Katapult 3 Target 6 WB - DERDE LEERJAAR LANGELEDESCHOOL · PDF file 8 4 0 2 0 0 – 0 0 4...

Click here to load reader

  • date post

    11-Jun-2020
  • Category

    Documents

  • view

    3
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Katapult 3 Target 6 WB - DERDE LEERJAAR LANGELEDESCHOOL · PDF file 8 4 0 2 0 0 – 0 0 4...

  • 3 6

    13

    1 Kleur alle even getallen groen en alle oneven getallen rood.

    2 Vul het schema verder aan.

    EVEN GETALLEN

    eindigen op ___________________________ .

    hebben bij deling door twee als rest _______ .

    ONEVEN GETALLEN

    eindigen op __________________________ .

    hebben bij deling door twee als rest _______ .

    3 Lees en los op.

    Noteer alle even getallen tussen 40 en 50: ____________________________________________ .

    Noteer alle oneven getallen tussen 80 en 90: __________________________________________ .

    Wat is het kleinste even getal dat uit twee cijfers bestaat? _________

    Wat is het grootste oneven getal dat uit twee cijfers bestaat? _________

    Wat is het grootste even getal dat uit drie verschillende cijfers bestaat? _________

    Wat is het kleinste oneven getal dat uit drie verschillende cijfers bestaat? _________

    4 Maak getallen tot 1 000. Lees goed en vul verder aan.

    Maak even getallen. Gebruik elk cijfer maar één keer.

    3______ 45______ 60______ 1______

    Maak oneven getallen. Gebruik elk cijfer maar één keer.

    80______ 4______ 33______ 50______

    Noteer drie even getallen. Maak getallen van minstens twee cijfers.

    Noteer drie oneven getallen. Maak getallen van minstens twee cijfers.

    5 Zoek de getallen waarvan je precies de helft kunt nemen. Kleur die getallen groen en noteer de helft eronder.

    12 71 120 30 500 85 90 100 79 600

    Getallenkennis LES 1 Getalbegrip tot 1 000

    42 899 756 600601 85

    1 000 777 111 98

    13 324

    42, 44, 46, 48

    81, 83, 85, 87, 89

    10

    99

    986

    103

    78 56 34 12

    1132 8568 637456

    10

    1, 3, 5, 7 of 90, 2, 4, 6 of 8

    6 60 15 250 45 50 300

    1

    Naam:_________________________________ Klas: __________ Datum: ________________

    1

    Katapult_3_Target_6_WB.indd 1 27/03/19 11:35

  • 33

    21

    1 Los op en vul de zinnen verder aan.

    8 x 9 = .

    40 x 4 = .

    9 x 8 = .

    4 x 40 = .

    100 x 4 = 4 x . = .

    3 x 12 = 12 x . = .

    Bij een vermenigvuldiging mogen we de ______________________________________van plaats

    _____________________________________ .

    2 Zoek de uitkomst en doorstreep wat niet past in de zinnen.

    (11 x 3) x 2 = _______________________

    11 x (3 x 2) = _______________________

    36 : (6 : 3) = _______________________

    (36 : 6) : 3 = _______________________

    Bij een vermenigvuldiging mogen we de haakjes wel / niet verplaatsen.

    Bij een deling mogen we de haakjes wel / niet verplaatsen.

    3 Los deze bewerkingen op.

    vermenigvuldigen

    4 x 17 = (4 x 10) + (4 x 7) = ______ + ______ = ______

    5 x 32 = (5 x ______) + (5 x ______) = ______ + ______ = ______

    6 x 23 = (______ x ______) + (______ x ______) = ______ + ______ = ______

    8 x 70 = (8 x 7) x 10 = ______ x 10 = ______

    delen

    420 : 2 = (400 : 2) + (20 : 2) = ______ + ______ = ______

    735 : 7 = (700 : 7) + (____ : ____) = ______ + ______ = ______

    190 : 2 = (180 : 2) + (____ : ____) = ______ + ______ = ______

    315 : 3 = (____ : ____) + (____ : ____) = ______ + ______ = ______

    4 Los deze delingen met rest op.

    13 : 2 = . rest .

    59 : 8 = . rest .

    31 : 7 = . rest .

    48 : 6 = . rest .

    87 : 10 = . rest .

    230 : 100 = . rest .

    Bewerkingen LES 2 Hoofdrekenen: vermenigvuldigen en delen tot 1 000 (splitsen en verdelen)

    72

    160

    33 x 2 = 66

    11 x 6 = 66

    40

    15030

    120

    56

    66

    200

    1007

    2

    33

    35

    10

    15300

    90

    100

    28

    102

    18320

    10

    5

    5

    5

    68

    160

    138

    560

    210

    105

    95

    105

    36 : 2 = 18

    6 : 3 = 2

    factoren

    verwisselen

    72

    160

    100

    3

    400

    36

    1

    3

    3

    0

    7

    30

    6

    7

    4

    8

    8

    2

    2 2

    Katapult_3_Target_6_WB.indd 2 27/03/19 11:35

  • 33 1 Lees en los de delingen cijferend op. Werk met potlood en lat!

    Maak eerst een schatting! Vergelijk de uitkomst met je schatting.

    Boer Hans wil 663 plantjes gelijk verdelen over 3 rijen.

    V Hoeveel plantjes komen er in elke rij?

    Ik schat: _____________________

    Op een ander veld zal boer Hans 462 plantjes gelijk verdelen over 2 rijen.

    V Hoeveel plantjes komen er in elke rij?

    Ik schat: _____________________

    6 6 3 3 4 6 2 2

    . .

    . . . .

    . .

    . . . .

    . .

    . .

    A In elke rij komen ______ plantjes. OK

    Mijn schatting was ❏ goed. ❏ niet goed.

    A In elke rij komen ______ plantjes. OK

    Mijn schatting was ❏ goed. ❏ niet goed.

    2 Los de delingen cijferend op. Werk met potlood en lat! Maak eerst een schatting! Vergelijk de uitkomst met je schatting.

    864 : 2 = _______________ OK

    Ik schat: ___________________

    669 : 3 = _________________ OK

    Ik schat: ______________________

    8 6 4 2 6 6 9 3

    . .

    . . . .

    . .

    . . . .

    . .

    . .

    Mijn schatting was ❏ goed. ❏ niet goed.

    Mijn schatting was ❏ goed. ❏ niet goed.

    B

    5 x . = .

    10 x . = .

    5 x . = .

    10 x . = .

    5 x . = .

    10 x . = .

    5 x . = .

    10 x . = .

    Bewerkingen LES 3 Cijferen: delen tot 1 000 (opgaande delingen)

    B

    660 : 3 = 220

    221

    460 : 2 = 230

    231

    – 6 2 2 3

    0 6

    – 6

    0 9

    – 9

    0

    – 4 2 3 1

    0 6

    – 6

    0 2

    – 2

    0

    – 8 4 3 2

    0 6

    – 6

    0 4

    – 4

    0

    – 6 2 2 1

    0 6

    – 6

    0 3

    – 3

    0

    3

    3

    2

    2

    2

    2

    3

    3

    15

    30

    10

    20

    10

    20

    15

    30

    432 223

    860 : 2 = 430 660 : 3 = 220

    3

    Katapult_3_Target_6_WB.indd 3 27/03/19 11:35

  • 33

    21

    3 Zoek het quotiënt door te cijferen. Werk met potlood en lat!

    933 : 3 = _______________ OK 884 : 4 = _______________ OK

    . . . . . . . .

    . .

    . . . .

    . .

    . . . .

    . .

    . .

    804 : 2 = _______________ OK 505 : 5 = _______________ OK

    . . . . . . . .

    . .

    . . . .

    . .

    . . . .

    . .

    . .

    399 : 3 = _______________ OK 484 : 4 = _______________ OK

    . . . . . . . .

    . .

    . . . .

    . .

    . . . .

    . .

    . .

    5 x . = .

    10 x . = .

    5 x . = .

    10 x . = .

    5 x . = .

    10 x . = .

    5 x . = .

    10 x . = .

    5 x . = .

    10 x . = .

    5 x . = .

    10 x . = .

    4 8 4 4

    – 4 1 2 1

    0 8

    – 8

    0 4

    – 4

    0

    5 0 5 5

    – 5 1 0 1

    0 0

    – 0

    0 5

    – 5

    0

    8 8 4 4

    – 8 2 2 1

    0 8

    – 8

    0 4

    – 4

    0

    3 9 9 3

    – 3 1 3 3

    0 9

    – 9

    0 9

    – 9

    0

    8 0 4 2

    – 8 4 0 2

    0 0

    – 0

    0 4

    – 4

    0

    9 3 3 3

    – 9 3 1 1

    0 3

    – 3

    0 3

    – 3

    0

    4

    4

    5

    5

    4

    4

    3

    3

    2

    2

    3

    3

    20

    40

    25

    50

    20

    40

    15

    30

    10

    20

    15

    30

    121

    101

    221

    133

    402

    311

    4 3

    Katapult_3_Target_6_WB.indd 4 27/03/19 11:35

  • 33 1 Welke muntstukken en biljetten heb je nodig om gepast te betalen?

    Gebruik zo weinig mogelijk munten en biljetten. Je mag meer dan één kruisje zetten in een hokje.

    Ik koop ...

    2 euro en 45 cent

    11 euro en 75 cent

    9 euro en 95 cent

    26 euro en 35 cent

    2 Lees en los op.

    EEN NIEUWE TUIN VOOR DE FAMILIE VERDEGEM Papa wil de tuin helemaal opfrissen voor de zomer. Hij begint met nieuwe tuinmeubelen. Hij koopt een tafel van € 350 en zes stoelen van elk € 60.

    V Hoeveel kost dit allemaal samen?

    G ____________________________________________________

    B ___________________________________________________________________________

    A _______________________________________________________________________ OK

    Een week later koopt hij ook een nieuwe barbecue. De barbecue kost 141 euro en 55 cent. Papa betaalt met een briefje van 200 euro.

    V Hoeveel krijgt papa terug van 200 euro?

    B