Rapport: Landelijk wonen - RIVM Landelijk wonen: aanbod en beleid Ruimtelijke ordening en...

download Rapport: Landelijk wonen - RIVM Landelijk wonen: aanbod en beleid Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

of 74

  • date post

    20-Jun-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Rapport: Landelijk wonen - RIVM Landelijk wonen: aanbod en beleid Ruimtelijke ordening en...

  • l a n d e l i j k w o n e n

    NAi Uitgevers

  • l a n d e l i j k w o n e n

    Frank van Dam Margit Jókövi Anton van Hoorn Saskia Heins

    NAi Uitgevers, Rotterdam Ruimtelijk Planbureau, Den Haag 2003

    Titel hoofdstuk 3 • 3

  • i n h o u d

    Samenvatting Aanleiding 7 De huidige vraag naar landelijk wonen 8 De toekomstige vraag naar landelijk wonen 8 Effecten van landelijk wonen 8

    Inleiding Aanleiding 11 Doelstelling 12 Onderzoeksvragen 12 Onderzoeksmethode 14 Landelijk wonen: begripsdefiniëring

    en typologie 14 Ruraal wonen in stad en land:

    een te kopiëren idylle? 17 Opzet van het boek 17

    De vraag naar landelijk wonen ontleed Hoeveel? 21 Wie en waarom? 28 Wat en waar? 33 Conclusie 38

    Maatschappelijke trends en de vraag naar landelijk wonen Maatschappelijke ontwikkelingen en de vraag

    naar landelijk wonen 63 Economische ontwikkelingen 65 Sociaal-culturele ontwikkelingen 67 Demografische ontwikkelingen 73 Mobiliteitsontwikkelingen 75 Conclusie 77

    De effecten van landelijk wonen Sociaal-culturele en demografische effecten 81 Economische effecten 83 Effecten op de woningmarkt 84 Mobiliteitseffecten 85 Landschappelijke effecten 88 Conclusie 94

    Landelijk wonen: aanbod en beleid Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting 99 Baten van landelijk wonen 101 Bakens verzetten 106

    Ontwerpen van landelijk wonen: het veenweidegebied als case study Opgave en impact 121 Landschappen en ontwerp 126 Varianten in locatie en vorm 128 Case Study veenweidegebied 132 Conclusie 148

    Slotbeschouwing 149

    Literatuur 151

    Bijlagen 163

  • s a m e n vat t i n g

    Het huidige restrictieve beleid ten aanzien van het bouwen op het platteland dient te worden herzien. Er moet meer ruimte worden geboden voor landelijk wonen. Slechts selectief dient het slot op de open ruimte gehandhaafd te blijven, bijvoorbeeld wanneer het erom gaat bepaalde waardevolle, unieke cultuurlandschappen, natuurgebieden en dorpsgezichten te beschermen. Het landschap en het nederzettingpatroon zijn als gevolg van allerlei maat- schappelijke ontwikkelingen immers aan continue verandering onderhevig, en zullen dat ook (moeten) blijven.

    Het te ontwikkelen beleid voor landelijk wonen moet consumentgericht zijn, gebaseerd op een geleidelijke groei van de woningvoorraad op het platteland, in dorpen en in het buitengebied. Het betreft hier een relatief bescheiden bouwopgave. Wel dient deze groei onder bepaalde ruimtelijke randvoorwaarden te worden gerealiseerd. Het gaat dan vooral om een zorgvuldig ontwerp met betrekking tot locatie, volume en architectonische en landschappelijke inpassing van nieuwe woningen.

    Niet alleen moet de woningvoorraad in landelijke gebieden worden uitgebreid, ook moeten de woonmilieus in en rond de steden worden aangepast aan de wensen en eisen van de woonconsument. Immers: de meeste mensen willen verhuizen naar een omgeving met landelijke kenmerken, een pseudo-platteland, en niet naar het platteland zelf.

    Dat zijn de belangrijkste bevindingen uit deze studie naar ‘Landelijk wonen’.

    Aanleiding

    De druk op de Nederlandse woningmarkt is groot. De woningvoorraad is niet toereikend voor de bestaande en toekomstige vraag naar woningen; er is sprake van zowel een kwantitatief als kwalitatief woningtekort. Dat het aan- bod van woningen en woonomgevingen niet goed aansluit bij de bestaande vraag, blijkt wel uit de omvangrijke verhuisstromen en de grote verhuis- geneigdheid van mensen. Op grote schaal worden momenteel in Nederland woningen gebouwd, grotendeels in en aan de rand van de steden. Op het platteland, in dorpen en in het buitengebied, wordt nauwelijks gebouwd, aangezien dit daar niet wordt toegestaan. Dit ondanks het feit dat er een grote vraag lijkt te bestaan naar rustige, ruime en groene woonomgevingen.

    Hoe groot is deze vraag naar landelijke woonomgevingen nu werkelijk? Wie wil er landelijk wonen, en waarom? Sluit de vraag naar landelijke woonomgevingen aan bij het aanbod? Zo nee, moet dit aanbod worden verruimd om aan deze vraag tegemoet te komen? En wat zijn daarvan dan de gevolgen? Het zijn vragen waarop we in dit boek een antwoord geven.

    Samenvatting 6 • 7

  • van landelijk wonen worden als negatief beoordeeld. Toch zijn er ook veel positieve effecten van landelijk wonen te noemen. Bovendien is de negatieve beoordeling van de ruimtelijke effecten niet altijd even terecht.

    De studie laat zien dat de sociaal-culturele en demografische effecten van landelijk wonen per saldo als positief kunnen worden beoordeeld. Zeker als de huidige situatie van selectieve stad-land migratie en bijbehorende verdring- ingseffecten op de woningmarkt op het platteland in de beschouwing wordt betrokken. De sociaal-culturele verschillen tussen stad en platteland en tussen stedelingen en plattelandsbewoners zijn tegenwoordig vrijwel geheel ver- dwenen. En de vestiging van nieuwkomers heeft positieve effecten op de leefbaarheid en de levendigheid van de dorpen.

    Ook de economische effecten kunnen positief worden beoordeeld. Door meer woningen te bouwen op het platteland draagt men in positieve zin bij aan de lokale en regionale economie. Drie nieuwe woningen leveren bijvoorbeeld bijna één extra arbeidsplaats op. Maar het zijn vooral de huishoudensbeste- dingen die een belangrijke impuls betekenen voor de werkgelegenheid en de verbreding van de lokale en regionale economie. Het wonen kan als nieuwe economische drager van het platteland worden gezien.

    De woningmarkteffecten zijn het lastigst te beoordelen. Positief is in elk geval dat met het bouwen van meer landelijke woningen de spanning op de woning- markt zal verminderen, zowel op nationaal als op regionaal en lokaal niveau. De doorstroming zal verbeteren en de prijzen van woningen zullen lager wor- den. Wat de uitbreiding van het landelijk wonen betekent voor de verhuis- bewegingen in en vanuit de steden en suburbs, is echter lastig te voorspellen. Zal de verbeterde doorstroming bijvoorbeeld leiden tot leegstand in de minst aantrekkelijke delen van de stad? De mobiliteitseffecten die gepaard gaan met een uitbreiding van het landelijk wonen, worden in de huidige discussies altijd als negatief beoordeeld. Deze blijken echter gering te zijn, en bijna neutraal. In de discussie met betrekking tot landelijk wonen dient dit argument tegen de uitbreiding van de woningvoorraad op het platteland dan ook gerelativeerd te worden.

    De landschappelijke effecten ten slotte hangen vooral samen met de aard, de omvang, de locatie en het tempo van de uitbreidingen. Hierbij spelen de planologie enerzijds en het ontwerp anderzijds een cruciale rol. Teneinde de potentieel negatieve effecten op het landschap en de beleving daarvan te verzachten of zelfs te voorkomen, dient het aantal woningen op het platteland geleidelijk te groeien. Daarnaast moeten de te bouwen woningen voldoen aan randvoorwaarden van een zorgvuldig ontwerp, op basis van duidelijke en op de lokale situatie toegesneden eisen.

    Gezien de aard en de bescheiden omvang van de vraag naar landelijk wonen en de omvangrijke vraag naar stedelijk, suburbaan en pseudo-landelijk wonen, is de angst ongegrond dat het platteland zal dichtslibben en dat de intrinsieke kwaliteiten van het platteland (rust, ruimte en groen) verloren zullen gaan.

    Samenvatting 8 • 9

    De huidige vraag naar landelijk wonen

    Ofschoon we kunnen spreken van een ‘rurale idylle’ in Nederland, zijn de begrippen ‘ruraal’ en ‘platteland’ in de ogen van stedelingen geen synoniemen meer. Rurale woonmilieus hoeven niet noodzakelijk op het platteland te zijn gelokaliseerd. Sterker nog: de expliciete wens te wonen op het platteland is vrij gering en wordt slechts door 20 procent van de verhuisgeneigde stede- lingen ge-uit. Dit plaatst de grote vraag naar ruraal wonen in perspectief. Men wil weliswaar verhuizen naar een woonmilieu met landelijke kenmerken, maar blijkt toch vooral op zoek naar een woning met een tuin in een rustige, veilige, groene en overzichtelijke woonomgeving, in of op korte afstand van de stad. Woonmilieukenmerken als sociale veiligheid, rust, verkeersveiligheid en de aanwezigheid van groen worden daarbij bij uitstek op prijs gesteld.

    Slechts een bescheiden, maar niettemin significant, deel van de verhuis- geneigde stedelingen wil daadwerkelijk de stap zetten van de stad of suburb naar het platteland. Het grootste aantal stedelingen wil stedelijk blijven wonen. Daarnaast zijn er ook plattelandsbewoners die zich in de stad willen vestigen. Rekening houdend met het aantal woningen dat in de landelijke woonmilieus zal vrijkomen, is er een tekort van zo’n 60.000 tot 130.000 woningen om aan de huidige vraag naar landelijk wonen te voldoen.

    De toekomstige vraag naar landelijk wonen

    De flexibiliteit in tijd en ruimte van individuen en huishoudens is in de afgelopen decennia sterk toegenomen en zal in de nabije toekomst nog verder toenemen. Belangrijkste factoren in dit proces zijn: de ontwikkeling van de welvaart en, in samenhang hiermee, de ontwikkeling van de automobiliteit. Hierdoor is de keuzeruimte op de woningmarkt groter geworden en is, bijgevolg, ook de vraag naar landelijk wonen meer manifest geworden.

    Niet alleen is de keuzeruimte van individuen en huishoudens toegenomen, ook heeft een steeds groter aantal huishoudens die vergrote keuzeruimte. Dit zal in de toekomst – denk aan de vergrijzing – nog verder toenemen. Zowel de vraag naar dorps wonen als naar buiten wonen zal hierdoor toenemen, vooral in de nabijheid van steden, maar ook op grotere afstand van de stedelijke centra. Afstanden bepalen de woning- en woonmilieukeuze van huishoudens immers st