Samenvatting Beleid in Beweging (Bekkers)

download Samenvatting Beleid in Beweging (Bekkers)

of 55

  • date post

    05-Oct-2015
  • Category

    Documents

  • view

    110
  • download

    6

Embed Size (px)

description

---

Transcript of Samenvatting Beleid in Beweging (Bekkers)

Samenvatting Beleid in Beweging Victor Bekkers (2007)

Hoofdstuk 1: Politiek, beleid en sturing: een positiebepaling1.1 InleidingDe essentie van politiek en beleid houdt in dat het gaat om de aanpak van maatschappelijke vraagstukken die niet alleen verschillende belangen van verschillende partijen raakt, maar die ook betrekking heeft op de afweging van bepaalde waarden die we als samenleving belangrijk achten.1.2 Politiek, beleid en sturingPolitiek gaat om het toebedelen van waarden voor de samenleving als geheel. Het gaat ook om de vraag voor wie deze afweging van waarden wordt gemaakt, en het gaat tevens om het oplossen van een verdelingsvraagstuk in de context van schaarste. Een institutie die bepaalde organen, spelregels en praktijken kent, heeft de mogelijkheid belangen en waarden tegen elkaar af te wegen en besluiten te nemen die omdat ze zijn genomen volgens de spelregels als gezaghebbend worden ervaren, bv. de representatieve democratie.De politiek kan niet altijd de zorg dragen van de toebedeling van waarden. Er zijn drie soorten allocatiemechanismen:

StaatIn de wet- en regelgeving is vastgelegd welke organen van de staat welke bevoegdheid hebben gekregen om te bepalen wie wat krijgt, met welk bevoegd resultaat en met welk gezag. Waarom eigenlijk de staat? Tegen marktimperfecties, productie van collectieve goederen en diensten, productie van zogenoemde bemoeigoederen, voorkomen dat mensen uitgesloten worden etc.

MarktVraag en aanbod bepalen welke soorten goederen worden aangeboden.

GemeenschapVroeger had elke zuil een eigen gemeenschap, nu slaat gemeenschap op zelfregulering.Beleid is de planmatige uitwerking van bepaalde doelstellingen met behulp van bepaalde middelen. Sturing is de doelgerichte benvloeding van de samenleving in een bepaalde context. Aan een bepaald beleidsprogramma en de inzet van bepaalde beleidsinstrumenten liggen ook allerlei opvattingen ten grondslag over de wijze waarop een overheid kan en mag sturen en die iets zeggen over de rol en positie van de overheid in de samenleving. Opvattingen die ook verwijzen naar bepaalde waarden waarvoor het noodzakelijk is dat een overheid deze behartigt. Hiermee zijn politiek, beleid en sturing met elkaar verbonden (zie figuur).

Beleid genereert een aantal processen, genaamd de beleidscyclus:Agendavorming -> beleidsontwikkeling -> beleidsbepaling -> beleidsuitvoering -> beleidsevaluatie

1.3 Beleid in soorten en matenOnderscheid tussen soorten beleid: Institutioneel beleidHet gaat om de inrichting van formele verhoudingen tussen organisaties in een bepaalde beleidssector en de toebedeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Doorgaans gaat het om beleidsprogrammas die gericht zijn op het inrichten of herinrichten van stelsels, de posities van organisaties en partijen in dit stelsel en de relaties tussen hen.

Strategisch beleidGericht op het nemen van maatregelen die gericht zijn op het veiligstellen van het voortbestaan van een organisatie ten opzichte van actoren in haar omgeving die op korte termijn en rechtstreeks het voortbestaan van een organisatie kunnen benvloeden.

Tactisch beleidGericht op het formuleren van criteria op grond waarvan bepaalde organisatorische hulpbronnen over bepaalde organisaties of organisatieonderdelen moeten worden verdeeld. Het gaat dan vooral om de vraag wie deze hulpbronnen krijgt toebedeeld.

Operationeel beleidGericht op het geven van instructies en richtlijnen met betrekking tot de concrete uitvoering van bepaalde beleidsprogrammas of wet- en regelgeving. Het gaat vooral om de vraag hoe bepaalde beleidsdoelstellingen gerealiseerd moeten worden.

Een ander onderscheid van beleid:

Explorerend beleidBeleid dat partijen moet mobiliseren om mee te denken, zonder dat de doelstellingen van het te voeren beleid al bekend zijn. Het gaat veeleer om een denkrichting.

Verdelend beleidGericht op verdeling van hulpbronnen over partijen.

Herverdelend beleidGericht op herschikken of corrigeren van de bestaande verdeling van hulpbronnen over partijen, omdat de bestaande verdeling als onrechtvaardig wordt beschouwd.

Regulerend beleidgericht op het dwingend voorschrijven en controleren van bepaalde activiteiten die moeten worden ondernomen om bepaalde doelstellingen te realiseren.

Faciliterend beleidGericht op het ondersteunen van bepaalde als wenselijk geachte doelstellingen zonder dat deze doelstellingen dwingend worden opgelegd.

Stimulerend beleidGericht op het prikkelen van mensen of organisaties om een bepaald, als gewenst gedrag aan de dag te leggen, waardoor bepaalde waarden die de politiek belangrijk acht te realiseren.

Constituerend beleidGericht op het oprichten van instituties en organisaties die bepaalde taken voor hun rekening gaan nemen.

Institutioneel, strategisch en allocatief beleid zijn politiek gevoeliger dan operationeel beleid, want bij deze drie soorten beleid zullen de bestaande situaties veranderen, wat soms niet op veel applaus kan rekenen. Het type van beleid vertelt ons dus iets over de mate waarin beleid gevoelig is voor strijd. Ze vertellen ons ook iets over de soort maatschappelijke vraagstukken die om een bepaalde aanpak vraagt en kennis die hiervoor nodig is.

Hoofdstuk 2: Beleid en maatschappij: beelden van een veranderende samenleving2.1 Inleiding

De samenleving verandert, en dat heeft gevolgen voor de rol en positie van de overheid. Niet alleen worden overheden geconfronteerd met nieuwe of veranderende problemen, maar ook de vormgeving en het verloop van beleidsprocessen veranderen.2.2 De versplinterde samenleving

De samenleving moderniseert. Kenmerkend hiervoor is een steeds verder om zich geen grijpend proces van differentiatie dat gebaseerd is op maatschappelijke specialisatie en arbeidsverdeling. Ook bij de overheid is sprake van specialisatie en differentiatie (nieuwe ministeries & bv. IB-groep zelfstandig). De versplintering kent twee dimensies:

Structurele versplinteringDe structuur van onze samenleving fragmenteert, waardoor de complexiteit van de samenleving toeneemt, die wordt weerspiegeld door een ongebreidelde groei van het aantal organisaties. Enerzijds betreft het relatief zelfstandige organisaties, anderzijds zijn ze ook afhankelijk van elkaar.

Volgens Luhmann is er sprake van een structureel rationaliteitstekort van de samenleving als geheel. De cognitieve vermogens van mensen en organisaties om deze complexiteit te kunnen bevatten, te kunnen doorgronden en vervolgens gericht acties te kunnen ondernemen om bepaalde doelen te realiseren, schieten per definitie fundamenteel tekort. De hoeveelheid informatie waarmee politici, bestuurders, beleidsmakers en burgers worden geconfronteerd is echter exponentieel gestegen (informatie overload). Het rationaliteitstekort wordt versterkt door het feit dat elke organisatie vanuit de eigen positie naar een probleem kijkt, en eigen oplossingen heeft. Vandaar de roep om integraal beleid.

Politiek-culturele versplinteringHierbij gaat het om botsende referentiekaders die samenhangen met de diversiteit van organisatieculturen en de uiteenlopende waarden van de politie, of een andere dienst. Ook hangt het samen met de betekenis die waarden en normen in onze samenleving vervullen, de wijze waarop deze waarden en normen worden gemobiliseerd en worden omgezet in politieke strijdpunten, en worden gebruikt als besluitvormingscriteria.

Lange tijd speelden politieke partijen op basis van een op een bepaalde ideologie gebaseerd politiek programma een centrale rol in de wijze waarop een samenleving, of groepen in deze samenleving, bepaalde waarden en afwegingen hiertussen wilde benadrukken. Deze praktijk is echter steeds meer achterhaald, vanwege de ontzuiling, ontideologisering (meer om de persoon) en toenemende individualisering. Deze individualisering leidt tot steeds mondiger wordende burgers, die minder passief staan ten opzichte van de overheid. Er komt hierdoor ook meer nadruk op issues. Instituties zijn de belichaming van collectieve waarden en normen, en dragen bij aan de stabiliteit en voorspelbaarheid van een samenleving. Maar er ontstaat een kloof tussen de oorspronkelijke waarden waarvoor zij stonden en hun feitelijke functioneren zoals burgers dat in veel gevallen ervaren. Er is ook minder gezag voor deze instituties; de relatie tussen de desbetreffende institutie en de burger is niet meer over het appelleren aan bepaalde waarden, maar een zakelijke relatie tussen consument en producent. 2.3 De netwerksamenleving

De netwerksamenleving is het product van een transformatieproces dat betrekking heeft op de veranderende inzet van technologie in de productieprocessen in onze moderne, westerse samenleving. Industrile producten spelen daarin een minder centrale rol. (digitale) Informatie en kennis zijn de belangrijkste grondstoffen geworden voor de productie van diensten en in mindere mate van goederen. Daarin zit vooral de toegevoegde waarde. Het resultaat is dat er een ingewikkeld en dynamisch geheel van informatiestromen ontstaat met een wereldwijd karakter. De invloed van ICT in onze samenleving is alomvattend geworden. ICT is zelfs ook doorgedrongen tot in de haarvaten van het openbaar bestuur en beperkt zich niet alleen tot het ondersteunen van allerlei bedrijfsvoeringprocessen. De informatisering van allerlei beleidsprocessen en sturingsprocessen vindt op steeds grotere schaal plaats. Tevens wordt technologie ingezet om de relaties die overheden onderhouden met allerlei groepen in hun omgeving en de informatie-, transactie- en communicatieprocessen die daarmee samenhangen, door middel van technologie te herontwerpen dan wel te ondersteunen (e-government).Er is wereldwijde concurrentie, die de spankracht van de verzorgingsstaat uitdaagt. Onze samenleving bestaat uit allerlei stromen van econom