open innovatie: bedrijven, kennisinstituten, eindgebruikers ...

download open innovatie: bedrijven, kennisinstituten, eindgebruikers ...

of 21

  • date post

    18-Dec-2014
  • Category

    Technology

  • view

    640
  • download

    0

Embed Size (px)

description

 

Transcript of open innovatie: bedrijven, kennisinstituten, eindgebruikers ...

  • 1. 1 De eye-opener-claim 1.1 Geen business-as-usual 1.2 Open innovatie heeft baat bij een open-source-cultuur 1.3 Open source, intellectueel eigendom en exploitatie 1.4 Het totaalplaatje als eye-opener 1.1 Geen business-as-usual De titel van dit boek, Geen business-as-usual, roept logischerwijs meteen twee vragen op. De eerste is: waarom geen business-as-usual? Nummer twee luidt vervolgens: wat dan eigenlijk wel? De ondertitel, Open source, eye-opener voor open innovatie, is heel bondig het antwoord op allebei. Maar waarschijnlijk hebben de begrippen open source en open innovatie nu al wat uitleg nodig. Daarmee komt de verduidelijking van het eye- opener-antwoord vanzelf. Open source is kort voor een vorm van softwareontwikkeling die onder die naam door het leven gaat. In essentie komt open source neer op een gemeenschap van mensen die op persoonlijke titel samen aan een computerprogramma werken. Er zijn nog meer aspecten en nuances, maar die volgen later: in deze inleiding, en in de hoofdstukken daarna. Het andere begrip, open innovatie, heeft direct n belangrijk raakvlak met de gegeven omschrijving van open source. Open innovatie staat namelijk voor: businessvernieuwing die meer dan gebruikelijk samen met anderen plaatvindt. Met kennisinstituten, met businesspartners, met klanten. Zelfs de samenwerking met concurrenten is niet uitgesloten. Geen business-as-usual dus. Open innovatie is tevens een dringend advies. In deze tijd van mondialisering en snelle internetverbindingen is op een open manier innoveren noodzakelijk om business- successen te kunnen blijven boeken. Maar het echt spectaculaire is de claim in de ondertitel: dat wie goed kijkt naar open-source-softwareontwikkeling, eigenlijk wel het inzicht moet krijgen dat open innovatie de way-to-go is over de hele linie. Met andere woorden: de tien jaar terug nog ongebruikelijke samenwerking in de huidige open- source-hoek van de softwarebranche is vanwege haar productsuccessen en vanwege de voortschrijdende verbreiding van de bijbehorende cultuur richtingwijzend voor de manier waarop businessvernieuwing in andere economische sectoren zou moeten of kunnen plaatsvinden. Waarom dus geen business-as-usual? Vanwege ongebruikelijke samenwerkingsverbanden. Maar wat dan wel? Idem dito: een tot op heden ongebruikelijke samenwerking. Software ontwikkelen, ofte wel programmeren, associren we onmiddellijk met computers en dat klopt natuurlijk helemaal. Maar programmeren heeft niet per se met computers te maken te hebben. In zijn algemeenheid betekent programmeren gewoon: zorgen dat een effect in een bepaalde omstandigheid altijd plaatsvindt. Allemaal hebben we bijvoorbeeld wel eens gehoord van NLP, van neuro-lingustisch programmeren. Dat is: 1
  • 2. jezelf of anderen zodanig toespreken dat het beoogde effect gegarandeerd plaatsvindt: een vorm van programmeren dus. De grote overeenkomst tussen computersoftware en zoiets als NLP is de taal. Allemaal zijn we in meer of mindere mate wel gadgetfreaks. Daardoor beleven we het meeste de hardware: de pcs, de printers, de usb-sticks, noem maar op. Maar in essentie moeten we het gebruik van computer(programma)s opvatten als een manier om goed te organiseren. De hardware is maar een noodzakelijk vehikel. De kern van de zaak vormen de beschrijvingen en voorschriften die in een programmeertaal als programma zijn opgeschreven. Een computerprogramma is een verzameling toverspreuken en dat is geen grapje. Programmeren is immers een verlengstuk van onszelf. Van onszelf en anderen dingen vertellen of voorschrijven, met als doel automatisch bepaalde resultaten te krijgen. Beperking van menselijke tussenkomst, kortom, via een kunstmatige taal, zoals in de titel van een Nederlands boekje uit 1964 zo fraai staat verwoord. State-of-the-art simulatiesoftware zoals Flexsim voor fabriekssimulatie, Simics voor hardwarevirtualisatie, en de FabLab-software (Fabrication Laboratory) van het MIT Center for Bits and Atoms is hier waarschijnlijk het beste voorbeeld van. Misschien wordt het u nu een beetje te gortig. Maar deze drie essenties die van open source, die van open innovatie en die van het harde verband tussen programmeren en organiseren hebben we nodig voor een plaatje dat ons helpt aantonen dat open- source-softwareontwikkeling inderdaad een eye-opener is voor open innovatie in andere economische sectoren. De kern van het plaatje zijn vier winkelhaken die vier kwadranten vormen. Aan de horizontale uiteinden van het kruis dat zo ontstaat, staan open innovatie en open source met hun basisdefinities, en aan de verticale uiteinden organiseren en programmeren. De centrale noemer van het hele plaatje, is de verwevenheid van internet en programmeren. Vandaar dat in het midden Internet Coding Age te lezen valt. Er is reden te over om het huidige stuk van het informatietijdperk het programmeertijdperk te mogen noemen. Om dit te staven hoeven we maar te verwijzen naar het voor zichzelf sprekende FabLab-voorbeeld van het MIT Center for Bits and Atoms, of naar het genetica/bioinformaticaproject AMOS (A Modular Open-Source whole genome assembler). Toevallig is dat een open-source-softwareontwikkelproject. 2
  • 3. Open? Open! Wat onmiddellijk opvalt aan de ondertitel Open source, eye-opener voor open innovatie, is de prominente aanwezigheid van het woordje open. Een korte reflectie daarop is een goede opstap voor de nadere inspectie van de relatie tussen open source en open innovatie. Open wil zeggen: niet dicht, niet gesloten. Denken we aan een deur of aan een raam, dan zien we gelijk de problematiek, want n soort open bestaat gewoonweg niet. Onmiddellijk is de vraag: wagenwijd, op een kier, ergens daartussenin, of: nu zus en dan zo, afhankelijk van wie zich aandient. Open en dicht duiden dus om te beginnen een continum aan. En daarnaast is wat de een open vindt, voor een ander misschien het omgekeerde. Immers, al staat de deur wagenwijd open, dan is een stikdonkere gang nou niet bepaald een uitnodigende entree. Met deze continumsituatie, plus met allerlei perceptieverschillen, hebben we te maken bij alle drie de opens uit de titel van dit boek: bij open source, bij open innovatie en bij de claim van eye-opener. Voor elk van deze drie geven we hier een voorbeeld: - Open source: op een kier of wagenwijd? Veel bedrijven willen helemaal niet dat iedereen zo maar in de source code, de broncode van een softwareprogramma kan grasduinen. Maar vaak maakt men graag een uitzondering voor een besloten eigen kring van ontwikkelaars, gebruikers en testers die zich best buiten de bedrijfsmuren mogen bevinden. Open broncode wordt dan gebruikt in de zin van shared source, zoals bij Microsoft, of community source, zoals bij IBM en bij Sun Microsystems. Het open source-voordeel van veel verschillende ogen die vanuit verschillende invalshoeken meekijken, wordt dan net zo goed gerealiseerd. 3
  • 4. - Open innovatie: op een kier of wagenwijd? Eigenlijk een mix van wat we net bij open voor business en bij open source zagen. Met dien verstande dat met innovatie nadrukkelijk substantile vernieuwing wordt geambieerd op product-, dienst-, proces-, marktniveau, of een combinatie hiervan. Daarbij beseffen we ons terdege dat er buiten de bedrijfsmuren veel entiteiten zijn (van universiteit tot consument) die een bijdrage kunnen of misschien wel moeten leveren, teneinde de beoogde vernieuwing zo goed en zo snel mogelijk te laten slagen. Een belangrijk verschil met open source is dat bij open innovatie software hooguit een onderdeel is. Maar tegelijkertijd nemen het aandeel en het belang van software tegenwoordig overal enorm toe. - Eye-opener: op een kier of wagenwijd? Kunnen we daadwerkelijk hard maken dat open-source-softwareontwikkeling in verschillende opzichten een belangrijke eye-opener is voor de toepassing van open innovatie in andere economische sectoren? Om die honderdduizend-euro-vraag te kunnen beantwoorden, moeten we eerst de relatie tussen open source en open innovatie nader bekijken. Open source en open innovatie vormen n continum Wanneer we open source zeggen, dan moeten we daar voor de duidelijkheid eigenlijk steeds onmiddellijk softwareontwikkeling achter zetten. Source is namelijk kort voor source code. In goed Nederlands is dat de broncode van softwareprogrammas. Deze broncode is de in een programmeertaal geschreven lijst met opdrachten die samen een computerprogramma vormen of een onderdeel daarvan. Executable of uitvoerbare code is de uit de broncode opgewerkte programmaversie waar de computerprocessor mee werkt. In tegenstelling dus tot de broncode, die door programmeurs wordt geschreven. We hameren zo op die betekenis van softwareontwikkeling, omdat open source, na de conceptie in 1998, zogezegd een inflatoir leven is gaan leiden. Steven Weber, hoogleraar aan de University of California, Berkeley waarschuwt daarvoor in zijn boek The Success of Open Source: het oneigenlijke gebruik van het begrip neemt hand over hand toe! Pas op: open source wordt vaak in oneigelijke zin gebruikt A note of caution: as open source has begun to attract broad public