Netwerken - 3-3-netwerkverdeeldozen

download Netwerken - 3-3-netwerkverdeeldozen

of 46

  • date post

    22-Jan-2018
  • Category

    Technology

  • view

    3.251
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Netwerken - 3-3-netwerkverdeeldozen

  1. 1. Netwerkverdeeldozen
  2. 2. 3.3.1 Repeater en hub 3.3.2 Switch 3.3.3 Bridge 3.3.4 Router 3.3.5 Network Access Point Netwerkverdeeldozen Een netwerkdiagram opstellen
  3. 3. 3.3.1 Repeater
  4. 4. 3.3.1 Repeater netwerksignaal verzwakt over lange afstand repeater stuurt signaal versterkt weer door geen controlefunctie geen IP-adres maximaal aantal repeaters in serie: 4
  5. 5. 3.3.1 Hub repeater met meerdere poorten hub met meer intelligentie = switch gegevensstroom naar alle computers doorgestuurd bandbreedte gelijk verdeeld ongeacht behoefte
  6. 6. 3.3.1 Hub passieve hub: geen intelligentie actieve hub: versterkt het netwerksignaal
  7. 7. 3.3.1 Hub meestal 4 tot 24 poorten uplink poort om hubs met elkaar te verbinden maximaal aantal hubs in serie: 4
  8. 8. 3.3.1 Hub Over welke extra functie beschikt dit toestel? Wat is een collision domain?
  9. 9. 3.3.2 Switch
  10. 10. 3.3.2 Switch switch = switching hub geeft informatie enkel door aan geadresseerde verdeelt bandbreedte naargelang behoefte snelheid over hele netwerk hoger dan bij hubs
  11. 11. 3.3.2 Switch MAC-adressen + poortnummer in MAC-tabel Switch leert adressen uit header-informatie Bij ongekend MAC-adres: flooding Dynamische en statische entries
  12. 12. 3.3.2 Switch managed switch: beheer via console (UNIX tekstcommandos) alternatief: beheer via webinterface / cloudportal
  13. 13. multilayer switch level-3 switch 3.3.2 Switch toepassingslaag presentatielaag sessielaag transportlaag netwerklaag verbindingslaag fysieke laag switch
  14. 14. 3.3.2 Switch 4 of meer netwerkpoorten meerdere switches koppelen in een stack
  15. 15. 3.3.2 Switch frame switching store & forward frame beetje vertraging foutcontrole gebruik van buffergeheugen
  16. 16. 3.3.2 Switch frame switching cut through sneller geen foutcontrole hot potato-strategie meestal beide ondersteund starten met cut-through teveel fouten: s & f
  17. 17. 3.3.2 Switch frame switching fragment free eerste 64 bytes ingelezen frame wordt dan al verstuurd Welk van de drie technieken wordt gebruikt, beslist de switch meestal autonoom.
  18. 18. 3.3.2 Switch de configuratie van een switch controleren en aanpassen een switch terugzetten naar fabrieksinstellingen Wat is een broadcast domain?
  19. 19. 3.3.3 Bridge
  20. 20. controlefunctie: adressering wordt nagekeken kans op botsingen verkleint 3.3.3 Bridge verbindt 2 netwerksegmenten kopieert gegevens van ene naar andere segment beschikbaarheid van het netwerk verhoogt corrupte pakketten blijven binnen segment
  21. 21. switches met bridge-functie = duurder aantal bridges in een netwerk is onbeperkt 3.3.3 Bridge kan subnetwerken met verschillende logische topologien met elkaar koppelen frame switching: store & forward enkel in uitgebreide netwerken
  22. 22. niet altijd controlerende bridge-functie 3.3.3 Bridge verbindt verschillende fysieke netwerken converting bridge
  23. 23. 3.3.3 Bridge Wat is een source route bridge?
  24. 24. 3.3.4 Router
  25. 25. 3.3.4 Router verbindt lokaal netwerk met internet routering op basis van IP-adres houdt een lijst bij van IP-adressen van andere netwerken in de buurt dynamisch routeren van pakketjes (zie 6.2.1)
  26. 26. 3.3.4 Router Wat is een software router?
  27. 27. 3.3.4 Router
  28. 28. 3.3.5 Network Access Point
  29. 29. 3.3.5 Network Access Point basisstations voor draadloze netwerken draadloze router = eigenlijk draadloze bridge minstens 1 aansluiting voor bekabeld netwerk vaak ook enkele extra LAN-poorten voorzien
  30. 30. 3.3.5 Network Access Point 1, 2 of 3 antennes voor draadloze ontvangst meerdere antennes gaan signaalzwakte tegen werkstation kiest voor antenne met sterkste signaal
  31. 31. 3.3.5 Network Access Point Multiple Input Multiple Output elke antenne heeft afzonderlijke radiochip sterkste ontvangstsignaal = sterkste zendsignaal MIMO grotere afstanden, stabieler en sneller signaal
  32. 32. 3.3.5 Network Access Point 802.11b/g/n: 14 kanalen (13 in Europa) Kanaal = 5 MHz uit elkaar en 22 MHz breed kanalen Zenders op dezelfde frequentie storen elkaar NAPs in elkaars buurt instellen op kanalen die zo ver mogelijk uit elkaar liggen (meestal 1, 6 en 11)
  33. 33. 3.3.5 Network Access Point site survey Daarna: locatie NAPs / kanalen aanpassen Site survey Meerdere NAPs: voldoende / niet te ver uit elkaar Rondlopen en signalen meten
  34. 34. 3.3.5 Network Access Point NAP kiest automatisch beste kanaal 802,11 a/n/ac = 5 GHz band Tientallen kanalen met variabele breedtes
  35. 35. 3.3.5 Network Access Point Zelfde SSID + indien NAP het toelaat: roaming SSID = service set identifier Naam van het access point SSID
  36. 36. 3.3.5 Network Access Point ontvangst van een draadloos netwerk optimaliseren
  37. 37. 3.3.5 Network Access Point ontvangst van een draadloos netwerk optimaliseren Antennes perfect verticaal richten
  38. 38. 3.3.5 Network Access Point ontvangst van een draadloos netwerk optimaliseren 802.11b/g/n : ander kanaal proberen 802.11n/ac : onnodig, want het beste kanaal wordt automatisch gekozen
  39. 39. 3.3.5 Network Access Point draadloze repeater (range extender) ontvangt, versterkt en verzendt draadloos signaal voordeel: geen extra netwerkkabel nodig ook voor buitenshuis. beveiliging is erg belangrijk: zie 5.2
  40. 40. 3.3.5 Network Access Point Wat is tethering? Wat is MiFi? NAPs kunnen directioneel of omni-directioneel zijn. Wat is het verschil?
  41. 41. 3.3.5 Network Access Point Beschikt over een eigen IP- adres. hub switch bridge router nap Beschikt over een SSID Beschikt steeds over meer dan twee poorten. Controleert de frames op het IP-adres van de bestemmeling. De beschikbare bandbreedte wordt gelijkmatig verdeeld. De bandbreedte wordt naargelang behoefte verdeeld.
  42. 42. 3.3.5 Network Access Point Een signaal wordt steeds door- gestuurd naar alle poorten. hub switch bridge router nap Is actief op de fysieke laag van het OSI reference model. Is actief op de netwerklaag van het OSI reference model. Is actief op de verbindingslaag van het OSI reference model. Kan beschikken over MIMO- technologie. Kan door de beheerder geconfigureerd worden.
  43. 43. 3.3.5 Network Access Point Kan een foutcontrole uitvoeren op de frames. hub switch bridge router nap Kan een lokaal netwerk verbinden met het internet. Kan netwerksegmenten met elkaar verbinden. Kan zelf de weg bepalen die een IP-pakket moet volgen. Meerdere apparaten kunnen roaming mogelijk maken. Meerdere toestellen kunnen samenwerken in een stack.
  44. 44. 3.3.5 Network Access Point de configuratie van een NAP controleren en aanpassen een NAP terugzetten naar fabrieksinstellingen
  45. 45. Een netwerkdiagram opstellen
  46. 46. Sleutelboek Computernetwerken 2.0 Dit is een begeleidende presentatie bij het hoofdstuk 3.3 van het Sleutelboek Computernetwerken 2.0. Deze presentatie mag vrij worden gebruikt, aangepast en verspreid. Deze dia bevat de bronvermelding en moet ten allen tijde deel blijven uitmaken van de presentatie. Meer informatie over het Sleutelboek Computernetwerken 2.0 is beschikbaar op www.sleutelboek.eu Klik op de knop EXIT om de presentatie af te sluiten.