Plan van aanpak transitie jeugdzorg Gooi en Vechtstreek transitie van de jeugdzorg en benutten de...

download Plan van aanpak transitie jeugdzorg Gooi en Vechtstreek transitie van de jeugdzorg en benutten de transitie

of 32

  • date post

    15-Jul-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Plan van aanpak transitie jeugdzorg Gooi en Vechtstreek transitie van de jeugdzorg en benutten de...

  • Plan van aanpak transitie jeugdzorg Gooi en Vechtstreek

    18 januari 2013

    Registratienr.

  • 1. INLEIDING 2

    2. DE CONCEPT-JEUGDWET 3

    3. UITGANGSPUNTEN IN DE GOOI EN VECHSTREEK 5

    4. KEUZE REGIEMODEL: EEN DOOR GEMEENTE(N) GESTUURDE ORGANISATIE 6

    5. PROCES EN FASERING 7

    6. OPDRACHTEN 10

    7. SPOORBOEKJE 24

    8. BEGROTING 26

    BIJLAGE 1 - OVERZICHT ACTIES 1

  • 2

    1. INLEIDING

    De jeugdzorg wordt in 2015 gedecentraliseerd naar gemeenten. De decentralisatie omvat alle onderdelen van de jeugdzorg: de jeugdzorg die nu een verantwoordelijkheid is van de provincie, de gesloten jeugdzorg onder regie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de jeugd-GGZ die onder de zorgverzekeringswet (ZVW) valt, de zorg voor lichtverstandelijk gehandicapten jongeren op basis van de AWBZ en de jeugdbescherming en jeugdreclassering van Veiligheid en Justitie. Deze decentralisatie of transitie wordt gecoördineerd op het ministerie van VWS. De vormgeving en uitvoering is een gemeentelijke verantwoordelijkheid.

    Het regeerakkoord heeft: ‘Eén gezin, één plan, één regisseur' benoemd als uitgangspunt bij de decentralisaties in het sociale domein. De grondslag voor dit uitgangspunt is terug vinden in de participatiewet, de Algemene wet bijzondere ziektekosten, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de concept jeugdwet. Dit vergt daarom ook één budget en één verantwoordelijke van overheidszijde: de gemeente.

    De gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek bereiden zich vanaf eind 2011 gezamenlijk voor op de transitie van de jeugdzorg en benutten de transitie om het stelsel van ondersteuning, hulp en zorg te vernieuwen en te verbinden met de overige transities in het sociale domein. Daarmee wordt de transitie ook een transformatie, met gevolgen voor alle partijen in het veld. De gezamenlijke regionale aanpak heeft geresulteerd in een ‘Startnotitie Decentralisatie Jeugdzorg’ (d.d. 5 juli 2012), gevolgd door een ‘Regiemodel Jeugdhulp 2015’, ‘Visie op de inrichting van een nieuw stelsel voor jeugdhulp na de decentralisatie’ d.d. 1 november 2012.

    In het regiemodel kiezen de gemeenten in de regio er voor de jeugdhulp te organiseren door sterk te

    sturen op een integrale en passende aanpak van vragen en problemen van jeugdigen en gezinnen.

    Dat doet de gemeente door een centrale rol te nemen in het traject van vraag naar het - samen met

    jeugdige en gezin - bepalen van een passend aanbod.

    Status document

    Het plan van aanpak is geschreven op basis van de huidige conceptwetgevingstraject en onze huidige

    stand van kennis en informatie over de jeugdzorg en alles wat hier mee samenhangt. Op het moment

    van schrijven van dit plan is de consultatieronde over de concept jeugdwet afgerond. Mogelijk

    komen er nog wijzigingen in de wet naar aanleiding van de consultatie, het advies van de Raad van

    State en de behandeling in de eerste en tweede kamer. Het verdeelmodel voor de decentralisatie-

    uitkering in het Gemeentefonds wordt naar verwachting medio 2013 bekend.

    In de uitwerking van de onderdelen van het plan van aanpak zullen wij de actuele ontwikkelingen

    betrekken en de verbinding zoeken met de andere transitietrajecten. Ook de uitkomsten (startfoto,

    cliëntenperspectief) en de opbrengsten van het interactieve beleidstraject zullen een plek krijgen in

    deze nadere uitwerking.

    Leeswijzer

    Hierna vatten we zowel de concept-Jeugdwet als de regionaal geformuleerde uitgangspunten voor

    het nieuwe stelsel samen. We schetsen vervolgens onze visie op en de aanpak van het

    veranderingsproces tot en met 2015 (proces en fasering). Deze schets van de wet en de regionale

    visie vertalen we naar het plan van aanpak. Hierin beschrijven we de (beleids)opdrachten die

    gepaard gaan met de transitie van de jeugdzorg. Daarnaast benoemen we kort de visie (of het

    perspectief) van de regio voor deze opdracht en verwoorden we tenslotte de acties die we zullen

    gaan uitvoeren om aan de beleidsopdrachten uitvoering te geven. De producten van de acties zijn

    vervolgens de ingrediënten van de beleids- en uitvoeringsplannen die elke gemeente moet opstellen.

    Tot slot benoemen we deze plannen en relateren we deze aan de diverse beschreven acties.

  • 3

    2. DE CONCEPT-JEUGDWET

    In het nieuwe stelsel krijgt de gemeente de verantwoordelijkheid voor alle vormen van jeugdhulp

    (dus inclusief specialistische hulp zoals jeugd-ggz, jeugd-lvb en gesloten jeugdhulp in het kader van

    ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen) en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen

    en jeugdreclassering. Deze verantwoordelijkheid wordt in dit wetsvoorstel vorm gegeven als een

    zorgplicht van gemeenten, de zgn. jeugdhulpplicht.

    De gemeente is verantwoordelijk voor een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van de

    verschillende vormen van jeugdhulp en zorgt er voor dat ieder kind dat een vorm van jeugdhulp

    nodig heeft, deze daadwerkelijk krijgt. De verantwoordelijkheid van de gemeente bestaat in ieder

    geval uit:

    a. het versterken van het opvoedkundig klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen en

    kinderopvang;

    b. het voorzien in een voldoende passend (dus effectief ) aanbod van jeugdhulp;

    c. het advies geven over en het bepalen en inzetten van de aangewezen vorm van jeugdhulp,

    op een laagdrempelige en herkenbare wijze; de vereiste expertise dient daarbij op het juiste

    moment beschikbaar te zijn;

    d. het op een toegankelijke wijze adviseren van professionals met zorgen over een jeugdige

    (consultatiefunctie);

    e. het doen van een verzoek tot onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming indien een

    kinderbeschermingsmaatregel noodzakelijk geacht wordt;

    f. het compenseren van beperkingen in de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie

    van een jeugdige (maatschappelijke begeleiding);

    g. het op een eenvoudige wijze adviseren van jeugdigen met vragen;

    h. het voorzien in een toereikend aanbod van gecertificeerde instellingen die de maatregelen

    van kinderbescherming en jeugdreclassering uitvoeren.

    i. De gemeente voert een samenhangend beleid ten aanzien van de jeugdhulp, de uitvoering

    van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en de jeugdgezondheidszorg en

    zorgt voor afstemming en samenwerking met onderwijs, zorg, maatschappelijke

    ondersteuning, werk en inkomen en politie en justitie.

    j. De gemeente zet expertise in op de juiste plaats. Daarbij is de vraag leidend en het aanbod

    flexibel.

    k. De gemeente draagt zorg voor maatregelen ter voorkoming van huiselijk geweld en

    kindermishandeling.

    l. Over de uitvoering van deze taken dient de gemeente een beleidsplan en een verordening te

    maken.

    Toegang tot jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering

    Een nieuw aspect van de jeugdwet is dat gemeenten de verantwoordelijkheid krijgen over de

    toegang tot alle vrijwillige hulp en dat hiervoor geen indicatiebesluit van een onafhankelijk orgaan

    (zoals BJZ) voor nodig is. Voor de gedwongen hulpverlening blijft gelden dat de rechter deze toewijst.

    Voor de jeugd-ggz geldt dat de huisarts rechtstreeks mag doorverwijzen.

    De gemeentelijke verantwoordelijkheid omvat:

    1. laagdrempelige en herkenbare toegang tot jeugdhulp,

    2. het advies geven over en het bepalen en inzetten van de aangewezen vorm van jeugdhulp,

    3. het adviseren van professionals die zich zorgen maken over een jeugdige, en

    4. het samenhangend organiseren van de toegang tot de raad voor de kinderbescherming en het

    gedwongen kader.

  • 4

    De gemeente zorgt ervoor dat de ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen, gezinnen en

    medeopvoeders integraal en op laagdrempelige wijze wordt aangeboden. Bij een interventie wordt

    uitgegaan van de eigen kracht en het sociale netwerk van betrokken jeugdigen en hun ouders en is

    de inzet gericht op herstel en versterking daarvan. Ook vindt afstemming met eventuele

    ondersteuning op school plaats.

    In de concepttekst wordt gezegd dat verreweg de meeste ondersteuning wordt geboden door de

    medewerkers die werkzaam zijn in het centrum voor jeugd en gezin zelf. Op basis van hun

    professionele deskundigheid en ervaring zijn ze in staat in te schatten wanneer inschakeling van

    specialistische hulp nodig is of dat een kinderbeschermingsmaatregel dient te worden overwogen.

    Het is aan de gemeenten om de toegang tot jeugdhulp zo goed mogelijk vorm te geven; het ‘Centrum

    voor Jeugd en Gezin’ wordt niet wettelijk voorgeschreven.

    De huisarts behoudt, zoals aangegeven, zijn rol als poortwachter (dat wil zeggen als verwijzer naar

    jeugd-ggz).De gemeente zorgt voor de instelling en instandhouding van een meldpunt huiselijk

    geweld en kindermishandeling.

    Bron: Fact sheet Hoofdlijnen concept-Jeugdwet, juli 2012

    In schema:

    Reactie VNG

    De VNG heeft in haar reactie dd. 13 oktober jl. de vraag “… of het concept-wetsontwerp van de

    jeugdwet de juiste kaders biedt voor de bestuurlijke en financiële overdracht van de jeugdzorg naar

    gemeenten (transitie) en voor de geleidelijke realisatie van een inhoudelijke vernieuwing binnen het