Officieren van justitie in de 21e eeuw ... Onderzoek naar officieren van justitie in de 21e eeuw 13

download Officieren van justitie in de 21e eeuw ... Onderzoek naar officieren van justitie in de 21e eeuw 13

of 344

  • date post

    11-Aug-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Officieren van justitie in de 21e eeuw ... Onderzoek naar officieren van justitie in de 21e eeuw 13

  • Officieren van justitie in de 21e eeuw

  • Voor Sophie en Pepijn

    Van dit proefschrift is een handelseditie verschenen bij Boom juridisch te Den Haag onder ISBN 978-94-6290-374-6

    Afbeelding op het omslag: Constant Construction dans un volume (Draadconstructie in prisma), 1957 142 x 49,5 x 21,5 cm zwart staal, ijzer, messing en verf Collectie Fondation Constant, langdurig bruikleen aan het Stedelijk Museum Schiedam Foto Tom Haartsen © Constant / Fondation Constant c/o Pictoright Amsterdam 2017

    Typografische verzorging: Wieneke Matthijsse

  • Officieren van justitie in de 21e eeuw Een verslag van participerend observatieonderzoek naar de taakopvatting en taakinvulling van officieren van justitie

    Dutch public prosecutors in the 21st century An account of participant observation on how public prosecutors conceive of and fulfil their duties (with a summary in English)

    Proefschrift

    ter verkrijging van de graad van doctor aan de Universiteit Utrecht op gezag van de rector magnificus, prof. dr. G.J. van der Zwaan, ingevolge het besluit van het college voor promoties in het openbaar te verdedigen op vrijdag 21 april 2017 des middags te 2.30 uur

    door

    Jozef Marinus Willem Lindeman geboren op 2 juni 1975 te Den Haag

  • Promotoren: Prof. dr. C.H. Brants-Langeraar Prof. dr. H.G. van de Bunt

    Dit proefschrift werd mede mogelijk gemaakt met financiële steun van het Openbaar Ministerie.

  • Voorwoord

    ‘Waarom wilde ik dit ook alweer?’, vroeg ik mij af op die mistige middag. Ik stond bovenaan een onpeilbaar steile, zwarte buckelpiste, precies op de grens tussen Frankrijk en Zwitserland (bijnaam: ‘Le Mur’). Dat ik door de mist niet kon zien waar de piste zou ophouden, maakte het niet beter. Maar ik ging, en eenmaal beneden wist ik weer waarom: de adrenaline gierde door mijn lijf.

    In 2010 werd ik benaderd door Stijn Franken met de vraag of ik er iets voor voelde om dit promotieonderzoek te doen. Het leek mij op het lijf geschreven, dus ik zei ja. Natuurlijk heb ik me wel eens afgevraagd: ‘waarom wilde ik dit ook alweer?’ Het werken aan een proefschrift geeft je bepaald niet de adrena- linekick die de vrijwel vrije val op zo’n piste je wel geeft, maar gelukkig werd ook tijdens het schrijven steeds weer duidelijk waarom dit, op zich, best een goed idee was. De euforie van de afronding blijkt toch wel in de buurt te komen van die van het skiën. Dank je, Stijn, dat je me deze piste gewezen hebt.

    Mijn promotoren Chrisje Brants en Henk van de Bunt dank ik voor de wijs- heid, het geduld en de flexibiliteit waarmee zij het onderzoek begeleid hebben. Aan de soms gehaaste, soms juist oeverloze besprekingen, gelardeerd met de vele verhalen uit hun rijke carrière, koester ik mooie herinneringen. Ik ben benieuwd hoe het emeritaat Henk gaat bevallen. Chrisje heeft niet het goede voorbeeld gegeven, met haar survivalexpedities in het barre noorden van Enge- land… Aan de leden van de beoordelingscommissie wil ik mijn dank overbren- gen voor het lezen en becommentariëren van het manuscript.

    Dit hele onderzoek was niet mogelijk geweest zonder de medewerking van het openbaar ministerie, waardoor ik gedurende een jaar op verschillende par- ketten het essentiële veldwerk kon doen. Bij elk parket ging ik, alvorens met mijn observaties te beginnen, even een kennismakings-kopje-koffie drinken bij de hoofdofficier van justitie. Zij hebben steeds gezorgd voor een ‘zachte landing’ – al trachtte een van hen mij wijs te maken dat de afdeling waar ik zou gaan observeren sinds kort ‘seniorencriminaliteit’ als taakaccent had gekregen. De officieren van justitie, parketsecretarissen, secretaresses, administratief- juridisch medewerkers en andere parketmedewerkers ben ik zeer dankbaar voor de meestal onmiddellijke acceptatie van deze rare snoeshaan in hun werk- kring. Ik zou een aantal van hen graag met naam noemen, maar dat is niet de

  • vi Voorwoord

    bedoeling. Het College van procureurs-generaal en de betrokken medewerkers van het Parket Generaal ben ik voor dit alles zeer erkentelijk. In het bijzonder dank ik Gert Haverkate (directeur van het Wetenschappelijk Bureau van het OM) en de door hem aangezochte officieren voor de zinvolle feedback op mijn manuscript.

    Ik heb dit boek geschreven naast mijn reguliere en veeleisende werkzaam- heden als universitair docent aan de Universiteit Utrecht: mijn alma mater. Sinds 2002 heb ik daar, in allerlei ‘dimensies’, met groot plezier met heel veel bijzondere en inspirerende mensen samengewerkt. Het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing wil ik danken voor het ‘onderkomen’ dat het mijn onderzoek voor dit boek de afgelopen jaren heeft geboden. Ik ben trots een medewerker te zijn van het Willem Pompe Instituut voor Strafrechts- wetenschappen. Door de elkaar opvolgende voorzitters van het instituut heb ik mij altijd zonder meer gesteund gevoeld. Ik hoop daar nog veel mooie dingen te doen. Ik ben blij met alle fijne collega’s met wie we het onderzoek naar en het onderwijs over alle facetten van criminaliteit en de strafrechtspleging zo zicht- baar1 op de kaart zetten. Zonder anderen tekort te willen doen noem ik Ferry de Jong, Leonie van Lent, Michiel Luchtman en Eelke Sikkema, generatie- genoten met wie ik al vanaf mijn eerste schreden op het Pompe zo plezierig heb samengewerkt (en allerlei extracurriculaire activiteiten heb ontplooid). Met Antoinette Bakker deel ik al sinds jaar en dag een werkkamer (en lief en leed) en dat blijft hopelijk nog lang zo: haar positieve, relativerende input is voor mij heel belangrijk. Wieneke Matthijsse heeft met indrukwekkende kalmte haar tovenarij op het manuscript losgelaten en toen was het ineens een boek: dank! Annie Milzink was ook zo’n lieve Pompeaan. We missen haar nog elke dag.

    Ook buiten de academie zijn mensen te bedanken. Mijn informanten Ingrid en Vreneli (meestal betrouwbaar) ben ik eeuwige dank verschuldigd voor hun klankbordfunctie en de harten onder de riem. Hetzelfde geldt voor hun weder- helften. Gilles en Yuhsin ben ik zeer erkentelijk voor het beschikbaar stellen van een ongebruikte ruimte in hun acupunctuurpraktijk in Hoogvliet: een idea- le ‘prikkelarme’ omgeving om ongestoord te werken! Zonder de soms ronduit therapeutische sessies met de Leuk dat je d’r bent Band was ik waarschijnlijk al lang en breed afgevoerd naar een inrichting. Op naar de volgende Ronda!

    ‘Zeg, we stoken hier niet voor de Pomp!’, werd ons als kind toegevoegd als we de buitendeur open lieten staan. ‘De Pomp’, dat is de Pompstationsweg, waar ons huis stond, pal tegenover de Scheveningse gevangenis (het Oranje- hotel). Vandaar natuurlijk mijn belangstelling voor het strafrecht. Zonder mijn ouders had ik de weg van de Pomp naar het Pompe nooit afgelegd. Mijn ouders, mijn zussen en alle andere familie hebben in de afgelopen jaren niet te vaak gevraagd of het allemaal wel een beetje opschoot. Dat was precies wat ze moesten doen.

    1 Wie wat vindt, heeft slecht gezocht…

  • viiVoorwoord

    Mijn lieve vrouw en kinderen zijn denk ik nog het meest verheugd. ‘Laat mij maar. Het is af als het af is…’, was het antwoord dat Maartje van mijlenver zag aankomen. Dus zij vroeg meestal maar niks – terwijl er natuurlijk van alles te vragen was. Wat een prestatie. The only unforgivable thing waits for me in the corner of the room.

    Nu is het dan klaar. Kijk, Sophie en Pepijn: hier is eindelijk het boek. Ik heb het voor jullie geschreven. Maar jullie hoeven het nog niet te lezen hoor. Later misschien.

    Joep Lindeman Utrecht, februari 2017

  • Inhoud

    Lijst van afkortingen xv

    Inleiding 1

    DEEL I BASIS ONDERZOEK NAAR OFFICIEREN VAN JUSTITIE

    Hoofdstuk 1 Officieren van justitie: ambtenaren, werkers en magistraten 9

    Hoofdstuk 2 Onderzoek naar officieren van justitie in de 21e eeuw 13 2.1 Inleiding 13 2.2 Het OM als institutie en publieke organisatie 14 2.3 De waarden van het OM 19 2.4 Magistraat, ambtenaar en werker in de 21e eeuw 24 2.4.1 De officier van justitie als magistraat 24 2.4.2 De officier van justitie als ambtenaar 26 2.4.3 De officier als werker 26 2.5 Betekenis voor dit onderzoek 27 2.6 De methode van participerende observatie 28 2.6.1 Inleiding 28 2.6.2 Observaties 31 2.6.2.1 Inleiding – voorbereiding 31 2.6.2.2 Uitvoering 32 2.6.2.3 Aanpassing van de focus van het onderzoek tijdens het veldwerk 34 2.6.2.4 Invloed van mijn aanwezigheid 35 2.6.2.5 Interviews 36 2.6.2.6 Documentenonderzoek 36 2.6.3 Verslaglegging 37 2.7 De houdbaarheid van de relevantie van de observaties: nader (literatuur)onderzoek na afloop van het veldwerk 37 2.8 Afronding deel I 38

  • x Inhoud

    DEEL II ONTWIKKELINGEN BINNEN HET OM

    Hoofdstuk 3 Tot en met de jaren 1990 41 3.1 Vanaf 1813 41 3.2 Het Wetboek van Strafvordering van 1926 43 3.3 Na de Tweede Wereldoorlog; t/m begin jaren 1980 45 3.4 Jaren 1980 en 1990 – Van ‘Samenleving en criminaliteit’ via de commissie-Donner naar de millenniumwende 50

    Hoofdstuk 4 Eind jaren 1990 en verder: een gereorganiseerd OM, crises in de opsporing en toename van beleidsvorming 61 4.1 Inleiding 61 4.2 Hoofdlijnen van het gereorganiseerde OM 62 4.3 Crises in de opsporing, discussie over integriteit en kwaliteit 66 4.4 De rol van beleidsregels bij de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde 70 4.4.1 Inleiding 70 4.4.2 Geconcretiseerd beleid: beleidsregels 71 4.4.3 Aanwijzingen en strafvorderingsrichtlijnen 73 4.5 Verdere organisatorische ontwikkelingen tot 2011 76 4.6 O