzorgende wil graag bevestiging dat ze goed bezig is. De coach kan die bevestiging geven: Het is prima dat de verzorgende niet vliegensvlug naar de cliënt is gesneld. Maar ze was wel ongerust. Het is goed dat ze niet is blijven zitten met die ongerustheid en de coach heeft gebeld.

richting geven door een thema in te brengenDe coach kan benadrukken dat het mooi is dat de verzorgende zo betrokken is op het gezin. Ze kan ook ter sprake brengen dat er een grens is aan de inzet die van een verzorgende kan verwacht worden.Versterkendwerkenisimmersookafgrenzen.Deverzorgendekannietverantwoordelijkzijn voor de schade die een relatiebreuk aanricht.

Dit verhaal laat toe om met de verzorgende stil te staan bij de thema’s ‘loslaten’ en ‘ongerust zijn’:

• Hoebetrokkenisdeverzorgendeophetgezin(cf.kwaliteitvanderelatie)?• Waaromwasdeverzorgendeongerust?Watmaaktehaarbang?• Zijnereffectievegrondenvoorongerustheid?

Wat was de vrees van de verzorgende toen ze telefoon kreeg: dacht ze dat moeder een moeilijk weekend met veel verdriet tegemoet ging of dacht ze aan een gezinsdrama? Om een inschat-ting te kunnen maken van die ‘ongerustheid’ en om een ‘passende’ aanpak te vinden, kan het helpen om een balans te maken. Je kijkt daarbij niet alleen vanuit een probleembril (Wat maakt je bezorgd?), maar gaat ook op zoek naar positieve signalen of krachten (Wat stelt je gerust?). Je kan deze balans ook moet de moeder opmaken. Dan zal het gesprek meer inzicht geven in haar eigen gevoelens en gedrag.

WaT MaaKT Je bezORGD? WaT sTelT Je GeRusT?

De noodkreet: ‘Ik wil mijn kinderen plaatsen want ik kan het niet meer aan.’

Het is een krachtige dame. Ze neemt initiatief om haar situatie op te lossen.

Haar partner is weg, dat weegt zwaar voor moeder. Moeder ageert proactief. Ze blijft niet bij de pakken zitten. Het ligt in haar aard om te handelen.

Page 222: Thuiscompagnie draaiboek interactief

222 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

Ze zendt een noodsignaal uit. Ze is blijven bellen tot ze iemand vond: de verzorgende.

Haar partner is misschien maar tijdelijk uit het vizier.Moeder heeft hoogtes en laagtes, maar ze verliest zich niet. Er is geen diagnose van bijvoorbeeld een bipolaire stoornis.

Ze heeft een beperkt netwerk. Er zijn geen precedenten van extreem gedrag.

Moeder is bezorgd over haar kinderen. Ze wil iets voor hen regelen. Het lijkt weinig waarschijnlijk dat ze die iets zou aandoen.

Voor de baby is er continuïteit van zorg.

De verzorgende komt al een half jaar in dit gezin. Het ging altijd beter en beter tot een maand geleden. De verzorgende zit met het gevoel dat ze het zelf niet meer goed doet. Ze ziet dat alles achteruit gaat, ook het huishouden.

De verzorgende wil graag dat het vooruit gaat. Ook dat speelt mee: ze voelt zich zelf heel verant-woordelijk. Ze heeft het gevoel dat ze haar greep op die situatie aan het verliezen is. De ongerust-heid die ze voelt is niet alleen ongerustheid over moeder, maar ook ongerustheid over haar eigen functioneren als verzorgende. Teleurstelling in het tempo van het proces is geen goede raadgever om de veiligheid van de kinderen te beoordelen. Je betrokken en verantwoordelijk voelen voor het gezin kan je ook in een valkuil brengen: je wordt ‘over’betrokken en neemt verantwoordelijk-heid van anderen over.

op een krachtgerichte manier helpen kijkenDe coach moet erover waken dat de verzorgende niet wordt meegetrokken in de onmacht van moeder. Je kan de verzorgende op een krachtgerichte manier helpen kijken, door terug te kijken naardeafgelegdeweg.Eenondersteunendinstrumentkanhierdeevolutiekaartzijn.Eenevolu-tiekaart stelt op een schaal van 0 tot 10 vragen over verschillende thema’s. Hier gaat het om het volgende: hoe beoordeelt de verzorgende de huishoudelijke vaardigheden van moeder? Als je zo’n overzicht maakt, dan blijf je zien wat er wel goed gaat in het gezin. Het helpt ook om te zien dat sommige dingen buiten de verantwoordelijkheid van de verzorgende liggen en dat er andere elementen zijn die maken dat moeder misschien minder vooruitgang maakt dan gehoopt.

Evolutiekaart Gezin

Page 223: Thuiscompagnie draaiboek interactief

223

De verwachtingen van de verzorgende over het runnen van het huishouden zijn over ’t algemeen altijdingelostdoordemoeder.Enkeldelaatstemaandengaathetminder.Erisindietijdeensterkevertrouwensbandgegroeidtussenverzorgendeenmoeder(relationeledynamiek): het klikte in het begin al wel en die band is nog sterker geworden. De relatie met andere hulpverleners zit nog goed. Het gezinsleven is achteruitgegaan door de al dan niet ver-meende buitenechtelijke relatie van de man. Maar moeder heeft nog wel een goed contact met dekinderen.Emotioneelzitmoeder,naeentijdelijkeopflakkering,ineenneerwaartsespiraal.

De emotionele problemen van moeder hebben invloed op de greep die ze heeft op het huis-houden. Dat maakt de verzorgende ongerust. De coach kan de ‘achteruitgang’ van moeder van hieruit mee helpen duiden. Het klopt dat het niet allemaal van een leien dakje loopt, maar ze kan de verzorgende ook geruststellen dat het ‘niet aan de verzorgende’ ligt. Het gezin moet door die crisis.

hoe kan de verzorgende hier passend mee omgaan?Het is niet de verzorgende die de crisis moet oplossen. De verzorgende moet ook rekening houden met zichzelf. De coach verkent de situatie samen met de verzorgende. Dat kan met de volgende insteek: ‘Je was ongerust maar je hebt het kunnen loslaten. Waarom heb je dat gekund, ondanks je ongerustheid?’

een ondersteunend gesprek met moeder

invoegenMoeder kent het klappen van de zweep. Het is niet de eerste keer dat ze een relatiebreuk meemaakt.

• Deeersteregelisinvoegen:Jeerkentdatdesituatiemoeilijkis.Ja,hetisergdatjemanervandooris.Datmoetwelergmoeilijkzijn.Voeljejeindesteekgelaten?

• Watmaaktdathetjeteveelwordt?Dathetjeallemaallijktteontglippen?

toevoegen en verkennen, verbreden en verbindenPasnahetgevenvanerkenningkanjeingaanopdetelefoon:

• Waaromhebjedeverzorgendegecontacteerdtijdenshetweekend?Hebjeevengedacht,ikkan dit niet maken om te bellen in het weekend, ook al voel ik me zo rot en angstig?

• Wiehebjenogmeergebeld?• Hebjeopeenmomentgedacht,ikkanhetookzonderhulpwelaanditweekend?• Watheeftdangemaaktdatjetochgebeldhebt?• Jezeidatjejekinderenwildeplaatsen.Benikjuistals

ik zeg dat je eigenlijk heel hard aan ’t nadenken bent geweest hoe je het best voor je kinderen kan zorgen? (Op die manier ga je niet mee in de onmacht).

• Watbetekentjevriendvoordeopvoedingvandekin-deren? Ben je ongerust dat als je vriend wegvalt, dat je dan de opvoeding van je kinderen niet meer aankunt?

• Bijwiekanjemetdiebezorgdheidterecht?Wiekandatmet jou opnemen?

Het helpt ook om positieve vragen te stellen zoals:

• Kanjenogzienwaterwelgoedgaat?• Voelendekinderenzichnoggoed?• Jehebthetaleerdermeegemaaktdatjedoorjepartner

in de steek werd gelaten. Hoe ben je erin geslaagd daar overheen te komen?

Page 224: Thuiscompagnie draaiboek interactief

224 VeRsTeRKend & VeRBindend coachen

wat kan ondersteunend voor je zijn?Het is de eerste keer dat moeder beroep heeft gedaan op kraamzorg. Moeder vindt het fijn dat ze die hulp krijgt, maar bij de vorige geboortes heeft ze haar plan alleen getrokken en toen ging het ook. Moeder heeft dus heel wat draagkracht. Ze kan voor drie kinderen zorgen. Maar ze heeft ook haar beperkingen en ze weet dat want ze komt zelf met het idee om haar kinderen te plaatsen (cf. dan zijn haar kinderen beter af). Dat geeft een ingang om de relatiebreuk tot draagbare pro-porties te herleiden en om samen te zoeken naar waar er groei kan zijn:• Watdenkjemeernodigtehebben?• Watzoumakendatjehetzelfaankan?• Kanhetzijndatjedoorjeervaringmetdeeerstetweekinderenvoldoendevaardigheden

hebt om goed voor de kleinste te zorgen, ook al komen alle moeilijkheden ineens op je af?• Wathebjenodig?• Ishetgewoonjevrienddiemoetterugkomen?Natuurlijkdoethetpijndatdiewegis.Ishet

die vriend speciaal of is een vriend ook OK?

een zelfonderzoekAls coach is het belangrijk dat je stil staat bij je eigen beleving en reflecties bij wat zich heeft voorgedaan.

een dubbel gevoelDe coach heeft een dubbel gevoel bij dit voorval. Aan de ene kant is ze blij dat de verzorgende haar in het weekend heeft gebeld en dat ze ‘die last’ van de verzorgende heeft kunnen over-nemen.Aandeanderekantwilzeookeenlijntrekken.Eenweekendmoeteenweekendblijven.Hetisnieteenvoudigomdaarmeeomtegaan.Eenmensinnoodmoetjehelpen,weekendofniet.Maar wanneer is een mens in nood? Waar ligt die grens? Wat zou er gebeurt zijn als moeder toch iets had gedaan met zichzelf of met de kinderen? Waar ligt wiens verantwoordelijkheid? Waarom heeft moeder naar de verzorgende gebeld en niet naar haar vertrouwde hulpverlener?

Erzijngeenstandaardantwoordenopdezevragen.Deantwoordenzijnafhankelijkvandesitu-atie en de betrokken personen. De afweging gebeurt binnen de driehoek het juiste doen, het goede doen en het goed doen (zie hoofdstuk 2).

een steun zijn, de last delenDe verzorgende belt voor steun. Ze belt om iemand achter zich te voelen, om de verantwoorde-lijkheid te delen: ‘de coach weet er nu ook van, ik ben niet meer alleen.’ Dit brengt ons bij een begrip uit het strafrecht: schuldig verzuim. Doordat de verzorgende de coach contacteert, kan haar geen schuldig verzuim verweten worden. Ze heeft iets gedaan, ze heeft met iemand over-legd. Bij de beoordeling over schuldig verzuim oordeelt de rechter op basis van de overweging die je hebt gemaakt. ‘Het was weekend’ als enige uitleg, zal niet volstaan. Je moet kunnen aan-geven waarom je niet hebt ingegrepen. Uit de uitgetekende balans bleek dat er geen onmiddel-lijkgevaarwas,maardatmoederopeenmomentvan‘tijdelijkehulpeloosheid’belde.Erwarenduidelijk nog positieve signalen en krachten aanwezig:

• moederstaatopenvoorbeïnvloeding,• moederkangroeien,• moederstaatopenvoorhulp.

1.VanRegenmortel,T.(2011).Lexiconvanempowerment.MarieKamphuis-lezing2011.Utrecht:

Marie Kamphuis Stichting.

2.Hoeven,G.(s.a.).NietgepubliceerdecursusVSPW.Hasselt:VSPW-CVO.

Page 225: Thuiscompagnie draaiboek interactief

225

Verschillende methodieken en instrumenten helpen ons om versterkend

en verbindend aan de slag te gaan. in dit hoofdstuk vind je de beschrijving

van een brede waaier van methodieken en instrumenten die je doorheen het

ondersteuningstraject, op maat van de situatie, het gezin, de verzorgende en de

coach ‘kan’ inzetten.

9methodieKen &insTRumenTen veRtaald naar

THuiscompagnie

Page 226: Thuiscompagnie draaiboek interactief

226 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

Page 227: Thuiscompagnie draaiboek interactief

227

1. inleiding

Dit hoofdstuk reikt je een aantal specifieke kaders en methodieken aan die je in het ondersteu-ningstraject kan inzetten. We illustreren met enkele voorbeelden hoe en met welk doel we deze kaders en methodieken binnen Thuiscompagnie toepassen. Ze vullen als het ware de gereed-schapskoffer van de verzorgenden en de coach. Maar een gereedschapskoffer maakt je nog geen goed vakman. De methodieken kunnen slechts resultaat opleveren binnen de context van een wederzijdseengelijkwaardigevertrouwensrelatie. ‘Passende’methodiekeninzettenvraagtdatje rekening houdt met: de situatie, de eigenheid en de levensgeschiedenis van het gezin, de eigenheid van de verzorgende en van de coach. Zoek hier dus geen uniforme aanpak noch stan-daardoplossingen voor specifieke thema’s of problemen. We tonen alleen een ruime waaier van methodieken, kaders en invalshoeken die handvatten kunnen geven om passend te reageren in concrete situaties en (nieuwe, alternatieve) pistes kunnen openen.

De eerste groep methodieken en instrumenten, geven je een aantal kapstokken om ‘krachten tezoeken’.Daarnazoomenweinopondersteunendekadersdie‘verbindenenverbreden’.Eenderde groep geeft je inzage in methodieken om ‘samen met het gezin’ na te denken en op stap te gaan. De laatste rubriek bevat een aantal formulieren die je bij de opstart en de opvolging van het ondersteuningstraject kunnen helpen. Dat geeft het volgende overzicht:

Krachtgericht werken• Dialoogvanuiteenkrachtenperspectief• Positiefherkaderen• Deempowermentbloem:principesomkrachtgerichttewerken

Verbinden en Verbreden• Invoegenentoevoegen• Spiegelen• Meerzijdigepartijdigheid

samen op stap• Eengedeeldekijkopdoelen• Dedraagkracht-draaglastbalans

Ondersteunende formulieren • Doelgroepafbakening• Toeleidingsformulier• Participatiefstappenplan

Page 228: Thuiscompagnie draaiboek interactief

228 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

2. dialoog vanuiT een krachTenperspecTief

zoeken naar krachten vergt een verbrede kijk

Dingen waarin maatschappelijk kwetsbaren tekortschieten springen veelal het meest in het oog. Als we niet opletten, gaat alle aandacht naar wat ze niet kunnen of waarin ze mislukken. Thuis-compagnie wil de focus leggen op de sterktes die in het gezin (nog) aanwezig zijn. Hoe ontdek je de potenties? Hoe kan je de eigenheid en de kracht van mensen aanwenden in de hulpverlenings-dynamiek? Hoe kan je mensen laten voelen dat ze wel van alles kunnen, dat jij in hen gelooft, dat je voor hen openstaat en samen met hen op zoek gaat naar wat mogelijk is?

Dat alles geldt evenzeer voor het coachen van de verzorgende. Op een versterkende manier coa-chen vertrekt van wat er goed gaat. Dat wil echter niet zeggen dat de wrevels, frustratie en onge-noegens van de verzorgende onbesproken moeten blijven.

Werken vanuit een krachtenperspectief betekent dat je vanuit een verbreed perspectief naar gezinnenkijkt.Elementenvandieverbreeddekijkzijn:

•Proactief Vanuitjeinzichtinbestaanderegelgevingenbestaandevoorzieningen,gajenawaarophetgezin eventueel een beroep kan doen. Raadpleeg bijvoorbeeld www.rechtenverkenner.be.

•Ontschuldigend kijken Vanuithetinzichtdatjehebtinsocialeuitsluitingsmechanismen,calculeerjeinwatermogelijks nog op het gezin kan afkomen. Je focust niet op persoonlijk tekorten maar kijkt verder naar sociale systemen en de effecten daarvan. Zo krijg je een breder zicht op de oorzaken van problemen.

•Alle mensen dragen krachten in zich Soms blijven krachten verborgen of hebben mensen het tegendeel geleerd. Het vraagt een ontdekkingstocht samen met het gezin om die krachten zichtbaar te maken.

•De toegang tot hulpbronnen vergroten Iedereenheefthulpbronnennodigomzijnleventeorganiseren.Hulpbronnen(resources)kunnen materieel (bv. geld, toegang tot huisvesting, inkomen, toegang tot arbeidsmarkt, toegang tot voorzieningen enz.) of immaterieel zijn (bv. imago, aanzien, macht, inzicht in de samenleving, vertegenwoordiging, zeggingskracht, toegemeten verantwoordelijkheid, vrijheid, geloof, zelfwaardegevoel, sociaal en cultureel kapitaal, inzicht enz.). Mensen in armoede hebben vaak weinig hulpbronnen. Ondersteunen moet gericht zijn op het ver-groten of vermeerderen van die hulpbronnen.

•Aandacht voor sociale netwerken en verbondenheid Mensenzijnsocialewezens.Voorhunoverlevenzijnzeafhankelijkvananderen.Zonderverbondenheid met andere mensen, is er geen levenskwaliteit. Ook maatschappelijk kwetsbare gezinnen hebben netwerken (gehad). Geef de bestaande netwerken een plek in de ondersteuning of ga met de gezinnen op zoek naar wat hen eventueel nog aan net-werken rest.

Page 229: Thuiscompagnie draaiboek interactief

229

open vragen stellen en actief luisteren is uitnodigentot dialoog

actief luisterenLaat zien en horen dat je echt luistert. Lichaamstaal is zeer belangrijk. Laat in je reactie merken dat je hoort wat er gezegd is. Je kan ook kleine stukjes samenvatten. Daardoor stimu-leer je je gesprekspartner om meer te vertellen.

parafraseren (terug geven)Geefregelmatigterugwat jehebtgehoordofbegrepenvanhetverhaal.Vraagofdatklopt.Zomerkt je gesprekspartner dat haar verhaal tot je doordringt en dat je er over nadenkt. Tegelijk geef je haar de kans om te verbeteren, uit te leggen of toe te voegen. Door te parafraseren kan je ook sturing geven aan het gesprek. Je selecteert een bepaald onderwerp of thema in het verhaal waarover je doorvraagt.

stel open vragenStel open vragen, tenzij het gaat om vragen over iets specifieks. Ook als je een vragenlijst of chequelist hanteert, moeten je vragen open blijven. Door open vragen te stellen, stimuleer je je gesprekspartneromnatedenken.Openvragenhoudeneengesprekaandegang.Vermijdsug-gestieve vragen.

verduidelijkingsvragen en interpretatie toetsenMet een vaag antwoord kan je veelal niet veel verder aan de slag.Vraagverderdoor,bijvoorbeeld:‘Wil je me dat eens uit-leggen?’, ‘Wat bedoel je precies?’ Je kan immers niet je eigen referentiekader gebruiken. Je vraagt dus best: ‘Wat bedoel je als je zegt dat je je slecht voelt?’

Alles wat niet duidelijk is, moet je toetsen. Toets wat er bij jezelf als interpretatie naar boven komt, in vraagvorm af. Bij-voorbeeld: ‘Ik merk dat het je raakt. Klopt dat?’ Dat geldt ook voor de interpretaties die je hebt bij wat je ziet. Uiteraard is er al een zekere vertrouwensrelatie nodig vooraleer je derge-lijke toetsingsvragen kan stellen.

geef erkenning aan gevoelensDurf te vragen naar gevoelens op basis van wat je ziet of ervaart. Als je gesprekspartner daar niet op in wil gaan, dan respecteer je dat. Maak wel duidelijk dat je er open voor staat op het moment dat hij daarover verder wil praten.

‘Dus je bent vandaag Petra gaan afzetten aan school. Hoe was het daar?’

‘Als ik het goed begrijp wil je graag dat de kinderen het goed doen op school?’

Af en toe helpt mijn man wel met het huishouden. Wat is dat af en toe?Af en toe drink ik nog wel eens een pint. Wat is af en toe? Zijn dat 5 pintjes per week?

Je hebt om 11 uur afgesproken voor een intakegesprek. Mevrouw opent de deur in pyjama. Je stelt je oordeel uit om je vraagstelling niet te laten beïnvloeden door je eigen interpretatie. Je kan vragen: ‘Ik zie dat je nog je pyjama aanhebt. Kom ik ongelegen?’

Als we het over de kinderen hebben voel je je precies ongemakkelijk. Klopt dat? Telkens als we over geld praten, zie ik je fronsen. Ben je daar boos over?

Page 230: Thuiscompagnie draaiboek interactief

230 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

vragen die helpen om breder te kijken

Verbredendevragenhelpenjeomzichttekrijgenopdeverschillendelevensdomeinen.Jemoetimmers zo’n breed mogelijk beeld krijgen op de situatie van het gezin.

•Welkesignalengeefthetgezinzelf?•Welkesignalengevenderdenoverdesituatie?•Welkesignalenziejezelf?

Dat is de informatie waarmee je de situatie in het gezin in kaart moet brengen. Toets die signalen altijd af bij het gezin. Gaat het om eenmalige dingen (bv. eens een keer zonder eten naar school) of zijn het steeds terugkerende moeilijkheden?

De vraag ‘Ik zie dat je de baby’s niet naar de kinderopvang hebt gebracht. Kan je me helpen om te begrijpen waarmee dat te maken heeft?’ geeft moeder de mogelijkheid om te vertellen dat ze de bus moet nemen om de baby’s naar de opvang te brengen en dat ze met die dubbele buggy niet op de bus geraakt. Als je vraagt ‘Waarom heb je je niet aan de afspraak gehouden? Je zou de baby’s toch elke dag naar de opvang brengen?’, dan krijg je dit verhaal waarschijnlijk niet te horen.

Viaverduidelijkingsvragenkanjedesituatiehelderderkrijgen.Jegebruiktdaarbijdewoordendie de gezinsleden gebruiken. Zo kan je laten horen dat je echt luistert naar wat ze zeggen. Je vraagt meer informatie om het juist te kunnen begrijpen en naar de kern van de zaak te komen. Laagperlaagverkenjedesituatieenzokomjesamenbijbinnenkant.Vermijdwaaromvragen.Waaromvragen lokken vooral rationele antwoorden uit, terwijl wij juist zicht willen krijgen op wat daaronder zit.

Is er nog iets over het afzetten van de baby’s in de kinderopvang?Waar is de opvang? Hoe geraak je daar?Als je de bus neemt, waar is de halte dan precies?Als je de bus neemt, hoe laat moet je dan vertrekken?Wat voor onthaal is er in de opvang?Is er een verband tussen het onthaal en het niet brengen van de baby’s?Wanneer je ze niet naar de opvang brengt, wat gebeurt er dan?Wat gebeurt er vlak voor je weg gaat in de opvang?Wat gebeurt er daarna?Hoe weet je dat ze je in de kinderopvang een rare vinden?Waar zou dat gevoel dan vandaan kunnen komen?Wat is er nodig om de baby’s te kunnen afzetten met een goed gevoel?…

Page 231: Thuiscompagnie draaiboek interactief

231

HeT Gezin in beGeleiDinG COaCHinGsGesPReK MeT De VeRzORGenDe

Resterende krachten• Hoe houden jullie dit allemaal vol? • Het moet moeilijk zijn om te dragen?

• Wat zie je aan resterende krachten ondanks alle drukte en stress?

steunfiguren• En toch kunnen jullie nog op mensen

rekenen. Wie zou je opbellen als er zich iets ernstig voordoet?

• Wie mag er dingen zeggen die niet leuk zijn om te horen, maar die je toch vooruit helpen?

• Welke steunfiguren kent het gezin? Op wie wordt in crisis beroep gedaan?

• Wie mag er een spiegel voorhouden aan het gezin?

• Welke figuur ontbreekt om krachten in bewe­ging te brengen?

Omgaan met druk• Wat doen jullie als er weer een koude

douche komt? Hoe pakken jullie dat aan? • Welke mechanismen ontwikkelde het gezin

in het omgaan met stress, druk of negatieve ervaringen?

Omgaan met hulpverlening• Al die druk, verwachtingen en bemoeie­

nissen, hoe gaan jullie met al die toestanden om?

• Wat maakt dat het voor jullie leefbaar blijft?

• Welke mechanismen ontwikkelde het gezin voor het omgaan met negatieve gevolgen of de kosten van hulpverleningstussenkomsten?

Verbindend levensverhaal• Welke ervaringen, gebeurtenissen en levens­

lessen helpen jullie om te gaan met moeilijk­heden van vandaag?

• Welke gebeurtenissen van vroeger geven je de moed om verder te doen?

• Welke inzichten, vaardigheden of overle­vingsmechanismen ontwikkelde het gezin voor het omgaan met de chronische crisissi­tuatie of de multidimensionele problematiek?

Toekomstperspectief• Wat kan jullie opnieuw hoop of vooruit­

zichten geven? Wat kan de moeite zijn om naar uit te kijken?

• Wat heb je nodig om weer in de toekomst te geloven?

• Welke toekomstperspectieven heeft het gezin nog?

• Wat geeft hen hoop?

De onderstaande tabel kan je inspireren om vanuit een krachtenperspectief samen met het gezin (en/ofdecoach)naardegezinssituatietekijken.Erkomenverschillendethema’saanbod.Destra-tegie is steeds dezelfde: voeg je in in het leefwereldperspectief van het gezin, maak van daaruit en in dialoog met het gezin een verbreding mogelijk zonder voorbij te gaan aan de kwetsuren en krachten.Viaditsoortvragenkrijgjeeenzichtopdesamenhangvanproblemenenkrachten.

Page 232: Thuiscompagnie draaiboek interactief

232 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

Moeizame communicatie• Waar en hoe kun je je verhaal kwijt?• Hoe lukt het jullie om die complexe gebeur­

tenissen, gevoelens en betekenissen uitge­legd te krijgen? Hoe maak je het duidelijk?

• Wat krijg je niet gezegd of waar vind je geen woorden voor, maar zou je eigenlijk eens goed willen zeggen?

• Welke manier van omgang met de hulpverle­ning doet je weer ineenkrimpen, weglopen, kwaad worden?

• Welke wezenlijke communicatiestromen lopen er nog?

• Wat wordt er niet uitgedrukt dat belangrijk zou kunnen zijn?

• Welke communicatiestijl werkt?

Omgaan met crisis• Wat doe je in crisissituaties om te vermijden

dat het helemaal uit de hand loopt?• Wat helpt je om zo’n crisismoment te

doorstaan?

• Hoe gaat het gezin om met crisissituaties? • Welke psychologische of gedragsmecha­

nismen worden dan in gang gezet? • Kan het gezin de positieve effecten zien en

ook de risico’s of de negatieve effecten?

Omgaan met pijn of gemis• Wat sleep je mee uit een ver verleden dat nu

nog steeds op je drukt? Hoe probeer je dat een plaats te geven?

• Welke pijnlijke gebeurtenissen wegen momenteel minder zwaar? Hoe is het je gelukt om dit te verwerken?

• Waaraan denk je nog met pijn of heimwee terug? Hoe geef je dit toch een warme plek in je leven?

• Wat lukt niet om te verwerken? Hoe komt dat? Wie merkt dit op?

• Welke pijnlijke gebeurtenissen blijven op het gezin wegen? Hoe gaan ze daarmee om?

• Welk gemis aan personen of periodes in het leven weten ze een plaats te geven?

Page 233: Thuiscompagnie draaiboek interactief

233

probleemgerichte versus krachtgerichte vragen

Het is vreemd dat wij mensen willen helpen door alsmaar dieper te analyseren waar hun pro-blemen liggen. Wie de krachten van mensen aan de oppervlakte wil brengen, moet juist in de schijnwerpers zetten wat wel goed loopt. Want het is daar dat je de krachten kan vinden.Uiteraard blijft het belangrijk om erkenning te geven voor de pijn en druk die hun problemen veroorzaken (bv. ‘Hoe hou je het in die omstandigheden zo goed vol?). Maar probeer vooral in tegaanophoehetgezinhetanderszouwillenenwathendaarbijkanondersteunen.Putdusje vragen vooral uit de rechterkolom, ook als je de verzorgende(n) op een positieve manier wil coachen.

PROBLEEMGERICHTE VRAGEN 2 KRaCHTGeRiCHTe VRaGen

Wat ging niet deze week? Wat ging er desalniettemin wel goed (al is het maar een klein beetje)?

Wat is het probleem? Op welke manier is dat een probleem (voor jou, voor anderen)?

Hoe is het probleem ontstaan? Wat/ wie kan helpen om het probleem op te lossen?Welke gebeurtenis of feit is doorslaggevend bij dit probleem?

Waarom deed je dat? Hoe wist je dat je dat moest doen?

Wat zijn de gevolgen van het probleem? Wanneer waren er uitzonderingen op het probleem en wat zijn de gevolgen?

Wat is er aan de hand? (probleemanalyse) Wat wil je liever (wat wil je in de plaats van het probleem) (doelanalyse)?

Waar wil je vanaf? Waar wil je naartoe?

Wat is hier het ergste aan? Wat moet er in de toekomst anders gaan?

Wat houdt je tegen? Welke (kleine) signalen vertellen je dat je op de goede weg bent?

Hoe ben je hierin terecht gekomen? Hoe kan je hier weer uit geraken?

Wat verklaart je gedrag? Je zult een goede reden hebben om zo te doen. Vertel eens?

Page 234: Thuiscompagnie draaiboek interactief

234 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

Wat had je moeten doen? Wat zou je anders kunnen doen?

Kun je dat vaker doen? Hoe kun je ervoor zorgen dat het vaker gebeurt?

Wat heb je eerder al geprobeerd? Wat heb je eerder al geprobeerd en wat hielp daarvan (ook al is het maar een klein beetje)?

Zet je je wel genoeg in? Wat kan maken dat je er volop voor gaat?

Wat vind je daar moeilijk aan? Wat zie je als een uitdaging?

Welke hindernissen kom je tegen? Wat kan je doen om ervoor te zorgen dat het gebeurt?

Heb je iets gedaan dat hielp? Wat heb je gedaan dat hielp?

Wat wil je leren? Waar wil je beter in worden?

Is het je ooit gelukt om het beter te doen? Wanneer deed je het al beter? zie je een moment voor je, waarbij het meeviel?

Verder nog iets? Wat nog meer?

Page 235: Thuiscompagnie draaiboek interactief

235

3. posiTief herkaderen

Herkaderen is de betekenis van een situatie (bv. gedrag, uitspraak, handeling enz.) veranderen door die vanuit een andere invalshoek te bekijken. Je zet het positieve in de verf en je kadert het negatieve zodat het minder problematisch is. Je kijkt met een andere blik, je laat de waarheids-vraag los en maakt ruimte voor het betekenisniveau. Je verlegt de focus van het problematische naar de krachten van de hulpvrager en zijn omgeving. Zo creëer je ruimte voor dialoog en kan je samen met het gezin nieuwe mogelijkheden en krachten ontdekken.

kijken vanuit een krachtgerichte invalshoek

Kwetsbare cliënten zien van zichzelf vooral wat mislukt. De meeste mensen zijn geneigd om te focussen op wat niet goed gaat. Hulpverleners vormen daarop geen uitzondering. Dat kan een valkuil van de hulpverlening zijn. Het gezin heeft niet iemand (extra) nodig die zegt wat er allemaalmisgaat.Eensituatieisbovendiennooithelemaalnegatief.Erzittenaltijdpositieveelementen en krachten in. De verzorgende helpt het gezin vooral vooruit door hen te laten zien wat ze wel (nog) goed doen. Daar ligt hun kracht. Om dat te kunnen, is herkaderen en daar een taal aan geven een eerste stap.

Herkaderen kan op inhoud, op gedrag en op context.

• Herkaderenvangedraglaattoehetpositievetezienachterschijnbaarnegatiefgedrag.Jegaat op zoek naar de functie of de positieve intentie die erachter zit.

• Herkaderenopinhoudbetekentdatjedewoordenvandecliënteenandereofaanvullendebetekenis geeft.

• Jeherkadertopcontextalsjedeinhoudvandewoordenofhetgedragineenomgevingplaatst waardoor de negatieve lading verdwijnt. Wat in de ene omgeving niet past, kan in een andere omgeving wel een passende reactie zijn.

Eenalgemenevraagzoals ‘Wat loopt er goed?’ helpt niet om het positieve te zien. Het zijn de kleine ‘lichtpuntjes’ die je naar boven moet halen. Je kan dat positieve leren zien door aan een vaststelling of handeling die in eerste instantie eerder negatief lijkt, een positieve vraag te koppelen.

De cliënt wil niet dat de verzorgende in de slaapkamer komt. Je kan dat interpreteren als een negatief signaal, als een gebrek aan vertrouwen, weerstand enz. Het is evengoed mogelijk dat de cliënt zijn slaapkamer zelf kan opruimen. Dan hoeft de verzorgende daar helemaal niet te komen. Of de cliënt vindt het gewoon niet prettig dat er een vreemde in zijn slaapkamer komt. De slaapkamer is te intiem.In plaats van bevoogdend en veroordelend te vragen ‘Waarom mag de verzorgende daar niet komen?’, vraag je vanuit een positieve ingesteldheid ‘Goed dat je aangeeft waar voor jou de grens ligt en wat je niet wil. Waar kan je de hulp van de verzorgende wel gebruiken?’Door de weigering van de cliënt via een vraag te herformuleren, geef je (onuitgesproken) de boodschap dat je een positief beeld hebt van de mogelijkheden van de cliënt en dat je zijn wens respecteert. ‘Op je slaapkamer moet de verzorgende niet komen. Daar regel je het zelf? Ok. Zijn er nog plekken waar je zelf de opruim zal doen?’

Page 236: Thuiscompagnie draaiboek interactief

236 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

Het is je taak om openingen te vinden om mensen te ondersteunen. Je bent er niet om ‘de waar-heid’ te zoeken over hoe het er in een gezin aan toe gaat. Ook niet om bewijzen te zoeken voor ‘veronderstelde’ fouten. Door positief te herkaderen, kan je voorkomen dat het negatieve immobi-liseert en er geen uitweg meer is. Herkaderen verbreedt de kijk van de coach, van de verzorgende envanhetgezin.Daardoorontstaanernieuwepistes.Inonderstaandvoorbeeldtonenwehoeerterug ruimte kan komen voor dynamiek door te herkaderen.

Inhetbovenstaandeverhaalligtdenadrukopwatproblematischis.Wekunnendatzelfdever-haal vertellen met het accent op het positieve. De negatieve elementen plaatsen we in een context waardoor ze minder problematisch worden.

Deze versie van het verhaal is niet ‘de’ waarheid. Maar dat was de eerste versie ook niet. Het is hetzelfde verhaal maar met een andere inkleuring. Door te herkaderen maak je duidelijk dat je geen oordeel velt, maar begrip hebt voor de situatie en de inzet ziet. Je verzwijgt het drinken niet maar plaatst het in een kader. Hierdoor geef je de ernst aan: je erkent dat de cliënt in een moei-lijke situatie zit. Je geeft erkenning aan de inspanningen die de cliënt in het verleden al deed om eruit te geraken. Het is belangrijk dat je daar aan denkt én er een taal aan geeft. Zo kan je de positieve elementen versterken om het kwetsbare en kritische bespreekbaar te stellen. Je stelt je oordeel uit en dat opent mogelijkheden voor dialoog.

De ‘feiten’ door een problematische brilFreya heeft een verleden van alcohol­ en medicatiemisbruik. Na een opname in een psychiatrisch centrum, mocht Freya terug naar huis op voorwaarde dat Thuiscompagnie werd ingeschakeld. Haar dochter van 19 (van eerste ex) woont samen met haar vriendje bij haar in. Haar zoontjes van zes en negen jaar (van tweede ex) mogen sinds kort terug thuis slapen. Na school blijven ze in de dagopvang.Freya is ongestructureerd en kan niet plannen. Daarom werd afgesproken dat de verzorgende twee keer per week komt. Als de verzorgende ’s maandags binnenkomt, is het huis een puinhoop. Freya houdt zich niet aan wat op het LCO is afgesproken: niet drinken. Op een dag ontdekt de verzorgende achter een kast een zak bierblikjes. Volgens Freya is die zak niet van haar, maar zou die van haar dochter kunnen zijn. De dochter zegt dat het bier niet van haar is. Eén van de twee liegt …

De ‘feiten’ door een positieve brilFreya heeft een bewogen leven achter de rug: 3 kinderen op de wereld gezet, 2 mannen verloren. Dat zal haar ongetwijfeld getekend hebben. Ze heeft troost gezocht bij pillen en alcohol. Op een bepaald moment heeft ze stop gezegd aan die verslaving. Ze heeft zich laten opnemen om er vanaf te geraken. Nu is ze terug thuis. Freya is toch wel een straffe madam.Ze wil ambulant begeleid worden en wil zelf voor haar kinderen kunnen zorgen. Ze heeft bezoekrecht gevraagd en geregeld gekregen. Ze heeft naar zichzelf kunnen kijken en ze heeft beseft dat ze ondersteuning nodig had om haar kinderen te kunnen opvangen. Ze heeft de verzorgende binnen gelaten. Het zijn nochtans twee verschillende karakters: zelf is ze eerder chaotisch en de verzorgende is een pietje precies. En toch … Elke donderdag, voor de verzorgende aankomt, begint Freya op te ruimen en lukt dat. Als de kinderen het hele weekend thuis geweest zijn, lukt dat minder. Maar Freya slaagt er wel in om twee kinderen een heel weekend bezig te houden. Dat Freya dan ’s maandags geen energie heeft om op te ruimen is te begrijpen. Na de opname is ze een periode goed van de drank kunnen blijven. En nu is die verlokking om te gaan drinken toch terug binnen geslopen. Het is niet gemakkelijk om van de drank af te blijven als je zo alleen bent.

Page 237: Thuiscompagnie draaiboek interactief

237

verbinding kunnen leggen tussen kwetsbaarheden en sterktes

Het is niet voldoende om in je hoofd te herkaderen. Je moet ermee aan de slag. Hoe kan je taal geven aan wat je ziet als je vanuit een positieve ingesteldheid kijkt? Hoe kan je van daaruit ele-menten uit de probleemgerichte kijk verbinden met elementen uit de krachtgerichte kijk?

Jekanalsverzorgendenietdoendat jedeverstopteblikjesbiernietgezienhebt.Positiefher-kaderen wil immers niet zeggen dat je de waarheid moet verbloemen of je ogen sluiten voor de feiten. Je moet daarover spreken. Maar niet vanuit een confrontatie (‘je fout is ontdekt’) maar vanuit een positieve en begripvolle benadering. Je zoekt woorden die niet veroordelend, contro-lerend en negatief zijn, maar vertrekt vanuit feiten en beleving.

Focus op problemen, pijn, samenhang3

• Multicomplexe problematiek• Gevoelens van machteloosheid• Gevoelens van afhankelijkheid• Sociaal Isolement / eenzaamheid• Gevoelens van wantrouwen • Gestoorde communicatie• Berusting en apathie• Verbintenisproblematiek• Verloren kapitaal: een vicieuze negatieve spiraal

Focus op krachten, inzet, potenties• Openheid voor het unieke van elk levensverhaal• Aanwezige verbindingen / hulpbronnen• Trots en survivor’s pride• Inzet en drijfveren• Overlevingsstrategieën• Vaardigheden en creativiteit• Humor• Restanten van vertrouwen/zelfwaarde• Zelfsturing / zelf initiatief nemen

Verzorgendenzijninhetgezinalsondersteuner,nietalscontroleur.Daaromisdesuggestie:‘Ik heb bier gevonden. Wil je daar iets over vertellen?’ niet meteen wat we bedoelen. De vraag klinkt vriendelijk maar roept de cliënt op het matje. Die vraag vertrekt vanuit een veroordelende hou-ding en is daarom geen uitnodiging tot een echte dialoog. Kies een insteek die vertrekt vanuit een geloof in de mogelijkheid van de cliënt zonder de tragiek van zijn levensverhaal te ont-kennen. Help de cliënt zijn eigen capaciteiten ontdekken en exploreren om zijn eigen doelen te bereiken.

Stap 1: Laat het negatieve oordeel achterwege. Breng ter sprake wat je voelt. Toon begrip voor de pijn en moeilijkheden van de cliënt. Het gaat om de inhoud (feiten - buitenkant) en debetekenis(binnenkant).Volgendeformuleringenlatenmeerruimtevoordialoog:

‘Toen ik achter de ijskast aan het poetsen was, heb ik een zak met blikjes gevonden. Zal ik de volle in de ijskast zetten en de lege in de vuilbak gooien?’Zo open je de dialoog. Je doet dat spontaan en zonder te veroordelen. Misschien antwoordt de cliënt dat ze dat niet wil omdat de thuisbegeleider ze dan kan vinden. Dan kan je daarover praten.‘Toen ik die blikjes vond, voelde ik me wel een beetje ambetant omdat ik weet dat je eigenlijk niet mag drinken. Wil je erover spreken?’

Page 238: Thuiscompagnie draaiboek interactief

238 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

Stap 2: Leg verbinding. Breng perspectieven van buiten binnen. Je kan die perspectieven mini-maliseren of scherp stellen. Bekijk samen: hoe ga je daarmee om? Je zegt niet dat de norm overtreden is. Je veroordeelt niet. Je geeft de cliënt de ruimte om over de norm, die hem door de buitenwereld wordt opgelegd, te spreken.

herkader in de contacten met anderen

Bij een aanvraag voor tussenkomst van Thuiscompagnie kan het herkaderen van pas komen. Door de focus te verleggen van de problematische situatie naar de inspanningen die het gezin doet, vergroot de kans dat bijvoorbeeld de OCMW-raad mee op weg wil gaan. Als de raadsleden in het verslag alleen kunnen lezen wat is misgelopen, kunnen ze moeilijk tot een open, positieve beslissing komen. Je kan een sociaal verslag opmaken vanuit een krachtgerichte insteek:

• hetgaatomeengezinmetproblemenopverschillendelevensdomeinen,• waardehulpverleningsamenmethetgezinaleenpaarstappenheeftgezet,• waardecliëntvertrouwenheeftindehulpverlening,• hetgezinisnubijonsgekomenmetdevraagvoorondersteuning,• hetisaangewezenomdieondersteuningnueffectiefaantebieden.

Krachtgericht omgaan met leefwereldbotsingen

Als de cliënt aangeeft dat hij dat wil, dan kan je verder gaan. Anders houdt het daar op.‘Kan je van de drank afblijven als die in huis is?’ De cliënt kan antwoorden: ‘Ja, dat lukt perfect.’ of ‘Neen, er zijn momenten dat ik niet zonder kan. Maar over het algemeen lukt het wel.’Dat geeft je de mogelijkheid om stil te staan bij ‘wat maakt dat je soms de drank kan laten?’.‘Wanneer lukt het je om neen te zeggen tegen de drank, ook al heb je goesting?’ Je zoekt naar mogelijke hulpbronnen, naar wat er nodig is om van de drank af te blijven.‘Je drinkt soms, maar niet als de kinderen beneden zijn. Omdat je een goede mama wil zijn, heb je de kracht om er van af te blijven. Dat is sterk.’Deze laatste zin kadert het negatieve positief.

Je kan vragen wat de cliënt wil dat jij doet:‘Ik heb deze zak toevallig gevonden. En daarom praat ik nu met jou over het drinken. Wil je dat ik je er naar vraag als ik langskom? Wil je dat ik er iets van zeg als je drinkt? Moet ik streng zijn?’Op die manier krijg je al dan niet het mandaat van de cliënt om het drankprobleem op te volgen.‘Heb je opnieuw hulp nodig om je drinken onder controle te krijgen? Wil je volgende keer op het overleg laten horen dat je sinds een paar weken moeilijker van de drank kan afblijven?’Je zoekt samen met de cliënt of er andere hulpbronnen ingeschakeld kunnen worden.

Via onderstaande stappen kan je een mogelijke botsing ombuigen naar een kans. Stel je oordeel uit en nodig de cliënt uit om met jou in dialoog te gaan. Daardoor help je de cliënt om stil te staan bij zijn eigen gedrag en keuzes en dat kan nieuwe pistes openen.1. Wees je bewust dat het zoeken naar schuld en het veroordelen vooral risico’s op nieuwe kwet­

suren oplevert.2. Stel je open voor een kijk buiten het ‘vanzelfsprekende’ oordeel. Herkader positief.3. Geef ruimte voor dialoog en vernieuwende informatie via openheid en verwondering:

• eerst ‘de doos openen’ door op het betekenisniveau in te gaan, zo wordt je gelijkwaardig in de dialoog,

• dan samen met de cliënt naar de feiten kijken.4. Zoek samen met de cliënt naar andere hulpbronnen. Zet samen nieuwe sporen uit.

Page 239: Thuiscompagnie draaiboek interactief

239

inspirerende schema’s om verbinding te leggen tussen kwetsbaarheden en krachten

Positief herkaderen zegt onvermijdelijk iets over de positie van kwetsbaarheden en krachten.Richt je op wat goed gaat en geef daarover complimenten. Grijp terug naar successen en posi-tieve uitzonderingen. Geef positieve boodschappen en bevestiging. Beperkingen hebben altijd een keerzijde en dat zijn de mogelijkheden.

kwetsbaarheid

• Lageofonzekerezelfwaardering

• Kwetsbaarheidvoorontwikkeling van psycho-pathologie

• Beperkinginmentale,cognitieve of emotionele intelligentie

• Traumatischeervaringenzoalsmishandeling, uitbuiting of verwaarlozing

• Fysiekebeperkingenofhandicaps

• Onveiligehechting

sterktes

• Kunnengaanvooriets• Bijzonderegevoelighedenen

kunnen aanvoelen van niet-zegbare zaken

• Anderevormenvanintelligentie

• Dekrachtvangeleefdleven,ook moeilijke en pijnlijke zaken verdragen

• Kunnenomgaanmetpijnenfysieke beperkingen

• Kunnenlevenmetzwaarteenkwetsuren

verbindingkwetsuur–sterkte • Mensenkunneneenlaag

zelfbeeld hebben en tegelijk toch kunnen gaan voor iets. ‘Jij voelt je niet zo goed en toch wil je er wel voor gaan om je huishouden met steun van iemand op te nemen.’

• Mensenmetdepressie,borderline etc. Hebben een bijzonderegevoeligheid;positief geformuleerd ‘ze voelen dingen die anderen (nog) niet kunnen voelen’. ‘Bij jou zou ik geen comedie moeten spelen, jij doorziet dat direct eh’.

kwetsbaarheid

• Beperkt,éénzijdigofdwingendnetwerk

• Onveiligehechtingtezienin strijdige, verstikkende, wisselende of verkilde relatiepatronen

• Gemisaangedragenheiden positieve ervaringen om zichzelf binnen te kunnen brengen in relatie

• Eenmaniergevondenhebbenom met de eigen emoties om te gaan die niet aangepast is aan de sociale normen

• Beperktetaalenexpressievemogelijkheden

• Angstomteruggekwetstteworden

sterktes

• Opcreatievemaniermetde eigen kwetsbaarheid op relationeel vlak omgaan

• Zichkunnenhandhavenin complexe en eenzijdige relatiepatronen

• Kunnenterugkijkenopvertrouwensvolle relaties en ervaringen

• Emotiesopeeneigenmanierbinnenbrengen

• Eigentaalomuitdrukkingte geven aan onmacht, pijn, vreugde en hoop

• Veerkrachtenappèlopanderen durven doen

verbindingkwetsuur–sterkte • Eenmanweetvanzichzelfdat

hij de neiging heeft agressief te reageren als de spanning te groot wordt. Bij relationele problemen verdwijnt hij soms voor drie dagen. Je kan dat zien als ‘een creatieve manier om om te gaan met zijn boosheid’.

• Mamavraagtdeverzorgendeom de gezagsrol op te nemen. Zo krijgt mama ruimte om terug een ‘zachte’ moeder te kunnenzijn.Vaardighedenzoals mild zijn, luisteren en knuffelen krijgen terug ruimte.

KWeTsbaaRHeDen en KRaCHTen OP PeRsOOnliJK VlaK

KWeTsbaaRHeDen en KRaCHTen OP RelaTiOneel VlaK

Page 240: Thuiscompagnie draaiboek interactief

240 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

kwetsbaarheid

• Weinigstructuur• Hardeopvoedingsstijlmet

roepen en tieren• Weinigconsequenteomgang

met straffen en belonen• Weinigoogenoorhebbenvoor

detaalvanhetkind;weiniginteractie tussen moeder en kind

• Kwaadheidenonmachtventileren in bijzijn van de kinderen

• Tekortaanvaardighedenin het coherent, bewust en gestructureerd opvoeden aangepast aan de groeifase van het kind (kindje van 5 jaar datnogmettutjeloopt;kindvan8datuitlegbijOCMWmoet doen)

• Destructieveparentificatieprocessen (kind dat al heel jong de zorg voor eigen ouders of andere kinderen opneemt en daarin nieterkendwordt…)

• Tekortaanhygiëneenaanlerenvan hygiëne en zelfzorg

• Weinigondersteuningenaansturing van spel en activiteiten

• Eenzijdigeenongezondevoeding

• Ongepastesexualiteitsbelevingin het bijzijn van kinderen

sterktes

• Ontwikkelenvaneeneigenritme en ordening

• Eeneigenopvoedingspaletdatvoor de kinderen herkenbaar en betrouwbaar is

• Straffenenbelonenalskaderom greep te houden

• Besefvanhetvermijdenvanemotionele buien in het bijzijn van de kinderen

• Openstaanvooropvoedingstips

• Hetverlangenomeengoedemoeder/vader te willen zijn

• Minimalehygiënenormenvanuit de potenties van het gezin

• Bekommernisomdekinderen• Verwennenkanjezienals

de kracht om je kinderen iets te gunnen, als sterk zijn in belonen

verbindingkwetsuur–sterkte • Erkendegoedeintentie,de

wil van de ouders om goed voor hun kinderen te zorgen. Kinderen verstaan wat ouders willen zeggen.

• ‘Goed dat je gewacht hebt tot de kinderen sliepen vooraleer je ruzie hebt gemaakt met je vrouw. Zo zorg je voor je kinderen maar geef je ook ruimte aan je kwaadheid.’

• Leerookdedingenziendiedeouders wel van hun kinderen gedaan krijgen en hoe ze het doen. Dat kan je aangrijpen om een breder palet van opvoedingsvaardigheden binnen te brengen.

• Erkenhoeveelinspanningenouders doen om hun kinderen een fijne dag te bezorgen en verbreedt van daar uit naar de buurt, jongerenactiviteiten.

• Praatvanuitdeeigenbelevingvan ouders over vormen van parentificatie en zoek samen hoe het risico daarop kan worden vermeden.

• Kinderenbelonenvoorgoedgedrag is een belangrijke vaardigheid.

KWeTsbaaRHeDen en KRaCHTen OP PeDaGOGisCH VlaK

Page 241: Thuiscompagnie draaiboek interactief

241

4. de empowermenTbloem: principes om krachTgerichT Te werken

De empowermentbloem, ontwikkeld doorVanRegenmortel (2011), geeft je een overzicht vanhandelingsprincipes die nodig zijn om empowerend te werken. Als je mensen wil ‘empoweren’, moet je tegelijk versterkend en verbindend werken. Het ene kan niet zonder het andere. Je kan mensen niet versterken als ze je niet vertrouwen of jij hen geen vertrouwen geeft. De zes andere handelingsprincipes (ziedeblaadjesvandebloeminFiguur1)dragenbij tothetversterkenden verbindend werken, maar worden er ook door beïnvloed. Om versterkend en verbindend te werken,moetonshandelenpositief,participatief,inclusief,integraal,gestructureerdengecoör-dineerd zijn. Op basis van onderzoek naar onderbescherming (bv. mensen die recht hebben op tegemoetkomingen maar daar niet van op de hoogte zijn), gaan er stemmen op om het proactief handelen als zevende blaadje toe te voegen. Strategieën die daarbij ingezet kunnen worden zijn bijvoorbeeld outreachend werken, huisbezoeken, werken met vertrouwenspersonen of sleutel-figuren enz.

Figuur1:Empowermentbloem(VanRegenmortel,2011,p.30)

VeRsTeRKenDen

VeRbinDenD

Positiefgelijkwaardigheid,

respect, present, ontmoeting

integraalbrede kijk,

contextgerichtheid

inclusiefiedereen betrokken

Participatiefzeggenschap, invloed,

eigenaarschap

Gestructureerdplanmatig, transparant,

doelen op korte en lange termijn

Gecoördineerdsamenwerking,

onderlinge afstemming, regie

Page 242: Thuiscompagnie draaiboek interactief

242 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

inzetbaar op verschillende niveau’s

De empowermentbloem geeft handvatten voor de begeleiding van de gezinnen en het coachen van de verzorgenden. Kijk bijvoorbeeld samen met de verzorgende naar alle blaadjes en pro-beer samen te zoeken naar concrete voorbeelden bij elk blaadje. Dat kan helpen om de abstracte opdracht ‘versterkend werken’ te vertalen naar meer concrete werkpunten. Met deze oefening stimuleer je de verzorgende om versterkend te werken en kan je veel positieve feedback geven. Je kan daarbij aangeven waar de verzorgende niet participatief werkt (bv. ze respecteert het tempo van de cliënt niet) of niet inclusief is (bv. ze neemt taken over die normaal de buurman doet).

Ookvoormanagersenbeleidsmensen isdezeempowermentbloemhetbekijkenwaard.Empo-werment kan immers alleen maar gedijen wanneer ook op meso- en macroniveau vanuit empo-werment wordt gekeken en gehandeld (zie hoofdstuk 11). Daarbij aansluitend kan je de principes in deze figuur als criteria gebruiken voor het evalueren van interventies en acties die op empo-wermentgerichtzijn(ziehoofdstuk7).

een illustratie: participatief werken

Illustratiefgaanwedieperinopdewijzewaarophetparticipatieprincipeinhetondersteunings-proces vorm kan krijgen. We geven je een overzicht van thema’s die daarbij belangrijk kunnen zijn. Die thema’s hangen sterk met elkaar samen, maar belichten elk ook een andere nuance van hoe participatie er in de realiteit uit kan zien. We hebben ons hierbij laten inspireren door de criteriadieJudiChamberlain(1998)5 op het spoor kwam door aan psychiatrische patiënten de vraag voor te leggen wanneer hulpverlening voor hen echt ‘versterkend’ is. Deze criteria zijn niet alleen van toepassing op het versterkingsproces dat gezinnen doormaken, ze gelden evenzeer voor het versterkingsproces van de verzorgenden en de coach.

beslissingsvrijheidNiemandkanzelfstandigwordenalshemnietdegelegenheidwordt gebodenombelangrijkebeslissingen zelf te nemen. Je kan kwetsbare hulpvragers leren om zelf beslissingen te nemen door hen te laten stilstaan bij hun eigen keuzes. Je kan die oefening alleen doen in een context van een gelijkwaardige dialoog. Het opmaken van een draaglast-draagkrachtbalans kan daarbij eenhulpmiddelzijn(ziepagina267).

• Hoeheefthetsamenwerkenmetdeverzorgendeeenondersteunendeofherstellendebetekenis gehad in hun totaalsituatie?

• Opwelkemanierhielphetomhunautonomieengreepopdesituatietedoentoenemen?• Opwelkemanierwashetbelastendofversterktehetdeafhankelijkheid?

Je kan eerst samen met het gezin een balans opmaken over de plaats en de betekenis van de ver-zorgende. Wat was steunend? Wat was belastend? Dezelfde oefening kan je met de verzorgende doen. Je maakt haar sterker in het afwegen van de mogelijkheden om het gezin op de beste manier te ondersteunen.

Zo krijg je een overwegingsbalans van pro’s en contra’s die het gezin en de verzorgende kunnen helpen een beslissing te nemen over wat er moet gebeuren en hoe ze dat concreet zullen aanpakken.

Het gezin heeft de hulp stopgezet. Ze geven aan dat ze het zelf wel kunnen redden. De dienst gezinszorg vertrouwt erop dat de verzorgende in de afgelopen periode positief aanwezig was en dat het gezin terug hulp zal vragen als ze daar zelf aan toe zijn.

Ik vraag altijd ‘Filip, wat had ge graag gedaan vandaag of wat had ge in gedachten?’ Ik doe hem zelf initiatief nemen. Ik vraag altijd ‘Wat wilt ge doen?’. Dus hij weet dat nu ondertussen. Straks komt de verzorgende weer en dan gaat die vragen ‘wat wilt ge doen’ en ‘wat wilt ge niet doen?’ (verzorgende Charlotte)

Page 243: Thuiscompagnie draaiboek interactief

243

keuzemogelijkhedenAls mensen zelf mogen beslissen, dan volgt daar logischerwijs uit dat er keuzemogelijkheden moeten zijn, dat er alternatieven zijn waaruit ze kunnen kiezen. Mensen kunnen maar keuzes maken als ze:

• effectiefverschillendemogelijkhedenofalternatievenheben,• zoruimmogelijkgeïnformeerdzijnomdaarnaeigenkeuzestekunnenmaken,• huneigenverantwoordelijkheidenbeslissingsrechtkunnenzien.

Thuiscompagnie is geen strak aanbod dat te nemen of te laten is. Gezinnen hebben een keuzemo-gelijkheid over de taken van de verzorgende. Centraal staat de vraag: ‘Wat heb ik en mijn gezin nu nodig aan hulp?’

Werken aan praktische vaardigheden (bv. poetsen, strijken, koken, ramen lappen enz.) is een ingang. Maar de ondersteuning van de verzorgende kan verder reiken dan dat puur praktische. De verzorgende kan met het gezin werken aan de vaardigheid om ondanks de onzekerheid, de verwachtingen en nood aan ondersteuning duidelijk te maken. Doorvragen kan bijvoorbeeld mensen doen nadenken over het gebrek aan instrumentele en expressieve vaardigheden die hen onmachtig en afhankelijk maken. Daarnaast kunnen de verzorgende en de coach nieuwe informatie binnen brengen in de gezinnen en de gezinnen kunnen leren hoe ze zelf deze infor-matie kunnen verwerven. Je vertelt hen bijvoorbeeld welke vormen van ondersteuning op maat mogelijk zijn. Je belicht het onderscheid tussen instrumentele hulpverlening (bv. meer budget-tering, praktische ondersteuning, aanvullende rechten bekomen) en de relationele, expressieve dimensie van hulpverlening (bv. mogelijkheid om te ventileren, steunen, zaken benoemen en op een rij zetten, stilstaan bij de nood aan bepaalde inzichten en vaardigheden). Of je staat stil bij de betekenis van groepswerk en andere hulpbronnen of netwerken. Kortom, gezinnen en ver-zorgenden en coachen informeren elkaar en delen ervaringen op basis waarvan nieuwe keuzes gemaakt kunnen worden.

toegang tot hulpbronnen uitbreidenOm ‘de lasten van het leven’ te dragen, doen mensen op diverse hulpbronnen (resources) een beroep. Mensen uit maatschappelijk kwetsbare groepen hebben door hun sociale situatie (bv. geen ondersteunend netwerk, weinig geld, geen poetsvrouw, weinig opleiding, weinig infor-matieoverondersteuningsmogelijkheden)minderhulpbronnenwaaruitzekunnenputten.Ver-sterken betekent dat je ervoor zorgt dat mensen meer toegang krijgen tot hulpbronnen.

Dit brengt ons terug bij wat we in het voorgaande punt reeds aanstipten: de mogelijkheid om informatie over mogelijke hulpbronnen in het gezin binnen te brengen. Richt je daarbij op die levensdomeinen en thema’s waar het gezin belang aan hecht. Geef hen informatie over belang-rijke rechten en ondersteuningsmogelijkheden, diensten waarop ze beroep kunnen doen en de manier waarop ze aan deze voordelen kunnen geraken. De website www.rechtenverkenner.be kan daarbij een hulp zijn. Je ondersteunt het gezin om zelf stappen te zetten om hun rechten te bekomen. De verzorgende kan bijvoorbeeld meegaan naar een dienst, een gezinslid stimuleren om dat zelf te doen of de vraag samen voorbereiden.

Naastdeinbrengvanmeerformeleondersteuningsmogelijk-heden, kan een verzorgende heel wat praktische ervaring van andere gezinnen, van haarzelf of van andere verzorgenden binnen brengen. Andere gezinnen hebben misschien met weinig middelen een gelijkaardig probleem kunnen oplossen. De verzorgende kan die vaardigheden, tips en weetjes door-geven van het ene gezin naar het andere.

De gezinsleden aanmoedigen om contact te leggen met andere ouders kan in sommige situaties versterkendwerken.Nahet bakkenvanpannenkoekenofwafels kandeverzorgendemoederbijvoorbeeld stimuleren om de buurvrouw(en) er een aantal van te bezorgen of op de koffie te

Ja, ze [de verzorgende] geeft me hinten. Hinten, ja, of een voorbeeld dat ze bij haar thuis toepast, of uit ervaring. En dan is dat van nu, ja, neem ik dat aan of probeer ik dat. (moeder Lelie)

Page 244: Thuiscompagnie draaiboek interactief

244 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

vragen. De verzorgende kan het gezin stimuleren om een beroep te ‘durven’ doen op andere mensen. Bijvoorbeeld voor het vervoer van de kinderen naar een verjaardagsfeestje, om bood-schappen mee te brengen enz.

Mensen kunnen veel steun vinden bij lotgenoten. Het is de moeite waard om te zoeken hoe we hen kunnen laten ervaren wat het aansluiten bij een groep kan betekenen:

• nietalleenstaanmetproblemen,• elkaarerbovenophelpen,• krachtenbijjezelfontdekkenwaardoorjedegroepnogietskanbijleren,• begripvindenbijelkaar.

Het is een pluspunt als je gezinnen in contact kan brengen met bijvoorbeeld het buurtwerk, een sociaal-culturele organisatie, een sportclub, de ouderraad of een andere vereniging. Uiteraard kan dit alleen uitnodigend zijn en niet dwingend. Meer infor-matie over het verbreden van het netwerk rond gezinnen, vindjeinhoofdstuk4.Hetgeeftjeeenbeknoptoverzichtvaneen aantal initiatieven die daarbij ingezet kunnen worden.

geloof in zichzelf verhogenHet geloof in zichzelf kan een sterke beschermende factor zijn of een motiverende rol spelen. Nietiedereenblaaktechtervanzelfvertrouwen.Decoachofverzorgendestimuleerthet‘ikkanhet’-gevoel. Ze motiveren.

De verzorgende en de coach stimuleren de gezinsleden om zelf acties te ondernemen, in kleine stappen. Je kan bijvoorbeeld samen zoeken naar een vuurmoment: een situatie waarbij ze van zichzelf niet gedacht hadden het aan te kunnen en waar het wonderwel toch gelukt is.

• Welkecontextheeftervoorgezorgddatditmogelijkwas?• Welkevaardighedeneninzichtenhebbenzedaarvoorgebruikt?• Watblijfterbijalsleerpuntvoordetoekomst?

Naar aanleiding van 17 oktober organiseerde het Trefpunt Armoede een grote barbecue aan een zeer voordelige prijs. De verzorgende ging mee met Alain om het gezin in te schrijven. Het werd een leuke dag. De vereniging zal dit gezin spontaan uitnodigen voor haar volgende activiteit.

Ja, die vereniging waar armen het woord nemen, daar ging Thuiscompagnie in het begin ook mee naar toe. Via hen hebben we dat leren kennen. (moeder Kimberly, die als vrijwilligster bij die vereniging werkt)

[moeder Kimberly kan door de steun ‘alles meer inzien’, ze kan zich beter organiseren om huishoudelijke taken gedaan te krijgen, te combineren: poetsen, eten maken, met kind bezig zijn] Van die berg hebben ze kleine hoopjes gemaakt … zo die motiverende dingen, waar dat ge naartoe kunt streven. Zo een beetje competitief bij mezelf zijn (lacht). Ja, ge moet vergelijken van vroeger tot nu, denk ik dikwijls in mezelf. … Mijn zelfbeeld gaat nu terug omhoog. Door de positieve kritiek (lacht) (moeder Kimberly)

Ik had dat [Thuiscompagnie] aangevraagd voor huishoudelijke hulp. Om te poetsen, te koken en om zo ook zelf meer gemotiveerd te worden om het later zelf te doen, voor eens de verzorgende niet meer zou komen. … [Wat betekent de verzorgende?] Veel. Ze motiveert. … Er is veel veranderd. Het huis is properder, het is meer op orde … we kunnen nu terug mensen ontvangen. Ik ben zelf terug meer gemotiveerd, ze ondersteunt ons. (moeder Lien)

Page 245: Thuiscompagnie draaiboek interactief

245

Probeervooralaandachttehebbenvoorveerkrachtelementenzoalsinzicht(begrijpen),humor,relaties, onafhankelijkheid, initiatief, creativiteit en waardebeleving.

verhogen van assertiviteitAssertieve mensen kunnen opkomen voor zichzelf zonder anderen te benadelen. Een assertieve verzorgende kan aan-geven waar haar grenzen liggen zonder de ander te kwetsen. Assertieve gezinnen zijn gezinnen die ondermeer durven zeggen dat ze de hulp anders hadden verwacht. Ze worden uitgedaagd om feedback te geven. Als het gezin een opmer-king formuleert ten aanzien van de verzorgende, dan wordt dit gezien als een extra kans om de hulp beter af te stemmen op het gezin.

Als je door de bril van het versterkend werken kijkt, is het durven uiten van kritiek een positieve stap en een signaal dat vertrouwen kan groeien. De gezinnen worden door de verzorgende en de coach gestimuleerd om:

• voorhunbelangenoptekomenopeenpositievemanier,• inconflictsituatiesopeenpositievemanierassertieftezijn,• neentekunnenzeggentegenreclameenagressieveverkoopstechnieken,tegenhulpdie

teveel wordt, die als bemoeienis of als te verregaand wordt ervaren.

Sara heeft gebroken met haar verleden. Via het OCMW heeft ze een nieuw huis gekregen. Ze slaagt erin dat proper te houden en ze heeft het er gezellig gemaakt. Het is een ruime woning, maar de kinderen kunnen niet buiten spelen (onveilig). Met de verhuis heeft Sara een punt gezet achter haar zwaar verleden. Ze heeft een hele weg afgelegd maar is nu in staat om zelf het huishouden te runnen. Ze maakt eten klaar, wast, strijkt en onderhoudt het huis. Er is een basisstructuur. Sara is een sterke vrouw. Ze is vastbesloten om werk te vinden. Maar ‘huiswerk opvolgen, dat kan ik niet ’. De verzorgende merkt dat Sara haar gevoelens moeilijk aan haar kinderen kan tonen. Er is weinig plaats voor een knuffel, een aai, een compliment. De verzorgende legt zich nu meer toe op het ondersteunen van de moeder bij de opvoeding. Ook als is de insteek van gezinszorg vooral het praktische in huis, toch kan de verzorgende hier betekenisvol zijn en Sara de kans geven om te groeien.Vanuit het bezig zijn rond opvoeden kan de verzorgende verbinding leggen met de kindertijd van Sara. Voor het opvoeden van je kinderen is je eigen opvoeding het eerste referentiekader. Het gaat over wat je zelf als kind hebt meegemaakt en hoe je dat hebt beleefd. Het is dan zoeken naar een passende taal om daarover met Sara te praten. Praten over dat eigen verleden kan heel betekenisvol zijn en Sara helpen om patronen en (nieuwe) mogelijkheden te zien.Als Sara voelt dat ze aan de kinderen niet kan geven wat de verzorgende wel kan geven, is het belangrijk dat ze weet dat ze daarom geen slechte moeder is. Vanuit een positieve bevestiging van haar moederrol, kunnen Sara en verzorgende gaan zoeken naar wat Sara wel kan geven (bv. een schouderklopje, een vraag stellen, luisteren).De verzorgende kan een verbinding krijgen met Sara op basis van de gemeenschappelijkheid in hun beider levensverhaal. Die verbinding ligt in het elkaar kennen, in het elkaar begrijpen in opvoedingsverhalen en het lukken en niet lukken daarbij. Het vertrouwen dat daaruit kan ontstaan, is de troef van de verzorgende. Het is haar hefboom. De coach moet die kracht duidelijk benoemen aan de verzorgende zodat ze zich daarvan bewust wordt en ze daarmee leert omgaan. De positie en de opdracht van de verzorgende maakt het mogelijk om deze verbinding te kunnen leggen. De verzorgende brengt zichzelf binnen in functie van de begeleiding: als een spiegel, een toetssteen, een referentiekader.

sien (verzorgende): Dat is ook wat ik u de eerste keer dat ik hier was gezegd heb he? Ik kom hier niet om u te zeggen wat dat ge moet doen. Ik kom om u te helpen, voor samen he?lisa (moeder): Ja.sien (verzorgende): En ik zeg ‘Als er iets is wat dat u niet aanstaat, zeg het maar he?’lisa (moeder): Ja, maar dan zeg ik het ook.

Page 246: Thuiscompagnie draaiboek interactief

246 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

Bij een conflictsituatie probeer je met het gezin stil te staan bij de verschillende perspectieven waarmeejenaardiesituatiekankijken.Eerststajestilbijhetgezinenhunkijkopdieconflict-situatie.Vervolgensstajestilbijhetperspectiefvandeverzorgende(en/ofanderehulpverleners).Allezienswijzenkloppenopeenbepaaldemanierenzijnvalabel.Erwordterkenninggegevenaan de diverse zienswijzen en achterliggende betekenissen en gevoelens. Je zoekt naar een taal die ruimte laatvoorverschilénhelptomdekloof teoverbruggen. Ishetergensmogelijkeengemeenschappelijke zienswijze of belang te ontdekken?

Verderindithoofdstukleesjemeeroverhoejekaninvoegenentoevoegen.

omgaan met boosheidOmgaan met boosheid betekent in de eerste plaats dat je gevoelens van boosheid niet ontkent en een manier zoekt om er mee om te gaan. Werkpunten voor de gezinsleden en voor de verzor-genden en de coach kunnen dan zijn:

• lerenomgaanmettegenslagenenboosheid,• nietblijvenstekenindeboosheidmaarhetzienalseensignaalomietsteondernemen,• gevoelvanmachteloosheidenslachtofferrolbespreekbaarstellen,stilstaanbij‘benadeling’

en tips geven om hier mee om te gaan, leren uit ervaringen van anderen.

Een verzorgende in huis kanvoor het gezin belastend zijn, zeker als die verzorgende daar-enboven verwacht dat je altijd meehelpt. Misschien wordt het hen soms te veel of ervaren ze het als een inbreuk op hun vrij-heid. Of zegt de verzorgende, zonder dat ze zich daarvan bewust is, iets dat hen kwetst.

Nodiggezinsledenuitomaantegevenwathenboosmaakt,probeersamenmethendegevoe-lens die daarachter steken te benoemen. Ook de verzorgende kan een zekere boosheid voelen ten aanzien van het gezin. De coach kan haar ondersteunen om daarover te praten waardoor de verzorgende meer inzicht kan krijgen in haar eigen handelen en een manier kan zoeken om daarmee om te gaan.

De relatie tussen de verzorgende en Laura zit goed. Tweemaal in de week zien ze elkaar. Laura weet ondertussen wat ze aan de verzorgende heeft. En dan komt de coach op bezoek. Laura (en misschien ook de verzorgende) heeft in eerste instantie het gevoel dat ‘het systeem’ zich komt moeien en controleren. Laura laat de coach binnen. Laura praat tegen de coach. Laura verzet zich niet met woorden tegen het bezoek. Ze stelt zich niet agressief op, wel stoer. Als de coach er is, blijft Laura sms’en.De stijl die Laura hanteert naar haar kinderen, hanteert ze ook naar de coach. Ze zegt: ‘Je moet me nemen zoals ik ben’. Ze is duidelijk. Laura is vriendelijk als de coach komt, maar ook kordaat: ‘Kom geen spelletjes met mij spelen zoals die andere dienst ’. De coach begrijpt daaruit: ‘Ga niet wroeten in mijn innerlijke en in mijn verleden. Blijf af van het dieperliggende, ik heb geen therapeut nodig.’ Die houding schrikt de coach af. Tegelijk zit hierin de kracht van Laura. De coach wordt door haar ervaren als iemand die ‘boven’ staat, maar ze zegt er wel haar gedacht tegen. Ze laat zich niet doen door ‘de baas’. Laura is eerlijk en spontaan. De boodschap is duidelijk: je mag binnenkomen maar niet om ‘spelletjes te spelen’. De coach respecteert de inhoud van die boodschap. Het is een uitdaging voor de coach om Laura in deze houding te bekrachtigen (invoegen) en taal te geven aan de risico’s van deze stijl (toevoegen).

Een verzorgende heeft met een papa afgesproken dat hij meehelpt maar dat hij, als het hem teveel wordt, een sigaretje op het terras gaat roken. In een ander gezin is de afspraak dat mama naar de veranda gaat als een opmerking van de verzorgende haar te zeer raakt. Achteraf, als de boosheid wat gezakt is, kan er dan op worden teruggekomen.

Page 247: Thuiscompagnie draaiboek interactief

247

• Watmaaktejeboos?Waaroverginghet?• Watisergebeurd(vraagnaarfeiten)?• Watbetekendedatvoorjou(vraagnaardeeigeninterpretatie)?Kanjevertellenwatdatmet

je deed?• Watbetekendedatvoordeanderebetrokkenen?Hoezagenzijhet?Watdeeddatmethen?• Watwiljeindetoekomstalsditnogeensgebeurt?

kritisch denkenMensen mogen vragen stellen bij wat de verzorgende doet, bij wat de dienst zegt of bij wat hulp-verleners verwachten. Ze mogen de werkelijkheid kritisch benaderen. Ze moeten niet blindelings meegaan in de probleemdefinitie van anderen of in het negatieve beeld dat ze, onder invloed van oordelen van anderen, van zichzelf hebben gevormd. Ermoet ruimte zijn om ‘alles’ genuan-ceerder te zien, om dingen kritisch in vraag te stellen, om te leren inschatten hoe een bepaald antwoord of gedrag door de ander gezien kan worden en wat daar de gevolgen van kunnen zijn.

Hoe kun je een andere kijk aanbrengen zonder de ander te bruuskeren? Je moet alert zijn voor de reflexieve bedenkingen die mensen over zichzelf, de ander of de omgeving maken. Die grijp je aan om hen te helpen snappen wat ze voelen, denken, doen en waarom. Je helpt hen begrijpen wat het effect van hun gedrag is op de ander of waarom de ander doet zoals hij doet (= menta-liseren). Het is een kwestie van ruimte geven aan de ander en stilstaan bij zijn kijk, om op het juiste tempo te zoeken naar een taal en betekenis die toevoegt en verrijkt.

Je kan dit visueel maken door op een blad verschillende kadertjes naast elkaar te tekenen. Je eigen kijk wordt in een vakje geplaatst, de kijk van een ander in een ander vakje. Welke ingang is mogelijk om een andere kijk binnen te brengen? Ga je herka-deren (cf. door een krachtenbril kijken) en/of ga je spiegelen (cf. Hoe zien anderen het? Wat lokt het bij anderen uit?, zie pagina 258).

Charlotte (verzorgende): Als je zoon zo zijn dinge heeft, dat ge weet dat ge efkes moet. Dat heb ik in het begin ook gezegd van ‘ga efkes buiten’, dan zijt ge een beetje kalmer als ge terug binnen komt. Zeker als die zo kwetsend uit de hoek komt. Dat doet toch altijd pijn he? Ook al weet ge, het is een kindFilip (vader): Ja, en ik ben nogal gevoeligCharlotte (verzorgende): Dan praten we daarover he?Filip (vader): Ja, nu is het al veel beter. Ja, soms heeft hij nog van die dinges, maar het is al minder. Of hij zit altijd te zeggen van dat ik hem niet graag zie of ik haat hem. Dat zegt hij nu wel minder dan in het begin, dat is nu minder. …Charlotte (verzorgende): Ja, als hij kwaad is, dan zegt hij echt kwetsende dingen, van ‘ik haat u of ik moet u niet’ … zo van die dingen he?

Page 248: Thuiscompagnie draaiboek interactief

248 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

vooroordelen ten aanzien van maatschappelijk kwetsbare gezinnen doorbrekenNietalleengezinnen,maarookdecoachendeverzorgendewordenregelmatigmetvooroordelentenaanzienvanmaatschappelijkkwetsbaregezinnengeconfronteerd.Eenessentieelonderdeelvan de opdracht van de coach en de verzorgende is om de competenties en de inzet van het gezin voor andere hulpverleners en het netwerk van het gezin zichtbaar te maken en die vooroordelen te doorbreken.

Dit kan door regelmatig de inzet, de competenties en de draagkracht van het gezin naar andere hulpverleners en vertegenwoordigers van de samenleving terug te koppelen. We denken dan bijvoorbeeld aan leerkrachten, de schooldirecteur, een CLB-medewerker, de huisarts, de maat-schappelijk werker van het OCMW, de consulent van het comité voor Bijzondere Jeugdzorg of andere hulpverleners die deel uitmaken van het Lokaal Cliëntoverleg (zie hoofdstuk 10). Om het krachtgericht perspectief in te brengen, moet je als coach manieren zoeken om sterke kanten zichtbaartemakenenommoeilijkekantenineenpositievetaalaantebrengen.Verschillendedingen kunnen je daarbij helpen: met de verzorgende regelmatig stilstaan bij het positief her-kaderen van de gezinssituatie, met het gezin zoeken naar de eigen sterktes en die uitdrukkelijk benoemen (bv. in de evolutiebesprekingen, zie ).

Page 249: Thuiscompagnie draaiboek interactief

249

5. invoegen en Toevoegen

Invoegen en toevoegen zijn geen tegengestelde termen. Invoegen is een basishouding: je ver-trekt vanuit een werkelijke interesse in de cliënt als menselijk wezen en vanuit respect voor zijn autonomie. Je voegt je in in de gevoelens, in het perspectief en de leefwereld van het gezin en je laat horen dat die er mogen zijn. Het is een niet-veroordelend kijken en een voorwaarde om ver-binding te kunnen leggen. Je kan alleen toevoegen als je bereid bent je in het gezin in te voegen. Zonder die verbinding roept toevoegen enkel weerstand op.

NiettoevoegenisnietOK.Jekomtjuistinhetgezinombewegingtebrengenenomdekeuze-mogelijkheden van het gezin te vergroten. Je moet hiervoor wel tijd nemen en geven. Toevoegen duidt niet op dwang. Je voegt toe in de hoop dat het gezin hieruit elementen oppikt en zich eigen maakt. Als je de keuze- en veranderingsmogelijkheden van het gezin wil vergroten, dan zal je hierover met hen moeten praten en samen op zoek gaan naar wat zij nodig hebben om die veran-dering in te zetten.

Figuur2geeftjeeenoverzichtvandegesprekstechniekendiejebijhetinvoegenentoevoegenkaninzetten.Eldersindithoofdstukwordendiebesproken.

coachingsgesprek

inVOeGen

TOeVOeGen

• LUISTEREN parafraseren• ERKENNING GEVEN• ORDENEN richting geven• VERBREDEN

• betekenis voor coach• ruimer verhaal• aanvankelijk doel• ...

• perspectief geven• vanuit verhaal van verzorgende perspectief van cliënt binnenbrengen• binnenkant-buitenkant-overkant

• PERSPECTIEF OMGEVING INBRENGEN• dienst • sectorverantwoordelijke• andere hulpverleners

• KADEREN - STRUCTUREREN - BREDER GEHEEL

mee

rz

ijd

ige

par

tijd

igh

eid

Page 250: Thuiscompagnie draaiboek interactief

250 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

invoegen

wat is invoegen?Invoegen betekent aansluiten opde leefwereld enhet perspectief vande gezinsleden. Je legtje vooroordelen en je eigen bril even opzij en je gaat mee in hun denk- en leefwereld. Je maakt contact en laat voelen dat de andere zichzelf mag zijn. Je spreekt de gezinsleden aan op dingen die hen bezig houden, waar ze mee bezig zijn. Het heeft veel te maken met de basishouding van waaruit je in het gezin staat en je taak opneemt. Je stapt bewust af van het strenge, veroordelende kijken. Je laat voelen dat wat je hoort en ervaart er mag zijn.

hoe voeg je je in?Verschillendeaandachtspuntenenbasisprincipesomjeintevoegenzijn‘nietnieuw’.Jekanzeterugvindenindevoorgaandepunten(o.a.Dialoogvanuiteenkrachtenperspectief,Positiefher-kaderenendeEmpowermentbloem).Wezettenzegemakkelijkheidshalvenogeensopeenrijtje:

•Jevertraagtenstaatstilbijwatjewaarneemtenhoehetgezinzichinzijnleefwereldpresenteert.

• Jesteltjenederigop,kwetsbaar.

• Jeluistertactief.Jelaatvoelendatjebetrokkenbentenoprechtgeïnteresseerdinhunver-haal en hun beleving.

• Jesteltjeopalsiemanddieverwonderdis,vanuiteenniet-weten,alsiemanddieechtwilweten wat het gezin bezighoudt. Je oordeelt niet direct.

• Jedoetmoeiteomechttebegrijpenwatmensenwillenzeggen.Jepraatzelfmetwoordendie het gezin verstaat. Om tot een effectieve communicatie te komen, moet je immers elkaars boodschap begrijpen. Check dat regelmatig in het gesprek: ‘Begrijp ik je goed als ik het zo samenvat …’ en check regelmatig of de cliënt jou begrijpt.

• Jeblijftjezelf.Jebentauthentiek,echt.Jelaatziendatjeeengewonemensbentmeteigenkrachten en gevoeligheden.

• Jesluitaanbijhettempoendethema’svanhetgezin.Jijbenternietomtevertellenwatjijvindt dat het gezin zou moeten doen of wat goed voor hen zou zijn. Je moet vooral luisteren en vragen waar het gezin zelf last van heeft en waar ze aan willen werken. Je stelt vragen die het gezin zelf aan het denken zet. Je vult het niet voor hen in.

• Jegeeftik-boodschappen.

• Jezegtwatjedoetenjedoetwatjezegt.Zekerineeneerstefasezaljevertrouwenmoetenopbouwen. Dat vertrouwen kan je winnen door je afspraken na te komen, door iets con-creets voor hen te doen, door het aangeboden kopje koffie te aanvaarden, door terug te komen op iets wat ze op een ander moment hebben verteld enz.

• Jepraatopenenpositief.Jerichtjeopmogelijkhedenendingendiegoedgaan.

• Jeleertdewaardenennormenvanhetgezinkennen.Jeveltergeenoordeeloverenpro-beert die niet te veranderen.

• Jebrengtverbindendeboodschappenvanuit jezelf.

Als de radio of TV aanstaat, dan zeg je: ‘Ik zou het fijn vinden om eens met je door te praten over … als het rustig is’, in plaats van ‘Als de TV aanstaat, dan kunnen we niet praten’.

‘Ik zie heel wat leven in de brouwerij vandaag. Voor mij voelt dit aan als een gezellige boel.’

Page 251: Thuiscompagnie draaiboek interactief

251

Invoegenzalaltijdeendeelzijnvandemanierwaaropjeinhetgezinaanwezigbent.Jestoptbijvoorbeeld niet met invoegen na de intakefase of na drie maanden. Het is een houding waarin je belangstelling toont voor de gezinsleden, waarin je open staat voor hoe het gezin leeft, hoe hetgezindoetenhoehetgezindenkt.Invoegeniseenmanieromjerespectenwaarderingtetonen voor de mensen zoals ze zijn. Door je in te voegen, verklein je de kans dat gezinsleden je aanwezigheid als ‘bruuskerend’ ervaren. Het maakt de kans groter dat zij openstaan voor jouw aanwezigheid en jouw interventies.

toevoegen

wat is toevoegen?Met toevoegen breng je nieuwe, nog niet gekende elementen binnen in het gezin. Toevoegen is vernieuwen: andere voeding of nieuwe producten binnenbrengen, een andere manier van doen of een nieuwe aanpak tonen, maar ook een andere kijk laten horen, een andere stijl van communiceren hanteren, je diepere ik laten horen, blinde vlekken laten zien enz. Door toevoegen vergroot je de (gedrags)alternatieven en de keuzemogelijkheden van het gezin. Ze kunnen hiervan iets meepikken of ze kunnen het langs zich heen laten gaan.

Toevoegen betekent dus niet dat je zelf of de verzorgende zegt of voordoet ‘hoe het beter moet’. Toevoegen is het gezin een keuzemogelijkheid extra geven. Je biedt mogelijkheden aan, je dwingt niet. Je staat er even bij stil en geeft hen de kans om te proberen. Om de kans te vergroten dat het gezin iets doet met wat de verzorgende toevoegt, zijn de volgende ingrediënten essentieel:

• Echtheid: De verzorgende moet laten zien wat het met haar doet dat mama nu zo vaak afwezig is en

daarover met haar durft praten.

• Oprecht in houding: zeggen wat je doet en doen wat je zegt De verzorgende (coach) moet laten zien dat ze echt voor het gezin gaat, dat ze achter hen

staat, dat ze hen niet onder valse voorwendsels dingen wil laten doen die ze niet willen.

• Vertrouwensband, sfeer van vertrouwen

• Duidelijkheid: soms is het nodig om uitdrukkelijk te wijzen op de gevolgen van de keuzes die ze maken (zie verder, Spiegelen).

Toevoegen kan een bewuste keuze zijn, maar dat is niet altijd het geval. Wat jij en de verzorgende ‘gewoon’ vinden, zal dat voor het gezin niet altijd zijn. Door binnen te komen in een gezin, voegen we iets toe ook al hebben we daar niet bewust over nagedacht. Je kan niet ‘niet toevoegen’. Wat voor de verzorgende routine lijkt, kan voor het gezin iets zijn wat ze niet kennen. Onbewust toevoegen heeft zijn waarde. Zolang je je vanuit een open basishouding invoegt, zal het gezin aanvaarden dat je toevoegt. Zoals eerder al vermeld, moet je blijven invoegen, ook al kom je al jaren in het gezin. Je kan immers niet tegelijk op alle domeinen dingen toevoegen.

Als je merkt dat er geen poetsproduct in huis is, vraag je niet meteen of je een product mag gaan kopen. Je vraagt beter eerst wat het gezin gewoonlijk gebruikt om te poetsen. Het gesprek over mogelijke poetsproducten kan dan beginnen. Is dat een kwestie van geen geld of van niet weten wat te kopen? En wat wil het gezin nu dat er verder mee gebeurt?

‘Ik zou het niet erg vinden om veel katten te hebben, als het niet zo zou stinken. Heb jij daar geen last van?’

Page 252: Thuiscompagnie draaiboek interactief

252 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

Sta regelmatig stil bij het effect van toevoegen. Kan het gezin jouw toevoegende opmerking horen? Zien ze waarin jouw aanpak en handelen verschilt van wat ze gewoon zijn? Wat brengt dat teweeg: erkenning, enthousiasme, verwerping of iets anders?

communicatie over toevoegen is een meerwaardeToevoegen is vooral doen (bv. voordoen, samen inoefenen, laten proberen enz.). Maar als je wil dat toevoegen tot verandering leidt, is communicatie over dat doen een absolute voorwaarde. Je maakt een aanpak bespreekbaar, je benoemt wat je doet, hoe je dat doet en waarom je dat doet. Dat praten is essentieel.

Gezinnen zien immers soms niet dat ze het anders kunnen doen. Ze kunnen wel zien dat het bij de verzorgende vlotter gaat. Maar het is moeilijk om te ontdekken wat de verzorgende dan juist anders doet. Mensen denken eerder dat het aan henzelf ligt (bv. ‘Het lukt mij niet. Het lukt de verzorgende wel.’), dan dat ze het als een handelswijze zien die ze ook zelf zouden ‘kunnen’ toe-passen. Daarom moet de verzorgende op de één of andere manier laten zien dat het een manier van doen is én praten over wat ze doet, hoe ze dat doet en waarom ze dat doet. Dat is niet altijd gemakkelijk want hoe praat je daarover? Zeker in de gezinnen waar dialoog eerder uitzondering is dan regel.Verzorgenden beschikkendoor de band genomen echter over heelwatmogelijk-heden die hen toelaten om niet ‘geforceerd’ over te komen. Hun taalgebruik sluit meestal nauw aan bij dat van de gezinnen of ze weten zich daarbij aan te sluiten, het praten kan tijdens het doen, ‘tussen de soep en de patatten’ door.

De coach moet de verzorgenden wel alert maken op het toevoegen, haar bevragen om haar bewust te maken over wat en waar ze toevoegt. De coach moet haar ondersteunen om daarover met het gezin te praten.

jouw visie binnen brengen (toevoegen) zonder te kwetsen?Respect hebben voor de leefwereld van de cliënt betekent niet dat je je eigen normen en waarden moet veranderen. Het is belangrijk dat je jouw kijk binnenbrengt. Daarover in gesprek gaan zonder het grote gelijk te willen halen, dat is de uitdaging.

Eenanderevisiebinnenbrengendoejebestop een passend moment. Om een betekenisvolle toevoeging te kunnen maken, moet er mentale ruimte zijn en moet de sfeer goed zijn. Je brengt dit best in de vorm van een voorstel dat aansluit bij het gezin zodat het gehoord kan worden én dat genoeg verschilt zodat het opvalt. Bij deze interventie spiegel je de kijk van het gezin aan jouw kijk. Zo breng je een toegevoegde dynamiek in het gesprek.

Luisteren, oprechte belangstelling tonen en vragen, het brengt je verder dan een veroordelende tussenkomst over bijvoorbeeld het aantal katten dat ze hebben of over wat ze die katten toestaan. Als je bijvoorbeeld zegt ‘Als je nog een kat bijneemt, dan kom ik niet meer’, dan gaat de deur toe. Probeerdaarentegentoteengelijkwaardigedialoogtekomenenzoekdaarbijnaardebeweegre-denen zodat je kan begrijpen waarom die katten belangrijk zijn. Ga in gesprek zodat ze kunnen inbrengen wat ze daar leuk aan vinden, waarom ze dat willen (bv. ‘het zijn mijn kindjes’). Luister naar het gezin en sta open voor wat ze inbrengen, ook al botst dat heel erg met je eigen gevoel van hoe het hoort.

‘We zouden samen opruimen, was afgesproken. Ik zie dat dat voor jou moeilijk is. Wil je erover praten?’

De verzorgende heeft het gevoel dat de klad erin zit: het gezin lijkt niet meer vooruit te gaan. Ze voelt haar werk in het gezin aan als routine, ze ziet niets feitelijks meer veranderen. Maar moeder kan dit anders zien. Wil de verzorgende niet teveel en loopt ze daardoor over moeder heen? Voor moeder biedt die routine misschien juist de structuur die ze nodig heeft om te kunnen functioneren. Voor haar is alles in verandering.

Page 253: Thuiscompagnie draaiboek interactief

253

Laat daarbij zien dat je begrijpt wat iets voor het gezin bete­kent entoondatjedatrespecteert.Probeerm.a.w.dooreenandere bril te kijken: de bril van het gezin. Maar weet dat je wel van bril kan veranderen maar niet van ogen. Je moet je eigen grondgevoel en waarden niet verloochenen. Je mag dat uiten en binnen brengen op een respectvolle manier (bv. vertellen hoe jij het ziet en voelt of hoe jij dingen doet). Je hanteert het model: eerst invoegen en dan toevoegen. Als het gezin bijvoorbeeld hoog oploopt met katten, dan kan je gerust zeggen dat je niet zo’n kattenliefhebber bent, als je maar laat voelen dat je erin kan komen dat die katten veel kunnen betekenen.

Luister eerst en zoek dan samen uit: kunnen we samen verder? Met welk doel heeft het gezin Thuiscompagnie ingeschakeld? Kunnen we werken aan die doelstelling, ook als er 10 katten of 13hondenrondlopen,alseenhondvoortdurendinhuisaanhetplassengaat,…ofkandatniet?

Laat duidelijk zijn, met 13 honden in huis kan je niet poetsen, dan geeft de verzorgende het op. Endeverzorgendeisnietinhetgezinomderommelvandehondofdekatoptekuisen.Datisveelalnietdevraagvanhetgezin.Voorhetgezinkunnendieplassennietbelangrijkzijn,anderszouden ze die zelf weg doen of zich generen. Je aanvaardt dat zij dat niet belangrijk vinden en brengt daarbij jouw kijk binnen. Je moet durven zeggen dat je dat niet telkens wil opkuisen en durvenzeggenwat jegraagzouhebben.Vermijdeenbeschuldigendeofafwijzende toon.Eenreactie zoals ‘Oei, de hond heeft geplast op mijn pas gewassen vloer! Dat kuis ik wel niet op hoor!’, of ‘Als er geen honden weg gaan, dan kunnen we niet verder.’ roept strijd op. Op die manier geef je impliciet de boodschap dat je het gezin en hun levenswijze afwijst en dat jij de regels in huis wil stellen. Je moet uit de discussie van ‘het grote gelijk’ blijven want dan ga je een strijd aan en die verlies je altijd: het zijn ‘mijn’ honden, het is ‘mijn’ leven, die honden zijn van ’mij’ en ‘ik beslis zelf wel wat ik met mijn honden doe. Jij moet me dat niet komen vertellen’.

Je moet daarentegen komen tot een dialoog. Zie de aanwezigheid van die plassende hond of die 10 katten of 13 honden niet als een probleem, maar als een uitdaging om verbinding te leggen. Ze zorgen voor een situatie die je toelaat om een proces aan te gaan met het gezin, om tot afstem-ming te komen.

Door zo in dialoog te gaan, kan je misschien wel praten over die 13 honden. ‘Waarom zijn er zoveel honden? Heb je die allemaal gewild?’Datkanleidentotmeerbewustzijnbijhetgezin…‘13 honden is te veel …’

‘Ik hou meer van honden dan van katten. Ik laat mijn hond ook in huis omdat ik dat gezellig vind als die er is. Ik zie dat jij je kat ook graag hebt. Je kat mag binnen en je laat ze uit je bord eten als je aan tafel zit. Je verdraagt daar precies veel van?’

‘Als jij die plas opveegt, dan kan ik alvast met stofzuigen beginnen.’‘Vandaag heb ik de plassen van de hond opgeveegd. Ik zou het fijn vinden als je dat morgen zelf doet. Dan kan ik andere dingen doen.’‘Oei, de hond heeft geplast en net nu alles juist proper was. Stoort je dat of is dat het minste van je zorgen?’‘OK, jullie houden van honden, maar tegelijk willen jullie het opgeruimd hebben. Hoe kunnen we dat nu aanpakken? We willen samen een proper huis, daar zijn we het over eens. Maar als de honden blijven loslopen terwijl de verzorgende met nat bezig is, dan krijgen we niks proper omdat de honden daar altijd terug doorlopen. Kan je ze misschien in 1 kamer houden terwijl de verzorgende de andere kamer poetst? Zou dat lukken? Of kunnen we nog iets anders doen?’

Page 254: Thuiscompagnie draaiboek interactief

254 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

Het kan zijn dat er voor jouw een grens is waar je niet over kan. Bijvoorbeeld: ‘er moet een hond weg, anders kunnen we niet werken’, blijf dan samen zoeken hoe dat dat zou kunnen.

toevoegen is opdrachten herbekijken en verruimen

Toevoegen is laten zien dat er andere manieren van doen zijn. Je kunt dingen tonen, voordoen en je kan over dingen praten. De keuze of ze daar op in willen gaan en op welk moment, ligt bij het gezin. Je kan hen wel vragen of ze het willen pro-beren. Het gezin weet immers wel dat je niet zomaar bij hen komt om een leuke babbel te slaan.

Meestal is het gezin via de hulpverlening in contact gekomen met Thuiscompagnie. Ze weten echt wel dat niet alles van een leien dakje loopt en dat de hulpverlening daar bezorgd over is. Tijdens de intake is immers samen met hen een over-zicht gemaakt van wat goed loopt en wat minder goed. Met het invoegen ga je vooral zoeken naar hun eigen idee van de zaken waaraan gewerkt zal moeten worden. Dat respecteer je. Je gaat daar in het begin mee aan de slag. Maar dat belet je niet om de terreinen waaraan je werkt of de opdrachten waarmee je bezig bent, na verloop van tijd te verruimen. Dat noemen we dan ‘mandaatkrijgen’omopandereterreinentemogenwerken.Ookdatistoevoegen.Erisnietsmismee als een verzorgende zegt: ‘ik ga de eerste weken nog veel dingen alleen doen. Maar vanaf volgende maand gaan we de taken verdelen. Hoe heb jij dat poetsen tot nu toe klaargekregen? Hoe ruim je op? Je hebt nooit opgeruimd? Wat deed je dan eerst vóór je met dweilen begon?’

Marie (verzorgende): Ik vind het echt knap dat je besloten hebt niet alle puppy’s te houden. Ik weet dat je ze graag bezig ziet. Voor hoeveel puppy’s kunnen we een andere plaats zoeken?sandra (moeder): Ik wil er zeker nog 2 houden.Verzorgende: OK, ik wil je wel helpen zoeken naar een plaats voor de vijf andere. Wat vind je belangrijk als je de puppy’s wegbrengt?sandra: Ik wil niet dat ze doodgemaakt worden.Marie: En wat nog meer?sandra: Het moeten mensen zijn die ook van dieren houden.

Ik verwacht heus wel dat die hulpverlener met een boodschap komt. Maar ik wil ook wel steun, want anders had ik hem niet binnengelaten. Dus elke keer als ik die hulpverlener zie, denk ik: nu gaat het komen; nu gaat die zeggen wat ik moet veranderen. En dat gevoel geeft stress want ik weet niet of ik daar al klaar voor ben. (Odette ervaringsdeskundige TAO)

Julie (verzorgende): Ik had er goesting in om er samen weer tegen aan te gaan zoals vorige week, maar als ik die honden zie, dan zie ik het niet meer zitten …annemie (moeder): Denk je dat het gemakkelijk is om met al die honden uit wandelen te gaan, omdat jij komt?Julie: Ik hoor een beetje een verwijt naar mij toe. Maar ik hoor vooral dat dertien honden uitlaten een helse klus is. Zeg je dan ook dat je wel eens goed zou willen doorkuisen, zonder dat de honden in huis zijn?annemie: Ik weet wel hoor dat er een grote poetsbeurt nodig is.Julie: Daar zijn we het over eens. Wat maakt het moeilijk om te regelen dat de honden niet in de weg lopen? Is het omdat het er zoveel zijn of omdat niemand wil meehelpen om de honden uit te laten?annemie: Moest Jan [partner] eens uit de zetel komen, dat zou al een verschil maken.Julie: Kan het zijn dat Jan ook denkt: ‘dertien honden, dat wordt me weer een toestand …’?annemie: Ik weet het wel, eigenlijk hebben we het niet meer in de hand. Met de helft minder zou het al iets helemaal anders kunnen zijn.Julie: Dit geeft me terug wat moed. Hoe krijgen we Jan terug mee aan de slag zodat we ook met het poetswerk kunnen beginnen?

Page 255: Thuiscompagnie draaiboek interactief

255

toevoegen op maat

afgestemd op het gezin en op de situatieWat je toevoegt (het model, de manier van doen, de aanpak) moet door het gezin ervaren worden als iets dat voor hen haalbaar is. Het moet aansluiten bij wat zij willen en kunnen. Wat je binnenbrengt, moet werken voor het gezin. Bedenk daarbij dat wat in het ene gezin werkt, niet (altijd) in een ander gezin werkt.

We willen duurzame verandering. Dus moeten we zorgen dat wat we toevoegen zuurstof krijgt en verder kan gaan als we er na verloop van tijd niet meer zijn. De positieve verandering moet kunnen volgehouden worden. Het moet dus op maat zijn.

Wat iemand doet, geeft aan in hoeverre iemand iets kan of wil met de verandering die je hebt binnengebracht (bv. een andere kijk, een ander model, een andere manier van doen). Maar oor-deelniettesnel.Inhetvoorbeeldhierbovenzoujekunnenbesluiten:‘Ze houden zich niet aan het schema dat we hebben afgesproken, dus zijn ze niet voldoende gemotiveerd‘. Maar is dat zo? Alleen door daarover met de ouders te praten, kom je te weten wat er achter dat gedrag zit.

Vragen die je altijd moet stellen zijn:• Watbetekentdatgedragvoordecliënt,voorhetgezin?• Watdruktdecliëntermeeuit?• Watvertelthetoverderelatietussendecliënt/hetgezinendeverzorgende/coach?

Gedrag is een belangrijk indicator om te kijken of datgene wat je toevoegt, wordt aangenomen. Je kan er veel uit afleiden, maar laat je niet leiden door veronderstellingen. Je moet dus verder kijkendanwatdatgedragopheteerstezichtvoorjebetekent.Praateroverenvraagernaar.Pro-beer meer inzicht te krijgen in het waarom van dat gedrag. Met dat inzicht kan je invullen wat toevoegen op maat betekent voor dit gezin in deze situatie.

alles op zijn tijdJe moet verandering de tijd geven en het gezin positief blijven benaderen. Ups en downs komen, net zoals in andere onder-steunings- of behandelingstrajecten, ook in Thuiscompagnie voor. Je kan zien dat je beweging brengt:

• alsderelatiemetdeverzorgendegoedblijft,alserzicheen vertrouwensband ontwikkelt,

• alsdesfeerinhuisverandert(bv.minderspanning,minder drukte, minder boosheid enz.),

• alsermateriëledingenveranderen(bv.degangblijftvrij van dozen, de afwas stapelt zich niet meer op enz.).

De kinderen zijn gedurende de hele zomervakantie niet buiten geweest. Ze speelden de hele tijd games. De verzorgende had vooraf met het gezin een schema op papier gezet: maandag en dinsdag geen games, woensdag 2 uur games. Maar dat was uitgelopen op een complete chaos. De kinderen luisterden helemaal niet meer. De regel ‘geen games’ was niet haalbaar. Het kostte Louisa en Jean veel te veel om die regel consequent te hanteren. Het leverde hen meer op om de regel los te laten, want dan waren de kinderen rustig.Wat is dan wel haalbaar? Louisa vond het toch belangrijk dat de kinderen af en toe buiten kwamen. Het idee om elke dag een kwartiertje samen buiten te gaan spelen, kwam van haar. En dat lukte wel.

Page 256: Thuiscompagnie draaiboek interactief

256 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

Om nieuwe dingen te kunnen binnenlaten, is een vorm van mentale rust nodig of ruimte in het hoofd. Hoe graag je ook ‘resultaten’ wil tonen van je aanwezigheid in het gezin, het gezin kan maar iets veranderen als ze zich bewust zijn van de situatie, beseffen in welke richting de veran-dering kan gaan en dus een alternatief hebben dat ze haalbaar vinden.

De beslissing om dingen te veranderen moet je bij het gezin laten. Daar is altijd dialoog, tijd en geduld voor nodig. Soms kan er confrontatie nodig zijn om iets in beweging te krijgen. Maar die confrontatie(ziepagina258)kanjepasaangaanalsereensterkevertrouwensbandis.

opbouw van een ondersteunend en richtinggevend gesprek

Vooraleer je een nieuw gezichtspunt kan inbrengen, maakje eerst duidelijk dat je je gesprekspartner hebt gehoord en begrijpt wat iets voor hem betekent (invoegen). Dat geldt voor alle gesprekken, met wie je ze ook voert (bv. gezin, verzor-gende, je kinderen, je partner, je collega, je baas, je buur enz.). Achtereenvolgens ga je tijdens het invoegen luisteren, erken-ning geven, ordenen en verbreden. We illustreren dit aan de hand van een coachingsgesprek met een verzorgende.

Door goed te luisteren, geef je de verzorgende erkenning en kan ze op verhaal komen. Om mensen niet te verliezen moet je hen immers een platform geven om hun verhaal, hun visie te vertellen. Maak duidelijk dat je hebt gehoord wat ze zegt. Indezefasega jenoggeenvragenstellen.Tenzijdeverzor-gende niet spontaan tot een verhaal kan komen, dan kan en moet je haar helpen om te vertellen. Laat de verzorgende spontaan praten en haar verhaal ver-tellen vanuit haar beleving en wat het bij haar oproept. Geef regelmatig terug wat je hoort in het verhaal (=parafraseren) en toets af of je dat goed begrepen hebt. Laat zien dat je haar begrijpt, benoem haar beleving. Je moet het daarom niet met haar eens zijn. Geef je geen erkenning, dan roep je weerstand op en daardoor kunnen nieuwe gezichtspunten niet binnenkomen.

Geef richting aan het verhaal. Door gerichte vragen te stellen kan je bij bepaalde thema’s komen. Door elementen uit het verhaal te ordenen, geef je structuur aan het gesprek.

Je kan gaan verbreden naar het aanvankelijk doel: waarom komen we eigenlijk in dat gezin? Weet je nog wat we wilden proberen? Of je kan bruggetjes maken:en waren de kinderen er bij? Zo kom je op een punt waarop je kan toevoegen. Je kan de verzorgende nu vragen om stil te staan bij de cliënt en wat die wil. Je brengt het perspectief van de cliënt in. Je geeft dat een plek in een ruimer geheel.

Marie heeft drie kinderen. Ze reageert de laatste tijd behoorlijk nukkig op de verzorgende. Ze heeft laten horen dat de verzorgende geen pannenkoeken meer moet bakken of van die zever, maar haar meer moet helpen met opruimen. De verzorgende heeft een goede band met de kinderen. Die hebben graag dat ze komt.

Je zegt dat je snel kan werken. Tegen 12:00 uur heb je het hele huis aan kant. Dan ben je er nogal door moeten vliegen. Heb je dan wel tijd om eens een koffie te drinken?

De verzorgende heeft meer dan een jaar in een gezin met twee nesten poezen gewerkt. Die poezen bleven maar rondlopen. Dat wekte veel irritatie bij de verzorgende. Het gezin, fervente dierenliefhebbers, zag het probleem niet. Ze dachten dat ze wel iemand voor hun poesjes zouden vinden. Dat bleek ijdele hoop. Toen de poesjes groter werden, begonnen ze ook de gezinsleden in de weg te lopen. Daardoor kon de coach wel met hen over de poezen praten. Uit dat gesprek bleek dat ze ervan overtuigd waren dat het dierenasiel de poezen zou doden. De coach zocht samen met het gezin op internet op hoe het asiel werkt. Daar staat dat het asiel alle poezen in leven laat tenzij de poezen een ziekte hebben. Het gezin was nu bereid om een aantal poezen naar het asiel te brengen. Ze hebben dat ook effectief gedaan.

Page 257: Thuiscompagnie draaiboek interactief

257

Ik hoor je zeggen, het gaat heel goed. Is Marie ook zo tevreden? Op welke vlakken is ze heel tevreden? En waar zou ze het moeilijk mee kunnen hebben?Als de kinderen thuis komen van school, dan komen ze vanzelf naar jou. Dat is wel fijn dat dat zo goed klikt. Wat doet moeder dan als jij met de kinderen bezig bent? Hoe zou die zich voelen?

Wanneer jij er niet bent, wie vangt dan de kinderen op?Je speelt met de kinderen, zeg je. Is er nog iemand anders die af en toe met de kinderen speelt?

Verzorgende: Ik duw Marie aan de kant? Wat kan ik dan doen om haar niet dat gevoel te geven?Coach: Wat zou mogelijk zijn denk je?Verzorgende: Ik kan haar meer betrekken als ik iets met de kinderen doe.Coach: Heb je dat al geprobeerd?Verzorgende: Ja, maar toen zei ze dat het haar toch niet zou lukken.Coach: Marie toont haar onmacht. Wat kan je nog doen? Kan je erover praten met Marie? Misschien kan het interessant zijn om samen de kinderen op te vangen?Verzorgende: Dat Marie bijvoorbeeld het vieruurtje binnen brengt?

Door stil te staan bij het perspectief van de cliënt, tast je af of de verzorgende zelf kan zien dat ze ‘te vlug’ gaat. Kan ze dat zelf opnemen of loopt ze daarop vast? Je kan verder ver-breden en het perspectief van de omgeving inbrengen.

Je kan stil staan bij de regels en de afspraken van de dienst. Zo breng je het organisatieperspectief binnen en voeg je toe rond zaken die je in beweging wil brengen.

Op deze manier bekijk je vanuit een meerzijdige partijdigheid, samen met de verzorgende, de situatie.Eerstkijkjemeedoordeogenvandeverzorgende,danneemjehaarmeenaarhetper-spectiefvanhetgezinendebredereomgeving.Vervolgenskanjevanuiteengedeeldekijksamenzoeken hoe je het verder kan aanpakken.

Page 258: Thuiscompagnie draaiboek interactief

258 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

6. spiegelen

‘Het gezin uitdagen in hun verantwoordelijkheden, het ontdekken van hun basisvaardigheden, de invulling van het procesgericht werken, het veronderstelt allemaal dat er op een open manier gepraat kan worden. Voor ons als begeleider betekent dit dat we elke confrontatie die wij nodig vinden aan het gezin kunnen aanbieden. De gezinsleden zijn voor ons volwaardige mensen die het verdienen om met onze waarheid geconfronteerd te worden. Confrontatie wordt op deze manier juist een uiting van respect voor de waardigheid van de ander. Omwille van de negatieve betekenis van confronteren, gebruiken we hiervoor het beeld van het spiegelen.’ (Broos,1994,p153e.v.;DeCirkel1996).

spiegels van zichzelf, van derden en jezelf

Erzijndriemanierenvanspiegelen:jekanmensenspiegelsvoorhoudenvanzichzelf,vanderdenen van jezelf. De voorbeelden hieronder illustreren hoe je kan spiegelen.

Spiegels van zichzelf• Ikhoordatjejezelfhelemaalnaarbenedentrekt.Ziejedatzelfookzo?• Ikmerkdatjehetheelhardbuitenjezelflegt.Merkjedatzelfook?

Spiegels van derden: je spiegelt over een concrete derde of vanuit een ‘men-perspectief’• Ikziehoejouwzoontjezijnbestdoetomoptijdopteruimen.• Ikzagdatjouwmanheelopgeluchtwastoenjehethemrechtstreeksvertelde.• Leerkrachtenvindenhetheelbelangrijkdatoudersnaareenoudercontactkomen,ofmin-

stens laten weten dat ze niet kunnen komen. Anders denken ze dat ouders niet geïnteres-seerd zijn in de school van hun kinderen.

Spiegels van jezelf: je spiegelt wat je zelf ervaart in het contact met het gezin

• Demanierwaaromjenunaarmijreageert,zorgtervoordat ik schrik krijg.

• Watjemijnuvertelt,grijptmijheelerghardaan.

De beslissing om dingen te veranderen moet je altijd bij het gezin laten. Soms kan ‘spiegelen’ nodig zijn om beweging te krijgen. Dat spiegelen zal echter alleen effect hebben als er vertrouwen is.

Je kan mensen wakker schudden door duidelijk te maken dat wat zij denken en willen niet overeenkomt met wat ze doen. Of door tegen hen te zeggen wat je al in positieve zin hebt zien veranderen.

Page 259: Thuiscompagnie draaiboek interactief

259

We zijn er vanuit gegaan dat het gezin zelf het opstapelen van afval als een probleem zag. We hebben dat nooit terdege getoetst. We hebben niet stilgestaan bij de vraag welke betekenis het verzamelen van vuilniszakken heeft voor hen. We hebben met hen geen balans opgemaakt die heninzichtkongevenindevoor-ennadelenvandieopeenstapelingvanvuil.Inditgevalheeftdat geleid tot een confrontatie. De verzorgende heeft teleurgesteld afgehaakt. Maar de coach heeft dit aangegrepen om met het gezin te praten over de reden van het afhaken van de verzorgende (waarmee het goed klikte). Het gezin wil verder hulp van Thuiscompagnie en gaat akkoord met de voorwaarde dat de verzorgende zich met het huisvuil mag bemoeien. De dienst kon die voor-waarde alleen opleggen omdat de eerste verzorgende in de afgelopen 30 maanden vertrouwen heeftopgebouwdenhetgezinzichaltijdbetrokkenheeftgevoeldbijwatdeverzorgendedeed.Ergaat nu een nieuwe verzorgende starten. Dat is een nieuwe stap in het veranderingsproces.

De eerste verzorgende heeft al die tijd niets durven zeggen over de ‘verboden kamer’ uit vrees dat het gezin haar niet meer graag zou zien. Dit was haar valkuil. Ze offerde zich op om graag gezien te zijn. Daardoor kon het gezin zijn strategie van wegmoffelen handhaven. Ten slotte kon de verzorgende het niet meer aanzien dat de kinderen in die rotzooi moesten opgroeien. De ver-zorgende was vooral geraakt door het feit dat er steeds gezegd werd dat er geen probleem met het afval was. Ze voelde zich bedrogen door het gezin.

De coach stelt zich de vraag of ze er verkeerd aan gedaan heeft om zich bij aanvang neer te leggen bij het verbod om in één kamer te komen. Maar wellicht was het proces van een jaar en zes maanden wel nodig om te kunnen zeggen wat ze nu heeft gezegd, zonder meteen buiten te vliegen.

‘Je zegt dat er niets veranderd is, maar nu zie ik toch al minstens drie weken geen snoeppapiertjes meer op de grond liggen.’

Als je vaststelt dat de katten in de kinderkamer slapen en er hun behoefte doen, kan je de ouders confronteren met de gevolgen daarvan voor de kinderen op school.

Je zegt: ‘Ik wil dat mijn zoon me respecteert, daarom sla ik hem’. Maar als je zoon dan doet wat jij zegt, doet hij dat uit angst en niet uit respect voor jou. Slaan werkt dus niet om respect te krijgen. Slaan werkt niet om te bereiken wat je wil. Als de vader dan zegt ‘Zo had ik dat nog nooit bekeken’, dan is het moment daar om te zoeken naar alternatieven.

‘Ik zie dat je de kinderen aanspreekt als ze van school komen. Dat deed je een half jaar geleden nooit, hé?’

Toen de thuisbegeleidingsdienst vroeg om een verzorgende in een gezin in te schakelen, was daar pas een grote opruimactie gebeurd. De verwachting van de thuisbegeleidingsdienst en de andere hulpverleners was duidelijk: men verwachtte dat de verzorgende het gezin zou leren de afval te sorteren en de vuilzakken buiten te zetten. De verzorgende is een jaar aan de slag geweest in het gezin. Ze heeft veel bereikt in het gezin: de kasten werden opgeruimd en uitgewassen, de muizen verdwenen, er werden sloten op de deuren gezet, de slaapkamers werden in orde gebracht, de was werd gedaan en de gestreken was werd opgeborgen. Maar al die tijd mocht de verzorgende in één kamer niet komen. Dat was de kamer waar de vuilniszakken stonden. Die kamer was met een lintje gesloten en duidelijk ‘verboden terrein’. Telkens als de verzorgende vroeg hoe het ging met de vuilniszakken, kreeg ze als antwoord dat dat prima ging en ze zich daar niet druk over moest maken. Na een jaar waren er opnieuw muizen. In dat ene kamertje was de afval van een jaar gestockeerd.

Spiegelen als de tijd rijp is

Page 260: Thuiscompagnie draaiboek interactief

260 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

Uit deze situatie leren we dat ‘harde boodschappen’ gegeven kunnen worden en dat je ‘voor-waarden’ aan de ondersteuning kan koppelen als:

• ereenvertrouwensbasisis:hetgezinmoetzichgerespecteerdweten(zonderinvoegengaathet niet),

• hetgezindekomstvandeverzorgendealssteunendervaart(ennietalsbemoeienis),• erruimteomindialoogtegaanwordtgecreëerd,• jevanhetgezinhetmandaatkrijgtomhenteondersteunen.

Zelfs als het misloopt (de verzorgende wordt buitengezet of ziet het zelf niet meer zitten), kan wat teweeggebracht is (en wellicht niet zichtbaar is) een voordeel zijn voor de volgende hulpverlener diekomt.Eenconflictkandoorwerkenen tochverandering ingangzetten.Eenmislukte toe-voeging (een toevoeging die niet door het gezin is opgenomen) kan achteraf toch nog betekenis hebben. De verzorgende en de coach leren daar altijd iets uit, het gezin ook.

De vrouw wil niet dat de verzorgende wast en strijkt. Ze zegt dat ze dat zelf wil doen. Maar het gebeurt niet. De verzorgende wordt daar onrustig van.Als coach beluister je de frustratie van de verzorgende. Misschien is de vrouw zich er niet van bewust dat ze de strijk en de was nooit doet? Misschien moeten we het haar leren zien? Je kan gerust zeggen: ‘Er ligt zo’n grote hoop was, je zei dat je die zelf wilde doen. Maar wat maakt dat het niet lukt?’Je moet je bezorgdheid laten zien. Mensen willen soms duidelijk maken dat er nog iets is dat ze zelf kunnen doen. Soms hebben ze geen energie om daaraan te beginnen. En dan is het fijn als iemand zegt: ‘Ik heb nog een half uurtje over, zal ik je helpen met sorteren?’

Page 261: Thuiscompagnie draaiboek interactief

261

7. meerzijdige parTijdigheid

meerzijdige partijdig zijn en verbindend werken

Binnen het contextueel denken is meerzijdige partijdig zijn een techniek waarbij je achtereen-volgens met de verschillende gezinsleden naar hun verhaal kijkt en ieder zijn verhaal vanuit zijn beleving laat vertellen. Je gaat achter iedereen staan en probeert afwisselend ieders behoefte, gevoel enz. te verwoorden (parafraseren). Je geeft niemand gelijk of ongelijk, maar geeft erken-ning aan iedere zienswijze. Je doet alle gezinsleden naar elkaar luisteren. Als gezinsleden begrijpen en aanvaarden dat ieder zijn eigen waarheid heeft, dan kan dit tot meer begrip en minder loyaliteitsconflicten leiden. Deze techniek vraagt veel tijd en veronderstelt behoorlijk wat communicatieve vaardigheden.

In Thuiscompagnie doen we een beroep op ‘meerzijdige partijdigheid’ maar gaan we geengesprekken met alle gezinsleden tegelijk voeren. We beseffen wel heel goed dat er verschil-lende belangen zijn en dat iedere partij zijn waarheid heeft. We focussen vooral op wat mensen gemeenschappelijk hebben, op die dingen die verbindend kunnen werken.

Verzorgenden worden voor een stuk deel van het gezin:ze krijgen er een plaats en zitten er middenin. Het is bijna onmogelijk om vanuit die positie steeds meerzijdig partijdig te zijn. Onbewust sluit je beter aan bij de meest gekwetste of diegene die je visie deelt of diegene waarmee je het vlotst kan praten of samenwerken. Verzorgenden zullen over hetalgemeen vlugger aansluiten bij de moeder en de kinderen dan bij de man in het gezin. Zo ontstaan er soms onbedoeld coalities of krijgt de man het gevoel dat er wordt ‘samenge-spannen’ tegen hem. Als je daar niets mee doet, is het risico groot dat, onder druk van de man, de vraag naar ondersteu-ning door het gezin wordt afgeblazen.

Je kan werken met de truc van ‘de lege stoel’. Tijdens het gesprek vraag je bijvoorbeeld: ‘Ja, dat is hoe jij het ziet. Kijkt je man er ook zo naar? Hoe gaat je man reageren denk je? Wat gaat je man daarvan zeggen? Zal je man daarmee akkoord gaan? Wat zou hij dan wel belangrijk vinden?’Vandaaruit kan je zoeken naar wat hen bindt.

De verzorgende zegt nu niet specifiek van ‘gaat gij weg’, nee dat niet. Zij [moeder] zegt dan tegen mij: ‘he Robert, gaat gij wandelen. Wij zijn hier nu bezig, wij zijn met ons twee bezig.’ En dan denk ik in mijn eigen, betrek mij daar evengoed bij. (vader Robert)

De verzorgende komt altijd in het gezin op dagen dat de man er niet is. Zijn echtgenote doet meermaals haar beklag over haar echtgenoot. Hoe kan de verzorgende het perspectief van de man toch inbrengen?

Een verzorgende werkt in een gezin met een jongvolwassen dochter, Els. Er is ruzie geweest tussen Els en haar moeder. Els heeft verdriet en troost nodig. Haar moeder geeft die niet. Kan de verzorgende dan die dochter troosten?

Page 262: Thuiscompagnie draaiboek interactief

262 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

Jekaneronmogelijktegelijkzijnvoormoederendochter.Maarvóórjezelfdestapnaarhetkindzet, kan je de moeder daar via een vraag bij betrekken (bv. ‘Mag ik …?’, ‘Wil jij ...?’). Op die manier kan je het principe van meerzijdig partijdig zijn toepassen.

Als je op lange termijn in het gezin wil blijven werken, moet je erover waken dat je op zo’n moment geen partij kiest. Als je spontaan de dochter troost, zonder de moeder daarbij te betrekken, dan kan moeder dat interpreteren alsof je positie kiest: haar dochter en jij tegen haar als moeder. Je loopt daarenboven het risico dat moeder wordt bevestigd in haar eigen falen (bv. ‘Ik ben niet in staat om met mijn dochter te communiceren, maar de verzorgende kan het wel’). Vóórjeduseenstapnaardedochterzet,gajeopéénofanderemaniereenverbindingmoetenleggen met moeder:

• jegeefterkenningdathetvoormoederlastigoffrustrerendmoetzijn,• jevraagtopeenpassendemaniereenmandaatomnaardochtertoetestappen,• inhetcontactmetdedochtergajenietvolopmeeindeverwijtennaardemoeder.Jetoont

begrip, maar probeert aan de dochter de context en de gevoelens en drijfveren van haar moeder te tonen.

Waarom verwacht Sylvia van haar dochter dat ze de strijk doet, terwijl ze die zelf nooit doet? Wat maakt dat Sylvia dat niet van zichzelf ziet? Als je niet ‘meerzijdig partijdig’ denkt, kan je spontane reactie de hulpverlening op lange termijn onmogelijk maken.

• Alsjetegendedochterzegt‘Ikzalwelvlugdestrijkvoorjoudoen’,dankanmoederditervaren als een geheim verbond dat tegen haar is gericht.

• Alsjetegendedochterzegt‘Eenmeisjevan17isoudgenoegomhaareigenklerentestrijken.Ikzouermaarrapaanbeginnen’,positioneerjejezelfaandekantvandemoeder,tegen de dochter.

Als je je meerzijdig partijdig opstelt, dan gebruik je dit voorval als aanleiding om de zienswijze van moeder aan de dochter uit te leggen. Je zegt niet dat mama gelijk heeft, je laat de dochter de mogelijkheid om na te denken over wat ze zelf wil.

Verzorgende tegen moeder: Ik zie dat Els erg ongelukkig is. Ze trekt het zich erg aan als je boos bent. Ze vindt het belangrijk dat je tevreden over haar bent. Vind je het OK dat ik even met haar ga praten?Verzorgende tegen moeder: Je woorden hebben veel indruk op haar gemaakt. Els hecht veel waarde aan wat je zegt, anders zou ze nu niet zo verdrietig zijn. Kan /wil jij Els troosten?

Verzorgende tegen dochter: ‘Ik hoor je moeder zeggen dat ze wil dat je voor jezelf kan zorgen. Ik hoor daarin dat ze gelooft dat jij dat kan. Jij zegt dan tegen haar ‘Jij doet nooit de strijk zelf ’. Vind jij echt dat je moeder zelf eerst moet kunnen strijken vóór jij dat wil leren? Wat vind je zelf belangrijk om op je eigen benen te kunnen staan?’

Sylvia wil dat haar kinderen het beter hebben en niet dezelfde fouten maken als zij. Daarom wil ze dat haar dochter van 17 zelf haar eigen strijk doet. Maar Sylvia kan zelf niet strijken. Bij de zoveelste ruzie smijt de dochter dat in haar gezicht: ‘Je strijkt zelf niet ’. Sylvia is in alle staten. Wat kan de verzorgende in deze situatie doen?

Page 263: Thuiscompagnie draaiboek interactief

263

8. een gedeelde kijk op doelen

Thuiscompagnie vertrekt niet van een diagnosestelling waaruit automatisch een op beperkte termijn af te werken stappenplan volgt. We kiezen voor een participatief stappenplan. We willen gezinnen een ondersteuning geven die ruimte laat voor hun inbreng, hun verwachtingen en hun prioriteiten. Onze eerste taak is zicht krijgen op het leefwereldperspectief van het gezin, op hun betekenisgeving, op hun krachten om van daaruit de kansen op krachtgerichte ontwikkeling te ontdekken. De doelen zijn de thema’s waar het gezin samen met de verzorgende aan wil werken.

tijd nemen om aan elkaar te wennen

Vóór de effectieve start van de hulp kan je beter geen expliciete doelen vastleggen. Het zoubovendienaartsmoeilijkzijn.Indebeginfaseligtdenadrukvoornamelijkophetaftastenenver-kennen. De meeste gezinnen hebben bij de intake vooral nood aan rust en een vertrouwensfiguur in plaats van alweer een nieuw begeleidingsplan. Geef elkaar eerst de tijd om aan elkaar gewoon te worden.

Het toelaten van de verzorgende in huis kan een doel op zich zijn zonder dat dat expliciet gefor-muleerd moet worden. Komen tot een verbinding tussen verzorgende en gezin is dé uitdaging in de beginfase. Het vertrouwen moet groeien vooraleer de verzorgende aan de meer praktische zakenkanbeginnen.Pasalsdeverzorgendezichopeenniet-bevoogdendemanierkanverbindenmet één of meerdere gezinsleden, zullen de doelen stapsgewijs helderder worden.

Erzijnverschillendemanierenomdesituatieteexploreren.Ineenvandevoorgaandepunten,‘dialoog vanuit een krachtenperspectief’, vind je bijvoorbeeld een reeks van vragen die je inspi-reren bij het exploreren van de gezinssituatie en de samenhang tussen krachten en problemen. Je hoeft niet altijd zo expliciet aan de slag te gaan. De verzorgende zal in het dagdagelijks leven automatisch geconfronteerd worden met de punten waarmee het gezin in de knoop zit. Daarover vanuit verwondering in gesprek gaan met de gezinsleden is een ideale basis om tot doelen te komen.

zoek een taal om met het gezin over doelen te spreken

Het is niet gemakkelijk om de juiste woorden te vinden om over doelen te praten. De term alleen al schrikt af en roept misschien meteen de angst om te falen op. Als je in een gezin van start gaat, zijn er dikwijls meerdere taken waarbij ondersteuning gewenst is. Die praktische vragen meteen koppelen aan doelen versterkt de indruk dat jij vindt dat het gezin ‘het niet kan’ of ‘het tot nu toe niet goed heeft gedaan’.

‘Je mag me altijd iets leren … als je me eerst leert kennen’. (Odette, ervaringsdeskundige TAO)

Page 264: Thuiscompagnie draaiboek interactief

264 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

‘Waar wil je beter in worden’ of ‘Wat wil je samen met de verzorgende doen’ klinkt een stuk posi-tiever.Voorgezinnenishetnietgemakkelijkomeendoelteformuleren.Eensdeverzorgendeeen tijdje bezig is in het gezin (opstartfase), komen de doelen vanzelf. Doordat de verzorgenden wekelijks in de gezinnen meedraaien, zien zij waar de hoogste noden liggen. Verzorgendenkunnen het gezin dus ondersteunen om doelen te formuleren.

Daarnaast kunnen de verzorgenden de coach helpen om een gemeenschappelijke taal te vinden om zaken bespreekbaar te maken. Ze kunnen daarvoor terugvallen op wat ze in het gezin zien en horen. Ze kunnen de woorden gebruiken die ze in het gezin horen.

Stel verdiepende vragen om bij de interne motivatie te komen. Waarom zou iemand zijn huis-houden op een andere manier willen doen? Bevraag waarom het tot nu toe op deze manier is gebeurd.Elkemanierheeftimmerszijnbetekenisenwaardevoorhetgezin.Jemoetproberenomdebetekenisvanhet‘andersdoen’naarboventehalen.Probeerteachterhalenwelkepositieveaspecten voor het gezin verbonden zijn aan hun huidige werkwijze of aanpak.

Houd rekening met de structurele tekorten: streef geen doelstellingen na die niet haalbaar zijn omdatdemateriëleomstandighedenhetniettoelaten.Alsjemet2volwassenenen4kinderenmoet leven in een leefruimte van 5 m² kan je niet leren om ‘alles netjes op te ruimen’. Opruimen is dan structureel onmogelijk.

niet teveel op korte tijd willen

Doelen zijn een instrument om de verandering in gezinnen zichtbaar te maken en om stil te staan bij wat cliënten zelf willen: de doelen zijn echter geen ‘doel op zich’. Want dat vergroot de druk om ‘resultaten’ te zien. Aangezien toevoegen niet kan zonder invoegen, is het niet ver-wonderlijk dat de realisatie van doelen de nodige tijd vraagt. Je moet er van uit gaan dat zeker in de eerste fases van het ondersteuningsproces die resultaten niet spectaculair zullen zijn. De vooruitgang kan zich op verschillende gebieden en in de kleinste dingen manifesteren, maar zaldaaromnietvooriedereenonmiddellijkzichtbaarzijn.Voorhulpverlenersdieslechtsspora-disch contact hebben met het gezin, is het vaak moeilijker om de kleine vooruitgang die geboekt is, te kunnen zien. Zo is bijvoorbeeld de groei die bereikt is op het relationele niveau, niet altijd zichtbaar voor de buitenwereld. Maak dus aan andere hulpverleners duidelijk dat het realiseren vanverbindingeenonmisbaaraspectisvandezevormvangezinszorgdattijdvraagt(ziePositiefherkaderen,Invoegenentoevoegen).Sommigegezinnenzullenblijvendopondersteuningaan-gewezen zijn. De vooruitgang zit dan in het samen dingen doen, tot een consensus komen, samen stappen zetten.

doelbepaling

Doelen kunnen zich op drie niveaus situeren- het aanleren van vaardigheden,- het omgaan met storingen (cf. mensen doen soms dingen vanuit de storingen in hun leven),- emotioneel vlak (cf. als mensen zich niet goed in hun vel voelen).

Doelen kan je nooit los zien van de concrete omstandigheden. De omstandigheden bepalen mee wat prioritair is en waaraan gewerkt kan worden.

De coach komt op bezoek voor de intake. Sofie geeft op dat moment een heel slome indruk. Gaandeweg het gesprek merkt de coach dat er een glas in scherven op de grond ligt. Sofie reageert niet als de kinderen (met blote voeten) in de buurt van dat glas komen.

Page 265: Thuiscompagnie draaiboek interactief

265

Deze situatie heeft niets te maken met een gebrek aan vaardigheden. Bijeenvegen van glas kan iedereen. Het is niet omdat Sofie met het verkeerde been uit bed is gestapt vandaag. Dat kan niet deenigeredenzijnomhetglasnietoptevegenalsjekinderenerrondlopen.Erishiersprakevan een verstoring bij Sofie. Sofie daarin begeleiden is een taak voor specialisten uit de geeste-lijke gezondheidszorg. Misschien moet de verzorgende in dit geval ‘vanuit de zorg voor de kin-deren’ met moeder aan de slag om deze concrete zaken aan te pakken (bv. vraag de buurvrouw, belnaar…),eerderdanmetSofie.

Zorg dat de doelstellingen die je samen met het gezin en de verzorgende formuleert voor hen beidenhaalbaarzijn.Inplaatsvanééngrooteinddoelinhetvooruitzichttestellen,gajebeteropzoek naar tussendoelen. Het resultaat oogt dan misschien niet zo spectaculair voor buitenstaan-ders (en andere hulpverleners) maar elke stap kan dan wel als een succes in de verf worden gezet. Dat is voor beiden enorm versterkend. Bekijk altijd of de randvoorwaarden aanwezig zijn om een doel te kunnen halen (zie hoofdstuk 6).

schaalvragen als hulpmiddel

Eenhulpmiddelomdoelstellingenvanmensenduidelijkertekrijgen,zijnschaalvragen.Schaal-vragen werken bij cliënten die op een gefaseerde en meetbare manier denken rond problemen en situaties (bv. ‘Mijn humeur staat op nul vandaag.’). Je vraagt hen om zich op een lijn van 0 tot 10 te situeren. Je kan hen mentaal en verbaal die oefening laten maken of je kan fysiek, op een bladpapier,eenlijntrekkenenhenvragenomeenkruisjetezetten.Inbeidegevallenlegjedebetekenis van deze cijfers uit. Bijvoorbeeld:

0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

cijfer 0 staat voor• heel ontevreden over …• geen motivatie om met probleem aan de slag te

gaan• geen vertrouwen dat er verbetering kan komen• situatie waarin nog niets is gerealiseerd van de

gewenste situatie• slechtste moment dat je kent

cijfer 10 staat voor heel tevreden over … •

grote motivatie •(bv. ‘ik heb er alles voor over’)

groot vertrouwen •gewenste situatie bereikt •

beste moment dat je kent • (bv. problemen waarvoor je Thuiscompagnie

hebt gevraagd zijn (voldoende) opgelost)

Je kan daarmee verder exploreren. Als de cliënt zich op die lijn gesitueerd heeft, dan kan je vragenhoehet gelukt is omvan 0 naar die plaats (bv. 4 of 6) te komen.Wat heeft er vooralgeholpen?Viadezewegkanjekrachtenenhulpbronnenontdekken:samenleerjewatergewerktheeft, welke hulpmiddelen er zijn, wat als steun ervaren wordt enz. Of je kan vragen: Wanneer

Als ge dan een minder goede dag hebt, van kijk, dat is niet goed gegaan en dat is niet gegaan en ik kan dat niet. Ja, dat ze zegt: ‘Ja maar Lelie, denkt ge dat dat bij een ander allemaal op één twee drie gaat? Dat is overal, ge moogt zo een keer een dag hebben. Maar kom, nu gaan we dat terug aanpakken en waar gaan we aan beginnen? Waar wilt ge dat we?’ Dat wordt ook gevraagd van ‘Wat wilt ge en wat wilt ge dat er gedaan wordt?’ En als er bijvoorbeeld, als ge zegt van dat is te veel voor aan te beginnen, vindt ge niet dat we eerst dat of dat voor aan te beginnen? ‘Alle wat vindt ge daar zelf van?’ Dus die laten u zelf ook nadenken over die dinges. (moeder Lelie)

Page 266: Thuiscompagnie draaiboek interactief

266 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

zou je jezelf een trapje hoger plaatsen? Wat zou er dan veranderd moeten zijn? Waaraan zou je merken dat je een trapje opgeschoven bent? Op die manier wordt de schaal een hulpmiddel om je te concentreren op kleine volgende stappen. Bovendien helpt het mensen die gemakkelijk zwart-wit denken om wat te nuanceren. De schaal maakt duidelijk wat al bereikt is. Daardoor kan er weer hoop en vertrouwen groeien.

Vragen die je daarbij kan stellen zijn

• Watziterindie4?Waaromgeefjeeen4?• Hoeishetjegeluktalopeen4tezitten?Hoezieteen5eruit?• Waar(bijwelkcijfer)wiljeuitkomen?• Hoezoujeopdieschaaleencijferhogerkunnenkomen.Watisernodigomeencijfer

hoger te komen?• Hoelukthetanderenomeencijferhogertekomen?• Waaraanzoujestrakszien/merkendatjevaneen4naareen5bentgekomen?• Watzouvoorjouheteerstesignaalzijndatjeopdegoedewegzit?• Hoeishetjegeluktomopeen‘4’teblijven/stabielteblijven?• Alshetcijferlageris,hoeishetjeeerdergeluktomvaneenlaagcijferweernaareenhoger

cijfer te komen?• Watmaaktdatjealzoveelvertrouwen/motivatiehebt?Of:hoelukthetjeomal/nogzoveel

vertrouwen/motivatie te hebben?• Stel,jepartnerverandertalinderichtingdiejewilt,watzoujezelfdanandersdoen?• Hoelukthetjeongewenstgedragtestoppen,hoedoejedat?

Page 267: Thuiscompagnie draaiboek interactief

267

9. de draaglasT-draagkrachTbalans

Als je veel steun hebt, dan kan je meer lasten dragen dan wanneer je weinig steun hebt. De balans van draaglast en draagkracht maak je samen met het gezin/de verzorgende. Het is een techniek die toelaat de krachten en beschermende factoren die het gezin heeft, te positioneren ten aanzien van de lasten, de kwetsuren en de risicofactoren.

Je vertrekt van een lijn. Boven de lijn komen alle zaken waar de gesprekspartner zwaar aan tilt, wat moeilijk is voor hem, waar hij onder lijdt. Je krijgt een overzicht van de zaken die het leven in het gezin moeilijk maken. Onder de lijn komen die dingen die je gesprekspartner vreugde geven, helpend zijn, het leven vrolijk en licht maken. Je krijgt een overzicht van de zaken die hetgezinslevenleefbaarhoudenendieondersteunendwerken.Verschillendevragenkunnenjehelpen om die zaken op het spoor te komen:

Vragen naar draaglast

• Watiseropditmomentvoorjouzwaaromtedragen?• Waarhebjehetmoeilijkmee?• Watmisje?• Watkwetstje?Watdoetjeverdriet?• Waarwordtjezenuwachtigvan?• Watgeeftstress?

Vragen naar draagkracht

• Opwiekanjerekenen?• Voorwelkedingen?• Hebjenoganderesteun?• Watmaaktdatjehetkanvolhoudenindezesituatie?• Bijwiekanjeterecht?• Watontspantje?

Deze techniek is vooral interessant als je effectief tekent wat ondersteunend en wat lastig is. Je kandegesprekspartnerzelflatentekenenofjetekenthetzelf.Inheteerstegevalkanhijofzijzelf de ‘zwaarte’ weergeven, in het tweede geval vraag je hoe groot die blokken moeten zijn.

Het resultaat, waarop je ook later nog kan terugkomen, geeft aan of de moeilijkheden waarmee je te maken krijgt in verhouding staan tot de krachten die er zijn. Zo kom je te weten waar zwakke punten liggen. Tegelijkertijd nodigt het uit om te kijken of het mogelijk is om de draaglast te verminderen, zodat er wel een evenwicht komt. Of je kan met de gesprekspartner op zoek gaan naar elementen die de draagkracht zouden kunnen verhogen. Op basis van zo’n balans kan je verbindende en versterkende vragen stellen. Je kan je daarbij laten inspireren door de schema’s die je eerder in dit hoofdstuk kan terug vinden. Door krachten en lasten met elkaar in een andere verbinding te brengen, help je je gesprekspartner mee nadenken over nieuwe pistes.

Page 268: Thuiscompagnie draaiboek interactief

268 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

Er zijn al 2 kindjes en Berna is nu zwanger van het derde. De hulp werd korte tijd stopgezet omwille van relatieproblemen in het gezin. Nu de man van Berna verhuisd is, mag de verzorgende weer aan huis komen. Voorheen liep de hulp vrij goed, maar na de vakantieperiode van de verzorgende, ging het er terug chaotisch aan toe in het gezin van Berna. De stress van de verbroken relatie, de aanpassing aan de nieuwe gezinssituatie (er alleen voor staan) en de nieuwe zwangerschap maakt de balans tussen draagkracht en draaglast van Berna heel fragiel. Fundamentele vragen zoals ‘hoe krijg ik mijn leven weer op orde?’ primeren op de vraag ‘poets ik of poets ik niet?’ Voor de verzorgende is de uitdaging om terug energie en goesting binnen te brengen, zodat Berna haar huishoudelijke taken terug begint op te nemen. Zij kan samen met Berna stilstaan bij wat er wél gelukt is. ‘Je zit echt wel in een zware periode. Hoe heb je het klaargespeeld om …?’

Page 269: Thuiscompagnie draaiboek interactief

269

10. insTrumenT voor doelgroepafbakening

Thuiscompagnie ontwikkelde een instrument waarmee je kan uitmaken of een gezin in aan-merking komt voor de versterkende en verbindende aanpak van Thuiscompagnie. Het laat toe om gezinnen eruit te filteren waar, ondanks een mogelijke verminderde zelfredzaamheid, geen sprake is van meervoudige kwetsbaarheid. De inzet van Thuiscompagnie zou in dat geval ‘erover’ zijn. Het laat daarenboven toe om gezinnen waar de problematiek te zwaar is en de inzet van de verzorgende niet efficiënt kan zijn, er uit te halen. Het instrument is enerzijds een vereenvoudi-ging van de werkelijkheid, maar tegelijkertijd rolt het antwoord er niet mathematisch uit voort. De doelgroepafbakening is immers niet zwart/wit. Het gaat steeds om een beoordeling op basis van meerdere elementen. Op het moment van de aanvraag heb je daar niet altijd alle informatie over. Bovendien moet je rekening houden met de competenties van de verzorgenden waarover je beschikt.

interpretatieregels scoresysteem

Je kent aan de verschillende criteria een kleur toe.

• Groen: OK. De inzet van een verzorgende kan een verschil maken, de situatie is voldoende zwaar om de inzet van een verzorgende te verantwoorden. De situatie is werkbaar.

• Rood: Dit criterium is te sterk of te overheersend aanwezig. Het risico dat de verzorgende opbrandt, is reëel. De situatie is ‘te zwaar’.

• Oranje: Dit criterium is niet of beperkt aanwezig. De situatie is ‘te licht’.

Om te beoordelen of het gezin onder de doelgroepafbakening van Thuiscompagnie valt, moeten de drie eerste criteria groen zijn:

• minderjarigekinderen,• vraagnaarpraktischeondersteuning,• intentieommeetewerken.

Daarnaast bekijk je het globale plaatje. Groene scores op het ene criterium kunnen een tegenge-wichtofcompensatievormenvoorrodescoresopeenanderniveau.Bijvoorbeeld:Eriseenspe-cifieke problematiek die een specialistische zorg noodzakelijk maakt (rood), maar er is bereid-heid van die specialisten om de verzorgendemee te ondersteunen (groen). Een verzorgendeomringddoorspecialistenkanhiergoedwerkverrichtenzonderzichzelfoptebranden.Isereen overwegend rood profiel, dan is een andere interventie nodig. De problematiek is te zwaar endeverzorgendezou‘zichzelfverbranden’.Ishetbeeldoverwegend groen, dan valt het gezin zeker binnen de doelgroep. De inzet van de verzorgende kan hier een surplus betekenen voor het gezin. Hetzelfde geldt voor een overwegend groen – oranjebeeld.Ishetbeeldgroen – rood, dan moet goed overwogen worden of de aanpak van Thuiscompagnie wel het meest aangewezen is. De aanpak zal dan wellicht niet effectief genoeg zijn. Wanneer het profiel overwegend oranje is, dan kan een minder intensieve of dure interventie soelaas brengen. Ook hier gaat deze plaats beter naar een ander gezin.

Page 270: Thuiscompagnie draaiboek interactief

270 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

wanneer gebruik je dit instrument?

Dit instrument helpt om in te schatten of de inzet van een verzorgende via Thuiscompagnie doelmatigis.NaverloopvantijdkanjehetinstrumenternogeensbijnemenomteonderzoekenofverdereondersteuningviaThuiscompagnienogsteedsaangewezenis. Isernogbereidheidbij het gezin om het proces verder te zetten, of is het voor hen nu even genoeg geweest? Kan het gezin alleen verder? Of is het gezin op een punt gekomen waar ze, binnen hun mogelijkheden, hebben bereikt wat er te bereiken valt? Misschien is een blijvende inzet van een verzorgende nodigomdesituatiestabieltelaten.Indatgevalkanoverwogenwordenom,mitseen‘warmeoverdracht’ het gezin te laten doorstromen naar de reguliere gezinszorg.

Page 271: Thuiscompagnie draaiboek interactief

271

CRiTeRia THuisCOMPaGnie Te liCHT

aan-WeziG

Te zWaaR

minderjarige kinderen

er is een vraag naar praktische hulp

bereidheid om mee te werken (minimale intentie is OK want kan groeien)

Besteedbaar inkomen is beperkt (voor dit criterium kan geen rood gegeven worden, een te beperkt inkomen mag immers nooit een reden zijn om het gezin te weigeren)

Meervoudige kwetsbaarheid? • Psychische/ persoonlijke kwetsbaarheid• Maatschappelijke kwetsbaarheid• Relationele kwetsbaarheid• Mentale kwetsbaarheid (mentale beperking, …)

Het gezin vindt op meerdere levensdomeinen tegelijk onvoldoende aansluiting bij de rest van de samenleving (sociale grondrechten in geding)

• huisvesting• inkomen• werk / arbeidssituatie • gezondheid• justitie• sociale relaties• maatschappelijke participatie• opleiding/ onderwijs

Veranderingspotentieel (van neerwaartse spiraal naar stabilisatie is ook verandering)

Er is een specifieke problematiek die een specialistische aanpak vergt (autisme, pathologie, verslaving, psychiatrische diagnose, …) (voor dit criterium kan geen oranje gegeven worden)

Onveiligheid (breed bekeken: huisdieren, elektriciteit, trappen, verslaving, patho-logie die ernstige risico’s inhoudt voor verzorgende zoals extreme woedeaanvallen)

Er is een verminderde zelfredzaamheid, een gevoel van geen controle over het eigen leven die niet (uitsluitend) samenhangt met een fysieke beperking. (Het gezin krijgt het niet alleen of met behulp van zijn eigen netwerk en hulpbronnen aan vaardigheden en inzichten opgelost. )

Er is de mogelijkheid om vanuit een positief kader samen te werken met andere (eventueel meer gespecialiseerde) hulpverleners.

nO

OD

za

Kel

iJK

Page 272: Thuiscompagnie draaiboek interactief

272 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

11. Toeleidingsformulier

Vooraleer een gezin doorThuiscompagnie ondersteund kanworden,moet je aftoetsen of hetgezin deze vorm van ondersteuning (cf. ‘samen doen om te leren’) aan huis wel wil. Door samen met het gezin een balans op te maken van wat lukt en wat moeilijk gaat, kan je die motivatie doen groeien. Het toeleidingsformulier is een hulpmiddel. Gebruik het met de nodige tact: het isnietdebedoelingomditformulieralseenchecklistsamenmethetgezinteoverlopen.Eroverindialooggaanishetbelangrijkste.Nietallevragenmoeteningevuldzijn.Dehulpverlenerdiehet dichtst bij het gezin staat (spilfiguur) is daarvoor het best geplaatst. Met deze gegevens kan Thuiscompagnie de intake beter voorbereiden.

Naam invuller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Organisatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Mailadres . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Telefoon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Naam gezin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Adres . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Tel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Ben je spilfiguur in dit gezin?

Ja

neen Indien Neen: Wie kan spilfiguur zijn?

Naam invuller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Organisatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Mailadres . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Telefoon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Page 273: Thuiscompagnie draaiboek interactief

273

Invuldatumvanditformulier:

Volwassenenenkindereninhetgezin(samenstellinggezin)

Naam Voornaam M/V Geboor­tejaar of leeftijd

Beroep/bezigheid/verblijfplaats (enkel indien belangrijk voor deze vraag)

Zorgdatjedevieronderstaandeelementenmethetgezinbesprokenhebt,vóórjedeaanvraagdoorgeeft:

• HulpviaThuiscompagniebetekentsamendingendoenmetdeverzorgendeomzoietsteleren.

• Iedereen van het gezin wordt betrokken bij de taken (op eigen maat en tempo).

• Menmoetthuis zijn als de hulp komt.

• Gezinszorgisniet gratis;deprijsisafhankelijkvanhetgezinsinkomenenhetaantalper-sonen ten laste.

VoorThuiscompagnieisheteen voorwaarde dat de vraag voor die ondersteuning uitgaat van (iemand in) het gezin.

Page 274: Thuiscompagnie draaiboek interactief

274 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

1. wie van het gezin vraagt hulp (meerdere antwoorden mogelijk)?

Man . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Vrouw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Kind(eren) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Anderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

2. zijn er personen (niet hulpverleners) die het gezin met raad of daad steunen? wie is dit?

hoe steunt hij/zij het gezin?

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

3. wie doet wat in het huishouden? (wat lukt zelf wel en wie doet het?)

Administratie (brievenbus en post openen, betalingen doen, klasseren, ...)

Man . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Vrouw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Kind(eren) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Anderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Maaltijden (boodschappen doen, koken, afwassen, …)

Man . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Vrouw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Kind(eren) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Anderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Onderhoud woning (poetsen, afstoffen, stofzuigen, dweilen, vensters wassen, …)

Man . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Vrouw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Kind(eren) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Anderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Opruimen (sorteren, zorgen dat alles een vaste plaats heeft, …)

Man . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Vrouw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Kind(eren) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Anderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Verzorging kledij (was, strijk, opbergen kledij, …)

Man . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Vrouw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Kind(eren) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Anderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Page 275: Thuiscompagnie draaiboek interactief

275

Persoonlijke verzorging

Man . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Vrouw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Kind(eren) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Anderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Gezinsbudget (leefgeld, wie winkelt er, …)

Man . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Vrouw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Kind(eren) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Anderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

4. waar vraagt het gezin hulp bij ? (wat lukt momenteel niet of minder goed)

Administratie: brievenbus, post openen, betalingen doen, klasseren, …

Maaltijden: boodschappen, koken, afwas, …

Onderhoud woning: poetsen, afstoffen, stofzuigen, dweilen, vensters wassen, …

Opruimen: sorteren, zorgen dat alles een vaste plaats heeft, …

Verzorging kledij: was, strijk, opbergen kledij, …

Persoonlijke verzorging

Gezinsbudget: wie winkelt er, …

Opvoeding/ verzorging kinderen: op het potje gaan, mee helpen in het huishouden, …

5. welk materiaal gebruikt men in het gezin om te poetsen? (alleen als men ondersteuning

bij poetsen vraagt)

Keerborstel of iets anders nl. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Schuurborstel of iets anders nl. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Aftrekker of iets anders nl. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Dweil of iets anders nl. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Emmer of iets anders nl. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Allesreiniger of iets anders nl. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Stofdoek of iets anders nl. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Spons of iets anders nl. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Zeemvel of iets anders nl. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Aftrekkertje voor vensters iets anders nl. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Stofzuiger of iets anders nl. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

6. wat weegt extra op de draagkracht van het gezin; zijn er beperkingen?

Psychisch

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Page 276: Thuiscompagnie draaiboek interactief

276 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

Fysisch

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Financieel (o.a. ook naar betaalbaarheid gezinszorg)

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Mentaal

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

7. is de woning extra vervuild of zijn er gevaarlijke situaties (bv. ongedierte, opstapeling van

afval, blote elektriciteitsdraden, …)?

Ja Neen

8. heeft het gezin nog met andere hulpverleners contact? met wie? hoeveel?

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

9. is er al eens een lco geweest rond het gezin?

Ja Neen

10. op welke dagen kan de verzorgende best komen (de hulp komt alleen als gezinsleden

thuis zijn)? en hoeveel uren per week?

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

11. wie (uit het eigen netwerk) wil het gezin erbij als de intake door thuiscompagnie

gebeurt?

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

BEZORG DIT FORMULIER TERUG AAN THUISCOMPAGNIE a.u.b.IemandvanThuiscompagnieneemtcontactopmethetgezinomverdermethenuitteklarenwelk soort ondersteuning zij precies willen. Als het gezin een aantal zaken zelf wil leren bered-deren, dan zoekt Thuiscompagnie een verzorgende die daar samen met het gezin aan gaat werken. Erwordendaaroverduidelijkeafsprakengemaaktmethen.

Page 277: Thuiscompagnie draaiboek interactief

277

12. parTicipaTief sTappenplan

Inhoofdstuk6wordtmetvoorbeeldenuitgewerkthoejetoteenparticipatiefstappenplankankomen. Hier vind je die stappen terug in een vragenschema. Het kan een nuttig werkinstrument zijn om coaching of gesprekken met het gezin voor te bereiden. Het doet je stilstaan bij een aantal fundamentele vragen. Het schema geeft geen ‘oplossingen’ maar laat je nadenken over de vraag of alle voorwaarden wel vervuld zijn om naar een volgende fase over te gaan. Zoals eerder beschreven in dit hoofdstuk (zie pagina 263), hebben gezinnen niet altijd een duidelijke verwachting van wat ze willen bereiken met de inschakeling van een verzorgende. Dit kan ver-schillende oorzaken hebben. Bijvoorbeeld:

• hetgezinleeftvandagtotdagenisnietgewendomvoorzichzelf‘doelen’indetoekomstteformuleren,

• erzijnstressfactorenoferis(chronische)instabiliteitdiehet‘doelgericht’denkenen/ofhandelen doorkruisen,

• erisweinigruimteomeigen‘doelen’testellenomdathetgezinalmoeiteheeftomdever-wachtingen van het dagdagelijks leven (bv. school, hulpverlening, werk enz.) bij te benen.

Vanuit het verbindend en versterkend denkkader proberenwe eenmanier te vinden om eenzekere richting te zoeken waarin de verzorgende het gezin kan bijstaan, zonder extra druk toe te voegen of over de grenzen te gaan van het gezin. Als coach moet je dus op zoek naar een manier om dit bespreekbaar te maken en tot een ‘gedeelde kijk en agenda’ te komen. Het participatief stappenplan is een hulpmiddel dat gebruikt kan worden:

• omtekomentotvraagverheldering,(bv.Watiservoorhetgezinaandeorde?),• ominzichttekrijgeninaspectenvandesituatiedievoorjezelfofvoordeverzorgendenog

onvoldoende duidelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer de cliënt gedrag stelt dat vragen oproept en je te weinig inzicht hebt in de beleving van de cliënt om dit gedrag begrijpbaar te maken,

• omtezoekennaareengedeeldekijkvanwaaruiterhulpgebodenmagworden(cf.eenmandaat verwerven om bepaalde taken te mogen doen),

• omaandehandvaneenaantalrichtvragendesituatieteexploreren,stiltestaanbijdebeleving van alle betrokkenen, hypotheses te formuleren, actie te plannen en tenslotte, tot een gezamenlijk stappenplan te komen.

Erzijnverschillendetoepassingsmogelijkhedenommetditstappenplanaandeslagtegaan:

• Jekanaandehand(vandeelaspecten)vanhetstappenplanzelfreflecterenoverdesituatieof het gebruiken als voorbereiding voor een huisbezoek.

• Jekan(deelaspectenvan)hetplangebruikeninindividuelebegeleidingmetdeverzor-gende. Bijvoorbeeld: Wat is de kijk van het gezin en wat is de kijk van de verzorgende? Waar loopt het vast en waar zou er een gedeelde kijk kunnen ontstaan waarop de verzor-gende zich weer kan verbinden met het gezin?

• Jekandeelaspectenvanhetplanintegrereninjegesprekkenmethetgezin.

Deze voorbeelden zijn niet limitatief, je ziet zelf misschien nog andere toepassingsmogelijk-heden. Het is niet de bedoeling om in één huisbezoek het hele plan te doorlopen. Komen tot een

Page 278: Thuiscompagnie draaiboek interactief

278 meThodieKen & insTRumenTen VeRTaaLd naaR Thuiscompagnie

gedeelde kijk en gedeelde doelen is een proces dat tijd in beslag neemt en beïnvloed kan worden door omgevingsfactoren waar je misschien geen controle over hebt. Toch is het belangrijk dat we elementen van empowerment blijven inbrengen, zoals beslissingsvrijheid, eigenaarschap, besef van invloed enz. (zie de empowermentbloem). We moeten m.a.w. samen blijven nadenken over wat voor het gezin wenselijk en haalbaar is. Het participatief stappenplan biedt een kader dat dit mogelijk maakt.

PaRTiCiPaTieF sTaPPenPlan

Feiten en waar-neembaar gedrag

binnenkant van beleving

Hypotheses:Wat roept het op?Wat is er aan de hand?

Wat is er nodig?Wat is gepast en haalbaar?

Hoe vertaal je het in een afspraak of stappenplan?

Wat stel je vast aan:• Feiten• Hulpvragen• Gedrag

Wat roepen ze bij jou op?

Wat is er volgens jou aan de hand? (je hypotheses)

Welke aanpak­strategie heb je voor ogen?

Welke zaken wil je vermeld zien?

Hoe kijkt de hulp­vrager naar deze feiten?

Wat brengt de hulpvrager aan over zijn gevoelens en drijfveren?

Welke uitspraken doet de cliënt zelf over zijn totaalsituatie?

Welke oplos­singen en aanpak ziet de cliënt als valabel?

Wat is voor de cliënt belang­rijk om vast te leggen?

Heb je een gedeelde kijk op de zaak?Heb je de taal om dit uit te drukken?

Heb je taal om:• Gevoelens• Inzet• Drijfveren• Overtuigingen• Loyaliteitente benoemen

Kom je tot gedeelde inzichten over wat er aan de hand is?

Kom je tot een akkoord over hoe de situatie op korte en langere termijn kan aan­gepakt worden?

Kom je tot een gemeenschappe­lijk stappenplan op papier?

sTa

nD

Pun

TH

ulP

VeR

len

eRsT

an

DPu

nT

Clië

nT

GeD

eelD

e

KiJ

K?

exPlOReReninziCHTen

DelenaCTie

PlannenCOnTRaCT OF sTaPPenPlan

1.Vansevenant,K.,DriessensK.enVanRegenmortel,T.(2008).Bind-KrachtinArmoede.Boek2.

Krachtgerichtehulpverleningindialoog.Leuven:LannooCampus.(p.138)

2.Bannink,F.(2012).Positievesupervisieenintervisie.Amsterdam:Hogrefe(p.24)

3.Vansevenant,K.,DriessensK.enVanRegenmortel,T.(2008).Bind-KrachtinArmoede.Boek2.

Krachtgerichtehulpverleningindialoog.Leuven:LannooCampus.(p.86)

4.VanRegenmortel,T.(2011).Lexiconvanempowerment.MarieKamphuis-lezing2011.Utrecht:

Marie Kamphuis Stichting.

5.De13criteriazijnontleendaan:Chamberlain,J.(1998).Naareenwerkdefinitievanempowerment.

Passage,7(2),88-93.

Page 279: Thuiscompagnie draaiboek interactief

279

in de gezinnen waar een verzorgende van Thuiscompagnie komt, zijn vaak ook andere hulpverleners betrokken. Van bij de start van het ondersteuningsproces tot bij de afbouw is afstemming tussen die hulp noodzakelijk. in dit hoofdstuk

vind je een aantal aandachtspunten en mogelijkheden om tot een goede

afstemming en samenwerking te komen.

10samenWeRKenmeT anDere

HuLpVeRLeneRs

Page 280: Thuiscompagnie draaiboek interactief

280 samenWeRKen meT andeRe