Masterscriptie Anouk Leeuwerink

of 32 /32
  "#$%& '(($ )# *(+,+ "#$#%$&&'( )*#&)#+ ,% ##% -,./(/-,(0*# 0/%)#1) -(+.#$+/$,0 .,# "1#(.$# 2.%),#+ 3'4%5 6##%7#$,'5 89:9;<=>?  2#'#.#,$#+3 4*,#. 5&))#%6#.) 78##$# .#9#+3 :,'+,$ ;#+1 <%,=#+(,)#,) <)+#0*)> [email protected]%, ABCB

Embed Size (px)

description

mekdona

Transcript of Masterscriptie Anouk Leeuwerink

  • Terugnaardebasis

    Hedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    MasterscriptieTheatreStudiesAnoukLeeuwerink

    (0406287)

    Begeleider:ChielKattenbeltTweedelezer:SigridMerx

    UniversiteitUtrecht,juni2010

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    1

    Deinhoudvanmijnschilderijeniswatdetoeschouwerbeleeftenvoelt

    terwijlhijonderheteffectisvandekleurenvormcombinaties

    vanhetschilderij

    WassilyKandinsky

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    2

    InhoudInleiding 3Hoofdstuk1.BoukjeSchweigmankeertterugnaardeessentie 5

    1.1Tussen 51.2Performatievekenmerkenvanhedendaagsepostdramatischevoorstellingen 71.3Dehistorischeavantgardealsinspiratiebron 9

    Hoofdstuk2.Denadrukopeenrelatieveonafhankelijkheidvandetheatraletekens 122.1Hetgebeurteniskarakterindekunsten 122.2Concreettheater 13

    Hoofdstuk3.Denadrukopdeeigenmaterialiteit 163.1Exemplificatie 163.2Hetwezenvanhetkunstwerk 18

    Hoofdstuk4.Deintensiveringvanperceptie 194.1Deperformativiteitvandetheatraleinteractie 194.2Devoorstellingalsonmiddellijkeesthetischeervaring 214.3Dezelfreflexievetoeschouwer 22

    Hoofdstuk5.Nieuweinzichtenenvragen 265.1Concluderend:Detoeschouweralsbetekenistoekennendsubject 265.2Opzoeknaareenpassendebenaming 275.3Vooruitblik 28

    Bibliografie 29Literatuur 29Bronvermeldingafbeeldingen 30Creditsvoorstelling 31

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    3

    InleidingDetheatermakervanvandaagenmorgen lijktzichdoorgeenenkeleconventiemeertelatenbeperken.Detheatralemogelijkhedenzijneindeloosenwordendoorelkemakeropgeheel eigenwijze ingezet.Wekennende repertoirestukken vanhetNationaal Toneel,waarinacteurs, licht,geluid,ruimte,tijdenmediawordeningezetomdeillusievaneendramatischewereldtecreren.OokzienwehetwerkvanmakersalsBoukjeSchweigmanenLottevandenBerg,diehetverhaaldatzewillenvertellenopbouwenaandehandvaneen reeks handelingen of situaties die samen de voorstelling bepalen. Zij zetten hunspelers in als een menselijk lichaam zonder vastgestelde rol of waarvan de identiteittijdensdevoorstelling telkensopnieuwbepaaldwordt. Zij schuiven lichtengeluidnaarvorenombetekenis tecrerenof latenhunvoorstelling indebuitenluchtplaatsvinden,waarbijzeinhetongewisselatenwattotdegensceneerdewereldbehoortenwattotdewerkelijkheid.

    Ondanks het enorme scala aan mogelijkheden bezitten hedendaagsevoorstellingen echter wel degelijk bepalende overeenkomsten. Het is gebruikelijkgeworden om deze uiteenlopende theatervormen te benoemen als postdramatischtheater,eentermdieliteratuurentheaterwetenschapperHansThiesLehmannin1999onderdeaandachtheeftgebracht(Lehmann1999).Kenmerkendvoorelkehedendaagsepostdramatische voorstelling is namelijk dat er iets tot stand wordt gebracht. Elkevoorstelling, of deze nu als dramatisch of als postdramatisch beschouwd kan worden,brengt iets teweeg dat nieuw is. Dit kunnenwe nog kernachtiger verwoorden door testellen dat elke postdramatische voorstelling gevormd wordt door eengebeurteniskarakter.Deze term isafkomstigvan filosoofMartinHeidegger,dieer indeeerstehelftvandevorigeeeuwmeeaanweesdateenkunstwerkeenwereldcreertdienieuwisendienietherleidkanwordentoteeneerdergegeven,onsalbekenderealiteit(Baumeister 1999, 367). Dit gebeurteniskarakter komt naar mijn idee tot uiting in deperformativiteit van de ingezette theatrale tekens en in de performativiteit van detheatraleinteractie.

    Ikneemdestellingindathetgebeurteniskarakterdebasisisvanelkevoorstelling.Hetgebeurteniskarakter is transitorischvanaardenvoltrektzich inhethierennuvoorwiehetaanschouwt.Het isdaarmeeuitermateperformatief. Indeperformativiteit vanhedendaagse voorstellingen zien we bovendien dat de theatrale mogelijkheden zoverworden teruggebracht tot hun grondeigenschappen, dat we kunnen spreken van eenradicalisering van het gebeurteniskarakter.Met radicalisering doel ik op een terugkeernaar de basis, naar de essentie die de voorstelling uitmaakt. In dit onderzoek wil ikinzichtelijkmakendat

    de kern van postdramatisch theater bestaat uit de radicalisering van hetgebeurteniskarakter: een volledige terugkeer naar de basiselementen van hettheater.

    Om deze aanname te verhelderenwil ik de voorstelling Tussendie Schweigman&, hetgezelschap van Boukje Schweigman, van februari tot en met april 2010 speelde,gebruikenalsleidraad.Deanalysevandezevoorstellingverheldert,zoalswezullenzien,

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    4

    namelijkinveelopzichtendestofdieikbehandelenmaaktmijntheoretischeobservatiesinzichtelijk.

    Metditonderzoekwilikvoorzichtigeensynthetiserendmomentvormen.Detijdlijktmijrijpvoorhetsamenbrengenvandeideenvaneenaantaldenkersdiezichdirectof indirect verhouden tot het gebeurteniskarakter in de kunsten. Wetenschappers enfilosofen alsMartin Heidegger, TheodorW. Adorno, Karl Heinz Bohrer,Martin Seel enChielKattenbelthebben,elkophuneigenmanierendeelsopelkaarvoortbordurend,hetgebeurteniskarakterinde(metnamemodernebeeldende)kunstbehandeldoferindirectopgezinspeeld.OokhetwerkvandeAmerikaansefilosoofNelsonGoodmanwil ikerbijbetrekken, vanwege zijn aandacht voor kunstvormen die niets afbeelden ofrepresenteren.Hijbiedteeninstrumentariumwaarmeeweonstotdeontwikkelingeninhedendaags theater kunnen verhouden.Hoewel al deze denkers zich in hunwerk langniet allemaal hebben gericht op theater, zijn ze zeer waardevol voor een filosofischeverdiepingvandeontwikkelingeninhettheaterveld.Helaas isditbelangnaarmijn ideenognietvoldoendeerkend. In de theaterwetenschap is daarentegen wel veel geschreven over hedendaags(postdramatisch)theater,maarhierin lijk ikgeenhelderesamenhangtekunnenvinden.Erzijnverscheideneinteressanteobservatiesgedaan,waarhetboekvanLehmannereenvan is.Dezeobservatieshebbenhetmogelijkgemaaktdeontwikkelingen inhettheateronderwoorden tebrengen,erover indiscussie tegaanenmeteenvernieuwdeblikdetheaterzaal te betreden. Toch lijkt het me nodig om het discours uit te breiden dooraandacht te besteden aanwat deze voorstellingen constitueert en verbindt. Ikwilmeteenindelingineendrietaloverkoepelendeeigenschappenaantonendatderadicaliseringvan het gebeurteniskarakter allesbepalend is voor hedendaagse voorstellingen. Dedriedeling bestaat uit de nadruk op een relatieve onafhankelijkheid van de theatraletekens,denadrukopdeeigenmaterialiteitendeintensiveringvanperceptie.

    We zien het gebeurteniskarakter in Lehmanns werk al op de achtergronddoorschemeren,maarnergensbenoemdwordendoordathijzichslechtstotobservatiesbeperkt.MetBoukje Schweigmans voorstellingTussen als case studywil ik systematiekaanbrengen inde ideenoverhetpostdramatischtheater,genspireerddoorLehmannswerk. Hij heeft immers als een van de weinigen zo uitvoerig de postdramatischekwaliteitenbenoemd.Wanneerikinhetvervolgdetermhedendaagstheatergebruikdandoelikopdetheatervormendiewealspostdramatischaanduiden.Iksteldusnietdatalhet hedendaags theater postdramatisch is, want de dramatische vorm viert nog altijdhoogtij.Meteenfilosofischeverdiepingwil ikaantonendathetessentieel isdatweonsbewust zijn van de radicalisering van het gebeurteniskarakter in hedendaagsevoorstellingen.Hetiserimmersdekernvan.Zonderditbesefzullenwenietveelverderkomendanobservatiesenbenoemingen.

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    5

    Hoofdstuk1.BoukjeSchweigmankeertterugnaardeessentieBoukje Schweigmans laatste voorstelling Tussen is net als haar anderewerk uitermategeschikt om aan te tonen dat hedendaagse voorstellingen de theatralemogelijkhedenradicaliserenendaarmee terugkerennaardebasisvanhet theater.Schweigman iseenmeester in het terugbrengen van verschijnselen tot hun uiterste essentie. In Tussenradicaliseert ze de theatrale kenmerken door ze volledig terug te brengen tot basaleverschijnselen:lichtendonker,geluidenstilte,bewegingenstilstand.Ditleidtertoedatde voorstelling het best omschreven kan worden als een zintuiglijke ervaring. In eenkleine anderhalf uur bespeelt Schweigman met haar gezelschap de zintuigen van hetpubliekopeenintensemanier.Zelaathenhoren,zienenvoelendoortespelenmetlichtengeluid.DetitelTussenbenadruktdemetafysischeruimtewaarindevoorstellingzichafspeelt:tussenzijnennietzijn,tussendonkerenlicht,tussenzienennietzien.MethetgebruikvanlichtendonkerslagbepaaltSchweigmanfdetoeschouwerszienenwtzezien.Zestuurthunblikvolledig.Ervaltnietveeltezien,maarwatertezienis,daarwordtooknaargekeken. DebespelingvandezintuigenbereiktSchweigmanhiernaastookmethaaruiterstsobere en minimale scenografie. Deze bestaat enkel uit de toneelvloer en een zwartachterdoek. De lichamen van de dansers en de inzet van licht en geluid bepalen devormgeving,zijzijnde invullingvandetheatraleruimte.Schweigmanfocustzichophetmaterile, het basale en het concrete, op het lichaam met zijn mogelijkheden enbehoeften en op de (on)mogelijkheden om contact met de Ander te leggen. Detoeschouwer kan niet anders dan zich overgeven aan de esthetische communicatievesituatieenervaartzichzelfenzijnwereldnadrukkelijk.Devoorstellinggaathiermeenietalleenterugnaardebasisvanhet theater,maarooknaarhetwezenvandemens.Hetdoet een aanspraak op de zintuigen van de toeschouwer en brengt een onmiddellijkeervaring teweeg. Dit zal ik in de volgende hoofdstukken verhelderen. Al dezeeigenschappen maken Tussen tot een geschikt voorbeeld van een hedendaagsepostdramatischevoorstellingwaarinhetgebeurteniskarakterwordtgeradicaliseerd.Omdevoorstellingalscasestudytekunnengebruiken lijkthetmenuttigomde lezereersteenbeschrijvingvandevoorstellingtegeven.

    1.1Tussen

    DezintuiglijkeervaringdieSchweigmancreertbegintalvroeg.Zegeefthaarpubliekderuimteomdeovergangvanhetlevenvanalledagnaardedoorhaargecreerdetheatralewereld bewustmee temaken. Ze laat haar toeschouwers via de achteringang van hettoneeldezaalbetreden,waarzijeenvolledigdonkereruimtebetreden(zelfsdegroenenooduitgangsbordjes branden niet). Door de donkerte worden de zintuigen meteenaangesproken en kan de toeschouwer weinig anders dan aandachtig afwachten. Hetenige zichtbare zijn twee kokers van licht die op de grond schijnen met daarin eenpersoon liggend op de toneelvloer. Na enige tijd klinkt een doffe val enwordt op eennieuweplekopdevloereenpersoonzichtbaar.Hierbegintdetoeschouwereenverliesvantijdsbesefteervaren,netalseenreferentieaanhetdagelijksleven.Hetpubliekwordt

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    6

    als het ware de wereld van Schweigman ingezogen. Na een moeilijk in te schattentijdsverloop valt een zwaar doek vanuit het grit op de vloer en doemt de tribune op.Duisternis vermenigvuldigt de tijd, verwoordde Loek Zonneveld dit passend in eenrecensie (Zonneveld 2010). De voorstelling is hiermee al begonnen ruim voordat hetpubliekzichineenstoelheeftgenesteld.

    De concentratie van de toeschouwer is met deze proloog enorm verhoogd:zowelmentaalalsfysiekbevindtmenzichvolledigindevoorstelling.Inhetvervolgspeelthetgezelschapvoortdurendmetwatwenetnietofnognietzien.Tussenbestaatuiteenruimte waarin het gebruik van licht en geluid een broeierige, haast dierlijke wereldcreert,geholpendoorzevenlichameneneenpop.Inhetbeginvandevoorstellingkrijgthetpubliekineenzeertraagaanzwellendlichteenkluwenlichamenopdetoneelvloertezien,datzichtergend langzaambeweegt.Hettempo ligtzo laagdatdebeweginghaastniet zichtbaar is. Door het beperkte licht lijken de armen en benen die te zien zijnbovendien eerder op zwevende lichaamsdelendanop eenmenselijkwezen.Dit gevoelwordtnogverderversterktdoorhetgebruikvaneenpop,diedoordedonkertepasnaenigetijdherkenbaarwordt.Delichaamsdelenvandepopbewegennogslapperdandesoepel manoeuvrerende lichaamsdelen van de spelers. De kluwen benen lijkt zondercontexttebestaandoordatdedonkertehetgevoelvoordiepteintwijfeltrekt.Ditcreerteengevoelvandesorintatieeneenabstracttoneelbeeld.

    Afbeelding1EenkluwenlichaamsdeleneneenpopinTussenDit schouwspel heeft een intense, zuigende werking op de perceptie van het publiek.Schweigmanspeeltmetwatwewelenniet zienvande lichamenopdevloer.Doordeenormevertragingvandetijdendeuitrekkingvandeduurvandebewegingen,hetzeerminimalegebruikvan lichteneenbetoverend livevioolspel ishethaastonmogelijkomnog enig werkelijk tijdsbesef te ervaren. Schweigmans dansers/acteurs (waar zij zelfoverigens ook deel van uitmaakt) spelen een spel van geboren worden en weerverdwijnen,vanvoelenenvanzien.DewerelddieSchweigmancreertkenteen

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    7

    tijdsdimensie die van een heel andere orde is dan de dagelijkse tijdsbeleving van detoeschouwer.

    VerderindevoorstellingverhoogtSchweigmanhetgebruikvanlichtengeluidtoteen haast onhoudbare intensiteit: in hoog tempo wordt de toneelruimte afwisselendrood,stroboscopischwit,groenenaardedonkergekleurd.Hettoneelbeelddoetdenkenaaneennegatiefvaneenfoto,datnetzosnelweerverdwijntalshetverschenenis.Inhetbeelddatmettussenpozenkortzichtbaariszienwededansersbewegen,eenbeelddatzich op het netvlies van de toeschouwer brandt en daar achterblijft. Deze momentenwordenafgewisseldmetfragmentenwaarinmeerlichtwordtgebruikt,waarindedanserszichalsdierlijke,seksuelewezensgedragenenwaarindestrijdtussengroepenindividuwordt voortgezet. In het laatste gedeelte van de voorstelling laat Schweigman haardansersvoorheteerstopdeavondcontactleggenmethetpubliek.Ineenwisselspelvanfelstroboscopischlichtendonkerslag,begeleiddoorgeluiddatvangefluisteromslaatinhardeenonontkoombaretonen,wordendetoeschouwersovervallendooreenkakofonieaanlicht,geluid,kleurenlichamen.Metkortetussenpozenzijnfragmententezienwaarindedanserszichverplaatseninderuimte,waarbijdebewegingeninslowmotionlijkentezijnuitgevoerddoordesnelleschakelingentussenlichtendonker. Schweigmanvoegthiermomentenaantoewaarindedansersnietsmeerzijndaneen verzameling ledematen zonder context of identiteit, enkel zichtbaar als eenzwevendevoet,hand,hoofdofarm,alsofheteenanatomischestudievaneenmenselijklichaambetreft.Tusseneindigt ineenallesoverheersendeaaneenschakelingvanfel lichtendonkerslag,waarinde lichamenvandedansersbijelk zichtbaarmomenteenstapjerichtinghetpubliekblijkentezijnopgeschoven.Zevormeneenliniediezichnaarhetfellelichtbeweegtdatvanachterde tribunemetonderbrekingenophenschijnt.Dedansersklimmendetribuneop,doorenoverhetpubliekheen.Doordecompletedonkerslag,hetgebruik van een stroboscoopen allesoverheersend geluidwordt het publiek overvallendoorlichamendietelkensdichternaarhentoeofvanhenafzijngekropen.Schweigmanverhoogtdeintensiteitvandeconcentratieonderhetpubliektoteendusdanigniveaudatelke toeschouwer niet alleen intens hoort en ziet, maar nu ook voelt. Het maakt dezintuiglijkeervaringcompleet.

    1.2Performatievekenmerkenvanhedendaagsepostdramatischevoorstellingen

    We zien dat Schweigmans voorstelling bepaald wordt door de manier waarop zij detheatralemogelijkhedeninzet.Dedanserscrerenmethunvertraagdebewegingeneenheelander tijdsbesefdandewerkelijkeervaringvan tijd.Deafwisseling tussen lichtendonker,maarooktussensterkaanzwellendlicht,stroboscopischwitofgekleurdlichteneenminimale belichting veroorzakende desorintatie die de toeschouwer ervaart.Hetgebruikvan lichtbepaalthetverloopvandevoorstelling.Ookhetgebruikvanhardeenzachtetonenenmuziekversterkendebelevingvandevoorstellingendecreatievaneenwereld die niet correspondeert met de dagelijkse werkelijkheid. In dit gebruik van detheatrale mogelijkheden, oftewel in de performatieve kenmerken, kunnen we deradicaliseringvanhetgebeurteniskaraktervandevoorstellingvinden.

    Hetlijktmehieropzijnplaatsomevenkortaantestippenwaarikopdoelalsikoverperformativiteitspreek.Hierbestaatimmersgeenvaststaandedefinitievan

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    8

    waardooronduidelijkheidopdeloerligt.Metperformativiteitdoelikopdeinzetvandetheatrale tekensdie inhethierennuvoor iemanddiehetaanschouwtdedramaturgievandevoorstellingbepalen.Of indewoordenvanTheodorW.Adorno:devluchtigheidenhetplotselingekaraktervandeesthetischeervaringwaarinhetwerkzichslechtsvooreenmomentalszinvolleconfiguratievanelementenvertoont(Baumeister1999,416).Ophet moment van de esthetische ervaring verandert het kunstwerk in een sprekende,zinvollestructuur,watalleenkanplaatsvindeninhethierennu(Baumeister,416)enwatdevoorstellingdusuitermateperformatiefmaakt.

    Ik zou de radicalisering van de performatieve eigenschappen nog verder willendoortrekkendoortestellendatTussendezeeigenschappennietalleenradicaliseert,dustot hun essentie weet terug te brengen, maar dat dit bovendien het wezen van devoorstellinguitmaakt.Doordeperformativiteitvandevoorstellingteonderzoekenwilikhet gebeurteniskarakter inzichtelijk maken. Dit kan op meerdere manieren. Ik zou ditkunnendoendoordeobservatiesvanHansThiesLehmanntoetepassenopeenanalysevan Tussen. Lehmann geeft namelijk een uitgebreide omschrijving van de manierenwaaropdetheatraletekenslichaam,tekst,ruimte,tijdenmediakunnenwordeningezet.Wanneerikditechterwiltoepassenomtoteentheorieoverhetgebeurteniskaraktertekomen, loop ikvastopzijnaanduidingvaneigenschappen.WanttotveelmeerdandatkomtLehmanninfeiteniet(hijbeweertzelfoverigensnergensdathethemommeertedoen is).Hijspreektbijvoorbeeldoverpresentatie inplaatsvanrepresentatie,overeengedeeldeinplaatsvaneengecommuniceerdeervaringenovereenproces inplaatsvaneen product. Dit soort benoemingen kanmisschien verhelderendwerken ter illustratievan zijn observaties, maar helpen me niet verder in mijn onderzoek naar hetgebeurteniskarakter. Om meer inzicht te krijgen in het gebeurteniskarakter van Tussen lijkt het medaarom meer opleveren om Lehmanns opvallende aspecten systematisch samen tebrengen,omzodesamenhangvanelementendiehetpostdramatischtheateruitmakentekunnenbenoemen.Daarmeezalnaarvorenkomenwaaromhetgebeurteniskarakterzobelangrijk is. Belangrijk om tebeseffen is dat Lehmanneenachtergrondheeft indeDuitse literatuurwetenschap, wat duidelijk naar voren komt in zijn PostdramatischesTheater. Hierin zien we zijn literaire blik op theater, die zich uit in een logocentrischedenkwijzewaarinhijzichfocustopdeontwikkelingdiehetdrama(ofteweldetekstofhetnarratief) in de theatergeschiedenis heeft doorgemaakt. Een van de belangrijksteeigenschappen van postdramatisch theater is volgens hemhet veranderde gebruik vantekst in theater, van waaruit hij de ontwikkelingen in postdramatische voorstellingenbespreekt. Met een andere blik dan een literaire zouden we tot andere observatieskomen,waarbijhetAristotelischetheaternietalsuitgangspunthoefttedienen.

    WatLehmannconstateertisbovendienalvervoorhemaangewezenengaatterugtotdetijdvanG.W.F.Hegel.Hegelconstateerdealindeeerstehelftvandenegentiendeeeuw dat na de romantiek alle kunstbronnenwaren opgebruikt. Kunst kon niet langervernieuwdworden:heteindevandekunstwasbereikt.Deenigeovergeblevenoplossingwas te vinden in de filosofie, meende Hegel. Kunst was niet langer vanzelfsprekend,waardoor we een kritische blik hebben ontwikkeld. De kunstenaar is zich bewustgeworden vandeze reflectie, interpretatie enbeoordeling van zijnwerk en is daarmeeverplicht zijn kunstwerken filosofisch te verantwoorden. Kunst kan niet langer als dehoogsteuitingvandewaarheidbeschouwdworden(wattotdantoenogvanzelfsprekend

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    9

    was) en filosofie heeft deze taak overgenomen. Kunst moet zich daarom filosofischlegitimeren(VandenBraembussche2007,167185).

    Lehmanns observaties zijn dus enigszins beperkt. Zijn kijk op theater wordtgestuurd door een literaire blik en zijn constatering dat theater aan vernieuwingonderhevig is, is ook niet al te nieuw. Toch levert zijn werk absoluut bruikbareconstateringenop,waarikdewaardenietvanwilontkennen.Ikdenkechterdatwezijnwerk vooral moeten zien als inspiratiebron van waaruit we ons gaan richten op deontwikkelingendiedeeigenschappenvanhettheaterhebbendoorgemaakt,endusnietopdeveranderingenindedienstbaarheidvandetekstaanhettheater.Doordefocusteleggen op de radicalisering van het gebeurteniskarakter wil ik de ontwikkelingen inhedendaags theater onderzoeken. Hiervoor wil ik een driedeling in overkoepelendepostdramatische kenmerken aanwijzen. We zien de radicalisering van hetgebeurteniskarakterterugindevolgendedrieeigenschappen:

    1. Denadrukopeenrelatieveonafhankelijkheidvandetheatraletekens;2. denadrukopdeeigenmaterialiteit;3. deintensiveringvanperceptie.

    Dezedriecategoriensluitenelkaarabsoluutnietuitenvertonenmeerdereraakvlakkenenoverlappingen,maarbiedendemogelijkheidomeenhelderperspectieftebrengenopde geradicaliseerde inzet van theatrale tekens in hedendaags theater. Deze driekenmerken vertonen een overduidelijke overeenkomst met de ontwikkelingen in deavantgardekunstuit hetbegin vande vorigeeeuw.Het is danookniet zomaardatdeideen vandenkers alsMartinHeidegger enTheodorW.Adorno, diehunwerk gerichthebben opmoderne kunst, zo geschikt zijn voor de analyse van theater. De historischavantgardisten, waarbij ik specifiek denk aan kunstenaars als Henri Matisse, PabloPicasso,WassilyKandinskyenMarkRothko, zijndevoorlopersen (wellichtonbewuste)inspiratiebronnenvandehedendaagse theatermaker.Hetgebeurteniskarakter isook inhunwerkbepalendgeweest,zoalsdoormodernekunstfilosofenalsHeideggerenAdornoisverwoord.Tercontextualiseringwilikeveneenuitstapjemakennaardeontwikkelingenindemodernekunst.

    1.3Dehistorischeavantgardealsinspiratiebron

    Kenmerkend voor de historische avantgarde is hun ongeloof in n werkelijkheid. Ditresulteerdeinhunwerkineenverkenningvanalledimensiesvanhetmenselijkbestaan(Baumeister, 445) en heeft geleid tot het werk dat we kennen: een enorm scala aankunstvormenwaarinalleregelsmetdegrondgelijkzijngemaaktenelkekunstenaarzichopzijneigenindividuelemanierverhoudttotkunstendewereld.Modernekunstenaarswilden hiermee het traditionele kunstbegrip keer op keer herdefiniren (Baumeister,360).Kunstwerdhierdooruitermatereflexief:wezienveel kunstoverkunst.Ookzienwe een grote verschuiving vanmimetische afbeeldingen, van de eeuwenlang geldendenormdiehetzonatuurgetrouwmogelijkafbeeldenvansituaties,voorwerpenofmensenuitdewerkelijkewereldtothethoogsthaalbareindekunstmaakte,naarnietfiguratieveabstractekunst.

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    10

    In de schilderijen van bijvoorbeeld Picasso zien we op hetzelfde moment meerdereperspectieven getoond. Ook zien we dat het gebruik van materiaal, kleuren, lijnen,textuurensymbolenstukvoor stukbepalend isvoordebetekenisvanzijn schilderijen.Een treffend voorbeeld is zijn Les Demoiselles dAvignon uit 1907.Hierop zien we vijfdamesineenbordeelmetwatfruitenrodeenblauwegordijnen.Alseenvande eersten weigerde Picasso hetvrouwelijknaaktindejuisteproportiesenmetdeklassiekerondevormenaftebeelden,doorzijnvrouwenuithoekigelijnen op te bouwen en verschillendeperspectieven in n persoon teverenigen. Vooral de zittende damerechtsonderbrakalleconventiesdieopdat moment heersten. Picasso heefthaarzowelvanachteren,vanvorenalsen profil geschilderd en liet zich voorhaar gezicht inspireren door hetprimitievehoutsnijwerkvanAfrikaansestammen.Hetrechteroogvandedamehet meest links is en face getoond,terwijl de rest van haar gezicht enlichaamenprofilgeschilderdis.Boven Afbeelding2PabloPicasso,dienishetheledoekvrijwelvlakdoor LesDemoisellesdAvignondatbijnaelkedieptewerkingontbreekt(Schama2007,383385).Doordezekenmerkenwordtdeaandachtaltemeergevestigdopdeelementenwaaruithetdoekisopgebouwd.Hetgebruikvanlijnen,vormen,kleurenen compositie bepalen Les Demoiselles dAvignon, niet het verhaal of thema dat isafgebeeld.Hetschilderijvestigtdeaandachtvooralopdeschilderkunstzelfenisdaarmeeuitermatezelfreferentieelenzelfreflexief.

    Deze ontwikkelingen komen voor een groot deel terug in het theater, echter ineenveel trager tempodande immense snelheidwaarmeedeavantgardistendekunstvanhuntijdvernieuwden.IndejarentwintigendertigvandevorigeeeuwwarenErwinPiscator en Bertolt Brecht een van de koplopers die op zoek gingen naar nieuwetheatervormendieaansluitingvondenbijdeontwikkelingenindemaatschappij.MethunepischtheaterdoorbrakenzedeAristotelischeprincipes,doorvervreemdendeelemententoetevoegenwaarmeezeinlevingbijhetpubliektegenwildengaanomhettotkritischereflecties tedwingen.Vanafde jaren zestig vandevorigeeeuwzagenwe steedsvakereenhernieuwdeaandachtvoordematerialiteitvandevoorstellingdiewe,gestuurddoordeopkomstvanPerformanceStudies,zijngaanaanduidenals performance (Lehmann,4).Dit resulteerde in theatervormenals happenings, Fluxusevents enperformance enliveart.Dezeontwikkelingenzijnoverkoepelendsamentebrengenindeverschuivingvaneencausaalhandelingsverloopnaardenadrukopeenrelatieveonafhankelijkheidvandetheatrale tekens, wat ik als eerste overkoepelende eigenschap van hedendaagsepostdramatischevoorstellingenbeschouw.Hierzalikmeinhoofdstuk2oprichten.

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    11

    Defocusdiedeavantgardistenenhedendaagsepostdramatischetheatermakersleggenop reflexiviteit, referentialiteit en de aandacht voor de individuele kracht van alledeelaspecten van hun werk, brengen me tot de andere twee overkoepelendeeigenschappen. In hoofdstuk 3 zal ik de radicalisering van het gebeurteniskarakteraantonen door de nadruk die het kunstwerk legt op de eigen materialiteit teonderzoeken,ommeinhetvierdehoofdstukterichtenopdegentensiveerdeperceptiediedevoorstellingenmetzichmeebrengen.Ookhierhebbendeovereenkomstentussendehistorischeavantgardeenhedendaagstheatermetotdezesystematiekgebracht. Inhettheateruitderelatieveonafhankelijkheidvandetheatraletekenszichindeinzetvanelementen als tekst, lichaam, licht, geluid, ruimte en tijd als zelfstandige domeinen.Modernekunstenaarsonderzochtendeeigenwetmatighedenvandeelaspectenvanhunwerk,zoalskleur,vorm,ritmeenklank.Zowelpostdramatischtheateralsmodernekunsthebben reflexiviteit en referentialiteit als belangrijke eigenschappen, net als hetontbrekenvaneentekenhirarchie.Ditresulteertindenadrukopdeeigenmaterialiteitenveroorzaakteenintenseaanspraakopdeindividuelekunstbezoeker.

    Dedrieoverkoepelendeeigenschappenzijndustevensbepalendeovereenkomstentussenhethedendaagstheaterendekunstvandehistorischeavantgarde.Hetisdanookopvallendhoeveelhedendaagsetheatermakerseenachtergrondindebeeldendekunstofdetheatervormgevinghebben(denkaanDriesVerhoeven,JamesBeckett,RoosvanGeffen).DevoorstellingvanBoukjeSchweigmantoontoptallozevlakkendeoverkoepelendeeigenschappendieikaanhaalde.Vanuitdezedriedelingwilikaantonendatdekernvanpostdramatischtheaterbestaatuitderadicaliseringvanhetgebeurteniskarakter.

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    12

    Hoofdstuk2.DenadrukopeenrelatieveonafhankelijkheidvandetheatraletekensSchweigmanbouwthaarvoorstellingopuit fragmentendiesameneencoherentgeheelvormen.Weziengeencausale,teleologischeontwikkelingvaneenplotmeteenopbouw,climax en afwikkeling van een dramatisch handelingsverloop, zoals we kennen uitvoorstellingen die op het Aristotelische principe van lineairiteit zijn gegrond.Dergelijkevoorstellingen zijnopgebouwduit eenhirarchische tekenindelingwaarinde tekensnaelkaar zijn geplaatst, met publieksinleving en het creren van een illusie als doel.HedendaagsepostdramatischevoorstellingenzoalsTussen kenmerkenzichdaarentegenjuist door een nonhirarchische tekenindeling. De structuur van Tussen toont detheatrale tekens dan ook niet na elkaar, maar naast elkaar: ze kennen een relatieveonafhankelijkheid.Dithoudtindatdeverschillendeelementenvandevoorstelling,zoalsdedansers,hetgebruik van lichtengeluidende inzet van tijden ruimte, tegelijkertijdonderdeaandachtwordengebrachtennietaanelkaaronderworpenzijn.Zebehoudenelkhuneigenbetekenisenonafhankelijkheid.

    2.1Hetgebeurteniskarakterindekunsten

    In Tussen vindt een dynamisch proces plaats dat is opgebouwd uit fragmentarischemomenten. Deze worden afgebakend door kleine omslagen in het gebruik van detheatraletekens,bijvoorbeelddoordeveranderingvanhetlangaanzwellendelichtdatdetraag bewegende lichamen zichtbaar maakt, in een serie intervallen met licht endonkerslag. Hierin is geen vaststaande hirarchie te vinden: de zelfstandige tekensworden afwisselend onder de aandacht geschoven. De theatrale tekens ondersteunenelkaarmaarbehoudenookhuneigenkracht,toontLehmannaan(Lehmann,86).Hetenemomentbepaaltbijvoorbeelddeafwisselingvanlichtendonkerslagwatdetoeschouwerzietenhoehijdevoorstellingervaart,terwijlhetvolgendemomentdetragebewegingenvandedansersdevoorstellingsturen.

    Deinternestructuurvandevoorstellingbestaatdusuiteenaantalperformatieveelementen die naast elkaar en tegelijkertijd getoond worden. Hierin wordt hetgebeurteniskarakter van Tussen zichtbaar. Het woord gebeurtenis refereert aan deperformativiteit van de voorstelling, aan het doen ontstaan wat de basis is van elkevoorstelling.TheaterwetenschapperChielKattenbeltheeftgewezenopdeetymologischebetekenisvanhetwoordgebeurtenis,waarwehetperformatievekarakter in terugzien(Kattenbelt2010).Gebeurtenisrelateertaanwoordenalsbaren,geboorte,gebeurenengebaar, die allemaal baar als gezamenlijke stam hebben en zijn afgeleid van hetwerkwoord beuren. In baaren beuren zienweeenverwijzingnaar doenontstaan.Dit maakt dat we de voorstelling kunnen beschouwen als een gebeurtenis die wordtgekenmerktdooreengebeurteniskarakter.

    Deze observatie is op zich niet nieuw. Filosoof Martin Heidegger heeft in zijnkunstfilosofische reflecties de nadruk gelegd op dit gebeurteniskarakter van hetkunstwerk.Zijnwerkbiedtbelangrijke inzichtendieoptheatertoepasbaarzijn.Methetgebeurteniskarakter doelde hij in eerste instantie op het teweegbrengen van iets datnieuwisendatnietherleidkanwordentotietsdatalbekendis.Hiernaasttoondehijmethetgebeurteniskarakteraandatwoordenalsgebeurteniszowelverwijzennaarde

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    13

    interne structuur van het kunstwerk als naar het kunstwerk als geheel (Baumeister, 367).Eenkunstwerkkanwordengezienalseengebeurtenisdoordathetoptrekkenenovereindhoudenervansteedsopnieuwvoltrektvoorwiehetbeschouwt(Baumeister,376).Ditishettransitorisch karakter, de voornaamste eigenschap van performativiteit.WatHeidegger infeitezegtisdateenkunstwerkeentransitorischkarakterheeft:hetbestaatenkelinhethierennuvoorwiehetaanschouwt.Eenkunstwerkgeeftzijnbetekenisnamelijknooithelemaalprijs(Baumeister,381):wemoetenersteedsnaarterugomdebetekenistekunnenvatten.Het wezen van het kunstwerk kan volgens Heidegger dus alleen tot uiting komen in deconcreteervaringvanhethierennu.

    Heidegger maakt het gebeurteniskarakter in het kunstwerk zichtbaar door eendriedeling te maken in een ding, een tuig en een werk. In deze laatste ziet hij hetgebeurteniskarakter besloten. Dit vraagt om een klein uitstapje naar de vrij warrigedenkwijzevanHeidegger,zoalshijdieheeftverwoordinDerUrsprungdesKunstwerkesuit1950.Hetdingkentdrieeigenschappen:hetiseendragervaneigenschappen,eeneenheidvanopwaarneminggebaseerdegewaarwordingeneneensamengesteldgeheelvanvormenmaterie.Een tuig isalleswatdoormensenhanden isvervaardigdenwatbetrouwbaarendienstigmoetzijn,zoalseenpaarschoenen.Hettuigisookeending,meentHeidegger,maargeenzuiverdingomdathetergenstoedient(deschoenenwordengedragenennietslechtsbekekenzoalsbijeenkunstwerkhetgevalis).Hetzuiveredingstaatnooitindienstvanietsanders,meentHeidegger,maarstaatenrust inzichzelf.Debesteplekomdit totuitingtebrengenisvolgensheminhetwerk,waarinhetmateriaalnietverbruiktofmisbruiktwordtmaardedingenzijnzoalszezijn(VandenBraembussche,237240).

    Het kunstwerk heeft dus zowel de kenmerken van een ding als van tuig, meentHeidegger, omdat het doormensenhanden vervaardigd is. Het kunstwerk toont het tuig,ofteweldematerialenwaaruitendevaardigheidwaarmeehetisgemaakt.Dewaarheidvanhet kunstwerk, waar het Heidegger om te doen is, wordt in het kunstwerk in het werkgesteld (Van den Braembussche, 242). Dit in werking stellen, het doen ontstaan, is hetgebeurteniskarakter indekunsten.Heideggerswerkbenadruktdusdeperformativiteitvanhet kunstwerk. Zijn idee van het gebeurteniskarakter verleent een filosofischeonderbouwing voor de relatieve onafhankelijkheid van de theatrale tekens inpostdramatischevoorstellingen.Hetbevestigtdenadrukopdeperformatievesituatie.

    2.2Concreettheater

    Dedramaturgischekeuzesinhetgebruikvandetheatraletekensleggendusdenadrukophet gebeurteniskarakter van de voorstelling. Dit tekengebruik vraagt daarmee om eenvernieuwd dramaturgiebegrip. Lehmann schuift in Postdramatisches Theater de termvisuele dramaturgie naar voren (Lehmann, 9394), wat naar mijn idee een bruikbareterm is om de ontwikkelingen mee te omschrijven. Hij doelt hiermee niet op eendramaturgiewaarintekstnietmeerwordtingezetofwaarbijhetenkelnoggaatomhetvisuele, maar op de omschrijving van de interne logica van postdramatischevoorstellingen.We zien hier dat hij blijft vasthouden aanAristotelischeuitgangspuntenomzijnobservatiestegenaftezetten:hijlegtdenadrukopeendramaturgiewaarinhetgebruikvantekstisveranderdtenopzichtevanhetdramatischtheater.Maarondanks

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    14

    zijnlogocentrischedenkwijzeverduidelijktzijndramaturgiebegripdeomschrijvingvanhettekengebruikinTussen.

    Lehmannkomtvanuitdeaanduidingvaneenvisueledramaturgienamelijktotdeterm concreet theater, een term die hij ontleent aan Theo van Doesburg enWassilyKandinskydiesprakenoverconcreetschilderenofconcretekunst(Lehmann,98).Dezeterm lijktmeerggeschikt voordebenaderingvanhedendaags theater, veelmeer zelfsdan Lehmanns term postdramatische. Inherent aan deze laatste is immers hetlogocentrische,denadrukop datwatnahetdramatischekomtendusnogsteedshetdramatische veronderstelt. Lehmann kiest deze term, geeft hij aan, omdat het eenpositieve nadruk legt op het onmiddellijke karakter vande te ervaren voorstelling.Hettheater toont zich als een kunst in ruimte, in tijd enmetmenselijke lichamen die eenesthetische ervaring mogelijk maken. Alle mogelijkheden die tot het totale kunstwerkbehorenzijninhetconcretetheaterautonomeobjecten,toonthijaan.Hettheaterwordteen concrete behandeling van ruimte, tijd, fysicaliteit, kleur, geluid en beweging(Lehmann,9899).Dit lijktmeeenbruikbareverwoordingvanderelatiefonafhankelijketekenindeling.

    Opvallend is echter dat volgens Lehmannde theatervormendiehij aanduidt alsconcreet theater geen enkele referentiemet dewerkelijkheidmeer hebben (Lehmann,98).Naarmijnideeechter,endatvanvelekunstenaarsenkunsttheoreticivoormij,legtconcrete hedendaagse kunst juist een grote nadruk op de werkelijkheid. Vermoedelijkheeft Lehmann hier kunstvormen voor ogen die niet langer een zo representatiefmogelijkenabootsingvandewerkelijkheidwillengeven,endaaromdoorhemalsminderwerkelijk beschouwd worden. Weer zien we hier zijn logocentrische blik op theaterdoorschemeren, die werkelijkheid gelijkstelt aan mimesis: een zo gelijkend mogelijkenabootsingvandewerkelijkheid.Hetnaastelkaarplaatsenvandetheatraletekenslevertnaarmijnideeechtereenveelwerkelijkerbeeldopdanhetnaelkaartonen.Ditlaatsteis kenmerkend voor het dramatische theater, dat als realistisch beschouwd wordt. Dewerkelijkheid zoalswij die aanschouwen en zoals die zich in onze verbeelding afspeeltbestaat immersooknietuitkeuriggeordende, lineaireopeenvolgingenvanhandelingenen perspectieven. Schilders als Henri Matisse en Pablo Picasso werkten al met dituitgangspuntenschilderdendewerkelijkheidzoalsdiezichinhunhoofdenafspeelde.ZoprobeerdePicassonietaftebeeldenwathijzag,maarwathijwistoverdewerkelijkheid(Schama,384).

    De nadruk op de werkelijkheid die postdramatisch theater legt kunnen weonderbouwenmethetwerkvanNelsonGoodman.Volgenshem isperspectiefnamelijkvariabel,waardoor een object in onzewaarneming uit tallozewisselende enmogelijkegezichtspuntenbestaat(VandenBraembussche,46).RealismebestaatvolgensGoodmanbovendiennietuitdematewaarinhetkunstwerkvergelekenkanwordenmetderealiteit,maaruitdematewaarinwegewendzijndewerkelijkheidopeenbepaaldemanierweertegeven:

    Realismisamatternotofanyconstantorabsoluterelationshipbetweenapictureand its object but of a relationship between the system of representationemployedinthepictureandthestandardsystem(Goodman1968,38)

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    15

    Wat wij als werkelijk beschouwen wordt dus bepaald door wat ons is aangeleerd alszijndewerkelijk.Conventiesentraditiesbepalenduswatwealsrealistischbeschouwen.Dezewordengevormddoorhetgebruikvansymbolen,steltGoodman,dieonzekijkopdewerkelijkheid en op kunst bepalen. In feite kan elk teken in de kunst wat dan ooksymboliseren, zolang er overeenstemming is bereikt dat dit de betekenis is (Van denBraembussche,46).Ditiswatergebeurtbijdramatischevoorstellingen:detoeschouwersaccepterendetheaterconventiesenervarendegecreerdeillusiealswerkelijk.DoordatdetheatraletekensinpostdramatischevoorstellingenalsTussennaastelkaarbestaanenhun eigen kracht behouden, worden de conventies doorbroken. Het publiek krijgtdaardoor een voorstelling te zien die veel meer overeenkomsten vertoont met dewerkelijkheiddanhetaantallozeregelsgebondendramatischetheater.

    OokWassilyKandinsky,dienaastkunstenaarookeeninvloedrijkkunsttheoreticuswas, heeft aangetoond dat een hogemate van abstractie inderdaad juist leidt tot eenverhoogdrealisme.Volgenshemvallenabstractieenrealismesamenwanneerallesdatverschijnt maximaal verzelfstandigd wordt (Locher 2006, 43). Een werk is abstractwanneer vorm en kleur geheel zichzelf kunnen zijn, verduidelijkt Hans Locher, enrealistisch wanneer voorwerpen of andere herkenbare onderdelen van de zichtbarewerkelijkheid zo zuivermogelijk gepresenteerdworden (Locher, 43).Hoe abstracter dekunst, hoe meer de toeschouwer wordt losgeweekt van de bekende conventies ensymbolenenhoemeerhet kunstwerkervarenkanworden zoalshetwerkelijk aanhenverschijnt. Postdramatische kunst biedt de toeschouwer daarmee demogelijkheid zichopen te stellen voor hoe hij zelf de wereld ervaart. Hier wil ik nader aandacht aanbesteden in het vierde hoofdstuk. Door de relatieve onafhankelijkheid behouden detekensdeeigenkenmerkendusvolledig, zonderzichaan tehoevenpassenaananderetekens.Dit brengt ons tot de tweede overkoepelende eigenschap van postdramatischevoorstellingen.Hetgebeurteniskarakterindevoorstellingwordtgeradicaliseerddoordatde theatrale tekens uitdrukkelijk onder de aandachtworden gebracht: ze benadrukkenhuneigenmaterialiteit.

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    16

    Hoofdstuk3.DenadrukopdeeigenmaterialiteitHet vorige hoofdstuk toont aan dat het gebeurteniskarakter in Tussenwordt gevormddoorhetnaastelkaarbestaanvandetheatraletekensineenrelatieveonafhankelijkheid.De theatrale tekens kunnen naast elkaar bestaan doordat ze elk hun eigen kenmerkenbehouden en deze uitdrukkelijk onder de aandacht brengen. Het gebeurteniskaraktertoontdusdebouwstenen vande voorstelling, diensperformativiteit. In de voorstellingworden de performatieve kenmerken die de voorstelling uitmaken in zoverregeradicaliseerddatdemechanismeswaaruithettheaterisopgebouwdzichtbaarworden.De voorstelling toont de kenmerken waar het uit is opgebouwd door de eigenmaterialiteit te benadrukken,wat de voorstelling in hogemate zelfreflexiefmaakt.Hetwerk isdaarnaast zelfreferentieel:het verwijstnaar zichzelf.Devoorstellingbestaatuiteen samenspel tussendeze tweekenmerken.Hierwil ikme indithoofdstukverderoprichten.

    3.1Exemplificatie

    Zelfreflexiviteit en zelfreferentialiteit zijn de basiseigenschappen van veelpostdramatische voorstellingen. De focus ligt niet op datgenewat de theatrale tekensafbeeldenofrepresenteren,maaropdeeigenschappenvandezetheatraletekenszelf.Denadrukwordtopdeeigenmaterilekenmerkengelegddoordatdetheatraletekenszelfinscnewordengezet.Zewordennietgebruiktalsbetekenisdragersmaarsturenzelfdebetekenisgeving. Het licht wordt bijvoorbeeld niet gebruikt om decorwisselingen temaskeren,maarmaakt uitdrukkelijk deel uit van de betekenis van de voorstelling.Wekunnendezenadrukopdeeigenmaterialiteitookverwoordenalsdeexemplificatievande eigen materile eigenschappen. Amerikaanse filosoof Nelson Goodman heeftbenadruktdatexemplificatieperdefinitiereferentieelenreflexief isenbestaatuitbezit(de intrinsieke eigenschappen waaruit iets is opgebouwd) plus referentie (datgenewaarnaarhetverwijst)(Goodman1968,53).

    Goodmanbrachtde term exemplificatie terwereldombetekenis tegevenaankunstvormendienietsafbeeldenof representeren (Baumeister,387).Wanneerergeenwerkelijkheidwordtnagebootstverplaatstonzeaandachtnaarhetwerkzelf.Eenabstractschilderij van Kandinsky richt onze aandacht bijvoorbeeld op de textuur van deaangebrachteverfofophetkleurgebruik,netalsTussen onzeaandachtophetgebruikvan geluid of licht richt. Het kunstwerk exemplificeert hier de eigen kenmerken. Hetexemplificatiebegripverduidelijktdatkunstaltijddeeigentekensopdevoorgrondplaatsten laatzien.Wathethiermeelaatzienhoeftdusnietperdefinitieeenrepresentatietezijn, toont Goodman aan (Baumeister, 387). Een voorstelling als Tussen presenteertimmers vooral zichzelf, door te verwijzen naar aspecten van zichzelf. Het werk vanGoodmanbiedt nogmeer verheldering in de zelfreflexiviteit van zelfreferentialiteit vanTussen. Inhetvorigehoofdstukzagenwealdatonzekijkopdewerkelijkheidenopkunstwordt geleid door het gebruik van symbolen. De manier waarop de mens de wereldervaartenwaarneemtverandertdoordathijbepaaldepredicaten,waarondersymbolen,opdewereldprojecteert(Giovannelli2009).Kenmerkendvooreensymboolisdathet

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    17

    altijdaanietsandersrefereert.Kunstwerken,steltGoodman,zijnooksymbolendoordatze op uiteenlopende manieren verwijzen naar de wereld of de werelden die zeconstrueren (Giovanelli). InhetgevalvanTussen zienwedathet symbolischobject (devoorstelling) de eigenschappen bezit van datgene waarnaar het verwijst, maar ookverwijstnaardezeeigenkenmerken.Eenkunstwerk isdus representatief voordatgenewaarnaar het verwijst en bestaat uit datgene waarnaar het verwijst (Kattenbelt,persoonlijke communicatie mei 2010). Goodman toont hier een omkering van debetekenisrichting. De voorstelling exemplificeert zijn performatieve eigenschappennadrukkelijk en keert daarmee terug naar zichzelf. Het exemplificerende symboolverwijst terug naar het label of predicaat dat het denoteert, schreef Goodman inLanguagesofArt(Goodman,53).Dittoontderadicaliseringvanhetgebeurteniskarakter:devoorstellingverwijstterugnaardeeigenperformatievekenmerkenzoalslicht,geluid,lichaamendeinzetvantijdenruimteenbenadruktdatwaarhetuitisopgebouwd.

    WezienbijvoorbeelddatSchweigmantijdalstijdzichtbaarmaakt.Hetisvoorhetpubliekhaastonmogelijkominteschattenhoelangdevoorstellingalbezigis,schreefikin de beschrijving van de voorstelling. Dit wordt veroorzaakt doordat de tijd van devoorstelling in zoverrewordt vertraagd dat deze geen overeenkomstenmeer vertoontmetdewerkelijkverstrekentijd.Zebrengteenscheidingaantussendewerkelijkeendebeleefdetijd.Omditteverhelderenkunnenwestellendatdezeeerstedeobjectievetijdvan de voorstelling behelst, aangeduid als temps door filosoof Henri Bergson, en detweededeinnerlijkbeleefdetijdvandetoeschouwer,dure(Lehmann,154).Metduredoelt Bergson op de realiteit van de ervaren tijd (Achterhuis 2003), die inTussen voorvelenlangeraanvoeltdandeobjectievetijd.Degetoondehandelingenwordendusdaniguitgerektdatdenadruknietzozeeropdebewegingenligt,maarjuistophetverstrijkenvan de tijd die deze bewegingen innemen. Dit maakt dat het publiek zijn tijdsframeverliestenzichbewustwordtvanhetverstrijkenvandetijd.

    Afbeelding3DebewegingeninTussenzijndusdanigvertraagddatdenadrukopdeverstrekentijdkomtteliggen

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    18

    3.2Hetwezenvanhetkunstwerk

    De nadruk op dematerialiteit van de voorstelling toont dus inmeerdere opzichten deradicalisering van het gebeurteniskarakter: de terugkeer naar de kern waaruit devoorstellingbestaat.Hiermeebenaderenwehetterreinvandefenomenologendiezichrichtenophetwezenvanhetkunstwerk.Zijbenaderenhetkunstwerkalsfenomeendatzich onmiddellijk, voorafgaand aan enige vorm van betekenisgeving, in ons gevoel enbewustzijnaandient (VandenBraembussche,230).Hetwerkvan fenomenoloogMartinHeideggerbiedtookhiereenfilosofischeonderbouwing.Inhetvorigehoofdstukweesikop zijn driedeling in werk, tuig en ding die het gebeurteniskarakter in de kunstenzichtbaarmaken.DittoondeHeideggersaandachtvoorhetzuiveredingdatstaatenrustinzichzelf,oftewelvoorhetkunstwerkalsfenomeen.

    Dit leidtmij totHeideggers vraag naar dewezensherkomst vanTussen. VolgensHeidegger toont namelijk alle kunst het wezen van gebeurtenissen, ervaringen enmenselijke houdingen, waardoor het gebeuren zich steeds opnieuw in het werkactualiseert (Baumeister, 379). Deze zelfactualisering zien we in het theater in deperformatieveeigenschappenvandevoorstelling.Hetwezenvandevoorstellingwordtzichtbaardoordatdeperformatievekenmerkenterugkerennaarhunessentie.Hetwezenvan de kunst is volgens Heidegger te vinden in het kunstwerk (Baumeister, 377379).Doordat Tussen de eigen materile kenmerken uitdrukkelijk op de voorgrond plaatst,kunnenwe hetwezen van de voorstelling ontdekken en benoemenwat de essentie iswaardevoorstellingnaarrefereert.Hetwezenvanhetwerkkunnenwezienalseenstrijdtussenwereld (Welt) en aarde (Erde),meentHeidegger.Met aarde doelt hij op dematerilepresentievanhetkunstwerkdieeenwereldopentdieernognietwasendiezijneigenmaterialiteitnadrukkelijk toont. Eenwerk isbijvoorbeeldnietvan steen,wateenstraattegelwelis,maarindesteen(Baumeister,373382).Ineengebruiksvoorwerp(eentuig)blijftdematerialiteitonopgemerkt,zoalsdeverfopeenmuur,terwijldezeinhetkunstwerk juistonderdeaandachtwordtgebracht.Deverfopeenschilderijvraagtuitdrukkelijkomaandachtenbepaalthetwezenvanhetkunstwerk.Hetbegripwereldgebruikt Heidegger voornamelijk om het contrastmet de aarde duidelijk temaken enmoetenwezienalshetontvouwenenoplichten(VandenBraembussche,243).

    De strijd tussen wereld en aarde toont een spanningsvolle verbinding vandingachtige geslotenheid en openheid die het wezen van het kunstwerk constitueert(Baumeister,381).Hetkunstwerkrichtnietalleeneenwereldop,verduidelijktVandenBraembussche, maarbrengt tegelijkdeaarde totstand (VandenBraembussche,243).De strijd tussen wereld en aarde bestaat dus uit de wisselwerking tussen het opengebeurteniskarakter(hetwordingsproces)endematerialiteitvandevoorstelling.Enjuistindezewisselwerkingvindenwehetwezenvanhetwerk:hetbelichaamthetwerkachtigevanhetkunstwerk,inHeideggerswoorden(VandenBraembussche,243).Hetwezenvanhetwerk toontdushetwerkachtigevanhetwerk,datwat theater theatermaakt:haarperformativiteit.

    Doordathetgebeurenzichsteedsopnieuwinhetwerkactualiseertvoorwiehetaanschouwt, komt in de ervaring van de toeschouwer de betekenis van het werk totleven.Hetwezenvandevoorstellinglijktdusindeperceptievandetoeschouwerplaatstevinden.Hierwilikmeinhetvolgendehoofdstukoprichten.

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    19

    Hoofdstuk4.DeintensiveringvanperceptieZoals we hebben gezien doet Tussen een grote aanspraak op de zintuigen en deverbeeldingvande theaterbezoeker: zien,horenenvoelenmakendeperceptievandeindividuele toeschouwer uit. De kern van de voorstelling wordt gevormd door deradicaliseringvanhetgebeurteniskarakter,hebbendevorigehoofdstukkenaangetoond.Schweigman weet dit effect te bereiken door de performatieve kenmerken van devoorstelling terug tebrengen tothunessentie.Hetvorigehoofdstuk toondebovendienaandathetwezenvanhetwerktotuitingkomtindeperceptievandetoeschouwer.Indit hoofdstukwil ik duidelijkmaken dat de performativiteit van de theatrale interactiebelangrijkerisgewordendanelkanderaspectendatdevoorstellingvooreengrootdeelplaatsvindt in de verbeelding en de zintuiglijke ervaring van het publiek. We kunnenhierdoorstellendatinhedendaagsepostdramatischevoorstellingendeperceptievandetoeschouwerwordtgentensiveerd.

    4.1Deperformativiteitvandetheatraleinteractie

    Watbetekentderadicaliseringvanhetgebeurteniskaraktervoordetheaterbelevingvanhet publiek? Martin Heidegger en Martin Seel hebben aangetoond dat hetgebeurteniskarakter zich inderdaad voor het overgrote deel in de esthetische ervaringvandetoeschouwerafspeelt.OokinhetwerkvanTheodorW.Adorno,KarlHeinzBohreren Chiel Kattenbelt zien we deze constatering, zij het op een meer indirecte manierverwoord. Tussen toont het belang van de theatrale interactie op uiteenlopendemanieren.Kenmerkendisdateensobergebruikvantheatralemiddelenindevoorstellingeenindividuele,fysiekeenzintuiglijkeervaringcreert.Detoeschouwerkannietandersdandevoorstellingbeleven,enkelobserverenisonmogelijk.Ongeachtofhetpubliekzicheraan toegeeft dwingen de heftige donkerslagen en het felle stroboscopische licht, dehardemuziekende(indeslotscneletterlijk)voelbareaanwezigheidvandespelershenineenabsoluuthierennu.Deruimteenhetgebruikvanlichtengeluidwordenopdezemaniermedespelersindevoorstellingenbepalendeervaringvandetoeschouwer.Dezeelementensturendeperceptiedoorinfellichttetonenofjuistinvolledigedonkerteteverhullen.Deradicaleversoberingvandetheatralemogelijkhedenspreektdeverbeeldingvan de toeschouwers direct aan en zorgt ervoor dat zij zichzelf bewust in dezetijdruimtelijke situatie ervaren. Het nietzien, de donkerte, wordt onderdeel van hetkijken.Hetzien,hetervarenvandevoorstelling,vindtndezewisselwerkingtussenlichtendonkerplaats.

    Dezeperceptiewijzevereisteensterkeconcentratievanzowelspeleralspubliek.Schweigman verhoogt deze al vroeg in het proces, zoals ik in de beschrijving van devoorstellinginheteerstehoofdstukomschreef,doorhetpubliekdetijdtegevenomdeomschakeling van het dagelijks leven naar de theatrale situatie te maken. Detoeschouwerwordtzichbewustervandesituatieenvanzichzelf,wathetbesefvandeeigenfysiekeaanwezigheid inderuimteendeverhoudingentotdeandereaanwezigenvergroot.Wezienhierdeneigingvanpostdramatischevoorstellingenomzichterichtenopdeindividueletoeschouwer.HansThiesLehmannwijstinPostdramatischesTheateropdezeveranderdeverhoudingtussenhetpubliekendevoorstelling(Lehmann,8485).

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    20

    Sindsdeopheffingvandevierdewandwordthetpublieknietlangeralsgeheelmaaralsindividuenbenaderd,meteenmultiinterpretabelevoorstellingalsgevolg.

    Dezeaanspraakopdetoeschouwerals individu,datzelfbetekenisgeeftaandatwat hij ziet, leidt tot een gentensiveerde perceptie. In Tussenbereikt Schweigman ditdoordezintuigenvanhaarpubliekzo intensiefaantesprekendathetonmogelijk isdetheatralemiddelentenegeren.Degeradicaliseerdeinzetvandetheatraletekensmaakthetonmogelijkomdevoorstellingpassief tebekijken.Hetpostdramatischtheaterbeeldeisteenactieveblikvandetoeschouwer,duidtLehmannaan,diegedwongenwordtomdetoekenningvanbetekenisuittestellentotheteindvandevoorstelling.Elkmomentofelkdetailkanbetekenisvolzijnvoordeuiteindelijkeervaringvandevoorstelling.Doordenonhirarchischetekenindeling,waarikinhoofdstuk2opwees,diemeerderetekensalsbelangrijk of betekenisbepalend onder de aandacht van het publiek brengt, lijkt elkdetail vervangbaar te zijn door een ander.De toeschouwer kan dusweinig anders danzichovergevenaandezintuiglijkeervaring.DezeactieveperceptiezienwebijvoorbeeldindeeindscnevanTussen,waarinhetflikkerendelichtvaneenstroboscoopmetkortetussenpozen wordt afgewisseld met volledige donkerslag. In de momenten dat hetpodiumendedanserstezienzijnvalterzoveelteziendathetpubliekactiefkeuzesmoetmaken.Ditbetekentvanzelfsprekenddatzijbepaaldedingenwelenanderedingennietmeekrijgen.

    De gentensiveerde perceptie brengt dus een keuzevrijheidmet zichmee. Dezevrijheid kan echter ook beperkend aanvoelen, omdat de toeschouwer vaak onmogelijkallesinzichopkannemen.Ditleidttotdeperceptievanonafhankelijkeverschijnselenophet toneel en tegelijkertijd tot de ontdekking van verrassende correspondenties. Hetmenselijkbreinkannueenmaalnietgoedomgaanmethetontbrekenvanverbindingen.Wanneer elke logische connectie ontbreekt gaan onze hersenen actief op zoek naareventuele overeenkomsten en correlaties; hoe vergezocht deze ook mogen zijn wijstLehmannaan (Lehmann,85).OokalbestaatTussenuit losse fragmenten:dezevormengezamenlijk een coherent geheel. De toeschouwer kan ritmes ontdekken in deaaneenschakeling van momenten en kan af en toe kleine herhalingen opmerken. Descnewaarinenkelzwevendelichaamsdelentezienzijn(eenhoofd,eenvoet,eenhand)komtbijvoorbeeldzowel inhetbeginalsaanheteindevandevoorstellingterug.Het isaan de toeschouwer om structuren met bijvoorbeeld herhaling, vertraging ofverdubbeling te ontdekken en er betekenis aan toe te kennen. Postdramatisch theaterkandushetbestewordengezienalseencommunicatiefproces,verwoordtLehmannditpassend(Lehmann,84).Elkindividuervaartzijneigenvoorstelling,nogsterkerdaninhetdramatisch theater het geval was. Daar stuurde de inzet van de theatrale tekens deperceptieinveelhogeremate.

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    21

    Door de nonhirarchische tekenindeling, waarin de theatrale tekens naast elkaarbestaan,komtdenadrukteliggenopelementenalslichtengeluid,dievoorheenenkelindienstvandecausaliteitende lineairiteitwerden ingezet.Dekortetussenpozentussenlicht en donkerslag en het gebruik van stroboscopisch licht en schrille vioolklankensprekendirectdezintuigenvanhetpubliekaan.Maarookdeinzetvantijdenruimtekande perceptie intensiveren. Zo veroorzaakt Schweigman in Tussen een verscherpteperceptiedoortespelenmetdeinzetvandetheatralemiddelen,waarmeezeeeneigenwereldcreertdielosstaatvandealledaagsewerkelijkheid.Detheatraleinteractiewordtin zoverre aangescherpt dat dit grote invloed heeft op de theaterbeleving van detoeschouwer.

    Afbeelding4DeminimalebelichtingintensiveertdeperceptieinTussen

    4.2Devoorstellingalsonmiddellijkeesthetischeervaring

    Dezeintensieveaanspraakopdeperceptievandetoeschouwerkunnenweonderbouwenen verhelderen vanuit de filosofie. Opnieuw betreden we het terrein van defenomenologen, die ook hier helpen de effecten van de performatieve keuzes op detoeschouwer aan te wijzen en te verklaren. Martin Heidegger benoemt in zijnfenomenologischewerkdegentensiveerdeperceptiealseenervaringdieaanelkevormvanbegripofdefiniringvoorafgaat.Doordatdetheatraleelementendezintuigenvan

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    22

    het publiek direct aanspreken ondergaan zij, in de woorden van Heidegger, eenonmiddellijke esthetische ervaring die een openheid voor de materialiteit van devoorstelling schept (Van den Braembussche, 238). Heidegger verwoordt deze directeervaringalsdeterugkeernaardedingenzelfvoorzoverzeaaneninhetbewustzijnvande toeschouwer verschijnen (Van den Braembussche, 230). De radicalisering van deperformatieve kenmerken leidt dan ook tot de aandacht voor het kunstwerk alsfenomeendatzichonmiddellijk,voorafgaandaanenigevormvanbetekenisgeving,inonsgevoelenbewustzijnaandient.

    WanneerweTussenvanuitdefenomenologischeinvalshoekbenaderenfocussenweonsopdezeoorspronkelijkeervaringvandevoorstelling.HiermeewilHeideggerdewezensherkomstvanhetkunstwerkachterhalen(VandenBraembussche,234).Zoalsweinhetvorigehoofdstukzagenishetwezenvanhetwerktevindenindeperformativiteitvan de theatrale eigenschappen waaruit de voorstelling is opgebouwd en in deperformativiteitvandetheatraleinteractie.Schweigmanbenvloedtdeperceptiedoordetheatralemiddelenterugtebrengentotdeessentievanhetwezen,totdatwatbepaaltwat en hoe de voorstelling is. Hierdoor verschijnt de voorstelling onmiddellijk aan hetgevoelendebewustwordingvandetoeschouwer.IntermenvanCharlesSandersPeirce,de invloedrijkevoorlopervanHeidegger,ervarendetoeschouwersopdatmoment eenervaring van in de werkelijkheid geworteld te zijn en een betrokkenheid in engerichtheidopdewereldwaarinzij leven(Kattenbelt2005,2).Peirceverwoorddedezebetrokkenheidals intentionaliteit,eenbegripdatookdoorHeidegger isovergenomen,toontChielKattenbeltaan(2005,2).Detoeschouwerwordtzichtijdenszijnaanwezigheidbij een postdramatische voorstelling bewust van zijn eigen ervaring, doordat devoorstelling ervaringskwaliteiten verbeeldt en een reflexieve houding van detoeschouwervereist.

    Devoorstellingdwingtdetoeschouwerbetekenisbijzichzelftezoekenenzichteverhouden tot de ruimte en de Ander (zowel tot de dansers als tot zijnmedetoeschouwers).Ditheeft totgevolgdatdetoeschouwer zichzelfals inzijnwereldgengageerdwaarneemtenervaart,verklaartKattenbelt(2005,16).Dithoudtindatdezintuiglijkeervaringdiedevoorstellingteweegbrengtdetoeschouwerzeerbewustmaaktvanzijneigenaanwezigheidinhettheateropdatbetreffendemomentinhethierennu,netalsvanhetfeitdathijdeeluitmaaktvaneengroepmensendieopdatzelfdemomenteendergelijkezintuiglijkeervaringondergaat.Ditveroorzaakt,onderstreeptMartinSeel,eenkritischeverlevendigingvandeeigenervaring(Kattenbelt2005).InTussenwordtdetoeschouwer zich bijvoorbeeld bewust van zichzelf als observerend object dat isovergeleverd aan demacht van de theatermaker door het vertekenende effect dat destroboscoopopzijnperceptieheeft.

    4.3Dezelfreflexievetoeschouwer

    Ook de esthetische ervaring die de toeschouwer doormaakt bij het kijken of luisterennaar een kunstwerk is door Seel aangeduid als het gebeurteniskarakter in de kunsten(Kattenbelt2005,16).Volgenshemheeftelkekunsttoeschouwereenbepaaldverlangenomdeeigenervaringwaarneembaartemakeneneroptereflecteren,ineencontextvangedeeldelevenservaringen,legtChielKattenbeltuit(Kattenbelt2005,11,17).Doordat

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    23

    het publiek uit individuen bestaat die op de betreffende avond gezamenlijk eenesthetischeervaringdelen,krijgenzijdemogelijkheidaangereiktomzelfofmetanderebezoekers te reflecteren op de zojuist ondergane ervaring. Hiervoor is een reflexievehoudingtegenoverdeeigenervaringvandevoorstellingnodig.Dezelfreflectiemaaktdetoeschouwer bewust van zichzelf en zijn omgeving, van zijn tijdgebondentegenwoordigheid van hetindewereldzijn zoals Heidegger de relatie tussen hetindividuenzijnleefomgevingheeftaangeduid(Kattenbelt2005,17).Kattenbeltsteltdanook dat de performativiteit van de voorstelling bepaald wordt door de esthetischeorintatievandetoeschouwer.Betekenisbevindtzichvolgenshemnietineenopzichzelfstaand esthetisch object, maar in de menselijke ervaring (Kattenbelt 2010). Expressie,perceptie en ervaring zijn namelijk, meent hij in navolging van de fenomenologischebenaderingvanPeirce,onlosmakelijkmetelkaarverbonden. Ik sluitmebijhundenkenaandoor te stellendat deperceptie vande toeschouwer een constituerendonderdeelvandetheatervoorstellingis.Indeverbeeldingvanhetpubliekontstaatdevoorstelling.

    Wat gebeurt er in de voorstellingwaardoor het publiek zich bewustwordt vanzichzelfalservarendindividuenopzichzelfgaatreflecteren?Ookhierisderadicaliseringvan het gebeurteniskarakter de verklaring. Door het basale gebruik van theatralemiddelen zoals licht en geluid creert Schweigman een wereld die nieuw is voor hetpubliekendiezijnietkunnenherleidentothundagelijkserealiteit.Hetgeradicaliseerdegebeurteniskarakter van de voorstelling maakt het de toeschouwer mogelijk deconventiesdiezijndagelijkslevenbepalentijdelijkopzijtezetten.Omdevoorstellingtekunnenervarenmoetdetoeschouwereenaanspraakdoenopzijnverbeelding,waardoornieuweziensengedragswijzenzichtbaarworden.TheodorW.Adornomeendedateendirecte aanspraak op de zintuigen bereiktwordt door de opheffing van de esthetischedistantie in een ongestileerde directheid (Baumeister, 419). De geradicaliseerdeperformativiteittoonthetpublieknamelijkkantenvandewerkelijkheiddienietmeteenrationeeldenken in regelsenwetmatighedenontdektkunnenworden.Kunstmoetdanook een raadselachtig inzicht tonenwaar de betekenis niet van kanworden ontcijferd(Baumeister, 416). Hierdoor worden verwachtingen namelijk doorbroken en komennieuwekantenvandewerkelijkheidaanhet licht.Doorterugtekerennaardeessentievanhettheater,dusnaarderadicaliseringvanlicht,geluidenlichaaminTussen,wordtdevoorstellingeenuitingvanhetonbekendemetverhullingalswezenskenmerk.Hetpublieklevert een constante strijd tussen wel en niet zien, tussen betekenisgeving en deonmogelijkheiddaartoe.

    ZoalshetwerkvanKandinskyenGoodmaninhoofdstuk2alaantoonde,biedthetnaast elkaar bestaan van de theatrale tekens de toeschouwer de mogelijkheid hetkunstwerkteervarenzoalshetaanhemverschijnt,zondervooropgelegdeconventiesdiedit in de weg staan. Kattenbelt wijst aan dat ook Seel heeft aangetoond dat detoeschouwer hiermee zijn indewereldzijn kan ervaren (Kattenbelt 2005), wat hemontvankelijkmaaktvooranderemanierenomzichteverhoudentotzichzelfendewereld.Dit bewustzijn vergroot het besef van zijn aanwezigheid in het hierennu, van degezamenlijke aanwezigheid met de spelers in dezelfde ruimte, en benadrukt dus deperformativiteit vande theatrale interactie. JrgenHabermaswijst aandat erhierdoorruimteontstaatvoorfantasieenspontaniteit,watdemogelijkheidbiedtomcreatiefopde eigen ervaring te reflecteren (Kattenbelt 2005, 19). Uiteenlopende denkers hebbendusbenadruktdateenvoorstellinginrealismetoeneemtnaarmatedezeabstracter

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    24

    wordt,doordatjuistdandetoeschouweronmiddellijkwordtaangesprokenenopzichzelfenzijnomgevingkanreflecteren.

    Hedendaagse makers als Schweigman gaat het er dan ook om de theatralemechanismes zichtbaar temaken, zoals de voorgaande hoofdstukken duidelijkmaakte.Door bekende verwachtingspatronen te doorbreken wordt de verbeelding van detoeschouwer aangesprokenen krijgt de zelfreflexieve toeschouwerdemogelijkheidomnieuwe vormen van gedrags en zienswijzen op te doen (Kattenbelt 2005, 18). Deonmiddellijke ervaringdiede toeschouwerbewustmaakt van zichzelf en vandewereldomhemheen,vereistimmerseenaangepasteblikopdegetoondewereld.UitSeelswerkkunnenweopmakendathetgebeurteniskaraktereenverklaringbiedtwaarommenseninteressehebbeninkunst:zekunnenzichzelfermeeverreiken.Doordathetpubliekeenwereld voorgeschoteld krijgt die hen nog onbekend is, krijgen zij nieuwemanieren omzichtotdewereldteverhoudenaangereikt.

    Afbeelding5BoukjeSchweigmancreertinTusseneennieuwewerkelijkheid

    Tussentoonteengensceneerdeeningekaderdewerelddiewerelatiefonafhankelijkvandeexternewereldwaarinzeplaatsvindtervaren.Devoorstellingvormtnamelijkzelfdeeigencontextendeeigenwereldwaarinwedieervaren.OokinhetwerkvanKarlHeinzBohrerkunnenwevindendatdeperformativiteit vande theatrale interactiedekern iswaardevoorstellinguitbestaat.AlsreactieophetwerkvanAdornowerktehijhetbegrippltzlichtkeituit,waarmeehij verwijst naar denotie vanonderbreking (Bohrer 1981).Hetkunstwerkwordtervaren ineenabsolutetegenwoordigheidenwordtdaarmeeeenautonomewerkelijkheiddieverdwijntmethetverstrijkenvandetijdenwaarmenenkel

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    25

    nognaarkanverlangennadathet isverdwenen.DitzienweinTussen inhetontbrekenvan elke verwijzing naar het verleden of de toekomst, maar enkel naar het nu. Deabsolute tegenwoordigheid waarin de voorstelling wordt ervaren maakt deze tot eenautonome transitorische werkelijkheid. Daar waar een nieuwe ervaring wordt ervarenontstaat kunst, meent Bohrer, onafhankelijk van de inhoud van het kunstwerk(Gumbrecht 1998).Ook voor hem constitueert niet de inhoud het kunstwerk,maar deervaring van de toeschouwer. We zien ook bij Bohrer, net als bij Heidegger, Seel enKattenbelt,eennadrukopdeperformativiteitvandetheatraleinteractie.

    Ik heb in dit hoofdstuk aangetoond dat de radicalisering van hetgebeurteniskarakterdeperceptievandetoeschouwerbepaaltenhemnieuweziensengedragswijzen leert. De performativiteit van de theatrale interactie constitueertbovendiendehedendaagsetheatervoorstelling,hebbenwegezien.

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    26

    Hoofdstuk5.NieuweinzichtenenvragenDevoorgaandehoofdstukkenhebbeneenaantalbelangrijkeinzichtenindeinvloedvanderadicaliseringvanhetgebeurteniskarakteropdevoorstellingvanBoukjeSchweigmanopgeleverd.MetdeuitgebreidefilosofischonderbouwdeanalysevanTussenhebikwillenaantonenhoedenadrukopeenrelatieveonafhankelijkheidvandetheatraletekens,denadrukopdeeigenmaterialiteitendeintensiveringvanperceptiederadicaliseringvanhetgebeurteniskarakteraantoonbaarmaakt,entevenswaterdeinvloedvanis.IkhebTussenalscasestudygekozenomdatdevoorstellingdezedriekenmerkenstukvoorstuktothunuiterstedoorvoert.NietallehedendaagsevoorstellingenbrengendeperformatievekenmerkenvanhunwerkzoverterugtothunessentiezoalsSchweigmaninhaarwerkdoet,maarvertoneninminderematenogaltijddezelfdeeigenschappen.InditconcluderendehoofdstukwilikderesultatendiedeanalysevanTussenheeftopgeleverdineenbrederperspectiefplaatsendoortebekijkenwelkeinzichtenerzijnopgedaanvoorhedendaagsepostdramatischevoorstellingeninhetalgemeenenwelkevragenhieruitvoortkomen.

    5.1Concluderend:Detoeschouweralsbetekenistoekennendsubject

    Ikstelinditonderzoekdathetessentieelisdatweonsbewustzijnvanhetgebeurteniskarakter inhedendaagsevoorstellingen,omdatweandersnietverderzullenkomen dan observaties en benoemingen. Het gebeurteniskarakter is de kern van elkevoorstellingendusonmogelijkombuitenbeschouwingtelatenbijeentheateranalyse.Ikheb aangetoonddat elke voorstelling (postdramatischof niet)wordt bepaalddoor eengebeurteniskarakter en dat dit tot uiting komt in de performativiteit van de theatraletekens en in de performativiteit van de theatrale interactie.Het gebeurteniskarakter isnamelijkperdefinitieperformatief:hetvoltrektzichinhethierennuvooriemanddiehetaanschouwt. In hedendaagse postdramatische voorstellingen wordt ditgebeurteniskarakter bovendien geradicaliseerd. De eigenschappen van de theatraletekens en van de theatrale interactie worden door de theatermaker tot hun essentieteruggebracht, oftewel geradicaliseerd, door de theatrale tekens in een relatieveonafhankelijkheidnaastelkaarteplaatsen,doordeeigenmaterialiteittebenadrukkenendoordeperceptievandetoeschouwerteintensiveren.Kortom,dekernvanhedendaagsepostdramatischevoorstellingenisderadicaliseringvanhetgebeurteniskarakter.

    Het onderzoek naar de radicalisering van het gebeurteniskarakter in de vorigehoofdstukken heeft boven alles aangetoond dat de theatrale interactie in hedendaagstheater een niet te ontkennen aandeel heeft in de constitutie van de voorstelling. Deradicalisering van het gebeurteniskarakter verhoogt het werkelijkheidsgehalte vanhedendaagsevoorstellingenorm.Hierdoordoetdevoorstellingafstandvantraditiesenregelsenkanhetvrijuiteeneigenlogicaontwikkelendierechtstreekshetbewustzijnvande toeschouwer aanspreekt.De vernieuwdedramaturgie vande tijd, vande ruimteenvanhetlichaamvandeacteurofdanser,vraagtookomeenvernieuwdedramaturgievande toeschouwer. Hedendaagse voorstellingen doen een aanspraak op de individueletoeschouwer,dieactiefwordtaangesprokenenzelfdevoorstellingeenuniekebetekenistoekentdoordatdezealleeninzijneigenverbeeldingplaatsvindt.

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    27

    Detoeschouwerkrijgtinhethedendaagspostdramatischtheaterdemogelijkheidopzijneigendenkentereflecteren.Devoorstellingmaakthembewustvanheteigendenkenenvan zijn relatie tot anderen. De theatermaker creert een wereld die onvoldoendeaanknopingsenreferentiepuntenbiedtommeteenrationeleinstellingwaargenomentekunnenworden.Hierdoorontstaaterdesorintatiedieeenopenheidenontvankelijkheidvoor eenonmiddellijke ervaring vande getoondewereld veroorzaakt, dieniet hoeft terefererenaandedagelijksewerkelijkheid.Ditmaaktdeesthetische zintuiglijkeervaringmogelijk. Er wordt een eigen (beeld)taal gecreerd, er bestaan andersoortigeverhoudingen tussen de subjecten die zich in deze wereld voortbewegen, er zijnandersoortigeritmesaangebrachtennieuweverbandengelegd.Detheatermakerkandusletterlijk een wereld creren die nieuw is en daarmee de toeschouwer een nieuweervaringvandewereldmeegeven:nieuweziensengedragswijzenaanlerenofopleggen.Eentheaterbezoekbiedtdusdetijdenruimteomeenmomentafstandtedoenvandedagelijksegangvanzakenenreflexiefheteigenlevenonderdeloeptenemen.

    Dit lijkt me een belangrijke uitkomst voor de theatermaker. Naar mijn ideebeschouwtdetheatermakerzijnpubliekveelteveelalsvanzelfsprekendenheefthijhetidee dat hij artistieke concessies moet doen als hij rekening gaat houden met zijnpubliek.Maarwaaromstuittenwezovaakopweerstandalswedetheatermakerwijzenop de invloed van zijn keuzes op het publiek? Hiermee trek ik de autonomie van dekunstenaar absoluut niet in twijfel. Ik pleit namelijk niet voor de aanpassing van devoorstellingaandewensenvanhetpubliekomhentegemoettekomen,maarvooreenaangescherptinzichtindeinvloeddiededramaturgischekeuzesopdeperceptievandetoeschouwers kunnen hebben. Ik hebwillen aanstippen hoe de inzet van de theatralemogelijkhedende perceptie kan benvloeden,waarmeede theatermaker zijnwerk nogindringenderopzijnpubliekkanlateninwerken.Ditkandecreativiteitjuistverhogenenvernieuwendedramaturgischekeuzeszichtbaarmaken.

    5.2Opzoeknaareenpassendebenaming

    Deradicaliseringvanhetgebeurteniskaraktermaakthetdusmogelijkdirectdezintuigenvan de toeschouwer aan te spreken. Hedendaagse postdramatische voorstellingenkunnendanookvaakpassendomschrevenwordenalseenzintuiglijkeervaring.Determervaringstheater, die steeds meer aan populariteit wint in de hedendaagsetheaterpraktijk,ishiervoordanookerggeschikt.Hiermeebenadrukkenwebovendiendevoorstelling als esthetische communicatieve situatie. Ik ben van mening dat eendergelijke benaming al veel beter aansluit bij het theater dat vandaag de dag in detheaters staat dan Lehmanns term postdramatisch. Deze benaming heeft hettheaterwetenschappelijk discours zeker veel nieuwe inzichten opgeleverd, maar is aanvervangingtoe.

    Inherentaandetermisnamelijkdenadrukopeentheaternahetdramatische,waarmeenogaltijdwordtvastgehoudenaanhetdramatische,Aristotelischetheateralsbasis voor het theater in de eenentwintigste eeuw. Het wordt tijd om hiervan af testappen en elke nieuwe theateruiting als een op zichzelf staande ontwikkeling tebeschouwen, in plaats van een reactie op of een gevolueerde versie van eendramatischetheatervorm.Iksteldanookvooromovereennieuwebenamingnate

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    28

    denken,diedeveelzijdigheidvanhedendaagstheaterweetteomvatten.Lehmannstermconcreettheaterzieikhierbijalseenaardigopstapjenaareenpassendebenamingvoorde veelomvattende theatervormen die we rond 2010 kennen. Ook al is deze termmisschienwat vaag,hetbenadruktweldeonmiddellijkheidwaarmeedeperformatieveelementendirectaandetoeschouwerverschijnen.Ziehetalseenuitdaging,bestelezer,en laat het eens de revue passerenwanneer je een nieuwe ervaring rijker het theaterverlaat.

    5.3Vooruitblik

    Hetuitermatezelfreflexieveenzelfreferentilekaraktervanhedendaagsevoorstellingenroeptdevraagopnaardedefiniringvantheateralstheater.Ikhebaangetoonddathetwezen van de theatervoorstelling tot uiting komt in de radicalisering van hetgebeurteniskarakter, oftewel in de nadruk op de elementen die theater tot theatermaken. De uiteenlopende theatervormen die we de laatste jaren kennen zoekenhierbinnen de grenzen op vanwat nogwel enwatmisschien al nietmeer tot theaterbehoort.Hierdoorwordenookdeverschillenendeovereenkomsten tussen theaterenanderemediaaandekaakgesteld.Dit zienwebijvoorbeeld terug indevraagnaarhetwerkelijkheidsgehalte van theater,waar ik in dit onderzoek opwees. Vakerwordt filmimmersgezienalshetmediumbijuitstekdatrealistischekunstvoortbrengt.

    Inditonderzoekhebikechterwillenaantonendattheatermeerovereenkomstenmet de werkelijkheid vertoont dan elk ander medium. Film wordt als realistischbeschouwddoordatdemaakbaarheidvanhetmediumonzichtbaarwordtweggepoetstindemontage. IkhebaandehandvanhetwerkvanondermeerKandinskyenGoodmanwillenaantonendatjuistdiemaakbaarheid,juisthetzichtbaarmakenvandebouwstenenwaarhetwerkuitisopgebouwd,heelwerkelijkkanzijn.Eenvervolgonderzoeknaardeperformativiteit van de diverse media, of naar performativiteit als kenmerk vanintermedialiteit, lijkt me dan ook zeer interessant. Mogelijk levert het boek MappingIntermedialityinPerformancedatbinnenkortonderredactievanSarahBayCheng,ChielKattenbelt, Andrew Lavender en Robin Nelson wordt uitgebracht, hier interessantegedachtenover(Kattenbelt2010).

    Hiernaaststel ikvooromditonderzoekwatverderuittezoomenentebekijkenhoe mijn resultaten zich verhouden tot historische ontwikkelingen in detheaterwetenschap. Ik zou de radicalisering van het gebeurteniskarakter toe willenpassenopeerdereontwikkelingen in het theater of in anderemedia. Ik heb al kort deavantgardistenenhuninvloedophethedendaagstheateraangestipt,maarzouditnogverder willen verbreden. Wellicht kan de filosofische context uit dit onderzoekinteressanteobservatiesvoordeanalysevandramatischevoorstellingenopleveren.Ookindergelijke voorstellingenwordt immerseenwereldgecreerddienieuw is,maardiedaarentegenerggeslotenis.Devoorstellingzalnooit,misschieneenenkeleuitzonderingdaargelaten, een onmiddellijke ervaring van de performatieve kenmerkenteweegbrengen, die direct aan en in het bewustzijn van de individuele toeschouwerverschijnt. Ikbenbenieuwdwatderadicaliseringvanhetgebeurteniskarakter inanderetheatervormendanhetpostdramatischevoorverrassendeinzichtenzalopleveren.

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    29

    BibliografieLiteratuurAchterhuis,Hans.2003.Bergsonoverinnerlijketijd.FilosofieMagazine.6.http://www.filosofiemagazine.nl/00/fm/nl/121_128/artikel/5267/Bergson_over_innerlijke_tijd.html(geraadpleegdop15juni2010).Adorno,TheodorWiesengrund.1970.sthetischeTheorie.FrankfurtamMain:Suhrkamp.Baumeister,Thomas.1999.Defilosofieendekunsten.Leende:Damon.Bohrer,KarlHeinz.1981.Pltzlichkeit:ZumAugenblickdessthetischenScheins.Braembussche,A.vanden.2007[1994].Denkenoverkunst.4eed.Bussum:Coutinho.Giovannelli,Alessandro.2009[2005].Goodman'sAesthetics.Stanford:TheStanfordEncyclopediaofPhilosophy.Eds.EdwardN.Zalta.http://plato.stanford.edu/archives/spr2009/entries/goodmanaesthetics/(geraadpleegdop12maart2010).Fuchs,Elinor.2008.PostdramaticTheatrebyHansThiesLehmann.TheDramaReview.52(2):178183.Gumbrecht,HansUlrich.1998.TheBohrerChallenge.Stanford:StanfordPresidentialLecturesandSymposiaintheHumanitiesandArts.http://prelectur.stanford.edu/lecturers/bohrer/commentary/gumbrecht.html(geraadpleegdop15april2010).Goodman,Nelson.1968.Languagesofart.Indianapolis:BobbsMerrill..1983[1954].Fact,Fiction,andForecast.4eed.Cambridge,MA:HarvardUniversityPress.Harrington,A.2001.NewGermanAestheticTheory:MartinSeel'sArtofDiremption.RadicalPhilosophy.109,613.Heidegger,Martin.1960.DerUrsprungdesKunstwerkes.Stuttgart:P.Reclam.Hiskemuller,Sander.2010.Mimeenmodernedansinmeesterlijkmonsterpact.Trouw,24februari.Kattenbelt,Chiel.2005.Denkenindrien.Deprincipesvanhettriadischedenkenineenfenomenologischperspectiefopervaringenexpressie.InSyllabusvoordecursusverbeeldingsprincipes1voorTFTV,ed.ChielKattenbeltenWilHildebrand,830.Utrecht:UniversiteitUtrecht.

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    30

    .2010.Intersection:Intermedialityinperformanceandasamodeofperformativity.InMappingIntermedialityinPerformance,ed.SarahBayCheng,ChielKattenbelt,AndrewLavenderenRobinNelson,inpress.Amsterdam:AmsterdamU.P.Kelleher,Joe.2006.PostdramaticTheatre(review).ContemporaryTheatreReview.16(4):510521.Lehmann,HansThies.1999.PostdramatischesTheater.FrankfurtamMain:VerlagderAutoren..2006.Postdramatictheatre.Trans.KarenJrsMunby.Londen:Routledge.,KarenJrsMunbyenElinorFuchs.2008.LostinTranslation?TheDramaReview.52(4):1320.Locher,Hans.2006.Stilstaanbijwatzichtbaaris:viertekstenoverinhoud,vormenfunctiebijhetbekijkenvankunst.Zwolle:Waanders.Peijpe,Basvan.2007.DeuitnodigingvanBoukjeSchweigman.http://boukjeschweigman.nl/schweigman(geraadpleegdop29april2010).Peirce,CharlesSanders.1998[1907].TheEssentialPeirce.SelectedPhilosophicalWritingsVolume1(18671893),eds.NathanHouserenChristianKloesel.Indiana:IndianaUniversityPress.Schama,Simon.2007.Dekrachtvandekunst.Trans.KarinavanSantenenOlafBrenninkmeijer.Amsterdam:Contact.Seel,Martin.1985.DieKunstderEntzweiung:ZumBegriffdersthetischenRationalitt.FrankfurtamMain:Suhrkamp..2000.sthetikdesErscheinens.Wenen:CarlHanserVerlag.Wiggershaus,R.2002.TheodorW.Adorno.Trans.FrankBestebreurtje.Mnchen:VerlagC.H.BeckoHG.Willcoxon,Jeanne.2008.PostdramaticTheatre(review).TheatreTopics.18(2):248249.Zonneveld,Loek.2010.Schemer.DeGroeneAmsterdammer.(9):32.BronvermeldingafbeeldingenAfbeeldingkaft.FotodoorJochemJurgens(www.jochemjurgens.nl).Afbeelding1Eenkluwenlichaamsdeleneneenpop.FotodoorJochemJurgens(www.jochemjurgens.nl).

  • TerugnaardebasisHedendaagstheaterineenfilosofischecontext

    31

    Afbeelding2PabloPicasso,LesDemoisellesdAvignon,1907,olieverfopdoek.Afbeelding3DebewegingeninTussenzijndusdanigvertraagddatdenadrukopdeverstrekentijdkomtteliggen.FotodoorJochemJurgens(www.jochemjurgens.nl).Afbeelding4DeminimalebelichtingintensiveertdeperceptieinTussen.FotodoorJochemJurgens(www.jochemjurgens.nl).Afbeelding5BoukjeSchweigmancreertinTusseneennieuwewerkelijkheid.FotodoorJochemJurgens(www.jochemjurgens.nl). CreditsvoorstellingGezelschap Schweigman&Voorstelling TussenSpeeldatumenlocatie 15maart2010,TheaterKikkerConceptenperformer BoukjeSchweigmanPerformers KenzoKusuda AnnevanBalen AnnavanDiepen XavierFontaine

    CorneliaHanselmann MennoVroonDecorenlichtontwerp TheunMoskCompositieenviool OenevanGeelEindregie IreneSchalteggerKostuums AukjeKoelstraTechniek JeroenvanHeijningen

    KasvanHuisstedeProductie AndreaAstburyRegieassistentie NienkeScholts