Oostburg uit zicht

download Oostburg uit zicht

of 13

  • date post

    25-Jan-2016
  • Category

    Documents

  • view

    214
  • download

    0

Embed Size (px)

description

Architect johan de Koning (Laboratorium voor Architektuur) bewoont het HUIS van Krot of Kans in Oostburg en doet verslag.

Transcript of Oostburg uit zicht

  • JOHAN DE KONINGLaboratorium voor Architektuur

    OOSTBURGUIT ZICHT

  • 2

  • 3ONTDEKKING OOSTBURG

    Oostburg, 15 augustus 2011

    Zeeuws Vlaanderen is een ander land. Dat merk je meteen als je voet aan wal zet. En dat deed ik vanmiddag toen ik van de pont stapte in Breskens. In Middelburg met een prachtig zonnetje op de volgeladen fiets gestapt, naar Vlissingen getrapt en daar de boot op. Vanaf het tegenwoordig nogal modieus volgepropte veerplein laat de pont met een plotse draai de kade achter zich. Sloom wissel je Walcheren en Nederland in voor Vlaanderen. De overkant lonkt met tinkelend licht op de voorzichtige golfjes van de Schelde.

    Druk is het niet. Een stuk of tien fietsen staan er in het rek van de pont gesnoerd. Vele stoer, professioneel, met glimmende tassen en sleepkarren. De mijne is sleets en laat dat horen ook. Mijn bagage zit vastgesjord met een meewarig ouderwetse spin. Alle andere fietsers kiezen de route via de kust. Als enige kraak ik langs de weg richting Schoondijke. Een beetje eenzaam onder die smalle hoge Populieren opent zich ineens het vlakke land dat uitzicht biedt op de toren van Groede. Nog even en ik kan ook Schoondijke zien liggen. Boerderijen passeren. Fraai opgeknapt of wat rommelig maar nog in vol bedrijf. Van achteruitgang is hier nog weinig sprake. Keurige hagen en geschoren perken. Een nette bouwmarkt-schuur en een zwembadje op een grasveldje naast de schuur. De geur van vers gemaaid gras begeleidt me. De zon warmt ondertussen lekker op en bezorgt me een loom zomers gevoel.

    Op goed geluk sla ik de Krabbedijk op. Nog voor ik bij Schoondijke ben. Ik laat het aan mijn linkerhand liggen. Rechts nog altijd Groede. Fascinerende vergezichten vanaf deze hoogte. Knikkende lijnen van de Canadese Populieren kan je volgen tot de witte toren van Oostburg. Onverwacht passeer ik stille kreken en populistisch bevlagde schuren die van een sluimerend seperatisme getuigen en een losgeslagen rallyauto (?) van team Wolphaartsdijk. Ik nader mijn doel. Is er nog kans voor dit

  • 4zonovergoten, zorgeloze Vlaamse land? In de komende dagen ga ik me daar over buigen. Tenslotte is het mijn stelling dat echte architectuur niet los van de context te verkrijgen is. Wie dus wil bouwen dient de omgeving te kennen. Zich rekenschap te geven van een gelaagde werkelijkheid. Ook al is dat op de grens van land en water. Of van land en schap. Juist die vaak onmerkbare overgangen maken de plek. Het onontdekte land, Zeeuws Vlaanderen.

    Eenmaal op de zonovergoten achterplaats van Noordwal 5 beland, lees ik van huis meegenomen stukken krant door. Wim Crouwel pleit in de NRC van donderdag op zijn 82ste nog maar eens voor modernistische helderheid en abstractie. Ineens dringt het tot me door dat de kansen hiervoor op deze plek voor het grijpen liggen. Aan de slag dan maar.

    Oostburg, 16 augustus 2011

    Je hoeft alleen maar door de hoofdstraat te lopen en het is je volkomen duidelijk dat dit dorp een product is van de naoorlogse wederopbouw. Die typische bouwstijl, met veel baksteen en kleine raamopeningen, geprononceerde voordeuren en hoge kappen. Sober, somber ook een beetje, maar onverwacht misschien zeer gevarieerd van maatvoering en vol eenvoudige details. Gericht op de kleine schaal, op het ontstaan van een intieme sfeer en wat toen gold als het pittoreske, dat bijna letterlijk werd overgenomen uit het handboek van Camillo Sitte. Markante punten stedebouwkundig strak uitgelicht, elke zijstraat gericht op een monument, bij elke hoek of sprong een monumentaal detail. Meestal een kerk of toren, soms een balkon of erker. Van de watertoren tot het stadhuis, waarin de straatnaam wijzigt van Bredestraat, in Brouwerij- en Burchtstraat, is dit stramien streng gevolgd. Op die manier waan je je onophoudelijk in een soort filmdecor. Alsof het niet helemaal echt is. De realiteit wordt echter meteen zichtbaar als je de andere kant van die facade bekijkt. Vreemde, volle achterkanten. Rommelig, want door de bewoners met graagte in gebruik genomen. Misschien leeft het dorp wel aan die achterkanten. Weg van de toeristen en dagjesmensen. Hier is het echte Oostburg. Daar is de werkelijke intimiteit voelbaar. Twee werelden van elkaar gescheiden door een dun laagje baksteen. Voor en achter. Formeel en informeel.

  • 5Haast nergens is het de wederopbouwers gelukt om fraaie pleinen te maken. Ook hier niet. Terwijl vrijwel alles met de grond gelijk gemaakt is en er dus alle kans was om opnieuw te starten. Het heeft sterk te maken met de beperkte hoogte waarin men wilde bouwen, waardoor de begrenzing van openbare ruimte altijd veel te laag is om een beschermd, intiem gevoel te krijgen. En men werd gehinderd door de idee dat het verkeer overal toegang toe zou moeten hebben, waardoor straten en pleinen traploos in elkaar overlopen. Een plein is dan niet meer dan een plotse verbreding van de straat. Ook al doen de lokale horeca ondernemers nog zo hun best om met terrassen en parasols de boel aan te kleden tot plein. Nieuwerwetse ingrepen met bochtige vijvers, buitenissige beelden en fonteinen hebben de boel helaas slechts verergerd. Wie die verschrikkelijke betonnen ijshoorntjes bedacht heeft die lukraak door het centrum geplant zijn, of de ijle palen met de eenhoorn erop of de pastel gekleurde fietsen met fleurige bloemenmand die zon beetje op elk onzinnig punt in de straat de concurrentie aangaan met de subtiele accenten van de wederopbouwers, die mag zich wel eens stevig achter de oren krabben. Je begint je af te vragen of de gemeente indertijd van elke inwoners een fiets gevorderd heeft om deze straatverfraaiing mogelijk te maken. De keus voor de fiets is des te merkwaardiger omdat het helemaal niet zon fietsvriendelijk dorp is. Aan de noordzijde lopen alle straten dood op het landschap, ook voor fietsers en voetgangers. En aan de zuidkant is een rondje rond het grote gat onmogelijk. Heel de omgeving is daar tot natuurgebied verklaard. Al die vogels zouden maar schrikken van langstrekkende wielrijders. Los daarvan is de algehele verkeerssituatie op zijn minst onoverzichtelijk te noemen.

    Daar moet Oostburg het dus niet van hebben. Wat wel interessant zou zijn is de vermenging van die informele achterkanten met de formele structuur van gevels en wanden. Zowel wat bebouwing betreft als voor het stratenpatroon zou dat tot gevolg kunnen hebben dat de grijze en mistige identiteit van Oostburg werkelijk karakter gaat krijgen. Iets typisch. Iets eigens, dat alleen hier past. Zodat mensen hier weer met plezier wonen en een droom na kunnen jagen. Daar ga ik de komende dagen nog eens verder over denken.

  • 6

  • 7Oostburg, 18 augustus 2011

    Na een paar dagen gekampeerd te hebben aan de Noordwal, wordt me eens te meer duidelijk hoe belangrijk sanitair is. Keukens, badkamers, toiletten, wasplaatsen. Ze bepalen voor een groot deel ons gevoel van comfort. Het zijn ook die delen van een woning die dikwijls het meest te lijden hebben onder verval en daardoor wellicht sneller aan vervanging toe zijn dan andere delen van de woning. Niet onbelangrijk om te vermelden is dat de sanitaire ruimten tegelijk zeer intieme ruimten zijn. We bereiden er ons voedsel, dat nog altijd zeer gekoppeld is aan ons lichamelijk bestaan en we geven onszelf letterlijk bloot op de plek waar we ons wassen. Spannende plekken in huis dus. Je raakt er de kern. Essentieel zijn ze. De essentie, waarin duidelijk het begrip essence terug te lezen is: geur. Goed wonen wordt zo een kwestie van de juiste reuk. Welke geur snuif ik hier op?

    Als we in het door de wederopbouw gedomineerde Oostburg de jaren vijftig spruitjeslucht willen vervangen door iets frissers, dan moeten we misschien wel beginnen met die sanitaire ruimtes onder handen te nemen. Een idee zou kunnen zijn om het sanitair te isoleren van het woon-corpus van een huis. Er een aparte unit van maken. Naar buiten plaatsen, op die achteloze binnenhoven van chaotische achter- en tussenbouwtjes (ipv tuinen) die de zacht roze binnenkant van het Oostburgse bouwblok kenmerkt. In die gebieden kan je ook omhoog. Daar waar het wederopbouw geraamte vastgelegd is op een standaardhoogte van drie lagen, de monumentale uitzonderingen daargelaten, voor de formele straten en pleinen, komt er op de binnenhoven ruimte voor een tomeloze wildgroei van de tweede orde. Hier uit zich het werkelijke leven, zoals nu reeds het geval is. Maar in plaats van klein, rommelig en tweedehands, kan er dan onder een hernieuwd regime van vrijheid een totaal nieuwe stad ontstaan. Een stad die bloeit op de achterplaatsen.

    Stel je voor dat er een race ontstaat om de grootste, de hoogste sanitaire toren neer te zetten. En de mooiste natuurlijk. Zoals ooit in San Giminiano. De een nog maffer dan de ander. Helemaal van glas als je wat exhibitionistisch aangelegd bent. Strak beton met heel veel kleine gaatjes als je van romantiek in het interieur houdt, of van wulpse opake vormen indien je kunststoffanaat bent. Een luchtig stalen frame geheel gevuld met planten. Maar in ieder geval hoog en slank. Met

  • 8uitkijkmogelijkheden over het omringende landschap op de top. Met balkons om het gebrek aan tuin te compenseren. Serres tegen de winterkou. Een hot tub of een jacuzzi. Plus natuurlijk al het sanitair dat nodig is voor een ongekend wooncomfort. En een stad die opleeft als de lentebloesem!

    Oostburg 19 augustus 2011

    Iedere keer als je door het dorp loopt valt op dat het bijzonder rijk is aan wederopbouwarchitectuur. En dan rijk in meerdere betekenissen: er is veel van en het is er in alle soorten maten. Voor verschillende functies en in een grote variteit. Dat maakt het bijzonder. Als architect kan je je helemaal verliezen in het kijken naar alle details, de baksteen patroontjes, de opvallende versieringen, erkers, hekjes en ga zo maar door. Als je goed kijkt zie je ook dat er al veel veranderd