Parool - Firma J.K. Smit en Zonen: “De diamanten gingen zomaar in een sloop.”

download Parool - Firma J.K. Smit en Zonen: “De diamanten gingen zomaar in een sloop.”

of 6

  • date post

    07-Aug-2015
  • Category

    Documents

  • view

    134
  • download

    1

Embed Size (px)

description

Op 27 mei 2010 heeft u in het Parool een artikel kunnen lezen genaamd "De diamanten gingen zomaar in een sloop" welke ter ere van De dag van de Amsterdamse geschiedenis is geschreven. In het artikel wordt met name ingegaan op de (grotendeels in Amsterdam opgenomen) Britse film "Operation Amsterdam", waarin de gebeurtenissen rond de tweede wereldoorlog te zien zijn, waar de Britse geheime dienst diamanten uit Duitse handen heeft gehouden. De zoon van eigenaar Johan Smit en toenmalig directeur van het filiaal van J.K. Smit & zonen in Londen, Jan Smit, heeft een grote rol gespeeld in deze gebeurtenissen, en uiteraard is ook hij als personage opgenomen in de film, deze wordt gespeeld door Peter Finch.

Transcript of Parool - Firma J.K. Smit en Zonen: “De diamanten gingen zomaar in een sloop.”

Het Parool 27 mei 2010 donderdag

Firma J.K. Smit en Zonen: De diamanten gingen zomaar in een sloop.De Parool- recensent: Er is gesold met dierbare zaken.PAUL ARNOLDUSSEN Aan de vooravond van de Dag van de Amsterdamse Geschiedenis wordt de Britse film Operation Amsterdam vertoond, voor een goed deel in 1958 opgenomen in Amsterdam. De Britse geheime dienst houdt diamanten uit Duitse handen. Waar gebeurd? Het is 13 mei 1940, vroeg in de ochtend. Nederland heeft nog niet gecapituleerd, maar dat kan niet lang meer duren. De Engelse torpedobootjager Walpole brengt drie man aan wal in IJmuiden. Het zijn Jan Smit, zoon van de Amsterdamse diamanthandelaar Johan Smit en directeur van het filiaal in Londen, en twee mannen van wie de echte namen ng niet bekend zijn. De n, een Nederlandse vriend van Jan Smit, wordt Walter Keijser genoemd, de ander, een Britse agent, majoor Dillen . Hun opdracht, rechtstreeks van Churchill, die dan een paar dagen premier is en gegeven met instemming van de Nederlandse legatie in Londen: ervoor zorgen dat een partij industriediamanten, onontbeerlijk voor de wapenindustrie, bijtijds, en dat is dus meteen, naar Londen komt. In Amsterdam lag de grootste Europese voorraad van deze diamanten. Het drietal stuit in een chaotisch en panisch IJmuiden velen proberen nog op een boot naar Engeland te komen op de

Joodse jonge vrouw Anna. Zij, medewerkster van het ministerie van Oorlog, wil met haar auto het water inrijden, een zelfmoordpoging. De drie weten haar ervan te weerhouden en met z n vieren gaan ze vervolgens naar Amsterdam. Samen met Johan Smit krijgen ze daar de veelal Joodse handelaars zover hun industriediamanten af te staan. Dat was niet eenvoudig, niet alleen waren die diamanten buitengewoon kostbaar, het bestaan van die diamanten was natuurlijk bekend en de handelaren hadden alle reden te vrezen dat de nazi s hen hard zouden aanpakken als de feiten op tafel zouden komen. Niet alle Amsterdamse diamanten gaan naar Londen. Een deel van de voorraad ligt bij de Amsterdamsche Bank, en de kluizen daar hebben een tijdslot. Het is tweede pinksterdag, de handelaren hebben pas de dag erop toegang. Daar kunnen de drie niet op wachten: de Walpole rekent op ze, en elk moment kunnen de Duitsers de stad intrekken. Met behulp van Anna, die in Nederland blijft, weten ze IJmuiden weer te bereiken, in een operatie van amper veertien uur zijn vele diamanten uit handen van de Duitsers gered. Het verhaal, in 1956 door de journalist David E. Walker (19071968) gepubliceerd onder de titel Adventure in diamonds, gaat dus over een sterk staaltje. Die stenen waren miljoenen guldens waard. Maar heel erg opwindend is het inmiddels totaal vergeten boek nou ook weer niet. Dat vond regisseur Michael McCarthy ook. Bij zijn verfilming werd de Chevrolet van Anna een spectaculaire open Mercedes. Maar vooral was hij helemaal niet tevreden over die resterende diamanten in de kluizen. Hij verzon er een bankkraak bij, met een enorme schietpartij, voorafgegaan door een achtervolging in Amsterdam. Daarvoor moest hij wel een imponerende vijand creren. Dat

werd een vijfde colonne, die veel minder prominent ook wel in het boek van Walker ter sprake komt. In McCarthy s versie duikt een groep Duitse militairen op, gekleed in de uniformen van een verslagen Nederlands bataljon. Tegen zo n groep hebben de drie natuurlijk geen verweer, dus introduceerde de regisseur een bewapende verzetsgroep die hen terzijde staat. Zou het daarom zijn dat de hele zaak nooit serieus genomen is? Bij die vijfde colonne, (de term komt uit de Spaanse Burgeroorlog, Madrid zou worden aangevallen door vier colonnes, gesteund door sympathisanten in Madrid zelf, de vijfde colonne) is nog iets voor te stellen. Weliswaar had Loe de Jong in zijn proefschrift uit 1953 al duidelijk gemaakt dat dat verschijnsel grotendeels een mythe was, maar zijn bevindingen zullen wel niet tot het buitenland zijn doorgedrongen. Die verzetsgroep is natuurlijk onzin, verzetsgroepen waren er nog niet op 13 mei 1940. En een bankkraak die dag, compleet met dodelijke slachtoffers, dat zou zelfs destijds toch wel opgevallen zijn. Bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie is het hele industriediamantverhaal onbekend. De Jong heeft het er niet over in zijn standaardwerk en Niod-medewerker Gerard Aalders, die zich bezig houdt met kapitaalstromen in de oorlog, heeft er ook nooit van gehoord. Toch is er alle reden te geloven dat de kern van het verhaal wel waar is. David Walker, die dertig jaar in de journalistiek zat als reizend correspondent, schrijft dat het Engelse ministerie van Oorlog dit boek geheel heeft gelezen en goedgekeurd . Dat zegt niet zoveel, dat ministerie zal wel geen bezwaar hebben tegen verzonnen verhaaltjes. Dat hij Anna niet heeft weten te traceren, geeft te denken. Dat hij de naam van majoor Dillen niet geeft, is te billijken: men is niet zo scheutig met het vrijgeven van namen van geheim agenten.

Dat is ook de reden dat hij Walter Keijser die Walker hielp met zijn onderzoek een andere identiteit moest geven, ter beveiliging van Dillen, meldt hij. Voor Jan Smit hoefde dat niet, die was al in 1946 overleden, een gevolg, begrijpen we, van zijn al te uitbundige levenswandel. Dat klinkt allemaal nog niet overtuigend. Maar er staat wat tegenover. Veel van de handelaren die hij ten tonele voert, leefden in 1956 nog wel, zoals Benjamin Soep en I. Spier, net als de commandant, H.G. Bowerman, van de Walpole. En we hebben Johan Smit, vader van Jan en directeur van J.K . Smit en Zonen. Het is vrijwel ondenkbaar dat die zich niet hadden geroerd als het verhaal uit de duim gezogen was. En het meest overtuigende is een interview met Mientje Tan in Het Parool uit 1958. Toen was ze procuratiehouder bij de firma Smit, ze was in 1920 bij de zaak begonnen. Ik werd op 13 mei 1940 met een auto van huis gehaald en de oude meneer Johan zat achter zijn bureau en zei: Alle diamanten inpakken. Nou, ik aan het pakken, en sorteren, en op lijsten schrijven. Maar na een uur of wat ontdekte ik dat het zo niet ging. Toen hebben we een sloop gepakt en alle diamanten zijn zomaar in dat kussensloop gegooid. We bliksemen alles erin, zei de oude meneer Johan. Dat deden we. En toen kwam de zoon Jan en hij nam de boel mee. Buiten stond een Hollandse soldaat met t geweer in de aanslag. En zo ging alles naar Londen en het was de grootste voorraad industriediamant die er in West-Europa was, ik ben er zelf bij geweest. Het is wel een vrij spectaculaire film, met aangrijpende beelden van de uitpuilende IJmuidense kade en volop beelden van een vrijwel leeg Amsterdam. Die stilte is ook niet zo realistisch, maar wel beklemmend. We herkennen de Brouwersgracht, de Dam, de Prins Hendrikkade, het Kadijksplein, de Muiderpoort, de Oudezijds Kolk. Daar ook raakte de veertigjarige figurant N. Schmacher, cafhouder van beroep, gewond toen hij van een brugleuning op een zolderschuit sprong. Maar dat zien we

natuurlijk niet. In werkelijkheid was het kantoor van Smit gevestigd in de Sarphatistraat, maar ja, een pand aan de Keizersgracht was voor de film wel zo aantrekkelijk. Voor de bankroof werd een stukje Amsterdam nagebouwd in de Pinewood Studio s bij Londen, compleet met de niet bestaande Doelenbank en het al even verzonnen caf Jan van Eyck. Jan Smit wordt gespeeld door Peter Finch, die in 1977 nog postuum een Oscar kreeg voor zijn rol in de film Network. De beeldschone Eva Bartok, een oorspronkelijk Hongaarse actrice met een rumoerig bestaan (ze claimde onder meer een zoon van Frank Sinatra te hebben) is een overtuigende Anna. In de hele film is maar n herkenbare Nederlandse acteur te zien: Lex Goudsmit, als de man die het drietal met een roeibootje van de Walpole naar de kust brengt. De Paroolrecensent was niet zo enthousiast over de film. Men heeft er allerlei dolle dingen in gesmeten, er werd gesold met tal van voor ons dierbare zaken. Hij ergerde zich aan het accent op de schilderachtigheid. Het is dan ook een bezwaar Nederlander te zijn bij het zien van deze film en nog een extra bezwaar Amsterdammer te zijn. Is men echter voor alles een bioscoopbezoeker en alleen uit op een Opwindende Avonturenfilm Vol Spanning en Actie, dan zal met aan Operatie Amsterdam de ziel niet bezeren. Maar Quentin Tarantino noemde hem onlangs nog een van zijn favoriete films. En op de lijst 100 Movies To Be Seen Before You Die van picturenose.com staat hij 94. Voor wat het waard is. De film Operation Amsterdam staat inmiddels, geheel compleet, ongetwijfeld niet geheel legaal, op Youtube: http://www.youtube.com/watch?v=4sM6ZaWbTL0

Kader: Ooit had de Firma J.K. Smit en Zonen, opgericht in 1888, 25 vestigingen over de hele wereld. Nu is er nog maar n zaak die die naam draagt, nog steeds in onder meer industriediamanten, hoewel die tegenwoordig synthetisch zijn. Het bedrijf is te vinden op een industrieterrein in Sloterdijk. Rick Concepcion werkte daar al ruim twintig jaar toen hij het bedrijf in per 1 januari 2009 overnam. Niet van de familie Smit, er zat nog een ondernemer tussen, maar de nazaten van Johan Smit, die in Engeland wonen, nodigden hem toch uit eens kennis te maken. En van hen hoorde hij voor het eerst van de gebeurtenissen in 1940. Hij koestert het verleden. En een achternicht van Jan Smit kreeg tranen in de ogen toen Concepcion beloofde het bedrijfsvignet nooit te zullen veranderen.