SamenvattingModerneLiteraturen Literatuur(in(de(Middeleeuwen · Literatuur(in(de(Middeleeuwen...

Click here to load reader

  • date post

    26-Feb-2019
  • Category

    Documents

  • view

    230
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of SamenvattingModerneLiteraturen Literatuur(in(de(Middeleeuwen · Literatuur(in(de(Middeleeuwen...

Literatuur in de Middeleeuwen

Inleiding: Relevantie van de middeleeuwse literatuur

1.Periodisering

- A0akening- vroege Middeleeuwen (476 - 1000)- hoge Middeleeuwen (1000 - 1250)- late Middeleeuwen (1250 - 1500)

- culturele ontwikkeling politieke geschiedenis

- Overzicht evoluties- vroege Middeleeuwen: Germaanse invallen --> feodaliteit

- aanvankelijk periode van verval- schriftelijk vooral Latijn (clerus)- orale verhaalkunst in volkstaal

- Karolingische Renaissance- waarden klassieke Oudheid- christelijke waarden- onderwijs, cultuurpolitiek

- hoge Middeleeuwen- culturele en sociale ontwikkelingen- 12e eeuw: bloeiperiode moderne literaturen (volkstaal)- aristocratische cultuur + burgerlijke waardepatroon (steden)

- late Middeleeuwen- herfsttij + inleiding Renaissance- eenheidscultuur- Dante, Italiaanse steden

2.Cultuurhistorische context van de middeleeuwse literatuur

- De middeleeuwse eenheidscultuur- goddelijke orde (religie, wetenschap & maatschappij)- stratificatie

- Elementen van de middeleeuwse eenheidscultuur- Keltisch, Germaans, Slavisch, Joods-christelijk, antiek--> vermengen en integreren

- gotiek, scholastiek, ridderideaal--> gemeenschappelijke manier van denken en handelen

- Dante: ultieme synthese

- De middeleeuwse habitus- conformiteit, algemene patronen --> culturele vaardigheden- het collectieve aspect van de individuele cultuuruitingen- referentiepunt: transformeren / zich afzetten- twijfel --> Renaissance

Samenvatting Moderne Literaturen

1 / 46

Hoofdstuk 1: Vroeg-middeleeuwse literatuur (5e - 10e eeuw)

1.Cultuurhistorische context

1.1. Periode van verval1.2. Latijnse literatuur

2.Oudgermaanse literatuur

2.1. Kenmerken van de Oudgermaanse verhaalcultuur

- Datering- mondelinge heldenverhalen: 700-1250- opgetekend: vooral 13e eeuw- verhaalstof: soms uit tijden van volksverhuizingen

- Belang- Germaanse cultuur met christelijke elementen (kerstening)- leven voort

- Overdrachtsvorm- oraal- militaire dichters (skopen / skalden) bij feesten

- Stijl: eenvoudig, functioneel rijm- Themas

- helden (vast narratief schema)- legimitatie- christelijke elementen- verhaallijnen- stammen- en persoonlijke twisten

2.2. Schriftelijke documenten uit de Oudgermaanse literatuur (monniken)

- Beowulf-epos- volksverhuizingen- Angelsaksische cultuursfeer + christelijke motieven- stijl: verfijnd, alliteratie & accent, aristocratisch & elegisch

3.Karolingische renaissance

3.1. Cultuurpolitiek ten tijde van Karel de Grote3.2. Literatuur van de Karolingische Renaissance

- Chansons de geste- liederen over heldendaden- Karel de Grote en zijn entourage (thematiek leeft voort)- Chanson de Roland

- Saracenen- feodale geest, strijdlust, heldenmoed, geloof

Samenvatting Moderne Literaturen

2 / 46

3.3. Kenmerken van de chansons de geste

- Overdrachtsvorm- mondelinge verspreiding- jongleurs (beroepsdichters)- publiek: gewone volk

- Thematische kenmerken- feodale geest (trouw aan de heer)- strijdlust & heldenmoed + christelijke inslag- propaganda

- verheerlijking- maatschappelijke orde- christendom

- Stilistische kenmerken

Samenvatting Moderne Literaturen

3 / 46

Hoofdstuk 2: Hoog-middeleeuwse literatuur (11e - 13e eeuw)

1.Cultuurhistorische context

1.1. Algemene schets1.2. Ontwikkelingen onder impuls van de clerus1.3. Bloei van de aristocratische cultuur

- feodale machtshirarchie- zeden en gewoonten- sociaal & spiritueel-christelijk ideaal- < Zuid-Frankrijk (Occitaanse cultuur)

1.4. Opkomst stadscultuur

- kapitalisme --> culturele ontwikkelingen- heterogene sociale wereld- deels afwijkende cultuur: alledaags, volks

2.Aristocratische literatuur

2.1. Kenmerken

- Betekenis van de hoofse literatuur- hoofs: thematiek & publiek- vorst: mecenas & publiek- waardepatroon: christelijke ridderideaal- courtoisie

- erfenissysteem beheersbaar maken --> sociaal nut- feodale hirarchie- literatuur uit de Oudheid & Arabische invloeden (altijd vermengd met christelijke elementen)

- Overdrachtsvorm: troubadours- mecenaat- typering

- componisten van minneliederen & vertellers van ridderromans- langue doc --> heel Europa- meestal vaste beschermheer- Vidas- jongleurs: betaalde uitvoerder van minneliederen (zwervend)- alle sociale groepen

- voorbeelden

- Thematische kenmerken: waardepatroon van de aristocratie- ridderideaal: christelijke deugden (trouw, bescherming van zwakkeren, heldenmoed)- courtoisie: idealisering van de vrouw

- religieus: heilige + sublimatie van alledaagse liefde + spiritueel karakter- politiek: trouw aan de heer + sociale taak- affectief: emoties

- in de praktijk: ondergeschikte positie van de vrouw

Samenvatting Moderne Literaturen

4 / 46

2.2. De hoofse ridderroman

- Thematiek: naast minnelyriek, vooral avontuurlijke heldendaden (aristocratische identiteit)- Klassieke ridderroman: klassieke helden- Britse ridderroman: Britse cultuursfeer (Arthurromans)- Oosterse ridderroman: Midden-Oosterse culturele invloed (nadruk op hoofse liefde)

2.3. Troubadourslyriek of hoofse minnelyriek

- volkstaal- voorloper renaissanceliteratuur

2.4. Dierenverhalen

< fabels uit de oudheid + Zuid-Oostazische fabels (kruistochten)- satirisch: menselijke ondeugden- gedragscode & feodaliteit

3.Burgerlijke literatuur

3.1. Vagantenlyriek

- Latijn, soms volkstaal- liefde & wereldse genoegens- Carmina Burana

- Vaganten- marginale kunstenaars- culturele bagage + hedonisme (itt. ascetisme)

- Genres (cf. syllabus)

3.2. Burgerlijk kortproza

- Boerden- komische anekdotes (scatologisch & seksueel)- kluchten & exempelen- satire- erotisch

- Fabliaux: boerden, maar verfijnder (lyrisch schema & subtieler)

Samenvatting Moderne Literaturen

5 / 46

Hoofdstuk 3: Literatuur in de late Middeleeuwen (13e - 15e eeuw)

1.Cultuurhistorische context

1.1. Politieke situatie

- verbrokkeling Duitse Rijk- einde kruistochten- Honderdjarige Oorlog- Bourgondi- autonome Italiaanse stadstaten

1.2. Socio-culturele situatie

- De christelijke religie als fundament van de eenheidscultuur- 13e eeuw: christelijke levensbeschouwing domineert- eenheidsleer op alle kennisgebieden; religie = houvast

- scholastiek: synthese van geloof, wetenschap en moraal (christelijk + Aristoteliaans)- architectuur: gotiek als synthese- literatuur: Dante Alighieri (Divina Commedia)

- De feodale samenlevingsstructuur onder druk- christendom als sociaal bindmiddel- standenmaatschappij ondermijnd

- boerenopstanden- interne strijd in de clerus- groeiende macht van de burgerij

- mens = ontwerper van zijn omgeving (pragmatisme & activisme, nominalisme)

- Veranderende smaakpatronen: de legitimiteit van de volkstaal en de lage themas- vermenging hoog & laag (Dante)- boeventaal in lyriek (Villon)- alledaagse omgangstaal & thematiek in novelle (Boccaccio, Chaucer)

2.Dante Alighieri als exponent van de middeleeuwse eenheidscultuur

2.1. Biografische gegevens

- Italiaanse steden (Firenze)- intellectuele leven (scholastiek, politiek)- aristocratische cultuurvormen- dolce stil nuovo

- stadspolitiek: democratisch en anti-Rooms- verbanning na nederlaag

2.2. La Vita Nuova

- psychologische uitdieping --> aankondiging renaissance- symbolisch-allegorisch: liefde voor God- middeleeuws: hoofse liefdeslyriek, theologisch proza

- sublimering en idealisering van de (liefde voor een) vrouw (Beatrice: louterende invloed)- scholastisch schema (dichtcyclus)

Samenvatting Moderne Literaturen

6 / 46

2.3. Didactische werken

- Latijn: taal, staatsleer- Italiaans: vulgariserende encyclopedie (intellectuele synthese)

2.4. La Divina Commedia

- Betekenis- kennis van de Middeleeuwen verzoend in een grote fictionele constructie- existentieel werk- identiteitscrisis- christelijke heilsleer (eschatologisch reisverhaal)- didactisch essay- politieke boodschappen- verhouding Kerk - staat- theologische kennis: volmaaktheid van de goddelijke orde- wetenschappelijke kennis (Ptolemaesche wereldbeeld)- esthetische kennis

- Structuur en stijl- religieus genspireerde getallensymboliek

- drie etappes: zonde (inferno) - loutering (purgatorio) - gelukzaligheid (paradiso)- 100 canti, 3 canticas- 9 fasen in elke etappe- terza rima (3)

- Evaluatie van het werk- culminatiepunt van de middeleeuwse eenheidscultuur

-moraal en wetenschap (Oudheid)- politieke gegevens (14e eeuw)- religieuze levensbeschouwing (ME)

- gendividualiseerde aanpak die de Renaissance aankondigt (het existentile)- volkstaal & vermenging stijlregisters

3.Herfsttij der Middeleeuwen

3.1. De grens tussen ME en Renaissance

- in Itali: trecento- Noorden: pas in 16e eeuw --> herfsttij der ME

3.2. Franois Villon

- persoonlijke problematiek- ironische zelfonderzoek in zijn belijdenislyriek- boeventaal- satirisch, maatschappijkritisch, non-conformistisch- burgerlijke smaakpatronen

3.3. De novelle als burgerlijk-stedelijk genre

- Kenmerken- anekdotisch verhaaltje- directe band tussen verhaalstof, verteller en publiek- volkstaal & alledaagse gebeurtenissen (lage stijl)

Samenvatting Moderne Literaturen

7 / 46

- Giovanni Boccaccio- biografische gegevens- Il Decamerone

- raamvertelling- thematiek: aardse liefde & maatschappijkritiek

- Geoffrey Chaucer- The Canterbury Tales

- raamvertelling- spreektaal, humor, zwakheden

Samenvatting Moderne Literaturen

8 / 46

Renaissance (14e - 16e eeuw)

Inleiding: Ontstaan en betekenis van de Renaissance

1.Periodisering

- transformatie van de cultuur (Itali, 1300 - 1500)- antieke cultuurideaal- nieuwe cultuurdragers met nieuw waardepatroon

2. Cultuurhistorische context

2.1. Historische veranderingen vanaf de 13e eeuw

- Cultuursociologische rol van de Italiaanse steden- antieke cultuur- autonomie- samenlevingsstructuur- pauselijke aanwezigheid- handelsburgerij

- feodalisme en ridderideaal minder aanwezig- rationele geest: ondernemerssociteiten & kruistochten- bankwezen- Rome: pauselijke opdrachtgevers

2.2. Ontstaan van een nieuwe culturele habitus

- Het cultuurideaal van de stedelijke elites- burgerlijke cultuur (individualistisch, rationeel, aards) + aristocratische cultuur (idealistisch, verheven)- Castiglione: volmaakte hoveling (aristocratisch ideaal met burgerlijke, wereldse trekjes)- Pietro Aretino: wereldse, hedonistische houding (profanisering)

--> nieuwe habitus: individualisme, rationaliteit, aardsheid en materile verfijndheid

- Herwaardering van de mentaliteit van de klassieken- heidense (levens)filosofien: epicurisme & profane schoonheidscultus- materile wereld (natuurwetenschappen & nominalisme)

- franciscaanse monniken- afwijzen scholastiek- loskoppelen geloof - wetenschap (realia)

- Platoonse filosofie

- Burgerlijke vormen van religiositeit- theologische dogmas- mystieke literatuur- antropocentrisme

3. Het humanisme

3.1 De rol van het humanisme in de Renaissance

- Voorbereiding- Francesco Petrarca: vernieuwingsbeweging

Samenvatting Moderne Literaturen

9 / 46

- Kenmerken van het Renaissance-humanisme- afwijking van de scholastieke wijsbegeerte- onamankelijk van wereldse en religieuze autoriteiten

- vernieuwing & conformisme- burgerlijke stadscultuur

-mecenaat- alle lagen van de bevolking

- toegenomen scholingsgraad- boekdrukkunst

3.2. Humanistische idealen

- Filologie- homo trilinguis- tekstedities van klassieke teksten

- Taalzorg- zuivere klassieke taal (--> stagnatie van het Latijn)- zuivere en gemodelleerde volkstaal

- Interdisciplinariteit- homo universalis- individualisme

- Empirie- scheiding filosofie - wetenschap - religie- Aristoteles

- Cosmopolitisme- antieke cultuurideaal en Latijnse universele taal- nationalisme in Itali

3.3. Vertegenwoordigers

- Desiderius Erasmus- Laus Stultitiae

- declamatio- satire- evangelische geloof

- Evaluatie- vrouw in narrenpak- klassieke structuur- anti-intellectualisme- maatschappijkritisch- authentieke religieuze beleving

- Thomas More- Utopia

- kaderverhaal -maatschappijkritisch - gelukzalig eiland- ideale toekomststaat

- Evaluatie- kritiek op bestaande maatschappij & alternatief politiek project- licht epicuristisch

Samenvatting Moderne Literaturen

10 / 46

- Michel de Montaigne- Essais

- aantekeningen bij klassieke lectuur --> persoonlijke levenservaringen- volkstaal-work in progress- individualisme en scepticisme- epicurisme en stocisme

- Evaluatie- sterke invloed van de klassieken- onamankelijkheid en individualisme- anticipeert de Verlichting

Samenvatting Moderne Literaturen

11 / 46

Hoofdstuk 4: Kenmerken van de renaissanceliteratuur

1. Kunstsociologische kenmerken

1.1. Statuut van de kunstenaar

- schriftelijke communicatie- literatoren: onamankelijke klasse- autonoom schepper- stedelijke elite

1.2. Antropocentrisme

- persoonlijke problematiek- autonoom wezen- esthetische vermogens - genie-begrip: Sir Philip Sidney, An Apology for Poetry

2.Thematische kenmerken

2.1. Subjectivisme: zintuiglijkheid en affect

- verfijnde gevoelscultuur- zintuiglijk waarneembare wereld- klassieke mentaliteit: anti-ascetisme, aardse genoegens- individualisme (vooral lyriek): alledaagse fenomenen, (concrete) liefde

- Francesco Petrarca: Il Canzoniere- formele en thematische diversiteit- fysieke schoonheid & psychologische introspectie- paradoxen en dualiteiten van het ik

- La Pliade / Pierre de Ronsard- liefdeslyriek- erotiek

2.2. Gebruik van themas uit de Oudheid

- klassieke themas, symbolen en motieven- klassieke versificatie

2.3. Existentile thematiek

- dualiteit: sensueel, passioneel temperament + melancholie- epicurisme- vergankelijkheid, dood en verval- eeuwigheidswaarde door lyriek- Shakespeare: getormenteerdheid en noodlottige bestemming (heldhaftige falen)

3. Stilistische kenmerken

3.1. Schoonheidscultus

- schoonheid van de vorm: virtuositeit & harmonie (cf. sonnetvorm)- formalisme en slaafse navolging

Samenvatting Moderne Literaturen

12 / 46

3.2. Realisme

- beschrijvingstechniek (burgerlijk proza)- sociale en intellectuele milieu: noodlot is veel meer dan actuele conflict

3.3. Respect voor de volkstaal

- gelijkwaardige literaire expressiemiddelen- uitzuivering- Toscaans (Petrarca na Dante) & Frans (La Pliade)

Samenvatting Moderne Literaturen

13 / 46

Hoofdstuk 5: Het Renaissancedrama (16e eeuw)

1. Cultuurhistorische achtergrond

- Engeland en Spanje -welvarende koloniale naties- brede laag van de bevolking

- volkscultuur- autos sacramentales (cf. liturgie)- profane straattoneel-morality plays-mantel en degenstuk (Lope de Vega)

- upper middle class- liefde, eer en trouw- complex- eenvoudig psychologisch schema- happy end- tragiek gepaard met komische elementen

- stedelijke culturele instellingen- toneelgroepen- verhoogde status-mecenaat- theaterinfrastructuur

2. William Shakespeare

2.1. Biografische elementen2.2. Artistieke ontwikkeling

- Eerste fase: 1588 - 1594- epische gedichten (smaakconventies van aristocratische broodheren)- toneelwerken (klassiek model)

- Tweede fase: 1595 - 1600- sonnetten- theater

-minder amankelijk van aristocratie --> burgerlijke invloed- koningsdramas: individualisme- Romeo & Juliet- lichtvoetige blijspelen: escapisme

- exotisch- intrige rond liefde met happy end- psychologische karaktertekening

- Derde fase: 1600 - 1608- Pessimisme (persoonlijk & politiek)- tragedie

- psychologisch- tragische helden- humor & ironie

- blijspelen (wrange humor)

- Laatste fase: 1609 - 1616- toppunt van populariteit- tragikomedies

Samenvatting Moderne Literaturen

14 / 46

Hoofdstuk 6: Het ontstaan van de moderne roman (16e eeuw)

1. Voorgeschiedenis van de roman

- De lotgevallen van de novelle- nu ook succesvol bij aristocratie (opdrachten)- legitimatie

- Amadische roman- navolging van Arthurromans: Welshe held & Engelse koningsdochter - volmaakt ridderschap & gegarandeerd succes- geestelijke volmaaktheid

- Pastorale roman of herdersroman- antieke traditie- arcadisch-idyllisch milieu (escapisme)- liefdessentimenten van de herders

- Picareske roman of schelmenroman- Typisch Spaans- Thematisch

- jeugdige kwajongen- flat character- maatschappelijke situaties- sociale verschoppeling & sluwe, volkse knaap (altijd succesvol)

- La vida de Lazarillo de Tormes- Renaissancistisch

- antropocentrisme- kikkerperspectief- hedonisme van de held- realistische beschrijving-maatschappijkritische satire- lage stijl & volkse humor

2. Cervantes

2.1. Biografische gegevens2.2. Don Quichote

- Thematische kenmerken- satirische roman: Don Quichote

-middeleeuwse ridderideaal vs. nieuwe sociale context- tragische fantast

- Sancho Panza- hedonisme- volksmens: boertig & praktisch realistisch

- verfijnde beschaving + volks pragmatisme

2.3. Renaissancistische kenmerken

- breuk met de middeleeuwse verhaalkunst- realisme- individualisme en existentile thematiek- vermenging hoge en lage stijl

Samenvatting Moderne Literaturen

15 / 46

3. Franois Rabelais

3.1. Biografische gegevens3.2. Gargantua et Pantagruel

- Deel 1: - parodie en uitbreiding van een populair volksboek- vervolgverhaal op deel 2

- Deel 2: - als eerste voorgesteld- Bildungsroman- filosofische boodschap: abdij van Thlme (plaats waar jeugd gevormd moet worden)

- Deel 3:- enqute over vrouwen & het huwelijk)- liefdadigheid en mensenliefde vs. fanatisme en vervolging

- Deel 4: reis door maatschappij, mensheid en filosofie- Deel 5: orakel: drink

3.3 Renaissancistische kenmerken

- vermenging hoge & lage cultuur- realisme- klassieke filosofie (scepticisme) en humanisme- individualisme

Samenvatting Moderne Literaturen

16 / 46

Manirisme & Barok - Classicisme

Hoofdstuk 7: Manirisme en Barok (16e - 17e eeuw)

1.Terminologie, situering en periodisering

1.1. Terminologie

- manirisme: grootse en pronkerige smaak (pauselijke en aristocratische hofstijl)- barok: overdadige en overdreven gekunstelde stijl

1.2. Periodisering

- ontstaan (vanaf 1520)- dominantie (2e helft 16e eeuw)- bloei van de barok (vanaf de 17e eeuw)- classicistische onderstroom tot 1660

1.3. Situering tov. de Renaissance

- manirisme: - uitloper, variant en hoogtepunt van de Renaissance- cultuurideaal van de verfijnde hoveling- elitair: aristocratisch / hoofs

- barok:- wijkt af van het renaissancistisch cultuurideaal- breder publiek- minder burgerlijk- contra-reformatie --> religieuze attitude (modern)

- morele aspect: individu- existentieel: onmetelijke kosmos

2.Cultuurhistorische achtergrond

2.1. Culturele ontreddering

- einde van de middeleeuwse eenheidscultuur- einde van het Renaissance-optimisme- constante oorlogsdreiging

2.2. Historische verklaring van het cultuurpessimisme

- politiek: einde van de eenheid- vorstelijk absolutisme --> oorlog & streven naar sterk nationaal gezag- de staat- paus- godsdienstoorlogen

- intellectueel: einde van de synthese geloof - wetenschap - moraal- nieuwe wetenschappelijke inzichten- kosmisch bewustzijn- metafysische huivering: existentieel besef

Samenvatting Moderne Literaturen

17 / 46

- economisch: nieuw kapitalisme culturele bloei- systematische vormen van kapitalistische economie- onamankelijkere kunstenaars

- sociaal: onrust- economische ontwikkeling --> sociale ontevredenheid en revoltes- polariteit, boerenopstanden- dictatoriale regimes (machiavellisme: doel heiligt alle middelen)

2.3. De rol van de Katholieke Kerk

- politiek realisme: contrareformatie (nieuwe ascese & grote strijdbaarheid)- barokkunst als propagandistisch wapen (gevoelvolle kunst)

3.Kenmerken van manirisme en barok

3.1. Kunstsociologische situatie

- onamankelijkheid: geniale schepper + vrij & ongebonden- kunstmarkt

3.2. Thematische kenmerken

- religieus genspireerd individualisme- kleine, nietige mens- verinnerlijking van de religie- immanente sacraliteit ipv. goddelijke transcendentie- subjectivistische, existentile themas

- pessimistische themas (geestelijke ontreddering

- barok- Kerk en burgerij (contrareformatie)- burgerij: aards & alledaags + moralistisch-religieus- gevoelsgericht en populair

4.2. Verschillende genrevoorkeuren

- barok: epos & drama (burgerlijke genres)- manirisme: kleinere epiek, gnomische genres en lyriek (verfijnd)

5.Vertegenwoordigers

5.1 Maniristische pozie

- Metaphysical Poets: John Donne- intellectualisme (puns)- persoonlijke reflectie: sterfelijkheid, God, pessimisme- spiritualistisch + werelds & vitalistisch- The Anniversaries: dubbelheid van vitalisme en pessimisme (vergankelijkheid & versplintering)

5.2. Gnomische vormen, brieven, maniristische roman

- Maximes: Franois La Rochefoucauld- Prciosit-cultuur- aforisme- spitsvondig of humoristisch geformuleerde definities en spreuken- levensprincipes

- Rflexions ou sentences et maximes morales: - spanning: (uiterlijke) schijn - (ideel) wezen- pessimisme: eigenbelang

- Briefliteratuur: Mme. De Svign- society-brieven- geestelijke ontreddering

- Maniristische roman: Mme. de La Fayette- eerste Franse psychologische roman: La Princesse de Clves- banale liefdesgeschiedenis- karakterontleding: innerlijke conflicten- intersubjectieve relaties- destructieve werking van de liefde-moralisme

5.3. Het barokepos

- John Milton- christelijke revival tijdens barok- Paradise Lost: 12-delig religieus epos

- zondeval van de eerste mens- held is mens in het algemeen (breuk met epische traditie)-mensheid als symbool: kosmische huivering- karakters: tragische lotsbestemming (ironische toon)

Samenvatting Moderne Literaturen

19 / 46

5.4. De barokke avonturenroman5.5. Barokdrama

- Don Pedro Calderon de la Barca- verheerlijking van de Rooms-katholieke Kerk en haar dogmas (godsdienstig-historische stukken)- filosofisch motief: ijdelheid- psychologie in de comedias: conflict liefde - eer

- Joost Van den Vondel- ten dienste van het Rooms-katholieke geloof- antithese- Lucifer- Adam in ballingschap

Samenvatting Moderne Literaturen

20 / 46

Hoofdstuk 8: Classicisme (17e eeuw)

1.Inleiding

1.1. Periodisering en verspreiding

- Frankrijk: classicisme ipv. barok (l ge classique)- klassieke voorbeelden- 2e helft 17e eeuw: ook in Engeland en Spanje- aristocratische kunstleven van London- Vondel en in Duitsland- pseudo-classicisme

1.2. Cultuurhistorische context

- cultuur van het (koninklijke) hof

- Cultuursociologische situatie- geestelijk imperialisme (Louis XIV)- sociale cultuurdragers: brevetadel ipv. geboorte-adel (le roi soleil)- Renaissancistische voorbeeld: honnte home --> gentilhomme- etiquette- levenscode ook voor burgerij

- Kunstsociologische situatie- cultuurimperialisme

- staatsreligie- autoritaire hofcultuur- classicistische kunstvormen

- hofcultuur: acadmies reglementeren kunstdisciplines (Colbert)- classicistische normen

- voorbeelden uit Oudheid & Renaissance- strikte toepassing van de traditionele vormwetten- klassieke regelesthetica

2.Kenmerken

2.1. La querelle des anciens et des modernes

- vernieuwers vs. traditionalisten --> niet-officile kunst vs. academische kunst- individuele expressie

2.2. Literaire kenmerken

- Rationaliteit, discipline- orde en evenwicht- formeel: afgemeten, juiste verhoudingen (imitatio)- thematisch: psychologische conflict verstand vs. affect (plichtsbesef)

- Regelpotica- Art Potique, Nicolas Boileau- klassieke esthetische normen- afwijking van antieke wereldbeeld- normbevestiging: cultiveren van vaste gewoontes en universele waarden

Samenvatting Moderne Literaturen

21 / 46

- theater: - drie eenheden (Aristoteles)- vraisemblance: geloofwaardigheid, waarschijnlijkheid- biensance: morele voorschriften en beleemeidsconventies- sociale hirarchie

- Taalzorg- volkstaal modelleren en uitzuiveren (Acadmie Franaise, auteurs)

3. Vertegenwoordigers

- niet de enige stijl in die periode

- functionele literatuurproductie (redevoeringen)-maniristische hofcultuur- didactische roman (Tlmaque, Fenelon)- lyriek (Franois de Malherbe)

-maar vooral dramatiek:- Pierre Corneille

- blijspelen & tragedies- verhaalstof: Romeinse geschiedenis- thematisch:

- helden pogen met grote wilskracht en hartstocht een ideaal te verwezenlijken -morele conventies

- formeel:-wijkt soms af van drie eenheden- retorisch, gezwollen taalgebruik

- Jean Racine- Tragedies- thematisch: conflict rede vs. passie, keuze voor dood (gentellectualiseerde hartstocht)- formeel

- klassieke compositiewetten- crisismoment- petischer, soberder en eleganter

- Molire- regisseur, acteur- koninklijk hof- blijspelen- psychologische karaktertekening

- vroeg werk: kluchten, maatschappelijke satires- rijp werk:

- psychologische komedies- zedenkomedies (sociale verhoudingen)- liefde en ontrouw- hypocrisie van opvoedingsinstanties- vroomheid- intellectualistisch sociaal type dat intersubjectieve amankelijkheid ontkent

- later werk (mecenaat): ontspanningsstukken- afgezwakte sociale kritiek- nadruk op komische effecten- comdie ballet

Samenvatting Moderne Literaturen

22 / 46

18e-eeuwse literatuurstromingen

Hoofdstuk 9: Paradoxen van de 18e-eeuwse literatuur

1. Overzicht van de voornaamste tendensen in de 18e eeuw

- einde hofcultuur- opkomst burgerlijke cultuur: culturele vernieuwing

1.1. De erfenis van de 17e eeuw

- pseudo-classicisme: steriele kunstvormen (

3.De rol en de sociale basis van de burgerlijke ideen

- verlichting: pragmatisme, scepticisme, rationalisme- preromantiek: natuurlijke eenvoud, sentimenteel subjectivisme- vrije meningsuiting, discussiecultuur- nieuwe sociale fenomenen

- Verenigingen- academies- salons- leesgezelschappen

- alfabetisering- literaire caf & boekhandel

- vrijmetselaarsloges- discussieforum- tolerante & adogmatische rationele denkers- rituelen en symbolen: middeleeuwse kathedraalbouwers- syncretisch geheel- conflict met autoritaire gezagsvormen

- Nieuwe media- drukkerijen en uitgeverijen- afname van de censuur- zedenkundige tijdschriften- spectatoriale tijdschriften (Addison en Steele, The Spectator)

- gevarieerde vorm- gevarieerde thematiek- gevarieerde stijl

- De rol van de burgervrouw in de 18e eeuw- nieuwe publiek

Samenvatting Moderne Literaturen

24 / 46

Hoofdstuk 10: Pseudoclassicisme & Rococo

1. Zedenkomedies van het pseudoclassicisme

- Kenmerken- stereotiep stramien- psychologische ontleding- liefde

- The Restoration Comedy (comedy of manners)- blijspel- thematisch: kritiek op schijnmoraal, lachen met domheden- dubbelzinnig, schunnig

- Comdie larmoyante- tragisch met happy end- burgerlijke sfeer: Parijse publiek- sentimentaliteit

- contrasten: pathetiek vs. vertedering, drama vs. melodrama, tragiek vs. komiek- idyllisch en melancholisch

2. Rococoliteratuur (2e helft 18e eeuw)

2.1. Terminologie

-weelderige ornamentvorm- sierlijke en virtuoze vormgeving-waarden van de burgerij: het intieme en het zinnelijke

2.2. Literaire kenmerken en vertegenwoordigers

- Thematisch- Hedonisme: theater en fictie: kunstmatig paradijs- Technieken om de profane theaterwereld te scheppen

- proloog- kunstmatige wereld in het proza: haast overdreven sentimentele setting (cf. ftes galantes)- anakreontische pozie: stereotiep pastoraal, mythologisch, luchtig, erotisch (cf. ftes galantes)

-Melancholie: onzekerheid tav. vergankelijke wereld- schijnoptimisme- aantonen hoe moeilijk het is het aangename van het leven in stand te houden-Wieland, Die Geschichte des Agathons

- ridderroman met moderne gevoeligheden- persoonlijke, psychologische elementen (Bildungsroman)

- Generisch- Formeel

Samenvatting Moderne Literaturen

25 / 46

Hoofdstuk 11: De Verlichting

1.Inleiding

1.1. Ontstaan en betekenis van de Verlichting

- theoretisch-filosofische ideenstroming- radicale ideen

- democratisch- rationalisme- scepticisme- verdraagzaamheid- pragmatisme

- rol van de schrijver-intellectueel: kritische, pragmatische burger (lhomme cultiv)

- Ontstaan- Engelse burgerij: sociale, economische en politieke omwentelingen

- Franse Verlichting: gelaciseerd & combattief- Duitse Verlichting: saai, nuchter, sterk oiv. Franse en Engelse voorbeelden

1.2. Intellectuele pijlers van de Verlichting

- Filosofie- taakuitbreiding: Praktische Rede, Gezond Verstand- rationale verklaring voor alles- Descartes en Spinoza- Kant

- basisdiscipline aan universiteiten- salons- publicaties verdubbelen

- Religie- traditionele thesme verliest aan invloed- desme:

- schepper grijpt niet in- mens is verantwoordelijk- Vrijmetselarij

- freethinkers: wijzen elke vorm van religiositeit af

- Ethiek- filosofische, rationele fundering- David Hume: niet universeel, noch boventijdelijk

- Encyclopedien en andere filosofische geschriften - Diderot & dAlembert

- synthese van toenmalige kennis- lezer overtuigen van Verlichtingsideen- kritische rationaliteit vs. dogmatisch denken

Samenvatting Moderne Literaturen

26 / 46

- Voltaire- berucht en gevreesd satiricus- onvoorwaardelijke tolerantie- ballingschap in Engeland: contact met Engelse Verlichting- contes philosophiques: vs. godsdienstig fanatisme & politiek absolutisme- verblijf aan Duitse hof- tweede ballingschap: historisch werk (anti-Eurocentrisme)- metafysisch: desme (persoonlijke, natuurlijke religiositeit)- politiek: gelijkheid, vrijheid, broederschap

2.Vertegenwoordigers van het Verlichtingsdenken

2.1. Filosofisch genspireerde literatuur

- Gotthold Ephraim Lessing- Nathan der Weise (toneelstuk): religieuze tolerantie

- Denis Diderot (Jacques le fataliste et son matre)- pamfletten en polemische geschriften- literatuur- bewondering voor Engelse burgerlijke literatuur

- Voltaire: Candide ou loptimisme (contes philosophiques)- vs. godsdienstig fanatisme, idealistische filosofie en politiek absolutisme- pragmatisme

- Alexander Pope- van vormvirtuositeit en speelsheid naar beschouwende, verstandelijke lyriek

2.2. De burgerlijke zedenroman in Engeland

- Daniel Defoe- Robinson Crusoe

- burgerlijke deugden: initiatief en rationaliteit, vooruitgangsoptimisme- exotisch: koloniale expansie

- Moll Flanders- geromanceerde biografie- losstaande, realistische taferelen- formeel: schelmenroman

- liberaal, optimistisch, burgerlijk-puriteins, geloof in wereld & God

- Jonathan Swift- menselijke ambitie --> onmenselijke machtsstrijd- conservatief, pessimistisch, sarcastisch-superieur, wereldverachting en mensenhaat- Gullivers Travels

- satirisch, sarcastisch- ridiculiseert burgerij- overdrijvingen

- confrontatie: problematische held vs. problematische samenleving

- Henry Fielding- magistraat, grote mensenkennis- menselijke komedie in een verhaal- The History of Tom Jones, a Foundling: aanvaardbare middenmaat- Joseph Andrews: religieuze en morele hypocrisie van de burgerij (satirisch) (parodie op Pamela)

Samenvatting Moderne Literaturen

27 / 46

2.3. De sentimentele zedenroman

- intersubjectieve relaties & psychologie

- Samuel Richardson- Pamela or Virtue Rewarded:

- briefroman- dienstmeisje Pamela (deugdzaamheid overwint)- wensdroomliteratuur

- Clarissa Harlowe- briefroman- gelijkaardige intrige

- huiselijke kader: kleine, alledaagse problemen- concrete burgers (gemoedsleven)- analyse van psychologische en morele problemen- puriteinse zedelijkheidsidealen (didactisch)- belang van het emotionele

- Lawrence Sterne- The Life and Opinions of Tristram Shandy, Gentleman

- algemene beschouwingen over het Leven- plotloos, collage van opmerkingen en reflecties- experimenteel

- A Sentimental Journey through France and Italy- vlucht van emotionele armoede van het puriteinse Engeland

- Abb Prevost- didactisch- Manon Lescaut

-moralisme (zedenroman) en emotionaliteit (sentimenteel)- onmogelijke en fatale liefde

Samenvatting Moderne Literaturen

28 / 46

Hoofdstuk 12: Preromantiek

1.Inleiding

1.1. Situering van de preromantiek

- nieuwe esthetica- rationele cultuur in vraag gesteld- belangstelling voor het emotionele- betovering van het leven- strijd tegen troosteloze nuchterheid

1.2. Filosofische achtergrond van de preromantiek

- Jean-Jacques Rousseau: twee prestigieuze prijsvragen --> latere werken- intellectuele vooruitgang = zedelijke achteruitgang-menselijke natuurtoestand geperverteerd (ongelijkheid)

- priv-eigendom- autoritaire gezagsvormen- ontaarding van macht in willekeur

- sociaal contract: wil van de gemeenschap- natuurlijke goedheid van de mens

- verdorven door maatschappij- opvoeding is belangrijk

2.Kenmerken van de preromantische esthetica

2.1. Originaliteit van de literaire vormgeving

- afwijken van de klassieke en classicistische vorm- herontdekking van Shakespeare

2.2. Thematische kenmerken

- Subjectieve emoties- liefde, verdriet en liefdesverdriet- expressie van individuele gevoelens

- Jean-Jacques Rousseau- Julie ou La nouvelle Hlose

- onmogelijke liefde door maatschappelijke conventies- geestelijke band

- ambivalentie: Verlichtingsideen + onbestemde, depressieve stemmingen

- Goethe: Het lijden van de jonge Werther (Sturm und Drang-beweging)- natuurmotief

- religieuze bewondering: James Thomson- woeste, ongebreidelde grootsheid

- het bovennatuurlijke en angstaanjagende- graf- en maanpozie (Gray)- Griezelroman, Gothic Novel

- angstaanjagend decor- personages- plot- motieven

Samenvatting Moderne Literaturen

29 / 46

- cultus van het ongerepte- wat aan de rationaliteit ontsnapt- le bon sauvage- het ongerepte verleden- de volksziel

- oerpozie door collectief scheppend geheel- spontaneteit en regelloosheid

- het kinderlijke- nostalgie naar het verleden

- Oudscandinavische pozie- Ossianisme: Keltische liedereren- tegengesteld aan Romeins-Franse pseudo-classicisme

- patriottisme- heldhaftige daden van voorouders- sentimentele, gexalteerde liefde (melancholie)- ongerepte natuur en oerkracht

Hoofdstuk 13: Neoclassicisme

Samenvatting Moderne Literaturen

30 / 46

Literaire ontwikkelingen in de 19e eeuw

Inleiding

1. Continuteit tov. de 18e eeuw

- 18e eeuw: burgerlijke cultuurvormen- kritische rede- het emotionele- ontstaan in Engeland

- 19e eeuw:- romantiek & symbolisme: gevoelsgerichte esthetica- realisme & naturalisme: erfgenamen van Verlichting

2. Cultuurhistorische context

- De Industrile Revolutie- Engeland: mechanisering, rationalisatie & industrile massaproductie- sociologisch: kapitaal vs. arbeid (economische positie)- voortdurende dynamiek: betrekkelijkheid & historische bepaaldheid

- Culturele gevolgen- Individualisme (liberalisme: laisser faire - laisser aller)- pessimistisch fatalisme: melancholie en elegie- radicaal optimisme: kritische rationaliteit- decadentisme binnen het symbolisme: pessimisme en ondergangsstemming

3. Kunstsociologische situatie: de autonomie van de kunstenaar

-Autonomie van de kunstenaar-materieel vlak: geen externe dwang- bohmien: gesoleerde sociale sfeer

- kunst als oppositie- realisme: kritische oppositie tgo. gendustrialiseerde en verburgerlijkte samenleving- esthetische oppositie: romantici en symbolisten stellen de realiteit in vraag

- lart pour lart binnen het symbolisme- schilderkunst: primauteit van eigen esthetische visie-Angelsaksische wereld

Samenvatting Moderne Literaturen

31 / 46

Hoofdstuk 14: Romantiek

1. Literaire kenmerken

1.1. Kunstsociologische kenmerken

- a}eer van normensystemen

- persoonlijke peticale reflectie: individuele manifesten- creatio: doorbreking van bestaande normen- genie-cultus: esthetische vermogens van de kunstenaar (poeta vates)- lord Byron: persoonlijkheidsideaal (Byronic Hero)

-weerstand tegen elke dwang uit de buitenwereld- radicale helden-machogedrag

- immoreel en cynisch zel~eeld- bespot burgerlijke heiligdommen- zwarte romantiek- slachtoffer van femme fatale

-mal du sicle-gevoel- eenzaamheidscultus- bandeloos individualisme

- spel met leven en dood

1.2. Formele kenmerken

- originaliteit: variatie in expressiemiddelen- vrijheid- hyper-individualisme, pathetiek

- stilistische eenvoud (conversatie)

1.3. Individualistische thematiek

- geniale individu vs. maatschappij- grote persoonlijkheden- vrijheidsstrijd- trouw, vrijheidsdrang, existentile authenticiteit en moedig zel~ewustzijn

Johan Wolfgang (von) Goethe: vrijheidsstrijd en verzetstrijders Friedrich Schiller: idem Heinrich von Kleist Lord Byron: romantisch persoonlijkheidstype Stendhal Heinrich Heine: sociaal bewogen auteur, hekelt maatschappelijke toestanden Alphonse de Lamartine: functie van pozie: filosofisch, religieus, politiek & sociaal (progressief auteur) - esthetische genie vs. banale wereld

- individualisme- vermogen om schoonheid te scheppen

Percy Byssche Shelley: spirituele schoonheid en extreem individualisme John Keats: dichter als goddelijk schepper

Samenvatting Moderne Literaturen

32 / 46

1.4. Irrationele motieven

-Ongeremde, passionele emotie- gewoon vs. buitengewoon- liefde & smart

Johann Wolfgang (von) Goethe Percy Bysshe Shelley: allegorische zoektocht naar ideale liefde Alfred de Musset: tragisch, verscheurdheid & weemoed, smart

- Sehnsucht: -melancholisch verlangen naar het onbereikbare en principieel onvindbare --> naar de dood- heimwee & vaderlandsloosheid- zelfmoord- nacht

Novalis: nacht, natuur en sprookje (blauwe bloem: onbereikbare)

- Escapistische motieven- natuur

- ideale toevluchtsoord- spiegel van stemmingen en gevoelens

William Wordsworth: landelijke leven (the essential passions of the heart)

- fascinatie voor het duistere en het bovennatuurlijk- horror vs. terror- cf. Gothic Novel

- Het kinderlijke en het ongerepte- verwondering-Wordsworth: ongerepte onschuld- Blake: twee tegengestelde werken: menselijke deugd / besef van het Kwade

- Historische thematiek: gedealiseerd verleden Sir Walter Scott: wetenschappelijke interesse

- exotisme: het geografisch verwijderde- universele oertoestand- het specifieke en het totaal andere van het vreemde milieu

Franois Ren Chateaubriand: gexalteerde beschrijvingen van exotische landschappen

- Religieuze motieven-mystieke eenwording met het sacrale & verlangen naar ideale toestand- panthesme, desme: eenwording van mens & natuur

William Blake: verruimd kosmisch bewustzijn (doorbreking van conventies) Coleridge Alphonse de Lamartine: innerlijkheid, liefdesverheerlijking en christelijk idealisme Johann Wolfgang (von) Goethe: kosmisch, panthestisch gevoel

Samenvatting Moderne Literaturen

33 / 46

2.Realisme in het kader van de romantiek

- individualistische literatuuropvatting --> voorheen verboden themas- originaliteitsstreven --> nieuwe verhaalstof (onesthetisch ervaringsmateriaal)- sociale themas

- verbondenheid met het volk-maatschappelijke emancipatie (vrijheidsstrijd)- politieke en sociale inzichten --> feuilletons (cf. Victor Hugo, Les Misrables)

- emotionaliteit en maatschappelijke druk

- Stendhal- romantische esthetica- Verlichtingsdenken (Rousseau)- hartstocht & genie-cultus- politieke kroniek: koele en nuchtere blik, ironische afstandelijkheid

- Honor de Balzac- authentieke waarden vs. kapitalistische samenleving- satirisch tov. burgerij- geldhonger & machtswellust --> degeneratie- gevoel vs. maatschappij- conservatief-nostalgisch tov. Ancien Rgime- destructiviteit van passies- a}eer voor rationaliteit en geldzucht

Samenvatting Moderne Literaturen

34 / 46

Hoofdstuk 15: Realisme

1. Inleiding

- de werkelijkheid- verlichtingsroman- realistisch genspireerde romantiek- realistische roman- symbolisme

-meest gekozen in de 20e eeuw- kritisch realisme- in strikte zin: beperkt in tijd

2. Cultuurhistorische context

-wetenschap & objectiviteit ook in cultuur-wetenschappelijk socialisme- economisch georinteerd utopisme- positivisme op het vlak van de sociologie- athesme en agnosticisme gebaseerd op wetenschappelijk bijbelonderzoek (projectieleer)

- deterministisch mensbeeld: mens wordt bepaald door materile factoren- biologisch: Charles Darwin- cultureel en biologisch: Hippolyte Taine (race, milieu et moment)

- revolutionaire politieke theorien: veranderbaarheid van mens & samenleving

3. Kenmerken van de realistische esthetica

3.1. Kenmerken van de realistische roman

- de roman als kunstvorm (als hoge stijl)-maatschappelijke en psychologische context- tranche de vie: alledaagsheid- realistische technieken

- objectieve observatie- doorbreken van het lineaire, chronologische verhaalverloop

- in medias res (ex abrupto)- retrospectieve techniek

- naturalisme: causale verbanden (deterministisch mensbeeld)- impressionisme: zintuiglijke prikkels, nauwkeurige en smaakvolle stijl

3.2. Kenmerken van het realistische en naturalistische drama

- dialoog- actuele maatschappij-menselijk aspect ondergeschikt aan tijdsgebonden strekking

- sociale leven- constructie van personages- spreektaal- alledaagse figuren & menigtes

Samenvatting Moderne Literaturen

35 / 46

4. Vertegenwoordigers van de realistische romankunst

4.1. De Franse realistische roman

- Gustave Flaubert-Madame Bovary:

- schokeffect, proces- impassibilit & impartialit- contrasten (romantisch idealisme vs. vulgaire, alledaagse fenomenen)

- Lducation sentimentale:- amoureuze ontgoocheling- politieke desillusie van revolutionaire generatie van 1848- Bildungsroman- autonome kunstenaar

- Emile Zola- naturalisme- sociale en culturele situatie (wetenschappelijke methode)- theoretisch geschrift: Le roman exprimentale

- sociaal-historicus- diagnostiseren van symptomen-methode: determinisme & erfelijkheidstheorie

- romancycli: vb. Les Rougon-Macquart. Histoire naturelle dune famille sous le second empire- sociale ziektesymptomen- 1 familie --> maatschappelijke situatie

4.2. De Engelse realistische roman

- gematigd realisme- optimistisch geloof in de mensheid

- Charles Dickens- autodidact, journalist- autobiografisch, sociale dimensie

- zel}ant van de samenleving- klassejustitie- onrechtvaardige verdeling van rijkdom

- sentimentaliteit- oppervlakkige personages- realistische kenmerken: observatie van milieu en sociale types

- William Makepeace Thackeray- sociale kritiek- scherp ironisch en satirisch- Vanity Fair: kritiek: sociale schijn ipv. maatschappelijke realiteit (insincerity & romantische schijnwaarden)

- Charlotte en Emily Bront- Charlotte: ongelukkige liefde; individuele, romantische hartstocht- Emily: Wuthering Heights: romantiek + realisme

- demonische verbeelding & hartstocht- en liefdesthematiek- psychologische uitbeelding

Samenvatting Moderne Literaturen

36 / 46

- George Eliot- psychologische karakterontleding-menselijke psyche & sociale omgeving- bekrompen leven op het platteland, dogmas & enggeestig provincialisme (liberaal, positivistisch)

4.3. De Russische realistische roman

- allerminst moderne samenleving- propaganda voor Verlichtingswaarden-menselijke psyche

- Ivan Toergenjev- doorbraak van Russische literatuur in het Westen- romantisch: natuur & liefde- Vaders en Zonen: oudere generatie (idealistisch, romantisch) vs. jongere generatie (nihilistisch, kritisch)

- Fjodor Dostojevski- biografie

- gedeclasseerde --> sociaal engagement- verbanning naar Siberi (revolutionair) --> empathie met verschoppelingen- zwervend bestaan door Europa (feuilletonbijdragen)

- belangrijk voor ontwikkeling Westerse Roman- oppervlaktestructuur- dieptestructuur:

- psychologisch realisme, idele organisatie- politieke en religieuze problematiek- Russische context, maar universele waarde

-morele ideen: slavofilie- nationale eigenheid, godsdienstige tradities- bevrijde maatschappij

- Ljev Tolstoj- nieuwe levens- en wereldbeschouwingen- religieus-ethische sekte (evangelische christendom)- sociaal engagement

- novelles:- sociaal-realistische frescoromans

5. Vertegenwoordigers van het realistische en naturalistische drama

- dramatiek ondergeschikt aan romans

- Henrik Ibsen- burgerlijke maatschappij op de korrel

- huichalarij- positie van de vrouw- dubbelmoraal in het huwelijk

- retrospectieve techniek (vs. zuivere intrige-techniek)

- August Strindberg- naturalistische dramatiek- verhouding man-vrouw (strijd op leven en dood)- invloed

Samenvatting Moderne Literaturen

37 / 46

- Gerhart Hauptmann- naturalistische theater in Duitsland- De Wevers

- opstand --> toneelomwenteling- proletariaat centraal (groep ipv. individu)- dialect- determinering door sociale situatie (ipv. noodlot)

- Herman Heijermans- Nederlandstalige naturalisme-maatschappelijke context & bewustmakend

- situatie in een milieu ipv. de handeling- levensechtheid- Op hoop van zegen:

- failliet van menselijke samenleving

Hoofdstuk 16: Symbolisme

1. Kenmerken

- Formele kenmerken- impressionistische stijl

- hoogstpersoonlijk & suggestief- plastische en muzikale taaleffecten

- symbolen- bovenzintuiglijke werkelijkheid: subjectieve esthetische ervaring-magisch gehalte

- Thematische kenmerken- correspondentie symbool - psychische werkelijkheid van de dichter

- ik-cultus: introspectie- liefde als bemiddelaar- het paranormale en het metafysische

- het magische, bovenzintuiglijke- spiritualistisch en anti-materialistisch

- estheticisme- alledaagse moderniteit --> zuivere schoonheid- decadentisme

2. Voorlopers van het symbolisme

- Charles Baudelaire- Formele kenmerken

- eenvoudig en precies- esthetische vermogens- synesthesie: geheimzinnige overeenkomsten- vormcultus: strak stramien

- Thematische kenmerken- geheimzinnige relaties tussen het ik en de buitenwereld (religieuze verbinding)-menselijk gemis (onvoldaanheid) & contact met buitenwereldse fenomenen-moderne leven:

- aardse vitaliteit- esthetisch plezier-moderne grote stad

- ambivalentie van het decadentisme: - zuivere, schone vs. kwade, perverse, onesthetische

- Paul Verlaine- eerste werken:

- vormcultus- speelse rococopozie- vernieuwing: muzikaliteit

- evolutie: omwentelingen in zijn leven- homosexuele relatie, gevangenschap, katholicisme--> dichter: marginaal individu: zondebesef & schuldbewustzijn

- pote maudit: losbandigheid en wroeging & berouw (ambivalentie)

- Stphane Mallarm- intellectualisme & abstractie (idealisme)- dichtkunst moet suggereren- alledaagse, communicatieve taalgebruik vs. potisch taalgebruik (innerlijke werkelijkheid)

Samenvatting Moderne Literaturen

39 / 46

3. De symbolisten

3.1. De symbolistische beweging3.2. Symbolistische dichters

- laat-symbolisme (20e eeuw)

- Paul Valry- intellectualisme van Mallarm- toverspel met taal (mathematische combinaties)- relaties tussen begripsinhoud & klankwaarde

- Rainer Maria Rilke- estheticisme: impressionistisch, gemanireerde vorm & ritmisch-lyrisch proza-modernisme: eenvoudige dictie, symbolische lading, religieus genspireerde levensverheerlijking- visie op het onzegbare & hermetische muzikale taal

-William Butler Yeats- tot 1900

- dromerig en romantisch, nostalgisch (natuurschoon)- The Rose: Ierse overleveringen als inspiratie, mysterieuze sfeer-mystiek verleden

- vanaf 1900 - precieze en heldere beeldspraak- spreektaal-woordenschat- satirisch- A vision

- persoonlijke mythologie en mysticisme

3.3. Symbolisch theater

-Maurice Maeterlinck- drame statique: geen spanning

- catastrofe is uitgangspunt- symboliek- gevoelens en stemmingen-mythisch-symbolisch decor

- noodlot is onvermijdelijk- blindheid --> angst & beklemming- noodlot, liefde en dood

- Andere vormen van symbolistisch theater- Anton Tsjechov:

- geen actie, geen heldendaden- sfeerschepping & karaktertekening (gestagneerde samenleving)- De Kersentuin: vruchteloze pogingen om de samenleving te redden

3.4. Hyper-estheticisme in het symbolistische proza

Samenvatting Moderne Literaturen

40 / 46

Literaire ontwikkelingen in de 20e eeuw

Hoofdstuk 17: de historische avant-gardebewegingen

1. Cultuurhistorische context en periodisering

1.1. Cultuurhistorische context

- nieuwe filosofische en cultuurtheoretische inzichten- religieus en moreel besef versplintert

- denkers van het wantrouwen- existentile crisis- conservatief cultuurpessimisme

- alternatief: nieuwe visie op de mens- God is dood: leve het ongeremde, bevrijde individu- relativisme en lacisering-moderniteit

2. Kenmerken

2.1. Kunstsociologische kenmerken

- artistieke subculturen- voorhoede tegen bestaande orde

-maatschappelijke elite- artistieke elite- politieke en artistieke actie: radicaal breken met tradities

2.2. Artistieke kenmerken

- vernieuwingsdrang, anti-traditionalisme- verwerping conventionele communicatie

- rationeel vs. affectief- futurisme, expressionisme, surrealisme- onbewuste assocatievermogen --> creativiteit- vitale en onbewuste impulsen vs. rationele logica

- zuivere, kinderlijke- originaliteit van de communicatie (sonoriteit, typografie)- kunst als spel

- anti-kunst- nieuwe expressievormen: bricolage

-montage en collage- participatie: zelf betekenis toekennen

- vermengen van kunst & leven

3. Futurisme

- Thematische kenmerken- energie & dynamiek- daad- wereld van morgen

Samenvatting Moderne Literaturen

41 / 46

- Formele kenmerken- dynamisch en vrij taalgebruik- afwijkende visie op literaire communicatie

4.Expressionisme

- antiburgerlijk- sociaal-politieke en existentile problemen- formele vernieuwingen

- Formele kenmerken- revolutie van de taal, nieuwe communicatie- vrije vers, ritme primeert- simultaneteitstechniek- montagetechniek

- Thematische kenmerken- existentile motieven (dysforisch & euforisch)

- existentile crisis: wanhoop, angst en vereenzaming- redding

- grootstadsmotief- spiritualisme

- sociale motieven: wereldondergang en regeneratie- ondergang van de burgerlijke maatschappij

- chaotische impressies en apocalyptische motieven (grootstadsmotief)- metaforen (verval, ziekte, dood)

- herstel: positieve noot van de nieuwe mens

5.Dadasme

- meeste radicale, meest internationaal- nihilistisch & anarchistisch (benaming)

- Tristan Tzara: manifesten

- Kenmerken-mentaliteit propageren- vrijheid en spontaneteit- (semi-)literaire activiteiten: onvrede met burgerlijke cultuur & hypocriete beschaving- anti-kunst-mentaliteit

- primitieve naviteit (rest is pretentie)- vs. literaire codes & conventies- enkel combinatie van klanken

6. Surrealisme

- Andr Breton: eerste criture automatique-tekst ( surrealisme)

- Kenmerken- totale revolutie op persoonlijk n maatschappelijk vlak- kunst & leven verenigen- alledaagse waarnemingen + boven-werkelijke waarnemingen

- droom-wonderbaarlijke (droom + werkelijkheid) --> creativiteit- le point suprme: nieuwe mens

Samenvatting Moderne Literaturen

42 / 46

- literatuur: wonderbaarlijke ervaring simuleren --> zelfonderzoek- instrumenten om te ontsnappen aan de alledaagse rationaliteit --> het wonderbaarlijke- criture automatique- het onbewuste- combinatie van media & disciplines --> suggestie: realiteit en droom komen samen voor- bevrijding van erotische krachten- zwarte humor (cynisch) vs. rationaliteit & maatschappelijke dwang

Samenvatting Moderne Literaturen

43 / 46

Hoofdstuk 18: Ontwikkelingstendensen in de 20e-eeuwse roman

- realistische of naturalistische romantraditie- lang, in hoofdstukken ingedeeld- ingewikkelde intrige- vele personages- psychologische ontleding en beschrijving

- thematische en formele vernieuwingen ((post-)modernisme)- neo-romantiek en neo-realisme

1. Neo-romantische stromingen in de 20e-eeuwse roman2. Neo-realisme in de 20e-eeuwse roman: psychologisch realisme

- psychologische roman- vs. deterministisch naturalisme- inspiratie: Russische psychologische problematiek & symbolistische psychische correspondenties

- psychologische nuances & ideen van specifieke personages (ipv. wisselwerking context - personage)- oorsprong: estheticistische auteurs, realisten- ontdekking van de Russische romanliteratuur- varianten

- christelijke-humanistische psychologische roman-wijsgerige problemen: kritische analyse van de wereld

3. De modernistische roman

- realisme + symbolisme + psychologische realisme + avant-gardeliteratuur (syncretisme)

3.1. Thematische vernieuwing

- kritische analyse van de condition humaine- taalfilosofie, kennisleer en psychologie- existentile scharniermomenten- gevestigde waarden kritisch onderzoeken

- onzekerheid (essayistisch)

- Ulysses: - symbolische zwerftocht doorheen de cultuur- elk hoofdstuk:

- netwerk van symbolen in onderling structureel verband- aangepaste stijl, effecten

- Finnigans Wake: a work in progress- soevereine en persoonlijke behandeling, herschepping & wijziging van cultureel materiaal- symbolische functie

3.2. Formele experimenten

- ook stilistische onzekerheid en onvolledigheid- realistische illusie proberen overstijgen- onzekerheid bevestigen

- gedetailleerd weergeven van gedachtewerelden (stream of consciousness / monologue intrieur)-Marcel Proust (A la recherche du temps perdu)

-monologue intrieur (associatieve stijl)-mmoire involontaire- symbolische fenomenen

- James Joyce- stream of consciousness- associatieve stroom- ongrammaticale intellectuele processen --> bewustzijnsverloop

- plotcompositie: juxtapositie en montage- Alfred Dblin, Berlin Alexanderplatz

- stream of consciousness-montagetechniek- thematisch: expressionistisch (Nieuwe Mens, politieke veranderingen)

- John Dos Passos, Manhattan Transfer- stream of consciousness-montagetechniek- hele gemeenschap ipv. individu- verborgen eenheid (zelf reconstrueren)

- Newsreel: telegramstijl, headlines- Camera Eye: commentaar, contextualisering

Samenvatting Moderne Literaturen

45 / 46

Hoofdstuk 19: Ontwikkelingstendensen in het 20e-eeuwse theater

1. Modernisering van het antieke drama2. Realistisch-naturalistisch theater3. Avant-gardetheater

3.1. Expressionistisch theater

- Bertolt Brecht- expressionisme:

- Baal (dichtersleven)-Mann ist Mann (anti-militaristisch, mens als oorlogsmachine (maatschappelijke dwang))- anarchisme

- politieke polarisering --> politiek karakter-Marx historisch materialisme- emancipatie van lagere bevolkingslagen --> muziektheater & Lehrstcken

- fascisme --> ballingschap (anti-fascistische stukken)- na 1940: Lehrstcken:

- didactisch-politiek- universele problematiek:

- Leben des Galilei (wetenschap vs. geloof, kerkelijke machtspositie)-Mutter Courage und ihre Kinder (mechanismen van de oorlog)

Samenvatting Moderne Literaturen

46 / 46