Met Andere Kwartaalblad over Woorden bijbelvertalen Met Andere Kwartaalblad Woorden over...

download Met Andere Kwartaalblad over Woorden bijbelvertalen Met Andere Kwartaalblad Woorden over bijbelvertalen

of 56

  • date post

    20-Jul-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Met Andere Kwartaalblad over Woorden bijbelvertalen Met Andere Kwartaalblad Woorden over...

  • Met Andere WoordenKwartaalblad overbijbelvertalen

    ste jaargang

    december 2013

    Het bijbelse stripverhaal W.J. van der Meiden

    De nieuwe editie van het Novum Testamentum Graece en de Bijbel in Gewone Taal S. van Dijk

    Veel zeggen met weinig woorden H. Sysling

    Vertaling en duiding Th.A.J.M. Janssen

    [13]4

  • Met Andere Woorden Kwartaalblad over bijbelvertalen

    32ste jaargang nr. 4, december 2013

    Nederlands Bijbelgenootschap in samenwerking met

    het Vlaams Bijbelgenootschap

    Redactie: Dr. A.J. van den Berg (hoofdredacteur), drs. A.M. Bol-

    Drieënhuizen (eindredacteur), dr. J. van Dorp, dr. M.J. de Jong,

    drs. C.N. van der Kruk-de Boer (eindredacteur a.i.), drs. C. Verheul

    en prof.dr. L.J. de Vries

    Prof.dr. Th.A.J.M. Janssen, dr. J.C. van Loon,

    dr. E. van Staalduine-Sulman

    Drs. M.J.C. Hamers

    Y. Zwart

    023 - 514 61 51

    yzwart@bijbelgenootschap.nl

    Postbus 620, 2003 RP Haarlem

    A.E. Haverman

    HSTotaal Communicatie & Design, Haarlem

    De Groot Drukkerij bv, Goudriaan

    ISSN 0168-18969

    Omslag Pilamm, Opschudding in Palestina, 1948.

    Foto: NBG/Sandra Haverman

    uitgave

    redactie

    adviesraad

    kopijredactie

    redactiesecretariaat

    t

    e

    p

    beeldredactie

    ontwerp

    0pmaak en druk

    foto omslag

  • 1Met Andere Woorden [ 32] 4

    2

    20

    31

    33

    42

    Inhoud

    Splassh! De ondiepe geschiedenis van het bijbelse stripverhaal Willem van der Meiden

    ‘Jullie weten dat Jezus het volk van Israël heeft gered uit Egypte’ De consequenties van een nieuwe editie van het Novum Testamentum Graece voor de Bijbel in Gewone Taal Stefan van Dijk

    Oproep aan de lezer Matthijs de Jong en Clazien Verheul

    Veel zeggen met weinig woorden Over de ellips in Genesis 25:22 Harry Sysling

    Vertaling en duiding De dwaas in twee Vulgaatpsalmen Theo Janssen

  • 2 Met Andere Woorden [ 32] 4

    p Intocht in Jeruzalem, uit: J.C. Camus e.a., Het evangelie volgens Mattheüs, ’s-Hertogenbosch z.j. Foto: NBG/Sandra Haverman

  • 3Met Andere Woorden [ 32] 4

    Splassh!

    De ondiepe geschiedenis van het bijbelse stripverhaal

    Willem van der Meiden

    Geschiedenis van het stripverhaal De geschiedenis van cartoons en stripverhalen gaat terug tot de dagen van de vroege mensheid en het oude Egypte. Tekstballonnen vinden we al in de mid- deleeuwse kunst: van bijbelse personages of heiligen worden teksten weerge- geven in de vorm van een langgerekte wimpel uit hun mond. De geschiedenis van het moderne stripverhaal begint aan het eind van de negentiende eeuw met de opkomst van de krant in de Verenigde Staten en later in Europa. De kranten, in een moordende onderlinge concurrentie verwikkeld, hadden be- hoefte aan een aanvulling op tekst en fotografie, en zo ontstonden cartoons en comics. Het merendeel van de krantenstrips, waarvan de meest succes- volle ook gebundeld werden uitgegeven, was gemaakt voor volwassenen. La- ter groeide de behoefte om ook kinderen en adolescenten hun ‘hoekje’ in de krant te gunnen. De bloeitijd van het Europese stripverhaal start in de jaren twintig van de vorige eeuw met het werk van de Waal Hergé (Tintin, Kuifje) en de populariteit slaat na de Tweede Wereldoorlog over naar Vlaamstalig België, Frankrijk en Nederland. Dertig jaar lang worden grote aantallen strips geproduceerd die vooral populair worden door de talloze striptijdschriften, zoals Kuifje, de Arend, Robbedoes, Sjors, de Pep, later Eppo, Tina en niet te vergeten de Nederlandse editie van Donald Duck. Verhalen uit deze tijdschrif- ten worden gebundeld in stripalbums en bereiken herdruk na herdruk. De bekendste reeksen zijn Suske en Wiske, Betsy en De Rode Ridder van de studio van Willy Vandersteen, Kuifje van Casterman, Asterix van Dargaud en Lucky Luke van Dupuis. Deze stripalbums richtten zich meer en meer op de jeugd en jonge volwassenen. Parallel aan de populariteit van de stripverhalen loopt de populariteit van tekenfilms op televisie en in de bioscoop. Ook die series en aparte films kregen vaak een spin-off in stripalbums. De grote belangstelling voor stripverhalen begint te tanen in de jaren tachtig van de vorige eeuw.

  • 4 Met Andere Woorden [ 32] 4

    Tekststrip en beeldroman Van de jaren vijftig van de vorige eeuw dateert ook het succes van een vari- ant van het stripverhaal, de tekststrip, vooral in Nederland. Een tekststrip is een doorlopende tekst, begeleid door twee of drie losse striptekeningen die elkaar wederzijds ondersteunen. De Nederlandse traditie begint met Bulletje en Bonestaak van A.M. de Jong in de jaren dertig en kent naoorlogse hoogte- punten in de verhalen over Heer Bommel en Tom Poes (Marten Toonder), Ka- pitein Rob (Pieter Kuhn), Prins Vaillant (Hans Kresse) en Kick Wilstra (Henk Sprenger). Deze variant van het stripverhaal wordt vooral voor volwassenen gemaakt. De Bommelverhalen behoren tot de canon van de Nederlandse li- teratuur. Dat geldt ook voor een derde variant van het stripverhaal, de beeldroman of graphic novel, gekenmerkt door realisme en literaire kwaliteit. Soms betreft het bewerkingen van romans en novellen. Recente voorbeelden van gelauwer- de beeldromans zijn Persepolis van Marjane Satrapi, Reis naar het einde van de nacht van Jacques Tardi, Maus van Art Spiegelman en De Avonden van Dick Matena.

    Waardering van het stripverhaal Het gemiddelde stripverhaal mag zich in Nederland in een slechts geringe belangstelling verheugen. Sinds de digitale revolutie zijn nog maar weinig jongeren geïnteresseerd in gedrukte stripalbums en ondanks de populariteit van de beeldromans is er weinig serieus onderzoek gedaan naar wat elders ‘de negende kunst’ wordt genoemd. Dat is anders in landen als de Verenigde Sta- ten, Frankrijk, Spanje, Italië en België. Wetenschappelijke bestudering van het stripverhaal als medium en kunstvorm komt dan ook vooral uit die landen. Bekende namen zijn die van de Amerikanen Will Eisner, Scott McCloud en Mario Saraceni, de Fransman Thierry Groensteen en de Belgen Pascal Lefè- vre en Benoît Peeters. Er zijn geen Nederlandse equivalenten van hun hoog- waardige wetenschappelijke werk. In de gloriejaren van het stripverhaal is er veel discussie over de verderfelijke invloed die strips zouden hebben op kin- deren en hun leesvaardigheid, in ‘betere huishoudens’ wordt het kinderen niet toegestaan stripverhalen te lezen en wordt de liefhebber in de clandestiniteit gedwongen. In dezelfde jaren wordt overigens een gelijksoortige discussie ge- voerd over de verderfelijke invloed van de televisie en van tekenfilms op kin- deren. In landen als Duitsland en Engeland is de weerstand met die ten onzent te vergelijken, in Frankrijk, België en de VS wordt er niet zo op stripverhalen neergekeken.

  • 5Met Andere Woorden [ 32] 4

    p De ark van Noach, uit: W. Vandersteen, De avonturen van Judi deel 1. De zondvloed, Nijkerk z.j. Foto: NBG/Sandra Haverman

  • 6 Met Andere Woorden [ 32] 4

    p De geboorte van Jezus, uit: Pilamm, Het geheim van de grot, 1948. Foto: NBG/Sandra Haverman

  • 7Met Andere Woorden [ 32] 4

    Het bijbels stripverhaal De geschiedenis van bijbelse stripverhalen loopt in grote lijnen parallel aan die van het algemene stripverhaal: een start in de jaren veertig van de vorige eeuw in de Verenigde Staten, een impuls na de oorlog vanuit Frans- en Neder- landstalig België en daarna een gestage productie tot op de dag van vandaag. Er zijn ongeveer dertig Nederlandstalige bijbelstrips. Opvallend daarbij is dat het op een enkele uitzondering na gaat om vertaalde stripverhalen en stripal- bums, de meeste uit het Engels, op korte afstand gevolgd door het Frans. Van de vier oorspronkelijk Nederlandstalige uitgaven komen er twee uit Vlaande- ren en verdient één de naam stripverhaal niet, vanwege haar van het gangbare stripverhaal afwijkende compositie, al luidt de titel 52 bijbelstrips.1 Dan res- teert voor ons land de Utrechtse striptekenaar Willem de Vink, die met evan- gelische bevlogenheid een flinke hoeveelheid educatief materiaal op de markt heeft gebracht, waaronder het evangelie als stripverhaal: Jezus Messias.2 Alle andere stripverhalen stammen, voor zover ik kan overzien, uit andere landen. Zou het traditionele voetstuk waarop de interpretatie van de Bijbel in Neder- land staat, als het ijkpunt van veel theologie en als twistappel in veel kerkelijke onenigheid, meer dan in andere landen verhinderen dat de bijbelverhalen be- werkt worden tot zoiets onbelangrijks als een stripverhaal? Zouden daardoor tekenaars en scenaristen zich hiertoe in ons land niet aangetrokken voelen of zouden ze hier liever niet hun vingers aan willen branden?

    Essentie en kenmerken van het stripverhaal Als we de bestaande uitgaven in het Nederlands overzien, wat voegt het me- dium stripverhaal dan toe aan de andere uitingen van verbeelding en bewer- king van de bijbelverhalen, bijvoorbeeld aan de ruim negenhonderd in het Nederlands gepubliceerde kinderbijbels? Wat is de essentie van het stripverhaal? In de Engelstalige vakliteratuur wordt het stripverhaal the sequential art genoemd, een moeilijk te vertalen begrip. Het geheim van de strip zit in de opeenvolging van afbeeldingen. Het ge- heim – de verbeelding – zit zelfs in de lege ruimten tussen de opeenvolgende afbeeldingen. ‘Door de concentratie op visuele sequentie vervangt de strip ruimte door tijd.’3 Anders dan losstaande illustraties is het de essentie van het stripverhaal