O Buurtatlas van de bevolking van Atlas des Quartiers...

of 158/158
Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Brussels Instituut voor STATISTIEK en Analyse. Buurtatlas van de bevolking van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij de aanvang van de 21 e eeuw Ministère de la Région de Bruxelles-Capitale Institut Bruxellois de STATISTIQUE et d’Analyse Atlas des Quartiers de la population de la Région de Bruxelles-Capitale au début du 21 ème siècle EDITIONS IR IS D O S S I E R S Didier Willaert Patrick Deboosere Nr/ 42 UITGAVEN
  • date post

    14-Sep-2018
  • Category

    Documents

  • view

    212
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of O Buurtatlas van de bevolking van Atlas des Quartiers...

  • Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

    Brussels Instituut voor STATISTIEK en Analyse.

    Buurtatlas van de bevolking van

    het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

    bij de aanvang van de 21e eeuw

    Ministre de la Rgion de Bruxelles-Capitale

    Institut Bruxellois de STATISTIQUE et dAnalyse

    Atlas des Quartiers de la population

    de la Rgion de Bruxelles-Capitale

    au dbut du 21me sicle

    E D I T I O N S

    IR IS

    D

    O

    S

    S

    I

    E

    R

    S

    Didier WillaertPatrick Deboosere

    Nr/N42

    U I T G AV E N

    DO

    SSIERS - 42

    Bxl_Cap_Atlas_Quartiers_Cover 9/02/06 14:21 Page 1

  • 3

    Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

    Brussels Instituut voor STATISTIEK en Analyse.

    Buurtatlas van de bevolking van

    het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

    bij de aanvang van de 21e eeuw

    Ministre de la Rgion de Bruxelles-Capitale

    Institut Bruxellois de STATISTIQUE et dAnalyse

    Atlas des Quartiers de la population

    de la Rgion de Bruxelles-Capitale

    au dbut du 21me sicle

    Didier WillaertPatrick Deboosere

    Nr/N42

    Interface Demography -Vakgroep Sociaal Onderzoek-Vrije Universiteit Brussel

  • Vertaling : Vertaaldienst MBHG

    Alle rechten voorbehoudenHet reproduceren is niet toegelaten, noch geheel, nochgedeeltelijk, noch in de oorspronkelijke, noch in debewerkte vorm, tenzij met schriftelijke machtigingvanwege het Brussels Instituut voor STATISTIEK enAnalyse.

    Het gebruik van uittreksels van deze publicatie alstoelichting of bewijsvoering in een artikel, eenboekbespreking of een boek, een bestand istoegestaan, mits de bron duidelijk en nauwkeurigwordt vermeld.

    2005 Brussels Hoofdstedelijk Gewest - Alle rechten voorbehouden

    V.U.: S. Rousseau, Brussels Instituut voor STATISTIEKen Analyse

    Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,Kruidtuinlaan 20 - 1035 Brussel T 02 800 38 61 - F 02 800 38 [email protected] Uitgaven - D/2005/6374/151

    Traduction : Service Traduction MRBC

    Tous droits rservsToute reproduction totale, partielle, ou sous formetransforme est interdite, sauf autorisation crite de la partde lInstitut Bruxellois de STATISTIQUE et dAnalyse.

    Lusage dextraits de la prsente publication en tantquexpos ou dmonstration dans un article, livre ou fichierest permis, moyennant une mention claire et prcise de lasource.

    2005 Rgion de Bruxelles-Capitale Tous droits rservs

    E.R..: S. Rousseau, Institut Bruxellois de STATISTIQUEet dAnalyse

    Ministre de la Rgion de Bruxelles-Capitale,- Boulevarddu Jardin Botanique 20- 1035 BruxellesT 02 800 38 61 - F 02 800 38 [email protected] IRIS - D/2005/6374/151

    4

  • Inhoud

    DANKWOORD

    VOORWOORD

    1. INLEIDING1.1 Algemene situering1.2 Cartografie1.3 Statistische sectoren

    2. DE RESIDENTIELE DIFFERENTIATIE VAN DE BRUSSELSE BEVOLKING

    3. DEMOGRAFISCHE KENMERKEN3.1 Totale bevolking en bevolkingsdichtheid3.2. Bevolkingsevolutie 1991-20013.3. Demografische samenstelling3.3.1. Geslachtsverhouding3.3.2. Leeftijdsstructuur van de bevolking3.4. Verhuismobiliteit3.5. Non-respons

    4. HUISHOUDENSKENMERKEN4.1. Gemiddelde omvang van de huishoudens4.2. Enpersoonshuishoudens en huishoudens van 6 personen en meer4.3. Alleenstaande moeders van 20 tot 29 jaar4.4. Thuiswonenden van 25 tot 29 jaar4.5. Vrouwen van 25 tot 29 jaar zonder kind(eren)

    5. DE BEVOLKINGSSAMENSTELLING NAAR NATIONALITEIT5.1. De Marokkanen5.2. De Fransen5.3. De Italianen5.4. De Spanjaarden5.5. De Portugezen5.6. De Turken5.7. De Grieken5.8. De overige landen van de Europese Unie, de Angelsaksische wereld en Japan5.9. De Congolezen5.10. De Oost-Europeanen

    6. SOCIO-ECONOMISCHE KENMERKEN6.1. Beroepsstatuut6.1.1. Arbeiders (inclusief aanverwante statuten)6.1.2. Bedienden en werknemers in de openbare sector6.1.3. Ondernemingshoofden, zelfstandigen en vrije beroepen6.1.4. Beroepsstatuut niet ingevuld6.2. Werkzoekenden6.3. Onderwijsniveau6.3.1. Geen diploma of diploma van lager onderwijs6.3.2. Diploma van technisch of beroeps hoger secundair onderwijs6.3.3. Diploma van algemeen hoger secundair onderwijs en postsecundair niet-hoger onderwijs6.3.4. Diploma van hoger onderwijs

    5

  • 6.3.5. Onderwijsniveau niet ingevuld6.4. Mediaan inkomen6.5. Woningkenmerken6.5.1. Eigendomsgraad6.5.2. Engezinswoningen6.5.3. Woningen zonder klein comfort

    BJLAGE 1: LIJST VAN DE KAARTEN

    BJLAGE 2: LIJST VAN DE BUURTEN MET VERWIJZING NAAR DE REFERENTIEKAART 1 EN ENKELE BEVOLKINGSGEGEVENS UIT HET SEO 1/10/2001

    REFERENTIES

    LIJST VAN PUBLICATIES VAN HET BRUSSELS INSTITUUT VOOR STATISTIEK EN ANALYSE

    6

  • Contenu

    REMERCIEMENTS

    PREFACE

    1. INTRODUCTION1.1. Situation gnrale1.2. Cartographie1.3. Secteurs statistiques

    2. LA DIFFRENCIATION RSIDENTIELLE DE LA POPULATION BRUXELLOISE

    3. Caractristiques dmographiques3.1. Population totale et densit de population3.2. Evolution de la population 1991-20013.3. Composition dmographique3.3.1. Proportion des sexes3.3.2. Structure dge de la population3.4. Mobilit par dmnagement3.5. Absence de rponse

    4. CARACTRISTIQUES DES MNAGES4.1. Taille moyenne des mnages4.2. Mnages une personne et mnages de 6 personnes et plus4.3. Mres clibataires de 20 29 ans4.4. Rsidents au domicile parental de 25-29 ans4.5. Femmes de 25 29 ans sans enfant(s)

    5. LA COMPOSITION DE LA POPULATION SELON LA NATIONALIT5.1. Les Marocains5.2. Les Franais5.3. Les Italiens5.4. Les Espagnols5.5 Les Portugais5.6. Les Turcs5.7. Les Grecs5.8. Les autres pays de lUnion Europenne, le monde anglo-saxon et le Japon5.9. Les Congolais5.10. Les Europens de lEst

    6. CARACTRISTIQUES SOCIO-CONOMIQUES6.1. Statut professionnel6.1.1. Ouvriers (y compris les statuts apparents)6.1.2. Employs et travailleurs dans le secteur public6.1.3. Chefs dentreprise, indpendants et professions librales6.1.4. Statut professionel non-rempli6.2. Chercheurs demploi6.3. Niveau denseignement6.3.1. Pas de diplme ou diplme de lenseignement secondaire infrieur6.3.2. Diplme de lenseignement secondaire suprieur - technique ou professionel6.3.3. Diplme de lenseignement secondaire suprieur et de lenseignement post-secondaire non-suprieur6.3.4. Diplme de lenseignement suprieur

    7

  • 6.3.5. Niveau denseignement pas rempli6.4. Revenu mdian6.5. Caractristiques des logements6.5.1. Taux de proprit6.5.2. Logements unifamiliaux6.5.3. Logements sans petit confort

    ANNEXE 1: LISTE DES CARTES

    ANNEXE 2: LISTE DES QUARTIERS AVEC RENVOI A LA CARTE DE REFERENCE ET CHOIX DEDONNEES DE LESE 1/10/2001

    REFERENCES

    LISTE DES PUBLICATIONS DE LINSTITUT BRUXELLOIS DE STATISTIQUE ET DANALYSE (IBSA)DU MINISTRE DE LA RGION DE BRUXELLES-CAPITALE

    8

  • Dankwoord

    De auteurs zijn veel dank verschuldigd aan het BrusselsInstituut voor STATISTIEK en Analyse (Ministerie vanhet Brussels Hoofdstedelijk Gewest), en in het bijzon-der aan Sabine Rousseau en Anne Henau. Hun kritischebegeleiding was belangrijk om de realisatie van dezeatlas tot een goed eind te brengen. Vanzelfsprekend dra-gen de auteurs de volledige verantwoordelijkheid voorde inhoud.

    Didier Willaert en Patrick DeboosereInterface DemographyVakgroep Sociaal OnderzoekVrije Universiteit BrusselPleinlaan 21050 Brussel

    [email protected]@vub.ac.behttp://www.vub.ac.be/SOCO/

    Remerciements

    Les auteurs expriment leur gratitude lInstitut Bruxelloisde STATISTIQUE et dAnalyse (Ministre de la Rgion deBruxelles-Capitale), et plus particulirement SabineRousseau et Anne Henau. Leur esprit critique fut duneprcieuse aide la ralisation du prsent atlas. Il va sansdire que les auteurs portent lentire responsabilit ducontenu.

    Didier Willaert et Patrick DeboosereInterface DemographyVakgroep Sociaal OnderzoekVrije Universiteit BrusselAvenue de la Plaine 21050 Bruxelles

    [email protected]@vub.ac.behttp://www.vub.ac.be/SOCO/

    9

  • Voorwoord

    Informatie visualiseren op subgemeentelijk buurtniveau isslechts mogelijk voor gegevens die een totale populatiebevatten. Volks- en woningtellingen of een veralgemeendsociaal-economisch onderzoek blijven daarom, tot opheden, onontbeerlijke bronnen t.a.v. een groot aantal ken-merken. Ook de inhoud van volledige registers kunnen viavolledige adressering of kadastrale situering naar buurtentoe worden gesynthetiseerd. Steekproefresultaten kunnenechter onmogelijk tot op dit kleine lokale niveau wordenveralgemeend. Steekproeven van bevolking of huishou-dens zijn bovendien vrijwel uitsluitend getrokken op basisvan de wettelijke bevolking(registers), die in grotere stede-lijke omgevingen niet steeds aan de realiteit van het terreinbeantwoordt. Het onderscheid tussen de wettelijke en fei-telijke bevolking is voor het Brussels HoofdstedelijkGewest de reden om er te blijven op aandringen dat hetbevolkingsregister als basis voor tellingen en enqutesdient aangevuld te worden minstens met het wachtregisteren zo mogelijk met verificaties op het terrein.

    Ofschoon de Afdeling Statistiek van de FOD Economie nureeds regelmatige updates op buurtniveau levert vanuit hetRijksregister van de Natuurlijke Personen en de financilestatistiek, valt te hopen dat men in de toekomst het nut zalinzien om in veel meer gegevensbestanden, benevens degemeentenamen (-codes) en hun postnummer, ook cor-rect de lokalisatie op te nemen door in de adresbeschrij-ving (openbare wegen + gebouwennummers of kadastraleperceelsnummering) de elementen over onderscheidenvelden uit te splitsen. Aldus kan een statistiek wordensamengesteld op sub- en supragemeentelijk niveau dietevens onafhankelijk is van de administratieve indelingen.

    Dergelijke informatie bewerken blijft heden nog te beperkten maakt de resultaten ervan des te boeiender.

    In deze buurtatlas wordt in een eerste fase louter beschrij-vend met de bevolkingsinformatie omgegaan om via deanalogien en contrasten binnen dit stedelijk gewest hetbeeld van de interne differentiatie te illustreren. Op dewoningtoestand wordt hier beperkt ingegaan om tochreeds op verbanden te wijzen.

    Deze atlas gaat vooraf aan een analoge beschrijvende buurt-atlas voor de woningen die heden wordt opgemaakt viaeen samenwerking van het Bestuur Ruimtelijke Ordeningen het Brussels Instituut voor STATISTIEK en Analyse vanhet Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

    Ook gaat hij vooraf en wordt hij aangevuld met deWelzijns- en gezondheidsatlas van Brussel- Hoofdstadopgemaakt als dossier van het Observatorium voorGezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad (dienst

    Prface

    La visualisation dinformations au niveau communal nestpossible que pour des donnes qui contiennent une popula-tion totale. Cest pour cela que jusqu prsent, les recense-ments de population et dhabitations, ou une tude socio-conomique globale, restent des sources dinformation incon-tournables pour un grand nombre de caractristiques.Mme le contenu de registres complets peut tre synthtisau quartier prs laide dun adressage ou dune localisationcadastrale. Cependant, il est impossible dextrapoler leschantillons ce niveau local. De plus, les chantillons sontpresque uniquement pris sur des registres de populationlgaux, qui dans les grandes villes ne correspondent pas tou-jours la ralit du terrain. Ce dcalage entre la populationlgale et la population relle est la raison pour laquelle ilconvient de continuer insister sur le fait que le registre depopulation en tant que base pour des recensements etenqutes doit au moins tre complt par le registre datten-te et si possible par des vrifications sur le terrain.

    Bien que le Dpartement Statistique du SPF Economie four-nisse dj des mises jour bases sur le Registre Nationaldes Personnes Physiques et de la statistique financire, il est esprer qu lavenir, lon comprendra limportance pourles bases de donnes dinclure la localisation dans la descrip-tion de ladresse (voies publiques + numros de btiments ounumrotation cadastrale des parcelles), en ventilant les l-ments de champs distincts, et ce en plus des noms des com-munes (- codes) et leurs codes postaux,. Cela permettrait deproduire des statistiques un niveau subcommunal ousupracommunal, et donc indpendant des divisions adminis-tratives.

    Le traitement dune telle information reste encore aujour-dhui limit, ce qui en rend les rsultats dautant plus pas-sionnants.

    Dans une premire phase, le prsent atlas se cantonne uneapproche descriptive de linformation sur la population, afindillustrer limage de la diffrentiation interne via les analo-gies et contrastes dans cette rgion urbaine. On ne sattarde-ra pas sur la situation des logements, mais on donnera desindications sur des rapports existants entre ces derniers et lereste.

    Le prsent atlas prcde un atlas des quartiers descriptifanalogue pour les logements, qui est en cours de rdactionpar ladministration de lamnagement du territoire en col-laboration avec lInstitut Bruxellois de STATISTIQUE etdAnalyse de la Rgion de Bruxelles-Capitale.

    Il prcde et complte galement lAtlas de la sant et dusocial de Bruxelles-Capitale, dossier de lObservatoire de laSant et du Social de Bruxelles-Capitale, (Service du Collge

    10

  • van het Verenigd college van de GemeenschappelijkeGemeenschapscommissie 1).Die verdere analyses zullen de gegevens onderling krui-sen en correleren: ook dat is slechts tienjaarlijks moge-lijk op dit infragemeentelijk niveau.

    De secretaris-generaal

    F.Resimont

    Runi de la Commission Communautaire de Bruxelles-Capitale 2).Ces analyses plus pousses croiseront les donnes et tabli-ront des corrlations, ce qui nest galement possible quetous les 10 ans ce niveau infracommunal.

    Le Secrtaire gnral

    F.Resimont

    11

    1 Atlas de la sant et dus social de Bruxelles-Capitale. Les dossiers de l'Observatoirede la Sant et du Social de Bruxelles-Capitale. Te verschijnen: lente 2006Meer info: www.observatbru.beContactpersoon Truus Roesems, 02/552 01 57, [email protected]

    2 paratre au printemps 2006, Plus dinfos sur www.observatbru.beContact Truus Roesems, 02/552 01 57, [email protected]

  • 1. Inleiding

    In de buurtatlas van het Brussels Hoofdstedelijk Gewestworden cijfers en kaarten over de demografische ensociaal-economische situatie in het Brussels gewest ophet moment van de volkstelling van 2001 (officieelalgemene socio-economische enqute 2001) gepre-senteerd. De atlas brengt op een bondige en schemati-sche wijze een complexe, voortdurend veranderendemaatschappij in kaart.Uiteraard verdwijnt door het indelen van de gegevens inklassen een groot deel van de verscheidenheid van destad in sterk afgebakende groepen. Scheidingslijnen zijnechter een noodzaak om die verscheidenheid te kunnenaantonen.

    Brussel is een levendige en bruisende stad gekenmerktdoor een bijzonder rijke diversiteit. Het is een stad dieeen spiegel voorhoudt van de rijkdom die de wereld tebieden heeft. Tegelijk is het ook een stad met grote pro-blemen. Het kaartbeeld toont een steeds herhalendpatroon van uitgesproken sociale segregatie. Indicatorenvan onderwijs en tewerkstelling tonen opvallend groteverschillen naar buurt. Het blijven ongetwijfeld tweebelangrijke uitdagingen voor de toekomst van Brussel.Deze atlas kan een nuttig instrument zijn om crucialeproblemen te helpen blootleggen.

    Vier themas worden belicht: (1) algemene demografi-sche kenmerken, (2) huishoudenskenmerken, (3) debevolkingssamenstelling naar nationaliteit en (4) socio-economische kenmerken.Deze buurtatlas ligt in het verlengde van de Atlas vande bevolking van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ophet einde van de 20ste eeuw (Rousseau, 2000).

    1. Introduction

    Latlas des quartiers de la Rgion de Bruxelles-Capitale pr-sente des chiffres et des cartes sur la situation conomique dela rgion bruxelloise au moment du recensement de 2001(enqute socio-conomique gnrale 2001). Cet atlasdonne une reprsentation concise et schmatique dunesocit qui est en perptuelle volution..En raison de la rpartition des donnes en classes, une gran-de partie de la diversit de la ville en groupes bien distinctsdisparat naturellement. Pourtant, les lignes de sparationsont ncessaires pour pouvoir dmontrer cette diversit.

    Bruxelles est une ville pleine de vie et deffervescence, carac-trise par une diversit particulirement riche, qui est lereflet de la richesse quoffre notre monde. Malheureusement,cest aussi une ville qui a de gros problmes. La reprsenta-tion cartographique prsente une structure de sgrgationsociale marque qui se rpte continuellement. En effet, lesindicateurs denseignement et demploi montrent des diff-rences particulirement apparentes entre les quartiers. Ilsagit l certainement de deux dfis significatifs pour lave-nir de Bruxelles. Cet atlas peut donc constituer un outil utilepour mettre en lumire les problmes cruciaux de cette ville.

    Quatre thmes seront dvelopps: (1) caractristiques dmo-graphiques gnrales, (2) caractristiques des mnages, (3)composition de la population selon la nationalit et (4)caractristiques socio-conomiques.Cet atlas des quartiers est une suite de lAtlas de la popu-lation de la Rgion de Bruxelles-Capitale la fin du 20me

    sicle (Rousseau, 2000).

    12

  • 1.1. Algemene situering

    De 19 gemeenten van het Brussels HoofdstedelijkGewest vormen de kern van een veel bredere morfolo-gische agglomeratie die 36 gemeenten telt (Van derHaegen et al., 1996) en een totale bevolking van onge-veer anderhalf miljoen inwoners.De demografische ontwikkeling van Brussel werd altijdsterk gedomineerd door migratie. Tot het begin van dejaren zestig kwam die vooral uit Vlaanderen enWalloni. Deze binnenlandse inwijking zorgde voor eenaanhoudende bevolkingsaangroei van 211.634 inwo-ners bij de volkstelling van 1846 tot een maximum van1.075.136 inwoners tijdens de telling van 1971. Sindsde tweede helft van de 20ste eeuw wordt de bevolkings-dynamiek vooral gestuurd door suburbanisatie en bui-tenlandse immigratie.Het resultaat is dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewestaan het begin van de 21ste eeuw een zeer heterogenebevolking heeft, zowel naar socio-economische status,naar nationaliteit van oorsprong als naar andere demo-grafische kenmerken. De ruimtelijke spreiding van diebevolking is bovendien zeer ongelijk.

    Deze atlas schetst een beeld van de ruimtelijke inplan-ting van de Brusselse bevolking aan de hand van een-voudige indicatoren (proporties en verhoudingen) uitde volkstelling van 2001.Veel aandacht gaat uit naar de bevolkingssamenstellingnaar nationaliteit. Die is ook in het afgelopen decenni-um sterk veranderd onder invloed van nieuwe migratie-stromen en de verdere integratie van de oudere migran-tengroepen.De opmars van nieuwe leefvormen heeft eveneens eenbelangrijke invloed op de ontwikkeling van de stad.Zoals elke grootstedelijke agglomeratie is het BrusselsHoofdstedelijk Gewest al lang een aantrekkingspoolvoor singles en samenwonenden zonder kinderen. Ookhet aantal uit de echt gescheiden personen en nou-dergezinnen ligt in de stad doorgaans hoger. Gezinnenmet jonge kinderen vestigen zich daarentegen nogsteeds bij voorkeur buiten de stad. Het gebrek aan aan-gepaste en betaalbare woningen in de stad is hier deelseen verklaring voor.De sterk toegenomen opleidingsgraad van de Belgischebevolking contrasteert met de lage scholingsgraad vaneen groot deel van de nieuwe buitenlandse immigran-ten. Hierdoor vergroot de dualiteit in het gewest nogverder.

    1.1. Situation gnrale

    Les 19 communes de la Rgion de Bruxelles-Capitale for-ment le noyau dune agglomration morphologique beau-coup plus vaste de 36 communes (Van der Haegen et al.),1996) avec une population denviron un million et demidhabitants. Le dveloppement dmographique de Bruxelles a toujourst fort domin par la migration.Jusquau dbut des annes 60, celle-ci tait essentiellementdorigine flamande et wallonne. Cette immigration indignea caus une croissance de la population de 211.634 habi-tants au moment du recensement de 1846, allant jusqu1.075.136 habitants au moment du recensement de 1971.Depuis la deuxime moiti du 20ime sicle, la dynamiquedmographique est surtout me par la suburbanisation etlimmigration trangre.Ainsi, au dbut du 21ime sicle, la Rgion de Bruxelles-Capitale a une population trs htrogne, tant selon le sta-tut socio-conomique, la nationalit et lorigine que selondautres caractristiques dmographiques. La rpartitiongographique de cette population est en plus trs ingale.

    Cet atlas donne une image de limplantation territoriale dela population bruxelloise sur base dindicateurs simples(proportions et rapports) du recensement de 2001.Grande attention est porte la composition de la popula-tion selon la nationalit. Celle-ci a galement fort changdurant cette dernire dcennie sous linfluence de nouveauxflux migratoires et de lintgration des groupes dimmigrsplus anciens.La monte de nouveaux modes de vie a galement une gran-de influence sur le dveloppement de la ville. Comme touteagglomration urbaine, la Rgion de Bruxelles-Capitale estdepuis longtemps un ple dattraction pour clibataires etco-habitants sans enfants. Le nombre de personnes divorceset de familles monoparentales est galement plus lev enville. Par contre, les familles avec de jeunes enfants stablis-sent de prfrence en dehors de la ville, ce qui sexpliquepartiellement par la pnurie de logements adapts etpayables en ville. Le niveau de formation prsent fort lev de la populationbruxelloise contraste avec celui des nouvelles populationsimmigres, fort bas, renforant la dualit dans la rgion.

    13

  • 1.2. Cartografie

    In deze atlas komen twee typen kaarten voor:

    1. De choropletenkaart

    Procentuele data worden typisch weergegeven op eenchoropletenkaart. De ruimtelijke eenheden worden opeen choropletenkaart ingekleurd met een intensiteit dieproportioneel is met de waarde geassocieerd met dieeenheid.Er werden twee kleurenschemas gebruikt. Bij kaartenmet enkel positieve waarden gaat het kleurenschemavan lichtgroen over turkoois naar donkerblauw. Bijkaarten met zowel positieve als negatieve waarden of bijkaarten met verhoudingen worden de negatieve waar-den of de verhoudingen lager dan 100 voorgesteld doorblauw, en de positieve waarden of de verhoudingenhoger dan 100 door rood.De waarden werden via de methode van Jenks optimi-zation (Jenks, 1967) gecategoriseerd in zes klassen. Demethode van Jenks is een statistische classificatiemetho-de: ze minimaliseert de variantie binnen elke klasse enmaximaliseert de variantie tussen klassen. Deze metho-de garandeert een optimaal kaartbeeld in de meestesituaties (Slocum, 1999). Bij de kaarten met verhoudin-gen werd deze klassenindeling aangepast zodat dewaarde 100 exact overeenkomt met een klassengrens.De kaarten met de ruimtelijke spreiding van de ver-schillende nationaliteitsgroepen (kaarten 27 tot 46)hebben een andere klassenindeling. Hier is gebruikgemaakt van locatiequotinten. Het locatiequotint(LQ) geeft de verhouding weer van het aandeel van eenbepaalde nationaliteitsgroep in de totale bevolking vande statistische sector ten opzichte van het aandeel vandie nationaliteitsgroep in de totale bevolking van hetBrussels Hoofdstedelijk Gewest. Een LQ groter dan 1wijst op een oververtegenwoordiging van de groep indie buurt. Bij een LQ kleiner dan 1 is de groep onder-vertegenwoordigd. Op de kaarten worden alleen debuurten met een LQ groter of gelijk aan 1 ingekleurd.Op die manier komen de stadsdelen met een oververte-genwoordiging van een bepaalde nationaliteit beter totuiting. Deze buurten werden vervolgens opgedeeld invier klassen (tot respectievelijk anderhalve, twee, drieen meer dan drie keer het Brusselse gemiddelde).De kaarten met de proporties van de bevolking naarnationaliteit van oorsprong (kaarten 47 tot 50) hebbenvaste klassengrenzen (0-4; 5-9; 10-14; 15-19; 20-24 enmeer dan 25 procent). De kaart met de feminiteitsindex(kaart 6) heeft eveneens vaste klassengrenzen.Op elke choropletenkaart wordt het aantal buurten perklasse weergegeven tussen vierkante haakjes.

    1.2. Cartographie

    Cet atlas comporte deux types de cartes:

    1. La carte choroplthe

    Les donnes exprimes en pourcentage sont gnralementprsentes sur une carte choroplthe. Les units spatialesreprsentes sur la carte sont colores selon une graduationqui est proportionnelle la valeur associe lunit en ques-tion.Deux schmas de couleurs sont utiliss. Dans le cas de cartesqui ne contiennent que des valeurs positives, la gamme decouleurs va du vert clair au bleu fonc en passant par la tur-quoise. Dans le cas de cartes avec des valeurs positives etngatives ou dans le cas de cartes avec des rapports, lesvaleurs ngatives ou les rapports infrieurs 100 sontreprsents en bleu, et les valeurs positives ou les rapportssuprieurs 100 en rouge. Les valeurs sont catgorises par la mthode dite Jenks opti-mization (Jenks, 1967) catgorise en six classes. La mtho-de de Jenks est une mthode de classification statistique: elleminimalise la variance au sein de chaque classe en maximi-sant la variance entre les classes. Cette mthode garantitune image optimale dans la plupart des situations (Slocum,1999). Pour les cartes avec des rapports, cette catgorisationa t adapte pour faire correspondre exactement la valeur100 une limite de classe.Les cartes avec rpartition spatiale des diffrents groupes denationalits (cartes 27 46) ont une autre classification. Ony fait usage des quotients de localisation. Le quotient delocalisation (QL) donne le rapport de la part dun groupe denationalit dans la population totale du secteur statistiquepar rapport la part de ce groupe de nationalit dans lapopulation totale de la Rgion de Bruxelles-Capitale. Un QLsuprieur 1 indique une surreprsentation de ce groupedans ce quartier. Un QL suprieur 1 signifie que le groupeest sur-reprsent. Un QL infrieur 1 signifie que le grou-pe est sous-reprsent. Dans ces cartes, cest uniquement lesquartiers dont le quotient est suprieur ou gal 1 qui sontcolors.De cette manire, les quartiers avec des nationalitssurreprsentes sont mieux mis en vidence. Ensuite, cesquartiers sont diviss en quatre classes (jusqu respective-ment une et demie, deux, trois et plus de trois fois la moyen-ne bruxelloise). Les cartes avec les rpartitions de population selon lorigine(cartes 47 50) ont des limites de classes fixes (0-4; 5-9; 10-14; 15-19; 20-24 et plus de 25 pourcent). La carte avec lin-dex de fminit (carte 6) a galement des limites de classesfixes.Chaque carte choroplthe montre le nombre de quartiers parclasse entre parenthses carres.

    14

  • 2.De stippenkaart

    De stippenkaart wordt gebruikt om de ruimtelijkevariatie van absolute aantallen weer te geven. De straalvan elke stip is evenredig met het voorgestelde aantal.In functie van de leesbaarheid werd het inkleuren vande stippen zoveel mogelijk vermeden. Bij de kaartenmet de bevolkingsevolutie naar nationaliteit (kaarten 27tot 46) komt blauw overeen met een afname en roodmet een toename.

    Een choropletenkaart geeft goed de intensiteit van eenfenomeen weer in gemakkelijk te interpreteren aaneen-gesloten ruimtelijke eenheden. Het belangrijkste nadeelvan een choropletenkaart is dat de oppervlakte van deruimtelijke eenheid (de statistische sector) niet in ver-houding staat met het bevolkingsaantal in die sector.Een mogelijke oplossing hiervoor is de censusdata weerte geven in een cartogram. In een cartogram worden deruimtelijke eenheden vergroot of verkleind in functievan het aantal inwoners in die eenheid. Dit geeft hetabsoluut belang van een fenomeen weer. De ruimtelijkeeenheden kunnen vervolgens ingekleurd worden vol-gens het relatief belang van het fenomeen (cf. Dorling,1996). De ingekleurde stippenkaarten in de Atlas vande bevolking van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ophet einde van de 20ste eeuw (Rousseau, 2000) kunnenworden beschouwd als een speciale vorm van een car-togram. Net als de cartogrammen zijn deze kaarten ech-ter moeilijk leesbaar en bezitten een aantal bijkomendenadelen (zie bijvoorbeeld Dykes & Unwin, 1998).Daarom werden ze in deze buurtatlas beperkt gebruikt.Om bij elke choropletenkaart toch een inschatting tekunnen maken van het aantal inwoners in de buurt, isde kaart van de totale bevolking (kaart 4) losbladig opcalque bijgevoegd. Eveneens werd bij de kaarten van deleeftijdsstructuur (kaarten 7 tot 12) een stippenkaarttoegevoegd. Die geeft het aantal inwoners van elke groteleeftijdsgroep weer.

    2. La carte pastilles

    La carte pastilles est utilise pour reprsenter la variationspatiale de nombres absolus. Le rayon de chaque pastille estproportionnel au nombre prsent.Pour des raisons de lisibilit, on a limit au minimum lacoloration des pastilles. Sur les cartes prsentant lvolutionde la population selon la nationalit (27 46), le bleuindique une baisse et le rouge une augmentation.

    Une carte choroplthe rend bien lintensit dun phnomnedans des units spatiales qui se jouxtent. Le principal dsa-vantage dune carte choroplthe est la surface de lunit spa-tiale (secteur statistique) qui nest pas en rapport avec lechiffre de la population dans ce secteur. Une solution possible ce problme serait de reprsenter les donnes de recense-ment dans un cartogramme. Celui-ci agrandit ou rduit lesunits spatiales en fonction du nombre dhabitants dans cetteunit. Cela reprsente limportance absolue dun phnom-ne. Ensuite, les units spatiales peuvent tre colores selonlimportance relative du phnomne (Dorling, 1996). Lescartes pastilles colores de lAtlas de la population de laRgion de Bruxelles Capitale la fin du 20ime sicle(Rousseau, 2000) peuvent tre considres comme uneforme spciale de cartogramme. Cependant, tout comme lescartogrammes, ces cartes sont difficiles lire et prsententdes dsavantages supplmentaires (voir par exemple Dykes& Unwin, 1998). Cest pour cela quon ne les utilise que demanire limite dans cet atlas des quartiers.Afin de pouvoir faire une estimation du nombre dhabitantspour chaque carte choroplthe, la carte de la populationtotale (carte 4) est ajoute en calque sur une feuille dta-che. On a galement ajout une carte pastilles aux cartesde la structure dge (cartes 7 12). Cela donne le nombredhabitants pour chaque grande catgorie dge.

    15

  • 16

    Brussels Hoofdstedelijk Gewest

    Statistische sectoren

    Rgion de Bruxelles-Capitale

    Secteurs statistiques

    Cartogr. : Interface Demography, Vrije Universiteit Brussel

    1

  • 17

    Brussels Hoofdstedelijk Gewest

    Statistische sectoren

    Rgion de Bruxelles-Capitale

    Secteurs statistiques

    2

    Cartogr. : Interface Demography, Vrije Universiteit Brussel

  • 18

    Brussels Hoofdstedelijk Gewest

    Groene zones, wateroppervlakken, verkeersassen

    Rgion de Bruxelles-Capitale

    Espaces verts, tendues deau, axes de communication

    Cartogr. : Interface Demography, Vrije Universiteit Brussel

    3

  • Referentiekaarten

    Op calque en kaart 1 zijn alle buurten genummerd pergemeente. De naam en de NIS-code van de buurt isopgenomen in bijlage.

    Bij de choropletenkaarten werden enkel de buurtenmet minstens 200 inwoners gekarteerd (dit geldt nietvoor de kaart van de bevolkingsdichtheid). Bij kleineaantallen wordt de kans op extreme proportionelewaarden immers groter. En deze kunnen het kaartbeeldverstoren. In totaal 606 buurten, verdeeld over de 19Brusselse gemeenten, tellen meer dan 200 inwoners (ziecalque en kaart 2).

    Ook is nog een referentiekaart bijgevoegd met de groe-ne zones, de wateroppervlakken en de belangrijksteverkeersassen (spoorwegen, openbare wegen) (cal-que en kaart 3).

    Cartes de rfrence

    Le calque et la carte 1 montrent tous les quartiers num-rots par commune. Le nom et le code INS du quartier sontrepris en annexe.

    Les cartes choropltes ne montrent que les quartiers avecau moins 200 habitants. (Cela ne sapplique pas la cartede la densit de la population). En effet, dans le cas de petitsnombres, la probabilit davoir des valeurs proportionnellesextrmes augmente, ce qui peut tronquer limage cartogra-phique. Un total de 606 quartiers, rpartis sur les 19 communes, etcomptant plus de 200 habitants (voir calque et carte n 2).

    Une carte de rfrence, avec les zones vertes, les surfacesdeau et les principaux axes de circulation (cheminsde fer, voies publiques) est galement jointe (calque etcarte 3).

    19

  • 1.3. Statistische sectoren

    Statistische sectoren (buurten) vormen het laagsteruimtelijke niveau waarvoor de gegevens van de volks-telling van 1 oktober 2001 beschikbaar zijn.De statistische sectoren werden naar aanleiding van devolkstelling van 1970 afgebakend op basis van sociale,economische en bouwkundige elementen (Van derHaegen & Brulard, 1972). Voor de volkstelling van1981 werden een aantal aanpassingen doorgevoerd (bij-voorbeeld een uitgebreidere identificatiecode en hetinpassen van wijzigingen ten gevolge van de gemeente-fusies van 1977).Ook in het kader van de volkstelling van 2001 werd deindeling in statistische sectoren door de AfdelingStatistiek (Nationaal Instituut voor de Statistiek - NIS)van de Federale Overheidsdienst Economie,Middenstand en Energie geactualiseerd. De grenzen vande sectoren werden gepdatet (bijvoorbeeld als gevolgvan wijzigingen in bebouwing of nieuwe infrastructuur-werken).In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werden de buur-ten Mijlenmeers en Neerpede (Anderlecht) in tweegesplitst. Het totaal aantal statistische sectoren in hetgewest evolueert bijgevolg van 722 naar 724. Daarnaastkregen 26 sectoren een andere code (zie bijlage).

    1.3. Secteurs statistiques

    Les secteurs statistiques (quartiers) forment le premierniveau spatial pour lequel les donnes du recensement du1er octobre 2001 sont disponibles. Suite au recensement de 1970, les secteurs statistiques ontt dlimits selon des lments sociaux, conomiques etarchitecturaux (Van der Haegen & Brulard, 1972). Pour lerecensement de 1981, on a effectu un certain nombredadaptations (par exemple un code didentification plustendu et linsertion de modifications suite la fusion descommunes de 1977).Dans le cadre du recensement de 2001, la rpartition en sec-teurs statistiques a encore t actualise par le DpartementStatistiques (Institut National des Statistiques INS) duService Public Fdral Economie, Classes Moyennes etEnergie). Les limites des secteurs ont t mises jour (parexemple suite des modifications dans la construction oudes nouveaux travaux dinfrastructure).Dans la Rgion de Bruxelles-Capitale, les quartiersMijlenmeers et Neerpede (Anderlecht) ont t scinds endeux, ce qui fait passer le nombre de quartiers dans la rgionde 722 724. En outre, 26 secteurs ont reu un nouveaucode (voir annexe).

    20

  • 2. De residentile differentiatie

    van de Brusselse bevolking

    Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is een mozaek vanbuurten met een heel eigen karakter. Dit is niet alleenhet resultaat van haar administratieve indeling in 19gemeenten met elk hun eigen geschiedenis van dorpenen kernen, maar ook van een langdurig proces van bin-nenlandse verhuisbewegingen, internationale migratiesen wisselwerkingen tussen de socio-economische sta-tus, de nationaliteit, de gezinskenmerken en anderedemografische kenmerken van de oorspronkelijke ende nieuwe buurtbewoners. De sterke diversiteit in cul-turele en etnische oorsprong van de migranten, desimultane aanwezigheid van arbeidsmigranten en vantalrijke welstellende en hoog opgeleide internationaleambtenaren en kaderpersoneel van multinationaleondernemingen heeft zich gent op een stad die al eendubbele culturele en taalkundige samenstelling had.Het resultaat is een bonte mengeling van buurten metzeer uiteenlopende kenmerken.Die grote diversiteit gaat echter gepaard met een sterkesegregatie naar socio-economische status en met eenduidelijke ruimtelijke differentiatie tussen de arme ach-tergestelde wijken en de welvarende stadsdelen. Ditbetekent niet dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewestenkel arme of rijke buurten telt. Integendeel: vele statis-tische sectoren kennen een vrij gediversifieerde bevol-king. De arme en rijke buurten geven aan de stad ech-ter een duidelijk sociaal-economisch woonpatroon.De basisstructuur van deze ruimtelijke segregatie heeftoude historische wortels. In de 18de eeuw was de stadBrussel nog beperkt tot de vijfhoek die de tweedeomwalling van de stad vormde. De stad was ingedeeldvolgens de verschillende ambachten. De bevolking metde laagste status woonde voornamelijk in het westen enin de zuidelijke tip van de vijfhoek.

    Gedurende de 19de eeuw en in de eerste helft van de20ste eeuw kende de stad een sterke expansie buiten depentagoon. Er ontwikkelde zich een grote industrileactiviteit waarvan de ruggengraat werd gevormd doorde kanaalzone en het oude stroomgebied van de Zennedie de stad van het zuidwesten naar het noordoostendoorkruist. De industriearbeiders en hun familie vestig-den zich langs deze as in de lager gelegen delen van destad (Billen & Duvosquel, 2000).

    Na de Tweede Wereldoorlog hebben suburbanisatie eneconomische ontwikkeling het stadsweefsel geleidelijkgetransformeerd.

    - De suburbanisatie van de Belgische bevolking begoneind jaren vijftig. Daardoor kwam woningruimte vrij

    2. La diffrenciation rsidentielle de

    la population bruxelloise

    La Rgion de Bruxelles-Capitale est une mosaque dequartiers avec des caractristiques qui leur sont propres.Ceci nest pas seulement le rsultat de sa rpartition admi-nistrative en 19 communes dont chacune a sa propre his-toire de village et de centre, mais dun long processus demigrations indignes, de migrations internationales et delinteraction entre le statut socio-conomique, la nationali-t, les caractristiques familiales et dautres caractris-tiques dmographiques des habitants dorigine et des nou-veaux habitants de ces quartiers. La forte diversit cultu-relle et ethnique dans lorigine des immigrs, la prsencesimultane de travailleurs immigrs et de nombreux fonc-tionnaires internationaux aiss et hautement qualifis estvenue se greffer sur une ville qui avait dj une doubleidentit culturelle et linguistique. Le rsultat est un mlan-ge htrogne avec des caractristiques trs diverses.Cette grande diversit saccompagne cependant dune fortesgrgation selon le statut socio-conomique et dune diff-renciation spatiale claire entre les quartiers pauvres dfa-voriss et les quartiers aiss. Cela ne signifie pas que laRgion de Bruxelles-Capitale ne prsente que des quartierspauvres et des quartiers riches. Bien au contraire, beau-coup de secteurs statistiques prsentent une populationassez diversifie. Les quartiers pauvres et riches donnent la ville un schma dhabitation clairement socio-cono-mique.La structure de base de cette sgrgation spatiale a devieilles racines historiques. Au 18ime sicle, Bruxellestait encore limite son pentagone form par la deuxi-me enceinte. La ville tait rpartie selon les diffrentsmtiers. La population au statut le plus bas habitait prin-cipalement louest et dans la pointe sud de la ville.

    Au 19ime sicle et pendant la premire moiti du 20imesicle, la ville connut une forte expansion en dehors dupentagone. Une forte activit industrielle se dveloppaautour de la zone du canal et du bassin fluvial de la Senne,qui traverse la ville du sud-ouest au nord-est. Les ouvriersindustriels et leur famille stablirent le long de cet axedans les parties plus basses de la ville (Billen & Duvosquel,2000).

    Aprs la deuxime guerre mondiale, la suburbanisation etle dveloppement conomique ont progressivement trans-form le tissu urbain.- La suburbanisation de la population belge a commenc

    la fin des annes cinquante. Ceci a libr de lespace delogement au centre ville, surtout dans les parties les plusanciennes, les quartiers douvriers et la couronne de mai-sons de matres du 19me sicle. Ces quartiers ontaccueilli les travailleurs immigrs qui, aprs la deuxime

    21

  • in de binnenstad en vooral in de oudste stadsdelen, dearbeiderswijken en de gordel van burgerhuizen uit de19de eeuw. Deze wijken werden de woonplaats van dearbeidsmigranten die na de Tweede Wereldoorlog envooral vanaf de Golden Sixties massaal naar Brusselkwamen. De arbeidsmigratie die aanvankelijk vooraluit de Zuid-Europese landen kwam, werd in de jarenzestig aangevuld met migranten uit de Maghreb en uitTurkije. Zij kwamen grotendeels in de vroegere arbei-derswijken langs het kanaal en in de burgerhuizen vande 19de-eeuwse gordel rond de binnenstad wonen.De migratiestop van 1974 heeft de arbeidsmigratiedoen opdrogen, wat echter niet belette dat nieuwemigranten naar Brussel kwamen door gezinshereni-ging en huwelijksmigratie. De toetreding van nieuwestaten tot de Europese Unie heeft ondertussen eenbonte mengeling van migranten naar de hoofdstadgeloodst. Deze migranten behoren grotendeels tot dehogere sociaal-economische groepen. Op het eindevan de 20ste eeuw kwam bovendien een sterkeinstroom van asielzoekers op gang. Die heeft de inter-nationale diversiteit van de hoofdstad nog versterkt.Samen met de Oost-Europeanen vormen zij de nieuw-ste migratiegolf in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

    - In 1961 waren er in Brussel nog 166.488 arbeidsplaat-sen in de industrie. Dit was meer dan in de industrie-stad Luik (99.671 arbeidsplaatsen) of in de haven vanAntwerpen (87.429 arbeidsplaatsen). Bij het beginvan de 21ste eeuw is in het Brussels HoofdstedelijkGewest het aantal arbeidsplaatsen in de industrieteruggevallen tot minder dan een vijfde van het aantalin 1961 (Jacobs, 2004). In dezelfde periode werd deadministratieve en vooral de internationale functie vande hoofdstad steeds belangrijker. De dienstensectorkende een sterke boom. Daarnaast ontstond eengrote vraag naar ongeschoolde arbeidskrachten. Deoude arbeiderswijken werden gaandeweg bevolktdoor arbeidsmigranten met wisselende nationaliteitenin functie van de verschuivingen in vraag en aanbodvan arbeid. Geleidelijk breidde hun aanwezigheid zichuit tot de 19de-eeuwse wijken van de middenklasseen van de burgerij in de gemeenten van de zogenaam-de eerste kroon rond Brussel-Stad. Aan de anderekant werden de reeds zeer welvarende gemeenten inhet zuidoosten de woonplaats van nieuwe welstellen-de migrantengroepen (goed betaalde ambtenaren enkaderleden). Een derde bewoningszone vormde zichvanaf het zuidwesten tot het noordoosten rondom de19de-eeuwse wijken. De bevolking is er nog overheer-send van Belgische origine en kent een oververtegen-woordiging van technici, geschoolde arbeiders enlagere bedienden. De persistentie van deze socio-eco-nomische opsplitsingen in het woonpatroon binnende hoofdstedelijke agglomeratie werd reeds in talrijke

    guerre mondiale et surtout partir des Golden Sixtiessont venus sinstaller en masse Bruxelles. La migrationde travailleurs, qui au dpart trouvait surtout son origi-ne dans les pays dEurope du Sud, fut complte ensuitepar des immigrs du Maghreb et de Turquie. Ces dernierssont surtout venus sinstaller dans les anciens quartiersdouvriers le long du canal et dans les maisons de matrede la couronne du 19ime sicle autour du centre. Larrtde limmigration de 1974 a stopp limmigration de tra-vailleurs, ce qui na pas empch dautres immigrationspar le regroupement familial et le mariage. Laccession denouveaux pays lUnion Europenne a galementconduit une diversification de notre capitale par lavenue de nouveaux immigrs. Ceux-ci font surtout partiede catgories socio-conomiques plus leves. A la fin du20ime sicle sest galement enclench un flux dedemandeurs dasile, qui a encore renforc la diversitinternationale de la capitale. Avec les Europens de lEst,ces demandeurs dasile forment la vague de migration laplus rcente dans la Rgion de Bruxelles-Capitale.

    - En 1961, il y avait encore 166.488 emplois dans lindus-trie, soit plus que dans la ville industrielle de Lige(99.671 emplois) ou que le port dAnvers (87.429emplois). Au dbut du 21ime sicle, le nombre demploisindustriels dans la Rgion de Bruxelles-Capitale nereprsente plus quun cinquime du nombre en 1961(Jacobs, 2004). Durant la mme priode, la fonctionadministrative et surtout internationale de la capitaledevint de plus en plus importante. Le secteur des servicesa connu un essor important. Il y eut de plus en plus dedemande pour des travailleurs non-qualifis. Les vieuxquartiers dimmigrs furent peupls au fur et mesurepar des travailleurs immigrs de diverses nationalits enfonction des changements dans loffre et la demande detravail. Peu peu, leur prsence sest tendue aux quar-tiers bourgeois et de classes moyennes du 19ime sicledans les communes de la dite premire couronne autourde Bruxelles-ville. De lautre ct, les communes dj trsriches du sud-est de Bruxelles accueillirent les nouveauxgroupes dimmigrs aiss (fonctionnaires et cadres bienpays). Une troisime zone dhabitation sest forme audpart du sud-ouest jusquau nord-est autour des quar-tiers du 19me sicle. La population y est encore principa-lement dorigine belge, et connat une surreprsentationde techniciens, de travailleurs qualifis et demploys debas niveau. La persistance de ces divisions socio-cono-miques dans le schma des logements Bruxelles a djt illustre dans de nombreuses tudes (De Lannoy,1978a en 1978b; Grimmeau et al, 1994; Kesteloot et al,1992; Lesthaeghe et al, 2001).

    - Des projets urbains grande chelle dans la foule delimplantation des institutions europennes ( partir de1960), le rasage du quartier nord (1973 et qui repren-

    22

  • studies gellustreerd (De Lannoy, 1978a en 1978b;Grimmeau et al, 1994; Kesteloot et al, 1992;Lesthaeghe et al, 2001).

    - Grootschalige stadsprojecten in het kielzog van deinplanting van de Europese instellingen (vanaf 1960),de kaalslag van de Noordwijk (1973- die pas een paardecennia later als nieuwe kantoorwijk vorm zal krij-gen) en de bouw van het HST station in Brussel-Zuid(2000) doorkruisen de spontane spreidingspatronen.

    - Dwars doorheen deze indeling heeft zich een nieuwezone ontwikkeld. Ze wordt gedomineerd door jongeafgestudeerde alleenstaanden die hetzij na hun studiesin Brussel zijn blijven wonen, hetzij aangetrokkenwerden door de tewerkstelling in de internationaleorganisaties. Deze zone strekt zich uit langs de as diede universiteiten ULB en VUB verbindt met de bin-nenstad. In de binnenstad deint ze verder uit tot aande westelijke rand van de vijfhoek en dringt zelfs bin-nen in de typische migrantenbuurten van Laag-Molenbeek en Kuregem. Ze is ook prominent aanwe-zig in de gemeente Sint-Gillis. De politiek van deplaatselijke overheden inzake stadsrenovatie en deontsluiting van industrile gebouwen voor loftprojec-ten spelen hierbij een belangrijke rol.

    dra forme seulement quelques dcennies plus tard commenouveau quartier de bureaux) et la construction de lagare TGV Bruxelles-midi rompent avec ces schmas derpartition spontans.

    - A travers cette rpartition sest dvelopp une nouvellezone, domine par des jeunes, seuls, qui soit aprs leurstudes sont rests Bruxelles, soit ont t attirs parlemploi dans des organisations internationales. Cettezone stend le long de laxe qui relie les universits ULBet VUB au centre ville. Au centre ville, elle va jusquaubord occidental du pentagone, o elle pntre mme dansles quartiers immigrs du Bas-Molenbeek et deCureghem, ainsi qu la commune de Saint-Gilles. Lapolitique des pouvoirs publics locaux en matire de rno-vation urbaine et lexploitation de btiments industrielspour des projets loft jouent un rle important dans cettevolution.

    23

  • 3. Demografische kenmerken

    3.1. Totale bevolking en

    bevolkingsdichtheid

    Het officile bevolkingscijfer van het BrusselsHoofdstedelijk Gewest bedroeg op het moment van devolkstelling van 2001 973.565 inwoners (dit komt overeenmet 9,5% van de Belgische bevolking).Alle personen ingeschreven in het Rijksregister geborenvr 1996 werden met een telformulier aangeschreven enwerden in dit cijfer opgenomen. Maar van ongeveer 10%werd het formulier niet of blanco teruggestuurd (zie kaart19). Daardoor is het bevolkingscijfer mogelijk overschat.Voor het merendeel gaat het om personen die tijdelijk inhet buitenland verblijven of die emigreerden zonder zichuit de bevolkingsregisters uit te schrijven. Hiertegenoverstaat echter dat in de volkstelling enkel de bevolking de jure(de bevolking ingeschreven in de bevolkingsregisters) isopgenomen . De feitelijke (de facto) bevolking bevat ookpersonen die niet in de bevolkingsregisters zijn opgeno-men. Diplomatiek personeel, personen verbonden aanniet-Europese internationale instellingen en aan de NAVOworden niet bij de bevolking de jure geteld. Ook wie alsasielzoeker nog de erkenningsprocedure moet doorlopen,wordt sinds februari 1995 niet meer in de bevolkingsregis-ters ingeschreven, maar in een apart register (het wachtre-gister) opgenomen. Op 1 januari 2001 waren 44.316 per-sonen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ingeschrevenin het wachtregister (Henau, 2002). Verder wonen er nogverscheidene tienduizenden personen die niet tot deBrusselse bevolking worden gerekend. Studenten vanhogescholen en universiteiten die in de hoofdstad verblij-ven, zijn er doorgaans niet ingeschreven. Ook vreemdelin-gen met een toeristenvisum (in 2001 vooral uit Polen enandere Oost-Europese landen) en vreemdelingen uit ande-re Schengen-landen (vooral Fransen en Nederlanders) diezich niet inschrijven omdat ze slechts tijdelijk in ons landverblijven, zijn niet bij de bevolking de jure geteld.Men mag dus aannemen dat de feitelijke bevolking van hetBrussels Hoofdstedelijk Gewest ongetwijfeld hoger dan 1miljoen inwoners ligt en dat het werkelijk bevolkingsaantalwellicht het historische maximum van 1.079.181 inwonersdat in 1968 werd bereikt, overschrijdt.Inmiddels (1-1-2005) bedraagt ook het ingeschreven inwo-neraantal (de jure) van het Brussels Hoofdstedelijk Gewestmeer dan 1 miljoen (tabel 1).

    Het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,dat uit 19 gemeenten bestaat, omvat 16.138 hectare (161,4km2). De gemiddelde bevolkingsdichtheid van het gewestbedraagt dus 60 inwoners per hectare (6033 inwoners perkm2). Op gemeentelijk niveau schommelt het bevolkings-

    3. Caractristiques dmographiques

    3.1. Population totale et densit

    de population

    Au moment du recensement de 2001, le chiffre officiel de lapopulation de la Rgion de Bruxelles-Capitale tait de973.565 habitants (soit 9,5% de la population belge).Toute personne inscrite dans le registre national et ne avant1996 a reu un formulaire de comptage et a t reprise dansce chiffre. Cependant, 10% de ces personnes na pas renvoyle formulaire, ou la renvoy sans lavoir rempli (voir carte19). Ainsi le chiffre est peut-tre surestim. Pour la plupart,il sagit de personnes qui rsident temporairement ltran-ger ou qui ont migr sans se faire rayer des registres depopulation. En revanche, le recensement ne reprend que lapopulation de jure (inscrite dans les registres de population).La population relle (de facto) contient galement des per-sonnes qui ne sont pas reprises dans les registres de popula-tion.. Le personnel diplomatique, les personnes travaillantdans des institutions internationales non-europennes et lOTAN ne sont pas comptes parmi la population de jure.Les demandeurs dasile qui sont en instance de reconnais-sance ne figurent pas non plus dans les registres de popula-tion depuis fvrier 1995, mais dans un registre spar(registre dattente). Au premier janvier 2001, 44.316 per-sonnes taient inscrites dans le registre dattente dans laRgion de Bruxelles-Capitale (Henau, 2002). A cela sajou-tent encore plusieurs dizaines de milliers de personnes qui nesont pas comptes parmi la population bruxelloise. En effet,les tudiants des coles suprieures et des universits quirsident dans la capitale ne sont pas inscrits. Par ailleurs, lestrangers disposant dun visa touristique (en 2001 surtoutdes ressortissants polonais et dautres pays de lEurope delEst) et des trangers provenant dautres pays Schengen(surtout de France et des Pays-Bas), qui ne sinscrivent pasen raison de leur sjour temporaire, ne sont pas comptsparmi la population de jure.On peut donc considrer que la population de fait de laRgion de Bruxelles-Capitale dpasse le million dhabitantset certainement aussi le record historique de 1.079.181atteint en 1968.Actuellement, (1-1-2005) le nombre dhabitants inscrits (dejure) de la Rgion de Bruxelles-Capitale se monte plusdun million (tableau 1). Le territoire de la Rgion de Bruxelles-Capitale, qui se com-pose de 19 communes, comporte 16.138 hectares (161,4km2). La densit de population moyenne de la rgion estdonc de 60 habitants par hectare (6033 habitants par km2).Au niveau communal, le nombre dhabitants fluctue ente16.551 (Koekelberg) et 135.875 (Bruxelles ville), et lessuperficies entre 1,1 km2 (Saint-Josse-ten-Noode) et 32,6km2 (Bruxelles-Ville) (tableau 1).

    24

  • aantal tussen 16.551 (Koekelberg) en 135.875 (Brussel-Stad), en de oppervlakte tussen 1,1 km2 (Sint-Joost-ten-Node) en 32,6 km2 (Brussel-Stad) (tabel 1).De bevolkingsdichtheid in de gemeenten varieert van20.000 inwoners per km2 in Sint-Joost-ten-Node tot 1.800inwoners per km2 in Watermaal-Bosvoorde (het Zoninbosmaakt een belangrijk deel van haar grondgebied uit). Ofomgekeerd: in Sint-Joost-ten-Node beschikt iedere (inge-schreven) inwoner over 50 m2 en in Watermaal-Bosvoordeover 555 m2. Die variatie van dichtheden is nog sterker bin-nen iedere gemeente en wordt gellustreerd in de kaartenvan het absoluut aantal inwoners en de bevolkingsdicht-heid per statistische sector (kaarten 4 en 5) blijkt dat deruimtelijke spreiding van de bevolking in het BrusselsHoofdstedelijk Gewest een concentrische structuur heeft.We kunnen drie zones onderscheiden:

    1) De centraal gelegen kantorenwijk met een geringewoonfunctie in het oostelijk deel van de vijfhoek metuitlopers naar het noorden (Noordwijk) en het oosten(Leopolds- en Europawijk).

    2) Een aangrenzende ringzone van dichtbebouwde stedelij-ke wijken, in het noorden en zuidwesten onderbrokendoor de kanaal- en industriezone. Het westelijk deel vande vijfhoek behoort hier ook toe.De hoogste dichtheden komen voor in de 19de-eeuwsewijken aan de rand van de binnenstad: het lager gelegendeel van Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Gillis, het oostelijkdeel van Sint-Joost-ten-Node met daarop aansluitendhet zuidwesten van Schaarbeek.Deze zones maken deel uit van het kerngedeelte van deagglomeratie met de gemeenten van de eerste kroonrond de vijfhoek die allen een bevolkingsdichtheid heb-ben van meer dan 10.000 inwoners per km2.

    3) Een perifere zone met een geringere bevolkingsdicht-heid. Deze wordt gekenmerkt door de aanwezigheid vangrote villabuurten en groenzones (Zoninwoud, de par-ken van Laken en Woluwe, het tentoonstellingspark, deJetse bossen, het landelijke Neerpede).De gemeenten van de tweede kroon in het zuidwesten(Ukkel, Watermaal-Bosvoorde, Oudergem en Sint-Pieters-Woluwe) kennen de laagste bevolkingsdichtheid. Sint-Lambrechts-Woluwe, Evere en Vorst nemen een tussenpo-sitie in. In het westen kennen de gemeenten Anderlecht,Jette, en in mindere mate Sint-Jans-Molenbeek een zeerongelijke bevolkingsspreiding met een dichtbevolktgedeelte in en rond het centrum. Sint-Agatha-Berchemheeft een relatief lage bevolkingsdichtheid.Een paar gesoleerde statistische sectoren hebben eenzeer hoge dichtheid. Dit zijn bijvoorbeeld hoogbouw-wijken als blokken Sint-Vincentius in Evere. Met 441inwoners per hectare heeft deze de hoogste bevolkings-dichtheid van alle buurten.

    La densit de la population dans les communes varie entre20.000 habitants par km2 Saint-Josse-ten-Noode et 1.800habitants par km2 Watermael-Boitsfort (la Fort deSoignes constitue une grande partie de son territoire).Autrement dit, Saint-Josse-ten-Noode, chaque habitant(inscrit) dispose de 50 m2 et Watermael-Boitsfort, de555 m2. Cette variation des densits est encore plus fortedans chaque commune et sillustre sur les cartes montrant lenombre absolu dhabitants et la densit de la popula-tion par secteur statistique (cartes 4 et 5), dont il ressort quela rpartition spatiale de la population dans la Rgion deBruxelles-Capitale a une structure concentrique. Trois zonespeuvent tre distingues:

    1) Le quartier de bureaux au centre, dont la fonction delogement est peu importante dans la partie orientale dupentagone, avec des pointes au nord (quartier nord) et lest (quartier Lopold et quartier europen).

    2) Une ceinture adjacente de quartiers fortement urbanissdans le nord et le sud-ouest, entrecoupe par la zone ducanal et la zone industrielle, qui comprend galement lapartie occidentale du pentagone.Les plus grandes densits se trouvent dans les quartiersdu 19me sicle au bord du centre-ville: la partie basse deMolenbeek-Saint-Jean, Saint-Gilles, la partie orientale deSaint-Josse-Ten-Noode et juste ct le sud-ouest deSchaerbeek.Ces zones font partie du noyau de lagglomration avecles communes de la premire couronne autour du penta-gone qui ont toutes une densit de population de plus de10.000 habitants par km2.

    3) Zone priphrique avec une faible densit de population.Celle-ci est caractrise par la prsence de grands quar-tiers de villas (Fort de Soignes, les parcs de Laeken etWoluw, le Parc des Expositions, les bois de Jette, leNeerpede campagnard).Les communes de la deuxime couronne dans le sud-ouest (Uccle, Watermael-Boitsfort, Auderghem etWoluwe-Saint-Pierre connaissent la densit la plus basse.Woluwe-Saint-Lambert, Evere et Fort prennent uneposition intermdiaire. A louest, les communesdAnderlecht, de Jette et dans une moindre mesureMolenbeek-Saint-Jean connaissent une rpartition de lapopulation trs ingale, avec une partie densment peu-ple dans le centre et ses alentours. Berchem-Sainte-Agathe a une densit de population relativement basse. Quelques secteurs statistiques isols ont une densit trsleve, tels que par exemple les blocs Saint-Vincent Evere. Avec 441 habitants par hectare, ceux-ci ont ladensit de population la plus leve de tous les quartiers.

    25

  • 26

    Bron: NIS, Algemene socio-economische enqute 2001Source: INS, Enqute socio-conomique gnrale 2001

    Cartogr. : Interface Demography, Vrije Universiteit Brussel

    1/10/2001

    Totale bevolking Population totale4

  • 27

    Bron: NIS, Algemene socio-economische enqute 2001Source: INS, Enqute socio-conomique gnrale 2001

    Cartogr. : Interface Demography, Vrije Universiteit Brussel

    1/10/2001

    Bevolkingsdichtheid Densit de la population5

  • 3.2. Bevolkingsevolutie

    1991-2001

    Tussen de volkstellingen van 1991 en 2001 zijn er inhet Brussels Hoofdstedelijk Gewest bijna 20.000 inwo-ners bijgekomen (+2,0%). De bevolking nam toe in 13van de 19 Brusselse gemeenten (tabel 1). Sint-Agatha-Berchem, Evere en Sint-Jans-Molenbeek hebben nuzelfs meer inwoners dan tijdens hun respectievelijkebevolkingsmaxima in 1972, 1985 en 1977 (De Lannoyet al., 1999).

    3.2. Evolution de la population

    1991-2001

    Entre les recensements de 1991 et de 2001, presque 20.000habitants se sont rajouts dans la Rgion de Bruxelles-Capitale (+2%). La population a augment dans 13 des 19communes (tableau 1). Actuellement, Berchem-Sainte-Agathe, Evere et Molenbeek-Saint-Jean ont mme plus dha-bitants que leurs maxima respectifs de 1972, 1985 et 1977(De Lannoy et al., 1999).

    28

    Tabel 1: Oppervlakte en bevolkingsaantal per gemeente van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 1-3-1991, 1-10-2001 en 1-1-2005

    Tableau 1: Superficie et population par commune de la Rgion de Bruxelles-Capitale au 1-3-1991; 1-10-2001 et 1-1-2005

    Bevolking op Index OppervlaktePopulation au Indice Superficie

    1-3-1991 1-10-2001 1-1-2005 91-01 (km2)(a) (b) (b/a*100)

    Anderlecht 87.884 89.725 93.808 102,1 17,7Oudergem/Auderghem 29.224 29.120 29.265 99,6 10,5Sint-Agatha-BerchemBerchem-Ste-Agathe 18.489 19.226 19.968 104,0 2,9Brussel/Bruxelles 136.424 135.875 142.853 99,6 32,6Etterbeek 38.894 40.085 41.097 103,1 3,1Evere 29.229 31.963 33.069 109,4 5,0Vorst/Forest 46.437 46.603 47.555 100,4 6,2Ganshoren 20.422 20.065 20.609 98,3 2,5Elsene/Ixelles 72.610 73.603 77.729 101,4 6,3Jette 38.423 40.701 42.250 105,9 5,0Koekelberg 16.136 16.551 17.721 102,6 1,2Sint-Jans-MolenbeekMolenbeek-St-Jean 68.759 74.201 78.520 107,9 5,9Sint-Gillis/Saint Gilles 42.684 42.601 43.733 99,8 2,5Sint-Joost-ten-NodeSaint-Josse-ten-Noode 21.317 22.284 23.142 104,5 1,1Schaarbeek/Schaerbeek 102.702 107.488 110.375 104,7 8,1Ukkel/Uccle 73.721 74.528 74.976 101,1 22,9Watermaal-BosvoordeWatermael-Boitsfort 24.567 24.587 24.314 100,1 12,9Sint-Lambrechts-WoluweWoluwe-Saint-Lambert 47.963 46.501 47.845 97,0 7,2Sint-Pieters-WoluweWoluwe-Saint-Pierre 38.160 37.858 37.920 99,2 8,9

    Brussels HoofdstedelijkGewestRgion de Bruxelles-Capitale 954.045 973.565 1.006.749 102,0 161,4

    Bron: NIS, Algemene socio-economische enqute 2001, volkstelling 1991 en Bevolkingsstatistieken

    Source INS, Enqute socio-conomique gnrale 2001, recensement 1991 et Statistiques dmographiques

  • Tussen 1968 en halverwege de jaren 90 kende deBrusselse bevolking een gestage afname ten gevolge vansuburbanisatie. Die ontvolking werd slechts gedeeltelijkgecompenseerd door buitenlandse immigratie. Pas inhet midden van de jaren 90 begon de bevolking terugaan te groeien. De grootste groei vond plaats in hetbegin van het nieuwe millenium (+14.000 in 2001). Ditis voor een groot deel een gevolg van de regularisatievan illegale vreemdelingen (Willaert, 2003).Geregulariseerden werden in de bevolkingsstatistiekenopgenomen onder de categorien verandering vanregister (zij die reeds ingeschreven waren in het wacht-register) en buitenlandse immigratie (zij die voordienniet in het wachtregister ingeschreven stonden).

    Bij de evolutie van het bevolkingsaantal in de voorbije10 jaar is de invloed van migratiebewegingen en denatuurlijke aangroei ongeveer even groot (figuur 1). Hetmigratiesaldo van de Belgen is gedurende de hele perio-de sterk negatief, maar wordt voor drie vierden goedgemaakt door het positief migratiesaldo (vestigingsover-schot) van vreemdelingen. In dat vestigingsoverschot iswel de pseudo-immigratie van geregulariseerdeninbegrepen. Anderzijds wordt de negatieve natuurlijkeaangroei (sterfte-overschot) van de Belgen meer dangecompenseerd door de positieve natuurlijke aangroei(geboortenoverschot) van de vreemdelingen.

    Entre 1968 et au milieu des annes 90, la populationbruxelloise a connu une baisse constante en raison de la sub-urbanisation. Ce dpeuplement fut partiellement compenspar limmigration trangre. Ce nest quau milieu desannes 90 que la population sest remise augmenter. Laplus grande croissance sest fait sentir au dbut du nouveaumillnaire (+14.000 en 2001), ce qui peut tre largementattribu la rgularisation dtrangers illgaux (Willaert,2003). Les rgulariss ont t repris dans les statistiques depopulation sous les catgories changement de registre (ceuxqui taient dj inscrits dans le registre dattente) et immi-gration trangre (ceux qui ntaient pas inscrits dans leregistre dattente auparavant).

    Dans lvolution du nombre dhabitants durant cette derni-re dcennie, linfluence de la croissance naturelle et des mou-vements migratoires est peu prs gale (figure 1). Le soldede migration des belges est fort ngatif pendant toute lapriode, mais est compens pour trois quarts par le solde demigration positif (excdent dtablissement) dtrangers.Cest excdent dtablissement comprend cependant lapseudo-immigration des rgulariss. Par ailleurs, la crois-sance naturelle ngative (solde de mortalit) des belges estplus que compense par la croissance naturelle positive(excdent de naissances) des trangers.

    29

    Figuur 1: Bevolkingsevolutie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tussen 1-1-1991 en 1-1-2002 Figure 1: Evolution de la population en Rgion de Bruxelles-Capitale entre le 1-1-1991 et le 1-1-2002

    natuurlijke aangroei / accroissement naturel -3.429

    migratiesaldo / solde migratoire -87.340

    saldo nationaliteitswijziging / solde changement de nationalit +122.964

    statistische aanpassing / ajustement statistique -45

    verandering van register / changement de registre +460

    natuurlijke aangroei / accroissement naturel +28.760

    migratiesaldo / solde migratoire +66.550

    saldo nationaliteitswijziging / solde changement de nationalit -122.964

    statistische aanpassing / ajustement statistique +4.949

    verandering van register / changement de registre +8.155

    Totale aangroeiAccroissement total

    32.610BelgenBelges

    718.34

    TotaalTotal

    978.384

    VreemdelingenEtrangers

    260.040

    BelgenBelges

    685.734

    TotaalTotal

    960.324

    VreemdelingenEtrangers

    274.590Totale vermindering

    Diminution totale

    -14.550

    1/1/1991 1/1/2002

    (Bron: NIS, Bevolkingsstatistieken)

    (Source : INS, Statistiques dmographiques)

  • 3.3. Demografische samenstelling

    3.3.1. Geslachtsverhouding

    De geslachtsverhouding is de meest vrouwelijke van dedrie gewesten. De feminiteitsindex van Brusselbedraagt 109 vrouwen voor 100 mannen. In Walloni isdat 106 en in Vlaanderen 103.Het overwicht aan vrouwen in de bevolking is hetgevolg van de hogere levensverwachting van vrouwen.De verschillen tussen de gewesten onderling zijn wel-licht mee het resultaat van verschillen in levensver-wachting en geslachtsspecifieke migratie. Door hetmannelijk overschot bij de geboorte vertonen de drieregios voor de jongste leeftijden een vrij gelijklopendpatroon van iets meer dan 104 mannen voor 100 vrou-wen. Terwijl de geslachtsverhouding in Vlaanderen enWalloni zeer geleidelijk daalt, ontstaat in Brussel in deleeftijdsgroep van 18 tot 28 jaar een vrouwelijk over-wicht. Vanaf 29 jaar zijn de mannen er terug in demeerderheid. Bij de dertigers keert het fenomeen zichom en vertoont Brussel een hoger overschot aan man-nen dan de andere regios. Reeds vanaf de leeftijd van 40jaar is er opnieuw een vrouwelijk overwicht. InVlaanderen ontstaat er pas boven de 60 jaar een vrou-welijk overschot.De Brusselse geslachtsverhouding is het resultaat vaneen complex samenspel van diverse factoren:- Traditioneel zorgt arbeidsmigratie voor een daling van

    de feminiteitsindex. Een deel van de mannelijkearbeidsmigranten komt alleen en wordt nooit gevolgddoor een echtgenote uit het land van herkomst. Ditwas in het verleden duidelijk het geval voor deMarokkaanse, Turkse en Italiaanse gemeenschap.Behalve bij de Turken bleef het mannelijke overwichtbij de volwassenen in deze nationaliteiten tot op van-daag dominant. Brussel is een stad gebleven met eenhoge instroom aan migranten, maar het gaat al langniet meer om de klassieke arbeidsmigratie. Veel vluch-telingen en internationale ambtenaren of kaderledenkomen met hun gezin. Ook bij de alleenstaandenkomen steeds meer vrouwen voor.

    - Mannen zijn in Brussel gemiddeld iets ouder dan hunvrouwelijke partner (figuren 2 en 3). Dit draagt deelsbij tot het vrouwenoverschot bij de twintigjarigen enhet mannelijk overschot boven de leeftijd van 30 jaar.

    - Over alle leeftijdsgroepen heen telt Brussel een zeergroot aantal alleenstaande moeders. Er is eveneens eenaanzienlijk overschot van uit de echt gescheiden vrou-wen. Dit komt bovenop het groot overschot aanweduwen als gevolg van de hogere levensverwachtingvan vrouwen.

    3.3. Composition dmographique

    3.3.1. Proportion des sexes

    La proportion des femmes est la plus leve des trois rgions.Lindex de fminit de Bruxelles est de 109 femmes pour100 hommes. En Wallonie il est de 103 et en Flandre de 106. La majorit des femmes dans la population est due lesp-rance de vie plus longue des femmes. Les diffrences entre les rgions sont aussi le rsultat de ladiffrence desprance de vie et de migration spcifique ausexe. En raison de lexcdent masculin la naissance, lestrois rgions prsentent, pour les catgories dge moins le-ves, un schma assez similaire de plus de 104 hommes pour100 femmes. Alors que le rapport des sexes en Flandre et enWallonie baisse progressivement, une majorit fminine sedclare Bruxelles dans la catgorie dge des 18 28 ans.A partir de 29 ans, les hommes sont nouveau en majorit.Le phnomne sinverse pour les trentenaires et Bruxellesmontre un plus grand excdent dhommes que les autresrgions. A partir de 40 ans, la majorit est nouveau fmi-nine. En Flandre, un phnomne dexcdent de femmes sedclare aprs 60 ans.Le rapport des sexes Bruxelles est le rsultat dun concourscomplexe de dverses circonstances- Traditionnellement, la migration de travailleurs provoque

    une baisse de lindex de fminit. Une partie des tra-vailleurs vient seul; sans jamais tre suivis de leurs pousesrestes dans leur pays dorigine. Dans le pass, ce fut sur-tout le cas pour la communaut marocaine, turque et ita-lienne. Sauf pour les Turcs, cette majorit masculine estreste dominante jusqu aujourdhui auprs des adultes deces communauts. Lafflux dimmigrs est rest trs lev Bruxelles, mais depuis bien longtemps il ne sagit plus demigration classique de travailleurs. Beaucoup de cher-cheurs dasile et de fonctionnaires ou cadres internatio-naux arivent avec leur famille. De plus, le nombre defemmes augmente parmi les gens seuls.

    - En moyenne, les hommes Bruxelles sont un peu plus gsque leurs partenaires fminines (figures 2 et 3). Celacontribue partiellement lexcdent de femmes parmiceux de 20 ans et lexcdent dhommes au dessus de 30ans.

    - Pour toutes les catgories dge Bruxelles compte un grandnombre de mres seules. Il y a galement un importantexcdent de femmes divorces. Cela sajoute limportantexcdent de veuves conscutif lesprance de vie plus le-ve des femmes.

    30

  • Figuur 2: Aantal gehuwde personen naar geslacht en leeftijd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 1-10-2001,

    Figure 2 Nombre de personnes maries selon le sexe et lge en Rgion de Bruxelles-Capitale, 1-10-2001

    31

    Figuur 3: Aantal samenwonende personen naar geslacht en leeftijd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 1-10-2001

    Figure 3: Nombre de personnes cohabitantes selon le sexe et lge en Rgion de Bruxelles-Capitale 1-10-2001

  • 32

    1/10/2001

    Feminiteitsindex Rapport de fminit

    Bron: NIS, Algemene socio-economische enqute 2001Source: INS, Enqute socio-conomique gnrale 2001

    Cartogr. : Interface Demography, Vrije Universiteit Brussel

    6

  • Het ruimtelijk patroon van de feminiteitsindex wordtweergegeven op kaart 6.Het vrouwenoverschot is het meest uitgesproken in deperiferie, waar de wijken met een oude bevolking zijngesitueerd. Buurten met rust- en verzorgingstehuizenvoor bejaarden horen daar ook bij.In de vijfhoek en aanpalende buurten (vooral in Laag-Molenbeek en in de Kuregemwijk in Anderlecht), langsde kanaalzone en in een klein aantal andere buurten(o.a. Haren-Zuid) is er een mannenoverschot. Deze wij-ken worden gekenmerkt door een jonge bevolking eneen intense internationale migratie.De campussen van de ULB/VUB (Elsene) en de UCL(Sint-Lambrechts-Woluwe) zijn bijzondere gevallen.Hier zijn hoofdzakelijk buitenlandse studenten gedomi-cilieerd. De mannelijke studenten zijn daarbij duidelijkin de meerderheid.

    3.3.2. Leeftijdsstructuur van de bevolking

    In 1970 had het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nog deoudste bevolkingsstructuur van de drie gewesten. Vande 43 Belgische arrondissementen had Brussel toen delaagste proportie 0 tot 14-jarigen en 15 tot 20-jarigen,en de hoogste proportie 21 tot 64-jarigen. Ook het aan-deel 65-plussers was er zeer hoog (De Lannoy, 1978a).De nieuwkomers hebben gezorgd voor een aanzienlijkeverjonging van de bevolking en een toename van hetaantal huishoudens met jonge kinderen. De leeftijdsop-bouw van de Brusselse bevolking verschilt tegenwoor-dig nog maar weinig met deze van het Rijk (tabel 2).Het aandeel jongeren (0-17 jaar) en bejaarden (65+) isvrijwel gelijk. Enkel het aandeel 18 tot 34-jarigen is sig-nificant hoger dan het Belgisch gemiddelde, terwijl deproportie 35 tot 64-jarigen iets minder groot is.

    La carte 6 montre la tendance spatiale de lindex defminit.Lexcdent de femmes est le plus prononc dans la priph-rie, ou se trouvent les quartiers avec une population ge,ainsi que les quartiers accueillant des homes et des maisonsde repos.Dans le pentagone et les quartiers adjacents, le bas-Molenbeek et Cureghem Anderlecht, le long du canal etquelques autres quartiers (e.a. Haren-sud) prsentent unexcdent dhommes. Ils sont en effet caractriss par unepopulation jeune et une migration internationale intense.Les campus de lULB/VUB (Ixelles) et de lUCL (Woluwe-Saint-Lambert) sont des cas particuliers). Ils abritent sur-tout des tudiants trangers, avec une claire majorit dtu-diants masculins.

    3.3.2. Structure dge de la population

    En 1970, la Rgion de Bruxelles-Capitale prsentait encorela structure de population la plus ge parmi les 3 rgions.Bruxelles avait alors la proportion la plus basse de 0-14 anset de 15-20 ans, et la proportion la plus leve de 21-64 ans.La proportion des 65 + y tait galement trs leve (DeLannoy, 1978a).Les nouveaux arrivants ont considrablement rajeuni lapopulation et contribu augmenter le nombre de mnagesavec jeunes enfants. Actuellement, la structure dge de lapopulation bruxelloise ne diffre que trs peu de celle dupays (tableau 2). La part de jeunes (0-17 ans) et de per-sonnes ges (65+) est cependant gale. En revanche, la partdes 18-34 ans est significativement plus leve que lamoyenne belge, alors que la proportion des 35-64 ans est unpeu moins leve.

    33

    0-17 jaar 18-34 jaar 35-44 jaar 45-64 jaar 65 jaar en +0-17 ans(%) 18-34 ans(%) 35-44 ans(%) 45-64 ans(%) 65 ans et +(%)

    BHG/RBC 21,3 26,0 14,8 21,6 16,4Belgi/Belgique 21,0 22,3 15,6 24,2 16,9

    Bron: NIS, Algemene socio-economische enqute 2001

    Source INS, Enqute socio-conomique gnrale 2001

    Tabel 2: Leeftijdsopbouw van de bevolking in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in Belgi, 1-10-2001

    Tableau 2: Structure des ges de la population en Rgion de Bruxelles-Capitale et en Belgique, 1-10-2001

  • Er zijn grote verschillen in leeftijdsstructuur binnen hetBrussels Hoofdstedelijk Gewest. De aanwezigheid vaninwoners van buitenlandse afkomst (zie verder) speeltdaarbij een belangrijke rol. Zij vertonen immers jonge-re leeftijdsopbouw dan de Belgen (tabel 3; figuur 4).Ten eerste is het percentage 65-plussers veel kleiner danbij de Belgische bevolking. Daarnaast hebben vooralpersonen van Turkse en Marokkaanse afkomst eenhogere vruchtbaarheid, waardoor ze een verjongendeffect uitoefenen op de stad.

    La structure dge au sein de la Rgion de Bruxelles-Capitale prsente dimportantes diffrences. La prsencedhabitants dorigine trangre y est pour quelque chose(voir plus loin). Ceux-ci ont effet une structure dge plusjeune que celle des belges (tableau 3, figure 4).Premirement le pourcentage de 65-+ est beaucoup moinsimportant que chez les Belges. De plus, les personnes dori-gine turque et marocaine sont plus fertiles, exerant ainsi uneffet rajeunissant sur la ville.

    34

    Tabel 3: Leeftijdsopbouw van de bevolking in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, opgedeeld naar huidige nationaliteit (Belgen vs. vreemdelingen) en nationaliteit van oorsprong, 1-10-2001

    Tableau 3: Structure des ges de la population en Rgion de Bruxelles-Capitale selon la nationali actuelle Belges et trangers) et la nationalit dorigine, 1-10-2001

    0-17 jaar 18-34 jaar 35-44 jaar 45-64 jaar 65+ jaar Totaal aantal 0-17 ans 18-34 ans 35-44 ans 45-64 ans 65+ ans inwoners

    (%) (%) (%) (%) (%) Nombre total d habitants

    Belgen/Belges 22,6 22,9 13,1 21,8 19,6 712 942Vreemdelingen/Etrangers 17,7 34,4 19,5 21,0 7,5 260 623Belgische nationaliteit van oorsprong/ Nationalit dorigine belge 16,2 20,7 13,7 24,8 24,6 522 423Buitenlandse nationaliteit van oorsprong/ Nationalit dorigine trangre 27,2 32,0 16,1 17,8 6,8 451 142

    Bron: NIS, Algemene socio-economische enqute 2001 en Rijksregister

    Source : INS, Enqute socio-conomique gnrale 2001 et Registre national

  • Kaarten 7 tot 12 met de absolute aantallen en de pro-porties jongeren, jongvolwassenen en bejaarden in detotale bevolking tonen de ruimtelijke implicaties vandeze verschillende leeftijdsopbouw.

    - Jongeren (0 tot 17-jarigen) zijn het sterkst vertegen-woordigd in de sikkelvormige zone rond de binnen-stad die vertrekt van het centrum van Sint-Gillis, deSint-Antoniuswijk in Vorst en de Marollen, en looptover Kuregem en Laag-Molenbeek tot de Noordwijken het aangrenzende gedeelte van Schaarbeek. Hierwonen voornamelijk Marokkanen en Turken (ziekaarten 27, 37, 47 en 48).

    Les cartes 7 12 avec les chiffres absolus et les proportionsde jeunes, de jeunes adultes et de personnes ges dans lapopulation totale montrent les implications spatiales de cettestructure dge.

    - Les jeunes (0 17 ans) sont le mieux reprsents la zonecroissant qui entoure le centre ville, partant du centre deSaint-Gilles, du quartier Saint-Antoine Fort et desMarolles, et passant par Cureghem et le bas-Molenbeekjusquau quartier nord et la partie adjacente deSchaerbeek. Cette zone accueille principalement desMarocains et des Turcs (voir cartes 27, 37, 47 et 48).

    35

    Figuur 4: Leeftijdspiramide van de bevolking met de Belgische en vreemde nationaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 1-10-2001

    Figure 4 Pyramide des ges de la population de nationalit belge et trangre en Rgion de Bruxelles-Capitale, 1-10-2001

    (Bron: NIS, Algemene socio-economische enqute 2001)

    (Source, INS, Enqute socio-conomique gnrale-2001)

  • 36

    1/10/2001

    Leeftijdsstructuur van de bevolking

    0-17 jaar

    La structure dage de la population

    0-17 ans

    Bron: NIS, Algemene socio-economische enqute 2001Source: INS, Enqute socio-conomique gnrale 2001

    Cartogr. : Interface Demography, Vrije Universiteit Brussel

    8

  • 37

    Bron: NIS, Algemene socio-economische enqute 2001Source: INS, Enqute socio-conomique gnrale 2001

    Cartogr. : Interface Demography, Vrije Universiteit Brussel

    1/10/2001

    Leeftijdsstructuur van de bevolking

    0-17 jaar

    La structure dge de la population

    0-17 ans

    7

  • 38

    Bron: NIS, Algemene socio-economische enqute 2001Source: INS, Enqute socio-conomique gnrale 2001

    Cartogr. : Interface Demography, Vrije Universiteit Brussel

    1/10/2001

    Leeftijdsstructuur van de bevolking

    18-34 jaar

    La structure dge de la population

    18-34 ans

    10

  • 1/10/2001

    Leeftijdsstructuur van de bevolking

    18-34 jaar

    La structure dge de la population

    18-34 ans

    9

    39

    Bron: NIS, Algemene socio-economische enqute 2001Source: INS, Enqute socio-conomique gnrale 2001

    Cartogr. : Interface Demography, Vrije Universiteit Brussel

  • 1/10/2001

    Leeftijdsstructuur van de bevolking

    65 jaar en meer

    La structure dge de la population

    65 ans et plus

    12

    40

    Bron: NIS, Algemene socio-economische enqute 2001Source: INS, Enqute socio-conomique gnrale 2001

    Cartogr. : Interface Demography, Vrije Universiteit Brussel

  • 1/10/2001

    41

    Leeftijdsstructuur van de bevolking

    65 jaar en meer

    La structure dge de la population

    65 ans et plus

    11

    Bron: NIS, Algemene socio-economische enqute 2001Source: INS, Enqute socio-conomique gnrale 2001

    Cartogr. : Interface Demography, Vrije Universiteit Brussel

  • Ook in verschillende residentile wijken aan de randvan het gewest, langs de kanaalzone en in een aantalsociale woningbuurten (bijvoorbeeld in de wijkenVorstse Haard-Familie in Vorst en Volta in Elsene) is ereen hoog aandeel jongeren. De proporties liggen hierechter iets lager dan in het centrum, vooral wegens eenminder hoge aanwezigheid van 0 tot 4-jarigen.Het aantal jongeren wordt benvloed door het vertrek-overschot van gezinnen met jonge kinderen uit hetBrussels Hoofdstedelijk Gewest (Willaert, 2000;Willaert et al., 2000).

    - De jongvolwassenen (18 tot 34-jarigen) wonen vooralin het centrale gedeelte van de stad. Dit gebied wordtbegrensd door de kinderrijke vreemdelingenzone inhet westen en het noorden, door de Reyerslaan en decampus van de VUB/ULB in het oosten, en door hetwestelijk deel van Elsene en de buurten langs deAlsembergsesteenweg in Vorst in het zuiden.De concentratie is het sterkst aan beide zijden van deLouizalaan en in het centrum van Brussel-Stad. Ditdeel van de stad is vooral populair bij studenten enpas afgestudeerden van de Brusselse universiteiten enhogescholen. Grote steden zoals het BrusselsHoofdstedelijk Gewest oefenen eveneens een groteaantrekkingskracht uit op jonge werknemers, startersop de woningmarkt en personen die de nabijheid vanstedelijke voorzieningen (diensten, cultuur) belangrijkvinden. De aanwezigheid van de Europese instellingenen internationale organisaties in Brussel trekt ander-zijds een in hoofdzaak welstellend en hoogopgeleid internationaal publiek aan. Deze jongvolwassenenvestigen zich vooral in het centrum van het BrusselsHoofdstedelijk Gewest, dichtbij de diverse stedelijkevoorzieningen en in de nabijheid van de zetels vangrote bedrijven en instellingen. In die buurten zijneveneens voldoende betaalbare en/of kleine woongele-genheden beschikbaar.

    Dans diffrentes zones rsidentielles au bord de la rgion, lelong du canal et dans certaines zones dhabitations sociales(par exemple le quartier Foyer Forestois-Famille etVolta Ixelles), il y a une grande proportion de jeunes. Lesproportions y sont cependant un peu moins leves que dansle centre, surtout en raison dune moindre prsence des 0-4ans. Le nombre de jeunes est influenc par lexcdent de dpartde familles avec de jeunes enfants de la Rgion de Bruxelles-Capitale (Willaert, 2000; Willaert et al., 2000).

    - Les jeunes adultes (18 34 ans) habitent surtout dans lapartie centrale de la ville, zone qui est surtout balise parla zone dtrangers avec beaucoup denfants louest et aunord, par le boulevard Reyers et le campus de la VUB/ULB lest, et par la partie occidentale dIxelles et les quartiersle long de la Chausse dAlsemberg Fort dans le sud.La concentration est la plus forte des deux cts delAvenue Louise au centre de Bruxelles. Cette partie estsurtout populaire parmi les tudiants et les jeunes diplmsdes universits et des hautes coles. Les grandes villescomme la Rgion de Bruxelles-Capitale exercent un grandpouvoir dattraction sur les jeunes travailleurs, dbutantssur le march du logement et et les personnes qui attachentde limportance la proximit des facilits de la ville (ser-vices, culture). Dautre part, la prsence dinstitutionseuropennes et organisations internationales attire unpublic international essentiellement ais et hautement qua-lifi. Ces jeunes adultes stablissent principalement dansle centre de la Rgion de Bruxelles-Capitale, proximitdes diverses facilits urbaines et des siges des grandessocits. Ces zones renferment galement des logementspetits et/ou financirement accessibles en nombre suffisant.

    42

  • 1/10/2001

    43

    Personen in collectieve huishoudens

    65 jaar en meer

    Personnes dans les mnages collectifs

    65 ans et plus

    13

    Bron: NIS, Algemene socio-economische enqute 2001Source: INS, Enqute socio-conomique gnrale 2001

    Cartogr. : Interface Demography, Vrije Universiteit Brussel

  • 44

    1/10/2001

    Leeftijdsstructuur van de bevolking

    Typologie

    La structure dage de la population

    Typologie

    Bron: NIS, Algemene socio-economische enqute 2001Source: INS, Enqute socio-conomique gnrale 2001

    Cartogr. : Interface Demography, Vrije Universiteit Brussel

    14

  • - Rondom de centrale buurten met een sterke overver-tegenwoordiging van jongeren en jongvolwassenenstrekt zich een cirkelvormige zone uit met een hoogaandeel bejaarden (65-plussers). Ook de locatie vanrusthuizen en andere instellingen voor bejaarden(kaart 13) bepaalt het spreidingspatroon.In de binnenstad en de 19de-eeuwse gordel zijn deproporties bejaarden zeer laag, vaak minder dan 10procent. De sociale woonwijk Cit Hellemans in deMarollen is met bijna 25% n van de weinige uitzon-deringen.

    Kaart 14 toont welke grote leeftijdsgroep (0-17, 18-34,35-64 of 65+ jaar) het meest oververtegenwoordigd ist.o.v. het gemiddelde van het Brussels HoofdstedelijkGewest. De jonge en de oude wijken komen hier duide-lijk tevoorschijn. Een oververtegenwoordiging van deoudere volwassenen (35 tot 64 jaar) is er vooral in deperiferie, evenals langs de Louizalaan, ten oosten van deAnspachlaan en rond de Europawijk.

    3.4. Verhuismobiliteit

    Bijna de helft (44,6% of 422.928 personen) van debevolking van 5 jaar of ouder woonachtig in hetBrussels Hoofdstedelijk Gewest op 1-10-2001 is in deloop van de 5 jaar voor de volkstelling van 2001 ver-huisd. Veruit het grootste deel (83%) van die verhuisbe-wegingen gebeurt binnen het gewest. Net geen vijfdevan de bevolking woonde op 1 oktober 1996 buiten hetBrussels Hoofdstedelijk Gewest (10% in het buitenland;3,4% in Vlaanderen; 3,6% in Walloni). In absoluteaantallen gaat het respectievelijk over 94.451, 32.058en 34.247 inwoners.

    - Autour des quartiers centraux avec surreprsentation dejeunes et de jeunes adultes stend une zone circulaire forte proportion de personnes ges (plus de 65 ans). Lalocalisation de maisons de repos et autres institutions pourpersonnes ges (carte 13) dtermine galement le schmade la rpartition.Au centre ville et au niveau de la couronne du 19imesicle, les proportions de personnes ges sont trs faibles,souvent moins de 10%. Avec ses 25%, la cit socialeHellemans dans les Marolles est lune des rares exceptions.

    La carte 14 montre quelle grande catgorie dge (0-17, 18-34, 35-64 of 65+) est la plus surreprsente par rapport lamoyenne de la Rgion de Bruxelles-Capitale. Les jeunes etvieux quartiers apparaissent clairement. Il y a surreprsen-tation des adultes plus gs (36 64 ans), surtout dans lapriphrie, ainsi que dans lAvenue Louise, lest duBoulevard Anspach et autour du quartier europen.

    3.4. Mobilit par dmnagement

    Presque la moiti (44,6% de 422.928 personnes) de la popu-lation de 5 ans ou plus habitant dans la Rgion de Bruxelles-Capitale au 1-10-2001 a dmnag durant les 5 ans qui ontprcd le recensement de 2001. La plus grosse partie (83%)de ces mouvements se fait lintrieur de la rgion. Au pre-mier octobre 1996, un peu moins dun cinquime de la popu-lation habitait lextrieur de la Rgion de Bruxelles-Capitale (10% ltranger, 3,4% en Flandre; 3,6% enWallonie). En chiffres absolus, il sagit respectivement de94.451, 32.058 et 34.247 habitants.

    45

  • 46

    1/10/1996 - 1/10/2001

    Verhuismobiliteit Mobilit gographique

    Bron: NIS, Algemene socio-economische enqute 2001Source: INS, Enqute socio-conomique gnrale 2001

    Cartogr. : Interface Demography, Vrije Universiteit Brussel

    15

  • Verhuismobiliteit is sterk leeftijdsgebonden (figuur 5).Jongvolwassenen verhuizen het meest. In deze periodevan de levenscyclus treden namelijk veel veranderingenop die vaak aanleiding geven tot een verhuisbeweging(het huis verlaten, samenwonen en eventueel het krij-gen van kinderen, een job vinden). De buurten met eenhoog aandeel jongvolwassenen (zie kaart 9) kennen danook meestal een groot verloop (kaart 15). Ook enkelewijken met veel collectieve huishoudens zijn zichtbaarop de kaart (bijvoorbeeld de buurt Elbers in Sint-Jans-Molenbeek en Kantorenzoning-Zuid in Watermaal-Bosvoorde), evenals een aantal nieuwbouwwijken (bij-voorbeeld Gulledelle in Sint-Lambrechts-Woluwe enManhattan in Sint-Joost-ten-Node). De hoge mobiliteitin de statistische sector Industriezone in Evere kan inverband worden gebracht met de aanwezigheid van eenmilitaire basis in deze sector.

    La mobilit de dmnagement est fort lie lge(figure 5). Les jeunes adultes dmnagent le plus. En effet,durant cette priode du cycle de vie, des changements ontsouvent lieu, donnant lieu un dmnagement (quitter lamaison familiale, mise en couple et ventuellement naissan-ce denfants, nouvel emploi). Ainsi, les quartiers avec unnombre lev de jeunes adultes (voir carte 9) prsentent sou-vent un flux important (carte 15). On retrouve galementbeaucoup de mnages collectifs sur la carte (par exemple lequartier Elbers Molenbeek-Saint-Jean et le ZoningBureaux sud Watermael-Boitsfort, ainsi que dans un cer-tain nombre de quartiers avec de nouvelles constructions(par exemple Gulledelle Woluw-Saint-Lambert etManhattan Saint-Josse-ten-Noode). La grande mobilitdans le secteur statistique Zone industrielle Evere peuttre attribue la prsence dune base militaire dans ce sec-teur.

    47

    Figuur 5: Percentage van de bevolking van 5 jaar of ouder woonachtig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewestop 1-10-2001 dat is verhuisd in de loop van de 5 jaar voor de volkstelling van 2001, naar leeftijd

    Figure 5: Pourcentage de la population de 5 ans et plus habitant en Rgion de Bruxelles-Capitale et ayantdmnag dans le courant des annes prcdent le recensement de 2001 par ge

  • 48

    1/10/1