Leerjaar 2 Webshop opzetten - Elo-Mywebstore

Click here to load reader

  • date post

    06-Nov-2021
  • Category

    Documents

  • view

    5
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Leerjaar 2 Webshop opzetten - Elo-Mywebstore

Editie 2020-heden
Inleiding webshop opzettenM1
Je eigen bedrijf beginnen, hoe tof zou dat zijn. Eigen baas, zelf je werktijden bepalen en vooral doen wat je leuk vindt! Met e-commerce leerjaar 2 krijg je de mogelkheid om je eigen idee te ontwerpen zodat het in de praktk kan worden uitgevoerd. Dat betekent dat je een product of dienst gaat bedenken die je op termijn daadwerkelijk kan gaan verkopen. Laat de ondernemer in jezelf los!
Het lesmateriaal van E-commerce leerjaar 2 is geschreven aan de hand van het VINC-model. VINC staat voor: van idee naar conversie. Tijdens de les begeleidt het VINC-model jou naar het uiteindelijke eindproduct: een goed ingerichte en functionerende webshop die klaar is voor bestellingen.
Je begint zo meteen met het bedenken van een eigen product of dienst. Vervolgens staan we stil wie jouw doelgroep is en hoe je deze wilt en vooral kunt bereiken. Verder gaan we ook aan de slag met zoekwoorden, contentcreatie, adverteren en nog veel meer.
E-commerce leerjaar 2 bestaat uit een viertal modules die je moet maken. Het vak rond je af door middel van het keuzedeel examen, bewaar al je uitwerkingen daarom goed. Uiteindelijk moet je dit inleveren ter beoordeling.
Veel plezier en succes!
Opdracht 2 Het VINC-model 5
Opdracht 3 Mijn eigen top 5 6
Opdracht 4 Wat wil ik verkopen 7
Opdracht 5 Probleem oplossen 8
Opdracht 6 Doelgroepanalyse 9
Opdracht 7 Concurrentieanalyse 10
Opdracht 9 Zoekwoorden 12
Opdracht 11 Verkoopmethodes 14
Opdracht Onderwerp
4
E-commerce is in tegenstelling tot wat veel mensen denken veel meer dan alleen het verkopen van
producten via een webshop. E-commerce gaat zowel om het verkopen van producten maar ook de
bedrijfsactiviteiten zoals inkoop en voorraadbeheer en alles wat daarvoor en daarna komt. Denk hierbij
aan communicatie, marktonderzoek, promotie, verzendingen en klantenservice. De betekenis van
e-commerce dekt dus het hele online verkooptraject van A tot Z. We kennen hierbij drie verschillende
transacties.
De transacties (handel) tussen bedrijven onderling noemen we Business-to-Business (B2B). Een bedrijf verkoopt
dan een product of dienst aan een ander bedrijf. Denk bijvoorbeeld aan een groothandel die een bureaustoel
verkoopt aan een advocatenkantoor.
Bedrijven kunnen producten ook verkopen aan consumenten. Consumenten zijn mensen zoals jij en ik die iets
kopen voor hunzelf en dus niet voor of namens een bedrijf. Dit noemen we ook wel particulieren. Een voorbeeld
hiervan is dat je tandpasta bij de Kruidvat koopt. Dit soort transacties vallen onder het gebied Business-to-
Consumer (B2C). De overige transacties gaan tussen twee particulieren onderling ook wel Consumer-to-
Consumer (C2C) genoemd. Voorbeelden van C2C transacties zijn Marktplaats, Air BNB en Ebay. De omzet van
webwinkels blijft elk jaar nog steeds groeien, en dat is niet zo gek. E-commerce heeft namelijk veel voordelen
voor zowel bedrijven als klanten. De belangrijkste lees je hieronder:
Wat is e-commerce?Opdracht 1
Openingstijden: het internet kent geen openings- of sluitingstijden. De meeste websites zijn 99,9% van de tijd online. Bezoekers van een webshop kunnen dus altijd wanneer ze dat willen een aankoop doen.
Anticiperen: bedrijven moeten altijd innoveren en zichzelf blijven verbeteren. Doen zij dit niet dan gaat de concurrent ze namelijk voorbij. Dat betekent voor de consument vaak meer service zoals gratis levering en aantrekkelijke verkoopprijzen.
Data en informatie: websites verzamelen zonder dat je het weet veel data over jouw zoekgedrag, websitegedrag en internet voorkeuren. Hiermee kunnen zij de website steeds beter laten aansluiten op jouw persoonlijke wensen en behoeftes.
Transparantie: bezoekers op het internet kunnen gemakkelijk prijs en kwaliteit met elkaar vergelijken. Denk bijvoorbeeld aan websites al een Energievergelijker.nl of een Kieskeurig.nl. Bedrijven worden daardoor gedwongen om de laagste prijs aan te bieden en dat is gunstig voor onze portemonnee!
5
Het VINC-modelOpdracht 2
Het VINC-model is een model dat een aantal jaren geleden is bedacht door het bedrijf We Are Media /
JijOnline. VINC staat voor: Van Idee naar Conversie. Het model omschrijft de belangrijkste stappen die
nodig zijn om succesvol een eigen website of webshop te runnen. Alles begint bij een idee. Ideeën zijn
overal en goede ideeën heeft iedereen wel eens. Maar een idee alleen is niets waard. Het gaat om de
uitvoering van een idee wat het uiteindelijk tot een succes maakt.
Van idee naar conversie
Er zijn vier verschillende stappen in het VINC-model omschreven. Om jouw idee tot een succes te maken moeten al deze stappen worden meegenomen.
De stappen van het VINC-model zijn:
1. Idee: je hebt een idee maar wat doe je hiermee?
Blijft het een idee of ga je het ook echt verder uitwerken?
Brainstorm, bedenk, vraag en ontdek de mogelijkheden van jouw
idee. Het gaat er bij dit onderdeel om dat je iets bedenkt dat je leuk
lijkt om te verkopen aan mensen.
2. Platform: zodra je een goed idee hebt bedacht ga je nadenken welk online platform je kunt inzetten om het
product te gaan aanbieden. Dit is in ons geval een webshopomgeving binnen WordPress. Natuurlijk zijn er
tientallen andere Content Managment Systemen (CMS) vergelijkbaar als WordPress die je zou kunnen inzetten.
Naast een website kun je ook denken aan het verkopen van producten via marktplaats, Amazon en de Facebook
store. Dit zijn ook voorbeelden van online platformen.
3. Traffic: dit onderdeel is gericht op jouw bezoeker. Welke doelgroep wil je aanspreken met jouw idee en hoe
ga je dat doen? Je wilt namelijk alleen de meest relevante bezoekers op je website krijgen. Dat zijn bezoekers
waarvan de kans groot is dat ze iets van je willen kopen.
Je website moet qua taalgebruik, lay-out en lettertype geschreven zijn op de manier die jouw potentiele klant het
beste aanspreekt.
4. Conversie: bij dit onderdeel gaat het erom hoe jij je doelen gaat behalen. Stel dat je doel is om binnen het
eerste jaar van je online onderneming minimaal twintig bestellingen te hebben. Op welke manier ga je dit doel
behalen en hoe ga je de conversie (een bestelling) daarvan meten?
6
Mijn eigen top 5Opdracht 3
Laten we beginnen bij het begin. De letter ‘i’ in het VINC-model staat voor Idee. Het bedenken van
een goed idee staat tijdens deze module dan ook centraal. Een idee bedenken is niet altijd makkelijk.
Gelukkig is er online genoeg inspiratie te vinden.
Allereest is het belangrijk om iets te bedenken waar ook jouw interesse(s) ligt. Wanneer je namelijk iets doet wat
je leuk vindt motiveert dat weer. Denk bijvoorbeeld aan de bedenker van de website 9GAG.org. De Chinees Ray
Chan vond het leuk om filmpjes te delen met een paar vrienden. Zijn vrienden deelden deze filmpjes vervolgens
ook weer met hun vrienden en die vrienden weer met hun vrienden. Uiteindelijk besloot Ray deze filmpjes op
een website te zetten. Dat is uiteindelijk www.9gag.org geworden. Inmiddels heeft de website meer dan 200
miljoen bezoekers per maand en verdient Ray er behoorlijk wat geld aan door reclame-inkomsten.
En wat dacht je van de oprichter van Facebook, Mark Zuckerberg? Hij richtte Facebook op als een
communicatiemiddel tussen hem en zijn medestudenten tijdens zijn studie op Harvard University. Dit groeide
vervolgens uit tot hét communicatiemiddel van de universiteit.
Op een gegeven moment gingen ook mensen buiten de Harvard University Facebook gebruiken. Toen heette
het social media platform overigens nog: The Facebook. Op dit moment heeft Facebook meer dan 35 miljoen
actieve gebruikers.
Bijna iedereen begint een website of webshop omdat ze het product, het concept of het onderwerp leuk vinden.
Soms hebben mensen ook alleen het doel om veel geld te verdienen en ontdekken zij een ‘gat in de markt’.
Naast dat het onderwerp je interesse moet hebben is het ook van belang dat je niet opgeeft. Daar weet Alibaba
founder Jack Ma alles van. De Chinese miljardair is in zijn leven tientallen keren afgewezen bij sollicitaties en
heeft voor Alibaba twee ondernemingen gehad die mislukte.
Door zijn doorzettingsvermogen en het feit dat Jack Ma goed kan leren van zijn fouten is het hem na al die jaren
wel gelukt. En ook gelijk goed. Alibaba heeft in 2018 een omzet behaald van maar liefst 12,4 miljard euro!
7
Wat wil ik verkopen?Opdracht 4
Bij de vorige opdracht heb je een top 5 gemaakt van de dingen die jij leuk en interessant vindt. Je
gaat nu nadenken welke producten of diensten je kunt koppelen aan jouw interesses. Lees eerst de
onderstaande theorie door en beantwoord dan de vragen uit het werkboek.
Hoe bedenk je een product bij jouw interesse? Stel dat je voetbal erg leuk vindt, dan kan je ervoor kiezen om
een webshop te beginnen waar je voetbalschoenen of keepers-handschoenen verkoopt. Of stel dat je heel erg
goed bent in het bouwen van websites, dan kan je dit natuurlijk prima combineren met een eigen websitebureau.
Jouw idee moet wel een kans van slagen hebben. Daarom is het handig om de volgende checklist af te vinken.
Op die manier kan je toetsen of jouw product een kans van slagen heeft.
• Behoefte in de markt: heeft er een doelgroep behoefte aan jouw product?
• Financieel: hoeveel moet je investeren en hoeveel kun je eraan verdienen?
• Technische haalbaarheid: welke online platform(en) heb je nodig? Is dat haalbaar, is het te technisch of kun je er wel mee werken?
• Juridische haalbaarheid: voldoet jouw idee aan de wet- en regelgeving?
• Tijdpad: hoeveel tijd kost het uitvoeren van je idee en is deze tijd beschikbaar?
8
Probleem oplossenOpdracht 5
Heb je er weleens over nagedacht om een probleem op te lossen? Misschien loop je tijdens het
winkelen, sporten of werken tegen een probleem aan waarvan je denkt: hiermee zou ik het probleem
kunnen oplossen.
Stel dat jullie thuis op je slaapkamer bijvoorbeeld een enorme berg kleding hebt liggen .Deze berg kleding ligt
verspreid over jouw stoel, bed en op de grond. Je merkt dat je simpelweg geen ruimte hebt om je kleding op te bergen. Wat is dan jouw probleem en wat is een mogelijke oplossing voor jouw probleem.
Probleem: Veel kleding en geen (opberg)ruimte.
Oplossing: een kledingkast kopen.
In dit voorbeeld biedt de kledingkast een oplossing voor het ‘probleem’ dat je ervaart. Nu is dit een simpel
voorbeeld, maar vergeet niet dat mensen bij het bedenken van een nieuw product voortdurend bezig zijn met het
zoeken naar oplossingen van problemen.
Mensen ervaren namelijk allerlei soorten problemen in hun dagelijkse leven. Je kan hier slim op in spelen door
het probleem op te lossen in de vorm van een product of dienst.
Tegenwoordig gebruiken ondernemers een website om online zichtbaar te zijn. Echter heeft niet elke
ondernemer de kennis, tijd of zin om een eigen website te bouwen. Dat is een probleem. De oplossing van dit
probleem is het inhuren van een websitebureau die de website voor de ondernemer gaat bouwen. Of stel dat je
graag gitaar wilt leren spelen. Het probleem is dat je nog nooit op een gitaar hebt gespeeld, de oplossing is om
gitaarles te gaan volgen.
Een oplossing bieden aan de klant
Om een succesvolle webshop of website te ontwikkelen is het belangrijk dat je nadenkt welk probleem jouw
klant ervaart en hoe jouw idee dit probleem gaat oplossen. Niet iedereen hoeft hiervoor per se een eigen fysiek
product te bedenken.
Aranka, oprichtster van www.byaranka.nl, is een blog begonnen waar ze mensen bijpraat over de nieuwste
trends rondom voeding, reizen en lifestyle. Waarom? Omdat ze dat leuk vindt! Inmiddels heeft Aranka meer
dan 170.000 bezoekers per maand wat haar elke maand een inkomen oplevert. Zij heeft niet een eigen fysiek
product ontwikkelt, maar richt zich op het promoten en verkopen van iemand anders zijn producten en diensten
zoals bijvoorbeeld vakanties.
Doelgroep analyseOpdracht 6
Hoe graag een ondernemer het ook zou willen, niet iedereen is altijd even enthousiast over jouw product
en bereid om hier geld voor neer te leggen. Om succesvol te zijn met je website moet je nadenken wie
jouw doelgroep is. Een doelgroep bestaat uit een groep mensen die behoefte hebben aan jouw product
of dienst. Deze groep mensen ervaren een bepaalt probleem die jij met jouw dienst of product kunt
oplossen.
In het werkboek ga je aan de slag met het bepalen van jouw eigen doelgroep. Je kunt hiervoor gebruikmaken
van de volgende vragen:
1 Wie is je doelgroep?
Houd het redelijk algemeen. Geef hierbij antwoord op vragen zoals: wat is het geslacht van jouw doelgroep, de leeftijd en het opleidingsniveau?
Wat is hun levensstijl?
Hier word je al iets specifieker. Denk aan de klant die jij probeert te bereiken, wat is hun persoonlijkheid, wat zijn hun idealen en hobby’s? Als je voetbalschoenen wilt verkopen, dan is je doelgroep waarschijnlijk niet een 92-jarige vrouw die graag breit en romannetjes leest.
Waar zit de doelgroep?
De locatie van jouw doelgroep is belangrijk om te weten, je moet namelijk de juiste mensen voor jouw product of dienst bereiken. Wanneer je een klein meubelzaakje in Zeeland hebt, heeft het weinig zin om mensen in Friesland te benaderen.
Waar zoeken ze naar?
Gebruik deze vraag om te achterhalen of jouw doelgroep wel zit te wachten op jouw product. Je kan namelijk wel hetzelfde product willen verkopen die tien andere bedrijven ook verkopen, maar dan is je kans van slagen erg klein. Bedenk daarom wat de doelgroep nog zoekt in een product en sluit hierbij aan.
Wat heb je de doelgroep te bieden?
Nu je weet wat de doelgroep zoekt in een product of dienst, kun je gaan nadenken over hoe jij hierbij aan kunt sluiten. Probeer de wensen en behoeftes van de doelgroep te vertalen naar jouw product. Denk hierbij weer aan het oplossen van het probleem.
2
3
4
5
10
ConcurrentieanalyseOpdracht 7
Wanneer je wilt beginnen met een online webstore is het belangrijk om van te voren onderzoek te doen
naar de concurrentie. Als je er bijvoorbeeld achter komt dat Bol.com precies hetzelfde product verkoopt
als jij, moet je jezelf afvragen of jouw webshop dan een kans van slagen heeft. Bol.com is namelijk al zo
groot geworden dat je als nieuwkomer kunt worden onder gesneeuwd. In principe geeft het niet wanneer
een concurrent hetzelfde product als jou verkoopt, je moet dan alleen wel nadenken over wat jouw
toegevoegde waarde is voor de klant.
Als het goed is heb je nu een product of dienst bedacht voor een webshop. Je gaat nu kijken of jouw dienst of
product al op internet wordt verkocht. Kortom, je gaat een concurrentenonderzoek doen.
Het begint allemaal met het in kaart brengen van jouw belangrijkste concurrenten. Let op: we hebben het dan
niet per se over de grootste concurrenten. Jouw belangrijkste concurrenten zijn bedrijven die in dezelfde markt
handelen en dezelfde doelgroep willen aanspreken. Het kunnen dus wel de grootste concurrenten zijn, maar het
kunnen juist ook kleine bedrijven zijn die toevallig hetzelfde verkopen.
Nu je dit in kaart hebt gebracht ga je kijken naar de sterktes en zwaktes van deze concurrenten. Op het moment
dat jij je gaat focussen op je eigen sterke punten, maar vooral ook inspeelt op de zwaktes van de concurrent ben
je bezig met het creëren van verkoopkansen.
11
Om de sterktes en zwaktes van jouw concurrenten in kaart te brengen kun je gebruik maken van de
volgende vragen:
diensten hebben ze in hun assortiment?
Wat is de prijs? Geven ze ook
kortingen? Hoe maken ze
reclame? Bijvoorbeeld folders, commercials,
concurrenten? Zijn deze positief of
negatief?
12
Een gat in de marktOpdracht 8
Een product of dienst valt te verdelen in een hoofdmarkt of in een nichemarkt. Een hoofdmarkt wil
zeggen dat je met een compleet assortiment de markt op gaat. Bij een nichemarkt ga je maar met een
klein gedeelte van het assortiment de markt op. In het algemeen is de doelgroep van een nichemarkt
kleiner dan die van een hoofdmarkt.
Een voorbeeld van een hoofdmarkt is kleding. Kleding bevat namelijk allerlei soorten, maten, kleuren en stoffen.
Wanneer je als winkel alleen maar Italiaanse stretch mannen broeken verkoopt is dat een voorbeeld van een
product in een nichemarkt (spreek je uit als ‘nies’). Een niche is dus als ware een klein onderdeel van een
hoofdmarkt.
Het voordeel van een nichemarkt is dat mensen je makkelijker kunnen vinden in bijvoorbeeld zoekmachines op
internet. Dit komt doordat er simpelweg een stuk minder bedrijven zijn die alleen maar Italiaanse stretch mannen
broeken verkopen. Vaak is de doelgroep bij een niche product dus ook kleiner dan die van een hoofdmarkt
product. Niet elke man zoekt namelijk in Google naar Italiaanse stretch mannen broeken, maar zoekt eerder op
de term mannen broeken. Het voordeel van een hoofdmarkt is dus dat je een grotere doelgroep aanspreekt en
dus ook meer kans hebt op klanten.
Onderscheiden van de concurrentie
Stel dat je een product aanbiedt die een concurrent ook verkoopt en beide producten zijn identiek aan elkaar.
Hoe ga jij jezelf dan onderscheiden van deze concurrent? Wat maakt jouw product of dienst anders en beter?
In sommige gevallen kun je niks extra’s bieden wat betreft het product. Een van Dale woordenboek bij
concurrent 1 is hetzelfde als bij concurrent 2. Toch kun je de klant wel overtuigen om het woordenboek bij jou
aan te schaffen. Stel dat je erachter komt dat jouw concurrent het woordenboek pas na vijf dagen levert. Je kunt
hier dan bijvoorbeeld op in spelen door ervoor te zorgen dat jouw klant het woordenboek al na twee dagen in
huis heeft liggen. Het sneller kunnen leveren van jouw product is een extra voordeel die jij biedt aan de klant. Dit
noemen wij ook wel een Unique Selling Point (USP).
Andere voorbeelden van USP’s zijn uitgebreide productgarantie op een boormachine, de
laagste prijsgarantie (Jumbo) of een gratis bezorging bij een bestelling van minimaal € 50,-.
Door realistische, uitvoerbare en vooral betaalbare Unique Selling Points te bedenken kan je jezelf dus toch
onderscheiden van de concurrent!
ZoekwoordenOpdracht 9
Voor ongeveer 80% van de internetgebruikers begint een zoektocht op het internet bij een zoekmachine.
Google is hierbij de grootste zoekmachine ter wereld. Een zoekmachine vertaalt de zoekopdracht van
een gebruiker (in de vorm van zoekwoorden) naar bepaalde zoekresultaten. Bedrijven proberen in te
schatten welke zoekwoorden de doelgroep gebruikt in de zoekmachine. Deze zoekwoorden verwerken
bedrijven vervolgens op hun eigen website. Op die manier hopen ze goed aan te sluiten op de vragen,
interesses, behoeftes of problemen die bij de doelgroep spelen.
Wanneer een website op de verkeerde zoekwoorden (ook wel keywords genoemd) is ingericht loop je potentiële
klanten en dus omzet mis. Het kiezen van de juiste zoekwoorden is vaak moeilijker dan je denkt.
GO
http://www.address-bar.com
14
Hoe komen bezoekers op mijn website?
Om traffic (bezoekers) op jouw webshop te krijgen is het verstandig om vooraf een zoekwoordenonderzoek uit te
voeren. Hierbij is het doel om net dat zoekwoord te vinden waar concurrenten nog niet aan hebben gedacht. Om
traffic te genereren naar je webshop ben je dus op zoek naar een zoekwoord waar elke maand veel op wordt
gezocht. Vervolgens moet je kijken in hoeverre concurrenten al actief zijn op dit zoekwoord.
Een zoekwoord kan bestaan uit een short tail
of long tail zoekwoord. Het verschil tussen deze
twee zoekwoorden is goed te zien in de grafiek
hiernaast.
T-shirts
breed en daarom een short tail keyword. Je
hebt namelijk verschillende kleuren, maten en
materialen van t-shirts. Per maand zijn er dan ook
veel mensen die het zoekwoord t-shirts gebruiken
in de zoekmachine. Het zoekwoord heeft dus een
hoog zoekvolume.
* Midden in de grafiek | Zoekwoord: Zwarte t-shirts
Het zoekwoord zwarte t-shirts is ook een short tail keyword. In de grafiek zie je dat het zoekwoord al iets
specifieker is. Je ziet dat de zoekvolume daalt (verticale-as) en dat de kans op een conversie toeneemt
(horizontale-as).
* Rechts in de grafiek | Zoekwoord: Zwarte V-hals t-shirts voor mannen
Zwarte V-hals t-shirts voor mannen is een voorbeeld van een long tail keyword. Dit zoekwoord is lang en
specifiek. Het maandelijkse zoekvolume is relatief laag. Er…