OP PAD MET NELE EN JUUL - pad met Neele en Juul.pdfآ  “Hij gaat de klok luidenâ€‌, legt...

download OP PAD MET NELE EN JUUL - pad met Neele en Juul.pdfآ  “Hij gaat de klok luidenâ€‌, legt Juul uit,

of 4

  • date post

    21-Oct-2019
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of OP PAD MET NELE EN JUUL - pad met Neele en Juul.pdfآ  “Hij gaat de klok luidenâ€‌, legt...

  • 1

    2

    3

    4

    5

    6

    8

    7 1. Minderbroederskerk 2. Tiendschuur 3. Kasteel-de Nieuwen- borg

    4. Gracht of wal om de stad 5. Oelemarkt 6. St. - Martinuskerk 7. De Munt - muntge- bouw 8. Stadhuis

    OP PAD MET NELE EN JUUL

    Nele en Juul zijn twee kinderen uit de zestiende eeuw. Zij logeren in de winter van 1566-1567 bij

    graaf Filips van Horne, op het kasteel. Tijdens hun verblijf beleven ze van allerlei avonturen in Weert.

    Op deze plattegrond, nagetekend van een oude kaart ( Jacob van Deventer, 1570) kun je goed

    zien hoe de stad er toen uitzag.

    Stap in de tijdmachine en wandel mee met Nele en

    Juul. Begin de wandeling bij de paterskerk op de Biest. Hieronder staat een beschrijving van de stad

    in de zestiende eeuw. Kom mee, de stad in!

  • WEERT 1567

    “Oe-hoeoe…”klinkt het vanaf de ingang van de Minderbroederskerk. Een meisje zwaait en roept: “Ik ben Nele, ik laat jullie de stad zien, samen met Juul”. Juul staat naast haar en knikt. Is hij een beetje verlegen? Dan rent een grote grijze hond kwispe- lend het kerkpad op. “Dit is Ruffo”, lacht Juul, “hij komt uit Span- je”.

    Ondertussen loopt een vriendelijke man in een bruine pij de kerk in. Aan zijn blote voeten draagt hij sandalen. “Hij gaat de klok luiden”, legt Juul uit, “alle broeders worden bij- eengeroepen om te bidden in de kerk. Dat doen ze acht maal per dag”. Wij beginnen de wandeling. We kijken naar de overkant van de weg. In de schaduw van grote lindebomen ligt een huis.

    “Hier liggen mensen die heel ziek zijn”, fluistert Nele. “Ze worden verzorgd door de zwarte zusters”. “De zusters zijn niet zwart, maar hun kleren”, bromt Juul, terwijl hij in de richting van het kasteel loopt. Daar draaft Ruffo naar een grote schuur waar een kar, volgeladen met rogge, voor de poort staat te wachten. De paarden worden weggebracht, ze zijn nog nat van het zweet. “Kijk, alles wat hier wordt opgeslagen is voor de graaf. Zo wordt

    er belasting betaald. Uit de grote schuur kom een pittige geur van het opgeslagen graan. Iedereen ziet nu het kasteel: sterke torens, dikke muren en een brede gracht. Allerlei gelui- den nodigen uit om het kasteel van dichterbij te gaan bekijken. Nele en Juul lopen de ophaal- brug over, en via nog een brug komen ze in de binnenhof. “Kijk”, zegt Juul terwijl hij naar boven wijst. “Daar woont de graaf, met zijn vrouw Walburgis en zijn moeder Anna.

  • Plotseling gaat een klein deurtje open en er verschijnt een mollige vrouw met een wit mutsje op. Ze heeft een mand met verse broodjes waarvan iedereen mag proeven. “Kom”, roept Juul ongeduldig, “we gaan de stad in”. Grappig, het kasteel ligt buiten de stadsmuur. Via de kasteelpoort lopen we door een smal straatje en komen in de binnenstad. Het is er een drukte van belang: marktdag. Op de Nieuwe Markt ( later Oelemarkt genoemd) staat de koopwaar uitgestald. In veel kraampjes worden potten verkocht, die nodig zijn in de keuken. Er wordt druk gepraat en over de prijs onderhandeld. Op het pleintje is ook een waterput, waar mensen uit de omliggende hui- zen water kunnen halen. Als we door het straatje verder lopen staan we plotseling oog in oog met een vierkante gestreepte kolos. Het is de kerktoren, als voorpost van de grote Sint-Martinuskerk. Er om heen staat een muur. Binnen de muur is het kerkhof, waar de mensen uit de stad begraven worden. “Rijke mensen worden in de kerk begraven”,

    vertelt Juul. Aan de voet van de toren wordt van alles verkocht: groenten en fruit, maar ook kleine dieren zoals eenden, fazanten en konijnen. Vlees wordt omzwermd door dikke vliegen. De smid heeft een kraam vol ijzerwaar. Zakken met wol, maar ook mooie zachte stoffen, Weerter laken.

  • Een kleermaker laat de stof door zijn handen glijden, terwijl de koopman toekijkt. Hij hoopt natuurlijk op een klant. We steken het marktplein over. Tegenover de kerk ligt het nieuwe stadhuis met een mooie toren te pronken. “Ruffo, hierrr…” roept Nele plotseling. De hond staat met zijn voorpoten in de “speelhuysgrave”, een modderig stroompje, dat midden door de stad loopt. Uitdagend blijft Ruffo staan, zijn staart kwispelt vrolijk. Van de doordringende stank heeft hij blijkbaar geen last. Kordaat neemt Nele hem bij de halsband en trekt hem de straatsteentjes op. “Kijk, de school”, wijst Juul, “de schoolmeesters wonen er ook ”. Vanaf de drukke markt lopen we een zijstraatje in, naar het munt- gebouw. Je kunt de muntmeester met zijn hamer op de stempels horen slaan. We lopen weer richting markt. Boven de rieten daken van de lage huisjes uit zien we molenwieken draaien, ook de molenaar zit niet stil.

    We moeten terug, Juul. Ik heb beloofd vóór het eten weer in het kasteel te zijn. Uit de ramen van herberg “In de Leeuw” komen etensgeuren. Aan de stemmen te horen gaan de bierkroezen regelmatig rond. Nele wijst naar een deftige woning: “Daar woont de lijfarts van de graaf”. “Hij heet meester Jan Hugo”, bromt Juul. Via de smalle Beekstraat lopen we door het Morgat terug naar het

    kasteel. We nemen afscheid van Nele en Juul, Ruffo geeft iedereen een ruige poot. In de rustige kasteeltuin laten we de geluiden, de geuren en de bonte kleuren van de stad nog even bezinken. Dan lopen we terug naar het klooster, waar de klok wordt geluid voor het volgende gebed.