Ondersteuningsplan SWV de Eem 2014-2018

of 85 /85

Embed Size (px)

description

 

Transcript of Ondersteuningsplan SWV de Eem 2014-2018

  • 2 van 85

    INHOUDSOPGAVE blz.

    STATUS ONDERSTEUNINGSPLAN ................................................................................. 4!

    VOORWOORD ........................................................................................................ 5!

    LEESWIJZER ......................................................................................................... 6!

    1.! INLEIDING .................................................................................................. 7!1.1! Passend onderwijs in De Eem ............................................................................ 7!1.2! Status en functie ondersteuningsplan .................................................................. 7!1.3! Totstandkoming ondersteuningsplan .................................................................... 8!

    2.! BELEID SAMENWERKINGSVERBAND .................................................................. 10!2.1! Doelstelling passend onderwijs ........................................................................ 10!2.2! Missie en visie ............................................................................................ 10!2.3! Vertaling in concrete beleidsvoornemens ............................................................ 12!

    3.! ORGANISATIE EN ACHTERGRONDEN SAMENWERKINGSVERBAND ............................... 13!3.1! Beschrijving regio ........................................................................................ 13!3.2! Overzicht deelnemende schoolbesturen en kengetallen .......................................... 13!3.3! Uitgangssituatie voor passend onderwijs ............................................................. 14!3.4! Rechtsvorm en organisatie ............................................................................. 15!3.5! Medezeggenschap en geschillen ....................................................................... 16!3.6! Personeel .................................................................................................. 16!3.7! Communicatie ............................................................................................ 16!

    4.! INRICHTING PASSEND ONDERWIJS ................................................................... 17!4.1! Basisondersteuning: een stevig fundament in het regulier onderwijs ........................... 17!4.2! Een dekkend netwerk ................................................................................... 23!4.3! Een duidelijke ondersteuningsroute in De Eem ..................................................... 28!4.4! Handelingsgericht arrangeren: gerichte toewijzing van ondersteuning ......................... 32!4.5! Samenwerking met ouders: een partnerschap ...................................................... 41!4.6! Samenwerking met ketenpartners .................................................................... 44!

    5.! KWALITEITSZORG ....................................................................................... 49!5.1! Inrichting systeem en cyclus van kwaliteitszorg .................................................... 49!5.2! Toezicht ................................................................................................... 49!5.3! Ontwikkelagenda ........................................................................................ 50!5.4! Ambitie, resultaat en aanpak .......................................................................... 52!

    6.! FINANCIN ................................................................................................ 54!6.1! Algemeen ................................................................................................. 54!6.2! Overgangssituatie ........................................................................................ 54!6.3! Baten ...................................................................................................... 55!6.4! Lasten ..................................................................................................... 56!

    BIJLAGE 1: OVERZICHT DEELNEMENDE BESTUREN ......................................................... 58!

    BIJLAGE 2: OVERZICHT DEELNEMENDE SCHOLEN ........................................................... 59!

    BIJLAGE 3: INVULLING BASISONDERSTEUNING DE EEM .................................................... 62!

    BIJLAGE 4: OVERZICHT ARRANGEMENTEN SO EN SBO ..................................................... 69!

  • 3 van 85

    BIJLAGE 5: UITWERKING STAPPEN ARRANGEREN ........................................................... 76!

    BIJLAGE 6: MEERJARENBEGROTING SAMENWERKINGSVERBAND ......................................... 78!

    BIJLAGE 7: SAMENSTELLING WERKGROEPEN ................................................................ 83!

    BIJLAGE 8: AFKORTINGEN ....................................................................................... 84!

  • 4 van 85

    STATUS ONDERSTEUNINGSPLAN Stap

    Datum

    Voorlopige vaststelling ondersteuningsplan in ALV

    31 oktober 2013

    Instemming OOGO op ondersteuningsplan

    30 Januari 2014

    Instemming OPR op ondersteuningsplan

    28 januari 2014

    Vaststelling van ondersteuningsplan in ALV

    28 januari 2014

  • 5 van 85

    VOORWOORD Samenwerkingsverband Primair Onderwijs De Eem presenteert hiermee het eerste ondersteuningsplan, waarmee we in regio De Eem passend onderwijs gaan realiseren. Dit ondersteuningsplan is tot stand gekomen met inzet van veel verschillende mensen uit het werkveld in De Eem. Ik denk dan aan de mensen die zich hebben ingezet in diverse werkgroepen en daarmee samen betekenis hebben gegeven aan passend onderwijs of aan alle betrokkenen die in klankbordbijeenkomsten hun feedback kwamen geven. Dit proces alleen al is een mooi begin geweest van samen vormgeven aan passend onderwijs. Iets dat we de komende periode zullen blijven doen. In navolging van alle voorbereidende werkbijeenkomsten en de aanloopperiode vanaf 1 januari 2014 maken wij op 1 augustus 2014 daadwerkelijk met zn allen een nieuwe start in een nieuwe samenstelling. We maken een nieuw begin, maar nemen onze opgebouwde kennis en ervaringen mee. De goede dingen die we al doen, die houden we vast. Daarnaast kijken we naar wat anders kan en wat hierin de goede dingen zijn. In lijn hiermee zetten we in dit ondersteuningsplan een duidelijke ambitie neer voor de toekomst. We zijn er nog niet. Dit ondersteuningsplan is een eerste aanzet voor passend onderwijs in De Eem. Gaandeweg zullen we met elkaar de verdere uitwerking, inkleuring en invulling van het ondersteuningsplan vormgeven. Een eerste aanzet voor een ontwikkelagenda voor de toekomst is er al (zie de aanzet tot activiteiten in dit plan). Een dynamische tijd vraagt, meer dan ooit, om een lerende instelling en veranderingsgerichte opstelling. Daar gaan we voor! Leusden Brigitta Gadella directeur SWV de Eem

  • 6 van 85

    LEESWIJZER Dit ondersteuningsplan geeft weer hoe binnen regio De Eem passend onderwijs gerealiseerd gaat worden. In hoofdstuk 1 is weergegeven wat de status en functie is van dit ondersteuningsplan en wordt ingegaan op de totstandkoming ervan. Hoofdstuk 2 geeft weer wat de missie, visie en ambities zijn van het samenwerkingsverband. In hoofdstuk 3 is op hoofdlijnen algemene informatie gegeven over het samenwerkingsverband. Vanaf hoofdstuk 4 gaan we meer de diepte in. In dit hoofdstuk wordt aan de hand van de zes beleidsvoornemens voor de periode 2014-2018 een inhoudelijke uitwerking gegeven van passend onderwijs. Dit zijn: basisondersteuning: een stevig fundament in het regulier onderwijs; een duidelijke ondersteuningsroute in de regio; efficinte en gerichte toewijzing van extra onderwijsondersteuning; een dekkend netwerk aan voorzieningen in de regio Eemland; een open en transparante samenwerking met ouders1; samenwerking met ketenpartners vanuit eigen verantwoordelijkheid. In het hoofdstuk 5 Kwaliteitszorg, wordt weergegeven hoe het samenwerkingsverband op een transparante, cyclische en systematische manier wil werken. Afgerond wordt met het hoofdstuk Financin, waarna verschillende bijlagen volgen.

    1 Waar in dit plan ouders staat geformuleerd kunt u ook lezen verzorgers.

  • 7 van 85

    1. INLEIDING 1.1 Passend onderwijs in De Eem

    Per 1 augustus 2014 gaat de landelijke wetgeving rondom passend onderwijs in. Ook binnen de regio Eemland gaat passend onderwijs van start, waarbij de intentie is om voor een aanloopperiode te kiezen vanaf januari 2014. Scholen en schoolbesturen gaan dan in het nieuwe Samenwerkingsverband Primair Onderwijs De Eem (SWV de Eem) samen werken aan de implementatie van passend onderwijs voor elke leerling in de regio, waarbij actief de samenwerking wordt gezocht met relevante ketenpartners. Passend onderwijs is een stelselwijziging met aanzienlijke gevolgen voor het onderwijsveld. Belangrijke wijzigingen ten opzichte van de oude situatie zijn: De bekostigings- en financieringsstromen van ondersteuning (zorg) verschuiven.

    Nagenoeg alle middelen voor ondersteuning komen op n centrale plaats binnen, namelijk bij het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband is verantwoordelijk voor de toekenning van extra onderwijsondersteuning en een doelmatige besteding van de middelen.

    De zorgplicht voor schoolbesturen is van kracht. Dit betekent dat besturen verplicht worden om (bij aanmelding van een leerling) binnen zes tot tien weken een zo passend mogelijk aanbod op de school van aanmelding, een andere reguliere of een speciale school binnen de regio te regelen.

    Samenwerking wordt belangrijker. Scholen worden geacht binnen het samenwerkingsverband intensiever samen te werken en elkaars kennis en kunde te benutten, maar ook de samenwerking met jeugdzorg en andere ketenpartners wordt versterkt.

    Tot slot verschuift de focus van het medisch labelen van kinderen (Wat mankeert dit kind?) naar wat zij daadwerkelijk nodig hebben om passend onderwijs te kunnen volgen. Deze onderwijsbehoefte is het uitgangspunt voor het handelen van professionals.

    Deze wijzigingen brengen met zich mee dat er de komende jaren anders gewerkt gaat worden dan voorheen het geval was. De afspraken hierover staan opgenomen in dit ondersteuningsplan.

    1.2 Status en functie ondersteuningsplan De wetgeving rondom passend onderwijs gaat in op 1 augustus 2014. Dan wordt het nieuwe Samenwerkingsverband Primair Onderwijs De Eem conform het tijdspad in de wetgeving officieel operationeel. Om passend onderwijs goed vorm te geven binnen de regio Eemland dient een aantal belangrijke keuzes te worden gemaakt, procedures te worden ontwikkeld en werkwijzen te worden verhelderd. De keuzes die worden gemaakt en de hieruit voortvloeiende procedures en werkwijzen voor SWV de Eem zijn weergegeven in dit ondersteuningsplan. In dit plan legt het samenwerkingsverband namelijk vast hoe het passend onderwijs voor elk kind wil realiseren. Het ondersteuningsplan: is een wettelijk verplicht verantwoordingsdocument; wordt ten minste n keer per vier jaar opgesteld en kan tussentijds worden gewijzigd; geeft inzicht in de wijze waarop het samenwerkingsverband passend onderwijs

    vormgeeft; is vastgesteld na op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de gemeente en

    instemming van de ondersteuningsplanraad (OPR).

  • 8 van 85

    Dit ondersteuningsplan kent in principe een looptijd van vier jaar voor de periode 2014-2018. Echter, de wetgeving rondom passend onderwijs is nieuw en zal onderhevig zijn aan doorontwikkeling en voortschrijdend inzicht. Het ligt dan ook voor de hand om hier de eerste jaren de praktijk als leermeester te nemen, wat betekent dat tussentijdse bijstellingen onvermijdelijk zijn. Aanpassingen zullen ook gezien de transitie jeugdzorg (in 2015) van belang zijn. De verwachting is dan ook dat dit document jaarlijkse bijgesteld zal worden. De bijstellingen zullen vanzelfsprekend voorgelegd worden in de ALV van het samenwerkingsverband, aan de OPR en hier zal OOGO over worden gevoerd. De concretisering van het ondersteuningsplan krijgt een plek in de jaarlijkse ontwikkelagenda. Deze agenda geeft weer hoe het samenwerkingsverband de beleidsvoornemens uit het ondersteuningsplan gaat implementeren. Deze ontwikkelagenda bouwt voort op de ambities en voorgestelde aanpak uit dit ondersteuningsplan en wordt later bijgevoegd als bijlage bij het ondersteuningsplan. De ontwikkeling van deze agenda vindt plaats in afstemming met de gemeenten, ketenpartners en het SWV VO.

    1.3 Totstandkoming ondersteuningsplan Ten grondslag aan de uitwerking van het ondersteuningsplan lag een aantal principe-uitspraken. Deze documenten zijn richtinggevend geweest bij de uitwerking van passend onderwijs in De Eem. Notitie: Samenwerkingsverband Primair Onderwijs De Eem: Doelstelling en functies in

    hoofdlijnen (vastgesteld in deelnemersbijeenkomst van 24 april 2012) Notitie: Richtinggevende notitie Werkorganisatie De Eem (vastgesteld in ALV d.d. 12

    februari 2013) Hoewel er een nieuw samenwerkingsverband opgericht wordt, is in de regio Eemland er sprake van een lange historie van samenwerking op het gebied van zorg en ondersteuning. Ofwel, we beginnen niet vanaf nul. Het is zaak de positieve verworvenheden te behouden en mee te nemen naar de toekomstige situatie. Tegelijkertijd dienen bestaande werkwijzen ook kritisch onder de loep te worden genomen en nemen we afscheid van zaken die niet (bleken te) werken. Bij het opstellen van het ondersteuningsplan is heel bewust gekeken naar wat behouden moet worden en wat achter kan worden gelaten. Bij het ontwikkelen van het nieuwe beleid van SWV de Eem (en dus het opstellen van het ondersteuningsplan) is ervoor gekozen om de werkvloer een actieve rol te geven en deze te betrekken bij de ontwikkeling van nieuw beleid. Zo zijn er verschillende werkgroepen actief geweest, waarin nagedacht is over specifieke vraagstukken (zoals basisondersteuning, arrangeren en de ondersteuningsstructuur). Voorts zijn er veel gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers uit het veld en zijn er verschillende klankbordbijeenkomsten georganiseerd, waarin de koers van SWV de Eem getoetst is. Over het concept van het ondersteuningsplan voert SWV de Eem op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de gemeenten in de regio. Dit omdat beleid over en weer gevolgen kan hebben. Dit geldt bijvoorbeeld op themas als samenhang in de ondersteunings- en hulpstructuur voor jeugd en gezinnen (in scholen en gemeenten), thuiszitters en leerlingenvervoer. In de regio Eemland is sprake van een gezamenlijk OOGO met alle betrokken gemeenten binnen de regio. Dit betreft de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Soest en Woudenberg. In de OOGO-voorbereidingsgroep (ambtelijk en directieniveau) wordt een procedure ontwikkeld om te komen tot overeenstemming over het ondersteuningsplan2. In dit voorbereidend overleg is afgesproken

    2 Medio oktober 2013 gereed.

  • 9 van 85

    het ondersteuningsplan van SWV de Eem voor een jaar vast te stellen en voorts te komen tot een ontwikkelagenda voor de toekomst. Naar verwachting zullen het ondersteuningsplan en de ontwikkelagenda medio januari 2014 in het OOGO met bestuurlijke vertegenwoordigers goedgekeurd worden. Per 30 oktober 2013 wordt voor SWV de Eem een Ondersteuningsplanraad (OPR) ingesteld. Daarmee zal dit plan besproken worden en zal bezien worden of de OPR instemming kan geven aan het ondersteuningsplan. Volgende bijgestelde versies van het ondersteuningsplan zullen uiteraard wederom voor instemming aan de OPR worden voorgelegd. Bij de uitwerking van dit ondersteuningsplan is continu rekening gehouden met de landelijke wet- en regelgeving, het Referentiekader Passend Onderwijs3 en de handreikingen, zoals onder meer door de PO-Raad ontwikkeld.

    3 PO-Raad, VO-raad, MBO Raad en AOC Raad (2013). Referentiekader Passend Onderwijs (versie januari 2013).

  • 10 van 85

    2. BELEID SAMENWERKINGSVERBAND 2.1 Doelstelling passend onderwijs

    Per 1 augustus 2014 wordt de wetswijziging passend onderwijs van kracht. De invoering van passend onderwijs is een antwoord op een aantal gesignaleerde knelpunten in de onderwijs- en jeugdzorgsector. Zo is er sprake van te veel druk op dure voorzieningen, een beperkte keuzevrijheid van ouders, complexiteit en bureaucratie in het systeem, kinderen die tussen wal en schip vallen, ondersteuning op scholen die onvoldoende is afgestemd op het brede (jeugd)zorgdomein en tot slot is de kwaliteit van het onderwijs en de toerusting van leerkrachten onvoldoende4. Passend onderwijs moet een antwoord bieden op deze knelpunten en vraagt om een omslag in het werken van professionals. VAN NAAR Kindgericht Systeemgericht Probleemgericht: Wat mankeert dit kind? Oplossingsgericht: Wat heeft dit kind

    nodig? Kind moet naar de zorg toe Ondersteuning in school, in de groep of

    thuis Gefragmenteerde benadering verschillende aanbieders

    En kind, n gezin, n plan

    Curatieve zorg Preventieve en vroegtijdige ondersteuning Tabel 2.1 Passend onderwijs: een omslag Passend onderwijs heeft verschillende doelstellingen: Budgettaire beheersbaarheid en transparantie Geen thuiszitters Minder bureaucratie Noodzaak tot labellen van kinderen vervalt Handelingsbekwame leerkrachten Afstemming met andere sectoren Hoe SWV de Eem invulling wil geven aan deze doelstellingen van passend onderwijs staat vermeld in de volgende paragraaf. Deze paragraaf beschrijft de visie van SWV de Eem. De visie geeft sturing aan de organisatie en daarmee aan de inrichting van zowel de inhoudelijke als de financile kant van passend onderwijs.

    2.2 Missie en visie Kinderen Kinderen verschillen. Verschillen zijn een uitdrukking van het unieke van ieder kind. Elk kind heeft mogelijkheden. Het gaat er om die te zien en in het onderwijs te benutten voor hun ontwikkeling. Mogelijkheden Het vormen van een totaalbeeld van een kind brengt de mogelijkheden van dit kind aan het licht. De handelingsgerichte begeleiding van kinderen is gericht op de ontwikkeling van die mogelijkheden.

    4 PO-Raad, VO-raad, MBO Raad en AOC Raad (2013). Referentiekader Passend Onderwijs (versie januari 2013).

  • 11 van 85

    Onderwijs- en ondersteuningsbehoeften De scholen stemmen hun onderwijs- en ondersteuningsaanbod af op de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van alle kinderen en denken daarbij in mogelijkheden en kansen. De ouders De ouders van een kind zijn verantwoordelijk voor de opvoeding en ontwikkeling van het kind en kiezen in dat kader voor hun kind de naar hun mening meest passende school. De groepsleerkracht De groepsleerkracht staat centraal als eerste verantwoordelijke voor de leerling. De groepsleerkracht biedt, vraagt en regisseert het onderwijs en de ondersteuning die bij de leerling passen. Daartoe werkt de leerkracht samen met de IBer, de ouders, het ondersteuningsteam en het samenwerkingsverband. De schooldirecteur De schooldirecteur draagt er zorg voor dat binnen de school de groepsleerkrachten, de IBer en andere medewerkers optimaal zijn toegerust voor de uitoefening van hun taken en verantwoordelijkheden. Dit vraagt om onderlinge samenwerking teneinde op schoolniveau een optimaal ondersteuningsprofiel te realiseren. Het schoolbestuur Het schoolbestuur is eindverantwoordelijk voor kwalitatief goed onderwijs en voor passende ondersteuning voor de leerlingen en houdt mede daartoe het samenwerkingsverband in stand. Het samenwerkingsverband Het samenwerkingsverband is een netwerkorganisatie van samenwerkende schoolbesturen dat leerkrachten, scholen en schoolbesturen coacht, stimuleert en faciliteert in de ondersteuning van leerlingen. Het samenwerkingsverband kan schoolbesturen aanspreken op door hen c.q. hun scholen geleverde kwaliteit van ondersteuning. Het samenwerkingsverband is vanuit wetgeving verantwoordelijk voor de besteding van middelen voor lichte en zware ondersteuning in de regio De Eem. Het samenwerkingsverband wijst zo nodig extra voorzieningen aan leerlingen toe in de vorm van arrangementen. Ter uitoefening van zijn functie werkt het samenwerkingsverband binnen de regio nauw samen met alle schoolbesturen, met de gemeenten en met de ketenpartners. Arrangementen Arrangementen komen tot stand door handelingsgericht te arrangeren, bij voorkeur dicht bij de school aan de voorkant van het proces. Het samenwerkingsverband is transparant bij de toewijzing van arrangementen, zowel in de richting van de ouders ten aanzien van de inhoudelijke afweging als in de richting van de schoolbesturen ten aanzien van de financile afwegingen en consequenties. Het samenwerkingsverband heeft als ambitie samenhang in onderwijs en ondersteuning te optimaliseren en te continueren, zodanig dat er binnen het primair onderwijs voor elke leerling zo thuisnabij mogelijk een passende plaats is waar de leerling zich optimaal kan ontwikkelen. Ofwel, ondersteuning zo dicht mogelijk bij het kind, de middelen zo veel mogelijk in de school.

  • 12 van 85

    2.3 Vertaling in concrete beleidsvoornemens SWV de Eem heeft ten doel in overleg met en ten behoeve van de deelnemers een samenhangend geheel van ondersteuningsvoorzieningen te realiseren, zodanig dat alle bij de scholen van de deelnemers aangemelde leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken en leerlingen die extra ondersteuning behoeven een zo passend mogelijke plaats in het onderwijs krijgen5. Het samenwerkingsverband richt zich hierbij op de scholen voor primair onderwijs van de deelnemers aan het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband respecteert de vrije schoolkeuze van ouders voor hun kinderen. In het kader van zijn doelstelling streeft het samenwerkingsverband ernaar zoveel als redelijkerwijs mogelijk selfsupporting te zijn voor wat betreft de breedte van het onderwijsaanbod, ten minste ten aanzien van beschikbare voorzieningen, thuisnabijheid en levensbeschouwelijke en pedagogisch-didactische identiteit. Voorts werkt het samenwerkingsverband samen met scholen en schoolbesturen voor speciaal onderwijs in en buiten de regio om een dekkend geheel aan voorzieningen te realiseren. Hiervoor staat de visie van SWV de Eem genoemd. Wanneer aan een visie geen concrete doorvertaling wordt gegeven, dan blijft het bij dagdromen. Daarom zijn hieronder concrete beleidsvoornemens benoemd voor de komende periode, voortvloeiend uit de visie. Hier wil SWV de Eem de komende jaren actief op inzetten. Hoe we dit doen en tot welke resultaten dit moet leiden staat verderop vermeld in dit ondersteuningsplan. De beleidsvoornemens van het samenwerkingsverband voor de periode 2014-2018 zijn: basisondersteuning: een stevig fundament in het regulier onderwijs; een duidelijke ondersteuningsroute in de regio; efficinte en gerichte toewijzing van extra onderwijsondersteuning; een dekkend netwerk aan voorzieningen in de regio Eemland; een open en transparante samenwerking met ouders6; samenwerking met ketenpartners vanuit eigen verantwoordelijkheid. Naast deze zes beleidsvoornemens heeft het samenwerkingsverband twee aanvullende themas waarop ze nadrukkelijk gaat investeren. Dit zijn: 1. Communicatie: Bij de start van het samenwerkingsverband, maar ook gedurende de

    verdere beleidsperiode, vormt communicatie een cruciaal onderdeel. Dit is van belang om gezamenlijke werkwijzen te ontwikkelen, good practices te delen, maar vooral samen meer te zijn dan de som der delen.

    2. Kwaliteitszorg: We vragen van scholen en schoolbesturen om doelmatig, systematisch en transparant te werken en dit doen we zelf ook. Hiervoor werken we met een kwaliteitscyclus waarin evaluatie, monitoring en verantwoording een belangrijke plek innemen.

    In de volgende hoofdstukken staat vermeld welke uitwerking SWV de Eem wil geven aan deze beleidsvoornemens. Deze aspecten worden verder uitgewerkt in een jaarlijkse ontwikkelagenda waarin de implementatie van passend onderwijs een plek krijgt. De kernthemas van deze ontwikkelagenda hebben een plek in het hoofdstuk Kwaliteitszorg.

    5 Conform art. 18a WPO en art. 28a WEC. 6 Waar in dit plan ouders staat geformuleerd kunt u ook lezen verzorgers.

  • 13 van 85

    3. ORGANISATIE EN ACHTERGRONDEN SAMENWERKINGSVERBAND 3.1 Beschrijving regio

    Alle scholen in de regio Eemland maken deel uit van het nieuwe SWV de Eem (behoudens scholen voor cluster 1 en 2). De regiogrens van het nieuwe samenwerkingsverband is via een ministerile regeling vastgesteld (aangeduid als regio PO 2602) en omvat de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Soest en Woudenberg. In een groot deel van de regio is sprake van een lange traditie van samenwerking tussen partners in het kader van de zorg en ondersteuning voor jeugd. Sinds 2007 bestaat in dit kader het Regionaal Netwerk Passend Onderwijs Eemland (RNPOE) als experimentele voorloper van een samenwerkingsverband passend onderwijs. Het RNPOE zal, evenals de huidige WSNS-verbanden, per augustus 2014 ophouden te bestaan. De inhoudelijke opbrengsten van zowel het RNPOE, de ambulante diensten van schoolbesturen voor cluster 3 en cluster 4-onderwijs, als ook van de samenwerkingsverbanden WSNS (Nieuw Interzuilair Samenwerkingsverband (NIS), PC Eemland en Zorgfederatie Kompas) zullen verwerkt worden in de nieuwe regionale samenwerkingsverbanden voor PO en VO.

    3.2 Overzicht deelnemende schoolbesturen en kengetallen In de regio zijn scholen gevestigd van 28 verschillende schoolbesturen. Daarnaast hebben zich vier schoolbesturen gemeld waarvan de scholen (voor speciaal onderwijs) weliswaar buiten de regio zijn gevestigd, maar die hun expertise inbrengen in de regio en vanwege grensverkeer een belang hebben bij de ontwikkelingen in de regio. Zodoende zijn in totaal 32 schoolbesturen bij het samenwerkingsverband aangesloten. Deze zijn weergegeven in bijlage 1. In de regio zijn in totaal 123 scholen (zie bijlage 2) gevestigd met in totaal zon 30.000 leerlingen. Van deze 123 scholen zijn: 7 scholen voor speciaal basisonderwijs (alle gevestigd te Amersfoort)

    Boulevard410 De Werf (Het Drieluik en Het Baken) Dr. M. van der Hoeveschool Kingmaschool Koningin Wilhelminaschool Michalschool

    3 scholen voor speciaal onderwijs (alle gevestigd te Amersfoort) Dr. A. van Voorthuijsenschool (cluster 3) Koningin Emmaschool (cluster 3) Mulock Houwerschool (cluster 4)

    113 reguliere basisscholen (soms met meerdere vestigingen. Buiten de regio zijn 6 scholen voor speciaal onderwijs gevestigd:

    - Berg en Boschschool - C.P. van Leersumschol - J.H. Donnerschool - Mytylschool de Trappenberg - Mytylschool Ariane de Ranitz - Utrechtse Buitenschool de Schans

  • 14 van 85

    3.3 Uitgangssituatie voor passend onderwijs In de regio volgen de meeste leerlingen (96,1%7) onderwijs in reguliere basisscholen en bijna 3 procent van de leerlingen speciaal basisonderwijs. Dit percentage is de afgelopen jaren vrij stabiel, maar ligt in vergelijking met het landelijk gemiddelde iets (0,25%) bovengemiddeld. Zie onderstaande grafiek.

    In onderstaande tabel is het verwijzingspercentage naar het speciaal onderwijs weergegeven binnen SWV de Eem. Het totale verwijzingspercentage (1,65% op 1 januari 2012 ten opzichte van 1,64% landelijk) is onderverdeeld in de bekostigingscategorien 1, 2 en 38. Categorie 1 is ongeveer gelijk aan de huidige bekostiging voor zmlk (zeer moeilijk

    lerende kinderen) en lz (langdurig zieken) in cluster 3 en cluster 4. Categorie 2 is ongeveer gelijk aan de huidige bekostiging voor lg (lichamelijk

    gehandicapt). Categorie 3 is ongeveer gelijk aan de huidige bekostiging voor mg (meervoudig

    gehandicapt).

    7 Per 1 oktober 2012. 8 Welk type leerling in welke bekostigingscategorie valt, mag het samenwerkingsverband zelf bepalen. De bedragen voor leerlingen die verwezen worden naar het speciaal onderwijs liggen wel vast.

  • 15 van 85

    3.4 Rechtsvorm en organisatie SWV de Eem is ondergebracht in de voor dit doel opgerichte Vereniging Samenwerkingsverband Primair Onderwijs De Eem9. Alle deelnemende schoolbesturen zijn als lid bij deze vereniging aangesloten.

    De vereniging kent als organen: een algemene vergadering. Hierin zijn alle schoolbesturen vertegenwoordigd. Aan de

    algemene vergadering zijn de majeure besluiten ten aanzien van het samenwerkingsverband voorbehouden (zoals de vaststelling van het ondersteuningsplan en van de financile kaders). Voorts benoemt de algemene vergadering het bestuur en ziet toe op het algemene functioneren van het samenwerkingsverband;

    een bestuur. Het bestuur van de vereniging is als zodanig benoemd door de algemene vergadering en telt vijf leden, te weten10: Willem Kuijpers, voorzitter (bestuurder van de Stichting Meerkring) Bart Sonnenberg, vicevoorzitter (bestuurder van de Stichting PCBO Baarn-Soest) Jan Overweg, penningmeester (bestuurder van de Stichting HAAL) Wil Ellenbroek, lid (bestuurder van de Stichting KPOA) Jan Reitsma, lid (bestuurder van de Stichting De Kleine Prins). Het bestuur is belast met de voorbereiding en uitvoering van de besluiten van de algemene vergadering, benoemt de directeur en ziet toe op het dagelijks functioneren van het samenwerkingsverband.

    een directeur. De directeur van de vereniging, Brigitta Gadella, is benoemd door het bestuur. De directeur is belast met de voorbereiding en uitvoering van de besluiten van het bestuur, draagt zorg voor het dagelijks functioneren van het samenwerkingsverband en benoemt de overige personeelsleden van het samenwerkingsverband (en ziet toe op hun functioneren).

    Figuur 3.1: Organogram samenwerkingsverband

    9 De statuten van de Vereniging samenwerkingsverband Primair Onderwijs de Eem zijn te vinden op de website. 10 Per 1 januari 2014.

    32!schoolbesturen!

    ALV!!SWV!de!Eem!

    Bestuur!

    Directeur! OPR!

  • 16 van 85

    Voor beslechting van interne geschillen11 is de vereniging aangesloten bij de Landelijke Arbitragecommissie passend onderwijs12, Postbus 85191, 3508 AD Utrecht.

    3.5 Medezeggenschap en geschillen

    Voor uitoefening van medezeggenschap ten aanzien van besluiten van het samenwerkingsverband is een ondersteuningsplanraad (OPR) ingesteld. Deze OPR bestaat uit acht leden, van wie vier personeelsleden en vier ouders. De leden van de OPR zijn ook lid van een MR of een GMR van een school(bestuur) en vanuit deze (G)MRs voorgedragen. Het reglement van de OPR staat op de website van SWV de Eem. Het samenwerkingsverband zal besluiten gaan nemen die de belangen van kinderen betreffen. Over die besluiten kunnen geschillen ontstaan. Voor een overzicht van mogelijke geschillenprocedures wordt verwezen naar www.geschillenpassendonderwijs.nl. Voor de beslechting van geschillen tussen het samenwerkingsverband en ouders of schoolbesturen over toelaatbaarheidsverklaringen is een Regeling bezwaar toelaatbaarheid SWV de Eem vastgesteld. Deze staat op de website van SWV de Eem.

    3.6 Personeel Het samenwerkingsverband heeft als uitgangspunt slechts in beperkte mate personeel in dienst te nemen. Het standpunt dat hieraan ten grondslag ligt, is dat de beschikbare middelen zoveel mogelijk ten goede moeten komen aan passende ondersteuning voor de leerlingen in De Eem. Om personeel te kunnen benoemen is binnen het samenwerkingsverband een centrale dienst ingesteld. De personeelsleden die in dienst zijn van het samenwerkingsverband, zijn in eerste instantie de directeur, een adjunct-directeur, administratief medewerker(s) en onderwijsondersteuners. Verdere personele inzet die noodzakelijk is om taken namens het samenwerkingsverband te verrichten, vindt in beginsel plaats op basis van inhuur of detachering.

    3.7 Communicatie Het samenwerkingsverband heeft een website ingericht (www.swvdeeem.nl). Daarop is basisinformatie over het samenwerkingsverband te vinden. Het samenwerkingsverband geeft regelmatig nieuwsbrieven uit die gericht zijn op de aangesloten besturen en scholen. De uitgegeven nieuwsbrieven staan op de website. Communicatie zal de komende tijd een belangrijk speerpunt zijn van het samenwerkingsverband. Het beleid in dit ondersteuningsplan dient immers binnen de regio gecommuniceerd te worden, met hieruit voortvloeiend nieuwe werkwijzen, andere procedures en aanpakken. Naast dit ondersteuningsplan zal dan ook een implementatieplan worden opgesteld waarin nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan de communicatie binnen De Eem.

    11 Geschillen tussen een van de leden (schoolbesturen) en organen van de vereniging. 12 Zie www.onderwijsgeschillen.nl.

  • 17 van 85

    4. INRICHTING PASSEND ONDERWIJS Dit hoofdstuk geeft uitwerking aan de wijze waarop in SWV de Eem passend onderwijs gerealiseerd gaat worden voor alle leerlingen.

    4.1 Basisondersteuning: een stevig fundament in het regulier onderwijs

    4.1.1 Inleiding Binnen SWV de Eem wordt de basiskwaliteit (een basisarrangement) vereist van alle scholen en alle leerkrachten. Basisondersteuning bouwt hierop voort en beschrijft het niveau van ondersteuning dat van alle deelnemende scholen binnen het samenwerkingsverband wordt verwacht13. De afspraken over de invulling van de basisondersteuning worden op het niveau van het samenwerkingsverband binnen de ALV vastgesteld middels de vaststelling van dit ondersteuningsplan. SWV de Eem streeft naar een ambitieus doch realistisch niveau van basisondersteuning. Er wordt ingezet op een stevig fundament in de reguliere basisscholen om voor zo veel mogelijk leerlingen thuisnabij passend onderwijs te realiseren.

    4.1.2 Over basisondersteuning Basisondersteuning wordt gedefinieerd als: Het door het samenwerkingsverband afgesproken geheel van preventieve en licht curatieve interventies die binnen de ondersteuningsstructuur van de school eventueel samen met ketenpartners14 - planmatig en op een overeengekomen kwaliteitsniveau worden uitgevoerd. De omschrijving en definiring van basisondersteuning heeft in de praktijk drie functies: 1. Fundament: het fundament voor een continum van onderwijsondersteuning in de

    regio waar rechten aan ontleend kunnen worden. Zo mag verwacht worden dat scholen

    ondersteuningsvragen die binnen de basisondersteuning vallen, zelf kunnen beantwoorden;

    wat gemonitord kan worden. Om de kwaliteit van ondersteuning aan leerlingen te waarborgen is het van belang dat het niveau van basisondersteuning gemonitord wordt15.

    2. Transparante communicatie: ouders kunnen weten wat zij tenminste kunnen verwachten van elke school (de omschrijving van basisondersteuning is onderdeel van het schoolondersteuningsprofiel van elke school in De Eem)

    3. Professionalisering van medewerkers: duidelijk moet uit het niveau van basisondersteuning af te leiden zijn welke bekwaamheidseisen aan medewerkers worden gesteld.

    13 De basisondersteuning is in het bijzonder gericht op het regulier onderwijs. Van de SO- en SBO scholen wordt verondersteld dat zij eenvoudig voldoen aan het vast te stellen niveau van basisondersteuning en daar bovenop aanvullende arrangementen aanbieden. 14 Ketenpartners: lokale/regionale instanties die een bijdrage (kunnen) leveren aan een sluitende keten jeugd en onderwijs, zoals scholen, (bureau) jeugdzorg, peuterspeelzalen/kinderdagverblijven, (school)maatschappelijk werk, politie, justitie, jeugdgezondheidszorg/GGD, Jeugd-ggz, AMK, (sport)verenigingen, leerplicht, RMC-functie, verslavingszorg, buitenschoolse opvang, welzijnswerk en zorgaanbieders in het kader van de AWBZ. 15 Hoe deze monitoring plaatsvindt, dat is een vraagstuk dat nog verder uitgewerkt dient te worden binnen het thema kwaliteitszorg.

  • 18 van 85

    Basisondersteuning vormt het fundament voor ondersteuningstoewijzing binnen De Eem en heeft een directe verbinding met de inzet van extra ondersteuning. Ondersteuning die de basisondersteuning overstijgt, heet extra ondersteuning. De basisondersteuning en extra ondersteuning zijn communicerende vaten. Dit betekent dat naarmate de set van afspraken over de basisondersteuning groter is, het aantal arrangementen voor extra ondersteuning logischerwijs minder wordt. In de volgende afbeelding is dit weergegeven in drie blokken waarvan de grootte kan afnemen en toenemen.

    Figuur 4.1 Samenhang tussen de begrippen Figuur 4.1 toont aan hoe belangrijk de basisondersteuning is binnen De Eem. Het vormt het fundament voor ondersteuningstoewijzing in de regio. Ondersteuning die de basisondersteuning overstijgt wordt als extra ondersteuning beschouwd. Extra ondersteuning wordt verzorgd in de vorm van arrangementen (zie voor meer informatie hierover paragraaf 4.4 van dit ondersteuningsplan). De top van de piramide beslaat de arrangementen in het SBO en SO.

    4.1.3 Invulling basisondersteuning Binnen De Eem is in de periode meioktober 2013 in een werkgroep nagedacht over de invulling van basisondersteuning binnen De Eem. Een gemleerd gezelschap van afgevaardigden uit het onderwijsveld in De Eem (zie bijlage 7) heeft invulling gegeven aan een adequate omschrijving van basisondersteuning. De kern van dit advies16 is overgenomen en daarmee integraal onderdeel van dit ondersteuningsplan. De invulling van basisondersteuning bestaat uit een drietal onderdelen: A. Bestuurlijke afspraken rondom basisondersteuning B. Tien beloftes rondom basisondersteuning C. Concrete uitwerking van deze tien beloftes A. Bestuurlijke afspraken rondom basisondersteuning Deel A bestaat uit algemene bestuurlijke afspraken. Dit betreffen de basisafspraken die ten grondslag liggen aan de standaarden en waar alle schoolbesturen binnen het samenwerkingsverband zich aan conformeren. Alle scholen binnen het samenwerkingsverband dienen te voldoen aan de basiskwaliteit

    van de inspectie (en hebben een basisarrangement).

    16 Het volledig advies is weergegeven op de website van SWV de Eem.

  • 19 van 85

    Het omschreven niveau van basisondersteuning gaat in werking op 1 augustus 2014. Het is te verwachten dat een deel van de scholen nog niet aan het beschreven niveau van basisondersteuning zal voldoen. Indien dit het geval is dient binnen elke school op planmatige wijze gewerkt te worden (schoolplan, jaarplan) om op korte termijn (in afstemming tussen schoolbestuur en samenwerkingsverband) op het niveau van basisondersteuning te komen. Uiterlijk op 1 augustus 2016 dienen alle scholen het omschreven niveau van basisondersteuning te realiseren.

    Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de realisering van het niveau van basisondersteuning op hun scholen.

    De zeven principes van handelingsgericht werken vormen het uitgangspunt van de basisondersteuning. Alle lagen in de organisatie van SWV de Eem passen deze toe.

    Zeven uitgangspunten van handelingsgericht werken 1. Onderwijs- en opvoedbehoeften van het kind staan centraal. 2. Het gaat om wisselwerking en afstemming tussen kind, onderwijs en opvoeding

    (systeemdenken). 3. De leerkracht doet ertoe. 4. Positieve aspecten van kind, onderwijs en opvoeding zijn van groot belang. 5. Constructieve samenwerking met alle betrokken partijen. 6. Het handelen is doelgericht. 7. De werkwijze is systematisch en transparant. Scholen/schoolbesturen ontvangen impulsgelden17 op basis van leerlingaantallen ter

    realisatie van de ambities van passend onderwijs. Deze impulsgelden kunnen mede worden gebruikt voor de realisering/verbreding/verdieping van de basisondersteuning (zie voor meer informatie hoofdstuk Financin).

    Het schoolondersteuningsprofiel van reguliere basisscholen waarin omschreven wordt in hoeverre de school voldoet aan de afspraken rondom basisondersteuning voor reguliere basisscholen wordt opgesteld conform de afspraken vanuit het samenwerkingsverband, zodat vergelijkbaarheid en afstemming binnen de regio mogelijk is.

    Er is tussen het samenwerkingsverband en het schoolbestuur transparante communicatie over het niveau van basisondersteuning binnen een school. Hierbij geldt dat er wederkerige verantwoordelijkheden zijn: Indien het schoolbestuur constateert dat (er aanwijzingen zijn) dat de kwaliteit

    van ondersteuning niet aan de basisondersteuning voldoet, dient dit gecommuniceerd te worden met het samenwerkingsverband (bijvoorbeeld op basis van de (beleids)plancyclus).

    Indien onderwijsondersteuners constateren dat er vanuit de school vragen worden gesteld binnen het niveau van basisondersteuning of dat er herhaaldelijk gelijksoortige vragen worden gesteld, dan wordt dit gecommuniceerd met de schoolleiding.

    Indien de directie van het samenwerkingsverband constateert dat het ondersteuningsniveau van de school niet aan de basisondersteuning voldoet, wordt dit gecommuniceerd met de school en het schoolbestuur.

    Op basis van de geconstateerde tekortkomingen wordt door de school en het schoolbestuur op korte termijn op planmatige wijze een verbetertraject ingezet binnen de school.

    B. Tien beloftes rondom basisondersteuning Hoe willen we passend onderwijs binnen De Eem vormgeven? Welke kennis en vaardigheden moeten dan binnen elke school voorhanden zijn? Wat moeten scholen presteren ofwel, wat

    17 Dit betreffen impulsgelden basisondersteuning van SWV de Eem en zijn dus niet de impulsgelden voor onderwijskansen.

  • 20 van 85

    verstaan we onder basisondersteuning binnen De Eem? We geven dit weer middels tien beloftes. Tien beloftes die aangeven hoe wij passend onderwijs willen realiseren in SWV de Eem.

    Figuur 4.2: Beloftes rondom basisondersteuning in De Eem C. Concrete uitwerking van de 10 beloftes Elke belofte is uitgewerkt in een aantal indicatoren. Dit om aan te geven wat wordt volstaan onder desbetreffende belofte. Deze indicatoren geven weer wat in groepen en scholen precies verwacht wordt qua voorzieningen, kennis en kunde. Deze uitwerking is weergegeven in bijlage 3 van dit ondersteuningsplan. Deze indicatoren maken integraal onderdeel uit van de omschrijving van basisondersteuning binnen De Eem.

    4.1.4 Basisondersteuning in de praktijk Onderdeel van de basisondersteuning is basiskwaliteit18. Binnen SWV de Eem wordt de basiskwaliteit (een basisarrangement) vereist van alle scholen en alle leerkrachten. Onderdeel van de basiskwaliteit is dat alle indicatoren binnen het kwaliteitsaspect Zorg en Ondersteuning op 3 of 4 staan. Bovenop de basiskwaliteit komt een aantal specifieke afspraken voor De Eem. Wat moet elke school binnen het samenwerkingsverband beheersen en weten? Dit is weergegeven in het niveau van basisondersteuning. Vanaf 1 augustus 2014 streven we binnen elke school binnen De Eem naar dit niveau en verwacht wordt dat op 1 augustus 2016 alle scholen het vastgestelde niveau van basisondersteuning aanbieden. De uitvoering en realisering van basisondersteuning vindt plaats onder regie, verantwoordelijkheid en bekostiging van een schoolbestuur. In ieder geval in de overgangsperiode tot 2016 stelt het samenwerkingsverband impulsgelden ter beschikking.

    18 Voor de beschrijving van de vereiste basiskwaliteit wordt verwezen naar het toezichtkader van de inspectie.

  • 21 van 85

    Voorlopers of achterblijvers Het niveau van basisondersteuning zal niet de huidige feitelijke situatie op alle basisscholen binnen De Eem weergeven. Sommige basisscholen presteren nu al ruim boven het vastgestelde niveau van basisondersteuning en andere scholen zitten eronder en voldoen zelfs (nog) niet aan de basiskwaliteit. Dit betekent dat de uitgangssituatie om tot de basisondersteuning te komen sterk varieert en dus ook de ambitie c.q. opdracht voor elke school de komende jaren sterk uiteenloopt. NB: De actualisatie van de schoolondersteuningsprofielen zal dit verhelderen. Geen vrijblijvendheid De omschrijving van basisondersteuning is geen vrijblijvendheid. De verantwoordelijkheid voor het niveau van basisondersteuning ligt bij schoolbesturen. Zij zijn verantwoordelijk voor de realisering van het niveau van basisondersteuning in desbetreffende scholen. Indien het niveau van basisondersteuning niet wordt behaald dient in afstemming tussen schoolbestuur en samenwerkingsverband een planmatige aanpak te worden ontwikkeld waarmee de geconstateerde tekortkomingen worden weggewerkt en verbeteringen worden gerealiseerd binnen desbetreffende school. Indien het niveau van basisondersteuning niet op het afgesproken niveau is, of er geen zicht is op het huidige niveau van ondersteuning binnen een school heeft het samenwerkingsverband verantwoordelijkheden en bevoegdheden om ontwikkeling in gang te zetten binnen desbetreffende school. De in dit kader beschikbare bevoegdheden worden pas in het uiterste geval ingezet. Deze treden in werking indien na formele gesprekken tussen samenwerkingsverband en schoolbestuur en herhaalde verzoeken vanuit het samenwerkingsverband, een jaar na vaststelling van een achterblijvend niveau van basisondersteuning, nog steeds niet wordt voldaan aan het afgesproken niveau. De vervolgstap is dan: Het samenwerkingsverband krijgt (financile) sanctiebevoegdheid over de aan het

    schoolbestuur ter beschikking gestelde impulsgelden voor passend onderwijs voor desbetreffende school.

    Eventuele geschillen over de toepassing van deze sanctie vallen onder de geschillenregeling van SWV de Eem als bedoeld in artikel 15 van de statuten (en 16 van het Huishoudelijk Reglement). NB: Deze werkwijze gaat in na de overgangsperiode (na 1 augustus 2016). Werk in uitvoering De omschrijving van basisondersteuning geeft een aantal afspraken weer. Duidelijke afspraken vragen om het scherp aangeven van de grenzen van basisondersteuning. Deze grenzen zijn nu (nog) niet altijd duidelijk te geven, maar zullen de komende jaren steeds duidelijker worden. Dit vraagt de komende jaren om bijstelling en verdere verfijning. Immers, elke problematiek kent haar eigen gradaties en daarnaast spelen ook andere factoren een rol bij de vraag of een school de benodigde ondersteuning zelf kan bieden, zoals het aantal leerlingen binnen de school (of in een specifieke klas) met een extra ondersteuningsbehoefte.

    4.1.5 Doelstelling, resultaat en aanpak Op deze plek worden de ambities geschetst voor de komende periode. Middels de ontwikkelagenda wordt verder uitwerking gegeven aan deze ambities. Doelstelling en resultaat Zoals eerder benoemd in deze paragraaf: het streven binnen SWV de Eem is gericht op de realisering van een ambitieus doch realistisch niveau van basisondersteuning. We streven

  • 22 van 85

    ernaar dat op 1 augustus 2016 alle scholen binnen De Eem voldoen aan het niveau van basisondersteuning.

    Aanpak Zoals hiervoor beschreven geldt dat de realisering van de basisondersteuning onder verantwoordelijkheid en ook financiering van het schoolbestuur plaatsvindt. Echter, scholen, schoolbesturen en het samenwerkingsverband bevinden zich in een overgangsfase waarin passend onderwijs ingevoerd wordt. In deze fase vindt het samenwerkingsverband het gepast dat het (tijdelijk) facilitering aanbiedt binnen de basisondersteuning. Het samenwerkingsverband wil de scholen op verschillende manieren ondersteunen bij het verhogen van hun ondersteuningsniveau om (minimaal) op het niveau van basisondersteuning te komen (of hun ondersteuningsmogelijkheden verder uit te bouwen): Het samenwerkingsverband ondersteunt scholen door specifieke expertise aan te

    bieden. Hiervoor wordt per gebied een onderwijsondersteuner aangesteld ter ondersteuning van de scholen.

    Het samenwerkingsverband ondersteunt scholen door middel van het organiseren van scholings- en professionaliseringsbijeenkomsten. De komende tijd ontwikkelt het samenwerkingsverband (op basis van actuele schoolondersteuningsprofielen) een professionaliseringsplan met bijbehorende activiteiten.

    Daarnaast ontvangen schoolbesturen in de schooljaren 2014-2015 en 2015-2016 vanuit (de middelen van) het samenwerkingsverband een impulsbudget dat benut wordt voor: Het op orde brengen van het niveau van basisondersteuning; De inzet van lichte interventies op de school; Het verder uitbouwen van de ondersteuningsmogelijkheden van de school (extra

    ondersteuning). De financile onderbouwing van dit budget en de besteding en toewijzing van middelen na het schooljaar 2015-2016 is weergegeven in het hoofdstuk Financin.

    De IB-kringen vanuit de samenwerkingsverbanden WSNS worden door betrokkenen positief gewaardeerd. In naleving hiervan zullen in SWV de Eem kenniskringen een plek krijgen. Het samenwerkingsverband ondersteunt hiermee de kennisdeling en uitwisseling tussen scholen in een gebied. Deze kenniskringen worden niet alleen op IB- maar ook op directieniveau georganiseerd. Het samenwerkingsverband onderzoekt de komende tijd of kenniskringen voor leerkrachten op school/bestuursniveau worden opgepakt, of dat dit vanuit het samenwerkingsverband ondersteund wordt De kenniskringen van IBers worden geleid door de onderwijsondersteuner. Deze

    kenniskringen worden ongeveer 8 keer per jaar georganiseerd. De gehanteerde gebiedsindeling dient als uitgangspunt voor de indeling van deze kenniskringen.

    De kenniskringen van directies worden geleid door de directie van het samenwerkingsverband. Deze kenniskringen worden 2 3 keer per jaar georganiseerd.

    Het samenwerkingsverband zal ter facilitering formats en documenten ontwikkelen die de scholen ondersteunen bij het vorm geven van passend onderwijs.

    Samenvattend Met het vaststellen van dit ondersteuningsplan wordt ingestemd met de definiring van basisondersteuning voor SWV de Eem. In een divers samengestelde werkgroep is de afgelopen maanden gewerkt aan deze realistische en tegelijkertijd ook realistische omschrijving van basisondersteuning. Basisondersteuning veronderstelt n bouwt voort op de basiskwaliteit in elke school.

  • 23 van 85

    Basisondersteuning geeft het niveau van ondersteuning weer dat van elke school binnen SWV de Eem wordt verwacht. Per 1 augustus 2014 gaat gewerkt worden met dit niveau en per 1 augustus 2016 wordt daadwerkelijk van elke school verwacht dat zij dit niveau beheersen. Basisondersteuning is geen vrijblijvendheid. De verantwoordelijkheid voor het niveau van basisondersteuning ligt bij schoolbesturen. Indien het niveau van basisondersteuning niet op het afgesproken niveau is, of er geen zicht is op het huidige niveau van ondersteuning binnen een school heeft het samenwerkingsverband verantwoordelijkheden en bevoegdheden om ontwikkeling in gang te zetten binnen desbetreffende school. De in dit kader beschikbare bevoegdheden worden pas in het uiterste geval ingezet en worden omschreven als financile sanctiebevoegdheid. Schoolbesturen ontvangen ten behoeve van hun scholen impulsgelden op basis van leerlingaantallen ter realisatie van de ambities van passend onderwijs. Deze impulsgelden kunnen mede worden gebruikt voor de realisering/verbreding/verdieping van de basisondersteuning. Daarnaast faciliteert het samenwerkingsverband de scholen door middel van activiteiten als: kenniskringen, scholings- en professionaliseringsbijeenkomsten.

    4.2 Een dekkend netwerk

    4.2.1 Inleiding Met de invoering van passend onderwijs is SWV de Eem verplicht om per 1 augustus 2014 voor alle leerlingen een passende onderwijsplek te organiseren. Deze verplichting is verankerd in de wet door middel van de zorgplicht, die is belegd bij de schoolbesturen. Om aan deze zorgplicht te kunnen voldoen, is het van belang dat de regio De Eem een dekkend geheel aan voorzieningen kan bieden. De mate waarin hier sprake van is, geven we weer in deze paragraaf.

    4.2.2 Zorgplicht De zorgplicht is verankerd in de wet, waarin staat dat het bevoegd gezag van de school verantwoordelijk is voor de uitvoering van de zorgplicht. De zorgplicht is van toepassing op leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben en die niet zonder meer het regulier onderwijs kunnen doorlopen. Zorgplicht betekent dat een school de aangemelde leerling zelf een passend onderwijsaanbod doet of zorgt dat de leerling op een andere school wordt geplaatst (binnen zes of tien weken). Om de zorgplicht waar te kunnen maken en daarmee ook thuiszitten te voorkomen - is het van belang dat alle schoolbesturen voor regulier en speciaal onderwijs binnen de regio met elkaar samenwerken. Deze samenwerking is niet vrijblijvend. Doel is om gezamenlijk een dekkend aanbod van onderwijsondersteuning in de regio te kunnen doen, zodanig dat leerlingen al dan niet met extra ondersteuning - een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken. In dit kader is het ten eerste van belang dat de regio Eemland beschikt over een dekkend netwerk. Om hier zicht op te krijgen actualiseert elke school het schoolondersteuningsprofiel, zodat er zicht is op de mogelijkheden van de basisscholen dan wel van SBO- of SO-scholen. We maken hierbij onderscheid tussen: de onderwijsvoorzieningen SO of SBO; de extra ondersteuningsmogelijkheden van reguliere onderwijsscholen. De zorgplicht begint bij de aanmelding van een (nieuwe) leerling bij de school.

  • 24 van 85

    Aanmelding nieuwe leerling en de zorgplicht Wanneer ouders hun kind schriftelijk aanmelden bij de school van voorkeur geven zij

    aan of het kind extra ondersteuning nodig heeft. De leerling moet minimaal tien weken voordat het nieuwe schooljaar begint, tien weken voordat de leerling de leeftijd van vier jaar bereikt of tien weken voordat de leerling van start zou gaan op de school aangemeld worden.

    Allereerst wordt geprobeerd de leerling te plaatsen op de school van voorkeur. Kan dit niet omdat de extra onderwijs- of ondersteuningsbehoeften de mogelijkheden van de school te boven gaan, dan gaat de school (onder verantwoordelijkheid van het schoolbestuur) met de ouders op zoek naar een andere, meer passende plek. De onderwijsondersteuner begeleidt de school en ouders hierbij. Hierbij worden de uitgangspunten rondom handelingsgericht arrangeren gehanteerd. Verder wordt rekening gehouden met: de behoefte en het welbevinden van de leerling; voorkeuren van de ouders; de mogelijkheden van de school en de regio (op basis van de

    schoolondersteuningsprofielen en het ondersteuningsplan). Op basis hiervan kan blijken dat met een arrangement of plaatsing op een andere school voor regulier onderwijs tegemoet gekomen kan worden aan de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de leerling.

    Indien op basis van de stap hiervoor blijkt dat het niet mogelijk is in het regulier onderwijs (met een arrangement) tegemoet te komen aan de onderwijs- of ondersteuningsbehoeften van een leerling vindt een bespreking plaats in het Multi Disciplinair Team (MDT) van het samenwerkingsverband. Op basis van deze bespreking en nader onderzoek kan een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) tot het SBO of SO worden afgegeven.

    NB: De school heeft zes weken om te bekijken of een leerling kan worden toegelaten. Deze periode kan door de school eenmaal met maximaal vier weken worden verlengd.

    Figuur 4.3 Beslisboom bij aanmelding van een leerling

  • 25 van 85

    4.2.3 Een dekkend netwerk in het regulier onderwijs

    Schoolondersteuningsprofielen Alle scholen binnen SWV de Eem moeten per 1 augustus 2014 wettelijk gezien beschikken over een actueel schoolondersteuningsprofiel (SOP). In het SOP beschrijft een school haar mogelijkheden om ondersteuning te bieden aan leerlingen. Het SOP beschrijft de ondersteuningsmogelijkheden op twee niveaus: Basisondersteuning: aan de omschrijving van de basisondersteuning liggen de afspraken

    over basisondersteuning die binnen SWV de Eem zijn geformuleerd ten grondslag. Duidelijk wordt of de school voldoet aan deze afspraken en hoe de school deze afspraken in de praktijk brengt.

    Extra ondersteuning: de extra ondersteuning beschrijft de specifieke ondersteuningsmogelijkheden van de school die verder gaan dan de afspraken die gemaakt zijn over de basisondersteuning. Deze extra ondersteuning wordt georganiseerd in de vorm van arrangementen.

    De schoolondersteuningsprofielen scholen binnen De Eem zijn niet alleen op schoolniveau relevant, maar dienen ook per gebied en op samenwerkingsniveau te worden samengebracht. Op basis hiervan: kunnen uitspraken worden gedaan over sterke punten en zwakke punten binnen het

    samenwerkingsverband en binnen afzonderlijke gebieden en kan hier professionalisering aan worden verbonden;

    wordt het mogelijk gericht(er) te arrangeren en kunnen ouders een gerichte keuze maken voor een specifieke school voor hun kind. Schoolondersteuningsprofielen vormen dan ook een belangrijk sturings- en monitoringsmechanisme binnen het samenwerkingsverband. In de regio Eemland is in de periode 2011-2012 voor de scholen die reeds onderdeel uitmaakten van het RNPOE reeds een schoolondersteuningsprofiel opgesteld. Dit betekent dat elke school beschikt over een schoolondersteuningsprofiel. Echter, hier is een aantal kanttekeningen bij te plaatsen. Allereerst is een deel van deze profielen verouderd. Daarnaast sluiten de schoolondersteuningsprofielen niet aan bij (het voorstel voor) de omschrijving van basisondersteuning binnen De Eem en zien betrokkenen mogelijkheden tot (kwaliteits)verbetering c.q. aanscherping van dit schoolondersteuningsprofiel. Dit alles maakt dat het noodzakelijk is de schoolondersteuningsprofielen te actualiseren. NB: Ook is er een select aantal scholen binnen SWV de Eem dat nog niet beschikt over een schoolondersteuningsprofiel. SWV de Eem wil de scholen de komende periode (januarijuni 2014) faciliteren en ondersteunen bij de actualisering van de schoolondersteuningsprofielen. Hiertoe wordt: in nauwe samenwerking en afstemming met het werkveld een handzaam, beknopt en

    gebruiksvriendelijk format ontwikkeld als basis voor een schoolondersteuningsprofiel. Rekening houdend met: de landelijke eisen die aan het SOP worden gesteld; de ervaringen die binnen De Eem zijn opgedaan met schoolondersteuningsprofielen en de omschrijving van basisondersteuning binnen De Eem. Ook wordt rekening gehouden met landelijke ontwikkelingen die in dit kader behulpzaam kunnen zijn (zoals Vensters PO).

    Aansluitend bij dit format wordt een werkwijze ontwikkeld waarbij: verschillende betrokkenen uit de school antwoord geven op vragen (bijvoorbeeld

    middels vragenlijsten); de onderwijsondersteuner van de school de opbrengsten van deze vragenlijsten in

    een gesprek met een afvaardiging van de school verder uitdiept; de opbrengsten door de school worden verwerkt in het overzichtelijke en beknopte

    SOP;

  • 26 van 85

    het samenwerkingsverband vervolgens zorg draagt voor verwerking op gebieds- en samenwerkingsniveau.

    Het samenwerkingsverband initieert en faciliteert dit proces.

    4.2.4 Een dekkend netwerk aan SBO en SO voorzieningen Het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs spelen een belangrijke rol om voor leerlingen met extra onderwijs- en ondersteuningsbehoeften onderwijs op maat te realiseren. Hierbij kan het gaan om plaatsing op een SO- of SBO- school, maar ook om ondersteuning en transfer van kennis en expertise vanuit het SO of SBO naar het regulier onderwijs. In bijlage 4 geven we weer welke extra ondersteuningsmogelijkheden in en door de specifieke voorzieningen in onze regio geboden kunnen worden. Ook is weergegeven met welke partners buiten onze regio wordt samengewerkt. NB: dit overzicht wordt op basis van de afspraken die de komende periode worden gemaakt verder bijgewerkt. Op basis van een analyse van het grensverkeer van leerlingen naar scholen voor speciaal onderwijs buiten de regio Eemland valt op dat de volgende leerlingen met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften veelal onderwijs volgen op een school buiten de regio De Eem: leerlingen met internaliserende problematiek (in het autistisch spectrum); hoogbegaafde leerlingen met ASS en externaliserende problematiek; ZMOLKers (leerlingen met een intelligentie op MLK niveau en externaliserende

    problematiek); leerlingen met een langdurige ziekte (LZ) en leerlingen met een meervoudige handicap (MG). Op dit moment is nog niet duidelijk of en hoe binnen SWV de Eem voorzieningen voor deze leerlingen gerealiseerd (kunnen) gaan worden. Het samenwerkingsverband zal de komende periode met de S(B)O-scholen in gesprek gaan om te onderzoeken en te bespreken of er mogelijkheden voor deze doelgroepen zijn of gecreerd kunnen worden binnen de regio, waarbij er aandacht zal zijn voor het feit dat bij heel specifieke expertise er ook een bepaalde schaalgrootte nodig is om kwaliteit te kunnen leveren.

    4.2.5 Afspraken rondom een dekkend netwerk Schoolondersteuningsprofielen Elke school binnen De Eem beschikt per 1 juni 2014 over een actueel

    schoolondersteuningsprofiel. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het vaststellen van het SOP. Door het

    samenwerkingsverband kunnen alleen beperkingen worden gesteld aan - de door de school gewenste invulling van - het SOP indien dat voor het samenwerkingsverband een onevenredige belasting zou vormen met het oog op de beschikbare ondersteuningsmiddelen en -voorzieningen.

    Dekkend geheel aan voorzieningen Het is van belang dat er binnen De Eem een dekkend geheel van voorzieningen

    gerealiseerd kan worden. De zorgplicht maakt schoolbesturen verantwoordelijk om voor elke leerling uit de regio een passende onderwijsplek te verzorgen.

    4.2.6 Doelstellingen, resultaat en aanpak

    Op deze plek worden de ambities geschetst van het samenwerkingsverband binnen dit thema. Middels de ontwikkelagenda wordt verder uitwerking gegeven aan deze ambities.

  • 27 van 85

    Doelstellingen en resultaat Het samenwerkingsverband heeft tot doel leerlingen thuisnabij passend onderwijs te bieden. Een dekkend netwerk van kwalitatieve voorzieningen is hiertoe van belang. Dit betreft voorzieningen voor regulier en speciaal (basis)onderwijs, binnen, maar ook buiten De Eem. Zo is er bij heel specifieke expertise ook een bepaalde schaalgrootte nodig om daadwerkelijke kwaliteit te kunnen leveren. De doelstelling is om voor 1 augustus 2014 duidelijke afspraken te maken over de ambitie van (schoolbesturen van) het samenwerkingsverband ten aanzien van de realisering van een dekkend netwerk, in het bijzonder bij specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften op het gebied van: leerlingen met internaliserende problematiek (in het autistisch spectrum); hoogbegaafde leerlingen met ASS en externaliserende problematiek; ZMOLKers (leerlingen met een intelligentie op MLK-niveau en externaliserende

    problematiek); leerlingen met een langdurige ziekte (LZ) en leerlingen met een meervoudige handicap (MG). Aanpak Herziening van de schoolondersteuningsprofielen voor het regulier onderwijs en

    speciaal basisonderwijs in de regio door de scholen, ondersteund door onderwijsondersteuners (periode januari-juni 2014). Het ontwikkelen van een gebruiksvriendelijk, beknopt en inhoudelijk

    schoolondersteuningsprofiel. Per 1 augustus 2014 beschikt het samenwerkingsverband over overzichtelijke

    analyses op basis van actuele schoolondersteuningsprofielen over het niveau van basisondersteuning en extra ondersteuning binnen de scholen van het samenwerkingsverband. Deze analyses worden te zijner tijd bijgevoegd als bijlage bij dit ondersteuningsplan.

    Op basis van de analyse van de aanwezigheid van een dekkend netwerk blijkt dat er meerdere specifieke aandachtsterreinen (ontbrekende expertises) zijn. Het samenwerkingsverband gaat de komende periode met schoolbesturen in n buiten de regio in gesprek - in het bijzonder met de besturen met een S(B)O-voorziening - over de realisering van al dan niet een dekkend netwerk. Op 1 augustus 2014 zijn er duidelijke afspraken over de ambitie van (de schoolbesturen van) SWV de Eem en is duidelijk hoe deze ambitie gerealiseerd gaat worden.

    Samenvattend Met de invoering van passend onderwijs per 1 augustus 2014 is SWV de Eem verplicht om voor alle leerlingen een passende onderwijsplek te organiseren. Deze verplichting heeft met de zorgplicht een verplichting richting het bevoegd gezag van scholen (schoolbesturen) - een verankering in de wet. Om de zorgplicht waar te maken is een dekkend netwerk van belang. In hoeverre er sprake is van een dekkend netwerk blijkt uit de ondersteuningsmogelijkheden die alle scholen in de regio kunnen bieden. Welke ondersteuningsmogelijkheden een school kan bieden, is weergegeven in het schoolondersteuningsprofiel: een uniek document per school. SWV de Eem faciliteert de scholen de komende periode bij de actualisering van het schoolondersteuningsprofiel. Op dit moment is er binnen de regio De Eem geen sprake van een dekkend netwerk. Wel zijn er afspraken met schoolbesturen en scholen uit aanpalende regios passend onderwijs (opting in) om voor leerlingen een passende onderwijsplek te bieden. Op dit moment is nog niet duidelijk of en hoe binnen SWV de Eem voorzieningen voor alle doelgroepen gerealiseerd (kunnen) gaan worden.

  • 28 van 85

    Het samenwerkingsverband zal de komende periode met de S(B)O scholen in gesprek gaan om te onderzoeken en te bespreken voor welke nieuwe of aanvullende doelgroepen een arrangement gecreerd kan worden. Op 1 augustus 2014 zijn er duidelijke afspraken over de ambitie van (de schoolbesturen van) SWV de Eem en is duidelijk hoe deze ambitie gerealiseerd gaat worden.

    4.3 Een duidelijke ondersteuningsroute in De Eem

    4.3.1 Inleiding

    De ondersteuningsstructuur helpt de scholen binnen SWV de Eem om te komen tot passend onderwijs. In die structuur zit ook de route om te komen tot interventies en voorzieningen om aan de onderwijs- of ondersteuningsbehoeften van leerlingen, scholen en leerkrachten te voldoen. In deze nieuwe structuur zullen de professionals in de school meer mogelijkheden hebben om passende ondersteuning te organiseren (voor dit kind, in deze school, in deze groep, bij deze leerkracht, van deze ouders, in dit gebied, in deze situatie). Daarnaast zal de structuur eerst putten uit voorzieningen in het werkgebied alvorens opgeschaald wordt naar het niveau van het samenwerkingsverband. De pijlers van de ondersteuningsroute zijn ontwikkeld door een werkgroep (zie werkgroep samenstelling in bijlage 7).

    4.3.2 Pijlers van de ondersteuningsstructuur De ondersteuningsstructuur van het samenwerkingsverband kent een aantal pijlers. We omschrijven deze beknopt. Opschalingsmodel Binnen SWV de Eem wordt gewerkt met een opschalingsmodel rondom extra ondersteuning.

    Hoe complexer de ondersteuningsvraag, hoe meer gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden van het samenwerkingsverband. Er wordt, indien nodig, opgeschaald van groep, school, gebied, naar MDT. Dit betreft de vier niveaus van de ondersteuningsstructuur in het samenwerkingsverband. Aan deze ondersteunings-niveaus is een ondersteuningsroute gekoppeld die weergeeft hoe scholen met een extra ondersteuningsvraag de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben.

    Figuur 4.4: Opschalingsmodel Gebiedsgericht werken SWV de Eem wordt ingedeeld in verschillende gebieden. In deze gebieden wordt op decentrale schaal invulling gegeven aan de doelstellingen die het samenwerkingsverband heeft met passend onderwijs. Er is een aantal criteria voor het vaststellen van de werkgebieden: geografische spreiding; leerlingaantallen per gebied; scholen per gebied; onderlinge samenwerkingsmogelijkheden en kenmerken binnen een gemeentelijke wijk; speciale behoefte op grond van identiteitsprofilering.

  • 29 van 85

    NB: De scholen van HAAL en de gereformeerde scholen van Bunschoten worden op grond van het laatste criterium beschouwd als n groep die begeleid wil worden door een onderwijsondersteuner van het samenwerkingsverband die voldoet aan de gereformeerde identiteitsprofilering. Dit vanwege de specifieke identiteitsgebonden benoemingseisen die er gesteld worden aan het personeel. Ook de scholen voor speciaal basisonderwijs zullen in de gebieden participeren. De specifieke invulling die hieraan wordt gegeven wordt nog verder uitgewerkt. Voor het speciaal onderwijs geldt dat op termijn gekeken moet worden hoe en in welke mate de SO-scholen participeren in de gebiedsindeling. Aannemelijk(er) is dat zij hun regionale functie behouden. Nr. Bevat de gemeenten/wijken Aantal scholen Aantal leerlingen19 1 Soest, Baarn en Soesterberg 27 6153 2 Leusden, Woudenberg 19 3543 3 De scholen van HAAL en Bunschoten 15 2899 4 Amersfoort (1)20 19 7085 5 Amersfoort (2) 17 3517 6 Amersfoort (3) 16 4369 Tabel 4.1: Voorstel gebiedsindeling SWV de Eem Aan bovenstaande gebieden wordt een personele inzet van onderwijsondersteuning gekoppeld (fte). Het samenwerkingsverband wil flexibel om gaan met bovenstaande indeling in gebieden. Hier is een aantal argumenten voor te noemen: Afstemming en samenwerking: alle gebieden vormen samen SWV de Eem. Voorkomen

    moet worden dat er harde grenzen gaan ontstaan tussen de afzonderlijke gebieden. Flexibele inzet: om tegemoet te komen aan over-/ondercapaciteit binnen een zeker

    gebied. Ruimte bieden om te leren: passend onderwijs is nieuw en de praktijk zal als leerschool

    dienen. Daarnaast wil het samenwerkingsverband na 1 augustus 2014 periodiek de doelmatigheid van deze indeling evalueren, waarna eventuele bijstelling volgt. Op basis van de landelijke tendens en het streven naar n kind, n gezin, n plan en n aanpak zal van de gemeenten verwacht worden dat zoveel mogelijk aangesloten wordt bij de door SWV de Eem gemaakte indeling in gebieden. Handelingsgericht werken Handelingsgericht werken is een werkwijze waarbij de curatieve insteek (Wat is er mis met deze leerling?) wordt omgezet in een meer preventieve benadering (Wat heeft deze leerling nodig in aanpak, begeleiding, instructie en ondersteuning?). Bij HGW staan de ondersteuningsvraag van de leerkracht en de onderwijsbehoeften van de leerling centraal. Het vaststellen van die onderwijsbehoeften en de besluitvorming die daarop volgt, is doelgericht, systematisch, inzichtelijk en transparant: Wat is het doel ? Hoe wordt dat bereikt ? Wie doet wat wanneer ? Wanneer en hoe wordt er gevalueerd ? HGW werkt vanuit een transactioneel referentiekader: de leerling wordt gezien in relatie tot zijn/haar omgeving (deze ouders, deze leerkracht, deze groep in deze school et cetera).

    19 Conform 1 oktober-telling 2011. 20 Te overwegen valt de kiezen voor de indeling Noord/Midden/Zuid of een andere naamgeving te hanteren.

  • 30 van 85

    Er wordt constructief samengewerkt tussen de leerkracht als onderwijsprofessional, de ouders als ervaringsdeskundigen, de leerling en de IBer, eventueel de onderwijsondersteuner of derden. Alle gesprekspartners worden gezien als co-onderzoekers en werken samen op basis van gelijkwaardigheid. Het benoemen van positieve aspecten (beschermende factoren) van de leerling is een wezenlijk onderdeel van HGW. Ontwikkelingsperspectief Het ontwikkelingsperspectief (OPP) levert een bijdrage aan de opbrengstgerichtheid van het onderwijs voor leerlingen met een onderwijsachterstand. Het werken met het OPP heeft tot doel het onderwijs zo goed mogelijk af te kunnen stemmen op wat de leerling kan. Een ontwikkelingsperspectief is de inschatting van de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerling voor een bepaalde langere periode en zegt iets over het verwachte uitstroomniveau van een leerling. Door het instroomniveau en het verwachte uitstroomniveau te verbinden ontstaat een prognose dan wel ontwikkelingslijn. Ondersteuningsteam Het ondersteuningsteam is een (multidisciplinair) team op het niveau van de school. In het ondersteuningsteam participeren afgevaardigden uit de school (leerkracht, IBer of eventueel schoolleiding) en afgevaardigden van buiten de school, waaronder de onderwijsondersteuner en eventueel de opvoedondersteuner. In het ondersteuningsteam wordt een ondersteuningsvraag op schoolniveau multidisciplinair belicht. Hiertoe sluiten professionals van buiten de school aan. De onderwijsondersteuner (vanuit het samenwerkingsverband) en de opvoedondersteuner (vanuit jeugdzorg en hulpverlening) worden eventueel aangevuld met andere externen. Onderwijsondersteuners Het samenwerkingsverband is opgedeeld in een aantal gebieden. Binnen elke gebied is een onderwijsondersteuner actief die de scholen ondersteunt bij het organiseren van passend onderwijs. De onderwijsondersteuners zijn het eerste aanspreekpunt voor de school wanneer er sprake is van een ondersteuningsvraag die het schoolniveau overstijgt. De onderwijsondersteuners vormen een schoolnabije, direct benaderbare en laagdrempelige ondersteuningsmogelijkheid binnen het samenwerkingsverband. Wanneer vanuit de school een ondersteuningsvraag wordt gesteld aan de onderwijsondersteuner geldt dat: de onderwijsondersteuner de school ondersteunt bij het verhelderen van de onderwijs-

    en ondersteuningsbehoeften van de leerling en de ondersteuningsvraag van de leerkracht, school of ouders;

    de onderwijsondersteuner helpt bij de vertaling van de ondersteuningsvraag naar een passend arrangement;

    de onderwijsondersteuner de juiste routes kent om de school passende ondersteuning te bieden.

    Naast bovenstaande punten zijn taken van de onderwijsondersteuner: De onderwijsondersteuner is bekend met de scholen in het gebied, cordineert

    expertise-uitwisseling tussen scholen en is de sociale kaart in het gebied. De onderwijsondersteuner stemt het overleg af met de opvoedondersteuner (CJG,

    jeugdzorg en jeugdhulpverlening), wanneer dit relevant is in het kader van de ondersteuningsvraag. Daarmee wordt ook het uitgangspunt n kind, n plan mogelijk.

    Bij uitzondering kan de onderwijsondersteuner ook ingezet worden voor een observatie en/of adviezen.

    De onderwijsondersteuner cordineert het overleg met het multidisciplinair team van het samenwerkingsverband.

  • 31 van 85

    Multidisciplinair team (MDT) De leerlinggebonden financiering (het rugzakje) verdwijnt, de huidige samenwerkingsverbanden, het RNPOE en de REC's worden opgeheven en de verplichte indicatiestelling door de Permanente Commissie Leerlingbegeleiding (PCL) en de Commissie van Indicatiestelling (CVI) stopt. Per 1 augustus 2014 bepaalt het samenwerkingsverband of een leerling in aanmerking komt voor extra ondersteuning. Het MDT is een orgaan op het niveau van het samenwerkingsverband dat op basis van een handelingsgerichte werkwijze: casussen vanuit multidisciplinair perspectief belicht en van daaruit advies geeft aan

    complexe ondersteuningsvragen; toelaatbaarheidsverklaringen voor plaatsing in het SO of SBO afgeeft en overleg voert

    over terugplaatsingen uit het SO of SBO. Verder worden in het MDT arrangementen besproken die een zekere financile grens overschrijden. Hoewel het MDT een vast orgaan is binnen het samenwerkingsverband varieert de samenstelling en omvang van dit orgaan. De samenstelling van deze groep hangt namelijk samen met de hulpvraag die wordt voorgelegd. Op basis daarvan wordt bepaald welke specifieke deskundigheid noodzakelijk is in desbetreffende casus. Deze deskundigheid wordt vervolgens ingevlogen in het MDT en kan onder meer voortkomen vanuit de onderwijsondersteuners, functionarissen uit de expertisepool van het samenwerkingsverband, afgevaardigden uit het S(B)O binnen het samenwerkingsverband of afgevaardigden van het SO van buiten het samenwerkingsverband. De MDT-besprekingen vinden plaats onder voorzitterschap van een directielid van het samenwerkingsverband. Expertisepool De expertisepool is een pool met specialisten en deskundigen die inzetbaar zijn binnen het samenwerkingsverband. Professionals uit deze pool worden op basis van specifieke vragen van een school gericht ingezet om hun kennis en expertise in te brengen in het onderwijs. Deze specialisten hebben een diverse achtergrond en komen bijvoorbeeld vanuit het SBO (waaronder JRK), SO, SMW of uit het regulier onderwijs. Binnen deze pool is in ieder geval specifieke kennis en expertise beschikbaar van SBO, cluster 3 en 4-problematiek. Deskundigen uit de expertisepool kunnen ingezet worden voor een observatie, coaching, SVIB of co-teaching, maar kunnen ook ingezet worden ter ondersteuning van de school middels de inzet van een onderwijsassistent. Deze functionarissen worden deels gedetacheerd en deels ingehuurd via het samenwerkingsverband. Er zullen afspraken komen met cluster 1 en 2 om ook gebruik te maken van hun expertise.

    4.3.3 Doelstellingen, resultaat en aanpak Op deze plek worden de ambities voor de komende periode beknopt weergegeven. Middels de ontwikkelagenda wordt verder uitwerking gegeven aan deze ambities. Doelstellingen en resultaat Het samenwerkingsverband heeft tot doel om tot een heldere ondersteuningsstructuur en route te komen, zodat wanneer er sprake is van een ondersteuningsvraag adequate ondersteuning geboden wordt. De hiervoor beschreven bouwstenen dienen hiertoe als uitgangspunt.

  • 32 van 85

    Aanpak Uitwerken van de bouwstenen tot een concrete invulling van de

    ondersteuningsstructuur. Beleid-, uitvoering en financile kaders voor de onderwijsondersteuners uitwerken

    (eventueel in een groeimodel). Onderwijsondersteuners toewijzen aan gebieden. Afspraken met partners over inhuur / detachering van mensen voor de expertisepool. Uitwerken van afspraken en richtlijnen rondom het OPP.

    Samenvattend In SWV de Eem zal met passend onderwijs gebiedsgericht worden gewerkt. In een zestal gebieden werken scholen samen met ketenpartners aan de realisering van passend onderwijs voor elke leerling. De onderwijsondersteuners nemen hierbij een belangrijke rol in. Zij zijn het eerste aanspreekpunt voor de school wanneer er sprake is van een ondersteuningsvraag die het schoolniveau overstijgt. Middels een opschalingsmodel wordt vroegtijdig en snel passende ondersteuning geboden wanneer dit nodig is. Er wordt opgeschaald van groep, school, gebied naar MDT. Handelingsgericht werken, diagnosticeren en arrangeren ligt hierbij aan de basis. Wanneer er extra ondersteuning nodig is, wordt dit geboden in de vorm van arrangementen. Arrangementen kunnen door verschillende betrokkenen worden gerealiseerd, bijvoorbeeld door de school zelf of door een specialist of deskundige uit de expertisepool van het samenwerkingsverband (een pool met experts vanuit onder meer SBO, SO of SMW).

    4.4 Handelingsgericht arrangeren: gerichte toewijzing van ondersteuning

    4.4.1 Inleiding Arrangeren gaat over het gericht toewijzen van ondersteuning. Arrangeren vormt daarmee een belangrijk onderdeel van passend onderwijs. Het is het proces waarin een belangrijke omslag dient te worden gemaakt. Waar in het oude systeem de focus lag op onmogelijkheden, labeling en problemen dient met passend onderwijs te worden gekeken naar wat een leerling wl kan en wat een leerling nodig heeft. Nog liever wordt de focus verlegd van de leerling naar het gehele systeem (dit kind, deze groep, deze leerkracht, deze school, dit gezin, in dit gebied, in deze situatie). Passend onderwijs en arrangeren gaan dus niet alleen over een andere werkwijze, maar om een cultuuromslag. In een werkgroep is nagedacht over dit model van arrangeren (zie de samenstelling in bijlage 7).

    4.4.2 Over arrangeren De startvraag bij het toekomstig systeem van arrangeren is: Is in deze situatie aanvullende ondersteuning nodig? Is dat het geval, dan dient door middel van zorgvuldig arrangeren een passend arrangement te worden ontwikkeld. Binnen SWV de Eem wordt arrangeren als volgt gedefinieerd: De flexibele en doelgerichte toewijzing van inzet en/of expertise: wat heeft dit kind, deze groep, deze leraar, deze school, dit gezin, in dit gebied, in deze situatie nodig, hoe gaan we dat organiseren, wie en wat hebben we daarvoor nodig en welke inzet van welke middelen is hiervoor nodig? Of beknopter: arrangeren is het matchen van de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte (van de leerling, de groep, de leraar, de school in een gezin of gebied) met een daarbij passend onderwijs- en ondersteuningsaanbod.

  • 33 van 85

    In de uitgebreide definitie valt een aantal zaken op: Het is een brede definitie. Het proces van arrangeren richt zich namelijk niet alleen op

    de eventuele onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de leerling, maar kent een integrale en brede blik, gericht op het gehele systeem. Ook de ondersteuningsbehoeften van ouders, leraren en andere professionals worden in deze definitie opgenomen.

    Het is een definitie die niet het probleem centraal stelt (Wat is er mis?), maar zich richt op dat wat nodig is.

    In de definitie staat het kostenaspect benoemd, omdat meer dan voorheen - een doelmatige besteding van de ondersteuningsmiddelen van belang is. Naast doelmatige besteding dient ook expliciet stil te worden gestaan bij de vraag welke partij een arrangement financiert.

    In de definitie wordt gesproken over de toewijzing van inzet en/of expertise ten gevolge van arrangeren. Echter, arrangeren heeft niet alleen te maken met de vraagstukken die de basisondersteuning overstijgen. Ook binnen de basisondersteuning wordt gearrangeerd, bijvoorbeeld door preventief te handelen of lichte ondersteuning te bieden. Probeert een school immers niet continu af te stemmen op wat in een specifieke situatie (leerling, groep, gezin) nodig is? Arrangeren is dan ook een continu proces dat op alle niveaus plaatsvindt: binnen de basisondersteuning door middel van lichte ondersteuning, wanneer het gaat om extra ondersteuning en bij een arrangement in het SO of SBO.

    Een onderwijsarrangement is als volgt gedefinieerd: Een traject waarin aanvullende inzet en/of expertise wordt aangewend voor een kind, een groep, een leraar, een school, uit dit gezin in een gebied en situatie. Een onderwijsarrangement kan variren van licht curatief en tijdelijk van aard tot intensief en langdurend van aard. Aan een onderwijsarrangement is altijd een arrangementsduur gekoppeld. Dit betekent dat een onderwijsarrangement betrekking kan hebben op lichte ondersteuning in het regulier onderwijs, extra ondersteuning in het regulier onderwijs of speciaal basisonderwijs, maar ook een plaatsing op een SO of SBO kan betreffen. Een onderwijszorgarrangement betreft een samenwerking tussen onderwijs en jeugdzorg (hierin speelt naast de onderwijsondersteuner ook de opvoedondersteuner een rol).

    4.4.3 Werkwijze en procedure rondom arrangeren Wanneer we de voorgaande overwegingen in ogenschouw nemen en op zoek gaan naar een passend model voor de toewijzing van ondersteuning aan leerlingen binnen SWV de Eem is handelingsgericht arrangeren een goede keuze. Handelingsgericht arrangeren is, net als handelingsgerichte diagnostiek, een uitvloeisel van het concept handelingsgericht werken. Handelingsgericht arrangeren gaat uit van de toewijzing van arrangementen op basis van de onderwijsbehoeften en ondersteuningsbehoeften van leerlingen en de ondersteuningsbehoeften van leerkrachten en ouders. Deze manier van arrangeren sluit goed aan bij de historie binnen de regio en bij de brede definitie van arrangeren zoals binnen De Eem geformuleerd (zie paragraaf hiervoor).

    4.4.4 Uitgangspunten handelingsgericht arrangeren Handelingsgericht arrangeren kent een zevental uitgangspunten die sterke raakvlakken hebben met de zeven uitgangspunten van handelingsgericht werken. We omschrijven ze kort. 1. De onderwijs- en ondersteuningsbehoeften centraal: De onderwijs- en

    opvoedbehoeften van leerlingen staan centraal, evenals de ondersteuningsbehoeften van ouders/verzorgers en leerkrachten.

  • 34 van 85

    Wat is er nodig om het vastgestelde doel te behalen? Denk aan een bepaalde instructie/uitleg, extra leertijd en oefening, meer uitdaging of duidelijke gedragsafspraken met gerichte feedback. Wat heeft de leerling nodig? Wat hebben ouders nodig? Wat heeft de leerkracht of de groep nodig? En wat heeft de school nodig?

    2. Afstemming en wisselwerking: Het gaat niet alleen om het kind, maar om het kind in wisselwerking met zijn omgeving. Het gaat om deze leerling in deze groep, bij deze leerkracht, op deze school en van deze ouders. Hoe goed is de omgeving op school (onderwijs) en thuis (opvoeding) afgestemd op wat dit kind nodig heeft?

    3. Leerkrachten doen ertoe: Leerkrachten realiseren passend onderwijs en leveren daarmee een cruciale bijdrage aan een positieve ontwikkeling van leerlingen op het gebied van leren, werkhouding en sociaal-emotioneel functioneren. Met andere woorden: het is de leerkracht die t doet. Wat hebben leerkracht (maar ook ouders) nodig om het kind dit te kunnen bieden; wat zijn hun ondersteuningsbehoeften?

    4. Positieve aspecten: Positieve elementen van kind, leerkracht, groep, school en ouders zijn van groot belang. Naast problematische aspecten zijn deze nodig om de situatie te begrijpen, ambitieuze doelen te stellen en om een succesvol plan van aanpak te maken en uit te voeren. Binnen- en bovenschools is er daarom voortdurend aandacht voor het positieve.

    5. Samenwerking: Samenwerking tussen leerkrachten, leerlingen, ouders, interne en externe begeleiders is noodzakelijk om een effectieve aanpak te realiseren. Dit vergt constructieve communicatie tussen betrokkenen. Samen analyseren zij de situatie, formuleren ze doelen en zoeken ze naar oplossingen. Ouders, kind, school en externe deskundigen werken intensief samen, in het belang van kind, school en ouders. De onderwijsondersteuner is hierbij een belangrijke schakel.

    6. Doelgericht werken: Het schoolteam formuleert korte en langetermijndoelen voor leren, werkhouding en sociaal-emotioneel functioneren van alle leerlingen en evalueert deze in een cyclus van handelingsgericht en planmatig handelen. Ook het ondersteuningsteam en externe deskundigen werken vraag- en doelgericht: zij verzamelen alleen die informatie die nodig is en voorkomen dubbele administratieve handelingen.

    7. De werkwijze is systematisch en transparant: Het is betrokkenen duidelijk hoe men wil werken en waarom. Er zijn heldere afspraken over wie wat doet, waarom, hoe en wanneer. Schoolniveau en bovenschools niveau zijn op elkaar afgestemd. Formulieren en checklists ondersteunen dit streven. Betrokkenen zijn open over hun manier van werken en over hun plannen en motieven.

    4.4.5 Handelingsgericht arrangeren in een viertal stappen

    Handelingsgericht arrangeren gaat ervan uit dat in een school handelingsgericht wordt gewerkt. In de handelingsgerichte cyclus vallen soms situaties op. Dit kunnen zijn: een leerling die opvalt vanwege zijn of haar extra onderwijs- of

    ondersteuningsbehoeften; een lastige groep; een situatie waarin de onderwijs- of ondersteuningsbehoeften niet duidelijk zijn. Dit zijn voorbeelden waarin het proces van arrangeren in werking treedt.

    Figuur 4.5: Arrangeren in vier stappen

  • 35 van 85

    Stap 1: Groep De leerkracht werkt in de groep vanuit de handelingsgerichte cyclus. De leerkracht handelt naar aanleiding van eigen observaties en (toets)resultaten van de leerlingen. De leerkracht volgt de ontwikkeling van iedere leerling door de analyse van methodegebonden toetsen en methode-onafhankelijke toetsen. Op basis van de analyse voert de leerkracht indien noodzakelijk kleine interventies uit, zoals verlengde instructie, de aanpassing van de leerlijn en het bieden van extra verwerkingstijd. Het groepsplan vormt een belangrijk hulpmiddel voor afstemming en differentiatie binnen de groep. Vroegsignalering is hierbij van belang. Stap 2: School Indien de vorige stap onvoldoende effect heeft gehad, wordt de stap naar stap 2 gezet. Hierin zoekt de leerkracht binnen de school aanvullende hulp. Zo kan een leerkracht een collega of de IBer consulteren. In deze stap wordt vanuit de handelingsgerichte cyclus verder gezocht naar de specifieke onderwijs-, opvoedings- of ondersteuningsbehoeften bij leerling, leerkracht, groep, gezin of school. Vroegsignalering van extra onderwijs- en onders