Nieren en medicijnen - Nierstichting...1 Nieren en medicijnen Veel medicijnen worden door de nieren...

of 8/8
1 Nieren en medicijnen Veel medicijnen worden door de nieren uit het lichaam verwijderd. Maar als de nieren minder goed werken, blijven zulke medicijnen langer in het bloed en bereiken ze hogere concentraties. Daardoor stijgt de kans op bijwerkingen en (verergering van) nierschade. In dat geval moet de medicatie van de patiënt worden aangepast: een andere dosis of een ander medicijn. Dat gebeurt vaak niet bij gebrek aan informatie over de nierfunctie. De nierfunctiewaarde ontbreekt doordat deze niet is gemeten, of doordat de uitslag niet is doorgegeven aan de apotheker. Van de potentieel vermijdbare medicatiegerelateerde ziekenhuisopnames houdt zo’n 10% direct verband met een verminderde nierfunctie én het niet aanpassen van medicijngebruik. Hogere risico’s bij lagere nierfunctie Factsheet Nieren en nierschade deel 10 Veel medicijnen worden door de nieren uit het lichaam verwijderd. Als de nieren minder goed werken, gaat dit langzamer. Medicijnen blijven dan langer in het bloed en bereiken hogere concentraties. Daardoor stijgt de kans op bijwerkingen door overdosering. Ook zijn er medicijnen die (acute) nierschade kunnen veroorzaken of verergeren. Dit geldt voor een lange lijst medicijnen, waaronder bepaalde antibiotica, glucoseverlagende medicatie, middelen tegen hoge bloeddruk, medicatie tegen jicht, het hartmiddel digoxine en de stemmingsstabilisator lithium. En ook voor sommige medicijnen die zonder recept verkrijgbaar zijn bij drogist, supermarkt of apo- theek, zoals NSAID’s (waaronder ibuprofen, diclofenac en naproxen). Welke aanpassingen nodig zijn, zoals een lagere dosis of ander geneesmiddel, hangt af van de nierfunctie- waarde van de patiënt en het soort medicijn. Voor de meeste medicijnen zijn doseringsadviezen bij vermin- derde nierfunctie beschikbaar. De KNMP-werkgroep Geneesmiddelen bij verminderde nierfunctie zorgt jaarlijks voor een update.
  • date post

    17-Jan-2020
  • Category

    Documents

  • view

    14
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Nieren en medicijnen - Nierstichting...1 Nieren en medicijnen Veel medicijnen worden door de nieren...

  • 1

    Nieren en medicijnen

    Veel medicijnen worden door de nieren uit het lichaam verwijderd. Maar als de nieren minder goed werken, blijven zulke medicijnen langer in het bloed en bereiken ze hogere concentraties. Daardoor stijgt de kans op bijwerkingen en (verergering van) nierschade. In dat geval moet de medicatie van de patiënt worden aangepast: een andere dosis of een ander medicijn. Dat gebeurt vaak niet bij gebrek aan informatie over de nierfunctie. De nierfunctiewaarde ontbreekt doordat deze niet is gemeten, of doordat de uitslag niet is doorgegeven aan de apotheker. Van de potentieel vermijdbare medicatiegerelateerde ziekenhuisopnames houdt zo’n 10% direct verband met een verminderde nierfunctie én het niet aanpassen van medicijngebruik.

    Hogere risico’s bij lagere nierfunctie

    Factsheet

    Nieren en nierschade

    deel 10

    Veel medicijnen worden door de nieren uit het lichaam

    verwijderd. Als de nieren minder goed werken, gaat dit

    langzamer. Medicijnen blijven dan langer in het bloed

    en bereiken hogere concentraties. Daardoor stijgt de

    kans op bijwerkingen door overdosering. Ook zijn er

    medicijnen die (acute) nier schade kunnen veroorzaken

    of verergeren.

    Dit geldt voor een lange lijst medicijnen, waaronder

    bepaalde antibiotica, glucoseverlagende medicatie,

    middelen tegen hoge bloeddruk, medicatie tegen jicht,

    het hartmiddel digoxine en de stemmings stabilisator

    lithium. En ook voor sommige medicijnen die zonder

    recept verkrijgbaar zijn bij drogist, supermarkt of apo-

    theek, zoals NSAID’s (waaronder ibuprofen, diclofenac

    en naproxen).

    Welke aanpassingen nodig zijn, zoals een lagere dosis

    of ander geneesmiddel, hangt af van de nierfunctie-

    waarde van de patiënt en het soort medicijn. Voor de

    meeste medicijnen zijn doseringsadviezen bij vermin-

    derde nierfunctie beschikbaar. De KNMP-werkgroep

    Geneesmiddelen bij verminderde nierfunctie zorgt

    jaarlijks voor een update.

  • 2

    Regionale afspraken

    Beroepsorganisaties zoals de KNMG en KNMP adviseren

    zorgverleners om regionaal afspraken te maken over het

    uitwisselen van nierfunctiewaarden. Uit een enquête

    (UPPER3], 2016) blijkt dat 53% dat ook had gedaan. Maar

    meer dan de helft van de apothekers (54%) gaf aan dat

    de samenwerking met de huisartsen in de regio op het

    gebied van uitwisseling van nierfunctiewaarden beter

    kan. Gegevens worden vaak niet proactief verstrekt, maar

    alleen bij navraag (66%) en regelmatig zijn gegevens niet

    recent (31%).

    Toestemming

    Voor het uitwisselen van de nierfunctiewaarde moet de

    arts of apotheker apart toestemming vragen aan de pati-

    ent. Uit een onderzoek van de Nierstichting uit 2015 bleek

    dat 76% van de risicogroepen – dat zijn mensen met

    een risico op nierschade door een hoge bloeddruk en/of

    diabetes – nog geen toestemming had gegeven, of niet

    wist of hij/zij toestemming had gegeven. Als belangrijkste

    reden werd genoemd dat de arts of apotheker nooit toe-

    stemming heeft gevraagd (73%). Slechts een klein deel

    (4%) gaf aan bezwaar te hebben tegen het doorgeven van

    de nierfunctie aan de apotheek.

    Nierfunctiebepaling in de apotheek

    De directe beschikbaarheid van nierfunctiewaarden

    is beperkt, blijkt uit steeds meer projecten die onder-

    zoeken welke gegevens geregistreerd staan in informatie-

    systemen van de apotheek.[2-6] Over het algemeen is

    slechts 25% tot 50% van de gewenste nierfunctiewaarden

    direct beschikbaar. Van 74% van de ouderen die risico-

    geneesmiddelen gebruiken en van wie de nierfunctie

    gemonitord zou moeten worden, is op dit moment nog

    geen informatie over de nierfunctie beschikbaar in de

    apotheek, terwijl deze informatie vaak wel bij de huisarts

    bekend is.3]

    Bijna een kwart (23%) van de apothekers bepaalt zelf

    wel eens de nierfunctie (meting via een vingerprik). Uit

    een pilot van Service Apotheek bleek dat het percentage

    bekende nierfunctiewaarden hierdoor kan stijgen van

    25% naar zo’n 75%.6] Dit kwam vooral doordat er dan

    betere afspraken worden gemaakt met zorgverleners

    over uitwisseling, en er daardoor meer nierfunctiewaar-

    den direct beschikbaar komen. Apothekers geven ook aan

    dat dit meten van de nierfunctiewaarde door de apotheek

    alleen onder bepaalde voorwaarden plaats zou moeten

    vinden. Bijvoorbeeld: als er nergens een waarde bekend is

    en er een medicijn is voorgeschreven waarmee de patiënt

    direct moet starten.

    Om de medicatie te kunnen aanpassen aan de nier functie,

    heeft de arts of apotheek wel een nierfunctiewaarde

    nodig. En die ontbreekt vaak omdat de arts deze niet

    altijd volgens de richtlijnen meet. Mensen met chronische

    nier schade, hypertensie en diabetes moeten tenminste

    1 keer per jaar worden gecontroleerd op nierfunctie, eiwit

    in urine en bloeddruk. Maar dit gebeurt in minder dan de

    helft (43%) van de gevallen.1] En als de nierfunctiewaarde

    is gemeten, wordt deze onvoldoende uitgewisseld. En dit

    ondanks regelgeving die artsen verplicht om afwijkende

    nier functiewaarden (lager dan 50 ml/min/1.73m2) te

    melden bij de apotheek.

    Het is wenselijk dat de apotheker op de hoogte is van de

    actuele nierfunctiewaarde, omdat die overzicht heeft van

    de medicatie. Veel patiënten zien meerdere artsen die elk

    medicijnen voorschrijven, zowel in de eerste als tweede lijn.

    Maar de bepaling en de uitwisseling van nierfunctiewaarden

    is suboptimaal, zowel tussen artsen in de eerste en tweede

    lijn, als tussen de huisarts/specialist en de apotheker, zo

    blijkt uit inventarisaties.

    Nierfunctiewaarden ontbreken

  • Ziekenhuisopnames als gevolg van niet aanpassen

    medicijngebruik bij verminderde nierfunctie.

    3

    Recht op veilige aflevering medicijnen

    Sinds de aanpassing van de Geneesmiddelenwet in 2012,

    hebben apothekers recht op inzage in laboratorium -

    waarden die noodzakelijk zijn voor het veilig afleveren van

    medi cijnen. In 2013 is een regeling opgesteld om deze

    nieuwe wet werkbaar te maken voor artsen en apothekers.

    Volgens die regeling moeten artsen een afwijkende

    Vermijdbare ziekenhuisopnames

    Ziekenhuisopnames zijn het topje van de ijsberg.

    Hoeveel patiënten last hebben van bijwerkingen is niet

    bekend, maar dat aantal zal velen malen groter zijn.

    van alle ziekenhuisopnames[7,8]

    van ziekenhuisopnames van ouderen9]

    10%

    30%

    nierfunctie waarde (lager dan 50 ml/min/1.73m2) actief

    door geven aan de apotheker. De KNMP vindt het wenselijk

    om ook niet-afwijkende nierfunctiewaarden door te geven.

    Zo kan de apotheker het beloop monitoren, en dat maakt

    vroegtijdig ingrijpen mogelijk.

    < 50 ml/min/1.73m2 !

  • 4

    Hoge bloeddruk of diabetes? Verhoogd risico!

    In Nederland hebben ongeveer 1,7 miljoen mensen chronische nierschade. De helft van

    deze mensen, zo’n 850.000, heeft een verminderde nierfunctie. Dat komt vooral voor

    bij mensen met diabetes en/of een hoge bloeddruk. Ook ouder worden zorgt voor

    achteruitgang van de nierfunctie, waardoor medicijnen op kunnen hopen en aanpassen

    van medicijnen vaak nodig is.

    Uit onderzoek van de Nierstichting uit 2015 blijkt dat ongeveer de helft van

    de risicogroepen dagelijks drie tot vijf verschillende medicijnen gebruikt. Van de

    nier patiënten gebruikt 69% dagelijks zelfs zes of meer medicijnen.

    Wat weten mensen uit de risicogroepen over hun risico

    Binnen de risicogroepen is er beperkte kennis over de relatie tussen de nierfunctie en

    medicijngebruik blijkt uit onderzoek van de Nierstichting uit 2015.

    kent eigen nierfunctie

    11% 62%

    weet dat hoge bloeddruk nierschade kan veroorzaken

    33%

    weet dat diabetes nierschade kan veroorzaken

    63%

    weet dat dosering medicijnen moet wordenaangepast bij vermindering nierfunctie

    Wanneer medicatie aanpassen voor patiënten met verminderde nierfunctie

    leeftijd 65+

    hoge bloeddrukbehandeling

    hoge bloeddruk

    gebruik van vijfmedicijnen of meer

    aanpassenmedicatie

    vaaknoodzakelijk

    +

    +

    diabetes behandeling diabetes

    +

  • 5

    Onstekingsremmende pijnstillers

    De KNMP richtlijn stelt dat bij gebruik van onstekingsrem-

    mende pijnstillers (NSAID’s) langer dan twee weken de arts

    moet overwegen of dit is gerechtvaardigd; mocht de arts

    toch een NSAID voorschrijven voor een periode langer dan

    twee weken aan iemand uit een risicogroep, dan dient de

    nierfunctie voorafgaand en één week na starten van de

    NSAID gecontroleerd te worden.10]

    koopt zelf ontstekingsremmendepijnstillers

    49%

    gebruikt deze dagelijkstot een paar keer per week

    15%

    Mensen uit de risicogroepen

    Dialyse & medicijnen

    Bij sommige patiëntengroepen is het voorschrijven van

    medicatie nog ingewikkelder, zoals bij mensen die dialy-

    seren en degenen die een donornier hebben ontvangen.

    Dialyse: complexe interactie met medicijnen

    Bij de 6.500 dialysepatiënten in Nederland werken de

    nieren nauwelijks of niet meer.11] Het dialyse-apparaat

    neemt een deel van de functie van het verwijderen van

    afvalstoffen over. Dialysepatiënten gebruiken zo’n tien

    tot twaalf soorten medicijnen op een dag, met een

    gemiddelde van negentien pillen per dag.12] Bij gebrek

    aan nierfunctie, worden op niet-dialysedagen sommige

    medicijnen nauwelijks verwijderd en lopen deze patiënten

    extra kans op (ernstige) bijwerkingen.

    Ook op dialysedagen kan het zijn dat niet alle medicijnen

    volledig worden afgevoerd. De hoeveelheid medicijn in

    het lichaam kan hierdoor toenemen, waardoor de kans

    op (ernstige) bijwerkingen toeneemt. De dialyse kan

    een geneesmiddel ook ongewenst snel uit het lichaam

    ver wijderen, waardoor er te weinig van in het lichaam

    blijft en het zijn effect mist (onderbehandeling).

    Afhankelijk van wat de dialyse doet met het medicijn

    wordt de hoogte en frequentie van de dosering bepaald.

    De nefroloog maakt daarom specifieke afspraken met

    elke dialysepatiënt over medicijngebruik op dialysedagen

    en niet-dialysedagen. Behalve met het gebrek aan nier-

    functie en de dialysemethode moet de arts ook rekening

    houden met het type medicijnen. Sommige mogen

    dialyse patiënten niet (of: alleen anders) innemen op dia-

    lysedagen, zoals kaliumverlagers, plastabletten, middelen

    tegen hoge bloeddruk, antibiotica en insuline. Soms is het

    beter om bloeddrukverlagende medicijnen op de dialyse-

    dag over te slaan, als de patiënt tijdens de dialyse al last

    heeft van bloeddrukdalingen. En van sommige antibiotica

    moeten nierpatiënten na dialyse een extra dosis innemen,

    terwijl zij andere antibiotica juist alleen op dialysedagen

    mogen innemen.

    Doseringsadviezen speciaal voor dialysepatiënten zijn in

    de maak. De Nierstichting en Nierpatiënten Vereniging

    Nederland geven de brochure ‘Medicijnen voor nier-

    patiënten’ uit, met een bijbehorende checklist voor

    zorgverleners om knelpunten in medicatiegebruik vast

    te stellen, en via zorg op maat te helpen oplossen.

    © M

    aaik

    e W

    ijnan

    ds /

    Nie

    rstic

    htin

    g

  • 6

    Momenteel leven in Nederland zo’n 10.000 mensen met

    een functionerende donornier.11] Zij gebruiken afweer-

    onderdrukkende medicijnen (immunosuppressiva en

    corticosteroïden), om afstoting van de donornier tegen

    te gaan. Daarnaast krijgen zij medicijnen ter voorkoming

    van infecties (antibiotica en antivirale middelen). Andere

    veel voorgeschreven medicijnen zijn: bloedverdunners,

    pijnstillers, maagzuurremmers en/of cholesterolverlagers.

    (NSAID’s mogen niet gebruikt worden omdat ze slecht zijn

    voor de donornier.) De medicijnen geven zo veel en zware

    bijwerkingen, dat in deze groep de therapietrouw relatief

    laag is, wat de optimale levensduur van de donornier

    bedreigt. Ook in deze groep is een optimale balans in

    medicatie dus complex. Daarom is goede begeleiding en

    waar mogelijk aanpassing van de medicatie voor deze groep

    van groot belang.

    In specifieke situaties is extra aandacht nodig voor (aan-

    passing van) het medicijngebruik bij mensen met een

    verminderde nierfunctie: in geval van een onderzoek

    met jodiumhoudend contrastmiddel, en in geval van

    (dreigende) uitdroging.

    Jodiumhoudend contrastonderzoek

    Bij een CT-scan, angiografie of dotterbehandeling worden

    organen, weefsels en bloedvaten beter zichtbaar gemaakt

    met jodiumhoudend contrastmiddel (‘jodiumhoudende

    contrastonderzoeken’). Maar contrastvloeistof kan de

    doorstroming van het bloed in de nieren verminderen en

    de nierbuisjes van de nieren beschadigen. Daarom zijn

    soms voorzorgsmaatregelen nodig voor patiënten met

    een hoog risico op nierschade (mensen met een eGFR

    minder dan 45 ml/min/1.73m2, of eGFR minder dan

    60 ml/min/1.73m2 én diabetes of twee cardiovasculaire

    complicaties). De arts zal dat beslissen, aan de hand van

    de landelijke richtlijn.

    Tijdelijke extra risicoTransplantatie & medicijnen

    Een mogelijke maatregel is vochttoediening via een

    infuus voor en eventueel na het contrastonderzoek; een

    andere is het tijdelijk stoppen van bepaalde medicatie,

    met name plastabletten (diuretica), bepaalde pijnstillers

    (NSAID’s) en glucoseverlagende tabletten (metformine).

  • 7

    Tijdelijke extra risico

    (Dreigende) uitdroging

    In geval van een hittegolf, koorts, diarree en overgeven

    bestaat een risico op uitdroging. Bepaalde medicijnen

    voor de behandeling van verminderde nierfunctie, hoge

    bloeddruk of hartfalen, zorgen ervoor dat het lichaam

    uitdroging niet altijd kan opvangen, waardoor nierschade

    kan ontstaan of verergeren. Risicogroepen zoals

    (onder andere) ouderen, mensen met een verminderde

    nierfunctie of hartfalen moeten in deze situaties daar-

    om maatregelen nemen, in overleg met hun arts. Het

    kan gaan om extra vocht innemen of om het tijdelijk

    niet innemen van medicijnen, met name plastabletten

    en sommige bloeddruk ver lagende geneesmiddelen

    (ACE remmers, zoals enalapril, lisonopril en ramipril, en

    A2-blokkers, zoals losartan, candesartan en irbesartan).

    Patiënten moeten NSAID’s in het bijzonder laten staan bij

    (dreigende) uitdroging: NSAID’s zijn dan nog schadelijker

    omdat ze op zichzelf al kunnen leiden tot (acute) nier-

    schade.

    Bij langer dan 2 dagen koorts hoger dan 38,5°C.

    Bij langer dan 5 dagen blootstelling aan eenomgevingstemperatuur van 27°C of hoger.

    Bij meer dan3 x overgeven

    op een dag.Bij meer dan

    3x waterdunne diaree

    op een dag.

  • 8

    Tekst

    • Iris Groenenberg, Programmamedewerker preventie,

    afdeling Zorg & Innovatie, Nierstichting

    • Karin Postelmans, Redacteur, afdeling Marketing &

    Communicatie, Nierstichting

    Vormgeving en infographics

    • Maaike Wijnands, oeHoe infographics en illustraties

    Met dank voor hun inhoudelijke inbreng en deskundig

    commentaar:

    • Prof. dr. Ron Gansevoort, nefroloog, Universitair Medisch

    Centrum Groningen (UMCG).

    • Prof. dr. Patricia van den Bemt, ziekenhuisapotheker /

    klinisch farmacoloog, Erasmus Medisch Centrum,

    Rotterdam.

    • Dr. Willemijn Eppenga, ziekenhuisapotheker KNMP,

    Den Haag.

    • Prof. dr. Teun van Gelder, internist-nefroloog /

    klinisch farmacoloog, Erasmus MC, Rotterdam.

    • Dr. Nynke Scherpbier-de Haan, huisarts /

    Eerstelijnsgeneeskunde Radboudumc.

    © Nierstichting, november 2016

    Colofon

    Deze factsheet is een uitgave van de Nierstichting. De inhoud is gebaseerd op de huidige stand van de wetenschap en

    met grote zorg en in samenwerking met deskundigen samengesteld. De Nierstichting kan echter geen aansprakelijkheid

    aanvaarden voor eventuele onjuistheden of onvolkomenheden.

    Deze factsheet is deel 10 van de serie van tien factsheets over nieren en nierschade. De serie bestaat uit de volgende

    factsheets:

    1 Nieren en chronische nierschade

    2 Oorzaken van chronische nierschade

    3 Chronische nierschade: hoe vaak, stadia en risico’s

    4 Klachten en behandeling chronische nierschade

    5 Vroeg opsporen, preventie en behandeling chronische nierschade

    6 Nierfalen en nierfunctievervangende behandeling

    7 Niertransplantatie, donatie en wachtlijst

    8 Dialyse: vormen, aantal patiënten en gevolgen

    9 Nieren en zout

    10 Nieren en medicatie

    Coördinatie en eindreactie

    • Dr. Katja van Geffen, manager Zorg & Innovatie,

    Nierstichting.

    Bronnen

    De lijst met literatuurreferenties is te vinden op

    www.nierstichting.nl/bronnen-factsheets

    of kan opgevraagd worden door een e-mail te sturen naar

    [email protected]