Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD...

of 22 /22
Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht 1 Informatiebrochure Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Preventie, diagnostiek en behandeling van jeugdigen met ernstig probleemgedrag in een gedwongen kader. Coördinator C.M.A. van Laarhoven-Aarts Juli 2010

Transcript of Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD...

Page 1: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

1

Informatiebrochure

Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht

Forensische

Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek

Preventie, diagnostiek en behandeling van jeugdigen met ernstig

probleemgedrag in een gedwongen kader.

Coördinator C.M.A. van Laarhoven-Aarts

Juli 2010

Page 2: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

2

Inhoudsopgave

Voorwoord p. 3

1. Verantwoording

1.1. Relevantie van een Mastertrack binnen het forensisch werkveld p. 4

1.2. Relevantie van een interdisciplinaire Mastertrack p. 4

1.3. Betrokken hoogleraren en docenten p. 5

2. Het onderwijsprogramma

2.1. Algemene informatie p. 6

2.2. Inhoud van het onderwijsprogramma p. 8

3. Stage en thesis

3.1. Stage p. 12

3.2. Thesis p. 15

4. Interdisciplinair karakter van de Mastertrack aan de Universiteit Utrecht

4.1. Het Ambulatorium van de Faculteit Sociale Wetenschappen, sectie Forensische

Jeugdzorg p. 18

4.2. Achtergrond en studieopdracht van de kerndocenten p. 19

Page 3: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

3

Voorwoord

Met ingang van het studiejaar 2010-2011 biedt de Universiteit Utrecht een nieuwe interdisciplinaire

Mastertrack Forensische Ontwikkelingpsychologie en Orthopedagogiek aan. Het is een Mastertrack

die kan worden gevolgd door studenten die gekozen hebben voor het Masterprogramma Kinder- &

Jeugdpsychologie of Orthopedagogiek. Het cursorisch gedeelte van het programma is specifiek

afgestemd op vraagstukken uit het forensisch veld. Stage en thesis sluiten hier zo veel mogelijk bij

aan. De theorie die aangeboden wordt richt zich enerzijds op analyse en achtergronden van ernstig,

externaliserend probleemgedrag, dat in veel gevallen ook gepaard gaat met ernstige internaliserende

problemen. Anderzijds wordt aandacht besteed aan (vroegtijdige) interventies en behandeling van

probleemgedrag. Binnen de Mastertrack zullen de masterstudenten onderwezen worden door

hoogleraren en (gast)docenten van ontwikkelingspsychologie en orthopedagogiek die elk hun eigen

specialisatie hebben op het terrein van complex, externaliserend probleemgedrag.

Het interdisciplinaire Masterprogramma Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek

heeft een klinisch karakter en gaat in op diagnostiek en behandeling/coaching van jeugdigen met

ernstige externaliserende problematiek. Om de inbedding van de praktijk in wetenschap te verzekeren

wordt door de studenten gelijktijdig cursorisch onderwijs gevolgd, stage gelopen en een thesis

geschreven. In de specifieke cursussen worden studenten geschoold in ontwikkelings-

psychopathologie, diagnostiek en behandeling. Het is de bedoeling dat de studenten in hun stage een

goede vertaalslag kunnen maken van de theorie naar de praktijk.

In deze brochure wordt aandacht besteed aan de verantwoording van de keuze voor de

Interdisciplinaire Mastertrack. Daarnaast wordt uitleg gegeven over het onderwijsprogramma en de

inbedding daarvan in de wetenschappelijke en klinische expertise die bij beide disciplines Kinder- &

Jeugdpsychologie en Orthopedagogiek beschikbaar is.

Wij vertrouwen erop met dit nieuwe programma in te kunnen spelen op de toenemende behoefte aan

afstemming tussen opleiding, onderzoek en klinische praktijk in het forensisch veld.

Utrecht, juli 2010

Elly van Laarhoven

Page 4: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

4

1.Verantwoording

1.1. Relevantie van een Mastertrack op het gebied forensische jeugdzorg

De Mastertrack richt zich op vraagstukken voor kinderen en jeugdigen in het forensisch veld en wil

hiermee een substantiële bijdrage leveren aan de expertiseontwikkeling binnen zowel het

civielrechtelijk als strafrechtelijke domein van dit werkveld. In de Mastertrack staat complex,

externaliserend probleemgedrag centraal en wordt onderwijs gegeven op het gebied van diagnostiek en

behandeling met de bedoeling om de ontwikkeling van antisociale persoonlijkheidsstoornissen tegen

te gaan. De maatschappelijke relevantie van expertise op dit gebied wordt door de gezondheidsraad

onderschreven. Een commissie van de Gezondheidsraad (2006) heeft in een advies aan de minister van

Volksgezondheid, Welzijn en Sport gewezen op de wetenschappelijk onderbouwde mogelijkheden om

een antisociale persoonlijkheidsstoornis te voorkomen en om zorg te verlenen aan mensen met deze

stoornis. Tegelijkertijd wijst de commissie op het gebrek aan goed onderzoek naar de behandeling

ervan. Vastgesteld is dat de mogelijkheden in de praktijk niet ten volle worden benut. De ontwikkeling

van richtlijnen voor diagnostiek en behandeling wordt door de commissie van de Gezondheidsraad

geopperd als mogelijkheid om een eerste stap te zetten in de goede richting. Gewezen wordt op de

noodzaak om op effectieve en doelmatige wijze bij kinderen en adolescenten op latere leeftijd een

gedragsstoornis te voorkomen, (Gezondheidsraad, 2006).

Door bundeling van expertise van hoogleraren, hoofddocenten en universitair docenten binnen het

curriculum en de dialoog met experts uit de klinische praktijk de praktijk ontstaat een

onderwijsaanbod dat voldoet aan het gestelde wetenschappelijke niveau van een Masteropleiding en

de praktische relevantie daarvan. Tevens zullen deskundigen uit het werkveld werkcolleges verzorgen.

De interactie tussen wetenschapsbeoefenaars van de universiteit en experts in het werkveld kan een

inspiratiebron vormen voor onderwijs en onderzoek dat is afgestemd op dit specifieke werkveld.

1.2. Relevantie van een interdisciplinaire Mastertrack

De keuze om een Mastertrack te ontwikkelen waarin zowel orthopedagogiek als

ontwikkelingspsychologie participeren, komt voort uit de overtuiging dat de complexe problematiek in

het forensisch veld vanuit meerdere perspectieven dient te worden geanalyseerd en aangepakt. De op

te leiden professional draagt de verantwoordelijkheid met zich mee om besluiten te nemen voor een

cliënt in diens belang maar ook in het belang van de maatschappij. Deze professional dient bij het

handelen niet alleen verantwoordelijkheid af te leggen aan de cliënt aan wie de hulp wordt verleend,

maar ook aan de ingrijpende overheid. Bij de advisering en besluitvorming over de aanpak van een

jongere moet de clinicus in het forensisch veld bijvoorbeeld rekening houden met het

‘gevaarscriterium’ (strafrechtelijk kader) of de ‘noodzaak’ om een jongere te beschermen tegen verder

Page 5: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

5

afglijden (civielrechtelijk kader). De problematiek in het forensisch veld vraagt om een

wetenschappelijke benaderingswijze vanuit een ecologisch perspectief. Een integratie van de expertise

die vanuit de pedagogische en ontwikkelingspsychologische invalshoek wordt opgebouwd levert juist

in dit specifieke veld een meerwaarde op voor de expertise die ontwikkeld wordt.

1.3. Betrokken hoogleraren en docenten

In de Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en orthopedagogiek is de expertise van de

Universiteit Utrecht op dit gebied gebundeld. De hoogleraren Prof. dr. Bram Orobio de Castro, Prof.

dr. Ido Weijers, Prof. dr. Daan Brugman, Prof. dr. Maja Decovic, en Prof. dr. Wim Meeus hebben het

zijn nauw betrokken bij de ontwikkeling van deze Mastertrack. De werkgroep die het

Masterprogramma heeft uitgewerkt bestond uit dr. Peter Prinzie, dr. Gonneke Stevens en dr. Minet de

Wied en werd voorgezeten door drs. Elly van Laarhoven.

Page 6: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

6

2. Het Onderwijsprogramma

2.1. Algemene informatie

Instroom in het masterprogramma geschiedt vanuit de twee disciplines: Ontwikkelingspsychologie en

Orthopedagogiek. De studenten studeren ook af in de eigen studierichting. Op de cijferlijst wordt

aangetekend dat de Mastertrack is gevolgd binnen de track Forensische Ontwikkelingspsychologie en

Orthopedagogiek.

Het Masterprogramma heeft een duidelijk klinisch karakter: diagnostiek en behandeling staan centraal.

De registratie voor diagnostiek, bij resp. de NVO en BAPD past binnen het onderwijsprogramma.

Instroomeis:

De instroomeisen die gelden voor het masterprogramma van de betreffende studierichting gelden ook

voor de Mastertrack Forensische Ontwikkelingpsychologie en Orthopedagogiek.

De Minor Jeugd en Criminaliteit van Prof. dr. Ido Weijers wordt aanbevolen. Het masterprogramma

Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek bouwt voort op de basis die in deze minor

is gelegd. Studenten die dit programma niet hebben gevolgd wordt aanbevolen om de literatuur te

lezen die in de genoemde Minor centraal staat:

Ido Weijers & Christian Eliaerts (red.) (2008). Jeugdcriminologie: achtergronden van jeugd-

criminaliteit. Den Haag: Boom Juridische uitgevers. ISBN 978-90-5454-846-1.

Ido Weijers & Frank Imkamp (red.) (2008). Jeugdstrafrecht in internationaal perspectief. Den Haag:

Boom Juridische uitgevers. ISBN 978-90-8974-021-2.

Ido Weijers (red.) (2008). Justitiële interventie. Den Haag: Boom Juridische uitgevers. ISBN 978-90-

8974-022-9.

Page 7: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

7

Overzicht van het totale Masterprogramma:

Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Thesis PEDA 22,5 ects

Bachelor Pedagogiek

Studiepad

Orthopedagogiek

Stage PEDA 22,5 ects

Hulpverleningsinstelling voor jeugdigen met

complexe, externaliserende problematiek

Master Orthopedagoog

Track Forensische

Ontwikkelingspsychologie

en Orthopedagogiek

FJZ I

7,5 ects

FJZ II

7,5 ects

Stage OWP 22,5 ects

Hulpverleningsinstelling voor

jeugdigen met complexe,

externaliserende problematiek

Bachelor Psychologie

Studiepad Kinder- &

Jeugdpsychologie

Thesis OWP 22,5 ects

Master Kinder-

&Jeugdpsycholoog

Track Forensische

Ontwikkelingspsychologie

en Orthopedagogiek

Toelichting:

De Mastertrack biedt toegang voor studenten die een van de volgende voortrajecten hebben afgelegd:

- het bachelorprogramma Pedagogiek , studiepad Orthopedagogiek

- het bachelorprogramma Psychologie, studiepad Kinder- & Jeugdpsychologie

In blok 1 en 2 volgen alle studenten twee theoretische vakken:

Blok 1: FJZ I (Forensische Jeugdzorg I: 7,5 ects)

Blok 2: FJZ II (Forensische Jeugdzorg II: 7,5 ects)

In de blokken 1 t/m 3 of 4 wordt stage gelopen op een instelling binnen het forensisch veld (22,5 ects).

In de blokken 1 t/m 4 of 3 en 4 (eventueel eerdere start) wordt de thesis geschreven (22,5 ects). Stage

en thesis vallen binnen het Masterprogramma van Orthopedagogiek voor de pedagogen en binnen het

Masterprogramma Ontwikkelingspsychologie voor de psychologen.

Page 8: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

8

De Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek biedt een

cursusprogramma met een klinisch accent.

De Mastertrack bereidt voor op de opleiding:

� GZ-psycholoog

� Orthopedagoog Generalist

� Cognitief Gedragstherapeut

� Profiel Forensisch Psycholoog

� Rapporteur Pro Justitia van het NIFP

Vanwege de specifieke kennis over het forensisch veld kunnen de volgende beroepsperspectieven,

tijdens of na genoemde post-master opleidingen worden genoemd:

� Behandelcoördinator in justitiële jeugdinrichtingen.

� Behandelcoördinator in instellingen voor jeugdzorg-plus

� Gedragswetenschapper bij Bureau Jeugd Zorg

� Gedragswetenschapper bij de Raad voor de Kinderbescherming

� Behandelaar in ortho-psychiatrische instellingen

� Diagnost en behandelaar in hulpverleningsinstellingen voor jeugdigen met ernstige

opvoedings- en gedragsproblemen.

Psycho-diagnostiek ten behoeve van de diagnostische aantekening BAPD (NIP) of diagnostische

aantekening bij de NVO is onderdeel van de Mastertrack.

2.2. Inhoud van het onderwijsprogramma

Het theoretisch deel van het Masterprogramma bestaat uit twee cursussen, Forensische Jeugdzorg I

(Achtergronden en analyse van problematiek bij jeugdigen in het forensisch veld) en Forensische

Jeugdzorg II (Preventie en interventie binnen het forensisch veld). Beide cursussen bestaan uit een

collegereeks en een werkgroepreeks waarin een vertaalslag wordt gemaakt van de collegestof en

literatuur naar vraagstukken in de praktijk.

Het Masterprogramma wordt aangeboden door hoogleraren en universitair docenten uit de drie

disciplines Ontwikkelingspsychologie (OWP), Pedagogiek (PEDA) en Algemene Sociale

Wetenschappen (ASW) die allen bijzondere expertise hebben op het gebied van forensische jeugdzorg.

Een vast docententeam verzorgt de colleges in blok 1 en/of blok 2. In het onderwijsprogramma wordt

een module jeugdrecht geïntegreerd van twee colleges zodat voldaan wordt aan de eis voor een

onderwijsprogramma waarmee de studenten in aanmerking kunnen komen voor de

diagnostiekregistratie van het NIP (BAPD) en de NVO (Basisregistratie Psychodiagnostiek). In de

werkgroepenreeksen van beide cursussen wordt een vertaalslag gemaakt van de theorie naar

casuïstiekniveau en/of vaardigheidsniveau. Stagewerkgroepen dienen om de vertaalslag te maken van

de verworven wetenschappelijke inzichten (m.n. op het gebied van diagnostiek) naar de praktijk.

Page 9: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

9

Forensische jeugdzorg 1 Theoretische achtergronden en analyse

Collegereeks door kerndocenten OWP, PEDA en ASW

10-09-10 17-09-10 24-09-10 01-10-10 08-10-10 15-10-10 22-10-10 29-10-10 05-1-10

Introductie

-college

Nature-

Nurture

Vraagstuk

Jeugdrecht

(1)

Jeugdrecht

(2)

Sociale

Informatie

Verwer-

king

Empathie

en psycho-

pathie

Morele

ontwikke-

ling

Hechting &

Trauma

Trans-

culturele

problemati

ek

Elly van

Laarhoven

Peter

Prinzie

Kristien

Hepping

Kristien

Hepping

Bram

Orobio de

Castro

Minet de

Wied

Daan

Brugman

Elly van

Laarhoven

Gonneke

Stevens

12-11-10

Schriftelijk

tentamen

Gastcolleges

Onderzoek

binnen het

justitiële

werkveld

Onderzoek

i.v.m.

machtiging

plaatsing

gesloten

jeugdzorg

Onderzoek

naar

Toereke-

ningsvat-

baarheid en

recidive-

gevaar

Onderzoek

naar

psycho-

pathie

Onderzoek

bij meisjes

met

‘loverboy’-

problema-

tiek

Ouder-

schaps-

beoorde-ling

2 parallelle werkgroepen onder begeleiding van begeleiding door C.M.A. van Laarhoven en M. de Wied

Introductie ADHD ASS Deadline

basispaper

OD/CD PTSS

Angst-

stoornis

Uitgebrei

de paper

Literatuur:

Carr.A. (2009). The handbook of Child and Adolescent Clinical Psychology. London/New-York:

Routledge

Matthys,W.,&Lochman,J.E.(2010). Oppositional Defiant Diorder and Conduct Disorder in

Childhood. London/Sussex: Wiley-Blackwell.

Weijers,I.(red)(2008). Justitiele interventies voor jeugdige daders en risicojongeren. Den Haag:

Boom.

Artikelen aangeleverd door docenten.

Toelichting:

FJZ I geeft een theoretische verdieping en gaat in op achtergronden en ontstaan van agressief en

crimineel gedrag. De collegereeks bespreekt de problematiek vanuit een bepaalde invalshoek.

Aansluitend op de colleges van FJZ I worden een zestal gastcolleges verzorgd. In de werkgroepen van

FJZ I wordt ingegaan op de onderkenning en verklaring van psychopathologie bij jeugdigen met

ernstig externaliserend en internaliserend probleemgedrag, die volgens DSM-IV worden

geclassificeerd op As I en As II (cluster B persoonlijkheidsstoornissen). Studenten worden o.a. door

opdrachten en presentaties in deze werkgroepen voorbereid op het schrijven van diagnostiekcasussen

volgens het hypothesen toetsend model.

Page 10: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

10

Forensische jeugdzorg II Preventie en Interventie

Collegereeks

19-11-10 26-11-10 03-12-10 10-12-10 17-12-10 07-01-11 14-01-11 21-01-11

Contouren

van het

forensisch

veld

Effectieve

behandel-

progamma’s

en preventie

Behandel-

programma’

s waar

ouders bij

betrokken

zijn

Behandeling

moreel

handelen

Biomarkers en

behandel-effect/

Farmaco-

logische

behandel-

mogelijkheden

Methodiek

meidenhulp

verlening

Aanpak

trans-

culturele

problematiek

Ido

Weijers

Onderwijs

vrij

Bram Orobio

de Castro

Peter

Prinzie

Daan

Brugman

Minet de Wied

en Rob Heerdink

Elly van

Laarhoven

Gonneke

Stevens

Tentamen

over

literatuur

en

collegestof

Werkgroepreeks gedragstherapie en coaching bij jongeren met externaliserende problematiek college

In 5 werkgroepen van 1 uur en d.m.v. thuisopdrachten: Individuele cognitieve gedragstherapie

In 2 werkgroepen van een uur en d.m.v. thuisopdrachten: Effectstudie van behandelmethodiek

Aanpak

jeugdige

veelplegers

In 5 werkgroepen van 1 uur en d.m.v. thuisopdrachten: Coaching van professionals Ido Weijers

Opdracht:

behandel-

verslag,

effectstudie

en verslag

coachings-

traject

Literatuur:

Kendall,P.C. (2006). Child and Adolescent Therapy.3th ed. New York: The Guilford Press.

Matthys,W.,&Lochman,J.E.(2010). Oppositional Defiant Diorder and Conduct Disorder in

Childhood. London/Sussex: Wiley-Blackwell.

Artikelen aangeleverd door docenten.

Toelichting:

FJZ II gaat in op wetenschappelijk gefundeerde interventies voor kinderen en jongeren met

externaliserende problematiek. In de collegereeks worden interventies en algemene aanpakken

besproken die voortkomen uit de wetenschappelijke analyses die in FJZ I aan de orde kwamen. De

collegestof en bijbehorende literatuur wordt getoetst aan de hand van een tentamen aan het einde van

de collegereeks. De reeks van 6 werkgroepen heeft een drietal thema’s, welke alle drie door een

docent met specifieke expertise wordt aangeboden:

- Het opstellen en evalueren van een behandeling die gebaseerd is op cognitieve gedragstherapie

(Elly van Laarhoven, cognitief gedragstherapeut).

- Vaardigheden en inzichten verwerven op het gebied van coaching van professionals (Marleen

Bressers, behandelcoördinator Rentray, gespecialiseerd in coaching).

- Analyseren en evalueren van effectstudies van behandelprogramma’s (Minet de Wied,

wetenschappelijk onderzoeker, specialiteit: empathie bij kinderen met agressief

probleemgedrag).

Page 11: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

11

Studiedag

Op donderdag 4 november 2010 nemen de studenten deel aan een studiedag die georganiseerd wordt

door de Sectie forensische psychiatrie van de NVRG in de Van der Hoevenkliniek te Utrecht. Het

thema van de studiedag is:

S. o. S.

Signs of Safety

Solistisch of Systemisch

De studiedag gaat over de behandeling van alle betrokkenen bij kindermishandeling binnen het gezin

en de ketensamenwerking die daarbij een voorwaarde is.

Page 12: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

12

3. Stage en thesis ∗

)

3.1. Stage

De studenten lopen stage in een instelling in het forensisch werkveld of aanpalende vorm van

hulpverlening waar expertise aanwezig is voor diagnostiek en behandeling van jeugdigen met ernstige,

complexe externaliserende problematiek. Het zijn instellingen waar zowel op basis van strafrechtelijke

of civielrechtelijke basis diagnostiek of behandeling wordt uitgevoerd of die een ketenpartner vormen

van deze instellingen in het forensisch veld. Ook is het begeleiden van groepsopvoeders en

maatschappelijk werkers veelal een essentieel onderdeel van de stage. Het ‘dwangelement’ en/of de

‘vrijheidsbeneming’ of de dreiging daarvan is kenmerkend voor de inhoud, vorm en context van de

interventie. De student loopt gedurende min. 10 maanden, 2,5 tot 3 dagen stage per week. De meeste

stages betreffen 100-150 dagen. In een convenant met de stage-instelling worden vaste afspraken

hierover gemaakt. Vanuit de universiteit wordt de minimum eis gesteld van 22,5 ECTS = 630 uur.

Stageplaatsen zijn:

- justitiële jeugdinrichtingen

- instellingen voor jeugdzorg-plus

- ortho-psychiatrische instellingen

- ambulante instellingen voor ortho-psychiatrie

- Raad voor de Kinderbescherming

- Bureau Jeugdzorg

- NIFP, Ambulatorium Zetten en Ambulatorium Universiteit Utrecht

- instellingen voor jeugdhulpverlening die hulp bieden aan specifieke probleemgroepen zoals

b.v. meisjes met ‘loverboy’- problematiek.

Vanuit de universiteit krijgt de student een stagebegeleider aangewezen die beschikt over expertise

t.a.v. de specifieke doelgroep.

De begeleiding van de stage wordt gegeven in:

- Stagewerkgroepen (6 bijeenkomsten)

- Intervisiegroepjes

- Individueel overleg met de stagebegeleider op de stage-instelling (telefonisch en /of face-to-

face) n.a.v. stageplan, midden-evaluatie en stageverslag

- Individueel ten behoeve van de drie casussen voor de registratie psychodiagnostiek bij NIP

en/of NVO

De stage en thesis vallen onder het onderwijs van de discipline waarin de student af zal studeren.

Page 13: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

13

Inhoud van de stage

Aan het begin van de stage stelt de student in overleg met de stagebegeleider van de instelling een

stageplan op. Dit bevat de stageleerdoelen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen inhoudelijke

(academische en professionele) doelen en doelen aangaande het persoonlijk functioneren. Ook worden

de leeractiviteiten met betrekking tot screening, diagnostiek, indicatiestelling, behandelingsadvisering,

evaluatie en begeleiding beschreven. In een gesprek (telefonisch of op de stageplaats) tussen student,

stagebegeleider en docent krijgt het stageplan zijn definitieve vorm.

Stagedoelen

Na een succesvolle afronding van de stage binnen de Mastertrack Ontwikkelingspsychologie en

Orthopedagogiek kan de student:

− de belangrijkste actuele ontwikkelingspsychologische en/of orthopedagogische vraagstellingen

binnen het stagewerkveld signaleren en beoordelen en de belangrijkste theorieën en modellen

welke toegepast worden in het betreffende werkveld identificeren en evalueren;

− complexe vraagstellingen vanuit meervoudige theoretische perspectieven analyseren en relateren

aan concepten die een rol spelen bij de studie van het (ortho)pedagogisch handelen in het

werkveld;

− kritisch reflecteren op bestaande ontwikkelingspsychologische en (ortho)pedagogische

interventiepraktijken, vanuit theoretische, analytische, diagnostische en interventiestrategische

overwegingen;

− zichzelf werkveldspecifieke vaardigheden eigen maken die betrekking kunnen hebben op

diagnostiek, begeleiding, behandeling, behandelingscoördinatie, beleid en preventie, en deze op

een wetenschappelijk verantwoorde wijze toepassen;

− op adequate wijze functioneren als ontwikkelingspsycholoog of orthopedagoog binnen de kaders

van de beroepscodes van het werkveld en op die manier zowel een respectvolle en

verantwoordelijke houding als een zakelijke en klantgerichte houding ontwikkelen t.o.v.

studenten, collega’s, respondenten en cliënten;

− reflecteren op de eigen beroepsrol en beroepsattitude;

− kritisch reflecteren op het persoonlijk functioneren en leren.

Stageactiviteiten

Van de student wordt verwacht dat deze met een toenemende mate van zelfstandigheid deelneemt aan

de werkzaamheden van een gedragswetenschapper binnen de stage-instelling. In de praktijk komt dit

er op neer dat de student de eerste maand de verschillende activiteiten bijwoont en hierbij observeert.

De student bereidt deze activiteiten echter wel goed voor (handleidingen van onderzoeksinstrumenten

worden bestudeerd, voorlopige werktheorieën voor een intakegesprek worden geëxpliciteerd,

Page 14: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

14

aandachtspunten voor een gesprek met een cliënt worden opgesteld en hypothesen worden

geformuleerd). Vervolgens zal de student een steeds actiever aandeel krijgen in het uitvoeren van

bovenstaande activiteiten.

De stageactiviteiten worden theoretisch onderbouwd door thema’s literatuur, collegestof en

paperopdrachten van de twee theoretische cursussen van de Mastertrack.

Psychodiagnostiek en behandelcoördinatie

Het in de opleiding behandelde hypothese toetsend model (HTM) van De Bruyn, Pameijer,

Ruijssenaars & Van Aarle (2003) vormt hierbij de leidraad. Met het oog op het leerproces van de

student worden in de stagewerkgroepen de stappen van dit model expliciet doorlopen, het liefst aan de

hand van casuïstiek die de studenten vanuit de stage-instelling (uiteraard geanonimiseerd) kan

aanleveren. De nadruk wordt gelegd op dit aspect van de beroepsvorming als clinicus, ook als het

uitvoeren van diagnostiek in de instelling niet of minder gebruikelijk is. Het kan hierbij gaan om

beslissingsdiagnostiek, maar ook om diagnostiek die wordt uitgevoerd in de loop van

behandeltrajecten ten behoeve van de vervolgindicatiestelling en opstelling van het behandelplan of

als ter voorbereiding van de evaluatie. Ook kan diagnostiek worden uitgevoerd naar aanleiding van

zorg- en hanteringvraagstukken tijdens opvang- en behandeling. Het handelingsgerichte aspect van de

diagnostiek staat bij alle voorgestelde vormen centraal.

De hierboven beschreven context bepaalt sterk de opbouw van het diagnostisch proces, toch kunnen

de volgende stappen worden onderscheiden.

1) Naar aanleiding van een hulpvraag moet de student kunnen komen tot een probleemanalyse. Dit

veronderstelt naast een inventarisatie van klachtgedrag een analyse van de klachten in relatie tot de

opvoedingscontext.

2) Op basis van deze probleemanalyse en theoretische kennis dienen hypothesen te worden opgesteld

ter verklaring van het probleemgedrag. Op grond hiervan dient een onderzoeksopzet te worden

gemaakt ter toetsing van deze hypothesen en dient dit achtereenvolgens te worden uitgevoerd.

3) De verkregen onderzoeksresultaten worden uitgewerkt en geïnterpreteerd op grond waarvan de

hypothesen worden verworpen of aangenomen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen

onderkennende en verklarende hypotheses, classificatie volgens DSM-IV is een onderdeel van deze

procedure.

4) De op deze wijze verworven resultaten worden geïntegreerd in een ideografische theorie (integratief

beeld), waarbij de verschillende aspecten van het probleemgedrag van de cliënt en de gevonden

verklaringen en in stand houdende c.q. versterkende factoren in samenhang met elkaar worden

beschreven.

Page 15: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

15

5) In het geval van rapportage Pro Justitia zal vervolgens een forensische beschouwing worden

gegeven waarbij uitspraken worden gedaan over de mate van toerekeningsvatbaarheid en het

recidiverisico. Bij rapportage in het kader van behandeltrajecten wordt ingegaan op de vraag welke

interventiemogelijkheid de meeste aanknopingspunten biedt. Op grond van deze ideografische theorie

vindt indicatiestelling en advies plaats.

6) In behandelinstellingen kan de therapeutische cyclus verder worden uitgewerkt. Op grond van de

indicatiestelling kan een behandelingsplan worden geschreven, de behandeling worden uitgevoerd en

vervolgens worden geëvalueerd en indien nodig worden aangepast.

Basisaantekening psychodiagnostiek van het NIP (BAPD) of Diagnostiekverklaring NVO

De student dient voor het behalen van deze diagnostische aantekening van drie casussen het totale

diagnostische proces zelf uitvoeren, te weten het intake cq kennismakingsgesprek, dossieranalyse, het

afnemen van een anamnese en/of heteroanamnese, het afnemen van testen (deze kunnen o.m. op de

testotheek van de universiteitsbibliotheek worden geleend) waaronder testen t.b.v. de cognitieve

functies en vragenlijsten die aspecten van de persoonlijkheid meten. Ook dienen in het kader van de

diagnostiek gesprekken met onderzochte en diens opvoeders te worden gevoerd. De studenten

ontvangen richtlijnen voor de uitvoering van de diagnostiek. Vanuit de Universiteit worden wel de

grondbeginselen aangeleverd (Forensische Jeugdzorg I en stagebijeenkomsten) en op elke casus die de

student tijdens de stage maakt t.b.v. de diagnostische aantekening wordt door de docent twee keer

feedback gegeven voordat deze wordt beoordeeld. De studenten dienen de casussen op de stageplaats

overwegend zelfstandig en/of met begeleiding vanuit de stageplaats te kunnen maken. Gestimuleerd

wordt om de casussen te bespreken binnen de intervisiegroepjes waardoor de studenten elkaar kunnen

adviseren en ondersteunen. De docent van de universiteit is geautoriseerd om de casussen voor de

diagnostische aantekening af te tekenen.

3.2. Thesis

Doelstelling van de thesis

De studenten schrijven een thesis om praktische ervaring te verwerven in het opzetten, uitvoeren,

rapporteren en beoordelen van empirisch onderzoek op het gebied van ontwikkelingpsychologie of

orthopedagogiek.

Inhoud van de thesis

De thesis dient uit te gaan van een ontwikkelingspsychologische (voor de K&J-psychologen) of

orthopedagogische probleemstelling (voor de orthopedagogen), d.w.z. dat hij een wetenschappelijke

bijdrage beoogt te leveren aan de ontwikkelingspsychologische of orthopedagogische theorievorming

in ruime zin en/of aan de verbetering van de kwaliteit van het functioneren van

Page 16: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

16

ontwikkelingspsychologen of orthopedagogen die werkzaam zijn op een maatschappelijk werkterrein.

De probleemstelling wordt beknopt theoretisch onderbouwd.

Thesisvoorstel

De student schrijft in overleg met de thesisbegeleider een thesisvoorstel (onderzoeksplan) en spreekt

de omvang af. Het ontwerp moet in kort bestek (2-4 pagina's A4) een zo volledig mogelijk plan

bevatten op grond waarvan een in de ontwikkelingspsychologie of orthopedagogiek geschoolde

buitenstaander zich een oordeel kan vormen over de wetenschappelijke en/of praktische relevantie van

het onderzoek, de methodische kwaliteit van het onderzoek en de uitvoerbaarheid van het onderzoek.

Het ontwerp moet de volgende elementen bevatten:

- Een korte inleiding waarin de wetenschappelijke en praktische context van het onderzoek

wordt beschreven (onderwerp, soort verschijnselen, algemene theoretische problematiek,

eventuele opdrachtgevers en hun opdracht, instelling waar en ten bate waarvan het onderzoek

plaats zal vinden)

- Een vraagstelling, eventueel toegespitst op de te toetsen hypothesen, in ieder geval zo ver

uitgewerkt dat het in concreet voorgestelde onderzoek inderdaad antwoord kan geven op de

gestelde vragen.

- Een werkwijze, waaruit duidelijk blijkt dat het onderzoek uitvoerbaar is en goed doordacht is.

Benodigde middelen, aard van te verzamelen gegevens, de gekozen methodiek en een

verantwoording daarvan zullen vermeld moeten worden. De vorm waarin de werkwijze wordt

uitgewerkt kan verschillen naar gelang het type van empirisch onderzoek. Bij een experiment

zullen hier aantallen en bijzonderheden van proefpersonen, design, condities, materiaal,

procedure en statistische analyse vermeld worden. Bij een survey worden naast

bijzonderheden van de steekproef, de instrumenten, procedure en statistische analyses

vermeld.

- Indien nodig wordt hierin ook een werkverdeling opgenomen. Een student K&J-psychologie

doet het thesisonderzoek bij individueel, studenten bij orthopedagogiek werken in tweetallen.

In voorkomende gevallen kan het ook voor K&J-studenten zinvol of noodzakelijk zijn om,

gezien de omvang van het voorgestelde onderzoek of de complexiteit van de dataset, samen

met een andere student te werken aan gekoppelde projecten. Dit geldt zeker voor alle

orthopedagogiekstudenten. Vooraf wordt dan een duidelijke taakverdeling gemaakt, waaruit

blijkt dat beide deelprojecten van voldoende niveau en inhoud zijn. Men kan dan volstaan met

een gezamenlijke thesisopzet, waarin juist die werkverdeling een prominente rol heeft. Voor

de K&J-studenten geldt dat in alle gevallen een individueel eindverslag wordt geschreven.

- Een planning: Een korte beschrijving van het te volgen tijdspad. Hierbij dient rekening

gehouden te worden dat het Masterprogramma in principe binnen 1 jaar wordt afgerond en dat

Page 17: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

17

de cijfers voor de thesis uiterlijk eind juli ingeleverd dienen te worden. Rekening houdend met

10 werkdagen voor nakijken van elke versie, en de mogelijkheid tot het indienen van

minimaal één revisie, betekent dat het thesisverslag in ieder geval in de derde week van juni

zal moeten worden ingeleverd (zie onder beoordeling). De planning dient hier dan ook in te

voorzien.

Page 18: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

18

4. Interdisciplinair karakter van de Mastertrack aan de Universiteit van Utrecht

4.1. Het Ambulatorium van de Faculteit Sociale Wetenschappen UU, sectie Forensische

Jeugdzorg

Binnen het Ambulatorium van de Universiteit van Utrecht zijn zowel klinisch geschoolde

orthopedagogen als psychologen werkzaam. De sectie Forensische Zorg van het Ambulatorium wordt

bemand door medewerkers die zowel een orthopedagogische als ontwikkelingspsychologische

achtergrond hebben. Deze sectie verricht klinische werkzaamheden binnen het forensisch werkveld en

aanpalende hulpverleningsinstellingen.

- Via het Nederlands Instituut voor Psychiatrie en Psychologie worden onderzoeksopdrachten

uitgevoerd die plaatsvinden in een strafrechtelijk of civielrechtelijk kader.

- Met Almata, instelling voor Jeugdzorg plus is een convenant gesloten waarin is vastgelegd dat

Almata onderzoeksaanvragen van gezinsvoogdij-istellingen voor zorgdiagnostiek,

doorverwijst naar het Ambulatorium.

- Sinds april 2009 werkt het Ambulatorium aan een opdracht van De Rading,

jeugdhulpverleningsinstelling in de provincie Utrecht. Het gaat om de ontwikkeling van een

methodiek voor behandeling en crisisopvang en observatie voor meisjes waarbij sprake is van

afhankelijkheidsrelaties/loverboyproblematiek en voor wie een residentiele plaatsing

noodzakelijk is.

- Vanuit het Ambulatorium wordt ook supervisie gegeven aan orthopedagogen of rapporteurs

Pro Justitia i.o.

De klinische expertise waarover de medewerkers van het Ambulatorium beschikken wordt ingezet in

onderwijsprogramma’s van de Mastertrack, zodat de link met de praktijk gewaarborgd blijft.

In het Ambulatorium zijn werkzaam:

- Drs. Elly van Laarhoven, klinisch psycholoog (BIG), gedragstherapeut VGCT en supervisor,

rapporteur Pro Justitia bij het NIFP.

- Sanne Verhaaren Msc, orthopedagoog, gedragstherapeut VGCT i.o.

- Marije de Hoogd Msc, kinder- en jeugdpsycholoog, gedragstherapeut VGCT i.o.

Per 1 september 2010 zullen drie studenten van de Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie

en orthopedagogiek stage gaan lopen bij het Ambulatorium, sectie forensische zorg, te weten 1

Masterstudent van de discipline Kinder- & Jeugdpsychologie en 2 masterstudenten van de discipline

Orthopedagogiek.

Page 19: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

19

4.2. Achtergrond en studieopdracht van de kerndocenten

Bij het onderwijs van de Mastertrack Forensische Jeugdzorg zijn docenten betrokken vanuit

diverse disciplines. Zij stellen zich voor en leggen uit wat de specifieke expertise is op het forensische

werkveld.

Prof. dr. Daan Brugman

Daan Brugman is als docent/onderzoeker en bijzonder hoogleraar namens de Frentrop

Stichting verbonden bij de afdeling ontwikkelingspsychologie van de Universiteit Utrecht. In de

Frentrop Stichting participeren 2 justitiële jeugdinrichtingen (Teylingereind en Harreveld) en De

Widdonck (deeltijd en voltijd residentiële zorg). Zijn onderzoek richt zich op de cognitieve

vertekeningen (‘cognitive distortions’), morele ontwikkeling en sociale vaardigheden bij kinderen en

jeugdigen met externaliserende gedragsproblemen. Een hoge mate van cognitieve vertekeningen, een

achterstand in de morele ontwikkeling en gebrekkige sociale vaardigheden zijn kenmerkend voor deze

kinderen en jeugdigen. Door middel van interventies wordt getracht deze beperkingen en

tekortkomingen te reduceren. Tot die interventies behoort EQUIP, een peer-hulp programma op basis

van cognitieve gedragsmatige uitgangspunten. EQUIP maakt deel uit van het basispakket YOUTURN

dat wordt uitgevoerd in JJI’s. Dit onderzoeksproject biedt mogelijkheden aan masterstudenten met

belangstelling voor praktijkgericht onderzoek. Ook zijn er mogelijkheden voor studenten met

belangstelling voor theorie ontwikkeling of voor het verder ontwikkelen van diagnostische

instrumenten.

Drs. Elly van Laarhoven-Aarts

Na 16 jaar werkzaam te zijn geweest binnen Justitie (als psycholoog verbonden aan de

Lindenhorst en JJI Eikenstein) heeft Elly van Laarhoven in 2003 de overstap gemaakt naar de

Universiteit Utrecht. Daar heeft zij gedurende 5 jaar de functie vervuld van Universitair Docent bij de

discipline Orthopedagogiek. In die periode heeft zij de gelegenheid gekregen om binnen de Master

Orthopedagogiek het werkveld Forensische Zorg te ontwikkelen dat in september 2008 voor het eerst

werd aangeboden. Inmiddels is Elly van Laarhoven alweer bijna een jaar verbonden aan

Ontwikkelingspsychologie en zal met ingang van het studiejaar 2010-2011 de coördinator worden van

de nieuwe interdisciplinaire Master Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek.

De klinische expertise die werd opgedaan binnen het forensisch werkveld kon na de overstap

naar de universiteit worden voortgezet binnen het Ambulatorium van de faculteit Sociale

Wetenschappen, sectie Forensische Zorg.

Page 20: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

20

Prof. dr. Bram Orobio de Castro

Bram Orobio de Castro is hoogleraar op het gebied van de

Experimentele Ontwikkelingspsychopathologie aan de Faculteit Sociale Wetenschappen. Hij is

gespecialiseerd in het ontstaan en tegengaan van agressie. “Naast deze fundamentele interesse voel ik

mij ook erg betrokken bij pogingen gedragsproblemen te voorkomen of te verminderen. Daar probeer

ik een bijdrage aan te leveren door mogelijke aangrijpingspunten voor interventie te identificeren en

de effectiviteit van interventies te onderzoeken.” Zijn oratie op 11 januari 2009 droeg als titel: Woede,

Wraak & Leedvermaak - Op zoek naar drijvende krachten achter de ontwikkeling van

gedragsproblemen. Daarin stelt Bram Orobio de Castro het volgende: Experimentele

ontwikkelingspsychopathologie wil achterhalen welke processen of mechanismen de drijvende

krachten vormen achter het ontstaan en in stand blijven van problematische ontwikkeling door deze

mechanismen te beïnvloeden en hun ontwikkeling te bestuderen. Zij probeert middels een combinatie

van het volgen van de ontwikkeling van individuen (middels longitudinaal onderzoek) en het

beïnvloeden van drijvende krachten achter deze ontwikkeling (experimenteel onderzoek) te verklaren

waardoor problematische ontwikkeling ontstaat en – ondanks haar problematisch karakter- veelal

langdurig in stand blijft.

Bram Orobio onderzoekt de effectiviteit van onder meer de oudertraining voor kinderen van

gedetineerde moeders, preventieve interventies op scholen en gedragsinterventies in Justitiële

Jeugdinrichtingen in opdracht van o.a. Het Ministerie van Justitie, Zorg Onderzoek Nederland en de

Vereniging van Orthopedagogische Behandelcentra Licht Verstandelijke Beperking (LVB).

Mr. Kristien Hepping

Kristien combineert haar huidige onderzoeksbaan bij het Openbaar Ministerie met een met een

docentschap in de Utrechtse minor jeugd en criminaliteit van hoogleraar jeugdrechtspleging Ido

Weijers. Zij is co-auteur (samen met o.a. Ido Weijers) van de uitgave ‘Jeugdige veelplegers’ die

onlangs in 2010 is gepubliceerd. In het najaar van 2009, verscheen een tussenrapport met een aantal

verrassende conclusies. Zo bleken jeugdige veelplegers pas rond hun dertiende levensjaar voor het

eerst in aanraking te komen met de politie. Ook bleek dat, hoewel de helft van de jeugdige veelplegers

in Utrecht van Marokkaanse komaf is en slechts ruim een kwart van Nederlandse, de ernstigste

gevallen juist onder de autochtone Nederlandse jeugdige veelplegers worden aangetroffen. Autochtone

veelplegers worden bovendien gemiddeld voor aanzienlijk meer delicten opgepakt en hebben ook een

aanmerkelijk langere criminele carrière dan hun Marokkaanse leeftijdsgenoten. Voor de uitgave

‘Jeugdige veelplegers’ (2010), waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen vier typen jeugdige

veelplegers en gepleit wordt voor een aanpak gericht op de specifieke kenmerken van deze typen,

heeft Kristien zich voornamelijk bezig gehouden met de achtergrond van de huidige interesse in het

Page 21: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

21

vraagstuk van de jeugdige veelplegers (cijfers, profiel, beleid), de wettelijke mogelijkheden om deze

jongeren aan te pakken en de interventies die daarbij ingezet kunnen worden.

In haar huidige onderzoeksbaan uitgevoerd in het Veiligheidshuis Utrecht richt Kristien zich

op het betrekken van ouders bij het strafproces van hun kind. In een voorbereidend onderzoek in

opdracht van de Gemeente Utrecht heeft Kristien in 2009 met dertig Marokkaanse ouders en een

aantal oudercoaches gesproken om onder andere te achterhalen of ouders door

voorlichtingsgesprekken gemotiveerd worden om de zitting van hun kind bij te wonen.

Dr. Peter Prinzie

Peter Prinzie is Universitair Hoofddocent bij de opleiding pedagogiek, onderzoeksgroep

psychosociale problemen in context van de Universiteit Utrecht. Hij is coördinator van de Flemish

Study on Parenting, Personality and Problem Behavior. Dit longitudinale onderzoeksproject biedt

ruimte aan masterstudenten met belangstelling voor de ontwikkeling en predictoren van zowel

agressief als delinquent gedrag.

Dr. Gonneke Stevens

Gonneke Stevens is verbonden aan de discipline Algemene Sociale Wetenschappen (ASW) en

heeft in de afgelopen tien jaar verschillende onderzoeken uitgevoerd naar de ontwikkeling van

probleemgedrag bij allochtone jeugdigen. Zij promoveerde op een grootschalig onderzoek naar

(risicofactoren voor) emotionele en gedragsproblemen van Marokkaanse jeugdigen in de algemene

bevolking (afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie van het Erasmus MC Rotterdam). Momenteel werkt

zij onder andere aan onderzoek naar risicoprofielen van Marokkaanse en Nederlandse jongens in

Justitiële Jeugdinrichtingen, naar de gevoeligheid voor de effecten van discriminatie op agressie bij

bepaalde jongens en naar zorggebruik van allochtone jeugdigen met emotionele problemen

Prof. dr. Ido Weijers

Ido Weijers is behalve hoofddocent bij de opleiding pedagogiek en coördinator van de Minor Jeugd en

Criminaliteit, ook als bijzonder hoogleraar Jeugdrechtspleging verbonden aan het Willem Pompe

Instituut voor Strafrechtwetenschappen. Hij leidt onder andere twee langlopende onderzoeksprojecten

waaraan masterstudenten kunnen deelnemen. Het eerste betreft een langlopend rechtbankonderzoek in

Nederland en buitenland. Het onderzoek richt zich op onderzoek naar de praktijk van de

jeugdstrafzitting, in Nederland en elders. Het tweede langlopend onderzoek gaat over desistance

jeugdige veelplegers. Het onderzoek bestudeert het ‘stoppen met criminaliteit’ door jeugdige en

jongvolwassen veelplegers.

Page 22: Interdisciplinaire Mastertrack Universiteit Utrecht ... Mastertrack def 200710.pdfIntroductie ADHD ASS Deadline basispaper OD/CD PTSS Angst-stoornis Uitgebrei de paper Literatuur:

Brochure Interdisciplinaire Mastertrack Forensische Ontwikkelingspsychologie en Orthopedagogiek Universiteit Utrecht

22

Aan de studenten laat Ido het volgende weten (april 2010) : “Als je belangstelling hebt voor

alles wat met problematische jongeren, jeugdcriminaliteit, jeugdstrafrecht en forensische zorg te

maken heeft, dan biedt de Mastertrack Forensische Jeugdzorg een ideale gelegenheid om die interesse

ook in de laatste fase van je studie te volgen. Op dit terrein bestaat grote behoefte aan goed ingevoerde

pedagogen en ontwikkelingspsychologen. In Utrecht is de afgelopen jaren een stevige en landelijk

unieke basis gelegd met de Minor Jeugd en Criminaliteit. Inmiddels bestaat voor de Utrechtse

pedagogen ook de mogelijkheid om de bachelorthesis op dit terrein te richten. Het is bijzonder

verheugend dat aansluitend met inbreng van meerdere specialisten en met een aantrekkelijk en breed

stageaanbod ook een gecombineerde Mastertrack tot stand is gekomen. Ik verwacht dat de deelnemers

met deze achtergrond en kennis van het forensisch veld veel kans maken op werk op dit boeiende

terrein.”

Dr. Minet de Wied

Minet de Wied is docent/onderzoeker bij de opleiding pedagogiek, onderzoeksgroep

adolescentie van de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek richt zich op de ontwikkeling van empathie,

meer in het bijzonder op empathiegebrek bij kinderen en jeugdigen met disruptieve gedragsstoornissen

DPB: Disruptive Behavior Disorder). Empathie, oftewel inlevingsvermogen, is een essentieel aspect

van het sociaal functioneren. Een gebrek aan empathie is kenmerkend voor kinderen en jeugdigen met

disruptieve gedragsstoornissen, in het bijzonder voor kinderen en jeugdigen met psychopathische

trekken. Over de aard en oorzaak is echter weinig bekend. Een nadere analyse en beschrijving van

mogelijke deficiënties in het empathisch functioneren van kinderen en jeugdigen met DBD is van

belang omdat inzicht in de aard van het empathiegebrek zou kunnen bijdragen aan een betere

diagnostiek en behandeling van DBD. Dit onderzoeksproject biedt ruimte aan masterstudenten met

belangstelling voor klinisch onderzoek, psycho-fysiologisch onderzoek, en voor studenten die

interesse hebben in het ontwikkelen van diagnostische instrumenten. Masterstudenten die graag zelf

een onderzoek ontwerpen en uitvoeren binnen dit thema zijn natuurlijk ook van harte welkom.

18 juli 2010

Elly van Laarhoven

Coördinator