Logistiek medewerker Logistiek teamleider Logistiek-rekenen .Hoofdstuk 4 Rekenen met...

download Logistiek medewerker Logistiek teamleider Logistiek-rekenen .Hoofdstuk 4 Rekenen met voorraadaantallen

of 72

  • date post

    25-Feb-2019
  • Category

    Documents

  • view

    214
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Logistiek medewerker Logistiek teamleider Logistiek-rekenen .Hoofdstuk 4 Rekenen met...

Logistiek medewerker (2) en Logistiek teamleider (3)

Logistiek-rekenen Basisdeel | Theorie | editie 2017

Uitgeverij Sarphati BV 2017 Horaplantsoen 20 | 6717 LT Ede

Tel.: 0318 648 522

E-mail: info@uitgeverij-sarphati.nl

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave

mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een

geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar

gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, namelijk

elektronisch, mechanisch, door fotokopie, opnamen

of enige andere manier, zonder voorafgaande toe-

stemming van de uitgever.

Ondanks alle inspanningen is het mogelijk dat niet

alle copyrights van de in de uitgave opgenomen

illustraties geregeld zijn. Degene die meent alsnog

rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht

contact op te nemen met de uitgever.

Colofon Auteurs

Auteursteam Rubus

Opleidingspartners B.V.

Eindr edactie

Auteursteam Rubus

Opleidingspartners B.V.

Bureauredactie Hanna Molenaar | redactie en

projectmanagement

Advies Adviesraad Uitgeverij Sarphati

Michel Kregel | retailexpert

Fotos

Ben Lohuis, Ferroli Nederland,

Foter | Marije Jellema, Ingimage, Kega,

Ritel, ROC Midden Nederland,

ROC van Twente

Vormgeving en infographics

Carien Franken | bureau visuele

vertalingen

DTP en opmaak

Marjoleine van der Greft |

Marjoleine DTP & Vormgeving

Marleen Klein Brinke

1

2

3

4

5

Inleiding en werkwijze 4

Hoofdstuk 1 Afronden van getallen 7

Hoofdstuk 2 Breuken en procenten 13

Hoofdstuk 3 Machten en wortels 39

Hoofdstuk 4 Rekenen met voorraadaantallen 49

Hoofdstuk 5 Aantal dozen op een pallet 65

4

Inleiding

prijs product

In de logistiek werk je regelmatig met cijfers.

Of het nu gaat om kosten, winst of

voorraadbeheer, je bent regelmatig aan het

rekenen. Met dit boek ga je extra oefenen

met het rekenen in verschillende situaties

die je binnen de logistiek kunt tegenkomen.

De eerste drie hoofdstukken behandelen

basisrekenvaardigheden, zoals het afronden

van getallen en het rekenen met breuken,

procenten, machten en wortels.

Daarna komen de rekenvaardigheden die je specifiek nodig hebt in de

logistiek aan de orde, zoals het rekenen met voorraadaantallen en het

berekenen van het aantal dozen dat je op een pallet kwijt kunt.

5

Werkwijze

De docent kan het boek klassikaal behandelen, maar jij kunt er ook

zelfstandig mee aan de slag gaan om je rekenvaardigheid te oefenen.

Veel rekensucces!

L

1

3

4

2 L

1

3

4

2

1

7

Hoofdstuk 1

Afronden van getallen

In dit hoofdstuk leer je hoe je punten en kommas in getallen moet gebruiken. Daarnaast komen het afronden van getallen en kommagetallen aan de orde.

8

1.1 Duizendtalnotatie en afrondenIn dit hoofdstuk leer je hoe je punten en kommas in getallen moet gebruiken. Verder komt aan de orde hoe je moet afronden.

XX Gebruik van een punt (.)Bij bedragen of getallen van meer dan drie cijfers gebruik je een punt tussen de duizendtallen. Van rechts naar links komt om de drie cijfers een punt.Voorbeelden zijn: 1.000, 1.000.000 en 10.000.

XX Gebruik van een komma (,)Tussen hele getallen en decimalen zet je een komma. Het decimaalteken gebruik je in geldbedragen, maar ook in andere getallen. Voorbeelden zijn: 1,10, 1.820,15 en 8.125,96.

Bedragen afrondenBedragen in euros () rond je standaard af op twee cijfers achter de komma.Je kijkt dan naar het derde cijfer. Bij een 5 of hoger rond je het tweede getal naar boven af. Bij een 4 of lager blijft het getal gelijk.

1

9

Rekenvoorbeelden bedragen afronden op twee cijfers achter de kommaRond het bedrag 56,235 af op 2 cijfers achter de komma.

Stap 1 Kijk naar het derde cijfer achter de komma. Dit is een 5. Stap 2 Rond het tweede cijfer af naar boven, 3 wordt 4. Stap 3 Het afgeronde bedrag is 56,24

Rond het bedrag 4,1236 af op 2 cijfers achter de komma.

Stap 1 Kijk naar het derde cijfer achter de komma. Dit is een 3. Stap 2 Het tweede cijfer blijft gelijk, 2 blijft 2. Stap 3 Het afgeronde bedrag is 4,12

Naar beneden afronden Naar boven afronden

0,40,30,20,1

wordt 0

0,90,80,70,60,5

wordt 1

AFRONDEN

Getallen afrondenBij een getal rond je niet standaard af op twee cijfers achter de komma. Dit is afhankelijk van de context of de vraagstelling.

Bij het afronden op n cijfer achter de komma kijk je naar het tweede cijfer. Bij een 5 of hoger rond je het getal naar boven af, bij een 4 of lager blijft het getal gelijk.Bij afronden op twee cijfers achter de komma kijk je naar het derde cijfer. Bij een 5 of hoger rond je het getal naar boven af en bij een 4 of lager blijft het getal gelijk.

10

Rekenvoorbeeld getal afronden op n cijfer achter de kommaRond het getal 10.567,34 af op 1 cijfer achter de komma.

Stap 1 Kijk naar het tweede cijfer achter de komma, dit is een 4. Stap 2 Het eerste cijfer blijft gelijk, 3 blijft 3. Stap 3 Het afgeronde getal is 10.567,3

Rekenvoorbeeld getal afronden op drie cijfers achter de kommaRond het getal 10,5678 af op drie cijfers achter de komma.

Stap 1 Kijk naar het vierde cijfer achter de komma, dit is een 8. Stap 2 Rond het derde cijfer af naar boven, 7 wordt 8. Stap 3 Het afgeronde getal is 10,568

Opgaven

1 Vul de tabel in. Rond af op twee cijfers achter de komma.

a 10,3333

b 2,2356

c 9,25925

2 Vul de tabel in. Rond af op drie cijfers achter de komma.

a 0,66667

b 2,2356

c 110,9246

L

1

3

4

2 L

1

3

4

2

2

13

Hoofdstuk 2

Breuken en procenten

Procenten gebruik je veel in de logistiek, bijvoorbeeld om btw of kortingen te berekenen. Procenten geven een verhouding aan tussen het geheel (100%) en een deel hiervan (bijvoorbeeld 10% of 35%).

Procent betekent letterlijk van de 100. 10% betekent dus hetzelfde als 10 van de 100 of n tiende deel van de 100.

Een procent (%) is n honderdste deel. Het totaal is 100%.Een percentage geeft een aantal procenten aan.

Bij rekenen met procenten heb je eigenlijk drie mogelijkheden:1 Je moet een deel van het geheel uitdrukken in een percentage, oftewel je

moet een percentage berekenen.2 Je moet een gegeven percentage omzetten in een aantal of een bedrag.3 Je moet een verandering, een toename of een afname, in procenten

weergeven.

Bij elk van deze drie berekeningen zul je zien dat je gebruik kunt maken van een standaardformule.

14

2.1 BreukenNaast procenten kun je ook breuken of decimale getallen gebruiken om dezelfde verhouding weer te geven.

50% is bijvoorbeeld hetzelfde als 12 en als 0,5. Je kunt een percentage omrekenen naar een breuk.

Rekenvoorbeeld percentage omrekenen naar breukIn een bedrijf is 25% van de medewerkers vrouw.

Welk deel van de medewerkers is vrouw?

Het percentage is 25%Dit is 14 deel (breuk)Dit is 0,25 (decimaal getal)

Je kunt een breuk ook omrekenen naar een percentage. Je rekent de breuk dan eerst om naar honderdsten.

2

15

Rekenvoorbeeld breuk omrekenen naar percentage6 van de 20 medewerkers heeft geen mobiel.Hoeveel procent van de medewerkers heeft geen mobiel?

6 op de 20 = 620Reken de breuk om naar honderdsten: 620 =

30100

Je vermenigvuldigt zowel de teller als de noemer met 5.30

100 = 30% = 0,30De breuk is 620 =

30100

Het percentage is 30%. Dat is 0,30 (decimaal getal)30 procent van de medewerkers heeft geen mobiel.

Opgaven Vul de tabel verder in. Vereenvoudig de breuken zo ver mogelijk.

Percentage Decimaal getal Breuk

1 25% 0,25 14

2 30%

3 75%

4 35

5 35%

6 38

7 0,8

8 33%

9 116

10 0,5 12

16

2.2 Percentage berekenenEen percentage is altijd een deel van een geheel. Daarom wordt het berekend met de volgende formule.

Percentage =waarde van het deel

100%waarde van het geheel

Rekenvoorbeeld omrekenen naar percentageEen bedrijf heeft 300 medewerkers in dienst en 21 medewerkers hebben een certificaat voor de vorkheftruck. Hoeveel procent van het personeel heeft een certificaat?

21 medewerkers op een totaal van 300 = 21 300 100% = 7%7% van het personeel heeft een certificaat.

Rekenvoorbeeld percentage berekenenDe totale kosten in een bedrijf zijn 200.000. De vaste kosten zijn 50.000. Hoeveel procent van de totale kosten zijn vaste kosten?

50.000 op een totaal van 200.000 = 50.000 200.000 100% = 25%25% van de totale kosten zijn vaste kosten.

Opgaven

1 30 medewerkers van de 600 medewerkers hebben een BHV-opleiding gevolgd.

Hoeveel procent heeft een certificaat?

2 De brandstofkosten zijn 15.000. De totale transportkosten zijn 63.000. Hoeveel procent zijn de brandstofkosten van de totale kosten?

2

17

3 Een bedrijf wil 25% vrouwelijk personeel in dienst hebben. Momenteel heeft het bedrijf 43 vrouwen en 150 mannen in dienst.

a Hoeveel procent vrouwen heeft het bedrijf in dienst?

b Voldoet he