SPREEKWOORDEN WERKBOEKJE - Opdracht 9. Opdracht 10. Opdracht 11. Spreekwoorden kleurplaat. In deze...

download SPREEKWOORDEN WERKBOEKJE - Opdracht 9. Opdracht 10. Opdracht 11. Spreekwoorden kleurplaat. In deze kleurplaat

of 22

  • date post

    21-Jul-2020
  • Category

    Documents

  • view

    5
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of SPREEKWOORDEN WERKBOEKJE - Opdracht 9. Opdracht 10. Opdracht 11. Spreekwoorden kleurplaat. In deze...

  • Werkboekje spreekwoorden Groep 6

    Opdrachten en werkbladen.

    Lees dit eerst even…

    Lees dit eerst even… Je kunt met deze opdrachten zelfstandig aan de slag als je klaar bent met je werk. Dit werkboekje bevat verschillende opdrachten. Sommige opdrachten kan je op het

    Naam ……..

    …………………………………

  • werkblad zelf invullen, voor andere opdrachten heb je een schriftje nodig die je van de juf krijgt. In het schriftje kun je deze opdrachten maken. Op dinsdag lever je je schriftje en je werkboekje in zodat de juf het kan nakijken. Als je een opdracht niet begrijpt kun je dit aan de juf vragen.

    Let op! Als je in je schrift aan een opdracht gaat werken, zet er dan wel even boven om welke opdracht het gaat, hoe de opdracht heet en op welke bladzijde de opdracht staat. Anders weet je straks niet meer wat je gedaan hebt!

    Veel plezier met het maken van de opdrachten!

  • Opdracht 1. Kruiswoordraadsel

    Opdracht 2.

    Horizontaal: Verticaal: 1. De … valt niet ver van de boom. 3. De … uit de boom kijken. 4. De morgenstond heeft … in de mond. 8. Een gegeven … moet je niet in de bek kijken. 12. Iemand in het … nemen. 13. Het hek is van de …. 15. Een … stoot zich niet twee maal aan dezelfde steen. 16. Het … smeden als het heet is. 18. Hij kan zijn … niet kwijt. 19. Iemand iets in de … schuiven. 20. Hij ziet alle … van de regenboog. 21. Rammelen … de honger.

    1. Al draagt een … een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding. 2. Onder de … zitten. 5. Een … in het zeil houden. 6. De eerste klap is een … waard. 9. Iets van de … schreeuwen. 10. Iets uit zijn … zuigen. 11. Wie niet … wil, moet maar voelen. 14. Het hazenpad …. 17. Aan het kortste … trekken.

  • Opdracht 3.

  • Opdracht 4. Verhaaltje met spreekwoorden. Lees onderstaande tekst goed door. In de tekst vind je allerlei uitdrukkingen die met beeldspraak te maken hebben. De uitdrukkingen moet je nooit letterlijk nemen, maar figuurlijk!

    4a) Zet een streep onder deze uitdrukkingen, het zijn er in totaal tien.

    4b) Schrijf de uitdrukkingen een voor een op in je schrift en schrijf de betekenis eronder. Als je de betekenis niet uit je hoofd kent, kun je deze misschien raden door goed naar de tekst te kijken.

    De ongeluksdag

    Het begon vanochtend al toen ik opstond. In het donker liep ik door de gang naar de wc. Op de overloop lag mijn broertjes speelgoedautootje en je raad het al… natuurlijk moest ik mijn voet weer bovenop dat ding zetten waardoor ik achterover op de grond viel. Het scheelde maar een haartje of ik was ook nog eens van de trap gevallen. Even later zat ik met de schrik nog in mijn benen aan het ontbijt. "Jeetje", zei mijn zus toen ze mij zag, 'ben jij soms met het verkeerde been uit bed gestapt?" “Inderdaad ja", reageerde ik chagrijnig, 'vandaag heb ik de bokkenpruik op." Na het ontbijt stapte ik op mijn stalen ros en reed naar school. Het bleek dat we gelijk een toets Aardrijkskunde hadden. Ik was helemaal vergeten dat we die toets vandaag hadden en ik had dus niet geleerd. Ik zat met mijn handen in het haar. In de pauze ging het alweer mis. Ik kreeg ruzie met Jolanda. Ze reageerde een beetje boos, waarop zij zei: "Jeetje, wat ben jij snel op je tenen getrapt zeg?" De juf hoorde de ruzie en kwam naar ons toe. Ze vroeg wat er aan de hand was. We deden allebei of onze neus bloedde. Na de pauze hadden we techniek. We moesten van alles in elkaar zetten, maar niets lukte bij mij. De boel viel telkens uit elkaar. Het leek wel of ik twee linker handen had. Gelukkig ging de bel al om twaalf uur en koos ik het hazenpad naar huis.

    4c) Als je hiermee klaar bent moet je zelf maar eens goed gaan nadenken over een verhaaltje met spreekwoorden erin. Je moet ten minste vijf spreekwoorden gebruiken.

  • Opdracht 5.

  • Opdracht 6. Spreekwoorden kleurplaat. In deze kleurplaat zitten verschillende spreekwoorden verborgen. Probeer zo veel mogelijk spreekwoorden te vinden en kleur deze in. De spreekwoorden schrijf je op in je schrift met daaronder de betekenis van het spreekwoorden. Doe je best om zoveel mogelijk spreekwoorden te vinden.

  • Opdracht 7.

  • Opdracht 8. Werkblad met spreekwoorden.

    • Knip de rechterkolom (waar betekenis boven staat) los • Knip daarna alle strookjes los. • Plak de linkerkolom in je schriftje. • Plak daarna het betekenisstrookje achter het juiste

    spreekwoord.

    Veel Succes!

    spreekwoord of gezegde betekenis

    De appel valt niet ver van de boom.

    Voor iets wat je krijgt moet je dankbaar zijn en het niet afkraken.

    Iemand in het ootje nemen. Iemand de schuld ergens van geven.

    De kat uit de boom kijken. Als je iets voor elkaar wilt krijgen bij

    iemand, moet je op het goede moment wachten om het te vragen.

    Het hek is van de dam. Zo blij met iets zijn dat je het wel tegen iedereen zou willen vertellen

    en dat dan ook doet.

    De morgenstond heeft goud in de mond.

    Iemand die niet luistert krijgt soms straf.

    Een ezel stoot zich in het gemeen niet tweemaal aan

    dezelfde steen.

    Hij wil iets vertellen maar niemand heeft tijd om naar hem te luisteren.

    Een gegeven paard moet je niet in de bek kijken.

    Iets in de gaten houden voor iemand anders.

    Het ijzer smeden als het heet is. De waarheid wordt duidelijk.

    Hij kan zijn ei niet kwijt. Heel erg honger hebben.

    De aap komt uit de mouw. Verliezen.

    Iemand iets in de schoenen schuiven.

    Iemand voor de gek houden.

  • Onder de plak zitten. Iets verzinnen

    Hij ziet alle kleuren van de regenboog.

    Als je eenmaal een keer iets fout hebt gedaan, doe je het de volgende

    keer vaak goed.

    Een oogje in het zeil houden. Er snel vandoor gaan.

    Rammelen van de honger. Als iemand heel erg zijn hoofd heeft gestoten en hij staat een beetje te

    duizelen op zijn benen.

    Iets van de daken schreeuwen. Dit kind lijkt op zijn vader of moeder

    in de manier waarop hij/zij zich gedraagt en hoe hij/zij eruit ziet.

    Het hazenpad kiezen. Het is te laat om te stoppen; het

    wordt steeds erger.

    Iets uit zijn duim zuigen Er wordt heel erg de baas over je

    gespeeld; je hebt zelf niets te zeggen.

    Aan het kortste eind trekken. Even afwachten wat er gebeurt voordat je zelf in actie komt.

    Wie niet horen wil, moet maar voelen.

    Vroeg opstaan zorgt ervoor dat je dag goed begint.

  • Opdracht 9.

  • Opdracht 10.

  • Opdracht 11. Spreekwoorden kleurplaat. In deze kleurplaat zitten verschillende spreekwoorden verborgen. Porbeer zo veel mogelijk spreekwoorden te vinden en kleur deze in. De spreekwoorden schrijf je op in je schrift met daaronder de betekenis van het spreekwoorden. Doe je best om zoveel mogelijk spreekwoorden te vinden.

  • Opdracht 12. A: Kies bij elk spreekwoord de juiste betekenis

    a>Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel - Als er geen toezicht is, doet iedereen extra

    hard zijn best - Als er geen toezicht is, doet iedereen waar

    hij zin in heeft

    b>De beste stuurlui staan aan wal - Mensen die weten hoe het werk gedaan moet worden, mogen vaak

    niet meedoen - Mensen die het werk niet hoeven doen, menen dat ze het beste weten

    hoe het moet. -

    c> Zo gewonnen, zo geronnen - Als je iets makkelijk voor elkaar krijgt, ben je het vaak ook snel weer

    kwijt - Als je veel moeite voor iets doet, ben je het vaak toch weer snel kwijt -

    d>Men moet een gegeven paard niet in de bek kijken - Als je iets cadeau krijgt, moet je niet gaan zeuren wat je er allemaal

    niet goed aan vindt - Als je een cadeau krijgt, moet je altijd eerlijk zeggen wat je ervan vindt -

    e>Rust roest - Niks doen is goed voor je - Als je niet bezig blijft gaan je prestaties achteruit

    B: Deze spreekwoorden kloppen niet! Zoek de goede delen bij elkaar en maak er weer goed spreekwoorden van.

    a> Al draagt een aap een gouden ring, voordat de beer geschoten is.

    b> Waar het hart vol van is, vallen spaanders.

    c> Als twee honden vechten om een been, loopt de mond van over.

    d> Waar gehakt wordt, loopt een derde ermee heen.

    e> Men moet de huid niet verkopen, hij is en blijft een lelijk ding.

  • Opdracht 13. Welke spreekwoord staat hier.

    1) lidwoord 2) vrucht 3) als iemand struikelt dan … hij 4) ontkenning 5) niet dichtbij 6) voorzetsel 7) lidwoord 8) het is hoog en je ziet het buiten

    Kies het goede antwoord

    a) kinderen zijn meestal net zoals hun ouders

    b) kinderen zijn anders dan ouders

  • Opdracht 14. Geheimtaal De volgende spreekwoorden staat in geheimtaal. Kan jij ontcijferen welke spreekwoorden er staan en wat ze betekenen?

               Hier staat het volgende spreekwoord

    …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

    Dit spreekwoord betekent?

    …………………………………………………………………………