MEDEDELINGEN · PDF file Bedragen te storten op rekening 290-0019692-22 van het Cyriel Buysse...

Click here to load reader

  • date post

    19-Aug-2020
  • Category

    Documents

  • view

    1
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of MEDEDELINGEN · PDF file Bedragen te storten op rekening 290-0019692-22 van het Cyriel Buysse...

  • MEDEDELINGEN

    VAN HET

    CYRIEL BUYSSE GENOOTSCHAP

    IV

    GENT 1988

  • CYRIEL BUYSSE GENOOTSCHAP

    MEDEDELINGEN IV

  • Op de titelpagina: Molenvignet van F. Masereel

    De Mededelingen van het Cyriel Buysse Genootschap worden gratis toegestuurd aan de leden. Het lidgeld bedraagt :

    actief lid : 300 BF steunend lid : minimum 500 BF

    De vierde aflevering van de Mededelingen kan ook aan niet-leden worden toe- gestuurd tegen betaling van 450 BF. De eerste aflevering van de Mededelingen is nog beschikbaar voor 350 BF. De tweede aflevering : 450 BF ; de derde aflevering : 450 BF.

    Bedragen te storten op rekening 290-0019692-22 van het Cyriel Buysse Genootschap v.z.w., Bromeliastraat 28, 9110 St.-Amandsberg-Gent. Voor Nederland: gireren op nr. 000-1588915-55 van hetzelfde Genootschap.

    Correspondentie en bestellingen te zenden aan het secretariaat van de redactie, A.M. Musschoot, R.U.G., Elandijnberg 2, B-9000 Gent.

    ISSN 0772- 1455

  • MEDEDELINGEN VAN HET

    CYRIEL BUYSSE

    GENOOTSCHAP

    IV

    ~- .. ~__.-~· . --:; . !. \ - ,·- .~·. Y·: . . ~,-.~ .. ·· . ·

    ~ ~~ ··· .. " •" ),..' .. ~~:· ·

    GENT 1988

  • INLEIDING

    Het verschijnen van de vierde aflevering van de Mededelingen van het Cyriel Buysse Genootschap valt samen met het vijfjarig bestaan van de vereniging, een gebeurtenis die ook aanleiding heeft gegeven tot het organiseren van een Buysse Colloquium op woensdag 14 december 1988 in de Rijksuniversiteit Gent. In de volgende aflevering van de Mededelingen zullen we uitvoerig op deze bijeenkomst terugkomen.

    Tal van reacties wijzen erop dat het Buysse Genootschap en zijn Mededelingen zich mogen verheugen in een groeiende belang- stelling. We volgen dus de gekozen weg: de inhoud van de vier- de aflevering ligt in het verlengde van die van de vorige. Zelfs werd al meteen de continuïteit verzekerd, want drie van de vier hier opgenomen grotere bijdragen zullen een vervolg krijgen in de vijfde aflevering.

    Sjoerd van Faassen, hoofd van de afdeling Documenten van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te 's-Gravenhage, laat het eerste deel afdrukken van zijn commentaar bij de brieven die Buysse heeft geschreven aan zijn Nederlandse uitgever C.A.J. van Dishoeck. Hij legt een cesuur in 1914, het jaar waarin Buysse door de oorlogsomstandigheden in noodge- dwongen ballingschap in Nederland diende te blijven. Ook Jaak van Schoor laat zijn studie over de "invloed" van Hauptmann op het toneelwerk van Buysse in twee fasen verlopen: in zijn eerste bijdrage betoogt hij, aan de hand van een bespreking van Drie- koningenavond en van Het gezin Van Paemel, dat in Buysses werk niet alleen kan worden gewezen op overeenkomsten met het Franse naturalisme maar dat het ook moet worden belicht in samenhang met de thematiek en met de dramaturgie van Gerhart Hauptmann. Verder diende de publikatie van de onvoltooide en voor de Buysse-lezer tot dusver onbekend gebleven roman De le- venskring om praktische redenen - het werk is vrij omvangrijk - eveneens gefragmentariseerd te worden. Een meer diepgaande bespreking van deze roman wordt naar een volgende aflevering verschoven.

    5

  • Deze aflevering van de Mededelingen brengt verder nog de bewaarde brieven van Louis Couperus aan zijn vriend Buysse. Deze brieven waren niet onbekend. Wel is het de eerste keer dat ze integraal worden uitgegeven, waarbij tevens een poging kon wor- den ondernomen om ze iets nauwkeuriger te dateren.

    Naast de gebruikelijke Kroniek hebben we nog een nieuwe rubriek kunnen openen : in de Kanttekeningen zijn reacties bij- eengebracht, aanvullingen, correcties of commentaren bij de bij- dragen in de vorige aflevering van de Mededelingen. Een rubriek dus, die er in ieder geval op kan wijzen dat de belangstelling voor de Buysse-studie inderdaad levendig is. In de afsluitende Kroniek wordt, zoals voorheen, de actualiteit rond Buysse op de voet ge- volgd. Aanvullingen bij deze rubriek of enige andere vorm van medewerking vanwege de lezers worden zeer op prijs gesteld.

    DE REDACTIE

    6

  • CYRIEL BUYSSE EN DE NEDERLANDSE UITGEVER C.A.]. VAN DISHOECK

    I : 1905 - 1914

    door

    S.A.J. van Faassen

    Inleiding

    Op 9 januari 1905 schrijft Cyriel Buysse vanaf het adres Dreef 36 te Haarlem, waar hij nog tot 18 januari zou verblijven, aan de Nederlandse uitgever C.A.]. van Dishoeck (1863-1931) \ geves- tigd te Bussum : "Ik ben van plan in 't voorjaar een bundel novellen uit te geven, en daar U toch meer en meer de uitgever der Vlamingen wordt, heb ik de eer U daar de eerste keus voor aan te bieden. De titel zal zijn: In de Natuur en behalve de titel-novelle, vroeger in Woord en Beeld verschenen zal het deel bevatten: Zijn iegen boas zien (dat inderhaast in Vlaanderen verschijnt) de novellen van 't Dorp- je (Groot Nederland) Kleintjes 2 en Droomvizioen en (uit Neder- land) en nog een paar anderen, kortom een boekdeel van (naar mijn berekening) circa 14 à 15 vel druks. Als u daarvoor te vin- den zijt, kunnen we dan verder de zaak behandelen. En wellicht zouden wij dan in 't najaar elkander ook kunnen verstaan voor de uitgave in boekvorm van mijn nieuwen roman van het rustieke leven Het leven van Rozeke van Dalen, die dezen zomer in ver- schillende afleveringen van Groot-Neder!. zal opgenomen wor- den."

    Het was niet Buysses eerste, bewaard gebleven brief aan Van Dishoeck. Op 21 september 1902, ten tijde van de beraadslagin-

    (1) De brieven van Buysse aan C.A.J. van Dishoeck berusten onder sign. B. 9962 B.1 in de collectie van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatie- centrum te Den Haag. De tegenbrieven zijn waarschijnlijk na Buysses dood ver- nietigd. Bij de commentaar van de hier gepubliceerde brieven en brieffragmenten heb ik doorlopend een dankbaar gebruik kunnen maken van het herdenkingsalbum Cyriel Buysse 1859-1932, Gent 1982.

    (2) Vermoedelijk Mijn beestjes.

    7

  • gen over de oprichting van het tijdschrift Vlaanderen, had Buysse Van Dishoeck de volgende brief geschreven : "Ik ontving dezer dagen een paar dringende briefkaarten van den heer Herman Teirlinck, uit Brussel, of ik toch wel bleef meedoen aan een door u uit te geven Zuid-Nederlandsch tijdschrift. Met genoegen kon ik den heer T. antwoorden dat ik wel, als redac- teur en medewerker, er aan mee zal doen, maar dat ik mij het recht blijf voorbehouden ook aan een of meer andere eventueel op te richten tijdschriften, als redacteur en medewerker mee te doen. Ik voel natuurlijk de grootste sympathie voor uw Vlaamsche on- derneming en zal ze steunen waar en in zoover ik kan; ik wilde u enkel dit maar schrijven opdat er geen mogelijk misverstand tusschen ons zou kunnen ontstaan."

    Op dat moment was W.G. van Nouhuys doende in Nederland het tijdschrift Groot Nederland op te richten, uit te geven door Van Holkema & Warendoef te Amsterdam. Van Nouhuys had ten behoeve van dat tijdschrift in augustus Louis Couperus in Genève bezocht, en zal mogelijk ook omstreeks die tijd Buysse als redacteur hebben aangezocht 8• Wat er precies is misgegaan in de verhouding tussen Buysse en Vlaanderen blijft wat onduidelijk, maar uitein- delijk zou hij niet toetreden tot de redactie. Mogelijk vonden zijn toekomstige mederedacteuren of de uitgever van V laanderen het niet zo'n gelukkige gedachte dat Buysse van twee of meer elkaar beconcurrerende tijdschriften redactielid zou zijn. De verschijning van Vlaanderen kwam door Buysses abdicatie echter aan een zijden draad te hangen 4 •

    Het moet Van Dishoeck wat vreemd te moede zijn geweest dat de auteur die bijna de verschijning van het door hem sedert 1902 uitgegeven tijdschrift Vlaanderen getorpedeerd had, door aan een plaats in de redactie van Groot Nederland de voorkeur te geven boven een redacteurschap van Vlaanderen, nu aan hem de uitgave van zijn boeken wilde toevertrouwen. Want hoewel Buysse in der-

    (3) F.L. Bastet, Louis Couperus. Een biografie, Amsterdam 1987, p. 276. (4) Zie De geschiedenis van het tijdschrift Vlaanderen (ed. G.H. 's-Gravesande),

    Brussel [1962], p. 28·37. 's-Gravesande noemt de brief van Buysse aan Van Dis- hoeek van 21 september 1902 niet, en schreef daarom waarschijnlijk abusievelijk dat Buysse geen beslissing over zijn redacteurschap van Vlaanderen had genomen. Dat is, gezien de inhoud van bedoelde brief, een onjuiste voorstelling van zaken.

    8

  • tijd aan Herman Teirlinck, de redactiesecretaris van Vlaanderen, beloofd had zijn beste werk aan Vlaanderen te willen geven, zou hij pas in februari 1905 een eerste bijdrage - het maar liefst 35 pagina's omvattende nZ'n iegen baas zien" - aan dat tijdschrift leveren, terwijl hij aan zijn eigen Groot Nederland talrijke pro- zastukken had bijgedragen. Anne Marie Musschoot heeft aanneme- lijk weten te maken dat Buysse op twee manieren voordeel had van zijn voorkeur voor Groot Nederland boven Vlaanderen: ten eerste zou zijn werk niet meer over diverse periodieken verspreid behoeven te verschijnen, en ten tweede was de verbintenis met Groot Nederland financieel veel aantrekkelijker 5 • Of de aanbie- ding van "Z'n iegen baas zien" ter plaatsing in Vlaanderen samen- hing met zijn toenaderingspoging tot Van Dishoeck kan niet met zekerheid gezegd worden, maar onwaarschijnlijk is het niet, temeer daar dit zijn enige bijdrage aan Vlaanderen zou blijven. Of zijn aanbod aan Van Dishoeck hem werd ingegeven door dezelfde motieven als die hem indertijd deden besluiten voor Groot Neder- land te kiezen, is evenmin bekend.