Inzicht in Uitbuiting#A8740 - · PDF file Prostitutie door minderjarigen vindt voornamelijk...

Click here to load reader

  • date post

    20-Jun-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Inzicht in Uitbuiting#A8740 - · PDF file Prostitutie door minderjarigen vindt voornamelijk...

  • INZICHT IN UITBUITING

    Handel in minderjarigen in Nederland nader onderzocht

    Anke van den Borne (ECPAT Nederland) Karin Kloosterboer (Unicef Nederland)

    Met medewerking van: Sharon Detrick (Defence for Children International Nederland) Maud Droogleever Fortuyn (Unicef Nederland) Theo Noten (ECPAT Nederland)

    ECPAT Nederland Defence for Children International Nederland Unicef Nederland Plan Nederland

    Amsterdam, september 2005

  • Inzicht in uitbuiting: handel in minderjarigen in Nederland nader onderzocht

    Onderwerpen: mensenhandel, vrouwenhandel, handel in minderjarigen, kinderhandel, seksuele uitbuiting, kinderprostitutie, jeugdprostitutie, kinderrechten

    ISBN 90 74270 21 2 Amsterdam, 2005 Uitgegeven door Stichting Defence for Children International Nederland.

    Dit rapport is opgesteld door ECPAT Nederland in samenwerking met Defence for Children International Nederland en Unicef Nederland met financiële ondersteuning van PLAN Nederland.

    Lay out: Ernst van Leeuwen

    Druk: Stenco, Amsterdam

    ECPAT Nederland Postbus 75297 1070 AG Amsterdam tel: 020 - 4203771 fax: 020 - 4203832 [email protected] www.ecpat.nl

    2 Inzicht in uitbuiting

  • WOORD VOORAF

    Na een eerste inventarisatie onder de titel: Ongezien en ongehoord, zetten ECPAT en DCI samen met Unicef in september 2004 de samenwerking voort om beter in beeld te krijgen hoe handel in minderjarigen in Nederland eruit ziet en hoe minderjarigen daartegen beschermd worden.

    Het ligt voor de hand dat voor deze organisaties de bescherming van de specifieke rechten van het kind - de minderjarige -, zoals deze zijn neergelegd in het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind en het bijbehorende Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinde- ren, kinderprostitutie en kinderpornografie, centraal stonden. Ook in de keuze en benadering van de beschreven praktijkgevallen. In dit thans voor u liggende onderzoeksrapport over handel in minderjarigen, klinkt de (op)roep om vooral ‘op de kleintjes te letten’. Niet om financiële uitgaven in de gaten te houden, maar om intensiever en meer specifiek aandacht te besteden aan de meest kwetsbare groep mensen, die voorwerp van handel - waarin uitbuiting besloten ligt - worden, te weten minderjarigen.

    ‘Op de kleintjes letten’ in dit verband brengt mij ertoe om de lezer er aanstonds op te wijzen dat kleine verschillen nauw kunnen luisteren. Ik doel hierbij op de afbakening van het onderwerp handel in minderjarigen in dit rapport. In de gekozen benadering kan een casus, betrekking hebbend op illegale adoptie, aangeduid worden als handel in minderjarigen. In het mensenhandelartikel in het Wetboek van Strafrecht (art. 273a), dat ook ziet op minderjarigen die voorwerp van handel kunnen zijn - men spreekt ook dan van kinderhandel - gaat het echter (zoals in dit rapport wel tevens vermeld) met name om activiteiten die gericht zijn op uitbuiting in een arbeids- of dienstverleningsverhouding. Illegale adoptie lijkt daar, gelet ook op de ontstaansgeschiedenis van het artikel, niet onder te vallen, al is het - in de context van de strafbaar te stellen ‘verkoop van kinderen’ - een misstand waartegen ingevolge het boven- genoemde Facultatief Protocol opgetreden moet worden. Daarin wordt illegale adoptie niet rechtstreeks geduid als mensenhandel. Het verdient aanbeveling, zoals het rapport suggereert, dat de wetgever dit opheldert. Afgezien van dit mogelijke misverstand waartoe het taalgebruik en een aantal voorbeelden aanleiding kan geven, biedt het rapport vooral door de casusbeschrijvingen breder zicht op diverse vormen van misstanden ten aanzien van minderjarigen. Opvallend is dat sommige in het buitenland nogal eens benoemde sectoren van mensenhandel, waaronder handel in minderjarigen, zoals bedelarij, straatverkoop, bouw en organen, niet uit dit onderzoek naar voren zijn gekomen. Dit kan geruststellend lijken, maar toch blijft waakzaamheid geboden.

    Exploitatie van minderjarigen, vooral in de illegale sector van de seksindustrie, blijft hoe dan ook een gevarenzone, zoals het onderzoek ook uitwijst. Daarnaast worden signalen van misstanden niet altijd snel opgevangen en onderkend. Gewezen wordt op onvoldoende herkenning door gebrek aan kennis en een meer concrete aanwijzing van wat onder uitbuiting van minderjarigen in strafrechtelijk opzicht wordt verstaan, met name in sectoren buiten de seksindustrie. Deze bevindingen en gevolgtrekkingen onderstrepen in overwegende mate de conclusies en aanbevelingen van de NRM. Ook het pleidooi voor specifieke aandacht voor minderjarigen in de aanpak van mensenhandel brengt herkenning teweeg, zij het dat het aangeven van meer concrete acties, gericht op die doelgroep, welkom zou zijn. Ik ga ervan

    Inzicht in uitbuiting 3

  • uit dat ECPAT, DCI, Plan en Unicef zich erop zullen toeleggen de aanbevelingen uit hun rapport om te zetten tot maatregelen in de praktijk.

    Wij kennen in Nederland overigens ook de uitdrukking: ‘voor geen kleintje vervaard zijn’. Dit heeft de betekenis van ‘veel durven’. Niet alleen de handelaren in minderjarigen durven veel, maar, zo kan de aanmoediging luiden, ook degenen die opkomen voor de bescherming van minderjarigen zouden veel moeten durven. ‘Durven’ als uitdrukking van een houding van alert zijn, opkomen tegen onrecht. Zeker indien specifieke internationaal erkende kinderrechten ernstig in de knel komen. Dit geldt voor hulpverleners en voor degenen die gewapend met het strafrechtsartikel de strijd tegen mensenhandelaren aangaan, bij uitstek als minderjarigen daarvan het slachtoffer zijn. Het artikel in de strafwet heeft alles te maken met het hooghouden van mensenrechten - een belang van individu en gemeenschap -, meer in het bijzonder als het om de kwetsbare categorie van minderjarigen/kinderen gaat. Het is ‘ongehoord’ indien over- heid en samenleving zich hier niet voor zouden inzetten. Moge de inzet van ECPAT, DCI, Plan en Unicef een aanzet vormen tot het zichtbaar maken daarvan. Met toewijding, durf en volharding moeten wij allen ‘op de kleintjes letten’, in het volle besef dat elke minderjarige ertoe doet.

    Den Haag, juli 2005

    A.G. Korvinus Nationaal Rapporteur Mensenhandel

    4 Inzicht in uitbuiting

  • SAMENVATTING

    Sinds 1 januari 2005 is de Nederlandse wetgeving rond mensenhandel aangepast aan interna- tionale verdragen. In artikel 273a Wetboek van Strafrecht is naast uitbuiting van minderjarigen in de prostitutie ook uitbuiting in andere sectoren en handel in organen strafbaar gesteld. Handel in minderjarigen wordt zorgvuldig verborgen gehouden door daders, maar vaak ook door slachtoffers. Dat maakt het moeilijk om het te voorkomen en te signaleren, om daders op te sporen en te vervolgen en om slachtoffers te beschermen en te begeleiden. ECPAT Nederland heeft samen met Defence for Children International Nederland en Unicef Nederland, met financiële steun van Plan Nederland van september 2004 tot september 2005 onderzoek gedaan naar uitbuiting van minderjarigen. Onderzocht is of, waar en hoe minderjari- gen worden uitgebuit, wie de (potentiële) slachtoffers zijn, of zij afdoende worden beschermd en of de bestaande maatregelen om handel in minderjarigen tegen te gaan, voldoen. Het onder- zoek bestaat uit dossieronderzoek, interviews met 246 medewerkers afkomstig uit 221 instan- ties in heel Nederland en peerresearch (ex-slachtoffers interviewen andere (ex-)slachtoffers). Op basis van informatie afkomstig uit de interviews is een database samengesteld met gege- vens van minderjarigen die op enige wijze zijn uitgebuit in de periode 2003-2005. Op grond hiervan kan iets gezegd worden over de aard, maar niets over de concrete omvang van het pro- bleem in Nederland. De database bevat de gegevens van 230 slachtoffers: 73,5% werd alleen uitgebuit in de prosti- tutie, 9,1% zowel in de prostitutie als in andere sectoren en 17,4% werd alleen uitgebuit in an- dere sectoren, waaronder de huishouding, horeca, schoonmaakbranche, drugshandel en crimi- naliteit. Ook klussen als sjouwwerk, oppassen of folders verspreiden gebeuren soms onder omstandigheden die de kwalificatie uitbuiting verdienen. Illegale adoptie is ook opgenomen in de database. Prostitutie door minderjarigen vindt voornamelijk plaats in de escort en in privé-huizen, via Internet en mobiele telefoon. Bij meisjes is bij ongeveer de helft sprake van loverboyproble- matiek, maar de rest van de jongeren verzeilt op andere manieren in de prostitutie. Bij prostitu- tie zijn de meeste jongeren, circa tweevijfde deel, zestien of zeventien jaar. De helft van de jongens is jonger dan zestien jaar, bij de meisjes is dit aandeel kleiner (een vijfde). Bij overige uitbuitingsvormen zijn minderjarigen tussen 0 en 12 jaar met 35% het meest vertegenwoordigd met name door gevallen van illegale adoptie. Bijna een vijfde deel van de minderjarigen is tus- sen 13 en 15 jaar en een vijfde is tussen 16 en 17 jaar. Zowel Nederlandse als buitenlandse kinderen zijn slachtoffer van mensenhandel. Slachtoffers van uitbuiting komen uit 31 verschillende landen van over de hele wereld. Van de slachtoffers van uitbuiting in de prostitutie is 27,7% van Nederlandse en 30,3% van Marokkaanse, Turkse, Surinaamse of Antilliaanse afkomst. Van deze groep heeft meer dan de helft de Nederlandse nationaliteit. Bij andere vormen van uitbuiting heeft slechts 5% een Nederlandse afkomst. Ama’s, door veel informanten genoemd als extra kwetsbaar voor uitbuiting, vertegenwoordi- gen in de database bijna 6% van de slachtoffers van prostitutie. In andere vormen van uitbui- ting zijn we ze niet tegen gekomen. Een aanzienlijk deel van de slachtoffers verblijft illegaal in Nederland: bij prostitutie is dit 13,0% en bij andere vormen van uitbuiting zelfs 37,5%. Uit het onderzoek kome