Organisatievormen leerplicht · PDF file Gemeente Groenwater maakte tot voor kort deel uit van...

Click here to load reader

  • date post

    21-Aug-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Organisatievormen leerplicht · PDF file Gemeente Groenwater maakte tot voor kort deel uit van...

  • Handreiking Organisatievormen leerplicht

    januari 2018

  • Inleiding In Nederland is de uitvoering van de Leerplichtwet (hierna: leerplicht) op verschillende manieren georganiseerd. Sommige gemeenten voeren leerplicht lokaal uit, andere gemeenten hebben hun krachten gebundeld en hebben leerplicht regionaal georganiseerd in bijvoorbeeld een centrumgemeente of een Regionaal Bureau Leerplicht (RBL). Door nieuwe ontwikkelingen kunnen gemeenten (opnieuw) voor de keuze worden gesteld om de leerplichtfunctie anders te organiseren.

    Met deze handreiking willen we gemeenten helpen bij het maken van een keuze uit verschillende organisatievormen. Deze handreiking bevat daarom informatie over de positieve punten en aandachtspunten van de verschillende organisatievormen. Welke organisatievorm het beste past is afhankelijk van de visie die de gemeente heeft, waar de leerlingen naar school gaan en op welke vraagstukken er nog meer samengewerkt wordt met andere gemeenten.

    Ongeacht de organisatievorm die een gemeente kiest, staat voor ons voorop dat samenwerking met andere gemeenten noodzakelijk is. De uitdaging om het recht op onderwijs en ontwikkeling te beschermen houdt zich in problematiek en aanpak niet aan gemeentegrenzen. Daarom is het, zeker ook als de gemeente de leerplichtfunctie lokaal uitvoert, van groot belang samenwerking met anderen te benoemen en uit te werken. Bij het kiezen van een vorm is het belangrijk om een bewuste afweging te maken. In deze handreiking zijn daarom bij elke organisatievorm voorbeelden opgenomen hoe de aandachtspunten zijn te ondervangen.

    Totstandkoming Deze handreiking is tot stand gekomen door interviews met leerplichtambtenaren en beleidsmedewerkers uit verschillende regio’s in ons land, waarvan onder andere twee centrumgemeenten en twee RBL’s. Er is zowel met deelnemende gemeenten als niet-deelnemende gemeenten gesproken. Ook is gesproken met een gemeente die helemaal buiten deze regio’s valt en leerplicht zelf uitvoert. De namen van de gemeenten zijn geanonimiseerd. Uitgangspunt bij deze handreiking is om voldoende informatie te geven om een goede afweging te maken. De inhoud is daarmee niet uitputtend, maar bedoeld om het gesprek hierover te ondersteunen.

    Leeswijzer In deze handreiking zijn drie organisatievormen uitgewerkt: 1. gemeenten die leerplicht zelf uitvoeren (lokaal) 2. gemeenten die leerplicht uitvoeren voor andere gemeenten (centrumgemeenten) 3. gemeenten die leerplicht hebben georganiseerd in een Regionaal Bureau Leerplicht (RBL).

    In hoofdstuk 1 hebben we de drie belangrijkste afwegingen om leerplicht wel of niet samen met andere gemeenten te organiseren op een rij gezet. In hoofdstuk 2, 3 en 4 hebben we de positieve punten en aandachtspunten uitgewerkt per organisatievorm met daarbij een aantal aansprekende voorbeelden.

    Inleiding, kern en leeswijzer

  • 1. Is er een gedeelde visie? Gemeenten verschillen in de visie die zij hebben op de invulling van het beleid

    rond leerplicht. Bij een verschil in visie blijft samenwerking vaak beperkt.

    Regionale samenwerking in een RBL of centrumgemeente staat of valt daarom

    met een gedeelde visie op de rol en functie van leerplicht. De ene gemeente legt

    de nadruk op preventie en ziet leerplicht als onderdeel van een integrale werkwijze

    in het sociaal domein: ‘Wij focussen volledig op preventie, luxeverzuim heeft geen

    prioriteit.’ Een andere gemeente ziet leerplicht meer als een specialistische functie

    en legt de nadruk meer op handhaving. ‘Gemeente X focust meer op handhaving,

    daar geloven wij minder in.’ Daartussen zijn vele varianten. ‘We handhaven strak

    op luxeverzuim. We houden daardoor zoveel mogelijk tijd over voor preventie.’

    2. Waar gaan de leerlingen naar school? Of de samenwerking wordt gevonden met andere gemeenten is mede afhankelijk

    van de leerlingenstromen in de regio. Als veel leerlingen buiten de

    gemeentegrenzen naar school gaan, is dit een reden om de samenwerking te

    zoeken met buurgemeenten. Niet elke gemeente beschikt over middelbare

    scholen en/of MBO. Leerlingen gaan ook vaak in een andere regio naar school.

    Voor gemeenten is het aantal voorzieningen binnen de eigen gemeentegrenzen

    een belangrijke reden om zelf de uitvoering te organiseren of juist de

    samenwerking te zoeken met een centrumgemeente of RBL in de buurt. Als de

    centrumgemeente voor RMC niet past bij de leerlingenstromen, is dit ook een

    reden waarom de samenwerking gestopt kan worden. Een beleidsmedewerker

    zegt hierover: ‘Onze leerlingen gaan meestal niet naar school in de RMC-subregio,

    maar in een andere regio.’

    3. Werkt de gemeente in dezelfde regio op nog meer vlakken samen? Als gemeenten al samenwerken op meerder vlakken in dezelfde regio, ligt het voor de hand om dit ook te doen rond leerplicht. Denk aan regionale samenwerking rond leerlingenvervoer, jeugdgezondheidszorg, Jeugdwet, Wet maatschappelijke ontwikkeling (Wmo) en de Participatiewet. Afhankelijk van de geografische positie en historie van samenwerken kiezen gemeenten wel of niet voor een centrumgemeente of RBL. Hoe vaker in dezelfde regio wordt samengewerkt, hoe vaker er ook bestuurlijk draagvlak is om dit te doen voor leerplicht. Het tegenovergestelde is ook waar: wanneer de RMC-regio verschilt van de andere regio’s waar de gemeente deel van uitmaakt, dan kiezen gemeenten vaak voor een lichtere variant van samenwerken of kiezen ze ervoor om leerplicht toch helemaal zelf uit te voeren.

    1. De drie belangrijkste afwegingen

  • 2a. Lokaal: gemeente voert zelf uit

    Positief Aandachtspunt

    Administratieve lasten Als gemeenten geen afspraken maken over registratie met andere gemeenten vergt dit veel van de administratie op lokaal niveau. Het bijhouden van alle cijfers en het onderhouden van kennis over het werken met een applicatie kost relatief meer tijd. Als de gemeente een ander administratief systeem aanschaft dan buurgemeenten, heeft men niet de financiële voordelen van een gezamenlijke aanbesteding. Ook is vergelijking van cijfers in de regio niet mogelijk, waardoor het moeilijk is om te zien hoe goed de gemeente ervoor staat.

    Kwetsbaarheid Het aantal fte in een gemeente die leerplicht zelfstandig uitvoert is relatief kleiner dan in een centrumgemeente of RBL. Het takenpakket van een leerplichtambtenaar op lokaal niveau in een kleine gemeente is daarom vaak breder dan dat van een leerplichtambtenaar bij een centrumgemeente of RBL. Zo kan het zijn dat dezelfde leerplicht- ambtenaar zowel verantwoordelijk is voor het contact met ouders, jongeren en scholen, als voor het bijhouden van de administratie en de verantwoording richting het college. Wanneer de leerplichtambtenaar uitvalt, komt het werk gauw stil te liggen.

    Ook het bijhouden van alle ontwikkelingen en het op peil houden van de professionele vaardigheden is een belangrijk aandachtspunt. ‘De leerplichtambtenaar bij ons had nog geen diploma als BOA, waardoor we moeten wachten tot zij haar diploma heeft gehaald voor we kunnen handhaven.’

    De kwetsbaarheid is deels te ondervangen door integraal te werken op lokaal niveau, bijvoorbeeld door ook andere collega’s vragen van scholen op te laten vangen (zie voorbeeld 1). Ook is het mogelijk om BOA’s vanuit andere gemeenten in te zetten, door een aanstelling op 0-uren basis.

    Integraliteit van beleid en uitvoering Gemeenten die voor deze vorm kiezen, zien leerplicht als integraal onderdeel van hun lokale beleid. In de praktijk betekent dit vaak dat de beleidsadviseur die verantwoordelijk is voor leerplicht deel uitmaakt van het team beleid of (maatschappelijke) ontwikkeling. In kleine gemeenten maken beleid en uitvoering soms deel uit van hetzelfde team. ‘De leerplichtambtenaar zit bij mij op de kamer en tussen de andere beleidsadviseurs.’ Hierdoor kan leerplicht makkelijk afgestemd worden op de lokale context en is het ook makkelijker om politiek draagvlak te vinden voor het beleid.

    Korte lijntjes met scholen en uitvoeringsorganisaties Gemeenten die leerplicht zelf uitvoeren hebben vaak korte lijntjes met de scholen in hun gemeente. De leerplichtambtenaar zit aan tafel bij de overleggen op de scholen en is een bekend gezicht. ‘De basisschooldirecteuren waren blij dat er nu een vast aanspreekpunt is voor leerplicht in onze gemeente.’

    In de meeste gemeenten zijn de uitvoeringsorganisaties op het vlak van de Jeugdwet en Wmo georganiseerd in de vorm van een lokaal wijkteam of een loket. Door leerplicht lokaal te positioneren is de samenwerking op uitvoeringsniveau makkelijker te vinden. ‘Ik loop zo even naar het jongerenloket.’ Ook voor de jeugdgezondheidszorg (JGZ) geldt dat de samenwerking makkelijker wordt gevonden in de uitvoering op lokaal niveau. ‘We komen elkaar toch tegen op school.’ Dit verschilt wel per gemeente, niet alle uitvoeringsorganisaties hebben leerplicht in het vizier.

  • 2b. Lokaal: gemeente voert zelf uit

    Voorbeeld 1: Integrale uitvoering sociaal domein Sinds de komst van de decentralisaties in het sociaal domein ziet gemeente Valkmeer leerplicht als integraal onderdeel van het sociaal domein. Gemeente Valkmeer heeft niet gekozen voor sociale wijkteams, maar voor gespreksvoerders onderwijs, jeugd, participatie et cetera. De gemeente heeft vier gespreksvoerders onderwijs, waarvan er drie met een BOA-bevoegdheid. Samen werken zij op de scholen en zorgen zij dat ze beschikbaar zijn tijdens kantooruren. De gespreksvoerders onderwijs voeren de leerplichtfunctie uit en werken integraal samen met de gespreks