Rapport Sterkte- En Zwakteanalyse Van de Opsporing

download Rapport Sterkte- En Zwakteanalyse Van de Opsporing

of 100

  • date post

    06-Jul-2018
  • Category

    Documents

  • view

    223
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Rapport Sterkte- En Zwakteanalyse Van de Opsporing

  • 8/16/2019 Rapport Sterkte- En Zwakteanalyse Van de Opsporing

    1/100

    1

    Handelen naar waarheid

    Sterkte- en zwakteanalyse van de ops po r ing

    Amsterdam, 6 mei 2016

    Eindversie

    S. Huisman, M. Princen, P. Klerks en N. Kop

  • 8/16/2019 Rapport Sterkte- En Zwakteanalyse Van de Opsporing

    2/100

    2

    Colofon

    Over de auteurs

    In opdracht van het Programmateam Herijking Opsporing is voor deze sterkte-zwakteanalyse een

    team van auteurs samengesteld, bestaande uit:

    Drs. Sander Huisman  is historicus en heeft sinds 2003 verschillende functies in het opsporingsdo-

    mein vervuld. Van 2003 tot 2008 was hij onderzoeker bij de dienst Nationale Recherche. Van 2009 tot

    2012 was hij bij deze dienst teamleider van onderzoekers en analisten. Sinds 2012 werkt hij als advi-

    seur bij de Staf Korpsleiding, waar hij zich richt op diverse opsporingsonderwerpen. Vanaf 1998 heeft

    hij in (internationale) vakbladen geschreven over internationale veiligheidsvraagstukken en politiesa-

    menwerking, en over verschillende facetten van georganiseerde misdaad.

    Michiel Princen werkte van 2004 tot 2014 tien jaar bij de eenheid Amsterdam, eerst als analist bij de

    financiële recherche en later als financieel rechercheur. Na zijn vertrek verscheen in 2015 van zijn

    hand het boek ‘De gekooide recherche’ . Sindsdien is hij in nagenoeg alle eenheden, op de Politieaca- demie en de School voor Politie Leiderschap te gast geweest op rechercheafdelingen en themadagen

    om te debatteren over de politiecultuur in relatie tot de effectiviteit.

    Dr. Peter Klerks  is sinds 1993 als politicoloog en criminoloog actief in het opsporingsdomein. Sinds

    2010 werkt hij als raadadviseur bij het Parket-Generaal, waar hij de top van het Openbaar Ministerie

    adviseert over onder meer opsporing en de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Voorts is hij sinds

    2000 als onderzoeker, lector en nadien als docent en examinator Recherchekunde werkzaam bij de

    Politieacademie. Hij publiceerde tientallen artikelen, boeken, rapporten, beleidsnota’s en columns over

    intelligence, opsporing en criminaliteitsbestrijding.

    Dr. Nicolien Kop, psycholoog en sinds 2010 lector Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde aan de Politieacademie. Sinds begin jaren negentig doet zij op breed terrein onderzoek bij en naar de poli-

    tie, waarvan de afgelopen 14 jaar specifiek binnen de opsporing. Voorheen werkte zij als onderzoeker

    bij de Universiteit Utrecht en Clingendael. In 2012 sprak zij haar lectorale rede uit ‘Van opsporing naar

    criminaliteit sbeheersing’ . Behalve het doen van onderzoek neemt zij regelmatig plaats in begelei-

    dingscommissies (onder andere Nationaal Dreigingsbeeld 2017), is zij als co-promotor betrokken bij

    diverse promotietrajecten en voert zij peer reviews uit in de opsporing.

  • 8/16/2019 Rapport Sterkte- En Zwakteanalyse Van de Opsporing

    3/100

    3

    Inhoud

    Colofon ................................................................................................................................................... 2

    Over de auteurs...................................................................................................................................... 2

    Inhoud .................................................................................................................................................... 3

    Inleiding.................................................................................................................................................. 6

    Achtergrond ....................................................................................................................................... 6

    Doel- en vraagstelling ........................................................................................................................ 6

    Onderzoeksvragen ............................................................................................................................. 7

    Onderzoeksmethode ......................................................................................................................... 8

    Observaties tijdens het onderzoek.................................................................................................... 8

    Leeswijzer .......................................................................................................................................... 9

    1. Context van de opsporing ............................................................................................................ 10

    1.1  Maatschappelijke ontwikkelingen....................................................................................... 10

    1.2  Ontwikkelingen in relatie tot misdaad(bestrijding) ............................................................ 11

    1.3  Internationaal perspectief  ................................................................................................... 12

    1.4  Historisch perspectief  .......................................................................................................... 13

    2. Vakmanschap ............................................................................................................................... 16

    2.1  Opsporing en vakmanschap ................................................................................................ 16 2.2  Bestaand vakmanschap ....................................................................................................... 16

    2.3  Schaarse of ontbrekende bekwaamheden .......................................................................... 17

    2.3.1  Onbekend maakt onderbenut ......................................................................................... 18

    2.3.2  Kennisdeficit .................................................................................................................... 19

    2.4  Nieuwe eisen aan vakmanschap ......................................................................................... 21

    2.4.1  Wat maakt een kwaliteitsslag in vakmanschap nodig? .................................................. 21

    2.4.2  21st century skills en 19 e  eeuwse kenmerken ................................................................. 22

    2.4.3  Reflectievermogen, tegenspraak en inhoudelijk debat .................................................. 23

    2.4.4  Diversiteit goed benutten ................................................................................................ 26

    2.4.5  Samenwerkingsvaardigheid ............................................................................................. 27

    2.5  Spanning tussen vakmanschap en protocollering ............................................................... 28

    2.6  Samenvatting en conclusies ................................................................................................ 28

    3. Houding en gedrag ....................................................................................................................... 30

    3.1  Herkenning en symptomen ................................................................................................. 30

    3.2  Reflectie, evaluatie en afweermechanismen ...................................................................... 32

  • 8/16/2019 Rapport Sterkte- En Zwakteanalyse Van de Opsporing

    4/100

    4

    3.3  Rolverwarring over verantwoordelijkheid; behoefte aan ‘een tuinman’ ........................... 33

    4. Sturing en leiderschap .................................................................................................................. 37

    4.1  Sturing op aanpak criminaliteit ........................................................................................... 37

    4.2  Managen van schaarste ....................................................................................................... 39

    4.3  Sturing op vakmanschap ...................................................................................................... 40

    4.4  Signaleren, oordeelsvorming, keuzes maken ...................................................................... 41

    5. Verandervermogen ...................................................................................................................... 43

    5.1  Bepalende factoren voor het verandervermogen ............................................................... 43

    5.2  Veranderimmuniteit en conserverende krachten ............................................................... 45

    5.3  How much change do you (really) want?  ............................................................................ 45

    5.4  Experimenteren met vernieuwing ....................................................................................... 46

    5.5  Tentatieve wetenschappelijke duiding van het verandervermogen .................................. 51

    5.6  Implementatiestrategie: wat werkt en wat werkt niet? ..................................................... 52

    5.7  Aanbevelingen ..................................................................................................................... 54

    6. Inrichting opsporingsveld en ketensamenwerking ....................................................................... 55

    6.1  Intake en