Riolering - TU Delft OCW en de behandeling van afvalwater. 1.1.2 Functie van de riolering Heden ten

download Riolering - TU Delft OCW en de behandeling van afvalwater. 1.1.2 Functie van de riolering Heden ten

If you can't read please download the document

  • date post

    10-Aug-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Riolering - TU Delft OCW en de behandeling van afvalwater. 1.1.2 Functie van de riolering Heden ten

  • Riolering

    CIVIELE GEZONDHEIDSTECHNIEK - CT3420

    maaiveld

    dekking > 0,8m

    -0,19m

    -0,45m

    -0,70m

    H=0,26m

    druklijn

    oppervlaktewater

  • 2

    civiele gezondheidstechniek - ct3420 riolering

    Inhoudsopgave

    1. Grondbeginselen 5 1.1 De riolering 5 1.1.1 Afvalwatersysteem 1.1.2 Functie van de riolering 1.2 Types rioolstelsels 5 1.2.1 Gemengde en gescheiden rioolstelsels 1.2.2 Verbeterde gemengde en verbeterde gescheiden rioolstelsels 1.2.3 Mechanische riolering 1.3 Onderdelen van rioolstelsels 9 1.4 Begrippen, definities en afkrotingen 11 2. Stelselkeuze 13 2.1 Stedenbouwkundige aspecten 13 2.2 Milieu-aspecten 15 2.2.1 Conculsies van de Nationale Werkgroep Riolering en Waterkwaliteit 2.2.2 Stelselkeuze en emissies: nadere analyse 2.2.3 Reductie van de emissies 2.2.4 Effecten van randvoorzieningen op de oppervlaktewaterkwaliteit 2.3 Invloed terreingesteldheid en aanwezig infrastructuur op stelselkeuze 22 2.4 Literatuur 22 3. Ontwerpgrondslagen 22 3.1 Hoeveelheden afvalwater 23 3.1.1 Huishoudelijk afvalwater 3.1.2 Industrieel afvalwater 3.1.3 Lekwater 3.1.4 Drainagewater 3.1.5 ‘Vreemd’ water 3.2 Neerslag 26 3.2.1 Neerslaghoeveelheden en afvloeiingsgedrag 3.2.2 Regenduurlijnen 3.2.3 Het gebruik van regenduurlijnen 3.3 Literatuur 30 4. Hydraulische grondslagen 32 4.1 Basis formules 32 4.2 Permanente stroming 32 4.3 Hydraulische weerstanden in onderdelen van rioolstelsels 33 4.3.1 Overstorten 4.3.2 Zijdelingse overstorten 4.3.3 Openingen 4.3.4 Weerstand in geheel gevulde leidingen 4.3.5 Weerstand in gedeeltelijk gevulde leidingen 4.3.6 Uitstroomverliezen 4.3.7 Weerstand in putten 4.4 Berekening van de totale verliezen 40 4.5 Literatuur 40

  • 3

    civiele gezondheidstechniek - ct3420 riolering

    5. Dimensionering rioolstelstels 41 5.1 Leidingdimensionering 41 5.2 Dimensionering van netwerk 43 5.2.1 Types netwerken 5.2.2 Dimensionering van vertakte netwerken 5.2.3 Dimensionering van vermaasde netwerken 5.2.3.1 Algemeen 5.2.3.2 Methode Cross 5.3 Voorbeeld dimensionering riolering 49 5.3.1 Basisgegevens 5.3.2 Basisontwerp 5.3.3 Invloed uitgangspunten op afmetingen riolen 5.3.4 Invloed aanleg AWZI 5.3.5 Ligging riolen 5.4 Dimensionering riolering van tunnels en onderdoorgangen 60 5.4.1 Voorbeeld 5.5 Literatuur 62 6. Aanleg 62 6.1 Structuurplan 62 6.2 Schetsontwerp ont- en afwatering 63 6.2.1 Drainage 6.2.2 Open water 6.2.3 Structuur rioleringsplan 6.3 Definitief rioleringsplan 64 6.4 Bestek 65 6.4.1 Functies van het bestek 6.4.2 RAW-systematiek 6.4.3 Materiaalkeuze en constructieve aspecten 6.4.3.1 Materiaalkeuze 6.4.3.2 Constructieve aspecten 6.5 Aanbesteding 65 6.6 Uitvoering en toezicht 66 6.6.1 Voorbereiden 6.6.2 Ontgraven 6.6.3 Funderen 6.6.3.1 Oplegging op staal 6.6.3.2 Oplegging op sloven of roosters 6.6.3.3 Fundering op palen 6.6.4 Leggen van de buis 6.6.5 Aanvullen en verdichten 6.6.6 Sleufloze technieken 6.6.7 Toezicht 6.7 Literatuur 71

  • 4

    civiele gezondheidstechniek - ct3420 riolering

  • 5

    civiele gezondheidstechniek - ct3420 riolering

    1. Grondbeginselen

    In dit hoofdstuk worden de mogelijke types ri- oolstelsels en de verschillende onderdelen van rioolstelsels belicht. Vervolgens worden de voor het vakgebied essentiële termen en afkortingen behandeld. Tenslotte wordt een lijst gegeven van de vaktermen zoals deze in de Engels, Frans en Duitstalige literatuur worden gebezigd.

    1.1 De riolering

    1.1.1 Afvalwatersysteem De riolering maakt deel uit van het zo geheten afvalwatersysteem. Dit systeem bestaat uit de volgende onderdelen; · de binnenriolering, · de buitenriolering, · gemalen en persleidingen en de · afvalwaterzuiveringsinrichting.

    De binnenriolering bestaat uit sanitaire toestel- len en overige toestellen die water verbruiken (vaatwasmachines, wasmachines etc.), uit stand- leidingen, liggende leidingen, grondleidingen en in en uitpandige regenwater afvoerleidingen. De bespreking van de afvalwaterzuiveringsinrichting valt buiten het bestek van deze handleiding. Het vervolg zal voornamelijk betrekking hebben op de buitenriolering. In een afzonderlijk hoofdstuk zal in het kort worden ingegaan op de binnenrio- lering. Daarbij zullen vooral die aspecten worden behandeld die van invloed zijn op de werking van de buitenriolering en de afvalwaterzuiveringsin- richting.

    De buitenriolering omvat het eigenlijke stelsel waarmee het afvalwater wordt afgevoerd. Dit stelsel bevat naast ondergrondse leidingen put- ten, huisaanluitingen waarmee het afvalwater en het regenwater naar de riolering wordt geleid, straatkolken en aansluitleidingen van deze op de riolering, overstorten, stuwputten, gemalen, bergbassins en bergbezinkbassins. Daarnaast kunnen met name in hellende gebieden beken of overkluisde watergangen deel uitmaken van de ri-

    olering. In het oosten en het zuiden van Nederland komt deze situatie op enkele plaatsen voor. In tropische gebieden wordt het regenwater dik- wijls met behulp van open kanalen afgevoerd. In veel gevallen wordt met behulp van deze kanalen tevens het afvalwater, gewenst of ongewenst, ingezameld en afgevoerd. De verstrengeling van oppervlaktewater afvoer en van de riolering levert in deze gebieden grote problemen op wanneer het gaat om de bescherming van de volksgezondheid en de behandeling van afvalwater.

    1.1.2 Functie van de riolering Heden ten dage heeft de riolering tot doel het afval- water in te zamelen en te transporteren tot buiten de bebouwde kom. Daarnaast speelt de riolering een belangrijke rol bij de afvoer van neerslag uit de bebouwde omgeving. Zowel de afvoer van afvalwater als van neerslag uit de bebouwde omgeving is van vitaal belang met het oog op de bevordering van de volksgezond- heid en de handhaving van een goed woon en werkklimaat. Bij afwezigheid van riolering is een stad in de huidige samenleving onbewoonbaar en onleefbaar.

    Het belang dat aan de riolering moet worden toe- gekend kan mede worden geïllustreerd aan de hand van enkele cijfers. De lengte van de riolering in beheer bij gemeenten bedraagt ca 40.000 km. Particulieren beheren naar schatting 15 tot 20.000 km riolering. De vervangingswaarde van de gemeentelijke rio- lering bedraagt ca 30 miljard Euro. In 2002 werd ca 0.8 miljard Euro gestoken in de vervanging en aanpassing van de bestaande riolering.

    1.2 Types rioolstelsels

    1.2.1 Gemengde en gescheiden riool stelsels Het afvalwater en het regenwater kunnen door een en hetzelfde rioolstelsel worden afgevoerd. Een dergelijk stelsel wordt een gemengd rioolstelsel genoemd. (Zie figuur 1.1).

    De oudste rioolstelsels waren alle van het ge- mengde type. Aan dit type stelsels kleeft een

  • 6

    civiele gezondheidstechniek - ct3420 riolering

    bezwaar. Om economische redenen worden in gemengde stelsels zo geheten overstorten aan- gebracht, waardoor overdimensionering van de stelsels wordt voorkomen. Via deze overstorten wordt bij hevige neerslag verontreinigd regenwater op het oppervlaktewater geloosd. De kwaliteit van het oppervlaktewater kan hierdoor, veelal tijdelijk, ernstig verminderen. Vissterfte, stank en visuele verontreiniging kan het gevolg zijn.

    Om het hoofd te kunnen bieden aan de negatieve invloed van gemengde rioolstelsels op de water- kwaliteit zijn in het begin van deze eeuw de eerste gescheiden stelsels aangelegd. Een gescheiden rioolstelsel bestaat uit twee stelsels, een vuilwa- terriolering voor de afvoer van van regenwater. (Zie figuur 1.2).

    In theorie wordt in dit stelseltype het regenwater niet met het afvalwater vermengd. Een geschei-

    den stelsel kan slechts aan de verwachtingen voldoen indien de beide afvalwaterstromen, de huishoudelijke afvalwaterstroom respectievelijk de regenwaterstroom, strikt gescheiden blijven. Het komt echter voor dat in de loop van de tijd, bedoeld of onbedoeld, huisaansluitingen op het regenwaterriool worden aangesloten. Een con- tinue belasting van het oppervlaktewater is het gevolg. Ook het omgekeerde kan plaats vinden; de aan- sluiting van regenwater afvoerleidingen op het vuilwaterriool. Hierdoor kan overbelasting van de afvalwaterzuiveringsinrichtingen optreden. Deze zijn immers niet ontworpen op de behandeling van afvalwaterstromen die groter zijn dan die volgen uit de hoeveelheden verbruikt drink en proceswater. Ook in dat geval neemt de belasting van het op- pervlaktewater met verontreinigingen toe. In beide gevallen is sprake van zo genoemde foute of illegale aansluitingen.

    Figuur 1.1 - Principe gemengd stelsel

    Figuur 1.2 - Principe gescheiden stelsel

  • 7

    civiele gezondheidstechniek - ct3420 riolering

    In de regenwaterriolering komen eveneens over- storten voor die meestal uitlaten worden genoemd. De veronderstelling was dat het regenwater dat via de uitlaten bij neerslag werd geloosd slechts in geringe mate verontreinigd zou zijn. Het werd immers tijdens de lozing niet met huishoudelijk en ander afvalwater vermengd. Inmiddels is uit onderzoek gebleken dat deze veronderstelling niet opgaat. Bij de afstroming over het aardoppervlak neemt het regenwater allerhande vervuilende stoffen tot zich. Deze stoffen belanden op het oppervlak als gevolg van verke