netspar thesis

of 32/32
Risicodeling Binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen Een Schijnbare Tegenstelling? Arthur Arbouw, Jeroen Hartsink, Michael Himmelbauer en Thijs Markwat Tias-Netspar Academy Thesis 2015-006
  • date post

    12-Apr-2017
  • Category

    Documents

  • view

    205
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of netspar thesis

  • Risicodeling Binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen Een Schijnbare Tegenstelling? Arthur Arbouw, Jeroen Hartsink, Michael Himmelbauer en Thijs Markwat

    Tias-Netspar Academy Thesis 2015-006

  • Risicodeling binnen

    Persoonlijke Pensioen

    Rekeningen:

    een schijnbare tegenstelling?

    Netspar Masterclass Cyclus Pensioeninnovatie, juni 2015

    Arthur Arbouw, a.s.r. Verzekeringen

    Jeroen Hartsink, APG

    Michael Himmelbauer, PGGM

    Thijs Markwat, Robeco

    https://www.google.nl/url?sa=i&rct=j&q=&esrc=s&source=images&cd=&cad=rja&uact=8&ved=0CAcQjRw&url=https://fd.nl/Print/krant/Pagina/Opinie/1094339/rekenrente-hoeft-geen-splijtzwam-te-zijn-in-pensioendebat&ei=6dw7VbyOOsrraOnTgegB&bvm=bv.91665533,d.d2s&psig=AFQjCNEujzmMcdii8qpWejux212pKiBFNw&ust=1430072673965283https://www.asr.nl/http://pggm.nl/over_pggm/http://www.google.nl/url?sa=i&rct=j&q=&esrc=s&source=images&cd=&cad=rja&uact=8&ved=0CAcQjRw&url=http://www.iexprofs.nl/sponsors/robeco.aspx&ei=QxVXVdHYMMPdUe6QgegN&bvm=bv.93564037,d.d24&psig=AFQjCNH5KHJoe0_0H6mz7ldD4iOHYQtc6A&ust=1431856830336854

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    2

    Voorwoord

    Deze eindopdracht hebben we geschreven als onderdeel van de Masterclass Cyclus

    Pensioen Innovatie 2014 / 2015.

    Pensioen als onderwerp is meer dan ooit actueel. Dit is niet in de laatste plaats

    veroorzaakt, doordat in 2014 daadwerkelijk een start is gemaakt met de Nationale

    Pensioendialoog die door Staatssecretaris Klijnsma is gestart. Ook is het advies van

    de Commissie Toekomst Pensioenstelsel van de SER ook wel SER advies

    genoemd opgeleverd.

    In het SER advies wordt ervoor gekozen om de interessante, maar onbekende

    variant van Persoonlijke Pensioenrekening met collectieve risicodeling nader te

    onderzoeken. In dit SER advies wordt deze collectieve risicodeling nog niet verder

    uitgewerkt. Dat doen wij in deze eindopdracht.

    Het schoolbord op de voorkant van onze paper is cryptisch. Levert intergenerationele

    risicodeling tussen oud en jong meer op dan de afzonderlijke delen? Wellicht, maar

    het levert ook nadelen op. We gaan hier in onze paper verder op in, maar

    intergenerationele risicodeling is ons inziens dus geen spel zonder nieten.

    Wij willen Dick Boeijen (PGGM) hartelijk bedanken voor de begeleiding van deze

    eindopdracht. Hij heeft ons uitgedaagd om via onze paper waarde toe te voegen in

    de discussie over intergenerationele risicodeling. Nadrukkelijk geven we hier aan dat

    deze paper niet noodzakelijkerwijs de mening weergeeft van onze begeleider.

    Wij hebben deze paper op persoonlijke titel geschreven en hetgeen wij in deze paper

    stellen, weerspiegelt zo goed mogelijk de meningen van de schrijvers. De schrijvers

    zijn het echter niet op alle vlakken helemaal eens met elkaar.

    Juni 2015,

    Arthur Arbouw

    Jeroen Hartsink

    Michael Himmelbauer

    Thijs Markwat

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    3

    Inhoudsopgave

    Inleiding ...................................................................................................................... 4

    Hoofdstuk 1: SER Advies ........................................................................................... 6

    1.1 Aanleiding voor het SER advies ........................................................................ 6

    1.2 nFTK ................................................................................................................. 6

    1.3 Het SER Advies ................................................................................................. 8

    Hoofdstuk 2: Risicodeling ......................................................................................... 11

    2.1 Vormen van risicos ......................................................................................... 11

    2.2 Met wie deel je de risicos ............................................................................... 12

    2.3 Bedreigingen voor intergenerationele risicodeling ........................................... 13

    2.4 Voorwaarden voor intergenerationele risicodeling ........................................... 14

    2.5 Discontinuteitsrisico ........................................................................................ 14

    2.6 Conclusie......................................................................................................... 16

    Hoofdstuk 3: Risicomatrix ......................................................................................... 17

    3.1. Risicos delen binnen een cohort .................................................................... 17

    3.2 Binnen een bestaand collectief ........................................................................ 19

    3.3 Binnen bestaand en toekomstig collectief ....................................................... 21

    3.4 Conclusie......................................................................................................... 24

    Hoofdstuk 4: Concrete invulling intergenerationele risicodeling ................................ 25

    4.1 Inleiding ........................................................................................................... 25

    4.2 Werking persoonlijke pensioen rekening ......................................................... 25

    4.3 Delen micro langlevenrisico............................................................................. 26

    4.4 Delen beleggingsrisico .................................................................................... 26

    4.5 Conclusie......................................................................................................... 27

    Hoofdstuk 5: Afsluitende conclusies ......................................................................... 28

    Literatuur .................................................................................................................. 30

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    4

    Inleiding

    Het Nederlandse pensioenlandschap is meer dan ooit in beweging. Jarenlang had

    Nederland het beste pensioenstelsel van de wereld (Mercer index). De afgelopen

    jaren is ons pensioenstelsel teruggevallen naar een derde plek.

    Een belangrijke oorzaak van deze terugval in positie, is de houdbaarheid van het

    systeem. Mede door de crisis van de afgelopen jaren, zijn de beperkingen van het

    huidige systeem naar boven gekomen. Wij onderscheiden als drie voornaamste

    beperkingen:

    Afhankelijkheid van de risicovrije rente.

    Minder draagvlak voor intergenerationele risicodeling.

    De omvang van de pensioenverplichtingen ten opzichte van de premiebasis.

    De eerste beperking van het huidige systeem is de afhankelijkheid van de risicovrije

    rente. Ten tweede lijkt het draagvlak voor intergenerationele risicodeling minder

    groot dan tot op heden werd verondersteld. Denk hierbij aan de vraag of

    toekomstige generaties nog willen toetreden in een regeling waar zij al een

    impliciete schuld dragen. De veranderende arbeidsmarkt heeft dit probleem extra

    kracht bijgezet. Tot slot worden de pensioenverplichtingen ten opzichte van de

    premiebasis steeds groter. Sociale partners trekken zich daarom meer en meer

    terug als risicodragers.

    De afgelopen jaren heeft het pensioenstelsel een update gekregen door het nFTK.

    Belangrijkste effect daarvan is het dempen van de schokken door deze uit te smeren

    over tien jaar. En als gevolg daarvan kan er ook veel minder snel indexatie worden

    doorgevoerd. Hiermee is het systeem wat meer stabiel gemaakt, maar is tegelijkertijd

    de indexatie-wens ook steeds verder uit beeld geraakt. Velen (zie bijv. Boelaars et al,

    2014) zijn het erover eens dat hiermee de levensduur van het bestaande systeem

    weliswaar verlengd is, maar nog steeds aan het eind van de levenscyclus.

    De afgelopen periode is daarom de Nationale Pensioendialoog gestart. Doel van

    deze dialoog is om een pensioenstelsel te ontwikkelen dat past bij de veranderende

    samenleving. Het nieuwe pensioenstelsel moet hier een antwoord op geven.

    Tegelijkertijd willen we de goede elementen uit het bestaande pensioenstelsel

    behouden.

    Een van deze goede elementen is de intergenerationele risicodeling. Dit wordt tot op

    heden beschouwd als een traditioneel sterk punt van Nederlandse aanvullende

    pensioenregelingen. Hiermee kunnen risicos gedeeld worden, die niet op de

    financile markten verhandeld kunnen worden. Er zij echter diverse ontwikkelingen

    die deze intergenerationele risicodeling bedreigen. De discontinuteitsrisicos van

    pensioenfondsen worden groter door onder andere een grotere dynamiek van

    sectoren.

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    5

    De Commissie Toekomst Pensioenstelsel heeft verschillende varianten onderzocht

    en is uitgekomen om n variant nader uit te werken. Deze variant is het Persoonlijk

    Pensioenvermogen met collectieve risicodeling.

    In deze variant zit een tegenstelling. Aan de ene kant willen we een persoonlijk (te

    identificeren) pensioenvermogen, met heldere eigendomsrechten. En aan de andere

    kant willen we risicos met anderen delen. Die risicodeling zorgt ervoor dat minder

    duidelijk wat nu precies van wie is.

    Het is daarom belangrijk om precies te weten wat men verstaat onder risicodeling.

    Wat is het, welke risicos zijn er en met wie zou je die risicos kunnen delen?

    In deze paper hebben we dat uitgewerkt. Allereerst beschrijven wij het SER advies

    en de interessante, maar onbekende voorkeursvariant die daar uit komt.

    Vervolgens beschrijven we in hoofdstuk 2 de verschillende risicos die te delen zijn

    en met wie je die zou kunnen delen. Dat diepen we verder uit in hoofdstuk 3. Op

    basis van een onderlinge discussie hebben wij een gemeenschappelijke standpunt

    bepaald welke risicos we met wie zouden willen delen. Onze standpunten bleken

    ondanks onze verschillende achtergronden, behoorlijk op elkaar aan te sluiten. Wij

    waren het vrij snel eens over de verschillende voor- en nadelen. Op een enkel punt

    hebben wij deze voor- en nadelen anders gewogen. In hoofdstuk 4 tenslotte, werken

    we uit voor die risicos die wij wel willen delen, hoe we die risicodeling dan concreet

    voor ons zien.

    Onze bijdrage in deze discussie is dat wij op deze wijze hebben aangetoond, dat het

    mogelijk is om ondanks een verschillende achtergrond (verzekeraar, belegger,

    uitvoerder pensioenfonds) behoorlijke overeenstemming te bereiken over welke

    risicos met wie gedeeld kunnen worden.

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    6

    Hoofdstuk 1: SER Advies

    Het Nederlandse pensioensysteem is gebaseerd op 3 pijlers (VB, blz. 9). De eerste

    pijler is de AOW, hiermee wordt een bestaansminimum gegarandeerd. In de tweede

    pijler worden de aanvullende pensioenen gevormd. De derde pijler bestaat uit

    oudedagsvoorzieningen in de vorm van lijfrenten.

    1.1 Aanleiding voor het SER advies

    De AOW en de aanvullende pensioenen zijn de meest belangrijke onderdelen van

    het pensioen (CTP, 2014, blz. 5). Ons pensioensysteem staat bekend als top 3

    pensioensysteem van de wereld (Mercer index). Door de crisis van de afgelopen

    jaren zijn echter ook de minder goede kanten van ons pensioensysteem duidelijk

    geworden (CTP, 2014, blz. 5).

    Het grootste nadeel is de grote rentegevoeligheid van het systeem geworden (CTP,

    2014, blz. 5). Echter, doordat de pensioenvermogens in omvang zo zijn toegenomen,

    is de volatiliteit door bijvoorbeeld hogere pensioenpremies en lagere netto lonen of

    lagere uitkeringen ook enorm toegenomen (DNB, 2015, blz. 3). Hiermee is een

    eventuele tegenvaller niet meer op te lossen door het heffen van een hogere premie

    (Bovenberg en Nijman, 2014, blz. 12). Bovendien waren werkgevers ook steeds

    minder bereid die extra premies te betalen.

    Hierdoor is voor deelnemers duidelijk geworden, dat pensioenen niet gegarandeerd

    waren, maar dat indexeringen van pensioenen voorwaardelijk waren. Zelfs

    bestaande rechten konden worden gekort ofwel afgestempeld (CTP, 2014, blz. 5).

    Door de crisis heeft dit ook daadwerkelijk plaatsgevonden. Hierdoor heeft het

    vertrouwen in het pensioensysteem een behoorlijke deuk opgelopen (Bonenkamp et

    al, 2011, blz. 11).

    Deelnemers hebben lang onjuiste verwachtingen van hun pensioen gehad (DNB,

    2014, blz. 1). Aan deelnemers is onvoldoende duidelijk gemaakt dat

    pensioenuitkeringen onzeker zijn (DNB, 2014, blz. 2). Daarnaast kent het

    pensioensysteem intransparante herverdelingen tussen groepen deelnemers, onder

    andere door het gebruik van de doorsnee premie (DNB, 2014, blz. 2). Deze

    doorsnee premie is vooral nadelig als deelnemers op enig moment uit het

    bedrijfstakpensioenfonds stappen, omdat zij bijvoorbeeld als ZZP-er starten (DNB,

    2014, blz. 3).

    1.2 nFTK

    Sinds 1 januari 2015 is het nieuwe financile toetsingskader (hierna: nFTK) van

    kracht. Hoewel het belangrijkste doel van het nFTK gelijk is aan het doel van het

    oude toetsingskader, namelijk: het waarborgen dat de pensioenen ook daadwerkelijk

    uitgekeerd kunnen worden aan alle generaties, heeft het nFTK grote impact op (o.a.)

    de mogelijkheden om te indexeren onder huidige nominale pensioencontract. Met

    betrekking tot de waarborgfunctie kwamen de commissies Frijns en Goudswaard na

    evaluatie tot de conclusie dat de belangen van de diverse generaties (waaronder de

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    7

    toekomstige) niet gelijk en voldoende geborgd waren (Pensioenfederatie, 2011).

    Aangezien de meeste van de huidige fondsen momenteel gebruik maken van een

    nominaal contract, zal in deze paragraaf uitgegaan worden van het nominale

    contract. De voor deze paper belangrijke verandering in het nFTK, is de vereiste

    dekkingsgraad (en dus buffer) om over te mogen gaan tot indexatie. Kort gezegd

    moet een fonds over voldoende reserves beschikken om niet alleen de huidige

    aanspraken, maar ook de toekomstige aanspraken te kunnen verhogen. Ter

    illustratie: ABP kon onder het oude financile toetsingskader gedeeltelijk indexeren

    bij een dekkingsgraad van 104,2 en hoger (ABP, website). Onder het nFTK kan ABP

    echter pas gedeeltelijk indexeren bij een dekkingsgraad van rond de 110 en volledig

    indexeren bij een dekkingsgraad van rond de 135. Hierdoor is het de verwachting dat

    (mede door de gestegen levensverwachting en lage rente) de komende

    (tientallen)jaren er niet gendexeerd kan worden. Dit probleem speelt breder dan

    alleen bij ABP. De nog mis te lopen indexatie komt bovenop de al gemiste indexatie,

    die bij een aantal grotere fondsen al ca. 10% bedraagt. Hierdoor zorgt het nFTK wel

    voor (meer) nominale zekerheid, maar tevens (i.c.m. de economische en

    demografische ontwikkelingen) voor fikse kortingen in rele zin. De vraag is dus: wat

    is de prijs van zekerheid?

    Om dit probleem te verhelpen/verminderen zijn diverse fondsen aan het nadenken

    over andere pensioencontracten. Een tweetal mogelijke opties zijn a) een db/cdc

    basisregeling met een idc top-up en b) een (verbeterde) premieovereenkomst.

    Voorbeelden van de eerste optie zijn de BTER Excedent regeling van bpfBOUW en

    de regeling van het pensioenfonds van KPN. Voorbeelden van de tweede optie zijn

    de nieuwe idc regeling van Shell en de verkenning van variant 4c binnen de SER. In

    beide gevallen wordt er een oplossing gezocht voor de knelpunten van het huidige

    nominale contract door er (gedeeltelijk) van af te stappen. Hierdoor valt het

    pensioen niet (geheel) onder het nFTK en ontstaat er ruimte om de collectieve

    risicodeling op een andere wijze vorm te geven. Het is onze verwachting dat de

    zoektocht naar andere pensioencontracten, die niet geheel onder het (nominale)

    nFTK vallen, zal doorzetten. Mogelijk dat de introductie van de verbeterde

    premieovereenkomst (verschoven naar 1/7/2016) (SZW, 2015) hierbij een

    stimulerende rol zal spelen.

    Afsluitend dient opgemerkt te worden dat collectieve risicodeling in principe los staat

    van (de exacte invulling van) het nFTK. Welke set van regels noodzakelijk en

    wenselijk is bij collectieve risicodeling is van diverse factoren afhankelijk, waaronder

    de mate waarin zekerheid gewenst is en de (toekomstige) generaties waarmee risico

    gedeeld wordt. Wij verwachten echter dat het nFTK, in de huidige tijdgeest, het

    momentum creert in de overgang naar andere pensioencontracten met minder

    nadruk op nominale zekerheid (en dus minder stringente regels omtrent

    buffervereisten).

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    8

    Het nFTK zorgt voor meer nominale stabiliteit dan het oude FTK, maar dit heeft een

    negatief effect op de indexatie mogelijkheden. Deze problemen kunnen niet goed

    binnen het bestaande stelsel worden opgelost.

    Deze ontwikkelingen hebben geleid tot het instellen van de Nationale

    Pensioendialoog en het verzoek van staatssecretaris Klijnsma aan de SER om met

    een advies te komen over de toekomst van het pensioenstelsel.

    1.3 Het SER Advies

    De Commissie Toekomst Pensioenstelsel (CTP) van de SER heeft in zijn advies

    geprobeerd een stelsel te schetsen dat het goede van het huidige stelsel behoudt en

    verbeteringen doorvoert op de onderdelen waar het stelsel nu tekort schiet.

    De sterke punten van het huidige systeem zijn de hoge participatiegraad, de

    levenslange uitkeringen, de lage kosten van uitvoering en het lange termijn

    beleggingsbeleid (CTP, 2014, blz. 19). Dit alles zorgt tot een in de meeste gevallen

    tot een toereikend pensioenresultaat, hetgeen ook in het onderzoek van Knoef et al

    (2015, blz. 13) is bevestigd.

    De punten die moeten verbeteren zijn de afhankelijkheid van de rente, het

    transparanter maken van het pensioensysteem (CTP, 2014, blz. 26) en het beter

    aansluiten op de moderne arbeidsmarkt (CTP, 2014, blz. 6). Met het transparanter

    maken wordt bedoeld dat duidelijk is welk deel van het pensioen voor de deelnemer

    is en hoe de toewijzingsregels er dan uitzien. Met het beter aansluiten op de

    moderne arbeidsmarkt bedoelen we dat deelnemers niet meer levenslang in n

    bedrijf of n sector in loondienst werken, maar van de ene sector naar de andere

    sector kunnen overstappen en van loondienst naar bijv. zzp-er. Daarnaast wordt

    maatschappelijk de wens gevoel tot meer maatwerk en keuzevrijheid (DNB, 2015,

    blz. 5) en zou ook de begrijpelijkheid van het pensioensysteem moeten worden

    verbeterd (CTP, 2014, blz. 6).

    Door de CTP zijn 4 opties onderzocht (CTP, 2014, blz. 6):

    1. Uitkeringsovereenkomst met degressieve opbouw

    2. Nationale pensioenregeling

    3. Persoonlijk pensioenvermogen met vrijwillige risicodeling

    4. Persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling

    De vierde variant kent weer 3 subvarianten (CTP, 2014, blz. 47, zie ook tabel 1.1):

    A. Het alleen delen van biometrische risicos

    B. Hybride variant: delen van beleggingsrisicos binnen generaties

    C. Uitgebreide optie: delen van beleggingsrisicos met toekomstige generaties

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    9

    Tabel 1.1: Risicodeling in verschillende opties (bron: CTP, 2014, blz. 48)

    De variant 4c persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling, wordt door

    de CTP gezien als interessant maar onbekend (CTP, 2014, blz. 51).

    De kenmerken van de variant onder 4 zijn (CTP, 2014, blz. 47):

    Er wordt een persoonlijk pensioenvermogen opgebouwd in de vorm van een

    kapitaal. In feite lijkt dit erg op een beschikbare premie systematiek.

    Pensioen is en blijft een arbeidsvoorwaarde. Dit betekent dat werkgevers mee

    blijven betalen aan het pensioen van de deelnemers.

    Het micro lang levenrisico blijft verplicht gedeeld. Dat is ook volgens de DNB

    (2015) een no brainer. Op die manier hoeft er minder kapitaal opgebouwd te

    worden, dan als iedereen voor zijn eigen lang levenrisico moet opbouwen.

    Het kent dus 3 varianten voor verdergaande risicodeling (4a, 4b, 4c).

    Het grote verschil van deze variant met de Defined Benefit regelingen is dat geen

    aanspraken worden opgebouwd, maar kapitalen. Uiteindelijk willen deelnemers van

    een pensioenregeling een maandelijks bedrag krijgen. Op dit moment moet een

    kapitaal omgezet worden naar een vaste levenslange risicovrije annuteit. Bovenberg

    & Nijman (2014) pleit ervoor om binnen de Persoonlijke Pensioen Rekeningen door

    te beleggen na de pensioendatum en op basis van een projectierendement

    maandelijks geld uit de pot te halen. Dit projectierendement is gebaseerd op het

    daadwerkelijke rendement dat wordt gemaakt. De verwachting is dat de overheid

    uiteindelijk zo eenn projectierendement zal willen vaststellen om te voorkomen dat op

    enig moment te veel geld uit de pot zal worden gehaald. De Persoonlijke

    Pensioenrekeningen kent dus wel degelijk nog wel een afhankelijkheid van de rente,

    maar veel minder dan in een Defined Benefit regeling.

    Variant 4c, de Persoonlijke Pensioen Rekeningen met uitgebreide risicodeling, wordt

    door de SER genoemd als een interessante maar onbekende optie. Deze optie

    wordt door verder verkend door een SER werkgroep onder leiding van hoogleraar

    Fieke van der Lecq.

    Het voorstel van CTP lijkt erg op de Persoonlijke Pensioenrekeningen met collectieve

    risicodeling, zoals door Bovenberg en Nijman (2014) is beschreven.

    Optie

    Biometrische

    risico's Opbouwfase Uitkeringsfase

    A Collectief Individueel Individueel

    B Collectief Beide mogelijk Collectief

    C Collectief Collectief Collectief

    Beleggingsrisico

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    10

    Zij geven aan dat de grote voordelen van dit systeem van Persoonlijke

    Pensioenrekeningen zijn (Bovenberg en Nijman, 2014, blz. 26):

    Meer maatwerk en flexibiliteit

    Minder generatieconflicten door transparante waarderingen

    Meer eenvoud en doorzichtigheid.

    Als mogelijk nadeel geven Bovenberg en Nijman (2014, blz. 31) aan dat er wellicht

    minder intergenerationele risicodeling plaats zal vinden. Hier wordt duidelijk dat er

    mogelijk een afruil zit tussen aan de ene kant transparantie en aan de andere kant

    risicodeling (CTP, 2014, blz. 7).

    In het volgende hoofdstuk gaan we dan ook verder in op het onderwerp risicodeling.

    Welke vormen van risicodeling kennen we, wat zijn daarvan de kenmerken en

    consequenties?

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    11

    Hoofdstuk 2: Risicodeling

    Uit de literatuur (oa. Beetsma & Romp, 2014, blz. 134) blijkt dat het tussen

    generaties delen van risicos op zich welvaartwinsten oplevert. De welvaartwinst is

    het hoogst wanneer de risico s zo breed mogelijk worden gespreid over de huidige

    en toekomstige cohorten (Beetsma & Romp, 2014, blz. 134). Overigens betekent de

    welvaartwinst niet dat alle cohorten die in het risico meedelen hierdoor beter af zijn.

    Achteraf zal blijken dat bepaalde generaties beter af zouden zijn geweest als ze niet

    in het risico gedeeld hadden. Dit is echter inherent aan risicodeling en vergelijkbaar

    met verzekeren. Het collectief gaat er ex-ante op vooruit, terwijl het resultaat voor

    bepaalde cohorten ex-post negatief kan uitvallen.

    Anders is het als van te voren vast staat dat bepaalde generaties over een lange

    periode benadeeld worden ten opzichte van wat actuarieel fair is. Er is dan sprake

    van (onbedoelde) herverdeling. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer premies

    geheven worden volgens de doorsnee methodiek (zie Lever et al, 2013). Wanneer dit

    nadeel onvoldoende gecompenseerd wordt in de toekomst, wordt dit een structurele

    herverdeling. Als de waarschijnlijkheid hiervan toeneemt, zal de bereidheid om deel

    te nemen in het bestaande systeem afnemen.

    In dit hoofdstuk beschrijven we de verschillende vormen van risicos die zich in een

    pensioencontract kunnen manifesteren (2.1), met wie je die risicos kunt delen (2.2),

    welke bedreigingen er zijn voor intergenerationele risicodeling (2.3) en op basis

    daarvan welke voorwaarden er in onze ogen zijn voor intergenerationele risicodeling

    (2.4).

    2.1 Vormen van risicos

    Er zijn twee soorten risicos die zich manifesteren bij pensioencontracten: financile

    risicos en demografische risicos (Lever, 2015).

    Onder financile risicos verstaan we beleggingsrisicos, het renterisico en het inflatie

    risico. Demografische risicos zijn het individuele en het collectieve lang leven risico.

    Voor jongeren is het aantrekkelijk om relatief veel beleggingsrisico te lopen. Voor

    ouderen is het aantrekkelijk om ook tijdens de uitkeringsfase meer en langer te

    beleggen. Om het risico voor pensioendatum te verminderen, bouwen ouderen hun

    beleggingsrisico vaak af. Maar verdwijnt ook potentieel rendement voor deze

    deelnemers. Daarom willen ze dit risico graag delen. Een langere beleggingshorizon

    leidt tot een verbetering van de afruil tussen risico en rendement. Daarom is het

    gunstig om het aandelenrisico te spreiden over de verschillende generaties. Door het

    aandelenrisico ook met toekomstige generaties te delen, wordt de beleggingshorizon

    nog langer. De verbetering van de afruil tussen risico en rendement die daaruit

    voortkomt moet wel afgewogen worden tegen de lagere transparantie (Lever, 2015,

    blz. 1).

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    12

    Moderne life cycle beleggingen kunnen de beleggingsmix van een pensioenfonds in

    grote mate nabootsen. Daarmee is deze problematiek ook op een andere wijze op te

    lossen dan middels risicodeling. Zodra het wetsvoorstel verbeterde premieregeling -

    welke het doorbeleggen na pensioendatum mogelijk maakt- is ingevoerd nemen de

    voordelen van beleggingsrisico delen mogelijk (nog) verder af.

    Het inflatie- en renterisico manifesteert zich voor alle deelnemers binnen een

    generatie op dezelfde manier. Het is echter wel mogelijk de schokken uit te smeren

    over de verschillende generaties. Ook hier geldt weer dat de periode waarover de

    schokken uitgesmeerd worden, kan worden verlengd door er ook toekomstige

    generaties bij te betrekken. Voor het inflatierisico is slechts beperkte marktinformatie

    beschikbaar. Dit betekent dat de wijze waarop het inflatierisico wordt gespreid over

    de generaties enigszins arbitrair is, hetgeen ten koste van de transparantie gaat

    (Lever, 2015, blz. 1).

    Micro langleven risico kan heel goed binnen de generaties gedeeld worden. De een

    leeft langer dan de ander en risicodeling draagt ertoe bij dat iedereen voor de

    gemiddelde levensduur hoeft te sparen en niet voor de maximale levensduur. Hier is

    geen rol weggelegd voor intergenerationele risicodeling. Daarmee gaan we er van uit

    dat als er een structurele afwijking is van de sterftetafels, dit onder het macro

    langlevenrisico valt.

    Wanneer het macro langlevenrisico gespreid wordt over de generaties, nemen de

    jongeren de facto het risico van de ouderen over bovenop hun eigen langlevenrisico.

    2.2 Met wie deel je de risicos

    Een andere manier om risicodeling in te delen is de vraag met wie je de risicos deelt:

    deze risicos zijn te delen binnen de eigen generatie (intragenerationeel) en met

    andere generaties (intergenerationeel). Intergenerationele risicos zijn weer onder te

    verdelen overlappende generaties en niet-overlappende generaties.

    Intragenerationele risicodeling Intergenerationele risicodeling

    overlappende generaties

    niet-overlappende generaties

    binnen een cohort X

    binnen bestaand collectief X

    binnen bestaand en toekomstig collectief X

    Tabel 2.1: Vormen van risicodeling

    Bron: Broeders & Minderhoud (2104), Evenwichtige risicodeling in een toekomstbestendig pensioenstelsel, Tijdschrift voor

    Pensioenvraagstukken, blz. 44

    Het welvaartseffect van intergenerationele risicodeling is het grootst wanneer ook

    toekomstige generaties meedelen in de risicos (Beetsma & Romp, 2014, blz. 134).

    Daar staat tegenover dat het treffen van regelingen met generaties die zichzelf nog

    niet kunnen vertegenwoordigen uitermate complex is, waardoor het twijfelachtig is of

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    13

    de voordelen die het heeft om risicos te delen met toekomstige generaties wel

    opweegt tegen de daaruit voortvloeiende complexiteit (De Nederlandsche Bank,

    2015). Zo heeft de huidige generatie de mogelijkheid zichzelf (ex-ante) over te

    bedelen ten koste van de toekomstige generatie.

    Zelfs in het geval dat een overbedeling niet ex-ante tot stand is gekomen, maar dat

    het een ex-post uitkomst betrof, zijn de problemen nog niet opgelost. Vanuit het

    perspectief van de toekomstige generatie is het nog steeds een ex-ante uitkomst,

    omdat deze voor een voldongen feit staat als hij in regeling wordt opgenomen,

    zonder dat hij heeft mogen meebeslissen over het beleid dat heeft geleid tot de

    huidige situatie.

    Intergenerationele-risicodeling tussen de nu levende generaties heeft weliswaar ook

    een positief effect op de welvaart (zie Bovenberg en Van Ewijk, 2010), maar dat is

    een stuk lager. Daar staat tegenover dat het voordeel van risicodeling met

    toekomstige generaties wel is afgenomen (Van Ewijk, 2014, blz. 10) en dat expliciet

    rekening moet worden gehouden met het discontinuteitsrisico.

    2.3 Bedreigingen voor intergenerationele risicodeling

    Beetsma en Romp (2014, blz. 147) schetsen vijf trends die een belangrijke invloed

    hebben op de toekomst van de intergenerationele risicodeling:

    1. De aanhoudende vergrijzing:

    Wanneer de vergrijzing doorgaat en er geen aanpassing van het pensioenstelsel

    plaatsvindt, schuift het probleem door naar de volgende generatie.

    2. Veranderingen in internationale boekhoudkundige regels:

    Doordat ondernemingen onder de nieuwe regels verplicht zijn de risicos die zij op

    pensioenen lopen in de balans moeten opnemen, kunnen de pensioenrisicos een

    belemmering vormen voor het aantrekken van kapitaal. Hierdoor hebben

    ondernemingen een belang om de pensioenrisicos af te wentelen op de

    deelnemers. Dit belang wordt nog vergroot door de vergrijzing.

    3. Toenemende arbeidsmobiliteit:

    Naarmate vaker van onderneming / bedrijfstak wordt gewisseld, groeit het belang

    van een faire overdracht tussen de verschillende pensioenfondsen. Dit wordt

    echter bemoeilijkt door herverdelingen.

    4. Economische dynamiek met opkomende en verdwijnende sectoren:

    Hierdoor komt de continuteit in gevaar, wat het vertrouwen in het systeem

    ondermijnt.

    5. Politiek: Aanpassingen in het pensioensysteem gaat steeds vaker samen met een

    versobering van het systeem.

    Deze trends kunnen eraan bijdragen dat het steeds onaantrekkelijker wordt voor

    nieuwe deelnemers om toe te treden. Bovendien kan het zijn dat de risicos niet meer

    draagbaar worden voor sponsorende ondernemingen, als teveel risicos

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    14

    doorgeschoven worden naar de toekomst. Hierdoor ontstaat een

    discontinuteitsrisico. Doordat premiebetalers en sponsorende ondernemingen

    afhaken komt de continuteit van de pensioenregeling in gevaar (Bonenkamp &

    Westerhout, 2011, blz. 89).

    2.4 Voorwaarden voor intergenerationele risicodeling

    De belangrijkste voorwaarden die wij zien voor intergenerationele risicodeling zijn:

    Een compleet pensioencontract.

    Transparantie over wijze waarop de risicos verdeeld worden.

    Heldere eigendomsverhoudingen.

    Een belangrijke voorwaarde voor intergenerationele risicodeling is een compleet

    pensioencontract. Dat draagt bij aan de transparantie, doordat de wijze waarop de

    risicos verdeeld worden vooraf vastligt en niet ter discretie van het

    pensioenfondsbestuur is. Het is echter niet mogelijk om een compleet contract (al)

    door toekomstige generaties te laten fiatteren. Deze generaties zijn (mogelijk) nog

    niet eens geboren. Er is naar onze mening dan ook geen sprake van een zuiver

    compleet contract..

    Ook een actuarieel faire premie voorkomt overdrachten zoals die er bijvoorbeeld wel

    zijn wanneer premies geheven volgens de doorsnee systematiek. Ook is

    transparantie belangrijk, het is juist het ondoorzichtige systeem waardoor er geen

    vertrouwen in een regeling meer is. Door heldere eigendomsverhoudingen kan beter

    inzicht geboden worden over de resultaten van de risicodeling. Met heldere

    eigendomsverhoudingen bedoelen we dat duidelijk is wat van wie is.

    2.5 Discontinuteitsrisico

    Het belangrijkste risico voor intergenerationele risicodeling is het

    discontinuteitsrisico. (Onbedoelde) herverdelingen vormen een belangrijke reden om

    niet deel te willen nemen aan een regeling (DNB, Beets). Herverdeling kan worden

    beperkt door alleen risico te delen binnen groepen die voldoende homogeen zijn.

    Hier doemt een interessant dilemma op. Aan de ene kant is de huidige sectorale

    indeling een voordeel voor intergenerationele risicodeling, omdat hiermee de

    groepen zoveel mogelijk homogeen worden verdeeld. Bijvoorbeeld, mensen die in de

    bouw werken apart, mensen die in de zorg werken apart etc.

    Aan de andere kant is die sectorale indeling ook een belangrijke bedreiging voor

    intergenerationele risicodeling. Door de economische ontwikkelingen staan steeds

    meer sectoren onder druk en is het onzeker of die sectoren over 40 of 50 jaar nog

    bestaan.

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    15

    Wij hebben kort onderzocht in hoeverre pensioenfondsen in de toekomst in gevaar

    komen, doordat de sector waarin zij actief zijn, onder druk staat.

    Wij hebben een overzicht gemaakt van pensioenfondsen (verplichte BPF-en,

    vrijwillige BPF-en en OPF-en) met een voorziening pensioenverplichting van meer

    dan 5 mrd euro. Dit is een lijst met 25 pensioenfondsen.

    Vervolgens hebben wij gekeken in hoeverre deze pensioenfondsen voldoende

    toekomstvast zijn. Wij hebben gekeken naar een tweetal elementen die ook door

    DNB in haar onderzoek zijn gebruikt (DNB, website):

    Is het fonds groot genoeg? Kleinere fondsen zijn in uitvoering te duur. Wij

    hebben hier die grens dus op 5 mrd gelegd.

    Is de branche voldoende toekomstvast? Hier hebben we een inschatting van

    gemaakt. Ieder lid van het team heeft dit gescoord en de gezamenlijke score

    hebben we hier gebruikt.

    Op basis hiervan hebben we een inschatting gemaakt of het pensioenfonds

    voldoende continuteit heeft. Wij zien dat met name de fondsen voor de ambtenaren

    en de mensen die werken in de zorg voldoende toekomstvast zijn. Meer twijfel

    hebben we over beroepen in de maakindustrie en de detailhandel.

    Later in onze paper zullen wij adviseren om af te zien van risicodeling met

    toekomstige generaties. Hoewel wij de potentiele voordelen hiervan erkennen,

    wegen voor ons de nadelen die samenhangen met het niet kunnen afsluiten van een

    (compleet) contract met toekomstige generaties en de effecten die dit heeft op de

    transparantie en het draagvlak zwaarder. Mocht er echter wel gekozen worden om

    risicos met toekomstige generaties te delen, zijn er gelet op onze analyse naar

    onze mening- slechts een zeer beperkt aantal fondsen geschikt om risicos te delen

    met toekomstige generaties; voornamelijk ABP en PFZW.

    Fonds Type fonds VPV toekomst argumentStichting Pensioenfonds ABP BPFv 290.733.000.000 ++ blijven altijd nodigStichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn BPFv 127.699.000.000 ++ blijven altijd nodigStichting Pensioenfonds Metaal en Techniek BPFv 47.685.000.000 +/- maakindustrie onder druk

    Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid BPFv 35.430.056.000 +/- veel bouwbedrijven in problemenStichting Pensioenfonds van de Metalektro (PME) BPFv 32.378.000.000 +/- maakindustrie onder drukStichting Shell Pensioenfonds OPF 17.722.000.000 - - over naar DC zonder risicodelingStichting Rabobank Pensioenfonds OPF 14.888.000.000 +/- fusie kandidaat?Stichting Pensioenfonds ING OPF 14.803.709.000 +/- fusie kandidaat?Stichting Philips Pensioenfonds OPF 13.793.000.000 +/- wordt steeds kleiner, verkoopt onderdelen

    Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg BPFv 12.195.000.000 +/- meer zelfstandige vervoerdersStichting Pensioenfonds van de ABN AMRO Bank N.V. OPF 11.843.509.000 +/- fusie kandidaat?Stichting Spoorwegpensioenfonds BPFn 10.804.000.000 + verwacht wel toekomst voor het spoorStichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Detailhandel BPFv 10.706.499.000 - detailhandel door internet zwaar onder drukStichting Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw BPFv 9.682.237.000 + blijft bestaanStichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties BPFv 7.473.374.000 + blijft bestaanStichting Pensioenfonds Post NL OPF 6.180.881.000 - Post NL krimpt ieder jaar

    Stichting Pensioenfonds Hoogovens OPF 6.000.000.000 +/- maakindustrie staat onder drukStichting Pensioenfonds Medisch Specialisten BRF 5.763.496.000 + / - zijn nu vaak zelfstandigen maar straks ook nog?Stichting Pensioenfonds Werk en (re)Integratie BPFv 5.744.938.000 +/- doel is kleiner wordenStichting Pensioenfonds voor Huisartsen BRF 5.636.335.000 + blijft altijd bestaanStichting Pensioenfonds KPN OPF 5.556.328.000 - overname kandidaat?Stichting Pensioenfonds Vliegend Personeel KLM OPF 5.520.300.000 +/- overname kandidaat?

    Stichting Algemeen Pensioenfonds KLM OPF 5.358.500.000 +/- overname kandidaat?Stichting Pensioenfonds DSM Nederland OPF 5.331.000.000 +/- overname kandidaat?Stichting Pensioenfonds UWV OPF 5.136.094.000 +/- doel is kleiner worden

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    16

    De toekomstbestendigheid van pensioenfondsen is trouwens een actueel onderwerp.

    De Nederlandsche Bank heeft al meerdere onderzoeken uitgevoerd naar de

    toekomstbestendigheid van de diverse pensioenfondsen en geconcludeerd dat er

    enkele tientallen fondsen (mogelijk) niet toekomstbestendig genoeg zijn (DNB,

    website). De lijst met fondsen is niet gepubliceerd.

    De focus van DNB is (meer) op fondsen is die op korte termijn in problemen kunnen

    komen, bijv. door een gebrek aan omvang. Onze focus is juist op de fondsen

    waarvan wij denken dat ze het meeste bestaansrecht hebben, Wij hebben ons

    daarom beperkt tot de grotere fondsen1.

    2.6 Conclusie

    In dit hoofdstuk hebben wij aangegeven welke risicos en te delen zijn en met wie.

    In het volgende hoofdstuk gaan we daar verder op in.

    In het beoordelen van de voor- en nadelen van de risicodelingsvarianten houden we

    rekening met de in dit hoofdstuk genoemde voorwaarden voor intergenerationele

    risicodeling.

    1 Omvang is n van de factoren die DNB in haar onderzoek heeft meegenomen (DNB, website)

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    17

    Hoofdstuk 3: Risicomatrix

    In hoofdstuk 2 hebben we gezien dat we dus 5 soorten risicos kennen

    (beleggingsrisico, renterisico, inflatierisico, micro langlevenrisico en macro

    langlevenrisico). Deze risicos kunnen we op 3 manieren delen: binnen een cohort,

    binnen een bestaand collectief en tenslotte binnen bestaand n toekomstig collectief.

    Als je de risicos combineert met de manieren waarop je het risico kunt delen, komen

    we tot een matrix met 15 mogelijke combinaties.

    Hieronder tonen we deze matrix en geven we de voor-en nadelen aan. Wij laten per

    onderdeel onze afweging zien en komen met een conclusie of we dit risico op deze

    manier zouden willen delen. Bij deze beoordeling houden we rekening met de in

    paragraaf 2.4 genoemde voorwaarden.

    Binnen een cohort

    Binnen bestaand collectief

    Binnen bestaand en toekomstig collectief

    Beleggingsrisico

    Rente risico

    Inflatierisico

    Micro langlevenrisico

    Macro langlevenrisico Tabel 3.1: Risicomatrix

    Bij het beoordelen van deze verschillende cellen van deze matrix, maken we een

    kosten-baten analyse:

    Baten: Heeft het delen van deze risicos eigenlijk wel zin? Met andere

    woorden, leidt het tot welvaartswinst?

    Kosten: Hoe schatten we de nadelen in van het delen van die risicos? Hoe

    zwaar wegen die?

    3.1. Risicos delen binnen een cohort

    (a) Beleggingsrisico

    Wij splitsen dit onderdeel in collectief beleggen en beleggingsrisico delen.

    Binnen een cohort is alleen voordeel te behalen middels collectief beleggen.

    Volgens ons is dat overigens geen risicodeling, hier worden alleen kosten gedeeld.

    Bij een collectief beleggingsbeleid lopen de deelnemers een min of meer gelijk risico

    en is de meerwaarde van het delen van het risico dus beperkt.

    Het voordeel door met een groep te beleggen is dat de kosten voor beleggen worden

    gedeeld. Daarmee kunnen de kosten worden verlaagd (NAM speech Klaas Knot,

    2015). Aan de andere kant is er door collectief te beleggen voor het individu minder

    individuele keuzevrijheid in de beleggingen mogelijk.

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    18

    Afweging:

    Over het algemeen maken individuele beleggers minder goede keuzes, waardoor het

    beleggingsrendement tegenvalt (Nijman, 2015). Het te verwachten pensioenresultaat

    zal dus beter worden, naarmate er minder individuele keuzevrijheid is. Bij een

    collectief beleggingsbeleid lopen de deelnemers een min of meer gelijk risico en is de

    meerwaarde van het delen van het risico dus beperkt.

    Dus dat betekent dat we binnen een cohort voorstander zijn van collectief beleggen,

    maar dat het delen van het beleggingsrisico binnen de cohort geen meerwaarde

    biedt.

    (b) Rente risico

    Iedereen binnen de cohort heeft op dezelfde wijze last van dit renterisico. Het delen

    van dit risico leidt niet tot voordelen. In het systeem van persoonlijke

    pensioenrekeningen is de invloed van rente echter veel minder (maar niet afwezig!)

    dan in het bestaande systeem van Defined Benefit. Dit staat uitgelegd in hoofdstuk 1.

    Afweging:

    De overstap van een Defined Benefit regeling naar persoonlijke pensioenrekeningen

    leidt al tot een verminderde exposure op het renterisico. Het is wel van belang om

    binnen de persoonlijke pensioenrekeningen goede afspraken met de wetgever te

    maken over het vaststellen van het projectierendement. Dit mag niet te hoog, maar

    zeker ook niet te laag zijn. Het delen van dit risico binnen 1 cohort leidt niet tot

    voordelen, omdat een ieder hier op dezelfde wijze last van heeft.

    (c) Inflatierisico

    Het delen van inflatierisico binnen een cohort heeft weinig zin, omdat iedereen

    daarvan dezelfde effecten merkt. Met andere woorden het delen van dit risico leidt

    niet tot een mogelijk beter effect.

    (d) Micro lang levenrisico

    Met micro lang leven risico bedoelen we dat de ene deelnemer langer leeft dan de

    ander. Jij weet zelf niet of je degene bent die vroeg overlijdt of juist niet. Dus dat

    betekent dat je bij het individueel sparen er altijd van uit moet gaan dat jij lang leeft,

    omdat je anders tekort komt.

    Het delen van dit risico leidt tot lagere kosten dan dit individueel regeling en leidt dus

    tot welvaartswinst (DNB position paper 2015). Een no brainer volgens Klaas Knot

    (NAM speech 2015). Het nadeel hiervan is dat er minder individuele keuzevrijheid is,

    bijv. als je terminaal ziek bent.

    Wij vinden echter het economische voordeel voor de gehele groep zoveel beter, dat

    het delen van dit risico ons inziens altijd een onderdeel moet zijn van het nieuwe

    pensioenstelsel.

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    19

    (e) Macro lang levenrisico

    Met macro lang leven risico bedoelen we dat de mens gemiddeld steeds ouder wordt

    en dus voor meer jaren pensioen nodig heeft.

    Iedereen binnen een cohort heeft hier op dezelfde wijze last van. Het delen van dit

    risico binnen een cohort leidt daarom niet tot welvaartsvoordelen.

    Conclusie risicodeling binnen de cohort

    Wij constateren dat het delen van de meeste risicos binnen een cohort niet zoveel

    zin heeft. Dit heeft te maken met het feit dat alle deelnemers hetzelfde effect ervaren,

    waardoor er dus niets te verdelen valt.

    Het delen van micro langlevenrisico levert wel welvaartswinst op. Bovendien is het

    collectief beleggen veel goedkoper dan het individueel beleggen. Aangezien

    bovendien de individuele beleggingskeuzes van de deelnemers over het algemeen

    slecht uitvallen, lijkt het logisch te kiezen voor collectief beleggen.

    3.2 Binnen een bestaand collectief

    (a) Beleggingsrisico

    Het voordeel van het delen van het beleggingsrisico binnen het bestaand collectief is

    dat door het uitsmeren van schokken welvaartswinst kan worden verkregen

    (Beetsma & Romp, 2014, blz. 134). Als dit binnen een bestaand collectief gebeurd,

    kunnen de spelregels tevoren goed worden afgesproken met de verschillende

    partijen. Hiermee ontstaat een zo compleet mogelijk contract. De welvaartswinst die

    hiermee te verkrijgen is, neemt echter steeds meer af. In het onderzoek van Ortec

    (2014) werd dit nog becijferd op 8%, maar in het laatste onderzoek van Netspar

    (2014) was dit slechts 1%.

    Risicodeling binnen het bestaande collectief kan bovendien leiden tot herverdeling

    tussen individuen en cohorten. De vraag is of dit de bereidheid om deel te nemen

    niet ondermijnt (Beetsma & Romp, 2014, blz. 144).

    Het werken met risicodeling binnen het collectief leidt tot minder transparantie, terwijl

    dit wel een van de criteria was, om over te gaan naar een systeem van persoonlijke

    pensioenrekeningen.

    Afweging:

    Met het delen van beleggingsrisico kunnen de plussen en minnen in beleggen in de

    tijd met elkaar worden gedeeld. Hierdoor kunnen in ieder geval pech en geluk

    cohorten worden verminderd.

    Wel moet dit tevoren goed zijn afgesproken met alle partijen (dus een compleet

    contract) en moet worden gekeken of de welvaartwinsten die hiermee te halen lijken

    ook echt in de tijd worden gerealiseerd.

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    20

    (b) Renterisico

    In het systeem van persoonlijke pensioenrekeningen is de invloed van rente veel

    minder (maar niet afwezig!) dan in het bestaande systeem van Defined Benefit. Het

    delen van renterisico tussen jong en oud schadelijk kan zijn voor de zekerheid van

    de pensioenen voor ouderen (Lever, 2015). Aan de andere kant maakt een blijvende

    daling van de rente pensioen vooral voor jongeren duur (Lever, 2015). Nadeel van

    het delen van dit risico is dat dit leidt tot minder transparantie in het contract, terwijl

    dit wel 1 van de uitgangspunten in de pensioendialoog was.

    Afweging:

    Het is niet evident of het delen van renterisico voordelen oplevert. Er zit een mogelijk

    effect van herverdeling in, hoewel op voorhand (ex ante) niet duidelijk is hoe die

    herverdeling plaatsvindt. Binnen een bestaand collectief is het mogelijk om hier

    afspraken over te maken via een compleet contract.

    Echter, de invoering van persoonlijke pensioenrekeningen zorgt voor minder

    exposure op het renterisico. Derhalve weegt voor ons het ontbreken van

    transparantie zwaarder, dan dit risico met elkaar te delen.

    Maar, partijen binnen het collectief zouden dit met elkaar natuurlijk kunnen

    afspreken.

    (c) Inflatierisico

    Het voordeel van het delen van inflatierisico is dat ouderen bescherming kunnen

    krijgen tegen een toename van de inflatie (Lever, 2015). Echter, de waardering

    hiervan is lastig en subjectief, wegens een gebrek aan marktinformatie over inflatie

    en rele rente (Lever, 2015). Bovendien neemt de transparantie hierdoor af, terwijl dit

    wel n van de uitgangspunten voor het nieuwe pensioensysteem was.

    Afweging:

    Het delen van dit risico is vooral in het belang van de ouderen. Als waardering

    hiervan subjectief is, ligt een generatieconflict op de loer. Derhalve zouden wij

    adviseren terughoudend te zijn in het delen van dit risico.

    (d) Micro langlevenrisico

    Het delen van dit risico leidt tot lagere kosten dan dit individueel regeling en leidt dus

    tot welvaartswinst (DNB position paper 2015). Als dit binnen een bestaand collectief

    gebeurt, kunnen de spelregels tevoren goed worden afgesproken met de

    verschillende partijen. Hiermee ontstaat een zo compleet mogelijk contract. Het

    nadeel hiervan is dat er minder individuele keuzevrijheid is, bijv. als je terminaal ziek

    bent. Wij vinden echter het economische voordeel voor de gehele groep zoveel

    beter, dat het delen van dit risico ons inziens altijd een onderdeel moet zijn van het

    nieuwe pensioenstelsel.

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    21

    (e) Macro langlevenrisico

    Het voordeel van het delen van lang levenrisico ligt vooral bij de ouderen (Lever,

    2015). Als het delen van macro langlevenrisico binnen een bestaand collectief

    gebeurt, kunnen de spelregels tevoren goed worden afgesproken met de

    verschillende partijen. Hiermee ontstaat een zo compleet mogelijk contract. De

    ervaring is echter dat de trendmatige ontwikkeling van de sterfte altijd in enige mate

    wordt onderschat (Verbond van Verzekeraars). Er zit altijd een vertraging in. Dat

    betekent dat de jongeren dan het risico van ouderen betalen, bovenop hun eigen

    langlevenrisico (Lever, 2015). Bovendien is de waardering van dit risico subjectief

    (Lever, 2015). Tenslotte neemt de transparantie hierdoor af, terwijl dit wel n van de

    uitgangspunten voor het nieuwe pensioensysteem was.

    Afweging:

    Het delen van het langlevenrisico is niet in het belang van de jongeren. De

    waardering is bovendien subjectief en de transparantie in het contract neemt af. Dit

    zijn voor ons de redenen om dit risico niet binnen een bestaand collectief te delen.

    Echter, als de deelnemers dit willen en dit vastleggen in een compleet contract, dan

    kan dat natuurlijk wel. Maar dan zullen er over de waardering van dit risico wel

    heldere afspraken gemaakt moeten worden, om teleurstellingen in de toekomst te

    voorkomen.

    Conclusie risicodeling met bestaand collectief

    Wij adviseren beleggingsrisico en micro langleven risico wel te delen met het

    bestaande collectief. Dit delen leidt tot welvaartswinst. Daarnaast zijn de risicos goed

    te waarderen.

    De overige risicos rente, inflatie en macro langlevenrisicos leveren op zich ook

    welvaartswinst op, maar zijn echter minder goed te waarderen. Dat leidt tot potentile

    discussies tussen cohorten.

    Aangezien alle partijen aan tafel zitten in het bestaande collectief, is het echter wel

    mogelijk om te komen tot sluitende afspraken. Het risico dat je loopt, is dat het op

    enig moment die afspraken toch ter discussie worden gesteld, omdat ze moeilijk

    objectiveerbaar zijn. Daarom adviseren we dat niet.

    3.3 Binnen bestaand en toekomstig collectief

    Binnen de categorie risicos delen met het bestaand en toekomstig collectief is voor

    ons een belangrijke overweging dat de toekomstige deelnemers niet mee kunnen

    beslissen hoe de regels in het contract eruit komen te zien, terwijl die regels ook voor

    hen wel van toepassing zijn.

    Het delen van risicos met het toekomstig collectief kan voordelen hebben, maar het

    probleem dat het toekomstig collectief geen stem heeft wegen we zwaarder.

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    22

    Overigens heeft n van schrijvers aangegeven, dezelfde argumenten te zien, maar

    de argumenten anders te wegen. Hij ziet onder strikte voorwaarden wel ruimte voor

    risicodeling binnen bestaand en toekomstig collectief.

    (a) Beleggingsrisico

    Het voordeel van het delen van beleggingsrisico is dat door het uitsmeren van

    schokken kan welvaartswinst worden verkregen (Beetsma & Romp, 2014, blz. 134).

    Hoe groter de groep is en hoe langer de periode waarover kan worden uitgesmeerd,

    hoe beter dat het uitsmeren werkt (Lever, 2015). Aan de andere kant zijn

    toekomstige generaties nog geen onderdeel van dit systeem. Daarom kan deze

    risicodeling niet met hen worden afgesproken. Bovendien is bij risicodeling met

    toekomstige generaties de toekomstige aanwas cruciaal. Door het wegvallen van die

    aanwas kunnen discontinuteitsproblemen ontstaan (Beetsma & Romp, 2014, blz.

    152). Het werken met risicodeling leidt ook tot minder transparantie, terwijl dit wel

    n van de criteria was, om over te gaan naar een systeem van persoonlijke

    pensioenrekeningen. Hoe meer groepen je hierbij betrekt, hoe minder transparant

    het systeem is.

    Afweging:

    Voor ons is het discontinuteitsprobleem een belangrijke hobbel. Dus je zou dit alleen

    moeten willen doen met fondsen die (1) voldoende toekomst hebben (2) een zo

    homogeen mogelijke groep betreffen (omdat er anders ook herverdelingseffecten

    ontstaan).

    In de discussie binnen onze groep zien we behoorlijke nadelen van het delen van dit

    risico met toekomstige generaties, zoals in de inleiding van paragraaf 3.3 besproken.

    Daarom adviseren we alles afwegende om deze vorm van risicodeling niet toe te

    passen.

    (b) Rente risico

    In het systeem van persoonlijke pensioenrekeningen is de invloed van rente veel

    minder (maar niet afwezig!) dan in het bestaande systeem van Defined Benefit. Het

    delen van renterisico tussen jong en oud kan schadelijk zijn voor de zekerheid van

    de pensioenen voor ouderen (Lever, 2015). Aan de andere kant maakt een blijvende

    daling van de rente pensioen vooral voor jongeren duur (Lever, 2015). Het nadeel

    van het delen van dit risico is dat dit leidt tot minder transparantie in het contract,

    terwijl dit wel 1 van de uitgangspunten in de pensioendialoog was.

    Afweging:

    Het is niet evident of het delen van renterisico voordelen oplevert. Er zit een mogelijk

    effect van herverdeling in, hoewel op voorhand (ex ante) niet duidelijk is hoe die

    herverdeling plaatsvindt.

    Het is niet mogelijk dit met toekomstige generaties af te spreken, die zitten immers

    niet aan tafel. Bovendien, door de invoering van persoonlijke pensioenrekeningen

    zorgt voor minder exposure op het renterisico.

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    23

    Het nadeel dat de toekomstige generatie niet aan tafel kan zitten, maar wel

    geconfronteerd wordt met de gevolgen, vinden wij zwaar wegen. Daarom zouden wij

    adviseren het renterisico niet te delen met toekomstige generaties.

    (c) Inflatierisico

    De deling van inflatierisico zou ouderen bescherming kunnen bieden tegen een

    toename van de inflatie (Lever, 2015). De waardering hiervan is echter lastig en

    subjectief, wegens een gebrek aan marktinformatie over inflatie en rele rente

    (Lever, 2015). Het is bovendien niet mogelijk dit met toekomstige generaties af te

    spreken, hierdoor is een compleet contract niet mogelijk. Tenslotte neemt de

    transparantie hierdoor af, terwijl dit wel n van de uitgangspunten voor het nieuwe

    pensioensysteem was.

    Afweging:

    Het delen van dit risico is vooral in het belang van de ouderen. Als waardering

    hiervan subjectief is, ligt een generatieconflict op de loer. Zeker, als partijen die

    mogelijk dit risico moeten betalen, nog geen onderdeel van dit systeem zijn en

    hiermee dus niet expliciet kunnen instemmen. Derhalve zouden wij adviseren dit

    risico niet met toekomstige generaties te delen.

    (d) Micro lang leven

    Micro-langlevenrisico gaat ervan uit van een constante levensverwachting met een

    spreiding er omheen. Dat betekent ons inziens, dat er weinig te delen valt met de

    toekomstige generatie.

    (e) Macro lang levenrisico

    Het voordeel van het delen van lang levenrisico ligt vooral bij de ouderen (Lever,

    2015). Het is echter niet mogelijk dit met toekomstige generaties af te spreken,

    hierdoor is een compleet contract niet mogelijk. Bovendien is de waardering van dit

    risico subjectief (Lever, 2015). Hierdoor neemt de transparantie af, terwijl dit wel n

    van de uitgangspunten voor het nieuwe pensioensysteem was. Ook is de ervaring is

    dat de trendmatige ontwikkeling van de sterfte altijd in enige mate wordt onderschat

    (Verbond van Verzekeraars). De jongeren betalen dan het risico van ouderen,

    bovenop hun eigen lang levenrisico (Lever, 2015).

    Afweging:

    Het delen van het lang levenrisico is niet in het belang van de jongeren. De

    waardering is bovendien subjectief en de transparantie in het contract neemt af.

    Hierdoor ontstaat een potentieel generatieconflict, dat invloed kan hebben of nieuwe

    deelnemers in de toekomst nog wel willen deelnemen in de collectiviteit. Dit zijn voor

    ons redenen om dit risico niet met een toekomstig collectief te willen delen.

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    24

    3.4 Conclusie

    In bijgaande matrix hebben we de conclusies waarop we komen als we de voor- en

    nadelen afwegen, kort beschreven.

    Binnen een cohort

    Binnen bestaand collectief

    Binnen bestaand en toekomstig collectief

    Beleggingsrisico Alleen collectief beleggen Wel doen Niet doen

    Rente risico Levert geen voordelen op Kan wel, maar adviseren we niet Niet doen

    Inflatierisico Levert geen voordelen op Kan wel, maar adviseren we niet Niet doen

    Micro langlevenrisico Wel doen Wel doen

    Levert geen extra voordelen op ten opzichte van binnen bestaand collectief

    Macro langlevenrisico Levert geen voordelen op Kan wel, maar adviseren we niet Niet doen Tabel 3.2: Risicomatrix ingevuld

    Uit de matrix blijkt dat we er vooral voor kiezen om de financieel verhandelbare

    risicos wel te willen delen (zowel binnen het bestaande cohort als binnen het

    bestaande collectief). Hiermee bedoelen we het delen van het beleggingsrisico en

    het delen van micro lang leven risico.

    Wij denken dat het delen van het renterisico, het inflatierisico en het macro lang

    leven risico binnen een cohort delen geen toegevoegde waarde heeft, omdat alle

    deelnemers daarvan evenveel last hebben. Het delen van deze risicos binnen een

    bestaand collectief is op zich wel mogelijk, omdat het mogelijk is binnen dit

    bestaande collectief te komen tot een compleet contract. Echter, aangezien de

    waarderingsregels subjectief zijn, de transparantie van het contract verminderd en de

    voordelen van risicodeling verder teruglopen, adviseren wij hier om deze vorm van

    risicodeling niet te doen.

    Wij vinden het niet verstandig om risicos te delen met de toekomstige generaties. Bij

    de niet financieel verhandelbare risicos zijn de waarderingsgrondslagen subjectief.

    Het is niet mogelijk om een compleet contract te sluiten. Hiermee is er dus een risico

    op een generatieconflict. Aangezien het beeld is dat de voordelen van risicodeling

    beperkt zijn en in de toekomst steeds beperkter worden, schatten we de nadelen

    hoger in dan de voordelen.

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    25

    Hoofdstuk 4: Concrete invulling intergenerationele risicodeling

    4.1 Inleiding

    De persoonlijke pensioen rekening kent heldere eigendomsverhoudingen in termen

    van kapitaal. Dit zorgt voor transparantie en eenvoudige overdraagbaarheid. Gezien

    de huidige maatschappelijke ontwikkelingen, zoals geschetst in hoofdstuk 2, zijn dit

    belangrijke elementen voor een houdbaar pensioensysteem. Daarnaast willen we de

    voordelen van het huidige collectieve systeem met de mogelijkheden tot risicodeling

    liever niet kwijt. Risicodeling en transparante eigendomsverhoudingen staan echter

    per definitie op gespannen voet met elkaar. In hoofdstuk 3 komen we dan ook tot de

    conclusie dat er nog maar beperkte voordelen te behalen zijn uit de collectiviteit.

    Wij zien nog wel voordelen in het collectief beleggen en het collectief delen van het

    micro langlevenrisico binnen de leeftijdscohorten. Daarnaast zien we ook nog

    voordelen in het delen van beleggingsrisico en micro langlevenrisico binnen het

    collectief, hoewel dit wel ten koste kan gaan van de transparantie. Voor risicodeling

    met toekomstige generaties hebben wij beargumenteerd dat we de nadelen daarvan

    groter achter dan de mogelijke voordelen , mede veroorzaakt door het

    discontinutetsrisico. Wanneer delen binnen een bestaand collectief de meest

    uitgebreide vorm van delen is, dan zijn persoonlijke pensioenrekeningen een

    transparante en passende oplossing.

    4.2 Werking persoonlijke pensioen rekening

    Gedurende de opbouwfase wordt kapitaal opgebouwd op de persoonlijke

    pensioenrekening. Premie inleg, rendement en eventuele risicodeling (hier genoemd:

    solidariteitsafspraken) bepalen het vermogen op de rekening bij pensionering.

    Gedurende de uitkeringsfase zullen er uitkeringen gedaan worden uit het

    opgebouwde vermogen in plaats van premiestortingen. Verder gelden er dezelfde

    factoren die van invloed zijn op het vermogen. De formule hier beneden vat duidelijk

    samen hoe het vermogen op een PPR zich ontwikkeld.

    = 1 + 1 1 + 1 + 1

    Het belangrijkste verschil individuele DC regelingen is de factor solidariteit. Deze

    term kan gebruikt worden om bepaalde risicos te blijven delen en tch persoonlijke

    eigendomsrechten te hebben. Het saldo resulterend uit de solidariteitsafspraken

    worden dus iedere periode direct bij- of afgeschreven waardoor er geen naamloze

    buffers ontstaan. Ook wordt het duidelijk dat intergenerationele risicodeling niet in dit

    stelsel past, want de toekomstige deelnemers hebben nog geen persoonlijke

    pensioenrekening.

    Een ander groot verschil met individuele DC-regelingen heeft te maken met de

    uitkeringsfase. Bij de huidige individuele DC-regelingen moet het kapitaal uiteindelijk

    omgezet worden in een uitkeringsvorm. Dit door een verplichte conversie naar een

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    26

    levenslage annuteit. De persoonlijke pensioen rekening kent echter de mogelijkheid

    om met een beperkt risico door te beleggen ook na de pensioendatum2.

    De formule geeft ook duidelijke handvatten hoe de verschillende wel of niet risicos

    gedeeld kunnen worden. Risicos die wel gedeeld worden kunnen via de factor

    solidariteit verrekend worden, terwijl risicos die niet gedeeld worden via de

    rendementsfactor verrekend worden. Dit is in onze ogen ook tevens de manier om

    aan de deelnemers te communiceren. Renterisico, macro langleven en inflatierisico

    zullen volledig via de rendementsfactor (in de communicatie naar de deelnemer

    tevens verder uitgesplitst) het vermogen op de rekening bepalen. Micro

    langlevenrisico zal volledig via de solidariteitsfactor verrekend worden.

    Beleggingsrisico zal, afhankelijk van de precieze afspraken, door zowel de

    rendementsfactor als de solidariteitsfactor verrekend worden.

    4.3 Delen micro langlevenrisico

    Het opgebouwde kapitaal in de persoonlijke pensioen rekening wordt bij overlijden

    niet vererft, maar komt ten goede aan het collectief. Dit wordt gebruikt om het

    langleven risico te delen. Daarom is het niet meer nodig genoeg kapitaal op te

    bouwen voor het worst case scenario dat iemand heel oud wordt, maar volstaat het

    kapitaal dat voldoende is voor de verwachte leeftijd. Wanneer iemand eerder overlijdt

    dan de verwachte leeftijd wordt er bij alle deelnemers een (biometrisch) rendement

    bijgeschreven op de persoonlijke pensioen rekening onder de solidariteitsfactor.

    Wanneer iemand juist ouder wordt dan de gemiddelde leeftijd, wordt er rendement

    afgeschreven van de persoonlijke pensioen rekening. Op deze manier kan het micro

    langleven zowel per cohort (gepensioneerden en actieven) apart gedeeld worden als

    collectief. Naar onze mening is het echter efficinter om het collectief te delen, omdat

    het risico dan over een grotere groep gespreid wordt.

    4.4 Delen beleggingsrisico

    De mate waarin beleggingsresultaten door de rendements- en solidariteitsfactoren

    bepaald worden hangt af van de precieze solidariteitsafspraken. In het extreme geval

    dat ieder zijn eigen risico draagt, dan zal beleggingsrisico volledig voor de

    rendementsfactor komen. Daarnaast hangt het ook af van het beleggingsbeleid. Een

    mogelijke oplossing is n uniforme beleggingsmix, zeg 60% zakelijke waarden en

    40% vastrentende waarden. Wanneer risicos niet gedeeld zouden worden dan kan

    dit voor met name gepensioneerden tot vervelende uitkomsten leiden. De

    persoonlijke pensioen rekening biedt dan de oplossing om dit risico te delen door de

    rendementen over de tijd (bijvoorbeeld 10 jaar) uit te smeren. In dat geval zal 1/10

    van de schok (-2% bij een aandelenrendement van - 20%) via de rendementsfactor

    verrekend worden, en de komende 9 jaar zal de resterende schok dan via de

    2 Wij verwachten echter dat dit verschil (in de beleving van de klant) na de introductie van de verbeterde premieovereenkomst afneemt. Hoewel de werking van de PPR en de verbeterde premieovereenkomst anders is, kan in beide gevallen na de pensioendatum (beperkt) beleggingsrisico genomen worden. Hierdoor is de deelnemer in beide geval niet verplicht nominale zekerheid te kopen voor de prijs van gemist rendement.

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    27

    solidariteitsfactor verrekend kunnen worden. Wanneer er in het volgende jaar dan

    een herstel plaats vindt dan zal dit weggestreept kunnen worden door de

    solidariteitsfactor te herberekenen. De deelnemers kunnen dan duidelijk zien wat er

    de komende 10 jaar nog aan af- en bijschrijvingen via de solidariteitsfactor verwacht

    kan worden. In plaatst van 1 uniforme beleggingsmix zou ook gekozen kunnen

    worden voor een twee fondsen aanpak, met n fonds voor actieven en n fonds

    voor gepensioneerden. In dat geval kan de solidariteitsfactor wederom gebruikt

    worden om de risicos uit te smeren in het gepensioneerden fonds. Maar de

    solidariteitsfactor kan ook gebruikt worden om de overgang tussen het actieve en

    gepensioneerden fonds stabieler te laten lopen.

    4.5 Conclusie

    Het delen van micro langleven risicos loopt via het biometrische rendement. De

    solidariteitsfactor wordt gebruikt om binnen een uniforme mix schokken in het

    rendement uit te smeren over de tijd. Wanneer gekozen wordt voor twee aparte

    fondsen voor actieven en gepensioneerden kan de solidariteitsfactor gebruikt worden

    om de overgang tussen de twee fondsen soepeler te laten lopen.

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    28

    Hoofdstuk 5: Afsluitende conclusies

    Het Nederlandse pensioenstelsel stond altijd bekend als n van de beste stelsels

    ter wereld. De laatste jaren staat deze positie echter onder druk.

    Een belangrijke oorzaak van deze terugval in positie, is de houdbaarheid van het

    systeem. Door onder andere de crisis van de afgelopen jaren, zijn ook de

    beperkingen van het huidige systeem naar boven gekomen. Deze nadelen van het

    huidige systeem zitten met name in de enorme afhankelijkheid van de risicovrije

    rente.

    De pensioenverplichtingen worden ten opzichte van de premiebasis te groot. Sociale

    partners trekken zich daarom meer en meer terug als risicodragers.

    Om deze reden heeft de staatsecretaris de Nationale Pensioendialoog gestart. Doel

    hiervan is om het pensioenstelsel zodanig te vernieuwen, dat het weer

    toekomstbestendig is. Om het pensioenstelsel toekomstvast te maken, moet het

    pensioenstelsel transparanter zijn en beter aansluiten op de moderne arbeidsmarkt.

    Tegelijkertijd moet het systeem meer ruimte geven aan maatwerk en keuzevrijheid.

    Tevens willen we goede onderdelen van het huidige pensioenstelsel, zoals

    risicodeling, behouden.

    De Commissie Toekomst Pensioenstelsel heeft verschillende varianten onderzocht

    en is uitgekomen om n variant nader uit te werken. Deze variant is het Persoonlijk

    Pensioenvermogen met collectieve risicodeling.

    In deze variant zit een tegenstelling. Aan de ene kant willen we een persoonlijk (te

    identificeren) pensioenvermogen, met heldere eigendomsrechten. En aan de andere

    kant willen we risicos met anderen delen. Die risicodeling zorgt ervoor dat minder

    duidelijk wat nu precies van wie is.

    Er zijn verschillende soorten risicos die we met elkaar kunnen delen. We kennen

    financile risicos en demografische risicos. Onder financile risicos verstaan we

    beleggingsrisicos, het renterisico en het inflatie risico. Demografische risicos zijn het

    individuele (micro) en het collectieve (macro) lang leven risico.

    Wij denken dat het delen van het renterisico, het inflatierisico en het macro lang

    leven risico binnen een cohort delen geen toegevoegde waarde heeft, omdat alle

    deelnemers daarvan evenveel last hebben. Het delen van deze risicos binnen een

    bestaand collectief is op zich wel mogelijk, omdat het mogelijk is binnen dit

    bestaande collectief te komen tot een compleet contract. Echter, aangezien de

    waarderingsregels subjectief zijn, de transparantie van het contract verminderd en de

    voordelen van risicodeling verder teruglopen, adviseren wij hier om deze vorm van

    risicodeling niet te doen.

    Wij vinden het niet verstandig om risicos te delen met de toekomstige generaties. Bij

    de niet financieel verhandelbare risicos zijn de waarderingsgrondslagen subjectief.

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    29

    Je wil tevoren met alle partijen deze zaken afkaarten. Dat is met de toekomstige

    generatie niet mogelijk. Hiermee is er dus een risico op een generatieconflict.

    Aangezien het beeld is dat de voordelen van risicodeling beperkt zijn en in de

    toekomst steeds beperkter worden, schatten we de nadelen hoger in dan de

    voordelen.

    Binnen een cohort

    Binnen bestaand collectief

    Binnen bestaand en toekomstig collectief

    Beleggingsrisico Alleen collectief beleggen Wel doen Niet doen

    Rente risico Levert geen voordelen op Kan wel, maar adviseren we niet Niet doen

    Inflatierisico Levert geen voordelen op Kan wel, maar adviseren we niet Niet doen

    Micro langlevenrisico Wel doen Wel doen

    Levert geen extra voordelen op ten opzichte van binnen bestaand collectief

    Macro langlevenrisico Levert geen voordelen op Kan wel, maar adviseren we niet Niet doen Tabel 5.1: Risicomatrix ingevuld

    De werking van persoonlijke pensioenrekeningen in combinatie met risicodeling

    werkt volgends de volgende formule:

    = 1 + 1 1 + 1 + 1

    Het delen van micro langleven risicos loopt via het biometrische rendement. De

    solidariteitsfactor wordt gebruikt om binnen een uniforme mix schokken in het

    rendement uit te smeren over de tijd. Wanneer gekozen wordt voor twee aparte

    fondsen voor actieven en gepensioneerden kan de solidariteitsfactor gebruikt worden

    om de overgang tussen de twee fondsen soepeler te laten lopen.

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    30

    Literatuur

    Actuarieel Genootschap, Doorsneesystematiek: veranderen of behouden?, Werkgroep Doorsneepremie in opdracht van de Commissie Pensioenen, 2014

    Beetsma, R. & W. Romp, Intergenerationele risicodeling en collectiviteit in Bovenberg, L., Van Ewijk, C. & TH. Nijman, Toekomst voor aanvullende pensioenen, Preadviezen van de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde, 2014

    Boelaars, I., Bovenberg, L., Broeders, D., Gortzak, D., Van Hoogdalem, S., Kocken, Th., Lever, M., Nijman, Th., & J. Tamerus, Duurzame vormgeving van het Nederlandse collectieve aanvullende pensioen, Netspar Occasional Paper, december 2014

    Boeijen, D., Gortzak, P. & J. Tamerus, Collectieve premieovereenkomst met risicodeling: interessant n bekend (forthcoming)

    Bonenkamp, J. & E. Westerhout, Pensioenen na de grote recessie: einde intergenerationele risicodeling?, TPE digitaal 2011, 5(2), blz. 83 - 99

    Bonenkamp, T., Meijdam, L., Ponds, E. & E. Westerhout, Het pensioenfonds van de toekomst: risicodeling en keuzevrijheid, NEA papers 44, augustus 2011

    Bovenberg, A.L., Fiscus en vergrijzing: naar een ander fiscaal systeem?, Weekblad voor Fiscaal Recht, 1992.

    Bovenberg, A.L., Toekomstbestendig pensioenstelsel vraagt extra AOW opbouw, Me Judice, mei 2014

    Bovenberg, A.L. & Th. Nijman, Persoonlijke pensioenrekingen met collectieve risicodeling, NEA paper 56, 2014

    Calvo, G.A. en M. Obstfeld, Optimal time-consistent fiscal policy with finite lifetimes, Econometrica, 56 (2), 1988, blz. 411-432

    Commissie Toekomst Pensioenstelsel, Ontwerpadvies toekomst pensioenstelsel, 2014

    De Nederlandsche Bank, Position paper DNB ten behoeve van de nationale pensioendialoog, januari 2015

    Draper, N., Westerhout, E. & A. Nibbelink, Defined Benefit Pensioen Schemes: A Welfware Analysis of Risk Sharin and Labour Markets Distortions, CPB Discussion Paper, 177, april 2011

    Jansen, A. en F. Verschuren, 2014, Doorsneepremie: gn probleem maar oplossing, Pensioen Bestuur & Management, 3.2014, 29-31.

    Knoef, M., Goudzwaard, K., Been, J. & K. Caminada, Veel variatie in de pensioenopbouw van Nederlandse huishoudens, Netspar brief, nr. 2, lente 2015

    Lever, M., Risicodeling ontkomt in toekomst niet aan afruilen, Pensioen Bestuur en Management, nr. 2, 2015

    http://www.netspar.nl/default.htm

  • Eindopdracht 2015: Risicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen

    31

    Lever, M.H.C., J.P.M. Bonenkamp en R. Cox, 2013, Voor- en nadelen van de doorsneesystematiek, CPB Notitie, CPB, Den Haag, www.cpb.nl.

    Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid, staatsecretaris Klijnsma, Kamerbrief planning pensioenonderwerpen 2015, mei 2015

    Nijman, Th. (2015), Persoonlijke Pensioen met Risicodeling, presentatie bij a.s.r., 26 mei 2015

    Ortec Finance, Onderzoek naar mogelijkheden van collectieve risicodeling binnen beschikbare premieregelingen, november 2014

    Tamerus, J., Samenwonen in een eigentijds pensioenhuis, 2015

    Van Dalen, H. & K. Henkens, De dubbelhartige pensioendeelnemer; over vertrouwen, keuzevrijheid en keuzes in pensioenopbouw, NEA Paper 58, januari 2015

    Van Ewijk, C., Lever, M., Bonenkamp, J. & Mehlkopf, R., Pensioen in discussie. Risicodeling moeilijker, CPB Policy brief, 2014/6

    Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen, Het Nederlandse Pensioensysteem: een overzicht van de belangrijkste aspecten

    Westerhout, E., Intergenerational Risk Sharing in Time-Consistent Funded Pension Schemes, CPB Discussion Paper, 176, april 2011

    Westerhout, E., Bonenkamp, J. & P. Broer, Collective versus Individual Pension Schemes: a Welfare-Theoretical Perspective, CPB Discussion Paper, 287,octobre 2014

    http://www.netspar.nl/default.htmhttp://www.cpb.nl/

    Voorblad nieuwRisicodeling binnen Persoonlijke Pensioen Rekeningen