Samenvatting Strafrecht DEEL 2

download Samenvatting Strafrecht DEEL 2

of 31

  • date post

    26-Jul-2015
  • Category

    Documents

  • view

    282
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Samenvatting Strafrecht DEEL 2

DEEL V DE SANCTIEHoofdstuk 1. Overzicht van de sanctiesKenmerk straf is n van de essentile elementen om een misdrijf te onderscheiden van ander ongewenst sociaal gedrag. Daarom: van groot belang eigenlijke straffen te onderscheiden van de maatregelen en sancties die geen strafrechtelijke karakter hebben. Beginselen van het materieel strafrecht gelden in principe slechts voor strafrechtelijke sancties. Beginselen van het strafprocesrecht zijn eveneens principieel voorbehouden aan misdrijven, zodat het aan de hand van de straf gemaakte onderscheid tussen misdrijven en gedragingen die op een nietstrafrechtelijke wijze worden gesanctioneerd, van groot belang is. STRAFFEN Inleiding Straf, leed dat door de rechterlijke macht wordt opgelegd als sanctie voor een misdrijf. Centrale kenmerken strafrechtelijke straf: leedtoevoegend karakter stigmatiserend effect (sociale afkeuring) Onderscheid is moeilijk omdat sommige sancties, al naargelang, een strafrechtelijk of een niet-strafrechtelijk karakter kunnen hebben. Grondwettelijk Hof: subjectieve invulling van straf: meer belang aan de wijze waarop een straf wordt ervaren door de rechtsonderhorige, dan het hof van cassatie dat een meer juridisch-technische invulling van het strafbegrip huldigt. (leidt tot tegenstellingen in de rechtspraak van beide hoge rechtscolleges) Kenmerken strafrechtelijke straffen wettig karakter, moeten steeds op wettelijk basis berusten. Vloeit voort uit legaliteitsbeginsel: enkel de wet kan strafrechtelijke straf invoeren. Rechterlijk, kunnen enkel doro de rechter worden opgelegd Persoonlijk en individueel o straffen zijn persoonlijk in die zin dat zij slechts kunnen worden opgelegd. o Straffen zijn individueel in de zin dat collectieve straffen in het strafrecht uitgesloten zijn. Rechtspersonen worden met natuurlijke personen geassimileerd en kunnen strafrechtelijk worden gesanctioneerd. Het Hof gebruikt net zoals t.a.v. het begrip strafzaak, een autonome interpretatie van het begrip straf (cf. Welch v. VK) Staten die willen besparen op strafprocedures door bepaalde inbreuken als nietstrafrechtelijke aan te merken om te bewerkstellingen dat sancties via een veel snellere administratieve procedure worden opgelegd, kunnen evenzeer in aanvaring komen met het E.V.R.M. (zturk v. Duitsland) Bedoeling Hof: betrokkene behoudt vrijheid de zaak voor de rechter te brengen, m.a.w. voor zover zijn recht tot toegang tot de rechter niet de jure of de facto wordt tenietgedaan. (cf. Hamer tot Belgi) Sommige strafrechtelijk sancties niet verenigbaar zijn met het E.V.R.M., bv. vernederende straffen of disproportionele straffen. 1

Vanuit een praktisch oogpunt is voornaamste indeling wettelijk indeling in criminele, correctionele en politiestraffen + indeling in hoofd en bijkomende straffen. (hoofdstraffen kunnen apart worden opgelegd, bijkomende kunnen enkel samen met een hoofdstraf worden uitgesproken) De door de rechter opgelegde straf bestaat steeds uit hoofdstaf al dan niet met n of meer bijkomende straffen. Vervangende straffen, straffen die plaats komen van een andere straf. Onderscheid tussen gemeenrechtelijke en politieke vrijheidsstraffen (levenslange en tijdelijke hechtenis), relevant omdat t.a.v. bepaalde politieke straffen het regime van de verzachtende omstandigheden verschilt. Onderscheid naargelang leed dat zij aan de veroordeelde bezorgen. De doodstraf Tot 1996 bestond de doodstraf voor de zwaarste misdrijven van gemeen recht. In 1996 heeft Belgi, als n van de laatste landen in Europa, de doodstraf afgeschaft. Doodstraf is in de meeste West-Europese landen afgeschaft behalve, in sommige van deze landen, voor militaire misdrijven. In het Dertiende aanvullend Protocol bij het E.V.R.M. werd de doodstraf ook in vredestijd afgeschaft. De wet van 10 juli 1996, doodstraf definitief uit het strafwetboek geschrapt. De vrijheidsstraffen Afschaffing van de doodstraf lokte discussie uit, want in brede lagen van de bevolking zijn er (opnieuw) talrijke voorstanders van de doodstraf. Moreel oogpunt: doodstraf vanuit een vergeldingsstandpunt verdedigd. (beginsel oog om oog, tand om tand zou verantwoorden dat hij die iemands leven beroofd heeft, ook zelf van het leven wordt beroofd. Ethisch oogpunt: intrinsiek inhumaan karakter. Utilitair oogpunt: afschrikkende werking van de straf + ernstige misdadigers worden op definitieve wijze worden uitgeschakeld zodat zij de maatschappij geen verdere schade meer kunnen berokkenen. Neutraliseren van gevaarlijke delinquenten kan echter op andere wijze worden bewerkstelligd dan door ze te doden: ook de gevangenisstraf kan deze functie vervullen, zodat ook dit argument m.i. niet overtuigd is Argument tegen doodstraf: ze laat niet toe gerechtelijke dwalingen te herstellen. De vrijheidsstraffen Strafwetboek gebruikt verschillende termen om de vrijheidsstraffen aan te duiden (art. 7 sw.) Tot in 1996 bestond naast gevangenisstraf en opsluiting ook nog de dwangarbeid. Verdeling van de gedetineerden over de penitentiaire instellingen steunt vandaag niet meer op de aard van het misdrijf waarvoor zij werden veroordeeld, maar op criteria die verband houden met de sociale re-integratie van de delinquent. Gevangenisstraf kan worden opgelegd voor overtredingen en wanbedrijven.

2

Concrete duur van de gevangenisstraf wordt berekend volgens de criteria vervat in art. 25 Sw. Opsluiting is voorbehouden voor misdaden en kan, al naargelang de ernst van de misdaad levenslang of tijdelijk zijn (art. 9 Sw) Voor politieke misdaden bestaat speciale straf, hechtenis, die al naar gelang haar duur , levenslag of tijdelijk kan zijn. (niet-onterende straf, die het respect voor politieke delinquenten moet weerspiegelen.) Voorlopige hechtenis is geen modaliteit van een vrijheidsstaf, maar een maatregel die in het kader van het vooronderzoek in strafzaken kan worden opgelegd door de onderzoeksrechter in geval van volstrekte noodzaak oor de openbare veiligheid. (art. 16 1 Voorlopige hechteniswet) 1999: strafrechtelijke verantwoordelijk van rechtspersonen ingevoerd in het Belgisch strafrecht (art. 5 Sw), straffen als opsluiting en gevangenisstraf kunnen uiteraard niet worden toegepast op rechtspersonen. Strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersonen geldt voor alle misdrijven, dus ook voor misdrijven die strafbaar zijn met vrijheidsstraffen, moest oplossing gevonden worden om deze straffen om te zetten in straffen die op rechtspersonen kunnen worden toegepast, nl. Geldboeten (art. 41 bis Sw.) De terbeschikkingstelling van de regering (t.b.r.) Terbeschikkingstelling van de regering (TBR), bijkomende straf die wordt uitgevoerd na de uitzitting van de gevangenisstraf en tot doel heeft maatschappij tegen gevaarlijke delinquenten te beschermen + mogelijk om veroordeelden na ondergaan van hun straf, nog verder gevangen te houden. Rechtspraak oordeelde dat het om een straf gaat, omwille van het ernstig vrijheidsberovend karakter van de regel + steeds beperkt in de tijd Toekomst: opvolging TBR door strafuitvoeringsrechtbank. TBR kan worden bevolen t.a.v. gewoontemisdadigers, recidivisten en plegers van bepaalde seksuele misdrijven. De TBR wordt door vonnisgerecht uitgesproken en kan, al naargelang het geval verplicht of facultatief is, tot 20 jaar of 5 tot 10 jaar bedragen (art. 22,23 en 23bis Wet Bescherming Maatschappij). Concrete uitvoering gebeurt door minister van Justitie. Nieuw regime: terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank, waarin het termijn van TBS voortaan minimum 5 jaar en maximum 15 jaar bedraagt, en de TBS verplicht is en door strafrechter kan worden uitgesproken. De geldboete Geldboete, patrimoniale straf die bestaat uit inning van een geldsom ten voordele van de Staat (art. 38 Sw), belangrijkste straf, want in de praktijk het meest frequent toegepast. Geldboete kan worden opgelegd als hoofd- of bijkomende straf. Onderscheid tussen politiegeldboete en correctionele en criminele geldboeten, naargelang het bedrag van de geldboete door de wet bepaald.

3

Politiegeldboete kan 1 tot 25 euro bedragen, een correctionele of criminele geldboete 26 euro of meer. Bedrag van de boete bepaalt aard van de inbreuk (misdaad, wanbedrijf, overtreding) Sinds 1999: rechtspersonen veroordeeld worden tot het betalen van een geldboete (art. 7 bis, 1 Sw.), maar bij rechtspersonen is geldboete de enige hoofdstraf. Elk misdrijf wordt afzonderlijk gespecificeerd welke de straffen zijn voor natuurlijke personen en welke straffen op rechtspersonen zullen worden toegepast. + geldboeten moet en in sommige gevallen hoger zijn voor rechtspersonen dan voor natuurlijke personen. Systeem van opdeciemen, men vermenigvuldigt de in de wet bepaalde bedragen met een cofficint waardoor de boete aan de inflatie wordt aangepast zonder dat telkens de et moet worden gewijzigd. Art. 40 sw: rechter verplicht, telkens als hij geldboete oplegt, een boetevervangende gevangenisstraf uit te spreken, waarvan maximum in wet is bepaald. Veroordeelde heeft geen keuze tussen boete of uitzitten straf, maar slechts als hij boete niet betaalt zal worden overgegaan tot de uitvoering van de vervangende gevangenisstraf. Sinds 1991: boetevervangende gevangenisstraf in praktijk bijna nooit meer uitgevoerd. Onderscheid met administratieve geldboeten en transacties: administratieve sancties worden niet door rechter opgelegd, maar door overheid en zonder proces en strafrechtelijke boeten en administratieve transacties en geldboeten brengen in elk geval ertoe dat overtreden geldsom zal moeten betalen als sanctie voor overtreding strafwet (verschillen: zie boek) EHRM: vereiste dat overtreder die door administratie tot bestuurlijke sanctie met repressief karakter wordt veroordeeld, steeds toegang heeft tot rechter met volle rechtsmacht die alle waarborgen biedt van art. 6 E.V.R.M. Rechter moet zowel de legaliteit als de opportuniteit van de opgelegde administratieve sanctie kunnen beoordelen. Onderscheid administratieve boete en administratieve t