RUP Kern Wijtschate herziening Plan-MER screening · COLOFON Opdracht: RUP Kern Wijtschate...

of 58/58
GEMEENTE HEUVELLAND RUP Kern Wijtschate herziening Plan-MER screening
  • date post

    16-Oct-2020
  • Category

    Documents

  • view

    1
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of RUP Kern Wijtschate herziening Plan-MER screening · COLOFON Opdracht: RUP Kern Wijtschate...

  • GEMEENTE HEUVELLAND

    RUP Kern Wijtschate herziening

    Plan-MER screening

  • COLOFON

    Opdracht:

    RUP Kern Wijtschate herziening – Plan-MER screening

    Opdrachtgever:

    Gemeente HeuvellandBergstraat 248950 Heuvelland (Kemmel)

    Opdrachthouder:Antea Belgium nvBuchtenstraat 99051 Gent

    T : +32 (0) 92 61 63 00F : +32 (0) 92 61 63 01www.anteagroup.beBTW: BE 414.321.939RPR Antwerpen 0414.321.939IBAN: BE81 4062 0904 6124BIC: KREDBEBB

    Antea Group is gecertificeerd volgens ISO9001

    Identificatienummer:

    2303543015.doc/fdb

    Datum: status / revisie:

    April 2016 Definitieve plan-MER scr

    Vrijgave:

    Alexander Maekelberg, Account Manager

    Projectmedewerkers:

    Alexander Maekelberg, Projectleider, erkend ruimtelijkplanner

    Antea Belgium nv 2017Zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van AnteaGroup mag geen enkel onderdeel of uittreksel uit deze tekstworden weergegeven of in een elektronische databank wordengevoegd, noch gefotokopieerd of op een andere maniervermenigvuldigd.

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 1 van 42

    INHOUD

    1 INLEIDING.................................................................................................................. 3

    2 SITUERING EN AFBAKENING PLANGEBIED ........................................................................... 4

    2.1 MACRO SITUERING................................................................................................................ 42.2 MICRO SITUERING................................................................................................................. 5

    3 BELEIDSKADER ............................................................................................................ 7

    3.1 STRUCTUURPLANNING ........................................................................................................... 73.2 MOBILITEITSPLAN – BELEIDSNOTA ......................................................................................... 133.3 LANDSCHAP, ERFGOED EN ARCHEOLOGIE ................................................................................ 183.4 OPEN RUIMTEBELEID ........................................................................................................... 203.5 DECREET INTEGRAAL WATERBELEID ........................................................................................ 21

    4 JURIDISCH KADER ...................................................................................................... 23

    4.1 SAMENVATTEND OVERZICHT ................................................................................................. 234.2 GEWESTPLAN (ZIE KAART 14)................................................................................................ 244.3 RUP’S .............................................................................................................................. 244.4 VERKAVELINGSVERGUNNINGEN ............................................................................................. 254.5 ATLAS DER TRAGE WEGEN (ZIE KAART 13)............................................................................... 26

    5 VISIE OP HET PLANGEBIED............................................................................................ 27

    5.1 DEELGEBIED SINT-MEDARDUSKERK........................................................................................ 275.2 DEELGEBIED AMBACHT EN KMO ........................................................................................... 28

    6 SCREENING VAN DE PLAN-MER PLICHT ........................................................................... 30

    6.1 KADERING ......................................................................................................................... 306.2 BESCHRIJVING PLAN EN AFBAKENING PLANGEBIED .................................................................... 306.3 BEPALEN VAN DE PLAN-MERPLICHT....................................................................................... 316.4 NULALTERNATIEF ................................................................................................................ 326.5 REFERENTIESITUATIE ........................................................................................................... 326.6 VOORGENOMEN PLANOPTIES BINNEN HET PLANGEBIED ............................................................. 336.7 POTENTIËLE MILIEUEFFECTEN VAN HET PLAN ........................................................................... 336.8 OVERIGE ASPECTEN EN GLOBALE CONCLUSIES .......................................................................... 41

    7 BIJLAGEN ................................................................................................................ 42

    7.1 BASISKAARTEN ................................................................................................................... 42

    TABELLEN

    Tabel 4.1 Samenvattend overzicht van het juridisch kader 23

    Tabel 6-1 Huidige luchtkwaliteit 2013 (ATMOSYS) 39

    FIGUREN

    Figuur 2-1 Situering en afbakening plangebied 4

    Figuur 2-2 Micro situering en afbakening plangebied deelgebied Sint-Medarduskerk 5

    Figuur 2-3 Sint-Medarduskerk met eraan palend het woon- en zorgcentrum 5

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 2 van 42

    Figuur 2-4 Micro situering en afbakening plangebied deelgebied ambacht en KMO 6

    Figuur 2-5 De betrokken loods en serre langs de Ieperstraat 6

    Figuur 3-1 Gewenste ruimtelijke structuur West-Vlaamse heuvels – gebied F1: bosrijklandschap van de West-Vlaamse heuvels – gemengd landbouwgebied vanNieuwkerke HAG 9

    Figuur 3-2 Gewenste ruimtelijke structuur Wijtschate 13

    Figuur 3-3 Categorisering van de wegen 15

    Figuur 3-4 Fietsroutenetwerk 17

    Figuur 4-1 RUP Kern Wijtschate (deelgebied Sint-Medarduskerk) 24

    Figuur 4-2 RUP Kern Wijtschate (deelgebied ambacht en KMO) 25

    Figuur 4-3 Legende RUP Kern Wijtschate 25

    Figuur 5-1 Haalbaarheidsonderzoek Sint-Medarduskerk – Voorstel uitbreiding – Niv 0 27

    Figuur 5-2 Zoekzones voor een lokaal bedrijventerrein aansluitend op de kern van Wijtschate28

    Figuur 6-1 Zoneringsplan (bron: geoloket VMM) 34

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 3 van 42

    1 Inleiding

    Het gemeentebestuur van Heuvelland wenst met voorliggend ruimtelijk uitvoeringsplan het RUPKern Wijtschate beperkt te herzien. De aanleiding voor de beperkte herziening is tweeledig:

    • het schrappen van de deelzone 3.5 (Zone voor ambacht en KMO), en de achterliggendezone voor gemeenschapsvoorzieningen door de Deputatie uit het RUP Kern Wijtschate (BD30/6/2011): deze beslissing berustte echter op een verkeerde interpretatie van het GRSdoor de Deputatie, waardoor de herbestemming van het deelgebied alsnog wordthernomen, om zo de herlokalisatie van een zonevreemd bedrijf te bevestigen.

    • de opmaak van een haalbaarheidsstudie voor de herbestemming van de Sint-Medarduskerk

    (april 2015), die in het kader van meervoudig gebruik een herbestemming van het

    bestaande kerkgebouw en van het plein voorstelt. De herbestemming omvat zowel

    gemeenschapsvoorzieningen als een woonbestemming.

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 4 van 42

    2 Situering en afbakening plangebied

    2.1 Macro situering

    De gemeente Heuvelland is gelegen in het zuidwesten van de provincie West-Vlaanderen, meerbepaald ten zuiden van Poperinge en Ieper op de grens met Frankrijk en Henegouwen, en maaktdeel uit van het arrondissement Ieper. Het meervoudig hoofddorp Heuvelland heeft een totaleoppervlakte van 9.424ha. Het plangebied van voorliggend RUP is in de deelgemeente Wijtschategelegen.

    Het plangebied omvat twee deelgebieden, namelijk het deelgebied Sint-Medarduskerk en hetdeelgebied ambacht en KMO.

    Figuur 2-1 Situering en afbakening plangebied

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 5 van 42

    2.2 Micro situering

    2.2.1 Deelgebied Sint-Medarduskerk

    Het deelgebied Sint-Medarduskerk situeert zich in het centrum van Wijtschate, achter hetgemeentehuis. Centraal in het deelgebied staat de parochiekerk Sint-Medardus, omringd met eenbeboomde grastuin, deels ommuurd en deels omhaagd. Verder omvat het deelgebied een beperktdeel van het Kerkplein tot aan de pastorie.

    Figuur 2-2 Micro situering en afbakening plangebied deelgebied Sint-Medarduskerk

    Figuur 2-3 De Sint-Medarduskerk met eraan palend het woon- en zorgcentrum

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 6 van 42

    2.2.2 Deelgebied ambacht en KMO

    Het deelgebied ambacht en KMO omvat een voormalig tuincentrum, bestaande uit een loods meteen hoge verhardingsgraad aan de voorzijde van het gebouw. De loods sluit aan op een bestaandserrecomplex aan de noordzijde. De gebouwen (zowel de loods als de serre) worden op vandaaggebruikt voor (zonevreemde) activiteiten van metaalbewerking. Verder is aan de zuidzijde van debebouwing het perceel in gebruik als akkerland. De percelen gelegen achteraan het bedrijf zijnbestemd als natuurgebied.

    Figuur 2-4 Micro situering en afbakening plangebied deelgebied ambacht en KMO

    Figuur 2-5 De betrokken loods en serre langs de Ieperstraat

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 7 van 42

    3 Beleidskader

    3.1 Structuurplanning

    3.1.1 Heuvelland in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV)

    3.1.1.1 RSV

    Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) is vastgesteld door de Vlaamse regering op 23september 1997. Het omvat een informatief, richtinggevend en bindend gedeelte.

    Het RSV geeft de gewenste ruimtelijke ontwikkeling aan voor vier structuurbepalende elementen encomponenten op Vlaams niveau:

    • stedelijke gebieden en stedelijke netwerken;

    • elementen van het buitengebied;

    • economische knooppunten;

    • lijninfrastructuren.

    De visie op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling wordt op kernachtige wijze uitgedrukt in demetafoor

    ‘Vlaanderen open en stedelijk’.

    Concreet is het ruimtelijk beleid op Vlaams niveau gericht op:

    • het versterken van stedelijke gebieden en netwerken door bundelen van functies enactiviteiten;

    • het behoud en de versterking van het buitengebied door bundeling van wonen en werken inde kernen van het buitengebied;

    • het concentreren van economische activiteiten in economische knooppunten;

    • het optimaliseren van de bestaande verkeers- en vervoersstructuur en het verbeteren vanhet openbaar vervoer.

    Het RSV vormt het kader voor de provinciale en gemeentelijke structuurplannen en werkt aldus doorop het provinciale en gemeentelijke niveau.

    Het RSV selecteert Heuvelland niet als stedelijk gebied. De gemeente behoort dus tot hetbuitengebied. Het buitengebied is dit gebied waar de open en onbebouwde ruimte overweegt. HetRSV wil het bestaande buitengebied behouden en waar mogelijk versterken. De belangrijkstedoelstellingen voor het buitengebied zijn:

    • het ontwikkelen van landbouw, natuur en bossen in goed gestructureerde gehelen,

    • het afstemmen van ruimtelijk beleid en milieubeleid op basis van het fysisch systeem en hettegengaan van versnippering van de open ruimte door landbouw-, bosbouw-, woon- enwerkfuncties zoveel mogelijk te bundelen.

    3.1.1.2 ruimtelijke visie op landbouw, natuur en bos

    In uitvoering van het RSV stelt de Vlaamse overheid een ruimtelijke visie op voor landbouw, natuuren bos. Deze visie vormt de basis voor het opmaken van concrete afbakeningsplannen voorlandbouw, natuur en bos.

    Ruimtelijke visie voor landbouw, natuur en bos regio Kust-Polders-Westhoek:

    Op 3 juni 2005 besliste de Vlaamse Regering over een methodiek voor het herbevestigen vansamenhangende agrarische gebieden. Voor deze gebieden kan een formele beleidsbeslissing op hetniveau van de Vlaamse Regering genomen worden waarin het planningsproces voor landbouw,

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 8 van 42

    natuur en bos afgerond wordt én gesteld wordt dat er geen initiatieven op gewestelijk niveau voorbijkomende natuur– of bosgebieden binnen deze agrarische gebieden genomen worden. Hetbestaande gewestplan wordt voor deze gebieden op dit moment beschouwd als een voldoendejuridisch-planologische vertaling van de gewenste agrarische structuur. De bestaande regelgevingbinnen deze gebieden blijft ongewijzigd. Planningsinitiatieven binnen deze gebieden zullen explicietgetoetst moeten worden aan hun impact op de agrarische structuur.

    Op 31 maart 2006 keurde de Vlaamse Regering de beleidsmatige herbevestiging van de bestaandegewestplannen voor een aantal belangrijke landbouwgebieden in Kust-Polders-Westhoek goed. Hetbeleid dat de Vlaamse overheid binnen deze gebieden wenst te voeren is nader omschreven in eenomzendbrief van de minister bevoegd voor ruimtelijke ordening (Omzendbrief RO/2005/01).Daarnaast hechtte de Vlaamse Regering haar goedkeuring aan de acties omschreven in categorie I enII van het operationeel uitvoeringsprogramma. De Vlaamse regering nam tot slot akte van de actiesin categorie III en IV en van de verwerking van de adviezen.

    Wijtschate valt hierbij binnen de deelruimte West- Vlaamse heuvels HAG-kaart 8 onder actie 105“gemengd landbouwgebied van Nieuwkerke, minder aaneengesloten landbouwgebied van Klijte-Voormezele-Mesen” en actie 108 “gemengd landbouwgebied van Wijtschate - Geluveld”,respectievelijk gebied 25 deelkaart F1 met deelconcept 29.1/29.3 én gebied 26 deelkaart F2 metdeelconcept 29.6.

    De deelruimte West-Vlaamse heuvels omvat het West-Vlaamse Heuvelland en de Ieperboog op derug van Westrozebeke tot aan Zonnebeke.

    De ruimtelijke begrenzing tussen gebied 25 en 26 wordt gevormd door de Ieperstraat.

    Ruimtelijke concepten zijn:

    1) grondgebonden landbouw in een complex van gave landschappen. Het concept is van toepassingop beide gebieden.

    • Het landbouwgebied op de West-Vlaamse Heuvels is ruimtelijk-functioneel mindersamenhangend, maar wordt wel erkend als de ruimtelijke drager van het landschap, metbehoud en versterking van de landschaps- en natuurwaarden (hagen, houtkanten, poelen,bomenrijen, autochtone bomen en struiken, holle wegen, graften, geïsoleerde waardevollegraslanden) en het bouwkundig erfgoed.

    • De aaneengesloten gebieden worden zoveel mogelijk vrijgehouden van bebouwing, dit ineerste instantie ten behoeve van het in stand houden van een kwalitatieve en weinigversnipperde landbouwstructuur.

    • Nieuwe grondgebonden landbouwexploitaties of andere constructies worden zoveelmogelijk gebundeld rond bestaande concentraties van agrarische bebouwing.

    • In het landbouwgebied moet gestreefd worden naar het behoud en de ontwikkeling vaneen raamwerk van kleine landschapselementen alsook naar het behoud en herstel vancultuurhistorische relicten en het bouwkundig erfgoed, zodat een ecologische enlandschappelijke basiskwaliteit gegarandeerd wordt. Elementen als hagen, bosjes ofstruwelen hebben tevens een erosiewerend effect.

    • In het landbouwgebied zijn erosiebestrijdingsmaatregelen gewenst omdat de waterwegenin het gebied erg te lijden hebben onder de erosie van de omliggende heuvels.

    2) versterken bos -en natuurlijke structuur op heuveltoppen. Het concept is van toepassing opdeelgebied 31.5 bossen van Wijtschate op de grens van het RUP.

    • Behoud en versterken van het areaal oud bos, heide en heischrale en soortenrijkegraslanden met poelen, bomenrijen en houtkanten; holle wegen en graften in relatie methet voorkomend reliëf, de lithologische ondergrond en hydrologie.

    • Uitgaande van de bestaande boscomplexen en -relicten en de aansluitende graslanden metbomenrijen en hagen is bosuitbreiding en –verbinding mogelijk, waarbij het grasland in debeekvalleien gerespecteerd wordt. De boscomplexen van Kemmel-, Monte-, Scherpen-,

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 9 van 42

    Rode- en Vidaigneberg worden zo ontwikkeld dat ze de loop van de kamlijn blijvenbenadrukken.

    • Bosuitbreiding gebeurt in eerste instantie op voor landbouw minder geschikte gronden(bodem, eigendomsstructuur), en aansluitend bij de bestaande bosstructuren.

    • Waar heiderelicten en gradiënten van bronbossen en bronniveaus voorkomen, moetendeze behouden blijven.

    Figuur 3-1 Gewenste ruimtelijke structuur West-Vlaamse heuvels – gebied F1: bosrijklandschap van de West-Vlaamse heuvels – gemengd landbouwgebied van Nieuwkerke HAG

    Binnen het plangebied bevindt zich geen herbevestigd agrarisch gebied (HAG), echter sluit hetdeelgebied ambacht en KMO wel aan de oostzijde aan tegen HAG.

    3.1.2 Heuvelland in het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan West-Vlaanderen (PRS W-

    VL)

    Het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan (PRS) West-Vlaanderen is goedgekeurd bij MinisterieelBesluit van 6 maart 2002 en gedeeltelijk herzien op 11/02/2014. Naast het RSV vormt het PRS eenrefentiekader voor het ruimtelijk beleid in de gemeente.

    De visie en de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de provincie West-Vlaanderen sluit aan bij hetRSV en geeft verdere invulling aan elementen die vragen om een samenhangend beleid over degemeentelijke grenzen heen. De bindende bepalingen vormen het kader voor maatregelen waarmeede provincie de gewenste structuur wil realiseren.

    De visie van de provincie gaat uit van de ruimtelijke verscheidenheid van de verschillende regio’s. Deprovincie kiest om deze ruimtelijke verscheidenheid te behouden en te versterken. Daarom wordenvoor structuurbepalende componenten op provinciaal niveau ontwikkelingsperspectieven toegekenddie verschillend zijn naargelang het gebied waarin deze elementen gelegen zijn.

    De visie op provinciaal niveau over de verschillende deelstructuren wordt gebiedsgericht vertaaldnaar verschillende deelruimten. Per deelruimte worden voor specifieke elementenontwikkelingsperspectieven en beleidsdoelstellingen geformuleerd.

    De gemeente Heuvelland behoort tot de Heuvel-IJzerruimte waarbij volgende beleidsdoelstellingenworden vooropgesteld:

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 10 van 42

    • de natuurlijke componenten in relatie met toeristisch – recreatief medegebruik versterken:de West-Vlaamse heuvels worden samen met de Ijzer – Handzamevallei als structurerendenatuurcomponenten beschouwd;

    • dynamische activiteiten in de stedelijke gebieden Ieper – Poperinge – Diksmuide bundelen;

    • de landschappelijke kwaliteit ondersteunen;

    • compacte en leefbare kernen in het buitengebied behouden. Om de kleine, gelijkwaardigekernen van Heuvelland en Mesen leefbaar te houden, worden ze gebundeld in meervoudigehoofddorpen;

    • beperkte dynamische toeristisch – recreatieve infrastructuur in het buitengebied.

    Deze beleidsdoelstellingen worden verder uitgewerkt per deelstructuur.

    Heuvelland als meervoudig hoofddorp

    Het provinciaal ruimtelijk structuurplan onderscheidt verschillende beleidscategorieën en geeftdaarbij de mogelijkheden aan naar bijkomende woongelegenheden en lokale bedrijvigheid. Desamenhangende kern Heuvelland-Mesen wordt geselecteerd als een meervoudig hoofddorp. Dit wilzeggen dat de verschillende kernen samen de rol van structuurondersteunende hoofddorpenopnemen. Concreet betekent dit dat de totale groei van huishoudens wordt opgevangen in eenaantal geselecteerde kernen met specialisatiefunctie wonen. De behoefte aan een lokaalbedrijventerrein wordt voorzien in een aantal geselecteerde kernen met als specialisatiefunctiewerken.

    De behoefte aan bijkomende woongelegenheden en de grootte van het lokaal bedrijventerreinwordt gestaafd middels behoeftestudies.

    Verkeer- en vervoersstructuur

    De provincie selecteert de secundaire wegen. Het PRS selecteert enkel de N336 van de N37b (Ieper)tot de N58 (Warneton) als secundaire weg type II. Deze secundaire weg heeft als hoofdfunctie hetverzamelen van verkeer uit de deelruimte Heuvel-IJzerruimte, enerzijds naar het stedelijke gebiedIeper en de A19 toe; anderzijds naar de als primaire weg in te richten N58 en Komen toe.

    Natuurlijke structuur

    De provincie heeft de taak om natuurverbindingsgebieden en ecologische infrastructuur vanbovenlokaal belang aan te duiden. Voor Heuvelland betreft het de volgende selecties:

    • natuuraandachtszone: West-Vlaamse Heuvels

    • Franse Beek - Grote Kemmelbeek en Scherpenbergbeek als verbinding tussen West VlaamseHeuvels en IJzer-Handzamevallei;

    • Dikkebusvijverbeek en Wijtschatebeek-Bollaertbeek-Ieperlee.

    Landschappelijke structuur

    Uitgangspunten voor de gewenste landschappelijk structuur zijn:

    • behoud en versterken van de diversiteit en herkenbaarheid van West-Vlaamselandschappen;

    • het landschap als raamwerk;

    • formuleren van ontwikkelingsperspectieven voor structurerende landschapselementen, -componenten en eenheden.

    De provincie selecteert een aantal gave landschappen. Voor Heuvelland betreft het :

    • de centrale heuvelrij van de West-Vlaamse Heuvels;

    • de Douvevallei;

    • de Zuidelijke rug van de West-Vlaamse Heuvels

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 11 van 42

    • het Land van Nieuwkerke-Leievallei.

    Het beleid voor dit type van landschappen is gericht op het behouden en versterken van detraditionele kenmerken en de karakteristieke relicten.

    In Heuvelland worden vanuit het Vlaams Gewest (Monumenten en Landschappen) ook een aantalankerplaatsen aangeduid:

    • Heuvel van Wijtschate;

    • Kemmelberg en Monteberg;

    • Rodeberg met Hellegatbos;

    • Scherpenberg;

    • Zwartemolenhoek.

    Structurerende reliëfcomponenten zijn een belangrijk onderdeel van de landschappelijke structuur.De provincie selecteert eveneens de West-Vlaamse Heuvels als een structurerende reliëfcomponent.Het beleid is gericht op het behoud en versterken van de visuele kwaliteit en herkenbaarheid van hetreliëfelement.

    Tenslotte selecteert de provincie de Grote Kemmelbeek-Fransebeek als een structurerend lineairelement.

    Agrarische structuur

    Heuvelland behoort tot het gebied met de grondgebonden landbouw als ruimtelijke drager van deagrarische structuur. Het beleid is gericht op behoud en versterken.

    Toerisme en recreatie

    De West-Vlaamse Heuvels spelen een structuurbepalende rol in het landelijk toeristisch-recreatiefnetwerk van de Heuvelstreek. Ieper en Poperinge vormen stedelijke knooppunten metmogelijkheden voor toeristische ontwikkeling.

    De toenemende ruimtelijke druk door toerisme en recreatie in het kwetsbare gebied van degemeente Heuvelland moet door een herstructurering in de hand worden gehouden. Kleinschaligetoeristisch-recreatieve plattelandsactiviteiten kunnen hier wel ontwikkeld worden.

    Kemmelberg en de omgeving Rodeberg – Douvevallei – Eeuwenhout worden aangeduid alsopenluchtrecreatieve groene domeinen. Deze domeinen bieden de bezoeker nauw contact met denatuur. In principe is enkel zachte recreatie toegestaan. Uitvoeringsplannen kunnen bijkomendevormen van recreatief medegebruik aangeven, voor zover verenigbaar met de natuurwaarden.

    3.1.3 Het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Heuvelland (B.D. 19/10/2006)

    Hieronder wordt beknopt weergegeven welke krachtlijnen vanuit het GRS van toepassing zijn oponderhavig RUP. Voor het opvangen van de behoeften op gemeentelijk niveau wordt gewerkt methet concept van een meervoudig hoofddorp zoals vooropgesteld in het provinciaal ruimtelijkstructuurplan West-Vlaanderen.

    3.1.3.1 Gewenste ruimtelijke structuur van de kern Wijtschate

    Het plangebied is in het GRS geselecteerd als het ‘kerngebied Wijtschate’. Voor de gewenstestructuur van de kernen worden enkele uitgangspunten geformuleerd:

    • Kwaliteitsvolle kernen met een eigen ‘gezicht’.

    • Behoud en versterken van de voorzieningen op maat van de kern.

    • Versterking van de historisch gegroeide woonstructuur.

    • Ambachtelijke bedrijven ruimtelijk integreren.

    • Opwaardering van het openbaar domein.

    • Goed ontsloten kernen voor alle vormen van verkeer.

    • Duidelijk afgewerkte randen.

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 12 van 42

    Vanuit de gewenste structuur voor dit kerngebied alsook de diverse deelstructuren zijn volgendeelementen van belang:

    Heuvelland als meervoudig hoofddorp

    Verschillende kernen vervullen samen de rol van structuurondersteunend hoofddorp. Initiatieven opmaat van de kern blijven mogelijk in iedere kern. Initiatieven op gemeentelijk niveau dienen tegebeuren in de kernen met een specialisatiefunctie. Wijtschate heeft de volgende specialisatiesmeegekregen: de functies voorzieningen en wonen

    Sint Medardusplein inrichten als ‘logo’ van de kern.

    Aandacht gaat hierbij naar het opwaarderen van het openbaar domein met de historische contextals inspiratie. Het plein dient zijn sociale functie als ontmoetingsplaats te behouden. De auto isondergeschikt, doch moeten voldoende parkeermogelijkheden voorzien blijven.

    Versterken van de kern op basis van zijn stervorming patroon

    Het historisch stervorming patroon is bepalend voor de kernversterking. Grootschalige uitbreiding isniet aan de orde. De gemeente geeft prioriteit aan het ontwikkelen van het binnengebied tussen deIeperstraat, Hospicestraat en Staanijzerstraat. Dit gebied heeft een oppervlakte van 1,26 ha. Met eendichtheid van 15 woningen per ha, kan in dit gebied in de bouw van 20 bijkomende woningenworden voorzien.

    Daarnaast zijn er enkele woonuitbreidingsgebieden Kapelaniestraat en Ieperstraat die reedsgrotendeels aangesneden zijn. Binnen het RUP Kern Wijtschate werden deze zones verder afgewerktdoor middel van kleinschalige woonprojecten.

    Verdichtingsmogelijkheden in het historisch kerngebied onderzoeken

    De gemeente wenst haar woningbehoefte te differentiëren. Er is een behoefte aan kleinerewoonunits. Deze woonunits worden vooral ingevuld door verdichting en hergebruik van waardevollegebouwen. Voorliggend RUP vormt het kader voor verdichtingsmogelijkheden in en aan de Sint-Medarduskerk.

    Recreatiepool aan Vierstraat

    Het bestaande sportcomplex langs de Vierstraat is een belangrijke recreatiepool maar is eerderperifeer gelegen ten opzichte van de kern. Uitbreiding is daarom niet wenselijk. Belangrijk is hetgaranderen van de nodige landschappelijke integratie van deze site.

    Verenigbaarheid van bestaande ambachtelijke activiteiten met de woonomgeving.

    In de kerngebieden worden initiatieven inzake verwevenheid van functies geïnitieerd enondersteund. Bedrijven in of aansluitend bij de kern kunnen een kwalitatieve bijdrage leveren, voorzover de uitgeoefende activiteit in overeenstemming is met de woonfunctie. Voor activiteiten aan derand van de kern gaat bijzondere aandacht naar een ruimtelijk kwalitatieve afwerking naar de openruimte. Dit is het geval voor het deelgebied ambacht en KMO van voorliggend RUP.

    Het GRS van Heuvelland (RD blz.51) voorziet binnen iedere kern (cf. meervoudig hoofddorp):VERSPREIDE BEDRIJVIGHEID /KLEINHANDEL IN OF AANSLUITEND OP KERNEN OF WOONLINTEN

    Bedrijven of kleinhandelszaken die zich in of aansluitend op een kern of woonlint bevinden, kunneneen kwalitatieve bijdrage leveren, voor zover de uitgeoefende activiteit verenigbaar is met dewoonfunctie. Activiteiten die hinderlijk zijn voor de woonomgeving krijgen een uitdovend karakter.

    Tevens dient in of aansluitend op een kern de mogelijkheid voorzien te worden tot herlokalisatie vanbestaande bedrijven. Deze mogelijkheid zal verder uitgewerkt worden in de ruimtelijkuitvoeringsplannen die voor de kernen worden opgemaakt.

    Bijkomende randvoorwaarden kunnen opgelegd worden om te komen tot een ruimtelijk kwalitatieveintegratie van de activiteit in de woonomgeving. Deze randvoorwaarden hebben betrekking op deschaal en de ruimtelijke verschijningsvorm van de gebouwen. Voor bedrijfssites die zich aan de rand

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 13 van 42

    van de kern of lint bevinden, dient een ruimtelijk kwalitatieve overgang naar de open ruimte teworden gerealiseerd.

    Herbestemmen van het woonlint Wijtschatestraat

    Het beleid in deze woonlinten is gericht op het ruimtelijk afwerken van deze woongroepering alsookop het behoud van de relatie met de omgevende open ruimte. Nieuwbouw op onbebouwde grondenis enkel mogelijk binnen al bestaande woongebieden met landelijk karakter of in goedgekeurde, niet-vervallen verkavelingen. Verweven met het wonen zijn bedrijven en kleinhandelszaken mogelijk,echter bijkomende kleinhandelszaken of bedrijven niet.

    Historisch waardevolle elementen

    Het RUP voor het kerngebied duidt de historisch waardevolle elementen aan en maakt hiervoorspecifieke voorschriften op, met het oog op het behoud van de historische context.

    Figuur 3-2 Gewenste ruimtelijke structuur Wijtschate

    3.2 Mobiliteitsplan – beleidsnota

    De beleidsnota bouwt verder op de visie en maatregelen zoals opgesomd in het oorspronkelijkemobiliteitsplan. Het plan wordt aangevuld met de nieuwe visies en maatregelen rond deonderzochte thema’s. In eerste instantie wordt de beleidsvisie toegelicht waar de gemeente naar toewil met mobiliteit en verkeer op haar grondgebied. Achtereenvolgens worden per werkdomein devisie en de maatregelen uitgestippeld.

    Werkdomein A geeft de band met het ruimtelijk beleid weer. Werkdomein B geeft het gewenstebeleid voor de netwerken van de verschillende vervoerswijzen weer. Bij werkdomein C wordt hetflankerend beleid uitgewerkt. Werkdomein B is het meest relevante onderdeel voor voorliggendRUP.

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 14 van 42

    3.2.1 Werkdomein B I verkeersnetwerken

    In het tweede werkdomein worden de verschillende verkeersnetwerken uitgewerkt. De beleidsvisiesper modus komen aan bod en de concrete maatregelen verbonden aan deze visies wordenbeschreven.

    3.2.1.1 Gemotoriseerd verkeer

    Wegencategorisering:

    Via de wegencategorisering wordt gepoogd aan alle wegen op grondgebied van de gemeente eengewenste functie te koppelen. In het mobiliteitsplan wordt voornamelijk de nadruk gelegd op deselecties op lokaal niveau. De selecties op hoger niveau liggen vast vanuit het RSV en PRS.

    Via het RSV worden de hoofdwegen en primaire wegen vastgelegd. Deze wegen hebben een functieop respectievelijk internationaal en nationaal niveau.

    Het PRS heeft een selectie gemaakt van secundaire wegen. Bij de secundaire as van categorie Iprimeert het verbinden van stedelijke gebieden en stedelijke gebieden met hoofddorpen. Hetverzamelen en toegang geven zijn bijkomende functies.

    Bij de wegen van categorie II primeert de verzamelfunctie op bovenlokaal niveau.

    Bij de wegen van categorie III primeert de verbinding van het openbaar vervoer en het fietsverkeerop bovenlokaal niveau.

    De gemeente zal de overige wegen verder opdelen naar lokaal niveau. Bij lokale wegen van type Iprimeert het verbinden op lokaal niveau. Verzamelen van verkeer en toegang geven zijn bijkomendefuncties. Bij een lokale weg van type II daarentegen primeert het verzamelen van het verkeer. Deoverige wegen fungeren in hoofdzaak op vlak van toegang geven.

    Categorisering van de wegen

    Op grondgebied van de gemeente Heuvelland werden volgende selecties uitgevoerd:

    Secundaire weg II:

    - N336

    Lokale wegen I, lokale verbindingswegen:

    - N365 / Ieperstraat (verbinding N336 over Wijtschate naar Mesen)

    - N314 / Nieuwkerkestraat/Mesenstraat (verbinding van Nieuwkerke over Wulvergemnaar Mesen)

    - N331 / Seulestraat (verbinding Nieuwkerke tot N42)

    - N304 / Reningelsstraat (verbinding Kemmel naar Reningslest)

    - N331 / Kemmelstraat (verbinding Nieuwkerke, Kemmel richting Ieper)

    - N322 / Dranouterstraat (verbinding Nieuwkerke over Dranouter tot Loker)

    - N375 / Dikkebusstraat (verbinding Loker naar Dikkebus)

    - N315 / Sulferbergstraat (relatie Westouter - Loker)

    - N373 / Goeberg (Loker richting Reningelst)

    - Wijtschatestraat (Wijtschate-Kemmel) , Poperingestraat (Westouter - Poperinge)

    Lokale wegen II met een ontsluitende functie:

    - Kruisabelestraat, Hooghofstraat (verbinding Dranouter naar Wulvergem)

    - N398 / Bellestraat en N372 / Rodebergstraat (ontsluiting Zwarte Berg en Rode Berg)

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 15 van 42

    Lokale wegen III

    - Alle andere wegen zonder ruimere verkeersfunctie zoals woonstraten enlandbouwwegen met een ontsluitende functie

    Figuur 3-3 Categorisering van de wegen

    Wijzigingen ten opzichte van oorspronkelijke categorisering (mobiliteitsplan uit 2002):

    In de oorspronkelijke categorisering was alleen sprake van lokale wegen en werd geen verderopdeling gemaakt in de types I en II.

    Inrichtingsprincipes

    Volgend globaal onderscheid wordt gemaakt tussen de wegen op lokaal niveau:

    lokale wegen type I

    - snelheidsregimes 50 tot 30 km/u binnen bebouwde kom

    - binnen bebouwde kom aanliggende fietspaden of gemengd verkeer ifv intensiteiten

    - buiten de bebouwde kom streven naar de aanleg van vrijliggende fietspaden

    - belangrijke kruispunten (zoals met hogere wegennet) moeten afdoende beveiligd teworden

    - rijbaan voldoende breed zodat twee bussen elkaar kunnen kruisen

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 16 van 42

    lokale wegen type II

    - […]

    lokale wegen type III

    - idem als lokale weg type II

    - verdere specificering naar aanleiding van studie functietoekenningsplan voor Westhoek

    Snelheidsbeleid

    Het verbeteren van de verkeersveiligheid kan bekomen worden door het beheersen van de snelheid,het afschermen van fietsers op de verbindende assen buiten de bebouwde kommen, het beveiligenvan gevaarlijke punten en het behoud van goede zichtbaarheid, ed..

    Op vlak van snelheden wordt gestreefd naar een verderzetting van het gedifferentieerdsnelheidsbeleid op Vlaams niveau. Onder gedifferentieerd snelheidsbeleid wordt verstaan eengeleidelijkere afbouw van 90 km/u naar 50 km/u door het toevoegen van een wegsegment metsnelheidsregime 70 km/u.

    De gemeente heeft de bestaande snelheidsregimes op de gewestwegen voor alle kernen kritischgecontroleerd.

    Er wordt gestreefd een meer uniform snelheidsbeleid door te voeren. De gemeente heeft er nietvoor geopteerd om standaard op alle gewestwegen een wegsegment 70 km/u te voorzien alsovergang van 90 km/u naar 50 km/u of bebouwde kom. Dit werd alleen ingevoerd wanneer deomgevingsfactoren, de verkeerssituatie en de morfologie van de bestaande bebouwing langsheen deweg dit vereisten. Dit houdt in dat wanneer op geruime afstand voor het binnenkomen van debebouwde kom reeds verspreide woningen aanwezig zijn of een onoverzichtelijke verkeerssituatiezich voordoet, de snelheid verlaagd wordt naar 70 km/u.

    Buiten de bebouwde kom van de diverse dorpskernen geldt een snelheidsbeperking van 70 km/usinds 1/1/2017. Op het grondgebied van Heuvelland zijn er verder geen wegen waar eensnelheidsbeperking van 90km/u geldt.

    3.2.1.2 Fietsverkeer

    Om het gebruik van de fiets aan te moedigen als alternatief voor de auto zal een goed uitgerust,aaneengesloten fietsroutenetwerk uitgebouwd worden. In de eerste plaats heeft hetprovinciebestuur het bovenlokale fietsroutenetwerk afgebakend. Er werden hoofdroutes enbovenlokale functionele routes geselecteerd. Hoofdroutes zijn van belang voor het afleggen vanlange afstanden. Het zijn als het ware de autosnelwegen voor fietsverkeer. Daarnaast werdentrajecten geselecteerd die de fietsrelaties op bovenlokaal niveau moeten verbeteren.

    Verder dient de gemeente ontbrekende schakels aan te vullen. Tevens zullen voor de fietsersgevaarlijke plaatsen/kruispunten worden heringericht. Het is belangrijk dat de routes kaderen in eengroter geheel en ook over de gemeentegrenzen doorlopen.

    Het fietsroutenetwerk is opgebouwd uit de volgende elementen:

    - de belangrijkste woon – schoolverbindingen;

    - de belangrijkste woon – werkverbindingen;

    - de fietsverbindingen tussen de deelgemeenten;

    - de recreatieve fietsroutes

    In Heuvelland worden bijna alle gewestwegen beschouwd als onderdeel van het functioneelbovenlokaal fietsroutenetwerk. In combinatie met een relatief hoge rijsnelheid van hetgemotoriseerd verkeer en de verkeersintensiteiten dringen beschermende fietsvoorzieningen zichop deze bovenlokale fietsroutes. Er zal de komende jaren werk gemaakt worden om defietsinfrastructuur langsheen het bovenlokale netwerk te verbeteren.

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 17 van 42

    Naast de bovenlokale routes heeft de gemeente ook lokale fietsroutes geselecteerd. Op deze wegentreffen we vaak veel fietsers aan. Deze routes zijn meestal fietsverbindingen die leiden via minderdrukke wegen of landelijke wegen. Hier moet het sluipverkeer zoveel mogelijk geweerd worden ende oversteekplaatsen met verkeerswegen beveiligd. Dit moet leiden tot een netwerk van korte enaantrekkelijke fietsroutes, zowel voor functionele als de recreatieve fietser.

    Op grondgebied van de gemeente Heuvelland werden volgende selecties uitgevoerd:

    Hoofdroutes

    - /

    Bovenlokale routes

    - Relatie Ieper-Mesen-Ploegsteet: N365 – Ieperstraat

    - […]

    Lokale routes

    - […]

    Figuur 3-4 Fietsroutenetwerk

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 18 van 42

    3.2.1.3 Voetgangersverkeer en verkeersleefbaarheid

    De meeste verplaatsingen binnen de kernen kunnen te voet afgelegd worden. Een ondersteunendruimtelijk beleid is hierbij noodzakelijk: keuze voor verdichte kernen met voorzieningen opwandelafstand en het afremmen van de verspreide bebouwing. Om de verplaatsingen te voetaantrekkelijk te maken, moeten de kernen op maat van de voetgangers ingericht worden. Binnen dekernen worden doorsteken en paadjes voorzien. Deze vormen directe en verkeersveiligeverbindingen tussen de verschillende wijken en voorzieningen. Veilige schoolomgevingen en delooproutes naar de school moeten worden ingericht. Goede voetgangersvoorzieningen werken ookondersteunend naar het openbaar vervoer toe. Het meeste voor – en natransport voor debusgebruiker is immers te voet. Een vlotte bereikbaarheid van de haltes vanuit de wijken verdientspeciale aandacht.

    Dorpskernvernieuwing

    Een dorpskernvernieuwing duidt op de heraanleg van de kern van het dorp. Bij een dergelijkevernieuwing ligt de nadruk op een kwalitatieve herinrichting van publiek domein en de openbarewegen. In het dorp Wijtschate zal er op termijn een dorpskernvernieuwing worden uitgevoerd.

    3.3 Landschap, erfgoed en archeologie

    3.3.1 Landschapsatlas & traditionele landschappen (zie kaart 2)

    Het beleid zoals vooropgesteld in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen benadrukt een globale engedifferentieerde aanpak van de landschapszorg, waarbij een bijzondere aandacht gaat naar hetbehoud van de resterende relictlandschappen. Om een dergelijk landschapsbeleid te onderbouwenwordt een geactualiseerde gebiedsdekkende inventaris van de relictlandschappen als een belangrijkbeleidsinstrument gezien. Via de aanwijzing van de relicten kan een beoordeling gemaakt wordenvan de gaafheid, mede in relatie tot de ideaaltypische karakteristieken van het betrokkentraditioneel landschap. Deze inventaris werd uitgewerkt in de zogenaamde ‘Landschapsatlas vanVlaanderen - opgemaakt door de afdeling Monumenten en Landschappen van de VlaamseGemeenschap en verschenen in het voorjaar van 2001.

    De atlas vormt een historische momentopname van de Vlaamse landschappen op het eind van de20e eeuw. Ze geeft een gedetailleerde inventaris van ruimtelijke zones waar gave en herkenbarerelicten van de traditionele landschappen nog voorkomen. Hij bestrijkt het volledige Vlaamsegrondgebied met uitzondering van de stedelijke kernen en de dicht bebouwde agglomeraties.

    Deze inventaris omvat zowel puntvormige, lijnvormige als vlakvormige relicten. Samenhangendegehelen met belangrijke erfgoedwaarden en een vrij hoge gaafheid werden gewaardeerd viaaanduiding als relictzone met bijbehorende beschrijvingsfiche. De meest waardevolle ensembleswerden ankerplaatsen genoemd. Voor ankerplaatsen en relictzones, kortom gave landschappen,worden specifieke beleidswenselijkheden geformuleerd.

    Beide deelgebieden zijn gelegen in de relictzone “Centrale heuvelrij van de West-Vlaamse Heuvels”en de ankerplaats “Heuvel van Wijtschate – Mesen”. Bovendien is het deelgebied Sint-Medarduskerkgelegen in de rand van de definitief aangeduide ankerplaats Ieperse vestingen en omgeving, bossenten zuiden en heuvelrug Wijtschate-Mesen. Voor de ankerplaats zijn volgende opmerkingen enknelpunten belangrijk voor het plangebied:

    • Het landelijke en open landschap dient behouden te blijven om de vergezichten in allerichtingen te vrijwaren. Daarbij dient de lintbebouwing ingeperkt te worden; ter hoogte vande dorpskernen hebben zich reeds woonlinten langs wegen tot ver buiten de kernontwikkeld.

    • Bij de verspreide landbouwbedrijven dient men nieuwe gebouwen voldoende te bufferenom de esthetische waarde van de omgeving niet aan te tasten. Niet-grondgebondenlandbouwbedrijven passen niet binnen dit gaaf en herkenbaar landschap.

    • De restanten van beekbegeleidende houtige begroeiing dient versterkt te worden om deherkenbaarheid van het landschap te verhogen en de esthetische waarde te vergroten. Ook

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 19 van 42

    de aaneengesloten weilanden langs de steile hellingen vormen een landschappelijk geheeldat in de open omgeving sterk opvalt door dezelfde verschijningsvorm. De minder steilehellingen onderaan akkerland zijn minder waardevol als er geen perceelsrandbegroeiïngvoorkomt.

    De dorpskern van Wijtschate wordt verder ook aangeduid als puntrelict. Binnen het plangebiedkomen geen lijnrelicten voor.

    Het plangebied bevindt zich voor het overgrote deel in het traditioneel landschap ‘West-Vlaamseheuvels’. De indeling van de traditionele landschappen van Vlaanderen dateert van 1985 en was eeneerste poging om de regionale verscheidenheid van de historisch gegroeide cultuurlandschappen opkaart voor te stellen in hun situatie van voor de grote veranderingen. De indeling steunt op zowelfysische en natuurlijke kenmerken zoals reliëf en bodemgesteldheid, als op cultuurlandschappelijkekenmerken zoals bewoningsvormen, landgebruik, percelering en landschapstype. Hieruit blijkt hetVlaamse Gewest over een bijzonder grote landschappelijke diversiteit te beschikken, die echter ineen steeds sneller tempo teloor gaat.

    De ‘West-Vlaamse heuvels’ heeft volgende kenmerken:

    - Geografische streek: binnen Zandleem- en Leemstreek;

    - Structuurdragende matrix: (beboste) heuvels omgeven door open landbouwgebied;

    - Zichtbare open ruimten: talrijke weidse, panoramische en soms gerichte vergezichten;

    - Impact bebouwing: geïsoleerde verspreide bebouwing, maakt deel uit van de openruimte;

    - Betekenis kleine landschapselementen: lineair groen (beekvalleien) kanstructuurversterkend zijn.

    De volgende wenselijkheden m.b.t. de Vlaamse Landschappen worden nagestreefd:

    • Structurele hoofdkenmerken: grensoverschrijdende rij van getuigenheuvels van hetDiestiaan (Catsberg, Zwarteberg, Rodeberg, Kemmelberg);

    • Identiteitsbepalende elementen: door het reliëf en de vegetatie gedeeltelijkgecompartimenteerd met afwisselend wijdse vergezichten;

    • Erfgoedwaarde: karakteristiek landschap; geomorfologische relicten; belangrijkearcheologische sites; talrijke oorlogsmonumenten;

    • Autonome ontwikkeling en problemen: zeer weinig dichte bebouwing en versnijding doorinfrastructuren; grote recreatiedruk op de heuvels; kadastrale Open Ruimte bedroeg meerdan 88% in 1989 met een afname tot 5% sedert 1980; geen dichte bebouwing en versnijdingdoor infrastructuren;

    • Wenselijkheden voor toekomstige ontwikkeling: vrijwaren landelijk karakter en vrijwarenvan de heuvels van bodemerosie en te grote betredingsdruk.

    3.3.2 Inventaris bouwkundig erfgoed (zie kaart 3)

    Op 14/09/2009 stelde de administrateur-generaal van het VIOE de Inventaris van het BouwkundigErfgoed voor Vlaanderen vast. Hierdoor is er voor het eerst een eenduidige lijst van het inVlaanderen gebouwde patrimonium met erfgoedwaarde. In de inventaris van het bouwkundigerfgoed werd de parochiekerk Sint-Medardus aangeduid als relict (ID: 32754). Overigens sluit hetdeelgebied Sint-Medarduskerk aan tegen de pastorie (ID: 32756) en het gemeentehuis vanWijtschate (ID: 32757).

    3.3.3 Beschermde landschappen, dorpsgezichten en monumenten

    Er bevinden zich geen beschermde landschappen, dorpsgezichten of monumenten binnen hetplangebied van voorliggend RUP.

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 20 van 42

    3.4 Open ruimtebeleid

    3.4.1 Biologische waarderingskaart (zie kaart 4)

    De biologische waarderingskaart is een inventarisatie van het biologische milieu en debodembedekking in Vlaanderen en Brussel. Een inkleuring in groentinten duidt de biologischewaarde van het milieu op een overzichtelijke wijze. Hiertoe werd een uniforme evaluatie van hetvolledige Vlaamse gewest gemaakt voor wat betreft plantengroei, grondgebruik en kleinelandschapselementen. De inventarisatie werd opgemaakt door het Instituut voor natuur- enbosonderzoek (INBO).

    Het plangebied is volledig aangeduid als biologisch minder waardevol (ua = minder dichtebebouwing). Het deelgebied ambachten en KMO sluit aan zijn noordzijde aan op een biologisch zeerwaardevol gebied (vn = nitrofiel alluviaal Elzenbos).

    3.4.2 VEN en IVON (zie kaart 5)

    De centrale doelstelling van het Vlaams gebiedsgericht natuurbeleid is de realisatie van eenvoldoende omvangrijke en samenhangende ‘natuurlijke structuur’ van Vlaanderen. Om dit tebereiken dient eerst het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) en het Integraal Verweving- enOndersteunend Netwerk (IVON) afgebakend te worden.

    Het VEN, dat bestaat uit Grote Eenheden Natuur (GEN) en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling(GENO), wordt afgebakend door Vlaanderen in overleg met de provinciale en gemeentelijkeoverheden.

    Het IVON bestaat uit NVWG (natuurverwevingsgebieden) en NVBG (natuurverbindingsgebieden). DeNVWG wordt afgebakend in het RSV. De NVBG worden echter afgebakend door de provincie, zij hetin functie van de reeds door het Vlaams Gewest afgebakende GEN, GENO en NVWG en aan de handvan richtlijnen opgesteld op Vlaams niveau.

    De Vlaamse regering besliste op 18 juli 2003 over de definitieve afbakening van het eerste deel vanhet VEN. Het VEN 1e fase of Vlaams Ecologisch Netwerk staat voor 86.500 ha platteland waar natuuren natuurbescherming de belangrijkste plaats innemen. De afbakening van de NVGB werd nog nietbeëindigd.

    Het deelgebied ambachten en KMO sluit aan zijn noordzijde aan op een GEN-gebied “Het West-Vlaams Heuvelland”. Verder is hetzelfde gebied aan de westzijde gelegen van het deelgebied Sint-Medarduskerk (±100m). Binnen het plangebied komen geen VEN en IVON gebieden voor.

    3.4.3 Natura 2000 (zie kaart 6)

    In 1979 werd door de Europese Gemeenschap de Richtlijn 79/409/EEG inzake het behoud van devogelstand uitgevaardigd, beter bekend als de Vogelrichtlijn. Het doel ervan is de instandhoudingvan alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de lidstaten tebevorderen. Volgens artikel 4 van deze Richtlijn moeten er speciale beschermingsmaatregelengetroffen worden voor de leefgebieden van een aantal vogelsoorten, vermeld in de zogenaamdeBijlage I van de richtlijn. Bovendien moet men ook de rui-, overwinterings- en rustplaatsen vangeregeld voorkomende trekvogelsoorten (onder andere watervogels en ganzen) beschermen. Alsbelangrijkste maatregel dient elke lidstaat Speciale Beschermingszones (SBZ – V) aan te wijzen opbasis van opgegeven selectienormen. In deze gebieden dienen maatregelen getroffen te wordenvoor de bescherming van de vogelsoorten en van hun leefgebieden. Ook buiten dezebeschermingszones moeten de lidstaten zich inzetten om de vervuiling en verslechtering van deleefgebieden van de soorten te voorkomen. In Vlaanderen werden in 1988 in uitvoering van dezerichtlijn een aantal Speciale Beschermingszones, Vogelrichtlijngebieden of kortweg SBZ-V genoemd,aangeduid.

    De continue achteruitgang van de natuurlijke habitats en de bedreiging voor het voortbestaan vanbepaalde wilde soorten zijn een centrale zorg in het milieubeleid van de Europese Unie (EU). Op 21mei 1992 werd de Europese Richtlijn 92/43/EEG, inzake de instandhouding van de natuurlijke

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 21 van 42

    habitats en de wilde flora en fauna (zogenoemde ‘Habitatrichtlijn’), uitgevaardigd. Deze richtlijnheeft tot doel de biodiversiteit in de lidstaten te behouden en streeft naar de instandhouding én hetherstel van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna die hiervan deel uitmaken. Bij dezerichtlijn werd een Europees ecologisch netwerk tot stand gebracht dat "Natura 2000" is genoemd.Dit netwerk bestaat uit "speciale beschermingszones" die door alle lidstaten werden aangewezenovereenkomstig de bepalingen van deze richtlijn (de zogenaamde ‘Habitatrichtlijngebieden’ of SBZ –H), alsmede uit de speciale beschermingszones die uit hoofde van de vogelrichtlijn zijn ingesteld(zogenaamde Vogelrichtlijngebieden).

    Aan de noordwestzijde van Wijtschate situeert zich het habitatrichtlijngebied “Westvlaams Heuvels”.Het gebied is op een afstand van ± 150m van het deelgebied Sint-Medarduskerk gelegen en op ±600m van het deelgebied ambachten en KMO. Binnen het plangebied komen geen Natura 2000gebieden voor.

    3.5 Decreet integraal waterbeleid

    Het decreet integraal waterbeleid heeft zowel aandacht voor waterkwaliteit als voor de kwantiteit(hoeveelheid water). Binnen de bevoegdheid ruimtelijke ordening wordt uiteraard vooral rekeninggehouden met de hoeveelheid water (vermijden van overstromingen van bebouwde gebieden envermijden van verdroging van natte natuurgebieden). Op 20 juli 2006 keurde de Vlaamse Regeringhet uitvoeringsbesluit voor de watertoets goed. Dit besluit geeft aan de overheden die vergunningenafleveren richtlijnen voor de toepassing van de watertoets. Sinds 1 maart 2012 is er een aangepastuitvoeringsbesluit inzake de watertoets in werking getreden.

    3.5.1 Waterlopen (zie kaart 7)

    De dichtstbijzijnde waterlopen zijn gelegen aan de noordzijde van Wijtschate, namelijk de Ieperleeen de Klijtebeek (niet bevaarbaar).

    3.5.2 Bekkenbeheerplan

    In uitvoering van het decreet integraal waterbeleid, stelde de Vlaamse overheidbekkenbeheersplannen op voor het volledige grondgebied. Op 30 januari 2009 keurde de VlaamseRegering het besluit voor de vaststelling van de bekkenbeheerplannen en de bijhorendedeelbekkenbeheerplannen definitief goed (Belgisch Staatsblad 5 maart 2009).

    Het plangebied bevindt zich op de grens met het Leiebekken (deelbekken Ieper-Ambacht) en hetIJzerbekken (deelbekken Grensleie).

    3.5.2.1 Watertoets 2014 (zie kaart 8)

    Het plangebied is niet overstromingsgevoelig, met uitzondering van de noordwestzijde van hetdeelgebied ambacht en KMO. Deze beperkte zone is mogelijk overstromingsgevoelig.

    3.5.3 Erosiegevoeligheid (zie kaart 9)

    De erosiegevoeligheidskaart ten behoeve van de watertoets is een tussenproduct binnen de studie‘verfijning van de bodemerosiekaart’, uitgevoerd door de onderzoeksgroep fysische en regionalegeografie van de K.U. Leuven in opdracht van de afdeling Land van het vroeger AMINAL. Deafbakening van de erosiegevoelige gebieden heeft tot doel om belangrijke wijzigingen inbodemgebruik, die mogelijk aanleiding kunnen geven tot versnelde afstroming van oppervlaktewatervan hellingen en tot afspoeling van bodemdeeltjes, voorafgaandelijk aan een vergunning of degoedkeuring van een plan of programma, voor advies voor te leggen aan de bevoegde instantie.

    Het deelgebied ambacht en KMO is aangeduid als een erosiegevoelig gebied. Het deelgebied Sint-Medarduskerk is niet aangeduid als erosiegevoelig.

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 22 van 42

    3.5.3.1 Grondwaterstromingsgevoelige gebieden (zie kaart 10)

    De kaart met de gebieden die gevoelig zijn voor grondwaterstroming ten behoeve van de watertoetswerd opgemaakt om te kunnen nagaan in welke gebieden er minder of meer aandacht moet uitgaannaar de effecten van ingrepen op de grondwaterstroming. De richtlijnen voor de watertoets houdenrekening met een differentiatie van Vlaanderen in 3 types van gebieden, volgens de aard vangevoeligheid voor grondwaterstroming.

    Type 1: zeer gevoelig

    De zeer gevoelige gebieden zijn afgebakend aan de hand van de kaart van de NatuurlijkOverstroombare Gebieden (NOG kaart). De NOG-kaart is gebaseerd op de bodemkaart waarbij debodemprofielen van alluviale, colluviale en poldergronden afgebakend zijn. De NOG gebieden metuitzondering van colluvia zijn afgebakend als type 1 gebied. Indien er in type 1 gebied eenondergrondse constructie gebouwd wordt met een diepte van meer dan 3m of een horizontalelengte van meer dan 50m dient advies aangevraagd te worden bij de bevoegde adviesinstantie.

    Type 2: matig gevoelig

    Onder de matig gevoelige gebieden vallen alle gebieden die niet tot type 1 (zeer gevoelig) of type 3(weinig gevoelig) behoren. Indien er in type 2 gebied een ondergrondse constructie gebouwd wordtmet een diepte van meer dan 5m en een horizontale lengte van meer dan 100m dient adviesaangevraagd te worden bij de bevoegde adviesinstantie.

    Type 3: weinig gevoelig

    Onder de weinig gevoelige gebieden vallen alle gebieden waar er een aquitard (meestal een kleilaag)op geringe diepte voorkomt of het grondwaterpeil diep staat en die niet tot type 1 (zeer gevoelig)behoren. Indien er in type 3 gebied een ondergrondse constructie gebouwd wordt met een dieptevan meer dan 10 m en een horizontale lengte van meer dan 50m dient advies aangevraagd teworden bij de bevoegde adviesinstantie.

    Het overgrote deel van het plangebied wordt beschouwd als zijnde matig gevoelig voorgrondwaterstroming. Plaatselijk is het deelgebied ambacht en KMO aangeduid als zeer gevoelig voorgrondwaterstroming.

    3.5.3.2 Infiltratiegevoeligheid (zie kaart 11)

    De kaart met de infiltratiegevoelige bodems ten behoeve van de watertoets werd opgemaakt om tekunnen nagaan in welke gebieden er relatief gemakkelijk hemelwater kan infiltreren naar deondergrond. Infiltratie van hemelwater naar het grondwater is belangrijk omdat daardoor deoppervlakkige afstroming en dus ook de kans op wateroverlast afneemt. Bovendien staat infiltratiein voor de aanvulling van de grondwatervoorraden en zodoende voor het tegengaan van verdrogingvan watervoerende lagen en van waterafhankelijke natuur.

    De kaart met infiltratiegevoelige bodems en behoeve van de watertoets werd afgeleid van debodemkaart. Ze bestaat uit twee types gebieden:

    Gebieden met de infiltratiegevoelige bodems

    Gebieden met de niet-infiltratiegevoelige bodems

    De watertoetskaart met infiltratiegevoelige gebieden heeft tot doel om richtinggevend te zijn voorindividuele ingrepen op lokaal niveau. Bij dergelijke ingrepen moet beslist worden of de aanleg vaninfiltratievoorzieningen of waterdoorlatende verhardingen al dan niet zinvol zijn, en of er mogelijkschadelijke effecten kunnen optreden naar het grondwater toe zowel kwantitatief als kwalitatief bijhet al dan niet aanleggen van dergelijke voorzieningen.

    Het plangebied is in hoofdzaak infiltratiegevoelig, behalve het overstromingsgevoelig gebied binnenhet deelgebied ambacht en KMO.

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 23 van 42

    4 Juridisch kader

    4.1 Samenvattend overzicht

    TYPE

    Gewestplan Gewestplan nr. 5 Ieper-Poperinge

    Herbevestigde agrarische gebieden Neen

    Plannen van aanleg

    APA Neen

    BPA Neen

    Ruimtelijke uitvoeringsplannen

    Gewestelijk RUP Neen

    Provinciaal RUP RUP Solitaire vakantiewoningen Westhoek

    Gemeentelijk RUP RUP Kern Wijtschate

    Verkavelingsvergunningen (geldig) Neen

    Beschermingen

    Beschermde monumenten Neen

    Beschermde stads- of dorpsgezichten Neen

    Beschermde landschappen Neen

    Vogelrichtlijngebied Neen

    Habitatrichtlijngebied Neen

    Weidevogels Neen

    VEN Neen

    Natuurreservaten Neen

    Beschermingszonegrondwaterwinning

    Neen

    Overstromingsgebieden Vlaanderen:risicozone overstromingen

    Neen

    Onbevaarbaar Neen

    Bevaarbaar Neen

    Tabel 4.1 Samenvattend overzicht van het juridisch kader

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 24 van 42

    4.2 Gewestplan (zie kaart 14)

    Volgens het gewestplan nr. 5 Ieper-Poperinge (K.B. d.d. 14/08/1979) is het deelgebied Sint-Medarduskerk bestemd als woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. Hetdeelgebied ambacht en KMO is bestemd als landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Gelet ophet feit dat er een RUP voorhanden is, gelden de bestemmingen van het gewestplan echter nietmeer, met uitzondering van een stuk van het deelgebied ambacht en KMO. Het deelgebied werddoor de Provincie West-Vlaanderen uit het plan gesloten en blijft bijgevolg bestemd alslandschappelijk waardevol agrarisch gebied volgens het gewestplan.

    4.3 RUP’s

    4.3.1 RUP Kern Wijtschate (30/6/2011)

    Het deelgebied Sint-Medarduskerk is binnen het RUP Kern Wijtschate hoofdzakelijk bestemd alszone voor gemeenschapsvoorzieningen (zone 4.1). De resterende ruimte (achterliggend Kerkplein) isopgenomen in het openbaar domein.

    Figuur 4-1 RUP Kern Wijtschate (deelgebied Sint-Medarduskerk)

    De deelzone 3.5 van het RUP Kern Wijtschate werd oorspronkelijk bestemd ter bestendiging van deherlokalisatie van een lokaal bedrijf. Deze werd echter om twee redenen strijdig gevonden met hetGRS van de gemeente Heuvelland.

    • Enerzijds komt deze locatie overeen met de zoeklocatie Ieperstraat-Noord die echterongunstig werd beoordeeld als zoeklocatie voor bedrijvigheid omwille van een verdereverlinting en de ligging tussen twee waardevolle natuurelementen (GRS p. 49). Dit werd ookbevestigd door de grafische intekening van een open-ruimtecorridor ter hoogte van dezelocatie op de kaart van de gewenste ruimtelijke structuur voor Wijtschate in het GRS.

    • Anderzijds was er geen correcte onderbouwing van een concrete behoefte voorherlokalisatie opgenomen conform het beleidskader uit het PRS-WV (p. 250).

    Omwille van deze strijdigheden met het GRS werd de deelzone 3.5 en alle daarbij horende specifiekestedenbouwkundige voorschriften van goedkeuring onthouden. De bestemming van deze zone bleefbijgevolg landschappelijk waardevol agrarisch gebied volgens het gewestplan. Bijgevolg komt degeherlokaliseerde metaalbewerker terug zonevreemd te liggen.

    Ten aanzien van deze bestemming was het ruimtelijk niet meer te verantwoorden om mogelijkhedenvoor een KWZI te behouden achterliggend aan dit uitgesloten deel. Om deze reden werd dit deel vande deelzone voor gemeenschapsvoorzieningen 4.11 óók onthouden van goedkeuring. Hierbij was

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 25 van 42

    nog steeds voldoende ruimte om de KWZI te verwezenlijken, maar moest dit gebeuren achter dedeelzone 3.2.

    Verder is het deelgebied ambachten en KMO aan de noordzijde (van het geschrapte deel) bestemdvoor landbouwzone, natuurgebied en openbaar domein.

    Figuur 4-2 RUP Kern Wijtschate (deelgebied ambacht en KMO)

    Figuur 4-3 Legende RUP Kern Wijtschate

    4.4 Verkavelingsvergunningen

    Binnen de twee deelgebieden komen geen verkavelingen voor.

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 26 van 42

    4.5 Atlas der trage wegen (zie kaart 13)

    Binnen het plangebied van voorliggend RUP komen twee trage wegen voor. Deze wordengecategoriseerd in buurtwegen (chemins) en voetwegen (sentiers). In het deelgebied Sint-Medarduskerk komt het Kerkplein overeen met de buurtweg n°37. Overigens werd het deelgebiedambacht en KMO oorspronkelijk doorkruist door de voetweg n°40. Deze weg is ruimtelijk niet meerwaar te nemen.

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 27 van 42

    5 Visie op het plangebied

    5.1 Deelgebied Sint-Medarduskerk

    In functie van een meervoudig gebruik van de Sint-Medarduskerk en zijn onmiddellijke omgeving,

    wenst het voorliggend RUP naar aanleiding van een haalbaarheidsonderzoek (27 april 2015) een

    beperkte herziening door te voeren aan het RUP Kern Wijtschate. Binnen deze studie van Noa

    Architecten werd de mogelijke herbestemming van de kerk en zijn omgeving uitgewerkt.

    In hun voorstel maken de architecten de keuze om de zijbeuken (aan de zuid en noordzijde) open te

    maken als open gaanderij. Tegen het gebouw worden enkele (sociale) woningen voorzien die met

    hun voorgevel uitgeven op de gaanderij. De middenbeuk zou verder dienst doen als

    gemeenschapsvoorziening.

    In een meer uitgebreid scenario wordt de connectie gemaakt met het rust- en verzorgingstehuis, dat

    met een dringende uitbreidingsnood kampt. In dat geval kan de middenbeuk van de kerk fungeren

    als stille ruimte voor het RVT of dergelijke andere gemeenschappelijke functie.

    De gemeente Heuvelland draagt deze visie en wenst deze juridisch mogelijk te maken met

    voorliggend ruimtelijk uitvoeringsplan.

    Figuur 5-1 Haalbaarheidsonderzoek Sint-Medarduskerk – Voorstel uitbreiding – Niv 0

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 28 van 42

    5.2 Deelgebied ambacht en KMO

    In het goedkeuringsbesluit van het oorspronkelijk RUP Kern Wijtschate maakte de Deputatie de

    keuze om een zeer beperkt deel van het RUP te schrappen, nl. een kleine KMO-zone helemaal in het

    noorden van het plangebied. Dit was het gevolg van een verkeerde interpretatie van het GRS. De

    Deputatie ging ervanuit dat de desbetreffende zone overeen stemde met de zoeklocatie 4

    Ieperstraat-Noord die zich aan de overzijde van de straat bevindt. Deze zone werd ongunstig

    beoordeeld als zoekzone voor bedrijvigheid omwille van een verdere verlinting en de ligging tussen

    twee waardevolle natuurelementen (GRS p. 49). Het GRS doet geen uitspraak over de bestaande

    loods met bijhorend serrecomplex, met uitzondering van de grafische intekening van een open-

    ruimtecorridor ter hoogte van het deelgebied.

    Figuur 5-2 Zoekzones voor een lokaal bedrijventerrein aansluitend op de kern vanWijtschate

    Door de aanwezige bebouwing en de sterke verhardingsgraad is een kwalitatieve inrichting en

    gebruik als landschappelijk waardevol agrarisch gebied zeer onwaarschijnlijk. Recent is een

    metaalbewerker geherlokaliseerd vanuit het open ruimtegebied, waar deze zonevreemd zat, naar

    deze site. Bijgevolg wordt in voorliggend RUP (naar aanleiding van de verkeerde interpretatie van de

    zoekzones), het deelgebied opnieuw bestemd naar een zone voor ambachten en KMO. De

    herlokalisatie vrijwaart immers het open ruimtegebied van zonevreemde bedrijvigheid, en zorgt voor

    een meer geschikte inplanting van deze activiteiten, in aansluiting op het dorp en de daar reeds

    bestaande ambachtelijke activiteiten. Verder dient aandacht besteed aan de kwalitatieve ruimtelijke

    afwerking naar de open ruimte ten westen en de open-ruimtecorridor aan de zuidzijde.

    De contour van dit deelgebied wordt ruimer genomen dan het deel van het oorspronkelijk RUP dat

    werd vernietigd. De loods en de serre behoren immers beiden tot hetzelfde perceel. Het behouden

    van een smalle strook landbouwgebied tussen de ambachtelijke zone en het natuurgebied is om die

    reden allerminst zinvol. Dergelijke strook heeft geen enkele waarde voor het landbouwgebied. Een

    Deelgebied ambacht en KMO

    Zoekzone 4 Ieperstraat-Noord

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 29 van 42

    meer coherente benadering leidt tot een bestemming als ambachtelijke zone langs de Ieperstraat,

    met daarachter een verruiming van het natuurgebied door de realisatie van een ruime groenbuffer

    aansluitend op de reeds bestaande bebossing. Deze laatste heeft op vandaag immers reeds een

    visueel bufferende functie tussen het open ruimtegebied en de gebouwen in kwestie. Op die manier

    kan niet naar achteren (en dus richting de open ruimte) worden gebouwd, maar wel parallel aan de

    openbare weg, waar op vandaag ook reeds bebouwing aanwezig is.

    De mogelijkheid om een KWZI te verwezenlijken achteraan de zone voor ambacht en KMO wordt

    binnen voorliggend RUP behouden, weliswaar met een beperktere oppervlakte (de KWZI is immers

    reeds gerealiseerd), zijnde het gedeelte horend bij het perceel waarop de KWZI is gesitueerd. De

    resterende zone die oorspronkelijk bestemd was als zone voor gemeenschapsvoorzieningen wordt

    samen met de snipper landbouwzone herbestemd als bufferzone, om een landschappelijke inkleding

    van het noordelijk gelegen GEN-gebied mogelijk te maken.

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 30 van 42

    6 Screening van de plan-MER plicht

    6.1 Kadering

    In het kader van de wettelijke verplichting voor het RUP ‘Kern Wijtschate herziening’ te Heuvellandwordt een screening van mogelijk aanzienlijke effecten uitgevoerd.

    In het licht hiervan en overeenkomstig hoofdstuk II artikel 3 §1 van het besluit van de Vlaamseregering betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s, raadpleegt deinitiatiefnemer (gemeente Heuvelland) op eigen initiatief en uiterlijk op het ogenblik dat hij dedoelstellingen en de reikwijdte van het voorgenomen plan kan afbakenen, de volgende instanties:

    • 1° de deputatie van de provincie, waarop het voorgenomen plan of programmamilieueffecten kan hebben;

    • 2° de betrokken instanties afhankelijk van de ligging en de mogelijk te verwachtenaanzienlijke effecten van het voorgenomen plan of programma op in voorkomend geval degezondheid en veiligheid van de mens, de ruimtelijke ordening, de biodiversiteit, de faunaen flora, de energie- en grondstoffenvoorraden, de bodem, het water, de atmosfeer, deklimatologische factoren, het geluid, het licht, de stoffelijke goederen, het cultureel erfgoedmet inbegrip van het architectonisch en archeologisch erfgoed, het landschap en demobiliteit.

    Voorliggend verzoek tot raadpleging is voorzien om de instanties toe te laten de gegevens metbetrekking tot het plangebied waarover zij beschikken, die eventueel nog niet bekend zouden zijn bijde initiatiefnemer of de Dienst Mer1, aan de initiatiefnemer over te maken zodat de Dienst Mer eengefundeerde beslissing kan nemen over de plan-MER-plicht van het voorgenomen plan.

    Overeenkomstig bovenvermeld besluit vragen wij U om binnen een termijn van 30 dagen vanaf deontvangst van voorliggend verzoek tot raadpleging uw advies omtrent de plan-MER-plicht van hetRUP ‘Kern Wijtschate herziening’ over te maken aan Antea Group, optredend in naam van deinitiatiefnemer, zijnde de gemeente Heuvelland en dit op volgend adres:

    Antea Group

    Buchtenstraat 9

    9051 Gent

    t.a.v. Fabian Debeer

    en/of [email protected]

    6.2 Beschrijving plan en afbakening plangebied

    Zie hoofdstukken 1 en 2. De gemeente Heuvelland is gelegen in het zuidwesten van de provincieWest-Vlaanderen, meer bepaald ten zuiden van Poperinge en Ieper op de grens met Frankrijk enHenegouwen, en maakt deel uit van het arrondissement Ieper. Het meervoudig hoofddorpHeuvelland heeft een totale oppervlakte van 9.424ha. Het plangebied van voorliggend RUP is in dedeelgemeente Wijtschate gelegen.

    Het plangebied omvat twee deelgebieden, namelijk het deelgebied Sint-Medarduskerk en hetdeelgebied ambacht en KMO.

    1In het kader van het veranderproces “M.e.r. in beweging” heeft in juli 2011 een reorganisatie plaats gevonden waarbij de voormalige diensten Milieueffectrapportage

    (Mer) en Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen (BGP) zijn samengevoegd tot één nieuwe dienst Milieueffectrapportagebeheer (Mer). De kerntaken van de beidevoormalige diensten, zijnde het beoordelen van milieueffectenrapporten en procesbegeleiding in het kader van milieueffectrapportage, blijven behouden.

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 31 van 42

    Deelgebied Sint-Medarduskerk:

    Het deelgebied Sint-Medarduskerk situeert zich in het centrum van Wijtschate, achter hetgemeentehuis. Centraal in het deelgebied staat de parochiekerk Sint-Medardus, omringd met eenbeboomde grastuin, deels ommuurd en deels omhaagd. Verder omvat het deelgebied een beperktdeel van het Kerkplein tot aan de pastorie.

    De herziening van het RUP omvat de herbestemming van de Sint-Medarduskerk en een deel van hetKerkplein, naar een zone met dubbelbestemming wonen/gemeenschapsvoorzieningen.

    Deelgebied ambacht en KMO:

    Het deelgebied ambacht en KMO omvat een voormalig tuincentrum, bestaande uit een loods meteen hoge verhardingsgraad aan de voorzijde van het gebouw. De loods sluit aan op een bestaandserrecomplex aan de noordzijde. De gebouwen worden op vandaag gebruikt voor activiteiten vanmetaalbewerking. Verder is aan de zuidzijde van de bebouwing het perceel in gebruik als akkerland.De percelen gelegen achteraan het bedrijf zijn bestemd als natuurgebied.

    De herziening van het RUP omvat voor dit deelgebied de herbestemming naar een zone voorambachten en KMO, zone voor gemeenschapsvoorzieningen en zone voor groenbuffer (ziehoofdstuk 5.2).

    6.3 Bepalen van de plan-MERplicht

    Met de goedkeuring van het besluit betreffende de milieueffectrapportage over plannen enprogramma’s door de Vlaamse Regering op 12 oktober 2007, moet de initiatiefnemer van een planmet – mogelijk – aanzienlijke milieueffecten, zoals bijvoorbeeld ruimtelijke uitvoeringsplannen, dezemilieueffecten en eventuele alternatieven in kaart brengen.

    Ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de plenaire vergadering plaats vindt na 1 juni 2008, moetenaan de regelgeving voldoen. Er geldt evenwel enkel een plan-MER-plicht voor deze plannen enprogramma’s die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Om al dan niet te kunnen besluiten toteen plan-MER-plicht moeten geval per geval de volgende drie stappen doorlopen worden:

    - Stap 1: valt het plan onder de definitie van een plan of programma zoalsgedefinieerd in het Decreet houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid(DABM) ?>> RUP’s vallen onder deze definitie;

    - Stap 2: valt het plan onder het toepassingsgebied van het DABM ?>> dit is het geval indien:

    o Het plan het kader vormt voor de toekenning van een vergunning(stedenbouwkundige, milieu-, natuur-, kap-,…) aan een project;

    o Het plan mogelijk betekenisvolle effecten heeft op specialebeschermingszones waardoor een passende beoordeling vereist is.

    Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen vormen het kader voor de toekenning van eenstedenbouwkundige vergunning, die pas kan worden verleend als het voorgenomen project zich inde bestemming bevindt die overeenstemt met de bestemming vastgelegd in het ruimtelijkuitvoeringsplan. Het RUP vormt dus het kader op basis waarvan de stedenbouwkundige vergunningtoegekend wordt. Het RUP ‘Kern Wijtschate herziening’ valt bijgevolg onder het toepassingsgebiedvan het DABM.

    - Stap 3: valt het plan onder de plan-MER-plicht ?>> Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen:

    o Plannen die “van rechtswege” plan-MER-plichtig zijn (geenvoorafgaande “screening” vereist):

    Plannen die het kader vormen voor projecten uit bijlage I, II ofIII van het BVR van 10 december 2004 (project-MER-plicht) énniet het gebruik regelen van een klein gebied op lokaal niveaunoch een kleine wijziging inhouden én betrekking hebben op

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 32 van 42

    landbouw, bosbouw, visserij, energie, industrie, vervoer,afvalstoffenbeheer, waterbeheer, telecommunicatie, toerismeen ruimtelijke ordening (een RUP voldoet per definitie aandeze laatste voorwaarde);

    Plannen waarvoor een passende beoordeling vereist is én niethet gebruik regelen van een klein gebied op lokaal niveau nocheen kleine wijziging inhouden;

    o Plannen die niet onder de vorige categorie vallen en waarvoor geval pergeval moet geoordeeld worden of ze aanzienlijke milieueffectenkunnen hebben >> “screeningplicht”

    o Plannen voor noodsituaties (niet plan-MER-plichtig, maar hier nietrelevant).

    Het RUP ‘Kern Wijtschate herziening’ vormt het kader voor de toekenning van een vergunning vooreen project opgesomd in bijlage I, II of III van het project-m.e.r.-besluit van 10 december 2004,namelijk voor een project opgesomd in rubriek 10.b ‘Stadsontwikkelingsprojecten, met inbegrip vande bouw van winkelcentra en parkeerterreinen’ van bijlage III.

    Aangezien het RUP gaat om:

    • het hoofdzakelijk herbestemmen van de zone voor gemeenschapsvoorzieningen naar dedubbelbestemming wonen/gemeenschapsvoorzieningen (deelgebied Sint-Medarduskerk);

    • het herbestemmen van landschappelijk waardevol agrarisch gebied naar een zone voorambachten en KMO in functie van de herlokalisatie van een zonevreemd bedrijf uit hetopen ruimtegebied (deelgebied ambacht en KMO);

    gaat de gemeente Heuvelland er van uit dat er kan worden aangetoond dat het plan het gebruikregelt van een klein gebied op lokaal niveau en een kleine wijziging inhoudt. Een kleine wijziging iseen wijziging die van die aard is dat het geen substantiële of essentiële verandering van demilieueffecten tengevolge van de uitvoering van het plan veroorzaakt.

    6.4 Nulalternatief

    Indien het nulalternatief voor dit plangebied wordt toegepast, betekent dit dat de voorgenomenopmaak tot RUP niet doorgaat of m.a.w. dat het plangebied in zijn huidige ‘vorm’ blijft behouden. Ditheeft de volgende ruimtelijk-juridische beperkingen:

    • De dubbelbestemming wonen/gemeenschapsvoorzieningen in het deelgebied Sint-Medarduskerk kan niet worden gerealiseerd. Bijgevolg is het oprichten van woningen in hetdeelgebied niet mogelijk. Verder kan de connectie tussen de kerk en het rust- enverzorgingstehuis (dat met een dringende uitbreidingsnood kampt) niet worden gemaakt.

    • De bestaande loods met bijhorende serre blijft bestemd als landschappelijk waardevolagrarisch gebied, waardoor de metaalbewerker zonevreemd blijft. De herlokalisatie van hetopen ruimtegebied naar dit deelgebied wordt juridisch niet verankerd.

    6.5 Referentiesituatie

    Voor de duidelijkheid wordt in deze paragraaf kort de huidige feitelijk bestaande toestand en dejuridische toestand van beide deelgebieden verduidelijkt:

    • Deelgebied Sint-Medarduskerk: de bestaande en juridische toestand stemmen overeen.Voor de beoordeling van de bijkomende milieueffecten van de voorgenomen activiteitenwordt voor dit deelgebied enkel uitgegaan van de juridische toestand.

    • Deelgebied ambacht en KMO: volgens de juridische toestand is de loods, de serre en deverharding in de directe omgeving bestemd als landschappelijk waardevol agrarisch gebied(gewestplan) en landbouwzone (RUP Kern Wijtschate). Tevens wordt in de huidigebestaande toestand het deelgebied gebruikt door een metaalbewerker die recent

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 33 van 42

    geherlokaliseerd is. Teneinde de milieueffecten van de voorgenomen activiteiten in teschatten wordt indien het relevant is voor de plan-MER-screening uitgegaan van zowel dehuidige toestand (de aanwezigheid van de metaalbewerker) als de juridische toestand(bestemming agrarisch gebied).

    6.6 Voorgenomen planopties binnen het plangebied

    Door de uitvoering van het RUP worden enkele belangrijke ontwikkelingen vooropgesteld. Voor deuitgebreide visie wordt er verwezen naar hoofdstuk 5.

    • De realisatie van de dubbelbestemming wonen/gemeenschapsvoorzieningen binnen deSint-Medarduskerk, omliggende tuin en een deel van het Kerkplein.

    • Het juridisch verankeren van de herlokalisatie van een zonevreemd bedrijf binnen debestaande loods met bijhorende serre.

    In de hierna volgende hoofdstukken worden de milieueffecten verduidelijkt en wordt aangetoonddat er geen significante milieueffecten verwacht worden naar aanleiding van het RUP. Hierdoorwordt besloten dat het RUP niet van rechtswege plan-MER-plichtig is.

    Voor niet van rechtswege plan-MER-plichtige RUP’s dient geval per geval een screeningsproceduredoorlopen te worden teneinde een conclusie te kunnen maken omtrent eventuele plan-MER-plicht.In volgende paragrafen wordt het screeningsonderzoek, ook wel het onderzoek naar het voorkomenvan aanzienlijke milieueffecten als gevolg van het plan, gevoerd.

    6.7 Potentiële milieueffecten van het plan

    6.7.1 Bodem (zie kaart 12 in bijlage)

    Binnen het plangebied zijn volgende bodemtypes aanwezig:

    • Droge zandleem: Lbx

    • Nat zandleem: Lhc

    • Natte leem: Afp, Ahp en Aha

    • Antropogeen: OB

    Het deelgebied Sint-Medarduskerk is volledig aangeduid als een antropogene (OB) bodem. Degronden van het deelgebied ambachten en KMO betreffen een overwegend natte (Lhc) en droge(Lbx) zandleem bodem. Ter hoogte van het achtergelegen Elzenbos (GEN-gebied “Het West-VlaamsHeuvelland”) is de bodem aangeduid als natte leem.

    Door vergraving zal het bodemprofiel in het plangebied verstoord worden. De bodems van hetdeelgebied ambachten en KMO zijn gekenmerkt door profielontwikkeling ‘x’ en ‘c’ welke weinig totmatig gevoelig zijn voor profielvernietiging. De natte leem van het Elzenbos is overwegend nietgevoelig voor profielvernietiging. Door uitvoering van het RUP wordt slechts een zeer beperkteoppervlakte (mogelijk tot het realiseren van extra bebouwing t.o.v. bestaande toestand) hiervanvergraven. Door de beperkte bouwmogelijkheden worden de effecten op profielontwikkelingbeperkt negatief ingeschat. De bodems zijn verder zeer verdichtingsgevoelig.

    De antropogene bodem van het deelgebied Sint-Medarduskerk wordt geacht geen profiel tebezitten en ook niet verdichtingsgevoelig te zijn.

    Door de beperkte omvang en de reeds bestaande bezettingsgraad van het plangebied worden geensignificante effecten op de bodemstructuur verwacht. Er zullen door de uitvoering van het RUPbijgevolg geen bijkomende significante effecten inzake verdichting optreden.

    Binnen het plangebied komen geen OVAM-dossiers voor.

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 34 van 42

    Conclusies discipline bodem

    Er worden geen significante effecten verwacht inzake de discipline bodem, gezien het plan door zijngeringe omvang en de reeds bestaande bezetting, een beperkte impact op de bodemaspecten heeft.

    Er zijn vanuit de discipline bodem geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten.

    6.7.2 Water (zie kaarten 7, 8, 9, 10 en 11 in bijlage)

    Het plangebied bevindt zich op de grens met het Leiebekken (deelbekken Ieper-Ambacht) en hetIJzerbekken (deelbekken Grensleie). Voor het studiegebied en omgeving werden geen specifiekeacties in het bekkenbeheerplan opgenomen. Binnen het plangebied komen geen waterlopen voor.

    De beschrijving van de referentiesituatie en de kaart van de watertoets zijn gebundeld in hoofdstuk3.5).

    Het overgrote deel van het plangebied wordt beschouwd als zijnde matig gevoelig voorgrondwaterstroming. Ter hoogte van het Elzenbos (aan de noordwestzijde van het deelgebiedambachten en KMO) wordt de bodem beschouwd als zeer gevoelig voor grondwaterstroming. Dezesitueert zich ter hoogte van de natte leembodems.

    De overstromingskaart geeft aan dat beperkte delen van het plangebied worden aangeduid alsmogelijk overstromingsgevoelig. Dit zijn de natte leembodems die niet infiltratiegevoelig zijn. Hetoverige deel van het plangebied is niet overstromingsgevoelig en infiltratiegevoelig. Het plangebiedis niet aangeduid als een signaalgebied. Het RUP vormt ook geen kader voor grootschaligeondergrondse constructies, waardoor geen impact wordt verwacht op de grondwaterstroming.

    De gronden gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan zijn niet gesitueerd binnenwaterwingebieden of beschermingszones type I, II of III. Daarnaast wordt binnen het plangebiedgeen oppervlaktewater gewonnen bestemd voor drinkwaterproductie.

    Het afvalwaterbeleid wordt gestuurd via de gemeentelijke zoneringsplannen, waarin afgebakendwordt welke zones te rioleren zijn en in welke zones IBA’s moeten komen (al dan niet collectiefbeheerd). Het volledige plangebied is gecategoriseerd als collectief te optimaliseren buitengebied. Indeze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien.In afwachting van de aanleg van riolering moet het afvalwater minstens voorbehandeld worden ineen septische put. Bij aanleg van het rioleringsstelsel dient in het openbaar domein de code vangoede praktijk voor het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van rioleringssystemen gerespecteerdte worden.

    Figuur 6-1 Zoneringsplan (bron: geoloket VMM)

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 35 van 42

    De invulling van het plangebied voorziet in de mogelijkheid van bijkomende gebouwen waardoor ereffecten op het lokale afwateringssysteem kunnen zijn. Het RUP dient steeds te beantwoorden aande vigerende normen van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststellingvan een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten,infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

    Verder zal moeten voldaan worden aan art. 6.2.2.1.2 §4 van Vlarem II met betrekking tot de afvoervan hemelwater, doelstelling 6°a) opgenomen in art. 5 van het decreet integraal waterbeleid en hetconcept ‘vasthouden-bergen-afvoeren’, dat opgenomen is in de waterbeleidsnota en debekkenbeheerplannen. Prioriteit moet uitgaan naar hergebruik van hemelwater en vervolgens naarinfiltratie boven buffering met vertraagde afvoer. Er moet in eerste instantie voorzien worden inmaximaal hergebruik en vervolgens in maximale infiltratie. Indien alsnog gekozen zou worden voorbuffering met vertraagde afvoer, moet deze collectief voorzien worden en mag deze nietdoorgeschoven worden naar de individuele percelen of projecten. Het is belangrijk om het waterzoveel mogelijk ter plaatse te houden, om wateroverlast stroomafwaarts te vermijden. In destedenbouwkundige voorschriften zal worden aangegeven dat hemelwater dat op nieuwe verhardeoppervlakte valt in eerste instantie zo veel mogelijk moet hergebruikt worden. In tweede instantiemoet het resterende gedeelte geïnfiltreerd of gebufferd worden zodat slechts in laatste instantieeen beperkt debiet kan vertraagd afgevoerd worden.

    Voor bijkomende bebouwing worden volgende extra maatregelen voorzien. Daarom zullenonderstaande punten worden opgenomen in het RUP:

    • Bij aanleg van verhardingen worden in functie van een maximale infiltratie van regenwaterbij voorkeur waterdoorlatende materialen gebruikt.

    • Eventuele grachten of buffervoorzieningen worden bij voorkeur in open profiel aangelegd.

    Conclusies discipline water

    Er zijn vanuit de discipline water geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten.

    6.7.3 Fauna en flora (zie kaarten 4, 5 en 6 in bijlage)

    Het deelgebied ambachten en KMO sluit aan zijn noordzijde aan op een GEN-gebied “Het West-Vlaams Heuvelland”. Verder is hetzelfde gebied aan de westzijde gelegen van het deelgebied Sint-Medarduskerk (±100m). Binnen het plangebied komen geen VEN en IVON gebieden voor.

    Aan de noordwestzijde van Wijtschate situeert zich het habitatrichtlijngebied “WestvlaamseHeuvels”. Het gebied is op een afstand van ±150m van het deelgebied Sint-Medarduskerk gelegen.Binnen het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor.

    Het plangebied is volledig aangeduid als biologisch minder waardevol (ua = minder dichtebebouwing), waardoor aanzienlijke negatieve effecten door uitvoering van het voorliggend RUP nietverwacht worden.

    Het deelgebied ambachten en KMO sluit aan zijn noordzijde aan op een biologisch zeer waardevolgebied (vn = nitrofiel alluviaal Elzenbos, gelegen buiten het deelgebied). Ten opzichte van dit gebiedkunnen zich eventueel effecten, voornamelijk situerend op de effectengroep ‘verstoring’ ten aanzienvan fauna, voordoen. Hierbij kunnen we uitgaan van een reeds aanwezige verstoring door deexploitatie van het metaalbewerkend bedrijf (huidige toestand).

    Door uitvoering van het RUP kunnen door de herbestemming naar ambachten en KMO gelijkaardigeof beperkte bijkomende effecten gegenereerd worden, bestaande uit geluids- en lichtverstoring tenopzichte van de juridische toestand (agrarisch gebied - voormalig tuincentrum). Maximaal wordtaldus een beperkt negatieve impact verwacht. In het RUP is hiertoe een zone voor groenbufferingepland tussen het natuurgebied en de bedrijfsactiviteiten.

    Natuurtoets voor het deelgebied ambachten en KMO

    Het plangebied zelf bevindt zich niet in een gebied van het VEN of het IVON, maar het deelgebiedambachten en KMO sluit aan op de zuidzijde van het GEN-gebied “Het West-Vlaams Heuvelland”. In

  • 2303543015.doc/fdb | RUP Kern Wijtschate herziening | Plan-MER screening pagina 36 van 42

    volgende analyse zal daarom worden nagegaan of de uitvoering van het RUP een effect (schade)genereert, de schade herstelbaar is, en er bij de werken groot openbaar belang aan de grondslag ligt.

    In het Natuurdecreet verwijzen artikels 25 en 26bis naar een aantal voorschriften en geboden inVEN-gebied. In onderstaande uiteenzetting is volgens de momenteel gangbare afwegingsproceduregeoordeeld of er onvermijdelijke / onherstelbare schade optreedt ten opzichte van de VEN-gebiedenten gevolge van de geplande voorgenomen activiteit.

    • Is er verandering?

    Gezien het plangebied niet overlapt met het nabijgelegen VEN-gebied is er geenoppervlakteverlies door de opmaak van het RUP.

    De rechtstreeks naastgelegen bestemming van voorliggend RUP is groenbuffer. Hetresterende deel van de landbouwbestemming krijgt de bestemming “Zone voor ambachtenen KMO”.

    • Is de verandering nadelig ?

    De herbestemming van het landschappelijk waardevol agrarisch gebied (gewestplan) enlandbouwgebied (RUP Kern Wijtschate) naar “Zone voor ambachten en KMO” kan tenopzichte van de juridische toestand een beperkte negatieve impact hebben op hetachterliggende VEN-gebied. Ten opzichte van de huidige toestand kan deze beperktenegatieve impact gereduceerd worden.Indien deze beperkte negatieve impact zich voordoet, wordt deze gebufferd binnen hetdeelgebied, door de herbestemming van landbouwgebied (RUP Kern Wijtschate) naar “zonevoor groenbuffer”. Deze groenbuffer zorgt voor een positieve invloed op het nabijgelegenVEN-gebied.

    • Is deze schade vermijdbaar en/of herstelbaar (bv. qua uitvoering, locatie) ?

    Rechtstreekse vernietiging van waardevolle vegetaties gelegen binnen het VEN-gebiedzullen niet optreden