Lesbrief bij het project ¡ VAMOS! Soleares, Seguiriyas, Alegrias, Malagueñas, Fandangos, Bulerias...

of 13 /13
1 ARTE FLAMENCO Lesbrief bij het project ¡ VAMOS! een project voor groep 8 van de basisschool in opdracht van Stichting Cultuurpalet ______________________________ © Claudio Benito Musica 2018

Embed Size (px)

Transcript of Lesbrief bij het project ¡ VAMOS! Soleares, Seguiriyas, Alegrias, Malagueñas, Fandangos, Bulerias...

  • 1

    ARTE FLAMENCO

    Lesbrief bij het project

    VAMOS! een project voor groep 8 van de basisschool

    in opdracht van

    Stichting Cultuurpalet

    ______________________________

    Claudio Benito Musica 2018

  • 2

    Ter info

    Het project VAMOS ! bestaat uit drie delen:

    1. Een workshop voor leerkrachten door Claudio Benito Ouwendijk op 21 maart 2018

    in Park Villa te Alphen aan den Rijn;

    2. Een lesbrief, ter ondersteuning van de leerkracht (en leerlingen);

    3. Een voorstelling in het Parktheater op 5 of 6 april 2018.

    Inhoud lesbrief

    - uitleg over het ontstaan en ontwikkeling van Flamenco.

    Nadere uitleg van het ritmische aspect binnen de flamenco:

    - de diverse (ritmische) basis instrumenten zoals o.a. de flamencogitaar, de castagnetten

    (castanuelas), het handklappen (palmas) en de cajn

    - het comps

    In de lesbrief bevindt zich de tekst van het liedje Verde que te quiro Verde, een rumba, 4/4

    maat, gezongen door de zanger Manzanita (1956-2004).

    De bedoeling hiervan is tweeledig: dat de leerlingen het refrein mee kunnen zingen en/of kunnen

    mee klappen. De tekst en twee klapvoorbeelden hiertoe staan in de lesbrief.

    In de workshop worden deze klapritmes nader door Claudio Benito uitgelegd zodat de docenten

    deze ritmes weer kunnen overbrengen op hun leerlingen.

    Deze twee klap-oefeningen zijn als voorbeeld te beluisteren onder Palmas Lesbrief op de

    website claudiobenito.com

    Ook kan men daar de link van de video van Manzanitas Verde que te quiro Verde aanklikken.

    Voorstelling

    In de voorstelling is het de bedoeling dat de kinderen het refrein van Verde que te quiro Verde

    kunnen meezingen (en/of klappen). Het zou dus mooi zijn als dit in de klas alvast een paar keer

    gezongen kan worden (en geklapt, als aparte oefening). In principe is het meezingen van alleen het

    refrein al voldoende (in de tekst vetgedrukt).

    Een aantal leerlingen zal in een korte workshop p het podium op de muziek van Verde que te quiro

    Verde een aantal danspasjes leren onder leiding van Wil Lambregts, flamencodansleraar en

    percussionist (cajn). Aan het slot van de voorstelling komt Verde que te quiro Verde nog een keer

    aan bod, uitgevoerd door VAMOS ! en is het de bedoeling dat de hele zaal dan meedoet (zingen, klappen, dans).

    Resumerend: het onderstaande is terug te luisteren/zien via claudiobenito.com

    - 4 klapoefeningen 4/4 maat, hard (clara) en dof (sorda) geklapt

    - link video Verde que te quiro Verde

    In deze lesbrief zelf is de tekst plus vertaling van het liedje Verde que te quiro Verde) terug te

    vinden.

  • 3

    Lesbrief Flamenco project VAMOS !

    Isabel van der Hulst, Inma de la Huerta, Claudio Benito

    Een belangrijke plaats in de muziek wordt ingenomen door de flamenco, een zeer oude,

    levende, traditionele vorm van muziek, die zijn middelpunt heeft in de streek Andaluse in

    het zuiden van Spanje. Door de eeuwen heeft de flamenco zich ontwikkeld tot een zeer

    systematische, strak gestructureerde kunstvorm waarin de zang (cante), dans (baile) en

    gitaarspel (toque) centraal staat.

    De flamenco omvat tientallen verschillende soorten muziekstukken/stijlen palos zoals

    bijvoorbeeld Soleares, Seguiriyas, Alegrias, Malagueas, Fandangos, Bulerias enz. Elke stijl

    heeft haar karakteristieke, melodische, ritmische en harmonische structuren.

    Flamenco is aan de ene kant echt een volkskunst, een kunstuiting van het volk: gevormd door

    vreugdevolle ervaringen, ontbering en lijden, gaat hij over de diepste emoties, die direct

    voortkomen uit levenservaring. Zodoende heeft zij een universele aantrekkingskracht, die

    zich uitstrekt tot ver over de grenzen van het land van herkomst Andalusi, Spanje. Maar

    aan de andere kant worden de gevoelens waar het om gaat, uitgedrukt in buitengewoon

    ingewikkelde en verfijnde muzikale vormen, die, hoewel ze veel ruimte laten voor

    improvisatie, beheerst worden door regels die even nauw luisteren als die van de klassieke

    muziek. Flamenco is daardoor tegelijkertijd een manier van leven, een echte volksmuziek n

    een hoog ontwikkelde kunstvorm.

    Een grote verscheidenheid van culturele invloeden waaraan Spanje door de eeuwen heen

    onderhevig is geweest, heeft haar stempel op de flamenco gedrukt.

    Hoe komt deze muziekvorm aan zijn soms Arabisch aandoende klanken, de uitbundige

    muzikale versieringen rondom het thema en het sterke ritme. Het antwoord ligt

    waarschijnlijk in de Moorse overheersing van het Iberisch schiereiland, van 711 tt op het

    moment dat de laatste Moren in het jaar 1492 uit Granada werden verdreven.

    In deze periode ontwikkelde Spanje zich op het gebied van kunst en wetenschap, filosofie,

    literatuur en muziek tot een van de belangrijkste centra van het Islamitisch rijk.

    De Moskee in Cordoba, de Mezquita en het paleis het Alhambra in Granada zijn nog steeds

    de stille getuigen van de grootheid van dat tijdperk.

    Halverwege de 18e eeuw (in de laatste periode van de Moorse overheersing) kwamen de

    eerste zigeuners in Spanje aan.

  • 4

    De gitanos (zigeuners) hebben tot op de dag van vandaag een groot stempel op de flamenco

    gedrukt. Flamencozang wordt daarom ook wel cante gitano genoemd.

    Zigeunertrek van India via N-Africa naar Andaluse

    Volgens de oudste bronnen arriveerden in 1447 de eerste gitanos (aanvankelijk egyptanos

    genoemd, gypsies) vanuit India via Turkije, Perzi (Iran) en Noord-Afrika (Egypte, Marokko)

    in Spanje. Zij staken over van Marokko naar Zuid-Spanje, Andalusi. Als deze zigeuners daar

    aankomen ontmoeten zij verwante zielen: o.a. Joodse vluchtelingen die daar verblijven en de

    laatste overgebleven Moren die uit de rest van Spanje naar Andalusi waren gevlucht. De

    zigeuners vinden in hen toehoorders van hun muziek maar ook ervaren zij de Joodse en

    Moorse culturele en muzikale invloed, kortom een smeltkroes van culturen in Andalulusi

    waaruit uiteindelijk geleidelijk aan de Flamenco ontstond. Tegelijkertijd heerste er in

    Sevilla een bloeiende slavenhandel. Men vermoedt dat met de slaven die binnengebracht

    werden in Sevilla ook het ritme meekwam uit Afrika en dat deze heeft bijgedragen aan het

    belangrijke ritmische aspect binnen de flamenco. Eeuwenlang ging dit proces van

    benvloeding door, uit de rest van Spanje (er kwamen ook zigeuners via het Noorden Spanje

    binnen) maar ook uit Zuid-Amerika, deels meegenomen door immigranten en deels

    meegenomen door Spaanse zeelieden die muzikale invloeden mee terugnamen uit landen die

    zij als vissers aandeden, zoals Cuba, Argentini, Puerto Rico.

    De zigeuners hadden een uitgebreide traditie van muziek en dans, iets waar zij al ver voor

    hun vertrek uit India bekend om waren. Hun manier van dansen, in het bijzonder de arm- en

    handbewegingen, maar ook het voetenwerk is kenmerkend voor de Indiase kathak (dans) uit

    Noord-India. Opvallend is het verschil in gevoel van waarden: gitanos zagen voeten en benen

    als uiterst erotiserend. Hierdoor "vergaten" de vrouwen in hun dansen de voeten en werd

    sterk nadruk gelegd op prachtige heup-, torso-, arm- (braceo) en hand- (muecas / rosas )

    bewegingen. Flamenco verschilt van de kathak vooral in het feit dat flamenco niet verhalend

    is; Indiase dansen zijn veelal een soort toneelstukjes.

    Sinds het begin van de 19e eeuw kent de flamenco haar huidige vorm. Gaandeweg, in de loop van

    de 19e eeuw deed de gitaar deed haar intrede als begeleidingsinstrument van de flamencozang.

    Volgens andere bronnen zou de gitaar pas omstreeks 1870 een meer prominente rol zijn gaan

    spelen, in de tijd van het ontstaan van de caf cantantes. Met de opkomst van het caf

    cantante in de tweede helft van de negentiende eeuw werd flamenco voor het eerst een in het

    openbaar gespeelde kunstvorm (tot dan toe alleen in besloten kring): de beste prestaties

  • 5

    konden vaak hier gehoord worden en dit luidde een bloeiperiode voor de flamenco in. Behalve

    dat ze flamenco naar een groter publiek brachten, dienden de cafs ook als een verbindende

    factor tussen de Andalusische en gitano-tradities. Zowel de cante gitano als de cante Andaluz

    werden in de cafs vertolkt.

    caf cantantes

    Vast staat dat flamenco oorspronkelijk enkel uit zang en begeleidend handgeklap bestond. De

    flamencogitaar vergrootte ontegenzeggelijk de toegankelijkheid en de populariteit van de

    flamencokunst bij bredere lagen van het publiek. Met name in de caf cantantes ; dit komt

    mede door het expressieve en virtuoze gitaarspel van de gitaristen die met elkaar wedijverden.

    Toen de flamencomuziek zich in een hoog tempo begon te ontwikkelen, volgde ook de

    flamencodans al snel en werd deze vanaf de 19e eeuw een gestructureerde dans. Hoewel het

    in de flamenco oorspronkelijk gaat om de stem van de zanger, veroverden de

    hartstochtelijke flamencodansers al snel de harten van de toehoorders in deze speciale

    muziekcafs. Flamenco is nu, eeuwen later, wat ooit begon als een vorm van expressie van

    zigeuners en andere onderdrukte etniciteiten (Joden en Moren), een opvallende dans- en

    muzieksoort met wereldwijd veel beoefenaars en liefhebbers (aficionaos).

    Meer recent kwamen bij al deze invloeden zoals al eerder gezegd ook de Latijns-

    Amerikaanse en vooral Cubaanse muziek (cantes de ida y vuelta). En zeer recentelijk ook de

    jazz, pop, en wereldmuziek. Al deze muzieksoorten hebben de verschillende muzikale

    flamencovormen in meer en mindere mate belangrijk benvloed.

    Ofschoon cante (zang) en baile (dans) doorgaans door de flamencogitaar wordt begeleid,

    eventueel aangevuld met de cajn*, wordt deze drie-eenheid tegenwoordig ook uitgebreid

    met klassieke instrumenten zoals bijvoorbeeld dwarsfluit, piano, viool of cello.

    De eerste die begon met het introduceren van flamencovreemde instrumenten was Paco de

    Lucia: cajn, electrische basgitaar en dwarsfluit. Hij wordt nu dan ook algemeen gezien als

    de grote innovator van de flamenco (hij werd om deze reden in eerste instantie verguist

    door flamenco puristen) welke daarom weer nieuwe impulsen kreeg in haar ontwikkeling en

    die de flamenco heeft gebracht naar waar zij nu is: een levende expressieve kunstvorm die

    navolging vindt en beoefend wordt over heel de wereld. Ook zijn legendarische

    samenwerking met John Mc Laughin en Al di Meola wat resulteerde in het monumentaal

    album Friday night in San Francisco

    * Cajn - (houten kistje waarop de percussionist zit en trommelt) en voor het eerst

    gentroduceerd door Paco de Lucia in zijn befaamde sextet eind jaren zeventig.

  • 6

    Flamenco wordt beschouwd als deel van de Spaanse cultuur en is door de eeuwen heen

    ontstaan in het gebied dat ongeveer overeenkomt met de regio Andalusi. Ook andere

    gebieden, in het bijzonder Extremadura, Murcia en Huelva, hebben bijgedragen aan de

    ontwikkeling van verschillende muzikale sub-vormen (palos).

    Tegenwoordig is flamenco Spanjes belangrijkste culturele exportproduct.

    De muziek van de flamenco wordt doorgaans niet genoteerd, maar oraal en via overlevering

    aan de volgende generatie doorgegeven. Kenmerkend is dat iedere generatie de muziek

    verrijkt door er nieuwe elementen aan toe te voegen.

    Inma de la Huerta Isabel van der Hulst

    Fotos: Wybe Hietbrink

    Opbouw van een flamenco zang- dansstuk, palo (flamencostijl).

    De zang staat in de hirarchie bovenaan: een goede flamencozanger zingt niet alleen de

    tekst en de melodie van een lied (cante), maar weet door stembuigingen, versieringen rond

    een bepaalde toon, (melismes), vaak rond langgerekte tonen, een bepaalde emotie over te

    brengen. Gevoelige levensthemas als dood, verdriet, vreugde, liefde kunnen onderwerp zijn

    waarover men zingt.

    In de Cante jondo (o.a. Soleares, Seguiriyas, Caa, Tarrantas) gaat men diep in op bepaalde

    levensthemas, Vaak ook betreft het cante libres (deze zijn zonder compas, dus vrij van

    ritme gezongen) die lang uitgesponnen kunnen worden, naar gelang de mate van emotie en

    inspiratie van de zanger op een bepaald moment.

    Zolang de zanger zingt, zullen de gitarist en danser(es) ten dienste staan van de zang. De

    gitaar ondersteunt de melodie met akkoorden en roffels, de danser beeldt met gracieuze

    bewegingen, marcajes, de emotie uit. Op het moment dat de zanger zwijgt, kan de gitarist in

    in melodische en/of ritmische variaties, falsetas, zijn vaardigheden tonen. De danser voert

    hierna met het gestamp van zijn voeten het tempo op en varieert op het basisritme, het

    comps, met razendsnel voetenwerk. Het virtuoos samenspel tussen gitaar, dans en het

    klappen eindigt in een climax: plots zwijgen de gitaar en de voeten en begint de zanger aan

    een nieuw couplet (letra).

  • 7

    Isabel van der Hulst en Claudio Benito Foto: Tom Benavente

    Flamencodans

    Bij flamencodansen denk je automatisch aan passie en gratie, maar geen enkele dans is

    hetzelfde. Er zijn wel meer dan 50 verschillende palos (soorten flamenco stijlen), elk met

    hun eigen sfeer en karakteristieke, melodische, ritmische en harmonische structuren.

    Er is veel ruimte voor improvisatie in de flamencomuziek en het flamencodansen, waardoor

    de dansers (en zangers) de flamenco aan kunnen passen naar gelang hun emoties hierom op

    een bepaald moment vragen tijdens het optreden.

    De flamencodanser probeert zich te uiten aan de hand van vaak verfijnde, gracieuze hand-

    en armbewegingen en daarmee in contrast staande, duidelijk weerklinkende voeten, die met

    een verbazingwekkende kracht ingewikkelde ritmes op de vloer stampen.

    Deze persoonlijke expressie dient echter wel binnen de regels van de muzikale

    flamencotraditie en binnen de traditionele ritmische patronen te blijven, binnen het comps.

    Dit comps verliest men nimmer uit het oog.

    Palmas clara (helder) Palmas sorda (dof)

    Palmas Het klappen met de handen. De handen zijn ht primaire percussie-instrument binnen de

    flamenco. Vandaag de dag gebruikt men ook steeds vaker een cajn op het podium (grote

    houten kist waarop de speler zit). Bij voorstellingen zijn er vaak een of twee palmeros

    (handenklappers) aanwezig, maar ook de zangers zelf geven tijdens het voetenwerk palmas

    ter ondersteunig van de danser.

  • 8

    Palmas oefening voor de Rumba Verde que te quiero Verde

    De Flamencogitaar

    Blanca (cipres)

    De flamencogitaar is afgeleid van de Spaanse gitaar. Ze wijkt niet sterk af maar heeft een

    iets kleinere en een iets minder diepe klankkast als de klassieke gitaar. De achterkant en

    zijkant worden traditioneel uitgevoerd in de houtsoort Spaans cipres (de hoogblonde kleur

    waaraan een flamencogitaar te herkennen is) terwijl het dunne bovenblad wordt vervaardigd

    uit hout van de spar of pijnboom: fichte. Dankzij deze bouwwijze kan een traditionele

    flamencogitaar - ook wel Blanca genoemd - de dynamische kracht en felheid van de flamenco

    overbrengen. Zij respondeert zeer snel op de aanslagen van de rechterhand terwijl de

    (bas)tonen ook weer snel verdwijnen; dit percussieve karakter maakt de cipres gitaar bij

    uitstek geschikt als begeleidingsinstrument van flamencodans- en zang.

    Behalve dit traditionele cipres model, wordt alweer enige tijd de Negra gebouwd, de achter- en

    zijkant is dan uitgevoerd in houtsoorten als Rio- en India palissander. De negra onderscheidt

    zich van de blanca door een groter volume, warmere klankkleur en langere sustain (naklank) wat

    dit type gitaar uitstekend geschikt maakt als flamenco-concertgitaar.

    Bij beide type gitaren bevindt zich op het bovenblad een golpeador (transparante slagplaat),

    waarop de gitarist de karakteristieke ritmische accenten - golpes - kan tikken.

  • 9

    Onder invloed van flamenco-gitarist Paco de Luca , die de Negra bij het grote publiek

    introduceerde, kreeg de Negra veel navolging en is zij tot op de dag van vandaag zeer populair

    onder flamencogitaristen als concertgitaar.

    Traditioneel werd de flamencogitaar vooral voor ritmische begeleiding van zang en dans

    gebruikt. Vooral Ramn Montoya* aan het begin, en Nio de Ricardo en Sabcas in het

    midden/tweede helft van de 20e eeuw n Paco de Lucia, hebben echter de mogelijkheden van

    de flamencogitaar als solo-instrument overtuigend aangetoond (*zie ook Ramn Montoya

    onder de Flamencogitaar). Hun voorbeeld werd door velen gevolgd en betekende een

    verrijking voor de techniek van de flamencogitaar en de flamencomuziek in het algemeen.

    Tot de bekendste flamencogitaristen behoren onder meer Sabcas, Paco de Luca, Tomatito,

    Vicente Amigo en Paco Pea.

    Paco de Luca* (1947-2014) wordt gezien als de grote vernieuwer en innovator van de

    Flamenco in het algemeen en is de maestro die boven alles en iedereen uitstijgt. Met zijn

    generatiegenoot flamencozanger Camern de la Isla (1950-1992) groeiden zij beiden al

    tijdens hun leven uit tot een legende. Camern wordt gezien als de grootste flamencozanger

    van de 20e eeuw.

    Wil Lambregts

    Castagnetten (castanuelas)

    Castagnetten is een ritme-instrument. Het instrument bestaat uit een stel holle hardhouten

    schelpen (ebbehout) die aan n kant verbonden zijn met een koordje. Ze worden in de hand

    gehouden en produceren een klikgeluid of een ratelend geluid bij snel opeenvolgende kliks.

  • 10

    In de praktijk gebruikt de speler een paar in elke hand. Het koordje wordt aan de duim

    vastgemaakt en de castagnetten liggen in de handpalm. Castagnetten worden voornamelijk

    gebruikt door dansers en zangers, vooral in flamencomuziek. De naam (Spaans: castauelas) is

    afkomstig van castaa, het Spaanse woord voor kastanje, waarop de vorm sterk gelijkt. In

    Andalusi noemt men ze palillos en die naam gebruikt men in de flamencomuziek.

    Ze worden ook gebruikt in klassieke muziek om een Spaanse sfeer op te roepen, zoals

    bijvoorbeeld in Georges Bizets opera Carmen

    Cajn

    Een cajn (spreek uit als "kachn") is een handtrommel met een slagvlak van hout en komt

    oorspronkelijk uit Peru, waar dit instrument veel wordt gebruikt als begeleidingsinstrument

    voor dansen als de tondero, de zamacueca en de Peruaanse wals. De cajn is ooit uit armoede

    ontstaan. Tijdens de lange overtocht naar (Zuid-)Amerika waren meestal geen

    muziekinstrumenten aan boord, maar wel - al dan niet lege - kisten. Deze werden gebruikt

    als percussie-instrumenten, waaruit uiteindelijk de cajn ontstond.

    De Dansschoen

    Aan de onderzijde van de dansschoen, onder de neus en de hak, bevinden zich honderden

    spijkertjes om de hak en de punt van de schoen tijdens het dansen goed te kunnen horen. De

    hak, de bal (platte gedeelte van de voet) en de neus hebben hun eigen specifieke sound,

    waardoor er prachtige ritmische combinaties gecreerd kunnen worden.

  • 11

    Manzanita - Verde Que Te Quiero Verde tekst uit Romance Sonmbulo - Federico Garca Lorca

    Verde que te quiero verde

    verde viento verde rama el

    barco sobre la mar

    el caballo en la montaa verde,

    Yo te quiero verde s, s

    yo te quiero verde ay, ay, ay

    yo te quiero verde

    Con la sombra en la cintura

    ella suea en su baranda

    verdes ojos negro pelo

    su cuerpo de fra plata verde,

    Yo te quiero verde s, s

    yo te quiero verde ay, ay, ay

    yo te quiero verde

    Compadre quiero cambiar

    mi caballo por tu casa

    mi montura por tu espejo

    mi cuchillo por tu manta verde,

    Yo te quiero verde s, s

    yo te quiero verde ay, ay, ay

    yo te quiero verde

    Compadre vengo sangrando

    desde los puertos de Cabra

    y si yo fuera mocito,

    este trato lo cerraba verde,

    Yo te quiero verde s, s

    yo te quiero verde ay, ay, ay

    yo te quiero verde

    Compadre quiero morir

    decentemente en mi cama

    y hacerlo si puede ser

    con las sabanas de Holanda verde,

    Yo te quiero verde s, s

    yo te quiero verde ay, ay, ay

    yo te quiero verde

    Compadre donde est dime

    donde est esa nia amarga

    cuantas veces la esper

    cuantas veces la esperaba verde,

    Yo te quiero verde s, s

    yo te quiero verde ay, ay, ay

    yo te quiero verde

  • 12

    Verde que te quiero verde

    verde viento verde rama

    el barco sobre la mar

    el caballo en la montaa verde,

    Yo te quiero verde s, s

    yo te quiero verde ay, ay, ay

    yo te quiero verde

    Federico Garca Lorca geldt als n van de belangrijkste figuren van de 20ste-eeuwse Spaanse literatuur

    en wordt gezien als de grootste dichter die Spanje heeft voortgebracht. Nog steeds worden zijn gedichten

    op muziek gezet, als songteksten. Zo ook * Verde que te quiero Verde.

    Garca Lorca (1898 1936), is vermoord in het begin van de Spaanse Burgeroorlog, hij was een Spaanse

    progressieve dichter en toneelschrijver. Hij werd slechts 38 jaar oud maar liet een omvangrijk oeuvre na .

    Hieronder een vertaling van het begin van Romance Sonmbulo, een gedicht van Garcia Lorca

    van waaruit de tekst van Verde que te quiero verde is geleend:

    Verde que te quiero verde.

    Verde viento. Verdes ramas.

    El barco sobre la mar

    y el caballo en la montaa.(...)

    Somnambule romance

    Groen ik hunker naar je groen.

    Groen de wind en groen de blaren.

    Het scheepje buiten op zee

    en schuil in de bergen het paard.

    Met schaduwval over haar heupen

    verdroomt ze op de veranda

    met haar zilverkoele ogen,

    groen van vlees en groen van haren.

    groen hunker ik naar je groen.

    Onder het gitaren maanlicht

    staren de dingen haar aan

    en zij kan er niet naar staren.

    Groen ik hunker naar je groen.

    Grote sneeuwkristallen sterren

    schuiven langs de vis van schaduw

    die de weg baant voor het dagen.

    De vijgeboom schuurt er zijn wind

    tussen de snerpende takken

    en de berg, schooiende zwerfkat,

    priemt uit bijtende agaven.

    Maar wie kwam hier? Waarvandaan ook?

    En ze blijft op haar veranda

    groen van vlees en groen van haren

    dromen van de zee, de wrange.

    enzovoort...

    (Vertaling Dolf Verspoor)

  • 13

    Palmas oefening in 12 tellen voor de Buleras, een flamencostijl (palo) met accenten

    op tel 12, 3, 6, 8 en 10.

    Gebruikte bronnen in willekeurige volgorde:

    De Gitaar Tom en Mary Anne Evans

    Enforex - Spaans onderwijs sinds 1989

    Wikipedia

    DagbladTrouw

    Smulweb,nl 19-8-2002 (artikel bestaat niet meer)

    __________________________________________________________________________

    Claudio Benito Musica 2018

    Inhoud lesbriefNadere uitleg van het ritmische aspect binnen de flamenco:VoorstellingPalmas clara (helder) Palmas sorda (dof)Palmas oefening voor de Rumba Verde que te quiero VerdeYo te quiero verde s, s yo te quiero verde ay, ay, ayYo te quiero verde s, s yo te quiero verde ay, ay, ayYo te quiero verde s, s yo te quiero verde ay, ay, ayYo te quiero verde s, s yo te quiero verde ay, ay, ayYo te quiero verde s, s yo te quiero verde ay, ay, ayYo te quiero verde s, s yo te quiero verde ay, ay, ayYo te quiero verde s, s yo te quiero verde ay, ay, ay

    Palmas oefening in 12 tellen voor de Buleras, een flamencostijl (palo) met accenten op tel 12, 3, 6, 8 en 10.