RAPPORT: Diverse nadere onderzoeken Driehoek 3 ... Diverse nadere onderzoeken, Driehoek 3 te Son...

Click here to load reader

  • date post

    01-Aug-2020
  • Category

    Documents

  • view

    3
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of RAPPORT: Diverse nadere onderzoeken Driehoek 3 ... Diverse nadere onderzoeken, Driehoek 3 te Son...

  • RAPPORT: Diverse nadere onderzoeken

    Driehoek 3 te Son

    PROJECTNUMMER: B19.7508NO Versie: 01

  • De informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

    VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel

    TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl [email protected]

    RAPPORT:

    Diverse nadere onderzoeken, Driehoek 3 te Son

    PROJECTNUMMER: B19.7508NO Versie: 01 OPDRACHTGEVER:

    Dhr. H. Bekx

    DATUM: 16 december 2019

    Auteur:

    Autorisatie:

    J.P.G. Boerakker Projectmedewerker Verhoeven Milieutechniek B.V.

    M. Schimmel MSc Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

    B19.7508NO/R7508NO-01/JB

  • Diverse nadere onderzoeken, Driehoek 3 te Son Rapportnr.: B19.7508NO versie: 01 datum: 16 december 2019

    2

    SAMENVATTING

    De heer H. Bekx heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een nader grondonderzoek en nader onderzoek naar asbest voor de locatie gelegen aan de Driehoek 3 te Son. De aanleiding voor de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en resultaten van voorgaand onderzoek, waarbij verontreinigingen met PAK, PCB en asbest zijn aangetoond in de grond en plaatselijk asbest in puin. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de NTA 5755:2010, de NEN 5707:2015/C2:2017 en afgeleid van de NEN5897:2015/C2:2017. De doelen voor de nadere grondonderzoeken naar de (eventuele) grondverontreinigingen met PAK en PCB zijn:  Verifiëren of en in welke mate sprake is van een sterke grondverontreiniging met PAK ter

    plaatse van en in de directe omgeving van boring B16 (deellocatie 1) van voorgaand onderzoek;

     Het eventueel horizontaal en verticaal afperken van de (mogelijke) grondverontreinigingen met PAK (ter plaatse van boring B16) of PCB (ter plaatse van de boringen B10, B11, B13, B14, B23, B24, B27, B29, B30, B33, B34 en B36; deellocatie 2) en daarmee het bepalen van de omvang van de grondverontreinigingen;

     Het vaststellen of sprake is van een geval van ernstige grondverontreiniging. Het doel voor het aanvullend onderzoek naar PFAS is:  Het vaststellen van de gehalten voor PFAS ter plaatse van de onderzoekslocatie, om te bepalen

    of deze gehalten een belemmering vormen voor de eventuele afvoer en verwerking ervan. De doelen voor de nadere (grond)onderzoeken naar de (eventuele) (grond)verontreiniging met asbest zijn:  Verifiëren of en in welke mate sprake is van ernstige (grond)verontreinigingen met asbest ter

    plaatse van en in de directe omgeving van proefgat B03 (deellocatie 3), PB18 (deellocatie 4) en B39 (deellocatie 5) van voorgaand onderzoek;

     Het eventueel horizontaal en/of verticaal afperken van de (eventuele) (grond)verontreinigingen met asbest ter plaatse van proefgat B03 (deellocatie 3), PB18 (deellocatie 4), B39 (deellocatie 5) B33, B34 en B36 (deellocatie 6) en daarmee het bepalen van de omvang van de mogelijke asbestverontreinigingen;

     Het vaststellen of sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

    Conclusies nadere grondonderzoeken naar PAK en PCB

    Middels de uitgevoerde nadere grondonderzoeken zijn de grondverontreinigingen met PAK en PCB uit voorgaand onderzoek in voldoende mate onderzocht. Deellocatie 1 Tijdens het nader grondonderzoek naar PAK zijn voor PAK maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. Voor wat betreft PAK is geen sprake van een ernstige verontreiniging, aangezien zowel tijdens het voorgaand onderzoek als het voorliggend onderzoek geen gehalten boven de interventiewaarden zijn aangetoond.

  • Diverse nadere onderzoeken, Driehoek 3 te Son Rapportnr.: B19.7508NO versie: 01 datum: 16 december 2019

    3

    Deellocatie 2 Tijdens voorgaand onderzoek zijn sterke verontreinigingen met PCB aangetroffen in de bovengrond ter plaatse van de boringen B13, B23, B24, B27, B29, B30, B33, B34 en B36. Tijdens voorliggend onderzoek zijn in de ondergrond van de boringen B13A, B27A en B34A en in de bovengrond van de omliggende boringen geen sterk verhoogde gehalten voor PCB aangetoond. Aangezien het sterk verhoogde gehalte ter plaatse van boring B13 niet in de buurt van de overige boringen is gelegen, betreft dit een aparte spot. In geen van de inpandige boringen is PCB boven de achtergrondwaarde aangetoond. Derhalve wordt aangenomen dat onder de (voormalige) bebouwing geen verhoogde gehalten voor PCB aanwezig is en de ernstige verontreinigingen zich enkel uitpandig bevinden.

    Ernst en spoedeisendheid

    Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. Op basis van de resultaten van het huidige onderzoeken is voor de locatie sprake van een geval van een ernstige grondverontreiniging met PCB (> 25 m3 sterk verontreinigde grond). Om de spoedeisendheid van de bodemverontreiniging met PCB vast te stellen is een spoedeisendheidbepaling (Sanscrit 2.7.0) verricht. De volledige spoedeisendheidbepaling is opgenomen in bijlage 8. Op basis van de Sanscrit toetsing bestaan voor het huidig en toekomstig gebruik (wonen met tuin) humane risico’s en dient de locatie met spoed gesaneerd te worden. Er zijn geen ecologische- en verspreidingsrisico’s. Buiten het gebied met sterk verhoogde gehalten voor PCB zijn tevens licht verhoogde gehalten voor PCB en PAK aangetoond, waarbij enkelen de index van 0,5 overschrijden. Aangezien hier geen sterk verhoogde gehalten voor PCB en PAK zijn aangetoond, zijn deze boringen niet binnen de contour opgenomen. Mogelijk voldoet de grond hier niet aan de bodemkwaliteit voor wonen. Conclusie aanvullend onderzoek naar PFAS

    Op basis van de aangetroffen gehalten voor de PFAS parameters in de onderzochte grondmengmonsters MMPFAS01 en MMPFAS02 van de bovengrond (zand) en de ondergrond (zand en klei) voldoet de grond aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Conclusies nadere onderzoeken naar asbest

    Middels de uitgevoerde nadere onderzoeken naar asbest is de verontreiniging met asbest ter plaatse van en in de directe omgeving van proefgat B03 (deellocatie 3), PB18 (deellocatie 4), B39 (deellocatie 5) B33, B34 en B36 (deellocatie 6) van voorgaand onderzoek, voor de locatie gelegen nabij de driehoek 3 te Son, in voldoende mate onderzocht. Deellocatie 3 Ter plaatse van proefsleuf SL301 is zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest aangetroffen (< 1 mg/kg d.s.). Naar verwachting is het zwerfasbest middels het gegraven proefgat B03 reeds ‘gesaneerd’ tijdens voorgaand onderzoek. Aangezien geen asbest meer is aangetoond kan worden geconcludeerd dat hier inderdaad sprake was van zwerfasbest en dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest.

  • Diverse nadere onderzoeken, Driehoek 3 te Son Rapportnr.: B19.7508NO versie: 01 datum: 16 december 2019

    4

    Deellocatie 4 Ter plaatse van proefsleuf SL401 is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetroffen (< 1 mg/kg d.s.). Naar verwachting is het zwerfasbest middels het gegraven proefgat PB18 reeds ‘gesaneerd’ tijdens voorgaand onderzoek. Aangezien geen asbest meer is aangetoond kan worden geconcludeerd dat hier inderdaad sprake was van zwerfasbest en dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest.

    Deellocatie 5 In de volledige puinlaag van sleuf SL501, nabij proefgat B39, is opnieuw asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. Het totaal berekende hoeveelheid asbest in deze bodemvreemde laag (0,1-0,7 m-mv.) bedraagt circa 2.264,5 mg/kg d.s. en overschrijdt daarmee ruimschoots de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. In de overige onderzochte proefsleuven (SL502 t/m SL505) en in de ondergrond van proefsleuf SL501 (0,7-1,0 m-mv) is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetroffen (< 1 mg/kg d.s.). Op basis hiervan is er enkel sprake van een ernstige asbestverontreiniging in de puinlaag en geen geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. Deellocatie 6 In de bovengrond van sleuf AB604, nabij proefgat B34, is asbesthoudend plaatmateriaal in de bovengrond aangetroffen. Het totaal berekende hoeveelheid asbest in de bovengrond (0,0-0,5 m- mv.) bedraagt circa 47,0 mg/kg d.s. en blijft daarmee onder de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. In de overige onderzochte proefsleuven (AB601 t/m AB603) en in de ondergrond van de proefsleuven AB603 en AB604 (0,5-1,0 m-mv) is zintuiglijk geen asbest aangetroffen en analytisch maximaal 2,5 mg/kg d.s. Op basis hiervan is er geen sprake van een ernstige asbestverontreiniging. Echter is op basis van voorgaand onderzoek reed