Marineblad Mei 2010

of 36 /36
marineblad nummer 3, mei 2010, jaargang 120 Uitgave van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren Manager van de menselijke maat De ervaringen van het thuisfront Technische innovaties in onderhoud

Embed Size (px)

description

Magazine van de KVMO

Transcript of Marineblad Mei 2010

  • marinebladnummer 3, mei 2010, jaargang 120 Uitgave van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren

    Manager van de menselijke maat

    De ervaringen van het thuisfront

    Technische innovaties in onderhoud

  • INHOUD nummer 3, mei 2010, jaargang 120

    4

    12

    28

    10

    20

    Manager van de menselijke maat

    De ervaringen vanhet thuisfront

    De kiezer wenst waar voorzijn geld

    Koninklijke Marine hielp bijboorplatformramp voor deNoorse kust, maart 1980

    Technische innovaties inonderhoud kunnen

    instandhouding verbeteren

    3 COLUMNVoorzitter KVMO

    4 INTERVIEWManager van de menselijke maat

    7 REACTIES

    8 OPINIEEen nieuwe NAVO-strategie

    10 OPINIEDe kiezer wenst waar voor zijn geld

    11 BOEKEN

    12 KENNIS EN WETENSCHAPDe ervaringen van het thuisfront

    18 IN BEELDSergeant-adelborst M. Verbrugge

    20 KENNIS EN WETENSCHAPTechnische innovaties in onderhoudkunnen instandhouding verbeteren

    25 DE MARINEFAMILIEFamilie Braanker

    28 HISTORIECatastrofe op de Noordzee

    31 RENIES

    32 TERUGBLIKKEN METW. Platje

    34 KVMO-ZAKEN

    Het Marineblad is een uitgave van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren en verschijnt 8 keer per jaar

    2

  • marineblad | mei 2010

    KLTZA R.C. Hunnego, voorzitter KVMO

    ISSN: 0025-3340

    Hoofdredactie:KLTZA R.C. HunnegoKLTZ b.d. mr O.W. Borgeld, a.i.

    EindredactieKLTZ b.d. mr O.W. Borgeld, a.i.

    ArtikelencommissieLTZT 1 F.G. Marx M.Sc., LTZE 2OC dr. ir. W.L.van Norden, KTZE ir. V.C. Rademakers,LTZ2OC drs. R.M. de Ruiter, KTZ b.d. L.J.M.Smit, LNTKOLMARNS drs. A.J.E. WagemakerMA, KLTZA mr. H. Broekhuizen.

    Medewerkers:Mw. drs. Z. Borgeld-Guman, LNTKOLMARNS H.J. Bosch Bc,prof.dr. J. Colijn, KLTZT H. Boomstra (cartoon)AVDD (fotos, tenzij anders vermeld)

    Adres redactieWassenaarseweg 22596 CH Den HaagTel. 070-383 95 [email protected]

    VormgevingFrank de WitTel. 038-455 17 54

    DrukwerkThieme MediaCenter ZwollePostbus 10258000 BA Zwolle

    Advertenties070-383 95 04

    Abonnementsprijs Voor leden van de KVMO is het MarinebladgratisNiet-leden betalen 49,50 (NL) of 69,50(buitenland) per jaar

    Copyright MarinebladOvername van artikelen is enkel toegestaan naschriftelijke toestemming van de redactie enonder uitdrukkelijke vermelding van de bron.Artikelen in het Marineblad vertolken nietnoodzakelijk de visie van het hoofdbestuur vande Koninklijke Vereniging van Marineofficierenof van de redactie. De inhoud van artikelenblijft geheel voor verantwoording van deauteur(s). De wijze van aanleveren van artikelenis in te zien op www.kvmo.nl/marineblad.

    AdreswijzigingZo tijdig mogelijk schriftelijk doorgeven aan:Secretariaat KVMO Antwoordnummer 93244 2509 WB Den Haag(geen postzegel nodig)of [email protected]

    Foto Cover: Vice-admiraal Matthieu Borsboom (AVDD)

    Wanneer dit Marineblad op uw deurmat valt, maaktNederland zich op voor de herdenkingsplechtigheden enfestiviteiten van 4 en 5 mei. Rond deze dagen is er terecht veelaandacht voor de erkenning en waardering voor deslachtoffers en de veteranen van de oorlogen en missieswaarbij Nederland betrokken is geweest.

    Erkenning en waardering was er ook op 14 april jl., toen vijftienmilitairen uit handen van de minister van Defensie eendapperheidsonderscheiding ontvingen. Zoveel als mogelijk en plein

    publique, werden zij onderscheiden voor de moedige wijze waarop zij, onder vijandelijk vuur,hun werk in Afghanistan hebben gedaan. Erkenning en waardering voor de prestaties van de bemanning van Hr.Ms. Tromp. Het idee vandweilen met de kraan open doordat opgepakte piraten steeds opnieuw (voorzien van eenlunchpakket en voldoende brandstof) heen werden gezonden, wordt nu voor een keergelogenstraft. Duitsland maakt werk van het berechten van de opgepakte piraten. Ik hoop dat erop korte termijn een structurele oplossing komt voor de berechting van alle opgepakte piraten.

    Erkenning en waardering is er ook door de motie-Pechtold, waarin de staatssecretaris vanDefensie wordt gevraagd actief dienende militairen, die n of meer missies achter hun naamhebben, de status van veteraan te geven. Deze breed gesteunde motie is meegenomen in deconcept-Kaderwet Veteranen. Hoe de veteranenstatus voor actief dienenden precies in depraktijk gaat uitpakken is nog ongewis. Uitgangspunt moet steeds zijn dat de Nederlandseregering zich verantwoordelijk voelt voor de goede (na)zorg van alle militairen, actief ofpostactief, die uitgezonden zijn geweest.Erkenning en waardering ook voor alle militairen en burgers bij Defensie met het EindrapportVerkenningen, dat een gedegen houvast biedt voor de toekomst van Defensie. De BredeHeroverwegingen zijn van een geheel andere orde; het is een schraplijst gebleken van snellebezuinigingen die de goed onderbouwde analyses van de Verkenningen wel eens danig in hetvaarwater kunnen gaan zitten. Daarnaast is het na enig duw- en trekwerk door Defensiepubliekelijk erkennen van de financile problemen in de materieelexploitatie, een steun in derug van het personeel dat dagelijks met de gevolgen hiervan moet omgaan.Erkenning en waardering voor het thuisfront, dat immers langdurig in spanning zit over deuitgezonden militair. Dr. Manon Andres is gepromoveerd op haar onderzoek naar de gevolgenvan langdurige, werkgerelateerde scheiding. In dit Marineblad beschrijft zij de conclusies vanhaar onderzoek. Ik wens u veel leesplezier.

    Erkenning en waardering

    COLUMN 3

    Vlak voor het ter perse gaan van deze uitgave van het Marineblad, bereikte ons het bericht dat op zaterdag 17 april in Uruzgan een aanslaghad plaatsgevonden met een gemproviseerd explosief. Hierbij zijn de 29-jarige korporaal van de mariniers Jeroen Houweling en de 23-jarige marinier Marc Harders gesneuveld. Een 21-jarige marinier raakte hierbij gewond. De twee gesneuvelden en de gewonde militairzijn alle leden van het Eerste Mariniersbataljon van het Korps Mariniers, gelegerd op de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn.

    Het hoofdbestuur van de KVMO is geschokt door dit bericht en betuigt haar medeleven aan de nabestaanden, vrienden en collega's enwenst hen de kracht toe dit zware verlies te dragen. Voorts wenst het hoofdbestuur de gewonde marinier een voorspoedig herstel toe.

    De artikelen in deze uitgave waren al gereed en wij waren niet meer in staat de inhoud daarvan aan te passen. Zo was ook het interviewmet de Commandant Zeestrijdkrachten, vice-admiraal Matthieu Borsboom, op dat moment al geschreven. Hierdoor kon in het interviewgeen verwijzing naar de gesneuvelden en de gewonde marinier plaatsvinden. In een reactie heeft de admiraal het volgende laten weten:Namens al het marinepersoneel militairen en burgermedewerkers wil ik mijn medeleven betuigen aan de nabestaanden van JeroenHouweling en Marc Harders en hen veel sterkte toewensen. Ik wens de gewonde marinier een spoedig herstel en hem en zijn familie ookveel sterkte. Ik wens tevens alle collegas overal ter wereld, maar in het bijzonder in het uitzendgebied de kracht toe om ondanks hetverlies hun belangrijke werk in deze moeilijke tijd voort te zetten.

  • INTERVIEW Door R.C. Hunnego en drs. T.R. Timmerman4

    Hoe ziet u de toekomst van de Marine met de Maritieme Visiein de ene hand n de Verkenningen plus BredeHeroverwegingen in de andere hand?De Marinestudie is op het goede moment opgesteld en uitgevoerd, los vanbezuinigingsoperaties. Het is een herschikking van capaciteiten die de ver-anderende omgeving reflecteert. In de maritieme omgeving zien we steedsmeer ongewenste elementen. Drugstransporten, mensensmokkel en pirate-rij zijn voorbeelden van activiteiten die de vrije zee criminaliseren en devrije handelsstromen bedreigen. De relevantie van de maritieme omgevingvoor de handel en voor Nederland als handelsnatie wordt zowel in deMarinestudie als in de Verkenningen bevestigd. In de Verkenningen wordtook van geen enkele maritieme capaciteit gezegd dat deze niet langerbenodigd is. Dat is een belangrijke notie. De Verkenningen geven perspec-tief op een bestendige defensieorganisatie. De Heroverwegingen zijn van totaal andere orde. Het is een pakket van

    Honderd dagen nadat vice-admiraal Matthieu Borsboom in Den Helder het commando over het

    maritiem krijgsmachtdeel op zich nam, beantwoordt de marineman tien vragen over de maritieme

    toekomst, zijn visie en speerpunten. Met grote aandacht voor personeel, communicatie, creativiteit en

    diversiteit ontpopt de nieuwe Commandant Zeestrijdkrachten zich als een manager van de menselijke

    maat.

    Manager van de menselijkemaat

    Wie is Matthieu Borsboom?Geboren (1959) en getogen in Den

    Haag wilde Matthieu Borsboom op

    jonge leeftijd biochemie studeren.

    De wankele economische situatie

    eind jaren zeventig en de hoge werk-

    loosheid onder academici, deden

    hem anders besluiten. Zijn avontuur-

    lijke inborst zette hem op de fiets

    naar Den Helder. Daar, 125 kilometer

    van zijn residentie, lag een glansrijke

    carrire voor de Hagenaar in het ver-

    schiet.

    Als zeedienst officier en commando-

    centrale officier vervulde Borsboom

    talloze varende functies. Ook voerde

    hij het bevel over twee van Harer

    Majesteits schepen, gevolgd door

    plaatsingen bij CAMS Force Vision,

    de Defensiestaf en een uitzending

    van twaalf maanden naar

    Afghanistan. Op 22 januari dit jaar

    werd de loopbaan van Borsboom

    bekroond met het bevel over de zee-

    strijdkrachten.

    Naast zijn werk, is Borsboom altijd

    met n been in de maatschappij blij-

    ven staan. Zo was hij op 28-jarige leef-

    tijd de jongste voorzitter van een

    parochie in Nederland, richtte hij een

    kookclub op, is hij fervent bergklim-

    mer, liefhebber van de opera en loopt

    hij lange afstanden. Matthieu

    Borsboom is getrouwd met Ernie

    Borsboom-Miga. Samen hebben ze

    drie kinderen, die alle drie genspi-

    reerd door de verhalen van hun vader

    kozen voor de Marine.

  • marineblad | mei 2010

    5

    korte termijn, kille bezuinigingsmaatregelen. Een enor-me stapel van inventarisaties van varianten. Niet meeren niet minder. De toekomst hangt af van de kaders diehet nieuwe kabinet aan Defensie meegeeft voor de beno-digde bezuinigingen. Wordt het een percentage van hetbudget of wordt het ingekaderd in oplossingsrichtingen?In beide gevallen hoop ik dat Defensie de ruimte krijgtom daar zoveel mogelijk op grond van de Verkenningeninvulling aan te geven.

    U hecht veel waarde aan samenwerking. Aanjoint, integraal en flexibel opereren. Hoe zijnuw ervaringen daarmee?In Afghanistan heb ik van binnenuit ervaren hoe de jointsamenwerking werkt en die ervaringen zijn goed. Eensuccesvolle organisatie weet zich aan te passen aan zijnomgeving. Daar hoort joint opereren bij. Dat moet nietalleen met de mond worden beleden. Door het bundelenvan verschillende capaciteiten krijg je een sterker ver-band. Maar we moeten niet alleen binnen de defensieor-ganisatie samenwerken, maar k met andere landen eninterdepartementaal. De Kustwacht voor de NederlandseAntillen en Aruba is daar een mooi voorbeeld van. Ik hebdan ook opgeroepen om nieuwe samenwerkingsverban-den te onderzoeken. Wees creatief.

    Creatief samenwerkenIk roep ook op om nieuwe, creatieve samenwerkingsverban-den te onderzoeken. Ik zal n voorbeeld geven uit mijn erva-ringen van enkele jaren geleden, opererend in de West methet stationsschip in de context van counterdrugsoperaties. Opeen gegeven moment hebben we gewoon gekeken: wie heeftnu juridisch de meeste bevoegdheid? Niet de militairen, delokale politie of de marechaussee, uiteindelijk was dit de lokaledouane. Want de douane kon staande houden, schepen enmensen, zonder dat er een verdenking was. Met n douane-ambtenaar aan boord van het fregat creer je de mogelijkheidom allerlei schepen te gaan stoppen en te boarden. Wat daar-voor nooit was gebeurd. Dan vind je opeens wapens en illega-len en drugs. Dat is nu een voorbeeld waarvan ik zeg dat creatief zoeken,compleet nieuwe samenwerkingsverbanden oplevert.

    Op dit gebied bieden de bedreigingen van de komendetijd juist kansen. We worden gedwongen om over deschotten van de departementen te kijken, om te zoekennaar de bundeling van krachten. Zowel nationaal alsinternationaal. Want uiteindelijk moeten we het supervi-seren en bewaken van de vrije zee ook in multidiscipli-naire verbanden uitvoeren. Want geen enkel land heeftde capaciteit om overal op die vrije zee maritieme politie-agent te spelen.

    Hoe ziet u internationale samenwerking, zoalsmet Belgi en waar liggen de grenzen?De samenwerking met de Belgische marinecomponent isde meest vergaande vorm die je kunt bedenken. We zit-ten compleet gentegreerd in elkaars maritieme organisa-tie. Van het niveau van de Admiraliteit, de bedrijfsvoe-

    ring tot gemeenschappelijke opleidingen. We gebruikendezelfde middelen, zoals M-fregatten en mijnenjagers. Enook op het gebied van onderhoud vindt kruisbestuivingplaats. Een stap verder en dat gebeurt incidenteel isdat personeel op elkaars schepen vaart. Daar blijft altijdde autonomie van een land gelden. De politiek bepaalt ofeen land deelneemt aan een operatie. Dus wanneer eenland niet deelneemt, zit je met personeel dat dan van deeenheid afmoet. Daar ligt dus de grens van de samenwer-king. Een grens die geldt voor alle landen. Ook bij het Korps Mariniers vindt verregaande internatio-nale samenwerking plaats. We gaan verder op het padvan samenwerking binnen de UK-NL Amphibious Force enmet het Amerikaanse Marine Corps. De mariniersorganisa-tie en het integrale concept wordt elke keer getoetst. Hetlevert een doelmatigheidsslag, maar ook een kwaliteits-slag. Als in missiegebieden de organisaties elkaar ken-nen, geeft dat vertrouwen. Dat moet je nastreven.

    Twee onderwerpen op personeelsgebied staanvolop in de belangstelling: genderbeleid enrangharmonisatie. Hoe staat u daar tegenover?Het dossier rangharmonisatie ligt bij de Hoofd DirecteurPersoneel. Harmoniseren is het gelijktrekken van nive-aus. Hierbij bestaat de neiging om het lagere niveau bij

    het hogere te trekken. Maar in een tijd als deze kan deharmonisatie ook wel eens de andere kant opgaan. Dusweet wat je vraagt.

    Gender wil ik verbreden naar diversiteit. Hierbij gaat hetniet om percentages. De Marine is een afspiegeling vande maatschappij en van de mensen in de maatschappij.Maar staat zelf ook midden in die maatschappij. Het isde vijver waaruit je vist, maar ook de basis van je draag-vlak. Daarnaast kan je diversiteit ook aanwenden. InAfghanistan merkte ik de behoefte aan vrouwelijke mili-tairen om in contact te treden met Afghaanse vrouwen.Voor mannelijke militairen was dat haast onmogelijk.Zelf had ik een vrouwelijke culturele adviseur vanAfghaanse en Nederlandse nationaliteit, in uniform, diedat allemaal personifieerde. Diversiteit van gender totgeloof biedt verbreding. Dat moeten we benutten enaan werken.

    Hoe schat u de LOM-leeftijd in 2025?Tegen die tijd is deze geharmoniseerd naar zestig engaan we meer kijken naar wat iemand kan. Ik ben danook groot voorstander van demotie. Het is een maatregelwaarmee je verder flexibiliseert in de piramide van hetgesloten personeelssysteem. Nadat je je persoonlijke top

    Ik wil open communiceren en daarbij wil ik gebruik maken van

    nieuwe middelen, zoals Twitter en eenweblog. Iedereen mag zien waar

    ik mee bezig ben.

  • INTERVIEW Manager van de menselijke maat6

    hebt bereikt, waarom zou je dan niet werk kunnen gaandoen wat je leuk vindt? Neem bijvoorbeeld iemand uit detechniek, die in het management gaat werken, maaraltijd de techniek leuk blijft vinden. Waarom laat je diedan niet nog een paar jaar lekker sleutelen? Het is eenbeetje out of the box. Maar het pijltje naar boven, bene-den, links en rechts moet flexibeler.

    Defensie werkt steeds paarser. Wat betekent ditvoor de eigen identiteit?De identiteit van de marineorganisatie is niet in conflictmet de identiteit van de defensiemedewerker. Dat ver-sterkt juist. Als je weet waar je vandaan komt, dan heb jeeen basis van waaruit je beter en sterker kan samenwer-ken. Dat klinkt misschien paradoxaal, maar daar geloofik in. De kunst is dus om de eigen identiteit in stand tehouden en te borgen, zonder dat dit ten koste gaat vansamenwerking met anderen. Dr ligt de crux. Je werktbeter samen, omdat je uit een eigen identiteit opereert.

    Is Afrika voor CZSK een aandachtsgebied?Zeker! Zo beschrijft de Mariteam Afrika Roadmap CZSKde potentile activiteiten van ons krijgsmachtdeel op enrond het Afrikaans continent voor de middellange ter-mijn. Een belangrijk deel van dit continent ligt in de regiodie wordt aangeduid met de term gordel van instabiliteit.Illegale activiteiten als zeeroof, piraterij, drugssmokkel enmensenhandel hebben een wereldwijde impact. Mijn stelling is dat je maritiem heel veel kan betekenen,door aan de voorkant van de crisis te opereren. Aan devoorkant stabiliseren, betekent aanwezig zijn. Met aanwe-zigheid doe je kennis op van een potentile instabieleomgeving, maar het biedt ook de kans om de aanwezigeinstituties te assisteren. De gordel van instabiliteit is mari-tiem gelieerd. Dat betekent dat je met schepen iets kanbereiken. Door er te zijn, te ondersteunen, een bijdrageleveren aan (weder)opbouw. Stel dat Somali in een vroegstadium was geholpen bij het opzetten van een kustwacht.Dan was de situatie misschien nooit zover gedegradeerd.Dan waren de piratennesten bij de wortel aangepakt. Voor Afrika moeten we kijken hoe we met maritiemecapaciteit, op en vanuit zee, een bijdrage kunnen leverenaan stabiliteit. Dit hebben we al gedaan door deel tenemen aan het Africa Partnership Station, een Amerikaans

    initiatief dat streeft naar een veilig, stabiel en welvarendWest- en Centraal Afrika. Vanuit het achterliggend ideedat een goed beheer van het maritiem domein een bij-drage levert aan veiligheid en stabiliteit. Dus door landente helpen bij het opzetten van een kustwacht, een searchand rescue organisatie en visserij-inspecties. Want 3D open vanuit zee, zit ook aan de voorkant van stabilisatie.

    Aan welke kernwoorden hecht u waarde?Creativiteit en communicatie. Jonge officieren stappeneen modern bedrijf binnen, met goede spullen, goedearbeidsvoorwaarden, een keurig salaris en met veel toe-komstmogelijkheden. We weten misschien niet deomvang of de capaciteit, maar het is wel een Marinewaar je trots op kunt zijn. Waarin de cultuur opener isgeworden en waarin de pioniersgeest gelijkertijd noghoogtij viert. Dat blijf ik stimuleren. Ik blijf het bena-drukken: ontplooi creativiteit. Wederzijdse communica-tie is een must om te zorgen dat het beeld dat wij vanonze organisatie hebben, gedeeld wordt door de organi-satie. Het kan niet zo zijn dat het beeld dat op de werk-vloer leeft, anders is dan op het middenniveau of bij mij.Het is de verantwoordelijkheid van ons allemaal om ditbeeld te ijken. Dat bereik je met communicatie. Ik wil open communiceren en daarbij wil ik gebruikmaken van nieuwe middelen, zoals Twitter en eenweblog. Iedereen mag zien waar ik mee bezig ben. Dathoort ook bij de transparantie, die ik nastreef.

    Hebt u op korte termijn echte zorgen?Mijn enige zorg is wanneer de mensen niet meer in hetproduct Marine geloven. Wanneer ze niet meer zien hoeze kunnen bijdragen aan de toekomst en vormgeving vandie Marine. Juist nu moeten we het topproduct dat weleveren zichtbaar maken. Dus leg uit, vertel en laat zienwat je doet. Want dat bepaalt het draagvlak in de maat-schappij voor het producten Defensie en Marine.

    Als u iemand n vraag mag stellen, aan wie enwat is de vraag?Dan zou ik de jongste ongegradueerde vragen wat hij ofzij vindt van de organisatie waarin hij werkt. Dat is direc-te communicatie.

    Joint samenwerking. Communicatie op de werkvloer.

  • marineblad | mei 2010

    7REACTIES

    Reactie op Geschikt of ongeschikt Marineblad 5, 2009

    Zelfverdediging overbodig?Een beschouwing van de capaciteiten van de op stapel staandepatrouillevaartuigen werd enige tijd geleden in het Marinebladgeschreven door de collegas Both en Van der Maas. Zij komendaarin tot de conclusie dat het op deze schepen met debeeldopbouw en detectie van mogelijke dreigingen vanuit de luchtwel snor zit, maar dat de capaciteit om daar met een Close InWeapon System (CIWS) solide zelfverdediging mee te plegen, inde plannen achterwege is gelaten. Een tour dhorizon over demogelijke en waarschijnlijke dreigingen in het lagere deel van hetgeweldspectrum leert al snel dat er legio wapensystemenvoorhanden zijn bij groepen als piraten, opstandelingen enterroristen. Deze reiken van raketsystemen afgevuurd vanaf voer-of vaartuigen op of bij de kust tot vanaf de schouder afgevuurdeAnti Tank Missiles (ATM) van waar dan ook. Zonder ons tebegeven in confidentile of vaktechnische discussies kunnen weconstateren dat bij afvuurafstanden groter dan 1000 meter eenGoalkeepersysteem met zijn reactietijd al snel een goede kansheeft. Wanneer het schip er op is voorbereid loopt deze afstandzelfs terug tot ca 800 meter. In de negentiger jaren schoten wij metdit systeem al 7,6 cm granaten uit te de lucht dus met de veeltragere ATMs moet dat zeker lukken.Tevens kan er met eenGoalkeerperachtig systeem op de tegenstander zeer selectiefgefiguurzaagd worden. Naar keuze de brug in het ongeredebrengen, een mast afzagen of de boeg van een bootje afschietenkan zeer gericht worden bewerkstelligd. Ook dat is niets nieuws enbeproefd. Het pleidooi van de collegas lijkt mij dan ook alles bijelkaar bekeken, stevig hout te snijden.In zijn reactie daarop in het Marineblad van december j.l. vancollega Van den Berg, zijn m.i. geen echte tegenargumenten tevinden. Hij acht slechts n voorbeeld (INS Ahi Hanit) wat dun enbegeeft zich in semantiek over de vraag of dit nu een symmetrischeof een asymmetrische laagdrempelige dreiging was. Het doet erniet zo bar veel toe welk label er staat op een inslaande raketafkomstig van terroristen en hoeveel voorbeelden heb je nodig omhet licht te zien. INS Eilath was een kleine halve eeuw geleden inhaar eentje meer dan genoeg om een revolutie in scheepsbewape-ning en zelfverdediging te ontketenen. De geconstateerde onbalans tussen sensoren en wapens wordt doorVan den Berg niet ontkend maar hij rechtvaardigt dit deze met detaken air surveillance en air safety. Welnu, dat zijn (letterlijk) schonetaken waarbij geen handen zijn vuil te maken, maar hoe zit het met debasistaak van een marineschip; het produceren van gevechtskrachtop zee. Als het patrouillevaartuig op de loop moet voor een snellemotorboot bewapend met een ATM van $2000,- omdat daartegengeen adequate zelfverdediging mogelijk is dan hebben wij hetbelastinggeld verkeerd genvesteerd. Bouw tenminste de provisionsfor in en voeg het systeem toe zodra de financin dat toelaten. Het ismij dan ook onduidelijk hoe een rechtgeaard zeeofficier kan pleitenvoor het geheel weglaten van een beproefd zelfverdedigingssysteemwaarmee ook nog eens creatief andere resultaten kunnen wordenbehaald in de sfeer van zeer selectieve en gecontroleerde gewelds-toepassing welke op deze schepen zo opportuun zou moeten zijn.Het is mij nog meer onduidelijk hoe een verantwoordelijk ministerdaarvoor kan tekenen. Bluskanons zijn handig maar volstaan niet opHr. Ms. schepen.CDR b.d. P.C. Kok

    Reactie op En koe en twee kalfjesMarineblad 6, 2009

    Het interessante artikel heeft nog een hele voorgeschiedenis,welke toch leuk genoeg is om te vertellen. In de eerste plaats denaam koe. Het heeft niets te maken met de domme koe of dehoeveelheid water die zij afgaf, doch heel subtiel, namelijk als het

    dekzeil er overheen getrokken was had het een vorm van een koe.Dit even over de naamgeving.De geschiedenis van de wat de heer Wouters kalfjes noemde is ietslanger. Trouwens de naam kalfje is leuk gevonden. In het najaar van1961 heb ik toestemming gevraagd aan de artillerie officier LTZ F.Warnekke om een lichtraket af te vuren met een door samen metde geschutmaker gemaakte lanceerinrichting. Die toestemmingkreeg ik en de lancering was een succes. Wel moest ik de redenopgeven. Niet door vertellen, maar het is voor oudejaarsnacht, alswe in Manokwari liggen. In oudejaarsnacht 00.00 uur gingen 12lichtraketten recht omhoog de lucht in. Een enorm succes en ik hadook direct de bijnaam Von Braun2.Een hele tijd later, ik dacht na de actie op de vlakke hoek, kwam deartillerie officier mij vragen of we twee van die lanceerinrichtingenkonden maken voor SB en BB Boffin mitrailleurs. Natuurlijkmeneer, hier kan alles. Zo hebben we twee van die dingen gemaakten vast gelast aan de buitenzijde van de twee mitrailleurs. Boren inde pantserplaat hadden we het goede gereedschap niet voor.Afvuren ging met de oproepknop voor de brug. Deze wasoverbodig, omdat de opstellingen schuin achter de brug stondenen een open brug dus praaien was voldoende. Terug in Biak kwamonze vorige artillerie officier LTZ Heringa aan boord en die vondhet een schitterend idee. Blijkbaar heeft hij het op de Utrecht latenmaken of aanbrengen, maar de eerste proef is aan boord van deEvertsen uitgevoerd. De Evertsen heeft wel enkele keren gebruikgemaakt van deze inrichtingen om een doel te verlichten. Eengroot voordeel was dat de stuksbemanning van kanon 2 niet oppost hoefde komen, ze konden rustig blijven genieten van denachtrust. (voor leken, doel verlichten doe je s nachts). Ook ikwerd bij terugkomst in Nederland zwaar aangevallen door debazen van de Bewapenigswerkplaatsen, maar kon het pareren doorze kwalijk te nemen dat BW een niet goed afgesteld parallellogramtussen de kijker en radarantenne had afgeleverd. Deradioradarmonteur heeft heel wat uurtjes gesleuteld omdat wegeen goede echo voor luchtdoelen hadden. Gaarne wilde ik dit toevoegen aan het verhaal van de heer Woutersom niet een stuk geschiedenis verloren te laten gaan. LTZSD 2 OC b.d. H. Donderwinkel. (in NNG KPLWEMNT).

    Antwoord op bovenstaande reactieEen leuke aanvulling, de voorgeschiedenis van de heerDonderwinkel en die ik weer niet kende, of vergeten ben. Toen wemet de Groningen vanuit Biak opereerden was de genoemde LTZHeringa daar artillerieofficier en beheerde als zodanig ook demunitiemagazijnen. Uit contact met hem kwam ik op het idee vande 2 lichtraketten en hij heeft ze me ook beschikbaar gesteld plusde lanceerrails (ook niet door vertellen). Of hij me toen ook verteldheeft dat zoiets al op de Evertsen was gedaan kan zijn, maar datherinner ik me niet. We zien dat de gedachte op allebei de schependezelfde was: handiger voor de oorlogswacht. Daarbij was aanboord van de Evertsen kennelijk kanon 2 niet bemand en dat was(voor de leken) het enige kanon waaraan af fabriek lichtraketrailswaren gemonteerd. Ook nog ter verklaring: de Boffins aan boordvan de Engelse jagers waren betrekkelijk kleine, door n manhydraulisch bestuurde opstellingen, oorspronkelijk voor eendubbele 20 mm Oerlikon, later vervangen door een enkele 40 mmBofors no.5 (de oude uit de oorlog). Ze kwamen ook voor aanboord van de WU-type mijnenvegers. Ik heb nooit gehoord dat zoiets als aan boord van de Groningenook op de Utrecht is gedaan (zoals Donderwinkel meldt), maarhet kan een vergissing met de naam zijn. Met de Groningenhebben we de Utrecht afgelost aan de Zuidkust en die ging toenthuisvaren. Met dank!KTZ b.d. P.R. Wouters

  • OPINIE Door: SBNT b.d. R.M. Lutje Schipholt8

    Een nieuwe NAVO-strategie

    InleidingOnze regering heeft de Adviesraad Internationale Vraagstukken(AIV) gevraagd advies uit te brengen over deze herziening van hetStrategisch Concept om een goede inbreng in de komende dis-cussie met de overige 28 lidstaten zeker te kunnen stellen. De AIVheeft haar Commissie Vrede en Veiligheid (CVV) onder voorzit-terschap van Prof. dr. ir. J.J.C. Voorhoeve opgedragen de regeringvragen hierover te beantwoorden. De tekst van het advies is terugte vinden onder www.aiv-advies.nl, Publicaties AIV, Advies 67. Deafsluitende discussie over dit advies vond op 5 maart plaats inperscentrum Nieuwspoort in de vorm van een druk bezocht sym-posium. Het onderwerp van existentieel belang voor de toekomst vanonze krijgsmacht en dus ook de KM. Te belangrijk om de inbrengin het denken hierover geheel aan academici en ambtenaren vanBuitenlandse Zaken over te laten.Daarom is het de moeite waard om, naast het advies dat op inter-net te lezen is, dat ik trouwens van harte aanbeveel, nog eensgoed op het netvlies te krijgen wat het nut en noodzaak van eennieuwe NAVO-strategie is en wat de prioriteiten voor de NAVOin de toekomst zijn. Maar ook wat de dilemmas zijn bij het vast-stellen van een nieuwe NAVO-strategie.Een discussie over de NAVO-strategie van de toekomst kan bij-dragen aan het mobiliseren en focusseren van de publieke opinieover de veiligheid en uitdagingen, die voor ons liggen en dus vande steun voor een defensiebijdrage aan de NAVO passend bijonze draagkracht.Maar het kan ook een splijtzwam vormen tussen de 28 lidstatenonderling.

    Waarom een nieuwe NAVO-strategieEen strategie document dwingt de lidstaten zich te beraden enconsensus te vinden over de koers en prioriteiten. Die (her)bezin-ning is nodig omdat sinds het huidige strategieconcept het aantallidstaten van de NAVO is gegroeid van 16 naar 28. Zeker de nieuwelidstaten hebben vaak een heel andere dreigingperceptie dan bij-voorbeeld Nederland. Maar ook wij beoordelen de dreiging waarwe ons tegen teweer moeten stellen nu heel anders dan in 1999. Deterroristische aanvallen op de NAVO-lidstaat Verenigde Staten, deoorlogen in Irak en Afghanistan en de mondialisering in ons denkenover veiligheid en conflictpreventie dwingen tot herbezinning.De komst van een nieuwe Amerikaanse president en daarmeeeen terugkeer van hun multilaterale benadering van de mondialeveiligheid, de terugkeer van Frankrijk in de militaire structurenvan de NAVO, alsmede de toenemende rol van een verenigdEuropa, met een eigen Europees Veiligheid en Defensie Beleid enhet accorderen van het verdrag van Lissabon, zijn veel aspectendie bijdragen tot de verwachting dat een zinnige moderniseringvan de NAVO-strategie mogelijk is tezamen met een helderetaakverdeling tussen NAVO en EU. Dit geeft echter geen garantiedat consensus zonder meer bereikbaar is. Of het zou over eenstrategisch concept moeten gaan van zo algemene aard dat hetpraktisch nut daarvan nihil is.Maar voor onze eigen krijgsmacht is de uitkomst wel degelijk vangroot belang, te meer omdat deze strategie aan kan sluiten op hetrecent bekendgemaakte resultaat van de verkenningen. Immers ineen tijd van nationale bezuiniging en daarmee onvermijdelijkgepaard gaande heroverweging van de defensie-inspanningen,een steeds meer naar binnen gekeerd Nederland met weinigEuropese ambities en een zwakker wordende (veiligheids-) bandtussen Europa (ook Nederland) en de VS, is makkelijk in te ziendat onze defensieambities op de tocht staan. Het actief betrokkenzijn bij de discussie over de NAVO-toekomst met onze verdrag-spartners is mogelijk nog belangrijker dan de nationaleVerkenningen binnen onze Defensie. De toekomst van de NAVOzelf is wel degelijk in het geding. Een verdragsorganisatie die onsinmiddels 65 jaar vrede in Nederland en West Europa heeft verze-kerd. Enkele belangrijke keuzes, dilemmas eigenlijk, waar deNAVO en dus ook Nederland voor staan zullen uit het geheel vankeuzes bij het vaststellen van een nieuwe NAVO-strategie wor-den toegelicht. Dat laat dus veel onbesproken zoals de bijstellingvan het nucleaire afschrikking concept, of de kosteneffectiviteitvan de NAVO. Om maar een paar hot items te noemen Maardaarvoor verwijs ik naar het eerder genoemde CVV advies.

    Het Dilemma van de NAVO-doelstellingDe belangrijkste doelstelling van de NAVO is en blijft het verdedi-gen van het eigen grondgebied tegen dreigingen buiten de regio.Maar wie en wat vormen de dreigingen waar de NAVO zich danprimair tegen teweer moet stellen? De oude NAVO-lidstaten in

    Het huidige Strategisch Concept van de NAVO dateert uit 1999. Op de NAVO top in april 2009 werd

    besloten dat de strategie aan vernieuwing toe was. Elke lidstaat van de NAVO beraadt zich nu

    natuurlijk hierover.

    Standing Naval Force Mediterranian in de jaren 80. CollectieInstituut voor Militaire Historie s-Gravenhage

  • marineblad | mei 2010

    9

    het Westen van Europa zien niet langer Rusland als de grootstebedreiging van het NAVO-gebied. Dit is in de optiek van deze lan-den eerder een toekomstige veiligheidspartner. De nieuwe lidsta-ten in het Oosten van Europa denken daar echter heel andersover evenals de Scandinavische landen Noorwegen (NAVO-lid)en de EU-lidstaten Zweden en Finland. De Baltische NAVO-lidstaten bijvoorbeeld juichen niet als ver-dragsgenoot Frankrijk moderne fregatten en amfibische schepenaan Rusland gaat leveren. Zij willen immers een NAVO-verdrags-

    organisatie, die op geloofwaardige wijze te hulp kan komen alsRusland weer bedreigend wordt en zeker niet een NAVO die bij-draagt aan de versterking van de militaire dreiging van Rusland.Zullen de VS ook in de toekomst onvoorwaardelijk garant staanvoor hun territoriale veiligheid? Of Nederland? Zal hun veiligheidgegarandeerd blijven, ook als de afschrikking met kernwapensdoor de NAVO van een potentile agressor, meer en meer in detaboe sfeer terecht komt?Wij, in het westelijk deel van het NAVO-verdragsgebied, zienoverigens onze NAVO-veiligheidsprioriteiten veeleer liggen bijexpeditionaire VN-crisismanagementoperaties. In crisishaardenver buiten de Europese regio liggen in onze ogen immers veelgrotere veiligheidsrisicos dan in een relatie met Rusland. Wat zalde nieuwe NAVO-strategie daar over gaan zeggen?Het zal in elk geval naar mijn mening de grootste splijtzwam in dediscussie vormen. Dat komt niet alleen door de recente NAVO-ervaringen in Afghanistan. Het raakt aan de kerndoelstellingen endus de geloofwaardigheid en nut van de NAVO en daarmee depublieke steun.

    Het dilemma van de NAVO-EU samenwerkingDe tweede splijtzwam in de discussie zit in de vorm en geloof-waardigheid van de samenwerking tussen NAVO en EU. Nu is diebedroevend slecht. De vorige Secretaris Generaal van de NAVOzag dit als zijn grootste frustratie. Natuurlijk lag een deel van deoorzaak in de trage besluitvorming binnen Europa over de te rea-liseren Europese ambities op het terrein van buitenlandse politieken veiligheidsbeleid. Maar ook aan de stelselmatige blokkade vanGriekenland van samenwerking tussen de EU en het belangrijkeNAVO-lid Turkije.

    Het lijkt op het eerste gezicht voor de handliggend de NAVO dedefensietaken van de EU op zich te laten nemen en daarmee deongeloofwaardige en inefficinte duplicatie van militaire organisa-ties en middelen te vermijden. Ook zou bijvoorbeeld het EU vei-ligheidsoverleg gencorporeerd kunnen worden in het politiekeoverleg in de North Atlantic Council. Maar de werkelijkheid isweerbarstiger. Zelfs ambassadeurs bij NAVO en EU kunnen nieteen en dezelfde persoon zijn is de overtuiging van de meesten.Natuurlijk speelt bij deze discussie over de taakverdeling en

    samenwerking tussen EU en NAVO, de meningvan de belangrijkste NAVO partner, de VS, eendoorslaggevende rol. Het ligt voor de hand dat eennauwe samenwerking tussen NAVO en EU deAtlantische band zwakker zal maken. Wil de VSdat wel? Wat willen Frankrijk of Engeland? HeeftNederland eigenlijk een mening of zijn we tochautomatisch meer Atlantisch denkend danEuropees?

    Prioriteiten voor Nederland en zijnkrijgsmachtNatuurlijk is er veel meer (en genuanceerder) tezeggen over de nieuwe NAVO-strategie. Daarvoorverwijs ik naar het door mij genoemde AIV advies.Mijn doel is primair de betrokkenheid bij de dis-cussie over de toekomst van de NAVO, de veilig-heidstrategie van de EU en de doelen en taken van

    onze krijgsmacht (en daarin de KM) te vergroten bij de beroeps-militairen in de Marine. Niet navelstarend met een Nederlandsebril op, maar met betrokkenheid bij de Europese regio en belan-gen van Nederland daarin. De les uit het verleden zou daarbijmoeten zijn dat geloofwaardige afschrikking de vrede bewaart.Die afschrikking kent verschillende niveaus en hoeft niet uitslui-tend nucleair te zijn om geloofwaardig te functioneren. Alleeneen professionele en snel inzetbare expeditionaire krijgsmachtkan die rol vervullen. Ook als de inzet zich tot het verdragsgebiedbeperkt. Dat kan ook prima met goed zichtbare oppervlakte een-heden van de KM bijvoorbeeld, maar zeker ook met de dreigingvan het onderzeeboot wapen. Dat, als onze inzet bij de nieuweNAVO-strategie, zal ook de Baltische staten en de Oost Europesenieuwe NAVO-lidstaten vertrouwen geven en dat zou in mijnogen de eerste prioriteit moeten zijn.

    Maar ook is essentieel voor onze geloofwaardigheid richting VSdat de Europese Defensie wordt versterkt door integratie van hetEuropese Veiligheid en Defensiebeleid in de NAVO-strategie.Niet alleen in woorden, maar ook in daden. Zonder verkwistendeduplicatie. Misschien kan Nederland daarbij als gidsland optre-den. Het bespaart immers kosten.

    Maar het heeft ver boven dat argument uitstijgende prioriteit. Ook een open discussie met Turkije moet daarbij niet uit de wegworden gegaan. Immers zij zijn een onmisbare NAVO-partner ineen onrustig, maar belangrijk deel van de wereld. Dan moetGriekenland voorlopig maar een toontje lager zingen waar het deheikele kwestie Cyprus betreft. Misschien kan Europa ze dan helpen bij hun financile moeilijkheden.

    SDNT b.d. R.M. Lutje Schipholt is lid van de CommissieVrede en Veiligheid van de AIV

    Hr.Ms. Van Speijk oefent met FS Jeanne d'Arc

  • Of de minister van Defensie een vooruitziende blik had ofdat het gewoon toeval was is beide mogelijk. Feit is echterdat de politieke partijen op het defensiegebied dit jaarruim ondersteund zijn bij het samenstellen van hun verkie-zingsprogramma. Eind maart werd het onderzoeksprojectVerkenningen gepresenteerd en de boodschap daarvan wasuiterst helder. Met de krijgsmacht kan het zo niet verder!De ambities en de begroting passen niet meer bij elkaar.Dit werd even later onderstreept door ernstige tekorten inde logistiek. Maar de analyse van de toekomst was evenpijnlijk duidelijk. Wat er ook gebeurt in de wereld, er isgeen enkel verstandig argument om te snijden in ons mili-tair vermogen. Niet uit internationaal menselijke overwe-gingen en ook niet uit welgemeend eigenbelang. De bere-keningen in de Verkenningen laten zien dat min-optiesgeen serieuze en relevante capaciteit kunnen opleveren. Toch is het probleem van te weinig middelen daar niet meeopgelost. Er moet immers ook zon 18 miljard in de komen-de vier jaar worden bezuinigd en daarna nog eens 10 mil-jard. Met enige variatie in omvang en tijdsduur komen alleprogrammas wel in de buurt van deze bedragen. Geen vande partijen ontkomt aan ingrepen in de vier onderdelenvan de collectieve lasten die schijnbaar oncontroleerbaarlijken te groeien. Drie ervan zullen de kiezer direct raken,respectievelijk de oplopende zorgkosten, de kosten van deoudedagsvoorziening en de verdeling van uitkeringen ensubsidies. Alleen daar is voldoende geld te vinden. De poli-tieke keuzes zullen hier worden gemaakt en de verkiezin-gen zullen daar dus over gaan.De vierde woekerpost, de kosten van het overheidsapparaatzelf, is onbetwist favoriet voor bezuinigen. Zowel bij depolitieke partijen als de kiezer die hier voor 90 procent ach-ter wil staan. Deze laatste post is in de media versimpeldtot een teveel aan ambtenaren en dat is zowel onjuist alsnogal onaardig. Toch blijkt een aantal partijen een beterinzicht te hebben en klinkt een vermoeden dat de reduc-ties veel meer in de chaotische organisatie en de diepgewortelde cultuur van wantrouwen te vinden zijn. Enigestudie laat zien dat men in de programmas het vizier wil

    gaan richten op de combinatie van bestuurslagen, ICT, pro-cesinrichtingen en regelgeving. Vanuit sommige(semi)ambtelijke hoeken wordt geprobeerd hier ingrepen tevoorkomen, maar dat lijken wanhoopsacties en gevenslechts voeding aan het gevoel van onbehagen. In de Her-overweging-rapporten zit het vol met suggesties hoe reduc-tie toch zou kunnen. Men moet daarbij wel goed lezenwant, erg concreet zijn deze rapporten nog niet. Toch lij-ken significante reducties niet onlogisch bij een totalebestuurlijke kostenpost van 80 tot 100 miljard per jaar, eengetal dat volgt uit de CPB analyses.Voor Defensie is deze laatste post ook interessant. Wantsinds de reorganisatie heeft ook Defensie de volle laag vanbureaucratie te verwerken gekregen. Opmerkelijk is dat hetde (defensie-) werkgroep 20 niet gelukt is om reducties tevinden in de bestuursdrukte. Zij stelt maximaal 50 miljoente kunnen vinden. In het jaar waar het defensieapparaatdit bedrag al in het begin van het jaar is kwijtgeraakt komtdat publiekelijk niet echt geloofwaardig over. Dat gevoelvan ongeloof wordt sterker wanneer men gewaar wordt datde bureaucratische overhead in rekenmodellen vanDefensie hoofdelijk wordt omgeslagen over de operationeleeenheden. Hier valt wel iets uit te leggen aan de kiezer dietrots is op haar militairen maar het defensieapparaat netzo lijkt te wantrouwen als de rest van de overheid.Tenminste dat is het beeld dat uit de verkiezingsprogram-mas blijft hangen.Als het over de operationele eenheden gaat is er in die ver-kiezingsprogrammas weinig te kiezen. Alle partijen willenhet aantal JSF-en reduceren, maar over andere eenheden ishet stil. Dat levert geen keuzemogelijkheden op. DeVerkenningen lijken echter wel een boodschap overge-bracht te hebben. Snijden in Defensie heeft internationaleconsequenties. Alleen de SP maakt de harde keuze zichniet meer militair met de wereld te bemoeien, maar ookdit is geen verrassing. Alleen op consistentie van politiekekeuze is iets aan verschil te ontwaren. De VVD, de SGP ende PVV zijn het meest helder, zij wensen geen of nauwelijksbezuiniging. Het CDA, de CU en D66 zijn iets minder hel-der omdat concrete uitspraken ontbreken, daar zou enigwantrouwen begrijpelijk zijn. Maar ook bij hen zijn er ster-ke verwijzingen naar de analyse van de Verkenningen. HetCDA en D66 lijken daarbij te vermoeden dat er iets aan debureaucratie kan worden gedaan. De PvdA en Groen Linkszijn het minst duidelijk en juist zij moeten het meeste uit-leggen. Zij hebben de grootste internationale ambitiesmaar suggereren het duidelijkst bezuinigingen. Een vormvan politiek bedrog, tenzij deze partijen de ruimte vooroperationele eenheden weten te creren door significant tesnijden in de ambtelijke overhead van bestuurstaf, onder-

    De kiezer wenst waar voor zijn geldHet Eindrapport Verkenningen en de Brede Heroverwegingen hebben tot vele reacties geleid. OokPeter van Maurik heeft -op persoonlijke titel- zijn mening ingestuurd. Hij heeft daarbij de(concept)verkiezingsprogramma's meegenomen. Ik hoop dat u door deze bijdrage wordt geprikkeldom ook te reageren, op www.ProDefnetwerksite.nl of bij mij: [email protected] Uw inbreng wordtmeegenomen in een verenigingsstandpunt dat rond de verkiezingsdatum wordt gepubliceerd.

    OPINIE Door: KLTZ P.J. van Maurik10

  • marineblad | mei 2010

    11

    steuningsonderdelen en agentschappen. Voor de partijen ter linkerzijde lijken daarnaaast ook dekosten van operaties, die vanuit de zogenaamde HGISbetaald worden, een rol te spelen. Dure militaire operatieszouden daar kunnen concurreren met ontwikkelingssa-menwerking. Voor het eerst is de 3D benadering blijkbaarook doorgedrongen in het politieke discours. Daarmee isvoor Defensie en Ontwikkelingshulp de noodzaak ontstaanaan te tonen dat inzet van financile middelen echt resul-taat heeft. De SP drong hier recent voor Afghanistan in de

    Tweede Kamer op aan, maar de VVD en PVV doen hetzelfdeop het terrein van de begrotingssteun van Ontwikkelings-samenwerking. Het is in die context opmerkelijk dat in depeilingen dit maal bezuinigen op Ontwikkelingshulp bij dekiezer beter valt dan op Defensie. Het is duidelijk dat dekiezer mondiger aan het worden is op internationaalgebied. Buitenlandse betrokkenheid mag, maar het moetwel goed, het moet wat opleveren en men ziet liever geendure projecten.

    BOEKEN

    Scheepsbouw inPerspectief,Scheepswerven inNederland 1970 - 2009

    werven bestaan nog, de grootste sane-ring vond rond 1970 plaats. Sommigewerven zijn verbouwd tot woonwijk watniet verrassend is door de doorgaanscentrale ligging in een verstedelijktgebied. Verrassend is dat er werfloca-ties zijn die, als oorspronkelijkindustrile activiteit, zijn teruggegevenaan de natuur. De hoofdstukken in hetboek zijn geschreven door Jeroen terBrugge, Henk Dessens, WouterHeijveld, Wicher Kerkmeijer, JurKingma, Joke Korteweg, GerbrandMoeyes, Frits Niemeijer, MeindertSeffinga, Elisabeth Spits, Ernst Weberen Hans Wijn. De achtergrond van dezeschrijvers is divers waardoor de hoofd-stukken elk een eigen karakter hebben.Per hoofdstuk wordt er een werflocatiebeschreven. Een aanleiding om hetboek te lezen kan gevonden worden inde regios die aan bod komen, hieron-der vallen de grote werven inAmsterdam, Rotterdam en omgeving,Groningen, Friesland en Zeeland, maarook de kleinere werven langs debinnenwateren. Als eerste wordt devoor de Koninklijke Marine welbekendeN.V.Koninklijke Maatschappij DeSchelde, met als drijvende krachtachter de oprichting Hoofd-Ingenieurder Marine B.J.Tideman beschouwd.Uit de beschrijving blijkt dat DeSchelde een schoolvoorbeeld is van dewijze waarop een grote scheepswerfletterlijk en figuurlijk beeldbepalendwas voor zijn omgeving. Uit de archie-ven zijn voor de elf werflocaties aan-sprekende fotos geselecteerd die inhet boek voor een aantal gevallengecombineerd worden met recentereexemplaren. Alleen al het turen naardetails op deze fotos is een aanleidingom het boek te openen. Daarbij speeltde herkenning van een locatie een rol,maar verrassend zijn de gelijkenissenen de verschillen die in de loop derjaren zijn ontstaan in het landschap.Kort samengevat een boek met zeerveel aspecten van de samenleving dievoortvloeien uit de aanwezigheid vanScheepsbouw in Nederland.

    Rob Zuiddam

    Vooraanstaande maritiem-historici vanhet Maritiem Museum Rotterdam enhet Nederlands ScheepvaartmuseumAmsterdam hebben vanuit een anderdan technisch perspectief de scheeps-bouw in Nederland beschreven.Scheepswerven dragen in belangrijkemate bij aan het maritieme landschap.Aan de orde komt de invloed van descheepsbouw op zijn omgeving, nietalleen in ruimtelijke zin maar vooralook in economische, sociale, politiekeen culturele zin. De historischebeschrijvingen geven de dynamiekweer in afgelopen 139 jaar, waarbijelke werf wel een bijzondere bijdrageleverde aan zijn omgeving. Niet alle

    Redactie: Jeroen ter Brugge e.a.Uitgever: Uitgeversmaatschappij

    Walburg PersISBN: 978.90.5730.586.0Prijs: 19,95Omvang: 128 blz gellustreerd

    Tramp to Queenop schilderachtige wijze een beeld vanhet leven in zijn geboortestadHaverfordwest in Wales in het prillebegin van de 20ste eeuw. De fascina-tie voor de zee ontstond op zijn negen-de tijdens een vakantie bij zijn groot-ouders in Barry. Daar zag hij voor heteerst in de baai voor Bristol Channelde grote schepen en besloot hij laterkapitein te willen worden en de wereldte zien, het liefst op een passagiers-schip. John begon, nog net geen 16, alsapprentice op een tramp, een stoom-schip dat afwisselend kolen en korenvervoerde. Hij genoot van het avon-tuur. Op zijn achttiende trad hij aanbij de Royal Naval Reserve en deederna afwisselend ervaring op bijMarine en Koopvaardij. Zijn 1e grotereis op een passagiersschip maaktehij toen hij 25 was. Door de recessiestuurde de maatschappij hem weernaar de Marine, waar hij het nodigemeemaakte.Hij trouwde in 1933, klom geleidelijkop in rang, keerde weer terug op pas-sagiersschepen van de Cunard Line,om als marineofficier in de 2e WereldOorlog alle oorlogsjaren actief op zeete dienen, o.a. in de Slag om deAtlantische Oceaan. Deze ervaringenheeft hij zeer uitvoerig beschreven; zelezen als een spannend boek.Interessant is de periode vlak na deoorlog tot maart 1947 waarin Johndoor de Admiralty gevraagd werd omDivisional Sea Transport Officer teworden en wel in de South East AsiaCommand onder admiraalMountbatten. Hiervoor verbleef hij inBatavia en was verantwoordelijk voorhet regelen van transport voor troepenen (Nederlandse) gevangenen uitJapanse kampen. Na maart 47 kon hij weer de draadoppakken bij Cunard en in 48 zette hijvoor het eerst voet aan boord van eenQueen: de Queen Elisabeth. Hiernaklom hij geleidelijk op tot gezagvoer-der van o.a. de Mauretania, QueenElisabeth en uiteindelijk de QueenMary, tevens zijn laatste plaatsing.Zijn reiservaringen (w.o. vele ontmoe-tingen met beroemdheden als leden

    In 1905 werd op een boerderij in Wales,John Treasure Jones geboren. Ruim 60jaar later kreeg hij enige bekendheidals laatste gezagvoerder van hetmooiste passagiersschip dat ooit deoceanen bevoer: de Queen Mary. Dekroon op zijn carrire, die begon aanboord van een tramp, een schip vande wilde vaart. Niet lang geleden wer-den de persoonlijk opgetekende memoi-res gevonden van deze bijzondere zee-man in hart en nieren. Zijn schoonzoon,Richard Tennant, heeft met dezememoires als uitgangspunt eenprachtig boek samengesteld. Dezebestaat grotendeels uit de verhalen diezijn schoonvader heeft opgeschreven,maar is met veel zorg en liefde waarnodig aangevuld en uitgebreid metallerhande informatie, appendices eneen fantastische verzameling fotos diede verhalen goed illustreren. Daarnaastis er een fraaie collectie afbeeldingenopgenomen van de beroemdste CunardWhite Star Liners waar Treasure Jonesop heeft gevaren.John Treasure Jones had een makke-lijke pen. Zijn talloze anekdotes begin-nen bij zijn zorgeloze jeugd en geven

    Auteur: Captain John TreasureJones

    Uitgever: thehistorypress.co.uk ISBN: 978-0-7524-4625-7Prijs: 17,99Omvang: 160 blz gellustreerd

    van het Britse Koninklijk Huis,Churchill, prins Akihito) maar vooralook die over de allerlaatste reis van deQueen Mary naar Californi, waarbijzijn vrouw hem mocht vergezellen, zijneen plezier om te lezen. Dit (Engels-talige) boek is zowel voor koopvaardij-als marinepersoneel een echte aanra-der!

    Z. Borgeld-Guman

  • KENNIS EN WETENSCHAP Door Dr. Manon Andres12

    De ervaringen van

    De inzet van militairen in internationale operaties ofdeze nu worden uitgevoerd vanuit de zee, de lucht of ophet land houdt in dat zij gedurende een aantal maan-den gescheiden zijn van hun gezin. Naast de risicos dieeen uitzending in meer of mindere mate met zich mee-brengt, wordt een tijdelijke scheiding doorgaansbeschouwd als een stressvolle gebeurtenis, die aanpassin-gen vergt van alle betrokkenen, zowel gedurende deafwezigheid als na terugkomst. Zoals men moet wennenaan een periode zonder elkaar, moet men ook vaak weerwennen aan een periode met elkaar. Dagelijkse ritmes,rollen en routines moeten hervonden, aangepast en weerop elkaar afgestemd worden. Niet alleen in de media, maar ook op het gebied vanonderzoek in binnen- en buitenland wordt veel aan-dacht besteed aan militaire operaties en alles wat daarmee samenhangt. Zo is op het gebied van de ervaringenvan het thuisfront van uitgezonden militairen al heelwat bekend. In vervolg op voorgaand onderzoek1 is in2005 dit onderzoek gestart waarvan de belangrijkstebevindingen in dit artikel kort uiteengezet worden2.

    Hoewel het onderzoek is uitgevoerd onder militairen diewerden uitgezonden naar Bosni-Herzegovina enAfghanistan (Uruzgan), missies die hoofdzakelijk doorlandmachtpersoneel werden gevuld en daarom voorallandmachtmilitairen omvat, zijn de resultaten relevantvoor andere doelgroepen, binnen en buiten Defensie, diemet tijdelijke werk-gerelateerde scheidingen te makenhebben. De Koninklijke Marine heeft een lange historievan frequente, langdurige uitzendingen.

    Opzet van het onderzoek

    Verschillende gezinsledenMilitairen en hun partners zijn als het ware gevolgd inde tijd; voor, tijdens en na de uitzending hebben zij,onafhankelijk van elkaar, vragenlijsten ingevuld. Verderzijn 120 aanvullende interviews gehouden met de part-ners. Ook ouders van uitgezonden militairen zijn in hetonderzoek betrokken; hun ervaringen zijn nauwelijkseerder onderzocht. Zij ontvingen een vragenlijst ongeveereen maand na terugkomst van hun zoon of dochter. In

    Jaarlijks zet Defensie wereldwijd duizenden Nederlandse militairen in omeen bijdrage te leveren aan vrede en veiligheid, op en vanuit de zee, hetland en vanuit de lucht. Met regelmaat verschijnen berichten in de mediaover deze militairen, maar ook over hun thuisfront. Kom heel terug, Zij opmissie, wij op missie, Tussen trots en angst, Reikhalzen naar thuiskomst enVoor altijd onze held zijn slechts een aantal koppen die in nationale enregionale kranten verschenen.

    Gezamenlijk afduwen.

  • marineblad | mei 2010

    13

    het thuisfronttotaal zijn tijdens dit onderzoek ruim 6600 vragenlijstenverstuurd waarvan er ruim 3000 ingevuld zijn terugge-stuurd. Onder partners en militairen was de responsgemiddeld 41 procent. Verder hebben bijna 1100 van de2000 benaderde ouders hun medewerking verleend; eenrespons van 55 procent.

    Het onderzoek richtte zich op het beantwoorden van devolgende vraag: hoe benvloeden militaire uitzendingen hetgezinsleven van militairen en wat draagt bij aan een betere ofminder goede aanpassing van gezinsleden aan de tijdelijkescheiding? Verschillende gezinsleden (militairen, partners,kinderen en ouders van uitgezonden militairen) en ver-schillende aspecten van het gezinsleven (waaronder decombinatie werk- en gezinsleven, welzijn, sociale steunen kwaliteit van relaties) zijn onderzocht om deze vraagte kunnen beantwoorden. De volgende paragrafenbeschrijven de belangrijkste bevindingen. Het artikelsluit af met een aantal (beleidsrelevante) aandachtspun-ten.

    Het vertrekEen uitzending begint op het moment dat bekend wordtgemaakt dat de militair voor een aantal maanden vanhuis zal zijn. Naast intensieve trainingen en oefeningenin de opwerkperiode vaak wordt gesproken over een uit-zending voor een uitzending kenmerkt de voorberei-dingstijd zich door veel met elkaar praten, afsprakenmaken en de omgeving inlichten. Wanneer bekend is datmilitairen worden uitgezonden rijzen er ook allerlei vra-gen: Waar gaan zij naartoe? Wat zijn de omstandighedenin het gebied? Welke gevaren en risicos brengt het metzich mee? Wat is de precieze vertrekdatum? Wat is deduur van hun afwezigheid? Duidelijkheid is dan uiterma-te belangrijk. Ook over dingen die nog niet duidelijk zijn, zovertelt een partner. Duidelijke, eerlijke en open informa-tie reduceert zorgen, onwetendheid en onzekerheid.Duidelijkheid van Defensie is het allerbelangrijkste. Watgebeurt er, hoe en waarom? Het neemt onzekerheid weg endaardoor voel je je beter, aldus een andere partner.

    Het vertrek brengt een einde aan de voorbereidingen waarmen de afgelopen tijd zo druk mee was. De maandenlangeafwezigheid dringt door. De helft van de ondervraagdepartners geeft aan dat zij moesten wennen aan een nieuwlevensritme. In de literatuur wordt ook wel gesproken overde fase van emotionele desorganisatie3, die twee tot zesweken kan duren. Voor sommigen duurt het gewennings-proces langer, zoals bij de volgende partner:

    De derde maand had ik een manier gevonden om er mee omte gaan. Het bevalt me eigenlijk wel. Het is nu duidelijk hoeik er mee om moet gaan. Ik zorg wel dat mijn uren gevuldzijn. Veel sporten, uitgaan, dansen. Ik ga veel meer metvrienden om.

    Voor anderen is er helemaal geen gewenningsproces engaat alles gewoon door. Twee op de drie partners geeftaan het leven weer snel op te pakken.

    De persoonlijke ervaringen van H.J. Dick Bosch detachementcommamdant Hati 2, LNTKOLMARNS.

    Over duidelijkheid Toen mijn detachement in het voorjaar van 1995 trainde en oefendevoor de inzet in Hati werd ik tijdens de training dagelijks en vanuit hethele detachement geconfronteerd met de vragen: Wanneervertrekken we precies, wanneer komen we terug, wat gaan we preciesverdienen en wanneer is de R&R periode?.Niet direct ontzettend militaire operationele vragen. Wel vragen waarmen antwoord op wilde. Met de ervaring van Cambodja in hetachterhoofd kon ik het Hoofdkwartier van het Korps duidelijk makendat we de antwoorden beslist moesten geven, dat gebeurde dan ookdrie maanden voor vertrek. In de training werd vervolgens weer volopaandacht geschonken aan de operationele vaardigheden; de antwoor-den en de duidelijkheid waren mede door het HKKM verschaft.

    Kinderen van militairen Gedurende mijn uitzending naar Hati en de voorbereidingen er op ishet contact met mijn dochter van 6 maanden natuurlijk niet intensief.Na terugkeer uit Hati in februari 1996 blijkt dat mijn dochter mij maarmoeilijk accepteert. Door papa wil ze niet naar bed worden gebracht:Mamma doen. Dat duurt zeker een half jaar, vervolgens gaat het ietsbeter. Toch duurt het tot de plaatsing van 3 jaar in de tropen (4 jaar later)dat de relatie met mijn dochter intenser wordt.

    Algemeen De mariniers hebben natuurlijk een geschiedenis, waar men kijkt naarhet veel en regelmatig van huis zijn. Vanaf eind jaren 70 zijn de mariniersvan januari tot april in Noorwegen, in de mei/juni periode aan hetoefenen in Zuid Europa. In het najaar is er een trainingsperiode van ruim7 weken in Schotland. Mariniersgezinnen zijn er wat dat betreft welbeter op voorbereid dan andere krijgsmachtdelen. Uitzendingen, hetvan huis weg zijn gedurende een langere periode, hebben effect op deverschillende gezinsleden.Ten slotte, als anderen tegen mijn vrouw zeggen: Maar hij heeft er tochzelf voor gekozen! is dat voor haar nog steeds reden om gerriteerd teraken. Als jonge marinier overzie je niet de effecten op het nog verregezinsleven.

    De combinatie werk en gezinsleven

    Een partner vertelt: De combinatie werk, kinderen, uitzending vind ik pittig.Het is heel druk op mijn werk. Thuis mis ik de taakverde-ling. Je moet gewoon een hoop dingen: met de auto naar degarage, de tuin sproeien. Het is niet de complexiteit, maarde hoeveelheid werk die het met zich meebrengt. Je mist over-legmomenten, dat maakt het zorgen voor de kinderen welmoeilijker.

    Voor, tijdens en na de uitzending hebben we aan militai-ren en hun partners gevraagd in hoeverre zij ervaren datde eisen van het militaire beroep botsen met het gezins-leven (in de literatuur bekend als work-family conflict).Ofwel, in hoeverre het werk spanningen teweegbrengt entijd in beslag neemt die ten koste gaan van het gezinsle-ven. Dit werd in gematigde mate ervaren en hierin veran-derde niet veel in de tijd (zie Figuur 1)4. Opmerkelijk iswel dat militairen, op alle gemeten momenten, signifi-

  • KENNIS EN WETENSCHAP De ervaringen van het thuisfront14

    cant mr spanningen ervaren tussen de eisen van hunberoep en gezinsleven dan hun partners. Hoewel deondervraagde militairen over het algemeen zeer gemoti-veerd waren het werk te verrichten waarvoor zij langhebben getraind en de uitzending positief tegemoetzagen, ervaren zij toch dat hun werk in enige mate con-flicteert met hun gezinsleven; in ieder geval meer danhun partners ervaren. Wanneer partners meer conflictervaren tussen het werk van de militair en het gezinsle-ven, ervaren zij meer psychologische spanningen en rap-porteren zij een lagere relatietevredenheid. Onder mili-tairen hangt conflict tussen werk en gezinsleven samenmet hun welzijn, relatietevredenheid en overwegingenom de organisatie al dan niet te verlaten.

    Over het algemeen redden gezinnen zich welOver het algemeen blijken gezinnen zich wel te redden.Zo ervaren partners bijvoorbeeld vlak voor en vlak na deuitzending niet mr (psychologische en emotionele)spanningen dan mensen normaal, in dagelijkse omstan-digheden, ervaren (zie Figuur 2)5. De uitzending zelf isenigszins stressvoller, maar over het algemeen niet inproblematische mate. Verder blijken relaties behoorlijkweerbaar. Militairen en partners rapporteren over hetalgemeen een hoge relatietevredenheid; toch neemt dezeenigszins maar significant af in de loop van de uitzen-ding. Overwegingen van militairen om de organisatie te

    verlaten zijn overigens laag, maar nemen enigszins, maartoch significant toe in de loop van de uitzendperiode.

    Ondanks dat de meerderheid van de gezinnen (stellen)zich wel lijkt te redden, is de uitzending voor een bepaal-de groep meer belastend. Niet n bepaalde factor isbepalend voor een betere of minder goede aanpassingvan gezinnen aan de tijdelijke scheiding; het is eensamenhang van verschillende factoren. Sociale steun iseen belangrijke factor. Het reduceert ervaren spanningentussen werk en gezinsleven en heeft een positief effect opwelzijn en relatietevredenheid. Zo is het voorstelbaar datwanneer er mensen in de omgeving zijn die helpen in deopvang van de kinderen, zorgen voor afleiding, gezel-schap en een luisterend oor bieden, het gezin goed func-tionerend een uitzendperiode doorkomt.

    Familie en vrienden blijken hierbij het meest belangrijk.Maar ook andere militaire gezinnen zijn belangrijkesteunbronnen. Zij weten namelijk precies wat het is alseen familielid wordt uitgezonden. Voor anderen blijkthet nog wel eens lastig te begrijpen wat een uitzendingnu precies voor een gezin betekent. Ook de defensie-organisatie, die veel aandacht besteedt aan steun voormilitairen en hun thuisfront, vervult een belangrijke rol,voornamelijk in het verschaffen van informatie.Simpelweg omdat zij de enige instantie is die kan voor-zien in snelle, nauwkeurige en betrouwbare informatiemet betrekking tot de uitzending en de omstandighedenin het uitzendgebied. Naast steun van familie, vrienden, lotgenoten enDefensie, is steun van en contact met de eigen partnerook erg belangrijk. Wanneer mensen stressvolle gebeurte-nissen ervaren, is de partner vaak de eerste en belangrijk-ste bron van steun. Dit wordt natuurlijk lastig wanneer jezo ver van elkaar verwijderd bent. Tegenwoordig zijn erveel middelen die contact tussen uitgezonden militairenen hun thuisfront mogelijk maken. Deze worden dan ookvolop benut. De resultaten van dit onderzoek laten ziendat het niet gaat om de frequentie (ofwel de kwantiteit)van communiceren, maar om de kwaliteit. Partners enmilitairen die actief en intensief met elkaar communice-ren, elkaar op de hoogte houden van hun ervaringen totop zekere hoogte uiteraard en informeren hoe het metde ander gaat, ervaren minder aanpassingsproblemen tij-dens de re-integratiefase na afloop van de uitzending.Communicatie heeft bovendien een positief effect op derelatietevredenheid na terugkomst. Voor militairen ver-loopt de terugkomst in het gezin overigens gemakkelijkerdan voor partners, zij moeten meer wennen.

    Kinderen van uitgezonden militairen

    Verschillende leeftijden, verschillende ervaringenEvenals partners van uitgezonden militairen, blijkt ookde grote meerderheid van de kinderen zich goed aan tepassen aan de afwezigheid en terugkomst van hun ouderin het gezin. De kinderen in dit onderzoek hadden overi-gens allemaal een uitgezonden vader en een thuisblij-vende moeder.

    Figuur 1: Spanningen tussen werk en gezinsleven

    Figuur 2: Algemene mate van stress ervaren door partners voor,tijdens en na de tijdelijke scheiding

  • marineblad | mei 2010

    15

    Verschillende leeftijden brengen verschillende ervarin-gen en aanpassingsmoeilijkheden met zich mee. Zo heb-ben jonge kinderen nog geen tijdsbesef en lijken eenpaar weken al een eeuwigheid te duren. Voor de ouderengaat het gevaar meer meespelen. Zij krijgen nieuwsbe-richten mee, worden geconfronteerd met vragen vanvriendjes en klasgenoten en maken zich meer zorgenover de veiligheid van hun uitgezonden ouder. De ervaringen en aanpassing van verschillende gezinsle-den hangen nauw met elkaar samen. Wanneer thuisblij-vende moeders beter omgaan met de uitzending, ver-loopt het ook voor de kinderen beter (en andersom).Wanneer het thuis goed verloopt, rapporteren de militai-ren in het uitzendgebied positievere uitzendervaringen.Ook dit kan uiteraard twee kanten op werken: wanneerhet de uitgezonden militairen beter vergaat, zal hetthuisfront zich minder zorgen maken en minder span-ningen ervaren.

    Ouders van uitgezonden militairen

    Betrokken en bezorgdOuders van militairen zijn zeer betrokken, maaruiteraard ook bezorgd. Ouders die zich meer zorgenmaken, ervaren de uitzending minder positief. Vaders kij-ken anders tegen de uitzending aan dan moeders. Zomaken moeders zich meer zorgen over hun uitgezonden

    zoon of dochter en hebben zij meer negatieve ervaringendan vaders. Ook missen zij hun zoon of dochter meer enhebben zij minder draagvlak voor de krijgsmacht en haarmissies, hoewel ze vaak wel volledig achter de keuze vanhun zoon of dochter staan om bij de krijgsmacht te wer-ken. Verder hebben ouders over het algemeen een sterkeband met hun kind en vele rapporteren dat de uitzen-ding deze band alleen maar heeft versterkt. Wanneer zijveranderingen opmerken bij hun zoon of dochter zijndeze in meer gevallen positief (bijvoorbeeld meer volwas-sen en zelfstandig geworden, of socialer en behulpzamerzijn) dan negatief (zoals harder, onverschilliger, snellergerriteerd en onrustiger zijn).

    Aandachtspunten

    Balans werk en gezinHet bevorderen van een balans tussen werk en gezinsle-ven is uitermate belangrijk. Spanningen tussen werk engezinsleven blijken namelijk negatieve consequenties tehebben voor zowel het gezin (welzijn, relatietevreden-heid) als voor Defensie (overwegingen van militairen deorganisatie al dan niet te verlaten). Het is dus van belangwerkomgevingen te creren die een evenredige verdelingtussen werk en gezin mogelijk maken. Bijvoorbeeld meertijd voor het gezin; steun en begrip van leidinggevendenen collegas voor wat betreft het combineren van werk engezinsleven en een evenredige verdeling van uitzend-druk.

    Moeder van een uitgezonden militairAls een militair die uitgezonden wordt alleen is, d.w.z. geen relatieheeft, is de moeder meestal de aangewezen persoon om 1ste relatie tezijn. Dat is zo in mijn geval. Mijn zoon ging voor 7 maanden naarAfghanistan. Afscheid nemen deden we thuis zoals aanbevolen tijdensde informatiedag. Al gauw werd ik lid van een thuisfrontcomit. Danvoel je je meer verbonden met de uitgezondene. Ik was een nuchteremoeder die zelf al in vele vreemde oorden had gewoond, dus dit wasniets om je nou erg bezorgd over te maken. Geen bericht is goedbericht!!! Hoe vaak heb ik dit hardop gezegd als het weer eens langduurde voordat er een antwoord op een mailtje kwam. En, als er echtwat gebeurt, komen ze aan de deur!!! Ja, ja...na de afslag op de snelwegnaar het dorp waar ik woon, ontdekte ik na een paar minuten dat er eenauto achter me reed met 2 militairen erin. 'Waar gingen die nou naartoe? Toch niet....?' Ik schrok van mezelf. 'Stel je niet zo aan!!' Maar ik wasblij toen de auto met militairen doorreed toen ik de afslag naar mijnstraat in ging. Zo is het dus; je 'kind' zit altijd vlak onder de oppervlaktein je gedachten en wat sliep ik ontspannen toen hij na 7 maanden weergezond en wel terug was!!

    Een Moeder.

    Nu gaat mijn broer zo lang weg.

  • KENNIS EN WETENSCHAP

    CARTOON

    De ervaringen van het thuisfront16

    Informele, continue netwerkenEen ander aandachtspunt is het bevorderen en faciliterenvan mogelijkheden tot informeel netwerken tussen mili-taire gezinnen onderling. Sociale steun reduceert span-ningen en lotgenoten blijken een belangrijke bron vansteun. Hoewel Defensie veel aandacht besteedt aan steunvoor militairen en hun thuisfront er worden ondermeer verschillende thuisfrontactiviteiten georganiseerd,waarbij gezinnen met elkaar in contact kunnen komen is het bevorderen van informele netwerken met een conti-nu karakter een aandachtspunt.

    Informatie aan tieners en samenleving Hoewel er voor (de jongere) kinderen verschillende boek-jes bestaan, zoals Papa muis gaat op uitzending en Daar ispapa, hier ben ik, blijken tieners een wat vergeten groepin de thuisfrontzorg. Terwijl juist zij zich zeer bewustzijn van de gevaren en risicos die uitzendingen met zichmee kunnen brengen. Het informeren en betrekken vandeze kinderen is zeer belangrijk; zodat ook voor hen dui-delijk is waarom hun vader of moeder weg is en wat zedaar doen. Het verschaffen van dergelijke informatie aande samenleving in zijn geheel kan militaire gezinnenontlasten in moeilijke vragen, discussies en mogelijkonbegrip vanuit hun omgeving.

    Focus op gezinnenVerder laat het onderzoek zien dat ervaringen van gezins-leden nauw met elkaar samenhangen. Het is daarom van

    belang meer te concentreren op gezinnen, naast indivi-duele zorg en nazorg.

    SlotzinAfsluitend kan gezegd worden dat uitzendingen effecthebben op verschillende gezinsleden en verschillendeaspecten van het gezinsleven en dat het niet alleen voorgezinnen, maar ook voor Defensie van belang is ervoor tezorgen dat de eisen van het werk en gezin succesvol kun-nen worden gemanaged.

    LiteratuurAndres, M. (2010). Behind Family Lines. Family members adaptationsto military-induced separations. Proefschrift Universiteit vanTilburg. Breda: Broese & Peereboom.DeSoir, E. (2000). Hoe beleeft het thuisfront een uitzending? Deemotionele stadia bij langdurige inzet. Kernvraag, 123(1), 19-26.Moelker, R. & Van der Kloet, I. (2002). Partneronderzoek. Wat part-ners vinden van de uitzending van hun militair. Den Haag:Gedragswetenschappen.

    Noten 1 Hoofdzakelijk het partneronderzoek van Moelker en Van der

    Kloet in 2002.2 De resultaten worden uitvoerig beschreven in Behind Family

    Lines. Family members adaptations to military-induced separations.3 Volgens The emotional cycles of deployment, onder meer beschre-

    ven door DeSoir (2000).4 1 = De eisen van het militaire beroep botsen niet/nauwelijks

    met het gezinsleven, 5 = in hoge mate. 5 Een score tussen 11 en 12 is normaal, een score hoger dan 15

    duidt op serieuze emotionele problemen.

  • Maar het liep iets anders. Terwijl de Verkenners zich de hersens pijnigden over de dreigingen van2030, kwam binnen een half jaar de aanval: de onverhoedse aanval uit de bankwereld. Daar bleekgeen luchtafweer of raketschild tegen bestand. Eind 2008 werd bekend dat het Rijk structureel, pak-weg, 35 miljard euro moest bezuinigen en ook Internationale Veiligheid moest op zoek naar anderhalfmiljard in 2015. Zo ontstond een gevecht tussen Heroverwegers en Verkenners, althans om de aan-dacht van de politiek. Hoewel de Verkenners naast plus- ook minvarianten uitwerkten en daarmee deHeroverwegers de weg konden wijzen naar veiligheidspolitiek te verdedigen bezuinigingen, liepende operaties uiteraard niet parallel. Beetje zwart-wit gezegd: de Verkenners zochten naar een goedekrijgsmacht, terwijl de Heroverwegers zochten naar goede bezuinigingen. De Verkenners waren bangdat eventuele plusvarianten nu weinig kans meer zouden maken en kregen ongewild de rol toebe-deeld om de heroverwegingsschade zoveel mogelijk te beperken. Die vrees werd nog groter in febru-ari, toen het vierde kabinet-Balkenende viel (over een krijgsmachtmissie!). Nu werden de Herover-wegingen immers naar voren getrokken om inzet van de verkiezingscampagne te worden en resttede Verkenners weinig anders dan te proberen om hun studie net iets eerder af te leveren, om althansnog een beetje hoop te koesteren dat er niet alleen over (minder) geld maar ook over de inhoud zouworden gedebatteerd.

    Wat ligt er nu op tafel? De Verkenners laten de keus, zoals het hoort, officieel aan depolitiek maar spreken zich eigenlijk wel duidelijk uit: (a) gn specialistische krijgs-macht svp maar een Zwitsers zakmes, dus een multifuctionele; en (b) gn zwarebezuinigingen op de krijgsmacht want dan zakt ze al gauw door het ijs. De Herover-wegers zien er geen been in om dat wl te doen: zij vonden de minvarianten van deVerkenners niet ver genoeg gaan en ontwikkelden op eigen gezag extra drastischebezuinigingsvarianten. Die ook veel verder gaan dan de no regret norm, die door deVerkenners is geformuleerd: een rode lijn waaronder elke bezuinigingseuro meer tot

    onherroepelijke (lees: onverantwoorde) gevolgen zou leiden.

    Blijft de Marine boven water? Als het aan de Verkenners ligt n aan de Heroverwegers liggen er eenpaar pittige scenarios te wachten. In de multifunctionele minvariant zou de Marine nog n langduri-ge en n kortdurende stabilisatieoperatie gelijktijdig kunnen uitvoeren met 1 fregat, of n interven-tieoperatie met 3 fregatten gedurende een jaar. De onderzeedienst (vier stuks) en het fregattenbe-stand (zes) blijven intact, maar het aantal mijnenjagers daalt. De Marine moet het doen met nbevoorradingsschip. In de meest vergaande voorstellen van de Heroverwegers gaat de Marine nietkopje onder, maar vrolijk is het beeld ook niet. In hn multifunctionele min-minvariant kan Nederlandnog doen wat het volgens de Verkenners ook zou kunnen blijven doen (zie boven). Maar de bezuini-gingen schieten dan nog altijd 300 mln tekort. Zou Nederland op een gespecialiseerde, anderhalf mil-jard besparende interventiemacht afsteven, dan gaan er twaalf schepen uit en wordt het CommandoZeestrijdkrachten opgeheven, het restant van de Marine zou dan bij de Landmacht worden onderge-bracht. Met kunst- en vliegwerk blijven varen, is dan het devies!

    Met kunst- en vliegwerkblijven varen, is dan het

    devies.

    Varen met kunst- en vliegwerk

    Verkenners en Heroverwegers hebben hun werk gedaan; de politiek mag nu

    beslissen hoe het verder moet met de krijgsmacht. Het kan raar lopen. In

    maart 2008 mocht de projectgroep-Verkenningen in alle rust van start. Ze

    mocht een inhoudelijk stuk over de toekomst van de Krijgsmacht afleveren.

    De pers belde wat in het rond en wist de conclusie eigenlijk al bij voorbaat:

    dit was een verplicht nummertje dat moest concluderen dat Nederland weer

    2% van zijn nationaal inkomen de NAVO-norm aan Defensie zou gaan

    besteden. Dat percentage was in de loop van de jaren afgegleden tot 1,5% ,

    een rijk West-Europees land met een gevanceerde krijgsmacht onwaardig.

    Gelopen koers concludeerden de defensiejournalisten.

    marineblad | mei 2010

    17COLUMNProf. dr. J. (Ko) Colijn is defensiespecialist, redacteur van Vrij Nederland en hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

  • IN BEELD 18

    Waarom ooit naar de Koninklijke Marine? Ik was klaar met mijn VWO en ik wilde niet alleen maar studerenen een baan van 9 tot 5 de rest van mijn leven zag ik niet zo zit-ten. Daarbij houd ik van reizen en van mensen om mij heen. DeMarine kon mij dit allemaal bieden, dus vandaar naar deKoninklijke Marine.

    Hoe was die eerste opleiding bij de Marine? Laat ik zeggen: Het waren hele interessante weken; het was voormij wennen omdat dit de eerste keer was dat ik 8 weken zonderenig contact met mijn familie doorbracht. Dit voelde vreemd aanomdat mijn familie heel hecht is. We werden met zn alle in hetdiepe gegooid, een echte cultuurshock. We zaten met zn alle inhetzelfde schuitje. We zijn daar als een hechte club uitgekomen.Gelukkig werden we veel bezig gehouden dus veel tijd om er overna te denken had ik niet.

    Wat waren de eerste ervaringen?De bureaucratie bij de Marine vind ik verschrikkelijk. Als je ietswilt regelen moet je vaak langs 4 personen voor dat het geregeldis. Dat mijn haar werd afgeknipt vond ik ook verschrikkelijk. Maarhet was het waard!De studie bevalt mij tot nu toe goed, het sluit aan bij mijn interes-ses en over de resultaten mag ik tot nu toe niet klagen. Op hetKIM had ik een leuke klas met mensen waar ik goed mee konopschieten. Nu op de KMA zijn we eigenlijk weer een beetjeopnieuw begonnen. Ik ben erg benieuwd hoe het gaat verlopenmaar mijn voorgevoel zegt dat het wel goed komt.Het varen vind ik fantastisch, het is gewoon super gaaf dat jeuiteindelijk een marineschip mag besturen. Mijn eerste contactmet het varen kreeg ik op bootjesreis op Hr.Ms. Van Galen. Nadeze reis kon ik niet wachten tot we eindelijk weer mochten. Inmijn 2e jaar heb ik een aantal keren op de MOV Van Kinsbergengevaren. Ik heb hier ontzettend veel van geleerd. Ik heb dan ookontzettend uitgekeken naar mijn kruisreis, die aan het einde vanmijn 2e jaar begon. Nu kon ik alles wat ik geleerd heb over hetvaren toepassen en nog veel meer bijleren.

    Heeft u veel geleerd? Ja, niet alleen leer je van het intern wonen op het KIM (dan welKMA). Je ontwikkelt je toch snel, ik ben snel volwassen gewor-den, omdat ik mijn eigen boontjes moest doppen.

    Sergeant-adelborst Melanie VerbruggeDeze maand staat SADBZ M. Verbrugge centraal. Zij woont in Den Helder en studeert thans in Breda MilitaireBedrijfswetenschappen.

    Geboren: 14 maart 1989 Opgekomen: 14 augustus 2007 Hobby's: Uitgaan, reizen, lezen, winkelen (zoals bijna ieder meisje)Op mijn nachtkastje: het boek: Echte mannen eten geen kaasDe mooiste /opmerkelijkste Film: Ik kijk graag naar een drama of komedie. Een van de mooiste films heb ik

    laatst gezien: Avatar

    Passagieren tijdens kruisreisFoto collectie M. Verbrugge.

  • marineblad | mei 2010

    19

    Wie zijn uw helden en waarom? Mijn Opas, (n is helaas niet meer in leven) maar zij zijn tocheen inspiratiebron voor mij. Doorzettingskracht heb ik van hen enhet leren om hard te werken ook.

    Wat maakt u trots? Dat is moeilijk te beantwoorden. Dit is echt zon vraag waarouders vaak kinderen noemen, voorlopig heb ik die niet, dus zouhet niet weten.

    Hoe beoordeelt u de verkenningen bij Defensie?Ik denk dat de verkenningen een positieve bijdrage gaan leverenaan de toekomst. Ik vind de maatschappelijke en politieke steun

    die daarbij gegeven wordt goed en belangrijk, er mag best eenbeetje controle zijn van het kabinet op de defensiebestedingen.De titel van de verkenningen houvast voor de krijgsmacht van2020 is dan ook een titel die alles wel omvat.

    Werken tot 30 jaar, of tot je 60ste? Dat ligt er geheel aan hoe de toekomst er dan voor mij uitziet.Het belangrijkste is dat ik het naar me zin heb en plezier in mijnwerk ervaar. Op dit moment heb ik het zeker naar mijn zin, als datzo blijft wordt het misschien wel tot mijn 60ste, ik ben nog jongik zie het wel!

    Bent u klaar om te worden uitgezonden naar Uruzgan,of Afrika?Een uitzending staat nog wel op mijn lijstje, daar ben je in princi-pe mee akkoord gegaan toen je bij de Marine kwam. Uruzgan lijkter niet meer in te zitten, maar er zal wel een andere bestemmingkomen. Het lijkt mij een ontzettend goede/mooie ervaring. Maarop dit moment moet ik nog een hoop leren, dus ik hoop dat heter ooit wel in zit.

    Vaak is de eerste indruk van iemand bij een organisatiescherp en bijzonder, wat waren uw eerste indrukken? Mijn eerste indruk van Defensie was vooral dat alles via de hirarchie geregeld werd, dat was ik niet gewend.

    Kunnen de adelborsten meepraten over de opleiding? Adelborsten kunnen mee praten over de opleiding door in com-missies te gaan. Na tentamens worden er enqutes over het vakingevuld, zodat er met de uitkomsten weer wat gedaan kan wor-den voor het volgende collegejaar. Als je het ergens niet meeeens bent of je vindt iets onredelijk kan dit altijd aangegeven wor-den bij de divisiechefs dan wel korpshoofd.

    Wat weet u en verwacht u van KVMO/FVNO?Dat zij haar doelstellingen nastreeft en vooral de belangen behar-tigt van haar leden.

    Bent u bekend met ProDef? Ik ben er van op de hoogte dat ProDef een netwerk is, verderheb ik er geen kennis van.

    Wat weet u van het Marineblad en wat verwacht uvan het Marineblad? Het Marineblad vind ik een leuk blad om te lezen, er staan vaakverschillende visies van mensen in over diverse onderwerpen.Vaak staan er ook bekenden van je in, dit is altijd leuk om telezen.

    Wat zou u morgen, als baas van CZSK, veranderen? Aangezien vice-admiraal Borsboom net CZSK is geef ik hemeerst de kans om zelf dingen te veranderen. Ik zou niet goedweten wat ik concreet zou willen veranderen. In de opleiding vanhet KIM vind ik alles wel goed geregeld. Wel zou ik iets aan debureaucratie willen doen.

    Wat is uw persoonlijke ambitie (zeg over 5 jaar)? Over 5 jaar heb ik hopelijk mijn bachelor in handen, ben ik mis-schien bezig met een master of ben ik geplaatst op een grootbovenwaterschip waar ik dan mooie reizen op kan maken en veelkan leren en varen!

    Welke eigenschappen waardeert u in een docent en inhet kader dat u aantreft op het KIM? De docenten waardeer ik door het feit dat je altijd aan kan klop-pen als je iets niet begrijpt. Wel vind ik het nu handig dat alledocenten waarvan ik nu les krijg ook op dezelfde locatie zitten.Dit is in het begin wel eens anders geweest, dan had je les vandocenten van de KMA op het KIM en had je alleen mail contactdat is toch wat lastiger.

    Ik blijf bij de Marine want: de Marine bied mij op dit moment alles zowel het leren varen alsde studie, bovendien heb ik het hier onwijs naar mijn zin.

    mijn eerste indruk van Defensie wasvooral dat alles via de hirarchie

    geregeld werd, dat was ik niet gewend

  • KENNIS EN WETENSCHAP Door: Dr. ir. T. Tinga20

    De onderhoudswereld is echter behoorlijk conservatief en deafgelopen decennia zijn er maar weinig nieuwe (technische) con-cepten ontwikkeld om het onderhoudsproces te optimaliseren. Erwordt op vertrouwd dat de methodieken, die al jaren werken, ookin de toekomst zullen voldoen. De ontwikkelingen, die er zijngeweest, hebben voornamelijk plaatsgevonden op het vlak vanonderhoudsmanagement (asset management), het organiseren vande processen en het berekenen en beheersen van de kosten (assetmanagement control, life cycle costing, etc.). Al deze methodiekenzijn echter afhankelijk van de juiste technische input over het faal-gedrag van componenten en systemen, waardoor de potentilewinst van nieuwe managementconcepten relatief klein zal zijn. Indit artikel wil ik aan de hand van het Nederlandse DefensieAcademie (NLDA) onderzoekprogramma Maintenance of MilitaryPlatform Systems laten zien hoe juist innovatie op basis van techni-sche kennis kan leiden tot efficintere onderhoudsprocessen.

    Preventief onderhoudVanwege de grote consequenties, die verbonden zijn aan hetfalen van systemen, wordt veel onderhoud bij Defensie preven-tief uitgevoerd. Daarbij worden traditioneel de meeste onder-

    houdsactiviteiten uitgevoerd op basis van vaste intervallen. Alshet gebruik van de systemen vrij constant is, dan kan dat goedwerken. De wereld om ons heen verandert echter voortdurenden dat geldt zeker ook voor Defensie. Waar vroeger vooral werdgeoefend voor de klassieke dreiging vanuit het Oosten, wordt hetmaterieel tegenwoordig overal ter wereld ingezet onder de meestuiteenlopende omstandigheden. Dat betekent dat het gebruik endaarmee de belasting van het materieel zeer variabel en onvoor-spelbaar is geworden: dat heeft consequenties voor het onder-houd. De klassieke vaste onderhoudsintervallen zijn in een derge-lijk scenario veelal erg inefficint en in sommige gevallen zelfsniet voldoende om ongewenst falen van componenten of syste-men te voorkomen. Er zal veel meer rekening moeten wordengehouden met het werkelijke gebruik van een platform ofsysteem.

    OnderhoudsintervallenHet uitvoeren van preventief onderhoud vraagt om het zoekennaar de balans tussen efficintie (kosten) en effectiviteit (voorko-

    men van falen). Om de directe kosten te minimaliseren is hetaantrekkelijk om onderhoudsintervallen zo lang mogelijk temaken, terwijl ongewenst falen het beste kan worden voorkomendoor juist hele korte onderhoudsintervallen te kiezen. Het com-promis tussen deze twee tegenstrijdige belangen wordt bepaalddoor de mate waarin falen van het onderdeel acceptabel is. Voorde in de militaire wereld veel voorkomende kritieke systemen(waarvoor falen onacceptabel is) wordt de prioriteit veelal bij deeffectiviteit van onderhoud gelegd en wordt gekozen voor con-servatieve (korte en dus dure) onderhoudsintervallen. De beno-digde mate van conservatisme in een dergelijke aanpak wordtgrotendeels bepaald door de hoeveelheid spreiding in de ver-wachte levensduur van een onderdeel.

    Technische innovatieIn dit artikel zal worden gedemonstreerd dat gedetailleerd tech-nisch inzicht in de systemen deze onzekerheid aanzienlijk kanreduceren. Daarbij gaat het vooral om het begrijpen van de fysi-sche faalmechanismen en het kwantificeren van de lokalebelastingen. Het onderzoekprogramma dat momenteel draait opde NLDA richt zich vooral op die aspecten. Het basisprincipe van

    dat onderzoek zal hierna worden uitgelegd. Vervolgens zal aan dehand van een aantal voorbeelden uit de diverse onderzoekspro-jecten worden gedemonstreerd dat door het ontwikkelen vannieuwe technische concepten de efficintie van het onderhoudbinnen de Marine nog aanzienlijk verbeterd kan worden.

    Rol van fysische faalmechanismen in onderhoudEen van de basisprincipes van het onderzoeksprogramma is deconstatering dat het falen van platformen, systemen en compo-nenten altijd kan worden teruggevoerd op een faal- of degrada-tieproces op materiaalniveau. Dat kan variren van vermoeiing,kruip, overbelasting en corrosie tot doorslag van een elektrischeisolator of delaminatie in een composiet constructie. Het is daar-om essentieel om te begrijpen hoe deze mechanismen werken envooral welke belastingen daarbij een rol spelen. Met die kenniskan namelijk de relatie worden gelegd tussen het gebruik van eensysteem en de verwachte levensduur. Dit staat schematisch weer-gegeven in Figuur 1.

    Efficinte en effectieve instandhouding van technologisch hoogwaardige platformen en systemen is

    voor de Marine een belangrijk issue, waarbij onderhoud een wezenlijk onderdeel uit maakt van dit

    instandhoudingproces. Het geheel aan preventieve en correctieve onderhoudsactiviteiten kost veel tijd

    en geld, dus verbeteringen en innovaties in die processen kunnen veel opleveren.

    de onderhoudswereld is behoorlijk conservatief en de afgelopen decennia zijn er maar weinig nieuwe (technische) concepten ontwikkeld

    Technische innovaties in onderhoud

  • marineblad | mei 2010

    21

    Relatie tussen gebruik en levensduurHet gebruik van een platform of een systeem is vaak bekend, maarde gebruiker is natuurlijk vooral genteresseerd in de resterendelevensduur. De relatie tussen beide grootheden is in de meestegevallen onbekend. De oplossing ligt in het inzoomen naar hetniveau van de fysische faalmechanismen (materiaalniveau). Op datniveau kan een faalmodel worden gedefinieerd, dat voor een gege-ven lokale belasting de levensduur of schadeopbouw berekent. Ditvereist wel een vertaling van het gebruik (toerental, draaiuren,aantal starts) naar lokale belastingen (spanning, rek, temperatuur),waarvoor in veel gevallen numerieke methoden (FEM, CFD) wor-den toegepast. Tenslotte kan op grond van de berekende schade-opbouw de resterende levensduur worden voorspeld. Op dezemanier kan via berekeningen de levensduur en dus het benodigdeonderhoudsinterval van een systeem worden afgeleid uit het spe-cifieke gebruik. Daarvoor is het noodzakelijk dat de relaties tussengebruik en belastingen (aangegeven met nr. 1 in Figuur 1) en tussenbelastingen en levensduur (nr. 2) bekend zijn. Daarnaast moet hetgebruik worden geregistreerd (usage monitoring). Het is ookmogelijk om een deel van de berekeningen te vervangen doormetingen op een dieper niveau. Als de belastingen kunnen wor-den gemeten (load monitoring), bijv. met een thermokoppel of rek-strook, dan kan de berekening van de belastingen uit het gebruik(relatie 1) achterwege blijven. Nog een stap verder gaat hetregistreren van de conditie van het systeem (condition monitoring),waarbij ook de schadeontwikkeling niet meer hoeft te wordenberekend (relatie 2), maar de gemeten conditie direct kan wordengebruikt om het onderhoud te sturen. In het vervolg van dit artikelzal worden gellustreerd hoe dit technische concept kan wordengebruikt om het onderhoud te verbeteren. Dit zal worden gedaanaan de hand van drie onderwerpen: conditiebewaking, gebruiksaf-hankelijk onderhoud en bewustzijn bij de gebruiker.

    ConditiebewakingDoor de ontwikkeling van nieuwe sensoren en de steeds toene-mende rekenkracht van computers wordt conditiebewaking

    tegenwoordig steeds meer toegepast. Het idee erachter is datonderhoud exact op het juiste moment kan plaatsvinden, door-dat de degradatie van een individueel systeem precies kan wor-den bijgehouden. Een aantal conditiebewakingmethoden bestaatal lang, is goed doorontwikkeld en wordt veel toegepast.Voorbeelden daarvan zijn trillingsanalyses en olieanalyses, demethoden die ook door Bureau Conditie- en Prestatiebewakingbinnen de Marine veelvuldig worden toegepast. Voor deze syste-men geldt dat er een duidelijke (veelal kwantitatieve) relatiebestaat tussen de gemeten grootheid (bijv. trillingsniveau) en deconditie van het systeem. Zo is voor veelgebruikte standaardcom-ponenten zoals lagers uit de trillingsmetingen op te maken welkonderdeel gedegradeerd is en wat de resterende levensduur is.Voor ingewikkelder systemen, waarvoor minder historische dataverzameld is en de faalmechanismen minder goed bekend zijn, isvaak alleen kwalitatief een uitspraak te doen. Door trends ingemeten grootheden in de gaten te houden kan een op handenzijnde storing vaak tijdig voorzien worden, waardoor er kan wor-den ingegrepen.

    Overvloed aan dataDe laatste jaren openbaart zich echter een trend om s