Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet… - dTHIP€¦ · literatuuronderzoek, interviews en een...

Click here to load reader

  • date post

    24-Jul-2020
  • Category

    Documents

  • view

    2
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet… - dTHIP€¦ · literatuuronderzoek, interviews en een...

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Onderzoek naar de schoonmaak van High Touch Surfaces en verpleegkundige materialen op de verpleegafdeling

    UMC Utrecht Academie Opleiding tot Deskundige Infectiepreventie 2015-2017

    Door: Karlijn Smolders Studentnummer: 5782651

    Praktijk begeleider: Miriam Mes

    Naam opleider: Lonneke Bode Opleidingsplaats: MC Slotervaart

    4-11-2016

    Definitief

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 2

    Inhoud

    Samenvatting ....................................................................................................................... 3

    Afkortingen- en begrippen lijst ................................................................................................ 4

    1. Inleiding en probleemstelling ............................................................................................ 4

    1.1. Inleiding .................................................................................................................. 4 1.2. Probleemstelling ....................................................................................................... 5

    2. Doel- en vraagstelling ...................................................................................................... 5

    2.1. Doelstelling .............................................................................................................. 5 2.2. Vraagstelling ............................................................................................................ 5

    3. Methode van onderzoek ................................................................................................... 6

    3.1. Literatuuronderzoek .................................................................................................. 6 3.2. Observatiemetingen .................................................................................................. 6 3.3. Interview ................................................................................................................. 6 3.4. Fluorescent marker metingen ..................................................................................... 7 3.5. Interventies .............................................................................................................. 8 3.6. Nameting ................................................................................................................. 8

    4. Resultaten ...................................................................................................................... 8

    4.1. Literatuuronderzoek .................................................................................................. 8 4.2. Observatiemetingen ................................................................................................ 10 4.3. Interview ............................................................................................................... 10 4.4. Fluorescent marker metingen ................................................................................... 10 4.5. Interventie ............................................................................................................. 11 4.6. Nameting ............................................................................................................... 11

    5. Conclusie en discussie .................................................................................................... 12

    5.1. Conclusie ............................................................................................................... 12 5.2. Discussie ................................................................................................................ 13

    6. Aanbeveling .................................................................................................................. 14

    7. Literatuurlijst ................................................................................................................ 15

    8. Bijlagen ....................................................................................................................... 16

    8.1. Bijlage I: QuickScan observatie formulier ................................................................... 16 8.2. Bijlage II: Formulier interview verpleegkundigen ......................................................... 17 8.3. Bijlage III: Checklist optisch monitoren reiniging bed en toebehoren ............................. 19 8.4. Bijlage IV: Checklist optisch monitoren verpleegkundige materialen .............................. 19 8.5. Bijlage V: Resultaten observatiemetingen .................................................................. 20 8.6. Bijlage VI: Resultaten interview ................................................................................ 21 8.7. Bijlage VII: Resultaten nulmeting fluorescent marker test ............................................ 22 8.8. Bijlage VIII: Resultaten nameting fluorescentie marker test ......................................... 27 8.9. Bijlage IX: Vergelijking resultaten afdeling 10B en 10D ................................................ 31

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 3

    Samenvatting

    Het toenemende aantal ziekenhuisinfecties is een probleem voor alle ziekenhuizen. Het toepassen

    van goede handhygiëne en isolatieverpleging draagt bij aan de reducering en verspreiding van

    nosocomiale infecties. Daarnaast is er groeiend bewijs dat de patiëntomgeving een grote rol speelt

    bij verspreiding van ziekenhuisinfecties. Schoonmaak van high touch surfaces (HTS) is hierbij van

    groot belang. Uit diverse studies komt naar voren dat de schoonmaak op verpleegafdelingen niet

    optimaal is.

    Het doel van deze studie is het in kaart brengen van de schoonmaak van HTS en verpleegkundige

    materialen op twee verpleegafdelingen van MC Slotervaart. Na de uitvoer van dit onderzoek zijn de

    werkwijze, frequentie en verantwoordelijkheden van de schoonmaak door de verpleging duidelijk en

    is dit geborgd middels een protocol en aftekenlijst.

    De huidige status omtrent kennis en uitvoer van schoonmaak werd onderzocht door middel van een

    nulmeting waarbij literatuuronderzoek, interviews en observatie QuickScans werden uitgevoerd.

    Daarnaast werd de schoonmaak gecontroleerd door middel van fluorescent markertesten.

    De resultaten van de nulmeting toonden aan dat de schoonmaak op de verpleegafdeling niet

    optimaal is. De werkinstructie reiniging en desinfectie van oppervlakken en materialen is onbekend

    bij de verpleging en de schoonmaak door de verpleging is niet geborgd.

    Controle van de uitvoer van de schoonmaak door middel van fluorescent markertesten toonde aan

    dat 57% van de HTS van de bedden, 17% van de computers en 26% van de verpleegkundige

    materialen waren schoongemaakt, waarvan o.a. 50% van de bloeddrukmeters, 0% van de

    bloeddrukbanden, 39% van de oorthermometers en 25% van de postoelen.

    Naar aanleiding van de nulmeting is een interventie uitgevoerd. De interventie bestond uit scholing

    aan verpleegkundigen gevolgd door een nameting middels de fluorescent markertest. Uit de

    nameting bleek dat 42% van de HTS van de computers zijn schoongemaakt en 39% van de

    verpleegkundige materialen, waarvan 28% van de bloeddrukmeters, 17% van de bloeddrukbanden,

    5% van de oorthermometers en 67% van de postoelen.

    De nameting toonde een verbetering aan van de schoonmaak door de verpleging. De totale

    schoonmaak van HTS van de computers was significant verbeterd na interventie, waarbij de

    schoonmaak van de toetsenborden significant verbeterd is, maar de schoonmaak van de PC muis

    niet significant verbeterd is. De totale schoonmaak van de HTS van de verpleegkundige materialen

    was niet significant verbeterd, maar de schoonmaak van de postoelen en bloeddrukbanden was wel

    significant verbeterd na interventie.

    Middels dit onderzoek is de schoonmaak van HTS en verpleegkundige materialen op twee

    verpleegafdelingen van MC Slotervaart in kaart gebracht. Het protocol met de werkwijze, frequentie

    en verantwoordelijkheden van de schoonmaak door de verpleging en de aftekenlijst zijn nog in

    ontwikkelfase. Hiermee zijn de doelstellingen van dit onderzoek deels behaald.

    Concluderend kan gezegd worden dat de resultaten van dit onderzoek in overeenstemming zijn met

    bevindingen uit de literatuur:

    De schoonmaak op de verpleegafdeling is niet optimaal;

    De gebruikte methoden en materialen zijn niet uniform;

    De verantwoordelijkheden zijn niet altijd duidelijk;

    De reiniging en desinfectie van verpleegkundige materialen is niet geborgd.

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 4

    Afkortingen- en begrippen lijst

    ATP Adenosinetrifosfaat

    CDC Centers for Disease Control and Prevention

    CIP Contactpersoon infectiepreventie

    COW Computer on wheels

    HIP Hygiëne en Infectie Preventie

    HTS High touch surfaces

    IGZ Inspectie gezondheidszorg

    iProva Document beheerssysteem

    K&V Kwaliteit en veiligheid

    LED Light-emitting diode

    MC Medisch centrum

    MRSA Methicilline resistente Staphylococcus aureus

    PubMed Zoekmachine voor medische, wetenschappelijke literatuur

    TDC Thoroughness of disinfection cleaning

    UV Ultraviolet

    VRE Vancomycine resistente Enterococcen

    WI Werkinstructie

    WIP Werkgroep infectiepreventie

    1. Inleiding en probleemstelling

    1.1. Inleiding

    Het toenemende aantal ziekenhuisinfecties blijft een probleem vormen voor alle ziekenhuizen. De

    impact van bijzonder resistente micro-organismen is aanzienlijk. [1] [2] Hierdoor is het reduceren

    van de verspreiding van nosocomiale infecties van groot belang. Het toepassen van een goede

    handhygiëne is de meest effectieve manier om verspreiding van bacteriën en virussen in een

    zorginstelling tegen te gaan. [1] [3] [4] Ook isolatieverpleging van patiënten met een

    ziekenhuisinfectie draagt bij aan het voorkomen van de verspreiding van micro-organismen.

    Uit de literatuur blijkt dat er een groeiend bewijs is dat de patiëntomgeving een grote rol speelt bij

    de overdracht van ziekenhuisinfecties. [2] [3] [5] [6] [7] [8] Studies tonen aan dat pathogene

    micro-organismen als methicilline resistente Staphylococcus aureus (MRSA) en vancomycine

    resistente Enterococcen (VRE) gemakkelijk overdraagbaar zijn van oppervlakken uit de patiënt

    omgeving naar de handen van gezondheidsmedewerkers. [1] [9] Veelvuldig aangeraakte

    oppervlakken in de dichte nabijheid van de patiënt kunnen een reservoir vormen waar micro-

    organismen kunnen overleven en vermeerderen. Oppervlakken welke veelvuldig door zowel

    ziekenhuismedewerkers als door patiënten aangeraakt worden noemen we high touch surfaces

    (HTS). Deze oppervlakken omvatten onder andere afstandsbedieningen, alarmbellen, telefoons,

    computers en verpleegkundige materialen, zoals postoelen en infuuspalen. [1] [3] [7] [10] [11]

    Een gezondheidsmedewerker kan na contact met een verontreinigd oppervlak, via de handen

    gemakkelijk micro-organismen overbrengen naar de patiënt. Wanneer oppervlakken en materialen

    gecontamineerd zijn en veelvuldig aangeraakt worden is de kans op verspreiding naar patiënten

    zeer groot. [7] Verschillende studies tonen aan dat schoonmaak van HTS op de verpleegafdeling niet

    optimaal is. [2] [6] [7] [12] De methode van schoonmaak en gebruikte schoonmaakmaterialen zijn

    niet uniform. Daarnaast is er vaak te weinig tijd voor de schoonmaak werkzaamheden en heerst er

    onduidelijkheid wie er verantwoordelijk is voor de diverse schoonmaak taken. [2] [6] [7] [12]

    Doordat micro-organismen niet met het blote oog zichtbaar zijn is het visueel inspecteren van de

    schoonmaak van materialen en oppervlakken in het ziekenhuis niet afdoende. [7] [8] [13] Er zijn

    verschillende methodes om te controleren of oppervlakken en materialen schoon zijn. Met behulp

    van adenosinetrifosfaat (ATP) metingen en microbiologische kweek technieken kan gekeken worden

    of er geen “vuil” meer aanwezig is op materialen en oppervlakken. [6] [9] [11] [12] [13] [14]

    Door middel van het gebruik van een onzichtbare fluorescerende gel markering kan bepaald worden

    of materialen en oppervlakken afdoende schoongemaakt zijn. Uit verschillende studies blijkt dit een

    effectieve methode te zijn. [1] [9] [11] [14] [15] [16]

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 5

    Voor deze eindopdracht is de reiniging en desinfectie van HTS en verpleegkundige materialen op

    twee verpleegafdelingen (interne geneeskunde en chirurgie) onderzocht. Hierbij is door middel van

    literatuuronderzoek, interviews en een observatie QuickScan de uitvoer van reiniging en desinfectie

    in kaart gebracht en hoe dit geborgd is. Daarnaast werd de reiniging en desinfectie gecontroleerd

    door middel van GlowCheck fluorescent marker testen. Door het gebruik van een onzichtbare

    fluorescerende gel markering kan eenvoudig gecontroleerd worden of materialen en oppervlakken

    gereinigd en/of gedesinfecteerd zijn. De te reinigen en ontsmetten oppervlakken worden met behulp

    van een speciale kleur gemerkt. De kleur is uitsluitend herkenbaar onder ultraviolet (UV)-licht, zodat

    de verpleging niet zien kan waar de controlemarkering zich bevindt. De markering wordt bij een

    juiste reiniging en desinfectie van de oppervlakken verwijderd. Dit wordt gecontroleerd met een

    speciale Light-emitting diode (LED)-zaklamp met UV-licht.

    Aan de hand van deze resultaten is een interventie uitgevoerd ter verbetering van de schoonmaak

    van HTS en verpleegkundige materialen op de verpleegafdeling.

    1.2. Probleemstelling

    Het is niet duidelijk bij de afdeling infectiepreventie hoe en door wie de reiniging en desinfectie van

    HTS en verpleegkundige materialen op de verpleegafdelingen van MC Slotervaart wordt gedaan en

    hoe dit geborgd is. Er worden regelmatig vragen gesteld over de reiniging en desinfectie door

    medewerkers van verpleegafdelingen. Het vermoeden bestaat dat bij de verpleging onduidelijkheid

    heerst over wie voor welke schoonmaaktaken verantwoordelijk is. De verpleging gaat ervan uit dat

    de schoonmaaktaken door het facilitair bedrijf gedaan worden, terwijl dit niet in het takenpakket van

    de schoonmaakdienst staat omschreven. Tijdens infectiepreventie audits wordt regelmatig

    geconstateerd dat oppervlakken en materialen zichtbaar verontreinigd zijn. Er is geen duidelijk

    overzicht van oppervlakken en materialen die door de medewerkers van de afdeling zelf moeten

    worden uitgevoerd, in welke frequentie dit moet gebeuren en of desinfectie geïndiceerd is.

    In het rapport van de IGZ ‘Keten van infectiepreventie in ziekenhuizen breekbaar: meerdere zwakke

    schakels leiden tot onveilige zorg is de reiniging en desinfectie ook een onderwerp van aandacht

    geweest. [2] De aanbevelingen in dit rapport zijn nog niet doorgevoerd in MC Slotervaart.

    2. Doel- en vraagstelling

    2.1. Doelstelling

    Na uitvoering van dit onderzoek is het voor de verpleegkundigen duidelijk voor welke

    schoonmaaktaken zij verantwoordelijk zijn en op welke manier deze uitgevoerd dienen te worden.

    Daarnaast is aan het eind van dit onderzoek de uitvoer en frequentie van reiniging van materialen

    op de betreffende verpleegafdelingen geborgd middels een protocol en aftekenlijsten. Verder is

    beschreven wanneer desinfectie van de oppervlakken noodzakelijk is.

    2.2. Vraagstelling

    Om bovengenoemde doelstellingen te behalen is de volgende hoofdvraagstelling geformuleerd

    waaruit vijf deelvragen voortvloeiden.

    Hoofdvraagstelling

    Is de reiniging en desinfectie van materialen geborgd op de verpleegafdelingen interne geneeskunde

    en chirurgie in MC Slotervaart?

    De hoofdvraag valt uiteen in de volgende deelvragen:

    1. Is in de huidige documenten beschreven welke oppervlakken en materialen door de

    schoonmaakdienst worden gereinigd en gedesinfecteerd?

    2. Is in de huidige documenten beschreven welke oppervlakken en materialen door de

    medewerkers van de verpleegafdeling worden gereinigd en gedesinfecteerd?

    3. Is in de huidige documenten beschreven wat de frequentie is van reiniging en desinfectie van

    oppervlakken en materialen door de verpleegkundigen?

    4. Op welke manier wordt reiniging en desinfectie door de verpleegkundigen geborgd?

    5. Wordt de reiniging en desinfectie op de juiste manier uitgevoerd door de verpleegkundigen,

    zodat er geen risico is op verspreiding?

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 6

    3. Methode van onderzoek

    Voor deze studie is gekeken naar de huidige status van reiniging van oppervlakken en materialen op

    de afdeling chirurgie en interne geneeskunde. Dit is gedaan door literatuuronderzoek,

    observatiemetingen van de schoonmaak, interview met verpleging en fluorescent marker metingen.

    De betrokken afdelingen zijn vooraf aan het onderzoek op de hoogte gebracht. Dit is gedaan door

    middel van een e-mail aan het multi-unithoofd van de afdeling, de senior verpleegkundigen en de

    contact personen infectiepreventie (CIP). Daarnaast heeft er een introductiegesprek plaatsgevonden

    met de senior verpleegkundigen en/of CIP van de afdeling. Hierbij zijn de praktische zaken van de

    uitvoer van het onderzoek besproken. Aan de hand van de resultaten is een interventie uitgevoerd,

    waarbij verbeteringen in het proces zijn aangebracht. Hierbij is scholing gegeven en beleid omtrent

    de reiniging van materialen en oppervlakken opgesteld. Na de interventie is een nameting gedaan

    met behulp van de fluorescent marker test.

    3.1. Literatuuronderzoek

    Literatuuronderzoek is verricht naar het belang van schoonmaak van oppervlakken en materialen op

    de verpleegafdeling. In het documentbeheerssysteem (iProva) van MC Slotervaart werd gezocht

    naar protocollen van het facilitair bedrijf, de verpleegafdeling en infectiepreventie, omtrent de

    reiniging en desinfectie van materialen en oppervlakken. Daarnaast is literatuur gezocht op de

    website van de Werkgroep Infectiepreventie (WIP) en op PubMed. [17] Hierbij is gekeken naar

    literatuur over de frequentie en de methode van reiniging van materialen en oppervlakken. Tevens

    is de noodzaak van desinfectie van materialen op de verpleegafdeling onderzocht. Op PubMed zijn

    de volgende zoektermen gebruikt: environmental, clinical environment, environmental surface,

    cleaning, high touch surface, hospital cleaning, ward, nurse, nosocomial, equipment, healthcare,

    hygiene, frequency, ultraviolet light, UV.

    3.2. Observatiemetingen

    Door middel van een QuickScan zijn observatiemetingen gedaan naar de werkwijze van reiniging en

    desinfectie van materialen en HTS op de twee verpleegafdelingen. Op beide verpleegafdelingen zijn

    diverse observatiemetingen uitgevoerd, waarbij gekeken werd naar de methode van reiniging en de

    grondigheid van de reiniging. Geobserveerd zijn:

    Reiniging van bed en toebehoren door een medewerker van de schoonmaakdienst;

    Reiniging en desinfectie van postoel, infuuspaal, infuuspomp, weegstoel en bloeddrukmeter

    door de verpleging.

    De QuickScan observaties zijn uitgevoerd aan de hand van een checklist. Deze is weergegeven in

    hoofdstuk 8.1, bijlage I. Voor het analyseren van de resultaten van de observatiemetingen is

    gebruik gemaakt van Excel. Per geobserveerd item werd gescoord of het onderdeel juist of niet juist

    was uitgevoerd. Aan de hand hiervan is berekend hoeveel procent van de gevallen een onderdeel

    juist en niet juist is uitgevoerd. Hierbij werden de volgende onderdelen geobserveerd:

    De juiste volgorde voor schoonmaak is toegepast;

    De indicatie voor reiniging of desinfectie is juist;

    De schoonmaak is goed (grondig) uitgevoerd;

    De juiste reinigingsmiddelen zijn gebruikt;

    De juiste schoonmaakmaterialen zijn gebruikt;

    De schoonmaak wordt geborgd (middels aftekenlijst).

    3.3. Interview

    Om inzicht te krijgen in de kennis van de verpleegkundigen zijn interviews gehouden met drie

    verpleegkundigen op beide afdelingen. In totaal zijn 6 medewerkers geïnterviewd, met diverse

    werkervaring. 3 senior verpleegkundigen, twee verpleegkundigen met 5 dienstjaren en één

    verpleegkundige met 1 dienstjaar. Tijdens het interview is de kennis van uitvoer van reiniging en

    desinfectie getoetst. Het interview bestond uit negen vragen over 12 verschillende verpleegkundige

    materialen. Zie hoofdstuk 8.2, bijlage II voor de vragenlijst van het interview. De uitkomst van deze

    vragen werden geanalyseerd met behulp van Excel. Hierbij is het percentage berekend van de

    gegeven antwoorden op de afzonderlijke vragen.

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 7

    3.4. Fluorescent marker metingen

    Door middel van fluorescentie metingen is onderzocht of de reiniging en desinfectie van HTS en

    verpleegkundige materialen daadwerkelijk wordt gedaan. Voor het optisch monitoren is gebruik

    gemaakt van de GlowCheck UV-light test kit van de firma Hartmann. [16] Bij de GlowCheck worden

    de te reinigen oppervlakken en materialen met behulp van fluorescente markers gemerkt. De

    fluorescente marker is uitsluitend herkenbaar onder UV-licht, zodat de verpleging niet kan zien waar

    de controlemarkering zich bevindt.

    De markering wordt bij een juiste reiniging en desinfectie van de oppervlakken verwijderd. Als de

    reiniging of desinfectie niet of onvoldoende is uitgevoerd, zal de markering helemaal niet of slechts

    deels verdwenen zijn. Dit wordt gecontroleerd met een speciale Light-emitting diode (LED) zaklamp

    met UV-licht. De GlowCheck schoonmaak controle kan op vrijwel alle oppervlakken uitgevoerd

    worden, waarbij de fluorescente markering in de regel restvrij wordt verwijderd. [1] [9] [11] [14]

    [15] [16]

    De fluorescent marker metingen zijn gedurende zes weken gedaan op 18 patiëntenkamers en in de

    opslagruimtes van de verpleegkundige materialen van beide verpleegafdelingen. Voor het bepalen

    van de te onderzoeken HTS en verpleegkundige materialen is gebruik gemaakt van de Evironmental

    Checklist for monitoring terminal cleaning van Centers for Disease Control and Prevention (CDC).

    [11] MC Slotervaart heeft eenpersoons- of vierpersoonskamers welke niet voorzien zijn van eigen

    sanitair. De keuze is gemaakt om de HTS te onderzoeken van het bed en bed toebehoren en van

    diverse verpleegkundige materialen. De checklist van de CDC is aangepast voor deze doelstelling en

    weergegeven in hoofdstuk 8.3 bijlage III en in 8.4 bijlage IV. De verpleegafdelingen waren op de

    hoogte van het onderzoek, maar zij wisten niet welke materialen en oppervlakken gecontroleerd

    werden en tevens waren zij ook niet op de hoogte wanneer de controle plaats vond.

    In MC Slotervaart worden de bedden en toebehoren gereinigd door de beddenschoonmaakdienst,

    wat onderdeel is van de schoonmaakdienst. Wanneer een patiënt met ontslag gaat wordt de

    schoonmaak van het bed aangemeld bij de beddenschoonmaak. Het kamernummer, bednummer, de

    ontslagtijd en eventueel de isolatievorm wordt op een aftekenlijst genoteerd. Deze aftekenlijst ligt

    op de balie van de verpleegafdeling. De bedden en toebehoren werden gemarkeerd vlak voor de

    schoonmaak, aan de hand van deze aftekenlijst. Direct na de reiniging door de

    beddenschoonmaakdienst werd de controle uitgevoerd.

    Voor het optisch monitoren van de toetsenborden en verpleegkundige materialen zijn de

    markeringen geplaatst op tijdstip nul, waarna deze twee maal per week zijn gecontroleerd. Wanneer

    de markering verdwenen was werd opnieuw het oppervlak gemarkeerd. Daarnaast zijn markeringen

    op verpleegkundige materialen geplaatst vlak voor observatie van de reiniging en gecontroleerd

    direct na reiniging.

    De schoonmaak werd als goed beoordeeld wanneer de markering volledig verdwenen was. Wanneer

    de markering niet of slechts deels verdwenen was, werd de schoonmaak als niet goed beoordeeld

    (Figuur 1).

    De resultaten zijn geanalyseerd met behulp van de ‘Environmental cleaning eval worksheet 10-06-

    2010’ van de CDC. [11] Hiermee werd het percentage van de schoongemaakte materialen en

    oppervlakken berekend. Daarnaast werden de betrouwbaarheidsintervallen berekend met behulp

    van de rekenmodule van Prezies. Voor de uitleg van deze methode, zie hoofdstuk 3.6. [18]

    Figuur 1: Beoordeling schoonmaak met fluorescent marker methode

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 8

    3.5. Interventies

    Aan de hand van de resultaten van de fluorescent marker metingen, observatiemetingen en

    interviews is er een interventie gedaan. De interventie bestond uit:

    Het herzien van het protocol voor de reiniging en desinfectie van materialen en oppervlakken

    op de verpleegafdelingen;

    Invoering van een aftekenlijst voor de borging van de reiniging van verpleegkundige

    materialen;

    Implementatie van protocol en aftekenlijst op de onderzochte verpleegafdelingen, in

    samenspraak met het hoofd facilitaire dienst, senior verpleegkundigen/contactpersonen

    infectiepreventie en het multi-unithoofd van de verpleegafdelingen;

    Het presenteren van de resultaten, verbeterpunten en protocol aan de verpleegkundigen en

    medewerkers van de schoonmaakdienst.

    3.6. Nameting

    Na het toepassen van de interventies is een nameting uitgevoerd met behulp van de fluorescent

    marker methode. De fluorescent marker metingen zijn gedurende zes weken gedaan op 18

    patiëntenkamers en in de opslagruimtes van de verpleegkundige materialen van beide

    verpleegafdelingen. Op basis van de resultaten van de nulmeting is voor de nameting een selectie

    gemaakt van een aantal HTS en verpleegkundige materialen. Hierbij is gekozen voor oppervlakken

    en materialen welke gemakkelijk geobserveerd kunnen worden, die veelvuldig gebruikt worden en

    welke tijdens de nulmeting niet veelvuldig schoongemaakt werden. Bij de nameting is de

    schoonmaak van de bedden en toebehoren niet meegenomen. De geobserveerde HTS en materialen

    zijn de computer toetsenborden en muis, bloeddrukmeters, bloeddrukbanden, oorthermometers en

    postoelen. De uitvoer van de nameting was identiek aan de nulmeting, zie hoofdstuk 3.4.

    De resultaten zijn wederom geanalyseerd met behulp van de ‘Environmental cleaning eval

    worksheet 10-06-2010’ van de CDC. [11] Het percentage van de schoongemaakte materialen en

    oppervlakken werd berekend. Daarnaast werden de betrouwbaarheidsintervallen berekend met

    behulp van de rekenmodule van Prezies. [18] Voor het berekenen van de betrouwbaarheid is een

    betrouwbaarheid van 95% gehanteerd. Bij een 95%-betrouwbaarheidsinterval (BI) is de kans 95%

    dat het bewuste cijfer zich binnen de waarden van het betrouwbaarheidsinterval bevindt. Om de

    betrouwbaarheidsintervallen van de individuele resultaten te berekenen is gebruik gemaakt van de

    Wilson score. Hierbij wordt gekeken of de betrouwbaarheidsintervallen rondom de resultaten elkaar

    overlappen. Bij geen overlap is er zeker een significant verschil, wanneer er wel overlap is kunnen

    de infectiepercentages toch statistisch significant verschillend zijn. [18]

    Voor de vergelijking van de resultaten van de nulmeting en de nameting is de significantie berekend

    met behulp van de Taylor series. Met deze methode wordt het 95%-BI om het gemeten verschil in

    percentages berekend. Dit 95%-BI geeft aan dat het voor 95% waarschijnlijk is dat de werkelijke

    waarde van het verschil in het interval zit. Als het 95%-BI de waarde 0% bevat, kan geconcludeerd

    worden dat de twee infectiepercentages niet statistisch significant verschillen. Door gebruik te

    maken van de Taylor series blijken een aantal resultaten wel significant, terwijl dit bij gebruik van

    de Wilson score naar voren komt. [18]

    4. Resultaten

    4.1. Literatuuronderzoek

    iProva

    In het documentbeheerssysteem (iProva) van MC Slotervaart werden de volgende protocollen

    gevonden:

    Infectiepreventie:

    HIP-H03 Reiniging en desinfectie (maart 2011);

    HIP-WI013 Reiniging van rolstoelen (juni 2014);

    HIP-WI016 Reiniging van oppervlakken en materialen (augustus 2015).

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 9

    Overige afdelingen:

    Instructiekaart nachtkastje schoonmaken (na ontslag) van patiënt (datum?);

    Instructiekaart schoonmaakmiddelen (juni 2012);

    Instructiekaart materiaal op de schoonmaakkar (juni 2012);

    Instructiekaart schoonmaken zalen en verpleegkamers (datum?);

    Procedure aanvraag schoonmaak (september 2014);

    Instructiekaart schoonmaak kar (datum?);

    Instructiekaart schoonmaken sanitair (datum?);

    Werkprogramma schoonmaak (april 2014).

    De gevonden protocollen zijn veelal verouderd en geen van de protocollen geeft duidelijk aan wat de

    verantwoordelijkheden zijn van de verpleegkundigen omtrent schoonmaak. Protocol ‘HIP-WI016

    Reiniging en desinfectie van oppervlakken’ beschrijft wel dat van de medewerkers van MC Groep

    wordt verwacht dat ze oppervlakken reinigen die niet door de schoonmaakdienst of Focuszorg

    medewerkers worden gereinigd of wanneer vervuiling is ontstaan buiten de werktijden van de

    schoonmaakdienst/Focuszorg. Echter geeft het protocol niet aan wat de specifieke

    verantwoordelijkheden zijn per medewerkergroep omtrent schoonmaak op de verpleegafdeling. De

    frequentie van schoonmaak per item wordt in dit protocol wel beschreven, maar is niet volledig en

    ook de frequentie van de schoonmaak van de HTS kan in twijfel worden getrokken. Op iProva is

    geen borgingssysteem te vinden van de reiniging van verpleegkundige materialen en oppervlakken.

    WIP

    In de richtlijnen van de WIP staat de frequentie van de reiniging van bedden en nachtkastjes

    beschreven. [19] Daarnaast is er een WIP-richtlijn voor de reiniging en desinfectie in

    verpleeghuizen, woon- en thuiszorg waarin de frequentie van diverse verpleegkundige materialen

    staat beschreven. [20]

    PUBMED

    Op PubMed zijn diverse artikelen te vinden over de noodzaak van reiniging en desinfectie [5] [8] [9]

    [12] [21] en over de methode van reiniging en desinfectie [7] [13], maar niet over de frequentie

    van de schoonmaak van verpleegkundige materialen. Verschillende studies beschrijven dat vooral de

    HTS een bron van verspreiding van micro-organismen zijn.

    Voor deze studie is gekozen om HTS rondom het patiënten bed en de verpleegkundige materialen op

    twee verpleegafdelingen te onderzoeken. Dit is gedaan op basis van de checklist uit de studie van

    CDC. [11]

    In de literatuur is gevonden dat het gebruik van fluorescentie metingen een goede en eenvoudige

    methode is om de mate van schoonmaak van HTS en verpleegkundige materialen te onderzoeken.

    [1] [10] [11] [14] Met deze methode kan direct geobserveerd worden of een oppervlak schoon is

    gemaakt.

    In figuur 2 zijn vijf methodes weergegeven die, volgens Carling and Bartley gebruikt kunnen worden

    voor het monitoren van schoonmaak. [14] Deze figuur toont aan dat de fluorescentie methode

    gemakkelijk toepasbaar is, geen pathogenen aantoont, gebruikt kan worden voor scholing en direct

    aantoont of oppervlakken schoon zijn. In de laatste kolom is het aantal publicaties weergegeven van

    ziekenhuizen welke deze methode hebben gebruikt als educatie methode om de schoonmaak te

    verbeteren.

    Bron: P. Carling, Am J Infect Control 2010;38:S41-50 (14)

    Figuur 2: Onderzoekmethodes voor hygiëne van omgeving

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 10

    4.2. Observatiemetingen

    In totaal zijn er schoonmaak observaties gedaan van 12 bedden en toebehoren, 8 postoelen, 5

    infuuspalen, 1 weegstoel en 1 bloeddrukmeter. De resultaten hiervan zijn te vinden in hoofdstuk 8.5

    bijlage V.

    De belangrijkste bevindingen waren:

    Er is alleen borging van de beddenschoonmaak door de schoonmaakafdeling;

    Voor de verpleegkundige materialen is geen borgingssysteem. Er is wel de mondelinge

    afspraak dat infuuspalen en infuuspompen direct na gebruik gereinigd moeten worden en

    schoon zijn wanneer ze in de opslag staan;

    Het viel op dat vaak niet de juiste schoonmaakmaterialen aanwezig zijn op de

    verpleegafdeling, waardoor er schoongemaakt wordt met papier en washandjes;

    Vaak wordt er desinfectie toegepast terwijl hier geen indicatie voor is;

    De volgorde van reiniging wordt goed toegepast, maar het onderstel en wielen van het

    materiaal worden vaak overgeslagen.

    4.3. Interview

    Op beide afdelingen is een interview gehouden met 3 verpleegkundigen. In totaal zijn 6

    verpleegkundigen geïnterviewd, met diverse werkervaring: 3 senior verpleegkundigen, twee

    verpleegkundigen met 5 dienstjaren en één verpleegkundige met 1 dienstjaar. De resultaten zijn

    weergegeven in hoofdstuk 8.6 bijlage VI. De belangrijkste bevindingen waren:

    Het is onbekend of er een protocol is voor schoonmaak van verpleegkundige materialen;

    Er is geen duidelijke frequentie van schoonmaak van materialen;

    Er is geen systeem voor de borging van schoonmaak van verpleegkundige materialen;

    Desinfectie van verpleegkundige materialen wordt toegepast zonder duidelijke indicatie;

    Er worden diverse reinigingsmiddelen en materialen gebruikt voor de schoonmaak van

    verpleegkundige materialen. Hier is geen eenduidig beleid over;

    Volgorde van schoonmaak (van schoon naar vuil en van boven naar beneden) is wel bekend,

    maar wordt niet altijd zo toegepast.

    4.4. Fluorescent marker metingen

    De resultaten van de nulmeting zijn weergegeven in tabel 1. De betrouwbaarheidsintervallen zijn

    berekend met behulp van de Wilson score [18].

    Tabel 1: Resultaten nulmeting fluorescent marker test

    Aantal

    observaties

    Aantal

    schoonSchoon (%)

    95%-BI

    ondergrens

    95%-BI

    bovengrens

    PC toetsenbord 45 4 8,9 3,5 20,7

    PC muis 44 11 25,0 14,6 39,4

    Totaal 89 15 16,9 10,5 26,0

    Aantal

    observaties

    Aantal

    schoonSchoon (%)

    95%-BI

    ondergrens

    95%-BI

    bovengrens

    Bedhek links 11 9 81,8 52,3 94,9

    Bedhek rechts 9 9 100,0 70,1 100,0

    Bed rails achter 11 11 100,0 74,1 100,0

    Bed board achter 10 4 40,0 16,8 68,7

    Bed bediening 11 3 27,3 9,7 56,6

    Papegaai bed 8 2 25,0 7,1 59,1

    Alarmbel 10 5 50,0 23,7 76,3

    Telefoon 11 5 45,5 21,3 72,0

    TV afstand bediening 12 4 33,3 13,8 60,9

    Nachtkast lade 5 1 20,0 3,6 62,4

    Nachtkast tray 3 3 100,0 43,8 100,0

    Nachtkast bovenop 12 8 66,7 39,1 86,2

    Totaal 113 64 56,6 47,4 65,4

    Aantal

    observaties

    Aantal

    schoonSchoon (%)

    95%-BI

    ondergrens

    95%-BI

    bovengrens

    Infuuspomp 1 1 100,0 20,7 100,0

    Infuuspaal 1 0 0,0 0,0 79,3

    Bladderscan 5 0 0,0 0,0 43,4

    Bloeddrukmeter 12 6 50,0 25,4 74,6

    Bloeddrukband 9 0 0,0 0,0 29,9

    Bloedsuikermeter 2 0 0,0 0,0 65,8

    Glijplank 9 3 33,3 12,1 64,6

    Oorthermometer 13 5 38,5 17,7 64,5

    Postoel 40 10 25,0 14,2 40,2

    Looprek 3 1 33,3 6,1 79,2

    Rolstoel 10 4 40,0 16,8 68,7

    Tillift 8 0 0,0 0,0 32,4

    Turner draaischijf 1 0 0,0 0,0 79,3

    Weegstoel 5 2 40,0 11,8 76,9

    Glijzeil 2 0 0,0 0,0 65,8

    Totaal 121 32 26,4 19,4 34,9

    HTS computers

    HTS verpleegkundige materialen

    HTS bedden en toebehoren

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 11

    De volledige resultaten zijn weergegeven in hoofdstuk 8.7, bijlage VII. Het percentage van het

    aantal schoongemaakte HTS en verpleegkundige materialen ligt voor diverse materialen laag. De

    totale schoonmaak van HTS van de computers is 17 %. De bedden en toebehoren worden na

    ontslag van elke patiënt schoongemaakt, maar de resultaten laten zien dat bij de schoonmaak van

    het bed niet elke HTS meegenomen wordt. De schoonmaak gebeurt niet consequent of niet grondig,

    waardoor het als niet schoongemaakt is beoordeeld. Desondanks worden de bedden en toebehoren

    het meest schoongemaakt. De schoonmaak totaal van HTS bedden en toebehoren is 57%. De

    verpleegkundige materialen worden weinig tot niet schoongemaakt. In totaal wordt 26% van de

    verpleegkundige materialen schoongemaakt. Verbetering is hierbij noodzakelijk.

    4.5. Interventie

    Naar aanleiding van de bevindingen uit de literatuurstudie, observatie metingen, interviews en

    fluorescent marker metingen is een interventie uitgevoerd. De resultaten en bevindingen zijn

    middels een scholing gepresenteerd aan de twee betreffende afdelingen. Tijdens de presentatie zijn

    de verbeterpunten naar voren gebracht en zijn het concept protocol en aftekenlijst gepresenteerd.

    Daarnaast is tijdens deze scholing het belang van schoonmaak, de methode en uitvoer van

    schoonmaak, de indicatie voor desinfectie en handschoengebruik op de verpleegafdeling besproken.

    Helaas was het niet mogelijk om binnen het tijdsbestek van de eindopdracht de resultaten aan de

    schoonmaakdienst te presenteren en het definitieve protocol en aftekenlijst binnen het ziekenhuis te

    implementeren.

    4.6. Nameting

    De resultaten van de nameting zijn weergegeven in tabel 2. De betrouwbaarheidsintervallen zijn

    berekend met behulp van de Wilson score [18]

    Tabel 2: Resultaten nameting fluorescent marker test

    De volledige resultaten van de nameting met behulp van de fluorescent marker methode zijn

    weergegeven in hoofdstuk 8.8, Bijlage VIII.

    In tabel 3 zijn de resultaten van de nameting vergeleken met de resultaten van de nulmeting.

    Hoewel uit de individuele resultaten al de nodige conclusies kunnen worden getrokken, is er voor het

    overzicht en uniformiteit voor gekozen om de 95%-betrouwbaarheidsintervallen te berekenen

    volgens de Taylor series. [18]

    Tabel 3: Significantie m.b.v. Taylor series

    Totaal

    HTS computersAantal

    observatiesAantal schoon Schoon (%)

    95%-BI

    ondergrens

    95%-BI

    bovengrens

    PC toetsenbord 53 23 43,4 31,0 56,7

    PC muis 53 21 39,6 27,6 53,1

    Totaal 106 44 41,5 32,6 51,0

    Totaal

    HTS materialenAantal

    observatiesAantal schoon Schoon (%)

    95%-BI

    ondergrens

    95%-BI

    bovengrens

    Bloeddrukmeter 25 7 28,0 14,3 47,6

    Bloeddrukband 53 9 17,0 9,2 29,2

    Oorthermometer 27 15 55,6 37,3 72,4

    Postoel 36 24 66,7 50,3 79,8

    Totaal 141 55 39,0 31,3 47,2

    Nameting

    Nameting

    Totaal

    HTS computersAantal

    observaties

    Aantal

    schoonSchoon (%)

    Aantal

    observaties

    Aantal

    schoonSchoon (%)

    Verschil in %

    schoon

    Verschil: 95%-

    BI ondergrens

    Verschil: 95%-

    BI bovengrens

    Niet door 0 dus

    significant

    PC toetsenbord 45 4 8,9 53 23 43,4 -34,5 -50,2 -18,8 significant

    PC muis 44 11 25,0 53 21 39,6 -14,6 -33,0 3,7

    Totaal 89 15 16,9 106 44 41,5 -24,7 -36,8 -12,5 significant

    Totaal

    HTS materialenAantal

    observaties

    Aantal

    schoonSchoon (%)

    Aantal

    observaties

    Aantal

    schoonSchoon (%)

    Verschil in %

    schoon

    Verschil: 95%-

    BI ondergrens

    Verschil: 95%-

    BI bovengrens

    Niet door 0 dus

    significant

    Bloeddrukmeter 12 6 50,0 25 7 28,0 22,0 -11,3 55,3

    Bloeddrukband 9 0 0,0 53 9 17,0 -17,0 -27,1 -6,9 significant

    Oorthermometer 13 5 38,5 27 15 55,6 -17,1 -49,5 15,3

    Postoel 40 10 25,0 36 24 66,7 -41,7 -62,1 -21,2 significant

    Totaal 74 21 28,4 141 55 39,0 -10,6 -23,7 2,4

    Nulmeting

    Nulmeting

    Nameting

    Nameting

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 12

    Deze resultaten laten zien dat na interventie de schoonmaak van alle items verbeterd is, behalve

    van de bloeddrukmeters. De totale schoonmaak van HTS van de computers is significant verbeterd

    na interventie, waarbij de schoonmaak van de toetsenborden significant verbeterd is, maar de

    schoonmaak van de PC muis niet significant verbeterd is. De totale schoonmaak van de HTS van

    verpleegkundige materialen is niet significant verbeterd, maar de schoonmaak van de postoelen en

    bloeddrukbanden is wel significant verbeterd na interventie.

    Daarnaast zijn de resultaten van afdeling 10B met de resultaten van afdeling 10D vergeleken met

    behulp van de Taylor series. De resultaten hiervan zijn weergegeven in 8.9 bijlage IX. Hieruit blijkt

    dat afdeling 10D tijdens de nulmeting op bijna alle vlakken meer schoonmaakte dan afdeling 10B,

    met uitzondering van de bloeddrukmeters en de oorthermometers. Echter zijn het aantal metingen

    hierbij zo klein dat dit niet met zekerheid te stellen is. Alle bevindingen van de nulmeting zijn

    significant, met uitzondering van de PC muis. De bloeddrukbanden werden ten tijde van de

    nulmeting door beide afdelingen helemaal niet schoongemaakt en de postoelen werden door afdeling

    10B niet schoongemaakt.

    De nameting toont aan dat HTS van de computers door afdeling 10D beter worden schoongemaakt

    in vergelijking met 10B. Dit is echter alleen significant bij de totale analyse en niet voor de

    afzonderlijke onderdelen. De verpleegkundige materialen worden door afdeling 10B beter

    schoongemaakt na interventie dan door afdeling 10D. Dit is voor de bloeddrukbanden en postoelen

    significant. Samenvattend kan worden gesteld dat de schoonmaak op afdeling 10B duidelijk

    verbeterd is voor zowel de HTS van de computers als voor de verpleegkundige materialen. Op

    afdeling 10D is de schoonmaak van HTS van de computers ook verbeterd, maar de schoonmaak van

    de verpleegkundige materialen is nagenoeg gelijk gebleven.

    5. Conclusie en discussie

    5.1. Conclusie

    Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek is een aantal conclusies te trekken. Hiermee

    zijn de deelvragen tevens beantwoord. De frequentie van schoonmaak door de verpleging is

    toegenomen. De totale schoonmaak van HTS van de computers is significant verbeterd na

    interventie, waarbij de schoonmaak van de toetsenborden significant verbeterd is, maar de

    schoonmaak van de PC muis niet significant verbeterd is. De totale schoonmaak van de HTS van

    verpleegkundige materialen is niet significant verbeterd, maar de schoonmaak van de postoelen en

    bloeddrukbanden is wel significant verbeterd na interventie.

    Beantwoording deelvragen:

    Deelvraag 1: Is in de huidige documenten beschreven welke oppervlakken en materialen

    door de schoonmaakdienst worden gereinigd en gedesinfecteerd?

    In de huidige documenten is niet beschreven welke oppervlakken en materialen door de

    schoonmaakdienst worden gereinigd en gedesinfecteerd.

    Deelvraag 2: Is in de huidige documenten beschreven welke oppervlakken en materialen

    door de medewerkers van de afdeling worden gereinigd en gedesinfecteerd?

    In de huidige documenten is niet duidelijk beschreven welke oppervlakken en materialen

    door de medewerkers van de afdeling worden gereinigd en gedesinfecteerd. Het protocol is

    verouderd en niet compleet.

    Deelvraag 3: Is in de huidige documenten beschreven wat de frequentie is van reiniging en

    desinfectie van oppervlakken en materialen door de verpleegkundigen?

    In de huidige documenten staat beschreven wat de frequentie is van reiniging en desinfectie

    van oppervlakken en materialen door de verpleegkundigen. Echter het protocol is verouderd

    en niet compleet.

    Deelvraag 4: Op welke manier wordt reiniging en desinfectie door de verpleegkundigen

    geborgd?

    De reiniging en desinfectie door de verpleegkundigen is niet geborgd.

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 13

    Deelvraag 5: Wordt de reiniging en desinfectie op de juiste manier uitgevoerd door de

    verpleegkundigen, zodat er geen risico is op verspreiding?

    Uit de nulmeting bleek dat de uitvoer van de reiniging en desinfectie door de

    verpleegkundigen niet optimaal is. Het percentage van het aantal materialen en HTS wat

    gereinigd is ligt tussen de 17% en 57%. Bij de reiniging of desinfectie van verpleegkundige

    materialen worden deze niet altijd in het geheel gereinigd. Bijvoorbeeld het onderstel en de

    wielen worden veelal overgeslagen. Daarnaast worden niet altijd de juiste

    schoonmaakmaterialen en –middelen gebruikt. Binnen MC Slotervaart is geen uniformiteit in

    het gebruik van schoonmaakmaterialen en –middelen. Verpleegkundigen zijn wel op de

    hoogte van de volgorde van schoonmaak (van boven naar beneden en van schoon naar vuil),

    maar toch wordt dit niet altijd juist toegepast.

    Samenvattend kan gezegd worden dat de resultaten in overeenstemming zijn met de literatuur:

    De schoonmaak op de verpleegafdeling is niet optimaal;

    De gebruikte methoden en materialen zijn niet uniform;

    De verantwoordelijkheden zijn niet altijd duidelijk;

    De reiniging en desinfectie van verpleegkundige materialen is niet geborgd. [1] [2] [3] [4]

    De doelstelling van dit onderzoek is deels behaald. De interventie van dit onderzoek bestond uit een

    scholing over de schoonmaak verantwoordelijkheden van de verpleegkundigen, de uitvoer van

    reiniging en desinfectie op de verpleegafdeling en indicaties voor desinfectie. Doordat de afdeling

    inkoop moet beslissen over welke schoonmaakmaterialen gebruikt gaan worden op de

    verpleegafdeling is het protocol “Reiniging en desinfectie van verpleegkundige materialen” nog in

    ontwikkelfase. Hierdoor kon ook de borging middels aftekenlijsten nog niet worden gerealiseerd.

    5.2. Discussie

    Observatiemetingen

    Door middel van observatiemetingen is de werkwijze van reiniging en desinfectie van materialen en

    HTS op de twee verpleegafdelingen onderzocht. In totaal zijn 12 bedden en 15 verpleegkundige

    materialen geobserveerd. De verpleegkundige materialen waren 8 postoelen, 5 infuuspalen, 1

    weegstoel en 1 bloeddrukmeter. Het aantal metingen betreft een kleine, maar gevarieerde

    steekproef van veel gebruikte verpleegkundige materialen. De schoonmaak van verpleegkundige

    materialen dient voor elk materiaal op dezelfde wijze uitgevoerd te worden. De resultaten van de

    observatiemetingen waren vergelijkbaar, wat maakt dat deze steekproef representatief is voor

    datgene wat onderzocht werd. De observatiemetingen zijn door twee personen uitgevoerd, waarbij

    de te observeren onderdelen vooraf goed waren afgestemd. Alle bedden en verpleegkundige

    materialen zijn op dezelfde manier en op dezelfde onderdelen geobserveerd.

    De uitkomst van de observatiemetingen zou enigszins positiever kunnen uitvallen doordat

    medewerkers beter hun best doen wanneer ze geobserveerd worden. Dit zou uit kunnen monden in

    een beter resultaat dan de werkelijkheid.

    Interview

    In totaal zijn 6 medewerkers geïnterviewd, met diverse werkervaring. 3 senior verpleegkundigen,

    twee verpleegkundigen met 5 dienstjaren en één verpleegkundige met 1 dienstjaar. Dit gaf een

    gevarieerde en daardoor representatieve steekproef.

    Fluorescent marker metingen

    De fluorescent marker metingen zijn gedaan op 18 patiëntenkamers en in de opslagruimtes van de

    verpleegkundige materialen van beide verpleegafdelingen. Tijdens de nulmeting en tijdens de

    nameting werden gedurende zes weken fluorescent marker metingen uitgevoerd. Hierbij zijn voor de

    nulmeting in totaal 323 objecten beoordeeld op schoonmaak en voor de nameting 247 objecten.

    Een nadeel van deze methode is dat door veelvuldig vastpakken de markering deels kan verdwijnen.

    Daarnaast is de fluorescent marker lastig te verwijderen van ruwe oppervlakken. Bij ruwe vlakken is

    het noodzakelijk om goed schoon te maken, omdat micro-organismen hier goed aan blijven hechten.

    Dit geeft tevens het belang aan van het gebruik van gladde oppervlakken in een ziekenhuis

    omgeving.

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 14

    Na plaatsen van de markeringen werd twee maal per week gecontroleerd of de markering

    verdwenen was. Voor de verpleegkundige materialen, zoals bijvoorbeeld een postoel, kon niet met

    zekerheid gesteld worden dat de postoel ook daadwerkelijk was gebruikt. Hierdoor kan het zijn dat

    een verpleegkundig materiaal als niet schoongemaakt is beoordeeld terwijl het materiaal niet

    gebruikt is. Dit had ondervangen kunnen worden door te registreren wanneer een verpleegkundig

    materiaal bij een patiënt gebruikt werd. Ondanks dat verpleegkundige materialen niet gebruikt zijn

    is het wel van belang deze regelmatig te reinigen in verband met stofvorming.

    Interventie en nameting

    De invoering van het protocol “Reiniging en desinfectie van verpleegkundige materialen” en het

    borgingssysteem kon niet binnen het tijdsbestek van dit onderzoek uitgevoerd worden. Dit kwam

    door de afhankelijkheid van de afdeling inkoop. De afdeling inkoop moet een besluit nemen over

    welke schoonmaakmaterialen gebruikt gaan worden binnen MC Slotervaart. Omdat hierover nog

    geen beslissing was genomen konden het protocol en aftekenlijst niet definitief gemaakt worden en

    werd de nameting uitgevoerd alleen op basis van de scholing aan de verpleegkundigen. Om dit te

    voorkomen was het beter geweest om de afdeling inkoop eerder in het proces te betrekken en bij

    aanvang van de studie in te lichten over het doelstellingen van deze studie. Daarnaast is de scholing

    aan de schoonmaakafdeling niet binnen het tijdsbestek van de studie uitgevoerd. Dit is echter niet

    van invloed op de resultaten van deze studie, omdat tijdens de nameting de focus is gelegd om de

    schoonmaak welk door de verpleging wordt gedaan. Voor de nameting is de beddenschoonmaak

    buiten beschouwing gelaten, dit omdat de beddenschoonmaak na ontslag door de schoonmaakdienst

    wordt gedaan. Voor de beddenschoonmaak is er al een borgingssysteem aanwezig. Daarnaast bleek

    uit de nulmetingen dat de beddenschoonmaak het hoogst scoorden in schoonmaakfrequentie.

    6. Aanbeveling

    Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek zijn een aantal aanbevelingen te noemen.

    Na 3 en 12 maanden na invoering van het protocol “Reiniging en desinfectie van

    verpleegkundige materialen” en het borgingssysteem, moeten nogmaals nametingen

    uitgevoerd worden met behulp van de fluorescentie marker test. Hierdoor wordt een beter

    beeld verkregen of verbetering is opgetreden in de frequentie en uitvoering van de

    schoonmaak van HTS en verpleegkundige materialen;

    Binnen 3 maanden implementatie van protocol “Reiniging en desinfectie van verpleegkundige

    materialen” op alle verpleegafdelingen;

    Binnen 3 maanden implementatie van aftekenlijsten voor de schoonmaak van

    verpleegkundige materialen;

    Eenmalig tijdens de implementatie van het protocol en het borgingssysteem een

    ziekenhuisbrede scholing van verpleegkundigen op het gebied van reiniging en desinfectie op

    de verpleegafdeling;

    Het onderwerp schoonmaak opnemen in de jaarlijkse scholing aan verpleegkundigen,

    eventueel middels een E-learning;

    Jaarlijks scholing verzorgen aan de medewerkers van de schoonmaakdienst over het belang

    van een goede schoonmaak;

    Binnen 3 maanden invoering van uniforme schoonmaakmiddelen, desinfectie middelen en

    schoonmaakmaterialen voor de schoonmaak op de verpleegafdeling in overleg met het

    facilitair bedrijf;

    Op het moment van invoering van het protocol en borgingssysteem de schoonmaak onder de

    aandacht brengen van medewerkers in de nieuwsbrief van de afdeling kwaliteit en veiligheid

    (K&V);

    Tijdens de invoering van het protocol, aftekenlijst en nieuwe schoonmaakmiddelen en

    desinfectiemiddelen een themaweek houden over reiniging en desinfectie;

    De fluorescent marker test introduceren als marker voor de schoonmaak binnen de afdeling

    schoonmaak van het facilitair bedrijf, zodat zij deze methode kunnen gebruiken bij controle

    en scholing van de schoonmaakmedewerkers;

    Op elke verpleegafdeling jaarlijks een audit/QuickScan uitvoeren, eventueel door de CIP, met

    thema reiniging en desinfectie van verpleegkundige materialen;

    Jaarlijks een QuickScan uitvoeren op elke verpleegafdeling, eventueel door de CIP, waarbij

    met gebruik van fluorescent marker test de schoonmaak van HTS en verpleegkundige

    materialen getest wordt.

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 15

    7. Literatuurlijst

    [1] P. Carling, „Improving cleaning of the environment surrounding patients in 36 acute care hospitals,” Infection control and hospital epidemiology, vol. 29, nr. 11, pp. 1035-1041, 2008.

    [2] IGZ, „Keten van infectiepreventie in ziekenhuizen breekbaar: meerdere zwakke schakels leiden

    tot onveilige zorg,” 2013.

    [3] S. Smith, „Where do hands go? An audit of sequential hand-touch events on a hospital ward,”

    Journal of hospital infection, nr. 80, pp. 206-211, 2012.

    [4] O. Sherlock, „Is it really clean? An evaluation of the efficacy of four methods for determining

    hospital clenliness,” Journal of hospital infection, nr. 72, pp. 140-146, 2009.

    [5] S. Dancer, „Measuring the effect of enhanced cleaning in a UK hospital: a prospective cross-

    over study,” BMC Medicine, vol. 7, nr. 28, 2009.

    [6] R. Anderson, „Cleanliness audit of clinical surfaces and equipment: who cleans what?,” Journal

    of hospital infections, nr. 78, pp. 178-181, 2011.

    [7] S. Dancer, „Hospital cleaning in the 21st century,” Eur J clin microbiol infect dis, pp. 1473-

    1481, 2011.

    [8] S. Dancer, „The role of environmental cleaning in the control of hospital-aquired infection,”

    Journal of hospital infection, pp. 378-385, 2009.

    [9] E. Goodman, „Impact of an environmental cleaning intervention on the presence of MRSA and

    VRE on surfaces in intensive care unit rooms,” Infection control hosp edidemiol, vol. 29, nr. 7,

    pp. 593-599, 2008.

    [10] P. Carling, „Improved cleaning of patient rooms using a new targeting method,” Clinical

    infectoius diseases, nr. 42, pp. 385-388, 2006.

    [11] A. Guh, „CDC,” december 2010. [Online]. Available: cdc.gov/HAI/toolkits/Evaluating-

    Environmental-Cleaning.html.

    [12] J. Boyce, „Modern technologies for improving cleaning and disinfection of environmental

    surfaces in hospitals,” Antimicrobial resistance and infection control, vol. 5, nr. 10, pp. 1-10,

    2016.

    [13] C. Griffith, „An evaluation of hospital cleaning regimes and standards,” Journal of hospital

    infection, nr. 45, pp. 19-28, 2000.

    [14] P. Carling, „Evaluating hygienic cleaning in health care settings: What you do not know can

    harm your patients,” American journal of infection control, nr. 38, pp. S41-S50, 2010.

    [15] L. Ramphal, „Improving hospital staff comliance with environmental cleaning behavior,” Baylor

    university medical center proceedings, vol. 27, nr. 2, pp. 88-91, 2014.

    [16] Hartmann, „GlowCheck,” [Online]. Available: http://www.productcatalogue.bode-

    chemie.com/products/equipment/glowcheck.php.

    [17] „PubMed,” [Online]. Available: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed.

    [18] RIVM PREZIES, „Berekenen 95% betrouwbaarheidsinterval,” [Online]. Available:

    http://www.rivm.nl/Onderwerpen/P/PREZIES/Berekenen_95_betrouwbaarheidsinterval.

    [19] Werkgroep infectiepreventie, „WIP-richtlijn Bedden [ZKH]”.

    [20] Werkgroep infectiepreventie, „WIP-richtlijn Reiniging, Desinfectie & Sterilisatie [VWT],” 2004.

    [21] H. M.K., „Reduction in aquisition of Vancomycin-resistant Enterococcus after enforcement of

    routine environmental cleaning measures,” Clinical infectious diseases, vol. 42, nr. 1 juni, pp.

    1552-1560, 2006.

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 16

    8. Bijlagen

    8.1. Bijlage I: QuickScan observatie formulier

    Tabel 4: QuickScan observatie formulier

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 17

    8.2. Bijlage II: Formulier interview verpleegkundigen

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 18

    Tabel 5: Formulier interview

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 19

    8.3. Bijlage III: Checklist optisch monitoren reiniging bed en toebehoren

    Checklist optisch monitoren reiniging bed en toebehoren

    Datum:

    Afdeling:

    Kamernummer:

    Observant:

    Controleer de volgende oppervlakken:

    High-touch Surfaces Locatie Schoon Niet schoon Niet gedaan Niet aanwezig

    Afstandsbediening bed Midden

    Afstandsbediening TV Onderaan

    Bedbel Bediening

    Bedhek links Midden

    Bedhek rechts Midden

    Bedrand achter Midden

    Bedbord achter Midden

    Infuuspaal Halverwege paal

    Infuuspomp bedieningspaneel

    Nachtkastje bovenop Midden

    Nachtkastje lade Naast handvat

    Nachtkastje tafelblad Bovenkant midden

    Papegaai bed Midden handvat

    Telefoon Onderaan

    Toetsenbord Diverse plaatsen

    Gebruikte methode: Directe observatie Fluorescent gel Swab cultures ATP meting Agar slide cultures

    8.4. Bijlage IV: Checklist optisch monitoren verpleegkundige materialen

    Checklist optisch monitoren reiniging verpleegkundige materialen

    Datum markering:

    Datum evaluatie:

    Afdeling:

    Observant:

    Controleer de volgende materialen:

    High-touch Surfaces Locatie Schoon Niet schoon Niet gedaan Niet aanwezig

    Bloeddrukband Midden

    Bloeddrukmeter Display

    Bloedsuikermeter Display

    Computer on wheels Tafel, muis, toetsenbord

    Glijplank (pat slide) Midden

    Infuuspaal Halverwege paal

    Infuuspomp Bedieningspaneel

    Oorthermometer Display

    Postoel Armsteunen, handvaten, zitvlak

    Rollator Handvaten, plank

    Gebruikte methode: Directe observatie Fluorescent gel Swab cultures ATP meting Agar slide cultures

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 20

    8.5. Bijlage V: Resultaten observatiemetingen

    Tabel 6: Resultaten observatiemetingen

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 21

    8.6. Bijlage VI: Resultaten interview

    Tabel 7: Resultaten interview

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 22

    8.7. Bijlage VII: Resultaten nulmeting fluorescent marker test

    Bedden en toebehoren

    Tabel 8: Resultaten nulmeting GlowCheck bed en toebehoren

    TERMINAL CLEANINGResultaten beoordeling schoonmaak van HTS en verpleegkundige materialen met behulp van GlowCheck fluorescentiemeting. Gebruik de volgende markering: O = niet schoon, X = schoon, BLANCO = niet beoordeeld NOTE - gebruik hoofdletters "X" AND "O"

    AfdelingKamernr /

    bednr

    Datum

    markeringDatum evaluatie

    Bedhek

    links

    Bedhek

    rechts

    Bed rails

    achter

    Bed board

    achter

    Bed

    bediening

    Papegaai

    bedAlarmbel Telefoon

    TV afstand

    bediening

    Nachtkast

    lade

    Nachtkast

    tray

    Nachtkast

    bovenop# Surfaces

    Cleaned

    # Surfaces

    Evaluated

    % of

    Surfaces

    Cleaned

    10B 041-004 31-5-2016 31-5-2016 X X X O O O X O O O X O 5 12 41,7%

    10B 026-001 31-5-2016 31-5-2016 O X O O O O X X 3 8 37,5%

    10B 041-001 3-6-2016 3-6-2016 X X X O O O O X X X 6 10 60,0%

    10B 041-006 3-6-2016 3-6-2016 X X X O X X X X O 7 9 77,8%

    10B 038-006 6-6-2016 6-6-2016 X X X O O X O O O X 5 10 50,0%

    10B 042-004 6-6-2016 6-6-2016 X X X O O O O O X 4 9 44,4%

    10B 021-001 6-6-2016 6-6-2016 O O O X X 2 5 40,0%

    10D 002-006 3-6-2016 3-6-2016 X X X O O O O O O 3 9 33,3%

    10D 005-001 3-6-2016 3-6-2016 X X X X X X X X X X 10 10 100,0%

    10D 002-004 6-6-2016 6-6-2016 O X X X X X O X X O X X 9 12 75,0%

    10D 002-006 6-6-2016 6-6-2016 X X X O O O O O O 3 9 33,3%

    10D 005-001 6-6-2016 6-6-2016 X X X X O O X X O X 7 10 70,0%

    5 4 6 1 1 0 3 2 2 1 2 5

    6 4 6 5 6 3 7 6 7 4 2 7

    83,3% 100,0% 100,0% 20,0% 16,7% 0,0% 42,9% 33,3% 28,6% 25,0% 100,0% 71,4%

    4 5 5 3 2 2 2 3 2 0 1 3

    5 5 5 5 5 5 3 5 5 1 1 5

    80,0% 100,0% 100,0% 60,0% 40,0% 40,0% 66,7% 60,0% 40,0% 0,0% 100,0% 60,0%

    9 9 11 4 3 2 5 5 4 1 3 8

    11 9 11 10 11 8 10 11 12 5 3 12

    81,8% 100,0% 100,0% 40,0% 27,3% 25,0% 50,0% 45,5% 33,3% 20,0% 100,0% 66,7%

    Total # of Surfaces Cleaned

    Total # of Surfaces Evaluated

    TDC Score: % of Surfaces Cleaned

    Overall

    Total # of Surfaces Cleaned

    Total # of Surfaces Evaluated

    TDC Score: % of Surfaces Cleaned

    Total # of Surfaces Cleaned

    Total # of Surfaces Evaluated

    TDC Score: % of Surfaces Cleaned

    113

    56,6%

    # Surfaces Cleaned 10D

    # Surfaces Evaluated 10D

    % of Surfaces Cleaned 10D

    10B

    Total # of Surfaces Cleaned

    Total # of Surfaces Evaluated

    63,3% 42,4% 60,0%

    64

    38 14 12

    60 33 20

    32

    50

    64,0%

    10D

    Total # of Surfaces Cleaned

    Total # of Surfaces Evaluated

    TDC Score: % of Surfaces Cleaned

    30 13 7

    70,0% 53,8% 57,1%

    High Touch I High Touch II High Touch III Surfaces Cleaned for Each Room

    # Surfaces Cleaned 10B

    # Surfaces Evaluated 10B

    % of Surfaces Cleaned 10B

    TDC Score: % of Surfaces Cleaned

    32

    63

    50,8%

    # Surfaces Cleaned

    # Surfaces Evaluated

    % of Surfaces Cleaned

    30 20 13

    56,7% 35,0% 61,5%

    17 7 8

    21 7 4

    Total # of Surfaces Cleaned

    Total # of Surfaces Evaluated

    TDC Score: % of Surfaces Cleaned

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 23

    Toetsenbord en muis totaal

    Tabel 9: Resultaten nulmeting GlowCheck toetsenbord en muis

    AfdelingKamernr /

    bednr

    Datum

    markering

    Datum

    evaluatie

    PC toetsen

    bordPC muis

    # Surfaces

    Cleaned

    # Surfaces

    Evaluated

    % of

    Surfaces

    Cleaned

    10B 038 23-5-2016 27-5-2016 O O 0 2 0,0%

    10B 039 23-5-2016 27-5-2016 O O 0 2 0,0%

    10B 041 23-5-2016 27-5-2016 O O 0 2 0,0%

    10B 042 23-5-2016 27-5-2016 O O 0 2 0,0%

    10B 038 31-5-2016 3-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10B 039 31-5-2016 3-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10B 041 31-5-2016 3-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10B 042 31-5-2016 3-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10B 038 3-6-2016 13-6-2016 O X 1 2 50,0%

    10B 039 3-6-2016 13-6-2016 O X 1 2 50,0%

    10B 041 3-6-2016 13-6-2016 O X 1 2 50,0%

    10B 042 3-6-2016 13-6-2016 O X 1 2 50,0%

    10B 038 13-6-2016 16-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10B 039 13-6-2016 16-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10B 041 13-6-2016 16-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10B 042 13-6-2016 16-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10B 038 13-6-2016 20-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10B 039 13-6-2016 20-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10B 041 13-6-2016 20-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10B 042 13-6-2016 20-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10D 001 26-5-2016 30-5-2016 O O 0 2 0,0%

    10D 002 26-5-2016 30-5-2016 X X 2 2 100,0%

    10D 003 26-5-2016 30-5-2016 O O 0 2 0,0%

    10D 004 26-5-2016 30-5-2016 O O 0 2 0,0%

    10D 005 26-5-2016 30-5-2016 O X 1 2 50,0%

    10D 001 30-5-2016 3-6-2016 O X 1 2 50,0%

    10D 002 30-5-2016 3-6-2016 X O 1 2 50,0%

    10D 003 30-5-2016 3-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10D 004 30-5-2016 3-6-2016 X X 2 2 100,0%

    10D 005 30-5-2016 3-6-2016 X X 2 2 100,0%

    10D 001 3-6-2016 6-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10D 002 3-6-2016 6-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10D 003 3-6-2016 6-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10D 004 3-6-2016 6-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10D 005 3-6-2016 6-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10D 001 6-6-2016 16-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10D 002 6-6-2016 16-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10D 003 6-6-2016 16-6-2016 O X 1 2 50,0%

    10D 004 6-6-2016 16-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10D 005 6-6-2016 16-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10D 001 6-6-2016 20-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10D 002 6-6-2016 20-6-2016 O O 0 2 0,0%

    10D 003 6-6-2016 20-6-2016 O 0 1 0,0%

    10D 004 6-6-2016 20-6-2016 O X 1 2 50,0%

    10D 005 6-6-2016 20-6-2016 O O 0 2 0,0%

    0 4

    20 20

    0,0% 20,0%

    4 7

    25 24

    16,0% 29,2%

    4 11

    45 44

    8,9% 25,0%

    11

    49

    10D

    Total # of Surfaces Cleaned

    Total # of Surfaces Evaluated

    High Touch IV

    22,4%

    10B

    Total # of Surfaces Cleaned

    Total # of Surfaces Evaluated

    TDC Score: % of Surfaces Cleaned

    Total # of Surfaces Cleaned

    Total # of Surfaces Evaluated

    TDC Score: % of Surfaces Cleaned

    TDC Score: % of Surfaces Cleaned

    40

    10,0%

    15

    89

    Total # of Surfaces Cleaned

    Total # of Surfaces Evaluated

    TDC Score: % of Surfaces Cleaned

    Overall

    4

    16,9%

    Total # of Surfaces Cleaned

    Total # of Surfaces Evaluated

    TDC Score: % of Surfaces Cleaned

    Total # of Surfaces Cleaned

    Total # of Surfaces Evaluated

    TDC Score: % of Surfaces Cleaned

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 24

    Verpleegkundige materialen, 10B

    Tabel 10: Resultaten nulmeting GlowCheck verpleegkundige materialen, afdeling 10B

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 25

    Verpleegkundige materialen, 10D

    Tabel 11: Resultaten nulmeting GlowCheck verpleegkundige materialen, afdeling 10D

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 26

    Verpleegkundige materialen, totaal

    Tabel 12: Resultaten nulmeting GlowCheck verpleegkundige materialen, totaal

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 27

    8.8. Bijlage VIII: Resultaten nameting fluorescentie marker test

    Toetsenbord en muis totaal

    Tabel 13: Resultaten nameting GlowCheck toetsenbord en muis

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 28

    Verpleegkundige materialen 10B

    Tabel 14: Resultaten nameting GlowCheck verpleegkundige materialen 10B

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 29

    Verpleegkundige materialen 10D

    Tabel 15: Resultaten nameting GlowCheck verpleegkundige materialen 10D

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 30

    Verpleegkundige materialen totaal

    Tabel 16: Resultaten nameting GlowCheck verpleegkundige materialen totaal

  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…

    Pagina | 31

    8.9. Bijlage IX: Vergelijking resultaten afdeling 10B en 10D

    HTS

    co

    mp

    ute

    rsA

    an

    tal

    ob

    se

    rva

    tie

    sA

    an

    tal sch

    oo

    nS

    ch

    oo

    n (

    %)

    Aa

    nta

    l

    ob

    se

    rva

    tie

    sA

    an

    tal sch

    oo

    nS

    ch

    oo

    n (

    %)

    Ve

    rsch

    il in

    %

    sch

    oo

    n

    ve

    rsch

    il:

    95

    % B

    I

    on

    de

    rgre

    ns

    ve

    rsch

    il:

    95

    % B

    I

    bo

    ve

    ng

    ren

    s

    Nie

    t d

    oo

    r 0

    du

    s

    sig

    nif

    ica

    nt

    PC

    to

    ets

    en

    bo

    rd20

    00,0

    25

    416,0

    -16,0

    -30,4

    -1,6

    Sig

    nific

    ant

    PC

    mu

    is20

    420,0

    24

    729,2

    -9,2

    -34,4

    16,1

    To

    taa

    l40

    410,0

    49

    11

    22,4

    -12,4

    -27,4

    2,5

    HTS

    ma

    teri

    ale

    nA

    an

    tal

    ob

    se

    rva

    tie

    sA

    an

    tal sch

    oo

    nS

    ch

    oo

    n (

    %)

    Aa

    nta

    l

    ob

    se

    rva

    tie

    sA

    an

    tal sch

    oo

    nS

    ch

    oo

    n (

    %)

    Ve

    rsch

    il in

    %

    sch

    oo

    n

    ve

    rsch

    il:

    95

    % B

    I

    on

    de

    rgre

    ns

    ve

    rsch

    il:

    95

    % B

    I

    bo

    ve

    ng

    ren

    s

    Nie

    t d

    oo

    r 0

    du

    s

    sig

    nif

    ica

    nt

    Blo

    ed

    dru

    km

    ete

    r1

    1100,0

    11

    545,5

    54,5

    25,1

    84,0

    Sig

    nific

    ant

    Blo

    ed

    dru

    kb

    an

    d1

    00,0

    80

    0,0

    0,0

    0,0

    0,0

    Oo

    rth

    erm

    om

    ete

    r2

    2100,0

    11

    327,3

    72,7

    46,4

    99,0

    Sig

    nific

    ant

    Po

    sto

    el

    19

    00,0

    21

    10

    47,6

    -47,6

    -69,0

    -26,3

    Sig

    nific

    ant

    To

    taa

    l23

    313,0

    51

    18

    35,3

    -22,3

    -41,3

    -3,2

    Sig

    nific

    ant

    HTS

    co

    mp

    ute

    rsA

    an

    tal

    ob

    se

    rva

    tie

    sA

    an

    tal sch

    oo

    nS

    ch

    oo

    n (

    %)

    Aa

    nta

    l

    ob

    se

    rva

    tie

    sA

    an

    tal sch

    oo

    nS

    ch

    oo

    n (

    %)

    Ve

    rsch

    il in

    %

    sch

    oo

    n

    ve

    rsch

    il:

    95

    % B

    I

    on

    de

    rgre

    ns

    ve

    rsch

    il:

    95

    % B

    I

    bo

    ve

    ng

    ren

    s

    Nie

    t d

    oo

    r 0

    du

    s

    sig

    nif

    ica

    nt

    PC

    to

    ets

    en

    bo

    rd23

    730,4

    30

    16

    53,3

    -22,9

    -48,8

    3,0

    PC

    mu

    is23

    626,1

    30

    15

    50,0

    -23,9

    -49,3

    1,4

    To

    taa

    l46

    13

    28,3

    60

    31

    51,7

    -23,4

    -41,5

    -5,3

    Sig

    nific

    ant

    HTS

    ma

    teri

    ale

    nA

    an

    tal

    ob

    se

    rva

    tie

    sA

    an

    tal sch

    oo

    nS

    ch

    oo

    n (

    %)

    Aa

    nta

    l

    ob

    se

    rva

    tie

    sA

    an

    tal sch

    oo

    nS

    ch

    oo

    n (

    %)

    Ve

    rsch

    il in

    %

    sch

    oo

    n

    ve

    rsch

    il:

    95

    % B

    I

    on

    de

    rgre

    ns

    ve

    rsch

    il:

    95

    % B

    I

    bo

    ve

    ng

    ren

    s

    Nie

    t d

    oo

    r 0

    du

    s

    sig

    nif

    ica

    nt

    Blo

    ed

    dru

    km

    ete

    r12

    433,3

    13

    323,1

    10,3

    -24,9

    45,4

    Blo

    ed

    dru

    kb

    an

    d25

    728,0

    28

    27,1

    20,9

    0,8

    40,9

    Sig

    nific

    ant

    Oo

    rth

    erm

    om

    ete

    r12

    866,7

    15

    746,7

    20,0

    -16,7

    56,7

    Po

    sto

    el

    20

    945,0

    16

    15

    93,8

    -48,8

    -73,6

    -23,9

    Sig

    nific

    ant

    To

    taa

    l69

    28

    40,6

    72

    27

    37,5

    3,1

    -13,0

    19,2

    Afd

    elin

    g 1

    0B

    na

    me

    tin

    gA

    fde

    lin

    g 1

    0D

    na

    me

    tin

    g

    Afd

    elin

    g 1

    0B

    nu

    lme

    tin

    g

    Afd

    elin

    g 1

    0B

    nu

    lme

    tin

    gA

    fde

    lin

    g 1

    0D

    nu

    lme

    tin

    g

    Afd

    elin

    g 1

    0D

    nu

    lme

    tin

    g

    Afd

    elin

    g 1

    0B

    na

    me

    tin

    gA

    fde

    lin

    g 1

    0D

    na

    me

    tin

    g

    Tabel 17: Vergelijking afdeling 10B en 10D volgens Taylor series