Marineblad December 2010

of 36/36
marineblad nummer 8, december 2010, jaargang 120 Uitgave van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren • Vier opinies over het Korps mariniers • Brigadeflitsen, een klein filmmysterie
  • date post

    15-Mar-2016
  • Category

    Documents

  • view

    226
  • download

    0

Embed Size (px)

description

Magazine van de KVMO

Transcript of Marineblad December 2010

  • marinebladnummer 8, december 2010, jaargang 120 Uitgave van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren

    Vier opinies over het Korps mariniers Brigadeflitsen, een klein filmmysterie

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:24 Pagina 1

  • INHOUD nummer 7, november 2010, jaargang 120

    4

    12

    20

    8

    16

    Subiet Qua Patet Orbis

    Ontwikkelingenbinnen het Korps

    Vertrouwen in Qua Patet Orbis

    Brigadeflitsen, een kleinfilmmysterie

    Bezuinigen op, of verrijken met?

    3 COLUMNVoorzitter KVMO

    4 OPINIESubiet Qua Patet Orbis

    8 OPINIEVertrouwen in Qua Patet Orbis

    12 OPINIEOntwikkelingen binnen het Korps

    15 COLUMNKo Colijn

    16 OPINIEBezuinigen op, of verrijken met?

    19 CARTOON

    20 HISTORIEBrigadeflitsen, een klein filmmysterie

    25 BOEKEN

    26 DE MARINEFAMILIEFamilie Mac Mootry

    29 BOEKEN

    30 TERUGBLIKKEN METR.T.G. Prins

    32 BOEKEN

    33 SEMINAR

    34 KVMO ZAKENKVMO 64-jarigendag

    Het Marineblad is een uitgave van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren en verschijnt 8 keer per jaar

    2

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:24 Pagina 2

  • marineblad | december 2010

    KLTZA R.C. Hunnego, voorzitter KVMO

    Voor u ligt het decembernummer, traditiegetrouw gewijd aaneen zeer bijzonder element van de Koninklijke Marine: hetKorps mariniers. Deze keer extra special, want op 10 decemberwas het 345 jaar geleden, in 1665, dat dit roemruchte elite-korps werd opgericht.

    Namens u mocht ik aanwezig zijn bij het defil op de Coolsingel op11 december. Het was indrukwekkend om daar, naast de ingedeeldeactief dienende mariniers, ook de enorme aantallen COM-leden te

    zien, die bewezen dat hun lijfspreuk eens marinier, altijd marinier echt inhoud heeft. HetCOM vierde overigens zijn 60e verjaardag. Om het nog specialer te maken, defileerden de(oud-)mariniers onder de klanken van de Marinierskapel der Koninklijke Marine, die dit jaar 65 jaar bestaat.

    Het thema van deze korpsverjaardag is kracht door verbondenheid. Ook de KVMO voelt zich(natuurlijk) verbonden met het Korps mariniers, al was het maar omdat een groot deel van deleden zelf officier der mariniers is (geweest). Maar het gaat verder en dieper.

    Alle KVMO-leden hebben immers hun eerste voorzichtige stappen in de bijzondere werelddie Marine heet, gezet onder de bezielende leiding van (onder)officieren van het Korps mari-niers. Zij brachten ons de eerste beginselen van het maritiem-militaire metier bij, van de les-sen rangen en standen tot de infanterie-exercitie, van het hanteren van het persoonlijk vuur-wapen tot de sportlessen en van het bivak tot het moment van doorgaan wanneer je dacht datje niet meer kon. Zij droegen actief en positief bij aan de vorming van de jonge adelborsten enAROs, door inzet en door een voorbeeldfunctie te vervullen, wetende dat die jonge militairenhun toekomstige leiders zouden zijn.

    Die vorming door mariniers van alle marineofficieren blijft bewaard en komt terug in het laterzelf functioneren als leider van kleine en grotere groepen en als mentor van jongere officieren.Ook vanuit dat oogpunt is het Korps mariniers onlosmakelijk verbonden met de KoninklijkeMarine.

    Sommige vlootofficieren hebben daarbij in diverse functies actief gediend bij het Korps, inmijn geval de periodes rond de uitzendingen naar Cambodja, Afghanistan (met doorstart naarPakistan vanwege de aardbeving) en Tsjaad. Dan zie je de can do-mentaliteit van heel dichtbij,de professionele, maar ook pragmatische benadering van deze uitdagingen en bijzondereopdrachten.

    Vanaf deze plaats wil ik de Korpscommandant, brigadegeneraal Verkerk en al zijn (oud-)mari-niers graag van harte feliciteren met hun 345e Korpsverjaardag; en viceadmiraal Borsboom methet feit dat de Koninklijke marine al 345 jaar zon Korps in de maritieme gelederen heeft waar-mee CZSK op zee, vanuit zee en op land kan excelleren.

    Dit decembernummer biedt uitdagende artikelen over de toekomst van het Korps mariniers.Ik wens u veel leesplezier, fijne feestdagen en een voorspoedig 2011 toe!

    Verbondenheid

    COLUMN 3

    ISSN: 0025-3340

    Hoofdredactie:KLTZA R.C. HunnegoKLTZ b.d. mr O.W. Borgeld, a.i.

    EindredactieKLTZ b.d. mr O.W. Borgeld, a.i.

    ArtikelencommissieLTZT 1 F.G. Marx M.Sc., LTZE 2OC dr. ir. W.L.van Norden, LTZ2OC drs. R.M. de Ruiter, KTZb.d. L.J.M. Smit, LNTKOLMARNS drs. A.J.E.Wagemaker MA, KLTZA mr. H. Broekhuizen.

    Medewerkers:Mw. drs. Z. Borgeld-Guman, LNTKOLMARNS b.d. H.J. Bosch bc,prof.dr. J. Colijn, KLTZT H. Boomstra (cartoon)AVDD (fotos, tenzij anders vermeld)

    Adres redactieWassenaarseweg 22596 CH Den HaagTel. 070-383 95 [email protected]

    VormgevingFrank de WitTel. 038-455 17 54

    Drukwerkpos|Press Postbus 10708001 BB Zwolle

    Advertenties070-383 95 04

    Abonnementsprijs Voor leden van de KVMO is het MarinebladgratisNiet-leden betalen 49,50 (NL) of 69,50(buitenland) per jaar

    Copyright MarinebladOvername van artikelen is enkel toegestaan naschriftelijke toestemming van de redactie enonder uitdrukkelijke vermelding van de bron.Artikelen in het Marineblad vertolken nietnoodzakelijk de visie van het hoofdbestuur vande Koninklijke Vereniging van Marineofficierenof van de redactie. De inhoud van artikelenblijft geheel voor verantwoording van deauteur(s). De wijze van aanleveren van artikelenis in te zien op www.kvmo.nl/marineblad.

    AdreswijzigingZo tijdig mogelijk schriftelijk doorgeven aan:Secretariaat KVMO Antwoordnummer 93244 2509 WB Den Haag(geen postzegel nodig)of [email protected]

    Foto Cover: Fighting Spirit (AVDD)

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:24 Pagina 3

  • OPINIE LNTKOLMARNS b.d. H.J. Bosch bc 4

    Gedurende de studiedag van 2007 bleek dat het Korpsmariniers behoefte had aan een visie. De korpscomman-dant, brigadegeneraal Rob Verkerk, nam het initiatief enop 10 december 2008 werd de visie gepresenteerd.2 Dekorpscommandant vergeleek deze visie met een boom,waaraan takken moeten gaan groeien.

    DoelDit verhaal gaat over groeien, wil voedingsstoffen biedenen signaleert nieuwe mogelijke takken.

    Het Korps mariniers De wereld waarin het Korps mariniers opereert is grenze-loos, wereldwijd en daarom is het Korps bij uitstek

    geschikt om expeditionair te worden ingezet. De afge-lopen 30 jaar is het Korps constant actief ontplooid,beschikte het altijd over inzetbare eenheden en kon hetbinnen 48 uur overal in de wereld gereed staan. De Korpsdoctrine (voor zover aanwezig en opgeschreven) bepaal-de in grote mate de organisatie en rechtvaardigt dat nog.De korpsleiding heeft tot taak ervoor te zorgen dat dekorpsorganisatie aan de gestelde eisen voldoet. De organi-satiecultuur (zo zijn onze manieren, manieren) moet ditondersteunen, want de processen binnen het Korps ken-nen een organiek en een sociaal belang. Ook luitenant-generaal Rupert Smith3 stelt vast dat doctrines wordengebruikt om organisaties te rechtvaardigen.

    Subiet Qua Patet Orbis

    In de wirwar van evenementen die elk uur wijzigen heeft de veldheer een constante waarop hij kan

    bouwen en dat is de geest van zijn troepen. Zijn controle over de gebeurtenissen zelf is vrijwel

    imaginair1

    Samenwerking met de vloot is essentieel.

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:25 Pagina 4

  • marineblad | december 2010

    5

    De visie van de commandant van het Korpsmariniers op de ontwikkeling van het Korps tot2015Het is een innovatief, prettig leesbaar en gedurfd verhaalgeworden. Iets waar we (als Korps) op kunnen terugval-len. Het is een visie over samenwerking, inzetbaarheid en(gelukkig) loopt de korpscommandant niet weg voor lich-te infanterie. Dit document is een goede kapstok. Watopvalt, is de nadruk op de verschillende rollen.Als ik kijk naar de wereld om ons heen zie ik twee duidelijkeontwikkelingen waarop wij als Korps moeten inspelen:Ten eerste: de toenemende behoefte aan gespecialiseerde, lichteinfanterie om hoog n laag in het geweldsspectrum effectief tekunnen optreden, niet alleen als gevechtseenheid maar ook alsordehandhaver. Ten tweede: ook voor conflictpreventie bestaat behoefte aan mili-taire inzet om instabiele regios tot rust te brengen. Voorkomenis beter dan genezen. Hulpverlener en opleider annex trainer.Ook hiervoor bestaat behoefte aan veelzijdig inzetbare, gespecia-liseerde lichte infanterie.4

    De hedendaagse inzetDe inzet van kleine eenheden maakt het Korps succesvol.Het zijn de compagnien, die zelfstandig opereerden inAfghanistan, Irak, Tsjaad, Cambodja en Bosni. In Hativoerde de compagnie een taak uit waar voor andere lan-den een bataljon beschikbaar stelden. Keer op keer wetende mariniers de zaken goed uit te voeren, scoren ze goeden zijn de internationale gemeenschap en onze eigenpolitieke opdrachtgevers meer dan tevreden over de uit-voering van taken. Ministers en het parlement zijn onderde indruk van onze mariniers aanpak: value for money, deonconventionele aanpak scoort goed!

    De (veranderde) mentale component van hetKorps Toch signaleer ik een aantal veranderingen:

    Toen (tot 1990)Het Korps mariniers is van huis uit een eenheid bestaan-de uit fitte, jonge doeners, doe-maar-gewoon, somsdrieste mannen (niet ouder dan 50). Je zou kunnen zeg-

    gen, het Korps is een homofilie (in de niet seksuele beteke-nis), want: mannen bij elkaar, gelijke opleidingen, over-tuigingen, status, waarden en normen. Het Korps ope-reert vanuit de kern, de operationele eenheden, daar zieje esprit de corps. In de werving en selectie waren er duidelijke criteriavoor mariniers en er werd bij de poort goed gekeken ofmen mannen kreeg die uit het juiste hout waren gesne-den. De mariniers droegen ook zorg voor hun eigenopleidingen en zo bleef de mentale component in stand.Zo zijn onze manieren, manieren en niet klagen, maar dra-gen.5 Deze unieke groep militairen binnen de krijgs-macht was daardoor in staat de leden met elkaar te ver-binden.

    Nu (vanaf 1990)Tegenwoordig is de actief dienende leeftijd opgehoogd naar60 jaar. Ook zijn er binnen delen van het Korps anderedienstgroepen (op bescheiden schaal) aanwezig. De keu-ring gaat steeds meer paars en delen van de mariniers-opleidingen zijn uitbesteed. Dit zal ontegenzeggelijk optermijn gevolgen hebben voor de mentale component. Waar vroeger de marinier niet beter wist dan 24 uur indienst, 7 dagen in de week, is dat duidelijk veranderd.Persoonlijk begrijp ik de voortdurende maatschappelijkeverandering, maar ben ik ook van mening dat aan de ver-schraling van de esprit de corps een halt moet worden toe-geroepen. Er is een afbrokkelende samenhang. Ik vraag

    mij af hoe de esprit de corps is geborgd in de initile oplei-dingen en bij de operationele eenheden. Wat doen wedaaraan in de praktijk?Is er nog voldoende aandacht voor de harde kant van hetmarinier zijn?. Zoals kolonel Kurtz ons voorhoudt: Je hebtook mannen nodig. Echte mannen met een sterk moreel, die tege-lijkertijd in staat zijn om hun primitieve instincten in te zetten

    de keuring gaat steeds meer paars endelen van de mariniersopleidingen

    zijn uitbesteed

    Mariniers actief in Tsjaad (foto: collectie Hunnego).

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:25 Pagina 5

  • OPINIE Subiet Qua Patet Orbis6

    om te doden, zonder gevoel, zonder hartstocht, zonder oordelen,want het oordeel is waar we mee worden verslagen.6

    ZorgpuntDe voorstellen7 en eigenlijk al het besluit, om de korporaalook versneld op te leiden vanuit het ROC baart mij zorgen.Voor mij persoonlijk is het net een stap te ver. In mijn bele-ving ben je eerst marinier, om vervolgens korporaal, luite-nant of generaal te worden. Vanuit de personeelsoptiek,zeg maar personeelsvulling, begrijp ik de keuze. Tochheeft men te veel de nadruk gelegd op de financile aspec-ten van het probleem, ten koste van de menselijke aspec-ten en de voor het Korps mariniers gebonden gevolgenervan. Persoonlijk ben ik bang dat onvoldoende in acht isgenomen: waar en wanneer deze korporaal wordt ingezeten wat zijn functie wordt? Het gaat uiteindelijk om demensen, die de operatie in de complexe moderne militairemissies moeten uitvoeren. Daarbij is het van wezenlijkbelang dat je, alvorens te worden opgezadeld met leiding-geven in een complexe omgeving, ontzettend veel ervaringopdoet. Voor kaderleden geldt dat ze bekwaam en gedisci-plineerd zijn en ervaring hebben opgebouwd.Daarnaast blijkt in de hedendaagse operatiegebiedenmaar al te vaak dat de Tribale samenlevingen slechts metouderen willen communiceren en levenservaring en leef-tijd meer gewicht in de schaal leggen dan opleidingsni-veau of rang. Inlevingsvermogen, leeftijd en ervaring zijnForce multipliers. Ik krijg het gevoel dat er wat snel naareen oplossing is gekeken in plaats van naar mogelijkeverschillende kanten van het probleem. Misschien is diteen goede technisch oplossing, maar operationeel eenverkeerde keuze!

    VoorstelInvesteer in het opleiden van grotere aantallen mari-niers. Geef hen, die bij de besten van hun klas behoren,een aanbeveling voor een versnelde vervolgopleidingmee. Laat hen gemotiveerd sneller toe tot de VoortgezetteVak Opleiding (VVO). Onderzoek of er op de arbeidsmarktpersoneel is, dat al wel de ervaring heeft en naar eenVVO zou willen. Onderzoek ook of de schaarste van korteduur is, nog niet zo lang geleden mochten mariniers van29 jaar niet aan de VVO deelnemen (te oud!). Geef degeslaagden van de VVO een onbepaalde tijd contract. Diezekerheid geven we hen nu nog wel maar straks nietmeer: waarom dan die fysieke en mentaal zware oplei-ding doen? Het unieke, waardoor we ons onderscheiden,was juist de opleiding van onze kaderleden: dat lijkt teworden beindigd.

    De ontwikkelpaden (ambities)Doorontwikkeling van tactische rollen, dat begrijptiedere marinier; maar is er aandacht voor de rol vanbestuurder, van politicus? Ook die rol wordt menigmaaldoor de mariniers vervuld. Wat ik toejuich en een goedinitiatief vind, is dat culturele zaken terugkomen in deopleidingen. Meer dan ooit is er aandacht voor maat-schappij achtige vorming en de culturele dimensie:geweldig. Wel vraag ik aandacht voor het beheersen vande talen Spaans en Chinees! Comprehensive approach is een prachtige ontwikkeling,maar dan moeten de mariniers oefenen met de huidigeNederlandse locale autoriteiten en de NGOs. Dat vergtheel veel opleidingsinspanning en dan moet je samenmet CLASgenoten aan de slag, maar zeer zeker ook met

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:25 Pagina 6

  • marineblad | december 2010

    7

    locale autoriteiten. Dus meedoen met de regionale mili-taire commandos, het eerste aanspreekpunt voor deciviele veiligheidsregios. Misschien moet er wel een een-heid mariniers worden aangeboden voor binnenlandserampen, conflicten en incidenten: een eenheid die directbeschikbaar is in het brede veiligheidspallet. De regeringschreeuwt er om.

    Wat verder aandacht verdient in de visie en ontwikkeling Korps 2015Een perspectief bieden, omschreven in concrete taal,voor de leden van het Korps in de toekomst. We hebbenzaken geleerd van de verpaarsing en de samenvoegingmet de marine. Wat onderscheidt de mariniers? Watmoeten de hoofdthemas zijn van het Korps en de kern-competenties? Wat zijn The commanders intenties die wijallemaal begrijpen en trachten te bereiken, elke dagweer? Een interne Hearts and Minds campagne binnen hetKorps mariniers. De eigen organisatie vertellen wat jewilt: een doorlopende interne communicatie. Ik zou datwillen noemen Trainformeren8 van ons eigen Korpsmariniers. Er is onvoldoende aandacht voor URBAN Operations en dewerkzaamheden die kunnen worden betiteld als politie-taken. De dreiging die uitgaat van de grote steden isenorm. In de steden komen terrorisme, geweld en botsin-gen van culturen bij elkaar. Waar de afgelopen 2000 jaarmensen woonden en werkten op het platteland, zie jedat de steden in de toekomst gigantisch worden. Daarmoeten de mariniers aandacht voor hebben. Steden zijn

    zeer complex, het is zaak daar al zeer vroeg specialistenop voor te bereiden. Expeditionaire inzet van mariniersin wereldsteden tegen criminelen, terroristen, zullenenorme uitdagingen zijn (2008 3.3 miljard mensen, 2030verwachting 5 miljard)9.De samenwerking met de collegas van de vloot, politie,brandweer, lichte infanterie en commandos is daaromessentieel. Werken met honden, experimenteren, probe-ren in de praktijk. Nieuwe concepten zijn nodig in demoderne operaties.De intensieve inzet in Irak, Cambodja, de Balkan,Ethiopi-Eritrea, Tsjaad en Afghanistan gaven een ontzet-tende boost aan onze professionaliteit, materieel eninstroom. We moeten dingen blijven doen!

    Op strategisch niveau moeten we de tegenstanders vernie-tigen en tegelijkertijd moeten we op operationeel niveaumilitaire assistentie verlenen,10 dat vraagt om verdiepingvan onze concepten en een goede situation awareness.

    Ik mis, helaas, duidelijke missies voor het MariniersTrainings Centrum (MTC) en het Mariniers Opleidings

    Centrum (MOC). Is nu al zichtbaar dat er op het MOC enhet MTC gewerkt wordt met verschillende rollen?

    De korpsgeschiedenis is de laatste decennia wel aange-vuld, maar er is weinig aan elkaar overgedragen.Kenmerkend zijn de bijzondere namen op ons vaandel,waarvan velen de betekenis onvoldoende kennen en waarniet veel namen aan zijn toegevoegd. Deze historischelessen moeten weer worden gegeven en contemporainegeschiedenis moet worden toegevoegd om de esprit decorps en de mentale component op een aanvaardbaarniveau te houden.

    Amfibisch opereren kan in het hoogste geweldsspectrummaar evenzeer in het lagere. The full spectrum aanpakvraagt om een combined en joint strategie. De operationelecommandos van de krijgsmacht moeten nog dichter bijelkaar gaan zitten en nadenken. We kunnen nog meervoor elkaar betekenen.

    Wat kan het Korps mariniers op korte termijndoen?Verbeteren van de interne communicatie op basis vanTrainformeren: investeren in opleidingen (bijvoorbeeldurban operations); een nog duidelijkere omschrijving vantaken en middelen formuleren.Jaarlijks een marinierssymposium over een actueelonderwerp organiseren. Met professionals praten overoperationele zaken. Hierbij moeten we kiezen voor depraktische aanpak, waarmee we ons onderscheiden vanalle andere symposia.

    Mariniers kunnen direct worden ingezet. Misschien moe-ten we Subiet de S toevoegen aan QPO. MariniersDirect (Subiet) QPO voor complexe militaire operatiesonder extreme omstandigheden.

    LNTKOLMARNS b.d. H.J. (Dick) Bosch bc is vice-voorzitter van de KVMO.

    Noten1 Godfried Bomans.2 Korps Mariniers 2015. De visie van de commandant van het

    Korps Mariniers op de ontwikkeling van het Korps tot 2015.3 Rupert Smith, The utility of force. The art of war in the modern

    world. (London 2005).4 Brigadegeneraal Rob Verkerk bij de presentatie van de visie

    2008.5 AOOMARNALG b.d. J. Mac Mootry in Marineblad 2010, no. 8

    pagina 26.6 Kolonel Kurtz in de veel besproken film Apocalypse Now. 7 Het loopbaanlint, op de ROC de KPL alvast opleiden.8 Samenvoeging van Trainen en informeren in n activiteit.9 TNO rapport An introduction to Urban operations, 2008.10 David Kilcullen, The Accidental Guerrilla.

    ik mis, helaas, duidelijke missies voorhet Mariniers Trainings Centrum (MTC)en het Mariniers Opleidings Centrum

    (MOC)

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:25 Pagina 7

  • OPINIE LNTKOLMARNS P.J. de Vin8

    Als eerste schetst Bosch beknopt het belang van doctrine.Ten tweede noemt hij enkele specifieke kenmerken vanhet Korps mariniers. Ten derde benadrukt hij de waardevan een ondersteunende organisatiecultuur daarbij. Tenvierde stelt hij dat in zijn ogen de visie van de comman-dant van het Korps mariniers een goede kapstok biedtvoor de ontwikkeling van het Korps tot 2015. Tot slotgeeft hij een aantal voorbeelden van missies waaraan hetKorps mariniers met kleine zelfstandige eenheden heeftdeelgenomen. Tot zover een opsomming waarin ik mijals collega marinier uitstekend herken. Hierna noemt Bosch een aantal veranderingen zoals hijdie sinds 1990 heeft waargenomen en waarover hij zijnverontrusting uitspreekt. Het betreft onder andere opho-ging van de actief dienende leeftijd, toename van dienst-groepen, verpaarsing van de keuring en uitbesteding vandelen van de mariniersopleiding. Dit laatste heeft in zijnogen ontegenzeggelijk gevolgen voor de mentale compo-nent, de esprit de corps, van de toekomstige marinier. Ikdeel op dit punt zeker enkele van zijn zorgen. Op de

    ophoging van de operationele leeftijd en het uitbreidenvan de dienstgroepen ga ik in dit stuk niet verder in.

    Bij werving zien we inderdaad dat selectiecriteria de afge-lopen jaren zijn verpaarst/versoepeld en dat mede hier-door in de initile mariniersopleiding de opleidingsuit-val onverminderd hoog is en blijft. Deze uitval is tot 2010voortdurend toegenomen. Selecting In passen we nietmeer toe; hierbij worden uit 100 kandidaten alleen deallerbeste geselecteerd. Momenteel is de norm SelectingOut: hierbij is iedereen in principe opleidbaar tot bij detraining het tegendeel wordt bewezen. Als commandantvan het Mariniersopleidingscentrum (MOC) ben ik vanmening dat het hoge uitvalspercentage vooral door dezekeuringssystematiek wordt ingegeven. In het kader vanhet project Loopbaanlint (LBL) moet de komende jarenzon 70% van het toekomstige defensiepersoneel wordengeworven via Regionale Opleiding Centra (ROC) inNederland. Er zijn mogelijk zelfs plannen om bij deROCs ook het werven en keuren te beleggen. Indien we

    Vertrouwen in Qua Patet Orbishulpverlening in Hatie

    In het artikel Subiet Qua Patet Orbis, geeft luitenant kolonel der mariniers b.d. Dick Bosch een reactie

    op de visie en ontwikkeling van het Korps mariniers tot 2015. Volgens Bosch vergelijkt de korps-

    commandant de korpsvisie met een boom waaraan takken moeten groeien. Analoog hieraan wil Bosch

    met zijn artikel een voedingsbodem bieden voor diezelfde boom en signaleert hij mogelijk nieuwe

    takken. Hieronder geef ik een reactie op het artikel van oud collega Bosch.

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:25 Pagina 8

  • marineblad | december 2010

    9

    er als organisatie onvoldoende in slagen dit proces tebenvloeden houd ik mijn hart vast voor toekomstige uit-valcijfers, aan onze eigen kwaliteitscriteria wordt immersnog niets veranderd.Dat delen van de mariniersopleiding worden uitbesteed endat dit een zorgpunt is bestrijd ik. Er worden nauwelijksdelen uitbesteed. Ik weet echter niet of collega Bosch in ditverband op de ontwikkelingen in het kader van de LBLopleiding doelt? Hierbij is de gedachte dat de ROC oplei-ding Grondoptreden niveau 21, na afronding ervan kor-ting oplevert op de mariniersopleiding bij het Korps mari-niers. Indien Bosch inderdaad deze vorm van uitbestedenbedoelt dan deel ik zijn zorg. In dit verband moet menoppassen met extreme kortingen die primair financieelgedreven zijn. Mariniers maak je niet in het ROC, datgebeurt ontegenzeggelijk in het MOC en nergens anders.Esprit de Corps, de harde kant van de marinier, of het 24uur in dienst zijn krijgt onverminderd de aandacht in deinitile opleidingen. Dat we in de vredeslocaties inNederland door een toenemende mobiliteit van ons per-soneel een tijdelijke 8 tot 5 mentaliteit tegenkomen zalik niet ontkennen. Gedurende de vele oefeningen enernstmissies wordt echter bij voortduring aangetoonddat we uitstekend in staat zijn dat 8 tot 5 denken los telaten, ook anno 2010.

    Onder het kopje Zorgpunt staat Bosch stil bij het aan-maken van onderofficieren via de ROC opleiding. Hij

    bedoelt in dit verband de LBL opleiding niveau 3 met eenduur van twee en half jaar. Ook deze leerling kent driebinnensschoolse weken met hierna een stageweek bij hetKorps mariniers. Deze ROC leerling doorloopt zo in dietwee en een half jaar 24 stageweken bij het Korps mari-niers en daarmee krijgt hij toch enige praktijk. De zorgvan Bosch wat betreft de ervaringsopbouw bij dezeonderofficiersvariant wordt binnen het Korps mariniersdoor velen gedeeld. Dat is ook exact de reden geweest omdeze sollicitant, na afronding van zijn ROC opleiding enaanstelling bij het Korps mariniers, de initile mariniers-opleiding te laten doorlopen. Uiteraard krijgt hij hierbijkorting. Deze oud ROC leerling moet het restant van deinitile mariniersopleiding met succes afronden. Dit isvoor het creren van draagvlak voor hem en vanuit het

    oogpunt van zijn eigen vorming van groot belang. Naafronding van deze opleiding wordt betrokkene vervol-gens anderhalf jaar op een operationele functie bij eeneenheid geplaatst. Hierna komt hij voor het restant vanzijn opleiding in aanmerking. De organisatie kan hetzich niet veroorloven om niet mee te gaan in deze ont-wikkelingen. Dit traject wordt pertinent niet ingevoerdom kadertekorten versneld in te lopen. Dat gebeurt metbestaande trajecten die prima op schema liggen. Met hetoog op borging van kwaliteit is deze opleidingsvariantoverigens nu zo ingericht dat betrokkene gedurende zijnvervolgopleiding bij het Korps mariniers, op grond vanaantoonbaar onvoldoende functioneren, kan worden ver-wijderd. Een alternatief is dat betrokkene in overleg metP&O wat langer als marinier ervaring opbouwt en hiernadan later zijn opleiding alsnog afrondt. In het hierboven geschetste traject kan iemand rond deleeftijd van 21 jaar bevorderd worden tot onderofficier.Hierna zal betrokkene na enkele operationele functiesbevorderd kunnen worden tot sergeant in de functie vangeweergroepscommandant. Daarmee blijft ook bij dezecategorie sergeanten, bij een gezond personeelsbestand,de bevorderingsleeftijd rond de 25 a 26 jaar liggen.Hierdoor blijft operationele ervaring als Force Multiplierbinnen de geweergroepen van het Korps mariniers

    geborgd. Het voorstel dat Bosch schetst om excellerendemariniers versneld een traject tot onderofficier aan tebieden wordt momenteel binnen het Korps mariniers altoegepast. Ik ga daar om die reden verder niet op in.

    Vervolgens schetst Bosch kort enkele aandachtspuntendie in relatie staan tot de ontwikkelpaden uit het visiedocument. Zo noemt hij onder meer het doorontwikke-len van de tactische rollen en aspecten als aandacht voorcultuur en taal. In de basisopleiding kan uiteraard maareen beperkte hoeveelheid aan kennis en vaardighedenworden aangereikt. Hierbij moeten voortdurend keuzesworden gemaakt. In dit verband kiest het Korps mari-niers voor inzet in het hoogste geweldsspectrum. In deoperationele omgeving moet daarom een doordacht pro-gramma worden aangeboden dat hierop aansluit en datook meer de nadruk legt op de andere tactische rollen.Dit kan uitstekend gedurende internationale oefeningenen trainingen plaatsvinden. Het mag duidelijk zijn datdit ook al sinds jaar en dag gebeurt.

    Een comprehensive approach vraagt inventiviteit van ons bijplanning van oefeningen en operaties, maar het vraagtook commitment bij derden. Ik doel hiermee op de bereid-heid van deze partijen om met ons te willen samenwer-ken. Volgens Bosch schreeuwt de regering om eenhedendie kunnen worden aangeboden voor binnenlandse ram-pen, conflicten en incidenten. Ik ben het er helemaal

    mariniers maak je niet in het ROC, datgebeurt ontegenzeggelijk in het MOC

    en nergens anders

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:25 Pagina 9

  • mee eens dat wij daar een hele goede rol kunnen vervul-len; als oud commandant van de Unit InterventieMariniers echter heb ik aan den lijve ondervonden hoemoeizaam het kan zijn in het civiele domein geaccep-teerd te worden als volwaardige partner. Beschermingvan het eigen domein speelt daarbij veelal een rol. Zondewant hiermee gaat veel ervaring, die we als militair inonze hedendaagse missies opdoen en ook zeer goed zou-den kunnen aanwenden voor de binnenlandse veiligheid,verloren.

    Wat verdient volgens Bosch nog meer de aandacht? Hijnoemt zes punten: 1. bieden van een perspectief aan het personeel; 2. er is onvoldoende aandacht voor Urban Operations en

    werkzaamheden die kunnen worden betiteld als poli-tietaken;

    3. vernietigen van de tegenstander versus het verlenenvan militaire assistentie en de vertaalslag van ditgedachtegoed in concepten;

    4. MTC en MOC hebben onvoldoende duidelijke missiesen besteden onvoldoende aandacht aan de tactischerollen;

    5. het schort aan overdracht van de korpsgeschiedenis en 6. moet er meer aandacht zijn voor een combined en joint

    strategie.Ik wil hier kort het volgende op zeggen. Met documentenals de Marinestudie 2005, de Maritieme visie 2030, de lei-draad maritiem optreden, de leidraad amfibisch optre-den en de korpsvisie wordt mijns inziens een uitstekendperspectief geboden aan het personeel. Uiteraard moetenwe de kernboodschap2 hieruit blijven herhalen. Optreden in verstedelijkt gebied (OVG) is geborgd in initi-ele opleidingen. Bij de operationele eenheden wordt ookruim aandacht aan OVG besteed, zie bijvoorbeeld de laat-ste Alle Hens. De leden van het Korps hebben de afge-lopen 345 jaar aangetoond over een uitstekende militairebasis te beschikken. Die basis staat garant voor optredenin het hoogste geweldsspectrum maar hij leert onze

    mariniers ook om te schakelen. Desuccesvolle missies sinds de val vande Berlijnse muur, waaronder mis-sies met politietaken, hebben datvoortdurend aangetoond. De tegenstander vernietigen versushet verlenen van militaire assisten-tie is de laatste jaren vast onderdeelin het curriculum van opleidingenals een Hogere Defensie Vorming,Command and Staff, etc.. Ik zou in ditverband overigens liever spreken vanop strategisch niveau de tegenstan-der irrelevant maken in plaats vanhem te moeten vernietigen, maardat terzijde. Er wordt door velen binnen hetKorps mariniers gewerkt aan de uit-werking van de korpsvisie. Dat is

    niet morgen gerealiseerd, er moeten nog aanvullendebesluiten worden genomen. De hoofdschootsrichting isechter helder, zo ook de missie voor het MTC en MOC.Onze wapenfeiten borgen in het Korpsvaandel? Dat blijkteen hele lastige, niet omdat wij dat niet willen, maar deregelgeving is weerbarstig. Overigens zijn er naar mijnmening nog niet eerder in de Korpshistorie zoveel herin-neringsboeken geschreven. Dit zijn geen wetenschappe-lijke onderbouwde documenten maar ze dragen op termijn zeker bij aan verslaglegging over het Korps mariniers, zo ook ons lijfblad de QPO. Dat we gezamenlijk met anderen meer kunnen beteke-nen onderschrijf ik. Zowel in internationaal als nationaalverband moet worden samengewerkt, het Korps mari-niers is daar overigens ook uitstekend toe in staat. Wat kunnen we op korte termijn doen? Alle punten dieBosch in zijn stuk noemt hebben binnen het Korps mari-niers momenteel zeker de aandacht. Je hoeft immers nietziek te zijn om beter te worden. Met de voorliggendekorpsvisie wordt dat eens te meer aangetoond. ZoalsHeineken vasthoudt aan de lachende e, zo moeten wijQPO koesteren. Subiet is immers al onderdeel van onzekernboodschap: Mariniers zijn direct wereldwijd inzet-baar voor complexe militaire operaties, ook onder extre-me omstandigheden.

    Luitenant kolonel der mariniers P.J. de Vin is momen-teel Commandant Mariniersopleidingscentrum bij deVan Ghentkazerne te Rotterdam. Hij is verantwoorde-lijk voor de ontwikkeling en uitvoering van de initile,doorstroom- en functieopleidingen bij het Korps mariniers.

    Noten1 Grondoptreden niveau 2 kent een opleidingsduur van ander-

    half jaar waarbij drie weken schoolopleiding worden afge-wisseld met een stageweek bij het Korps mariniers.

    2 Mariniers zijn direct wereldwijd inzetbaar voor complexe militaire operaties, ook onder extreme omstandigheden.

    OPINIE10

    Geen acht tot vijf mentaliteit

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:25 Pagina 10

  • Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:25 Pagina 11

  • LNTKOLMARNS b.d. Bosch geeft een uiteenzetting metdaarin zijn eigen creatieve visie op de korpsvisie. Veel ini-tiatieven, die in zijn stuk geopperd worden, kan ik onder-schrijven. Echter, bij een aantal zou ik een kanttekeningwillen plaatsen. Mijn bijdrage heeft als doel om op eenconstructieve manier in te gaan op de genoemde opinie,gezien vanaf de werkvloer. Uiteraard ben ik mij bewustdat ik, door mijn nog relatief prille carrire bij het Korps,bepaalde zaken niet kan vergelijken met hoe het vroegerwas. Toch ben ik van mening dat door visies vanaf ver-schillende (ervarings-)niveaus te combineren de daaruitvoortvloeiende discussie zal leiden tot nieuwe inzichtenen creatieve oplossingen van problemen. Alleen door metelkaar te blijven communiceren en het bespreekbaarhouden/maken van problemen zal het Korps het Korpsblijven. Hieronder plaats ik drie kanttekeningen aan-gaande het opiniestuk van Bosch.

    De korpsgeestBosch spreekt in zijn artikel over een afbrokkelende samen-hang. Hij maakt zich zorgen of er nog voldoende aandachtvoor de harde kant van het marinier zijn is. Ik kan geen ver-gelijkingen maken met de situatie zoals deze voor 1990was, maar enkel vast stellen wat ik merk bij de mariniersbinnen mijn peloton. Persoonlijk denk ik dat er absoluutvoldoende aandacht wordt besteed aan de harde kant vanhet marinier zijn. De belangrijkste opleidingen binnen het

    Korps, namelijk de initile opleidingen en de berg- winter- jungletraining worden nog steeds gegeven doormariniers. Ik ben ervan overtuigd dat de mentale naastde fysieke hardheid gedurende deze training voldoendegetraind wordt. Tijdens dit soort zware trainingen enopleidingen komt de esprit de corps naar boven omdat deopleidingen veelal dusdanig zwaar zijn dat alleen eengoede samenwerking tot voltooiing leidt. Dat sommigedelen van de opleidingen en de keuring paars zijnwordt naar mijn mening voldoende gecompenseerd doorde kennis en kunde van het MOC. De rotte appels enzwakke schakels komen de opleiding hoogstwaarschijn-lijk toch niet door. Daarnaast zie ik bij de mariniers, dieuit de eerste vak opleiding komen en zich in Doorn mel-den, een ongekende gedrevenheid, enthousiasme enwerklust.

    Fighting spiritGedurende de laatste uitzendingen naar Afghanistanhebben de mariniers laten zien ook over de juiste fight-ing spirit te beschikken. Gedurende vele gevechtscontac-ten stonden de mariniers hun mannetje. Hiermee oogst-ten zij respect bij hun coalitiegenoten en waren zij voorde Taliban een geduchte tegenstander. Daarom verwachtik dat het Korps ook in 2015 nog zal bestaan uit fitte,harde mannen met een goede esprit de corps.

    Het schrijven van de korpsvisie is een goed initiatief geweest omdat er op deze manier een voor ieder lid

    van het Korps leesbaar stuk is. Aan deze korpsvisie kan ons gehele optreden worden opgehangen en

    de visie geeft sturing en houvast.

    Ontwikkelingen binnen het Korps

    OPINIE ELNTMARNS C.W.L. van Veen12

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:25 Pagina 12

  • marineblad | december 2010

    13OPINIE

    De opleiding tot korporaalBosch uit in zijn artikel zijn zorgen over het nieuwe kor-poraalstraject, waarbij spijkerbroeken versneld opgeleidworden vanuit het ROC. Ik begrijp zijn bezorgdheid endeze bezorgdheid wordt op de werkvloer ook veelvuldiggeuit. Een korporaal, die niet een paar jaar gelopen heeftals marinier, zou volgens velen minder goed voorbereidzijn op leidinggeven binnen de huidige complexe moder-ne militaire missies. Het Korps onderscheidt zich doorzijn ervaren onderofficieren. Dit is een groot goed en hiermoeten wij trots op zijn. Echter, op dit moment is er eenschaarste aan onderofficieren. Derhalve vind ik hetgedurfd maar noodzakelijk om op een andere manier degelederen te vullen. De korporaals nieuwe stijl zullenongetwijfeld goed voorbereid worden op hun taak en ver-antwoordelijkheid. Hierbij kan er een combinatiegemaakt worden met korporaals oude stijl, deze kunnenop dezelfde manier geworven worden binnen de gelede-ren en initiatieven moeten hierbij gesteund worden. Opdeze manier worden er ook nog steeds ervaren mariniersopgeleid tot korporaal.Wat ik nog niet gehoord heb in deze discussie is de oplei-ding van onze officieren. Het verbaast me dat er noggeen vergelijking is gemaakt met deze opleiding. Onzeofficieren worden als jonge luitenant geplaatst als pelo-tonscommandant van minstens 27 man, zonder ookmaar over enige ervaring te beschikken. Uiteraard wordtde jonge pelotonscommandant hierin gesteund door zijnervaren kaderleden, maar wordt een korporaal dit ookniet door zijn sergeant?

    Veranderende takenDe werkomgeving van de marinier verandert. Dit proceszal in de toekomst als een perpetuum mobile door blijvengaan. Zaak is om in te springen op deze ontwikkelingen.Bosch haalt dit ook aan in zijn artikel. Hij bespreekt deonvoldoende aandacht voor urban operations en de werk-zaamheden die kunnen worden betiteld als politietaken. In ini-tile opleidingen wordt er op dit moment aandachtbesteed aan optreden in verstedelijkt gebied en ook inDoorn is er aandacht voor. Aandacht hiervoor is

    Fighting spirit in Tsjaad 2008 (foto collectie Hunnego)

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:25 Pagina 13

  • uiteraard goed en in feite nooit voldoende, gezien decomplexiteit van dit optreden. Ook ben ik van mening dat werkzaamheden die kunnenworden betiteld als politietaken meer aandacht behoeven.Echter, de focus moet blijven liggen op training binnenhet hoogste geweldsspectrum. De ervaring leert dat heteenvoudiger is om naar beneden te schakelen naar eenlager geweldsspectrum dan andersom. Indien een mari-

    nier berekend is op opereren in het hoogste spectrumvan geweld, kan hij altijd schakelen tijdens operatiesnaar een lager geweldsspectrum, zoals bijvoorbeeld poli-tietaken. Daarnaast vindt er altijd een missiespecifieketraining plaats voor uitzendingen, zodat mariniers ookin de toekomst goed voorbereid zijn op hun taken, inwelk spectrum van geweld dan ook.

    Joint trainingDe korpscommandant, brigadegeneraal Verkerk, onder-streept in zijn korpsvisie 2015 het belang van trainingmet andere krijgsmachtdelen. Dit joint optreden wordtook door Bosch aangehaald en hij noemt hierbij ook depolitie en de brandweer als potentiele trainingspartners.Training met deze partners moet naar mijn mening ookveel meer gebeuren. Dit kan zelfs al in initile opleidin-gen. Vooral commandanten, op welk niveau dan ook,moeten het belang van deze samenwerking inzien en zijmoeten hier zo vroeg mogelijk bekend mee wordengemaakt. Het is namelijk een illusie om te stellen dat hetKorps zonder zogenaamde enablers op pad gaat tijdensmissies. Vooral de laatste missie naar Afghanistanbewees, hoewel deze missie wel een heel groot aantalenablers bevatte, dat toekomstig optreden vrijwel zekerjoint en/of combined zal gebeuren. Het is derhalve zaak dathier snel mee getraind gaat worden.

    SamenvattendIn dit stuk is geprobeerd een aantal kanttekeningen teplaatsen bij het artikel van LNTKOLMARNS b.d. Bosch.Hierbij is gepoogd zijn artikel vanuit de werkvloer tebezien. In feite zijn er drie hoofdpunten te onderschei-den, die hieronder nogmaals herhaald worden: de afbrokkelende samenhang en de verminderde

    hardheid van de marinier valt te bezien. Er zijn vol-

    doende trainingen en opleidingen waarbij de mariniergehard wordt en daarnaast heeft hij tijdens missiesbewezen gevechtsgereed te zijn;

    er zijn veel zorgen over de korporaalsopleiding nieuwestijl, maar deze opleiding is momenteel noodzakelijkom de personeelstekorten in te lopen;

    de taken voor de marinier veranderen en het is zaakmee te veranderen. Er moet meer getraind worden metandere krijgsmachtonderdelen.

    Als Korps moeten we de komende jaren gefocust blijvenop de korpsvisie. Hierin staat waar het Korps moet staanin 2015. De negen ontwikkelpaden geven houvast en kun-nen het Korps klaar maken voor een goede toekomst.Hierbij moeten commandanten op alle niveaus in hunhandelen rekening houden met deze negen paden.Alleen zo maken we het Korps gereed voor de toekomsten zorgen we voor een blijvend bestaansrecht van hetKorps. Ik ben ervan overtuigd dat we in 2015 tijdens deviering van de 350e Korpsverjaardag nog steeds trots naarons Korps kunnen kijken.

    Qua Patet Orbis

    ELNTMARNS C.W.L. van Veen is Pelotonscommandant13 infanterie compagnie, 1 MARNSBAT in Doorn.

    Trainen met Roemeense mariniers in 2009

    OPINIE Ontwikkelingen binnen het Korps14

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:36 Pagina 14

  • Lekken is voor Assange het werktuig van de vrijheid. Ik haal deze bondige omschrijving uit het portretin Vrij Nederland van de man die volgens sommigen de Che Guevara, volgens anderen de Osama BinLaden van het internet wordt genoemd. Assange is het intelligente fenomeen dat eerder dit jaar 76.000 veldrapporten over de oorlog inAfghanistan en daarna nog eens 400.000 stuks over de oorlog in Irak op het web zette. Eind novem-ber dreef hij de Amerikaanse regering tot wanhoop (of razernij?) door nog eens 250.000 diplomatie-ke boodschappen, cables, prijs te geven aan de openbaarheid.Een foreign policy meltdown is zijn actie genoemd: het digitale 9/11 voor de VS. Anderen halen deschouders op en zeggen dat de schade wel meevalt. Ontdaan van de gossip en roddel resteert eenbeeld van de Amerikaanse diplomatie dat eigenlijk zo gek nog niet is. Een supermacht die alles in hetwerk stelt, soms ook met middelen die het doel heiligen, om de wereld veiliger te maken. DeAmerikaanse minister van defensie Robert Gates vindt dat het allemaal wel meevalt, maar misschienkan hij niet anders. Volgens Fox News is Assange een enemy combatant; het is niet moeilijk om politici te vinden die hem op het schavot willen zien staan. Toen de Franse koning Fransiscus I (hij leefde in de eerste helft van de 16e eeuw en deed weiniganders dan oorlogvoeren) werd gevraagd waarom hij toch steeds in de clinch lag met keizer Karel V,de ene na de andere oorlog met hem voerde en wat nou toch precies de conflictstof tussen beidenwas, antwoordde hij: Geen. We hebben t-o-t-a-a-l geen verschil van mening. We zijn het zelfs altijdvolkomen met elkaar eens. We willen allebei de heerschappij over Itali. Assange en de Amerikaanse regering doen me een beetje aan elkaar denken. Ze zijn het beide

    t-o-t-a-a-l met elkaar eens, ze willen allebei de wereld veiliger maken. Assange kiestde moral high ground door transparantie tot het hoogste goed te verklaren. Alleenvolledige openheid in de buitenlandse politiek garandeert veiligheid. Geen leugensmeer, geen valse voorwendselen om de oorlog tegen Irak te beginnen, verantwoor-ding afleggen over de martelingen in Guantanamo Bay. De geschiedenis zal Assange alleen tot held verklaren vanuit een revolutionair per-spectief. Als gewone informatieactivist (zo wil hij liever genoemd worden dan alsjournalist, want hij haalt zijn neus op voor dat op louter scoops uit zijnde mensen-

    soort) is hij zonder twijfel een heler van gestolen nieuws. Revolutionairen veranderen normen en ver-houdingen tussen instituties en worden achter de tralies gezet als ze verliezen, of gelegitimeerd als zede hearts en de minds winnen. Het publiceren van slagveldberichten over Irak en Afghanistan vind ik aanvechtbaar maar als categorievoor discussie vatbaar. Moderne oorlogen en interventies vragen om verantwoording voor, tijdens enna de operaties. Het legitimatiedebat in westerse democratien wint zo snel terrein dat zelfs langsnormaal-democratische weg vrij snel na afloop of tijdens oorlogen al enorme hoeveelheden gehei-me informatie bekend wordt. Dat via Wikileaks dergelijke informatie op straat komt zou je het naarvoren trekken van geschiedschrijving en verantwoording kunnen noemen, een door zwakke beveili-ging van de Amerikaanse overheid gefaciliteerde klokkenluidersversie van dikke en minstens zo ont-hullende rapporten van de 9/11 Commissie, de Iraq Survey Group, of de commissie-Davids. Het ont-hullen van namen van informanten en soldaten, die door zulke onthullingen levensgevaar lopen, vindik uiteraard niet voor discussie vatbaar: een pijnlijke en schandelijke zaak! De tweede lading onthullin-gen betrof diplomatieke boodschappen, openhartige beroepscommunicatie, die aantoont dat diplo-maten doen wat zij behoren te doen: hun bijdrage aan de waarheid doorgeven, in het belang van hunland. Het schenden van vertrouwelijkheid brengt buitenlandse sprekers en de Amerikaanse regeringin grote verlegenheid, maar valt in beginsel af te wegen tegen veiligheidsbelangen. Het onthullen vangestuurde leugens over massavernietigingswapens om een oorlog te voeren leidt tot een andereafweging, denk ik, dan het in gevaar brengen van een vredesakkoord of wapenovereenkomst.Geheimhouding is in dat laatste geval functioneel. De derde categorie betrof het prijsgeven van vitale gegevens over de veiligheidsinfrastructuur. Dat hadniets met ontmaskering van beleidsleugens of oorlogsverantwoording te maken. Helemaal fout, lijkt me.Wie zich beroept op transparantie als hoogste en enige rechtvaardiging, verstopt zich voor een veelingewikkelder verantwoordingsdebat. Je mag niemand geloven, om Assange zelf nog maar weer aante halen.

    Lekken is voor Assange hetwerktuig van de vrijheid.

    Wikileaks

    Je mag niemand geloven, iedereen liegt je maar wat voor. Dat zegt Julian

    (Wikileaks) Assange tegen de interviewer van El Pais.

    marineblad | december 2010

    15COLUMNProf. dr. J. (Ko) Colijn is defensiespecialist, redacteur van Vrij Nederland en hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:36 Pagina 15

  • OPINIE MAJMARNS KMR H. Steensma16

    Subiet Qua Patet Orbis raakt aan veel aspecten die het Korps betreffen. Wat mist is een verwijzingnaar de inzet van reservisten. Die had prima gepast bij de strekking van het artikel van LNTKOLMARNS

    b.d. Bosch waar het gaat om het laten bloeien en groeien van het Korps. Te meer omdat reservisten

    recentelijk opvallend warme aandacht krijgen vanuit zowel de politiek, als vanuit de top van het CZSK.

    Key messagesLaten we een aantal uitlatingen van key players op een rijtje zetten en daarnaast ookluisteren naar een nieuw geluid uit onverwachte hoek.

    DebatIn het Marineblad is de afgelopen jaren af en toe aan-dacht geweest voor het reservistenbeleid, voor de inzetvan reservisten (oude stijl) en voor het (relatief) nieuweBureau Reservisten van het CZSK. In de LTV KM (LangeTermijn Visie Korps mariniers) is een pagina gewijd aande inzet van reservisten per 2015. De KVMO heeft welis-

    Bezuinigen op, of verrijken met? hoe relevant is de reservist (nog) voor het CZSK?

    KVNRO ALV 20 november 2010, ZeistWillem Verheijen (Vz KVNRO): Inzet reservistenkosten-efficint.SACEUR videoboodschap: Sharing ideas: let the reserve community show its merites. Hans van Baalen1: Moderne reservist, ex BT/OT is goedopgeleid en gemotiveerd.BG Marc van Uhm: Maak gebruik van kennis en achter-liggende netwerk van reservisten.

    IDEA 10 jaar 23 november 2010, IDLVADM Nagtegaal (P-CDS) : Defensie is een veelzijdigeorganisatie bestaande uit militairen, burgers en reservisten. Reservisten zijn er voor zowel back fill alsfront fill. Reservisten zijn onderscheidend door hunvindingrijkheid en zakelijk entrepreneurschap.Bovendien verwijs ik in dit verband graag naar degisteren ingediende motie Bruins Slot!2Hans van Baalen: Het uitzenden van reservisten zoumeer een ere-kwestie moeten zijn voor hetNederlandse bedrijfsleven. Grote bedrijven kunnenmeer doen! Uitgezonden reservisten fungeren alsambassadeur voor de krijgsmacht in de samenleving.

    KVNRO Nat Ops 25 november 2010, SoesterbergGENMAJMARNS Van der Til: Reservisten zijn zeerwaardevol. Reservisten ondersteunen het voortzettings-vermogen (back fill) van de krijgsmacht. Ook zijn zij intoenemende mate relevant voor Nationale Operaties,zie bijvoorbeeld de Officier beleidsteam, die idealiterbeschikt over lokale kennis en een sterk civiel netwerk.Hans van Baalen (nader telefonisch overleg): De reser-vist is gelijk gesteld met de beroepscollega, dus past eeneigen verantwoordelijkheid voor goed opgeleid zijn envoor een professionele attitude. Er is ruimte voor flexi-ble inzet. De moderne reservist weet wat hij wil en kanen wacht niet af neemt initiatief. Let wel, hij moetook in gevechts- en gevechtsondersteunende functieskunnen optreden dan is er (h)echte betrokkenheid bijDefensie nieuwe generatie reservisten is dus nietalleen FS met civiele deskundigheid, of CIMIC, maarook oud-beroeps met brede skills.

    KMR Contact nr. 3 November de nieuwsbriefvoor actieve reservisten van het CZSK: BRIGGENMARNS Verkerk (korpscommandant): Nugebruiken we reservisten vooral als hulptroepen. Ikzou veel liever in een breder verband gebruik van henwillen maken.

    Kortom, er lijkt ruimte te zijn voor verdere concretisering van de inzet van reservisten.

    Hans van Baalen

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:36 Pagina 16

  • marineblad | december 2010

    17

    waar een werkgroep KMR/Elders Actieven, maar heeft totnu toe niet vooropgelopen in het bijdragen aan visie opde inzet van reservisten. Daar is het nu wel tijd voor,gezien de recente uitspraken van topmilitairen en politi-ci! Om te beginnen kan de KVMO een platform zijn voorde discussie over reservisten en nieuwe geluiden latenklinken.Laten we eens te rade gaan bij een recent uitgestroomdeofficier van het Korps. Wat is zijn mening? Wat ziet hijals mogelijke inzet voor reservisten? Is hij zelf in voorinzet als reservist?

    Uitgelicht:Bijdrage van Roel Kousemaker (zestien jaar actief gediendals officier der mariniers, dienst verlaten op 1 september2008): In dit stuk wordt slechts vanuit een bepaalde invalshoekgekeken. De focus is op reservisten die langere tijd alsberoepsofficier hebben gediend bij het Korps Mariniers.

    Mijn visie op de inzet van reservistenIk heb in mijn actieve periode nooit echt een positiefbeeld van reservisten gehad, moet ik heel eerlijk beken-nen. Ik doel dan op de reserveofficieren (KMRs) die ikvoornamelijk bij grote oefeningen en tijdens het opwerk-programma voor een uitzending tegen het lijf liep. Hetgevoel bekroop me altijd een beetje dat ze ergens inwaren blijven hangen en het oude POTOM-gevoel weerwilde herbeleven door zichzelf voor de gelegenheid ineen groen pak te hijsen. Gevrijwaard van enige kennisvan modern militair optreden gaven ze dan gevraagd en -nog erger - ongevraagd advies over datgene wat ze meen-den te zien. De andere kant van het verhaal was natuur-lijk dat deze reservist nergens anders voor gebruikt werd.Hij werd dan als scheidsrechter niet vanuit zijn krachtingezet. Daarnaast was deze groep ook niet goed gepositi-oneerd binnen de gemeenschap van actief dienende offi-cieren.De laatste jaren heeft er, voor zover ik kan zien, wel degelijk een verschuiving plaatsgevonden en wordenreserveofficieren veel breder ingezet binnen hun eigenspecialiteit. Het hobby-gehalte is er wel een beetje af. Watme echter altijd opgevallen is, dat is volgens mij nog

    steeds niet of nauwelijks veranderd, dat degenen die velejaren actief zijn geweest als officier der mariniers zichniet aanmelden als reservist. Ikzelf ook niet. Dat is eigen-lijk best wel jammer, want dat zijn nu net degenen dieeen gedegen militaire achtergrond kunnen verenigenmet aanvullende kennis vanuit de civiele wereld. Zij kun-nen daarmee de nodige dwarsverbanden en analogientrekken en hebben bovendien een groot netwerk opge-bouwd buiten Defensie. Ook hebben zij een zeker draag-vlak binnen de korpsgemeenschap waarvan ze vele jarendeel uitmaakten. Op de n of andere manier lijkt hetniet te lukken om deze groep van oud-officieren te boei-en om zich als actieve reservist aan te melden.

    Mijn adviesHet is daarbij als eerste belangrijk om goed naar het pro-fiel te kijken van de reservist die je in het bestand wilthebben bij het Korps mariniers. Hoe sluit dat profiel aanbij de uitdagingen waar het Korps mariniers in de toe-komst voor staat? Dat gaat naar mijn mening verder danalleen maar bij de uitvoering van operationele taken endaarmee ook verder dan de discussie over back fill en frontfill door reservisten. Wat kom je aan kennis en ervaringbinnen de eigen organisatie tekort en hoe kunnen men-sen van buitenaf daarbij helpen?Door vooraf goed naar het gewenste profiel te kijkenhoud je tevens de mensen buiten waar je eigenlijk nietop zit te wachten. Zeg maar het type waar ik nooit zogecharmeerd van ben geweest zoals ik hierboven heb uit-gelegd. Ik ben ervan overtuigd dat het overgrote deel vande officieren, dat jarenlang in actieve dienst is geweest,het Korps mariniers nog steeds een warm hart toedraagt,maar wel met een gezond relativeringsvermogen en nietalleen op de emotie.Het reservist zijn moet dan ook aansluiten bij de drijfve-ren en ambities van deze categorie oud-officieren. Dat

    gaat niet alleen over trots zijn op het Korps. Dat warenwe, dat zijn we nog steeds, maar dat is niet genoeganders we waren we wel gebleven. Een hernieuwde rela-tie kan alleen op basis van een win-win situatie wordenaangegaan. Anders krijg je niet degenen binnen met hetprofiel, en de kwaliteit, waar je naar op zoek bent.

    Welke bijdrage zou ik zelf willen leveren als reservist?Op dit moment staat reservist worden niet heel hoog opmijn verlanglijstje (het is een week voor Sinterklaas als ikdit schrijf), maar ik sluit het niet uit. Dat moet dan welpassen binnen mijn persoonlijke doelstellingen. Ik hebzojuist de opleiding Master of Public Safety afgerond enben nu als consultant ruim twee jaar werkzaam in dewereld van de fysieke veiligheid in Nederland. Daarmee

    door vooraf goed naar het gewensteprofiel te kijken houd je tevens de

    mensen buiten waar je eigenlijk nietop zit te wachten

    Internationale samenwerking

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:36 Pagina 17

  • OPINIE Bezuinigen op, of verrijken met? 18

    is er een directe link naar de derde hoofdtaak vanDefensie: het ondersteunen van civiele autoriteiten bijrechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitairehulp, zowel internationaal als nationaal.Persoonlijk denk ik dat het Korps mariniers mijlenverachter loopt op de Koninklijke Landmacht bij het leverenvan een bijdrage aan de nationale veiligheid, met nameook bij het voeren van de discussie hierover. Die gaat nunog veel over het leveren van spulletjes, maar zal steedsmeer richting een structurele borging van Defensie in dewereld van de nationale veiligheid moeten gaan. Aandeze discussie zou ik met mijn duale achtergrond, zowelmilitair als civiel, een prima bijdrage kunnen leveren.Bijvoorbeeld in de rol van officier/adviseur beleidsteambinnen n van de Veiligheidsregios, wat een functie isvoor een reserveofficier. Dat zou mogelijk passen binnenmijn persoonlijke interesse en zakelijk vakgebied en zouhet Korps mariniers een positie in het netwerk van deVeiligheidsregios opleveren. Dit is wat ik bedoel met hetmes dat aan twee kanten snijdt.

    Voorlopige conclusieDe KVMO bestuur en leden zou het debat over deinzet van reservisten van dichtbij dienen te volgen enactief dienen te stimuleren. De Werkgroep KMR/Eldersactieven zal geluiden blijven inventariseren die een posi-tieve uitwerking hebben op de besluitvorming over rele-vante inzet van reservisten. Er zijn signalen dat uit degelederen van recent uitgestroomde beroepsofficierengraag zal worden meegedacht aan het uitwerken van

    nieuwe en verbeterde opties. Hierbij komt verstand vanzaken met betrekking tot de core business van het Korps,aangevuld met civiele ervaring en deskundigheid op eenkrachtige wijze samen.Bezuinigen op of verrijken met reservisten: thats thequestion.Moge dit artikel een eerste aanzet van een antwoord opdeze vraag zijn en aanleiding geven voor verder debat.

    PS de Werkgroep KMR/Elders Actieven verwelkomt graagleden van de KVMO die deel uit willen maken van dezewerkgroep, zowel reservisten als actief dienenden.

    Hans Steensma is MAJMARNS KMR en voorzitter van deKVMO werkgroep KMR/Elders Actieven.

    Noten1 Hans van Baalen is lid van het Europees Parlement voor de

    VVD, oud voorzitter van de Vaste Kamercommissie voorDefensie en zelf actief reservist.

    2 De motie Bruin-Slot: overwegende, dat reservisten flexibelinzetbaar zijn, niet in vaste dienst zijn, over expertise en des-kundigheid beschikken en een ambassadeursrol voor Defensievervullen naar de samenleving en juist nu noodzaak is tot eenkleinere beroepsorganisatie; verzoekt de regering bij de totstandkoming van de beleidsbriefover de toekomst van de krijgsmacht de mogelijkheid van eenverdere vergroting van het reservistenbestand te betrekken,voor zowel frontfill- als backfill-taken, en daarbij tevens te over-wegen om reservisteneenheden op te richten voor nationaletaken (..) 22 nov. 2010.

    Orde bewaren in Tsjaad (foto: collectie Hunnego).

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:36 Pagina 18

  • CARTOON

    marineblad | december 2010

    19

    A D V E R T E N T I E

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:36 Pagina 19

  • HISTORIE20

    In het najaar van 2009 werd door het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het

    productiebedrijf Tijdsbeeld Media de laatste hand gelegd aan een dvd-box over het Korps Mariniers.1 & 2

    Naast een historische documentaire van ongeveer drieuur bevat deze productie een aantal specials - promotie-films, instructiefilms en minidocumentaires - waaronder25 minuten ruw materiaal met de titel Brigadeflitsen. Inde filmcollectie van het NIMH stond dit materiaal teboek als beelden van de Politionele Acties in 1947-1948.Deze geluidloze film - in kleur! - over de Mariniersbrigadein Nederlands-Indi was nog nooit publiek vertoond enin de Nederlandse film- en televisiewereld volstrekt onbe-kend. Gehoopt werd dat het materiaal tot een scoop zouleiden, waarmee de dvd-productie in de markt gelan-ceerd zou worden.Die scoop kwam ook, maar eerder dan bedoeld. Net vrde voltooiing van de dvd-productie bezocht beeldresear-cher Gerard Nijssen het instituut en werd gewezen op deBrigadeflitsen, waar hij zo enthousiast over werd dat hijdirect beeldfragmenten op TV liet vertonen.3 Dat het hierom iets speciaals ging was de redactie van de dvd-boxevenmin ontgaan: kleurenbeelden van het Nederlands-Indonesisch conflict zijn nergens anders bekend.Bovendien wijken zij deels af van het gebruikelijke mate-riaal dat de Marine Voorlichtingsdienst (MARVO) produ-ceerde, met name een aantal frontbeelden van het soortwaarmee het grote publiek pas met de Vietnamoorlogkennis zou maken.Maar omdat de film geen geluid heeft, was nog steedsonduidelijk wat de beelden precies vertonen. Vluchtigebestudering door een aantal specialisten wees uit dat zij

    van vr de Politionele Acties dateren: zo dragen bijvoor-beeld alle voertuigen registratienummers met RNMC,wat eind 1946 zou veranderen in MARBRIG.4 Maar er ble-ven nog veel vragen open: welke gebeurtenissen laat defilm zien? Wanneer en door wie is hij gemaakt?Waarvoor was hij bestemd? En vooral: waarom is hij zolang onbekend gebleven? Het Indisch archief van MARVOis verdwenen en er was op dat moment onvoldoendeonderzoekscapaciteit. Nu, een jaar na het verschijnenvan de dvd-box, is er eindelijk gelegenheid voor reflectie.De eerste resultaten daarvan wil ik u graag voorleggen.

    De contextIn augustus 1945 capituleerde Japan en riep Sukarno deRepubliek Indonesi uit. Nederland echter wilde zijnvoormalige kolonie terug en de honderdduizendenNederlandse genterneerden in de Archipel bevrijden. Inoktober 1945 landden Britse troepen om een interim-bestuur te vestigen. Op Java beperkten zij hun aanwezig-heid tot Batavia (Jakarta) en Soerabaja, de voormaligeNederlandse marinebasis. Vooral daar was het republi-keinse verzet tegen de komst van de zesduizend mansterke Brits-Indische troepenmacht uiterst fel, wat op 10 november leidde tot de slag om Soerabaja, waarbijruim zeshonderd Brits-Indische en zesduizend Indone-sische slachtoffers vielen. Tweehonderdduizend inwonerssloegen op de vlucht. De Britten legden een cordon voor-uitgeschoven posten in een straal van zestien tot twintig

    Brigadeflitsen, een klein

    Een oprukkend peloton in vuurgevecht still uit de filmBrigadeflitsen (NIMH).

    Kledinguitdeling, in Hugo Wilmar, Met de Mariniersbrigade inOost-Java (blz 110-111, Spaarnestad 1948).

    Dr. A.A. Lemmers

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:36 Pagina 20

  • marineblad | december 2010

    21

    kilometer om de stad, zodat die buiten het bereik van vij-andelijke artillerie bleef.De Nederlandse regering stuurde intussen eigen troepennaar de Archipel. De hoofdmacht bestond uit de Neder-landse Mariniersbrigade, 4500 in de Verenigde Statenopgeleide mariniers, voorzien van het modernste Ameri-kaanse materieel. Oorspronkelijk bedoeld voor de bevrij-ding van Europa en de strijd tegen Japan, werd de briga-de nu door de regering in Den Haag bestemd voor hetherstel van het Nederlands gezag in Indi. Die kolonialehouding lokte internationaal protest uit, mede van deVS. Bij aankomst in Batavia mocht van de Britse autoritei-ten slechts n bataljon (achthonderd man) ontschepen.De rest werd tijdelijk in Malakka gehuisvest.

    Gezien de lokale situatie en de internationale druk wasNederland steeds meer bereid tot een geleidelijkeIndonesische ontvoogding, maar de veiligheid van de nogin de Archipel aanwezige Nederlanders; de economischebelangen en de handhaving van de openbare ordebaarden de regering zorgen. Inmiddels wilden ook deBritten af van hun ondankbare taak en vanaf februari1946 namen Nederlandse eenheden geleidelijk een aan-tal gebieden over. In Soerabaja landden op 10 maart de

    bataljons van de Mariniersbrigade uit Malakka, kort daar-op aangevuld met het bataljon uit Batavia, een land-machtbrigade en later nog oorlogsvrijwilligers direct uitNederland. Samen vormden zij de A-divisie. Op 11 meiwaren alle Britse stellingen in en rond Soerabaja doorNederlandse militairen overgenomen en werd het gezagovergedragen. Op politiek niveau was intussen afgespro-ken dat de Nederlandse troepen hun gebied niet zoudenuitbreiden. De mariniers patrouilleerden tussen de voor-uitgeschoven posten, waarbij zij geregeld met groepjesnationalisten slaags raakten. Omdat de Nederlandersondanks hun training nog geen echte oorlogservaringhadden, waren de verliezen in deze begintijd relatiefhoog. Door de voortdurende aanvallen raakten de mari-niers gehard maar ook gefrustreerd, omdat zij aanvallerswel mochten terugslaan en zelfs achtervolgen, maaraltijd weer moesten terugkeren naar hun oorspronkelijkeposities. Intussen en dat wisten ze daalde hun aan-zien bij de tegenstander, die had meegemaakt hoe toeanbelanda zich in 1942 door de Japanners had laten inma-ken en nu aan een politieke leiband liep.In dit frontgebied had de lokale bevolking het hetzwaarst. Enerzijds moesten de inwoners geregeld troepenvan de TNI (en profiteurs die zich daarvoor uitgaven)huisvesten en helpen, anderzijds zagen zij hun rijstvel-den verklaard tot gevechtsterrein of niemandsland. Inde hoop op terugkeer naar de normale toestand heettenzij de Nederlandse troepen vaak welkom, maar als diezich weer terugtrokken achter de demarcatielijn was deinlandse bevolking terug bij af. In de binnenlanden, dienauwelijks door de vijandelijkheden getroffen werden,vonden de Nederlanders later een veel minder hartelijkeontvangst. Het beeld van de bevrijdende mariniers dat

    de hoofdmacht bestond uit deNederlandse Mariniersbrigade, 4500 in

    de Verenigde Staten opgeleidemariniers, voorzien van het modernste

    Amerikaanse materieel

    in filmmysterie

    Greyhound verkenningswagen met Amerikaanse ster still uit defilm Brigadeflitsen (NIMH)..

    Greyhound verkenningswagen met Amerikaanse ster in hetblauw overgeschilderd still uit de film Brigadeflitsen (NIMH)..

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:36 Pagina 21

  • HISTORIE Brigadeflitsen, een klein filmmysterie22

    in de Nederlandse kranten en bioscopen werd geschil-derd was dus bedrieglijk.5

    Met name het voortdurend schenden van de demarcatie-lijn rond Soerabaja - meest van Indonesische zijde - heeftgeleid tot de twee Politionele Acties (medio 1947 en eind1948). Hiervan bestaat een flinke hoeveelheid films enfotos, allemaal zwart-wit. De Brigadeflitsen slaan op deperiode daarvoor, waarschijnlijk tussen mei en septem-ber 1946. De film bestaat uit twee delen van ca. 12 minu-ten, getiteld Brigadeflitsen Korps Mariniers, deel I endito deel II. De beelden staan niet in chronologischevolgorde en zijn dus gemonteerd - ruw gemonteerd,gezien een aantal slordige lassen en verspringingen.

    De beeldenDeel 1 begint met de aankomst per Catalina van de com-mandant Zeemacht in het Oosten, vice-admiraal A.S.Pinke, te Soerabaja. Hij wordt ontvangen door de com-mandant van de Mariniersbrigade, kolonel M.R. deBruyne. Het nummerbord van zijn jeep (CNMB) verteltons dat De Bruyne nog niet commandant van de A-divisieis, wat hij op 20 juli 1946 zou worden. In de film neemtPinke vervolgens een kijkje dichterbij het front, waarvoorhij zijn admiraalspet verruilt voor een marinierspetje. Naeen shot van de Nederlandse vlag verplaatsen wij onsnaar de Simpang (een hoofdweg) in Soerabaja, waar DeBruyne en andere officieren (onder wie enkele Britten)een defil van de Mariniersbrigade bijwonen. Fotos vanhet podium met De Bruyne c.s. leren ons dat wij getuigezijn van de parade op 31 augustus 1946 ter gelegenheidvan Koninginnedag.6 De camera verplaatst zich naar dehoek Simpang - Toendjoengan (te herkennen o.m. aan hetgebouw op de splitsing Toendjoengan-Embong Malang enhet Savelkoul-gebouw).7 Onder grote publieke belangstel-ling rijden honderden militaire voertuigen over deSimpang de Toendjoengan op, grotendeels materieelovergenomen van het Amerikaanse leger.8 De witte ster-ren, die het Amerikaanse materieel oorspronkelijk droeg,zijn op alle voertuigen met blauwe verf weggeschilderd.Na afloop van de parade verspringt het beeld plots naareen peloton mariniers dat bij een spoorweg in gevecht is.Er wordt geschoten; de mariniers rukken op langs het ver-nielde spoor; een uitgebrande ambulance; een tankval enbereiken tenslotte een vooruitgeschoven post. De beman-ning van de post is zeer losjes gekleed, velen alleen inonderbroek. Na enkele luchtopnamen van de Grissee-sec-tor volgt de camera opnieuw een oprukkend peloton, dit-maal met een jonge lokale gids met een Duitse ofIndische brandweerhelm. Na verschillende vuurgevechtenzien we close-ups van Indonesische slachtoffers, waarbij decamera de gruwelijke verwondingen niet schuwt. Na ver-dere vuurgevechten en het opsporen van mijnen zien webeelden van een brandende kampong, met op straat weereen dode waarop ingezoomd wordt.Deel 1 eindigt met een uitdeling van kleding aan de loka-le bevolking in een kampong. Van deze gebeurtenisbestaan fotos die verschillende malen gepubliceerd zijn(de achtergrond en verschillende gezichten zijn duidelijkherkenbaar).9 Volgens twee bronnen gaat het hier om 26of 27 mei 1946.10 Het fotoalbum van Carel Smits, waaro-

    ver later meer, bevat verschillende fotos van deze gebeur-tenis en vermeldt augustus 1946.11

    Deel 2 van Brigadeflitsen begint met luchtopnamen vanSoerabaja en omgeving12, gevolgd door een eedafleggingop een vliegveld. In de achtergrond staan een Japans drij-vervliegtuig met Indonesische vlag en Greyhound verken-ningswagens, voorzien van Amerikaanse sterren.Diezelfde Greyhounds rijden even later aan de cameravoorbij, om in een volgend shot in de stad te verschijnen,maar nu zijn de sterren ineens met blauwe verf wegge-werkt. Wij vermoeden dat het de eedaflegging van oor-logsvrijwilligers betreft, in maart uit Nederland vertrok-ken en wier aankomst de oprichting van de Verkennings-afdeling (VERKA) op 5 mei mogelijk maakte.De volgende vier minuten zijn gevuld met oefeningenvan de Verkenningsafdeling in ruw terrein. De Grey-hounds en halftracks zijn gemarkeerd met symbolen uithet kaartspel (schoppen, harten, ruiten, klaver) naar depelotons waartoe zij behoorden, de Amerikaanse sterrenzijn blauw overgeschilderd. De veelal ontblote bovenlij-ven van de bemanningen wijzen op een oefening. In de

    daaropvolgende beelden van Sherman-tanks (sterren metblauwe verf afgedekt) dragen de mariniers wel regulierekleding, wat doet vermoeden dat wij nu een echte actiezien. Vergelijking met reeds bekende fotos wijst op ope-ratie Quantico, 19 augustus 1946.13 Opvallend is de afwe-zigheid van amtracks, de amfibievoertuigen die bij ande-re acties veelvuldig werden ingezet, maar bij operatieQuantico nauwelijks.14 Dan volgen beelden van gevechts-acties van infanteriesoldaten en van vijandelijke slachtof-fers, waarmee nogal onverschillig wordt omgesprongen.Een korte shot van het afvuren van een 25-ponder,geschut dat door het Artillerie Bataljon van de Brittenwas overgenomen, komt eveneens overeen met een gepu-bliceerde foto.15 Mogelijk zien we hier batterij A teDriaredja of batterij B te Waroegoenoeng tijdens operatieQuantico aan het werk.16 De manoeuvres van de infante-rie even later doen denken aan de sweep tijdens deze zui-veringsactie. De film eindigt met een gewonde marinierdie uit een tank wordt gehesen en op een brancard wordtafgevoerd. De knulligheid waarmee dat gebeurt, verdientgeen schoonheidsprijs.

    De dragerOnderzoek naar de fysieke eigenschappen van de filmdoor filmrestauratrice Elisa Mutsaers van het FilmatelierDen Haag leverde het volgende op: het NIMH heeft inzijn collectie zowel een 16mm kleurennegatief als een16mm kleurenprint (positief) van de film. Beide staanechter op stockmateriaal (filmband) dat in 1994 in eenFranse Kodakfabriek is geproduceerd. Het origineel iswaarschijnlijk vernietigd tijdens de conserveringsslag

    met name het voortdurend schendenvan de demarcatielijn rond Soerabaja

    heeft geleid tot de twee PolitioneleActies (medio 1947 en eind 1948)

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:36 Pagina 22

  • marineblad | december 2010

    23

    van het filmarchief in de jaren 1990: film wordt op denduur instabiel en kopiren is dan de enige bewaaroptie. Gelukkig zijn bij het overzetten op het nieuwe negatiefook de edge-codes of randmarkeringen van het origineelbewaard. Die leren ons dat het origineel is geschoten op16mm Kodak Chrome stockmateriaal uit 1945 (edge-codevierkantje-rondje = 1945). Deze filmsoort werd veelgebruikt voor nieuwsreportages. Kodak Chrome is altijdomkeermateriaal, waarbij de film uit de camera directtot een positief wordt ontwikkeld. Dat is minder bewer-kelijk (en goedkoper!) dan een cameranegatief, waarvaneerst een interpositief, dan een duplicaatnegatief en danpas vertoningskopien gemaakt worden. Bij omkeerfilmheb je na n keer ontwikkelen direct een vertoningsko-pie, maar die is dan wel uniek. Het maken van meerderevertoningskopien kan via een duplicaatnegatief ofgewoon opnieuw met omkeerfilm.17 Of het in de conser-veringsslag vernietigde materiaal een kopie was dan welhet originele omkeerpositief valt niet meer te achterha-len. Indien dat laatste het geval is, dan werd dus al heteerste positief voor montage verknipt.

    De filmerIn het kader van de het Sweep-project, waarmee hetNIMH egodocumenten van militairen in voormaligNederlands-Indi inzamelt, meldde zich op 2 november2010 Carel Smits met een fotoalbum en losse fotos vanzijn vader, C.Th. Smits (1921-1950). Carel Smits senior ont-ving zijn opleiding als marinier in 1945 bij deMariniersbrigade in de Verenigde Staten en reisde met debrigade via Malakka naar Soerabaja. Daar kwam hij alsfotograaf en filmer bij de stafafdeling terecht (officieelressorteerde hij nog onder de Constructie Compagnie).Vanuit Indi stuurde Smits geregeld fotos naar een pen-nevriendin in Utrecht, die ze in het album plakte dat dezoon vele jaren later in zijn bezit kreeg. Fotos van Smitsverschenen ook in 1948 in het fotoboek Met deMariniersbrigade in Oost-Java, samengesteld door HugoWilmar18, maar Smits had al begin 1947 de Nederlandse

    krijgsmacht verlaten voor het particuliere fotobedrijf FotoNikola Drakulic in Soerabaja. Eind 1948, net vr deTweede Politionele Actie, keerde Smits terug naarNederland, waar hij zijn toekomstige vrouw ontmoette.Helaas overleed hij aan een maagaandoening nog voor degeboorte van zijn eerste kind.Bij de brigade was Smits niet alleen fotograaf, maar ookfilmer. Ettelijke portretten van hem met een filmcamerain de hand getuigen hiervan. Een verklaring van 15 mei1946 leert dat hij zowel zelfstandig cameraman was alsfotograaf, laborant en filmoperateur.19 Voor het opne-men van front- en kampopnamen werkte hij onder meermet een 16mm Cine Kodak camera (standaard voorKodak Chrome film). Als laborant vervaardigde hij zelfchemicalin voor het ontwikkelen en afdrukken van fotos en films, het positief proces hiervan volgens eigenmethode, door gebrek aan andere middelen. Smitsgebruikte dus omkeerfilm.Zoon Smits heeft nog lange tijd een kleurenfilm van zijnvader uit Indi in zijn bezit gehad, die jammer genoegverloren ging in een brand in de jaren 1990. Bij het zienvan Brigadeflitsen zag Smits junior echter wel overeen-komsten met de verloren film, met name vergelijkbarefrontbeelden - waarmee niet gezegd is dat Smits seniorde filmer van Brigadeflitsen is geweest, maar het is moge-lijk. Smits was niet de enige filmer bij de Mariniers-brigade, maar hoe de samenwerking tussen de fotogra-fen/filmers bij de voorlichtingsafdeling verliep zullen wijwaarschijnlijk nooit meer achterhalen. Dat zij somssamen optrokken bewijzen de fotos en filmbeelden vande kledinguitdeling: die kunnen nooit tegelijk doordezelfde man gemaakt zijn. De fotos van de afdelingwerden wijd verspreid - dat Smits zelf bij de kledinguitde-ling was, is niet bewezen uit het feit dat hij er fotos vanhad.20 Daarnaast is het mogelijk dat de medewerkers vande foto- en filmdienst hun werk poolden, waarbij dan weerde een dan weer de ander de fotocamera of de filmcame-ra hanteerde. Toch zijn de weinige films waar wl eennaam aan verbonden is vaak eenmansproducties, afge-zien dan van het geluid.21

    Nogmaals de contextMet al deze feiten en hypothesen is ons begrip van debeelden een eind opgeschoten. Geluk bij een ongeluk:juist het ontbreken van geluid heeft aangezet tot eengedetailleerde beeldanalyse. Maar daarmee is nog nietverklaard waarom de film nooit is afgemonteerd, vangeluid voorzien en nooit de openbaarheid heeft bereikt.Daarvoor moeten we terug naar de context. Generaal S.H. Spoor, de Nederlandse opperbevelhebbertijdens het Nederlands-Indonesisch conflict, voerde eenstreng censuurbeleid waarmee hij een sterk gekleurdbeeld van de situatie in stand hield.22 Hoewel deNederlandse fotografen en filmers (buitenlandse journa-listen waren een voortdurend punt van zorg) zorgvuldiggescreend waren en als vanzelf meestal aansloten op watgewenst was, hielden de Dienst Legercontacten (DLC) enMARVO nog veel materiaal voor verspreiding naar demedia tegen. Soms werden volledige edities van onwelge-vallige berichtgeving in beslag genomen en vernietigd.

    De edge-code vierkantje-rondje: 1945.

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:36 Pagina 23

  • HISTORIE Brigadeflitsen, een klein filmmysterie24

    Zelfs Wilmar noemde de censuur schandelijk!23 Hetmateriaal van de voorlichtingsdienst van de Mariniers-brigade liep ook langs MARVO.Als we met 1946-MARVO-ogen naar de Brigadeflitsen kij-ken, is meteen duidelijk dat deze beelden nooit de cen-suur konden overleven. De opnames van slachtoffers zijnzelfs naar huidige maatstaven schokkend. Dergelijkebeelden werden in latere reportages zorgvuldig verme-den. De slonzig geklede mariniers (in onderbroek) van devooruitgeschoven post beantwoordden niet aan het beelddat de militaire leiding het thuisfront van de eigen troe-pen wilde voorhouden, terwijl de gewonde in de tankonnodige ophef had kunnen veroorzaken. Vergeet nietdat deze beelden behoren tot de vroegste berichtgevingover de strijd in Indi! Pas later werden eigen gewondenin de beeldvorming toegestaan. Ook de beelden vangevechtsacties waren bedenkelijk. Wilmar merkte op datde censuur het Nederlandse volk in de stellige overtui-ging [moest houden] dat we hier mieters rustig in onsmooie Indi zitten en toch maar boffen24

    In internationaal politiek opzicht, ten slotte, lag hetbeeld van het Amerikaans materieel met zijn witte ster-ren uitermate gevoelig. De VS distantieerden zich van deNederlandse zaak en waren erg verlegen met het feit datzij de materile ondersteuning hadden verzorgd. Daaromzijn de sterren op de voertuigen op een gegeven momentoveral overgeschilderd. Het feit dat dat met blauwe verfgebeurde, is mogelijk de doodsteek voor deze filmgeweest: op zwart-wit film valt het blauw op het leger-groen weg, maar op deze kleurenbeelden is werkelijkoveral de hapsnap camouflage van de Amerikaanse her-komst zichtbaar. Film is bijna altijd illusie, maar dezespecifieke politieke illusie kon deze kleurenfilm onmoge-lijk ophouden.

    Noten1 Met nadrukkelijke dank aan dr. Th.W. Brocades-Zaalberg

    (NIMH), G. Casius, drs. S.J. Deiters (NIMH), drs. S. Draak(Mariniersmuseum), drs. M.J. van Eek (NIMH), prof.dr. P.M.H.Groen (NIMH), dr. J.A. de Moor (NIMH), E. Mutsaers (FilmatelierDen Haag), drs. A.J. van der Peet (NIMH), Carel Smits, drs. M.Westhoff (Tijdsbeeld Media) en SuperSens B.V., Amsterdam.

    2 De Mariniers - een wereldkorps! (DVD-box, Nederlands Instituutvoor Militaire Historie i.s.m. Tijdsbeeld Media, Hilversum,2009).

    3 Nova, 2 december 2009 en Andere Tijden, 27 december 2009.4 Dank aan dr. J.A. de Moor en G. Casius.5 Pierre Heijboer, De Politionele Acties. De strijd om Indi1945-1949

    (Unieboek, Bussum, 1979), 94; J.A.A. van Doorn en W.J.Hendrix, Het Nederlands/Indonesisch conflict. Ontsporing van geweld(De Bataafsche Leeuw, Amsterdam, 1985), 123-127; D.L.C.Schoonoord, De Mariniersbrigade 1943-1949: wording en inzet inIndonesi (Den Haag, 1988), 98.

    6 NIMH, Fotoalbum Ferdinand Keiser.7 J.R. van der Diessen (red.), Soerabaya 1900-1950. Havens, marine,

    stadsbeeld / Port, Navy, Townscape (Asia Minor, Zierikzee, 2004),100, 158-159.

    8 J.P.G. Mulder, Transportmiddelen Marbrig, in: 50 JaarMariniersbrigade (Van Ghentkazerne Rotterdam, 1994), 62-73;we zien ook een aantal Stuart-tanks van de X-brigade van deKoninklijke Landmacht, die vanaf 11 mei 1946 samen met deMariniersbrigade de A-divisie vormde.

    9 Hugo Wilmar, Met de Mariniersbrigade in Oost-Java (Spaarnestad,1948), 110-111; Heijboer, De Politionele Acties, 95; C.B. Nicolas, DeMariniersbrigade te kiek (Omega Boek, Amsterdam, 1986), onge-pagineerd, voorlaatste blz.; Louis Zweers, Front-Indi: HugoWilmar, ooggetuige van een koloniale oorlog (Walburg Pers,Zutphen, 1994), 18.

    10 Zweers, Front-Indi, en Nicolas, De Mariniersbrigade te kiek.11 Fotoalbum C.Th. Smits, in particulier bezit.12 Hiervan eveneens een foto in fotoalbum C.Th. Smits, in parti-

    culier bezit.13 Wim Hornman, De geschiedenis van de Mariniersbrigade

    (Omegaboek, Amsterdam, 1985), 4de illustratie na blz. 256.14 C.J.O. Dorren, Onze Mariniersbrigade. De veelbewogen episode in de

    Korpsgeschiedenis van 1945-1949 (M.C. Stok, Den Haag, 1954), 96-103, 352 (operatieschema Quantico).

    15 Wilmar, Met de Mariniersbrigade in Oost-Java, 90. 16 Dorren, Onze Mariniersbrigade, 352.17 Informatie van bedrijf SuperSens, Amsterdam.18 Zie noot 9: dit fotoboek bevat fotos van Wilmar (2de luitenant

    der marns.), Smits (sergeant der marns.), J.A. Vrugt (sergeantder marns) en marinier 1ste klasse H. Hakens.

    19 Verklaring van de commandant van de ConstructieCompagnie LTZ2 J.I. Goossen d.d. 15/05/1946, in particulierbezit.

    20 De fotografen hadden eigen naamstempels, die echter slechtsop een beperkt aantal afdrukken voorkomen. Van bepaaldefotos komen afdrukken in diverse particuliere fotoalbumsvoor. In Smits album bevinden zich meer bekende en gepubli-ceerde fotos, naast een grote hoeveelheid volstrekt origineelmateriaal.

    21 Van J.A. Vrugt, P.A.A. Magielsen en P.W. Out zijn eenmanspro-ducties bekend. Soms werden beelden van verschillende came-ralieden in n productie bijeengebracht, zoals de film Voororde en vrede van ltz2 F. Wassenburg, met beelden van hemzelf,J. van Kolk, A.A. Denninghof Stelling en T. Berwerd, maar dezefilm bestrijkt dan ook de periode 1945-1947.

    22 J.A.A. van Doorn, Voorwoord in Zweers, Front-Indi, 6.23 Zweers, Front-Indi, 8-16.24 Idem, 13.

    Dr. A.A. Lemmers is wetenschappelijk medewerker bijhet NIMH.

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:36 Pagina 24

  • marineblad | december 2010

    25BOEKEN

    Giovanni HakkenbergMens en Marinier

    Auteurs: Jeanette Bosman en RobEscher

    Uitgever: Rob Escher Rijswijk 2010 ISBN: geenPrijs: 21,50 (inclusief

    verzendkosten)Omvang: 235 blz gellustreerd

    Kapers en Piraten Schurken of Helden?

    Redactie: Joost Schokkenbroek enJeroen ter Brugge

    Uitgever: Walburg Pers, Zutphen2010

    ISBN: 978.90.5730.685.3Prijs: 19,95 ( 54,50 voor

    luxe editie)Omvang: 125 (genummerde) +

    15 (ongenummerde) blzgellustreerd

    Geboren en getogen in Soerabaja ont-popte Hakkenberg zich als een militairdie zijn Koningin en zijn Vaderlandwilde dienen. Om te beginnen alslichtmatroos bij de Koninklijke Marine.Nadat zijn schip tijdens de slag in deJava Zee getorpedeerd was, werd hijgered. Als krijgsgevangene van hetJapanse leger werd hij eerst corveer,daarna spoorwegwerker aan de Birma-spoorweg om tot slot werkzaam te zijnals kompel in een kolenmijn in Japandichtbij Nagasaki. Dankzij de atoom-bom maakte hij mee dat de levens vanhonderdduizenden geallieerde militai-ren en burgers gespaard bleven. Aande verplichte revalidatie van Neder-landse krijgsgevangenen wist hij zichte onttrekken om zich te melden in deMarinekazerne in Batavia. Vervolgenskwam hij terecht bij de Mariniers-brigade in Soerabaja. Met zijn kennisvan regionale talen en de zeden engewoonten van de bevolking wist hijgroepen republikeinse militairen uit teschakelen; zij voerden een guerrilla enterroriseerden het eigen volk meedo-genloos. Ondanks uitzonderlijke omstandighe-den die zijn leven bedreigden, hield hijstand. Niet omdat hij zo goed konschieten, maar wel omdat hij zijn vij-anden te slim af was f omdat hij instaat was hen te overtuigen dat deNederlandse jongens van overzee metgoede bedoelingen hun werk verricht-ten in wat eens heette de Gordel vanSmaragd.Veel Nederlandse militairen haddenhun leven te danken aan informatiedie Hakkenberg als infiltrant wist teverzamelen. Voor zijn zeer moedig enbeleidvol optreden kreeg hij deBronzen Leeuw en werd korte tijd laterdoor Koningin Juliana benoemd tot

    Ridder der Militaire Willems-Orde. Vanaf 1950 diende hij bij het Korpsmariniers in verschillende functies. Intotaal heeft hij zes jaren op Nieuw-Guinea gediend, waarvan anderhalfjaar bij het Papoea Vrijwilliger Korps.In 1974 verliet hij de militaire dienstals Kapitein der mariniers en kon daar-na nog jarenlang in het bedrijfslevenwerkzaam zijn. Kortom, een man meteen zeer opmerkelijk leven dat in veelopzichten een voorbeeld kan zijn voorjongeren, die iets in het leven willenpresteren. Jeanette Bosman en Rob Escher. Te bestellen bij: [email protected]

    Reeds jaren geven het NationaalScheepvaartmuseum te Amsterdamsamen met de VereenigingNederlands Historisch ScheepvaartMuseum (de Vriendenvereniging,maar tevens de eigenaresse van hetgrootste deel van de historische col-lectie) een Jaarboek uit. Telkens wordtdaarin een thema behandeld met alsuitgangspunten een aantal objectenuit de collectie. Alweer voor de derdemaal doet dit jaar ook het MaritiemMuseum Rotterdam mee als partnerin deze reeks publicaties, waardoorobjecten uit beide musea de revuekunnen passeren, terwijl ook deredactie gezamenlijk is gevoerd. Eenverheugende samenwerking.

    Ook dit Jaarboek is weer goed ver-zorgd, doelmatig en fraai gel-lustreerd, en het onderwerp is -opnieuw maar al te actueel.Verschillende aspecten van zeeroof enkaapvaart worden in acht hoofdstuk-

    ken besproken, vanaf de Oudheid viade Middeleeuwen tot en met de 21eeeuw. Natuurlijk noodzaakt debeperkte omvang van het boek in ver-houding tot het onderwerp tot eenzekere vluchtigheid in de grote lijn,maar in combinatie met het uitlich-ten van sommige details en vooralvan personen resulteert een levendig,goed leesbaar en veelzijdig geheel.Dit uitlichten gebeurt in kadertekstenin en tussen de hoofdstukken en datvergt enige oplettendheid: de kader-teksten staan niet vermeld in deinhoudsopgave voorin en zijn ook nietin de tekst gekaderd. Ze zijn teonderscheiden door het ontbrekenvan bladzijnummers en door de ver-schillende titels van de bladzijden. Inde bronnenverantwoording en de (uit-voerige) literatuuropgave achterinstaan zij wel vermeld, met hunauteurs. Helemaal achterin treft meninformatie over alle auteurs. Heeftmen aldus zijn weg gevonden, danopent zich zoals gezegd een interes-sant en informatief werk.

    De ondertitel Schurken of Helden? doet dadelijk denken aan de heden-daagse drang in Nederland ommoreel te duiden: goed of fout?Heeft die drang te maken met eenonvermogen om zich te verplaatsen ingedachten en gevoelens in vroegeretijden? De hoogmoed van welvaart,weinig tijd, zappen? We mochten nogvrij recent Willem van Oranje geti-ketteerd zien als oorlogsmisdadiger,en de luitenant ter zee Van Speijk alszelfmoordterrorist . . . . . Volgendeonderwerp! Misschien helpt het om tebeseffen hoe vertrouwd iedereentoen was met de realiteit van lijdenen dood. Dan kijkt men ook andersnaar het leven. Hoe dan ook: redactieen auteurs zijn niet in die valkuilterechtgekomen. Er komen veel tintengrijs voor en hier en daar wat zwarten wit.

    Dit zo rijk geschakeerde onderwerp,over zoveel eeuwen uitgestrekt, leentzich bij uitstek voor mythevorming,voor legendes, voor verschuivendebeelden en vaak geldt: van welkekant wordt het bekeken? Gaat het omeen echt legale kaper of eenvolstrekt illegale zeerover? AdmiraalPiet Hein had keurige kaperbrieven inzijn kajuit; maar Spanje erkende deRepubliek nog steeds niet, dus diekaperbrieven ook niet - el Pirata dus . . . En de Barabarijse zeerovers vanuitde Noord-Afrikaanse Roofstaten? Erwas meestal geen formele staat vanoorlog tussen de Westerse maritiememogendheden en deze Staten.Kaperbrieven hadden ze ook niet zewaren geen deel van het internatio-

    naal juridisch systeem dat zichallengs tussen de Westerse mogend-heden aan het ontwikkelen was. Erkwam ook nog de rivaliteit bij tussende twee godsdiensten en de daarmeesamenhangende culturen: het was opzich al een mooie zaak om tegen eenChristenhond op te trekken, respec-tievelijk tegen een Turk. Overigens waren er onder dieBarbarijers heel wat Westerse, ookNederlandse zeelieden en sommigenkwamen als bevelvoerders aldaar inhoog aanzien te staan. Vaak bekeer-den zij zich tot de islam (met welkemotieven dan ook) en hun levensge-schiedenissen zijn, voor zover we diekennen, heel bijzonder. Wat te denkenvan een Claes Compaen (overigensgeen bekeerling) die begon als kapervoor de Staten-Generaal, na jarenvan zeeroof vanuit de BarbarijseStaten met zijn bemanningen aandezelfde Staten pardon verzocht enkreeg (onder overdracht van zijnschepen) en zijn levensavond sleetals eerzaam reder te Oostzaan, waarhij ook geboren was . . . of van JanJansz. van Haarlem, (Murad Ras nazijn bekering), van wiens diensten alsbemiddelaar tussen de Staten-Generaal en de Noord-Afrikaanseautoriteiten ruim gebruik is gemaakt?

    Het laatste hoofdstuk handelt overpiraterij in de wateren rond Somalianno nu, en is van de hand vanLNTKOLMARNS Marc Houben. Hetwordt aangevuld door een kadertekstmet een samenvatting van de rol vande Koninklijke Marine van de handvan Elisabeth Spits (Scheepvaart-museum). Ook het artikel van Houbengeeft een opening naar een complexesituatie.Verlies daarbij niet, bij allenuances en facetten, de andere kantuit het oog: de opvarenden van sche-pen en jachten die, soms langdurig,in de macht van Somalische piratenzijn hun ontberingen, angst, onze-kerheid en soms hun dood.Internationale rechtsorde?Grijstinten? Big business.

    Van harte aanbevolen.

    P.R. WoutersKTZ b.d.

    Marineblad_kvmo_DEC2010 12-12-2010 21:36 Pagina 25

  • DE MARINEFAMILIE26

    Het decembernummer is, traditiegetrouw, aan het Korps mariniers gewijd. Het is niet meer dan

    vanzelfsprekend, om een mariniersfamilie het woord te geven: vader en zoon Mac Mootry.

    Vanwaar destijds uw keuze voor het Korps mariniers?Ik ben opgegroeid op Java en op veertienjarige leeftijdmet mijn ouders verhuisd naar Nederlands Nieuw-Guinea (NNG). Ik ging daar vaak kamperen en jagen in dejungle met mijn vader en mijn vrienden. Wij waren avon-tuurlijk ingesteld en hadden daarom al jong interesse inde activiteiten van de vele Nederlandse militairen, die inde regio actief waren. Militair worden leek een toegangtot nieuw avontuur. Toen Indonesi in de jaren 50 vijan-dige activiteiten in NNG begon te ontplooien hoefde ikdan ook niet lang na te denken en voelde ik mij geroe-pen dienst te nemen. Ik had daarbij een hele sterke voor-keur voor het Korps mariniers omdat de mariniers altijdhet meest indruk op mij hadden gemaakt: als zij in hetgroen liepen door hun moderne Amerikaanse uitrustingen bewapening en als er ceremonieel was door hunmooie witte uniformen. Zij straalden altijd dat beetjeextra uit!

    Heeft u speciale herinneringen aan uw opleidingen?De eerste militaire vorming (EMV) duurde destijds eenjaar. Alles werd er tot in detail ingeramd.