Marineblad Februari 2009

of 40 /40
marineblad nummer 1, februari 2009, jaargang 119 Uitgave van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren • Interview C-ZSK • Mariniers in Tsjaad • Juridische aspecten Zeeroof

Embed Size (px)

description

Magazine van de KVMO

Transcript of Marineblad Februari 2009

  • marinebladnummer 1, februari 2009, jaargang 119 Uitgave van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren

    Interview C-ZSK

    Mariniers in Tsjaad

    Juridische aspecten Zeeroof

  • INHOUD nummer 1, februari 2009, jaargang 119

    4

    18

    30

    11

    24

    Stilte na de storm, liggen we op koers?

    Enkele internationaal-rechtelijke aspecten vanhedendaagse zeeroof rond Somali

    Wat willen we bereiken in

    Afghanistan

    Een pleidooi voormeer onderzoeknaar doctrines

    MASS: de (nog) ontbrekende schakel in de

    wapenketen

    3 COLUMNVice-voorzitter KVMO

    4 INTERVIEWInterview met C-ZSK

    10 REACTIES / CARTOON

    11 OPINIEAfghanistan

    15 BOEKEN

    16 MISSIE IN BEELDDe mariniers in Tsjaad

    18 KENNIS EN WETENSCHAPZeeroof

    23 COLUMNK. Colijn

    24 TECHNIEKMobile Acoustic Scoring System

    28 TERUG BIJ DE KMP. Damen

    30 ONDERZOEKDoctrines: de moeite waard?

    35 RENIES

    36 TERUGBLIKKEN METH. van Wilgenburg

    38 KVMO-ZAKENKVMO-Veteranendag

    Het Marineblad is een uitgave van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren en verschijnt 8 keer per jaar

    2

  • marineblad | februari 2009

    LNTKOLMARNS H.J. Bosch, vice-voorzitter KVMO

    ISSN: 0025-3340

    RedactieMw. drs. M.L.G. Lijmbach, hoofdredacteurKLTZ P.J. van Maurik

    ArtikelencommissieLTZA 1 mr. A.J.A.M. Maas, LTZT 2 OC F.G.Marx M.Sc., LTZE 2OC ir. W.L. van Norden,KTZE ir. V.C. Rademakers, KTZ b.d. L.J.M. Smit,LNTKOLMARNS drs. A.J.E. Wagemaker MA

    Medewerkers:Mw. drs. Z. Borgeld, LNTKOLMARNS H.J.Bosch, LTZ 1 ing. M.E.M. de Natris, prof.dr. J. Colijn, H. Boomstra (cartoon), AVDD (fotos, tenzij anders vermeld)

    Adres redactieWassenaarseweg 2-B2596 CH Den HaagTel. 070-383 95 [email protected]

    VormgevingFrank de WitTel. 038-455 17 54

    DrukwerkPlantijnCasparie ZwollePostbus 10258000 BA Zwolle

    Advertenties070-383 95 04

    Abonnementsprijs Voor leden van de KVMO is het MarinebladgratisNiet-leden betalen 49,50 (NL) of 69,50(buitenland)

    Copyright MarinebladOvername van artikelen is enkel toegestaan naschriftelijke toestemming van de redactie enonder uitdrukkelijke vermelding van de bron.Artikelen in het Marineblad vertolken nietnoodzakelijk de visie van het hoofdbestuur vande Koninklijke Vereniging van Marineofficierenof van de redactie. De inhoud van artikelenblijft geheel voor verantwoording van deauteur(s). De wijze van aanleveren van artikelenis in te zien op www.kvmo.nl/marineblad.

    AdreswijzigingZo tijdig mogelijk schriftelijk doorgeven aan:Secretariaat KVMO,Antwoordnummer 93244,2509 WB Den Haag(geen postzegel nodig)of [email protected]

    Foto Cover: Luitenant-generaal der mariniers R.L. Zuiderwijk (AVDD)

    Dat u hier niet het voorwoord van Petervan Maurik aantreft ligt aan het feit datuw voorzitter op 13 januari jl. wederomeen ernstige hartritmestoornis heeftgehad. Gelukkig heeft een van demedewerksters op het kantoor doorkordaat optreden ernstig leed kunnenvoorkomen.

    Met Peter gaat het al weer beter; de defibrillatordie twee jaar geleden gemplanteerd is wordtnauwkeurig onderzocht en ook de medicatie

    wordt opnieuw geanalyseerd. Het zal enige tijd duren voordat Peter weer hersteld is. Ik wil hemvanaf deze plaats van harte beterschap toewensen.

    Peters weblog van 11 januari is scherp en lijkt bijna een colloquium voor operationelecommandanten en politici. Het is in lijn met wat de redactie van het Marineblad u dit jaar wilbieden. Veel leesplezier, met artikelen die zullen gaan over arbeidsbeleving, over de actievemensen van de marine. Het Marineblad wil kritische zaken niet uit de weg gaan. We gaan nietdwarsliggen of een tegenkoers varen maar we durven te signaleren, streken te benoemen enkoersen uit te zetten. Dat we daarbij niet zonder uw steun en bijdragen kunnen mag duidelijkzijn.

    Het wordt een jaar waarin de Verkenningen op bijna elke militaire agenda pronken en waarinveel militaire publicaties over dit onderwerp gaan. Wat willen we met de Nederlandsekrijgsmacht, wat willen we met de Koninklijke Marine? In een discussie moeten gedachten enideen worden verkend en grenzen worden opgezocht. Het Marineblad wil aan deVerkenningen dit jaar geregeld aandacht schenken, dus grijp uw kans en lever uw bijdrage aan dediscussie!

    In dit nummer een interview met CZSK. We hebben de generaal vragen gesteld over deStrategische kaart van de AR, over de toekomst van de marine, over de media en overleiderschap. Leest u het zelf maar. Als het aan hem ligt doet de marine ook in 2009 volop mee. Inaugustus wordt een compagnie van de mariniers, gencorporeerd in een bataljon van onzeCLASgenoten, uitgezonden naar Uruzgan. De eerste geluiden uit deze eenheid, volop intraining, zijn positief.

    Een ander thema waaraan we dit jaar extra aandacht willen besteden is piraterij, of liever:zeeroof. Voor de marine ligt hier een belangrijke taak. Hr.Ms. De Ruyter is eind vorig jaarteruggekeerd uit de Golf van Aden, de Evertsen vertrekt in augustus daar naartoe. Opinternationaal-rechtelijk vlak zitten aan de bestrijding van zeeroof nogal wat haken en ogen.Maar er wordt meer mogelijk, zie het artikel van P. van der Kruit.

    Er is genoeg te doen, de wereld kent nog veel te veel (potentile) brandhaarden, foute leidersmet foute bedoelingen en mensen die onder erbarmelijke omstandigheden moeten leven.Werk genoeg dus, voor Defensie in het algemeen en voor de marine in het bijzonder. Ik voegdaar wel aan toe: met voldoende mensen en middelen en, geldend voor iedere missie, met eenduidelijke doelstelling. Meedoen is belangrijk, meedoen om het meedoen is onverantwoord.

    Van de vice-voorzitter

    COLUMN 3

  • INTERVIEW Door: MAJMARNS b.d. A. van Gils en mw. drs. M.L.G. Lijmbach4

    Stilte na de storm, liggen

    Het nieuwe besturingsmodel van Defensie,

    waarmee ook de oprichting van het CZSK een feit

    werd, is nu ruim drie jaar van kracht. Veel leden

    van de KVMO en veel marinemensen zijn er nog

    niet van overtuigd dat het beter werkt dan het

    oude systeem. Er heerst nog veel onzekerheid

    over de toekomst, ontevredenheid over personele

    zaken en ongerustheid over de afstand die wordt

    gevoeld tussen marineleiding en

    marinepersoneel.

    Interview met C-ZSK

    Mede om deze afstand te verkleinen en zo de KM te ver-sterken, heeft de marineleiding, de Admiraliteitsraad (AR),de zogeheten Strategische kaart opgezet om zich met dejuiste focus op aangelegenheden te richten die van wezen-lijk belang zijn om dat te bereiken, en die daaromondanks de waan van de dag prioriteit moeten krijgen. De KVMO is genteresseerd in die Strategische kaart enheeft hierover een gesprek gehad met de CommandantZeestrijdkrachten, luitenant-generaal der mariniers R.L.Zuiderwijk. Ook kwamen ter sprake de toekomst van de

    marine, de positie van CZSK en leiderschap. Ik probeermensen de ruimte te geven om hun dingen te doen.

    De Strategische kaart

    Wat is die Strategische kaart, wat is de statuservan?De Strategische kaart is een instrument voor de AR zelfom meer focus te houden op die aangelegenheden waarwe ons als marine en marineleiding met voorrang meebezig moeten houden, en om de juiste onderwerpen opde agenda te zetten. Daarmee willen we onze prioriteitenop de relatief korte termijn (de kaart loopt tot 2010)goed op het netvlies houden. Toen we met het nieuweAR-team in september 2007 aantraden, hebben we ons-zelf een aantal belangrijke vragen gesteld: waar staan weals marine, hoe voelen de mensen zich in de marine,gegeven de bestuurlijke en interne veranderingen, en hoegaan we om met de naween van de perikelen die in2006 uitgebreid in de media waren uitgemeten.

    Daarnaast speelden de gevolgen van de interne reorgani-saties die voortvloeiden uit de strategische keuzes die bijde grote Samson-operatie in 2003 al waren gemaakt, en

  • marineblad | februari 2009

    5

    we op koers?

    ook de Marinestudie uit 2005 kwam tot uitvoering.Waar het met de Strategische kaart ook om gaat, is dat wemoeten kunnen meten in hoeverre we onze doelstellin-gen bereiken. Dat we weten waar we staan, welke actiesnodig zijn, of die ook worden uitgevoerd en of die actieshet gewenste resultaat hebben. De Strategische kaart wordt nu door de AR gebruikt enmet enige regelmaat tegen het licht gehouden om devoortgang op de diverse terreinen te controleren en waarnodig bij te sturen.

    De kaart is opgebouwd lang drie themas:Operationeel resultaat geboekt, Relevantiezekergesteld, Vertrouwen hersteld. Vooralhet laatste thema boeit ons.We hebben Vertrouwen hersteld als thema gekozenomdat we, toen de kaart tot stand kwam, mede aan dehand van interviews onder het personeel en bij werkbe-zoeken merkten dat er geen vertrouwen was en er veelonzekerheid bij het personeel bestond. Daar moesten enmoeten we wat mee, want het is bepalend voor de bele-ving en het resultaat van het werk. Toen we ons afvroe-gen waar komt het gebrek aan vertrouwen vandaan?bleek het vooral om allerlei dissatisfiers te gaan. Datbetrof veel verschillende dingen, zoals een nieuw P&O-systeem en het functietoewijzingsproces dat nog nietgoed functioneerde, of bepaalde werk- en leefomstandig-heden die tot klachten leidden. Wij hebben die dissatis-

    fiers in beeld gebracht om er actie op te kunnen nemen. Een aantal concrete acties kan ik noemen: het comman-dantenfonds waar veel goede dingen mee wordengedaan; internet aan boord, hoewel dat nog zijn beper-kingen kent; renovatie van accommodatie wat wel noglange adem vergt; en beter ingerichte standaard legeringskamers die gaandeweg worden gerealiseerd.Daarnaast hebben we veel aandacht voor het verbeterenvan het functietoewijzingsproces. We moeten daarin devinger op de zere plek leggen. Dat vraagt tijd en aan-dacht. En we moeten ons realiseren dat het nooit ieder-een naar de zin zal gaan, zeker niet in deze tijd van personele tekorten.

    Veel marineofficieren vonden de marineleidingzo stil na Hiddes, kan dit het wantrouwenjegens de leiding ook hebben gevoed? Natuurlijk zijn er zaken in retrospectief waarvan je nuweet: als dat weer gebeurt, moeten we de escalatie beterbeperken. Ik denk dat ook de politieke leiding zich datheeft gerealiseerd: onderzoek eerst wat er daadwerkelijkaan de hand is voordat allerlei uitspraken worden gedaandie door de media worden uitgelicht en uitvergroot. Kijk, media, parlement en kabinet versterken elkaarsoms, waardoor onderwerpen worden opgeblazen. Dat isons toen overkomen en ik heb geprobeerd dat zo goedmogelijk recht te zetten. Specifiek hebben we daaroverhet personeel van Hr.Ms. Tjerk Hiddes bijgepraat.

    Over de strategische kaartDe strategische kaart CZSK 2010is een overzichtelijke weergave vande organisatiestrategie van hetCZSK voor de komende jaren. Dekaart geeft de centrale ambitiesvan het CZSK voor deze periodeweer en de wijze waarop men dezewil realiseren (kritische succesfac-toren). De kaart is ingedeeld invier perspectieven: ambitie (watwillen we bereiken), stakeholders(waarop worden we beoordeeld),processen (waarin moeten weexcelleren) en innovatie en leren(waarin moeten we verbeteren eninvesteren). De pijlen in de strate-gische kaart geven de belangrijk-ste oorzaak-gevolgrelaties tussende verschillende factoren aan. Hetdoel van de strategische kaart isom focus en samenhang in deinterne besturing te brengen.

  • Een ding is voor mij duidelijk geworden: interne commu-nicatie is minstens zo belangrijk als externe communica-tie, en het is ook erg moeilijk om dat goed te doen.Duidelijkheid naar je eigen mensen over hoe je ergens instaat is essentieel. Als marineleiding ben je overigensvaak wel gehouden aan een bepaalde woordvoeringslijndie centraal wordt bepaald als het onderwerpen betreftdie ook extern aandacht krijgen. Je krijgt dan te makenmet beperkingen, en dat is soms vervelend.

    Om het vertrouwen te herstellen is het naar mijn meningnodig, en dat heb ik bij mijn aantreden ook gezegd, datwe als marine moeten proberen om grote reorganisatiesbuiten de deur te houden. Er moet weer rust komen inde organisatie. Maar de marine heeft hier geen absolutevrijheid in en de invloed daarop is beperkt. In het depar-tementaal Beraad leg ik wel uit dat de belastbaarheid vanons personeel, als het gaat om reorganisaties, grenzenheeft bereikt.

    Die laatste woorden sluiten mooi aan bij vragen waar demarineofficieren op de werkvloer mee zitten.

    Vanaf de werkvloer

    Vindt u dat u voldoende grip heeft op uw zeestrijdkrachten? Het is natuurlijk zo dat je als operationeel commandantverantwoording moet kunnen afleggen over wat ergebeurt bij de zeestrijdkrachten. Dat was vroeger zo, toenwe nog een bevelhebber hadden, en dat is nu nog zo. Devraag is dan, als je die verantwoordelijkheid hebt, of jeook voldoende bevoegdheden hebt om invloed uit te oefe-nen op wat er gebeurt. In het nieuwe besturingsmodelben je als operationeel commandant veel afhankelijkervan anderen dan vroeger: beleidsverantwoordelijkhedenliggen op een hoger niveau (HDIO/HDP/CDS)1. Daarop hebje natuurlijk wel invloed in een adviserende rol, maardie wordt afgewogen in de bredere context van de helekrijgsmacht. Ook worden ondersteunende activiteitendoor andere instanties zoals DMO en CDC uitgevoerd,waardoor je daar van afhankelijk bent.

    Ik ervaar dat soms, ik wil niet zeggen als knellend, maartoch als een beperking. Normaal zeg je: als je verantwoor-delijkheid draagt, moet je ook de bevoegdheden hebbendie daar bij horen. De Bestuursstaf weet hoe die verant-woordelijkheden en bevoegdheden zijn toegedeeld, maarde mensen op de werkvloer weten dat meestal niet. Diebegrijpen vaak niet dat ik minder zeggenschap heb overbepaalde zaken dan de bevelhebbers in het verleden. Ookdoor een andere toedeling van de budgetten is sprakevan een andere verdeling van invloed en zeggenschap.We werken in het nieuwe besturingsmodel met sharedservices (dienstencentra); de driehoek beleidsverantwoorde-lijke/opdrachtgever dienstverlener uitvoerder moetgoed op elkaar zijn afgestemd. Dat is nu nog niet altijdhet geval, maar daar zijn we met alle spelers druk meebezig. Ik ben er van overtuigd dat, als dat eenmaal goedis ingeregeld, ook dit besturingsmodel kan werken.

    Tussen personeel en materieel bijvoorbeeld staan schot-ten; daarvoor bestaan separate financile budgetten engeldstromen. De toewijzing en het gebruik daarvanwordt grotendeels bepaald door de respectievelijkebeleidsverantwoordelijken in de Bestuursstaf, en operati-onele commandanten moeten binnen die beleidskadersblijven. Ik kan daar nauwelijks in sturen, hooguit advise-ren. Ik vind het daarom wel eens moeilijk om uit te leg-gen dat ik wel de eindverantwoordelijkheid voel voor deKoninklijke Marine, het CZSK, maar dat ik niet altijd debevoegdheden en instrumenten heb om in te grijpen, endaarvoor vaak afhankelijk ben van anderen die in hetbesturingsmodel een rol spelen. Er zijn met de invoeringvan dat model nu eenmaal majeure veranderingen door-gevoerd. En in zon nieuwe situatie duurt het in zijn tota-liteit zeker 5 jaar voordat iedereen in de defensieorgani-satie, ook op de lagere niveaus, weer precies snapt hoehet werkt en weet waar hij ergens voor terecht moet.Alles moet gaandeweg weer op zijn plek vallen.

    We zitten er nu nog midden in. Ook de personele tekor-ten zijn er de oorzaak van dat het nog niet goed werkt,dat mensen de processen en hun rol daarin nog niet ken-nen of zich soms niet houden aan de afspraken. Daar ishelaas op veel plaatsen binnen Defensie nog sprake van.Maar het model op zichzelf kan werken, daarvan ben ikovertuigd.Kom ik terug op de Strategische kaart: die geeft voor deAR wel inzicht en grip. De kaart staat los van het grotebesturingsmodel, en is een intern instrument. De kaart iseen steuntje in de rug om ervoor te zorgen dat we als ARmet de goede zaken bezig zijn, dat we de juiste prioritei-ten stellen en dat datgene wat op de AR-agenda staat ookeen relatie heeft met wat we als prioriteit hebbenbenoemd. Dat we datgene wat we wel zelf kunnen bepa-len en benvloeden, ook op de goede manier aanpakken.Als ik bijvoorbeeld als belangrijke prioriteit noem hetopheffen van de tekorten, werving en behoud, dan is hetbelangrijk dat mensen zich weer senang gaan voelen enbij de marine willen blijven. Daarvoor moeten we danook die onderwerpen op de agenda hebben, die leidentot activiteiten in de organisatie die daar verbetering inbrengen, en dat moeten we ook meten. De Strategischekaart geeft de essentie van dit proces weer: je moet jelaten sturen door je doelstellingen. Operationeel gezienis het bijvoorbeeld belangrijk om als marine met schepenen eenheden te worden ingezet om je relevantie aan tetonen, dat gaat niet vanzelf. Het vraagt om nadenken enafwegen: wat kan ik van de mensen vragen en tegelijker-tijd er voor zorgen dat ze zich goed voelen en met plezierhun werk doen?

    Hoe denkt u over de mogelijkheid om geduren-de bepaalde perioden OT-personeel buitenDefensie te laten werken? Ik vind het een interessant instrument maar moeilijk tehanteren als je met 20% tekorten op de werkvloer zit.Dan ben je niet zo geneigd om tegen de mensen te zeg-gen, ga maar eens iets buiten de deur te doen. Je hebtze hier hard nodig.

    INTERVIEW Stilte na de storm, liggen we op koers?6

  • Ik snap wel dat de mensen de behoefte hebben zich teontplooien en te verbreden, maar hoe leg je dat uit aandegenen die achterblijven? Ik vind het als idee aantrekke-lijk, maar niet in deze situatie.

    Vindt u dat het P&O-systeem inmiddels naarbehoren functioneert? Wat verwacht u van deloopbaanbegeleiders? In het verleden hadden we als KM het IVP 2000 ingebruik en dat hadden we redelijk goed op orde. Deandere krijgsmachtdelen hadden andere systemen. Omefficiencyredenen is toen centraal een blauwdruk voorP&O opgesteld met Peoplesoft als defensiebreed registra-tiesysteem. Als systeem was het niet gent op het mobie-le domein (schepen) terwijl alle systemen/procedures inhet IVP daar wel op afgestemd waren. Al snel zaten wedaar dus met een groot probleem. Tegen het advies vande toenmalige marineleiding in is Peoplesoft toch inge-voerd, zonder dat het mobiele terrein was afgedekt. Ikben natuurlijk niet blij met hoe dat voor de schepen isuitgepakt. Peoplesoft en het functietoewijzingsproceszijn niet geworden waar we op gehoopt hadden. Hetheeft onzekerheid en onrust gebracht.Loopbaanbegeleiding kan dit weer terugbrengen: het kanduidelijkheid geven over wat wel en niet kan. Gelukkigzijn de meeste kinderziektes van Peoplesoft bij de KM ernu wel uitgehaald. Het mobiele domein blijft wel een uit-daging.

    Ik hoop dat door een goede loopbaanbegeleiding uitein-delijk de voorspelbaarheid voor onze mensen weer groterwordt. Het functiebestand en het daarvan afgeleide per-

    soneelsbestand kent een bepaalde rangsverdeling, die isgespreid over het personeel en over de jaren dat het per-soneel bij de KM werkt, voor een OT-er/FPS 3 gemiddeldlanger dan vroeger. Daar kun je grofweg een bepaaldecarriregang, mogelijkheden en onmogelijkheden meevoorspellen. Dat moet door loopbaanbegeleiding weervertaald worden naar individuen en actuele situaties inonze organisatie. Dan krijg je een meer reel beeld vanwat kan en niet kan, als het gaat om opleidingsmogelijk-heden en bevorderingskansen. Met zon reel verwach-tingspatroon breng je meer zekerheid en uiteindelijk ookduidelijkheid. Er zijn bij het CZSK inmiddels ruim 35loopbaanbegeleiders aan de slag; anderen zijn we nogaan het opleiden. Maar ik wil wel waarschuwen voor tehoge verwachtingen: in een situatie met personele tekor-ten en opleidingsachterstand zal het zeker nog evenduren voordat alles zijn beslag krijgt.

    Hoe komt het toch dat de KM, in tegenstellingtot een jaar of 10 geleden nauwelijks meer inhet nieuws is, behalve na negatieve incidenten?Is een beter mediabeleid noodzakelijk?Laat ik beginnen met te stellen dat de media zich nietlaten sturen. Ik probeer zoveel mogelijk aandacht voor demarine en haar lopende operaties te krijgen. En met demariniers in Tsjaad en onze fregatten voor de kust vanSomali is dat goed gelukt. Maar negatieve publiciteit issexier dan positieve publiciteit. Ik kan u zeggen, het isbijzonder moeilijk om bij voortduring je bedrijf positiefin het nieuws te brengen. Ik deel zeker niet de meningvan sommigen dat negatieve aandacht ook aandacht is.Maar neutrale aandacht is voor mij al positief. En als hetfeitelijk klopt ben ik extra blij. De media maakt het nietuit of er commandos van de KL of mariniers aan hetwerk zijn, voor hen en het grote publiek zijn het militai-ren. En veel activiteiten van de marine krijgen geen ofweinig aandacht. Dat steekt soms, maar wat intern alsbelangrijk beleefd wordt, betekent nog niet dat de mediadat als nieuws beschouwen. Een buitenstaander leestheel anders dan een insider. Hoe dan ook, P.R. is eenvoortdurend aandachtspunt.

    Ik geef ook regelmatig aan dat er sprake is van zeeblind-heid bij het grote publiek; dat veiligheid op zee belang-rijk is voor Nederland en zeker niet vanzelfsprekend..Maar de aandacht van de media ligt momenteel begrij-pelijkerwijs op Afghanistan en minder op de maritiemewereld. Met de piraterij rond Somali constateer ik overi-gens wel verschuiving van de aandacht.

    Verkenningen, toekomst

    Hoewel de Strategische kaart een andere, interne, doelstelling heeft ligt een link naar deVerkenningen toch voor de hand. Hoe ziet u dierelatie?Die link is er wel enigszins, maar in beperkte mate Hettijdpad van de Strategische kaart is veel korter. Bij deVerkenningen wordt allereerst nagedacht over scenariosin de verdere toekomst, waarbij ook de zee van belang is

    marineblad | februari 2009

    7

  • of een rol speelt. Van de marine, en van mij als adviseurvan de defensieleiding op maritiem gebied, wordt ver-wacht dat we kunnen uitleggen waarom en hoe de mari-ne daarin relevant is of kan zijn, ook in de toekomst.Daarom is de marineleiding, met inbreng van velen, eenMaritieme Visie aan het uitwerken, gericht op het jaar2030. Het uitgangspunt daarbij is de marine van na demarinestudie, vanaf 2015. De vraag dient zich dan aan welke essentile capaciteitenbelangrijk zijn om ook in de richting van 2030 relevantte zijn voor de samenleving. De Maritieme Visie kijkt netals de Verkenningen naar de ontwikkelingen in dewereld, en welke essentile operationele capaciteiten opmaritiem gebied van belang zullen zijn of versterkt moe-ten worden. Daaruit vloeien ontwikkelingslijnen voortvoor de marine van na 2015. De Maritieme Visie wordtwaarschijnlijk over een kleine twee maanden afgeronden dat is dan tevens onze bijdrage aan de Verkenningen.Daarmee geef ik ook invulling aan mijn rol als maritie-me adviseur van de defensieleiding.

    Daarbij moet niet geredeneerd worden vanuit beschik-baar budget, dan beperk je jezelf teveel, maar vanuit devraag waar onze nationale belangen liggen, hoe diebelangen zouden kunnen worden geschaad en welke risi-cos onderkend kunnen worden. Vervolgens: hoe ga ik dierisicos uitsluiten of beperken? Dat vraagt uiteindelijkom bepaalde capaciteiten en dus middelen en geld. Datis het moment van de keuzes en in die logische volgordemoeten de gedachten lopen.

    Denkt u ook niet dat de Verkenningen enkel een verkapte exercitie zijn voor nieuwe bezuinigingen op Defensie? De werkgroep is bezig zo zuiver mogelijk opties in kaartte brengen, denkend vanuit scenarios. Hoe daar vervol-gens politiek mee wordt omgegaan is een andere vraag.De financile situatie is niet zodanig dat er scheppenmet geld bij zullen komen. Maar ook bezuinigingen zijnpolitieke beslissingen.

    Wat ik op dit moment voor de marine erg belangrijkvind is om in ieder geval de Marinestudie in te vullen, endaarmee perspectief aan de mensen te bieden en debalans terug te brengen. Het is goed om verder vooruit tedenken, maar voorlopig ben ik blij als de Marinestudiegoed en tijdig volgens plan wordt ingevuld. Dat plan ispolitiek geaccordeerd. Ik wil die koers vasthouden. Ik benvoorzichtig om allerlei zijsprongen te maken omdat ikniet het gevoel heb dat dit uiteindelijk tot een goed resul-taat zal leiden. Een goed uitgevoerde Marinestudie zaleen relevante KM, zowel voor het eigen personeel als voorde samenleving tot resultaat hebben.

    Ik hou dus graag vast aan de Marinestudie. Hiermee heb-ben we in feite onze verkenningen voor het komendedecennium uitgevoerd, al in 2005. Toen is goed nage-dacht over de koers, is de strategische keuze gemaakt omlandoperaties te kunnen ondersteunen en benvloeden,met als consequentie de verdere integratie van vloot en

    mariniers, en om in het lagere deel van het geweldspec-trum te kunnen opereren met relatief goedkope midde-len. Wat ik niet zou willen is dat de uitvoering van deMarinestudie zou worden uitgesteld om te wachten opuitkomsten van de Verkenningen.

    Waar liggen de speerpunten van de KM in dekomende decennia en hoe wordt hierop geanticipeerd?Voor mij ligt het speerpunt besloten in ons motto: vei-ligheid op en vanuit zee. Kijkend naar de wereldecono-mie, naar de afhankelijkheid van handels- en energiestro-men, is het maritieme domein veel belangrijker dan veelmensen zich realiseren. Er zijn potentile knelpunten,choke-points, [in dit geval smalle zeestraten, red] potentieelinstabiele gebieden (Somali), maar ook andere factorendie de handels- en energiestromen dreigen te verstoren.

    Marines, en ook de onze, spelen een belangrijke rol enkunnen zowel optreden op zee, als invloed uitoefenen opsituaties aan land. Steeds meer landen realiseren zich deafhankelijkheid van het maritieme domein en proberenhun invloed daarin te vergroten. Denk aan meer maritie-me presentie van landen als China, India, en ookRusland dat zich weer meer op het maritieme wereldto-neel vertoont.Als marine moet je ook relevant willen zijn als het gaatover taken dicht bij huis, zoals explosieven- en mijnen-ruiming, SAR, hydrografie, kustwachttaken etc..Daarnaast is het goed, zowel voor het draagvlak in desamenleving als voor de motivatie van ons personeel, datje als marine je capaciteiten inzet bij rampen en humani-taire hulpacties. Allemaal taken en situaties waarin demarine naast het expeditionaire optreden, een belangrij-ke rol kan spelen.

    Operationele marine

    In augustus 2009 wordt een compagnie van demariniers ingezet in Uruzgan. Hoe verloopt hetpaarse opleidingstraject van de compagnie methet bataljon van onze CLAS-genoten?Daar zijn we nu volop mee bezig. Ik heb absoluut ver-trouwen in de goede samenwerking en in de goede wil.En daarmee in de goede uitkomst van het traject.

    Wat voor soort missie staat de mariniers tewachten? Wat zijn in Uruzgan de werkzaam -heden, taken en doelen van de mannen?De compagnie wordt onderdeel van de TFU, de taken wij-ken niet af van wat er nu gebeurt: patrouillegang en kon-vooibegeleiding etc., het werk dat ook nu al in het kadervan de 3-D benadering [Defence, Diplomacy and

    met de Marinestudie hebben we infeite onze verkenningen voor hetkomende decennium uitgevoerd,

    al in 2005

    INTERVIEW Stilte na de storm, liggen we op koers?8

  • Development, red] wordt gedaan. Het is niet zo dat weeen aparte mariniersmissie gaan opzetten.

    Zijn de mariniers voldoende opgeleid en uitge-rust om deze missie uit te voeren? Mijn insteek is dat ze daar goed voorbereid en adequaatuitgerust naar toe gaan, dus in organiek verbandgetraind en uitgerust. Daar waar dat nodig is, gegeven deomstandigheden in het gebied, worden aanpassingengedaan aan de uitrusting wat betreft persoons- en voer-tuigbescherming en eventueel aanvullende uitrusting(zoals bijvoorbeeld nachtzichtapparatuur) in lijn met deeenheden van het CLAS, om adequaat op te kunnen tre-den.

    Houdt u rekening met ernstslachtoffers? Vanaf het eerste moment dat ik als leidinggevende verant-woordelijkheid draag, en nu dus ook als operationeel com-mandant, leef ik met het idee dat er iets kan gebeuren.Daar, in Uruzgan, maar ook elders tijdens de activiteitenvan onze schepen en eenheden, of hier op het kazerneter-rein. Veiligheid vind ik dan ook een uitermate belangrijkeissue. Bij de inzet van mensen stel ik mijzelf altijd tweebelangrijke vragen: is het relevant, doet het er toe waar wemee bezig gaan? En: is het verantwoord, worden er geenonnodige risicos genomen? Dat zijn voor mij wezensvra-gen. Natuurlijk weet ik dat we risicos lopen bij ons werk,je zou jezelf voor de gek houden als je dat niet inziet.

    Bent u tevreden over de integratie van de vlooten mariniers?Soms zijn er wel eens misverstanden over. Het is geenintegratie om de integratie. De doelstelling is niet weworden allemaal gelijk. Het gaat mij er juist om dat

    mariniers bepaalde specifieke kwalitei-ten en capaciteiten vertegenwoordigen,net als de diverse vlootonderdelen. Ikvind de combinatie van die twee, kij-kend naar onze taakstelling en naar detoekomst, juist erg krachtig.

    Ik zie bij NLMARFOR dat het gedachte-goed erachter langzaam maar zekerinvulling krijgt. Ik zie dat de mariniers-bataljons zich aan boord van de LPDsbeter thuis gaan voelen en in de amfibi-sche wereld meer professionele kennisen ervaring opdoen. We zijn op de goedeweg, maar we zijn er nog lang niet. Dekunst is dat de twee groepen de meer-waarde in elkaar zien en dat ze zich niettegen elkaar afzetten. Als ik het bredertrek dan vind ik dat krijgsmachtbreedjoint werken ook zo in elkaar moet zit-ten: zoeken naar de synergie. Ik zie meer

    en meer dat het gedachtegoed beter begrepen wordt. Ikhoop wel dat marineofficieren met ervaring zich dat ooksteeds meer eigen gaan maken en nog meer zullen uit-dragen. Dat laatste is ook een van de belangrijke aspec-ten van leiderschap van deze tijd.

    Leiderschap

    Wat is uw visie op leiderschap?Leiderschap is meer dan leidinggeven. Het is een stapverder. Je moet richting kunnen geven aan het gedragvan anderen, je moet anderen kunnen inspireren.Daarvoor heb je bepaalde eigenschappen nodig. Je moetzelf het goede voorbeeld geven, zodat mensen zich daaraan kunnen spiegelen, voor je willen werken en de din-gen zo goed mogelijk willen doen. Je moet voor jezelf enanderen zo eerlijk mogelijk zijn, duidelijk, consequent inhandelen en ook empathisch zijn. Je moet vertrouwenhebben in je mensen en ze de ruimte geven, ook om fou-ten te maken. Mensen moeten de consequenties van hunhandelen natuurlijk onder ogen durven zien, maar hetslechtste wat er in mijn ogen bestaat, is een afrekencul-tuur. De menselijke maat blijft altijd belangrijk.Je moet beseffen dat je niet alles weet, dat je niet altijdgelijk hebt. Je moet mission command ook in bestuurlijkezin nastreven, mensen moeten de kans krijgen om huneigen keuzes te maken.

    Laatste vraag: hoe geeft u zelf invulling aan leiderschap?Met het voorgaande in het hoofd, naar eer en geweten.Ik praat met de mannen en vrouwen, niet alleen met decommandanten. Ik probeer mensen de ruimte te gevenom hun dingen te doen. Ik besef tegelijkertijd dat ikaltijd de eindverantwoordelijkheid heb.

    'Ik geef naar eer en geweten leiding. Ik praat met de mannen envrouwen, niet alleen met de commandanten.

    marineblad | februari 2009

    9

    Noot1 HDIO= Hoofddirectie Informatievoorziening & Organisatie,HDP= Hoofddirectie Personeel, CDS=Commandant derStrijdkrachten

  • REACTIE

    CARTOON

    10

    Het novembernummer van het Marineblad had als themahet 125 jarig jubileum van de KVMO. Vanzelfsprekend lag hetzwaartepunt van de artikelen daarbij op de personele en strategi-sche aspecten van de Koninklijke Marine.De redactie van het Marineblad verdient daarbij complimentenvoor de samenstelling. (En niet alleen voor de samenstelling vandit specifieke Marineblad nummer! )In het bijzonder, in mijn ogen, geldt dit voor de keuze ook eentechnisch artikel daarbij op te nemen. Ik doel daarbij op hetartikel over Damage Control op toekomstige marine schepen,geschreven door LTZ Zor. Want juist dit onderwerp raakt degrootste (personele) uitdaging aan voor de KM van de nabije toe-komst: hoe opereer ik veilig met (marine)schepen met een mini-male bemanning. De kleine bemanning is immers een onontkoombaar gegeven,gelet op de kosten en schaarste van personeel. Daarnaast zijn deveiligheidseisen internationaal steeds stringenter en dwingend,ook voor de KM, vastgelegd. Brand is daarbij nog steeds degrootste dreiging op een schip.Waar LTZ Zor zich in zijn artikel voornamelijk beperkt tot innove-rende brandbestrijdingstechnieken, zijn brand voorkomen enschadebeperking tot een gelimiteerd deel van het (getroffen)schip natuurlijk minstens zo belangrijk. Ook daar is grote vooruit-gang bij deze kwetsbaarheid reductie geboekt door nauwe ont-wikkeling samenwerking tussen TNO en de KM.Nu alleen nog maar hopen dat het Marineblad spoedig een artikelkan plaatsen over de ontwikkeling van decentrale i.p.v. centrale

    watermist blusinstallaties op marineschepen. Maar ook nu al ligtde KM voor vergeleken bij andere marines in de ontwikkelingnaar verhoogde veiligheid bij kleinere bemanningen op onzemarineschepen van de toekomst.

    SBN (b.d.) R. Lutje Schipholtvoorzitter Naval Ship Technical Committee Lloyds Register enoud-voorzitter redactie Marineblad

    [Naschrift redactie: er zijn inmiddels initiatieven gestart voor een ver-volgartikel over innovaties op het gebied van (decentrale) brandbe-strijding aan boord.]

  • marineblad | februari 2009

    OPINIEDoor: LNTKOLMARNS H.J. Bosch 11

    De Amerikaanse minister van Defensie Robert

    Gates heeft vorig jaar op de militaire academie

    Westpoint Amerikaanse officieren gevraagd denaakte waarheid te vertellen (en niet het sociaal

    wenselijke) omdat je daarmee jezelf, de

    militairen en de natie een dienst bewijst.

    Generaal McKiernan, commandant van alle NAVO-troe-pen in Afghanistan, sprak in een interview, gepubliceerdin NRC Handelsblad1, over zijn inschatting van de opera-tie in Afghanistan. De generaal is somber: Het geweld isheviger dan ooit, dit jaar is er meer geweld dan vorigjaar het gaat niet de goede kant op. Wel meentMcKiernan dat de Talibaan uiteindelijk de strijd zullenverliezen.

    De operatie in Afghanistan wordt beschouwd als de eer-ste echte strategische missie2 van de westerse landen inde 21ste eeuw. Terwijl de NAVO met zijn militairen er allesaan doet om succesvol te zijn, is het de tijd om te bezienhoe we er voor staan. Het personeel, dat operaties uitvoert, is niet specifiekopgeleid voor deze moderne missies. Bij het uitvoerenvan counter-insurgency (COIN) is het niet bevorderlijk dateenheden slechts vier maanden aanwezig zijn in hetgebied. Het uitgebreid opereren met locale overheden,NGOs, diplomaten en het zoveel mogelijk aangepast rea-geren op de locale cultuur wordt niet veel geoefend doormilitairen.3

    Hoe gaat het eigenlijk in Afghanistan en in het bijzonderin Uruzgan, waar de Nederlanders hun taken uitvoeren?Wat zijn de gedachten en ideen van de Nederlandse offi-cieren? Officieren hebben geleerd om zelfstandig en opacademisch niveau te denken, goed te observeren engevraagd en ongevraagd hun meerderen te adviseren. Inlijn met de oproep van Robert Gates uiten (mari-ne)officieren zich ondermeer via het platformMarineblad. Laat ik hiermee beginnen.

    Wat wilden de westerse strijdkrachten destijdsbereiken?Het is ruim zeven jaar geleden dat de NAVO-strijdkrach-ten Afghanistan binnenvielen. De eenheden waren zelf-verzekerd, kenden een duidelijk doel en de bevolkingenvan de verschillende landen waren misschien niet alle-maal enthousiast maar er was begrip en men meendedat het goed was dat er iets gebeurde. De Amerikanen noemden deze missie Operation EnduringFreedom (OEF) met als doel de leider van Al Qaida, OsamaBin Laden, op te pakken, de opleidingskampen van AlQaida-aanhangers te vernietigen en de Talibaan te neu-traliseren. Dit laatste door een gezamenlijke westersesteun aan de nieuwe regering van Afghanistan.

    Nederland draagt bij aan de steun aan de Afghaanse rege-ring door deel te nemen aan de International SecurityAssistance Force (ISAF). De ISAF-eenheden moeten veilig-heid en stabiliteit garanderen en een gezamenlijke NAVO-aanpak (comprehensive approach) moet bijdragen aan eennieuw Afghanistan. Hierbij moet ook de eigen Afghaanse

    AfghanistanWat willen we bereiken in

  • OPINIE Afghanistan12

    bevolking een duidelijke rol spelen. In Nederland spre-ken we van een opbouwmissie, maar iedereen weet dathet anders is.4

    Wat voor een operatie is het dan wel? Is het een guerrilla-oorlog, bestrijden we terrorisme of zijn we bezig metCOIN? Clausewitz5 zegt hierover: The first, the supreme,the most far reaching act of judgement that the states-man and commander have to make is to establish by thattest the kind of war on which they are embarking; nei-ther mistaking it for, nor trying to turn it into, some-thing that is alien to its nature.

    De militairen spreken het liefst over een COIN-missie ,terwijl in zijn interview generaal McKiernan bevestigt datde NAVO bezig is een guerrilla te bedwingen.

    De Nederlandse bijdrageOp de een of andere manier wil het maar niet duidelijkworden dat de Nederlandse bijdrage in Uruzgan eenCOIN-missie is; de militairen zijn onderdeel van deNederlandse Defence, Diplomacy and Development (3-D) aan-pak, waarin Defensie, Buitenlandse Zaken enOntwikkelingssamenwerking samenwerken. Toch hebbenvelen het idee dat van deze 3-D aanpak weinig terechtkomt. Uit gesprekken met officieren, betrokken bij dezeoperatie, komt het beeld naar voren dat er onvoldoendesamenwerking is tussen onderdelen en dat er onvoldoen-de financile middelen beschikbaar zijn voor Defensie.6

    Door het uitblijven van voldoende andere deelnemers (deandere 2 D-onderdelen) bestaat het gevaar dat de militai-ren meer en ook andere activiteiten gaan doen dan waar-voor ze zijn gekomen. Bovendien blijkt dan dat de mili-tairen onvoldoende uitgerust en onvoldoende getraindzijn voor zulke zaken. Gedurende de missie worden doorde Defensie Materieel Organisatie (DMO) belangrijkematerieelaankopen gedaan. De vraag is dan ook: hebbende militairen nog wel het juiste mandaat voor de acti-viteiten die ze daadwerkelijk uitvoeren?

    Wat willen we bereiken?Het is belangrijk om op gezette tijden bij deze vraag stilte staan.De nadruk ligt op wederopbouw, aldus de toenmalige

    CDS in de Defensiekrant van januari 2007, niet omdathet beter verkoopt, maar het is essentieel.

    Zoals vaak bij internationale conflicten neigen velen ertoe om meer te letten op de activiteiten die we doen danop wat militairen noemen de endstate, het uiteinde-lijke doel van de missie. In de verschillende rapporten enverslagen worden vaak de activiteiten beschreven, nieteen einddoel of een bereikt tussendoel. Rupert Smith7

    stelt dat militairen tegenwoordig zonder een duidelijkeendstate een moderne operatie beginnen. Een zorge-lijke ontwikkeling.Weten we wat de endstate van de missie in Afghanistan

    Er is een groeiend respect voor de militairen in het gebied maar aan de andere kant is er kritiek op de missie zelf.

  • marineblad | februari 2009

    13OPINIE

    is? Wat wil Nederland daar bereiken en wat is de rol vande militairen hierin? Zijn er duidelijke (tussen)doelengesteld en zo ja, welke zijn dat dan? De Nederlandse mili-tairen die gesneuveld zijn stierven voor een goede zaak,zo wordt ons telkens weer uitgelegd. Wat is dan diegoede zaak? In een recent artikel in NRC Handelsblad8 zetten deschrijvers enkele kanttekeningen bij de berichtgevingvan journalisten over de Nederlandse resultaten diegeboekt worden. Er is wel een groeiend respect voor demilitairen in het gebied maar aan de andere kant is erkritiek op de missie zelf.

    Wat hebben we straks bereikt?Betekent dit dat de Nederlandse (en andere westerse)militairen en NGOs en ontwikkelingsorganisaties straksweggaan zonder dat er een (eind)doel is bereikt? Ja.Misschien nog erger: geen van de investeringen van deNederlandse overheid in Uruzgan krijgen na ons vertrekeen vervolg. De Nederlandse bijdrage vraagt om een veelgrotere rol van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelings -samenwerking, niet alleen in het gebied maar ook in devoorbereiding met de militairen.

    De Afghaanse bevolking ziet na zeven jaar westerse inzetweinig vooruitgang, zo blijkt uit onderzoek van ICOS (TheInternational Council On Security and Development).9 Ookandere deskundigen twijfelen en vragen zich af of deTalibaan door militairen kunnen worden verslagen.Militaire activiteiten lijken zo niet meer zinvol in de per-ceptie van deze deskundigen. Een steeds groter deel vande Nederlandse bevolking denkt er net zo over.

    Als we kijken naar de oorspronkelijke doelstellingen kun-nen we begin 2009 vaststellen dat: Osama Bin Laden nog niet in zijn kraag is gevat; De Al Qaidakampen nog bestaan (vooral in Pakistan); De gezamenlijke aanpak (zowel binnen NAVO - ISAF -

    als binnen Nederland) nog niet optimaal verloopt.

    Tegelijkertijd lijkt het dat er vanaf medio 2008 meer(Talibaan)strijders in Afghanistan, en met name inKaboel, actief zijn. In het grensgebied met Pakistan lijkende Talibaanstrijders zelfs de baas te zijn.

    OplossingsrichtingenMisschien dient de Nederlandse regering een zgn.Taskforce Veiligheid in het leven te roepen om, meer dannu het geval is, de Nederlandse missie in Uruzgan goedte cordineren. Het kan geen kwaad om de huidige aan-pak te evalueren en wellicht de einddoelstellingen scher-per dan ooit te formuleren.

    De Comprehensive approach10 moet op een goede wijze wor-den uitgevoerd. Deze aanpak is als het ware ontstaan tij-dens de missie maar eigenlijk vooraf niet echt door allebetrokken partijen omarmd. Daar moet meer tijd en aan-dacht aan worden besteed. In trainingen en oefeningenzouden alle betrokkenen daar veel meer aandacht aanmoeten geven.

    Ook dient de Nederlandse regering na te denken over eenantwoord op de vraag: wat doet Nederland als de presi-dent van de VS ons vraagt langer deel te nemen? In demedia11 lezen we dat de ene minister spreekt over eennieuw weegmoment, een ander meent dat we hebbenaangegeven te vertrekken uit Uruzgan.Enkele basisprincipes voor een succesvolle counter-insur-gency campagne, zoals midden jaren zestig opgetekenddoor Thompson12, worden in de meeste moderne militai-re doctrines en analyses genoemd, geanalyseerd enonderschreven. Deze universele wijsheden zijn gefor-muleerd voor het politieke en militair-strategischeniveau en het kan geen kwaad deze zo nu en dan weereens te bezien. Als we enkele daarvan tegen het licht vande actualiteit houden krijgen we het volgende beeld:

    - Het primaat van de politieke oplossing. Deze is gebaseerd op de aanpak van de legitieme grievenvan (een deel van) de bevolking. Cruciaal hiervoor is dushet stellen van een juiste diagnose van het structureleprobleem dat de opstand veroorzaakt. Voor de militairenis het frustrerend om te zien dat juist anderen met zoweinig mogelijk middelen zoveel mogelijk effecten wil-len bereiken. Waarom zijn er zo weinig medewerkers vanandere departementen (3-D aanpak) die zich daadwerke-lijk in het operatiegebied dagelijks willen bezighoudenmet de wederopbouw? Ontplooi initiatieven voor eenciviel-militaire operationele aansturing. Schotten wegtussen militairen en NGOs.

    - Het institutionaliseren van een systeem voor civiel-militaire samenwerking, bestaande uit de driehoek tus-sen civiel bestuur, politie en militairen (vergelijk 3D).

    Meer dan tot nu toe moet er een politieke oplossing wor-den gezocht. Veiligheid verbeteren, maar ook je blik wer-pen op het verbeteren van de economie en het ontwikke-len van een goed bestuur in Afghanistan. Op strategischniveau wordt veel overleg gevoerd, ook op het lagereniveau wordt er wel samengewerkt, maar vooral de uit-werking op het operationele niveau laat te wensen over.

    - Het thuisfront13 moet volledig achter de missie staan.Al jaren wordt er (ook in Nederland) onderzoek gedaannaar de beleving van het thuisfront bij ernst uitzendin-gen. Onderzoeksresultaten zijn er. Wat opvalt, is de wis-seling, en over het algemeen een afbrokkelende steun inde tijd.

    Tot slotDit jaar zal een compagnie mariniers op pad gaan naarUruzgan. Een groot uithoudingsvermogen is essentieelom de opstandelingen definitief te verslaan. We moetenblijven zoeken naar de juiste aanpak. Ook blijven schrij-ven en kritisch meedenken is van belang. Dat is ontzet-tend moeilijk. Waarom? Het is moeilijk, omdat elke zindie je schrijft, elke gedachte die je hebt, verkeerd kanworden opgevat of ongelukkig samen kan vallen metincidenten in het missiegebied. Begin december 2008 werden de eerste zinnen op papiergezet voor dit artikel. Een paar dagen later is er wederom

  • OPINIE Afghanistan14

    Noten1. NRC Handelsblad van 11 September 2008.2. Politiek strategisch, in de zin een samenhang verschaffen aan

    het gebruik van alle machtsmiddelen van de NAVO staten(het bondgenootschap) militairen in te zetten voor een geza-menlijk doel.

    3. Cultuuronderwijs wordt zwaar onderbelicht in de initileopleidingen en de School voor Vredesmissie, Bas Ooink in deDefensiekrant, 15 januari 2009.

    4. Hans van Baalen, VVD tweede Kamerlid.5. Carl von Clausewitz, On War, edited and translated by

    M. Howard and P. Paret, 1989, blz 88.6. Nova enqute juni 2008.7. Rupert Smith, The Utility of Force.8. Henri Beuders en Jelena Buljac zaterdag 3 januari 2009 in

    NRC: Berichtgeving over Uruzgan is eenzijdig.9. Zie ook On a knife edge: Rapid Assessment Field Survey

    http:www.senliscouncil.net/modules/publications/Knife-Edge-Report.

    10. In het Nederlands: alomvattende aanpak. In complexe mili-taire operaties met een hoog operationeel tempo is hetbelangrijk tevens op het gebied van diplomatie/politiek, economie en het sociale terrein in te grijpen.

    11. O.a. in NRC Handelsblad van 13 januari 2009. 12. Sir Robert Thompson. Defeating Communist Insurgency:

    Experiences in Malaya and Vietnam (Study in InternationalSecurity), Chatto & Widus, 1966.

    13. De burgerbevolking van Nederland, de kiezer.14. 16 januari 2009.

    een dodelijk Nederlands slachtoffer te betreuren.Sergeant Mark Weijdt komt op 19 december 2008 om hetleven als hij op een bermbom stapt. Ook nu schrijven wemet schroom over de missie. Nederlandse militairenvechten momenteel in Uruzgan: samen met Afghaanseen Australische militairen voeren ze een operatie uit inde Baluchivallei in Uruzgan.14 Doel hiervan is om in hetgebied een permanente aanwezigheid van ISAF en deAfghaanse overheid te creren en de veiligheid te verbete-ren.

    Desalniettemin moeten we kritisch blijven over de poli-tieke en militaire doelstellingen van de Nederlandse bij-drage en de bereikte resultaten. Als we al de veiligheidverbeteren, kunnen we dan voldoende eenheden in hetgebied stationeren? Het verdient onze constante aan-dacht. Het moet beter in 2009.

    Blijven schrijven en kritisch meedenken is dus noodzake-lijk. Het kan hier in het Marineblad, maar ook op de website yourdefence.nl.

    LNTKOLMARNS H.J. Bosch is vice-voorzitter van deKVMO. Dit opiniestuk is op persoonlijke titel geschre-ven. Reageren? [email protected]

    A D V E R T E N T I E

  • marineblad | februari 2009

    BOEKEN 15

    Een confronterende blik achter in dehulpverleningstent. Afrika spreekt inal haar rijkdom en rampspoed tot deverbeelding maar wat weten we eigen-lijk over de hulpverlening die daarplaatsvindt? Afrika is altijd onderhan-delen. Afrika is ook langdurig, verras-send en corrupt. We weten werkelijkniets van de Afrikaanse culturen.Verschillende groeperingen in Afrikaworden rijk door samen te werken(onderhandelen) met Caritas en ande-re hulverleners. De vluchtelingenkam-pen blijken toevluchtsoorden voorvriend en vijand. De moordenaars ende slachtoffers van genocide. Allemaalin het grote hulpverleningskamp.

    Polman, achterop de fiets, bestuurddoor een Hutu is op weg naar hetvluchtelingenkamp in Goma, een stadmet ongeveer 600.000 inwoners in hetnoordoosten van de DemocratischeRepubliek Congo. De fiets stuurtbehoedzaam langs de mijnen en debestuurder wijst Polman er fijntjes opdat een Amerikaanse journaliste zon-der gids hier onlangs sneuvelde: --kijk daar het gat van deAmerikaanse! -- Even later betaaltPolman de bestuurder met een filmrol-letje van de Hema. De schrijfster weetals geen ander de ellende en de vol-strekte wanorde in het kamp tebeschrijven. Moordenaars en slachtof-fers treffen elkaar samen in de hulp-verleningstent.

    Henri Dunant en Florence Nightingalekunnen tevreden zijn, of niet. De hulp-verlening houdt de oorlog gaande, hetwordt meermalen uitgesproken in hetboek. De extreme Hutus, die de Tutsisvermoorden, weten zich veilig inGoma. De ver doorgevoerde neutra-liteit en de onpartijdigheid van Het

    Rode Kruis helpt iedereen die om hulpvraagt, dus ook de Hutus. Militairenzouden zeggen: op technisch, tactischniveau is het perfect, politiek strate-gisch klopt er werkelijk helemaal nietsvan. De Internationale NonGouvernementele Organisaties(INGOs) vechten elkaar de gemprovi-seerde tent uit. Als de een het nietdoet, dan verleent de ander wel hulp.

    Hulpverlening is big business. Polmanbeschrijft het in De Crisis karavaanals een hongerig reptiel van honder-den witte Toyota landcruises die zichslingert van het ene naar het andererampgebied. Zorg dat je er bij blijft enzorg ervoor dat het werk goed in beeldwordt gebracht, opdat het geldbinnenstroomt. Zo krijgt zorg eenandere betekenis. Media covering isbelangrijk. Er zijn nu al pleisters methet logo van artsen zonder grenzen(MSF) gesignaleerd.

    Bij een internationale crisis vechtiedereen tegen iedereen. Het zijn jarenvan waanzin, ellende, verkrachtingen,plunderingen, brandstichtingen enverminkingen. Polman heeft het overartsen zonder verantwoordelijkheid,zonder gezag en zonder grenzen in deAfrikaanse kampen. De journalistenkrijgen kritiek van Polman, ze betalenveel geld om fotos van de mooistegeamputeerde te maken.Wat verder opvalt, is dat de burgersslachtoffers zijn, en de militairen enrebellen de winnaars.

    Hoe moet het dan wel? Ook Polmanheeft de oplossing niet. We moetenwel kritischer worden meent ze. Ishulp geven altijd de enige oplossing?Zijn er andere opties? Journalistenmoeten beter leren kijken.Hulpverleners moeten effecten latenzien. Wat zijn de doelstellingen, wor-den ze gehaald?

    Polman is er in geslaagd om diep inde idiote hulpverleningtent te komenen de zaak te beschrijven. Ze roept opom de hulpverleners niet financieel testeunen. Ze pleit voor meer onderzoeknaar goede organisaties.Wat vele uitgezonden militairen aljaren weten, (de corruptie, de bureau-cratie, geen doelstellingen, weinigresultaat en dweilen met de kraanopen) weet zij treffend te beschrijven.Militaire inzet wil oorlog stoppen ofvoorkomen, hulpverlening wakkert hetweer aan. Nu afwachten welke reac-ties dit oplevert. Het is jammer datgelijktijdig met haar Crisis kara-vaan ook de Geld Crisis karavaanover ons heen dendert. In het lijdentijdens onze eigen financile crisisdenken we maar weinig aan de goededoelen voor Afrika. En juist daarmeezouden we volgens het gedachtegoedvan Linda Polman in het belang vanAfrika kunnen handelen. Nu het gewe-ten immers niet langer gesust wordtdoor donaties aan goede doelen, zoude Crisis karavaan wel eens tot stil-stand gebracht kunnen komen.

    H.J. Bosch

    Zo af en toe verschijnen er boeken opde markt die het stempel pagetur-ner krijgen. In de meeste gevallengaat het dan om fictie, echter deProoi van Jeroen Smit verdient ookzeker dit predikaat. Het boek gaat overde opkomst en ondergang van ABN-AMRO. Vanaf het begin wordt de lezermeegenomen in een stroomversnellingvan communicatieve fouten, cultuur-verschillen en strategische fouten bijde Bank. Daarbij heeft de auteur hettalent om complexe financile structu-ren in heldere en duidelijke taal uit teleggen.

    Tijdens het lezen van het boek bekroopmij regelmatig het gevoel een ramp-toerist te zijn. Je weet dat er iets dra-matisch te gebeuren staat, en tochblijf je lezen, omdat je het naadje vande kous wilt weten. Jeroen Smit weetdan ook heel goed de spanning in hetboek op te bouwen tot het uiteindelijkemoment waarop bekend wordt datABN-AMRO verkocht wordt aan eenbankentrio RBS, Santander en Fortis.

    Het begint allemaal aan het begin vande jaren negentig met de fusie vanABN en AMRO. Een fusie die met zach-te hand werd begeleid en waar cul-tuurverschillen niet aan de orde wer-den gesteld (men moest uitgaan vande overeenkomsten. Vooral de anekdo-te over een diner bij een Thais restau-rant illustreert dit mooi, waarbij beidedirecties vanuit hun eigen bankcultuureen geschenk voor de ander mee-brengt.Deze fusie was erg belangrijk voorABN-AMRO, omdat hierbij de snellejongens van de AMRO toegang kregentot het haast consulaire buitenlandsenetwerk van de ABN.

    ABN-AMRO heeft in de beginjarenvooral getracht een grote speler teworden op het gebied van universeelbankieren (alle aspecten van de bank-wereld). Toch weet ABN-AMRO keer opkeer niet door te breken ten opzichtevan gelijkwaardige banken. Ook hetniet stijgen van de aandelenkoersenvan ABN-AMRO veroorzaakt onrust.Uiteindelijk leidt dit tot een periodewaarin een aantal strategische veran-deringen plaatsvinden. Veel van dezestrategische wijzigingen vinden plaatsonder begeleiding van consultants.Wat daarbij opvalt, is vooral hetgebrek aan goede informatie, wat leidttot verkeerde strategische keuzes.Opvallend daarbij is dat het lijkt alsofer alleen oog is voor de aandeelhou-ders, andere stakeholders krijgen aan-zienlijk minder aandacht. Ook aan destructuur van de bank wordt flinkgesleuteld, uiteindelijk leidend tot debusiness units die gebruik maken vanshared service centres (klinktbekend?). Daarnaast is er een raadvan commissarissen waar uiteindelijknauwelijks nog een bankier in zit.

    Zoals met elke ramp, is er niet nduidelijke reden aan te geven waaromhet misgaat, het is een samenloopvan vele fouten die uiteindelijk deramp veroorzaakt. Dat is meteen ookhet knappe van dit boek; de auteurweet de reconstructie zo te beschrijvendat je alle losse elementen herkent, entevens het totaalplaatje blijft zien.Het boek zit dan ook boordevol wijzelessen, over keuzes voor strategie, cul-tuur en communicatie. Een echte aan-rader voor iedereen die bestuurt, ofhet nu de lokale visvereniging, eengrote multinational of een departe-ment is.

    J.L. ten Berg

    De Crisis Karavaan. Achter de schermenvan de noodhulp-industrie

    Auteur : L. PolmanUitgever : Uitgeverij BalansOmvang : 230 pag.Prijs : 17,95ISBN : 978 90 5018 9736

    De Prooi. Blinde trots breektABN Amro

    Auteur : J. SmitUitgever : Uitgeverij PrometheusOmvang : 446 pag.Prijs : 19,95ISBN : 978 90 4461 3124

  • MISSIE IN BEELD 16

    Hoe hebben u en de eenheid zich voorbereid voordeze missie?Tijdens de Winterdeployment 2008 in Noorwegen hebben wij deeenheid geformeerd en de eerste gezamenlijke trainingen gedraaid.Na Noorwegen hebben we, individueel en in klein groepsverbandde Missie Gerichte Instructie (MGI) en de Missie GerichteOpleidingen (MGO) gevolgd. Hierna werd de eenheid weer samen-gevoegd en hebben wij nog enkele gezamenlijke trainingen en certi-ficeringoefeningen uitgevoerd. Al met al besloeg de opwerkperiodeeen kleine 12 weken. In het begin van deze periode zijn wij nog meteen klein gezelschap op fact finding mission naar Tsjaad geweest enhebben we een kort bezoek gebracht aan het inzetgebied.

    Beschrijf eens uw gemiddelde dag in TsjaadOp het kamp was ik voornamelijk bezig met de voorbereidingen oppatrouilles of de afwikkeling hiervan, veel bureauwerk. Een dag

    begint dan s ochtends om 05.45 uur; wassen/scheren; ontbijt enbaksgewijs om 06.30 uur. Daarna begonnen de werkzaamheden.Rond 12.00 uur middagmaaltijd met aansluitend een sista van onge-veer 1,5 uur. s Middags vervolg van werkzaamheden en rond 16.00uur sporten. Aansluitend diner en s avonds werkzaamheden indiennodig en anders ontspanning (TV kijken, kaarten, film etc.).Een dag in het veld zag er natuurlijk heel anders uit. Bij de meestemeerdaagse patrouilles gingen wij als complete eenheid de poortuit, richting de area of interest. Daar werd dan een ForwardOperating Base (FOB) ingericht en vanuit die FOB stuurde ik deteams (tien man, twee Vikings per team) verschillende richtingenop voor diverse opdrachten (praten met lokale bevolking, veiligheidstroepen en leidinggevende functionarissen, routever-kenningen, sociale patrouilles etc.). Bij belangrijke figuren in deplaatselijke bevolking ging ik zelf mee op pad om de gesprekkente voeren.

    KAPTMARNS (toen nog ELNTMARNS) W. Diepeveen was de pelotons commandant

    van de verkenningseenheid van het Korps Mariniers (ca. 50 man) gedurende de

    eerste vijf maanden van de missie in Tsjaad. Hij was commander on the ground

    waar het patrouilles en acties buiten de poort betrof. Met hem hadden we een

    goed gesprek over de missie.

    De mariniers in TsjaadOver de missieDe oorlog tussen Tsjaad en Sudan, interne conflicten in Sudanen acties van rebellengroeperingen over en weer hebben inhet grensgebied van Tsjaad met Sudan geleid tot een grootvluchtelingenprobleem met duizenden vluchtelingen uitSudan en nog eens duizenden ontheemden in Tsjaad zelf.Deze worden opgevangen in vluchtelingen- en IDP- (InternalDisplaced Persons) kampen. In combinatie met een sfeer vanwetteloosheid is er een groot veiligheidsprobleem in hetoostelijke gedeelte van Tsjaad. De VN hebben een missie(MINURCAT) opgezet om lokale veiligheidstroepen op te lei-den om zodoende de situatie te veranderen en veiligheid enstabiliteit te creren. De VN heeft de EU gevraagd een inte-rim-strijdmacht te leveren die voor een periode van een jaar

    de veiligheid en stabiliteit enigszins kan verbeteren en voorbe-reidingen kan treffen om de eerste eenheden van MINURCATop te vangen.In het kader van deze EU-missie (EUFOR CHAD / RCA) neemtNederland deel met een verkenningseenheid van het KorpsMariniers. Deze eenheid is ondergebracht bij een Iers bataljonen bestaat uit ongeveer 60 man, waarvan het grootste gedeel-te wordt gevormd door het verkenningspeloton dat onder-steund wordt met tien Vikings (gepantserd all terrain voer-tuig). Bijna alle landen van de Europese Unie leveren perso-neel aan deze missie. De belangrijkste spelers zijn Frankrijk(leidende natie), Polen, Ierland, Nederland, Belgi, Oostenrijk,Albani en Spanje. De EUFOR-missie startte in juni 2008 eneindigt op 15 maart 2009.

    KAPTMARNS W. Diepeveen

  • marineblad | februari 2009

    17

    U bent officier, leidinggevende. Hoe doet u dat,leidinggeven? Leidinggeven betekent in het algemeen veel praten, dagelijks over-leg met de kaderleden, regelmatig een praatje maken met de man-schappen en zorgen dat je een goed beeld hebt van de eenheid metzijn sterke en zwakke punten en de zaken die intern leven.Daarnaast moet je je verantwoordelijkheid kennen en beslissingendurven te nemen. Ik had in principe elke dag een overleg met dekaderleden en dan kwam de dagelijkse gang van zaken aan de orde.Iedereen kon daar zijn mening geven en uiteindelijk neem je alscommandant de beslissing. Dit betreft natuurlijk rustige situaties ophet kamp. Zodra het erom spant moet je als commandant in staatzijn om direct beslissingen te nemen en duidelijk aansturing tegeven aan de ploegcommandanten.

    Hoe was de situatie in Tsjaad ten tijde van uw plaatsing?Die was relatief rustig maar kon wel elk moment omslaan. Een aan-tal schietincidenten van burgerbevolking en veiligheidstroepenonderling toonde dat wel aan. Buiten de incidenten op 14 juni (ziehieronder) hebben wij ook nog ingegrepen bij wat kleinere inciden-ten. Zo was er een conflict in een dorp tussen de lokale bevolking enrondtrekkende nomaden. Deze nomaden hadden de dorpelingenbedreigd en geprobeerd ze te verjagen zodat zij zelf de landerijenkonden gebruiken. Toen wij daar lucht van kregen zijn we met zesVikings en een kleine show of force het nomadenkamp binnenge-trokken en hebben de leider erg duidelijk gemaakt dat wij dergelijkeactiviteiten niet accepteerden. Hij begreep dat en de situatie is daargestabiliseerd, verdere incidenten zijn uitgebleven. Verder heb ikheel sterk het gevoel dat wij in de periode van onze aanwezigheidde veiligheid absoluut verbeterd hebben. Incidenten waren mini-maal en de bevolking reageerde erg enthousiast.

    Wat gebeurde er 14 juni? De geruchten en informatiestromen wezen al een aantal dagenop rebellenactiviteit in onze area of responsibility. Toen de infor-matie concreet werd bleek dat een grote rebellenalliantie Tsjaadbinnengetrokken was en om Goz Beida (waar we geplaatstwaren) heen getrokken was en in de richting ging van Abeche inhet Noorden (waar het veldhoofdkwartier van EUFOR zit). Zewerden echter op 13 juni halverwege hun opmars geblokkeerddoor het Tsjadische leger, dat de rebellen aanviel met gevechts -helikopters. Daarop splitsten de rebellen zich op en kwamenweer terug richting Goz Beida. Zaterdagochtend kregen wij de opdracht om samen met een

    Ierse compagnie patrouilles uit te voeren in de stad en de toe-gangswegen te controleren. Die ochtend gebeurde er verderniets en keerden we terug naar het kamp. Daar hadden we netgegeten toen het alarm afging en er stand to werd gepraaid.Toen ik mijn tent uit kwam was in de verte al mortier- en mitrail-leurvuur te horen. Direct werden alle eenheden in gereedheidgebracht en gingen alle Ierse eenheden het kamp af om stelling tenemen voor het vluchtelingenkamp nabij Goz Beida. Het gevechttussen de rebellen en het Tsjadische leger was al losgebroken ener waren donkere rookwolken te zien die opstegen vanuit destad. Het Tsjadische leger trok zich echter al vrij snel terug, waar-na de rebellen vrij spel hadden in de stad.

    Intussen stonden wij nog steeds op het kamp te popelen om inge-zet te worden. Wij waren op dat moment echter de quick reactionforce en moesten in principe wachten tot we ergens benodigdwaren. Dat kwam al vrij snel in de vorm van een telefoontje vaneen medewerkster van UNICEF die aangaf dat de rebellen voor depoort van hun compound stonden en dreigden binnen te breken.Ze waren behoorlijk bang en ik werd er met de complete eenheidop uitgestuurd om het compound te gaan beveiligen/te ontzetten.Daarop trokken we met alle Vikings de stad in en namen snel posi-ties rondom het Unicef compound . Op het marktplein stonden weop 50 meter afstand lijnrecht tegenover een overmacht aan rebel-len. Wij waren met een man of 50 tegen zeker 120 a 130, vaak zeerjonge rebellen, die behoorlijk zwaar bewapend waren. Na een uurmaakten de rebellen hun eerste move. Een aantal eerder gestolenvoertuigen van hulporganisaties werd naar voren gereden. De lei-der van de rebellen kwam naar mij toe en leverde de sleutels vande gestolen autos, waarop hij zei dat ze geen problemen wildenmet EUFOR. Vervolgens trokken de rebellen zich langzaam teruguit de stad en begonnen wij de zwaar aangeslagen hulpverleners teevacueren, zon 235 in getal. We hebben ze ondergebracht op onskamp en de rust keerde weer terug in het gebied.

    Zijn uw verwachtingen van deze missie uitgekomen?Ik wist van te voren niet echt wat ik er van moest verwachten,mijn doelstelling was in ieder geval om een mooie ervaring op tedoen, met iedereen heelhuids terug te keren, goed werk te leve-ren, en in de periode dat wij aanwezig waren voor wat rust en vei-ligheid in het gebied te zorgen. Die doelstellingen zijn allemaalgehaald, en daarbij hebben wij ook nog de Viking operationeelkunnen testen. Dus concluderend kunnen we zeggen dat de mis-sie in mijn ogen zeker geslaagd is.

  • KENNIS EN WETENSCHAP Door: mr. dr. P.J. J. van der Kruit18

    Zeeroof

    In 2006 werd het vlootverband CTF-150 ernstig

    belemmerd bij de bestrijding van zeeroof in de

    wateren rond Somali. Het vlootverband had

    destijds geen juridische grondslag om een einde

    te maken aan een daadwerkelijke zeeroof.1 Dit

    voorval begon in volle zee waar Hr.Ms. De Zeven

    Provincin gedurende meerdere uren probeerde

    een eind te maken aan de zeeroof.

    Enkele internationaal-rechtelijke aspecten van hedendaagse zeeroof rond Somali

    De plegers vluchtten de territoriale zee van Somali in.Hier had het oorlogsschip geen recht om op te treden,ondanks het feit dat gericht op hen geschoten werd.Aangezien Somali ook niet optrad tegen deze misdadi-gers zijn ze niet gearresteerd.

    Zeeroof is geen onderdeel van de geschiedenis, dezevorm van criminaliteit is nog steeds erg actueel. De laat-ste jaren hebben meerdere schepen van de KoninklijkeMarine (KM) meegedaan aan de bestrijding van zeeroof,vooral in de wateren rond Somali. Cijfers van deInternational Maritime Organization (IMO), een gespeciali-

    seerd agentschap van de Verenigde Naties (VN) geven aandat het een belangrijke zaak betreft.2 De Europese Unie(EU) deelt deze ernst en stuurt nu een internationalemaritieme operatie aan die ten doel heeft zeeroverij rondSomali te bestrijden: operatie Atalanta.3 Zelfs Chinalevert een bijdrage en zet daarbij voor het eerst in zes-honderd jaar haar oorlogsschepen in voor een internatio-nale maritieme operatie.4

    Dit artikel gaat in op internationaal-rechtelijke aspectenvan zeeroof, met name rond Somali. Daar ligt momen-teel het zwaartepunt van zeeroof. Na een korte beschrij-ving van de situatie in Somali wordt beschouwd hoe dezee is ingedeeld om vast te kunnen stellen wie het rechtheeft om tegen zeerovers op te treden. Vervolgens wordtde terminologie besproken, omdat de term piraterij ookveelvuldig opduikt. Daarna komen de juridische grond-slagen op basis waarvan zeeroof kan worden bestredenaan bod. Het artikel eindigt met concluderende opmer-kingen.

    Ter verduidelijking wordt opgemerkt dat dit artikel han-delt over zeeroof onder het internationaal recht. Of decommandant van een Nederlands oorlogsschip bijvoor-beeld wel opsporingsbevoegdheden heeft of wat deze

    Oktober 2008: Hr.Ms. De Ruyter escorteert twee vrachtschepen met hulpgoederennaar de Somalische hoofdstad Mogadishu. (AVDD)

  • marineblad | februari 2009

    19

    commandant moet doen met aangehouden zeeroversvalt onder het nationaal recht, dat komt hier niet aan deorde.

    SomaliSomali is een arm land (en een failed state) dat ligt in deHoorn van Afrika. In het oosten is het begrensd door de

    Indische Oceaan, in het noorden door de Golf van Aden.De kustlijn bedraagt ongeveer 3.300 kilometer. In 1991werd het land in chaos gedompeld, mede omdat de cen-trale regering niet meer functioneerde. Sindsdien is er inSomali een overgangsregering, de Transitional FederalGovernment, die weliswaar internationaal erkend is maarzeer beperkte controle over het grondgebied en de terri-toriale wateren van Somali heeft.

    Door het gebrek aan effectieve controle zagen bijvoor-beeld buitenlandse vissers hun kans schoon om illegaalin de nationale wateren van Somali te vissen. DeSomalische vissers op hun beurt hebben zich bewapendom zich te verdedigen en om tol te heffen van de buiten-landse vissers. Deze praktijken escaleerden en zijnontaard in zeeroof in de wateren rond Somali. De laat-ste jaren komt ook de vrije doorgang langs de Somalischekust en door de Golf van Aden in het gedrang, in het bij-zonder de vrije doorgang naar het Suezkanaal. Dezedoorgang is zeer belangrijk voor de economie van vooralEuropa. Ook schepen die voedsel vervoeren in het kader van hetVN-wereldvoedselprogramma worden overvallen doorzeerovers uit Somali. Deze voedseltransporten zijn

    onderdeel van een noodhulpprogramma waarvan miljoe-nen mensen afhankelijk zijn.De maritieme criminaliteit is professioneel georgani-seerd. In Somali zijn er meer dan 150 zeeroverbendes,die zich vaak onderscheiden door hun tribale of clan -achtergronden en worden gerund door krijgsheren, corrupte zakenlieden en lokale autoriteiten. Ze zijn goedgeorganiseerd met hoofdkwartieren aan de wal en heb-ben moederschepen met moderne communicatie- ennavigatiemiddelen voor het onderscheppen van koop-vaardijschepen, ook honderden mijlen verwijderd van dekust van Somali. Zij beschikken eveneens over modernebewapening en varen met kleine, snelle rubberboten.Hiermee vallen ze grote schepen aan, stelen de lading ofgijzelen de bemanning en schip.

    Maritieme zonesZeen zijn verdeeld in maritieme zones, die wordengemeten vanaf een basislijn. De normale basislijn is delaagwaterlijn langs de kust, De indeling van de zeen inmaritieme zones is vastgelegd in het Zeerechtverdrag.5

    Dit verdrag dat wel wordt beschouwd als de Grondwetder Oceanen, bevat fundamentele regels ten aanzien vande indeling van verschillende maritieme zones op zee.Overigens is Somali partij bij dit verdrag.In het kader van zeeroof zijn de volgende maritiemezones relevant: ten eerste de maritieme binnenwateren

    en de territoriale zee (samen de territoriale wateren),omdat hier alleen de kuststaat rechtsmacht6 heeft. Tentweede komt de volle zee aan bod, de maritieme zonewaar in beginsel geen enkele staat rechtsmacht heeftover schepen die niet onder hun vlag varen (zie ook figuur 1).

    zeeroof is geen onderdeel van degeschiedenis, deze vorm van

    criminaliteit is nog steeds erg actueel

    Figuur 1 Overzicht relevante maritieme zones

    ww

    w.li

    b.ut

    exas

    .edu/

    map

    s/

    Nationaal luchtruim

    Grondgebied12

    Mar

    itiem

    e bi

    nnen

    wat

    eren

    Terr

    itoria

    le z

    ee

    Basis

    lijn

    Volle zee

    Rechtsmacht kuststaat

    Internationaal luchtruim

    Buiten rechtsmacht van elke staat

    Vrijheid van navigatie

  • KENNIS EN WETENSCHAP Zeeroof20

    - Maritieme binnenwateren De wateren landwaarts van de basislijn, zoals havens enredes, maken deel uit van de maritieme binnenwaterenvan de kuststaat. Deze wateren vallen onder de rechts-macht van die kuststaat. Zeerovers kunnen zich verstop-pen in de maritieme binnenwateren van een kuststaat,om vervolgens zich op het land verder te verplaatsen.Alleen de kuststaat heeft dan het recht om deze zeero-vers aan te houden.

    - Territoriale zee Het Zeerechtverdrag bepaalt dat iedere staat het rechtheeft de breedte van zijn territoriale zee vast te stellentot maximaal 12 zeemijl gemeten vanaf de basislijn.7 Derechtsmacht van de kuststaat strekt zich uit tot in de ter-ritoriale zee, ook in de luchtkolom hierboven. Schepen,inclusief oorlogsschepen, mogen door de territoriale zeevaren. Oorlogsschepen moeten zich dan onthouden vanmilitair optreden, inclusief het aanhouden van schepenvan zeerovers; dit is terug te vinden in hetZeerechtverdrag.8 Dit geldt ook voor de luchtkolomboven de territoriale zee.Somali heeft in haar territoriale wateren, net als ophaar grondgebied en in de luchtkolom erboven, hetalleenrecht om zeerovers aan te houden. Daarom mochtHr.Ms. De Zeven Provincin in 2006 niet optreden in dezewateren, ondanks het feit dat Somali er niet optreedt.

    - Volle Zee De volle zee begint na de territoriale zee.9 De juridischestatus van de volle zee is gebaseerd op het beginsel mareliberum, oftewel de zee is vrij (zie figuur 1). Dit beginselis in de 17e eeuw door Hugo de Groot beschreven en doettot op heden opgeld. In volle zee en in het luchtruimdaarboven geldt volgens het Zeerechtverdrag vrijheid vannavigatie voor schepen en vliegtuigen, inclusief oorlogs-schepen en militaire vliegtuigen. Deze vrijheid moet worden uitgeoefend met behoorlijke inachtneming vande belangen van andere staten in hun uitoefening van devrijheid van navigatie.10

    In volle zee heeft alleen de vlaggenstaat rechtsmachtover een schip en de opvarenden. Er zijn echter uitzonde-ringen. Oorlogsschepen mogen vreemde schepen aanhou-den met toestemming van de vlaggenstaat of indien dezeschepen verdacht worden van zeeroof, slavenhandel, ille-gale uitzendingen of indien het schip stateloos is.11

    Hr.Ms. De Zeven Provincin handelde in 2006 op grondvan artikel 110 Zeerechtverdrag en was daarom gerech-tigd om op te treden tegen deze daadwerkelijke zeeroofin volle zee.

    Zeeroof versus gewapende overvallenSinds jaar en dag worden de termen zeeroof en piraterijals synoniemen gebruikt. Aangezien de term piraterijook wordt gebruikt voor het kwalificeren van bewusteschendingen van auteursrechten, zoals het illegaal down-loaden van elektronische bestanden, wordt er in dit arti-kel de voorkeur aangegeven om de term zeeroof tegebruiken. De Nederlandse wetgeving gebruikt deze termook.12

    - Zeeroof Juridisch gezien is zeeroof pas zeeroof indien het plaatsvindt in volle zee. Dit is vastgelegd in artikel 101Zeerechtverdrag. De definitie zeeroof heeft volgens ditartikel vier kenmerken. Indien hier niet cumulatief aanwordt voldaan, is het juridisch gezien geen zeeroof, watconsequenties heeft voor de bevoegdheid van een oor-logsschip om een (van zeeroof) verdacht schip aan te hou-den.Naast het kenmerk dat zeeroof alleen plaats kan vindenin volle zee, is een ander kenmerk dat het moet wordengepleegd voor persoonlijke doeleinden. Indien hetgebeurt met medeweten van een staat, met politiek alsdoel, dan valt het juridisch gezien niet altijd onder zee-roof. Het derde kenmerk van zeeroof is dat er twee sche-pen bij betrokken moeten zijn. Als laatste kenmerk kan

    worden genoemd dat het om een particulier schip dientte gaan, het overvallen van een oorlogsschip is juridischgezien geen zeeroof.

    Deze kenmerken sluiten vele vormen van maritiem terro-risme uit, zoals het overvallen van een schip door bijvoor-beeld moslimextremisten. Dit valt juridisch gezien nietaltijd binnen de term zeeroof, omdat dit misdrijf nietvoor persoonlijke doeleinden wordt gepleegd, maar voorreligieuze of ideologische doeleinden.Al met al bevat de definitie van zeeroof in hetZeerechtverdrag veel beperkende bepalingen. Het is dis-cutabel in hoeverre deze bepalingen, voortkomend uit dehistorie, tegenwoordig voldoen. Met de recente komstvan maritiem terrorisme is er behoefte aan adequatejuridische bepalingen om dit misdrijf in volle zee aan tepakken.

    - Gewapende overvallen Indien zeeroof plaats vindt binnen de territoriale wate-ren wordt vaak teruggegrepen op de term gewapendeoverval op een schip.13 Voorbeelden van dergelijke gewa-pende overvallen zijn: het beroven van schepen die tenanker of in een haven liggen; het beroven van schependie door een internationale zeestraat varen, zoals deStraat van Malakka of de straat van Hormuz naar dePerzische Golf; of het overvallen van schepen die in ofdoor de territoriale wateren van een kuststaat varen. Een onderscheidend criterium tussen zeeroof en eengewapende overval op een schip is dus de maritiemezone waarin het overvallen schip zich bevindt: volle zeeof territoriale wateren.

    Somali heeft in haar territorialewateren, net als op haar grondgebied

    en in de luchtkolom erboven, hetalleenrecht om zeerovers aan te

    houden

  • marineblad | februari 2009

    21

    Juridische grondslagen voor bestrijding van zeeroofStaten mogen hun rechtsmacht en dus de bestrijdingvan zeeroof en de gewapende overval op zee slechts uit-oefenen in de mate waarin het internationaal recht dezehun toekent; er moet een juridische grondslag zijn ommisdadigers aan te houden, te vervolgen en te berechten.

    - Volle zee Buiten de territoriale zee van Somali begint de volle zee,waar de juridische grondslag voor de bestrijding van zee-roof expliciet geregeld is in het Zeerechtverdrag.Oorlogsschepen mogen een van zeeroof verdacht schip involle zee onderzoeken. Hiertoe kan de commandant eenboot naar het verdachte schip zenden onder bevel vaneen officier. Deze doet onderzoek naar de papieren vandat schip. Indien er na dit onderzoek een verdenkingblijft bestaan kan er worden overgegaan tot een naderonderzoek.14

    De commandant van een oorlogsschip, als vertegenwoor-diger van de staat, mag zowel het piratenschip waarvande zeerovers opereren als het gekaapte schip in beslag

    nemen. De commandant zal de zeerovers arresteren enhun goederen in beslag nemen.15

    - Wateren rond Somali Binnen haar territoriale wateren heeft Somali rechts-macht en mag hier met uitsluiting van andere statenzeerovers of plegers van gewapende overvallen op sche-pen aanhouden. Toch wordt hier van afgeweken; hetgeeft de problematiek van de Hoorn van Afrika weer.Omdat Somali niet optreedt, heeft de VN-veiligheids-raad maatregelen getroffen:de zeeroverij en gewapendeaanvallen op schepen aldaar vormen een bedreiging voorde internationale rechtsorde.16

    In 2007 begon de internationale gemeenschap zich actiefmet de bestrijding van zeeroof rond Somali bezig tehouden. Dit voornamelijk ter bescherming van de sche-pen die deelnamen aan het VN-wereldvoedselprogram-ma. In mei 2008 riep de VN-veiligheidsraad staten enregionale organisaties op om maatregelen te nemen teneinde voedseltransporten rond Somali te beschermen.17

    Vanaf juni 2008 mogen oorlogsschepen van bepaalde sta-ten zeerovers achtervolgen en aanhouden inde territoriale wateren van Somali. Ook mis-dadigers die een gewapende overval plegenop een schip in de territoriale wateren vanSomali mogen worden aangehouden doordeze oorlogsschepen.Dit op grond van autorisatie van de VN-vei-ligheidsraad, zoals vastgelegd in deResoluties 1816 en 1846.18 Indien bij ditoptreden geweld moet worden gebruikt isdat ook toegestaan. Dit ligt opgesloten in determinologie van de resoluties. De term useof all necessary means betekent dat oorlogs-schepen geweld mogen gebruiken. Het bijzondere van deze resoluties is dat een(Nederlands) oorlogsschip mag optreden,inclusief het gebruik van geweld, in de terri-toriale wateren van een andere staat. Dit iszeer opmerkelijk omdat de VN-veiligheids-raad zelden gebruik maakt van haarbevoegdheid om autorisatie te verlenen vooreen inbreuk op de soevereiniteit van eenland. De duur van de autorisatie voor oor-logsschepen om op te treden in de territoria-le wateren van Somali is twaalf maanden,maar kan worden verlengd.

    Op 17 december 2008 ging de VN-veiligheids-raad in Resolutie 1851 nog een stap verderdoor bepaalde staten (waaronder Nederland)te autoriseren om op te treden op Somalisch

    In 2006 mocht Hr.Ms. De Zeven Provincin niet optre-den tegen een daadwerkelijk geval van zeeroverij toenzeerovers de territoriale zee van Somali invluchtten,terwijl het oorlogsschip ook nog werd beschoten.(AVDD)

  • KENNIS EN WETENSCHAP Zeeroof22

    grondgebied en in Somalisch luchtruim.19 Was het al bij-zonder dat oorlogsschepen mochten optreden in de terri-toriale wateren van Somali, nu mogen ze zelfs optredenop Somalisch grondgebied en in het Somalisch lucht-ruim, kortom binnen het gehele territorium vanSomali. Dit echter wel in het kader van de bestrijdingvan zeerovers en gewapende overvallers op schepen enmet inachtneming van het internationaal recht.

    In 2006 mocht Hr.Ms. De Zeven Provincin niet optredentegen een daadwerkelijk geval van zeeroverij toen dezezeerovers de territoriale zee van Somali invluchtten, ter-wijl het oorlogsschip ook nog werd beschoten door hen.Indien een dergelijk incident nu zou plaatsvinden, zouhet oorlogsschip deze zeerovers mogen achtervolgen inde territoriale wateren van Somali. Indien de zeeroversaan land zouden gaan kan zelfs een marinierseenheid erachteraan worden gestuurd om de zeerovers op land aante pakken. Het beschieten van deze zeerovers aan landdoor het oorlogsschip vanuit de territoriale wateren vanSomali is niet uitgesloten. Hierbij dient wel opgemerktte worden dat de regering van Somali, in ieder geval deTransitional Federal Government, medewerking heeft ver-leend aan de bepalingen in de bovenstaande resolutiesvan de VN-veiligheidsraad.

    Concluderende opmerkingenHet probleem is de grote toename van zeeroverij engewapende overvallen op schepen in de wateren rond deHoorn van Afrika en Somali in het bijzonder. Deze staatis de enige die op zou mogen treden tegen misdaden inhaar territoriale wateren, maar kan dit niet. Mededaardoor vormen zeeroof en gewapende overvallen opschepen een bedreiging voor het VN-wereldvoedselpro-gramma en de economische belangen van Europa.Het Zeerechtverdrag biedt de juridische grondslag om opte treden tegen zeeroof in volle zee, dit is al van oudsher,maar sluit hedendaagse vormen van maritiem terrorismeuit. Voor het optreden van oorlogsschepen tegen zeero-vers en gewapende overvallers op schepen in de territori-ale wateren, op het grondgebied en in het luchtruim vanSomali is de juridische grondslag te vinden in resolutiesvan de VN-veiligheidsraad, in combinatie met de toestem-ming van de overgangsregering van Somali.Er is nu voor een commandant van een Nederlands oor-logsschip vrijwel geen internationaal-rechtelijke beper-king meer bij de bestrijding van zeeroof en gewapendeovervallen op schepen binnen het gehele territorium vanSomali. Dit in tegenstelling tot 2006, toen Hr.Ms. DeZeven Provincin door gebrek aan een juridische grond-slag een daadwerkelijke zeeroof niet naar behoren kon(mocht) oplossen.

    Nederlandse commandanten die als taak krijgen om opte treden tegen bovenstaande maritieme criminaliteithebben daarvoor in ieder geval een goede en voldoendejuridische grondslag!

    Noten1. Eindevaluatie CTF-150, Ministerie van Defensie, 18 september

    2006.2. Reports on Acts of Piracy and Armed Robbery, vindplaats:

    www.imo.org/Circulars/index.asp?topic_id=334.3. Besluit 2008/918/GBVB van de Raad van 08 december 2008, PbEU

    2008, L330/19.4. NRC Handelsblad 18 december 2008. Zie ook de New York Times 18

    december 2008.5. Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee,

    Montego Bay, 10 december 1982, Trb. 1983, 83 (Engelse tekst) enTrb. 1984, 55 (Nederlandse tekst). Het Zeerechtverdrag is op 16november 1994 in werking getreden.

    6. Jurisdictie of rechtsmacht is de exclusieve bevoegdheid van eenstaat om regels vast te stellen, regels te handhaven enovertredingen van die regels te berechten.

    7. Artikel 3 Zeerechtverdrag.8. Artikel 19 Zeerechtverdrag.9. Op grond het Zeerechtverdrag kunnen kuststaten een

    Exclusieve Economische Zone (EEZ) instellen van maximaal 200zeemijl. Deze zone is hier niet relevant, omdat ex. 58Zeerechtverdrag in deze zone vrijheid van navigatie heerstzoals in de volle zee.

    10. Artikel 87 Zeerechtverdrag.11. Artikel 110 Zeerechtverdrag.12. Artikel 381 Wetboek van Strafrecht zegt: Als schuldig aan

    zeeroof wordt gestraft: [..]. 13. De definitie is te vinden in IMO Resolutie A 22/Res. 922 van 22

    januari 2002. Ook officile Nederlandse documenten sprekenvan zeeroof in volle zee en gewapende overvallen op schepen interritoriale wateren, zie bijv. Kamerbrief inzake Nederlandse bij-drage aan de maritieme EVDB-operatie Atalanta in de waterenrond Somali, 19 december 2008.

    14. Artikel 110 Zeerechtverdrag.15. Artikel 105 Zeerechtverdrag.16. VN-Handvest, met name Hoofdstuk VII.17. Security Council resolution 1814, S/RES/1814, 15 May 2008.18. Security Council resolution 1816, S/RES/1816, 2 June 2008,

    Security Council resolution 1846, S/RES/1846, 2 December 2008.19. Security Council resolution 1851, S/RES/1851, 16 December 2008.

    Mr. dr. P.J. J. (Peter) van der Kruit, is een voormalig offi-cier bij de Koninklijke Marine. Hij werkt thans alsSenior Onderzoeker bij de Sectie Militair Recht van deNederlandse Defensie Academie (NLDA) en alsUniversitair Hoofddocent bij de Universiteit Utrecht.Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

  • Ik wel, al geef ik toe dat ik er een paar vooroordelen voor moet wegzappen.Zoals: wat de ander erbij krijgt, gaat ten koste van mij. En: Defensie moet vechten voor zijn hachje, naalle bezuinigingen moet het gewoon hoog inzetten. Of: de apenrots heeft makkelijk praten (lees:vragen), Defensie moet altijd al leveren (lees: inleveren).

    Toch is zon pleidooi voor een verzachting van het veiligheidsbeleid nu precies wat nota bene deAmerikaanse minister van Defensie Gates omarmt. Nu Gates verrassend genoeg op zijn plaats magblijven zitten van de nieuwe president Obama is er alle reden om hier nog even stil bij te staan.Sterker nog: Gates was aanvankelijk niet van plan om de overgang van Bush naar Obama als ministermee te maken, dus we mogen aannemen dat Obama zijn uiterste best heeft gedaan om Gates opandere gedachten te brengen en dat Gates pleidooi ruim een jaar geleden ontvouwd op eenspeech aan de Kansas University- geen afscheidsverzuchting was.

    Hillary Clinton, het maatje van Gates op het State Department, zal het roerend met haar collega eenszijn. In een essay voor het blad Foreign Affairs schreef ze een jaar geleden dat Amerika niet over zichheen zou laten lopen maar dat Bush er wel een potje van had gemaakt: We moeten een wereld bou-wen die wij willen, en ons niet alleen maar verdedigen tegen een wereld die we vrezen. Diplomatie

    moet daarin een veel grotere rol spelen dan onder de vorige president, schreef ze,soldiers are not the answer to every problem. Tijdens de Senaatszittingen, de gebruike-lijke ballotage eind januari die kandidaat-ministers moeten doorstaan om tot hetambt te worden toegelaten, gebruikte Hillary Clinton tien keer de woorden smartpower. Dat is nog een nuance extra vergeleken bij soft, maar in de context precieswat Gates bedoelde en wat dus ongetwijfeld de trefwoorden van het nieuwe buiten-lands beleid gaan worden.

    Kan de marine ook verzachten of versmarten?Jazeker, laten we even terugkeren naar die speech van Gates in Kansas, die vooral op de nieuwe maritime strategy van de VS in ging. Niet-militaire benaderingen zijn essentieel voor het oplossen vanonze veiligheidsproblemen, zei de hoogste man van het Pentagon. Ik heb zeven presidenten gediend als directeur van de CIA en als minister van Defensie, aldusGates. In die hoedanigheid maak ik mij sterk voor meer gebruik van soft power, en voor een slimme-re inschakeling daarvan in onze hard power. De Navy moet zich niet alleen bezighouden met hetbewaken van SLOCs, afschrikking en moderne varianten van gun boat diplomacy. Dat moet ook, maarmeer en meer is onze rol ook het verlenen van noodhulp na tsunamis en aardbevingen, humanitairetaken voor de kust bij burgeroorlogen, anti-piraterij. Dat kunnen wel eens beslissende, ja letterlijkhartveroverende, wapens zijn in de strijd tegen extremisme en terreur. Er moet meer geld naar hetState Department en het US Agency for International Developmen, zei Gates dus inderdaad. Als diplo-maten en ontwikkelingswerkers moeten armoede bestrijden en conflicten weten te voorkomen, isdat uiteindelijk ook een slimmere strategie in de strijd om schaarse grondstoffen, water en energie.Daar kan de marine een belangrijk steentje aan bijdragen. Misschien zal Obama onze Eimert vanMiddelkoop straks tien keer bellen met de vraag of onze marine een beetje kan verzachten. Ik hoopdat onze minister dan een smart antwoord geeft.

    misschien zal Obama onzeEimert van Middelkoop

    straks tien keer bellen met devraag of onze marine een

    beetje kan verzachten

    marineblad | februari 2009

    Zachte marine?

    Kunt u zich voorstellen dat een Nederlandse minister van Defensie in het

    openbaar pleit voor een dramatische verhoging van de begroting voor

    Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Zaken en zwijgt over zijn

    eigen budget?

    Prof. dr. J. (Ko) Colijn is defensiespecialist, redacteur van Vrij Nederland en hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam COLUMN 23

  • TECHNIEK Door: LTZT 1 H.T. Lijzenga en LTZE 2 OC E.P. Keizer24

    Mobile Acoustic Scoring System

    In de (inter)nationale media wordt momenteel

    steeds meer aandacht en steun gevraagd voor het

    bewaken van strategische zeetransporten of het

    beveiligen van belangrijke aanvoer routes. Een

    typerend voorbeeld hiervan is de bescherming

    van voedseltransporten tegen piraten voor de

    kust van Somali door (Nederlandse)

    marineschepen. De wapensystemen waarmee

    deze marineschepen zijn uitgerust hebben een

    afschrikkend effect en dienen te allen tijde inzet

    gereed te zijn.

    En van de wapensystemen aan boord van deNederlandse fregatten is het kanon. Het inzetgereed krij-gen n houden van het kanon is een proces wat nog metconservatieve middelen wordt uitgevoerd. Door in de toe-komst mogelijk gebruik te maken van het Mobile AcousticScoring System (MASS) hoopt de Nederlandse marine efficinter en effectiever vuursteun te kunnen verlenenindien dit noodzakelijk is.

    InleidingDoor sectie Geschutanalyse (GA, onderdeel van BureauConditie- en Prestatie bewaking) wordt de controle vande wapenketen en nauwkeurigheid van het kanonbewaakt in de operationele fase van een fregat. Deze sec-tie maakt onderdeel uit van de onderafdelingNormatieve Instandhouding van de CZSK/Materieellogistieke organisatie in Den Helder.

    Het doel van de sectie GA is het uitvoeren van techni-sche- en functionele systeem- beproevingen van degeschutsystemen aan boord van de groot bovenwater(GBW) eenheden (o.a. varende materieelbeproevingen nabenoemd onderhoud en bij grote reparaties aan hetkanon). Van de GBW eenheden wordt de zeedoelschiet-nauw- keurigheid geanalyseerd door de resultaten vaneen schietoefening te vergelijken met materile en opera-tionele normen. Door bij een schietoefening gebruik temaken van een High Speed Towed Target (HSTT) waar metHigh Explosive (HE) granaten op wordt geschoten kan denauwkeurigheid worden bepaald. De waarneming van deka