Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

of 455 /455
1 Het grote Johannes evangelie De Heer gaf dit door het innerlijke woord aan Jakob Lorber Deel V UITGEVERIJ DE STER, GINNEKENWEG 124, 4818 JK BREDA Oorspronkelijke titel: 'Johannes, das grosse Evangelium' geschreven door Jakob Lorber. Dit boek is gepubliceerd door Lorber-Verlag, Bietigheim Wurttemberg. Wie wat meer zou willen weten van de profeet Jakob Lorber, kan zich wenden tot de Jakob Lorber Stichting voor het Nederlandse taalgebied Burg. de Millylaan 1,7231 DP Warnsveld. Telefoon: 05750 - 21803 Copyrights 1988 Uitgeverij De Ster - Breda NUGI 632 Nieuweopenbaringen.nl Uit deze uitgave mag uitsluitend iets verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm, opnamen, of op welke andere wijze ook, hetzij chemisch, elektronisch of mechanisch, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Any part of this book may only be reproduced, stored in a retrieval system and/or transmitted in any form, by print, photoprint, recording, or other means, either chemic, electronic or mechanic, with the written permission from the publisher

description

Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5 J. Lorber

Transcript of Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

Page 1: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

1

Het grote Johannes evangelie

De Heer gaf dit door het innerlijke woord

aan

Jakob Lorber

Deel V

UITGEVERIJ DE STER, GINNEKENWEG 124, 4818 JK BREDA

Oorspronkelijke titel: 'Johannes, das grosse Evangelium' geschreven door Jakob Lorber. Dit boek is gepubliceerddoor Lorber-Verlag, Bietigheim Wurttemberg.

Wie wat meer zou willen weten van de profeet Jakob Lorber, kan zich wenden tot deJakob Lorber Stichting voor het Nederlandse taalgebiedBurg. de Millylaan 1,7231 DP Warnsveld. Telefoon: 05750 - 21803

Copyrights 1988 Uitgeverij De Ster - Breda

NUGI 632Nieuweopenbaringen.nl

Uit deze uitgave mag uitsluitend iets verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/ofopenbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm, opnamen, of op welke andere wijze ook,hetzij chemisch, elektronisch of mechanisch, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Any part of this book may only be reproduced, stored in a retrieval system and/or transmitted in any form, by print,photoprint, recording, or other means, either chemic, electronic or mechanic, with the written permission from the

publisher

Page 2: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

2

Het Grote Johannes Evangelie deel 5 - 276 hoofdstukken

1: De wonderbaarlijke maaltijd2: Hoe wonderen plaats vinden3: De voorzienigheid van God en de vrije wil van de mens4: Het nieuwe huis van Marcus, een wonder van Raphaël5: Kinderen van de wereld en kinderen van God6: Gedragsregels van de Heer voor de waard Marcus7: Over de Romeinse opperpriester. Kritiek op het heidense priesterdom in Rome8: De godsdienstige verhoudingen in Rome in Jezus' tijd9: De voorspelling van de Heer over het lot van Rome en Jeruzalem10: Een evangelie voor het vrouwelijk geslacht11: De meningen van de Nubiërs over wonderen doen12: Over gelijkhebberij13: De mogelijkheid grotere dingen te doen dan de Heer14: Het doen van wonderen door de mens, die geheel in Gods wil is opgegaan15: De Heer troost de Nubiërs, die niet zijn geroepen tot het kindschap van God16: De deputatie uit Caesarea17: De wijze wetgeving in Mathaël's koninkrijk aan de Pontus18: De rechtsstrijd tussen Cyrenius en Roclus19: De eigenlijke bedoeling van Roclus en zijn metgezellen20: Roclus bezichtigt het wonderbouwsel21: De atheïstische geloofsbelijdenis van Roclus22: Roclus bewijst zijn atheïsme23: Roclus' mening over goden en priesters24: Roclus' probeert zijn atheïsme als juiste wereldbeschouwing te bewijzen25: Het karakter van Roclus, zoals de Heer hem ziet26: Cyrenius bejegent Roclus als vriend. De oorzaak v/h verval v/h priesterschap27: Het kunstmatige Allerheiligste in de tempel te Jeruzalem. Indische gruwel vanboetedoening28: Roclus over de Indische priesterkaste29: Roclus vertelt over de residentie van de opperpriester van30: Roclus bekritiseert de Indische en joodse religie31: Roclus prijst de goddeloosheid en het niet-bestaan32: De natuurfilosofie van Roclus33: De god van de natuurfilosofen34: Roclus vergelijkt menselijke met goddelijke daden35: Roclus laat zien dat het hart de zetel is van de ware godheid36: Roclus wordt naar Raphaël verwezen37: Raphaël beschrijft Gods wezen38: Doel van de boetedoening in Indië39: De gevaren van hoge wetenschappelijke ontwikkeling40: Het ontstaan van slavernij41: De egoïstische huishouding van de oude Egyptenaren en de toestand aldaar42: De staatsorde van de oude Indiërs

Page 3: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

3

43: De religieuze band tussen Indië en China44: Roclus vertelt over de toverkunst van een Indische magiër45: Raphaël verklaart de toverwerken van de Indisch~ magiër46: Het priesterdom als vijand van het licht47: De vruchten van de nacht en de vruchten van het geestelijke48: Roclus verdedigt het Essenendom en de schijnwonderen49: Het verschil tussen levenswijsheid en bedrog50: De gevaren van de bedrieglijke wonderen van de orde der Essenen51: Ware en valse wonderdoeners52: Roclus' twijfel aan Raphaël's macht53: Roclus rechtvaardigt het stichten van de orde der Essenen54: Wat Roclus over de Nazarener heeft gehoord en zijn opvattingen daarover55: Het wonder dat Roclus van Raphaël verlangt56: De Essenen gissen naar de persoon van Raphaël57: Roclus spreekt over het belang van een ontwikkeld verstand58: De invloed van de liefde op het verstand59: Raphaël onthult wat Roclus diep in zijn hart over de Heer denkt60: Het wezen van de liefde61: Het inzichtelijk vermogen van de liefde. De ontoereikendheid van rede enverstand62: De liefde en haar licht dat tot inzicht leidt63: Roclus en zijn metgezellen overleggen met elkaar64: Ruban pleit bij zijn metgezellen voor de Heer65: Ruban richt zich tot de Heer66: Raad en toespraak van de Heer, gericht aan de Essenen67: Roclus probeert zijn onwaarachtigheid tegenover de Heer te rechtvaardigen68: Het priesterdom als grootste hindernis om de leer van de Heer te verbreiden69: De ware levensweg70: Het wezen van satan en van de materie71: Wat aan gene zijde het lot is van de materieel geworden ziel72: Verklaring van het woord 'SHEOULA' (hel). Over helder zien73: Hoe men God boven alles liefheeft en hoe God graag ziet, dat de mens werkt74: Vragen over ziektes en het genezen ervan75: Pijn, ziekte en dood76: De vrijheid van de menselijke wil77: Over juiste en onjuiste ijver78: De ontwikkeling van de vrije wil. De nadelen van overdreven ijver79: De Heer maakt gewag van Zijn laatste avondmaal en Zijn kruisdood80: Raphaël eet veel81: Het verschil tussen Raphaël's persoon en wezen en dat van de aardse mens82: Over de wonderen van Raphaël83: Levensvervolmaking en wonderkracht door de liefde tot God en de naaste.Ware en valse profeten84: De betekenis van het kindschap Gods op deze aarde85: De overgangsperioden in het rijk van de natuurgeesten

Page 4: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

4

86: Over het wezen van de diamant en de robijn (Thummim en Urim)87: Over sieraden van goud en edelstenen bij heersers88: Geloof en verstand89: De gevaren van goud90: De belangrijkste taak van de mens: een volkomen evenbeeld van God teworden91: Alles heeft zijn tijd92: De Farizeeën nemen aanstoot aan de vrolijke maaltijd van de Heer93: Roclus richt scherpe woorden tot de Farizeeën94: Raphaël verklaart voor Roclus de begrippen 'satan' en 'duivel'95: Roclus' tegenwerpingen96: Demonen en hun invloed97: De vrije wil van de mens. De hulp van de goddelijke genade98: De zelfbeschikking van de ziel99: Floran verwijt de Farizeeën hun liefdeloze kritiek op de Heer100: De zegen van het Romeinse bewind voor het joodse volk101: Roclus en Floran in gesprek over Stahar102: Roclus belicht het Farizeeërdom103: Roclus windt zich op over Stahars geestelijke blindheid104: Stahar vertelt over zichzelf en zijn levenservaringen105: De onbegrijpelijke wegen van de Voorzienigheid. Waarom Stahar ten aanzienvan de heer twijfelde106: Het beperkte inzicht van de engelen in het denken van de Heer107: Een voorspelling van de Heer over de toekomst: de volksverhuizing108: Het tijdperk van de techniek109: Over het gericht dat de mensen zelf veroorzaken110: De toekomstige teistering van de aarde. De kinderen van God zullen geborgenzijn111: Het einde van de aardse materie112: De materiële werelden zullen ooit in geestelijke veranderd worden. Kinderenen schepselen van God.113: De mensen van de sterrenwerelden en het kindschap van God114: De grote scheppingsmens en de aarde115: Wezen en inhoud van een hulsglobe116: Ontoereikendheid van het menselijk inzicht. Troost in de goddelijke liefde117: Het kennen van Jezus als God als voorwaarde voor de ware liefde tot God118: Gouden richtlijnen voor het verbreiden van het evangelie119: Het verschil tussen een ware en valse leider120: De toekomst en het zuiver houden van de leer van de Heer121: Zet men het Woord niet om in de daad, -dan kent men het niet122: Het belang van het daadwerkelijke christendom123: Wijsheid als gevolg van liefdevolle werkzaamheid124: Het wel goed weten, maar niet doen125: De noodzaak om zichzelf te onderzoeken126: Naastenliefde als regelaar van spaarzaamheid

Page 5: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

5

127: De liefde als meest ware lofprijzing van God. De Heer geeft gelijkenissenover de aarde en het planten.128: De geestelijke betekenis van de twee gelijkenissen129: De geestelijke rijpheid van de maaiers van de Heer130: Aanwijzingen van de Heer voor de verbreiding van het evangelie131: Handelen volgens de leer en Gods beloften. Over ceremoniële diensten132: De verlossing van het ceremoniële juk en de wet133: De houding van Gods kinderen tegenover politieke staatswetten134: Grondregels voor de opvoeding van kinderen135: Te verwachten moeilijkheden in het instituut der Essenen136: De bedrieglijke opwekkingen uit de dood door de Essenen worden verboden137: De grondregels van het vernieuwde instituut der Essenen138: Roclus probeert leugens om bestwil te rechtvaardigen139: De rechtvaardiging van verstand en slimheid140: Verhulde waarheden en leugens. Valse profeten en hun wonderen141: Deemoed en broederliefde; Roclus en zijn metgezellen in verlegenheid142: Roclus' voorstellen voor de hervorming van het instituut der Essenen143: De Heer geeft Roclus raad144: Hoe de verhouding van de Essenen tegenover het priesterdom vervolg zal zijn145: Farizeeën klagen de Heer als opruier tegen de staat bij Cyrenius146: Ontmaskering van de valse aanklagers147: Onderhandeling met de Farizeeën148: De Farizeeën bekennen149: Cyrenius' getuigenis voor de Heer150: De domheid en blindheid van de Farizeeën151: De tempelmoraal v/d Farizeeër. Mozes' wonderen door de Farizeeër belicht152: Nog meer verklaringen van wonderen in het oude testament153: De natuurfilosofie van de Farizeeër154: Cyrenius wijst op de wonderen van de Heer155: De Farizeeën krijgen een les door middel van een wijnwonder156: De twijfel van de Farizeeër aan het bestaan van God157: De aarde, een oefenschool voor de kinderen Gods158: Nood als middel tot opvoeding159: Ware en verkeerde wereldse werkzaamheid160: Iemand die op egoïstische wijze naar zijn wedergeboorte streeft161: De indruk van de wonderbaarlijke werken van de Heer op de Farizeeën162: Cyrenius onthult de mening van de Farizeeër over de wonderwerken v/d Heer163: Het materialistische geloof van de aanvoerder der Farizeeën164: De godsdienstfilosofie van de Farizeeër165: Marcus spreekt over geloof en ongeloof166: De bekering van de Farizeeën167: Het afscheidsuur van de Heer bij Marcus168: Over gierigheid en spaarzaamheid169: Een belofte voor hulpzoekenden. De Heer neemt afscheid van het huis vanMarcus

Page 6: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

6

170: Petrus' blinde ijver en zorg om de Heer (Ev. Matth. 16,20-23)171: Het wezen van satan en van de materie (Ev. Matth. 16, 24-28)172: De Heer met zijn leerlingen in het vissersdorp bij Caesarea173: De stoïcijnse levenshouding van de bewoners van het vissersdorp174: Geloof doet wonderen175: De stoïcijnse wereldvisie van visser Aziona176: Johannes onthult het leven van Aziona177: Het ware, levende geloof178: De weg tot het ware geloof179: De droom van Hiram180: Wat de ziel tijdens een droom ziet181: Hirams stoïcijnse-naturalistische wereldbeschouwing182: De vormende kracht van de menselijke ziel in de droom183: Hirams magische belevenissen184: Het bestaan van de menselijke ziel vóór het lichamelijke leven en erná185: Hirams bezwaren tegen het eeuwige voortbestaan van de mens186: Oneindigheid, eeuwigheid en zaligheid187: Drie bedenkingen tegen het voortleven na de dood188: De noodzakelijke verscheidenheid van wezens en omstandigheden op aarde189: De vraag over de Messias190: Johannes is bang voor Hirams scherpe verstand191: Het vuurwonder van Johannes192: Het wonderbaarlijke nachtmaal193: Het naderende schip met de achtervolgers194: De achtervolgers staan terecht195: Het levensverhaal van de achtervolgers196: De geldzucht van judas. De voordelen van nachtelijke rust op ligstoelen197: De oergeschiedenis van de mensen198: De oergeschiedenis van de levende wezens op aarde199: De verscheidenheid der werelden200: Het verschil tussen de mensen van deze aarde en die van de andere werelden201: Een blik op Saturnus202: De vraag over de Messias203: Hirams voorstelling van de Messias204: Messias en verlossing205: De verklaring van het begrip Messias206: Hirams getuigenis over de Heer207: Het strandgoed wordt verzameld en opgeborgen. De nieuwsgierigheid van dedorpsbewoners.208: De voorbereidingen voor het morgenmaal209: Aziona en Hiram in gesprek met hun buren210: Epiphanes, de filosoof211: De mens als onvergankelijk wezen212: Twijfel en vragen van Epiphanes213: De noodzaak van het ware, heldere geloof

Page 7: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

7

214: Licht en bijgelovigheid215: De missie van de Heer. Epiphanes betwijfelt of de mensen de leer van deHeer zullen begrijpen.216: De wonderbaarlijke kracht van het woord. Onderwijzen is beter dan wonderendoen217: De wonderbaarlijke verandering v/h gebied. Wilsvrijheid opgaan in Gods wil218: Het belang van de gemoedsrust219: Epiphanes' moed220: Het doel van de kruisiging van de Heer221: Epiphanes' voorstellen ter vermijding van de dood van de Heer222: De leerlingen verwonderen zich over de veranderde omgeving. Over hetvasten223: Vijandelijke verkenningsschepen in zicht. De storm als afweermiddel224: Aziona vraagt naar het leven van de ziel na de dood225: Kinderen van God (van boven) en kinderen van de wereld (van beneden)226: Het leven van de wereldmensen aan gene zijde227: De nietigheid van een kracht zonder tegenkracht228: De tegenpool van God229: De beide polen van het bestaan230: De weg naar de verlossing231: De vraag naar de verlossing van de onwetenden232: Leiding aan gene zijde en wederbelichaming233: Het vergaan en ontstaan van materiële scheppingen Jezus in de buurt vanKapérnaum (Ev. Matth. hfdst 17)234: De verheerlijking van de Heer op de berg Tabor (Ev. Matth. 17, 1-2)235: De Heer in gesprek met Mozes en Elia (Ev. Matth. 17,3)236: De drie leerlingen verkeren met de geesten van Mozes en Elia. Gods geest inde mens als gids tot alle waarheid. (Ev.Matth. 17, 4-9)237: Incarnaties van Johannes de Doper (Ev. Matth. 17,10-13)238: De opstanding van het vlees239: De zegen van de matigheid. De toebereiding van het vlees van onreine dieren240: Genezing van een bezeten jongen (Ev. Matth. 17, 14-21)241: Het verblijf van de Heer in Jesaïra en het bezoek in Petrus' vissershut bijKapérnaum.242: De Heer spreekt over het lijden dat Hem te wachten staat.(Ev Matth.17,22-23)243: Petrus en de tollenaar (Ev.Matth. 17, 24-27) De Heer in het huis van SimonPetrus (Ev. Matth. hfdst. 18)244: De grootste in het hemelrijk. Over de ergernissen (Ev. Matth. 18. 1-9)245: Verklaring van de beelden over ergernissen246: Kinderen als voorbeelden voor de leerlingen. God en mens in de Heer (Ev.Matth. 18,10)247: Het mysterie van Golgotha (Ev. Matth.18, 11-14)248: Over het vergeven (Ev. Matth. 18, 15-22)249: De gelijkenis van de slechte knecht (Ev. Matth. 18,23-35)

Page 8: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

8

250: De noodzakelijkheid van wereldse rechtbanken. De oorzaken van misdadenen het verhoeden er van.251: Een zwerm sprinkhanen Aan de overkant van de Jordaan aan de Zee vanGalilea (Ev. Matth. hfdst. 19)252: De Heer vaart met Zijn leerlingen naar de overkant v/d zee (Ev. Matth. 19,1)253: De genezing van de blindgeborene en van andere zieken (Ev. Matth. 19,2)254: De Heer met de Zijnen in het huis van de Griekse herbergier. Waarheid maaktvrij255: Het verbod van echtscheiding (Ev. Matth. 19, 3-9)256: Uitzonderingsgevallen met betrekking tot huwelijkszaken(Ev.Matth.19,10-12)257: De Heer zegent de kinderen (Ev. Matth. 19, 13-15)258: De rijke jongeling (Ev. Matth. 19, 16-26)259: De leerlingen vragen naar het hemelse loon (Ev. Matth. 19, 27 -30)260: De Heer bezoekt met Zijn leerlingen een plaats in het gebergte261: In het huis van het plaatselijk hoofd. De wonderbaarlijke wijn262: De genezing van de kreupele dochter van de waard263: Barnabe herinnert zich de twaalfjarige Jezus in de tempel264: De heiliging van de sabbat265: Eliza getuigt voor de Heer. De toegangspaden naar het dorp in de bergenondergaan een verandering.266: Het geestelijk zien.267: De overeenkomsten of analogieën tussen materie en geest268: Genezing van de door een giftige slang gebeten man. De wonderwijn269: Over de juiste weg en het juiste zout270: De zoutrots. Het wonderlijke en gezegende avondmaal271: Over bescheidenheid, zachtmoedigheid en deemoed. De gulden middenweg272: De beeldspraak van de profeten273: De geldzucht van Judas Iskariot274: Over de Essenen en hun wonderen275: Een blik in de sterrenhemel276: De Heer neemt afscheid van het dorp in de bergen.

Hoofdstuk 1: De wonderbaarlijke maaltijd[1] IK zeg: 'Het is nu reeds een uur na de middag, Marcus, zorg jij daarom vooreen maaltijd: Mijn Raphaël zal je helpen! Na de maaltijd zullen we dan zien wat dedag ons nog zal brengen. Zoek allemaal je plaats op aan tafel en Raphaël,verwijder jij de beide hersenhopen van onze tafel en help daarna Marcus!"[2] Raphaël deed dat binnen een ogenblik en zei toen tegen Marcus: 'Moet ik je opmenselijke wijze behulpzaam zijn of op mijn eigen manier? Zeg maar hoe je hethet liefst hebt! Het zou natuurlijk minder opzien baren als ik je op menselijke wijzezou helpen; maar op mijn manier zouden we veel tijd besparen en die is toch ookerg kostbaar! Wat je dus wilt, zal ik doen en je zult je er niet over hoeven tebeklagen dat er iets vergeten is."

Page 9: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

9

[3] Marcus zegt: 'Ja, hemelse vriend, jouw manier om de spijzen vliegensvlug opde tafels te zetten, zou natuurlijk veel voordelen hebben -want ondanks de hulp vande bedienden van Cyrenius duurt het toch nog aardig lang voordat het eten voorzoveel mensen op tafel gebracht is; maar er is hier een andere moeilijkheid. Er isnog helemaal niet voldoende eten klaargemaakt! Als jouw bovenaardsebedrevenheid daar iets aan kan doen, dan zou dat op dit moment goed van paskomen; anders duurt het nog wel een goed half uur voordat alles klaar is omopgediend te worden!" [4] Heel gemoedelijk zegt Raphaël tegen Marcus: 'Datbedoel ik immers ook: zo vlug mogelijk klaarmaken en net zo snel de tafels vanpassende spijzen en dranken voorzien! Ik zegje,je hoeft slechts te willen, dan gaatalles! Als je wilt, kost het mij maar een ondeelbaar ogenblik en dan staan allespijzen ook al tot in de puntjes verzorgd voor de gasten op tafel."[5] Marcus zegt: 'Ik heb daar geen bezwaar tegen, maar dan zullen de mensendenken dat het hemelse toverij is, en misschien een heel begrijpelijke angst voorhet eten krijgen en het nauwelijks wagen daarvan te genieten, -vooral de Moren,die hier toch al zo op alles letten, dat hun beslist niets ontgaat!"[6] Raphaël zegt: 'O, die maken zich er juist het minst druk over, want die zijn algewend aan het wonderbaarlijke! Het is ook al laat, en de Heer zal waarschijnlijkna de maaltijd iets belangrijks van plan zijn, wat Hij alleen maar kan weten.Daarom is het beslist beter dat wij het op mijn geestelijke, snelle manier doen, enniemand zal zich daaraan stoten! Tevens is dit het laatste middagmaal dat de Heerhier gebruikt en daarom kan het helemaal geen kwaad wanneer het er een beetjewonderbaarlijk uitziet! Ben je dat ook niet met mij eens?"[7] Marcus zegt: 'Helemaal, want jij, als geest uit de hemelen, zult wel beter dan ikweten en begrijpen wat hier passender en gunstiger is! Handel jij daarom nu maarhelemaal naar eigen goeddunken!"[8] Nadat Marcus dit had gezegd, begaven beiden zich naar de keuken, waar devrouw van Marcus, zijn dochters en zoons en nog een aantal bedienden vanCyrenius zoals gewoonlijk de handen vol hadden, terwijl de maaltijd voor de velegasten toch nog maar nauwelijks voor de helft klaar was.[9] Marcus zei: 'O, het zal nog wel een uur duren voor alles klaar is'[10] Zijn vrouw zegt: 'Ja, beste echtgenoot, wij beiden kunnen geen wonderenverrichten en we kunnen het niet overhaasten. Er zit niets anders op dan geduldigte wachten tot alles gereed is!"[11] Marcus zegt: 'Weet je wat, laten jij en je dochters nu het koken en bradenmaar op z'n beloop; Rapha‰l zal het allemaal als een echte snelle kok vlugafmaken!" [12] De vrouw zegt: 'Dat zou niet gek zijn, want ze zijn allemaal albehoorlijk moe van het vele werk!"[13] Toen verdwenen alle koks en kooksters en Raphaël zei: 'Nu kunnen ook jullieaan tafel gaan! Alles is al opgediend en alle gasten zijn al begonnen met eten.Kom, oude Marcus, ga jij als mijn medewerker bij mij aan tafel zitten en eet nueens wat mijn pot schaft, en zeg eens of ik ook kan koken! Je vrouw en je kinderenen de koks van Cyrenius zitten al aan een eigen tafel voor het huis, die rijkelijkvoorzien is van dezelfde spijzen en dranken."

Page 10: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

10

[14] Allen gaan nu de keuken uit en wanneer zij aan de tafels de honderden gastenzien eten en drinken, zegt Marcus heel verbaasd over dit tafereel: 'Ja, hoe is dat numogelijk? Je bent toch immers geen ogenblik bij mij weggeweest, en alle tafelszijn zo te zien afgeladen vol! Je hebt geen enkel gerecht kunnen klaarmaken ennog minder opdienen! Verraad mij toch eens iets van de manier waarop je datgedaan hebt, want alles begrijp ik eerder dan jouw uiterst onbegrijpelijke snelheid,vooral bij daden die op deze aarde toch noodzakelijkerwijs gebonden zijn aan eenbepaalde orde binnen tijd en ruimte! Ik vraagje nogmaals iets te vertellen over demanier waarop je de spijzen hebt klaargemaakt en waar je ze vandaan hebtgehaald! Want van het eten dat halfklaar in mijn keuken stond, is niets op al dezetafels terechtgekomen, want ik heb het daar zojuist nog in alle rust en wachtend opzijn bestemming zien staan. [15] Raphaël zegt: 'Dan heb je niet goed genoeggekeken, want je hele voorraad is op! Kijk maar of het niet zo is!"[16] Marcus gaat vlug kijken en vindt zijn keuken en voorraadkamer helemaalleeg. Nu komt hij nog veel verbaasder naar buiten en zegt: 'O, vriend, op diemanier is het bij jou werkelijk niet meer om uit te houden! Heus, ik eet in geen driedagen, als je mij niet iets vertelt over de manier waarop je dat gedaan hebt!"[17] Raphaël zegt: 'Laten we nu ook aan tafel gaan; daar zullen we er samen watover praten!"[18] Daarop gaat Marcus samen met Raphaël naar onze tafel, waar het al aardiglevendig toe ging. Raphaël bedient zich meteen en presenteert ook aan Marcus eenmooie vis en dringt er op aan, dat hij gaat eten. Marcus spoort hem weliswaar aanom uitleg te geven over de snelkokerij en de snelle bediening, maar Raphaël zegtheel vriendelijk: Beste vriend, eet en drink nu! Als wij beiden ons lichaam weernaar behoren gesterkt hebben door de gezegende spijs en de gezegende drank,zullen wij ook enkele woorden wijden aan mijn snelkokerij en snel bedienerij!"[19] Marcus gehoorzaamt Raphaël nu toch en eet en drinkt dat het een lust is.

Hoofdstuk 2: Hoe wonderen plaats vinden[1] Als de maaltijd na ongeveer een uur helemaal achter de rug is, komt Marcusweer op de uitleg terug en vraagt aan Raphaël: 'Wel, hemelse vriend, je zou menog iets vertellen?"[2] Raphaël zegt: 'Ja, kijk eens vriend, ik zou het je wel willen uitleggen, maarondanks alle uitleg zal het voorshands toch heel wonderbaarlijk blijven zolang jeniet ook gedoopt zult zijn met de Heilige Geest uit de hemelen! Zodra de geest vande Heer eenmaal geheel in je ziel is opgestaan en één met haar zal zijn, dan zul jedat alles ook zonder uitleg zonneklaar inzien; maar nu zal zelfs de meest afdoendeuitleg je maar heel weinig duidelijk kunnen maken! Want zelfs de volmaaktste zielbegrijpt als zodanig nooit wat puur geestelijk is; alleen de geest in haar kan datbegrijpen en de ziel vervolgens door haar geest! Maar omdat je dan toch eenindruk wilt hebben, kijk dan eens om je heen en zeg mij watje ziet!"[3] Marcus kijkt heel verwonderd naar alle kanten en ziet nu bij iedere tafel eenaantal jongemannen die sprekend op Raphaël lijken en die daar de vele gastenbedienen en voortdurend van alles voorzien. Verscheidenen halen zelfs

Page 11: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

11

springlevende vis uit zee, snellen daarmee naar de keuken en meteen weer metreeds klaargemaakte naar de tafels; want de Moren hebben een reuze honger enbovendien werden zij ook nog geprikkeld door de heerlijke smaak van de spijzen.[4] Toen vroeg Raphaël aan Marcus: 'Begrijp je nu hoe ik in staat ben om veeldingen uiterst snel te doen, en dat dit zelfs heel gemakkelijk is, vooral als jebedenkt dat een geest, als het principe dat het diepste innerlijk van de wezens endingen geheel doordringt, met alle materie ook het effectiefst en altijd met hetmeeste resultaat kan doen en laten wat hij maar wil en dat niets hem daarbij tegenkan houden?! Bovendien heb ik als aartsengel aeonen helpers die allen iederogenblik afhankelijk zijn van mijn wil. Als mijn wil, die de wil van de Heer is, ietswil, dan vervult deze wil ook meteen talloze aan mij ondergeschikte dienaren, dieogenblikkelijk in actie komen en iets wat gedaan moet worden dan ookgemakkelijk met een snelheid uitvoeren die jij je nauwelijks kunt voorstellen! Zelfdoe ik persoonlijk weliswaar niets, maar door mijn aartswil worden aeonen helpersvanuit de meest innerlijke basis van hun wezen geactiveerd, en een opdracht wordtdan ook op deze wijze gemakkelijk zo snel mogelijk uitgevoerd, en dat des tezekerder, omdat de Heer en vervolgens wij, alles wat ergens gedaan moet wordenallang voorzien en voorbereid hebben, zodat het dan voor jullie, als dat nodig is,kant en klaar in een uiterlijk zichtbare daad omgezet kan worden.[5] je hebt toch gezien hoe boven op de berg een ezelin is ontstaan; kijk, zoontstaat alles wanneer onze wil de uit onze gedachten ontstane oernatuurgeestenopwekt en dwingt tot een bepaalde, geordende bezigheid! En alleen dit, vriend,moet de verklaring zijn die je van mij hebben wilde! Meer kan ik je niet duidelijkmaken door de zeer grote beperktheid van de aardse tong en taal! Vraag ook nietverder; want van dat alles zul je nooit meer begrijpen dan je nu begrijpt, tenzij je inje ziel zelf geest wordt! Want geen schepsel kan ooit zelf binnendringen in hetzuivere weten en kennen van de geest! Begrijp je nu iets meer?"[6] Marcus was met deze uitleg heel tevreden en zei: 'ik dank je voor dezeuitstekende uitleg; want als ik alles zo overzie wat ik gezien en gehoord heb,begrijp ik nu toch tot mijn volle tevredenheid hoe jij, beste hemelse vriend, jewonderen verricht en vooral de bliksemsnelle uitvoering van wat je wilt. En ik kannu openlijk de conclusie trekken, dat het toch bij ieder wonder enigszins natuurlijktoegaat en dat het steeds neerkomt op een samenspel van krachten wanneer erergens iets, hetzij zeer snel of in tussenpozen, uitgevoerd moet worden. ja, ik zienu tussen jullie geestelijke wonderen en de toverkunsten van de aardse magiërs eenbepaalde, lichte overeenkomst, en die bestaat in datgene wat jij voorzien envoorbereiding noemde![7] Weetje, hemelse vriend, ik zeg nu maar zonder omwegen hoe ik mij datvoorstel! Plotseling, zonder enige voorbereiding en vooruitzien, kon het voor julliemisschien net zo bezwaarlijk worden om een erg moeilijke wonderdaad tot stand tebrengen als het voor een magiër zonder enige voorbereiding, en zonder voorafgemaakte afspraken met andere personen die de magiër moeten assisteren, zal zijn.Natuurlijk mogen alle andere mensen daarvan niets weten, anders zag het er methet toveren niet zo goed Uit! Ik trek daaruit voor mijzelf de volgende conclusie, diezeker moeilijk weerlegd zal kunnen worden: de Heer, en jullie door Hem, kunnen

Page 12: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

12

alles, maar nooit onvoorzien, het wordt veeleer misschien reeds eeuwenlangvoorbereid en geestelijk dus allang in fasen ten uitvoer gebracht! Wat hier dus nuals zichtbare daad verricht wordt, werd reeds lang geestelijk voorzien envoorbereid! [8] Daarom kan een aarde zoals die van ons, niet zo maar door eenalmachtig 'Er zij!' met alles erop en eraan geschapen worden, maar pas in de loopvan de tijd na lange voorafgaande voorbereidingen, waardoor deze tegenwoordigeaarde, zoals zij nu is en bestaat, als een noodzakelijk gevolg moest ontstaan. Omdezelfde reden kan dan ook vrijwel niets plotseling volmaakt en blijvend ontstaan.Alles wat snel ontstaat, vergaat ook weer net zo snel. De bliksem bijvoorbeeldontstaat snel, maar vergaat ook even snel. Aan de andere kant heeft dat echter totgevolg dat iets wat eenmaal blijvend bestaat, ook zo goed als nooit meer plotselingkan vergaan, maar alleen in fasen zoals het ontstaan is. Iets wat nog nooit voorzienen voorbereid werd, kan dus nooit ten uitvoer gebracht worden door eenmachtspreuk, ook al wordt deze ondersteund door de krachtigste wil, en dat geldtzowel ingeval van ontstaan als van opheffen en vergaan. Alles kan dus slechts alseen tijdelijk wonder gezien worden en ieder gebeuren is een noodzakelijk gevolgvan vele periodieke, tijdelijke ontwikkelingsgangen![9] Kijk, beste vriend uit de hemelen, de Heer alleen zij alle lof; maar naar het mijvoorkomt heb ik de uitleg die jij mij gaf misschien wel veel beter begrepen dan jijhet je aanvankelijk had voorgesteld tja, m'n beste Raphaël, weet je, zo helemaal ophun achterhoofd gevallen zijn de oude Romeinen toch niet, zoals zoveel mensendenken! Wel, wat vind je ervan, vriend? Heb ik je begrepen of niet?"

Hoofdstuk 3: De voorzienigheid van God en de vrije wil van de mens[1] Raphaël zegt glimlachend: 'Enig idee heb je er wel van gekregen; maar metjouw 'noodzakelijke gevolgen' en met onze 'noodzakelijke voorzieningen' en'langdurige voorbereidingen' zitje er glad naast, -waarvan een paar duidelijkevoorbeelden je meteen helemaal zullen overtuigen! Kijk hier eens rond, bepaal eenplaats, en eis van mij volkomen willekeurig, waar en wat voor soort boom ofbomen, volgroeid en rijk beladen met rijpe vruchten, je wilt hebben! Of wil jeverschillende soorten? Kortom, zeg het, dan zullen zij ook onvoorzien enonvoorbereid blijvend aanwezig zijn, en duizend jaar zal niet in staat zijn de sporenvan hun bestaan volledig uit te wissen! Dus laat horen wat je wilt, dan zul je direkteen waarachtig wonder zien dat nog nooit op een of andere wijze voorbereid envoorzien is" [2] Marcus zegt: 'Ja, ja, vriendje, dat is allemaal goed en wel, als jemij er dan maar van kunt overtuigen, dat ik nu volkomen vrij ben om te willen ente wensen! En dat zou voor jou wel eens veel moeilijker kunnen zijn, dan de doormij gevraagde verschillende soorten vruchtbomen op een willekeurige plaats! jehebt mij erg aan het twijfelen gebracht of zelfs jullie, almachtige geesten, zondervooruitzien en voorbereiding in staat zijn in zekere zin uit niets een puurwonderwerk tot stand te brengen! Ik wil het niet helemaal uitsluiten, maar gezienalles wat er ooit op deze aarde was, is en ook zal zijn, is het wel erg moeilijk tegeloven, omdat daartegen reeds Gods alwetendheid wat al te luid haar stem laathoren, en men toch met aan kan komen met een mogelijke, nietszeggende

Page 13: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

13

bewering als zou God opzettelijk voor een bepaalde zaak Zijn alwetendheidwillens en wetens niet gebruikt hebben. Als God zich echter met van eeuwigheid afvolledig onwetend heeft weten te houden van het feit, dat eens Zijn engel Raphaëlhier op verzoek van een mens bomen tevoorschijn zal toveren, dan ~al het evenmoeilijk te bewijzen zijn dat dit wonder ook niet al van eeuwigheid voorbestemden voorbereid was! Geheel geestelijk was het beslist wel voorzien!"[3] Raphaël zegt: 'Maar dat doet. er immers niet toe, als het maar niet voorbereid isom zich in de materie te manifesteren! Bovendien is de wil van de mens tochzodanig vrij, dat noch de Heer noch wij ooit iets zullen doen om deze ook maar inhet minst te storen door deze voor te bestemmen, en nog minder doorvoorbereidingen te treffen. Je kunt er daarom volkomen van verzekerd zijn, dat jegeheel vrije wil in wezen met is voorbestemd en nog minder op enigerlei wijze isvoorbereid. Vraag daarom, dan zul je zien dat de Heer, hetzij Zelf of door mij alszijn oude knecht, beslist zonder enige voorbereiding de vruchtbomen, die jevrijelijk kunt vragen, in blijvende vorm door een wonder voor je zal doen ontstaan.[4] Marcus denkt nu wat na en zegt na een poosje: Beste vriend, moeten het danjuist allemaal vruchtbomen zijn? Ik zou toch toevalligerwijs ook iets anderskunnen willen?! Zou dat ook tevoorschijn getoverd kunnen worden?"[5] Raphaël zegt: 'O ongetwijfeld, voor ons is het één evenveel moeite als hetander! Vraag watje wilt en het zal er zijn!"[6] Na deze verzekering pijnigt Marcus nog een poosje zijn hersens of hem nogniet iets te binnen wil schieten waarmee hij de engel een beetje in het nauw zoukunnen drijven. Maar omdat hem op dat moment geen argument meer te binnenschiet, zegt hij tegen Raphaël: 'Zet hier dan een beter bewoonbaar en meer solidehuis voor mij neer, dat wil zeggen een complete herberg voor vreemden enplaatselijke bewoners, een goed omheinde tuin met daarin allerlei bomen metsmakelijk fruit en met te vergeten dadels, en in de tuin een heldere bron!"[7] De Engel zegt: 'Maar vriend, is dat niet een beetje veel in een keer?'[8] Marcus zegt: 'Aha, niet waar, vriendje, je zit al een beetje in het nauw? Ja, ja,zonder voorzienigheid en voorbereiding zal het misschien toch niet lukken! Maarik wil je toch nergens toe dwingen. Wat je nu tevoorschijn kunt toveren, tover daten laat alles wat ik meer gevraagd heb maar weg!' [9] De Engel zegt: 'Het wordtprecies zo neergezet als jij hebt gevraagd. En in de naam van de Heer zij allesaanwezig watje van mij hebt gevraagd! Ga en bekijk al wat er is en zeg mij daarnaof alles zo naar je zin is! Als je wat aan te merken hebt, doe dat dan; want nu kaner nog van alles aan veranderd worden! Morgen zou het te laat zijn, omdat wij danbeslist niet meer hier zullen vertoeven. Ga dus en bekijk alles goed!"

Hoofdstuk 4: Het nieuwe huis van Marcus, een wonder van Raphaël.[1] Marcus keek rond en werd helemaal verlegen bij het zien van alles wat daar ineen oogwenk ontstaan was. Rechts van het oude huis in noordoostelijke richtingstond een kant en klaar uit bakstenen opgetrokken fraai huis, dat zich met dezuidoostelijke voorkant bijna tot aan de zee uitstrekte. Het had een verdieping meteen comfortabele omloop rondom het hele huis en op de begane grond bestond het

Page 14: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

14

uit een ruime keuken, een grote voorraadkamer en verder uit achttien vertrekken,waarvan vijf woonkamers en daarachter dertien grote vertrekken voor allerleiagrarische doeleinden, zoals bergruimten voor allerhande graan, vlees, voorvruchtengroenten, voor peulvruchten en wortelgewassen. In een grote ruimtebevond zich een met wit marmer bekleed waterbekken, dat ruim twintigkwadraatklafters* (* 1 klafter = 1.90 meter (oude Duitse maat)mat en over hetgeheel gemiddeld zes voet water kon bevatten; het water stond nu echter maar vieren een halve voet hoog, wat voor het bewaren van edelvissen diep genoeg was.[2] Dit inpandige visreservoir ontving zijn zeer zuivere water uit een volkomennieuwe, overvloedig opwellende bron; het water drong aan de onderzijde doorkleine, maar talrijke openingen van een stenen plaat in het bekken tot aan devastgestelde hoogte. Vandaar liep een afvoerbuis naar buiten naar de zee, die alsmen het bekken vol water wilde hebben, van buiten afgesloten kon worden. Omhet waterbekken heen liep een prachtige, opengewerkte borstwering van twee eneen halve voet hoog, eveneens van wit marmer. Aan één kant was, voor het gevaldat men het waterbekken vol wilde laten lopen, een sierlijk afvoerkanaal gemaakt,dat natuurlijk door de muur van het huis liep en niet ver van de lager gelegenafvoerbuis eveneens in zee uitmondde. De wanden en de vloer waren eveneens metwit marmer bekleed, het plafond van het vertrek bestond echter uit het zuiverste enhardste cederhout zonder kwast en spint. Dit vertrek ontving zijn licht door vijframen, die allen een marmeren omlijsting hadden en ieder vijf voet hoog en drievoet breed waren. De ramen waren voorzien van zeer zuivere kristalplaten enkonden net als alle ramen van het huis geopend en gesloten worden.[3] De hoofddeur was gemaakt van goudachtig glanzend brons. Alle kamerdeuren,die er sierlijk en smaakvol uitzagen, waren van het beste cederhout gemaakt endoelmatig voorzien van grendels en sloten. De eerste verdieping had over hetgeheel een elegante bekleding van cederbout en ieder vertrek was prachtig om tezien. Tevens waren zowel op de begane grond als op de eerste verdieping allevertrekken welvoorzien van alle gerief van een eersteklas herberg, en dekorenkamer was vol koren en de voorraadkamer vol met al het mogelijke wat maarin een keuken nodig is. Kortom, het gevraagde huis was niet alleen een solideweergave van het idee dat Marcus al zo lang als luchtkasteel gekoesterd had, maarhet was ook nog voor jaren rijk voorzien van proviand en andere voorraden.[4] Achter het huis waren nog stalgebouwen voor alle soorten vee en er stondenenkele smaakvolle en tevens doelmatige hutten voor het visgerei, volledig ingerichten rijkelijk van het nodige voorzien, en om alle nieuwe gebouwen liep een twintigjuk* (* juk = bijna een halve hectare (oude vlaktemaat) grote, zeer dicht omheindetuin, die eerst een zandsteppe geweest was die niemand toebehoorde, maar nu uitvruchtbare grond bestond, beplant met een groot aantal uitstekende vruchtbomen.Een paar juk was helemaal beplant met de beste wijnstokken, die allemaal rijkbeladen waren met prachtige, sappige druiven, rijp om te plukken. Ook aan groentewas geen gebrek. [5] In het midden van de tuin was nog een geneeskrachtig badmet een tempel uit marmer. Het had twee afzonderlijke bekkens: het ene met zeerwarm bronwater voor het genezen van jichtlijders, en het andere, voor het genezenvan melaatsen, was voorzien van lauwe zwavel en natronbronnen die door

Page 15: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

15

Raphaël's macht volgens Mijn wil uit het inwendige van de aarde daarheen geleidwaren. Tevens zag hij een met louter vierkante stenen omsloten zeehaven en vijfgrote, degelijk gebouwde scheper! met zeilen en roeiriemen in de zeer ruimehaven, waarvan de ingang, hoewel zes klafter breed, 's nachts met een ijzerenketting geheel afgesloten kon worden. Deze haven zag er precies zo uit als de oudeMarcus zich vaak had voorgesteld. Hij wreef zich bij de bezichtiging van alles, watzo wonderbaarlijk ontstaan was, steeds maar de ogen uit, omdat hij voortdurenddacht dat hij sliep en deze dingen droomde.[6] Toen hij klaar was met de bezichtiging, die bijna een uur duurde, kwam hij(Marcus) bijna helemaal duizelig terug en zei vol verbazing: 'Ja, is dat dan allemaalwel werkelijkheid of zie ik het allemaal alleen maar in een soort gelukkigedroomtoestand? Nee, nee, dat kan geen werkelijkheid zijn! Want zo heb ik mij almeermalen in mijn fantasieën een herberg voorgesteld en ook al ettelijke keren inmijn ochtenddromen gezien, -en jij, vriend uit de hemelen, hebt mij kunstmatig inslaap gebracht en ik heb mijn eigen ideeën nu weer eens in mijn droom bekeken."[7] Raphaël zegt: 'Wat ben jij toch een kleingelovige Romein! Als het allemaal eendroombeeld was, zou het nu niet meer te zien zijn, en je wilt toch niet beweren, datje nog slaapt en nog steeds droomt? Stuur nu je vrouwen kinderen om ook tecontroleren wat er allemaal is, dan zullen zij je wel uit de droom komen helpen'[8] Marcus zegt, terwijl hij nog eens een blik op het nieuwe huis werpt: 'O, het isgeen droom, het is overduidelijk werkelijkheid! -Zal die echter stand houden?"

Hoofdstuk 5: Kinderen van de wereld en kinderen van God[1] Raphaël zegt: 'Zei ik je dan niet dat dit allemaal, dat wil zeggen alles wat hierstevig gebouwd is, in duizend jaar niet volledig zal vergaan? Alleen deverschillende vruchtbomen, de edele struiken en planten, evenals de vijf schepenzullen niet zo lang blijven bestaan; maar het metselwerk zal behoorlijk lang, ja zeerlang standhouden! Ook zelfs na tweeduizend jaar zullen daarvan nog sporen tevinden zijn; maar natuurlijk zal dan niemand meer in bovenaardse bouwers vandeze muren geloven. Zelfs in deze tijd zullen de dichtstbijzijnde buren, wanneer zijdit alles zullen zien, zeggen, dat dit allemaal door de aanwezige Romeinen isgebouwd, want veel sterke handen brengen ook wonderen teweeg! Spreek dewereldse mensen echter niet tegen, want als er in een land tienmaal tien maalhonderdduizend mensen op de huidige wijze leven, dan zul je over het geheelnauwelijks vijfduizend mensen aantreffen die dat na veel uitleggen redelijkerwijsvan je zouden aannemen. Aan blind geloof zou jij echter niets hebben en wijhemelgeesten nog minder. Het is ook helemaal niet belangrijk of er veel of weinigmensen geloven; want de Heer kwam alleen maar vanwege Zijn geringe aantalkinderen op de wereld en niet vanwege de wereldse mensen. En zo zal het blijventot aan het einde van deze wereld en haar tijden![2] Wanneer ook de Heer Zich weer zal openbaren op deze aarde, hetzij alleendoor het Woord of soms in korte momenten ook persoonlijk, dan zal Hij dat altijdalleen maar doen aan Zijn ware kinderen, die van boven zijn. De wereld en haar

Page 16: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

16

kinderen zullen weinig of niets van Hem merken! Voor hen is de eeuwigheid langgenoeg om hen naar een heel ondergeschikt licht te brengen.[3] Geloof maar niet dat dit hoogste licht uit de hemelen ooit alle mensen van deaarde zal doordringen! Alleen de ware kinderen, altijd een gering aantal, zullendaarmee zuiver en overvloedig voorzien worden, en de wereldse kinderen zullenzich alleen maar uit hun afval tempels en afgodenhuizen bouwen en deze met hunijzeren wetten en blinde domme regels omheinen, maar toch nooit de weinige warekinderen kunnen deren, want daar zal de Heer altijd zeer getrouw voor zorgen.Daarom zal onder de wereldse mensen geen Jeremia meer zijn klaagliederenaanheffen! -Maar ga nu naar de Heer en bedank Hem voor dit grote geschenk!"[4] Nu gaat Marcus naar Mij toe en wil Mij met een stortvloed van uitgelezenwoorden gaan bedanken.[5] Maar IK zeg tegen hem: 'Bespaar je tong de moeite, want Ik heb de dank van jehart al vernomen en heb die van je tong dus niet nodig! Is iedere eerlijke gastheerzijn loon dan niet waard? Jij bent ook een eerlijke gastheer en je hebt onsonvermoeid bijna acht dagen lang bultengewoon goed verzorgd; dat kunnen wetoch met voor niets. Van je verlangen. Deze herberg zal in het levensonderhoudvan jou en je latere nakomelingen uitstekend voorzien! Maar zorg jij ervoor datMijn naam op deze plaats, dat wil zeggen bij je nakomelingen, onwankelbaar blijftbestaan; want met het verdwijnen van Mijn naam uit hun hart zouden zij ookweldra al het andere verliezen! Wie echter alles in de wereld zou verliezen, maardesalniettemin Mijn naam zou behouden, zou tenslotte niets verloren, maar allesgewonnen hebben; maar wie Mijn naam uit zijn hart zou verliezen, zou allesverloren hebben -ook al zou hij alle goederen op aarde bezitten!"

Hoofdstuk 6: Gedragsregels van de Heer voor de waard Marcus[1] 'Wees daarom vóór alles bezorgd over het behoud van Mijn naam in je hart!Wie die behoudt, behoudt alles; maar wie die niet behoudt, die is dan ook dooralles verlaten! [2] Wie Mij echter waarachtig liefheeft en zijn naaste als zichzelf,die draagt Mijn naam waarachtig en levend in zijn hart -en heeft daaraan een schatdie alle eeuwigheden hem met zullen kunnen afnemen, want God waarachtigmetterdaad liefhebben, betekent meer dan heer te zijn over alle schatten, niet alleenvan deze, maar van alle werelden in de hele oneindigheid.[3] Maar het is niet voldoende om Mij alleen uit verstandelijke overwegingen aante hangen, maar het moet gebeuren vanuit de oprechte liefde in je hart.[4] Allerlei armen zullen bij je komen; wat Je hun zult doen zonder aardsebeloning, dat heb je Mij gedaan, en Mijn liefde zal het je vergelden.[5] Als iemand bij je komt die naakt is, kleed hem! Wie zonder geld bij je komt,geef het hem als hij het in de wereld nodig heeft. [6] Ik wilde weliswaar dat allemensen als broeders zonder dit verderfelijke ruilmiddel samen zouden leven; maaromdat zij het al van ouds her in hun bestaan ingevoerd hebben om daarmee hundoen en laten als wereldse mens te vergemakkelijken, zal Ik dat ook zo laten, -maar pas door Mijn liefde zal het de mensen zegen brengen! .

Page 17: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

17

[7] Waardeer het alleen met de maat van Mijn liefde, dan zal het je ook Mijn liefdeen Mijn zegen brengen! Als iemand een 'groschen'* nodig heeft, geef hem er dantwee of ook drie, en Mijn liefde zal het je anderzijds tien en dertigvoudigvergoeden! [8] Kortom, op welke wijze je iemand ook als arm ziet en hem uitliefde tot Mij met een blij hart helpt, je zult altijd kunnen rekenen op Mijn beloningdie nooit achterwege zal blijven![9] Als er bijvoorbeeld iemand, die geld genoeg heeft, bij. jou komt baden omdathij aan jicht lijdt, reken hem dan naar recht en billijkheld voor kost en onderdak,maar breng niets in rekening voor het bad.[10] Als er echter iemand alleen maar voor zijn.plezier komt baden, laat die danmeer dan een ander betalen voor bad, logies en kost! Wil hij echter de waarheidvan je horen, geef hem die dan voor niets; want daarin is hij arm![11] Komt er echter een wereldwijze die van jou de waarheid wil horen, geef hemdie dan niet voor niets, maar laat je voor ieder woord een 'groschen' betalen; wantvoor zo'n waarheidszoeker heeft de waarheid pas dan waarde, als zij voor veel geldin zijn bezit is gekomen![12] Als een arme hongerige bij je is gekomen, geef hem dan te eten en te drinkenen laat hem niet arm bij je weg gaan; komt er echter een die er genoegen in scheptbij jou aan tafel mee te eten, laat die dan ook voor de arme naast hem betalen![13] Ondersteun alles wat armoede heet voor niets en laat alles wat alleen ma.armet genoegen te maken heeft, betalen! -Heb je Mij goed begrepen?[14] Marcus zegt onder vreugdetranen: 'Ja, Heer!'[15] IK zeg: 'Ga dan en laat alles aan je familie zien!"[16] Marcus ging naar zijn familie, die uitermate verbaasd was, en gaf Mijnopdracht door, en allen gingen haastig naar het nieuwe huis en natuurlijk ook erinen bekeken alles uit en te na. De vrouwen de kinderen werden helemaal verdwaasdvan puur geluk en zaligheid, en wisten van louter vreugde niet wat te doen. Maarnu vroegen allen die aan tafel zaten of ook zij dit buitengewoon opvallendewonderwerk in ogenschouw mochten nemen. [17] IK zei: 'Beste vrienden! Ditwerk zal blijven bestaan en jullie zullen het dan nog vaak genoeg kunnen bekijkenen bewonderen; maar Ik zal niet blijven, behalve door de liefde in jullie harten.[18] Blijf daarom hier bij Mij zolang Ik nog bij jullie ben; want Ik ben immers tochmeer dan dat wonderwerk, waarvan Ik er talloze in een ogenblik tot stand zoukunnen brengen" [19] Allen zeggen: 'Ja, ja, ja, o Heer, wij blijven, wij blijven allenbij U, o Heer; want U alleen bent meer dan alle wonderwerken van Uw macht,wijsheid en goedheid, die de hele oneindigheid vullen!"

Hoofdstuk 7: Over de Romeinse opperpriester. Kritiek op het heidensepriesterdom in Rome[1] Cyrenius zegt: 'Heer, U weet hoe belangrijk en hoe zwaar mijn taak alsbestuurder is; maar het komt mij nu voor alsof het niets voorstelt en alsof hetvanzelf gaat, ook zonder mij, en alsof alles zich zonder mijn toedoen regelt! Ikkom mij nu bepaald al aardig voor als het vijfde rad aan een wagen; ik weetnamelijk dat U, o Heer, nu alle zaken voor mij regelt en dat er tijdens mijn regering

Page 18: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

18

nog nooit een grotere orde heeft bestaan dan juist nu, omdat U, o Heer, voor mijzorgt! [2] O gelukkig keizerrijk! Rome, mijn vaderhuls, hoezeer kun je je er in 'tgeheim over verheugen, dat de Heer Zijn genadig oog op je gericht heeft en ook uitjouw oude muren en burchten en hutten kinderen wil uitverkiezen! Heer, ik sta ermet mijn leven voor in: Als U in plaats van hier in Rome zou zijn en voor deRomeinen zo'n teken gedaan zou hebben, dan zou er geen mens zijn die U niet dehoogste, goddelijke verering zou hebben betoond. Maar U kent Uw plan en kentUw wegen, en het is daarom wel het beste zoals U het hebt geregeld en bepaald!"[3] Tenslotte zei ook Mijn Jarah, die zich tot nu toe muisstil had gehouden:'Geëerde stadhouder, zegt U maar niets over Rome! De eigenlijke Romeinenbevallen me nog wel, maar er zijn in Rome ook erg veel afgodenpriesters, die allenonder een zogenaamde Pontifex Maximus* (* Opperpriester bij de Romeinen)staan! Die hebben het volk in hun macht, en met hun Hades en zelfs eeuwige nooitaflatende, gruwelijke Tartarus straffen, geestelijk in de tang! Wee degene die demoed zou hebben zich in zo'n wespennest te steken! Heus, die zou het heel gauwerbarmelijk slecht vergaan! Ik geloof dat jullie priesters wat dat betreft nogduizendmaal erger zijn dan de priesters van onze tempel, die toch nog Mozes en deprofeten op rug en borst dragen, ook al is dat merendeels maar uitwendig. Maar dievan U hebben ook uitwendig niets; al hun doen en laten bestaat uit de grootstezelfzucht en de onbedwingbare lust meteen maar over alles te heersen.[4] Op een keer hebben twee bij ons logerende, ondergeschikte priesters uit Romeverteld en beweerd, dat de Pontifex Maximus zo'n hoog wezen is, dat zelfs Zeus ineigen persoon, die ieder jaar eenmaal de P.M. bezoekt, zich beslist drie totzevenmaal voor hem buigt voor hij het waagt met zijn allerhoogste plaatsvervangerop aarde een woord te wisselen om hem heel eerbiedig nieuwe wetten voor hetsterfelijke volk van de.aarde te .geven. Weliswaar geeft Zeus de P.M. deze eer nietbepaald ter wille van zichzelf, maar alleen ter wille van de domme stervelingen,die daaraan de onuitsprekelijke en onmetelijke hoogheid en majesteit moetenafmeten, waarmee de allerhoogste plaatsvervanger van de allerhoogste god opaarde bekleed is.[5] Hij zou op aarde heer zijn over alle keizers, koningen, vorsten, veldheren envele andere machtige heren, en ook de uitsluitende macht hebben over alleelementen. Stampt hij met zijn heilige voet toornig op de grond, dan trilt dezemeteen van angst als een espenblad in een woedende storm, en de bergen op aardebeginnen vuur te spuwen en ondersteunen daarmee de vertoornde P.M., opdat hijdes te meer in de naam van Zeus zijn altijd gerechtvaardigde wraak kan koelen.[6] Goede of slechte jaren zouden van hem afhangen. Als hij de aarde zegent, zijnde oogsten op de hele aarde meteen overvloedig; zegent hij de aarde echter niet,dan zal het er op aarde met de oogsten erg slecht uitzien, -en spreekt hij een vloekover de aarde uit, dan is het uit met alles en dan komen er oorlog, hongersnood,pestilentie en nog duizend andere ongehoorde plagen over de aarde! Zeus nietmeegerekend, moeten alle goden hem gehoorzamen; als zij weigeren, kan hij zevoor honderd jaar van de aarde verbannen, -wat echter nooit gebeurt en nooit zalgebeuren, omdat alle goden te zeer en te diep overtuigd zijn van deonuitsprekelijke hoogheid van de P.M.

Page 19: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

19

[7] Een P.M. bezit derhalve een drievoudig oppergezag: ten eerste over alle godenbehalve Zeus, waarmee hij natuurlijk op gelijke hoogte staat, ten tweede over dehele aarde en haar elementen, en ten derde over alle mensen, dieren en bomen,struiken en planten. Daarnaast gebiedt hij ook over alle planeten en over allesterren, heeft hij de wolken, winden, bliksems, donder, regen, hagel en sneeuw inzijn hand en de zee beeft voortdurend voor zijn oneindige macht![8] En zo op die manier hebben die twee Romeinse priesters mij nog veel over hunP.M. voorgehouden. Een poosje dacht ik dat zij zich tegenover mij slechts eenflauwe grap veroorloofden, maar ik overtuigde mij er helaas maar al te gauw van,dat de beide dwazen het heel ernstig meenden. Want toen ik hun daarop begon tevertellen over de enige, ware God van Abraham, Isaäk en Jacob, en over Zijndaden, begonnen zij mij hartelijk uit te lachen en deden hun uiterste best mij ervante overtuigen dat ik het helemaal bij het verkeerde eind had; want zij haddenduizend tegen één bewijzen dat het zo was zoals zij mij verteld hadden.[9] Ik vroeg hen of zij ook wisten of de P.M. sterfelijk of onsterfelijk was. Daaropversprak de ene zich wat overhaast en zei, dat de P.M. weliswaar op aarde nogsterfelijk is; maar dat Zeus hem, wanneer hij sterft, meteen in het hoogste Elysiumopneemt, waar hij dan gedurende honderd jaar aan de tafel van Zeus eet endaardoor tenslotte ook in het rijk van de goden zelf een echte god wordt. Met ditverhaal was de andere het helemaal niet eens, want hij corrigeerde het meteen alsvolgt: 'Je hebt nu weer een hoop Germaanse onzin uitgekraamd! Sinds wanneer iseen P.M. dan sterfelijk geweest?! Watje over hem zei, geldt alleen maar voor onsonderpriesters, vooral als het ons niet zou lukken volkomen de gunst van de P .M.te verwerven; de P.M. sterft nooit en kan niet sterven omdat Zeus hem voor altijdonsterfelijkheid heeft verleend! Kijk', zei hij verder, 'ik ken nu reeds de vierde, envan alle vier is er nog niet één gestorven en toch zit er steeds maar éénonsterfelijke op de troon en zitten er geen vier, hoewel zij allen volmaaktonsterfelijk zijn, omdat geen P.M. ooit kan sterven, en ook de allerhoogste troon opaarde nooit kan verliezen.' [10] Tenslotte zei ik toen weer: 'Maar dat is immerstotaal onmogelijk! Hoe kunnen er dan vier één zijn en één vier?! Dat komt mij echtals Germaanse onzin voor! Kortom', zei ik, 'jullie hebben jullie P.M. bestempeldals een wereldse nar, en overigens is hij net zo goed een sterfelijk mens als een vanons, en zijn macht bestaat bovenal uit de wapens van de keizer, de grote domheiden blindheid van het verwaarloosde volk en tenslotte uit een bepaald soort uiterstmiserabele toverkunsten; want voor domme en geestelijk blinde volkeren kun jegemakkelijk wonderen doen! Ach, val mij met jullie domheden met lastig! Het isal voldoende dat jullie zo oerdom zijn, waarom zou ik het in jullie gezelschap ooknog moeten worden?'[11] Hierover werden de beiden erg kwaad op mij en ook op elkaar, en zijbegonnen weldra elkaar de bitterste verwijten te maken en gingen vechtend de deuruit. Ik vroeg hun nog vanuit het venster, terwijl zij als een paar honden aan hetvechten waren, of de P.M. dit ook voorgeschreven had door een nieuwe wet vanZeus uit het Elysium. Maar gelukkig hoorden zij mij niet en bewezen elkaar steedsmeer het Pro en Contra van de onsterfelijkheid van de Pontifex Maximus, totdattenslotte een paar van onze huisknechten hen uit elkaar haalden.

Page 20: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

20

[12] Nu vraag ik u echter, beste, geëerde Cyrenius, hoe zou het de Heer in Romebij zulk oerdom volksfanatisme zijn vergaan? Zonder vuur en zwavelregen beslistmeer dan slecht! O, de lieve Heer wist reeds van eeuwigheid waar het tijdens Zijntijd op aarde nog steeds het beste en zinvolste zal zijn, en is daarom ook juist hieren nergens anders op de wereld temidden van Zijn mensen gekomen! Kijk, dat isnu mijn mening; wat denkt u ervan? Wat vindt u, of wat vindt de keizer in Romedan van die omineuze Pontifex Maximus?"

Hoofdstuk 8: De godsdienstige verhoudingen in Rome in Jezus' tijd[1] Cyrenius zegt: 'Kindje, je hebt helemaal gelijk; zo staan in Rome, natuurlijkalgemeen gesproken, de zaken met de Pontifex Maximus en voorlopig is daar ookniets aan te veranderen! Maar Ik kan je ook heel beslist verzekeren, dat alleen hetallerlaagste gepeupel, dat iedere beschaving mist, daar nog min of meer aangelooft; van het betere volksdeel gelooft heus niemand dat meer, en daarom is ermet ons Romeinen altijd nog wel iets aan te vangen.[2] Vanwege het allerlaagste volk zal te eniger tijd de verbreiding van dezezuivere, goddelijke waarheden wel de nodige onprettige strijd opleveren, maar ookaanhangers die naar echt Romeinse zede met vreugde goed, bloed en leven voordeze leer zullen inzetten. Want je vindt op aarde niet makkelijk een ander volk datvoor de dood minder angst heeft dan juist de Romeinen! Als een echte Romeineenmaal voor iets gewonnen is, zet hij ook altijd zijn leven daarvoor in! Een andervolk doet dat niet, daarvan kun je volkomen verzekerd zijn! [3] Onze priesters zijneen vijfde rad aan de wagen, en hun volksfeesten en preken dienen alleen om hetvolk te vermaken. Zedelijk stoort niemand zich daar meer aan. Daarvoor zorgtonze alles omvattende rechtswetenschap, die een samenvatting is van de beste enmeest wijze filosofen die als mensen ooit ergens deze aarde hebben betreden.[4] De P.M. wordt door de staat alleen onderhouden terwille van de laagstebevolkingsgroep, en zijn eertijds vrije doen en laten heeft men zeer beperkt. Ja, eenpaar eeuwen geleden ging het er nog heel zeldzaam aan toe; toen was de P.M. welzogezegd een soort god onder de mensen! Hij was op zichzelf steeds een zeer wijsmens en moest dat ook zijn, omdat hij anders niet licht zo'n hoog ambt had kunnenbereiken. Hij moest goed thuis zijn in de mysteriën van Egypte en volledig op dehoogte zijn met alle orakels en hun geheimen. Ook moest hij een volleerd magiërzijn, waarvan hij altijd voor een geheim college van oudste patriciërs van Romeeen uiterst streng examen moest afleggen. Bezat hij alle noodzakelijkeeigenschappen dan werd hem het hogepriesterambt verstrekt met alle rechten, vooren nadelen. [5] Daarna kon hij weliswaar van alles ten opzichte van het volkondernemen, maar hij moest in 't geheim steeds voor de patriciërs een gepastrespect hebben en ook doen wat zij verlangden. Wilden zij oorlog, dan moest hijzijn profetische mededelingen altijd zo inkleden, dat het volk daaruit denoodzakelijkheid van de oorlog als wil van de goden zag; maar de eigenlijke godenwaren toch alleen maar de patriciërs van het rijk en met hen de voornaamsteburgers, kunstenaars en dichters, die allereerst van de gedachte uitgingen dat men

Page 21: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

21

slechts de fantasie van de mensen een weliswaar veelomvattende, maar tochduidelijke richting moest geven, om hen te bewaren voor de ergste afdwalingen.[6] Want ieder mens heeft een natuurlijke fantasie. Als deze verwaarloosd wordt,kan de edelste mens daardoor een verscheurend beest worden; wordt zijn fantasieechter bestuurd en naar edeler vormen geleid, waaronder hij zich heel ordelijkbegint te gedragen, dan zal de fantasie ook zelf edeler vormen gaan voortbrengenen in een zuiverder denken en streven overgaan en haar beste innerlijkescheppingen willen realiseren. [7] En zo is dus de hele godenleer niets anders daneen fantasieproduct dat steeds meer geordend wordt, en is uitgedacht om dealgemene menselijke fantasie te besturen en deze zoveel mogelijk met allemenselijke middelen praktisch zichtbaar en effectief te maken. Voor ons wijze enervaren patriciërs deed zich vanzelf heel begrijpelijk de noodzaak voor dat wijmoesten schijnen te zijn wat het volk in onze ogen moest worden.[8] Zoals het echter toen was, zo is .het ook nu nog, alleen met het verschil dat nuhet proletariaat ook reeds in veel is ingewijd waarin vroeger wij patriciërs alleeningewijd waren, en daarom gelooft het nog maar heel weinig aan hethogepriesterlijk ambt. De meesten geloven wel aan een hoger goddelijk wezen,maar velen geloven nergens meer aan, en een ontwikkelder deel is volgeling vanPlato, Socrates en heel vaak van Aristoteles.[9] Die priesters echter die jou de P .M. beschreven hebben, zijn voor een deel ophun manier vaak werkelijk zo dom dat ze alles woordelijk geloven wat huningeprent werd; maar dikwijls zijn het heel sluwe deugnieten, die voor het volkhoog van de toren blazen en doen alsof ze iedere dag met de goden aan hetPerzische schaakbord zitten! Zelf geloven zij echter alleen maar de woorden vanEpicurius, die ongeveer zo luiden: Ede, bibe, lude! Post mortem nulla voluptas;Mors enim est rerum linea*. (* Eet, drink, speel! Na de dood is er geen pleziermeer, want de dood is het einde van alles )[10] Als jij, allerliefste Jarah, die voor je leeftijd overigens wonderbaarlijk wijsbent, denkt dat wij net zo zijn als de twee onderpriesters, dan zou je ons grootonrecht aandoen; want wij Romeinen zijn precies zoals ik hier nu verteld heb. Alhet andere kan alleen maar een waardeloze uitspraak van een leek zijn, die hetwezenlijke van Rome net zo weinig kent als jij het voorheen hebt gekend, maarwat ik je nu als mederegeerder van Rome heb onthuld. Nu je dat echter weet,moetje ons Romeinen toch wel met meer begrip beoordelen en behandelen! -Watvind je, is mijn verzoek aan jou terecht of niet?"

Hoofdstuk 9: De voorspelling van de Heer over het lot van Rome enJeruzalem[1] Jarah zegt: 'Dat spreekt immers vanzelf! Wanneer het zo is zoals u mij nu heelduidelijk hebt uitgelegd, dan heb ik tegen u ook helemaal niets in te brengen. Alsde wil goed is, kan ook het gevolg daarvan welbeschouwd niet slecht zijn, ook danniet wanneer het er voor de ogen der wereld niet gunstig uitziet. Ik laat mijallerminst door de schijn bedriegen; maar ik zie ook in dat men van nature veeleerder tot een oprechte, goede wil kan komen dan tot de zuivere waarheid, die dan

Page 22: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

22

vervolgens voor de goede wil tot een echt doeltreffend levenslicht wordt. De goedewil heeft u volgens uw verhaal al steeds in algemene zin gehad; sporadischevertroebelingen hebben aan het geheel weinig of niets kunnen veranderen.[2] Nu krijgt u bij uw goede wil echter ook nog het meest zuivere licht van deeeuwige waarheid, waardoor uw reeds van oorsprong goede wil ook de juistewegen en ware middelen tot het bereiken van het beste resultaat moet krijgen, envan u is dus duidelijk alleen het allerbeste te verwachten! -O Heer, zegen U dezeeenvoudige woorden van mij, opdat zij tot een voor alle tijden blijvende waarheidworden!" [3] IK zeg nu: 'Ja, Mijn onnoemelijk beminde Jarah, zij zullen gezegendzijn, jouw wondermooie, zeer ware woorden! [4] Rome zal lange tijd de besteverblijfplaats van Mijn leer en Mijn bijzondere genade blijven, en deze grotekeizerstad zal een leeftijd in de wereld bereiken die maar zeer weinig steden inEgypte zullen bereiken, maar niet zo ongeschonden als Rome. Vijanden vanbuitenaf zullen deze stad vrijwel nooit kwaad doen; als zij tot verval komt, zal zijdat slechts aan de tijd en haar weinige vijanden van binnenuit te danken hebben![5] Maar verder zal jammer genoeg ook in deze machtige stad Mijn leer in eensoort afgoderij veranderen; desalniettemin zal Mijn woord en nog altijd over hetgeheel genomen de beste levensmoraal daarin bewaard blijven.[6] Vooral in later tijden zal de geest van Mijn leer er in grote mate verdwijnen. Demensen zullen op de buitenste schors kauwen en die aanzien voor het geestelijklevensbrood; maar dan zal Ik haar wel door de juiste middelen geleidelijk aan weerop de rechte weg terugbrengen! En ook al zou zij nog zoveel hoererij en echtbreukbegaan hebben, dan zal Ik haar toch weer te juister tijd reinigen![7] Overigens zal zij echter altijd een verkondigster van liefde, deemoed en geduldblijven, waarom men van haar in alle tijden veel door de vingers zal zien, en degroten der aarde zullen zich dikwijls om haar verenigen en uit haar mond dewoorden van haar heil willen horen.[8] In het algemeen zal op deze aarde iets nooit lang helemaal zuiver blijven, dusook Mijn woord niet; maar in Rome altijd nog het meest zuiver, vanwege het doelvan het leven, en als vereerd overblijfsel uit de geschiedenis![9] Die verzekering geef Ik je, mijn beste vriend Cyrenius, en Ik geef hem nu hierals volledige, ware zegening van de mooie en waarachtige woorden van onzeallerliefste Jarah! [10] Het ene millennium na het andere zal je laten zien enmelden, dat deze uitspraak van Mij met betrekking tot de duur en de plaats vanRome volledig in vervulling zal gaan![11] Jeruzalem zal zo verwoest worden, dat men al in deze tijd niet meer zal wetenwaar het eens heeft gestaan. Wel zullen de latere mensen daar een kleine stad metdezelfde naam bouwen; maar de vorm en de plaats zal anders zijn. En zelfs ditstadje zal door vijanden van elders veel kwaad te verduren krijgen en verderzonder aanzien en belang een nest van allerlei gepeupel blijven, dat met moeite eenkommervol bestaan in stand zal houden van het mos van de stenen uit de huidigetijd. [12] Ja, Ik wilde deze oude godsstad wel tot voornaamste van de.aarde maken;maar zij heeft Mij niet erkend, en behandeld als een dief en moordenaar! Daaromzal zij voor altijd vallen en zich in de toekomst met meer verheffen uit het puin vande oude, welverdiende vloek, die zij zichzelf op de hals heeft gehaald en met eigen

Page 23: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

23

mond heeft uitgesproken! Mijn allerliefste Jarah, ben je nu met deze zegen van Mijtevreden? [13] Jarah zegt tot tranen geroerd: 'O Heer, U mijn enige liefde! Wie zouer niet tevreden zijn met datgene wat U zegt, o Heer, en vooral met zo'n grotevoorspelling die ver en.diep tot in de verste tijden reikt. Ook mijn beste, geëerdeCyrenius schijnt daarmee zeer tevreden te zijn en ook Cornelius, Faustus en onzeJulius. Of echter de kinderen uit Jeruzalem, waarvan er ook een aantal aan dezetafel en nog een aantal aan andere tafels rondom ons zitten, met Uw voorspellingenmet betrekking tot Jeruzalem ook zo tevreden zullen zijn, lijkt me een heel anderevraag; want van hun gezichten straalt niet die blijheid als van de gezichten van deRomeinen" [14] Na deze steekhoudende opmerking verhieven zich enigen die uitJeruzalem waren en zeiden: 'Weliswaar moet men zijn vaderhuis geen ondergangtoewensen zolang het geen woonplaats is geworden van dieven en rovers; maar alshet dat eenmaal is, dan moet het ook niet gespaard blijven! De nakomeling heeftdaar -zonder angst voor het begaan van een zonde -het recht het met eigen handboven de hoofden van de daarin wonende booswichten te verwoesten en iederspoor van enig bestaan voor eeuwig uit te wissen.[15] Als Jeruzalem nu naar ons beste weten niets anders is dan een nest vanroofmoordenaars, waarom zullen wij dan treuren als de Heer dit nest zijn reedslang verdiende loon wil geven en zeker ook zal geven?! Het trieste daaraan isalleen, dat deze godsstad, die zo buitengewoon begenadigd is, het tenslotteondanks alle waarschuwingen voor de derde maal zover heeft gebracht rechtstreeksdoor God Zelf uitermate gevoelig gestraft te worden! Maar Zijn bekendelankmoedigheid en geduld is voor ons ook het zekerste bewijs hoezeer die stad eenzeer strenge tuchtiging verdiend heeft, en daarvoor werkelijk niet in het minstmedelijden verdient of zelfs maar te betreuren is.[16] Volenti non fit iniuria!* (* Die het zelf willen, geschiedt geen onrecht!) Alsiemand op klaarlichte dag in een kuil wil vallen, moet men dan medelijden methem hebben of om hem treuren? Wij niet! Voor echte oerdomme ezels en ossenvoelden wij nog nooit medelijden, vooral niet als zij tegenover iedereen dewijsheid in pacht willen hebben; en heel speciaal verdienen zij geen medelijden,wanneer zij hun voorgewende grote wijsheid, die echter in de grond van de zaakalleen maar de grofste domheid is, door allerlei slechtheid en door een doortraptesluwheid voor echt willen laten doorgaan.[17] Het is zeker juist, dat een zieke mensenziel meer medelijden verdient dan hetgebrekkige lichaam van een ziek mens. Wanneer er echter bij een lichamelijk ziekmens, die nog bij zijn volle verstand is, een knappe en kundige dokter komt die eengoede diagnose stelt en de patiënt stellig zou kunnen helpen en zou helpen, maarde zieke, in plaats van vol vreugde de heilzame raad van de dokter aan te nemen,de man door zijn knechten de deur uit laat gooien, -wie, vragen wij, zal er met zo'nzieke ziel dan nog medelijden hebben? Wij niet, en beslist ook niemand anders!Zo'n, zeg maar, beest van een mens moet dan maar ten prooi vallen aan een ziektedie mogelijkerwijs erg bitter en pijnlijk is, en pas door zijn pijn leren hoe dom hetwas de kundige arts de deur uit te gooien![18] Domheid als zodanig verdient medelijden, omdat een dom mens er niets aankan doen dat hij reeds vanaf de wieg dom is gebleven; maar er zijn mensen -zoals

Page 24: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

24

de meeste hogepriesters, Farizeeën en schriftgeleerden -die niet dom zijn, maarzichzelf opzettelijk dom houden om de arme door hen dom gemaakte mensheiddan des te gemakkelijker voor hun in de hoogste graad zelfzuchtige doeleinden tekunnen gebruiken! Dergelijke mensen hebben geen zieke zielen; zij zijn alleenmaar erg sterke en gezonde wolven in schaapskleren en verdienen niet anders danmet de scherpste pijlen neergeschoten te worden, want daar zou ieder medelijdenvan willekeurig welk menselijk hart dan ook een grove domheid zijn.[19] Wie op de hele aarde treurt er nu over de nacht die door de opgaande zon aanzijn eind komt? Of welke dwaas zal er huilen om de hinderlijke winter, om eenrazende storm, om een epidemie die opgehouden is, en om voorbije slechte jaren?En wij geloven dat het nog een veel grotere domheid zou zijn daarover te treurennadat de Heer ons eens Zijn grootste genade zal bewijzen. Ja, het is erg treurig datJeruzalem het grootste geestelijke licht niet wil herkennen en aannemen; want datbetekent dat zij zich helemaal in hebben laten lijven bij de satan van de wereld!Waar dat echter zo is, laat het daar maar vuur en zwavel uit de hemel regenen!Sodom en Gomorra rusten reeds lang terecht op de bodem van de Dode Zee wiezou die goddelozen willen bewenen? En zo zal men ook Jeruzalem niet bewenen![20] En jij, lieve Jarah, hebt je in je oordeel over ons dan ook enigszins vergist!Kijk, de schijn is niet altijd een afstraling van de waarheid en bedriegt ons weleens! Geloof je niet dat het zo is en waarschijnlijk ook voor altijd zo zal blijven?Hebben wij gelijk of ongelijk?" [21] Jarah zegt: 'Maar Heer, U mijn liefde, waarommoet het mij nu overkomen dat ik de mensen steeds verkeerd en niet juist kanbeoordelen? Het is zonder meer al bijna ergerlijk! Eerst heb ik van Cyreniusweliswaar slechts zachtjes, maar toch een terechtwijzing gekregen, nu alweer eenvan een groep mensen! Zij hebben allemaal gelijk, - alleen ik blijkbaar niet, omdatzij de waarheid aan hun kant hebben en ik niet. O Heer, geef mij toch een beterinzicht, opdat ik met mijn beoordelingen niet steeds ernaast zit:'

Hoofdstuk 10: Een evangelie voor het vrouwelijk geslacht[1] IK zeg: 'Rustig aan, lief dochtertje! Je moet je daarom wat meer intomen enniet neuswijs zijn tegenover zeer ervaren mannen! Verder moet je nooit meteen ophet uiterlijk afgaan met je oordeel, maar altijd rustig eerst afwachten wat demannen die de wereld kennen over de een of andere ervaring te zeggen hebben.[2] Heeft mogelijkerwijs iemand zich wat vergist, dan is het pas tijd hem erbescheiden en zacht aan te herinneren hoe en waar hij eventueel een slag in delucht gemaakt heeft, -maar echt niet eerder! [3] Want het zou geen pas geven alsmeisjes als eersten aan ervaren mannen de waarheid zouden vertellen; maar als demannen zo nu en dan een onwijze stap naast de goede weg zetten, dan pas is hetjuiste ogenblik gekomen dat een vrouw tactvol en zachtzinnig naar voren komt enzegt: 'Mijn vriend, neem je in acht; want Je bent nu op de verkeerde weg! Zo en zozit het in elkaar!' Dat zal de man veel genoegen doen en hij zal graag gevolg gevenaan de vriendelijke, tactvolle en zachte stem. [4] Maar met voorbarigheid gaat hetniet, en het maakt de man gemakkelijk nors en slecht gehumeurd, en dan let hijvaak helemaal niet op de lieve, zachte stem van een vrouw, hoe meegaand zij ook

Page 25: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

25

is.[5] Kijk, dat is ook een evangelie, maar alleen maar voor jouw sekse! De vrouwdie hiermee rekening houdt, zal op aarde altijd goede dagen hebben, maar als zijgeen rekening met dit evangelie houdt, zal zij het aan zichzelf te wijten hebbenwanneer de mannen haar niet respecteren.[6] Een echte vrouw is een symbool van de hoogste hemel -en een eigenzinnigevrouw die domineren wil, een evenbeeld van de satan, hetgeen al meteen eenuiterst slechte, onderste en allerdiepste hel is.[7] Verder mag een echte vrouw zeker nooit haar ergernis de overhand latenkrijgen tegenover een man; want in het vrouwelijke wezen moet immers hetgrootste geduld en de grootste zachtmoedigheid en deemoed overheersen. In haarmoet de man pas de ware rust vinden voor zijn onstuimige hart, en zelfzachtmoedig en geduldig worden! Als echter de vrouw uiteindelijk tegen de manzou gaan opspelen, wat moet dan de man wel doen, bij wie het er toch altijd almeer stormachtig dan vreedzaam uitziet?![8] Spreek dus nooit voor je beurt, Mijn dochtertje, ook al ben je nog zo lief, -anders zou je nog meermalen in de gelegenheid komen om je te moeten ergeren alsiemand je weer terechtwijst! Heb je Me goed begrepen?"[9] Jarah zegt: 'Begrepen wel, - maar mijn hart heeft er moeite mee dat ik dom wasen voor mijn beurt sprak. Ik heb nu toch al verscheidene uren gezwegen en dat wasgoed; ik had nu echter zin ook eens wat te zeggen, maar het zou beter geweest zijnals ik was blijven zwijgen. Maar van nu af aan zal mijn tong een rustdag krijgenzoals er in een vrouwelijke mond geen tweede is!'[10] IK zeg: 'Mijn lieve dochtertje, dat is nu juist ook weer niet zo striktnoodzakelijk, maar zwijg alleen maar als je niets gevraagd wordt! Als men jeechter wat vraagt en je zwijgt, zal de man dat aanzien voor grote eigenzinnigheid,boosheid en geraffineerdheid, en zijn hart van je afwenden.[11] Dus: spreken op het juiste moment en zwijgen op het juiste moment, maaraltijd vol zachtmoedigheid, liefde en overgave, dat is het mooiste sieraad van eenvrouwen een heel lieflijk levensvlammetje, dat zeer geschikt is ieder mannenhartop te fleuren en hem meteen zacht en meegaand te maken![12] Bij jonge meisjes doet zich echter een hebbelijkheid voor die vaak heel sterkoptreedt, en die heet ijdelheid, die niets anders is dan een uiterst gezond zaadje vande hoogmoed. Laat een meisje dat in zich opkomen, dan heeft zij reeds haarhemelse vrouwelijkheid verspeeld en is zij dicht genaderd aan de satanische vorm.Een ijdel meisje is nauwelijks waard om uitgelachen te worden, een trotse,hoogmoedige vrouw is echter een feeks onder de mensen en wordt daarom dooriedereen terecht diep veracht. [13] Wees jij daarom, Mijn dochtertje, nooit ookmaar een spoortje ijdel en nog minder trots en hoogmoedig, dan zul je temiddenvan velen schitteren als de mooiste ster aan de hoge hemel! - Heb je dat allemaalgoed in je opgenomen en begrepen?"[14] Jarah zegt: 'O ja; maar wees alstublieft niet boos op mij omdat ik werkelijkecht dom was!' [15] IK zeg: 'Wees daarover maar gerust! -Nu komt Marcus en zijnfamilie terug en wij zullen zien wat die ons allen te vertellen zullen hebben"

Page 26: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

26

[16] Wanneer Jarah daar genoegen mee neemt en vooral over het punt van deijdelheid diep begint na te denken, komt Marcus weer met zijn hele gezin naar Mijtoe, en zijn vrouwen kinderen beginnen Mij hemelhoog te loven en te prijzen.[17] Maar Ik zegen hen en zeg, dat zij zich van de grond moeten oprichten, en Ikzeg tegen vrouwen kinderen: 'Jullie weten waardoor jullie je voor altijd kunnenverzekeren van Mijn welgevallen en ook van Mijn hulp op ieder moment dat julliedie speciaal nodig zullen hebben, en heel in het bijzonder Marcus weet dat, diejullie naderhand in alles zal onderrichten.[18] Maar omdat jullie je de hele tijd om het stoffelijk welzijn van Mij en Mijnleerlingen zo onverdroten en grondig bekommerd hebben, heb Ik alles wat je nuhebt gezien als een tegengeschenk aan jullie gegeven en Ik heb alles zo ingericht,dat het tot jullie tijdelijk en ook eeuwig voordeel kan dienen. Maar laat je nu ookdoor Raphaël tonen hoe alles gebruikt moet worden; want bij zo'n bezit hoort ookde kennis om het doelgericht te kunnen gebruiken!"[19] Nu roep IK Raphaël en zeg tegen hem: 'Ga met hen mee en toon hun hoe allesnaar behoren gebruikt moet worden; en laat de twee zoons ook zien hoe zij de vijfvan zeilen voorziene schepen gebruiken moeten, en hoe zij zich daarmee ookiedere wind ten nutte kunnen maken! Daardoor zullen zij de bekwaamste en besteschippers op deze hele zee worden, en dan zullen weldra alle schepen op de grotezee op gelijke wijze uitgerust kunnen worden, wat de Romeinen goed van pas zalkomen. " Daarop vond snel datgene plaats wat Ik de engel had opgedragen.[20] Maar IK zei ook tegen Cyrenius: 'Laat jij een paar van je schranderstedienaren meegaan, opdat ook zij iets leren voor jullie wereldse gebruik! Want Ikwil dat allen die Mij volgen, in alle dingen wijs en bekwaam zullen zijn." -Daaropzond Cyrenius meteen volgens Mijn advies enige dienaren mee en liet ook deknaap Josoë meegaan, omdat die een grote voorliefde had voor de scheepvaart.

Hoofdstuk 11: De meningen van de Nubiërs over wonderen doen[1] Toen ook dit geregeld was, kwam Oubratouvishar naar Mij toe en zei: 'U alleenbent almachtig en meer dan almachtig! Kijk, ik en mijn broeders en zusters hebbennu het heil gezien van alle mensen die rechtschapen van hart en van goede wil zijn,en die zorgen voor de vorming van het hart en het gemoed en niet voortijdig voordie van het verstand, dat eigenlijk slechts een rechterarm van het hart moet zijn.Dit is en blijft de enige, juiste weg van het ware leven en zijn heil, hetgeen wijMoren allen, als mensen die een heldere geest hebben, goed inzien en begrijpen.[2] Maar ondanks al onze levensrijpheid en inzicht zit dit wonder ons nu erg dwars,en wij kunnen het niet eens worden, omdat sommigen van ons menen dat zo'nwonder ook tot stand gebracht zou kunnen worden door een mens die door Uwgeest volmaakt is geworden, terwijl anderen daarentegen menen dat zulke dingeneeuwig en alleen aan God voorbehouden zijn, omdat daartoe een almachtige,goddelijke wil behoort die een geschapen geest zelf nooit kan hebben, omdat hijgeen oneindige, maar slechts een zeer eindige geest is.[3] Verder zeggen en denken zij, dat dat reeds aan de schepselen van deze aarde tezien is. Hoe groter deze worden, met des te meer kracht en macht treden zij op, en

Page 27: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

27

hoe kleiner zij zijn des te geringer is ook hun kracht. Men verhaalt bij ons overreuzenolifanten van weleer, waarbij vergeleken de nu op aarde voorkomendeslechts kleine apen zouden zijn. Deze dieren moeten zo'n kracht bezeten hebben,dat zij met hun slurf de dikste bomen met het grootste gemak konden ontwortelen.Maar als dan reeds hier op aarde een schepsel naarmate hij groter is, met een des tegrotere kracht optreedt, hoeveel meer verschil moet men dan merken bij degeesten, als zijnde de hoofdvoorwaarde waarop de kracht in alle verschillendeschepselen berust! Wat U als de oereeuwige Geest mogelijk is, omdat U alleenalleroneindigst groot bent, dat kan geen eindig geschapen geest mogelijk zijn, endie kan dus ook niet zo'n huis, zo'n tuin en zulke prachtige schepen hier uit hetniets tevoorschijn brengen! [4] Mijn eigen mening is wat dat betreft wattweeslachtig; want ik zei hun, afgaand op de mening van de eersten: In eenogenblik iets scheppen dat mensen -ook al was het met veel moeite en tijd -ook totstand zouden kunnen brengen, moet voor God toch gemakkelijker zijn dan ietsanders dat voor mensen altijd onmogelijk blijft en moet blijven.[5] Zo kunnen mensen zelfs wonderbaarlijk mooie en overgrote gebouwenscheppen; maar alle mensen van de aarde kunnen nog niet het geringste mosplantjescheppen en het laten groeien, bloeien en zaden laten dragen die geschikt zijn voorde voortplanting. Laat staan dat zij een vruchtboom of zelfs een dier zoudenkunnen scheppen dat zich vrij bewegen kan, zijn voedsel kan zoeken en zich kanvoortplanten. [6] Zulke dingen uit het niets alleen door de almachtige wil tescheppen, zal voor een mens, ook al is hij nog zo volmaakt, bezwaarlijk ooitmogelijk zijn; want daartoe behoort meer dan de eindige kracht van eenmensengeest, die zowel wat tijd als ruimte betreft eindig is. Maar dingen die hijeenmaal reeds eindig geschapen heeft, ook al ging dat moeizaam, zou devolmaakte geest van een mens gevoeglijk wel ogenblikkelijk kunnen scheppen.Alleen blijft het dan nog de vraag, of dat voor blijvend, of slechts voor een paarogenblikken zou zijn als verschijnsel, bij gelegenheid dat men geheelonzelfzuchtig,alleen ter verheerlijking van Uw naam, de blinden een waar licht zou willen geven![7] Zou U, o Heer, mij dat niet heel precies willen uitleggen? Heb ik gelijk, of deanderen? Ik zou U met deze vraag zeker niet lastig hebben gevallen, als ik nietgemerkt had dat U nu enige vrije tijd - natuurlijk helemaal door Uw hoogst eigenwil -is gegund. Als Uw heilige wil het U derhalve zou toestaan mij op mijn vraageen voor eeuwig geldig antwoord te geven, dan zou dat voor ons allen ook eenovergrote genade zijn, waarvoor wij U nooit genoeg zouden kunnen danken."

Hoofdstuk 12: Over gelijkhebberij[1] IK zeg: 'Ja, Mijn beste vriend, het zal erg moeilijk voor Mij worden jou, of jemetgezellen die een andere mening zijn toegedaan, gelijk te geven! Stel je eens eenstok voor die een beetje los in de grond staat; die moet, om er iets stevig aan op tekunnen hangen, door middel van een paar slagen met een houten hamer steviger inde grond geslagen worden. Er komen echter. twee nogal onhandige timmerlui diein hun kunst nog erg onbedreven zijn, en de ene die vindt dat hij het beter kan, zegttegen zijn metgezel: 'Maat, onze kunstvaardigheid is weliswaar gelijk, maar geef

Page 28: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

28

mij toch maar de hamer, dan geef ik de eerste klap op de kop van de stok! Want hetis een goede gewoonte van mij de spijker op de kop te slaan!' - 'Goed', zegt deandere, 'laat zien hoe trefzeker je de kop van de spijker kunt raken!' Daarop neemtde eerste de hamer en geeft een harde klap. Hij raakt de stok, maar alleen zijdelingsaan de linkerkant, waardoor de stok zeker niet steviger staat. Zijn collega moetdaarom lachen en zegt' Geef mij de hamer maar weer; want als je de kop van destok zo bewerkt, zal hij wel nooit vaster dan voorheen in moedertje aarde staan!Dan zegt degene die de stok niet op zijn kop geraakt had: Hier, pak aan die hameren probeer jij je geluk maar!' Nu geeft ook deze een geweldig harde klap, raakt despijker echter ook met op de kop, maar schampt hem aan de rechterkant. En nuontstaat er tussen de beiden een strijd over wie van hen nu beter heeft geslagen.Dat de beiden het daarover niet gemakkelijk eens worden is te begrijpen; wantwaar twee onderling twisten, houdt de twist niet eerder op dan wanneer eensterkere en meer geoefende erbij komt en de beide twistenden terwille van hetrecht laat zien hoe men de spijker op de kop slaat. Later lukt het hun beiden ook,maar zonder de derde zouden zij beiden nog wel geruime tijd slechts daarovergekibbeld hebben wie van hen beter geslagen had, of de schampende slag naarlinks beter was dan die naar rechts.[2] En kijk, precies zo is het bij jullie meningsverschil, en het moet tenslotte dederde zijn die jullie wijsheidsstrijd beëindigt door de spijker voor jullie op de kopte slaan, omdat jullie anders onderweg nog tot een bloedig gevecht zouden kunnenkomen alleen maar over de vraag of de gemiste slag naar links beter was dan de netzo gemiste slag naar rechts! [3] Dus noch jij, noch je metgezellen hebben dewaarheld gevonden met betrekking tot het tot stand gebrachte wonder en de vraagof zoiets ook gedaan zou kunnen worden door een geestelijk volmaakt mens, maarjullie hebben haar nauwelijks links of rechts geraakt![4] Nu, dat Ik de spijker goed op de kop zal treffen is wis en zeker.; maar voor Iknog in deze zaak voor jullie met vaste hand .zal slaan, moet je naar je metgezellengaan en hun zeggen, dat noch de linker noch de rechter partij gelijk heeft, maar datieder nauwelijks de waarheld heeft aangeroerd. Jullie moeten tevoren eerst samenovereenkomen, dat jullie totaal niets weten en begrijpen in deze aangelegenheid.Kom pas daarna terug, dan zal Ik je vertellen wat in deze zaak waar en juist is omte weten en te denken!"[5] Daarmee gaat de zwarte aanvoerder weer naar zijn .metgezellen terug en vertelthun alles. Die zelden daarop heel verstandig: Het is heel terecht, juist en goed datde Heer Zelf ons dit antwoord heeft gegeven; want het geldt niet alleen voor nu,maar voor alle toekomende tijden. Hoe vaak kwam het bij ons niet voor, dat de eende zaak zo, een tweede anders en een derde nog anders beoordeelde! Wie van dedrie had dan naar waarheid juist geoordeeld? Geen van hen had de stok op de kopgetroffen, mogelijk vaak nauwelijks geschampt! Uiteindelijk moest door eenalgemene raad en door meerderheid van stemmen besloten worden, wie bij debeoordeling van een zaak of een handeling gelijk had; en het gebeurde beslist nietzelden, dat juist diegene die met zijn slag het verst naast de stok had geslagen, metstemmenmeerderheid gelijk kreeg. Zouden wij toen reeds van iemand zo'n uiterstwijs advies gekregen hebben, hoeveel onnodige ruzies zouden er dan achterwege

Page 29: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

29

zijn gebleven! Maar wij hadden nu eenmaal deze heilige aanwijzing niet en kregenvaak ruzie alleen maar omdat ieder van ons de wijste wilde zijn.[6] Maar dat had toch ook weer zijn goede kant, want dat eeuwige bekvechtenheeft onze dorst naar zuivere waarheid steeds meer gewekt. Zonder die dorstzouden wij in de eerste plaats jou, Oubratouvishar, zeker nooit als onze wegwijzerhebben gekozen; zonder jou zouden wij echter nooit in Memphis en zonderMemphis nog minder hierheen gekomen zijn, waar wij nu zelfs de meest zuiverewaarheid kunnen horen uit de mond van Degene die de eeuwige Oergrond van alhet leven, van al het bestaan en van alle dingen is. Ga nu en breng de innigste dankvan ons allen over voor de goddelijk wijze wenk die wij allen kregen en die wijdoor de daad zo levend en waarachtig mogelijk willen en zullen eren in ons helenageslacht! Dus geen ruzie meer tussen onmiskenbare broeders'

Hoofdstuk 13: De mogelijkheid grotere dingen te doen dan de Heer[1] Met deze boodschap kwam de aanvoerder, begeleid door zijn dienaar, bij Mijen wilde Mij woordelijk meedelen wat zijn metgezellen tegen hem hadden gezegd.[2] Maar IK zei tegen hem: 'Vriend, dat heeft Degene die harten en nieren van demensen beproeft, niet nodig! Ik weet reeds alles wat je metgezellen je werkelijkheel verstandig hebben toevertrouwd, enje kunt nu uit Mijn mond het juistevernemen over jullie strijdvraag. Kijk, luister en begrijp![3] Als een mens op deze aarde of pas ook aan gene zijde, wat meestal het gevalzal zijn, de hoogste geestelijke levensvoleinding verkregen zal hebben, dan zal hijniet alleen dat, wat Ik nu ten aanschouwe van jullie doe en wat er in allescheppingssferen is en gebeurt, ook door zijn vrije wil kunnen doen en latenontstaan en bestaan, maar nog veel grotere dingen! Want een volmaakt mens is inde eerste plaats als Mijn kind in alles één met Mij, en niet alleen maar in bepaaldespeciale dingen, en moet dus omdat Mijn wil ook geheel de zijne is geworden,natuurlijk ook dat kunnen doen wat Ik Zelf kan.[4] Maar in de tweede plaats verliest geen mens, hoe volmaakt ook, zijn eigen vrijewil, ook al is hij nog zo één van wil met Mij geworden, en hij kan daarom nietalleen alles uit Mij, maar ook heel ongebonden vrij uit zichzelf willen, en dat zaldan toch duidelijk meer zijn dan Mijn wil aangeeft.[5] Dat klinkt je nu wel wat fantastisch in de oren, maar toch is het zo en het zalook voor eeuwig zo blijven. Opdat je dat echter heel duidelijk zult inzien zal Ik jehet geheel nog wat duidelijker maken door je te wijzen op een zaak die je naMemphis niet meer geheel vreemd is. [6] Je hebt in Memphis bij jullie eersteoponthoud.en wel bij de overste, de wijze Justus Platonicus, verschillende soortenspiegels gezien, waarvan het gepolijste oppervlak je evenbeeld terugkaatste.[7] De overste toonde je tenslotte ook een zogenaamde magische spiegel, waarin jetot je grote verbazing jezelf veel groter zag dan je in werkelijkheid bent.[8] De overste toonde je echter ook nog een andere eigenschap van deze spiegel.Hij liet namelijk het zonlicht erop vallen en ontstak zo in het sterke brandpunt, datzich zo ongeveer een halve manslengte buiten het van alle kanten naar het midden

Page 30: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

30

toe gebogen vlak bevond, allerlei brandbare zaken, waarover jij je nog veel meerverwonderde.[9] Nu vraag Ik je hoe dat mogelijk was? Hoe kwam het dat de door dezogenaamde magische spiegel teruggeworpen straal van de zon een veel grotereuitwerking had dan de zon met haar rechte, ongebroken stralen? En toch was destraal uit de magische spiegel geen andere dan die uit een en dezelfde zon![10] De spiegel bleef daarbij beslist helemaal koud! Ja, waaraan ontleende de straaldan die uitwerking die het natuurlijke, vrije zonnelicht zo ver overtrof? Je begrijpttoch al veel en je zult Mij daar ook wel een reden voor aan kunnen geven,tenminste in zoverre als de overste je die kon geven'[11] De aanvoerder zegt: 'O Heer, U weet werkelijk, werkelijk alles! Ja, het iswaar, de overste in Memphis heeft ons zo'n spiegel laten zien en ook haarverschillende soorten werking: maar met zijn uitleg daarover was ik ronduitgezegd, allerminst tevreden. Hij scheen daar behoorlijk naast Uw stok geslagen tehebben en die zelfs niet eens aangeraakt te hebben. Kortom, hoe langer hij mij volijver het geheel probeerde uit te leggen, des te onbegrijpelijker werd het voor hemen voor mij. [12] Eén ding leek mij wel juist, namelijk dat zo'n naar binnengebogen spiegel de eigenschap heeft de van de zon uitgaande stralen te bundelen,en dat in een veel sterkere mate, dan wanneer men een aantal vlakke spiegels diede zon in haar natuurlijke grootte, zoals ons oog die ziet, weergeven, zo zouopstellen dat alle stralen op een en dezelfde plaats bij elkaar zouden komen, welkeplaats dan ook veellichter zou worden dan de lichtvlek afkomstig van een enkele,vlakke spiegel. Er was dus sprake van een duidelijke verdichting van de straal vanhet zonlicht, en de ervaring leert, dat de vermeerdering van het licht ook eenevenredige vermeerdering van de warmte en hitte tengevolge heeft. Zoiets zouechter naar de mening van de overste nooit precies te berekenen zijn; maar het istoch naar zijn zeggen door veelvuldige en goed onderzochte ervaring bevestigd.[13] Dat, o Heer, is nu echter ook al het goeds wat de overste mij heeft verteld. Omdaar nu mogelijkerwijs een verdere goede conclusie uit te moeten of te kunnentrekken, daarvoor heeft mijn ziel te weinig inzicht en ik vraag U daarom nogmaalsof U bij mij, lichtloze, een waar, geconcentreerd licht in mijn ziel zou willen latenstromen, anders zal het daarin net zo duister zijn als de huid van mijnnietswaardige lichaam door en door zwart is!"

Hoofdstuk 14: Het doen van wonderen door de mens, die geheel in Gods wil isopgegaan[1] IK zeg: 'Nu welaan dan, luister naar Mij! Ik ben de zon van alle zonnen en vanalle geestenwerelden en van al de zich daarop bevindende wezens van allerleinatuur en soort.[2] Zoals echter deze aardse zon met haar licht en de daardoor opgewekte warmtebinnenstroomt in alle op een aardbol wonende wezens, en op de aardbol slechts ineen bepaalde, vastgestelde orde binnenstroomt, en daardoor de hele aardbolzichtbaar volgens de natuur leven inblaast, zo stroom ook Ik volgens de eeuwigstrenge, afgemeten en door Mij vastgestelde met veranderbare orde binnen in alles

Page 31: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

31

wat door Mij is geschapen; en daarom kan de aarde nooit méér aarde zijn enworden dan zij is, de vijgeboom met nog meer vijgeboom, de leeuw niet nog méérleeuw en zo verder opklimmend tot de mensen kan geen schepsel meer of ookminder worden in zijn aard en soort, dan hoe en wat het is.[3] Alleen de mens kan wat zijn ziel en geest betreft steeds maar door meer enmeer mens worden, omdat hem van Mij uit het onuitroeibare vermogen is gegeven,door het volgen van Mijn wil die hem is gegeven, steeds meer van Mijn geestelijkelevenslicht in zich op te nemen en voor alle eeuwigheden te behouden.[4] Nu, als de mens helemaal volgens de wet leeft, maar daarbij niet naar ietsspeciaal hogers streeft, zich echter binnen de orde die hij zich heeft gesteld ookniet voor iets laags laat gebruiken, dus werelds gezien een onberispelijk mens is,dan lijkt hij op een vlakke spiegel die het beeld van de zon op zijn gepolijste vlaknoch vergroot noch verkleint. Hij zal daarom ook alles op heel natuurlijke wijzebegrijpen, en daarmee bereiken dat hij zich in alles heel gewoon ontwikkelt.[5] Maar een mens die vanwege een beetje licht, dat hij zogezegd toevallig ergensheeft opgevangen, bij degenen die totaal geen licht hebben veel ophef maakt overhet een of ander en doet alsof hijzelf uitvinder van de oerwijsheid is, terwijl hij alleanderen voor meer dan dom houdt, -zo'n mens blaast zich op en lijkt op een bolwaarvan de oppervlakte zeer glad gepolijst is en daardoor een naar buiten gebogenspiegelvlak vormt. [6] Op zo'n vlak zul je weliswaar ook nog het beeld van de zonweerkaatst zien, maar heel klein, en je zult niets meer merken van enige warmte.Door dit terugkaatsende vage licht zal eeuwig niets ontvlammen, ook al was het demeest brandbare nafta-ether! Dat doet de hoogmoed van de ziel als zij zich erg veelinbeeldt over iets heel onbelangrijks. En hoe meer zo'n ziel zich dan inbeeldt, deste puntiger wordt het bolle vlak van haar spiegel en des te kleiner het spiegelbeeldvan de geestelijke zon op zo'n haast kegelvormige spiegel van kennis enwetenschap.[7] Deze twee nu aangeduide mensensoorten worden niet steeds meer mens delaatste zelfs steeds minder.[8] Maar nu komt er een derde, weliswaar wat zeldzaam geworden mensensoort!Deze is uiterlijk zeer voorkomend, gedienstig, geduldig, zacht, bescheiden en voldeemoed en liefde tegenover ieder die haar diensten nodig heeft.[9] Deze soort lijkt op onze magische,. naar binnen gebogen spiegel. Als het lichtvan het leven en de kennis uit Mij op zo n zielespiegel valt, zal het licht datdaarvan in het aardse actieve leven terugstraalt, het gemoed en de eigen, vrije wildoen ontvlammen voor al het goede, alle liefde, al het mooie, ware en wijze. Alleswat in het brandpunt komt te staan van dit vele malen verdichte geesteslicht, wordthelder verlicht en door het hoge warmteniveau van het innerlijke leven snel totvolle wasdom gebracht. En de mens met zo'n zielespiegel herkent dan weldraoverduidelijk en heel levendig zaken, waarvan een gewoon mens zelfs nooit zaldromen. [10] Zo'n mens wordt dan ook steeds meer mens; en hoe meer mens hijwordt des te volmaakter wordt hij ook in zichzelf En wanneer na een passende tijdzijn spiegelomvang of -doorsnede meer en meer is vergroot en aan diepte tenopzichte van het levenscentrum heeft gewonnen, dan zal het naar buiten actieve, enbeduidend groter en lichtsterker geworden brandpunt ook zeker nog veel grotere

Page 32: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

32

dingen tot stand brengen dan Mijn voor alle schepselen precies afgepastezonnelicht, waarvan langs de geordende en natuurlijke weg nooit een bepaalde,buitengewone vermeerdering te verwachten is, en men kan niet aannemen dat hetlicht van de zon, dat langs natuurlijke weg op deze aarde valt, ooit een diamant zalsmelten, maar dat kan de gebundelde lichtstraal uit een grote zogenaamdemagische spiegel wel.[11] Precies zo verhoudt het zich dan ook bij een zeer volmaakt mens, waarvan Ikeerder gezegd heb dat hij grotere dingen zal doen dan Ik. Ik doe alles alleen maarvolgens de van eeuwigheid zeer precies afgewogen orde, en de aarde moet op deexact vastgestelde afstand van de zon haar baan volgen, waarin zij over 't algemeensteeds het licht in dezelfde mate ontvangt.[12] Het is dus begrijpelijk dat Ik nooit, terwille van de kennis of zelfs voor degrap, met de almacht van Mijn wil deze of een andere aarde heel dicht bij de zonkan plaatsen, want zo'n poging zou deze hele aarde in een oogwenk in een pure,witachtig blauwe damp veranderen.[13] Maar jullie mensen kunnen op deze aarde door dergelijke spiegels hetverstrooide licht van de zon op één punt samenbundelen en de kracht daarvan opkleine delen van de aarde uitproberen, en daarmee doen jullie, zuiver natuurkundiggezien, met het licht van de zon meer en grotere dingen dan Ik, -hoeveel meer danwel met Mijn geestelijk licht via de volmaakte, holle deemoedspiegel van je ziel![14] Ja, Mijn echte kinderen zullen dingen tot stand brengen en binnen hun kleinegebieden daden verrichten, die in verhouding tot Mijn daden duidelijk grotermoeten zijn, omdat zij naast de volmaakte vervulling van Mijn wil, ook kunnenhandelen naar hun eigen vrije wil, waarin zich Mijn licht tot een onuitsprekelijkesterkte kan verdichten, en daardoor in een klein gebied met de meest intensievevuurkracht van Mijn innerlijke wil daden kunnen verrichten die Ik vanwege deinstandhouding van de gehele schepping nooit mag verrichten, hoewel Ik datnatuurlijk ook wel zou kunnen.[15] Kortom, Mijn echte kinderen zullen als het ware zelfs kunnen spelen met diekrachten van Mijn hart en wil, die Ik Zelf evenmin ooit daadwerkelijk heb gebruiktals dat Ik ooit deze aarde heel dicht naar de zon heb geschoven, om voor de grapmet haar onbeschrijfelijke hitte een paar bergtoppen af te smelten, wat nietmogelijk zou zijn zonder tegelijk de hele aarde mee te veranderen in deoorspronkelijke ether. Wat Ik dus noch in het groot en nog minder in het klein magdoen, dat kunnen Mijn kinderen met de magische spiegels ten eerste natuurlijk endan ook des te meer geestelijk verrichten! [16] Mijn beste vriend, begrijp je nu ookgoed, waarachtig en juist, wat Ik je over jouw vragen heb uitgelegd? Ben je nutevreden, of heb je nog ergens twijfels onder je zwarte huid?"

Hoofdstuk 15: De Heer troost de Nubiërs, die niet zijn geroepen tot hetkindschap van God[1] De aanvoerder zegt: 'Ja, Heer, alles is mij nu duidelijk en mijn ziel voelt zichnu alsof zij overal in thuis is! Maar ik merk bij Uw leerlingen dat zij vrijwelallemaal dit beeld van de drie soorten spiegels bepaald niet goed schijnen te

Page 33: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

33

begrijpen! Ik dank U innig voor Uw uitleg, die aan al mijn levensgevoelensvolkomen beantwoordt; maar zoals gezegd, ik vind het onaangenaam om te zien,dat juist diegenen die dit alles het best zouden moeten begrijpen omdat zijoorspronkelijk tot het kindschap geroepen zijn, dit alles het minst schijnen tebegrijpen!" [2] IK zeg: 'Daar hoef je je weinig of helemaal niet om tebekommeren! Als jij het begrijpt, waar zou je je dan verder druk om maken? Zijzullen het dan wel begrijpen wanneer de tijd voor hen daar is; want zij zullen noglanger bij Mij zijn, terwijl jullie morgen naar jullie land zullen vertrekken![3] Het is immers van ouds een goed gebruik bij alle volken, dat de vreemde gasteerder bedacht wordt dan de kinderen des huizes. De.kinderen zullen daardoor mette kort komen! In eerste instantie kon jullie deze zaak gemakkelijk begrijpelijkgemaakt worden omdat jullie al bekend waren met het wezen van de spiegel; maarvan Mijn ware leerlingen en kinderen heeft er nog nooit één een andere spiegelgezien dan alleen die van een rustig wateroppervlak. Als Ik hun echter deze zaaknader zal willen uitleggen, dan zal Ik Mij voor een beter begrip van de zaak evengemakkelijk de betreffende spiegels weten te verschaffen als Ik Mij hetmensenbrein wist te verschaffen, en zoals Ik de oude Marcus dit nieuwe huis metalle toebehoren wist te verschaffen. [4] Wees dus vanwege Mijn leerlingen en Mijnware kinderen niet ongerust; want Ik Zelf geef je de verzekering, dat zij allen niette kort zullen komen. Want vreemden komen en gaan weer; maar de kinderenblijven thuis! - Heb je ook dit begrepen?"[5] De aanvoerder zegt: 'En of ik het begrepen heb, - maar daardoor is mijn zielniet vrolijker geworden; want het klonk uit Uw mond zo erg afstandelijk met denaam 'vreemde' aangeduid te worden! Maar wij zullen het eeuwig niet kunnenveranderen wat U van eeuwigheid reeds zo bepaald hebt en wij zijn U alsvreemden toch gloeiend van liefde dankbaar voor al deze ook nooit verdiende,overgrote genaden die U ons hier hebt bewezen!"[6] Dan springen bij de aanvoerder, evenals bij zijn dienaar, de tranen in de ogenen Jarah zegt heel zachtjes tegen Mij: 'Heer en Vader van alle mensen, zie, debeide Moren huilen!" [7] Maar IK zeg: 'Dat is niet erg, Mijn lieve dochtertje,wantjuist daardoor worden zij kinderen van Mijn kinderen, die ook niet uit het huisvan de grootvader gestoten worden!"[8] Toen de beide Moren Mij dat hoorden zeggen, zonken zij voor Mij op hun knieen snikten luid, maar nu van blijdschap.[9] En na een poosje riep de aanvoerder luid: 'O God vol gerechtigheidwijsheid,liefde, macht en ontferming, met een boetvaardig wezen dank ik U namens mij enmijn volk dat wij ons in ieder geval kinderen van Uw kinderen mogen noemen!"[10] IK zeg: 'Wees gerust, Mijn vriend! Wie Ik aan neem is geen vreemde meervoor Mij! je ziet hoe de aarde vol bergen is, en daar zijn hoge en lage bij. De hogezijn weliswaar de eerste en eigenlijke oerzonen van de aarde, en de lage zijn pas inde loop der tijd als afzettingen van de hoge ontstaan, -maar zie, terwijl deallereerste en allerhoogste hun toppen met eeuwige sneeuwen ijs sieren, zuigen delage nakomelingen voortdurend de liefdemelk uit de borst van de grote moeder![11] Ik zeg jullie: Wie liefde heeft en liefde schenkt, is Mijn kind, Mijn zoon, Mijndochter, Mijn vriend en Mijn broeder! Wie de liefde echter niet heeft en haar dus

Page 34: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

34

ook niet schenkt, is een vreemde en wordt als zodanig behandeld. Als Ik je echterMijn vriend noem, dan ben je geen vreemde meer, maar behoor je tot Mijn huisdoor Mijn woord, datje getrouw in je hart hebt opgenomen. Maar ga nu getroostheen en verkondig dat alles aan je broeders!'[12] De aanvoerder gaat nu met zijn dienaar naar zijn metgezellen en verkondigthun alles wat hij nu van Mij gehoord heeft, en allen beginnen letterlijk te juichenvan vreugde over dit bericht, dat voor en zo uitermate troostrijk is. Wij laten hennu .over aan hun terechte vreugde. Maar Cyrenius die de uitleg met de spiegels ookniet al te goed begrepen had, hoewel hij een heel goed inzicht had in deverschillende spiegelsoorten, vroeg Mij of Ik hem daarover niet iets meer vertellenwilde. Maar Ik vroeg hem nog wat geduld te hebben, omdat wij het weldra met eenwat treurig uitziende deputatie uit Caesarea Philippi te doen zouden krijgen. EnCyrenius stelde zich daarmee tevreden.

Hoofdstuk 16: De deputatie uit Caesarea[1] Nauwelijks had Ik dat gezegd of er kwamen al twaalf mannen om het oude huisheenlopen; het waren zes joden en zes Grieken. De Caesareeërs die nu in een paarhutten kampeerden, hadden namelijk via hun herders en vissers gehoord, dat deRomeinse stadhouder een groot stuk land aan de oude visser Marcus geschonkenhad en dat dit als zijn volledig eigendom omringd was met een ontoegankelijkemuur. De Caesareeërs beschouwden echter alle grond in de verre omtrek rondomde stad als land van de gemeente en wilden nu van Cyrenius horen met welk rechthij zich aan het eigendom van de stad had kunnen vergrijpen, omdat de staddaarover steeds zowel aan de Romeinen als ook aan Jeruzalem de cijns betaaldhad. Ik had Cyrenius echter al vooraf heimelijk een aanwijzing in zijn hartgegeven, en hij wist dan ook al van te voren waarover het zou gaan eer nog iemandvan de afvaardiging zijn mond had opengedaan, en hij was daardoor ookvoldoende voorbereid op het antwoord, dat hij de zeer vrijpostige, treurigeafvaardiging zou geven.[2] Na alle buigingen stapte er een voorname Griek, Roclus.genaamd, op Cyreniusaf, deed zijn mond open en sprak: 'Zeer rechtvaardige, gestrenge en doorluchtigeheer, heer, heer! De zaak waarom het hier gaat is, dat aan Marcus de oudekrijgsman en nu visser, door uw vrijgevigheid een aanzienlijk deel van onzegemeentegronden, waarvoor wij veel cijns betalen als omheind eigendom inhanden is gegeven. Door onze herders die bedroefd waren over dat mooie stukland, zijn wij dit nog droever uitziende bericht een uur geleden te weten gekomen.[3] Welk ongeluk ons Caesareeërs, die vroeger zo welgesteld waren, heeftgetroffen, daarvan getuigen de hier en daar nog rokende ruïnen. Wij zijn nu in deware zin van het woord de armzaligste bedelaars van de wereld. Gelukkig is hij diebij de grote brand iets van zijn have kon redden! Ons arme saters was dat gelukniet beschoren, want het vuur greep zo snel om zich heen dat wij en nog velen vanons, de goden nog zeer dankbaar moeten zijn dat wij het vege lijf hebben kunnenredden. Enig vee is nu onze hele have, wij zijn nu weer nomaden geworden; maarhoe kunnen we zelfs dit laatste bezit behouden als uw vrijgevigheid voor geboren

Page 35: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

35

Romeinen onze beste gronden van ons afneemt en als volledig onaantastbaareigendom omheint voor hen die het geluk hebben in uw hoge gunst te staan?![4] Wij willen u daarom alleen maar smekend vragen, of de nu zo overgelukkiggeworden Marcus aan ons een schadevergoeding moet geven of niet! Zo helemaalzonder schadevergoeding zou deze onteigening in onze huidige, penibele situatietoch wel iets zijn dat in de geschiedenis der mensheid moeilijk ergens zijn weergazou vinden. Allerhoogste heer, wat hebben wij armen te verwachten?"[5] Cyrenius zegt: 'Waar hebben jullie het over en wat willen jullie, brutalehalfmensen?! Dit grondstuk heeft sinds vijfhonderd jaar bij deze berg en dezevissershut behoord, en was volkomen waardeloos omdat het een pure zand en steenwoestenij was. Er behoorden echter nog twintig morgen land bij die niet omheinden dus aan de stadsgemeente overgelaten werden om vrij en naar believen over tebeschikken. Bovendien hebben jullie je nu aan mij voorgedaan als berooide armenen bedelaars, die hun hele hebben en houden zijn kwijtgeraakt! Wat moet ik nuover die boosaardige leugenachtigheid van jullie zeggen?! Ik weet wel dat julliehuizen in de stad door het vuur zijn verwoest, en ik weet precies hoe groot jullieschade is; maar ik ben ook bekend met jullie grote bezittingen in Tyrus en Sidon enik weet dat juist jij, Roclus, daar zoveel schatten bezit, dat je je zonder meer metmij zou kunnen meten! En datzelfde geldt voor alle elf die nu met je hierheengekomen zijn! [6] Jullie twaalven hebben nog zoveel schatten en rijkdommen, datjullie zelf de door het vuur verwoeste stad minstens tienmaal zouden kunnenopbouwen; en toch komen juist jullie om je over je armoede te beklagen en mij vanonrecht te beschuldigen omdat het zuiver rechtmatige eigendom van de oudeMarcus, die in iedere vezel van zijn leven een man van eer is, van dat van julliewerd afgezonderd! Zeg maar welke naam ik jullie moet geven![7] Ga en bekijk de grond die Marcus buiten de tuinmuur nog volledig in bezitheeft! Het is nog ruim twintig morgen land. Ik verkoop het aan jullie voor tienzilvergroschen. Als jullie vinden dat het dat waard is, betaal dan de tien groschenen de grond is van jullie! Behalve in de Sahara in Afrika vind je nergens op degoede grote aarde een slechtere gleba* (* Gleba: latijn voor 'aardkluit'.); wantbehalve zand en dode steenslag en hier en daar een verkommerde distel zul je nietsvinden! [8] Maar jullie zijn rijke mensen, jullie kunnen van ver weg aarde latenaanvoeren en daarmee deze kleine woestenij bedekken en tot vruchtbaar landmaken! Ook kunnen jullie van ver weg een zeer dure waterleiding aanleggen omhet op die manier gecultiveerde grondstuk in de zomers, die hier meestal droogzijn, behoorlijk te irrigeren, en dan hebben jullie een heel behoorlijk stuk landrechtmatig in jullie bezit gekregen! Maar met die ongemotiveerde aansprakenzullen jullie bij mij eeuwig niets bereiken, .en ik zal jullie metterdaad bewijzen, datna jullie huidige zeer onrechtvaardige verzoek altijd slechts de sterkere het rechtaan zijn kant heeft! Wat willen jullie nu doen?"[9] Behoorlijk geschrokken van de krachtige taal van.de opperstadhouder zegtRoclus: 'Heer, heer, heer! Wij zijn het niet zelf die aanspraken wilden laten gelden,maar wij zijn slechts vertegenwoordigers van degenen die in de verwoeste stad involle ernst een jammerlijk bestaan lelden. Wij hebben al veel voor hen gedaan, ende hele stadsgemeente, die nu totaal verarmd is, heeft ons slechts uit dankbaarheid

Page 36: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

36

al de omliggende gronden volledig in eigendom gegeven, en tegen ons gezegd, datook deze gronden aan de zee hun gemeentelijk eigendom waren![10] In dat geval, dachten wij, kan het ons beslist niet onverschillig laten datiemand op onbevoegde wijze daar een deel van neemt, cultiveert en hetgecultiveerde deel meteen laat omheinen met een ontoegankelijke, massieve muur,en dat met een werkelijk sprookjesachtige snelheld, -wat natuurlijk jullieRomeinen die door de oorlog zeer bedreven zijn, wel mogelijk kan zijn, omdatjullie in het veld niet zelden in weinige ogenblikken een legerplaats voorhonderdduizend man op kunnen zetten! [11] Nu de zaak dus heel anders blijkt tezijn, zien wij eenvoudig van onze eisen af en gaan naar huis! De nog overblijvendetwintig morgen land die buiten de muur liggen, kan de oude, brave burger ook nogvoor zichzelf erbij laten omheinen en wij verklaren hierbij dat hij noch door ons,noch door de stadsgemeente ooit in zijn vrije bezit gestoord zal worden. Maar wijgeloven toch wel dat hij aan de stad, vanwege zijn alleenrecht als visser, voortaande van ouds gebruikelijke tiende moet afdragen!"[12] Cyrenius zegt: 'O ja, maar jullie moeten bewijzen wanneer de stad dit rechtverkregen heeft! Mij is in dit opzicht geen document bekend, omdat ik tijdens mijnhuidige, nu reeds bijna vijfendertig jaar lange diensttijd daar nooit iets van gezienheb. Want pas onder mij heeft het vroegere dorp stadsrechten verkregen en wel terere van mijn broeder die Rome meer dan veertig jaar had bestuurd. Mij zijnderhalve alle plaatselijke omstandigheden van deze stad precies bekend. Van eenvis-tiende die deze stad wettig te vorderen zou hebben, weet ik niets; wel weet ikdat men die onwettig uit naam van de stad gevorderd heeft en dat mijn Marcusverplicht was jullie die steeds te betalen, waarvoor hij als hij kwaad zou Villen eenvolledige terugbetaling zou kunnen eisen, wat hij echter niet Zal doen omdat hijeen te eerlijk en te ingoed mens is. Maar dat hij in het vervolg aan jullie geenonrechtmatige tiende zal betalen, daar sta ik voor in.[13] In plaats van jullie nu enig recht te geven, maak ik jullie als afgevaardigdenvan deze stad bekend dat ik uit hoofde van mijn macht, uitgaande van de keizer, deoude Marcus benoem tot overste over de stad en haar wijde omliggende gebied, enhem bekleed met alle macht die ik zelfheb, en dat in het vervolg alleen hij overjullie en al jullie aangelegenheden volledig recht mag spreken, en dat jullie allenaan hem de verplichte schatting af moeten dragen! Dat zeg ik jullie nu mondeling,maar hij zal zich geheel volgens de wet met de papieren, de staf en het zwaard ende gouden weegschaal der gerechtigheid legitimeren! Slechts in heel bijzonderegevallen zal een beroep op mij gedaan kunnen worden, maar verder zal hij allesbeslechten! -Bent u daarmee tevreden?"

Hoofdstuk 17: De wijze wetgeving in Mathaël's koninkrijk aan de Pontus[1] Roclus zegt: 'Tevreden of niet tevreden, - wat kunnen wij doen tegen uwmacht? Onmachtige wormen moeten immers met alles instemmen; want wee henals zij zich ook maar enigszins in het stof van hun nietigheid beginnen te roeren,dan worden zij meteen door de vrolijke vogels uit de lucht opgemerkt, gevangen engegeten! De zwakke moet immers de machtige gehoorzamen als hij wil leven en

Page 37: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

37

dus zullen ook wij Marcus, die nu heer, heer is, moeten gehoorzamen als wij nietgegeten willen worden. Maar aangenaam -om heel eerlijk te zijn -is het voor onsbeslist niet dat deze oude, ruwe krijgsman over ons zal heersen; want het is demeest onverbiddelijke mens die wij ooit meegemaakt hebben. Rechtschapen is hij,daar kan niemand aan twijfelen en hij heeft, gezien zijn vele ervaringen, ook eenoordeel dat altijd gezond en juist is; maar voor de rest is hij de meestonmaatschappelijke mens, en van menslievendheid is bij hem absoluut geensprake! Wel, wel, dat is een felicitatie waard, dat hij onze autoriteit is geworden!Werkelijk, zowel ons als onze kinderen en kindskinderen zullen goede tijden tewachten staan! Emigreren zou nu beslist het beste zijn, maar waarheen?"[2] Dan staat Mathaël op en zegt: 'Wel, als jullie emigreren willen, kom dan naarwat nu mijn rijk is, dat achter Klein-Azië aan de wijde Pontus ligt. Het is een grootrijk door twee grote zeeën begrensd, in het westen door de Pontus en in het oostendoor het Mare Caspium*. (* De Kaspische Zee ) Daar zullen jullie onder mijnwetten, die echter wel heel streng zijn, veilig en werkelijk zeer rustig kunnenleven. Alleen dit zeg ik jullie, dat er in mijn rijk zelfs geen schijn vanonrechtvaardigheid mag voorkomen en iedere leugen uiterst hard en onverbiddelijkbestraft wordt; maar een geheel rechtvaardige, waarheidslievende, onzelfzuchtigeburger zal onder mijn ijzeren scepter het beste leven hebben![3] Niemand zal bij mij vrij zijn van cijns; want wie in staat is om enig werk tedoen, moet werken en iets verdienen! Wie echter iets verdient kan ook cijns aan dekoning afdragen, die steeds voor het welzijn van het hele rijk moet zorgen endaarom altijd vele en grote schatten tot zijn beschikking moet hebben om een legerte onderhouden dat sterk genoeg is om een mogelijke brutale vijand het hoofd tekunnen bieden. [4] Hij, de machtige koning, moet scholen en tuchthuizenonderhouden en de grenzen van het rijk voorzien van sterke onoverwinnelijkevestingen, waar geen vijand zo gemakkelijk overheen kan springen, -maarwaarvoor zeer veel geld nodig is.[5] Daaruit zien jullie hoe streng een koning er op toe moet zien dat ieder menshem de verplichte cijns betaalt; en jullie kunnen dus nu wel emigreren naar mijnrijk, als jullie het eens zijn met de verplichtingen die ik van iedere onderdaan metonverbiddelijke strengheid zal eisen! Mijn toestemming hebben jullie; mocht julliehet juk van Rome onder het beheer van de oude Marcus te zwaar drukken, danweten jullie nu reeds waarheen je kunt emigreren![6] Maar om jullie in algemene zin bekend te maken met mijn instellingen, vertelik jullie ook nog, dat er bij mij aan niemand ooit een onbeperkt recht op inkomstenverleend wordt. Iedereen staat het weliswaar vrij een vermogen bijeen te garen,maar dat mag op straffe des doods niet groter worden dan tienduizend pond. Al hetmeerdere dat iemand verwerft, moet hij zeer gewetensvol in de algemene staatskasstorten; doet hij dat niet hetgeen volgens mij heel snel ontdekt en bewezen kanworden, dan wordt het hele vermogen verbeurd verklaard; de overtreder van dezezo buitengewoon heilzame wet voor het algemene welzijn van de staat zal daarbijnog andere zware straffen opgelegd krijgen.[7] Bovendien wordt het ook niemand toegestaan de toegestane tienduizend pondin al te korte tijd te verwerven; want het is maar al te duidelijk dat zo 'n verrijking

Page 38: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

38

in een te korte tijd niet mogelijk is zonder allerlei bedrog en andersoortigegewelddadige afpersingen, behalve dan in geval van een geschenk of een erfenis ofeen eventuele vondst. [8] Maar voor schenkingen, erfenissen en alle soortenvondsten bestaat in mijn rijk de volgende zeer wijze bepaling dat daarvan steeds dehelft afgedragen moet worden aan de staatskas, waaruit in de eerste plaats deonmondige kinderen opgevoed en verzorgd worden, evenals ook andere armemensen die niet tot werken in staat zijn. Kortom, in mijn rijk is alles zo geregelddat daar niemand nood zal lijden, maar ook niemand een onnodige overvloed zalhebben! Alleen een buitengewoon goed, wijs en zeer rechtvaardig mens kan ookover twintigduizend pond beschikken, maar over meer echter niemand in mijn helerijk behalve ik en mijn allervertrouwdste ambtenaren en veldheren![9] Als jullie met deze staatsinrichting van mij tevreden zijn, pak dan je spullen enverhuis naar mijn rijk!" [10] Roclus zegt: 'O, scherpzinnige koning van de Pontusen het Mare Caspium, wij wensen u veel geluk in uw rijk, maar zullen van uwprijzenswaardige aanbieding toch geen gebruik maken! Onder die omstandighedenzijn we maar liever Romeinse slaven dan uw belangrijkste rijksonderdanen. Nee,zo'n staatsinrichting zou ons wel gestolen kunnen worden! De Moren daar hebbenbeslist een meer menselijke! Is er hier soms nog zo'n koning die ons zo'n prachtigvoorstel wil doen?![11] Het kan best zijn dat uw regering het erg goed doet, als men zich daaraaneenmaal gewend heeft zoals de os aan zijn juk; maar nu? Dan zien we nog lievertien steden boven onze hoofden afbranden en twintig Marcussen heerser over onsworden! Het ga u goed, wijze koning van het ijsgrauwe Noorden!"

Hoofdstuk 18: De rechtsstrijd tussen Cyrenius en Roclus[1] Daarop wendt Roclus zich weer tot Cyrenius en zegt: 'Heer, heer, heer, waar isMarcus, die nu onze heer en gebieder is, dan kunnen wij hem onze eerbiedbetuigen!" [2] Cyrenius zegt: 'Dat heeft zo'n haast niet; want met een eerbetoon vollege woorden is hij niet gediend, en andere schatten heeft hij niet nodig, omdat hijdaarvan al meer dan genoeg heeft.[3] De beste huldiging voor hem zal zijn, dat jullie altijd eerlijk en openhartig bijhem komen en hem jullie wensen voorleggen; dan zal hij jullie aanhoren envolledig recht doen! Iedere leugen echter, die hij door zijn scherpzinnigheidonmiddellijk ontdekt, zal hij zeer streng en onverbiddelijk straffen! Want het is deuitdrukkelijke wil van de keizer en ook van mij, om leugen en bedrog uit het helerijk te verbannen en slechts de zuivere waarheid, gepaard aan een even zuivere enonbaatzuchtige liefde, te laten heersen over alle mensen die wijd en zijd tot Romebehoren; want alleen onder de scepter van de waarheid en de liefde kunnenvolkeren waarlijk gelukkig leven. En wie zal zeggen of ik geen lust heb om de zeerwijze regeringsbeginselen van de noordse koning ook in het Romeinse rijk in tevoeren; want ik vind dat ze voor de ware verbroedering van de mensen binnen eengroot rijk uitermate wijs en doelmatig zijn.[4] Door zulke wijze beperkingen moeten binnen een staat waarheid en liefde toteen tweede, waarachtige en betere natuur voor de mensen worden! Want naar mijn

Page 39: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

39

huidige inzicht begunstigt niets zo sterk leugen, bedrog en zelfzucht als onbeperktebezitvorming. Een wijze beperking van deze ware vader van leugen, bedrog enzelfzucht, hoogmoed, heerszucht en gierige meedogenloosheid is werkelijk metgeen goud te betalen en ik zal deze opvatting binnenkort ter toetsing aan de keizertoesturen. Maar intussen zal ik in ieder geval in het regeringsgebied waar ikabsolute macht bezit deze noordse regeringswijze zo snel mogelijk invoeren; wantwerkelijk, zij is zo wijs alsof een God die gegeven heeft!'[5] Roclus zegt: 'Dom is zij zeker niet, omdat zij reeds, al is het bij benadering, alenkele eeuwen bestaat; maar haar hier nu willen invoeren, in deze aan allerleivorsten en viervorsten verpachte landen, dat zal niet zo gemakkelijk gaan. Metabsolute macht kan men weliswaar veel tot stand brengen, maar toch bij lange naniet alles, omdat een keizer toch ook de verdragen die hij gesloten heeft metvorsten, die ook niet helemaal machteloos zijn, niet van vandaag op morgenongedaan kan maken. Hij moet deze als een recht, dat van hemzelf uitgaat en doorhemzelf is vastgesteld, zo lang respecteren tot de daarvoor afgesproken tijdsduurvoorbij is, of tot de deelnemers aan het verdrag de afgesproken verplichtingenkwaadwillig of door onmacht niet gehouden hebben, wat afhankelijk van hetgemaakte en gesloten verdrag tot hele of gedeeltelijke opheffing daarvan leidt!Zolang de keizer echter de landen aan bepaalde vorsten verpacht en zij in hunlanden ook het recht hebben voor hun onderdanen wetten uit te vaardigen, omdatzij daar duur genoeg voor betalen, zolang moet de keizer het vastgestelde recht ookrespecteren. Wij allen leven wel in een bepaald opzicht onder Romeinse wettenwanneer wij ons schuldig maken aan een misdaad tegen de staat, wat bij ons echtniet het geval is; maar voor al het andere staan wij onder de wetten van een op ditogenblik heersende pachtvorst, die ons tijdens de overeengekomen pachttijd tegenwillekeurige inmenging van de keizer volledig moet beschermen.[6] Weet u, eerbiedwaardige heer, heer, heer, wij kennen precies ons standpunt enhebben in dit geval geen commentaar nodig! Wij kennen onze verplichtingen tenaanzien van Rome en die ten aanzien van onze vorsten. Eer wij ons recht bij uzoeken, gaan wij naar onze vorst. Verwijst hij ons naar Rome, dan gaan wij pasnaar u. Daarom geloven wij, dat het u voorshands misschien toch niet zogemakkelijk zou vallen om hier in heel Palestina de wijze regeringsnorm van denoordse koning in te voeren!" [7] Cyrenius die nu wat verhit raakt, zegt: 'Je hebtweliswaar eensdeels gelijk dat afspraken gehouden moeten worden; maar aan éénding heb je niet gedacht, namelijk dat de keizer zich wijselijk steeds in iederpachtcontract van een land de onvoorwaardelijke, ogenblikkelijke ontbindingdaarvan heeft voorbehouden, wanneer hij dat nodig mocht achten in verband metde regering. De pachter kan in dat geval alleen de keizer om een eenjarigevergoeding smeken en de keizer heeft, vanaf het ogenblik van de bekendmakingvan zijn wil, het bestuur over het voorheen verpachte land en iedereen moet zichnaar zijn wetten voegen. Wel heeft de pachter het hem genadiglijk verleende rechtom aan de keizer voor te stellen dat, wanneer de pacht hem gelaten wordt, hij zichalle recht ontzegt wetten uit te vaardigen, maar dat hij geheel volgens het gegevenkeizerlijk decreet zijn regering voort zal zetten, waarop de keizer dan natuurlijk,

Page 40: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

40

als hij dat wil, zijn pachtverdrag weer geldig verklaart; maar dwang is daarbijondenkbaar, wel de zuivere, vrije genade van de alleenheerser.[8] Voor Palestina heb zelfs ik dezelfde volmachten ten opzichte van iederepachter en kan iedere pacht ogenblikkelijk helemaal ontbinden! Je vergist je dusdeerlijk als je denkt dat een keizer op enigerlei wijze afstand zou doen van eenrecht, en zichzelf de handen zou binden. O, zo wijs is beslist iedere vorst dat hijniemand een recht geeft, dat wil zeggen binnen zijn rijk, dat hij naaromstandigheden niet enkel door zijn woord al in het volgende moment helemaalzou kunnen opheffen![9] Een keizer kan alles wat hij wil ten uitvoer brengen! Alleen wonderen kan hijnatuurlijk niet tot stand brengen en hij kan geen wereld scheppen; maar verder kanhij wel alles tot stand brengen, oude wetten verwerpen en nieuwe daarvoor in deplaats geven, -ja, hij kan zelfs de oude goden en hun vele tempels verwoesten en inplaats daarvan voor de ene ware God een nieuwe, buitengewoon prachtige tempelbouwen, en niemand zal tegen hem mogen zeggen: 'Heer, heer, heer, wat doet u?!'En daarom kan hij reeds morgen de wetten van de wijze koning in zijn hele rijklaten proclameren. Wie zal zich daar tegen willen en kunnen verzetten zonder datde toom van de machtige keizer hem zou treffen?'

Hoofdstuk 19: De eigenlijke bedoeling van Roclus en zijn metgezellen[1] Roclus zegt: "Ik zeg immers niet dat de wetten van de koning uit het Noordenonwijs of zelfs maar onrechtvaardig en gruwelijk zouden zijn; alleen voor mensenals wij zouden zij toch wel wat ongemakkelijk zijn! En ik meen daarom toch dat ikRome, u en de oude Marcus geen oneer aandoe als ik heel stellig beweer, dat dehuidige wetten van Rome mij veel liever zijn dan die van de noordse koning, diebeslist niet onwijs zijn en wiens rijk volgens een oude sage zelfs tot aan het eindeder wereld moet reiken en dus wel het grootste rijk van de aarde zal zijn. Of hethem echter mogelijk zal zijn, zijn wijze wetten aan alle volken van zijn uitgestrekterijk ook maar te verkondigen, is een heel andere vraag! Geluk zij hem en zijnvolken, als hij daartoe in staat zal zijn! -Maar sta mij nu toe dat ik nog een heelonschuldige opmerking maak; want nu ik eenmaal eerlijk moet zijn, ben ik graagheel eerlijk, en wars van alle achterbaksheid![2] U, eerbiedwaardige heer, heer, heer, heeft zoëven de opmerking gemaakt, dateen keizer geen wonderen zou kunnen doen en geen wereld zou kunnen scheppen;maar op z'n minst schijnt het mij toe dat dat niet helemaal zo is. Want dit prachtige,nieuwe huis van de oude Marcus, de grote tuinmuur, waaraan voor de bouwhonderd van de beste metselaars minstens vijf jaar meer dan genoeg werk zoudenhebben als je het uithouwen van de prachtige, rechthoekige granietblokken en deaanvoer daarvan meerekent, en dan ook nog het volledig cultiveren van zo'n grotetuin, en tenslotte, wat ik nu pas opmerk, het bouwen van een zeer grote, veiligehaven en een aantal splinternieuwe grote zeilschepen, wat, zoals wij nauwkeurigvanaf een heuvel van de stad hebben waargenomen, allemaal als bij toverslagopeens kant en klaar aanwezig waren - ja, als dat geen wonder mag heten, dan doeik afstand van alles wat bij mij mens heet en wil Ik een krokodil zijn!

Page 41: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

41

[3] En omdat ik nu toch eenmaal zonder schipbreuk te lijden .dit weliswaar kleine,maar toch zeer netelige punt heb aangeroerd, moet Ik nu wel uit naam van mijn elfmetgezellen eerlijk bekennen dat mijn hele eerdere, dwaze eis eigenlijk alleenmaar een uitvlucht was om daardoor achter dit geheim te komen, en te weten tekomen hoe zoiets mogelijk was! Want langs natuurlijke weg kon dat allemaalonmogelijk ontstaan! En.dus vertel ik u nu pas de waarheid dat denieuwsgierigheid ons tegen wil en dank hierheen heeft gevoerd! Toen wij dat allesbliksemsnel zagen ontstaan, dachten wij allen eenstemmig: Daar moet of een godof een Indische, grote magiër aanwezig zijn, omdat zoiets met natuurlijkemensenkracht onmogelijk is uit te voeren! Wij besloten dan ook snel onder een ofander voorwendsel hierheen te gaan om achter het wonder en de meester van datwonder te komen. [4] Die hele rechtsaangelegenheid waar wij mee aankwamen isvan nul en generlei waarde, en enkel een voorwendsel om een aanknopingspunt tehebben dat ons in de buurt brengt van het ontstane wonder. En kijk, de uitvluchtwas goed, omdat wij toch bij de eigenlijke oorzaak van onze komstterechtkwamen! Wij verzoeken u daarom nu dringend om ons daaroveropheldering te verschaffen, - koste wat kost! Wij willen niet alleen niets van degoede, rechtschapen, oude Marcus afnemen, maar verplichten ons nog bovendienvoor hem het andere, nog braakliggende stuk grond op onze kosten - ook al moetenwij daarvoor de grond uit Europa hierheen laten komen! - zo goed mogelijk tecultiveren; maar gun ons alstublieft een blik achter het geheim van dit wonder'[5] Cyrenius zegt: 'Ja, dat geeft de zaak natuurlijk een heel ander aanzien, endaarmee zullen jullie duidelijk meer vooruitgang boeken dan met jullie eerdere,zeer onrechtvaardige eis, waarmee jullie bij mij heus slecht aan je trekkengekomen zouden zijn!" [6] Roclus zegt snel: 'Ik wist dat, en door veel ervaring wijsgeworden wisten wij dat allemaal heel goed! U bent nu al ruim dertig jaar onzerechtvaardige en tevens goedhartige heerser en wij kennen u en al uw zwakkekanten. Men moet u vooraf altijd een beetje boos maken als men ietsbuitengewoons van u te weten wil komen en zo ging het hier ook, hetgeen u onszeker vanwege de goede zaak graag zult vergeven!"[7] Cyrenius zegt: 'Ja, maar waarop baseer je dan je bewering, dat dit alles opwonderbare wijze ontstaan zou zijn? Je hebt vandaag wel ontdekt dat het klaarwas, maar je hebt zeven dagen lang er waarschijnlijk weinig of ook helemaal nietop gelet hoe mijn soldaten en krijgers daaraan gewerkt hebben!"[8] Roclus zegt: 'Heer, heer, heer, laten we dat voor wat het is! Sinds u zich, zoalsiedereen weet, temidden van een aanzienlijke krijgsmacht hier ophoudt, hebben wijonze heuvel vrijwel dag en nacht niet verlaten om van veraf te ontdekken wat ereventueel allemaal van hieruit door u Romeinen ondernomen mocht worden.Vandaag zorgde de wonderlijk heerlijke morgen er voor dat wij nog vroeger bij dehand waren. Onze blikken waren natuurlijk voortdurend op deze omgeving gericht.Tot een klein uur geleden zagen wij niets dan wat er, sinds wij deze streek kennen,te zien was; maar zoals gezegd, een klein uur geleden ontstonden hier huis, tuin,haven en schepen alsof ze zo maar uit de hemel vielen! -En dat zou geen wonderzijn?! [9] Wij hebben toch drie uur geleden dat hele legioen Moren, of hoeveel dater maar waren, hierheen zien gaan en wij hebben ook opgemerkt dat u vanmorgen

Page 42: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

42

van de berg bent afgedaald; want wij hebben tamelijk scherpe ogen! Dit is dusontegenzeggelijk een buitengewoon groot wonder, en daarom zouden wij graagslechts een heel klein beetje uitleg willen hebben over hoe en door wie dat tot standis gebracht! "[10] Cyrenius zegt: 'Nu vooruit dan, als jij het beter weet dan ik, laat het dan maareen wonder blijven! Maar het 'hoe' en 'door wie' hoef je helemaal niet te weten;want daartoe is meer nodig dan alleen maar haastig hierheen te komen en opslimme wijze achter zo'n geheim te gluren![11] Als een verstandig staatsman meteen aan de hele wereld zijn specialegeheimen zou verklappen, zou hij met zijn politiek drommels weinig bereiken enzijn onderdanen zouden hem maar al te gauw rechts en links bij de neus nemen!Maar omdat een staatsman hoofdzakelijk door politiek zijn rijk en zijn onderdanenmoet regeren, omdat ieder op zichzelf niet in staat is het algemene welzijn vanstaat en volk te onderkennen, zouden de verschillende maatschappelijke standen,die alleen oog hebben voor zichzelf, zich daar nauwelijks voor lenen en daarmeezou een arm volk weinig gediend zijn.[12] Een goed regeerder moet daarom juiste macht, kennis in alle zaken enscherpzinnige wijsheid bezitten, dan is hij pas een goed heer, gebieder en leidervan vele duizendmaal duizenden blinde mensen, die helemaal niet in staat zijn omte beseffen wat voor een groot weldoener een goed heerser voor hen is! Dat eenwaar heerser zich om wijze redenen niet altijd door zijn onderdanen in de kaart kanlaten kijken en daardoor voortijdig zijn goede plannen verraden, is zonneklaar engoed begrijpelijk en dus zal het ook zonneklaar en goed begrijpelijk zijn, waaromik jou nu dit geheim met onthul; want je zult toch wel inzien dat een regeerder totmeer in staat moet zijn dan een ander mens, omdat hij anders beslist een ergonbeduidend regent zou zijn! Wat voor eerbied zouden zijn onderdanen dan welvoor hem hebben, als hij tegenover hen in noodgevallen niet ook een beetjealmachtig zou zijn? Ga nu maar het wonderwerk van dichtbij bekijkend. en komdaarna terug; misschien kan er dan met jullie op wat verstandiger wijze gesprokenworden! Maar voor dit ogenblik zijn wij klaar'

Hoofdstuk 20: Roclus bezichtigt het wonderbouwsel[1] Daarop haasten de twaalf zich verheugd naar de tuin en zien stom vanverbazing wat de tuin bevat en zij worden ook door Marcus zelf het hulsbinnengeleid, waar zij alles in grote bewondering in ogenschouw nemen. MaarMarcus vertelt hun net zo min als Cyrenius iets meer erover, ondanks al hun nogzo vriendelijke vragen; want Ik heb Cyrenius, zoals ook eerder Mathaël, ingegevenwat zij moesten zeggen, en zo werd hier de weg gebaand voor de mogelijkheid omook deze rare snuiters, die nu met Marcus na een half uur weer heel nieuwsgierignaar ons toekomen, tot de geestelijke waarheid te bekeren.[2] Toen Marcus met Raphaël, die hem het nut van alles wat zich in huls bevondhad laten zien, en met de twaalf afgevaardigden bij mijn tafel kwam, zei Raphaëlheimelijk tegen hem: 'Bespaar je ditmaal de Heer hardop te loven, die dat toch alluid genoeg uitje hart hoort; want het gaat er nu om dat deze twaalf Caesareeërs

Page 43: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

43

mogelijkerwijs ook tot de Heer bekeerd worden! Zij hebben eigenlijk helemaalgeen geloof, maar zijn pure atheïsten uit de fraaie school van Epicurius, een van devoornaamste grondleggers van het dierbare genootschap van de Essenen.[3] Het zijn zes Grieken en zes joden, die allen volmaakt eensgezind en gelijkgestemd zijn en heimelijk de orde van de brave Essenen aanhangen. Kortom, dezetwaalf zijn echte kopstukken, waarmee absoluut met gemakkelijk te onderhandelenzal zijn. Zij zijn zeer rijk en bezitten onmetelijke schatten op deze aarde, wat dereden is dat zij met de opperstadhouder net zo gemakkelijk praten alsof zij zijnsgelijken zijn. [4] Het zal moeilijk vallen hen te bekeren! Maar als het lukt hen -metzozeer door bepaalde opvallende wonderen maar veeleer door woorden tot dewaarheid te brengen, dan is daarmee zeer veel gewonnen; want ieder van dezetwaalf heeft als heer de beschikking over zo'n honderdduizend mensen.[5] De Heer mag voorshands helemaal niet aan hen bekend gemaakt worden.Cyrenius blijft nu het middelpunt en na hem kom jij, als het noodzakelijk mochtzijn; en als alles goed gaat, dan kom ik pas en pas aan het einde de Heer Zelf! Blijfechter nu maar hier, want het zal een belangrijke jacht worden! Maar nu stil"[6] Cyrenius vraagt aan Roclus: 'Wel, hoe beviel je mijn wonderbouwsel? Kun jeook iets dergelijks ten tonele voeren?"[7] Roclus zegt: 'Houdt u maar op over het wonderbouwsel, alsof u dat gemaaktzou hebben! U bent weliswaar een zeer machtig heer, heer, heer door het groteaantal soldaten dat u heeft en hun scherpe zwaarden; maar het huis en de tuin en dehaven en de grote schepen heeft u net zomin gebouwd als wij![8] Met een hoop bouwlieden zou u het wel in 5-10 jaar hebben kunnen bouwen,dat geef ik u graag toe; want de macht van het zwaard en het geld is groot in dezewereld. Een van uw beroemde dichters die ik heb gelezen, zegt van de mensen:'Niets is de stervelingen te moeilijk; zelfs de hemel wil de mens in zijnvermetelheid beklimmen!' (Horatius) En zo staat het met de mens, deze naaktestofworm! Geef hem middelen, macht en tijd en hij zal weldra bergen gaanverzetten, en zeeën en meren droogleggen en de rivieren een nieuwe beddinggeven! Dat is op zichzelf echter alles bij elkaar geen wonder, maar een heelnatuurlijk, met vereende krachten doelgericht handelen van de mensen.[9] Maar het huis hier, de tuin en zijn zeer weelderige aanleg, de omringende enbeschermende muur die er als gegoten en als uit één stuk marmer bij staat, evenzode grote, hoge havenmuur die hier en daar mogelijk wel tot een diepte van 10-20manslengten reikt, en dan nog de vijf grote vlaggeschepen met al hun tuigage! Nee,mijn overigens zeer wijze en buitengewoon machtige gebieder, dit tovert devermetele mensheid evenmin als het 'tafeltje dek je! ' van de Perzische tovenaars ineen oogwenk tevoorschijn, zoals dat hier voor ons het geval was en is en ook zekerblijven zal; want dit is geen fata morgana met ijle, niet bestaande luchtbouwsels,maar de degelijkste waarheid, die iedereen zal ondervinden als hij zin zou hebbenmet zijn hoofd door deze muren te willen rennen.[10] Bij alle honderd magiërs die ik heb ontmoet, heb ik nog nooit gezien dat eenof ander werk van hen blijvend was. Er gebeurt wel iets, waarvan men niet weethoe en met welke middelen, en er wordt ook altijd iets zichtbaar; maar weldravergaat het als een schuimbel op het water en als het eenmaal weg is, roept geen

Page 44: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

44

magiër het meer tevoorschijn! Maar ik zou de tovenaar wel eens willen zien diedeze werken ook zo luchtigjes weg zou kunnen blazen! Bij u zou ik zonder meermijn hele vermogen willen verwedden, dat het u nooit zou lukken dat alles enkelzo maar met een gedachtestreep weg te blazen!"

Hoofdstuk 21: De atheïstische geloofsbelijdenis van Roclus[1] (Roclus:) 'Daarom heb ik nu de volgende overtuiging: Weliswaar geloofde ikniet meer aan een godheid, maar wel aan een geheime, puur geestelijke,alomtegenwoordige kracht van de natuur, die zich overal ernstig en wijs en daarbijtoch vriendelijk doet voelen en voortdurend volgens de aan haar ten grondslagliggende wetten binnen een bepaalde orde werkt en zich er beslist niet overbekommert wat de vergankelijke mensen uitspoken. Zij kent geen goed en geenkwaad; want dat veroorzaken alleen de slechte mensen onder elkaar. De grote,heilige natuur weet daarvan niets! [2] Het is een groot ongeluk voor de mensen omslaaf te zijn; maar wie heeft hem tot slaaf gemaakt? De grote heilige natuur zekerniet, maar alleen de bij toeval sterkere mens heeft uit pure lust om zelf niets tehoeven doen en daarbij toch goed en gemakkelijk te leven, de.zwakkere tot zijnlastdier gemaakt en in gelijke mate ook het vee. Wie wierp het harde, zware juk opde nek van de os wie belaadde de ezel, de kameel en het moedige paard en wiebouwde zelfs torens op de rug van de geduldige olifant? Wie vond het zwaard uiten wie de ketens, de kerkers en zelfs het zeer smadelijke kruis, waaraan jullieRomeinen de ongezeggelijkste en eigenzinnigste mensen, die ook zouden willenheersen en moorden, vastbinden en onder de ergste pijnen de dood laat ondergaan?-Alles, al die ellende is afkomstig van de mens![3] In de grote natuur is alles vrij; alleen de mens is als het ware een vloek voorzichzelf en voor de gezamenlijke andere vrije werken van de grote meesteres, denatuur! Luie mensen begonnen eens luchtkastelen te bouwen en bedachten deonbeduidende goden, die zij zich voorstelden en ook vormden zoals zij zelf waren,met alle menselijke, slechte eigenschappen. Met deze goden creëerde de mens dusnieuwe plaaggeesten, die op zichzelf de mens beslist nooit kwaad zouden doen;maar de mens bouwde voor deze door hem bedachte goden, die in werkelijkheidnooit ergens waren en ook nooit ergens zullen zijn, tempels, en wijdde zichzelf in.als hun plaatsvervanger, voorzien van allerlei dwang -, schrik en plaagmiddelen,en voerde daardoor naast zijn heerschappij over de zwakke mensheid ook deonverbiddelijkste tirannie van de door hem bedachte, onzichtbare wezens in. Zij,die in werkelijkheid nooit ergens hebben bestaan, bestaan nu steeds maar door totkwelling van de arme mensheld, daarentegen des te meer tot nut en voordeel vande machtigen, omdat die door de machtige invloed die zij voorwenden uit teoefenen, veel gemakkelijker de mensheid blinde gehoorzaamheid opleggen, dandoor het zwaard alleen. En dus kunnen uit de aard der zaak met het zuivereverstand denken wat men wij, toch staat overal de sterke, machtige mens klaarvoor alles, alles wat maar ooit mogelijk is, en heerst weldra als een koningvoorzien van zwaard en lans en gelijktijdig ook als een almachtige plaatsvervangervan de goden. Wee degene die zich als oningewijd mens verstouten zou achter de

Page 45: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

45

door de mensen geweven sluier van Isis te kijken! O wee, o wee, o wee, -diezouden door de goden wel toegetakeld worden![4] Dat was tot op heden mijn onafhankelijke geloof, dat echter nu door ditfenomeen een heel jammerlijke stoot in de ribben kreeg en Ik begin nu dan tochheel zachtjes te geloven aan een hoger goddelijk wezen, omdat ik maar al teduidelijk inzie dat geen mens zo'n werk met zijn bekende krachten tot stand kanbrengen en ook nooit tot stand zal brengen. Dat kan dus alleen maar werk van eengod zijn, die weliswaar ook alleen maar een soort mens kan zijn, maar een mensaan wie de krachten van de grote natuur gemakkelijk en altijd onvoorwaardelijkgehoorzamen, zoals gewone soldaten aan een beproefd, inzichtrijk veldheer, vanwie zij weten dat hij nog nooit een slag heeft verloren.[5] Maar deze god mens zou ik hier nu willen leren kennen! U, geëerde Cyrenius,bent het in geen geval. Want als u dat zou kunnen, zou het grote Romeinsekeizerrijk reeds lang door een berghoge muur omringd zijn, die zelfs een adelaarangstig zou maken als hij daar overheen moest vliegen. Geef ons, geëerde heer,heer, heer, daarover enige uitleg, dan zullen wij rustig weer naar huis gaan!"[6] Cyrenius zegt: 'Dat zou allemaal goed en best zijn, als dat zo maar even opstaande voet zou kunnen gebeuren, maar het is niet zo eenvoudig als jullie je datmisschien voorstellen. Men kan een veldwachter wel vragen hoe laat het is, en hijzal je als de zon schijnt, met behulp van zijn in de grond gestoken stok, precies enzonder moeite het uur van de dag meedelen, waarvoor je hem dan een stater moetgeven; maar op die manier gaat dat hier niet! Heb geduld, misschien komt eruiteindelijk toch nog wat tevoorschijn, maar dat zal wat meer kosten dan een statervoor een veldwachter!' [7] Roclus zegt: 'Wel, voor zoiets kunnen we ook een pondgoud en tien ponden zilver, of nog wel meer, op 't spel zetten!"[8] Cyrenius zegt: 'Ja, als men zoiets voor veel goud of zilver zou kunnen kopen,dan was het natuurlijk wat anders! Maar ik kan je in dit geval met stelligheidverzekeren, dat het voor geen enkele schat ter wereld verkregen kan worden!Waarvoor het echter wel verkregen kan worden, daarover moeten jullie eerstonderwezen worden en door menige proef zelf gelouterd worden! Terwijl jedoordrongen bent van volkomen ongeloof aan een persoonlijke god en aan anderepersoonlijke, aan God gelijke wezens, en daarin formeel bent opgevoed, wil je vanmij dadelijk te weten komen wie Degene is aan Wie het mogelijk was dit allesenkel door Zijn almachtige wil in een oogwenk tevoorschijn te roepen, om dan, alsje onder elkaar bent, daar eens behoorlijk om te kunnen lachen! Dan zeg ik: Stop,beste mensen, wij zullen eerst eens zien of jullie in staat zijn om iets te geloven!Als je helemaal niet meer kunt geloven, dan kan ook de van mij verlangdemededeling niet gegeven worden! Kunnen jullie echter nog geloven, dan zullenjullie zodra dit geloof levend wordt, ook in staat zijn al het andere te ontvangen! -Hebben jullie mij goed begrepen?" [9] Roclus zegt: 'Begrepen hebben wij het heelgoed, want geen van ons is dom uitgevallen! Maar wat u wilt is voor ons voorlopigzo goed als onmogelijk, waarvoor wij u onze redenen gedeeltelijk al hebbenuiteengezet en nog verder willen en kunnen duidelijk maken, als u ze wilt horen!"[10] Gedreven door Mijn woord dat Ik hem in de mond heb gelegd, zegt Cyrenius:'Doe dat, dan zal ik daaruit opmaken hoever jullie je verwijderd hebt van de weg

Page 46: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

46

van de waarheid! Laatje redenen maar horen en dan zal ik heel goed in staat zijndaaruit op te maken of je waarachtig geestelijk gevormd kunt worden en of menjullie wens kan inwilligen! Want als je zuiver geestelijk niet meer gevormd kuntworden, dan kun je maar beter weer in vrede hier weggaan en leven volgens de leervan jouw Epicurius, die voor mij een van de allerminste wereldwijzen is![11] Ja, als rijk en fysiek kerngezond mens kan men het best volgens Epicurius indeze wereld leven; want het principe 'Men moet ter wille van zichzelf eerlijk enverdraagzaam ten opzichte van iedereen zijn, - maar altijd voor zichzelf heteerlijkst!' klinkt wel goed voor wereldse oren, maar de door Gods adem gewekteziel van een mens huivert daarvan, omdat zo'n Epicurist toch altijd slechts eenuitgeslapen egoïst is en alleen voor eigen welzijn zorgt! Wat kunnen hem allemensen schelen. Kan hij geen voordeel van hen trekken, dan mogen zij allen doorde bliksem gedood worden. [12] Dat zijn zo de hoofdtrekken van een Epicurist!Hoeveel.geestelijks er in zo'n gemoed van steen huist, zal hopelijk zelfs wel vooriedere blinde overduidelijk zijn. Ja voor het rijk worden op deze aarde deugt deleer van Epicurius het meest, vooral wanneer zij met stoïcijns cynisme doorspektwordt zoals dat bij jullie het geval is; maar voor het rijk worden naar de geestdeugt zij allerminst, omdat zij de zuivere liefde tot God en de arme naaste totaaluitsluit. Dit was om Jullie wat zicht te geven op jezelf! En laat nu de redenen horenvoor jullie echt Esseense atheïsme!"

Hoofdstuk 22: Roclus bewijst zijn atheïsme[1] Roclus zegt: 'U hebt gelijk, wij zijn zoals u zoëven een echte epicurist getekendhebt en daar bevinden wij ons op deze aarde heel wel bij! Voor ons atheïsmehebben wij zoveel steekhoudende bewijzen, dat wij daarmee de hele grote zeezouden kunnen vullen. Ik wil slechts nog enige aan de reeds meegedeeldetoevoegen en ik hoop dat u daaraan genoeg zult hebben, en u zult ons ook met oftegen uw wil gelijk moeten geven! Wees dus nu zo genadig mij aan te horen![2] Kijk, alles wat ook maar enig bestaan heeft van wat voor soort dan ook, uit zichaltijd op bepaalde ogenblikken op een wijze die voor alle mensen zonderuitzondering voelbaar is! Is het desbetreffende voorwerp met enig verstandbegaafd, dan zal dit zonder veel moeite aan zijn werken te zien zijn; heeft echterhet voorwerp, zoals bijvoorbeeld een beeldzuil, helemaal geen verstand, dan zullendaarvan of helemaal geen, of alleen maar zulke werken te zien zijn die het blindetoeval aan het ding begaan heeft of daaraan heeft toegevoegd. Waar dus enige, ookal is het nog zo beperkte, intelligentie aanwezig is, daar zal zij zich ook spoediguiten door de van haar innerlijke intelligentie uitgaande, geordende, zichtbarewerken. [3] Bijvoorbeeld: Reeds de meest eenvoudige mosplant zorgt zelf eerstvoor een eigen geordende vorm en ontwikkelt daarvoor ook haar organisme,waarmee zij dan in het verdere verloop bloesem, zaad en daarmee het vermogen totvoortplanting ontwikkelt. Bij hoger staande planten is, na een bepaaldetrapsgewijze ontwikkeling, een grotere en duidelijker intelligentie nog veelzichtbaarder en herkenbaarder.

Page 47: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

47

[4] Overduidelijk treedt dan al bij de dieren een innerlijke intelligentie op; hunhandelingen, ook al zijn die in aantal en in variatie nog zeer beperkt, overtreffendie van de mens in vele opzichten. De daden van de mens getuigen wel van zijnuiterst omvangrijke intelligentie, maar nergens wordt een uit het innerlijkafkomstige volmaaktheid zichtbaar, iets, wat de werken van de dieren zeker nooiten nergens ontzegd kan worden. Zo hangt ook wat het dier naar buiten toe doet,inniger met zijn wezen en karakter samen dan bij de mens, deze god van de aarde,het geval is. [5] De werken van de mensen zijn eigenlijk slechts na-aperij enbestaan slechts uit grove, uiterlijke voortbrengselen, die iedere eigenlijke,innerlijke, reële waarde missen. De mens kan weliswaar uit alle mogelijkekneedbare stoffen een soort bijenwascellen namaken, ja hij kan ze ook natekenenen naschilderen, -maar wat een plompheid spreekt daaruit, nog afgezien van de stofwaaruit de bij haar cellen bouwt! Het schijnt trouwens dat de natuur zich met demensen als het ware een scherts veroorloofd heeft! Hij is kennelijk in het bezit vaneen veelomvattende intelligentie en ook beseft hij wat ware volmaaktheid is; maarook al doet hij zijn uiterste best, hij bereikt deze toch nooit of te nimmer![6] Als wij aannemen dat alle organische wezens ook bezield zijn en de ziel overalhet werkende principe is -hetzij meer of minder volmaakt, dat maakt hier niets uit -, dan kan men deze veronderstelling als evidente waarheid aannemen, doordat menlogisch op juiste wijze vanuit de werking terug redeneert naar de oorzaak, of vande handelingen naar de kracht,/die wij dan de 'ziel' willen noemen. Afhankelijk vande graad van volmaaktheid en ordelijkheid van de werken van een ziel leidt mendan ook op logische wijze ten eerste haar bestaan en ten tweede haar bekwaamheidaf. Vinden wij echter de een of andere chaotische wirwar, wild en ordeloos doorelkaar, zonder enige actie of beweging, dus zonder enig spoor van leven, dandenken en zeggen wij: Daar heerst de dood, die van zichzelf totaal onbewust is enwiens bezigheid bestaat uit een volledig tenietgaan, -een verschijnsel dat men in deherfst bij zeer veel bomen en struiken kan waarnemen, wanneer het vroeger zomooie, goed geordende loof van de boomziel in wilde onordelijkheid naar benedenvalt, verdort en in de loop van de winter vrijwel geheel vergaat.[7] Maar wie zou in de grootste ordeloosheid ook nog een werkende ziel willenzien?! Een vervliegen en tenietgaan daarvan -ja, -maar geen nieuw of zelfsvolmaakter ontstaan! Wel wordt door het vergane loof de bodem van de aardevetter en ontvankelijker voor de vochtigheid uit de lucht en daardoor voedzamervoor de daarop groeiende planten; maar het afgevallen loof zal nooit daaruit alszodanig weer ontstaan, omdat de ziel ervan zo goed als niet meer bestaat.[8] Men kan daarom gevoeglijk de volgende regel zo vaststellen, dat men zegt:Hoe geordender en volmaakter een werk is, des te volmaakter is ook de kracht diedat werk voort heeft gebracht, die men 'ziel' of ook 'geest' noemt. Men kan duslogischerwijs het bestaan van een geest of haar capaciteit aflezen aan haarprodukten of werken. [9] Maar waar vinden wij zulke geordende werken, dat wijdaaruit ook maar met enige waarschijnlijkheid een allerhoogst, meest wijs entevens almachtig, goddelijk wezen af zouden kunnen leiden? Maar al te bekend isde leerstelling van alle theïsten en theosofen* (* god gelovigen en godgeleerden):'Zie naar de aarde, haar bergen, velden, zeeën en rivieren en naar alle ontelbare

Page 48: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

48

creaturen die haar bewonen! Alles wijst op het bestaan van hogere goddelijkewezens!' -, of, zoals bij de blinde joden, op slechts één god, wat eigenlijk wel ietsverstandiger is, en ook gemakkelijker, dan het hebben van zoveel onzichtbareheren, waar men met de een blijkbaar ruzie moet krijgen als men de ander huldigten offers brengt. Ik zou wel eens willen weten wie er tegelijkertijd met Juno enVenus overweg zou kunnen, of met Mars en Janus, of met Apollo en Pluto![10] Ook daarmee zijn de joden weer iets beter af, want zij hebben een Jehova dietevens heer is over hun Pluto, die zij 'satan' noemen. Alleen is de Pluto van dejoden een erg domme sukkel, omdat hij zijn dienaren in plaats van teonderscheiden en te belonen heel kwaadaardig en slecht bejegent; en geen enkeleeerlijke jood zal er zich daarom iets van aantrekken als hij zijn Pluto zo diepmogelijk veracht. Hoe energieker hij de joodse Pluto veracht en tegen diens wilhandelt, des te meer komt hij in de gunst bij Jehova; maar een echte Romein enGriek zou ik dat niet aan willen raden! Wie dat zou doen, staat bij de zeerboosaardige Pluto priesters niet veel goeds te wachten. Het is daarom beter Plutonet zo goed offers te brengen als Zeus, anders springt Pluto de arme zondaar opzijn nek en Zeus kan van rechtswege niets tegen Pluto doen of iets bereiken; wanthet Suum Cuique** (** ieder het zijne) staat als een wet van het noodlot bovenaan,waartegen zelfs Zeus niet in kan gaan zonder gevaar te lopen met alle anderegoden in botsing te komen"

Hoofdstuk 23: Roclus' mening over goden en priesters[1] (Roclus:) 'Wij hebben, met een paar zijsprongetjes, nu twee godsbegrippen, diebij elke mens met een redelijk ontwikkeld verstand alleen maar de lachlustopwekken. Bij de Egyptenaren, Grieken en Romeinen wemelt het van grote,kleine, goede en slechte goden; bij de joden zit er maar één op de troon die zeerernstig en streng rechtvaardig is, maar daarbij toch goed en zo nu en danbarmhartig. Maar kwaad maken mogen de joden, die hij zijn volk noemt, hem ookniet; want verliest hij eenmaal zijn geduld dan valt met hem niet te schertsen. Hijdompelt dan meteen de hele mensheid gedurende een jaar onder water, en als danhet water - god weet waarheen - wegloopt, zijn er miljoenen genezen en hebbennergens meer weet van! Of hij laat over een zondig volkje meteen een halve maandlang bliksem -, zwavel en pekvuur uit de hemel regenen, en met de zonde is ookhet volkje van de aarde verdwenen! Ook met pestilentie en andere kwalen is deenige god van de joden zeer vrijgevig; en als hij eenmaal begint zijn tuchtroedeover een volkje te zwaaien, dan is er van een spoedig einde nog lang geen sprake!Bij de joden komt derhalve al het goede en kwade van een en dezelfde god, terwijlbij ons Grieken vele goden het een of het ander regelen. Wie er nu met zijngodendom beter aan toe is, zal hier wel moeilijk te bepalen zijn.[2] Maar wat praten we over goden in de hemel of in de Orcus en Tartarus!? Hetzijn allemaal verzinsels! De luie, arbeidsschuwe priesters zijn de goden, en de enegod van de joden is de hogepriester in Jeruzalem! Deze lieden hebben een schataan ervaringen en kennis, waarvan zij wijselijk niets doorgeven aan hetblindgemaakte en verder met alle mogelijke geweld blind gehouden volk. Slechts

Page 49: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

49

in hun boosaardige kaste worden de vaak zeer uitgebreide ervaringen van veleeeuwen en de meest uiteenlopende kunsten en wetenschappen bewaard in de vormvan altijd onaantastbare, heilige geheimen. Daarmee bedrijven zij hun listige spelmet de mensen, die hun daarvoor uitermate veel moeten offeren, om dan door hendes te gemakkelijker zo grof mogelijk bedrogen en op alle levensgebiedenmishandeld te kunnen worden. Mijn hele vermogen en zelfs de laatste vonk vanmijn leven geef ik degene die mij het feitelijke tegendeel kan bewijzen![3] In de oertijden kunnen er hier en daar wel eerlijke en rechtschapen mensengeweest zijn die vanaf hun geboorte reeds een bijzondere scherpzinnigheid bezatenen mettertijd allerhande ervaringen hebben opgedaan, en die graag en met alleliefde hun geestelijke verworvenheden met hun niet zo hoog ontwikkeldemedemensen deelden en vervolgens ook de zegeningen daarvan aan hun broedersdoor goede en blijvende resultaten gewaarwerden. Het moet wel heerlijk zijngeweest te leven in een volksgemeenschap waarin geen mens voor de ander iets uitzelfzucht geheim hield, en allen tot hun voordeel in alles ingewijd waren in wat deervarenste onder hen wist! Maar hoe lang kon zo'n gelukkige toestand duren?[4] Die eerste weldoener van zijn medemensen werd door hen beslist op handengedragen en zijn opvolger niet minder. Dat wekte afgunst op bij sommigen diehielden van een lui leventje, en zij verlangden ook om door hun medemensen ophanden gedragen te worden. Zij probeerden ook hun ervaringen in bepaaldeopzichten uit te breiden, maar begonnen tevens steeds meer geheimzinnig te doenom zich daardoor bij hun medemensen belangrijk te maken. Iemand die het eenlange tijd volgehouden had stom als een vis, maar met een verheven gezicht, rondte wandelen en die natuurlijk door veel nieuwsgierigen heel indringend gevraagdwerd waarom hij steeds zo zonder iets te zeggen en diepzinnig kijkend rondliep,antwoordde daarop: 'Als jullie zouden weten wat ik weet, en gezien, gehoord enervaren zouden hebben wat ik gezien, gehoord en ervaren heb, dan zouden jullievan stomme verbazing nog woordelozer zijn en diepzinniger kijken dan ik!'[5] Wanneer heel eenvoudige mensen, die branden van nieuws en weetgierigheid,zoiets van een listige boef en dagdiefhoren, laten zij hem niet meer met rust aleerhij met voorwaarden komt waaronder hij hen iets van zijn oneindige voorraad wilmededelen. De voorwaarden worden bereidwillig aanvaard en de slimme boefheeft zich daardoor opgeworpen tot profeet en priester bij zijn medemensen, die hijdan allerlei mystieke zaken begint voor te spiegelen die noch hij en nog minderiemand anders begrijpt en kan begrijpen, omdat deze alleen maar te vinden zijn inhet nogal fantasierijke brein van onze boef, die door zulk listig bedrog tenslottealle echte wijze oudsten tot zwijgen brengt, en wel hoofdzakelijk doordat hij hetvolk tot zich trekt en aan het verstand brengt dat hij alleen meer weet en begrijptdan tienduizend van hun oude wijzen.[6] Om zijn drogleer dan bij het volk volledig en blijvend ingang te doen vinden,hoeft hij slechts een aantal tovertrucjes toe te voegen en het arme goede volk laatzich door hem, de harte en gewetenloze bedrieger meteen met ontelbarescherpziende, scherphorende en gewoonlijk almachtige goden opschepen![7] En wee de eerlijke en goedmenende, rechtschapen man die uit waar inzicht enreine, onbaatzuchtige liefde tegen het volk zou zeggen: 'Geloof deze valse profeet

Page 50: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

50

niet; want ieder woord uit zijn mond is een keiharde leugen waaruit alleenbrandende eigenliefde en tirannieke heerszucht blijkt, die jullie die nu nog vrij zijn,spoedig met zware ketenen,zal binden! Hij zal jullie onverdragelijke wetten onderde titel 'wil der goden' opleggen en op het overtreden daarvan de zwaarste straffen,ja zelfs de marteldood zetten. Dan zullen jullie en je kinderen onder de zware drukvan zo'n valse leraar zuchten en weeklagen en luid om redding roepen! Maar jullieroepen zal volkomen tevergeefs zijn, want tegen de macht van de tiran, die nocheen hart noch een greintje menselijke naastenliefde bezit, zal moeilijk iets gedaankunnen worden!'[8] Tegen zo'n oppositieleer, die in de begintijden van het knechten van devolkeren zeker wel vaak voorgekomen zal zijn, kan toch geen rechtvaardig engezond mensenverstand iets inbrengen! Maar het volk liet zich inpakken door eenaantal wonderen en geloofde of aan één, of zelfs aan een aantal goden van allerleisoort en liet zich door hen, dat wil zeggen door hun plaatsvervangers, diebuitengewoon trots en hoogmoedig en gruwelijk heerszuchtig en zelfzuchtigwaren, meer dan onbarmhartig mishandelen, in plaats van te beginnen zelf na tedenken en terug te keren tot het oude, natuurzuivere, menselijke verstand. Als men,zoals ik en ook mijn elf metgezellen, tamelijk goed op de hoogte is met een enander, zal men wel begrijpen waarom ik een atheïst ben"

Hoofdstuk 24: Roclus' probeert zijn atheïsme als juiste wereldbeschouwing tebewijzen[1] (Roclus:) 'Nu op deze wijze vrijwel onweerlegbaar en meer dan duidelijk isuitgelegd hoe alle goden zijn ontstaan en hoe hun priesters in de loop der tijd deeigenlijke, machtigste gebieders over leven en dood van hun broeders zijngeworden, zult u, geëerde heer, heer, heer, ook begrijpen hoe en waarom wijatheïsten zijn geworden! Kijk, wij die maar met weinigen zijn, hebben deduidelijke weg naar het oude, zuivere mensenverstand gevonden en zijn weerteruggekeerd naar de grote heilige moeder natuur, die voor ons een zichtbare,wonderdoende godheid is die altijd onveranderlijk volkomen ordelijk werkt, terwijlalle andere door de mond van de een of andere mens zich openbarende godhedenniets anders zijn dan een bedenksel van een aan een hersenziekte lijdende,werkschuwe luilak, die van de een of ander een paar magische kunsten geleerdheeft of deze zelf heeft uitgedacht, om zich aan de blinden te presenteren als eendoor God verkozen werktuig, dat diens wil aan hen verkondigt.[2] De natuur heeft nog nooit een plaatsvervanger nodig gehad en de zon heeft hetook nog nooit in haar hoofd gehaald om uit de ontelbare armzalige mensen eenplaatsvervanger voor zichzelf uit te kiezen; zij werkt zelf, geeft licht en verwarmtalles op een onvergelijkbare wijze! Kortom, in de hele grote natuur is alles in ordebehalve de mens. Ook de mens, deze grootste en volmaaktste apensoort, laat watzijn natuur aangaat en wat zijn vorm betreft zeker niets te wensen over.[3] Maar de mens, of liever het met het woord begaafde, rechtop gaande, dusvolmaaktste dier, heeft dan ook een denkvermogen en een zich daaruit vrijontwikkelend verstand. Daardoor kan en moet hij de heerschappij voeren over alle

Page 51: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

51

wezens die onder hem staan. Maar deze voorkeur die de natuur aan de mens heeftgegeven is hem niet genoeg; in zijn verwaandheid aan god gelijk te zijn wil hij ookzijn soortgenoten met voeten treden! En daar ligt dan het kritieke punt waar demens zijn grenzen overschrijdt en zich tot god maakt. Maar omdat toch ieder mens,als hij niet doofstom of zelfs totaal waanzinnig is, zichzelf niet zomaar zoals hij is,als een mens met net zo'n lichaam als alle anderen, rechtstreeks zelf tot god kanuitroepen wat hij beslist zou doen als hij niet bang zou zijn door het hele volkdaarvoor uitgelachen en zelfs bestraft te worden -, daarom stelt hij zich tevredenslechts plaatsvervangend voor god op deze aarde op te treden; want als mendaarmee maar slim genoeg begint en een goede ondergrond heeft waarop menbouwt, dan houdt dat vele eeuwen stand.[4] Wel moet men bij het instellen van een plaatsvervangerschap van God ookenige duidelijk wijze en voor de burger nuttige voorschriften toevoegen, dan heeftmen het pleit voor duizend jaar gewonnen bij het van nature steeds kinderlijkgoede, meegaande mensengeslacht! Tegenover één wijs voorschrift kan men dande bijgelovigen wel duizend van de absurdste leugens en domheden wijsmaken, endie worden door de goedwillige, maar tevens zeer blinde, arme mensheid heeleerbiedig en bereidwillig aangenomen. Van begrijpen kan natuurlijk geen sprakezijn, omdat zulke goddelijke mysteriën als hersenspinsels van een slimme vogelnooit begrepen kunnen worden. Maar dat doet er niets toe, want de mensheidbeschouwt immers datgene altijd het liefst, wat voor haar het meest onduidelijk,onbegrijpelijk en vreemdsoortig is.[5] Wie de mensheid vervelen wil, moet haar maar goede, bekende en goedbegrijpelijke waarheden voorleggen en ik sta ervoor in, dat hij heel snel alleen zalstaan! Kan hij echter erg goed liegen, en fantaseren dat hij bijvoorbeeld in het verreIndië dieren gezien heeft zo groot als een berg, en met honderd koppen, waarbijiedere kop sprekend lijkt op die van een bepaald dier, en in het midden van diehonderd koppen van de meest verschillende diersoorten ook nog omhoogstekendeen reusachtig mensenhoofd, zittend op een lange, dikke nek, dat alle talen van dewereld heel duidelijk, maar wel met donderende stem spreekt en de mensen zelfswetten voorschrijft voor hun gedrag ten opzichte van de rest van zijn grote legerdierekoppen! Ja, hij kan de mensen die heel opmerkzaam naar hem luisteren ooknog zonder schroom wijsmaken dat op de grote rug van dit wonderbaarlijkereuzendier de mooiste steden en tuinen zijn aangelegd, waarin mensen en dierenwonen, die een heel aangenaam leven leiden mits zij de wetten in acht nemen dieuitgaan van de centrale kop van dit reusachtige dier, maar door de tijgerkop van hetdier meteen opgevreten worden wanneer zij daartegen zondigen! Deze absurdeleugen kan hij nog op veel manieren uitbreiden, en dat wordt allemaal vast enzeker geloofd; en wee degene die zou willen zeggen: 'Maar waarom luisteren jullienaar deze aartsleugenaar?! Ik was toch zelf meerdere malen in Indië en heb nooitook maar in de verste verte iets dergelijks gezien of daarover horen spreken! 'Dathelpt allemaal niet! Hij wordt als lasteraar tegen deze wonderbaarlijke zaak op eenvoor hem heilzame manier tot zwijgen gebracht, en de aartsleugenaar die Indiënooit heeft gezien, komt als overwinnaar tevoorschijn. Ik heb zelf meermalen

Page 52: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

52

ervaren dat de mensen veel eerder een kolossale domheid aannemen en gelovendan een waarheid, ook al heeft deze zich als nog zo nuttig bewezen.[6] Als de mensen kennelijk zulke eigenschappen hebben, is het dan teverwonderen dat wij nu al met louter goden behoorlijk gepekeld en gebalsemdzijn? Is het niet veeleer erg verwonderlijk, hoe mensen van mijn soort temiddenvan zoveel uiterst domme mensen kunnen leven? En kunt U, geëerde heer, heer,heer, zich verwonderen dat wij als ervaren Grieken en joden alle twaalfnoodzakelijkerwijs atheïsten moeten zijn, en wel om de eenvoudige reden, dat ertoch overduidelijk geen god kan bestaan die zo'n menselijk domme aard heeft dathij van de mensen vaak de meest belachelijke zaken, zo gezegd tot zijn eer zoueisen, zoals het kopen van tempelmest en tempelafval voor het zegenen van develden, akkers, tuinen en weiden en nog duizend en één ergere absurditeiten, dieallemaal verlangd worden door de ene god van de joden die nog steeds de wijzereis, -om maar te zwijgen over de wel zeer domme en onsmakelijke, mensonterendedingen, zoals offers en andere gewoonten en gebruiken, die onze ongeveertienduizend Griekse goden eisen en zelfs streng voorschrijven?[7] O wee, wee, wee degene, die het zou wagen ook maar een van de geringstehouten godheden een klap te verkopen! Die zou als een Sacrilegus maledictus*(*schandelijke tempelschender) heel kwalijk door de plaatsvervangers van godbehandeld worden! Ook het vernielen of het beledigen van een uit hout gesnedenleugen wordt nu nog steeds als de meest onvergeeflijke misdaad met het zwaardzwaar bestraft. Maar als duizenden arbeidsschuwe volksbedriegers iedere purewaarheid en de ware eer van de mensheid met voeten treden en deze overalvervolgen en al het goede dat mogelijkerwijs opkomt met alle geweld en met degruwelijkste middelen onderdrukken, dan is dat volkomen juist en dico** (** ikzeg) de wijze, almachtige goden zeer welgevallig. Ah, dan bedankt de waremensheid toch welonderdanig voor al die goden en godheden! Kunt u als heer envolksregent, die bekend staat als waarachtig en wijs, het mij kwalijk nemen dat ikervan walg wanneer ergens, ook al is het in nog zo geringe mate, sprake is van eengod?! [8] Toen ik als handelaar voor de derde maal in Indië kwam, heb ik heel veelverstandige en goede dingen aangetroffen, maar daarnaast ook weer zoveelafschuwelijke domheden, dat men zichzelf zou kunnen kruisigen om maar nooitmeer met zulke enorme godendwaasheden in aanraking te komen. Volgens datgenewat ik daar over hun theosofie vernam, moet de hoogste god Lama, die ook debijnaam Dalai heeft, eenmaal per jaar zijn hoogste plaatsvervanger, die eveneensonsterfelijk is, de hoogste eer bewijzen door zich aan hem en tevens aan zijnopperpriester te vertonen, maar dan wel op een hoge bergtop! Daar moet deplaatsvervanger dan op bevel van de allerhoogste god op een zuiver witte doek zijnbehoefte doen, de uitwerpselen vervolgens drogen en laten verpulveren. Dit'poeder van god', zoals de Indiërs het noemen, wordt dan korrelsgewijs in zeerkleine houten doosjes gedaan en goed verpakt tegen een hoog losgeld aan dehoofden van de volken gestuurd. Deze hooggeplaatsten moeten dan na eenvoorgeschreven boetedoening dit poeppresentje van god zeer eerbiedig opeten. Daten nog een groot aantal van de meest absurde domheden zijn feiten, waarvaniedere reiziger die daarheen gaat zichzelf kan overtuigen.

Page 53: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

53

[9] Maar wat moet een nuchter mens, in het bezit van een zuiver begrip en eengezond verstand, zeggen, wanneer hij hoort dat de hoogste Indische god door zulkepure smeerlapperij hoogst vereerd wil zijn? Ja, dan zou je meteen weer uit je velkunnen springen van ergernis over zo'n kolossale domheid van de mensen,waaraan zij misschien al ettelijke duizenden jaren met lichaam en ziel vasthoudenen waar zij door geen enkele verstandige vermaning meer vanaf te brengen zijn![10] Ja, laat mij maar eens een verstandige god ontmoeten, dan zal ik ophoudenatheïst te zijn, waartoe dit wonderbare werk, dat zich voor mijn ogen voltrok, mijheel sterk zou kunnen aanzetten en tot het geloof brengen dat er ondanks alle doormensen verzonnen oerdomme godheden, dan toch een ware godheid zou kunnenbestaan die beantwoordt aan het zuivere verstand, hetgeen een hogere en erg mooiegedachte voor de mens zou zijn! Zou die godheid tenslotte echter ook zoopgeblazen zijn als dat tot nog toe met al de mij bekende godheden nog steeds hetgeval was, dan kan deze mij nog duizend van deze wonderen voor de neus toveren,maar dan zal ik haar werkelijk niet eren![11] Nu kent u mij helemaal zoals ik ben, denk en handel! U kunt me nu dus weliets toevertrouwen als u iets weet wat nog beter is en meer waarheid bevat, en danzal ik het beslist niet ondankbaar aannemen! - Hoe is dus de nieuwe behuizing vande oude Marcus ontstaan? Wie schiep deze?"

Hoofdstuk 25: Het karakter van Roclus, zoals de Heer hem ziet[1] Cyrenius is na alles wat hij nu van Roclus heeft gehoord, zeer nadenkendgeworden en weet absoluut niet wat voor antwoord hij hem daarop moet geven. Hijwendt zich daarom tot Mij en zegt met halfluide stem: 'Heer, over het geheelgenomen heeft deze man geen ongelijk en het komt mij voor, dat hij ondanks zijnatheïsme de mensheid een heel goed hart toedraagt. Als hij tot het ware theïsme tebrengen zou zijn, zou hij met zijn enorm scherpe verstand en zijn veelzijdigeervaringen bepaald een gouden parel zijn voor Uw Goddelijke zaak. Maar juistomdat hij zoveel ervaring heeft en daarbij een oordeel zo scherp als eenadelaarsblik, is het in ieder geval voor mij moeilijk hem nu een antwoord te gevenwaarvan bij hem een goed resultaat te verwachten zou zijn. Wat denkt U ervan omhem nu Zelf onder handen te nemen? U zou hem met weinig woorden beslist meerkunnen zeggen dan ik. Heer, doe dat voor deze man, want zijn inzichten lijken mijkerngezond!" [2] IK zeg: 'Je hebt deze mens heel juist beoordeeld en de zaak ligtbij hem inderdaad zoals je zegt; want zoveel natuurlijke, gezonde wereldervaringals deze Roclus, en door hem ook zijn elf metgezellen, heeft wel niemand vanjullie. Maar omdat hij in deze tijd al herhaaldelijk naar aanleiding van zijnaanzienlijke, aardse schatten op louter list en bedrog is gestoten en overal degodheid vertegenwoordigd vond door de grootste en sluwste bedriegers, daaromkan men zich er ook niet over verwonderen dat hij tenslotte noodgedwongen hetkind met het badwater moest weggooien.[3] Hij zocht God wel heel ijverig en maakte daarvoor ook zijn grote reizen. Maarhoe verder hij kwam, des te meer onzin en dwaasheid en duimendik bedrog vondhij. Hij liet zich op 't laatst zelfs bij de Essenen inwijden en dat beviel hem, omdat

Page 54: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

54

deze hun goddelijkheids bedrog toch in ieder geval tot meerder heil van demensheid hebben bedacht, en daarbij op zichzelf zeer goede en verstandige mensenzijn, bij wie de een met de ander eerlijk als broeder omgaat en niets op zijn naastevoor wil hebben; want de grondregel van deze sekte is: 'Evenveel weten, evenveelbezitten, evenveel zijn, en aan geen leek het geheim van de hoge dikke murenverraden, waardoor voor geen mens op aarde enig onheil, maar alleen zo mogelijk,heil moet ontstaan!' [4] Dat is op zichzelf zeker heel loffelijk, maar met het geloofaan een god doet zich een grote moeilijkheid voor; want het is bij hen eenvolkomen uitgemaakte zaak, dat er buiten de geheime krachten in de natuur eeuwignergens een god bestaat en zou kunnen bestaan. En daarom is het moeilijk eenechte Esseen tot geloof aan een god te brengen. Men moet hem eerst nog veel meergelegenheid geven om zich helemaal naar hartelust vrij in en over alles en iedereente uiten. Pas wanneer hij zich helemaal aan je heeft blootgegeven, zal er nog weliets heel bijzonders met hem te verwezenlijken zijn. Maar nu is hij daarvoor nogniet rijp, omdat er nog veel in hem schuilt waarmee hij tengevolge van zijnachterdocht tegen jouw Romeinse uitoefening van het zwaardrecht nog lang niettevoorschijn is gekomen.[5] Zolang een mens echter in iemand geen volledig vertrouwen durft te hebben,.wordt hij ook nooit een waarachtig vriend van hem. Zolang hij echter met eenwaarachtige, volkomen trouwe vriend van iemand wordt, zal hij zijn hart ook nietgeheel voor hem blootleggen. Legt hij zijn hart echter niet geheel voor iemandbloot, dan komt er uiteraard niets terecht van het zichzelf openstellen, dat zeernoodzakelijk is. Je moet daarom proberen van deze Roclus een vriend te maken dieje volledig vertrouwt, dan zal hij je nog buitengewoon vreemde zaken vertellen,waarvan je stomverbaasd zult staan! [6] Maar je strenge, Romeinse houding endeugdzaamheid moetje voor hem veranderen in die van een waarachtig vriend enwel zo open en oprecht als mogelijk is, anders zul je niets bij hem bereiken! Heb jehem echter zover gewonnen, dan zal er gemakkelijk met hem onderhandeldkunnen worden en dan kan Ik pas verder met hem praten; maar nu zou hij, als zijnwil volledig vrij gelaten werd, niet eens met Mij willen praten, maar zou hijdoodsimpel tegen Mij zeggen: 'Vriend, de opperstadhouder is de enige die ik kenen met hem heb ik alleen te doen; want jou ken ik met en daarom weet ik ook niethoeveel ik je in vertrouwen kan meedelen!' En Ik zou daarop voorlopig nietsanders kunnen antwoorden dan: 'Vriend, je hebt volkomen gelijk!' Probeer jij hemdaarom eerst heel vriendelijk te winnen en breng hem dan pas bij Mij, en daarnazullen wij de hele zaak weldra in kannen en kruiken hebben!"[7] Cyrenius zegt: 'Ik wil het wel proberen; maar ik vermoed dat hetgeen ik mevoorneem nu juist niet zo precies zal verlopen als ik wens!'[8] IK zeg: 'Pak het maar op de juiste manier aan, dan zal het wel lukken!"

Hoofdstuk 26: Cyrenius bejegent Roclus als vriend. De oorzaak van het vervalvan het priesterschap[1] Dan wendt Cyrenius zich weer tot Roclus en zegt: 'luister eens vriend, ik heballes wat ik van je gehoord heb, rijpelijk overdacht en het voor en tegen

Page 55: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

55

onderzocht, en ik heb je redenen zeer waar en steekhoudend bevonden; ik moet jedus zeggen dat je in veelopzichten gelijk hebt, maar helemaal in alles toch niet,omdat je toch bij al je gezonde opvattingen de fout maakt overdreven ijverig te zijnen het kind met het badwater weg te gooien. Je baseert je oordeel op het heden enzet een gebouw op dat geen solide ondergrond heeft, op zand staat en door destormen gemakkelijk verwoest kan worden.[2] Het is wel waar dat de priesters, vooral de hoge, voor het grootste deel zeerheerszuchtige en daarom ook merendeels harteloze mensen zijn, en dat deonderpriesters meestal naar hun pijpen moeten dansen, vooral degene die in deonmiddellijke omgeving van de groten en hogen hun ambt moeten vervullen; maarde zaken zijn toch niet helemaal zo waardeloos en zo'n volkomen bedrog als jij hetje voorstelt en denkt! [3] Denk eens aan het verschil in taal tussen nu en vroeger!Duizend jaar geleden sprak men alleen in beelden en overeenkomstigegelijkenissen. De hele taal was zuiver poëzie, en daarom hebben de ouden alles inversvorm geschreven en meestal ook op deze manier met elkaar gesproken. Hetzogenaamde gebrekkige proza kwam pas tevoorschijn toen de mensen, grondigbedorven, overgegaan waren in het puur materiële, vleselijke leven.[4] De oude profeten en zieners zullen dus steeds de mensen wel de ware en echteGod beschreven en getoond hebben, en de eerste mensen hebben hen beslist ookbeter begrepen dan wij hen nu begrijpen. Maar door het toentertijd strikte opvolgenvan de bekende zeer wijze geboden van God kwamen de eerste nakomelingen altot grote welstand; dat maakte hen weldra overmoedig, zinnelijk en gemeen.Dergelijke mensen hadden maar al te gauw met de beeldspraak van de ziel nietsmeer van doen en begrepen de taal van de oude profeten en zieners snel daarna alhelemaal niet meer.[5] Men begon naar de letter te handelen, die niet levend maakt maar doodt, enmen verloor op die manier maar al te gauw de lichtkern van de waarheid. Wij allenzoals wij hier zijn, twee uitgezonderd, wisten niets van een innerlijke, geestelijkebetekenis, en wat wij van al de zieners en orakels gehoord hebben, kwam ons netals jou volkomen dwaas voor. Maar de twee die ook bij ons zijn en vooral de Ene,hebben ons de ogen geopend en laten zien hoe totaal en ontzettend verkeerd wijallen de oude zieners en profeten hebben begrepen.[6] Uit zulke verkeerde begrippen moesten uiteindelijk ook wel heel verkeerdelevensprincipes voortkomen en daaruit weer andere ontelbare dwaasheden, en degodsdiensten konden tenslotte ook geen beter aanzien hebben dan al het andere watde mens deed en tot stand bracht.[7] Maar omdat de mensheid in haar innerlijke, geestelijke levenssfeer zo zeer inhet duister terechtgekomen is en zich van de hogere, goddelijk geestelijke invloedtotaal verlaten moest voelen, begon de zelfzucht toe te nemen, zich te harnassen,overal vijanden te zien en zich tegen hun mogelijke aanval uit te rusten met louteruiterlijke wapens, zoals een mens die in het dichte woud door de nacht wordtverrast en uit vrees voor eventuele vijanden ook al het mogelijke in het werk steltom zich te beschermen tegen de vermeende vijanden die hem willen bedreigen.[8] Ja, menigeen drijft het in zijn angst zo ver, dat hij de mogelijkheid van hetbestaan van een wezen dat hem vriendelijk gezind is volkomen uitsluit, zich voor

Page 56: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

56

iedereen afzondert en een complete vrek is, die alles voor zijn bescherming bijelkaar graait en niemand naast zich duldt! Hij omgeeft zijn huis met hoge, dikkemuren; zijn schatten bergt hij op in ijzeren kisten en begraaft ze bovendien vaakonder de grond, gewoonlijk op zo 'n plaats waar mensen waarschijnlijk nooitzullen komen. [9] In die toestand wordt de mens dan ook erg heerszuchtig, omringtzich met allerlei macht, en probeert dan op de meest meedogenloze wijze zich allestoe te eigenen uit angst ooit eens te kort te zullen komen.[10] Ga zo'n echte vrek eens vragen, voor wie hij dat allemaal verzamelt, want hijkan dat wat hij bij elkaar geschraapt heeft, toch immers voor zichzelf in geenduizend jaar opmaken. Dan zal hij je meteen als zijn aartsvijand beschouwen en jebeslist geen verantwoording afleggen. En in geestelijk opzicht zijn vooral depriesters nu zo. [11] Zij zijn weliswaar uiterlijk in het bezit van de oude,profetische overleveringen en lezen en beschouwen deze ook het meest; maar juistdaardoor belanden zij ook het eerst en het snelst in een dicht bos vol duisternis entwijfel, waaruit zij nooit meer de weg kunnen vinden. Omdat zij nu eenmaalpriester zijn, moeten zij zich voor het volk door allerlei dwaas uiterlijk vertoon deschijn geven als wisten en begrepen zij iets; maar ze weten en begrijpen mets,behalve het feit -echter alleen heimelijk in zichzelf -, dat zij totaal niets weten,begrijpen en beseffen![12] Zij gebruiken daarom hun tijd alleen maar om steeds doeltreffender hunabsolute onwetendheid voor het volk te verbergen en het een zo groot mogelijk radvoor ogen te draaien, wat voor hen die het met hun denken toch zo ver gebrachthebben dat zij in zichzelf helemaal niets weten -waar al veel voor nodig is -, nujuist niet zo'n moeilijke opgave is. [13] Sommigen komen achteraf, weliswaar vaakbij toeval, tot enig juist inzicht; maar vanwege het nu eenmaal dom gehouden volkkunnen zij het gebouw dat helaas opgebouwd is uit leugens en bedrog, niet meeromver halen. Zij moeten dus met de stroom mee zwemmen en hoogstens heimelijkin zichzelf de betere overtuiging behouden.[14] Je kunt me heus geloven als ik zeg dat er onder de priesters van welkegodsdienst dan ook, mannen zijn die maar al te goed het totaal verkeerde van hunuiterlijke leer inzien en wel degelijk kennis hebben van een ware en enige God, diezij in hun hart ook volledig aanhangen; maar toch kunnen zij eens en vooral aanhet oude gebouw van dwaling niets veranderen! Dat laten zij heel geduldig overaan Hem die de macht heeft de tempels van het bedrog omver te werpen, wanneerHij dat wil en het Hem goed dunkt! Want Hij zal ook wel het best weten, waaromHij het toegelaten heeft voor allerlei namaakgoden en afgoden tempels te bouwenen ze met muren en zwaarden in stand te houden![15] Als je dat nu eens heel grondig overweegt, moetje toch in ieder geval wel watduidelijker gaan inzien, dat je ondanks je scherpe verstand en alle ervaring nietzonder meer als volkomen atheïst met alle aangevoerde redenen gelijk hebt, endatje van de zuivere, innerlijke waarheid nog zeer ver verwijderd bent![16] Nu is het jouw beurt weer je te verantwoorden, als je dat wilt en kunt; want nustaan wij als vrienden tegenover elkaar, en je kunt zonder enige angst voorgerechtelijke vervolging vrijuit spreken! Je kunt openlijk zeggen wat je op het harthebt en ik zal je vervolgens niet als hoge gezagsdrager van Rome en niet als

Page 57: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

57

opperrechter, maar als mens en broeder door woord, raad en daad trachten op degoede weg te brengen! Als je dit echter niet wilt, kun je naar believen ongehinderdhier weggaan, en gaan waarheen je wenst en wilt! Wel zal het mij zeer aan het hartgaan je in die waan hier vandaan te laten gaan, maar niettegenstaande dat zul jealleen al vanwege je scherpzinnigheid, die ik weet te waarderen, geen enkeledwang van mijn kant ondervinden. Spreek dus nu verder helemaal vrij en openlijkmet mij, je vriend!'

Hoofdstuk 27: Het kunstmatige Allerheiligste in de tempel te Jeruzalem.Indische gruwel van boetedoening[1] Roclus zegt: 'Heer, heer, heer, uw repliek was erg goed en wijs, en ik heb alleswoord voor woord diepgaand doordacht en zorgvuldig overwogen! Ik..ontdekteveel waars en goeds daarin en ook dat u, voor mij haast onbegrijpelijk, een echtekosmopoliet bent, zoals er thans vooral op uw niveau helaas nog maar bedroevendweinig zijn.[2] Het Idee van een enig, zeer wijs, maar daarbij ook zeer humaan god klinkt heelmooi en erg loffelijk; maar waar bestaat zo'n godheid anders dan juist in deverheven gedachten van een poëtisch gestemd mensenge moed? Want als er ergensanders een goddelijke realiteit zou zijn, dan zou deze zich immers toch door ietsbijzonders uiten! Maar men kan doen wat men wil, en zoeken en vorsen met degrootste vlijt en met de intensiefste opmerkzaamheid en scherpzinnigheid, en datsteeds met de beste wil van de wereld, maar het helpt allemaal niets![3] Overal waarheen men zich ook zoekend keert, staat een verkleed mens op devoorgrond, zoals er in de tempel in Jeruzalem voor de kostbare voorhang wachtersstaan, opdat toch maar geen leek achter de mysterieuze voorhang zou kunnenkomen. Maar iemand zoals ik kwam door zijn goud ook als niet-jood achter dieIsissluier en vond daarachter niets dan wat mensenhanden gemaakt hebben: eensarcofaagachtige kist uit zwart en bruin hout, met in het midden van deze kist eenijzeren schaal, waarin met een felle hoge vlam nafta brandde, en die vlam stelde deaanwezigheid van de allerhoogste god voor![4] Nu is mijn vraag, hoeveel blindheid en domheid er voor nodig is om dat tekunnen geloven! Waar is daar de god, en niet de mens die dat allemaal in elkaarheeft gezet als illusie voor zijn medemensen, die hij alle kennis op leven en doodonthoudt opdat zij voortdurend zo dom en blind mogelijk zullen blijven en metbebloede handen dag en nacht zullen werken, zodat de arbeidsschuweplaatsvervangers van god zich goed kunnen vetmesten op kosten van de arme,domme saters. Wat interesseert zo'n mensgoddelijke hoogheid ook het leven vanmiljoenen? Om zich niet alle furiën op de hals te halen, moeten die ieder ogenblikbereid zijn hun leven ergens op het spel te zetten om hun onverdelgbare kwelgeestdie op gods plaats zit, wat eigenlijk hun grootste kwaad is, te onderhouden![5] Vriend, als ik u zo mag noemen, ga naar Indië en kijk daar eens naar debevolking en uw haren zullen te berge rijzen! Daar kan men boetelingen aantreffenwaarvan onze fantasie nog nooit heeft kunnen dromen! Hier bestaan tegenmisdadigers straffen die door de rechters opgelegd worden en door de

Page 58: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

58

gerichtsvoltrekkers in het ergste geval op z'n hoogst gedurende één dag aan deovertreders van de wet voltrokken worden. Maar daar duurt de geringste boetestrafminstens een tot twee jaar, die de zondaar zonder enige genade onherroepelijk aanzichzelf moet voltrekken, en de lichtste straf is daar al dermate gruwelijk, dat eenRomeinse kruisiging daarbij vergeleken letterlijk in het niets valt. Ik zal slechts eenpaar kleine voorbeelden geven en dan zult u daar beslist genoeg aan hebben![6] Ik zag zo'n licht bestrafte! Hij had drie ijzeren spijkers door zijn kuitengestoken, maar moest toch een zware last rondom een boom heen trekken. Als zijnlichaam moe dreigde te worden, nam hij een zweep met ijzeren punten en.sloegzichzelf daarmee geweldig. Zijn dagelijks eten als boeteling bestond uit zevenvijgen en een kruik water. Deze boeteling was reeds in het tweede jaar van zijnboetedoening en leefde nog steeds.[7] Een ander, ook een licht bestrafte, droeg over zijn hele lichaam stekels als eenstekelvarken, alleen met dit verschil: bij het stekelvarken staan de scherpe puntennaar buiten gekeerd, bij de boeteling waren ze echter naar binnen gekeerd enstaken minstens twee duim diep in zijn lichaam. Deze stekels, hetzij uit hout, beenof ook uit metaal, moet de boeteling volgens voorschrift van de vriendelijkeboeteprofeet zelf in zijn lichaam steken en wel iedere dag één meer, gedurende dehele boetetijd van twee jaar, zodat hij aan het eind van zijn wanhopige boetetijd netzoveel heilige boetestekels in zijn lichaam heeft zitten als er dagen in twee vollejaren gaan. Als de boeteling zijn boetedoening overleeft, dan begint daarna pas devrijwillige naboetedoening, terwille van de verdienste voor de alziende ogen vanLama; want het eerste verplichte deel was er alleen maar om van Lama vergevingvan een zonde te verkrijgen. Pas door de naboetedoening kan de zondaar eenverdienste voor Lama verwerven.[8] Ik vroeg de boeteverkondiger, die overigens heel vriendelijk was waarin dan denaboetedoening van deze stekelboetedoener bestond. En deze antwoordde: 'Uittwee of ook drie dingen! Ten eerste kan hij de stekels tot aan het eind van zijnleven in zijn lichaam laten zitten, wat veel ongemakken met zich mee brengt,vooral bij de nachtrust; want dergelijke boetelingen kunnen dan alleen op hetstuifzand of met aan hem vastgebonden zakken die met lucht gevuld moeten zijn,in het water hij nachtrust genieten. Ten tweede kunnen zij de stekels weer uit hunlichaam trekken, maar per dag niet meer dan één, en dus hebben zij voor hetuittrekken net zoveel tijd nodig als eerder voor het insteken. Ten derde kunnen zijook alle stekels er in een keer uit laten trekken en daarna een balsembad nemen.Dat heelt het snelst de wonden en de boeteling is daarna meteen weer eenbruikbaar mens die tot werken in staat is, maar hij moet daarvoor of een groot offeraan Lama schenken, of vier jaar lang slaaf van een priester zijn en diens akker,weiden en tuinen verzorgen, waarbij hij zichzelf echter geheel uit eigen middelenmoet verzorgen. Dat het hem daarbij met al te goed gaat, laat zich vanzelfsprekendwel indenken!' [9] Dat, vertelde zo'n vriendelijke boetepriester mij, waarop ik hemvroeg wat zo'n zondaar dan wel gedaan moest hebben om zo'n marteling alsboetedoening opgelegd te krijgen. Toen zei de boeteprediker: 'Daar is vaakhelemaal geen werkelijke misdaad voor nodig, maar dat ligt verborgen in deondoorgrondelijke wijze willekeur van de eeuwige Lama! Hij openbaart zijn

Page 59: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

59

heilige wil enkel en alleen aan zijn opperste priester op aarde. Die verkondigt dezedan aan ons, lagere priesters en wij onderrichten dan het volk, dat ons blindgehoorzamen moet. Want al zijn wij ook oneindig klein en gering voor de hoogstepriester van Lama, voor het volk zijn wij toch oneindig veel en groot en onze wil iszeer machtig! Eén woord uit onze mond is voor het gewone volk een ijzeren wet,omdat het wel weet dat het woord van Lama en van ons één is!'[10] Ik vroeg hem of Lama dan nooit een reden aangaf, waarom hij zo'n mensveroordeelde tot zo'n ontzettende, gruwelijke boetedoening. Toen zei de priesterweer met het vriendelijkste en deemoedigste gezicht van de wereld: 'Zegt Lamaooit aan een mens hoe, wanneer en waarom hij hem een vreselijke, pijnlijke ziektegeeft? Lama is zeer wijs, almachtig en rechtvaardig. Hij doet wat hij wil en vraagtnooit iemand om raad, en het oordeel van de mensen is hem een gruwel! Wie kanzich verzetten tegen de wil van Lama, die toch almachtig is? Het zou hetontzettendste van het ontzettende en het verschrikkelijkste van het verschrikkelijkezijn om hem boos te maken! Daarom is het voor de mens heilzamer zich op dezewereld, waarop alles een eind heeft, alle martelingen aan te doen, dan in een anderewereld eeuwig in het verschrikkelijke vuur van de toorn van Lama te branden.'[11] Daarop vroeg ik de vriendelijke man, die uiterlijk met de grootste en vroomstegemoedsrust jarenlang kon aanzien hoe volgens de aan hem bekendgemaakte wilvan Lama honderd boetelingen hun lichaam ondraaglijk pijnigden en kastijdden,waarom zich dan onder de boetelingen geen jonge vrouwen nog minder een meisjeen ook helemaal geen priester bevond. Men zag alleen maar wat meer bejaardemensen, merendeels Moren, en heel oude, gewoonlijk erg lelijke vrouwen! Daaropzei de vrome priester alleen maar: 'Beste, weetgierige vreemdeling, iedereverklaring ligt in het 'Lama wil het' besloten. Als men dat weet, is ieder verdervragen overbodig!"

Hoofdstuk 28: Roclus over de Indische priesterkaste[1] (Roclus:) Dat antwoord ergerde mij als Romeins burger, en ik zei tegen hem:'Vriend, zou je me ook dan zo antwoorden als ik aan het hoofd van tienmaalhonderdduizend soldaten deze vraag met een streng gezicht op leven en dood aanje gesteld zou hebben en je had opgedragen al deze arme stumpers van boetelingenogenblikkelijk van hun boetedoening te ontslaan?' Dit verbaasde de vrome manenigszins, hij keek mij met een grote vragende blik aan en scheen diep na tedenken over wat hij mij op deze vraag moest antwoorden.[2] Maar ik zei met een heel ernstig gezicht tegen hem: 'la, ja, bekijk mij maar,zodat je mij later aan het hoofd van een machtig leger des te eerder engemakkelijker zult herkennen wanneer ik de kwade, versterkte burcht van julliegruwelijke god en zijn opperpriester zal aanvallen en verwoesten! , Toen vermandemijn eerst zo vriendelijke zieleherder zich, trok een grimmig gezicht en zei tegenmij: 'lij waanzinnige sterveling, eerder verwoest je de maan dan de vesting vanLama! Maar waar is je leger?'[3] Ik zei: 'Dat zal ik je niet aan je neus hangen! Eén gebaar van mij is echtervoldoende en dan zul jij , slecht mens, nog vroeg genoeg ondervinden, waar mijn

Page 60: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

60

leger zich opgesteld heeft! Ik zegje: Als je mij nu over de Lama en over zijnopperpriester en over jullie connecties met hem en over de reden van dezeschandelijke mensenmishandeling niet alles volledig naar waarheid vertelt, laat ikje grijpen en twintig jaar lang op alle manieren die mijn fantasie mij zal ingeven,martelen, opdat ook jij eens kunt proeven hoe het deze arme boetelingen te moedemoet zijn bij zulke ongehoorde kwellingen en martelingen!,[4] Nu zag de vrome man dat er met mij niet te schertsen viel en hij begon, hoewelzichtbaar met tegenzin, met de waarheid voor de dag te komen, maar wel metvooraf de opmerking en vraag, dat hij dan met mij mee wilde gaan, omdat hijanders zijn leven niet meer zeker zou zijn, hetgeen ik hem dan ook beloofde,waarop hij meteen als volgt het geheim prijs gaf. [5] 'Er is bij ons wel eenhandschrift, dat nog afkomstig moet zijn van de aartsvaders van deze aarde. Demakers daarvan moeten volgens zeggen van de hoogste god, wiens ware naamalleen de opperpriester kent, een zekere Kienan, Jared en Henoch zijn. Ook vanNohai en Minihal zijn uitgebreide mededelingen in het grote wereldboek derboeken voorhanden; maar wij kennen de inhoud daarvan niet en kunnen er ooknooit een blik in werpen omdat daarop de pijnlijkste doodstraf is gesteld.[6] Van ons onderpriesters heeft niemand ooit de Lama gezien! Je kunt al van zeerveel genade en geluk spreken als je in je leven ook maar eenmaal de opperpriestervan de Lama te zien krijgt. Van de Lama zelf is al helemaal geen sprake! Deopperpriester draagt kennis van de levensomstandigheden van al zijn onderdanenen van alle hem onderhorige vorsten, die hij net zo beveelt als een heer zijndienaren. Zij moeten hem in alles wat hij wil gehoorzamen, anders kost het hemslechts één woord aan zijn volkeren, die blindelings en rotsvast in hem geloven enhun hele wel en wee enkel en alleen maar van hem verwachten, en deze staan open brengen alle vorsten met het grootste plezier van de wereld om, omdat dat hunhet hoogste welgevallen van de Lama oplevert. Daarvan zijn de vorsten zeer goedop de hoogte en daarom bewijzen zij in hun eigen belang de opperpriester alledenkbare eer en offeren hem jaarlijks grote sommen goud en zilver, en verrijkenhem nog bovendien met de mooiste kudden.[7] Dicteert hij voor de een of ander een lichamelijke boetedoening, waarvan ookgeen vorst gevrijwaard is, dan kunnen de vorsten deze met goud of kostbareedelstenen en parels afkopen, of zij kunnen door middel van een verzoektoestemming vragen of iemand anders, die zeer vroom is en nog nooitboetedoening kreeg opgelegd, voor een vorst als vervanger diens boetedoening kanovernemen, als hij dat wil; want dat wordt geheel aan de vrije wil van de vromeovergelaten, evenals ook het vaststellen van de vergoeding voor het plaatsvervangen, die bij zulke gelegenheden nooit zo heel erg bescheiden uitvalt. Wantdergelijke vrome plaatsvervangers halen reeds van te voren bij deboeteverkondigers betrouwbaar advies en kunnen de aan een vorst opgelegde zeerpijnlijke lichaamsstraf in een willekeurige lichtere omvormen, die door deopperpriester van de Lama aanvaard wordt als geldend voor de vorst als hij deboetevervanger een voldoende grote som daarvoor heeft betaald, waarvan dedesbetreffende plaatsvervanger tweederde aan ons priesters moet afdragen.

Page 61: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

61

[8] Bij het opleggen van een boete moet altijd de geheimgehouden normaangehouden worden dat hoogst zelden aan arme mensen een boete wordtopgelegd; en als die welopgelegd wordt, dan behoort deze altijd tot de allerlichtstesoort. Grote en zware boeten worden gewoonlijk alleen aan rijken en welgesteldenopgelegd, die zich hetzij ten dele of ook wel geheel vrij kunnen kopen van deboeteoefening, als zij dat willen. Maar behalve een vorst koopt zelden iemand zichhelemaal vrij, omdat zo'n volle afkoop hem zijn hele vermogen zou kosten. Degierige verricht de boetedoening dan wel zelf en martelt zich liever op de ergstemanier, dan zijn goud of zilver af te geven. Heeft degene die een boetevoorgeschreven kreeg eventueel een erg mooie dochter of ook wel een heel knappegoedgebouwde zoon, dan kan hij deze in plaats van het goud en het zilver als offeraan de opperpriester brengen, natuurlijk met een kleine bruidsschat en met sieradenen rijke kleding; want dat alles kan de opperpriester met zijn ontelbare dienarenook goed gebruiken en voor allerlei diensten inzetten. Want hij bezit voor zichzelf,merendeels in de bergen en op de hoogten, verschrikkelijk grote landerijen die zouitgebreid zijn, dat een mens jarenlang rond zou moeten trekken voordat hij allelanderijen gezien heeft die de hogepriester als een geschenk van Lamatoebehoren."

Hoofdstuk 29: Roclus vertelt over de residentie van de opperpriester van[1] (Roclus:) De stad waarin hij resideert heeft geen naam, is zeer groot en voor deeeuwigheid gebouwd. Zij staat, omgeven door enkel onbeklimbare, zeer hogebergen, zelf op een hoge berg die een rotswand heeft waarover wel niemand zoukunnen klimmen, gesteld dat hij in de buurt van de reusachtige berg zou kunnenkomen; dat is echter totaal onmogelijk omdat de hele grote berg waarop denaamloze stad gebouwd is, in de zeer uitgestrekte hoogvlakte door een drievoudigeringmuur is omgeven waarin nergens een poort is; je kunt slechts door van bovenafneergelaten touwladders over de muren komen.[2] Ben je echter op deze wijze heelhuids over de drie reusachtige muren gekomen,dan sta je vervolgens voor de kale rotswanden van de berg. Vol ijver loop je danruim een halve dag om de berg heen om tevergeefs naar een mogelijke wegomhoog te zoeken, die je echter met geen mogelijkheid vindt, omdat er aan debuitenkant geen is. Alleen de wachters van de derde ringmuur kennen de poort ineen rots, die je echter ook alleen maar weer door middel van een neergelatentouwladder bereikt. Als je eenmaal op de vooruitspringende rots boven bentaangeland die ongeveer twaalf manslengten van de bodem verwijderd is, dan hebje nog niets bereikt als de wachters van dit vooruitspringende gedeelte dat bovenopeen oppervlak van ruim twee morgens heeft, de poort niet voor je opendoen en jemet een fakkel door een lange onderaardse gang naar de top van de berg brengen.[3] Als iemand na ruim een uur trappenlopen door onderaardse gangen eenmaalboven op de berg is aangeland, dan kan zijn oog niet genoeg krijgen van de grotenatuurpracht die hij daar ontwaart. De ruimte daar boven is meerdere honderdenmorgens groot en men ziet er zeer weelderig aangelegde tuinen. In het midden vande hoogvlakte bevindt zich ook een meer, dat ongeveer twee morgens groot is en

Page 62: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

62

dat weliswaar niet erg diep is, maar zeer zuiver, aangenaam smakend water bevaten alle inwoners van de grote, heilige bergstad ruimschoots voorziet van hunonmisbare element.[4] Dan loop je urenlang rond op de hoge bergvlakte zonder een spoor van een stadop te merken. Wil je die bereiken, dan moetje eerst door een tamelijk uitgestrektbos, waarna je weer bij een hoge, lange ringmuur komt, die je echter via poorten enophaalbruggen kunt passeren. Kom je na zoveel moeite en inspanning in de grotestad, dan is daar een pracht te zien waarvan geen sterveling zich een voorstellingkan maken. Alles kun je zien, behalve het paleis van de opperpriester. [5] Datbevindt zich in het midden van de grote stad op een nog hogere rots, die eenomvang heeft van ruim drieduizend pas en nog zo'n dertig manshoogten boven deandere gebouwen van de grote stad uitsteekt. Je komt in dit zeer heilige paleis ookalleen maar langs onderaardse trappen. Hoe het er echter daar uitziet, kan ik je nietzeggen, omdat ik er ten eerste zelf nooit in ben geweest en ook niemand het mijooit beschreven heeft; want behalve de opperdienaren van de opperpriester mag opstraffe des doods niemand het ooit wagen de ingangspoort ook maar te naderen.[6] Wel is het zo dat de opperpriester meermalen verkleed in de stad afdaalt, ook inde tuin wandelt en zich onderhoudt met de andere priesters, die de enige bewonersvan deze stad zijn; maar niemand mag hem daar herkennen of hem zelfs alsopperpriester begroeten. Wie van de priesters dat zou doen, zou zich blootstellenaan zeer bedenkelijke onaangenaamheden. Slechts vier maal per jaar is er een dagaangewezen waarop hij zich in volornaat aan de bewoners van de stad vertoont.Dat zijn dan ook de hoogtijdagen. Drie nachten ervoor en drie nachten ernabranden op de hele berg talloze lichten, zodat alle omliggende bergen daardoor totin de verre omtrek lijken te gloeien, hetgeen steeds een prachtig schouwspel is.[7] Deze hoogvlakte, in het midden waarvan zich de nu beschreven berg D.iet deheilige stad bevindt, is ook niet zo gemakkelijk te bereiken als men zich datmisschien voorstelt; want vooraf moet men in lange dagreizen vele bergen, dalen,kloven en ravijnen overwinnen. Aan het eind volgt nog een bergengte, zoals ergeen tweede ergens ter wereld meer te vinden kan zijn! Om tenslotte op dehoogvlakte te komen moet men ladders beklimmen, want zonder deze is hetonmogelijk om op de hoogvlakte te komen. Je kunt er ondanks alle inspanningenonmogelijk verder komen, want deze natuur vestingen zijn door geen aardsekrijgsmacht in te nemen, noch door belegering, noch door wat voor anderegewelddadige middelen dan ook. Men kan weliswaar de volken gedurende enigetijd van hun Lama-opperpriester afsnijden, - maar hen van hem afvallig makennooit! Want daarvoor zorgen wel zijn machtige vorsten, waarvan elk in staat is uwkrijgsmacht te verdubbelen. Ik raad het u daarom niet aan u aan het grote Indië tevergrijpen; want het zou u daarbij heel slecht vergaan!' -Daarop zweeg hij weer enik had tijd er het mijne van te denken. Dat ook de god der Indiërs weer een mens isen zich uitstekend heeft weten te beveiligen, dat ben ik te weten gekomen en ikwist nu juist datgene wat ik had willen weten.

Page 63: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

63

Hoofdstuk 30: Roclus bekritiseert de Indische en joodse religie[1] (Roclus:) 'Ja, eerder gaf ik als mijn mening te kennen, dat de menselijke ideeover één god in wie van eeuwigheid steeds de grootste intelligentie, het heldersteverstand, de hoogste wijsheid en de beste en almachtigste wil aanwezig is, wel totde mooiste en menswaardigste gerekend zou kunnen worden. Maar een goddelijkewezen dat zo buitengewoon volmaakt is, zou als begrip ook zeer zuiver moetenzijn, onafhankelijk van het feit of hij helemaal geestelijk transcendent gezien al ofniet een realiteit zou zijn! Maar onder wat voor domme en materialistischebegrippen wordt zo'n goddelijk wezen aanbeden, en met wat voor soort listen envaak gruwelijk geweld wordt dat de andere nog nuchtere, natuurlijke mensen teraanbidding en diepste verering opgedrongen![2] Als men zich als ervaren denker daartegen verzet, heet het: Een god moet erzijn, 't geeft niet wat voor gezicht hij heeft; een goddelijk waardig of ontzettendgrotesk dom, dat is over het algemeen hetzelfde voor de totaal blinde mens! Maaris dat ook voor een ontwikkeld zuiver verstand hetzelfde? Ik geloof het niet, wanteen zuiver verstand baseert zich op een mathematisch juiste, logische orde en kanzich ondanks alle dwang nooit voorstellen, dat een meester wiens bijzonderkunstige, ordelijke werken getuigen van grote kennis en gedegen ervaring die hijmoet hebben bezeten om zulke schitterende en buitengewoon ordelijke, vernuftigewerken tot stand te brengen, nog veel dommer en stompzinniger geweest zou zijndan de allerdomste vis in het water![3] Maar, zegt men, waarom zou ik dan denken dat een godheid die doormiljoen.en mensen zeer diep vereerd wordt, zo ontzettend dom zou zijn? Nee,luister, geëerde vriend, daar is waarlijk niet zoveel voor nodig! Ik zeg nu heelopenlijk wat uit mijn hart opwelt. Als wij de geboden van de ons bekendegodheden eens bezien en kijken naar wat wij aan afbeeldingen van hen hebben,dan is dat al voldoende! Meer hoeft men daarover in 't geheel niet te zeggen "[4] Dan zegt Cyrenius: 'Nu, tegen de Mozaïsche wet van de joden zul je hopelijktoch niets in te brengen hebben?"[5] Roclus zegt: 'Dat is stellig nog de beste van alle geboden die ik als van godenafkomstig heb aangetroffen. Voor de goddelijke eenheid is veel te zeggen en devoorschriften, ook al zijn zij niet uitputtend, zijn zo menslievend mogelijk enhebben een grote overeenkomst met die van het oude Egypte; alleen heeft Mozeseen heel wijs voorschrift van de oude Egyptenaren niet vertolkt! Het is mooi enlofwaardig dat de godheid hem een voorschrift geeft voor de kinderen, hoe dezezich tegenover hun ouders hebben te gedragen; maar Isis van de Egyptenaren heeftook een echt wijs voorschrift aan de ouders gegeven, hoe zij zich tegenover hunkinderen moeten gedragen, omdat ook kinderen mensen zijn en van hunverwekkers bepaalde dingen die hun toekomen, met recht moeten kunnenverlangen; want zij hebben zich niet zelf verwekt op deze wereld en men heeft henvooraf niet gevraagd of zij het er wel mee eens waren om vaak onder zeer bittereomstandigheden op de wereld geplaatst te worden. Kortom, de kleine, zwakke,nieuw geboren mensen vinden bij Mozes wel een voorschrift voor hun gedragtegenover hun ouders, maar deze hebben er geen tegenover de kinderen, en dusstaan deze rechteloos tegenover hun ouders, zoals slaven tegenover hun heren.

Page 64: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

64

Door Mozes zijn ook in dit opzicht wel latere bepalingen toegevoegd; maar in deaanvankelijke wet die op de berg door God gegeven is, staat daarover niets'

Hoofdstuk 31: Roclus prijst de goddeloosheid en het niet-bestaan[1] (Roclus:) 'Ik ben veel met joden omgegaan en al hun wetten ken ik wellichtbeter dan velen van hen, want er was mij veel aan gelegen deze precies te lerenkennen. Een oud spreekwoord zegt weliswaar: 'Wie zoekt, die vindt!', -maar tot opheden is deze spreuk bij mij nog niet bewaarheid geworden; want ik vond steedsalleen dat wat ik niet gezocht heb. Ik heb de echte, ware godheid gezocht en datdeed ik heel ijverig en met veel geldelijke offers, moeite en alle mogelijkeinspanning, en dat ook steeds nuchter van geest en verstand, -ik vond echter niets,helemaal niets anders dan menselijk bedrog in vele vormen en gedaanten, waaringeen enkele godheid, ook niet ter grootte van een zonnestofje te vinden was.Overal vond ik in het gunstigste geval het geloof in de patriarchale autoriteit, maarsteeds ingekapseld in een compleet oerwoud van mystiek, of in ergere gevallen hetlichtzinnig bijgeloof, of in het allerergste geval een waanzinnig geloof onder dedwang van politieke onderdrukking, onder welks vleugels tenslotte zelfs een vannature zeer begaafde geest zich in de modder van de ergste domheden niet meerstaande kan houden. In eigen ogen zal hij zich voelen als een huichelaar en eenmonster; want ten opzichte van de hoge waarde van de menselijke geest bestaat ervoor mij niets monsterlijkers en ellendigers dan op gezag van een door eenmachtige tiran bekrachtigde wet aan te moeten nemen dat overdag alleen de maanschijnt en zorgt dat het dag wordt, en 's nachts alleen de zon; en wie dat nietgelooft, worden als aanvangsstraf voor het ongeloof de ogen uitgestoken, neus enoren afgesneden en de tong uit de mond gerukt.[2] Gelooft zo'n verminkt mens dan nog niet wat men hem wil laten geloven, danwordt de ongelovige geheel naakt met handen en voeten op het ruwste kruishout -zeg maar -vastgespijkerd, vervolgens wordt zijn buik kriskras opengereten en danworden er uitgehongerde honden op losgelaten, die de ongelovige volledig bijbewustzijn de darmen en ingewanden uit het lichaam scheuren en deze opvreten!Wie dat soms niet zou kunnen geloven, moet maar eens naar Indië reizen, dan zalhij niet alleen dat, maar nog duizendmaal ergere dingen aantreffen, die de mensenzichzelf moeten aandoen. En als iemand zou weigeren zichzelf als boeteling deafgrijselijkste martelingen aan te doen, wee, wee, wee hem, -die is onder duizendeden ten dode gedoemd, natuurlijk op de meest gruwelijke en vertwijfelde wijze!En, vriend, moet daarachter dan de een of andere zeer wijze, zeer goede,rechtvaardige en almachtige godheid schuil gaan? Al zou ik een tiendubbele dwaasworden, dan zou ik toch onmogelijk zoiets kunnen aannemen![3] Houd wat mij betreft dus maar op met alle godendom! De mensen hebbeneeuwig geen god nodig, maar wel de ware filantropische filosofie en een oprationele principes gebaseerde menselijkheid, en daardoor worden zijzelf geheelvolmaakte goden. Met het zuivere verstand en met hun ontwikkelde,onderzoekende geest zullen de scherpziende, fijngevoelige mensen moeder natuurweldra heel veel belangrijke geheimen ontfutselen en wonderbare daden tot stand

Page 65: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

65

brengen waarvan geen van ons nog ooit ook maar gedroomd heeft, en de mensenzullen zonder de oude, domme goden met elkaar een volmaakt gelukkigelevenswandel hebben. De fysieke dood, waarachter zij weliswaar geen Elysium,nog minder de een of andere allerwaanzinnigste Tartarus in hun pure fantasiezullen zien en verwachten, zal hun beslist een veel geringere angst aanjagen danwanneer hen na het afleggen van het lichaam pas de ware, allerafschuwelijkstegebeurtenis eeuwigdurend te wachten staat. [4] Eeuwigheden bestond ik niet; voelik soms enige droefheid omdat ik er niet was? Dus zal ik, als ik weer volledig nietbesta, om dit dwaze bestaan beslist nog minder iets van hinderlijke droefheidvoelen. Ik houd het volledig niet-bestaan voor de meest gelukkige toestand van eenmens die eens was; het zich aanwezig voelen is zelfs in de gelukkigste toestandenop zichzelf al slechter, omdat met het gelukkige bestaan ook de vrees bestaat, ofgemakkelijk in een ongelukkig bestaan te kunnen geraken, of eens door de doodwis en zeker de gelukkige toestand te moeten verliezen.[5] Het volmaakte niet-bestaan ondervindt noch de genietingen van het geluk, nochhet van tevoren betreuren van het verlies ervan, dat zeker komt. Een waar filosoofvan mijn soort zal daarom door geen natuurlijke dood afgeschrikt worden, maarwel door een marteldood! Want de lieve natuur heeft de mens toch niet uit een inhaar aardhumus geproduceerde stof voortgebracht, om zich door zijn medemensente laten martelen?! Kortom, ik vind de werken van de natuur erg wijs, hoewel Ik nujuist ook niet iedere werking van de ruwe natuurkracht voor volstrekt wijs endoelmatig houd; maar ik zal daarover nooit klagen:'

Hoofdstuk 32: De natuurfilosofie van Roclus[1] (Roclus:) "De ruwe en tevens toch geweldige krachten van de natuur kunnenalleen maar erg grof te werk gaan en die wijze van werken is Iets noodzakelijks,want hun woeden roept de microkrachten in het leven, en die vormen zich dan pastot iets, als zij door de geweldige uitwerking van de grote oerkrachten in zekere zintot leven worden geroepen. Door wederzijds aantrekken en afstoten krijgen dekleine krachten pas vorm en beginnen de aangenomen vormen te ontwikkelen,treden dus in een voelbaar bestaan, dat zij zolang behouden als zij in hunafgescheiden staat een andere, krachtiger op hen inwerkende kracht kunnenweerstaan. Als deze de kleine kracht overweldigd heeft, is het met deafzonderlijke, kleine kracht volledig gedaan. Haar vorm lost zich samen met haarop en alles wordt door de grote kracht weer verslonden, zoals dat ook treffendgetoond wordt met het beslist door een wijze uit de oertijd bedachte beeld vanChronos die als stamvader van de goden zijn kinderen weer verslindt. Ditgenoemde beeld van de mythische oergod Chronos stelt de tijd voor en de daarinwerkende krachten. De tijd schept alles, onophoudelijk schept zij lachende akkersen tevens dorre stoppelvelden. Ontstaan en vergaan, leven en dood, zijn en niet-zijn gaan steeds gelijktijdig samen. Geen stilstand, geen oponthoud; de ene golfroept de volgende op, - maar daar tussendoor loopt ook tevens de vore, het graf!Wat het stempel van het leven draagt, draagt op de keerzijde ook het stempel vande dood. [2] Dat alles is echter voor iemand die de dingen zorgvuldig beschouwt,

Page 66: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

66

zoals zij komen en gaan, een noodzakelijk gevolg van de voortdurendewisselwerking van de verschillende afzonderlijke en speciale krachten in de grotenatuur. Die wekken elkaar steeds wederzijds op en vernietigen elkaar ook weer netzo strijdend als zij strijdend zijn ontstaan. Ik zie overal een voortdurend spel vangolven, en de vaak fantastische vormen van de hoog in de lucht zwevende wolkenleveren ons er een heel duidelijk bewijs voor in welke zeer verschillende vormende tegengesteld werkende krachten elkaar dwingen. Nu eens komt een leeuw, daneen draak, dan een vogel, een vis, een hond, ja heel vaak zelfs een mensenhoofd, afen toe zelfs een karikatuur van een mens tevoorschijn! Maar hoe lang blijven dievormen, die vaak heel mooi zijn? Zo lang, tot er een sterkere, daarop inwerkendekracht ze eerst de mooie vorm afneemt en tenslotte helemaal wegvaagt![3] Is het dan met onze vorm en ons bestaan zo heel veel anders? Beslist niet!Hoezeer veranderen zich beide bij de mens vanaf zijn geboorte tot in zijn grijzeouderdom, als hij die bereikt! En waar is de trotse mens die duizend jaar geledenzich voornam de gehele aarde te veroveren? Daar, waar de sneeuwvlok verblijft diemet haar miljoenen broers en zusters bezig was de hele aarde in ijs te veranderen!Waar is de orkaan die gisteren nog de sterkste ceders op zijn weg vond, waarvanhij het bestaan volledig dreigde te beëindigen? Een sterkere tegenkracht heeft hem,zoals Chronos zijn kinderen, verslonden! Slechts in onze herinnering, die ook maartijdelijk is, leeft hij nog heel vaag voort; in werkelijkheid heeft hij echter voor dehele eeuwigheid opgehouden te woeden![4] Toen ik door Perzië reisde, was ik getuige van een zeer merkwaardignatuurverschijnsel. Het was een gloeiend hete dag, zodat wij met onze karavaanonder grote, schaduwrijke bomen bescherming moesten zoeken tegen de gloeiendezonnestralen. Ongeveer een paar uur voor zonsondergang bemerkten wij een dicht,pikzwart wolkendek, dat vanuit het oosten opsteeg en in onze richting dreef Onzeleiders voorspelden een geweldige storm en raadden ons aan het bos niet eerder teverlaten dan dat de storm voorbijgeraasd zou zijn. Dat deden wij en binnen eenhalf uur was de storm met bliksem en donder boven ons. Het kraakte en woeddeontzettend in de bomen en menige sterke tak is toen bezweken en het arme loofvan de bomen heeft geweldig geleden. Het begon te regenen, maar niet erg hard,toch werd het donkerder en donkerder. Toen de regen echter een tijdje aanhield,begonnen er tussen de steeds rijkelijker vallende regendruppels uit de wolken ookcomplete padden bij miljoenen met de regen op de aarde te vallen. Die in het watervielen zwommen vrolijk rond, terwijl er van de padden die op de harde grondterecht kwamen slechts enkele enige ogenblikken in leven bleven. Merkwaardigwas het, dat niet lang na deze vreemde storm die ruim een kwartier duurde, toen debijna ondergaande zon haar hete stralen weer op de aardbodem liet vallen, ookonze padden verdwenen en er niets dan een slijmerige schimmel van hen overbleefen dat ook alleen maar zo hier en daar.[5] Dan vraag ik, waar deze talloos vele padden vandaan gekomen zijn en wie zezo gemaakt heeft? Wie anders dan de natuurkrachten, die toevallig zo tegen elkaarzijn opgebotst dat uit hun tegengestelde krachten juist de padden moesten ontstaan!Die in het water terecht kwamen, vonden waarschijnlijk in hun voornaamsteelement geschikt voedsel, en vele daarvan zullen wel behouden zijn; maar die op

Page 67: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

67

de gloeiend hete aarde vielen, troffen een hun wezenlijk vijandig element aan enkrachten die zich zeer tegen hen teweer stelden, en het gevolg was het volledigeoplossen van hun door hun korte bestaan nog te weinig vaste lichaam. De natuurwerkt, zoals men uit zoveel verschijnselen heel duidelijk kan aflezen, altijd blind,zonder welke economische berekening dan ook; zij schept dingen van een bepaaldesoort steeds in onnoemelijke aantallen, waarvan gewoonlijk nauwelijks hethonderdste deel degelijk en duurzaam blijft bestaan. Kijk maar eens naar een boomdie in het voorjaar bloeit! Wie zou de duizendmaal duizend bloemen willen ofkunnen tellen? Men behoeft echter maar acht dagen na de bloeitijd onder de boomrond te lopen om reeds een grote hoeveelheid afgevallen bloemen metvruchtbeginsel op de grond te vinden; vervolgens gaat echter het afvallen vanovertollige, aankomende vruchtjes steeds maar door tot dat, wat aan de boomoverblijft, volledig rijp is geworden"

Hoofdstuk 33: De god van de natuurfilosofen[1] (Roclus:) 'Als de een of andere zeer wijze god de schepper zou zijn van deboom en zijn vruchtbeginselen, zou hij beslist economischer te werk gaan, wantbinnen de sfeer van de wijsheid valt toch ook een wijze economie! Maar uit hetvaak zeer oneconomisch beginnende kiemen van de dingen blijkt toch wel meerdan duidelijk, dat de dingen die uit de ruwe natuurkrachten tijdens hunwederzijdse, zich meestal op dezelfde wijze steeds herhalende strijd tevoorschijnkomen, met enorme aantallen beginnen te groeien, waarvan er dan slechts eenaantal tot rijping komen in zover de strijdende krachten elkaar niet wederzijds totzwijgen brengen; want met dit zwijgen houdt de aandrijvende kracht van hetworden en onderhouden op en daarmee noodzakelijkerwijs het ontstane werk zelfIn zover zich echter de eenmaal begonnen strijd nog in stand houdt en voortduurt,zal ook zijn werk met hem voortbestaan, gedijen en een bepaalde rijpheid bereiken.[2] Zou een godheid die zich van zichzelf en van ieder van zijn handelingenduidelijk bewust zou zijn, in al zijn wijsheid en al zijn voortdurende vastheid vanwil ook zo kunnen handelen? Ik zeg: Nee, dat zou voor hem nog veelonmogelijkerzijn, dan dat ik mij een zeer wijs heerser zou kunnen indenken die met de grootstevlijt en inzet van hoge kosten steden en paleizen zou bouwen om ze vervolgensweer omver te gooien, en die daarmee steeds maar door zou blijven gaan! Zou erwel een mens op aarde te vinden zijn, die zo ontzettend dom is om op de gedachtete komen hem wijs te noemen?! Thans moet echter de denkende en ervaren menseen god wijs noemen, die datzelfde in een nog veel ingewikkelder mate doet, diewerken met een zeer grote innerlijke, organische volmaaktheid voor het grootstedeel alleen maar in het bestaan roept om ze meteen weer te gronde te richten en tevernietigen! Nee, laat zich dat degene maar voorstellen, die in de grote beperktheidvan zijn kennis en ervaring zich zoiets in zijn grote blindheid voor kan stellen;voor mij is dat onmogelijk![3] Bij een god, ook al is hij nog zo wijs, moet twee en twee net zo goed vier zijn,als bij een mens die rekenen kan. Als een ergens bestaand god echter zou zeggen:'Hoor eens, beste man, bij mij is twee en twee vijf, of ook wel zeven!' dan zou ik

Page 68: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

68

zelf tegen zo'n god zeggen: 'Of u bent een dwaas, of u belieft mij daarvoor tehouden; want met zo'n rekenkunde kunt u moeilijk een hele wereld scheppen enonderhouden! Eerder wordt een blinde een van de beroemdste kunstschilders, dandat u voor mij met die wijsheid van u de slechtste paddestoel uit de grond laatgroeien!' Wij Grieken hadden een schilder, Apelles genaamd, die mensen en dierendermate natuurgetrouw schilderde, dat men zou kunnen zeggen, dat de natuurovertroffen werd. Wel, deze beroemde schilder zette beslist geen streek voor niets,maar had iedere streek heel goed berekend; maar hoeveel streken zet daarentegenzo'n zich als zeer wijs voordoende god voor niets bij wie om heel speciale, wijzeredenen twee en twee ook zeven kan zijn of zelfs moet zijn![4] Vaak staat alles er in het voorjaar zo mooi en veelbelovend bij! De mensenverheugen zich reeds op een goede oogst, om beloond te worden voor hun werk enmoeite. Zij danken reeds van te voren het onzichtbare wezen, dat zij volgens hetgeloof dat hun als kind reeds is bijgebracht, als de almachtige god of ook alsmeerdere goden aanbidden. Maar juist een paar weken voor de oogst komt er eengeweldige storm, die een heelland dermate verwoest, dat de goede mensen nog nietzoveel van de verwachte oogst krijgen als zij achter een spijker zouden kunnenverbergen! Dat is een verschijnsel dat zich op aarde, zover wij haar kennen, iederjaar zeker in de verschillende landen regelmatig dan weer hier en dan weer daarherhaalt. [5] Dan ijlen de blinde, bijgelovige schapen van mensen naar hunbodemloos hebzuchtige priesters en vragen hun waaraan zij zich dan schuldiggemaakt mochten hebben tegenover god of de goden, dat deze hen zo hard gestrafthebben. Is het zo, dat de priesters als wetgevers en plaatsvervangers van god,beslist niets op de wettige en dus door de goden verlangde levenswijze van hetvolk aan te merken hebben, dan trekken zij een heel goedmoedig en medelijdendgezicht en troosten de arme schapen zo goed zij maar kunnen en willen, manen henmet zachte woorden tot geduld, en verklaren hun ook zo nadrukkelijk mogelijk, datgod daardoor alleen maar hun geduld, de sterkte van hun geloof en hun overgave involle tevredenheid aan zijn wil, terwille van henzelf voor het eeuwige leven na delichamelijke dood, op de proef heeft gesteld![6] De huilende joden wordt bij zulke gelegenheden altijd de erg legendarische Jobvoorgehouden, hetgeen een heel goede fabel is; en voor de heidenen staan er in hungeloofsboeken ook een aantal van zulke anekdoten die de droefenis van het armevolk weg moeten nemen. Met die woorden van troost keert het volk dan weervolmaakt getroost en in zekere zin vergenoegd naar huis terug en geeft zich geheelover aan de hoop op betere tijden en dat god hen daarom toch niet helemaal tegronde zal laten gaan!"

Hoofdstuk 34: Roclus vergelijkt menselijke met goddelijke daden[1] (Roclus:) 'Ik vraag hier alleen maar, wat de wereldse rechtbanken zouden doenmet een mens die zich met een aantal handlangers de slechte grap zou veroorloven,bijvoorbeeld 's nachts, de gezegende velden slechts over een klein gebied zoveelmogelijk te verwoesten? Ik geloof dat de Romeinen zo'n moedwillige booswichtminstens tienmaal zouden kruisigen als zij hem te pakken kregen, of zij zouden

Page 69: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

69

hem op een eventuele verklaring van een dokter voor levenslang in een gekkenhuisopsluiten. Maar een god aanbidt men daarvoor nog en houdt hem voor eindelooswijs! Ook niet slecht als men zich daarbij maar gelukkig voelt! Want de hoogstewijsheid van de goden heeft immers het onbetwistbare voorrecht in de geheleschepping de allerdwaaste streken uit te halen; zij kan naar goeddunken roven,moorden en te gronde richten, en niemand zal het in zijn hoofd halen ook maar tedenken, dat zij daar een kwalijke streek heeft uitgehaald. Wel wagen debijgelovige mensen het toch te denken, dat de eerder genoemde verwoesting vanhet gewas nu niet bepaald iets goeds inhield; want als het iets goeds geweest zouzijn, zouden de arme, goede mensen zich de gang naar de plaatsvervangers van degoden zeker bespaard hebben. [2] Wat gebeurt er dan met een mens, die het huisvan een ander in brand steekt en daardoor niet alleen diens huis, maar ook alles watzich daarin bevind, vernietigt en dus van een welvarend burger een bedelaarmaakt? Volgens de wet hoort, naar mijn weten, de brandstichter aan het kruis. Alsde heer god Zeus echter de vernietigende bliksem in iemands huis slingert endaardoor alles door het vuur laat verwoesten, dan is dat ontegenzeggelijk zeer goeden uitermate wijs! Wee degene die dat niet zo zou opvatten en daar niet muurvastin zou geloven; die zou de Pontifex Maximus dan wel de toom van god Zeus opeen dergelijke manier laten voelen, dat het afbranden van een huis daarbijvergeleken een enorme weldaad zou zijn! Ik ben echter zo vrij hier te vragen: Alsde plaatsvervangers van god de daad van het huizen afbranden die van Zeusuitgaat, als wijs en zeer goed en rechtvaardig beoordelen, waarom vinden zij daneenzelfde daad door een mens gepleegd zó verdorven slecht, dat zij het nodigoordelen hem daarvoor met de pijnlijkste dood te bestraffen?[3] Ik oordeel op dat punt evenwel als volgt en zeg: Het waarachtig goede enwaarachtig wijze moet, door wie ook bedreven, eeuwig goed en wijs blijven, enverdient daarom geen straf! Omdat echter de slimme mensen plaatsvervangers vande goden op aarde heimelijk zelf wel weten, net als wij goedmoedige Essenen, dater geen goden bestaan, maar dat er alleen een algemene oernatuurkracht is, dieslechts puur toevallig iets tot stand brengt dat na verloop van tijd op de meestverschillende gebieden pas overgaat in onvermijdelijk edeler vormen, daaromhebben vervangers van god door middel van hun fantasie de natuurkrachtallegorisch als een god gepersonifieerd en deze aan de andere mensen, die zelfnooit over iets nadachten, gewoonlijk visueel ter verering en aanbiddingvoorgesteld. [4] De op deze wijze verzonnen god moest laten merken dat hij erwas, en dat natuurlijk zo wonderdadig mogelijk! Als het volk de god eenmaal dooreen aantal wonderdaden had waargenomen, dan moest het zich ook al gauwstrenge wetten van hem laten welgevallen. Wee de overtreders daarvan! Om tevoorkomen, dat de mensheid in haar blinde, domme vrees voor de eenmaal alsvaststaand aangenomen wonderdadige god echter niet na een gemakkelijk beganezonde in volledige vertwijfeling zou raken, hebben de slimme plaatsvervangers vangod middelen uitgedacht ter verzoening met de beledigde godheid. Zij hebbendaarvoor offers en andere pijnlijke manieren van boetedoening bedacht, waardoorde zondaar weer de vriendschap van zijn beledigde god terug kan winnen. En zobestaan er nu reeds overal op de lieve aarde naast de burgerlijke wetten van het

Page 70: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

70

land ook wetten die van de een of andere god uitgaan en die zo gesteld zijn, dat eenmens, ook al is hij nog zo kuis en deugdzaam, daar dagelijks zonder meer weltienmaal tegen zondigen moet, waardoor hij zich voor de genade en hetwelgevallen van zijn god enigszins onwaardig heeft gemaakt. Hij moet zich 'savonds, nog voor zonsondergang, door voorgeschreven middelen reinigen, omdathij anders meteen in een erger kwaad kan vervallen.[5] Ik kan en wil dat beslist niet slecht noemen; want het schaadt niet als demensheid een gevoelig geweten heeft, en zekere wassingen en het zuiver houdenvan het lichaam hebben nog nooit een mens geschaad. Maar mij en mijns gelijkenmag men deze niet opleggen als voorschriften van een god die nergens bestaat! Iken mijn metgezellen weten hetgeen wij weten en niemand kan ons ten laste leggendat wij voor onze zuivere wetenschap ooit leerlingen hebben geworven. Maar hetzal ons toch in het geheim tenminste wel geoorloofd zijn, dat wij een X niet vooreen U houden?! Wij zullen nooit iemand te na komen, omdat wij allenmensenvrienden zijn; maar wij vragen ook om ons met rust te laten. Waaromgeven de priesters in Jeruzalem nu voortdurend af op ons Essenen? Laat hen zijnwat zij zijn, en wij wat wij zijn; want zij zijn voor het forum van het zuivereverstand geen haar beter dan wij, - en wij uiteraard ook niet beter dan zij. Wijvervloeken hen echter niet, maar betreuren alleen hun grove blindheid. Maar wiegeeft hun het recht ons te vervloeken, terwijl wij ons toch zelf de moeilijke opgavegesteld hebben nooit een mens te oordelen en te gronde te richten, maar alleeniedereen met raad en daad te helpen?![6] Ook al verrichten wij pseudo wonderen -want echte zijn er nooit geweest dangebeurt dat om de mensheid, die blind is en blind wil blijven, des te gemakkelijkerte helpen, omdat zij op een duidelijke, zuiver menselijke manier niet meer tehelpen is. Dat zou echter door zulke priesters, die zich schriftgeleerden noemen entoch ook moesten weten hoe het met hen staat, ook moeten worden ingezien! Zijmoesten zich met ons verenigen en met ons samenwerken, dan zou het er binnenenkele jaren met de mensheid al heel anders uitzien dan nu:'

Hoofdstuk 35: Roclus laat zien dat het hart de zetel is van de ware godheid[1] (Roclus:) 'Maar deze plaatsbekleders van God in Jeruzalem zijn ten eerste domals nachtuilen overdag, daarbij vraatzuchtig als wolven en heerszuchtig en jaloersals een rode haan, en tevens ook nog ruw, onbeschaafd en onverdraaglijk als wildezwijnen! Wie kan er nu met zulke buren vreedzaam samenleven?! Wie voelt zichniet verplicht, als de zaken er zo voor staan, zijn terechte woede tegen hen teuiten?! Tegen zulk menselijk uitschot moet men toch nu en dan optreden door dezuivere waarheid ten aanschouwe van iedereen aan het licht te brengen en henwelgemeend te laten zien met wat voor schandelijke schurken ze te maken hebben!Wij ontnemen de mensheid daardoor zeker niets anders dan hun oude blindheid![2] Dat dit niet bepaald aangenaam is voor de oude troetelkinderen van Abraham,wier hart en ziel versteend zijn, is begrijpelijk; maar wij kunnen er werkelijk nietsaan doen, en het wordt nu toch wel eens hoog tijd om deze oude Augiasstal tereinigen! Deze kerels maken ons voor goddelozen uit en noemen ons onteerders

Page 71: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

71

van het allerheiligste. Waar is dan hun god, die wij onteren, en waar is hunallerheiligste?! Is dat soms hun tempel, de voorhang daarin, of de half ijzeren enhalfhouten ark des verbonds met de naftavlam, of voorheen met een rookzuil, dieevenwel iets moeilijker te produceren was dan de naftavlam?! Of moeten soms diereusachtige zogenaamde cherubijnen het allerheiligste voorstellen, of het oudemanna in de ark, de staf van Aäron, of de oude ossehoorn bazuinen waarvan hetgeschal de muren van Jericho deed instorten, of de gouden harp van David en zijnkroon, of de hele zogeheten heilige schrift, die de Farizeeën niet meer mogen lezenmaar alleen maar mogen aanbidden?! Kortom, ik zou de god der joden en zijnallerheiligste toch wel eens ergens anders willen zien of in iets anders willenwaarnemen dan in die antieke rommel waarin niets anders te zien en waar tenemen is dan een door mensenhand vervaardigde oude, kunstige, typischEgyptische logheid, die van iets puur goddelijks nog veel verder afstaat dan hetblauw van de aardse hemel! En als men zoiets, wat alleen maar een oude,schandelijke leugen is, onteert wat voor ergs doet men dan?![3] Of moet men een dergelijk oud en verroest, menselijk bedrog zelfs nog prijzen,om de joodse godheid, die evenals de Romeinse Zeus helemaal niet bestaat, eenaangename dienst te bewijzen? Neen, zoiets zal een eerlijke Esseen nooit doen!Wij kennen een ander allerheiligste, en dat is een eerlijk en braaf mensenhart!Daarin zetelt de ware godheid! Deze moet ieder waarachtig en eerlijk mens inzichzelf, evenals ook in zijn medemens, erkennen! Doet hij dat, dan heeft hij ookachting voor de menselijke waardigheid in de medemens. Doet hij dat echter niet,dan geeft hij een erbarmelijk slecht getuigenis van zichzelf en verlaagt hij zich totbeneden het redeloze dier. ja, er kan een God zijn; maar die vindt de mens alleen inde ware levensdiepte van zijn eigen hart, en de naam van deze ware God is'Liefde'! Dat is de enige, ware Godheid; daarbuiten bestaat er eeuwig geen! Wiedeze echt gevonden heeft, heeft het principe van het leven gevonden en zal danhierdoor nog meer vinden, misschien zelfs een eeuwig onverwoestbaar leven![4] Men moet in zichzelf liefde door liefde vergaren en de liefde daardoor steedsmachtiger maken! Door deze geconcentreerde levenskracht zal men waarschijnlijkheel gemakkelijk met succes het hoofd kunnen bieden aan die vijandelijke anderekrachten, en daardoor als overwinnaar het voortbestaan van zijn leven voor eeuwigveilig kunnen stellen temidden van duizend vijandige krachten, die, al is het nietlichamelijk, dan toch in zekere zin geestelijk blindelings op hem inwerken. Wantiedere kracht op zichzelf is toch oorspronkelijk geestelijk en moet dat ook zijn,omdat wat wij eenmaal te zien krijgen niet meer de werkende kracht zelf is, maaralleen het resultaat daarvan. Wanneer we de werken van de algemene natuurkrachtopmerkzaam gadeslaan, wordt ons al gauw duidelijk dat bepaalde krachten, alsdelen van de algemene oerkracht, zich onder bepaalde vanzelf opgetredenvoorwaarden geconsolideerd moeten hebben omdat ze anders, gezien het feit dat zesteeds op gelijke wijze blijven voorkomen, niet in staat zouden zijn om steedsdezelfde gevolgen te veroorzaken. Dezelfde gevolgen veronderstellen ook steedsdezelfde oorzaken. Een kracht die steeds door dezelfde onveranderlijke gevolgenduidelijk manifesteert dat hij niet verandert, moet in zichzelf een volledigbewustzijn en een voor haar activiteit geheel toereikende en heldere intelligentie

Page 72: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

72

hebben, waarmee ze zich zo goed mogelijk van de nodige wapens voorzietwaardoor ze altijd als winnaar uit een gevecht met andere, nog ruwere krachten,tevoorschijn kan treden en dat ook zal doen; want zou ze op een of andere manieroverwonnen of te niet gedaan worden, dan zou datgene wat haar activiteit hadvoortgebracht, ook zeker nooit en te nimmer tevoorschijn komen. Laten we maareens aannemen dat de onzichtbare kracht door wier activiteit bijvoorbeeld de vijgontstaat, door andere krachten opgeheven zou kunnen worden, dan zou er ooknooit meer ergens een vijg tevoorschijn komen![5] En wanneer wij door een dergelijke waarneming reeds genoodzaakt zijn omvast te stellen dat talloze krachten, met hun verschillende activiteiten die zichsteeds herhalen, onvernietigbaar geconsolideerd zijn, en wanneer we ook zien datzelfs wij mensen onze vorm en oorspronkelijke hoedanigheid steeds weerherscheppen, kunnen we ook wel als vaststaand aannemen dat de kracht waaruitwij zijn voortgekomen, zichzelf als blijvend levensprincipe voor eeuwig heeftvastgelegd. En als deze kracht behouden is gebleven, kan ook ieder mensenlevenzichzelf vastleggen als het zijn levensprincipe waarachtig gevonden en met dejuiste middelen ontwikkeld heeft, en daarna geestelijk voor eeuwig en altijdvoortbestaan. Want ik denk dat het voor een eenmaal van zichzelf bewuste endenkende levenskracht, als ze zichzelf eenmaal goed gevonden heeft, en zezichzelf en ook haar omgeving geheel doorziet, nooit meer te moeilijk zal zijn ommiddelen te vinden waarmee ze voor eeuwig het hoofd kan bieden aan eenbuitengewoon machtige, maar slechts ruwen blind werkende kracht wat de mensenop deze wereld dan ook laten zien. Laat maar eens alle orkanen en een heel miljoenbliksems los op de piramiden van Egypte! Zullen ze mensen, die zich helemaal inde binnenste catacomben bevinden schade toe kunnen brengen? Kortom, reeds opdeze wereld laten de mensen zien, dat ze zich heel goed weten te beschermen tegende ruwen boosaardig werkende krachten. Wie leerde hun dat? De ervaring, hunscherpe verstand en de noodzaak![6] En wanneer een over het algemeen nog zeer weinig ontwikkeld mens dat kan,hoeveel temeer zal hij daartoe als een geconsolideerd geestelijk leven in staat zijn!Wij hebben dus ook wetenschappelijk gezien een gefundeerd vooruitzicht op hetvoortleven van de geest van de mens na het afvallen van het lichaam, en hebbendaarvoor geen Zeus en evenmin een Lama van de Indiërs noch een jehova van dejoden nodig; de zuivere rede geeft ons dit in het zuiverste en helderste licht.[7] En zo, mijn edele vriend, heb ik u de argumenten die ik tot nu toe had voormijn atheïsme helder en duidelijk aangegeven, en ook dat mijn argumenten zekerniet uit mijn duim zijn gezogen, maar op de solide grond van vele ervaringenstaan! Ik wil me hiermee echter helemaal niet voor altijd van het theïsme afkeren!Geef me andere argumenten, en ik ben een theïst! Hoe zit het nu met ditwonderbaarlijk ontstane huis voor Marcus en zijn gezin? Geef me daarover tochook enkele aanwijzingen; want nu kent u me immers al helemaal!"

Page 73: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

73

Hoofdstuk 36: Roclus wordt naar Raphaël verwezen[1] Van louter verbazing over Roclus' ervaringen en diens juiste beoordeling vande verschijnselen - zowel op het gebied van de moreel politiekelevensomstandigheden van de volkeren, als wel over hun verschillende zeden enlevenswijzen en hun religieuze cultus, alsook op het meer omvangrijke gebied vanallerlei natuurverschijnselen -wist Cyrenius niet hoe hij daar nu met enigszinssteekhoudende argumenten op kon antwoorden; want alle uiteenzettingen vanRoclus waren gebaseerd op de vaste grond van ervaringen, en strikt genomen wasdaar niets tegenin te brengen. Het priesterdom kende Cyrenius maar al te goed, enhij wist wat de motieven voor zijn oude, duistere praktijken waren. Bovendien zaghij Roclus als een goed en hoogst onbaatzuchtig mens, die alleen maar Esseen wasgeworden om met ieder middel, dat niet in tegenspraak was met humaniteit enware naastenliefde voor alle mensen die blind zijn zonder daar schuld aan tehebben, de altijd en overallijdende mensheid te helpen. Kortom, Cyrenius begonsteeds meer sympathie voor Roclus op te vatten.[2] Ook alle andere aanwezige gasten waren buitengewoon verbaasd over hetscherpe verstand van deze Esseen, en betreurden het aldoor dat Roclus met Mijnog geen kennis had gemaakt. Iedereen was nu uiterst gespannen op wat Ikuiteindelijk op dit alles zou zeggen. Maar voor Mij was de tijd nog steeds niet rijpom een soort discussie met Roclus te beginnen, omdat hij toch nog het een enander in zijn hart verborg waarmee hij tijdens dit zeer openhartige gesprek nog nietvoor de dag was gekomen; maar in een verder gesprek zou Cyrenius niet meeropgewassen geweest zijn tegen Roclus. [3] Daarom riep Ik heimelijk Raphaël bijMe, en gaf ook Cyrenius een teken dat hij Raphaël nu aan Roclus voor moeststellen en hem moest zeggen dat deze jongeling nu de rest met hem zouafhandelen, omdat hij (Cyrenius) zichzelf te zwak en te arm aan ervaring vond omtegenover Roclus' absoluut zeer gedegen verstand tegenargumenten naar voren tebrengen die het atheïsme van de scherpzinnige denker teniet zouden doen; maardeze jongeling zou hem, namelijk Roclus, wel zeer gefundeerde tegenargumentenkunnen geven, waar hij volledig zeker van kon zijn.[4] Cyrenius richtte zich daarom nu nog eens tot Roclus en deelde hem dit mee.[5] Maar Roclus zei daarop dadelijk tegen Cyrenius: 'Beste, geëerde vriend,wanneer u als wijze grijsaard van koninklijke afkomst, die zolang reeds inregeringszaken zit, mij niet te woord durft te staan met uw vele ervaring en kennis,wat moet deze jonge knaap dan met mij aan, hij is duidelijk nog geen twintig jaaroud. Of vind u mijn argumenten te zwak en inhoudsloos om mij daarop eenantwoord te geven?"[6] Cyrenius zegt: 'Nee, nee, absoluut niet, het is precies zoals ik het je hebmeegedeeld! Maar probeer het eerst met de jongeling en oordeel dan pas!'[7] Roclus zegt: 'Welaan dan, laten we maar eens kijken op welke plaats hij desteen der wijzen gevonden heeft!"[8] Nu richtte Roclus zich tot de reeds naast hem staande Raphaël: 'Wel, laat danzien wat je kunt! Als je mijn ervaringen ongedaan kunt maken of mijn verstandmet blindheid kunt slaan, dan heb je aan mij een zwakke rietstengel diegemakkelijk door allerlei winden naar alle willekeurige kanten wordt gebogen; laat

Page 74: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

74

je me echter zoals ik ben, dan zal het je moeilijk lukken om mij door jouwervaringen van mening te doen veranderen! Want je kunt nauwelijks meer danRome hebben gezien en watje op de reis hierheen allemaal bent tegengekomen! Jewas vast nog nooit in Egypte het land van de oude wijsheid, en je hebt nog langniet uit ervaring geleerd hoeveel soorten van geloof aan één of meer goden engodinnen bij de verschillende volkeren bestaan, en jij wilt het met ons, twaalfreuzen wat ervaring betreft, opnemen? Nu goed dan, ik heb er niet bepaald ietstegen; we zullen wel zien hoeveel haar je op je tanden hebt! Doe dus je best enweerleg mijn puur atheïstische argumenten, en laat mij de God zien die teverenigen valt met het zuivere verstand van een mens en met diens innerlijkelevensprincipe, dat duidelijk de liefde is! Maar kom vooral niet met een andereGod; want die wordt al bij voorbaat verworpen, omdat er geen andere kan zijn enook nooit zal zijn! Is hij het daarmee eens, laat hem dan tegen ons beginnen!"

Hoofdstuk 37: Raphaël beschrijft Gods wezen[1] Raphaël zegt: 'Beste vriend, je bent voor niets veel te hard tegen mij van stapelgelopen! Laat mij eerst ook een paar woorden spreken, dan zal wel duidelijkworden of ik tegen je ben opgewassen.[2] Je hebt me al bij voorbaat letterlijk verboden om met een andere god bij je aante komen dan met een die je verstand goedkeurt! En zie, ikzelf ken werkelijk ookgeen andere dan Die, welke jij met je verstand hebt gevonden! Het verschil tussenons beiden is alleen dat jij je zo 'n God wenst, terwijl ik de allerhoogste eer hebHem waarachtig persoonlijk te kennen, en tegelijk heb ik ook nog de grote eer Zijnaltijd bereidwilligste dienaar te zijn. [3] Deze enige ware God is puur liefde, endoor deze liefde is Hij de volste wijsheid en door deze wijsheid almachtig.[4] Deze God is tegelijk de hoogste orde, waarheid, gerechtigheid en alle licht enleven Zelf, en alle wezens en dingen op deze aarde - de aarde zelf met al haargeesten en elementen, de maan, de zon en al de talloos vele andere sterren, dieniets anders dan ook enorm grote hemellichamen zijn, sommige onuitsprekelijkvele malen groter dan deze aarde, die even goed een bol is als de maan en de zondie jij nooit anders dan als bollen hebt gezien, waarvan de laatste, de zon namelijk,miljoen malen groter is dan deze aarde -, dat zijn allemaal werken van een endezelfde God, die in Zijn oereigenlijke Wezen precies zo is als jouw waarlijk zeergelouterde verstand Hem zich voorstelt![5] Hij kent alle slechte en verkeerde voorstellingen die men van Hem heeft enwekt ook aldoor mensen op die een ware voorstelling van Hem krijgen; maar dezeworden op deze wereld door de trage en blinde mensen gewoonlijk nooit juistbegrepen en die blijven bij hun vanouds gewende dwaasheden.[6] Jij meende evenwel dat zo'n reële God toch onmogelijk de gruwelen van demensen zo lang zou kunnen aanzien en dulden. Hem als de almachtige Gebieder,zou het toch immers mogelijk moeten zijn om al deze vreselijke onzin over boordte gooien. Daarin heb je in feite beslist geen ongelijk.[7] Wat dat betreft voel en denk ik precies zoals jij, en dat is voor mij nog veelmoeilijker, omdat ook Ik, als een reeds lang volkomen geconsolideerd geestelijk

Page 75: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

75

levend wezen, volkomen macht heb om door mijn wil, als het noodzakelijk zouzijn, in een enkelogenblik al die bergen die daar boven de zee oprijzen, in een voorjouw zintuigen volkomen niets te veranderen; want iets kunnen en het niet mogenis zeker bitterder dan iets willen en het niet kunnen! [8] Maar dat men ondanks demacht die men in zichzelf bezit er niet op los mag slaan, ook al zou men het nog zograag willen, komt, omdat het er op deze wereld voor ieder mens om gaat -zoals jijdit heel juist opmerkte tegen het eind van het gesprek met Cyrenius -dat hij zich alseen echt mens moet vinden en zich als een concrete levenskracht moetconsolideren, omdat hij zich anders onmogelijk als een vrij en zelfstandig wezenvoor eeuwig in stand zou kunnen houden tegen de voortdurende, vijandelijkeinwerking van de grote machtige krachten! Ook al heb je je niet precies met dezewoorden van mij uitgedrukt, je hebt er wel dezelfde zin en betekenis in gelegd.[9] Nu zul je wel inzien dat je niet door er op los te slaan kunt ingrijpen bij demens hier op deze aarde, omdat hij hier zijn innerlijke levensprincipe zelf moetconsolideren, zonder enig gewelddadig ingrijpen van buiten, puur volgens zijninzichten en geheel volgens zijn eigen vrije wil. Als de mensen ergens vanuitzichzelf zo'n levensorde hebben ontdekt waarin zowel een moreel alsook eenfysiek bestaan denkbaar is, laat men hen daarin blijven zolang ze niet in te hogemate ontaarden. Gebeurt dat echter bij een volk, dan IS de Heer van de hemel ende aarde er ook altijd om het ontaarde volk weer terug te voeren naar de juistelevensorde, zoals het ook nu bij het joodse volk het geval is."

Hoofdstuk 38: Doel van de boetedoening in Indië[1] (Raphaël:) 'Jij bent wel in Indië geweest en hebt heel wat verkeerde gebruikengezien, met name de harde boetedoeningen. Zoiets is voor een puur verstandsmenszonder meer een dwaasheid verbonden met een in ieder geval schijnbaargruwelijke willekeur van' de priesterkaste aldaar. Maar toch is het niet helemaalzoals het lijkt te zijn. Dit volk leeft in een land dat op aarde de grootstegroeimogelijkheid bezit voor planten alsook voor dieren en mensen. Ga eens in ditland naar de bossen in de bergen dan zul je er dagenlang rond kunnen lopen zonderook zelfs op de oudste bomen ook maar één dor takje te vinden, en breek je vaneen boom een tak af en leg je deze helemaal vrij en open neer, zelfs op zanderigegrond, dan zul je die tak na een jaar zeker nog helemaal groen aantreffen, ja, heelvaak zelfs opnieuw beworteld. [2] De levenskracht is dus vooral in gebieden in hetmiddelgebergte buitengewoon groot, zowel bij planten als bij dieren. Men kan daareen dier of ook een mens een flinke wond bezorgen, dan zal deze toch niet zo'nerge pijn veroorzaken, omdat de lucht die haar afdekt daar al geneeskrachtigerwerkt dan hier de meest geneeskrachtige pleister. Als iemand je hier een klap geeftmet een stok of een roede, zul je er dagenlang pijn van hebben; daar kun je jeduizend klappen met een roede laten geven, dan voel je de ene klap nauwelijks totje de volgende krijgt. Als je hier een spijker in je vlees probeert te steken, zul je aleen pijn voelen die ondraaglijk wordt! De plek zal gezwollen raken, er kan eenbrandende ontsteking, ja zelfs dodelijk koud vuur bij optreden, of de wond zalbeginnen te etteren en je onuitsprekelijke pijn bezorgen; in de zojuist genoemde

Page 76: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

76

gebieden in Indië helemaal niet! Jarenlang kun je met een in het vlees gestokenspijker rondlopen, dan zul je daar kort nadat hij erin is gestoken amper meer pijnvan voelen, omdat de lucht daar zo geneeskrachtig is als balsem, zodat er bijverwondingen haast nooit een ontsteking kan ontstaan. En als die niet optreedt, iser van pijn al totaal geen sprake en al helemaal niet van ondraaglijke pijn.[3] Tegelijk echter zijn de mensen daar, omdat ze door te veel natuurlevenselementen bezield zijn, altijd zeer opgewonden, en zouden vooral als het omsexuele drift gaat, tot ontaarding overgaan zoals deze nergens op aarde voorkomt.De zware boetedoeningen houden hen hier het meest van af. Door de hevigekastijdingen wordt hun vlees in zekere zin gevoelloos gemaakt, en zij wordenhiertoe gebracht door hun vrees voor het vuur van de hel die hun sterk ingeprent is;dit vuur wordt hun door de priesters zo levensecht als maar mogelijk is beschreven,zodat ze het alleen al door de beschrijving flink heet krijgen; want voor vuur heeftde Indiër de grootste angst, omdat dit hem reeds hier de grootste pijn bezorgt diezijn lichaam voelen kan. Door de zware boetedoeningen die God de Heer tot nu toeen ook nog langer bij de Indiërs toelaat en duldt, blijft de ziel van deze mensentoch behouden in haar menselijke levensvorm en is dan voor het eeuwigehiernamaals in staat om naar een hogere levensvervolmaking over te gaan.[4] Jij wilt weliswaar de volgende tegenwerpingen maken: 'Men hoeft dit volkalleen maar echt wetenschappelijk te vormen, dan zal het zeker niet overgaan totalle mogelijke ontucht!' - Dat helpt niet, mijn gewaardeerde vriend, ondanks je nogzo heldere verstand! Voor volkeren met een fantasie die van nature zo levendig is,is wetenschap een waar levensgif! Laten we aannemen dat de fantasierijke Indiërsmet hun grote verbeeldingskracht de wetenschappen van Griekenland, Rome enAlexandrië zouden bezitten, dan zou de hele aarde niet veilig zijn voor hen!Allerlei kunsten en wetenschappen zouden hen alleen maar de middelen in handengeven om een van de verschrikkelijkste en ontaardste volkeren van de aarde teworden; want ze zouden al gauw dingen tevoorschijn brengen die alles, wat eensBabylon en Ninive en heel Egypte, Athene en Rome gemaakt hebben, totaalvoorbij zouden streven. Bergen zouden voor hun moedwil moeten wijken, stedenzouden ze bouwen die zich zonder meer over vruchtbare landen zoudenuitstrekken, rivieren en beken zouden ze indammen, om er dan enorm grote merente laten ontstaan. Kort en goed, de in alle wetenschappen ingewijde Indiërs zoudenhet verschrikkelijkste volk van de hele aarde worden, ook al bezitten ze nu nogzo'n zachtmoedig gemoed en uiterlijk!"

Hoofdstuk 39: De gevaren van hoge wetenschappelijke ontwikkeling[1] (Raphaël:) 'Overigens wordt een volk dat een grote fantasie bezit ook daarom alnooit te hoog wetenschappelijk ontwikkeld, omdat de te machtigeverbeeldingskracht en de daaruit voortkomende fantasie dat altijd zou belemmerenen tegengaan. Het behaagt deze mensen meer om allerlei onnozele beelden in hunfantasie te zien, dan om logisch juist over het een of andere verschijnsel na tedenken; overigens komen de strenge boetedoeningen die je gezien hebt niet zovaak voor als jij denkt en men je verteld heeft. Want een rijke koopt zich ook vrij,

Page 77: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

77

en de arme wordt er alleen toe verplicht wanneer hij zich werkelijk aan eenbelangrijk vergrijp tegen de bestaande wetten heeft schuldig gemaakt. Er bestaatdus in Indië tot nog toe een dergelijke patriarchale orde, dat men daartegen nogniet meteen met bliksem en vuur uit de hemelen kan optreden. Wel bestaat er eenongehoord grote dosis aan dwaas bijgeloof, dat binnen de perken gehouden moetworden; maar omdat een dergelijk bijgeloof bij al die volkeren die een levendigefantasie hebben altijd rijkelijk voorhanden is, kan men daartegen ook niet meteenmet alle geweld optreden. [2] Want het is nog altijd beter dit volk in zijn bijgeloofte laten, dan het in alle wetenschappen in te wijden; want het bijgeloof bindt deIndiër aan zijn grond~ terwijl de wetenschap hem maar al te gauw vanadelaarsvleugels zou voorzien, waarmee hij zich onmiddellijk op verderfelijkewijze over de hele aarde zou verspreiden. Ja, als het mogelijk zou zijn om het helevolk der Indiërs in één keer zonder eigen inspanning in de zuivere wetenschap in tewijden, zouden ze er een tijd lang verbaasd over zijn hoe ze zich zo lang door diegrote en zinloze dwaasheid hebben kunnen laten beheersen. Maar spoedig daaropzouden ze dan zo zeer in toorn en boosheid.over hun priesters ontbranden, eneveneens over alle grote persoonlijkheden van andere volkeren, dat die allemaalover de allerscherpste kling gejaagd zouden worden. Ze zouden zo'n intensievezuivering uitvoeren, dat de hele aarde binnen de kortste keren rood van bloed zouzien. En wat zou er uiteindelijk mee gewonnen zijn? Het domme deel van demensen zou natuurlijk afgeslacht worden, en uit de wetenschappelijk ontwikkeldemensen zouden louter bloeddorstige tijgers voortkomen![3] Dat dit zo zou gaan, bewijs jij als puur verstandig mens door je grote ergernisover alle godheden en vooral over hun zogenaamde plaatsvervangers. Als jij eensmijn macht zou bezitten! O wee, hoe snel zou je een eind maken aan alle priestersop de hele wereld! Maar wat moet er daarna dan gebeuren met de andere mensendie met huid en haar aan hun priesters hangen en zich door hen, zoals lammerendoor hun herders, naar alle kanten laten leiden?! Zou je hen ook wel allemaal dooreen machtspreuk tot jouw zuiver verstandelijke inzichten kunnen brengen? Ik zegje: Dat zou een moeilijke opgave zijn! Want als iedereen evenveel zou weten, zouook iedereen evenveel materiële middelen moeten bezitten als hij niet wildeverhongeren. Want zou hij bij zijn buurman komen en hem zijn dienstenaanbieden, zeggend: 'Ik begrijp nu dit en dat!', zou de buurman zeggen: 'Datbegrijp ik ook, en ik heb me daar allang naar gericht en ik heb van niemand ietsnodig! leder moet nu voor zichzelf zorgen! ,[4] Als een vader tegen zijn kinderen zou zeggen: 'Jullie moeten dit en dat doen enleren! ' , dan zouden de kinderen zeggen: 'Waarom moeten wij dat nog doen enleren? Wij kunnen en begrijpen immers alles wat u kunt en begrijpt, en wijhandelen daarnaar! Wat verlangt u dan nog meer van ons?'[5] Als je op hoge leeftijd een bediende nodig zou hebben, omdat ieder mens danzwakker wordt en kwalen krijgt, en je zou tegen de eerste de beste die iets voor jouzou kunnen doen, zeggen: ' Zie, ik ben zwak geworden en heb je hulp nodig; ik zaler goed voor betalen; als ik sterf zal ik je tot erfgenaam maken!', -weetje wat dezedan tegen de hulpbehoevende man zou zeggen? Luister, hij zou precies datgenezeggen wat jij tegen iemand zou zeggen die je zou benaderen voor een vaste

Page 78: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

78

dienstbetrekking! Je zou tegen hem zeggen: 'Vriend, ik heb het niet nodig omiemands knecht en dienaar te zijn, want ik ben even welgesteld als jij en hoef geendienstbetrekking aan te nemen om mijn levensonderhoud in het zweet mijnsaanschijns te verdienen! Wie het nodig heeft moet zich maar afsloven voor zijnnaaste; ik doe dat niet!' -Kijk, wat ik je nu zeg was vele honderdenjaren geleden inhet oude Egypte het geval! De mensen werden allemaal zeer wijs en ieder wasrijk."

Hoofdstuk 40: Het ontstaan van slavernij[1] (Raphaël:) 'Wat had dat tot gevolg? Kijk en luister: Niemand wilde meer deknecht van zijn naaste worden, ieder werkte en leefde tenslotte voor zichzelf envoor geen prijs wilde nog iemand voor zijn naaste werken. Uiteindelijk zagen demensen echter toch in, dat een leven dat op een dergelijke manier verzorgd is, tochwel heel ellendig is. En de oudsten van het volk zagen het eerst in da~ deze situatieniet goed was, want vooral zij hadden behoefte aan verzorging. Ze bespraken metelkaar wat hieraan te doen zou zijn. Een van hen, een zeer wijs man, zei: 'De aardeis groot; laten we er op uit trekken en kijken of er niet ergens mensen leven die armzijn en voor een goed loon ons graag zouden dienen!' Ze gingen naar Azië envonden al spoedig wat ze zochten. De niet zo ver van Egypte wonende kleinevolkeren in Azië hadden al snel in de gaten waar het de meer dan rijkeEgyptenaren aan ontbrak, en ze trokken rond in de landen die verderop in Aziëlagen om daar dienaren te kopen, die ze vervolgens tegen een hogere prijs inEgypte verkochten. Zie, zo ontstond de slavernij en de slavenhandel, dietegenwoordig helaas al bijna overal een normaal verschijnsel is. Kun jij zo'n vruchtvan de vroegere buitengewoon hoge, algemene wijsheid van de oude Egyptenarenprijzen? [2] Maar de oorspronkelijke, oude wijze Egyptenaren leerden ook van hunervaringen, en wijdden hun dienaren voor geen goud in hun diepe wijsheid in;want deze zou van hun dienaren immers maar al te gauw rijke mensen gemaakthebben die geen zin meer zouden hebben in dienen en werken en zij, de oudewijzen, zouden dan weer niemand hebben die hen trouw en op hun wenken zoubedienen en voor hen zou werken.[3] Heb jij echter ook in Indië slaven gezien, dat wil zeggen slaven die ze eldersgekocht hebben.? Zeker niet! Er zijn wel slaven van het eigen bijgeloof, wat ookerg is, maar toch niet zo erg als slaven die men koopt! De slaven die verkocht endan door anderen weer gekocht worden, worden slechts als lastdieren behandeld enlange tijd verre gehouden van Iedere geestelijke ontwikkeling. Wat zij doenmoeten is: blindelings gehoorzamen, zwijgend dulden en nog erger lijden dan hetvee. Als ze dit niet doen, is de grootste, willekeurige, voor geen enkel gerecht terwereld te verantwoorden mishandeling hun deel! Zelfs het doden van een slaaf alsdit van zijn heer uitgaat, is wettelijk niet strafbaar! Alleen wanneer je buurman eenslaaf van jou gedood zou hebben, is hij verplicht je een schadevergoeding te geven.[4] En zie, deze ellende die de mensheid is aangedaan, is en blijft nog altijd eengevolg van die tijd van Egypte waarin de mensheid over het algemeen een hogemate van wijsheid bezat en zeer welvarend was en niemand voor een begane

Page 79: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

79

zon.de enige straf hoefde te ondergaan, omdat waarlijk niemand ook maar deminste reden had om zijn buurman onrecht aan te doen, daar iedereen zelf zoveelbezat van alles wat hij nodig had om te leven dat hij zijn buurman jarenlang omniets hoefde te vragen. Toen de slavernij echter opgang maakte, stelde men wettenop volgens welke geen slavenbezitter zich tegenover zijn slaven bezondigen kon,al behandelde hij hen nog zo wreed. Maar als men geen zonden kan doen, waaromzou men dan boete doen?'

Hoofdstuk 41: De egoïstische huishouding van de oude Egyptenaren en detoestand aldaar[1] (Raphaël:) 'Toen echter later door het werk van de slaven de heren van het landrijk werden, maar niet allemaal in gelijke mate, zodat sommigen aanzienlijk rijkerwerden dan anderen, duurde het niet lang of er ontstond afgunst, twist en ruzie. Pastoen vond men het noodzakelijk om burgerlijke wetten op te stellen waar iedereenzich aan had te houden, zelfs de 'VAR"(Farao = Herder) inbegrepen. Toen begonmen dan ook de slaven beschaving bij te brengen door hen -natuurlijk zeer verhuld-enig begrip van de godheid bij te brengen, en hen op die wijze voor elkafzonderlijk van God uitgaand en zichtbaar verschijnsel meteen een allegorischepersoonlijkheid voor ogen te stellen, die de slaven als een godheid moestenvereren. Daardoor werden de in de loop der tijd machtig geworden slavenvolgzamer en zachtaardiger en droegen ze hun lot met meer geduld; want ze warenzeer bevreesd voor de onzichtbare machthebbers, omdat ze door de geheimekunsten van de Egyptenaren tot een bepaalde overtuiging kwamen dat er echt zulkegoden bestonden en dat hiermee niet viel te spotten.[2] Waren, zoals reeds gezegd, de slaven niet machtig geworden -zowel door hunvoortplanting als door het feit dat er twee keer per jaar nieuwe slaven bijgekochtwerden -, dan zouden de oude Egyptenaren hun nooit het bestaan van valse godenen al helemaal niet van min of meer echte goden bijgebracht hebben; alleen uit hunvrees voor de kracht en voor het ruwe, lichamelijke geweld van de slaven zagen deoude, oerwijze Egyptenaren zich gedwongen om de slaven enig begrip van degodheden bij te brengen. [3] Stel je nu zelf eens de situatie van die oude wijzeEgyptenaren voor! Ze waren wijs en rijk; wat de een had en begreep, dat begreepook ieder ander, ieder bezat ook dezelfde rijkdom en hoefde dus helemaal niet bijd.e buurman zijn kost te verdienen; meestal zorgde ieder alleen voor zijn eigengrondbezitting met zijn kinderen. Zolang de mensen nog vrij jong en krachtigwaren, liep het wel goed met zo'n egoïstisch wijze huishouding; toen de mensenechter ouder en zwakker werden en te maken kregen met ouderdomskwalen,kregen zij behoefte aan hulp. Maar wie had hen moeten helpen? Je zegt: 'Hunkinderen!' Dat zou men denken; maar in die tijd had Mozes Gods geboden noglang niet aan de mensen verkondigd. En volgens hun natuurlijke, wijze wettenwaren de kinderen ten opzichte van hun ouders ook niets anders dan ieder andervrij mens. De kinderen dienden en gehoorzaamden hun ouders slechts tot zevolwassen waren. Daarna werden ze vrij en hadden ze geen verplichting meertegenover hun ouders; want met hun pure verstand hadden ze de wijze grondregel

Page 80: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

80

aangenomen dat kinderen tegenover hun ouders, als zijnde hun werk, net zo minverplichtingen hebben als een huis tegenover zijn bouwmeester, behalve dat er ingewoond wordt, -hoe het gebouwd wordt is de verantwoordelijkheid van debouwopzichter en degene die de bouw uitvoert. Is het huis goed gebouwd, dan zalhet daarin ook goed en aangenaam wonen zijn; maar is het huis slecht enonzorgvuldig gebouwd, dan zal het ook een slechte woning zijn, waarvan deschuld dan niet bij het huis maar bij de bouwmeester zelf ligt.[4] Wel, de ouden zouden hun kinderen wel graag zo opgevoed hebben dat ze hendan hun hele leven lang gediend hadden; maar de kinderen hadden ook hun vijfzintuigen door het onderricht van hun ouders gevormd, vaak meer praktisch dantheoretisch, en zo werden ze net als hun ouders wijze egoïsten, en de ouders zagenzich daardoor genoodzaakt hun dienaren elders te zoeken. Deze kwamen endienden; en met hun pure verstand dachten de oude wijzen: 'Willen wij dat dezemensen onze vaste dienaren blijven, dan mogen ze niets van onze wijsheid teweten komen, anders worden ze uiteindelijk net zoals onze kinderen, die ons ookniet willen dienen omdat ze in al onze wijsheid zijn ingewijd!'[5] De slaven bleven zodoende lange tijd dom en kregen geen ander onderrichtbehalve in dat, wat ze als dienaren en knechten te doen hadden. Maar het aantalslaven nam sterk toe en ze begonnen hun kracht te onderkennen, die de oudewijzen heimelijk zeer begonnen te vrezen! Het pure verstand sprak tot de wijzen:'Maak spoedig mensen van hen, anders zullen ze jullie als grote kudden wildedieren verscheuren!' Toen pas bedacht men voor de gevreesde slaven het bekendegodendom en liet men de goden in bijzijn van de slaven allerlei wonderenverrichten. Daardoor werden de slaven geïntimideerd, en dienden de oudeEgyptenaren nu als een aparte kaste vrijwillig met dubbele inzet. Pas hierdoorkwam Egypte tot zeer grote bloei, en trok veel vreemdelingen aan, waaronder zichnu en dan ook verraders bevonden en mensen die afgunstig waren, door wie inlatere tijden grote moeilijkheden ontstonden.[6] Zie, dat is enkel en alleen het werk van het pure menselijke verstand, dat mijvoorkomt als een mens, die vanaf een hoge en steile berg naar beneden begint telopen en wanneer hij goed op gang is gekomen niet meer kan stoppen! Wat daarhet gevolg van is kun je je gemakkelijk voorstellen.

Hoofdstuk 42: De staatsorde van de oude Indiërs[1] (Raphaël:) 'De Indiërs hebben hun zaken veel verstandiger geregeld! Het volkhoudt vast aan het op zichzelf onschuldige bijgeloof, maar gelooft daarbij toch aaneen allerhoogst goddelijk wezen en diens plaatsvervangers hier op aarde, die er,om de oude stereotype orde in stand te houden, steeds de grootste zorg voor dragendat er aan de inhoud van de oude boeken vooral niets nieuws wordt toegevoegd,maar ook dat er niets van verloren gaat. En zo zal de Indiër over duizend jaar ooknog geheel zijn wat hij nu is en al enkele duizenden jaren geleden was. Het ergstebij hem zijn de boetedoeningen en het feit, dat hij zichzelf tot rechter moet zijn.[2] Tegenover zichzelf kan hij zo streng zijn dat dit alle menselijke begrippen teboven gaat, omdat aan hen die dit zelf uit vrije wil doet, geen onrecht geschiedt;

Page 81: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

81

aan de andere kant zien we bij de Indiërs weer het goede verschijnsel, dat er bij hengeen slechte lasterlijke praat en geen verraad bestaat. Niemand klaagt zijn naasteaan en onder de vele miljoenen mensen is er niet één die leedvermaak kent! Dit isook de oorzaak, dat de Indiërs op hun eigen wijze zo'n oud volk zijn geworden energ ouder zullen worden. In de loop der tijden, als er vreemde volkeren bij henkomen die hun een andere religie en andere zeden en gewoonten bij zullenbrengen, zullen zij ook onrustiger en ontevredener worden, zichzelf niet meer totrechter zijn en geen boete meer doen; in plaats daarvan zullen zij recht sprekenover anderen, hen vervolgen en de zwaarste boetes opleggen. Het zal niet langduren of ze zullen zijn zoals de Farizeeën in Jeruzalem, die hun gelovigen deondraaglijkste lasten opleggen en over iedereen een oordeel uitspreken; maarboven zich dulden ze absoluut. geen rechter en zelf raken ze geen enkele last aan,zelfs niet met het puntje van hun pink! Vind jij dat goed of zelfs beter dan hetgeenje bij de onschuldige Indiërs hebt gezien?"

Hoofdstuk 43: De religieuze band tussen Indië en China[1] (Raphaël:) 'Kijk, voorbij Indië, aan de andere kant van de hoogste bergen vandeze aarde, bestaat nog een heel groot keizerrijk dat minstens vijf maal zoveelmensen telt als het Romeinse rijk. Al die mensen hebben bijna dezelfdegodsdienstige opvattingen als de Indiërs. Ze leven in de grootste rust en orde, zezijn zeer matig, nuchter, tevreden, werkzaam, volhardend en vol blindegehoorzaamheid tegenover hun leraren en leiders en hun keizer is hun absoluteheer. Waakzaam zorgt hij ervoor dat er nergens een vreemdeling zijn grote landkan binnendringen. Met het oog hierop is zijn hele land dan ook op de plaatsenwaar de grens merendeels door vlak land loopt, door middel van een kolossalemuur van de aangrenzende landen van de aarde afgesneden, waar geen enkelvijandelijk leger overheen kan komen. Deze muur is ook overal voorzien vantorens, waarin een sterke wacht voortdurend uitkijkt, die sterk genoeg is om iederevreemde, die in de buurt komt, zonder meer terug te sturen.[2] Alleen een bode van Brahma (Brau Ma = heeft gelijk) uit het hooggebergtegebied van Indië heeft ieder jaar een keer het hem toegestane recht om over dezemuur in het land te komen, omdat hij degene is die de lof of de berisping van deLama overbrengt, en deze direct aan de keizer zelf in een zware gouden kokermoet overhandigen. Deze bode komt met een groot en prachtig gevolg op eenbepaalde tijd bij de afgesproken plaats tot onder aan de muur en begint daar veellawaai te maken. Dan laat men van de andere kant van de hoge muur een mandnaar beneden zakken. Maar alleen de bode mag in de mand plaats nemen, waarinhij dan naar boven wordt gehesen; zijn gevolg moet dan zo lang wachten tot hijweer terug is gekomen. [3] Vanaf de muur wordt de bode tijdens een lange reis vanruim twintig dagen vervoerd in een draagstoel, van waaruit hij mets anders dan delucht kan zien. Pas in de grote keizerstad, die meer inwoners heeft dan heelPalestina, wordt hij vrijgelaten en eervol naar de keizer gebracht. Daar overhandigthij de gouden koker met inhoud en geeft de keizer de wens van de grote Lama tekennen, waarop hij van de keizer aanzienlijke geschenken krijgt en genadig

Page 82: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

82

uitgeleide wordt gedaan. Dan begint meteen zijn terugreis, die nooit een haarverschilt van de heenreis.[4] Bij zo'n reis van de godsbode naar de keizer en van de keizer weer naar huis,verzamelt er zich altijd een groot aantal mensen langs de weg waarlangs degodsbode, die natuurlijk behalve de vertrouwde dragers bij het in en uitstappenniemand te zien krijgt, onbeschrijflijk plechtig naar de keizer wordt gedragen.[5] Vraag je aan het volk waarom het de godsbode nooit te zien en al helemaalnooit te spreken krijgt, dan zal het volk je, vervuld van de grootste deemoed, tenantwoord geven dat die wens alleen al een eeuwig onvergeeflijke zonde zou zijn.Bovendien is het al zo'n overweldigende overvloed van genade van de grote god,om diens heilige bode vanuit de verte gedragen te zien worden. Iedereen die zoietsziet ontvangt zoveel zegen, dat hij daaraan op z'n minst voor nog tien maalhonderdduizend andere mensen van het grote rijk, waarvan ze denken dat hetprecies in het midden van de wereld ligt, tien jaar lang ruim voldoende heeft. Nu,dit wordt het onschuldige volk dus bijgebracht, en ze geloven het rotsvast.[6] De bode zelf weet ook wel dat zij dit geloven; maar hij weet ook nog ietsanders, namelijk dat hij het land en alles wat zich daarin bevindt en afspeeltabsoluut niet mag zien, om het op geen enkele wijze ook maar enigszins te kunnenverraden, want daar zou de doodstraf op staan. Want landverraad is in dit land hetzwaarste misdrijf, dat zelfs vanwege het minste of geringste meteen zwaar wordtbestraft. Het volk van dit rijk is ondanks alle domheid toch zeer trouw, waarachtigen buitengewoon gehoorzaam. Kan het jou ergeren, als het volk door zijn leidersdom gehouden en verzorgd wordt en daar heel gelukkig onder is, ook al weten dekeizer en zijn belangrijkste dienaren bij zichzelf wel beter? Of is dit niet precies alsbij jullie Essenenorde? Is God dan onwijs en onrechtvaardig, als Hij dit allemaaltoelaat en duldt zolang het volk maar geduldig en deemoedig is, en dat Hij ookjullie, wellustige Essenen duldt? -Spreek nu, mijn vriend en zeg me of je daar ietstegen in te brengen hebt!"

Hoofdstuk 44: Roclus vertelt over de toverkunst van een Indische magiër[1] Roclus, wiens ogen steeds groter werden naarmate hij langer naar devermeende jongeling luisterde, riep verbaasd en opgewonden tegen Raphaël: 'Maarluister eens, jongen! Je bent amper zestien jaar oud en komt me daar met eenkennis en ervaring aanzetten, die een ander eerlijk mens zich nog in geen zestigjaar met de grootste inspanning eigen had kunnen maken! Ik wil het er nu niet overhebben dat je mij werkelijk tot het aannemen van een ware God, die er precies zouitziet als mijn hart allang in stilte wenste, bekeerd hebt, en dat ik hier nu helemaalniets tegen in te brengen heb, maar ik wil je alleen maar vragen hoe en wanneer jedeze kennis en ervaring hebt opgedaan.[2] Jij kent een rijk dat nog voorbij Indië ligt, waarover ik nauwelijks een paarkeer, en wel alleen maar in Indië, wat gebazel heb gehoord; een Indiër heeft mijhierover namelijk heel argeloos zulke wonderlijke dingen verteld dat ik mijnlachen soms nauwelijks in kon houden. Pas nu, door jouw woorden, kan ik me eenjuistere voorstelling maken van dit ongelofelijke rijk, waarvan de bewoners

Page 83: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

83

bijvoorbeeld de grootste beschaving schijnen te bezitten op het gebied vanindustrie, kunsten en ambachten. Ja, je hebt inderdaad helemaal gelijk en je schijntook in de magie van alle volkeren geweldig goed thuis te zijn; anders zou je hetvast en zeker nooit over een zekere almacht, die jou eigen is, gehad hebben![3] Ik zie nu wel in, ook al is het nog een beetje vaag, dat de Godheid om waarlijkhoogst wijze redenen alles zoals het nu is op aarde laat bestaan en gebeuren, omdathet haar enkel om de ontwikkeling van de ziel en niet om het lichamelijk welzijnvan de mensen te doen kan zijn! Maar om mijn al of niet volledig inzicht in dezezaak gaat het nu ook helemaal niet bovendien kan een oude ceder van de Libanonniet met één slag geveld worden, -maar het gaat er nu heel eenvoudig enkel enalleen maar om, en dat is voor mij van het grootste belang, hoe jij hier allemaal aangekomen bent! [4] Je hoeft me nu ook helemaal niet meer te vertellen hoe hetnieuwe paleisachtige huis van de oude Marcus, met die tuin, de haven en zijngeheel nieuwe schepen ontstaan is; want het is immers duidelijk dat jij als dewonderbaarlijke bouwmeester daarvan voor me staat en je als zodanig reedsverraden hebt, waarschijnlijk met opzet, om mij op de proef te stellen en te kijkenof ik ondanks mijn goed ontwikkelde verstand niet te dom ben om hetgeen jij zoterloops even zegt, te begrijpen.[5] Het gebied van de magie is enorm en onbegrensd, en zelfs de grootste meesterop dit gebied is en blijft niets anders dan een gebrekkig beginner. Wij Essenenhebben er, onder ons gezegd, zeer zeker veel verstand van, omdat wij immersPerzische en Egyptische magiërs in dienst hebben die wonderdaden kunnenverrichten die voor mensen zoals wij gewoonweg duizelingwekkend zijn, hoewelook ikzelf op dit gebied geen leek ben; maar afgezien daarvan heb ik in Indiëmagiërs gezien die dingen hebben verricht, waarbij vergeleken die hele magie vanons als puur kinderspel beschouwd moet worden! Ik zou er duizend pond goudvoor gegeven hebben, als de koninklijke magiër van Thebe mij slechts enkele vanzijn onovertreffelijke toverkunsten geleerd zou hebben; maar hij was er voor geengeld toe over te halen[6] En evenzo kun jij ook in geheimen ingewijd zijn waarvan ik nog nooitgedroomd heb, en kun jij van jouw onzichtbare handlangers en dienstbarenatuurgeesten gebruik maken zoveel je maar wilt, en daarom is het voor jou nietmoeilijk om een hele berg, en nog minder moeilijk om een huis en andere dingenin een oogwenk te maken. Want ik heb van de zojuist genoemde magiër in Thebegezien, hoe hij in een oogwenk van een voor ons liggend uitgestrekt landschap eenmeer heeft gemaakt waar meerdere eilanden uit oprezen en waar meerdere schepenop ronddreven; gedurende enkele ogenblikken was dit meer te zien, daarna maaktede magiër een gebaar, en de hele omgeving zag er weer precies zo uit als daarvoor.[7] Weliswaar heeft hij ons hiertoe naar een heel donker kamertje gebracht en liethij ons door een raam de omgeving zien die geheel dezelfde was als buiten hetkamertje vrij te zien was. Toen sloot hij het raam, maakte een paar tekens enopende het raam voor de tweede keer, en van de vroegere natuurlijke omgevingwas geen spoor meer te bekennen, maar wij zagen het zojuist beschrevenmeergebied uitgestrekt naar alle kanten, en dat alles zo natuurlijk als het maar zijn

Page 84: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

84

kan. Alleen voelde ik daarbij dat het een beetje eigenaardig trok in mijn ogen, watblijkbaar veroorzaakt werd door de grote verrassing.[8] De magiër zei toen dat hij ons door datzelfde ene raam nog tal vanwonderbaarlijke omgevingen voor kon toveren, - maar dat zou ons een heleboelgoud kosten; daarom lieten wij onze nieuwsgierigheid hiernaar maar varen. Ikvroeg hem of hij ook in staat was om zo 'n gebied te fixeren, zodat het blijvendwas. Hij zei dat hij dat kon en verdween toen plotseling. Toen we daarop naarbuiten gingen, viel er van het meergebied geen spoor meer te ontdekken.[9] Ik vraag me af hoe zoiets mogelijk is en geef mezelf dan het antwoord hierop,namelijk dat die magiër uit Thebe duidelijk nog veel en veel meer thuis was in degeheime krachten van de natuur. Hoe zou het anders mogelijk geweest zijn omdoor een en hetzelfde raam, waardoor ik tevoren heel goed de werkelijkenatuurlijke omgeving zag, een gebied met een meer tevoorschijn te toveren en hetvorige landschap geheel te laten verdwijnen? Hij liet toen het meer weliswaar weerverdwijnen en het oorspronkelijke landschap weer ontstaan; maar hij had hetgebied met het meer ook voor altijd kunnen laten bestaan, - wat hij echter nietwilde omdat het oorspronkelijke gebied al zeer lang tot een van de meestvruchtbare streken behoorde, en omdat zulke mooie akkers, weilanden en tuinenvoor de mensheid immers duidelijk van meer nut zijn dan een op een zee gelijkendonafzienbaar ver uitgestrekt meer met enkele eilanden en schepen.[10] Voor dit toverwerk had ik hem graag tweehonderd pond goud gegeven; maardaar wilde hij niets van horen noch weten. Zijn huis moet wel vol met allerleienorm machtige natuurgeesten geweest zijn, zonder wier hulp de magiër het zojuistgenoemde gebied met het meer nooit tot stand had kunnen brengen![11] En zo heb jij, jonge tovenaar, dit dan ook tot stand gebracht, wat ons, doordathet plotseling opdook, eigenlijk hierheen heeft gelokt! Dit is een toverstuk dat allesweg heeft van hetgeen ik en mijn elf metgezellen in Thebe gezien hebben; voor hetgeheim, hoe men dit tevoorschijn kan brengen, zou ik veel goud betalen, maar ikweet dat jij het evenmin verkoopt als die magiër in Thebe. Want jij bent nog jongen zult hiermee nog veel geld en andere schatten verdienen.[12] Door wat ik nu zeg, is je vast wel duidelijk geworden, dat ik niet eens zalproberen om je het geheim te ontlokken; maar er is één ding dat ik uit jouw mondzou willen horen, namelijk hoe, waar en wanneer jij tot deze wijsheid en dezemagische kunst bent gekomen! Je hebt mij en mijn metgezellen tot het aannemenvan een waar, hoogste goddelijk wezen gebracht, en het zal dus ook helemaal geenprobleem voor je zijn mij alleen maar te zeggen, waar je op zo jonge leeftijd achteral deze dingen bent gekomen!"

Hoofdstuk 45: Raphaël verklaart de toverwerken van de Indische magiër[1] Raphaël zegt: 'Je bent toch wel een merkwaardig iemand! Jouw vele ervaringenhebben je dermate in verwarring gebracht, dat je nu helemaal met meer in staatbent om het valse van het eigenlijk ware te onderscheiden! Als je aan de magiër,die in Thebe was, alleen maar gevraagd zou hebben of hij voor jou zonder datkamertje met dat raam een landschap met een meer tevoorschijn wilde toveren, dan

Page 85: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

85

zou hij dat voor een wereld vol goud nog niet voor je gedaan hebben, omdat zoietshem totaalonmogelijk zou zijn geweest; maar in dat bewuste kamertje had hij doordat bepaalde raam nog een aantal landschappen voor je tevoorschijn kunnentoveren! [2] Laat die magiër maar eens buiten in de naakte natuur zo'n degelijkhuis tevoorschijn toveren, en dan meteen blijvend en met alles erop en eraan! Datzal hij, zoals gezegd, wel mooi laten! Daarom is dit huis hier om het eerlijk tezeggen, een werk van God, -en dat andere slechts van een mens die in feite nietmeer is dan iemand die goed thuis is in natuurkundige zaken en daar handig meeom weet te gaan, en absoluut geen zogenaamde magiër[3] Zoals dit echter een werk van God is, is dit eveneens het geval met mijnwijsheid! Alles wat jij aan mij ontdekt, komt van. God! Daarom hoef je dus nietmeer te vragen hoe, waar en wanneer Ik tot dit alles ben gekomen![4] Voor het oog van de mens kunnen ook mensen wel op wonderen lijkendewerken tot stand brengen; alleen zijn dat helemaal geen wonderen, maar met heelnatuurlijke middelen ook op heel natuurlijke wijze tot stand gebrachte zaken, dievoor een leek alleen maar op wonderen lijken omdat hij noch van de middelennoch van de manier waarop men die middelen voor een bepaald doel kangebruiken ook maar enige notie heeft. Vertelt men hem echter over de middelen ende gevolgen die ontstaan wanneer men er gebruik van maakt, dan zal hij meteen instaat zijn om hetzelfde wonder te verrichten als de magiër, die hij tevoren voor eenwonderdoener heeft gehouden" [5] Roclus zegt: "Ook het tevoorschijn toveren vandat landschap van de magiër in Thebe?"[6] Raphaël zegt: 'inderdaad, alleen is het een beetje moeilijk om aan de middelente komen die daarvoor nodig zijn; want die magiër heeft zowel het ene als ook hetandere middel zelf uitgevonden. Deze twee middelen geeft hij natuurlijk niet prijs,en daarom is het voor jou wel moeilijk om hetzelfde tot stand te brengen als wat hijdaar doet en waardoor hij zich het aanzien van een eersteklas magiër verschaft.[7] Zou je echter de kunst verstaan om zuivere kiezelsteen te smelten en daaruithelder glas te vervaardigen en dit tenslotte te slijpen en te polijsten zoals menedelstenen slijpt en polijst -een werk waar de Indiërs heel goed in thuis zijn -, danzou je het wonder al gauw en ook heel duidelijk doorzien, en nog des te helderder,wanneer je bovendien een soort Apelles zou zijn, wie het mogelijk was om waterzo bedrieglijk echt met allerlei kleuren te schilderen, dat hij zelfs vogels misleidde.[8] Die magiër van jou is een beroemde edelsteenslijper, hij kan glas maken uitkiezelsteen, het ook slijpen en polijsten, en bovendien is hij ook een van de besteschilders van heel Indië, vooral wat het natekenen en naschilderen vanlandschappen betreft, natuurlijk op zeer kleine schaal. Hij heeft een eigen apparaatgeconstrueerd om zijn geschilderde landschappen door zo'n zelf geslepen stuk glaste laten bekijken, en hierdoor wordt zo'n optisch bedrog bewerkstelligd als jij zelfmet je merenlandschap hebt gezien.[9] Dat is nu een heel geheime wetenschap die de Phoeniciërs en door hen ook deEgyptenaren ontdekt hebben en die ze, onder volstrekte geheimhouding, voor hunbuitengewone toverkunsten gebruikt hebben. Over een paar duizend jaar zullen allevolkeren precies weten hoe zoiets werkt; dan zal er ook niemand meer zijn die, als

Page 86: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

86

hij een goed verstand heeft, een dergelijk verschijnsel nog voor een wonder zalhouden, en al helemaal niet van buitengewone aard "

Hoofdstuk 46: Het priesterdom als vijand van het licht[1] (Raphaël:) 'Ik zeg je dat er een tijd zal komen, dat mensen op ijzeren wegen zosnel zullen rijden als een afgeschoten pijl door de lucht vliegt; dat mensen zullenspreken met de tong van de bliksem van het ene eind van de wereld naar hetandere; dat ze in de lucht zullen rondvliegen als vogels, ver weg over zeeën enlanden, -en toch zal niemand hen voor magiërs en nog minder voor goden houden!Wel zullen de priesters, die er altijd zijn, steeds alles in het werk stellen om teverhinderen dat het volk op deze wijze wordt voorgelicht; maar hun moeite zal ookaltijd volkomen tevergeefs zijn! [2] Hoe meer ze geneigd zijn het volk in nacht envolledige duisternis te voeren, des te meer zullen ze daardoor de altijd aanwezigelichtgeesten opwekken tot een des te grotere tegenwerking, en daardoor zal eengroter en intensiever licht onder het volk verbreid worden, tot tenslotte de priesterszelf genoodzaakt zullen zijn om door de voor hen uiterst zure appel van het lichtheen te bijten en apostelen van het licht te worden; maar dat zal veel strijd vergen.[3] Het zal gebeuren dat de magiërs hevig vervolgd worden, en de kiem voor dezevervolgingen bestaat al reeds voor een deel bij het Farizeeërdom dat een groteafkeer heeft van de magiërs, en voor het grootste gedeelte bij jullie Essenen, die nuuit alle windrichtingen de toverkunsten opkopen. Jullie kijken nu al metheimelijke, jaloerse blikken naar iedere wonderdoener, vooral als deze een of anderwonder verricht dat jullie al binnen jullie muren hebben gerangschikt enweggeborgen, ten behoeve van jullie volksmisleidende levensonderhoud.[4] Nu behaagt het God de Heer echter om langzaam maar zeker niet de priesters,maar heel gewone, onopvallende mensen buitengewone uitvindingen te laten doen,waardoor de mensen een belangrijke culturele ontwikkeling doormaken.[5] De priesters zullen dit natuurlijk met veel kabaal te vuur en te zwaard gaanbestrijden, maar dat zal hen niet helpen; want hoe heftiger ze daartegen gaanvechten, des te meer zullen ze hun zelfzuchtige en heerszuchtige, slechte begeertesten overstaan van het volk blootgeven en daardoor Ieder geloof en vertrouwenverliezen. [6] Want als men van een mens ook maar eenmaal gemerkt heeft dat hijiemand wilde bednegen, zal men in de toekomst geen vertrouwen meer m hemstellen, zelfs niet wanneer hij met iets heel reëels en waars voor de dag zou komen;want de vrees blijft, dat daarbij een of andere slechte bedoeling op de achtergrondop de loer ligt. Daarom zal het met priesters die zich door hun boosaardige ijver tezeer hebben blootgegeven, niet slechts gedeeltelijk, maar helemaal uit zijn.[7] God de Heer heeft er door Zijn orde al voor altijd voor gezorgd, dat al hetslechte en verkeerde zich altijd zelf vernietigt; en hoe meer dit naaralleenheerschappij begint te streven, des te eerder zal het zichzelf vernietigen.[8] Al het slechte handelen van de mensen van deze aarde lijkt op een nuttelozemachine die des te eerder totaalonbruikbaar wordt, naarmate deze aldoor maarintensiever en heviger gebruikt wordt. Ook het lichaam van de mens wordt des teeerder versleten en vernietigd, naarmate het hartstochtelijker zijn hebzuchtige

Page 87: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

87

neigingen volgt. [9] Daarom is het voor iemand met ware levenswijsheid nooit eenreden om niet aan een ware God te geloven, wanneer hij ziet dat alle priestersslechte zaken teweeg brengen en hij hen dingen ziet begaan waartegen zijnverstand in opstand komt. Want de Heer laat dat alles daarom toe: ten eerste, opdatdaardoor het ware, zuivere verstand des te meer opgewekt wordt tot warewerkzaamheid, en ten tweede, opdat het slechte zichzelf daardoor des te eerdervernietigt en geheel te gronde richt.[10] Overdag zoekt niemand naar licht en is men zich niet eens bewust van dewerkelijke waarde daarvan; men gaat immers in geen enkelopzicht gebukt onder dezwaarte van de nacht. Overdag is het goed lopen, omdat men iedere kuil, iederesteen op straat en iedere afgrond kan ontwijken, daar men dat allemaal al van verafkan zien. Maar 's nachts in het stikkedonker is dat heel anders; dan kan men slechtsmoeizaam en met de grootste voorzichtigheid vooruit komen.[11] Hoe welkom is de wandelaar dan ook het kleinste lichtende vlammetje dat zijnpad, al is het maar enkele stappen ver, verlicht, en met welk een verlangen zal dewandelaar in de woestijn die een vriend van het licht is de komende ochtendtegemoet gaan![12] Zie, precies zo vergaat het de vriend van het geestelijke licht midden in eengeestelijke nacht, die grotendeels door de snode heb en heerszucht van de priestersbij de vaak te lichtgelovige mensen verspreid is; maar hoe donkerder het wordt,des te meer zal ook steeds het gebrek aan licht waargenomen worden en des temeer zal de volle waarde van het geestelijke licht gewaardeerd worden.[13] Mensen die eenmaal door hun opvoeding al van de wieg af aan volledigverduisterd zijn, merken het ontbreken van geestelijk licht evenwel niet op envoelen zich heel behaaglijk onder de blinde troost van hun priesters, die hun steedsin geuren en kleuren een heleboel stichtelijke verhalen kunnen vertellen overmensen die weliswaar allang gestorven zijn, maar volgens de regels van depriesters ooit een vroom en trouw leven hebben geleid. Dat stelt de totaal blindenhelemaal gerust; daarbij huilen ze vaak van louter ontroering en worden mildgestemd, wat de priester natuurlijk nooit tot nadeel strekt. [14] Zulke mensen gaan,zoals gezegd, evenmin gebukt onder hun geestelijke nacht als iemand die totaalblind is geboren ooit enige hinder heeft ondervonden van de nacht, al was die nogzo donker; voor hem gaat nooit een zon op of onder! Maar iemand ondergaat denacht heel anders wanneer hij gewend was om voortdurend in het licht van deeeuwige waarheidsdag te wandelen, maar dan als een goede zanger mee moet gaanhuilen met de wolven in het bos, wil hij het er heelhuids afbrengen![15] Stel je een situatie voor waarin enkele mensen die ziende zijn zich in eengroep bevinden waar iedereen blind is! En dat nu een van deze ziende mensen eenbeschrijving gaat geven van de grote heerlijkheid van het licht en van het heerlijkekleurenspel hiervan. De blinden zouden hem meteen het zwijgen opleggen en hemuitmaken voor een brutale, boosaardige leugenaar, terwijl hij toch geheelovertuigdzou zijn van de zuivere waarheid! - Zeg me of denk je eens in, hoe het de ziendemensen na verloop van tijd te moede zou moeten worden, en vooral als de ziendemensen heel goede middelen zouden hebben om de meeste blinden van de hele

Page 88: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

88

groep ziende te maken, als deze het maar zouden willen! Hoe zou het jou dan metje zuivere verstand te moede zijn?"

Hoofdstuk 47: De vruchten van de nacht en de vruchten van het geestelijke[1] Roclus zegt: 'Dat zou een wanhopige toestand zijn, vooral voor een ziende arts!Het zou immers duizend maal beter zijn om helemaal niet te bestaan, dan als eenziende onder de blinden te leven die vol wantrouwen, eigendunk en hoogmoedzijn! Maar je hebt gelijk, mijn beste, zeer wijze Jongen! In de wereld is het nueenmaal zo en niet anders; daarom is het in mijn ogen beter om de blinden teverlaten en ieder conflict met hen zoveel mogelijk te vermijden. Verliezen zedaardoor iedere ziende leider, dan moeten ze uiteindelijk allemaal na korte of ietslangere tijd aan de rand van een afgrond komen die hen allemaal, dat kan nietanders, moet verzwelgen. Hun einde is weliswaar treurig maar zeker, en niemandkan hen daarvoor behoeden!" [2] Raphaël zegt: 'Dit keer heb je een heel goedoordeel uitgesproken, en zie, zo handelt de Heer vanuit Zijn orde ook met demensen! Wanneer een of andere gemeenschap van mensen, of ook een heel volk,vrij en kwaadwillig de waarheld en het licht uit de hemelen vijandig gezind wordt,laat de Heer het ook toe dat zo'n volk in een volslagen donkere levensnacht terechtkomt. Hierin begaat het dan al gauw de ene ten hemel schreiende domheld na deandere en geeft daardoor aan allen die ook maar een beetje kunnen .zien, zijn eigenkwaadaardige blindheid en leugen duidelijk te kennen in alles wat het wil, nastreeften doet. Zo'n ongeneeslijk volk moet dan uiteindelijk wel aan de rand van eenafgrond komen en deze zal het zonder enige genade en mededogen verslinden. Deziende mensen echter zullen in aantal toenemen en met hun licht zullen ze deaardbodem zegenen, geestelijk en lichamelijk.[3] Maar de Heer laat een volk, zolang het nog maar een heel zwak schijnsel vanhet ware licht bezit, zeker niet aan de rand van de afgrond komen, omdat er in ditschijnsel toch nog enig besef aanwezig is dat hen waarschuwt voor het te grondegaan. [4] Maar wanneer er bij een volk eenmaal een uitgesproken haat ten opzichtevan het licht van de waarheid heerst en het volk en z'n priesters de ziende mensenop alle mogelijke manieren vijandelijk gaan bejegenen en vervolgen, zoals nu alsinds lang bij de joden het geval is, dan houdt ook het geduld van de Heer op envoor zo'n volk valt er niet meer aan de ondergang te ontkomen.[5] En bij zo'n volk komt dan de Heer vanuit de hemelen Zelf naar de aarde, waarHij een gericht houdt over de slechte, blinde godslasteraars zoals het ook nu, op ditmoment, op aarde het geval is en wel in het mooie land van de joden, die ooit Godsvolk waren! [6] De Heer zal nu echter nog het kleine aantal trouwe en ziendemensen om Zich heen verzamelen en hen een vollicht uit de hemelen geven; maarnaast dit licht zal alles wat geen licht heeft niet kunnen bestaan, maar gedrevenworden naar de werkelijke rand van de onvermijdelijke afgrond. Daar hoef je voorde ziende mensen met geen enkel bedrieglijk wonder meer aan te komen, maarslechts alleen met een wonder dat geheel waarachtig voortkomt uit Gods kracht,die Hij in het hart heeft gelegd van leder mens die de waarheid ziet.

Page 89: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

89

[7] Want zoals een vals en blind geloof, dat eigenlijk een bijgeloof is, maar al tegauw als zodanig te herkennen is aan allerlei leugens, bedrieglijke daden en eensteeds toenemende liefdeloosheid, zo is ook een waar, levend geloof als zodanig teherkennen aan de volle waarheid in alle dingen, zonder enige terughoudendheid, endoor een voortdurende toename van de liefde onder de mensen en tot God, envanuit deze waarheid en liefde in dé goddelijke kracht en macht, die God in hethart heeft gelegd van leder mens die de waarheid ziet. [8] Wat voor zin heeft heeldie geheime kunst en wetenschap dan voor de mens, als uiteindelijk zelfs de ziendemussen de valse profeet waar iedereen bij is vanaf de daken toeroepen: 'Jij bentalleen maar een egoïstische, vreselijke oplichter en doetje wonderen zus en zo voorde blinden! Maar de ware, ziende kinderen van God kun je nooit bedriegen; wantzij zijn tot Iets anders in staat vanuit de goddelijke kracht in hun hart die de geestvan de eeuwige liefde is, en zij doorzien je miserabele knoeiwerk en je boze opzetdoor en door. Pak daarom je oude bedrieglijke boeltje bij elkaar en zorg dat je eenziend mens wordt in de ware kracht van God, -of wij mussen zullen je nog berovenvan het beetje licht datje bezit!' -Zeg eens! Zou jij de mussen dat kwalijk kunnennemen? Het ergste wat een bedrieger kan overkomen is wel, dat men hemtegemoet treedt met het volle licht van de waarheid; maar erkennen moet hij dezeuiteindelijk toch, goedschiks of kwaadschiks![9] Kijk hier eens naar het onmiskenbare wonder dat is voortgekomen uit de warekracht van God! - Jij bent een Esseen en ook nog een vooraanstaand magiër vandeze orde. Jij maakt doden levend, de maan haal je bijna pal voor de neus van degeestelijk blinde, verbaasde toeschouwers naar beneden, je laat bomen, gras, water,rotsen en muren praten. Wat zou je ervan vinden als deze mensenmussen van allerassen en klassen je nu heel luid gingen vertellen hoe jij en je handlangers,wanneer jullie diensttijd je naar het klooster roept, jullie doden opwekken en julliebomen, gras, water, rotsen.en muren laten spreken, en als ze dan een dode naar jetoe brachten en je dringend zouden verzoeken hem in het leven terug te roepen?Wat zou je zuivere rede en je scherpe verstand daarop te zeggen hebben?"

Hoofdstuk 48: Roclus verdedigt het Essenendom en de schijnwonderen[1] Roclus zegt: 'Ik zou het zeker zonder tegenspraak moeten dulden; wantwaarheid blijft waarheid, of deze mij nu schade of voordeel oplevert! Ik weet nuechter wat je mij hiermee eigenlijk wilt zeggen en dat zal zeker wel zijn, dat ookonze orde iets slechts is en dat deze tenslotte zijn ondergang tegemoet zal gaan ophet moment, dat Gods zuivere licht uit de hemelen het hart van de mensen verlichtzal hebben. Vriend, dat is weliswaar een waarheid waar niets tegen in te brengenvalt -want wanneer alle mensen of in ieder geval het grootste deel daarvan in alonze geheimen worden ingewijd, dan is er inderdaad voor altijd een eind gekomenaan ons werk -; maar men zal in ieder geval nooit van ons kunnen zeggen, dat wijal deze dingen met ook maar een greintje zelfzuchtige, kwade wil hebben gedaan,omdat het ons in deze hoogst droeve tijd alleen maar in alle opzichten te doen wasom het aardse welzijn van de mensen, en ons klooster in feite niets anders is dan

Page 90: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

90

een instelling op basis van liefde en vriendschap. Wij hebben daarvoor dan ookniet één slecht middel gekozen![2] Zeker, men zou inderdaad kunnen zeggen: Elk bedrog is al een slecht middel.Maar dan geef Ik ook aan een god heel beslist ten antwoord: Ja bedrog is inderdaadaltijd een slecht middel, als dat ook maar enigszins gepaard gaat met een of andereslechte bedoeling om wat voor zelfzuchtige reden dan ook! Als ik echter zie dat demens op geen enkele andere manier te helpen is dan kennelijk alleen maar doorbedrog, en ik dan ook uit pure liefde voor mijn lijdende broeder naar dit enigmogelijke middel grijp en de mens daar onmiskenbaar mee help, dan is en blijftzelfs het allergrootste bedrog geen slecht maar een uitermate goed en juist middel,waar een god onmogelijk iets tegen in te brengen kan hebben. Om dit kracht bij tezetten zal ik je slechts een voorbeeld uit mijn Esseense levenservaring geven, enzul je me gelijk moeten geven, ook al zou je zelf een tienvoudige god zijn.[3] Er kwam een. huilende man bij me, wiens lieve, jonge, uiterst brave vrouwzodanig ziek werd, dat zij van deze ziekte enkel en alleen geheel genezen konworden door slechts één, mij welbekend middel. Ieder ander geneesmiddel zouzonder meer haar dood hebben betekend en haar echtgenoot tot de ongelukkigstemens van de wereld hebben gemaakt. De vrouw had echter zo'n afkeer van hetbekende middel, dat ze liever tien keer zou willen sterven dan zich van ditgeneesmiddel te bedienen waardoor ze zeker zou genezen. Wat men haar ook zei,niets hielp en haar man was keer op keer de wanhoop nabij. Het was mij bij zulkegelegenheden nog nooit gebeurd dat me niet iets goeds te binnen schoot en ik zeidan ook meteen heel ernstig en beslist in het bijzijn van de man tegen de vrouw:'O, maak je maar niet ongerust, ik weet nog wel honderd andere middelen die zulkeziektes nog veel eerder en zekerder genezen dan het genoemde middel! ' Hiermeehad ik in feite al gelogen als een paard; want ik wist werkelijk voor alle schattender aarde geen ander middel voor haar. Deze werkelijk kardinale leugen was dus alhet eerste bedrog voor het heil van de zieke vrouw.[4] Het tweede en dus nog grotere was vervolgens noodzakelijkerwijs, dat ik hetbekende middel een andere naam gaf, het vermengde met iets neutraals endaardoor de vorm, kleur en ook een beetje de smaak ervan veranderde en de prijservan ook flink verhoogde. Drie pond goud veranderden de zaak enorm. De vrouwnam het geneesmiddel met veel plezier in en werd enkele uren later niet alleenvolkomen gered, maar ook meteen fris, monter en ook volkomen gezond! Ik zelfkon amper mijn lachen inhouden om dit geslaagde bedrog, en tot op dit uur heeftnoch de vrouw noch de man van dit voor beiden heilzame bedrog ook maar ietsvernomen! [5] Nu vraag ik jou of dit bedrog als zodanig goed of slecht was? -Jezwijgt en kunt er niets tegen inbrengen! Ik zal je echter nog een ander voorbeeldgeven en daar dan je oordeel over vragen.[6] Luister, een jaar geleden gebeurde het, dat de enige, dertienjarige dochter vaneen hoogst respectabel en buitengewoon goed bemiddeld echtpaar overleed aaneen vreselijke melaatsheid. Dit kwam mij toevallig ter ore en ik snelde terstondnaar het huis waar grote droefheid heerste. De vader en moeder waren ontroostbaarvanwege dit verlies. Ik bekeek het meisje, dat daar volkomen dood lag aandachtigen stelde vast, dat het grote gelijkenis vertoonde met een meisje in onze grote

Page 91: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

91

verzorgings en verpleeginrichting en ik dacht bij mezelf: 'Dit droeve echtpaar kanen moet geholpen worden!' [7] Ik riep meteen de vader bij me en zei hem: 'Treurniet! Ik ben een ware Esseen en zeg je, dat ik dit slapende meisje weer tot levenkan wekken door mijn geheime geneesmiddel in het klooster! Laat haar daarheenbrengen met alles wat ze ooit heeft bezeten en geef mij een uiterst nauwkeurigebeschrijving van haar gehele karakter, haar sympathieën en antipathieën, kortomvan alles waar zij ooit mee te maken heeft gehad en ik garandeer je, dat ik je nudode dochter uiterlijk over twee maanden in je armen terug kom brengen!'[8] Ik zei dit ernstig en het spreekt dus vanzelf, dat de beide ouders er niet langover hoefden na te denken, omdat ze mij bij voorbaat al totaal niet tot enig bedrogin staat achtten. Alles wat het meisje dus ooit had toebehoord van de wieg tot aanhaar dood moest mee naar het klooster gebracht worden. Omdat ik gedurende mijndiensttijd dit huis heel vaak had bezocht en het meisje zeer goed kende en omdathet meisje van de al eerder genoemde verzorgingsinrichting, heel veel op hetoverleden meisje leek en daarbij een heel goed vermogen bezat om zich aan tepassen en dingen in zich op te nemen, was een uitwisseling zeer wel mogelijk.Toen er een paar maanden waren verstreken, was het meisje uit deverzorgingsinrichting al helemaal de weer tot leven gewekte dochter van de beidegelovig op haar terugkomst wachtende ouders.[9] Ik bracht zelf het tot leven gewekte meisje naar het ouderlijk huis. Toen debeide ouders mij al in de verte zagen en goed herkenden, staken ze van vreugdehun handen omhoog en liepen ze mij tegemoet, terwijl hun pseudo dochter op mijnaanraden hetzelfde deed, want ik had haar van tevoren verteld hoe ze zich moestgedragen. Als je getuige was geweest van de gelukzaligheid van beide ouders, hadje samen met mij meegehuild van vreugde![10] Door dit beslist buitengewoon fijnzinnige, maar toch wel kolossale bedrogzijn drie mensen volkomen gelukkig geworden; de droevige vader en moederhebben hun verloren dochter ongetwijfeld terug, en het anders zeer arme meisje isbij een paar weldoeners gekomen, zo goed als haar hart zich maar ooit had kunnenwensen. En wat heeft het mij opgeleverd? Ik zeg je, zo waar als ik hier sta: Niets,behalve het aangename besef dat ik drie mensen heel gelukkig heb gemaakt![11] Nu vraag ik je of dit bedrog ook slecht genoemd moet worden! Ja, ikzelfnoem ieder bedrog slecht wanneer het door iemand uit zelfzuchtigheid enverwerpelijk winstbejag tegenover zijn onschuldige medemensen gepleegd wordt;maar als ik alleen maar dan mijn toevlucht neem tot werkelijk fijnzinnig bedrog alsik er volledig van overtuigd ben, dat een zeer ongelukkig mens op geen enkeleandere manier te genezen is, dan is een nog zo groot bedrog iets heel goeds en kanhet door een verstandige en wijze god niet slecht genoemd worden, en dan moetmen met de vindingrijke mensengeest die in onze orde allerlei middelen uitvondom de lijdende mensheid gelukkig en gezond te maken bovendien nog ergdankbaar zijn! [12] Of heeft ook niet jullie God zich volgens de Schrift duidelijkvan bedrog bediend tegenover de oude en blinde vader Isaäk, om zijn volk in Jacobeen betere stamvader te geven dan de eerstgeborene, die ruwe Ezau? Ik ben het welmet je eens dat ieder kwaadwillig bedrog, als het eenmaal zijn hoogtepunt heeftbereikt, zichzelf te gronde moet richten, maar een bedrog ten gunste van de

Page 92: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

92

mensheid zeker nooit, maar wat moedwillig geschiedt door de een of anderekwaadwillige verrader wel! Het is dan toch echter wel duidelijk dat de vriend vande waarheid die ons goede bedrog verraadt, duizend maal slechter is dan de ergstevolksbedrieger uit onze orde! - Bewijs het tegendeel, als je dat kunt! Ik ben bereidom iedere strijd met jou over deze vraag te doorstaan."

Hoofdstuk 49: Het verschil tussen levenswijsheid en bedrog[1] Raphaël zegt:"Beste vriend, ik moetje openlijk bekennen dat het echt nietgemakkelijk is om met jou te praten; want jij gaat nu eenmaal van het principe uit,dat ieder middel geheiligd is alleen al door de bedoeling en het doel, en ik kan jedaar onmogelijk iets anders op zeggen dan dat je je ondanks al je goede wil en jescherpe verstand op een dwaalspoor bevindt en dat jij van alles wat ik je gezegdheb, met al je verstand hoe helder dat ook is, zeker nog bijna niets hebt begrepen![2] Jij ziet alleen aardse voordelen en het aardse geluk van de mensen, omdat jevan de geestelijke verhoudingen eigenlijk nog totaal geen notie hebt.[3] Men kan een mens op deze aarde wel heel gelukkig maken door allerleimisleidingen; maar daarmee heeft men hem voor zijn ziel en voor zijn geesthelemaal niets goeds, doch maar al te vaak, serieus iets zeer slechts bewezen.[4] Je hebt me een paar voorbeelden uit je leven verteld en tegen het eerste heb ikinderdaad geen bezwaar; want de behandeling van de zieke vrouw was in feitegeen bedrog, maar enkel iets verstandigs.[5] Als bedrog geldt voor God iedere verborgen handeling en verleiding vanmensen, waardoor zij onvermijdelijk fysieke en morele schade moeten oplopen.Als je echter een toespraak, iets aantrekkelijks of een daad alleen maar verhult omje broeder op deze wijze onmiskenbaar fysiek en moreel te helpen, omdat hij vaakmet allerlei zwakheden behept is waarmee op een openlijke manier maar moeilijkof ook helemaal niets te beginnen valt dan is dat alleen maar goed en verstandig enzeer aan te bevelen, en absoluut geen bedrog.[6] Als je met een handeling, toespraak of verlokking altijd een waarachtig edelebedoeling verbindt, dan heb je enkel iets verstandigs gedaan, waarvoor je debeloning uit de hemelen niet onthouden zal worden. En onder deze categorie valt jeeerste voorbeeld; want met deze verstandige daad heb je absoluut niets anderswillen bereiken dan datgene waarvan jij inzag, dat het voor de zieke vrouwvolkomen goed en nuttig was. [7] Maar je tweede voorbeeld is van geheel andereaard, ofschoon ook dit eenzelfde goedmoedig karakter lijkt te hebben. Daarmee isvoor de verre toekomst aan de mensheid een vals bewijs geleverd voor hetvermogen van jullie klooster om wonderen te verrichten, waardoor het niet kanuitblijven dat deze inrichting, wegens de algemene blindheid van de mensen, allegoudbronnen van de hele aarde voor zichzelf opent en over niet al te lange tijd inhet bezit komt van reusachtige rijkdommen.[8] Maar wat doet aardse rijkdom, wat brengt ze altijd teweeg? Ze maakt demensen hovaardig en heerszuchtig, en brengt hardvochtigheid voort, liefdeloosheiden de smerigste hoogmoed, en daardoor ook verachting, haat en vervolging van demedemensen. [9] Je hebt je immers al tegenover Cyrenius behoorlijk negatief

Page 93: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

93

uitgelaten over alle priesters, en uit de doeken gedaan hoe ze als plaatsvervangersvan een god de geestelijk arme mensheid maar al te vaak op de meest onmenselijkemanier kwellen, hen voor zich laten werken en zelf niets anders doen dan zichovergeven aan de allerergste ledigheid, terwijl ze intussen wel de blinde mensheidmet geestelijke en lichamelijke folteringen dwingen om voor hen te leven, tewerken en te sterven! Je hebt deze levensomstandigheden flink onder de aandachtgebracht en de schandelijkheid ervan duidelijk aan het licht gebracht.[10] Ik zeg je nu echter onverbloemd, dat alle nu nog overal bestaandepriestergemeenschappen op veel zuiverder basis staan dan jullie klooster; want hunfundament was vaste en zuivere, goddelijke waarheid uit de hemelen, maar dezewerd door de mensen zoveel geweld aangedaan, dat er nu bijna niets anders meerte zien valt dan leugen en allerhande bedrog. Wat kan er dan wel van jullieinstituut terechtkomen dat nu al principieel op niets anders gebouwd is dan op pureleugen en bedrog?! [11] Denk je soms dat jullie opvolgers zich steeds strikt aanjullie huidige opgestelde normen zullen houden? Over vijftig jaar al zal daaraanalles een heel ander gezicht krijgen! Het bedrog en allerlei toverkunsten zullen nogvermeerderd en verfijnd worden. Jullie zullen je ook wagen aan het weer tot levenwekken van oude personen, wat in sommige gevallen beter, in andere gevallenminder goed zal lukken.[12] Jullie zullen op het verraden van jullie geheimen de meest gruwelijke enonverbiddelijke straffen stellen; ja, jullie zullen zelfs de vraag, hoe het een ofandere wonderwerk van jullie mogelijk is, strafbaar verklaren! Jullie uitspraak zalzijn: 'Volk, je hoeft nergens een vraag over te stellen; jouw zaak is het slechts omonvoorwaardelijk te geloven! Mankeer je iets, kom dan, en je zult geholpenworden in ruil voor een volgens de voorschriften betaald offer! Over al het anderehoefje je eeuwig nooit zorgen te maken!'[13] Daardoor zullen mensen met een weetgierige inborst echter heimelijk boosworden, allerlei onderzoekingen verrichten en van buiten af achter jullie geheimenkomen. Dat zal jullie heimelijk met woede vervullen en aan degenen die zich aanjullie heiligdom vergrijpen, zal de meest vreselijke wraak gezworen worden enindien mogelijk zal deze ook nietsontziend volledig ten uitvoer worden gebracht:'

Hoofdstuk 50: De gevaren van de bedrieglijke wonderen van de orde derEssenen[1] (Raphaël:) 'Je hebt je afkeurend uitgelaten over de boetedoeningen van deIndiërs! Over vijftig jaar al zullen jullie nog tienmaal ergere invoeren; want alsjullie er mogelijkerwijs slechts voor gezorgd hebben dat het grootste gedeelte vanhet volk in zijn geloof sterk van jullie afhankelijk is, waar het heel gemakkelijk toete brengen is door jullie pseudo wonderen, dan zal het volk, wat er ook gebeurt,zich daar spoedig en zonder enig weerwoord in schikken. Want in hun domheidkunnen ze jullie voor niets anders aanzien dan voor knechten van de goden op dezeaarde die met allerlei geheime, goddelijke, alles vermogende krachten zijntoegerust, waar geen aardse wil en geen wereldse, menselijke kracht ook maarenigszins tegen opgewassen is.

Page 94: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

94

[2] Door zulke wonderen kunnen jullie het volk zonder meer volledig in julliemacht krijgen. Als dat eenmaal is gebeurd, hoeven jullie slechts tegen de een of deander zeggen: 'Erge zondaar die je bent! Wat jij voor ergs hebt gedacht, gewild enook al bijna hebt gedaan, dat zien wij, ja wij zien reeds die slechte gedachten enbegeertes inje hart in de kiem ontstaan, die jij pas in het komende jaar bewust in jegedachten hebt, en waardoor je je de volle vervloeking en toom van de goden op jenietswaardige hals zult halen! Wij waarschuwen je dat je je van al je bozegedachten en wensen voor de toekomst ontdoet en datje voor de goden, om ze voordeze keer gunstig te stemmen, voorlopig zo'n groot mogelijk offer aan onze voetenlegt:.Bovendien moet je jezelf nog gedurende drie volle jaren dagelijks kastijdendoor met een touw op je rug te slaan tot hij bijna bloedt! Je zult het eeuwigberouwen als je deze boete niet strikt uitvoert!' [3] De arme man die eigenlijk nooiteen slechte gedachte en al helemaal geen kwade wil in zich op had laten komen,zal zonder enige tegenspraak van jullie aannemen dat hij een grote enverdoemenswaardige zondaar is, en dat hij alles gewillig zal moeten ondergaanwaar jullie hem als almachtige en alwetende godsknechten mee opgezadeldhebben. -Ik vraagje echter naar het oordeel van je zuivere verstand, of dit einddoeldat jullie uiteindelijk toch moeten bereiken, goed en juist is, en of hier ook hetmiddel door het zeker volgende einddoel wordt geheiligd!"[4] Roclus zegt: 'Ja, maar die bedoeling hebben wij nog geen van allen ooit gehad,wij waren altijd alleen maar iets goeds van plan voor de arme, lijdende mensheid, -en daarom zie ik nog altijd niet zo goed in hoe mijn middel, namelijk het gestorvenmeisje op bedrieglijke wijze weer tot leven wekken, slecht kan zijn! Want ik kanme met al mijn verstand, hoe helder dit ook is, totaal geen enkele voorstellingmaken van waar dit volgens jou toe zal leiden -en ook niet dat uiteindelijk alles watwij nastreven, ook al is dat nu nog helemaal niet duidelijk, in die richting gaat!Want als men zoiets wil bereiken, moet men toch wel de wil hebben om ietsslechts te doen. Bij mijn weten is bij ons allemaal het volslagen tegendeel hetgeval! Waarvandaan zou het slechtste van het slechte ons instituut binnen moetenkomen?"[5] Raphaël zegt: 'Vriend, je hoeft maar de zuiverste tarwe te nemen en deze op dezuiverst mogelijke akker te strooien, als hij opkomt zul je er altijd nog eenbehoorlijke hoeveelheid onkruid tussen aantreffen! Nu jij en je collega s echtermets dan onkruidzaad in de aarde strooien, hoe willen jullie dan tarwe oogsten?[6] Gedurende alle tijden en in alle landen op aarde is oorspronkelijk door God aande mensen de allerzuiverste waarheid gepredikt door de mond van profeten dievervuld waren van Gods geest. Bekijk deze waarheden nu eens na een paarduizend aardse jaren! Wat zijn het nu? Voor het overgrote deel onkruid,voorschriften van mensen, leugens en allerlei soorten duimendik bedrog! Julliehebben je instituut op niets dan leugens gebouwd, en denken jullie daarmeewaarheid op te wekken in het hart van de mensen? Waar blijft de wereld dan?![7] Wat heeft het voor zin om een grote, diepe kuil in de grond te graven middenop de weg, zónder er in de verste verte de bedoeling mee te hebben dat er ooit eenmens in zal vallen?! En als de mensen dan 's nachts op deze weg lopen, zeg me,zullen ze dan niet even goed over de rand van dit gat vallen en daarin verdwijnen

Page 95: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

95

als wanneer je dat gat wél in de aarde gegraven had met de bedoeling om ermensen in te laten vallen en te laten verdwijnen?![8] Of laten we zeggen dat er een zieke man bij je komt, wiens ziekte je met al jeheldere verstand verkeerd beoordeelt, en je geeft hem dan een middel dat in zijngeval juist een gif is! Hij gaat eraan dood. Kan het middel dan goed genoemdworden, omdat jij als arts daar de beste bedoeling mee gehad hebt?![9] Mensen die in de weg, omdat het zeer drassig was, een gat of een diepeafvoergeul groeven zonder er een brug over heen te maken met een goede leuning,hadden zelfs ook een goede bedoeling, namelijk om de weg droog te.leggen; maardoor hun kortzichtigheid konden ze niet zo ver vooruit kijken, want anders haddenze immers zeker in moeten zien, dat zo'n gat of zo'n geul voor degenen die 'snachts over deze weg zouden gaan wel zeer gevaarlijk moest zijn.[10] Het middel waarmee ze de weg drooglegden was zodoende ook met de bestebedoeling een slecht middel, omdat ze met hun goede bedoelingen dit maal nietvoorzien hadden dat het gat of de geul 's nachts voor de reizigers toch duidelijkheel gevaarlijk zou zijn. Ja, als de wegverbeteraars het drassige stuk met stenen enhout opgevuld hadden en de weg op deze manier hadden drooggelegd, of over degeul in ieder geval een goede en stevige. brug hadden gelegd, dan zouden beide,zowel het middel als de bedoeling, goed zijn. Maar omdat ze enkel dachten: 'Nu,overdag zal iedere reiziger het gat of de geul toch wel vroeg genoeg opmerken enhet ontwijken, -en 's nachts moet toch niemand reizen!', was het middel dus slechten kan het door een zogenaamd goede bedoeling niet geheiligd worden![11] En zo is ook jullie bedrieglijke wonderinstituut voor het heil van de mensheideen tot in de kern slecht middel, omdat jullie bij het oprichten ervan helemaal niethebben overzien welke onuitsprekelijk grote nadelen hieruit voor de mensheidmoeten ontstaan. Wat voor zin heeft het dat jij de dochter van je vriend zogenaamdtot leven hebt gewekt, als hij van iemand die hij volledig vertrouwt te horen zoukrijgen, dat zijn eigen dochter netjes begraven is en een totaal vreemd kind als zijnzogenaamd weer levend gemaakte dochter aan zijn zorg werd toevertrouwd? Denkje soms dat jouw vriend zich ook hierna met zo'n bedrog tevreden zal stellen? Ofkun je je niet voorstellen, dat een dergelijk verraad een uitzonderlijk vernietigendlicht op jullie hele instituut zou werpen en het hierdoor alle geloofwaardigheid enal het vertrouwen zou verliezen?![12] Denk er maar eens over na wat de gevolgen van zo'n verraad voor beidepartijen zijn, dan zal het je wel duidelijk gaan worden of slechte middelen wel,serieus beschouwd, door een niet te overziene, totaal blinde, goede bedoeling endoor het bereiken van een slechts schijnbaar goed doel, als goed en geheiligdbeschouwd kunnen worden voor het forum van het heilige gerecht van de ware enalleen juiste wijsheid van God en Zijn lichtende geesten![13] Of staat dit niet gelijk met het willen verzwakken of zelfs vernietigen van dewaarachtige kracht van Gods geest, waarmee niet zelden mensen op deze aardevervuld werden? En gebeurt dit niet ten dele uit valse eerzucht en deels uit afgunsten grote jaloezie en uit vrees voor het verminderen of zelfs het geheel verlorengaan van inkomsten?! Wat moet er wel niet omgaan in een doorgewinterde Esseen,als hij hier dit wonder, dat op klaarlichte dag ten aanschouwe van alle mensen open

Page 96: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

96

en eerlijk werd verricht, goed tot zich laat doordringen en vervolgens, als hij eerlijkwil zijn, heimelijk bij zichzelf moet denken: ' Zie, tot zoiets zul jij eeuwig nooit instaat zijn! Wat stellen de wonderdaden van de Essenen eigenlijk voor vergelekenbij dit wonder! '?!"

Hoofdstuk 51: Ware en valse wonderdoeners[1] Roclus zegt: 'Voor ons, denkende mensen, is daar inderdaad een oneindig grootverschil tussen, maar voor de leek is gauw iets goed! Als iemand, die vanuit zijninnerlijke geestkracht wonderen verricht, ons maar niet ten aanschouwe van hetvolk uitdaagt en voor hen onze heel natuurlijke trucjes onthult, dan kunnen wijnatuurmagiërs, naar ik meen, ons heel goed handhaven naast de ware magiër dievanuit zijn innerlijke goddelijke geestkracht werkt, en hij naast ons, als hijtenminste niet geplaagd wordt door jaloezie!" [2] Raphaël zegt: 'Zo, is dat alles water in je om gaat?! Denk je dan dat het de ware wonderdoener die vanuit degoddelijke kracht die in hem woont te werk gaat ook te doen is om wereldse eer enaardse beloning?! Bestaat er voor de mens dan geen hogere en verder reikendebestemming op deze wereld dan de best mogelijke verzorging van zijn lichaam enzijn persoonlijke eer op deze materiële aarde? Luister en voel![3] Ieder mens heeft een onsterfelijke ziel en in de ziel een geest die nogonsterfelijker is. En opdat de ziel, als geest die zich uit de materie ontwikkelt,volledig één wordt met de oergeest van God, die 'liefde' heet, moet al het strevenvan de ziel erop gericht zijn, dat zij zich ten eerste losmaakt van de materie en vanalle eisen die deze stelt, en dat zij al haar inspanningen, al haar doen en laten enkelnaar het zuiver geestelijke richt; ten tweede moet het voortdurend haar enige zorgzijn, dat zij één wordt met de in haar rustende geest van Gods zuivere liefde, omdatGod Zelf van oorsprong in Zijn oerwezen de allerzuiverste Liefde is.[4] Maar hoe komt een mens dan te weten, dat zijn ziel één is geworden met deware geest van God in haar? -Dat komt hij heel eenvoudig uit zichzelf te weten!Als je in jezelf geen hoogmoed, geen onnodige eerzucht, geen zucht naar roem,geen afgunst, geen verlangen naar bezit, pracht en praal, geen eigenliefde, maardaarentegen des te meer intense en ware liefde voelt voor je naaste en God, en heteen ware, diepe vreugde voor je hart is als je alles wat je bezit in geval van noodaan arme en gebrek lijdende broeders en zusters hebt gegeven, ja, als het je echtpijn doet in je hart wanneer je een arme niet kunt helpen, en als God alles voor jebetekent en de hele aarde met al haar rijkdommen en schatten niets, dan is je zielreeds .geheel een met de geest van God in haar, dan heeft zij het volmaakteeeuwige leven bereikt, is ze wijs, en waar nodig in staat om wonderen te verrichtenenkel en alleen door te willen! [5] Om de ziel van de mensen echter naar dezebestemming te leiden, is door God aan zo menig vrome, in zichzelf en met God ééngeworden ziel juist. In bijzondere mate goddelijke kracht verleend om wonderen teverrichten, opdat zij voor de zwakken en kleingelovigen een getuige is van datgenewaartoe de mensen door God bestemd zijn en hoe zij moeten leven en handelen omdeze bestemming in zichzelf te realiseren.

Page 97: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

97

[6] En een ware wonderdoener zal zeker geen wonder doen om zich door dedomme en blinde wereld te laten aangapen of zelfs om iets te bereiken waar alleende materiële wereld waarde aan hecht, nee, hij zal dit doen om zijn naasten de warelevensweg te laten zien, om hun moed en vertrouwen ~ geven voor de strijd met dewereld tegen hun kwade hartstochten om hun de ware grond, de waarde en hetware doel van het leven te laten zien en hen op deze manier via een heel korte wegdaarheen te brengen waartoe ze allen door God zijn geroepen, namelijk tot hetware, eeuwige leven en de hoogste gelukzaligheid daarvan.[7] Stel nu jezelf en je hele instituut de vraag of jullie ook jullie zogenaamdewonderen ooit met deze bedoeling hebben verricht! Jullie zijn wel wereldwijze enzeker niet van huis uit slechte mensen; maar jullie zijn door het najagen van degoederen van deze wereld zelf in je innerlijke levenssfeer volkomen blindgeworden. De wereld en wereldse gelukzaligheid betekent voor jullie alles! Omdeze zo volkomen mogelijk te bereiken, is het vooral noodzakelijk omje doorgeschikte en doeltreffende middelen een zo groot mogelijk aanzien te verschaffen.Met het zwaard in de hand gaat dit niet altijd het best; maar het is bepaald nietmoeilijk om je door middel van allerlei toverkunsten een soort goddelijk aanzien teverschaffen, omdat alle mensen van nature veel meer verlangen naar wonderen dannaar geweld. Men moet er dan alleen nog voor zorgen, dat er met behulp vandergelijke zogenaamde wonderen voor de kijklustigen een bepaald materieel, ookal is dit maar schijnbaar, voordeel te behalen valt, en het spel is gewonnen.[8] De strekking van jullie opvattingen is dus precies zoals ik je nu uiteen zalzetten: ' Als mensen die overal in de wereld rondgekeken hebben, zijn wij aan deweet gekomen dat de mens na dit aardse leven helemaal geen leven meer heeft enkan hebben. Maar omdat je nu eenmaal op deze wereld moet leven, moet je inieder geval zo goed mogelijk proberen te leven. Om dat te kunnen, moet je ietsbedenken waardoor je je voor het volk onmisbaar, en schijnbaar op deeenvoudigste manier en met de minste moeite dienstbaar kunt maken. Dan zal hetvolk zelf al het zware werk voor ons verrichten, wij zullen daarbij een goed levenhebben, en het volk, dat ons helemaal verzorgt, zal daarbij van mening zijn dat hetGod een aangename dienst bewijst door alles, maar dan ook alles, voor ons tedoen! Daarvoor presenteren wij ons aan het volk, vanwege ons vermogen omwonderen te doen, als permanente en onverstoorbare plaatsvervangers van degoden op aarde, en daarvoor zullen wij ook als goden leven. Er moet alleen nooiteen verrader komen! Als het ons lukt om ons slechts vijftig jaar lang zonderverraad te handhaven, zullen vorsten samen met hun volkeren van pure deemoedvoor ons in het stof kruipen! [9] Om deze zaak zo doelmatig mogelijk te maken,mogen wij in het begin geen kosten sparen om alles zo effectief als maar enigszinsmogelijk is in te richten. Verder moeten wij ons steeds voor het volk voordoen alsde meest liefdevolle, voor hen bezorgde, en door de goden waarachtig bezieldemensen, en we zullen door de volkeren op handen worden gedragen! De oudereligiestichters waren weliswaar zo verstandig om ervoor te zorgen dat een volk zowerd als zij het 't beste konden gebruiken; maar wij Essenen met onzebuitengewoon grote ervaring, willen een religie tot stand brengen waartoeuiteindelijk alle volkeren samen met hun heersers moeten behoren! Want hoe het

Page 98: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

98

bijna overal elders toegaat weten wij, en voorlopig zullen wij daar nog meer vanaan de weet komen, wij zullen ons zeer geslaagde instituut aldoor verbeteren en hetin hoge mate verrijken met alles wat nuttig voor ons is en het zo voor alle tijdender tijden een voor al onze vijanden volledig onaantastbare plaats geven!'[10] Wel, als de ware wonderdoeners, die vanuit Gods geest te werk gaan zich danook nog met jullie zouden willen verenigen, zou jullie instituut, dat gebaseerd is ophet bedriegen van mensen, inderdaad totaal onoverwinnelijk zijn en jullie zoudendan al spoedig heer en meester zijn over alle wereldse schatten van deze aarde.Maar de ware wonderdoeners zijn, zoals ze in het verleden waren en ook in detoekomst altijd zullen blijven altijd de grootste vijanden van alle bedrog en leugengeweest en zullen zich daarom ook nooit met jullie verenigen, maar jullie overalontmaskeren en de volkeren alle voorzieningen tonen van jullie instituut, dat vanuitjullie standpunt bekeken zo prijzenswaardig is! Daardoor zullen jullieverwachtingen, die er zo mooi groen uitzien, maar al te gauw verwelken en voorniemand meer enige waarde hebben. Zul je dan ook nog beweren dat julliebedrieglijke wonderinstituut zo gemoedelijk en eendrachtig samen kan gaan met dewerkelijke wonderdoeners die vanuit God werken? Zie, ik alleen zou al heel goedin staat zijn om jullie instituut met een enkel wonder dermate krachteloos temaken, dat voortaan zeker geen enkel mens meer, op zoek naar hulp, bij jullie zijntoevlucht zou nemen! -Geloof je wat ik zeg, of geloof je me niet?"

Hoofdstuk 52: Roclus' twijfel aan Raphaël’s macht[1] Roclus zegt: ':Als je met je daden tot evenveel in staat bent als met je woorden,dan zou zoiets je inderdaad mogelijk zijn; maar de ervaring die ik tot nog toe metiedereen heb opgedaan is, dat de wijzen met de krachtigste woorden ook dezwaksten waren wat hun daden betreft. Ik geef daarom openlijk toe, dat ik niet al tezeer bevreesd ben voor je enigszins hoogdravende woorden met betrekking tot jedaadkracht! Maar ja, er is veel mogelijk, ook al is het niet altijd waarschijnlijk![2] Ga maar naar de beide ouders en vertel hun dat hun onlangs uit de doodopgewekte dochter niet de echte is, maar dat zij slechts vanwege de grotegelijkenis ondergeschoven is, dan zul je zien of ze je geloven! Ja, men zal je wel dedeur wijzen, maar geloven zal men het nooit, ook al zou je in staat zijn om met eentweede, nog meer gelijkende kopie te komen. Want de werkelijke dochter tot levenwekken zal je waarschijnlijk toch niet lukken; want ten eerste zal het jounauwelijks bekend zijn waar ze begraven is, en ten tweede is haar lichaam vast alwel behoorlijk aangevreten door de wormen.[3] Dit zou volgens mij nog de enige manier zijn om de beide ouders, in iedergeval voor een tijdje, aan het twijfelen te brengen; in het uiterste geval zouden detwee ouders de werkelijk tot leven gewekte dochter vanwege de grote gelijkenis alspleegdochter aannemen. Maar laten we ophouden met deze hele nietszeggendewoordenwisseling en onze aandacht op iets anders richten![4] Hoor jij ook bij dit gezelschap? Waarom zijn jullie nu eigenlijk precies hier?Verleent de opperste landvoogd hier, zoals al vaker het geval was, publiekeaudiëntie aan het volk, luistert hij naar hun verzoeken en hoort hij allerlei klachten

Page 99: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

99

van het volk en zijn vertegenwoordigers aan, of houdt hij hier soms een soortgerecht of krijgsraad? Want ik zie hier immers mensen uit alle streken en plaatsenvan de mij bekende aarde. Zelfs de zwartste Moren, zo zwart als ik ze eerder nognooit heb gezien, zijn hier buitengewoon rijk vertegenwoordigd; Perzen,Armeniërs;' Tauriërs, Grieken, Romeinen en Egyptenaren zijn er ook![5] Uit bescheidenheid en passende hoogachting voor de wijze en grijze Cyreniuszou ik nooit voor de dag zijn gekomen met deze vraag; maar omdat we nu al ruimtwee uur met elkaar praten, heb ik moed gevat en de vraag nu aan jou gesteld!Vertel me daar eens wat over als je dat wilt, en ook over de manier waarop nu tocheigenlijk dit huis met die tuin, haven en schepen erbij is ontstaan! Ik weet nog welwatje mij hierover al gezegd hebt; maar puur door de kracht van Gods geest in demens kan het toch immers niet alleen maar gebeurd zijn! Die kracht kan de menswel op het spoor brengen van de middelen waarmee men zoiets het best kanproduceren; maar zonder deze middelen, enkel uit lucht, zal zoiets toch wel niet totstand zijn te brengen! Kom, beste, wijze, jonge vriend, zeg me nu eens eerlijk watje er allemaal van weet!" [6] Raphaël zegt: 'Heb nog maar even geduld; want wezijn nog niet helemaal klaar met het gesprek van zojuist, en waarom deze menigtehier is samengekomen, mag ik niet voortijdig verklappen! Later zul je nog welmeer te horen krijgen; laten we voor 't ogenblik maar eens bij het volgendestilstaan: of ikzelf niet in staat zou zijn om jullie instituut een dodelijke slag toe tebrengen, zonder mij ergens een tweede kopie van de zogenaamd door een wondertot leven gewekte dochter te verschaffen! Jij twijfelt hieraan en toch zou ik jeogenblikkelijk een overtuigend bewijs kunnen leveren waarvan je de haren te bergezouden rijzen! -Wat zou je dan zeggen?"

Hoofdstuk 53: Roclus rechtvaardigt het stichten van de orde der Essenen[1] Enigszins geraakt zegt Roclus: 'Mijn geweten wordt niet geplaagd door watvoor misdaad dan ook! Ik heb steeds streng volgens de wet geleefd; wat zou mij deharen te berge moeten doen rijzen? Als het al zo is dat ons instituut zo'n gruwel isin de ogen van een voor de mensen nooit zichtbare God, wiens bestaan ik nuinderdaad niet meer kan ontkennen na alles wat ik van jou gehoord heb, dan zou dealwetende, alles ziende en almachtige, buitengewoon oerwijze God toch wel eenmiddel hebben waardoor Hij het oprichten van dergelijke instituten gemakkelijkzou kunnen verhinderen! Wij en eigenlijk onze voorvaderen hebben noch voor,noch tijdens en ook niet na het oprichten van dit instituut van enige kant een ofandere belemmering ondervonden; ook de staat, waaraan het plan toch openlijkwerd voorgelegd, heeft met alle bereidwilligheid toegestaan dat dit instituut, datzeer nuttig werd bevonden, werd opgericht, en ons toegezegd altijd trouw te zullenzwijgen, en ook beloofd om als dat nodig mocht zijn, ons met wapens te behoedenen te beschermen. Het volk, voor wiens duidelijk heil dit instituut werd opgericht,heeft ook geen protest laten horen. Dus van geen enkele kant, noch van God, nochvan de staat en ook niet van de burgers, is bij de oprichting op een of anderemanier geprotesteerd, en zodoende was het puur onmogelijk om tegen iemands wilte zondigen met het oprichten van dit instituut, en wij als leden daarvan kunnen

Page 100: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

100

daarom iedereen en ook een God met een heel rustig geweten onder ogen komen.Ik zou daarom werkelijk niet weten waarmee jij er op gerechtvaardigde wijze voorzou kunnen zorgen, dat de haren mij te berge rijzen![2] Jij beschikt, tenminste naar je eigen woorden, over een bijzondere kracht enbent misschien zelf wel degene die dit wonder heeft verricht, en je kunt misschienook zomaar slechts door woord en wil doden tot leven wekken, zoals nu tot onzestad het gerucht van een Nazarener is doorgedrongen die zoiets ten aanschouwevan iedereen heel goed kon, wat ik ook helemaal niet zo zeer betwijfel; wantmensen zijn innerlijk geesten van zeer verschillende grootte, en zo is er regelmatigiemand die hetzij uit zichzelf of door toeval iets uitvindt waarvan miljoenen vóórhem, miljoenen tijdens zijn leven en erna, geen enkele notie hebben, en hij voerthet uit en brengt daardoor vaak de halve aardbol in grote verbazing. En dan is hetjuist weer ons instituut, dat met geen goud te betalen is, dat zulke uitvindersopzoekt en alles in het werk stelt om hen voor zich te winnen, en ervoor te zorgendat hun afzonderlijke uitvindingen de gehele mensheid ten goede komen![3] Wij Essenen zullen nooit een buitengewoon mens vervolgen of belemmeringenin de weg leggen, maar wij stimuleren zo iemand nog op alle mogelijke manieren,en proberen hem, indien mogelijk, voor ons te winnen, wat ons al meerdere malenis gelukt. Dat het hem dan niet slecht gaat bij ons, daar staat het hele instituut alséén man borg voor! Zie, zo denken wij, dit is ons standpunt en zo handelen wijook, zonder dat enige beloning, hetzij tijdens of na dit leven, hier een rol speelt!Wij doen hetgeen wij na algemeen overleg als goed beschouwen, alleen omwillevan het geval zelf! Voor welke rechter moeten wij dan nog bang zijn?[4] Ben jij soms zelf die wonderbaarlijke Nazarener? Ook goed, en eigenlijk nogbeter; want dan leren wij die man of jongeling tenslotte immers zelf kennen, vanwie wij al zoveel buitengewone dingen hebben vernomen! Alleen zie je me er ietste jong uit voor de Nazarener, die volgens de beschrijving minstens dertig jaarmoet zijn! Maar het maakt helemaal niet uit, je hoeft de beroemde Nazarener ookhelemaal niet te zijn; want jij bezit immers ook een zeer levendige en werkzamegeest, je hebt veel van de wereld gezien en allerlei ervaringen op kunnen doen.Waarom zou jij daardoor niet ook vermogens kunnen ontwikkelen, waarvan ik degrootsheid in het geheel niet kan vermoeden? O, denk niet dat ik ook maarenigszins jaloers op je ben! Ook wil ik niet ontkennen dat er buiten onzeschijnwonderen ook ware wonderen kunnen bestaan; want aan schijnwonderenmoeten altijd ware wonderen vooraf zijn gegaan, omdat de mensen anders niet zogemakkelijk ooit schijnwonderen hadden kunnen uitvinden. Maar wat betreft éénding ben ik het absoluut niet met je eens, namelijk dat wij met opzet door onzeschijnwonderen ooit iets hebben willen bereiken waarvan men algemeen erkent dathet in feite slecht is.[5] Inderdaad, we wisten niet dat door zulke bedrieglijke wonderen de morelelevenssfeer van de mensen totaal te gronde wordt gericht, wat voor de mensen eengroot kwaad is; maar we waren allen zonder uitzondering atheïsten en daarom konons natuurlijk ook geen ander menselijk levensgeluk voor ogen staan dan hetaardse, omdat wij niet aan een leven na de dood van het lichaam geloofden,tenminste niet aan een leven waar men zichzelf van bewust is! Waardoor wij echter

Page 101: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

101

het bestaan van een goddelijk wezen niet meer aannamen en wat ons tot eenabsoluut atheïsme heeft gebracht, heb ik je al zo goed en aanschouwelijk mogelijkper 'longurn et laturn'*(*lang en breed) uit de doeken gedaan en ik geloof nuvoorjou, ook al zou jij God Zelf zijn, zo zuiver mogelijk te staan.[6] Er is ook geen enkel ziek plekje in mijn geweten dat ik geheim heb gehouden,en daarom sta ik hier ook heel moedig tegenover je! De dood vrees ik niet,ofschoon ik waarlijk geen vriend ben van pijn en lijden. Wat is er verder nogwaarmee je de haren van een man, die ook van zichzelf kan zeggen 'Si totusillabatur orbis, impavidum ferient ruinae!,*(*Ook al stort de hele wereld in elkaar,de onverschrokkene zal toch door het puin gedragen worden)van angst te bergezou kunnen doen rijzen? Laten we nu liever goede vrienden blijven en elkaar inalles wat goed en waar is steunen, wat zonder meer zeker het beste is voor allemensen, dan zal het volgens mij helemaal niet nodig zijn dat wij elkaars haren teberge doen rijzen! Overigens kun je doen wat je wilt, de wereld zal over hetalgemeen toch nooit beter worden dan ze nu is en ook altijd al was![7] Het liefst zou ik er nu met mijn collega's weer vandoor gaan! Want ik zag netdat hier meerdere Farizeeën zijn, en -vergeef me, vriend! -die kom ik lievernergens tegen, omdat ze' ex diametro,* (*lijnrecht) tegen iedere vooruitgang zijn.Ik schenk je alle verdere verklaringen en moeite! Ik weet nu waar ik aan toe ben enwaar ik me geestelijk naar moet richten om het eeuwige leven uit God te bereiken;meer heb ik voorlopig niet nodig, en verdere uitleg over dit wonder met betrekkingtot het huis schenk ik je ook, ofschoon ik graag tot in de kern was doorgedrongen!Maar al die Farizeeën; zelfs de overste uit Caesarea Philippi, met z'n strammebenen, is ook al hier! O, we maken dat we weg komen!"[8] Raphaël zegt: 'O, voor hen kunnen jullie wel blijven; want dat zijn evenminFarizeeën meer als jij! Iedereen die hier rondloopt is een zuiver mens, op één na,die intussen vanwege de Schrift wordt geduld. Dus de Farizeeën die hier zijn, hoefje niet meer te mijden! Maar je beweert dat je iets gehoord hebt van dewonderbaarlijke Nazarener? Vertel me er iets van, dan zal ik er van afzien omjouwharen te berge laten rijzen! Wil je dat?"[9] Roclus zegt: 'Waarom niet? Ik weet weliswaar niet veel; maar wat ik weet isgeen onzin, het lijkt op waarheid te berusten en verdient om geloofd te worden. Ikvraag alleen enig geduld om het onder woorden te brengen!"

Hoofdstuk 54: Wat Roclus over de Nazarener heeft gehoord en zijnopvattingen daarover[1] Na een korte pauze zegt Roclus tegen Raphaël: 'Beste jongen, werkelijk wijzevriend! Ik ben nu geheel in staat om je te vertellen wat ik ook pas sinds korte tijdheb vernomen van enkele handelslieden uit Nazareth en Kapérnaum, aan wie ikzonder meer waarlijk mijn volledige vertrouwen heb geschonken wat de feitenbetreft, omdat dat mannen zijn die men kan geloven. Maar ik weet natuurlijk ookgeen woord meer dan wat ik van deze collega' s van mij als waarheidsgetrouw hebvernomen, luister dus naar me!

Page 102: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

102

[2] In het stadje Nazareth aan de bovenloop van de Jordaan gelegen, niet in hetplaatsje in de bergen dat dezelfde naam heeft, leefde een timmerman die bij zijntweede vrouw een zoon had verwekt, die hij 'Jezus' noemde. Deze was tot zijndertigste ook timmerman en een altijd stille man, die veel dacht maar weinig sprak.Hij was verder een uiterst beschaafd man; men hoorde hem nooit ruziën en zaghem nooit een of andere bekoorlijke Venus en evenmin Bacchus hulde bewijzen.[3] Evenwichtige en zeer bescheiden nuchterheid was de overheersendekaraktertrek in zijn leven. Daarnaast was hij altijd zeer deemoedig en barmhartigtegenover de armen, en vroeg voor zijn altijd uitstekende timmermanswerk slechtseen heel klein loon, dat hij altijd uiterst stipt aan zijn ouders afdroeg. Op de dagechter dat hij precies dertig jaar oud werd, legde hij al zijn gereedschap aan de kanten raakte noch zijn bijl, noch zijn zaag meer aan. [4] Zijn broers en zijn nog inleven zijnde moeder, allemaal volkomen eerlijke mensen, vroegen hem naar dereden daarvan en hij moet hun het volgende, hoogst mysterieus klinkendeantwoord gegeven hebben: 'Het uur is gekomen, dat ik de wil van mijn Vader in dehemel moet vervullen, waarom ik dan ook naar deze wereld ben gekomen!,[5] Spoedig daarop verliet hij het ouderlijk huis, trok naar de kleine woestijn nietver van de plaats waar de Jordaan in de zee stroomt, waar wij ons nu bevinden,nam daar leerlingen aan en leerde hun God en de naaste lief te hebben enwaarschuwde hen voor het oude zuurdeeg van de Farizeeën; en dit is iets waardoorik veel waardering voor de man kreeg, ofschoon ik nog niet het geluk had hemergens persoonlijk te ontmoeten; want een tegenstander van de Farizeeën is altijdonze vriend en kan van ons alle steun krijgen. [6] Aan deze zeer achtenswaardigeleer schijnt hij ook een geweldige magische wilskracht te verbinden enwonderdaden te verrichten die tot nog toe geen enkele sterveling in zijn dromenvoor mogelijk heeft gehouden. Men zegt bijvoorbeeld dat hij iedere dode zonderenig aards middel maar slechts door woord en wil weer in het leven terugroept; hoeongelooflijk en fantastisch dit ook mag klinken, zegt men toch dat het volkomenwaar is! Kortom, hij moet van de ene plaats naar de andere trekken, de mensenzichzelf en God leren kennen op een manier die heel goed te begrijpen is, en iederestap die hij zet schijnt van de meest buitengewone wonderen vergezeld te gaan![7] Zijn intussen al zeer talrijke en altijd met hem mee trekkende leerlingen houdenhem voor een God, omdat een werkelijke God met al zijn wonderbaarlijkeeigenschappen onmogelijk tot meer in staat zou zijn. Maar laten we het daar maarniet over hebben; want een God, zoals wij ons die in allerlei vormen en gedaantenvoorstellen, is immers toch niets anders dan een allerlei vormen aannemendproduct van de menselijke fantasie, met louter toegedichte vermogens die nietsvoorstellen, evenmin als de bezitter van deze vermogens, namelijk degefantaseerde God! [8] Maar als het echt zo gesteld is met de wonderman uitNazareth, waar ik absoluut niet aan twijfel, dan zie ik ook helemaal niet in waarommen hem niet voor een God zou kunnen of mogen houden! Ik denk er het volgendeover: Deze mens, door zijn natuurlijke aanleg zeker begaafder dan leder andermens op de hele aarde, heeft door zijn levensinzet het centrum van zijn liefdelevenin zichzelf gevonden, en heeft vervolgens dit centrum zeer zorgvuldig verzorgd,gevoed, gesterkt en ontwikkeld.

Page 103: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

103

[9] Met dit ware leven, dat volledig in hem is ontwikkeld en hem geheeldoordringt, stelt hij zich in verbinding met de algemene levenskracht van denatuur, waardoor zijn wil dan niet alleen zijn eigen levensorganisme leidt, maaralle organismen in de hele natuur, omdat hij door zijn leven de leidraden van alleandere deellevens in de levende wezens in zichzelf verenigt en daardoor naarbelieven met alle wezens kan doen wat hij wil.[10] Ik heb daarstraks al, toen ik nog volledig atheïst was, de opmerking latenvallen, dat en hoe een mens het alleen maar tot een werkelijke God en tot heteeuwige leven kan brengen door het levensprincipe in zichzelf te vinden, en datmisschien al verscheidene mensen heel lang geleden het zover gebracht hebben enin de toekomst nog meer mensen het zover zullen brengen. Nu hebben we de manuit Nazareth, die geen verzinsel is en die mijn bewering volkomen rechtvaardigt!Aan hem dacht ik dan ook toen ik die opmerking tegenover jou maakte. Ik zou erheel wat voor over hebben als ik hem ergens kon vinden! Ik zou zelfs zijn leerlingworden en ik zou hem, als het allemaal waar is wat ik over hem gehoord heb vanenkele van mijn collega's, zonder daar verder nog aan te twijfelen voor een wareGod houden en hem met hart en ziel liefhebben en aanbidden, ook al zou je medaar duizend joodse Jehova's en honderdduizend Egyptische oppergodentegenoverstellen! [11] Ik zeg je: Alle Jehova's en alle Zeus en, de Egyptische,Griekse en Romeinse, en alle Athma's en Lama's van de Indiërs stellen niets voorbij deze ene Nazarener, die een ware wonderman is en waarvoor wij, Essenen, in 'tgeheel niet bevreesd zijn, want enkele van ons bevinden zich zelfs onder zijnleerlingen en hebben ons al meerdere malen per brief laten weten hoe deze man is,wat hij leert en wat hij allemaal doet! Ja, als die man hier toevallig zou zijn, danzou ik jou helemaal niet vragen hoe dit wonderbaarlijke huis is ontstaan; want danzou ik tegen je zeggen: 'Kijk, dit is een waar Godswerk![12] Voor een God is het mogelijk om hier ook een nieuwe wereld te scheppen;want hij heeft de centrale levensdraden in zich, en het kan niet anders dan dat hijhiermee alle wezens en alle elementen van de gehele natuur volkomen in zijnmacht moet hebben. Hij hoeft maar iets vast te willen en het moet zich dan volgenszijn allerhelderste en hoogst volmaakte intelligentie vormen. Archimedes, 'n grotewijze, die met heel wat krachten vertrouwd was, zei: 'Geef me een vast punt bovende aarde, en ik licht de hele wereld uit haar voegen!' Dat was weliswaar eenstoutmoedig, maar toch een groot woord; maar het zou hem wel zwaar gevallenzijn om met zijn schroefhefbomen de hele aarde uit haar voegen te lichten.[13] De Nazarener heeft echter geen materiële schroefhefbomen nodig, hij hoeftmaar zijn wil te laten werken en de hele aarde, wij incluis, ligt in atomenuiteengevallen voor ons, dat wil zeggen, voor zover wij ons na dit uiteenvallen nogeen bestaan voor onszelf kunnen voorstellen![14] De Nazarener is het die de geschikte hefboom heeft gevonden en hij heeftgeen vast punt buiten de aarde nodig, maar alleen zijn wil, en alle zichtbare natuuris opgehouden te bestaan! En kijk, deze Nazarener behoort in zekere zin ook totons instituut, dat wil zeggen tot het instituut van de ware, onbaatzuchtigenaastenliefde, en wij hoeven daarom niet te vrezen voor een wonderdoener die nog

Page 104: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

104

groter en nog waarachtiger is, omdat wij er van overtuigd zijn dat vast niemand opdeze aarde het tegen hem op zal nemen.[15] Of voel jij er soms voor om het tegen hem op te nemen, je wou me Immers deharen te berge doen rijzen?! Kijk, mijn beste en verder zeer gewaardeerde jongen,altijd mooi bescheiden blijven! Je kunt dan wel tot heel veel in staat zijn, maar noglang niet tot alles; de Nazarener is echter tot alles in staat! Met hem zou het slechtkersen eten zijn voor jou, beste vriend van me! Ik zal de Nazarener vast nog welergens zelf ontmoeten en jou dan aan hem voorstellen; pas dan echter op dat het jede kop niet kost! Zo, weet je nu wie de wonderman uit Nazareth is?[16] Raphaël zegt: 'Zo, denk je dat ik hem niet ken? Ik ben immers al een zeergeruime tijd bij hem in dienst!'

Hoofdstuk 55: Het wonder dat Roclus van Raphaël verlangt[1] Roclus zegt lachend: 'Wat ben jij een vreselijke opschepper! Als je nog nooiteen onwaarheid hebt gesproken dan heb je het nu gedaan! Daar laat die jongevlegel mij de heerlijke Nazarener eerst uitvoerig beschrijven en zegt nu, dat hij algeruime tijd bij hem in dienst is. Niet slecht, helemaal niet slecht! Eerst weet hijnog zo goed als niets over hem en nu is hij zelfs zijn dienaar! Neen, maar nu vraagik je toch om dat te bewijzen, anders zal ik ervoor zorgen dat jouw blonde lokkente berge rijzen! Begrepen?! Kom dus maar op met het bewijs!"[2] Raphaël zegt: 'Ja m'n vriend, met dit verzoek maak je me niet bang en ik zal instaat zijn om alles te doen wat je maar verlangt, als je tenminste iets verstandigsvraagt en iets wat men zich voor kan stellen; want voor iets doms en iets dat menzich niet voor kan stellen bezit ik geen kracht en geen macht. Vertel me dus vlugwaarmee ik het moet bewijzen, dan zal ik het ook even vlug ten uitvoer brengen!"[3] Roclus keek Raphaël nu strak in het gezicht en zei: 'Wel, mijn lieve, jongevriend, hier heb ik een steen van de grond opgeraapt die ongeveer vijf pond weegt.Hij is van bruin graniet en is voor zover ik weet met geen enkel metaal verwant.Maak er goud van, maar het gewicht moet gelijk blijven!"[4] Raphaël zegt: 'Kortzichtige man, als.dat goud wordt, zal de klomp wel drie keerzo zwaar worden! Het gewicht kan dus niet gelijk blijven als aan de vorm en deomvang niets veranderd mag worden! Wat wil je nu dat er verandert?"[5] Roclus zegt: 'Laat vorm en omvang hetzelfde blijven en het gewicht veranderenten behoeve van het wonder!' [6] Raphaël zegt: 'Houd de steen nu dan stevig vast,opdat hij niet wanneer hij als een goudklomp driemaal zwaarder is geworden uit jehand valt; want de oerplotselinge gewichtstoename geeft altijd hetzelfde gevoel alswanneer er een steen van ongeveer tien pond uit de lucht in je handen zou vallen!Je zou dus wel eens met goudklomp en al om kunnen vallen!"[7] Roclus zegt: 'Dat ongeluk zal mij waarschijnlijk niet overkomen!'[8] Dit zei Roclus enkel vanuit een soort twijfel over het slagen van het bewijs. Ophetzelfde moment wil Raphaël de steen echter in goud veranderen. De steenverandert op dat moment ook helemaal in goud en werpt door de plotselingegewichtstoename Roclus op de grond en wel zo hard, dat Roclus zich flinkbezeerde en hij nauwelijks in staat was om weer op te staan.

Page 105: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

105

[9] Toen hij (Roclus) weer op zijn benen stond begon hij Raphaël te verwijten dathij het moedwillig had gedaan: 'Luister, wonderbaarlijke, baldadige jongen, tienvan zulke goudklompen zijn niet waard om je daarvoor zo'n pijn te latenwelgevallen! Had je me dan niet kunnen zeggen: 'Nu gebeurt de verandering!'? Ikben immers met mijn hoofd en mijn handen zo hard op de grond terecht gekomenalsof ik uit een hoge boom ben gevallen! Mijn hoofd doet nog ontzettend pijn! O,jij baldadige wonderjongen, genees me nu ook van mijn hevige hoofdpijn, als eennog groter bewijs van de waarheid van hetgeen je gezegd hebt!'[10] Nu blies Raphaël in de richting van Roclus en op hetzelfde ogenblik voeldeRoclus geen enkele pijn meer, en Raphaël zei tegen hem: 'Til nu ook de klompgoud van de grond op en bekijk hem of hij wel helemaal van echt goud is!"[11] Roclus deed dat en riep meteen ook zijn elf metgezellen erbij en zei: 'Kijk hiereens en oordeel zelf!"

Hoofdstuk 56: De Essenen gissen naar de persoon van Raphaël[1] Allen kwamen en zeiden: 'Vriend, dat is puur goud, en die hele klomp zou weleens een nauwelijks te schatten hoge waarde kunnen hebben! En die onbeschrijflijkmooie jongen heeft enkel door zijn wil bewerkstelligd dat deze bruine korensteennu een even grote klomp goud werd? Dat kan geen enkele magiër! Het is dus eenecht wonder, alleen een God mogelijk, -wat wij weliswaar tot nog toe allemaalvoor een verzinsel hielden, maar dit feit zegt ons onmiskenbaar iets anders. Dezeprachtige jongen is een God, niets meer en niets minder! Die moet door onsaanbeden worden en wij moeten hem offeren wat wij maar kunnen, opdat hij nietboos op ons wordt en ons zelfs zou verlaten!"[2] Roclus zegt: 'Hij beweert van zichzelf dat hij slechts een leerling en dienaar vande steeds beroemder wordende Nazarener is. Hij is dus geen God; maar des teduidelijker komt hier de onbetwistbare goddelijkheid van de Nazarener naar voren!Ook hebben jullie zojuist gezien met wat voor geweld ik op de grond viel,waardoor ik hevige hoofdpijn kreeg, en met een heel zachte ademtocht uit de mondvan de jongen werd die pijn letterlijk weggeblazen. Dus de jongeling is volgenszijn eigen woorden slechts een leerling en dienaar van de Nazarener, en verdientweliswaar al ons respect, maar geen aanbidding en geen offer! Omdat hij dit nuongetwijfeld is, moeten we nu alleen naar de Nazarener zoeken; hebben we die,dan hebben we alles!"[3] De metgezellen zeggen: 'Is deze jongen tenslotte niet zelf de Nazarener?[4] Roclus zegt: "Neen, neen, dat is hij niet! Ten eerste is hij daar veel te jongvoor; dertig jaar, -hoe komen jullie daarbij!? Deze jongen is amper zestien! En tentweede hebben we de hoogst eigen bekentenis van de jongen zelf! Zijnmoedwilligheid is wel een beetje erg, maar van een leugen is bij hem absoluut geensprake, dat garandeer ik jullie, -geen spoortje van een leugen is bij hem; want zogoed heb ik hem welleren kennen! Oprecht is hij zonder meer, soms ook wel eenbeetje ondeugend, wat we vanwege zijn jeugdige leeftijd graag door de vingerswillen zien, te meer daar hij zo'n prachtige jongen is als ik in mijn leven nog nooitheb gezien! Men zou bijna denken dat hij een verkleed erg mooi meisje is; maar

Page 106: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

106

soms ziet hij me er toch veel te ernstig uit, zodat ik hem dan ook ondanks zijn zeervrouwelijke schoonheid toch voor een mannelijk persoon moet houden. Ook is hijveel te wijs voor een meisje; want meisjes, ook al zijn ze nog zo mooi, zijn altijdeen beetje dom en kunnen zich nooit en te nimmer tot de wijsheid van een manverheffen. Maar hij bezit een heel bijzondere wijsheid, waar iemand zoals wij nietmee kan wedijveren. Dit alles bewijst echter ook dat hij niet de Nazarener zelf,maar een echte dienaar van hem is. Laat hij ons bij de Nazarener brengen!"[5] Nu richt Roclus zich weer tot Raphaël en zegt: 'Luister, jij beste, ofschoonenigszins kwajongensachtige dienaar van de Nazarener! Wij beiden zijn klaar metelkaar en ik en mijn collega's vragen je nu alleen nog om ons te laten zien waar wijde beroemde Nazarener kunnen vinden en ontmoeten!"[6] Raphaël zegt: 'Ja, nu mag en kan ik je, ook al is het een beetje vaag, wel zeggendat de zeer beroemde Nazarener zich juist hier bevindt! De juiste persoon kun jijmet je scherpe verstand zelf wel vinden onder deze ruim honderd gasten! Kijk, alsje niet zo'n scherp verstand had, dan had ik je de persoon van de Nazarener welaangewezen; maar je scherpe verstand belet me dat! Ga daarom goed zoeken en jezult het goede wel vinden!"[7] Roclus zegt: 'En maar hatelijke opmerkingen maken, geeft niets; mijn verstandis desondanks niet te verachten! Wat ik daarmee niet kan vinden, vind ik wel metmijn hart; want dat behoort toch ook niet bepaald tot de minste op deze wereld.Maak je geen zorgen om mij, mijn jonge, zeer wijze vriend, ik zal niet lang hoevente zoeken en spoedig het juiste vinden en hebben!"

Hoofdstuk 57: Roclus spreekt over het belang van een ontwikkeld verstand[1] Nu spoort Raphaël Roclus aan om eerst voor de kostbare klomp goud te zorgen,die hij hem cadeau doet. [2] Roclus zegt een beetje boos geworden: 'Vriend, als ikop het punt sta het hoogste goed van de mensen te zoeken, dan laat ik hetgevaarlijke vuil van deze wereld met rust! Heb je dat begrepen, jonge vriend, jedreigt nu toch wel een beetje eigenwijs te worden?! Ik kan je werkelijk verzekerendat ik deze vuiligheid met geen vinger meer aan zal raken en je kunt het voor jeeigen plezier weer veranderen in hetgeen het vroeger was![3] Denk je soms dat ik begerig ben naar goud, omdat ik een Griek en een Esseenben? Wel, dan vergis je je deerlijk! Ten eerste bezit ik thuis als aards erfgoedhonderd keer meer van dit gele vuil der aarde dan deze ongemakkelijke klompgroot is en daarom heb ik dit vers gebakken goud niet nodig, en ten tweede is mijnhart er nog nooit aan gehecht geweest; want als ik ooit begerig was geweest naaraardse goederen, dan had ik vast nooit zo'n scherp verstand kunnen ontwikkelen,dat, ook al kan het, het Allerhoogste zelf niet begrijpen, toch een hulpmiddel is opde weg daarheen, en ook daarom alleen al duizend maal meer waarde heeft danhonderdduizend van zulke goudklompen.[4] Wel weet ik nu dat de mens bij het puur met het verstand zoeken naar dehoogste geestelijke zaken van het leven, ook al is dat verstand nog zo zuiver enscherp, er nooit helemaal zal komen; maar als dit licht van de ziel volledigontbreekt, zal de mens het nog moeilijker hebben om bij de hogere, dieper liggende

Page 107: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

107

waarheden van het leven te komen! Als de mens een goed ontwikkeld verstandheeft, dan is hij volgens mij al een flink eind op weg naar de eeuwige enonvergankelijke levenswaarheid die van God komt, en dat is vanuit ditgezichtspunt bekeken zeker ook al van zeer hoge waarde, en het is daaromhelemaal niet juist dat jij, jonge vriend, zo plagend over mijn scherpzinnigheidspreekt! [5] Kijk, in de afgebrande stad dwalen nog heel wat mensen rond overwier scherpe verstand jij je zeker nooit zou beklagen; waarom komen ze dan niethier naar toe, deze schapen en lammeren, om de diepere waarheden v~n ~et levente zoeken? Ze zijn hier allemaal komen kijken en hebben dit nieuwewonderbaarlijke huis vast ook ontdekt; maar dat is hen om het even![6] Wat kan de belangstelling wekken van een mens als hij helemaal niet in staat isom te denken? Ik zeg: Helemaal niets, behalve dat zijn misschien hongerige maagijverig achter wat eten aan zal lopen, dat hem zal verzadigen! Zet deze steedshongerige menselijke lastdieren een maaltijd voor en verricht naast hen de grootstewonderen, -dan zullen deze verstandsloze mensen gulzig eten en niet in het minstoog hebben voor jouw wonderen! En als ze hun maag hebben gevuld, worden zetraag en slaperig en zullen weer geen oog hebben voor je wonderen! Zoiets valtalleen het ontwikkelde verstand op en het begint te denken en allerleivergelijkingen te maken en heeft geen rust tot het de een of andere verklaring vanhet wonder te pakken heeft![7] Maar als dit onweerlegbaar zo is, waarom maak je dan voortdurend bitseopmerkingen over mijn scherpe verstand? Kijk, ondanks al je wonderbaarlijkekracht heb je het wat dit betreft toch wel heel erg mis![8] Als ik een God waarachtig wil leren kennen dan moet ik daarbij, en wel op deeerste plaats, ook denken en dan pas voelen! Wat moet anders een beter engeestelijk gevoel in mijn hart opwekken als ik als een os ben zonder verstand? Jijzei me dat ik de goddelijke Nazarener alleen met mijn scherpe verstand moestzoeken en vinden; en dat zal ik ook doen om je te laten zien, dat een goed verstandook ergens goed voor is! Kort en goed, het is uitstekend, ik ben je heel veel dankverschuldigd en ik mag je echt heel graag -want je hebt mij een echte God lerenkennen en mij daardoor een onmetelijke schat gegeven, waartegen helegoudbergen niet opwegen -; maar datje nog steeds vervelende opmerkingen maaktover mijn verstand bevalt me niet aan jou![9] Want zelfs de hoogste wijsheid van een God moet het met me eens zijn, dat hetverstand voor de mens vanwege de zelfkennis en hoofdzakelijk vanwege de daaruitvoortvloeiende kennis van God even noodzakelijk is, als de ogen voor hem nodigzijn om te kunnen zien! Ik weet wel dat een mens met zijn verstand, ook al is ditnog zo wakker en helder, eindeloos veel niet kan en zal begrijpen van wat degoddelijke, hoogste wijsheid allemaal heeft verordend, wat haar deed ontstaan, enwat er allemaal is en gebeurt; maar zonder een zekere scherpzinnigheid, die in staatis om te onderzoeken en te onderscheiden, begrijpt de mens helemaal nooit iets![10] Men zegt, dat alleen het geloof een licht is voor de mens! O, lieve hemel, watis dan een geloof zonder verstand? Het is de wiegewijsheid van onmondigekinderen die naar de maan reiken omdat ze mogelijk denken dat het een rond stukhoningbrood is! Er zijn werkelijk volwassen mensen op deze goede aarde die de

Page 108: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

108

maan voor een in de lucht zwevend stuk brood houden, dat iedere maand door deparadijsvogels wordt opgegeten, maar dan meteen weer opnieuw begint te groeien!Ja, vriend, zeg me, wat heb jij, wat heb ik en wat heeft een God nu aan zo'n geloof?Is het dan niet beter en waardiger voor de menselijke en goddelijke geest in demens om na te denken en in de loop van de tijd te ontdekken, dat de maan toch ietsanders moet zijn dan een stuk brood waarvan de paradijsvogels kunnen eten?[11] Mijn principe is: Alles onderzoeken en daarvan het goede, en hetgeen in iedergeval het dichtst bij de waarheid komt, zolang behouden tot men hierover een beteren sterker licht ergens vandaan heeft gekregen. Immers, in een pikdonkere nacht iseen lichtwormpje beter dan helemaal geen licht; en daarom is het lichtvonkje vande ziel -verstand genaamd -immers ook beter dan totaal duister bijgeloof, waarin inde verste verte geen waarschijnlijkheid is te ontdekken! [12] Gesteld, dat ik eenvolstrekte waarheid, die mij verteld is, moet geloven zonder mij ook maar in hetminst ervan te kunnen overtuigen dat het werkelijk een waarheid is, omdat hetverstand en de ervaring die daarvoor nodig zijn ontbreken. Wat is zo'n geloof dananders dan het blindste bijgeloof? Want wat voor nut heeft de geloofde waarheidvoor mij als ik die niet begrijp, ja mij helemaal niet overtuigen kan of het eenwaarheid is? Waar zou goud nu goed voor zijn, als het verstand van een mens hetniet zou kunnen onderscheiden van ander, gewoon, waardeloos metaal? Als eenmens dus iets gelooft dan moet hij het toch met een beetje verstand geloven, andersmaakt het voor hem immers niet uit of iets leugen of waarheid is![13] Als jij mij zegt: 'Ver achter die blauwe bergen ligt een stad die louter uit dekostbaarste edelstenen is opgebouwd, en de mensen die daar wonen zijn allemaalreuzen!', dan zal ik jou, als ik blind en dom genoeg ben, op je woord geloven endan zal dat zelfs een onwrikbare waarheid voor me zijn; maar als er dan iemandanders komt die tegen mij zegt: 'Zeg, achter die blauwe bergen ligt helemaal geenstad, en er zijn al helemaal geen mensen die zo groot zijn als reuzen!', wat zal ikals dom onwetend mens zonder verstand dan doen? Ik zal vasthouden aan wat ikhet eerst gehoord heb, ofschoon het een pure leugen is, en ik zal met brutale spotde waarheid van de tweede afwijzen! Kan dit echter een hoogst wijze God om heteven zijn? [14] Als de Nazarener een God is vol van de hoogste wijsheid, waaraanik nu niet meer twijfel, omdat ik dat met mijn verstand inzie, dan zou het toch weldom van hem zijn als hij de mensen zou leren om de leugen en het onware daarvante onderkennen, maar daarentegen het licht van de waarheid en het goede daarvanzonder enig kritisch verstand aan te nemen![15] Je ziet dus datje me wat dit betreft niet kunt overtuigen, ook niet al doe jeduizend wonderen; maak daarom in het vervolg geen grapjes meer over mijnverstand, maar laat het in zijn waarde; wijs me dus maar aan waar de goddelijkeNazarener zich nu bevindt, opdat ik op passende wijze voor hem neer kan knielenen hem ook kan aanbidden!"

Hoofdstuk 58: De invloed van de liefde op het verstand[1] Raphaël zegt: 'Maar vriend, jij maakt je in zekere zin druk om iets waarvan jijalleen maar veronderstelt dat ik er zo over denk; hoe kun je van me denken dat ik

Page 109: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

109

een tegenstander ben van een goed verstand bij mensen?! Als ik je zeg datje deNazarener hier nu met je kritische verstand moet zien te vinden, wil ik je er alleenmaar op wijzen dat ook het helderste verstand bij lange na niet toereikend is, maardat het vooral een zaak is voor het gemoed, dus van de liefde, om Diegene tezoeken en te herkennen, die Zelf de hoogste en zuiverste liefde is! Het verstandmoet hierbij weliswaar niet ontbreken, maar het moet voorafgegaan worden doorde liefde! Zonder liefde lukt dit het pure verstand als zodanig niet![2] De persoon van de Nazarener is lang niet het enige wat hierbij belangrijk is,evenmin het feit dat jij Hem in je enthousiasme als magiër tot een God maakt,maar het enige belangrijke is wat je hárt erover zegt![3] Als je de juiste graad van warmte daarvoor zou bezitten dan had je deNazarener al herkend en was het niet nodig geweest om mij naar Hem te vragen;want liefde vindt liefde snel en moeiteloos. Maar bij jou overheerste tot nu toe nogsteeds het kille, ofschoon heel nuchtere verstand, en daarom moet je nog steedsnaar Hem vragen die zo dicht bij je is! Denk jij dat ik daarmee het blinde bijgeloof,dat jullie Essenen nu precies het meest cultiveren, wil verdedigen? O, dan vergis jeje behoorlijk in mij! [4] Als ik zeg dat hierbij puur werelds verstand niet voldoendeis, dan wil dit zeggen dat het wereldse verstand, zelfs als dit een hoge mate vanzuiverheid heeft bereikt, gepaard moet gaan met een nog veel hoger staand, zuivergeestelijk inzicht om het Allerhoogste te kunnen herkennen. Als ik je dit nu op zovoor de hand liggende wijze duidelijk wilde maken, hoe kun jij mij dan alsintelligent persoon verwijten, dat ik een tegenstander ben van het verstand enalleen ware ezels en ossen in staat acht tot hoger inzicht? Merkje dan niet hoe verje puur wereldse verstand weer naast het doel heeft geschoten?![5] Kijk, voor alle belangrijke burgerlijke levensomstandigheden hebben demensen zo nu en dan werkelijk wijze wetten bedacht en deze ook gesanctioneerd;maar er zijn er ook enkele bij die erg wreed zijn, zoals bijvoorbeeld de meestestrafwetten. [6] Nu heeft een mens een wet overtreden, voornamelijk omdat hijdeze wet niet kende. De arm van het gerecht grijpt hem en brengt hem voor destrenge stoel van de alle wetten zeer goed kennende rechter. Als deze dan volgenszijn puur wereldse verstand een oordeel uitspreekt, dan zal hij de aangeklaagdezonder enige genade volgens de codex poenitentiarium* (*wetboek van strafrecht)ter dood veroordelen.[7] Maar heeft de rechter, behalve zijn heldere verstand ten aanzien van de werelden de wet, ook een liefdevol warm voelend hart, dan zal dit protest aantekenen bijhet kille wereldse verstand en het volgende zeggen: De wet, misschien meer uittirannieke heersersdrift zo meedogenloos opgesteld, kan hier toch niet volledigtoegepast worden!? Want hier moet de duidelijke totale onwetendheid met eenbestaande wet in aanmerking genomen worden! [8] Want wanneer iemand op hetdak staat en iemand anders beneden op de grond ziet liggen, en met boze opzetnaar beneden springt boven op hem om hem te doden of toch in ieder geval zwaarlichamelijk letsel toe te brengen, dan moet zo iemand ten strengste gestraft wordenvoor zijn boosaardige opzet. Maar als iemand zomaar, enkel uit onvoorzichtigheidvan het dak valt en daarbij ook iemand die beneden op de grond ligt of toevalligvoorbij loopt dodelijk verwondt, dan is hij immers volledig onschuldig aan zo'n

Page 110: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

110

ongeluk, en dan is het een zaak van de rechter om goed te onderscheiden welkeomstandigheden er toe leidden, dat deze persoon tot boosdoener werd![9] Als een vreemdeling, die ons schrift, onze taal en onze wetten totaal niet kent,meteen bij het betreden van ons land al gauw en gemakkelijk een van onze wettenovertreedt, dan moeten wij hem wel aanhouden en hem door middel van een tolkmet onze wetten bekend maken. Pas wanneer hij dan voor de tweede keer een wetovertreedt, waarmee men hem bekend heeft gemaakt, dan kan hij er ook rustigvoor gestraft worden. In zo'n geval is het niet gepast om te zeggen, datonwetendheid met betrekking tot een wet waarop in een land eenmaal straffenstaan, voor niemand als verontschuldiging geldt; want hoe kan iemand een wet inacht nemen waarvan hij aantoonbaar nog nooit iets heeft vernomen?![10] Kijk en oordeel nu zelf Wie van beide rechters heeft hier volgens recht enwaarheid geoordeeld -de eerste, die met zijn kille verstand alleen de letter van dewet als richtlijn koos, of de tweede, die in zijn hart als mens een gerechtvaardigdmededogen had met de zondaar en daardoor de gebreken en de domheid van dewet aan het licht bracht?" [11] Roclus zegt: 'Natuurlijk de tweede'[12] Raphaël zegt: 'Goed! Maar wat verhoogde het inzicht en het scherpe verstandvan de tweede rechter?" [13] Roclus zegt: 'Natuurlijk de liefde in zijn hart, die hemtot mededogen met de zondaar aanzette! Hij wilde de zondaar niet vervloeken,waarom hij dan ook alles kritischer begon te bekijken en daardoor op een aantalomstandigheden kwam die voor de zondaar pleitten"[14] Raphaël zegt: 'Goed en juist gesproken! Wat volgt daar nu anders uit voorieder mens, dan dat een door allerlei wetenschappen en ervaringen gewekt verstandmet betrekking tot alle dingen en omstandigheden en richtingen pas dan een juistscherp inzicht krijgt, wanneer het verwarmd Wordt door de liefde in zijn hart, endoor de steeds lichter oplaaiende liefdesvlam ook steeds helderder verlicht wordt.Was ik dan een tegenstander van het verstand, omdat ik je er door bepaaldetoespelingen alleen maar op wees dat aan jouw scherpe verstand de eigenlijkescherpzinnigheid nog in belangrijke mate ontbreekt, en jij deze moet verhogen metde ware liefde tot Hem, die je nu pas zoekt en die je vroeger niet in die mategezocht hebt als je nu hebt doen voorkomen?!'

Hoofdstuk 59: Raphaël onthult wat Roclus diep in zijn hart over de Heerdenkt[1] (Raphaël:) 'Het is wel waar dat jij over de beroemde Nazarener een heleboelhebt gehoord wat je ongelooflijk toescheen, en dat je graag een ontmoeting metHem had gehad als het zonder al te veel moeite mogelijk was geweest; maar dat jeer bepaald moeite voor gedaan hebt, is niet zo, en je dacht bij jezelf: 'Wij hebbentoch al enkele broeders naar hem toegestuurd en zij zullen ons wel berichten wathij onderwijst en doet!' Maar die hebben zich vervolgens volledig van jullieafgescheiden en zijn Zijn leerlingen geworden en hebben aan jullie helemaal geenverslag over Hem uitgebracht, en dat verontrustte jullie een beetje en pas daardoorzijn jullie van dag tot dag nieuwsgieriger geworden om de Nazarener persoonlijk teleren kennen. [2] Alleen vriend, dergelijke pure nieuwsgierigheid is nog lang geen

Page 111: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

111

liefde! Want geef het zelf maar toe, of jouw liefde tot de Nazarener niet ongeveerhetzelfde is als wanneer een overwonnen strijder zich aan zijn overwinnaar uitenkel zwakheid, waarvan hij zich bewust is, allervriendelijkst overgeeft, in de hoopdat de overwinnaar hem toch maar niet nog meer bewijzen levert van zijn kracht!Eigenlijk ben je in je hart heel bang voor de Nazarener en doe je alleen maar alsofje vurig verlangt om Hem te ontmoeten; maar ik zie dat er in jouw gemoed eenheel andere wind waait. En weet je hoe die wind in begrijpelijke taal spreekt?Luister, ik zal vertolken wat hij zegt![3] Deze wind luidt als volgt: 'O jij, verdraaide Nazarener! Dat je uitgesproken numoet komen opdagen! Juist nu de zaken van ons fijne instituut zo goed op gangzijn gekomen! Dat men nu juist met die Nazarener komt aanzetten, die -wie kanhet zoals hij? -nu wonderen verricht waarbij onze verrichtingen puur verbrande aszijn en door hem heel snel verdacht en waardeloos kunnen worden. Die is pas metrecht als een ware luis in onze vacht terechtgekomen, en die zal er niet meer uit tekrijgen zijn. Nu komt het er op aan om in deze hachelijke omstandigheden te doenalsof er niets ernstigs aan de hand is. Laten we alles op alles zetten om tevoorkomen dat hij ons vijandig gezind wordt. Want als dat gebeurt, is het meteenafgelopen met ons hele instituut. Wat dan! Waarheen en wat te beginnen? Teoverwinnen is hij nooit; daarom moeten we verstandig te werk gaan en zelfs in deverste verte niets onvriendelijks tegen hem laten merken, maar hem steeds met demeeste voorkomendheid behandelen en hem zo vriendelijk en dienstbaar als maarmogelijk is tegemoet treden, dan zal hij, van wie men zegt dat het een goed mensis, vast nooit het zwaard tegen ons opheffen en ons in ieder geval met rust laten!'[4] Kijk, vriend, dit en nog een heleboel meer bevat jullie innerlijke levenswind,waar je waarschijnlijk nauwelijks iets anders tegenin kunt brengen dan slechts teverklaren, dat alles wat ik nu gezegd heb een leugen is, wat echter ook niet zalgaan, omdat ik je dan meteen documenten zou laten zien die door jou geschrevenzijn en waarvan de schandelijke inhoud hier waarschijnlijk veelopzien zou baren.En dat is nu juist het stukje, dat jouw haren, die reeds behoorlijk grijs zijn, te bergezou kunnen doen rijzen! Had ik nu gelijk, toen ik je zei dat je dus maar moestproberen om met dat scherpe verstand van jou de beroemde Nazarener te zoeken?Wat heb je nu op dit alles te zeggen?" [5] Diep getroffen zegt Roclus: 'Ja, bestevriend, als jij ook mijn geheimste gevoelens kunt lezen, dan houdt ieder verdergesprek met jou op en moet ik nu in alle ernst voor jou, jongen, neerknielen en jeom vergeving vragen voor alles wat ik tegen je heb gezegd!"[6] Raphaël zegt: "Kijk, ook dat moest eruit bij jou, en nu kun je pas aan deNazarener voorgesteld worden, volg mij daarom nu!"[7] Roclus spreekt nu de zeer verlegen klinkende woorden: 'Ja, vriend, dat isallemaal zeer mooi en zeer verheven! Ja, ja, er ligt een -hoe zal ik het zeggen -eengrote waardigheid in en het is een onmenselijk grote eer om aan de machtigste enmeest verheven mens van de hele aarde voorgesteld te worden! Ja, ja, dat is het!Maar als zo'n volmaakt goddelijk mens naast al zijn ondoorgrondelijke vermogensom wonderen te verrichten ook het zeldzame vermogen bezit om mensen zoals wijgeheel en al te doorzien en aan een mens, zoals ik, meteen in 't openbaar zijn helelevensloop te vertellen, -weet je, dan is het in 't geheel niet aangenaam meer om

Page 112: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

112

met zo'n Godmens kennis te maken! En ik zou nu liever weg willen lopen dan noglanger hier te blijven! Bovendien is het al bijna avond geworden, en thuis hebbenwij vandaag nog heel wat werk te doen, -en jij zult ons daarom wel willenverontschuldigen als ik nu jouw overigens zeer gewaardeerde aanbod afwijs, datwil zeggen, als het niet per se noodzakelijk is dat wij met de beroemdste allerberoemden kennis maken. Natuurlijk, als jij het als iets goeds en noodzakelijksvoor ons beschouwt en het wilt, dan spreekt het vanzelf dat wij ons tegenover jou,als onze in geestelijk opzicht grootste weldoener, zeker niet afwijzend zullengedragen; maar eerlijk gezegd vind ik het op het moment werkelijk niet ergaangenaam om iemand die qua macht en wijsheid zo immens groot is zo dichtonder ogen te komen, omdat men zich naast zo iemand maar al te zeer volkomen inhet niets voelt zinken! Men wordt een duizendvoudig niets, terwijl de tegenpartijmet zijn ondoorgrondelijke alles-in-alles in dit al-zijn alleen maar steeds meer aankracht wint. Zo'n gevoel van niets te zijn doet zeer en doet het hart pijn; daaromverheug ik me er dan nu ook niet meer zo geweldig op om voor het aangezicht vande beroemde Nazarener geplaatst te worden."[8] Raphaël zegt: Als jullie Hem niet leren kennen, verspelen jullie het eeuwigeleven van je ziel! Bovendien heb je zojuist immers zelf heel terecht opgemerkt, datje, om alles te hebben, alleen de Nazarener maar hoeft te hebben! Nu is daarvoornog gelegenheid, maar nog slechts tot morgen vroeg; Zijn vertrek vindt morgenheel vroeg in de ochtend plaats, dat staat vast. Waar Hij heen gaat weet behalve Hijhelemaal niemand! Daarom moeten jullie de gelegenheid aangrijpen, als je eeuwigwilt leven!" [9] Roclus zegt: 'Wel, breng ons dan naar hem toe! Onder zulkeomstandigheden zal hij ons toch wel niet om het leven brengen!"[10] Raphaël zegt: 'Jullie het ware leven geven, ja dat zal Hij doen, maar van hetschijnleven dat jullie nu leiden zal hij geen haar krenken! Volg me dus, zoals ik jeal eerder heb aangeboden!"

Hoofdstuk 60: Het wezen van de liefde[1] Nu pas besloot Roclus om Raphaël naar Mij toe te volgen en moedig de ruimdertig passen af te leggen. Daar Ik echter bij Cyrenius, zoals tevoren, nog aan tafelzat en met hem over een aantal regeringsmaatregelen sprak en Raphaël onzeRoclus in de richting van Cyrenius meenam, zei deze (Roclus) toen hij ongeveertwintig passen gelopen had: 'Ja, nu breng je me weer naar de opperstadhouder, metwie ik daarstraks al alles besproken heb?! De mij nu overbekende Cyrenius zaltoch zeker niet de gezochte Nazarener zijn?"[2] Raphaël zegt: 'Dat zeker niet; maar die aan de rechterkant vlak naast hemzittende, heel eenvoudig uitziende man, die is het! Je weet nu wie Hij is en nu kunje zelf wel naar Hem toe gaan!"[3] Roclus zegt: 'Dat is niet moeilijk, -nog maar ruim tien passen, en ik sta vlak bijhem! Maar wat moet ik dan zeggen, hoe moet ik hem aanspreken?"[4] Raphaël zegt: 'Maar jij, met je verstand,je kennis en je ervaring, weet jij niethoe je dat moet doen?! Dat is zelfs voor mij bijna niet te begrijpen! Ga er naar toe

Page 113: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

113

en zeg: 'Heer en Meester, hier voor U staat een hongerig en dorstig man, voed zijnziel!', dan zul je daarop wel meteen een passend antwoord krijgen!"[5] Roclus deed dat met een bevreesd hart, en IK keerde Mij met een ernstig,vriendelijk gezicht naar hem toe en zei: 'Vriend, van Tyrus en Sidon naar CaesareaPhilippi en van daar naar hier is duidelijk een kleinere afstand dan van hier naarAchter-Indië, waar de oosterse Sihiniten ver over het hoogste gebergte van Indiëeen geweldige muur hebben aangelegd! Daar zocht je de waarheid -en ook weerniet de waarheid; want ook al zou je de waarheid gevonden hebben, dan zou je dewaarheid toch niet herkend hebben! Zou je haar echter herkend hebben, dan zou zeje niet bevallen zijn; want als de waarheid niet volledig verenigd is met liefde, danlijkt ze op het zonlicht in het noorden. Dit verlicht ook de aarde; maar omdat hetlicht zonder warmte is, schenkt het de grond geen leven en is alles verstard als inde dood! [6] Een rechter zoekt volgens de wet ook de volle waarheid. Demisdadiger wordt met alle mogelijke middelen gedwongen de volle waarheid tebekennen en onder strenge eed worden getuigen gehoord. Tenslotte komt de vollewaarheid aan het licht; maar wie heeft er iets aan? Dat is ook een waarheid zonderliefde, dus een licht zonder warmte, en leidt tot doden! En zie, zo'n waarheid hebook jij gezocht en grotendeels gevonden, weliswaar heeft het je innerlijk niet totleven gewekt, maar doodde het je geest, die de liefde is in het hart van ieder mens.[7] En omdat jouw geest als het ware doodgedrukt was door de massa van destarre, materiële waarheid, kon het niet anders dan dat je ieder spoor van hetbestaan van een God verloor, omdat God ook alleen maar puur liefde is in Zijnoerwezen en alleen door de liefde weer begrepen kan worden![8] Je had er wel een duister, vaag vermoeden van, dat de liefde het basiselement isvan alle wezens en dingen; maar wat liefde zelf in wezen is, dat wist je niet en jekon dat ook niet weten, omdat je gevoel en de zintuigen van je ziel er nooit doorbewogen zijn. [9] Jouw kennis over het wezen van de liefde leek op de kennis dieje over het wezen van de sterren hebt. Ze geven licht, maar hun licht produceer;.geen warmte en je kunt onmogelijk te weten komen, door middel vanverstandelijke kennis, of hun licht misschien ook afkomstig is van een vuur .[10] Bij de zon voel je de warmte en ben je van oordeel dat die een vuur moet zijnen wel een onmetelijk machtig vuur, omdat het van een enorme grote afstand, diejou niet helemaal onbekend is, in staat is de aarde nog zo aanzienlijk te verwarmen.[11] Van de maan beweer je het volslagen tegendeel, omdat je van deze planeetnog nooit enige warmte hebt gevoeld. Van de andere sterren beweer je helemaalniets, omdat je van hun invloed nog nooit iets anders dan alleen het schaarse lichtervan hebt ondervonden.[12] En omdat je van de sterren die jou klein toeschijnen, maar zo weinig voor jewaarnemingsvermogen hebt gekregen, ben je ook nooit vanuit een gebied van jeleven min of meer aangespoord om erover na te denken wat sterren nu tocheigenlijk zijn, of het licht dat ze geven vuur is of niet, of dat ze massa hebben, ofmisschien alleen maar warmte en gewichtsloze lichtpuntjes zijn.[13] Om echter een voorstelling van iets te kunnen vormen is het natuurlijk welnoodzakelijk om er eens over na te gaan denken. Maar om in zekere zingemotiveerd over een zaak na te kunnen denken, moet men wel vinden dat de zaak

Page 114: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

114

dat waard is; de waarde hangt echter altijd af van de liefde die men voor een zaakheeft opgevat.'

Hoofdstuk 61: Het inzichtelijk vermogen van de liefde. De ontoereikendheidvan rede en verstand[1] (De Heer:) 'Liefde op haar beurt is weer een gevolg van de bewogenheid vanhet innerlijk leven waar iets op heeft ingewerkt.[2] Het innerlijk leven is liefde, dus een vuur met alle warmte. Als dit vuur gevoedwordt door de inwerking van iets wat zelf vuur in zich heeft, zoals het vuur van eenhaard gevoed wordt doordat men er goed brandhout aan toevoegt, dan zal hetlevendiger gaan branden, het wordt steeds warmer en levendiger en krijgt meeraandacht voor wat er brandt. De vlammen worden dichter, het vuur lichter, en deziel zal spoedig veellicht krijgen over iets wat haar eerder geheelonbekend was.Daardoor wordt de liefde voor de zaak steeds groter en groter, en men houdt nietop tot men deze door en door kent en het helemaal duidelijk is wat men er aanheeft en wat er allemaal in opgesloten zit. Dat gebeurt echter alleen, wanneer deliefde voor de zaak steeds groter en intensiever wordt. [3] Als het leven nergensdoor iets wordt aangespoord, dan blijft het koud en bekommert het zich niet in hetminst om iets, ook al is het op zichzelf nog zo gedenkwaardig, zoals ook die vlamniet lekt aan de stukken hout die er te ver vanaf liggen.[4] De mens moet dus door iets bewogen worden om er warme levendigegedachten over te krijgen. Door de koude waarheid, die een schijnsel is van deverre sterren, kan het innerlijk leven nooit bewogen worden, omdat de innerlijkewarmte ervan daardoor niet toeneemt, maar slechts minder wordt.[5] Jij hebt tot nu toe alles met je ijskoude verstand gezocht, en de hefboom voor jezoeken was je even koude scherpzinnigheid, die niets als waar aanvaardde wat nietmet een zintuig was waar te nemen.[6] Zo zocht je God met het telraam in de hand, je probeerde de A te vinden,terwijl je niet eens de hoofdlijnen vond die aan deze veelzeggende letter tengrondslag liggen. Je zocht op de sneeuw en ijsvlaktes van het noorden planten,vond echter niets, ofschoon het licht van de sneeuw je bijna verblindde.[7] Ik bedoel hier met de sneeuw en ijsvlaktes het kil oordelende verstand en denog killer berekenende scherpzinnigheid, die tot geen enkele innerlijke geestelijkezienswijze in staat kan zijn, omdat deze als grove materie zich onmogelijk kanlaten béwegen door iets puur geestelijks.[8] Veel is je opgevallen, zoals bijvoorbeeld het steeds terugkeren van dezelfdevormen in de jou creatief voorkomende natuur. Je dacht aan een permanenteconsolidering van een zichzelf bewuste, vergrote, intelligente levenskracht, die, instaat om alles te doordringen en tot zich te trekken, uit de ruwe grondkrachten dansteeds weer dezelfde vormen tevoorschijn tovert. De hele aarde, maan, zon en ookde sterren beschouwde je als een tempel, waarin tenslotte nu wellouter onzichtbaremagiërs wonen. Bovendien kreeg je in Indië nog menige schijnbare bevestiging, enom die reden werd je toen degene die de belangrijkste rol speelde bij het inrichtenvan jullie toverkamer in Essea. [9] Maar omdat je dit allemaal met je kille verstand

Page 115: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

115

deed en je gemoed daarbij nooit liet ontwaken, vond je ook niet de grond van hetleven, hoe dicht je er ook bij bent gekomen met je scherpzinnigheid, en verdieptejij je weer in de koude en dode materie, zocht hierin je heil en wilde hierin ook hetheil van alle andere mensen geworteld zien.[10] Je zaak ging nu al geruime tijd met groot succes vooruit; want je was en bentnog het hoofd van dit instituut, dat zeer geschikt is om de onkundige mensheid inhet duisterste bijgeloof terecht te doen komen, en om de denkende mensencompleet in het grootste materialisme verzeild te doen raken. Je vernietigde al welheel wat levende afgodentempels, maar je stelde er niets beters voor in de plaats. Injou was de dood en je vond hem zelfs een welkome gast; want het niet-zijn was bijjou het hoogste in je leven. [11] Waarom ben je eigenlijk zo geworden? Omdat jijnooit in je hart enige liefde hebt laten ontkiemen! Je hebt je innerlijke levensvuurniet aangewakkerd tot een, al was het maar matige, vlam! Nu je echter zelfs debuitenste laag van je hart nog nooit flink geactiveerd hebt, hoe had je dan debinnenste en zelfs de centrale levenselementen van het geestelijk deel van je hartook maar enigszins kunnen activeren, waardoor allicht je hele hart in de vlam vanhet ware leven sneller geklopt en je bewustzijn verlicht zou hebben om jezelf goedte leren kennen en als gevolg daarvan God?!'

Hoofdstuk 62: De liefde en haar licht dat tot inzicht leidt[1] (De Heer:) 'Je kunt hier nu wel uit opmaken, dat de mens alleen met zijnscherpzinnigheid en zijn verstand, ook al is dit nog zo helder en scherp, niets kanbegrijpen van alles wat geestelijk is. Hij kan het leven niet begrijpen en hetessentiële einddoel ervan; want scherpzinnigheid en verstand zetelen voornamelijkin de hersenen en het bloed dat de hersenen in een zekere actieve spanning houdt,waardoor deze voortdurend in staat zijn om de indrukken en beelden van demateriële buitenwereld op te nemen, ze te vergelijken wat hun vorm en werkingbetreft, en daar uiteindelijk een reeks conclusies uit te trekken.[2] Maar dat zijn allemaal dingen en afbeeldingen van de materie, waarin dezintuigen van het hoofd nooit iets geestelijks kunnen ontdekken. En omdat hetleven immers alleen maar iets geestelijks kan zijn, kan het ook alleen maar in endoor zichzelf begrepen worden.[3] Er moeten in de mens dus nog andere zintuigen aanwezig zijn, waarmee hij ookhet geestelijke levenselement in zichzelf kan voelen en zien, en zo stukje bij beetjeook in al zijn diepgang, verbindingen en relaties kan gaan [4] Wat zijn nu dieinnerlijke zintuigen? -Kijk en luister! Er is eigenlijk maar één enkel zintuig en datheet liefde, en die woont in het hart. Dit zintuig moet vooral gesterkt, ontwikkelden gezuiverd worden en alles wat de mens doet, wat hij wil, wat hij denkt enwaarover hij een oordeel vormt moet door de levenswarme lichtvlam uit het vuurvan de zuivere liefde verlicht en doorgelicht worden, opdat alle geesten ontwakenop de ochtend van de levensdag die in het hart van de mens aanbreekt.[5] Als alle levensgeesten in de gedachten, woorden, daden en werken wakkerworden, zullen ze in beweging komen, en de mens die vol is van dit innerlijkegeestelijke licht zal hen al snel zonder moeite gewaar worden, omdat ze zodra ze

Page 116: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

116

gewekt zijn zich in allerlei vormen beginnen te uiten. Deze vormen zijn niettoevallig en zonder betekenis, maar ze komen allemaal overeen met een zichtbaregeestelijke activiteit uit de sfeer van Gods orde. [6] Zoiets kan de mens met zijnverstand en zijn ijdele scherpzinnigheid nooit te zien krijgen, maar slechts met devan leven vlammende ogen van zijn geest, welke de liefde is.[7] Daarom kun je het volgende als een vaste norm aannemen en zeggen: Geenenkel op de buitenwereld gericht verstand kan ooit doorgronden en te zien krijgenwat er in de mens leeft; dat kan alleen de geest in de mens. En daarom kan ookniemand God kennen, dan alleen de gewekte en volop actief geworden geest vanGod in het hart van de mens, die gelijk God Zelf zuivere liefde is en een eeuwigesabbat in het hart van de mens. [8] Kijk, dit alleredelste deel in je hart heb je nognooit verzorgd en je had ook geen vermoeden van de waarde ervan, en daarom ishet heel begrijpelijk dat je een overtuigde godsloochenaar bent geworden enongeacht al je zoeken de eeuwige Godheid die alles geschapen heeft, allesdoordringt en behoudt, nooit op het spoor kon komen![9] Ook nu zal het echter niet zo gemakkelijk voor je zijn om de Godheid in haarware wezen en zijn helemaal tot op de bodem te leren kennen, omdat je hersenenmet hun produkten al te zeer zijn verhard. Je zou een geweldig liefdevuur in je hartmoeten ontsteken, je Essenendom helemaal moeten opgeven en jezelf moetenverdeemoedigen in al je levenssferen en levensverbindingen, en je zou een totaalnieuw mens moeten worden; want alle levenstheorieën en levensopvattingen die jetot nu toe hebt gehad, zijn ten opzichte van de innerlijke en enige waarheidfundamenteel onwaar en fout, zodat je hiermee nooit zelfs ook maar in hetvoorportaal van het innerlijke goddelijke leven zult komen dat zich in je bevindt![10] Maar aan jou is nog niet alles verloren, je zou zelfs nog iets groots kunnenbereiken; maar dan zou je volledig uit vrije wil door zelf te handelen en het zelf tewillen een nieuw mens moeten worden, en er vanuit je innerlijke overtuigingovereenkomstige krachten toe bij moeten dragen dat het zinloze optreden van jullieinstituut ophoudt, omdat het anders onmogelijk voor je zou worden om ooit tot hetware leven van je innerlijke geestelijke mens door te dringen. Want het innerlijkeleven in de mens is de hoogste waarheid, waarin je geheel moet overgaan; maardeze hoogste waarheid kan nooit en te nimmer gedijen als ze door activiteiten vanleugen en grof bedrog gevoed moet worden.[11] Iedere stap die je zet moet van de hoogste en diepste waarheid in je denken,willen, spreken en handelen vergezeld gaan, wil het ware, innerlijke leven in jezelftot lichtste waarheid worden; als dat niet van A tot Z het geval is, dan, luister goed,is het innerlijke leven in jezelf een pure leugen![12] Nu weet je zo ongeveer hoe het met je zuivere verstand en met jescherpzinnigheid is gesteld! Aanjou is nu de vrije keus, of je het eeuwige levenwilt bereiken of de eeuwige dood! Ik echter ben Degene, die Ik ben! Ik kan je heteeuwige leven geven, maar je ook overlaten aan de eeuwige dood![13] Van hetgeen Ik je nu gezegd heb, zal niet het minste of geringste ooitafgedaan worden! Deze aarde en dit zichtbare firmament zullen in dezehoedanigheid, vorm en bestaanswijze vergaan, - maar deze woorden van Mijeeuwig nooit! Doe nu wat je wilt! Ik ben hier nog een korte tijd.'

Page 117: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

117

Hoofdstuk 63: Roclus en zijn metgezellen overleggen met elkaar[1] Roclus en al zijn elf metgezellen beginnen hevig achter hun oor te krabben enweten niet, wat zij Mij daar nu op moeten antwoorden.[2] Roclus gaat naar hen toe en begint als volgt tegen hen te spreken: 'ik heb hetvan te voren al gedacht, toen die jongen mij zei dat ik naar de Nazarener moestgaan, dat hij zich dan vooral zou richten op de vernietiging van ons instituut totheil van het volk; vooral daarmee schijnt de wonderen verrichtende Nazarener demeeste moeite te hebben! Maar hij zal ons toch niet al te gemakkelijk in het nauwdrijven met al zijn theosofische frasen![3] Er lijkt wel veel waars in zijn woorden te zitten, maar ons instituut met al zijngoede voorzieningen zal hij toch niet gemakkelijk ten val brengen! Hiermee wil ikjullie echter niets voorschrijven; jullie kunnen doen wat Jullie willen, -want julliehebben het daar voor het zeggen, evengoed als ik!"[4] Een ander, die intussen ook vanuit Caesarea Philippi hier naartoe wasgekomen, zegt: 'Vriend Roclus, ik heb vanaf het begin tot nu toe met de grootsteaandacht naar het hele betoog geluisterd en nauwlettend gadegeslagen wat hierallemaal is gebeurd, en ik moet je nu openlijk bekennen dat jij echt ongelijk hebtmet je beweringen, en jouw geestelijke blindheid is om razend van te worden! Inhet openbaar zeg je het een en bij jezelf denk je heimelijk iets heel anders!Tegenover die jongen verafgood je de beroemde Nazarener en bij jezelf houd jehem voor een magiër van de oudste en meest geheime school van Egypte! Wijweten nu toch waar de magie en de uitspraken van bijna alle ons bekende orakelsop gebaseerd zijn! [5] Denk toch eens na of jij een toverkunst kent, waarmee menin een enkelogenblik een stuk graniet in het zuiverste goud kan veranderen! Ditwonder alleen al doet toch al onze wonderen teniet, die op niets anders dan op hetallerpuurste bedrog zijn gebaseerd! En kijk ook eens naar dit nieuwe prachtigehuis, die tuin met zijn grootse ringmuur, die haven met zijn schepen, kijk eens naaral die heerlijke fruitbomen in de tuin, die guirlandes van wijnranken vol met dekostelijkste druiven! Vier uur geleden was deze plek nog een woestijn, waar iktoen zelf nog geweest ben omdat ik bij de zee iets moest doen. Kijk nu eens naardeze woestijn! Wat een weelde, wat een zegen![6] Kan een mens dat bewerkstelligen door een bepaald soort magie die ons tochdoor en door bekend is? Ik zeg je: Daar houdt alles wat ons tot nu toe bekend was,op; al onze kennis is leugen en bedrog en deugt nergens meer voor! Als wij ons inde toekomst naast deze Godmens nog staande willen houden, dan is het duidelijkdat wij moeten doen wat de Nazarener jou in alle vriendelijkheid heeft aangeraden![7] Ik behoor weliswaar niet tot jullie geheime raad en ben pas een paar uurgeleden bij jullie gekomen; maar zoveel kan ik jullie vanuit hetgeen ik nauwlettendheb geobserveerd wel zeggen, dat het met ons nol?ele leugen en bedroginstituutgedaan is! Het zou de grootste dwaasheid zijn om onder zulke omstandigheden nogin zekere zin het hoofd te willen bieden aan de God uit Nazareth![8] Bovendien zien we immers toch allemaal overduidelijk dat al die Romeinsehoogwaardigheidsbekleders en machthebbers zijn intiemste vrienden zijn! Hij

Page 118: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

118

hoeft alleen maar te zeggen: 'Zorg dat dit instituut verdwijnt!', en dan zijn wij aanbanden gelegd voor alle tijden der tijden! En wat doen we dan daarna?! Ik bendaarom in dit geval zelfs zeer beslist van mening, dat wij aan moeten nemen en opmoeten volgen wat deze Godmens uit Nazareth jou in alle vriendelijkheid heeftaangeraden! [9] Overigens is het een werkelijk slechte veronderstelling van je -ikzeg het je open en zonder enige terughoudendheid in je gezicht -, dat jij dezeonmiskenbare Godmens tegenover ons in de schoenen wilde schuiven dat hij jealleen maar zo behandeld had omdat hij ons instituut als een eventueel hinderlijkebarrière zag voor hetgeen hij onderneemt! Dat is immers meer dan belachelijk!Ons armzalige instituut zou voor hem een hinderpaal op zijn weg zijn?![10] Jou en jullie allemaal zeg ik: Evenmin als wij in staat zijn om de maan bij hetopgaan te hinderen, ook al gaan we nog zo enorm staan blazen en schreeuwen, zalons luchtige instituut voor deze almachtige Godmens een hinderpaal op zijn wegzijn! Hij hoeft er zelfs niet eens heen te blazen, maar enkel zomaar een beetje tewillen en al onze dingen zoals gebouwen, muren, catacomben en al onzetoverapparaten zijn lucht geworden! Wat moeten we daarna? Daarom is het nu dehoogste tijd dat jullie tot betere gedachten komen![11] Ga daarom naar hem toe en zeg -maar gemeend en oprecht -, dat jij en wijallemaal vast willen wat hij je heeft aangeraden! Want we kunnen met deze ruilonmogelijk iets verliezen als we ons instituut helemaal zo inrichten als hij dat wil.Daardoor wordt hij dan heer en meester van ons instituut, en wij willen en zullenzijn trouwe leerlingen zijn. Zijn jullie het daar mee eens?" [12] De meestenzeggen: 'Helemaal, -als hij ons maar als zijn leerlingen aan wil nemen!"[13] De goede spreker, die Ruban heette, zegt: 'Dat doet hij, dat weet ik zeker,omdat hij zo'n buitengewoon menselijk en vriendelijk gezicht heeft! -Wat vind jijervan, Roclus, wil e nog steeds iets doms uitbroeden?"

Hoofdstuk 64: Ruban pleit bij zijn metgezellen voor de Heer[1] Roclus zegt: 'Ja, ja, je hebt gelijk, ook ik denk er zo over! Maar als hij dat nueens alleen voor ons zou willen doen op voorwaarde, dat wij tenslotte al onzeleugens aan het volk bekend moeten maken en al die aardse schade moetenvergoeden, die wij bij het volk door ons toverbedrog hebben aangericht?! Wie vanjullie zin heeft om deze noot te kraken, die moet het maar doen; ik voel ervoorlopig nog bar weinig voor om me daarna door het volk te laten toetakelen! Hetis een zeer hachelijke zaak![2] Ik wil echter eerst weten, wat hij nu eigenlijk in dit opzicht van ons verlangt!Daarom zal ik dan nog een keer naar hem toe gaan en zien en horen, wat hij in ditopzicht allemaal voor eisen aan ons zal stellen; want van een ontmaskering voor deogen van het volk door onszelf kan absoluut geen sprake zijn!"[3] Ruban zegt: 'Zoiets zal hij zeker niet van ons verlangen; want hij zal het beterweten dan wij allemaal! Het is geen sprong in het duister; in de hele ons bekendenatuur moet het een uit het ander voortkomen! Dat wij met onze drogmiddelensoms rare sprongen hebben gemaakt, wil nog niet zeggen dat hij ook zo met onszal doen! Ga daarom naar hem toe en doe heel open wat ik je nu heb aangeraden"

Page 119: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

119

[4] Roclus zegt: 'Ja, maar ik doe het alleen maar omdat ik het doen wil, niet omdatjullie het willen en omdat jij, Ruban, het mij aangeraden hebt!"[5] Ruban zegt: 'Het maakt mij niet uit waarom je iets doet, als je maar het juistedoet! Maar weet je, eerste onderdirecteur en hoofd van de afdeling externeinstituutsaangelegenheden, dat is nog altijd jouw oude, hoogmoedig klinkendemanier van spreken en handelen, dat je bij de beste raad die een ander je geeft,zegt: 'O, dat heb ik allang ingezien en bij mezelf gedacht en ik zal dat nu ook doen,omdat ik het zelf zo wil! ' Of de goddelijke Nazarener daar ook voor altijd meetevreden zal zijn, weet ik niet; want hij schijnt een grote vijand te zijn vanhoogmoed, ook als die alleen maar schijnbaar is! Ik heb me, begrijp je, eerlijkgezegd nog nooit laten voorstaan op mijn verstand en mijn bijzonderescherpzinnigheid; een goede eigenschap van mijn gemoed is echter, dat ik snel inde gaten heb hoe iemand, wat zijn manier van voelen en denken betreft, in elkaarzit. [6] En daarom ken ik de goddelijke Nazarener in zoverre al heel aardig, zodatik weet hoe hij is, wat hij wil en wat hij wenst. Deemoedigheid schijnt bij hembovenaan te staan, want zonder deemoed.kan waarlijk van geen liefde en nogminder van volle waarheld sprake zijn. Maar Ja, ons uitgangspunt is zodanig, datiedere blik van ons, iedere stap, ieder woord en iedere handeling tegenover onzemedemensen je reinste bedrog en meest geraffineerde leugen is en volgens deregels van onze orde ook moet zijn omdat ons devies is, dat iedereen door onsbedrogen en belogen moet worden omdat iedereen dat zelf wil.[7] Maar dat is geen principe van de goddelijke Nazarener. Zijn devies is zekeralleen maar: 'De volmaaktste en zuiverste waarheid, en haar gerechtigheid tot elkeprijs, ook als het bestaan van de hele wereld ermee gemoeid is!' Neem jezelfdaarom in acht; want je staat voor een rechter, wiens vermogen om te zien ook totje diepste gedachten reikt! Neem jezelf dus in acht bij alles wat je zegt of doet,want anders gaat het flink fout!"[8] Roclus zegt: 'Ja, mijn beste broeder Ruban, omdat jij het allemaal zo goedweet, moet jij maar in plaats van mij naar de Nazarener toe gaan en naar jouweigen goeddunken alles met hem regelen, en dan moet het ook voor ons allen goedzijn; want tegen zo'n geweldige stroom is niet op te zwemmen! Ga en doe dat, enik zal je er bovendien nog heel dankbaar voor zijn!" [9] Ruban zegt: 'Waarom niet?Als jullie mij daar allemaal toe machtigen dan wil ik jullie dat plezier graag doen,zelfs veel liever dan nog langer een laffe volksbedrieger te zijn!"[10] Alle twaalf zeggen: 'Ja, wij machtigen jou daarvoor en wij zullen het helemaaleens zijn met wat jij met de Nazarener afspreekt; want onze Roclus is wel een heelvoortreffelijke directeur voor onze externe leugen en bedrogzaken, en hij is eenuitstekend politicus; maar de lichte sferen van de waarheid hebben hem nooitgelegen, hij zou daar heel onhandig mee omgaan. Het is daarom beter dat jij in zijnplaats gaat en alles goed en doelmatig met de goddelijke Nazarener bespreekt!'

Hoofdstuk 65: Ruban richt zich tot de Heer[1] Nadat Ruban deze volmacht heeft gekregen, gaat hij naar Mij toe en zegt,wanneer hij bij Mij is gekomen: 'Heer en meester vol ware goddelijke kracht!

Page 120: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

120

Omdat Roclus om U zeker niet onbekende redenen niet bij U durfde te komen,zoals ook geen van zijn elf metgezellen, hebben ze mij gemachtigd om met U,Allerwaarachtigste, alles met betrekking tot ons afkeurenswaardige instituut tebespreken. Daarna zal alles, wat U maar wilt, beslist gebeuren, en wij willen Uzelfs graag het hele instituut ter beschikking stellen en allemaal Uw leerlingenworden! Zegt U nu dus genadig wat Uw wil is, die ons allen heilig is, dan zullenwij strikt daarnaar handelen! Wilt U echter dat het instituut helemaal opgehevenwordt, zegt U het dan; want we zijn allen ook overeengekomen dat het instituutgeheel opgegeven wordt, als U dat verlangt!"[2] IK zeg: 'Je bent een eerlijke ziel, waarom jouw huis dan ook door de vlammenontzien werd! Maar kijk, als Ik wil dat jullie instituut opgeheven wordt dan zou Iker hetzelfde mee kunnen doen als met die grote rots in zee, waartegen al heel watschepen in de storm te pletter zijn geslagen! Zie je de rots nog?"[3] Ruban zegt: Ja Heer, ik zie hem en ken hem helaas maar ,al te goed; want ikben zelf eens bijna tegen die rotswanden verongelukt! [4] IK zeg: 'Hij wordevernietigd, zodat hij voortaan voor geen enkele schipper meer gevaarlijk is!"[5] Op dat ogenblik was de rots, die in totaal een inhoud van meer dan tienduizendkubieke vadem had, tot op de bodem van de zee opgelost, zodat er niet alleen geenspoor van over bleef, maar er ook op die plaats niets te merken was van enigetroebelheid in het water. Wel zagen allen met grote verbazing op die plek eensterke golfslag, die natuurlijk ontstond doordat het water dat voorheen die groterots omgaf, in de holle ruimte stortte en van nu af aan een ononderbrokenwatermassa vormde. [6] Toen Ruban dat zag, werd hij van angst vervuld en zeimet bevende stem: 'Het is dus precies zoals ik tegen Roclus heb gezegd! Daarhoudt alle magie op en gaat het om de naakte waarheid! Wat U nu, o Heer enMeester, met die kwaadaardige rots hebt gedaan, zou U bijvoorbeeld ook evengemakkelijk met de hele aarde kunnen doen, en helemaal met ons slechte instituut!Daarom kan ik nu niets anders zeggen dan: Heer en Meester, Uw wil geschiede!Want U bent geen mens, maar Gods geest.woont ten volle in U! Moge U ons allen,arme zondaars, genadig zijn en zeer barmhartig! U alleen bent alles in alles, en Ualleen kunt alles, voor U is niets onmogelijk!"

Hoofdstuk 66: Raad en toespraak van de Heer, gericht aan de Essenen[1] (Ruban:) 'Maar wat moeten wij met ons instituut van leugen en bedrog doen?"[2] IK zeg: 'Het vervullen met liefde en waarheid, en geloven in Mijn naam enhandelen volgens Mijn leer! Want als jullie dat in volle ernst doen, dan zullen jullieniet meer met bedrog en leugen, maar met alle waarheid en echte liefde dienstbaarkunnen zijn aan de wereld; maar alle instrumenten voor de bedrieglijke magiemoeten door jullie verworpen worden. En is er het een en ander bij dat op zichzelfgoed is - zoals electroforen* (*elektriciteitsopwekker) en nog meer van dergelijkemachines -, die, op natuurlijke wijze gebruikt, nuttig blijken te zijn, maak daar dangeen verkeerd, maar een waar gebruik van, dat beantwoordt aan de natuur van dezaak, en onderwijs het volk wat het is en hoe de machine, natuurkundig gezien,werkt, hoe ze gebouwd is, dan zullen jullie daarmee waarlijk veel goeds kunnen

Page 121: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

121

bewerkstelligen! [3] Let nooit op het oordeel van de wereld; want de wereld is enblijft slecht en boosaardig; bedrog en hoogmoed zijn haar hoofdelementen![4] Ik zeg jullie, dat jullie in Mijn naam bergen zullen kunnen verzetten en noggrootsere dingen kunnen doen dan Ik Zelf nu doe; maar nooit mag de gedachte injullie opkomen dat jullie iets gedaan zouden hebben vanuit jullie kracht en macht;want die bestaat niet op deze wereld! Alleen door de kracht van Gods Geest zullenjullie alle dingen mogelijk zijn die voor de mensen van nut kunnen zijn![5] Alle kracht zal een aan God toegewijd gemoed eigen zijn, en dat zolang iemanddaarbij niet overdrijft. Aanvaardt iemand uit eigen belang daarvoor echter eer engeld, dan zal hij ogenblikkelijk de eigenschap die Gods geest hem verleent,volledig verliezen![6] Niets moeten jullie méér uit de weg gaan dan de rijkdom van de wereld endegenen die deze rijkdom vereren; want er bestaat op de wereld geen slechter mensdan degene die aardse schatten najaagt en begeert; want zo iemand vervloektinderdaad de liefde en alle waarheid van het hart, die uit God komt.[7] Als zulke mensen naar jullie toe komen, wijs hen dan de deur en maak henduidelijk dat Gods woord en de kracht daarvan nooit als nutteloos voer aan deonbehouwen aardse zwijnen voorgezet moet worden! Jullie moeten hen hieromweliswaar niet vervloeken en ook niet verwensen want aan Gods geest is alle toornen alle wraak! -maar ze worden al voldoende gestraft doordat hen resoluut de deurgewezen wordt en jullie vriendschap hun wordt onthouden![8] Als zulke mensen bij jullie komen wanneer hun onheil is overkomen, geef hundan geen gehoor; want hulp zal hun hart niet beter maken, integendeel: ze zullendaarna nog voorzichtiger en slimmer handelen voor hun goudzakken. Ze zullenjullie echter uitlachen en bespotten en jullie hulp als lege blaaskakerij betitelen enjullie uitschelden voor luie opscheppers en bedriegers! Jullie moeten je daar nietmee inlaten; want Gods kracht die door jullie werkt, moet alleen in woorden endaden diegenen ten goede komen die zich dit waardig hebben gemaakt in de volledeemoed van hun hart! [9] En opdat jullie weten wat je voortaan allemaal in Mijnnaam moet weten en doen, moeten jullie naar die jongeling daar gaan; die zal jullieeen boek geven waarin jullie al het nodige zullen vinden! -En nu moet Roclus nogbij Mij komen; want Ik heb nog het een en ander met hem te bespreken! Ga naarhem toe en vertel hem dat Ik dit wil!"[10] Roclus trok weliswaar een erg zuur gezicht toen Ruban hem Mijnuitgesproken wens overbracht. Maar toch ging hij, kwam bij Me en boog heel diepvoor Mij. [11] IK keek hem heel vriendelijk aan en zei hem op vragende toon:'Wel, Mijn scherpzinnige vriend, hoe denk je nu over Mij? Wat vindt jouw scherpeverstand van Mij en wat voelt daarnaast je hart? Je hebt immers daarstraks aan diejongen bekend, toen je nog naar Mij op zoek was, dat Ik een echte God was, dat jeMij ook zonder Me persoonlijk te kennen, liefhad en steeds sterker de levensdrangin je waarnam om je knieën voor Mij te buigen en Mij zelfs serieus als een wareGod te aanbidden![12] Nu ken je Mij persoonlijk, en zul je er ook niet aan twijfelen dat Ik deberoemde Nazarener -zoals jij Mij noemde - volledig naar waarheid ben. Maar jeknieën heb je nog niet voor Mij gebogen - wat Ik ook nooit van je verlangd zou

Page 122: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

122

hebben -, en je hart lijkt nog heel weinig liefde voor Mij te voelen. Waarom heb jij,grote waarheidsvriend, dat dan tegen die jongen gezegd, als het niet waar is?"

Hoofdstuk 67: Roclus probeert zijn onwaarachtigheid tegenover de Heer terechtvaardigen[1] Roclus zegt: 'Verhevenste der verhevenen! Zolang ik nog niet in een god kongeloven, was dat een gedrag dat tot nog toe iedereen die verstandig is, gehuldigdheeft, en dit gedrag, dat als zodanig eigenlijk helemaal geen gedrag is, maarwaarmee het grootste deel van de wereldgeschiedenis wordt gemaakt, heet politiek,diplomatie. En het vereist dat men iemand die men nog niet precies kent, nietmeteen al zijn plannen aan z'n neus hangt. Men hoeft helemaal niet iets slechts vanplan te zijn met iemand waarmee men contact opneemt, maar toch is het altijdraadzaam om niet met de zuivere waarheid voor de dag te komen, omdat deervaring maar al te vaak bewezen heeft dat men met de naakte waarheid bij demensen meer onheil dan heil heeft aangericht.[2] Men moet iemand altijd eerst via allerlei zijpaden helemaal door en door lerenkennen -wat geen gemakkelijke opgave en geen gemakkelijk werk is -, voordatmen hem met de hele waarheid bekend maakt; want anders kan men immers nietweten aan welke kant hij toegankelijk is voor de waarheid! Want geen enkel mensis, vooral met betrekking tot zichzelf, een bijzonder goede vriend van de lichtendewaarheid. Hij heeft veel liever dat het donker om hem heen is, en dat is dan ook dereden, waarom ik bij die jongeling de waarheid binnen in mij een beetje op deachtergrond heb gehouden. En overigens is het toch voor iedereen een bekend feit,dat kinderen pas door allerlei onwaarheden naar de waarheid geleid worden, en datis ook verstandig van de ouders; want als deze hun kinderen meteen de waarheidzouden gaan verkondigen, dan zou er van die kleintjes weinig goeds en fatsoenlijksterecht komen. [3] Het is waar dat ik me aan die jongen anders voordeed dan ikwas; maar ik heb hem daardoor geen schade berokkend en dat kon ook niet, omdatik nooit de wil daartoe heb gehad, en zodoende geloof ik daar niets slechts meegedaan te hebben. En als ik daarmee gezondigd heb, dan zondigen ook alle ouderstegenover hun kinderen, aan wie ze met een zekere ernst en zelfs met grote nadrukvertellen, dat er op de ver weg gelegen, hoge bergen bepaalde bomen zijn waaraankinderen, net als pruimen, bloeien en groeien. Daar zouden dan bepaalde mensenzijn die deze vruchten verzamelen en ze dan overal in de wereld te koop aanbieden.Soms, zo vertellen ze, komen deze vruchten ook wel aangedreven in beken enrivieren die in die hoge bergen ontspringen, en dan worden ze ook opgevangen.[4] Dat is toch zeker een enorme leugen, groter en dommer kan men er zich geenvoorstellen; maar de ouders hebben daarbij zeker de beste bedoeling om door zulkepuur uit de lucht gegrepen verhalen hun kleintjes te behoeden voor onkuisegedachten en ze op die manier fris en gezond naar lichaam en ziel naar devolwassenheid te leiden, en dat zal toch hopelijk niet onjuist zijn?! En zo ben ikdan ook van mening dat een leugen, waar niet in het minst een slechte bedoelingaan ten grondslag ligt, maar vaak, voor zover wij als mensen kunnen beoordelen,alleen maar een bijzonder goede intentie, eerder als deugd dan als zonde gezien

Page 123: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

123

moet worden! [5] En zo is ons instituut in feite weliswaar volleugen en bedrog;maar tot nog toe is dit nog absoluut niet gepaard gegaan met boze en eigenlijkheerszuchtige bedoelingen, dat wil zeggen, voor zover wij dat kunnen beoordelen.Maar wat daar in latere tijden allemaal uit voort kan komen, daarvoor ontbreekt hetons aan een methode om dat te kunnen voorzien, en wij kunnen er niet borg voorstaan omdat de mensen die na ons komen evenzeer mensen zullen zijn met eenvrije wil, zoals wij dat nu zijn.[6] Ik beweer zelfs, dat in het begin al degenen die een of andere religie hebbengesticht waaraan alle betere aspecten van de beschaving van een bepaald volk tengrondslag lagen, het heel goed en eerlijk met het volk gemeend hebben. Maar delatere nakomelingen en vooral de priesters, die niet geroepen zijn maar zichzelf alszodanig geïntroduceerd hebben, die belachelijk slechte plaatsvervangers van degoden op deze aarde, zijn de nooit juist begrepen leerstellingen verkeerd gaanuitleggen, hebben er zelfzuchtig en heerszuchtig als ze zijn nieuwe aan toegevoegdom er zelf beter van te worden en deze onder de benaming 'Gods wil', 'Godswoord', zwaar gesanctioneerd, en hebben de arme mensheid daar vaak op de meestgruwelijke wijze mee geplaagd, waarvan ons nu zelfs nu nog heel wat voorbeeldenmaar al te duidelijk kunnen overtuigen![7] We hoeven alleen maar te kijken naar de mij zeer goed bekende verhalen vande tempel in Jeruzalem en daarnaast naar de tempelverhalen van Rome, dan is hetmeer dan duidelijk wat er van Mozes en al helemaal van alle oerwijsheid vanEgypte terecht is gekomen! En -ik wil geen onheilsprofeet zijn -, maar ik durf tenoverstaan van u te beweren, dat uw zuivere en goddelijke leer, waarvan die jongende hoofdlijnen al wonderbaarlijk snel aan mijn metgezellen heeft duidelijkgemaakt, en die voor zover ik gehoord heb veel heerlijks bevat, al over enkeleeeuwen een heel ander gezicht zal hebben![8] Uw leerlingen zullen zendelingen en verbreiders van uw goddelijke leerworden. Deze zullen niet overal kunnen komen; zij zullen weer leerlingen kiezenen deze tot leraren en soms tot geestelijke leiders van uw leer maken, en daarmeeis de basis gelegd voor het priesterdom en hiermee voor het allerergste bijgeloof,dat durf ik duizend tegen één te verwedden![9] En als dat in de loop van de tijd overal zo gaat, waarom zou dan juist onsinstituut een uitzondering vormen? Overal zijn mensen met een bestuurlijke taak.Als nu een ware God aan het hoofd staat en hen onderwijst en leidt, zullen ze welbinnen de orde blijven; maar stelt hij hen weer op de proef, wat noodzakelijk is inverband met de vrije wil, dan zullen ze meteen wel weer goed raad weten met eengouden kalf zoals de oude Israëlieten in de woestijn, toen Mozes hen verliet om deSinaï op te gaan om de geboden van de Allerhoogste te halen"

Hoofdstuk 68: Het priesterdom als grootste hindernis om de leer van de Heerte verbreiden[1] (Roclus:) 'U als de volmaaktste profeet, geheel vervuld van alle goddelijkegeesten en begaafd met alle macht en kracht zoals nog nooit een mens op de aarde,zult dat zeker ook van te voren al zien! Maar wie kan er iets aan doen? Het is nu

Page 124: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

124

eenmaal zo, was altijd al zo en zal ook altijd zo blijven, en wij zullen het nietveranderen! [2] Zolang de mensen hun vlees en hun vrije wil wordt gelaten, zolang zullen ze over het algemeen ook dat blijven, wat ze zijn, en zullen ze allerleivoorzieningen treffen al naar gelang de klimatologische omstandigheden in eenland. Hoe verder hier vandaan, des te erger, zoals ik dat tijdens mijn vele reizenmaar al te vaak duidelijk heb ervaren! Hoe verder ik mij van dit, nu mijn enigegeestelijke lichtpunt, verwijderde, des te blinder en dommer vond ik ook demensen, ook vroeger al toen ik nog atheïst was, en het zou me zeker overal nogmeer opgevallen zijn als ik alles had geweten wat ik nu weet.[3] Het is weliswaar zeer waar, dat er geen duisternis kan zijn die nietogenblikkelijk teniet gedaan zou kunnen worden door een overeenkomstig licht. Inde natuur is het in ieder geval zeker zo. Maar of het geestelijke licht de geestelijkenacht ook zo plotseling kan verdrijven, is natuurlijk een heel andere kwestie! Ineen bepaald opzicht was mijn geestelijke nacht zeker niet onbeduidend te noemen,en die jongen heeft hem met enkele lichtwoorden verjaagd; maar ja, hij had aan mijook wel iemand die op menig wetenschappelijk gebied niet tot de allerminstenbehoort en die heel veel ervaring heeft opgedaan in de wereld.[4] Men moet zich eens een volk voorstellen dat diep verstrikt is geraakt in eenhoogst absurd en duister bijgeloof! Daar zullen enkele woorden, ook al bevatten zenog zoveel licht, en zelfs verscheidene tekenen, al zijn die nog zo opvallend,nauwelijks enig licht brengen! Zo 'n volk wordt dan nog duisterder enboosaardiger, en zal juist in aanwezigheid van het licht een grote vijand ervanblijken te zijn, waarna het dan pas echt duister wordt bij zo'n dierlijk volk.[5] We hoeven daar helemaal niet ver voor te zoeken. Laten we onze ogen maareens richten op de tempel in Jeruzalem en daar het in en externe Farizeeërdombekijken, dan zien we zoveel geestelijke nacht, dat dat ons erg zal verbazen! Laatiemand bij hen maar eens aankomen met een echt innerlijk, geestelijk licht,ongeveer zoals die jongen daarstraks bij mij gekomen is, dan zou hij binnen kortetijd een kind des dood zijn! [6] Wat deze ware knechten en dienaren van deallerdonkerste nacht al allemaal tegen ons instituut hebben ondernomen! Als wijniet in ieder opzicht zo onafhankelijk zouden zijn en ze ons op de een of anderewijze hadden kunnen pakken, dan bestonden wij allang niet meer! Wanneer er nueen Mozes en Aaron op zouden staan en de mensen de waarheid zouden lerenzoals ze dat in hun tijd gedaan hebben, dan zouden ze meteen opgepakt en metstenen bekogeld worden, of men zou hen als tegenstanders het vervloekte water tedrinken geven, en heel zeker het echte; want ze hebben twee soorten, namelijk eenecht dat zonder meer de dood ten gevolge heeft, en een onecht dat niemand schadetoe kan brengen, omdat het helemaal geen gif bevat.[7] Als ze dan iemand die tegen hen of liever tegen de tempel zondigt, om eengeheime reden welwillend gezind zijn, geven ze hem het onechte vervloekte waterte drinken. Maar als iemand hun te veel in de weg heeft gelegd, kan hij bij deeerste de beste gelegenheid met het echte vloekwater zijn dorst voor alleeeuwigheid lessen. Dat de Farizeeën dit zowel in Jeruzalem doen alsook in andereplaatsen, is nu toch wel bij alle mensen met een beetje ontwikkeling zo'n bekend

Page 125: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

125

feit dat dit vrijwel niemand meer verbaast. Ik vraag me echter af, hoe een echtwaarheidslicht deze Farizeese nacht dan kan verlichten?[8] En zoals het bij de Farizeeën is, is het overal waar van priesterdom sprake is.Ook al zullen alle mensen.een waar licht aannemen. omdat.zij het weldadige ervansnel en gemakkelijk inzien, dan zullen de priesters zich daar toch met allemiddelen en uit alle macht tegen verzetten en het niet aannemen, omdat zij doorpure hoogmoed en heerszucht zo blind zijn dat zij helemaal niet in staat zijn om deweldaad van het zuivere waarheidslicht te onderkennen.[9] En zolang het priesterdom door God en ook door de wereldse regeringen wordtgeduld, kan er van enig geestelijk licht zo goed als geen sprake zijn! Want dit altijdhoogst zelfzuchtige en heerszuchtige soort mensen zal er steeds op uit zijn om hethogere licht verdacht te maken, en het eigenoude vuil als zuiver goud aan te prijzenen op te dringen aan de mensen die hun ondergeschikt zijn. [10] Daarom ben ik erwat deze zaak betreft zelfs vast van overtuigd, dat men éérst alles wat maar eenbeetje naar priesterdom ruikt, volledig uit de weg moet ruimen, dus de oudeAugiasstal uit moet mesten, en pas dan de ware geestelijke zon over alle volkerentegelijk moet laten opgaan; anders sterft ieder zaadje, al is het nog zo goed, voordathet nog maar enigszins wortel heeft kunnen schieten in de aarde van het leven.[11] Ik herken in u, verheven meester, de volle goddelijke kracht, zonder welke hetu totaal onmogelijk zou zijn om de werken te verrichten die alleen een godmogelijk kunnen zijn, omdat in hem alle ontelbare speciale krachten verenigd zijnen hun eeuwige oerbasis hebben van waaruit ze alleen maar kunnen werken. Enomdat ik dat in u ontdekt heb, is het ook wel zeker dat ik een grenzeloze achting enliefde voor u heb, wat u met de ogen van uw geest nog duidelijker in mijn hart enhersenen kunt zien dan die jongen daar.[12] Maar toch zeg ik u zonder enige terughoudendheid, dat uw moeite en beslistgrote opoffering zo goed als geheel tevergeefs is en de mensen weinig zegen zalbrengen zolang ook maar één priester op deze aarde rondloopt! Of u zou met uwalmacht alle mensen en dus ook alle priesters op de hele aarde plotseling zomoeten veranderen als die oude rots in zee, dan zou het op aarde misschien ooiteens heel aangenaam kunnen worden! Het is alleen maar eeuwig zonde van uwinspanning en uw werk! Als u nog als timmerman zou werken met zaag en bijl,zouden de Farizeeën u zeker met rust laten; maar zo zullen ze u, ondanks uwonloochenbare goddelijkheid, haten, en ze zullen u overal waar u gaat, woedend enrazend achtervolgen! Ook zullen ze proberen om het heerlijke zaad dat u nu zaait,met alle middelen die hen ter beschikking staan te bederven.[13] Want er is nauwelijks iemand die de Farizeeën en hun aardse handelwijzebeter kent dan juist ik, omdat ik vanwege ons instituut het meest met hen tekampen heb gehad! Ze zijn nu weliswaar totaal door ons verslagen en overwonnen,en kunnen met al hun woede niets meer tegen ons uitrichten; want onze ringmurenzijn sterker dan die om hun tempel, en alle zieken in de wijde omtrek zoeken nuhun heil bij ons, omdat wij de mensheid met reële geneesmiddelen weer betermaken, terwijl die tempellieden genezen door loze spreuken en mysterieuze tekensen met allerlei relikwieën -die God weet waar vandaan komen -maar waarbij dezieken helemaal niets merken van een of andere verbetering.

Page 126: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

126

[14] Dit is nu mijn naakte bekentenis voor u, o Heer en Meester; maar doet u nuwat u wenst, -alleen, laat ons instituut niet eerder vallen dan de tempel inJeruzalem! Dat is mijn vurigste verzoek aan u; en het liefst zouden wij allemaalzien, dat u geheel volgens uw wijsheid onze overste en leider zou willen worden!"

Hoofdstuk 69: De ware levensweg[1] IK zeg: 'Jullie hebben Mijn woord en Mijn leer; doe en handel daarnaar, danben Ik jullie overste en meester![2] Mijn persoon hoeft zich daarom helemaal niet binnen de muren van jullieklooster te bevinden, maar alleen Mijn woord en Mijn naam -en niet alleen maarals naam geschreven en door koude onverschillig uitgesproken woorden, maar indaden vol geloof en volliefde voor God en de naaste -, dan zal Ik midden onderjullie zijn, en wat jullie dan zullen willen in Mijn naam, dat zal ook geschieden, enzo zullen. jullie nog grotere werken verrichten dan Ik.[3] Wat Ik doe, dat doe Ik ten aanschouwe van jullie om van Mij Zelf een geldiggetuigenis af te leggen, opdat jullie mensen daaraan kunnen zien dat Ik Diezelfdeben Die van eeuwigheid uitgaat van de Vader, over wie alle wijzen en patriarchengeprofeteerd hebben.[4] Jullie moeten en zullen van Mij getuigen tegenover alle schepselen die blind endoof zijn, en ten behoeve daarvan zullen jullie meer nodig hebben dan Ik nu Zelfvoor jullie nodig heb, want jullie zien immers scherp en horen goed![5] Maar jullie schijnwonderen moeten helemaal uit jullie instituut verbannenworden; want ieder bedrog is min of meer een ingeving van satan en kan daaromnooit tot iets leiden dat men werkelijk goed zou kunnen noemen! En zolang menwat voor drogrniddel dan ook in een instituut voor geneeskunde gebruikt, kandaarnaast in Mijn naam geen wonderdaad lukken![6] Als jullie in Mijn naam willen werken, dan moet Ik ook volledig naar waarheiddoor de liefde en door het meest levendige geloof geheel in jullie zijn.[7] Als jullie zo zijn, kunnen jullie tegen die berg zeggen: 'Verhef je en stort inzee!" -en het zal geschieden volgens jullie wil! Maar let wel, zonder Mij zijn jullienergens toe in staat! [8] Ik zal altijd en immer bij jullie zijn zolang jullie trouwMijn woord, Mijn liefde en een vol levend geloof in Mij bewaren en geen valsheidin jullie ziel zullen dragen! Zeg me, of je Mij nu goed begrepen hebt!'[9] Roclus zegt: 'Niet helemaal, moet ik heel eerlijk bekennen; want ik hoorde ietsover een ingeving van satan! Dat is dezelfde boze geest die volgens de joodse leerde altijd onzichtbare aanstichter moet zijn van al het kwaad en verderf op de aarde.Ik heb dat tot nu toe als een allegorie* (* symbolische voorstelling) van de jodenbeschouwd en ik kan niet zeggen hoezeer het me nu verbaast om deze naam uit uwmond te vernemen![10] Waarlijk, ik houd u voor de meest wijze van alle mensen en ik geloof nu ookvast dat er een alwijze en almachtige God bestaat, door wie alles wat de eindelozeruimte bevat, geschapen is, en dat u nu de eigenlijke drager van Gods geest bent;maar dat u me nu aan komt zetten met die oude joodse fabel van de satan enuiteindelijk ook nog met allerlei duivels en misschien ook nog met de joodse hel,

Page 127: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

127

dat verwondert me erg. Bestaat satan dan serieus, of een duivel, of de hel? Daarzou ik werkelijk graag een nadere verklaring over hebben!"

Hoofdstuk 70: Het wezen van satan en van de materie[1] IK zeg: 'Wat je onder dit alles, wat nu nog onbegrijpelijk voor je is, moetverstaan, zul je vinden in het boek dat de jongen jou via Ruban heeft gegeven;overigens zouden de tegenstellingen zoals bijvoorbeeld geest en materie, leven endood, liefde en haat, waarheid en leugen, je toch al een kleine vingerwijzingkunnen geven dat dit allemaal een ontstaansgrond moet hebben, omdat het andersnooit in de een of andere waarneembare verschijningsvorm zou kunnen treden![2] Als het kwaad niet een of andere ontstaansgrond zou hebben, waarvandaan zouhet dan in het bewustzijn van de mensen moeten komen? Aan de hand hiervan zuljij met je geoefende hersens toch wel beginnen te zien dat niet alles -zoals:waarheid en leugen en meer van dergelijke tegenstellingen -het hoogste en besteGodswezen in de schoenen geschoven kan worden! [3] Of kun jij aannemen datGod, de hoogste en diepste waarheid Zelf, leugenachtige neigingen in het hart vande mens heeft gelegd, opdat deze dan zondigt tegen Gods orde, en onrein wordt inalles wat hij zegt en doet? O, integendeel! God schiep de mens geestelijk naar Zijnevenbeeld, dus zuiver, waar en goed.[4] Omdat de geestelijke mens echter ook voor zijn verdere bestaan om bepaalderedenen de weg van het vlees moest doormaken, moest hij dit aan de materie vande aarde ordenen, volgens de beschikking van de allerhoogste geest van God;terwille van de menselijke geest is in het vlees van de mens een tegenwicht gelegddat die geest op de proef stelt, en dit tegenwicht heet verleiding![5] Deze huist echter niet alleen in het vlees van de mens, maar in alle materie; enomdat de materie niet datgene is wat zij schijnt te zijn, is ze ten opzichte van demens die zichzelf op de proef stelt, leugen en bedrog, dus een schijngeest die er isen die niet is. Hij is er, omdat de verleidende materie er voor het vlees van de mensis; maar hij is er ook niet, omdat de materie niet is wat ze schijnt te zijn.[6] Zie en begrijp het goed! Deze drog-geest, door en door leugen in zichzelf, is nude geest van de hele wereld der materie en is datgene, wat 'satan' of 'de oppersteduivel der duivels' heet. De 'duivels' echter zijn de afzonderlijke, specifieke, kwadegeesten van de jou nu getoonde algemene geest van het kwaad [7] Een mens diedus liefde opvat voor allerlei materie, en door zijn handelwijze daar geheel inopgaat, zondigt tegen Gods orde, die het bestaan van de mens alleen maar tijdelijkop een materiële bodem plaatste om met gebruikmaking van zijn geheel vrijgelatenwil er de strijd mee aan te gaan en sterk te worden voor de onsterfelijkheid. En hetgevolg van de zonde is de dood, of het verloren gaan van al datgene, wat de zielvan de mens zich onrechtmatig uit de materie heeft toegeëigend, omdat allematerie, zoals Ik je heb laten zien, als datgene wat het lijkt te zijn,.niets is:[8] Als je dus houdt van de wereld en haar gewoel en je wilt verrijken met haarschatten, lijkje op een dwaas aan wie in alle ernst een mooie prachtige bruid wordtvoorgesteld, die hij echter niet wil en naar wie hij ook geen verlangen koestert;maar die zich wel met het vuur van een blinde fanaticus op de schaduw van de

Page 128: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

128

bruid werpt en deze schaduw bovenmatig liefkoost! Maar als de bruid dan dedwaas zal verlaten, zal natuurlijk ook haar schaduw met haar meegaan! En wat zaler voor de dwaas dan overblijven? Natuurlijk niets![9] Wat zal hij dan jammeren, de dwaas, omdat hij heeft verloren wat hij zoliefhad! Maar dan zal men tegen hem zeggen: 'Blinde dwaas, waarom nam je danniet de volle waarheid in plaats van de schaduw ervan, die toch duidelijk nietswas?!' Wat kan de schaduw ook anders zijn dan een ontbreken van licht, dat iederevaste vorm aan de aan het licht tegenovergestelde zijde veroorzaakt omdat delichtstraal niet door de vaste en dichte massa kan dringen?[10] Wat echter jouw schaduw voor jou is als je in het licht staat of loopt, dat isvoor de geest alle materie met haar schatten! De materie is een noodzakelijkbedrog en in zichzelf een leugen, omdat ze niet datgene is, wat ze voor dezintuigen van het lichaam lijkt te zijn.[11] Het is echter juist een gericht van de leugen en het bedrog, dat de materie zichvoor de ogen van de geest als iets vergankelijks en alleen als een uiterlijkovereenkomstig schaduwbeeld van de innerlijke diepe waarheid moetmanifesteren, terwijl ze volgens de blinde liefde van de ziel voor de wereld lieverin een realiteit datgene zou blijven, wat ze lijkt te zijn."

Hoofdstuk 71: Wat aan gene zijde het lot is van de materieel geworden ziel[1] (De Heer:) 'En als dat zo is, wat heeft het dan voor nut voor de ziel, als ze voorde lichamelijke mens alle materiële schatten van de aarde zou verkrijgen en dus opzou gaan in het vlees en in diens gemene en dierlijke hebzucht, maar dan in haargeestelijke sfeer schade zou lijden en de realiteit van het ware leven zouverliezen?! Waar moet zij dan aan gene zijde iets vandaan halen om echt iets tekunnen worden, nu zij met het 'niets' van de materie zelf tot 'niets' geworden is?![2] Ja vriend, voor degene die heeft, is alles wat hij krijgt winst, zodat hij dan altijdnog meer heeft! Maar heel anders is het gesteld met datgene, wat op zichzelf nietsis en niets heeft! Hoe moet men dan iets kunnen geven aan datgene wat zich eerderdoor de leugen heeft laten vangen en tot mets heeft laten maken?![3] Of kun jij vloeistof in een bak doen die alleen in je gedachten bestaat en verdernergens, of -als er wel een bak is -deze echter aan alle kanten zoveel gaten heeft,dat ze nauwelijks te tellen zijn? Zal daar ook maar één druppel in blijven? ..[4] Ach, zou de materie op zichzelf, zoals zij is, blijvende en onveranderlijkerealiteit zijn -wat echter onmogelijk is , dan zou zij als zodanig. waarheid zijn, enwie haar zou verkrijgen en bezitten, zou dan in het bezit zijn van een waarheid; enzou de ziel overgaan in de materie, dan zou ze een ware en blijvende realiteitworden! [5] Omdat materie echter alleen maar een gericht van het geestelijke is,dat niet blijvend kan en mag zijn, maar slechts kan en mag duren zolang hetgeestelijke oerelement zich hierin verzamelt, zichzelf daarin leert kennen en dan nahet verkrijgen van voldoende kracht de materie om zich heen oplost en deze in hetovereenkomstige geestelijke verandert, daarom kan het niet anders dan dat eenverwereldlijkte en materieel geworden ziel uiteindelijk het lot van de materie deelt.

Page 129: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

129

[6] Wordt de materie opgelost, dan gebeurt dat ook met de ziel. Deze wordt, inieder geval voor het grootste deel, opgelost in de substantiële, psycho-etherischeoerkrachtatomen, en daarbij blijft er voor de eigenlijke ziel na het afvallen van hetvlees niets anders over dan het een of andere lichtloze en vaak bijna levenlozeskeletachtige grondtype van een dier, dat niet de minste gelijkenis heeft met hetwezen van een mens.[7] Zo'n ziel bevindt zich dan in een toestand welke de oer-aartsvaders, die begaafdwaren met het vermogen om geestelijk te zien, 'She Oul A , (hel = dorst naar leven)noemden, wat een heel ware en juiste benaming was.[8] In die zin is ook de hele aarde en kortom alles wat je met je materiële zintuigenook maar kunt waarnemen, een ware 'She Oul A'. Dit betekent voor de ziel, die eengeest is of liever gezegd moet worden, de dood; want wie is opgehouden datgene tezijn wat hij was, is ook als datgene wat hij was, volledig dood.[9] Een ziel is dan na het afvallen van het vlees ook dood als zij om de zojuistgenoemde redenen alles, wat haar van een menselijk wezen eigen was, bijna totaalheeft verloren, en er hoogstens een dierskelet van haar overgebleven is. Er zullenweer voor jou ondenkbare tijden moeten verstrijken eer zo'n ziel, die geheel inmaterie is opgegaan, een mensachtig wezen wordt, en hoe lang zal het duren, totuit zo'n ziel weer een volledig mens groeit![10] Jij denkt nu natuurlijk, dat bij God alles ook in een enkelogenblik mogelijkmoet zijn. Ik zegje daarop, dat bij God inderdaad wel alle dingen mogelijk zijn. AlsGod poppen en automaten wil hebben, dan is één enkel ogenblik genoeg om dehele zichtbare ruimte daarmee te vullen![11] Maar al deze wezens zullen geen eigen, vrije wil hebben en geen eigen, opzichzelf staand, zelfwerkzaam leven. Ze zullen zich alleen maar bewegen volgensGods wil die door hen heen stroomt. Wat zij zien zal zijn wat God ziet, hungedachten zullen de gedachten van God zijn. Zulke schepselen zullen zijn als deafzonderlijke ledematen van je lichaam, die zich zonder jouw bewustzijn en jouwwil absoluut niet zelf kunnen bewegen en actief kunnen zijn.[12] Is dit niet heel anders met je kinderen, die ook uitjouw vlees en bloed zijnvoortgekomen? Die wachten niet meer op jouw wil; zij hebben een volledig eigenleven, bewustzijn en wil. Ze zullen je wel volgen, en lessen en geboden vanjeaannemen, maar niet overeenkomstig jouw, maar altijd slechts volgens hun hoogsteigen wil, zonder welke jij aan hen net zo weinig zou kunnen leren als aan een uitsteen gehouwen beeld of een steen![13] En kijk, schepselen met een vrij bewustzijn en een vrije wil, die voor zichzelfverantwoordelijk moeten zijn en zichzelf moeten vervolmaken, om daardoor danook voor eeuwig vrije en zelfstandige wezens te blijven, moeten door God ook zogeschapen zijn dat het hun mogelijk gemaakt wordt om zoiets te bereiken![14] Door God mag hier alleen in zekere zin het zaadje geschapen worden, dat istoegerust met alle denkbare levenscapaciteiten, die als in een huls opgeslotenzitten; de verdere, vrijere levensontwikkeling en de vorming daarvan moet aan hetzaadje zelf overgelaten worden. Het moet ook het van buiten eromheen stromendeleven uit God zelf naar zich toe gaan trekken en daaruit een eigen, op zichzelfstaand leven vormen. [15] En kijk, zoiets gaat niet zo snel als jij denkt, omdat het

Page 130: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

130

embryonale leven als zodanig niet zo machtig en daadkrachtig kan zijn als hetsinds eeuwigheden allervolmaaktste leven in God![16] En omdat iedere ziel, ook al is deze nog zo verdorven, altijd dezelfdebestemming heeft, kan deze aan gene zijde met betrekking tot haar levensheil ookop geen andere manier geholpen worden dan waarop zij zich met de weinige, haarnog ter beschikking staande middelen zelf helpen kan en volgens Gods eeuwigeorde ook zelf helpen moet.[17] Hopelijk heb Ik je nu duidelijk en helder genoeg uiteengezet wat dan eigenlijksatan is en de hel, en wat de eigenlijke eeuwige dood is, en je zult nu welnauwelijks meer een vraag hebben over iets wat je niet voldoende duidelijk is.Mocht er echter toch nog iets zijn wat je niet begrijpt, vraag het dan; want kijk, dezon gaat bijna onder en dan zullen wij het avondmaal tot ons nemen!

Hoofdstuk 72: Verklaring van het woord 'Sheoula' (hel). Over helder zien[1] Roclus zegt: 'Heer en Meester, ik heb nu gezien dat uw wijsheid en zeergedegen inzicht in alle dingen ondoorgrondelijk diep is en ik moet hier openlijktoegeven, dat u zoiets onmogelijk zou kunnen weten en inzien als u alleen maareen mens zou zijn en niet met uw geest het grootste aandeel had gehad in de heleschepping, -en mij is nu heel veel helder en overduidelijk geworden wat ik mevroeger nooit had kunnen voorstellen! Maar omdat u zo goed was om mij zulkebuitengewone dingen te verklaren, vraag ik u om mij de uitdrukking 'sheoula' en,zeg, de eeuwige dood nog een beetje nader te verklaren; want helemaal duidelijk isme dat nog niet. Dat wil zeggen, ik begrijp het wel zo ongeveer, maar als ik zoubeweren dat ik er al helemaal in thuis was, zou ik mezelf voor de gek houden! Zouu mij daarom deze twee genoemde dingen nog iets nader willen uiteggen!"[2] IK zeg: 'Luister dan! 'She', of 'Shei' of ook 'Shea' betekent: 'hij dorst'; 'Oul' ofook 'Voul': 'de in zichzelf verlaten mens', men zou kunnen zeggen: ' dierlijke mens'; en dan' A' : 'naar de consistentie van datgene, wat de innerlijke wijsheid en kennisuitmaakt'. [3] Dat men onder de letter A zoiets moet verstaan, laat de vorm zienvan de oude Egyptische piramiden, die een nabootsing op grote schaal zijn van dehersenpiramiden, en die de bestemming hadden om de mensen alswijsheidsscholen te dienen, waarvan de naam en de inrichting van binnen vandaagde dag nog getuigenis afleggen. Want 'Pira Mi Dai' betekent immers 'Geef mijwijsheid!' En de inrichting van binnen was ook zo dat de mens hierin, helemaalvan de buitenwereld afgesloten, zijn innerlijk moest beginnen te beschouwen enzijn innerlijk levenslicht moest vinden. Daarom was het in de lange inwendigegangen van zo'n piramide ook altijd pikdonker en oerduister, en het werd nieteerder licht, voordat de mens met zijn innerlijk levenslicht alles begon teverlichten.[4] Dit is voor jou wel een beetje vreemd om te horen, maar toch is het allemaalzo! Want als in het gemoed van een mens het innerlijk oog geopend wordt, bestaater voor hem op aarde geen nacht en geen duisternis meer. Een als het ware tastbaarbewijs hiervoor leveren alle zeer sensitieve en in extase verkerende mensen. Dezezien met volkomen gesloten ogen heel veel meer dan duizend anderen met de

Page 131: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

131

allerbeste, gezondste en scherpste ogen; want zij kijken door de meest vaste enondoorzichtige materie heen en kunnen gemakkelijk door de hele aarde heenkijken, en zelfs de sterren zijn niet zo ver weg dat de in extase verkerende(magnetische) mensen ze niet geheel en al zouden kunnen doorzien.[5] Maar hoe mensen in de zalige toestand van extase kunnen komen -en dattenslotte wanneer en hoe vaak ze maar willen -, dat werd hun nu juist in depiramiden geleerd en werd vooral zeer intensief beoefend.[6] Omdat de piramiden daarvoor dienden, gaf men ze ook de zeer juiste enveelzeggende naam 'She Oul A. De oude Hebreeërs kortten het af tot Sheol" deGrieken tot Schole, de Romeinen tot Schola en de Perzen en Indiërs tot Schehol.[7] En omdat de oude wijzen, door hetgeen zij in geestvervoering zagen, heel goedwisten in wat voor betreurenswaardige toestand zeer materiële zielen, die dewereld en zichzelf bovenmatig liefhebben, aan gene zijde na het afvallen van hetlichaam geraken, noemden zij deze betreurenswaardige toestand ook 'She Oul A,hel! [8] Dat een dergelijke toestand, in vergelijking met die van een ware wijze dieleeft binnen Gods orde, met het begrip 'dood' werd aangeduid, komt zeker met dewaarheid overeen. En omdat dat eeuwig en noodzakelijkerwijs een steeds eendereen blijvende eigenschap is van alles wat 'wereld' en 'materie' heet, zal het ookduidelijk zijn waarom men zoiets de 'eeuwige dood' heeft genoemd![9] Zolang dan een ziel hier of aan gene zijde in zo'n toestand verkeert, bevindt zezich natuurlijk ook in een toestand van eeuwige dood, en om zich daarvan los temaken is beslist een uiterst moeilijke levensopgave! Menige ziel kan er wel zo'nlange tijd voor nodig hebben als de levensduur van een wereld tot ze uit zichzelfweer zover komt dat ze iets is! Zeg Me, of het je nu duidelijk is!'[10] Roclus zegt: 'Ja, Heer en Meester over alles, nu is me ook dit werkelijk geheelduidelijk; maar nu nog een kleine vraag, en dat is, hoe namelijk een mens in destaat van geestvervoering kan raken, waarin hij alles ziet! Als ik dat nog zouweten, al zijn het alleen maar de wegen waarlangs dat mogelijk is, dan zou ik er alhet denkbare voor over hebben om mezelf ook van tijd tot tijd in zo'n hoogstgelukkig makende toestand te brengen! Heer en Meester over alle dingen, wees zogoed om me ook wat dat betreft een paar goede aanwijzingen te geven!"[11] IK zeg: 'De scholen van Egypte hebben opgehouden te bestaan en bestaan opdie manier al heel lang niet meer; want ten tijde van Mozes begon het de verkeerdekant op te gaan. Toen is men al begonnen om alleen uiterlijk onderwijs te geven,en mensen als Plato en Socrates waren zo ongeveer de laatsten die nog 'n vaagbegrip hadden van de innerlijke levensschool.[12] Maar Ik ben immers nu in het vlees van deze wereld gekomen om julliemensen een nog beter levensvoorschrift te geven, waarmee ieder kan bereiken dathij tot de hoogste levenswijsheid komt. En dit voorschrift luidt kort gezegd alsvolgt: 'Heb God boven alles lief, en heb je naaste lief zoals jezelf!' Wie dit beoefenten volop in praktijk brengt is gelijk aan Mij en zal juist daardoor dan ookbinnengeleid worden in alle wijsheid en haarkracht en macht![13] Want in degene die volliefde tot God is, is ook God met Zijn eindeloze engrenzeloze liefde en met het hoogste licht daarvan tegenwoordig. De ziel zwelgtdan met haar geest in het licht van Gods wijsheid en dan kan het immers niet

Page 132: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

132

anders dan dat ook zij alles ziet en weet wat het licht van God ziet en weet. Enomdat de eeuwige almacht en kracht van God nu juist in Zijn grenzeloze eneindeloze liefde ligt, hoeft de ziel in deze goddelijke liefde natuurlijk slechts tewillen met de wil van de in haar heersende liefde van Gods geest, en wat de zielwil, dat moet gebeuren! - Dat is zo duidelijk en waar, als maar iets in deze wereldduidelijk en waar kan zijn.[14] Het is echter bij lange na niet voldoende om dit te weten en te geloven, hoeintensief dan ook, maar men moet het volop in praktijk brengen, ook in demoeilijkste levensomstandigheden, en men moet het te allen tijde oefenen; wantalleen voortdurende intensieve oefening baart uiteindelijk pas kunst!'

Hoofdstuk 73: Hoe men God boven alles liefheeft en hoe God graag ziet, datde mens werkt[1] Roclus zegt: 'Heer en Meester, hoe kan ik het nu zover brengen om God, deonzichtbare eeuwige Geest, uit alle levenskrachten boven alles lief te hebben?Want het lijkt me dat het hart van een mens te klein is en niet in staat om deoneindige, eeuwige Geest van God, waar men zich onmogelijk een voorstellingvan kan maken, boven alles lief te hebben.[2] Naastenliefde is niet moeilijk; maar met de liefde tot God, zo tot in 't eindeloze,valt het toch zeker voor ons, zeer kleine mensen, niet mee! Hoe kan men er danvoor zorgen, dat men God boven alles kan liefhebben?"[3] IK zeg: 'iets gemakkelijkers bestaat er vast in de hele wereld niet! Als menGods werken bekijkt, Zijn goedheid en wijsheid, en men zich nauwkeurig aan Zijngeboden houdt, zijn arme naaste liefheeft als zichzelf, dan heeft men daardoor ookal God boven alles lief![4] Kun je je echter van God geen voorstelling maken die je voldoet, kijk dan naarMij, dan heb je ook die voor eeuwig geldende en blijvende vorm voor je, de enigevorm waaronder jij je jouw God en Schepper voor kunt stellen! Want God is ookeen Mens, maar de eeuwig meest volmaakte in en door Zichzelf! Als je Mij ziet,zie je ook alles! -Heb je Mij ook wat dit betreft goed begrepen?"[5] Roclus zegt: 'Heer en Meester van alle dingen, nu heb ik alles en ik wil Uwdienaar zijn! Maar laat mij nu in vrede gaan! Want ik ben het niet waard om noglanger bij U te blijven!" [6] IK zeg: 'Wie de innerlijke vrede heeft, kan gaanwaarheen hij maar wil, dan gaat hij in vrede! En jij hebt de innerlijke vrede nubereikt, en als jij ergens heen gaat, ga je in vrede. Maar je kunt met je gezelschapnog wel een tijdje hier blijven, dan zul je samen met hen hier nog het een en anderhoren waar jullie allemaal wijzer van worden![7] Het einde van de dag breekt nu aan en de zon die de hele dag een helder lichtover de aarde heeft geworpen, heeft reeds de rand van de bergen bereikt en zalover enkele ogenblikken niet meer te zien zijn, en wij kunnen allemaal zeggen datdeze dag goed is besteed. We hebben flink gewerkt, en in uren meer verricht danwat enkel mensenhanden in jaren tot stand gebracht zouden hebben. Wie werkt,moet ook eten en zijn ledematen versterken! Jullie hebben ook gewerkt en moeten

Page 133: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

133

daarom ook met ons samen eten! Blijven jullie dus hier en houdt met ons eenavondmaal!"[8] Roclus zegt: 'Heer en Meester over alle dingen! Wat heb ik hier dan wel gedaanmet mijn metgezellen, dat men als werk zou kunnen bestempelen? Woorden,meningen en ervaringen uitwisselen is alles wat wij hier gedaan hebben, terwijl weverder niets stonden te doen, -dat kan men toch geen werken noemen?"[9] IK zeg: 'Waar en wanneer dan ook een mens waarachtig voor het heil van zijnziel heeft gewerkt, daar en dan heeft hij ook het meest en waarachtig en hoogstbelangeloos gewerkt; want op de goede manier bezig zijn voor het welzijn en hetheil van de eigen ziel sluit immers zonder meer alle andere zelfzuchtigebezigheden geheel en al uit, omdat zelfzuchtigheid en eigenliefde de liefde tot Goden de naaste volledig uitsluiten. [10] Wie op aardse wijze voor zijn lichaam zorgt,zoekt de schatten van deze wereld, woelt in de materie en begraaft zijn ziel dus inhet gericht en in de dood. Al heeft zo iemand ook de hele dag door met ploeg enhouweel op het veld gewerkt met zoveel ijver dat hij 's avonds rijkelijk in zijneigen zweet baadt, dan was hij in vergelijking met hetgeen Ik arbeid noem, tocheen dagdief, een luie knecht voor het veld van Gods rijk.[11] Want wie niet in zijn geest werkt voor het ware, hem door God gestelde doel,zoals hij naar recht en billijkheid volgens Gods orde behoort te doen, die werktzeker ook niet voor het tijdelijke en eeuwige welzijn van zijn naaste, en vindt hetniet de moeite waard om God te zoeken en Hem nader te leren kennen. Wie zichechter niet inspant om God te vinden en Hem waarachtig te leren kennen, spantzich nog minder in voor het welzijn van zijn naaste, en als hij al iets voor hemdoet, dan doet hij dat omwille van zichzelf, opdat zijn naaste op de een of anderemanier in staat zal zijn hem vele malen meer van dienst te zijn dan hij het voorhem is geweest. [12] jij hebt nu echter God en ook jezelf gezocht -en zowel Godals jezelf gevonden; en zie, dat was een goed werk van je, zodat je nu in een paaruur meer hebt gedaan dan anders in je hele leven! En daarom kun je nu ook hierblijven, een goede rust genieten en met ons een avondmaaltijd houden!"

Hoofdstuk 74: Vragen over ziektes en het genezen ervan[1] Roclus zegt: "Heer en Meester over alle dingen! leder woord uit Uw mond ismeer dan het puurste goud en de ene waarheid verheft de andere! Ook is er geenvan Uw licht en levenswoorden bij mij op onvruchtbare bodem gevallen, en ik voelnu in mezelf dat hieruit zeker de zegenrijkste vruchten voor de schuren van hetware leven zullen groeien; en omdat ik nu toch de genade heb om met U te praten,zou ik ook graag van U willen weten of wij in het vervolg de zieken door onzenatuurlijke geneesmiddelen van hun ziektes moeten genezen, of dat wij dat enkelen alleen moeten doen door zo vast mogelijk op Uw Naam te vertrouwen? Want degedachte kwam nu bij me op, dat het misschien wel niet altijd in overeenstemmingis met Uw goddelijke wil om iedere zieke te genezen. Want er zullen er wel bijzijn, aan wie Uw goddelijke liefde en wijsheid een lichamelijke ziekte of ook eenpsychische ziekte deed toekomen, om juist daardoor hun ziel te verbeteren.

Page 134: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

134

[2] Het is een maar al te bekend feit, dat vaak de lichamelijk gezondste mensen nuniet bepaald de in moreelopzicht meest deugdzame mensen zijn. ja, lichamelijkegezondheid maakt de mens vaak moedwillig, op de wereld gericht en genotzuchtig,terwijl zieken, vooral zij die aan een chronische kwaallijden, gewoonlijk geduldig,zachtmoedig en vol overgave aan de goddelijke wil wegkwijnen; men hoort zezelden klagen, ze zijn vol deemoed en zijn in hun hart niet afgunstig. Zou hetgoede karakter van hun ziel misschien niet veranderen als men hen plotselingkerngezond zou maken?[3] En dan komt er nog iets bij: zeker staat het voor ieder mens vast, dat hijlichamelijk ooit zal sterven, -als dit niet het geval zou zijn, dan zouden mensen uitde tijd van Adam lichamelijk nog leven. Wanneer wij echter iedereen, jong en oud,die ziek en ook doodziek bij ons komt, meteen weer geheel beter zouden maken enwij ook elkaar, dan zou mettertijd het sterven op deze wereld werkelijk wel eensiets zeldzaams kunnen worden, met name, als door Uw leer in de loop der tijdbijvoorbeeld ook oorlogen overbodig zouden worden![4] Als wij iemand die om hulp bij ons is gekomen, niet genezen, dan zal men onsvoor harde, meedogenloze mensen uitmaken; en als U het een keer niet toelaat datiemand, die al meerdere malen door ons is genezen, bijvoorbeeld voor de tiendekeer weer genezen wordt, ondanks onze wil en onze moeite, dan wordt ofwel dekracht van Uw naam ofwel ons eigen vertrouwen daardoor verdacht en gebrekkig,en zal het geloof van het volk schipbreuk lijden! Want zover kunnen wij deeenmaal in de materie levende mensen niet brengen, dat ze ter verkrijging van eenhoger leven in het grote hiernamaals dit aardse leven zo'n geringe plaats willengaan geven, dat ze er in geval van ziekte niets meer voor doen.[5] Zelfs een grijsaard van honderd jaar en ouder zal nog naar medicijnen grijpenom zijn leven te verlengen, ook al zou hij weten dat het afleggen van zijn brozelichaam met het hoogst mogelijke welbehagen verbonden zou zijn. Dat de zuchtvan mensen om gezond en zo lang mogelijk.op deze armetierige wereld te levenzelfs onder vaak heel slechte omstandigheden onverzadigbaar is, leert ons in hetalgemeen een meer dan duizendjarige ervaring; en als de mensen op grotere schaalweten dat iedere kwaal van hen alleen door de kracht van Uw Naam genezen kanworden, ja, dat, als dat nodig is, zelfs overledenen in het leven teruggeroepenkunnen worden, dan zullen we keer op keer door het volk belegerd worden![6] Volgens mij zou nadere informatie hierover voor ons, en ook voor ieder ander,zeker niet overbodig zijn! Of hebt U voor die mensen die geheel volgens Uw ordezullen leven soms van nu af aan de oude lichamelijke dood helemaal opgeheven,zodat vanaf nu de mensen voortaan reeds met een verheerlijkt lichaam zullenleven, en de vleselijke dood slechts degenen die tegen Uw leer en Uw wettenblijven zondigen ten deel zal vallen?[7] Heer en Meester over alle dingen! Ziet U, de stralen van de ondergegane zonwerpen nog zo'n prachtige gouden gloed over de avondhemel, en de sikkel van demaan wedijvert gewoon met de avondster om het licht van de moeder van de dag tevervangen. Het is zo overheerlijk, Heer, om Uw lichtgevende werken teaanschouwen; maar nog eindeloos veel heerlijker is het gevoel van het innerlijkelicht, dat vanuit Uw mond de duisterste hoeken van ons leven verlicht! Wilt U mij,

Page 135: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

135

omdat er nog tijd voor is, nog voor het avondmaal duidelijk maken, wat ik mezelfnooit duidelijk zal kunnen maken!"

Hoofdstuk 75: Pijn, ziekte en dood[1] IK zeg: "Mijn vriend, je wilt iets te weten komen wat jij noch iemand anderseigenlijk hoeft te weten, omdat dat enkel en alleen Mijn zaak is, wat zoveel wilzeggen als: het is een zaak van de eeuwige Vader in de hemel, dus een orde waaropzelfs Ikzelf in lichamelijk opzicht geen uitzondering mag, kan en zal maken![2] Wie in vlees is gehuld, zal dit ook weer moeten afleggen, met of zonder pijn,dat maakt helemaal niets uit; want als men het vlees heeft afgelegd, is alle pijn diemen op deze wereld voelde, opgehouden. Want de lucht die de ziel van een mensin de andere wereld zal inademen, zal een heel andere zijn dan de lucht van dezemateriële wereld hier. Waar geen dood meer bestaat, daar is in feite ook geen pijn,omdat lichamelijke pijn altijd alleen maar veroorzaakt wordt doordat de ziel zichgedeeltelijk van het lichaam losmaakt.[3] Daarmee wil Ik echter niet zeggen dat een ziel in haar zuivere toestand zondergevoel en gemoedsbeweging is -want als zij die niet had zou ze immers dood zijn;maar ze zal in de wereld die in overeenstemming is met haar wezen niets vindendat haar benauwt, beknelt, beklemt en bedrukt en daardoor een pijnlijk gevoelveroorzaakt, en daarom zal ze ook nooit pijn waarnemen.[4] Of is een volkomen kerngezond mens soms in zijn lichaam niet ontvankelijkvoor het gevoel van pijn, omdat hij nog nooit het ongeluk had ziek te zijn, en nognooit door iemand geslagen of gestoken werd?! Bij hem ontbrak alleen maar eenoorzaak die pijn opwekte.[5] De belangrijkste oorzaak voor pijn, die altijd alleen maar door de ziel en nooitdoor het vlees gevoeld wordt, ligt dus in de druk die een te traag en derhalve ook tezwaar geworden lichaam op een levensgedeelte van de ziel uitoefent.[6] Daarom is iedere ziekte tijdelijk te genezen als men in staat is om de massa vanhet vlees te verlichten; maar voor het lichaam dat oud wordt bestaat er geenverlichting meer, ofschoon iemand die in goede orde leeft, over het geheelgenomen nog tot op zeer hoge leeftijd weinig over pijn te verhalen zal hebben.Diens lichaam zal tot aan het laatste uur nog heel flexibel en buigzaam blijven, ende ziel zal zich stukje bij beetje heel zacht van het vlees los kunnen maken volgensde eigenlijke, beste en ware orde. Zij zal weliswaar ook niet wensen om zich, zelfsop de hoogste leeftijd die op aarde mogelijk is, van het lichaam los te maken; maarwanneer de voor haar duidelijk te horen, hoogst gelukkig stemmende roep uit dehemelen klinkt: 'Kom uit je kerker naar het volledig vrije, eeuwige, ware leven!',dan zal ze geen seconde aarzelen om haar bouwvallige, aardse huis te verlaten enzich naar buiten te begeven naar de lichte velden van het ware, eeuwige leven.[7] Wel, dat zullen jullie met geen enkel kruidensap en ook niet door de macht vanMijn naam ooit kunnen verhinderen, omdat het niet de wil van Mijn geest kan zijn.Jullie zullen in staat zijn om ware wonderen. te verrichten met de kracht van Mijnnaam, maar alleen in overeenstemming met Mijn wil die zich duidelijk in julliehart kenbaar zal maken, en nooit in strijd daarmee. Daarom moeten jullie ook

Page 136: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

136

vooral Mijn wil, die waarlijk een wil van God is, volkomen tot jullie wil maken,dan is het onmogelijk dat jullie iets mislukt wat jullie vanuit Mij en dus vanuitMijn eeuwige orde zullen willen.[8] Daarom kan er ook geen sprake van zijn, dat iemand tengevolge van de aanjullie verleende geneeskracht in en door Mijn naam nooit zou kunnen sterven. Ookmoeten jullie nooit iemand genezing ontzeggen als Mijn geest jullie in je hartingeeft: 'Hem worde geholpen!'; als de geest echter zegt: 'Laat zijn vlees hemblijven kwellen, opdat zijn ziel er genoeg van krijgt om zich over te geven aan degeneugten van het vlees!', laat hem dan en genees hem niet van zijn lichamelijkekwaal, want deze moet hij dragen tot heil van zijn ziel! [9] En nu zie je dus, dat jebezorgdheid een beetje overbodig was! Begeef je daarom in Mijn juiste orde, danzal alles je wel duidelijk worden! Heb je soms nog meer moeilijkheden, zeg datdan, voor de waard met het maal uit de nieuwe keuken zal komen!"

Hoofdstuk 76: De vrijheid van de menselijke wil[1] Roclus zegt: 'Ja, Heer en Meester over alle dingen, als wij alleen maarwonderen kunnen doen die U alleen wilt, en dan nog alles binnen Uw hele aan dewereld ten grondslag liggende natuurlijke, eeuwige orde, dan dient onze eigen vrijewil immers nergens meer toe, en met het hier en daar verrichten van de hoognodigewonderen als de beste en krachtigste bewijzen voor de macht en de kracht van Uwnaam zal het er op aarde dan zeer magertjes uit gaan zien![2] De wonderen van Uw wil gebeuren toch al dag in dag uit, of wij die nu ookwillen of niet, en onze wil is tegenover die van U altijd als een lege holle noot. Dezon, de maan en de sterren gaan op en onder zonder onze wil; en zo wordt ook deaarde groen en brengt haar vruchten voort; en de wolken trekken voorbij, en dewinden spelen met de golven van de zee; en het wordt winter en zomer, en detijden gaan voorbij en komen nooit meer terug, alles helemaal zonder onze wil! Ofwij dat nu ook willen of niet, dat maakt niets uit! Maar hoe zit het dan met de vaakook noodzakelijke, uitzonderlijke wonderen?"[3] IK zeg: 'Ja, beste Roclus, het is nog altijd een beetje moeilijk om met jou tepraten, omdat jouw gemoed nog te veel aardse opvattingen en zienswijzen bevat![4] Kijk, wie zijn handen aan de ploeg slaat en daarbij achterom kijkt, is nog nietgeschikt voor het rijk van God! Denk jij soms dat God in Zijn volmaakt helderedenken en willen ook zo eenvormig en eentonig is als het starre ijs van hetNoorden? [5] O mens, leer eerst God goed kennen en Zijn almachtige wil, dan zulje ook wel gaan inzien of iemand, wiens hart vol is van Gods geest, inovereenstemming met de eeuwige wil van God niets anders meer kan willen endoen dan alleen maar stom en geduldig de ene dag na de andere te laten ontstaanen te laten vergaan en gelukzalig toe te zien, hoe de verschillende kruiden groeienen bloeien en dan weer verdorren![6] Als het God wat de mens betreft alleen maar daarom te doen was geweest, danhad Hij hun nooit een eigen wil hoeven te geven, dan had Hij hen slechts alspoliepachtige zeedieren, weliswaar in menselijke vorm, als paddestoelen uit degrond kunnen laten groeien, met in de grond vastzittende wortels om vocht en

Page 137: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

137

voedsel op te nemen; dan hadden ze dag en nacht kunnen toekijken hoe de sterrenvolgens Gods wil schijnbaar op en ondergaan en hoe mooi het gras om hen heengroeit! Zich vrij te kunnen bewegen en van plaats te kunnen veranderen zouhelemaal niet nodig zijn; want ze zouden immers toch geen vrije wil hebben, en desteeds eendere en stereotype wil van God zouden ze als onbeweeglijke beelden nogveel beter door zich heen kunnen laten gaan en in zich kunnen laten heersen daneen mens dat kan met zijn wil, hoe vroom en ootmoedig hij ook is![7] Want een mens, die dan toch altijd nog een eigen wil heeft en zich vrij kanbewegen, kan immers toch nog met al zijn gevoel voor schoonheid ooit op degedachte komen om enkele stappen over een mooi met gras begroeid stuk grond telopen; en dan is het onvermijdelijk dat hij het gras dat volgens de wil en deeeuwige orde van God rechtop groeit en staat, tegen de grond drukt en bovendiennog enkele bladmijten voordat het hun tijd is hun levenslicht uitblaast! -Heb je nueen beetje in de gaten, hoe dwaas je bezorgdheid is? [8] En bedenk dan eens, datde mens met een vrije wil voor zijn lichamelijk voedsel niet alleen allerlei heerlijkevruchten die vol vruchtzaadjes zitten met zijn tanden fijnmaalt en deze dan alsvoedsel voor zijn lichaam genadeloos en zonder pardon verslindt, maar zich zelfsaan allerlei dieren vergrijpt, doodt, en tenslotte ook hun gebraden vlees met waregulzigheid verorbert. Hier en daar zoekt hij uitgestrekte vlakten uit waar eerdergedurende vele duizenden jaren het mooiste gras, andere heilzame kruidenstruikenen bomen in de mooiste en meest ongestoorde orde van God groeiden, en bouwtdaar dan dode huizen en steden op.Ja, vriend, kan dat volgens de orde van Godzoals jij je die voorstelt, wel juist zijn?[9] Of, als jij je in de loop der tijd lang geworden nagels, baard en haren kortermaakt, handel je dan niet in strijd met Gods orde, volgens wiens stereotype wilnagels, baard en haren steeds weer aangroeien en niet zo kort willen blijven als jijhen met je schaar hebt voorgeschreven?[10] Als God nu absoluut niet wilde dat een wezen, dat vrij denkt en een vrije wilheeft, in strijd met het stereotype van Zijn scheppingswil handelde en opvernietigende wijze zowel op grote als op kleine schaal ingreep tegen de bestaande,altijd onveranderlijke orde, zou Hij dan wel wijs gehandeld hebben toen Hij voorZichzelf wezens schiep, die alleen al omwille van hun bestaan genoodzaakt zijnom allerlei vernietigende ingrepen te verrichten tegen de orde van de oerschepping,die toch ook een werk van de almachtige en hoogst wijze God is?![11] Maar als God, de Heer en Schepper van alle dingen en wezens, het toelaat datde levende wezens, en met name de vrij denkende mensen die een vrije wil hebbengekregen, Zijn bossen verwoesten, bomen omkappen, er hutten en huizen vanbouwen en het grootste deel ervan verbranden, Zijn mooie gras vertrappen,afmaaien en als voer aan de koeien, ossen, ezels, schapen en geiten geven, en alsGod dan niemand op zijn vingers tikt bij talloze andere ingrepen tegen Zijnstereotype orde, hoeveel onwaarschijnlijker is het dan dat Hij Zich met Zijnalmachtige wil verzet als het erom gaat de zeer kleine wilsvrijheid van de mens teontwikkelen tot de grootste goddelijke vrije wil! [12] Heb je dan niet gezien hoezojuist deze jongen, die in feite ook slechts een schepsel van God is, die steen ingoud veranderde, wat tegen het stereotype van de oergoddelijke wil in gebeurde?

Page 138: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

138

Heeft iemand hem ter verantwoording geroepen omdat hij zo'n enorme ingreepheeft gedaan in de basisorde van God? Integendeel, dit is slechts teweeggebrachtdoor de goddelijke wil, verenigd met die van de jongen![13] Als jij je houdt aan de eenvoudige geboden van God en God waarachtig bovenalles liefhebt, dan word je toch immers steeds meer één met het weten en willenvan God. Op die manier word je wijzer en wijzer en in dezelfde mate ookmachtiger, en zo krijg je ook steeds meer inzicht in je willen. Je innerlijkegoddelijke licht zal tot een alziendheid verheven worden, waardoor je in deoverigens nog bestaande levensduisternis de werkzame levenskrachten niet alleenzult voelen, maar ook zult zien; en doordat je de volmaakt vrije wil van God in jehebt, zul je ze er ook toe kunnen brengen om op deze of gene manier actief teworden. Juist doordat je de talloze, voortdurend van God uitgaande krachten iederop zich en individueel herkent en doorziet, krijg je er als bezitter van de goddelijkewil vat op, en kun je ze ook bestemmen en bundelen voor een wijze handeling eneen wijs doel. Ze zullen dan ook meteen zo in actie komen als wanneer God zedirect Zelf voor een bepaalde activiteit had bestemd.[14] Want alle door de hele oneindigheid van God uitstromende krachten zijn tevergelijken met talloze armen van één en dezelfde almachtige God, en kunnen ookonmogelijk op een andere manier actief worden en actief zijn dan enkel en alleendoordat ze hiertoe aangezet worden door de goddelijke wil, omdat ze in feite nietsanders zijn dan pure uitstralingen van de goddelijke wil.[15] Wanneer de mens dan zijn kleine wilsvrijheid met de eindeloos grotegoddelijke verenigt, zeg Me, of je dan kunt denken dat het mogelijk is dat hij enkeleen stomme toeschouwer is van de puur goddelijke wil, of dat de mens, wiens wilop die manier zo groot en vrij is geworden, niet in staat zou zijn om met zo'ngoddelijke wilsvrijheid het een en ander tot stand te brengen!"

Hoofdstuk 77: Over juiste en onjuiste ijver[1] Roclus zegt: 'Ja Heer en Meester over alle wezens en dingen, doordat U zogenadig bent om deze dingen uit te leggen, staat dit nu voor mij natuurlijk allemaalin een ander licht en menig raadsel dat ik vroeger niet kon oplossen, is me nuvolledig duidelijk! Ja, nu begin ik ook een beetje te begrijpen wat een menseigenlijk is, en wat hij in deze wereld te zoeken heeft en na moet streven envolgens Uw woord ook kan bereiken en eigenlijk moet bereiken! Ja, om zich aanUw geboden te houden en letterlijk Uw wil te vervullen, is nu natuurlijk iets datzeer gelukkig maakt en heel eenvoudig is; want nu ziet men overduidelijk wat menvan U uiteraard krijgt! Want als ik een plaats, hoe ver ook verwijderd, voor me zieen zo rechtstreeks mogelijk naar deze plaats toeloop, dan moet ik hem tenslottetoch eens bereiken![2] Ik kan nu niets anders doen dan U vanuit al mijn levenskrachten danken vooralle moeite die U voor mij gedaan hebt en U verzekeren, dat ik een gewetensvolleleerling van U zal zijn en blijven. Ik geef U ook de volledige verzekering, dat ikalles in het werk zal stellen om ons instituut te reinigen van alle oude wereldse

Page 139: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

139

leugenachtige slakken, en daar zal in het vervolg niets meer ondernomen wordendan alleen datgene, wat zich laat verenigen met Uw leer, o Heer en Meester![3] Nu al voel ik een kracht in mij die ik tevoren nooit heb gevoeld, waarvoor inhet vaste vertrouwen op U alle bergen moeten wijken en waardoor alle doden uithun graf zouden moeten opstaan! Hoe zal het daarna dan wel niet zijn als mijntoekomstig leven geheel Uw wil zal zijn, en tot welke kracht zal ons instituutkomen als allen die daaraan verbonden zijn één zullen zijn wat hun instelling enhun wil betreft?! [4] Daarom moeten we nu geen tijd meer verliezen! Kom aan,laten we allen aan het werk gaan voor deze nieuwe taak vanuit God! Wie aarzelt,begaat een grove zonde tegen het heil van de mensheid van de hele aarde'[5] IK zeg: 'Je huidige enthousiasme is wel op zijn plaats en je zult datgene wat jeje nu hebt voorgenomen, ook doorzetten; maar je huidige vuur is te vergelijken meteen strovuur, waarbij ook meteen geweldige vlammen oplaaien zodat men denkt:als dat zo doorgaat, staat over enkele ogenblikken al meteen de hele aardbodem inbrand! Maar na enkele ogenblikken houdt het grote strovuur op en naderhand kanmen nog amper zien waar de luchtige, grote hoop stro werd verbrand![6] Een juiste ijver ontwikkelt zich als het licht en de warmte van de opgaande zon.Als het licht en de warmte van de zon meteen 's ochtends met een Afrikaansemiddaggloed zou komen opzetten, dan zou deze een vernietigende uitwerkinghebben op planten en dieren, wat iedere goede en ervaren boer al aan hetzogenaamde zonneblikken kan zien.[7] Van een zonneblik is sprake, als tijdens een onweer het firmament dicht metregenwolken is bedekt en het ook al regent maar opeens, als aarde en vruchten aleen beetje zijn afgekoeld, het wolkendek opensplijt tengevolge van een bepaaldeluchtstroming, en licht en warmte van de zon plotseling op planten en bomen en opallerlei kwetsbare diertjes valt; en kijk, de schade die dan aangericht wordt isgroter dan wanneer het een uur lang flink gehageld zou hebben! -Ik wil je met ditvoorbeeld alleen op een praktische manier laten zien hoe, als het ware, misplaatsteijver veel meer beschadigt dan goed doet.[8] Daarom moet je nu ook niet in jullie instituut opeens alle oude en half verganebomen tegelijk willen omhakken, maar met redelijke ijver als het ware ongemerkt,zo stukje bij beetje, en dan zul je pas de ware zegen in je instituut verspreiden!Maar in één klap, mijn vriend, gaat dat niet! Verder is het ook nodig, dat jullieonder elkaar nog heel wat gesprekken voeren en dat er daarna bewijzen wordengegeven van de nieuwe wonderwerken in Mijn naam! En pas als op die manierallen, en niet alleen jij, in dit nieuwe licht zijn ingeleid, kan al het oude met succesverwijderd worden. [9] Als een echt wijze boer merkt dat er onkruid tussen dezuivere tarwe opkomt, laat hij het groeien tot aan de oogst. Bij het maaien laat hijhet onkruid pas van de tarwe scheiden en daardoor blijft zijn tarwe gezond; hetonkruid wordt gedroogd en verbrand op de akker en dient als mest voor de grond.Zie, dat noem Ikzelf wijs en waarachtig gehandeld![10] Geloof Me, dat Ik met heel Jeruzalem en al zijn Farizeeën even snel af zoukunnen rekenen als tevoren met die rots in de zee; maar zo'n ijver zou Me slechtevruchten afwerpen! Daardoor zouden dan allen die zouden horen dat Ik door Mijngoddelijke almacht zo'n verwoesting aangericht heb, wel voor Mij gewonnen zijn,

Page 140: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

140

maar beslist niet door innerlijke overtuiging, maar langs de weg van het eigengericht. Uit vrees en schroom zou niemand zich meer durven te roeren; iedereenzou als een machine datgene doen wat Ik van hem zou verlangen![11] Zou dat dan echter de vrije wil tot ontwikkeling brengen als zijnde het hoogstegoed van iedere mensenziel, en de wil verheffen tot de hoogste kracht van degoddelijke, volkomen vrije wil, waarin alleen het allerhoogste levensgeluk bestaaten kan bestaan?!'

Hoofdstuk 78: De ontwikkeling van de vrije wil. De nadelen van overdrevenijver[1] (De Heer:) 'En dat de hoogste zaligheid van het leven inderdaad gelegen is inhet bezit van de volkomen ongebonden wilsvrijheid en de steeds succesvolle,daadwerkelijke werkzaamheid daarvan, daar leveren alle zelfzuchtige enheerszuchtige mensen reeds op deze aarde het krachtigste bewijs van![2] Menigeen geeft immers graag al zijn bezittingen op om maar een beetje machtte hebben! Wie haat bijvoorbeeld kroon, troon en scepter, vooral als hij zichzelfomhoog kan werken!?[3] Maar waarom hebben deze drie effectieve heersers dan zo'n onuitsprekelijkewaarde in de ogen van de mensen? Het antwoord ligt voor de hand, en in de aardvan de zaak. Omdat hij, die op de troon zit, temidden van miljoenen mensen in dewereld volkomen vrij en doeltreffend van zijn wil gebruik mag en kan maken![4] En na degene die op de troon zit, wordt dan ook iedereen bovenmatig gelukkigdie door de heerser een ambt krijgt aangeboden waarin hij, al is het maar in naamvan de heerser, ook een kleine heerser kan spelen, en zijn naar vrijheid dorstendewil iets meer lucht kan geven. Hij onderdrukt weliswaar zo goed hij kan zijnoorspronkelijke vrije wil, en maakt in plaats daarvan de wil van zijn heerser geheeltot de zijne, ook al is hij het daar vaak niet mee eens; maar dat doet hij allemaal omook maar een beetje mee te kunnen heersen, en om zijn wil enigszins te kunnenlaten gelden. Want bij bijzonder hooggeplaatste staatsbeambten is er immers altijdwel een keer gelegenheid om van de geheel eigen vrije wil gebruik te maken. endat is voor de mens op deze aarde al een allerhoogste zaligheid.[5] Maar wat is deze vergeleken met de zaligheid, die voor de gehele oneindigheiden eeuwigheid voort zal komen en moet komen uit de eenwording van de hieraltijd uiterst beperkte menselijke wil met de wil van God?![6] Maar voordat zoiets kan gebeuren moet de menselijke wil, dat zul je zelfinzien, een serieuze ontwikkeling doormaken en op een hoogst wijze manier dooralle stadia van het leven geleid worden, want anders zou het zeker erg gevaarlijkzijn om de vrije wil van de mens uit te rusten met een doeltreffendemachtsvolkomenheid! [7] Maar om de wil van de mens daartoe bekwaam temaken, moet men er naar toe werken dat de mens zich geheel vrijwillig op dewegen van het licht begeeft, en hierop zolang met alle liefde en wereldsezelfverloochening voortgaat tot hij door eigen werkzaamheid en volkomenzelfbestemming het juiste doel heeft bereikt. [8] Maar daartoe is noch een uiterlijkenoch een innerlijke dwang bevorderlijk, die allebei een gericht zijn en waardoor

Page 141: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

141

nooit de geest van een mens in zijn wil vrij kan worden. En zolang hij dat niet kan,kan er ook nooit sprake zijn van een vereniging van zijn wil met de volkomen vrijewil in God![9] Daarom moeten de mensen eerst alleen door zeer wijs onderricht tot warekennis van zichzelf en van het enig ware Godswezen gebracht worden, en dat metalle mogelijke goedheid, geduld en de grootste zachtmoedigheid; alleenhardnekkige, weerbarstige karakters, bij wie op de achtergrond een op zichzelfvrijwel geheel zinloze boze moedwil en een waar duivels leedvermaak schuilt,moeten door een werelds uiterlijke straf en gericht op de knieën gedwongenworden, maar niet te snel door een wonder dat wordt verricht om hen te straffen.[10] Want men moet nooit over het hoofd zien, dat degene die bestraft moetworden, ook een mens is, die eveneens tot een juist gebruik van zijn vrije wilgebracht moet worden, en dat het heel goed mogelijk is dat een arglistige enwraakzuchtige demon hem op een of andere manier beheerst, en op die manier vande anders misschien heel onschuldige mens een waar monster maakt![11] Daarom moet iedere overdreven ijver, zelfs als het om iets goeds gaat, zolangin toom worden gehouden tot hij de bescheiden rijpheid heeft verkregen die allesrustig en liefdevol overwegend en verstandig berekenend, onverdroten en gestaagtracht aan te wenden met de haar ter beschikking staande middelen, en welvoortdurend rekening houdend met de verschillende ontwikkelingsfasen enomstandigheden van het levend object dat zij moet behandelen.[12] Dat jullie instituut, zoals het nu nog is, zeker niet Mijn goedkeuring weg kandragen, zul je nu wel geheel en al inzien! Maar al zou het op nog honderd slechtereprincipes gebaseerd zijn dan nu het geval is, dan zou het even onverstandig zijn omhet plotseling verdacht te maken en te vernietigen, als wanneer men nu Jeruzalemof het nog vele malen ergere heidense Rome in een oogwenk van de aarde zouverwijderen. [13] Probeer zodoende van nu af aan om stukje bij beetje, al naargelang de dingen zich als het ware vanzelf aandienen, al het verkeerde uit jullieinstituut te verwijderen, dan zal het instituut en het volk dat er aan gehecht is,langzaam aan gezond worden overeenkomstig de volle waarheid! Zou je nu echtermet je medebroeders meteen alles overhoop willen halen, dan zouden de velemedewerkers van het instituut jou voor waanzinnig en bijgelovig verklaren en opalle mogelijke manieren proberen om je onschadelijk te maken voor het instituut,dat volgens hen uiterst doelmatig is ingericht; en daardoor zou jou iederegelegenheid ontnomen worden om heel geleidelijk aan en ongemerkt al hetverkeerde uit het instituut te verwijderen en te vervangen door de volle waarheid"

Hoofdstuk 79: De Heer maakt gewag van Zijn laatste avondmaal en Zijnkruisdood[1] (De Heer:) 'Het meest sprekende voorbeeld daarvan vind je hier immers bijMij. Nu ken je Mij, Mijn leer en ook de ware strekking ervan voor het leven. Jekent ook Mijn macht, door middel waarvan Ik deze hele aarde even snel engemakkelijk tot niets zou kunnen omvormen als tevoren de jou welbekende ouderots in de zee! Maar dan zou Ik Me tenslotte Zelf toe moeten roepen: ' Als je deze

Page 142: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

142

wereld vol met je hartskinderen, die je hun aanleg en geaardheid hebt gegeven,liever niet had willen hebben, dan had je beter al in het begin helemaal geen aardekunnen scheppen!' Maar de aarde en de mensen zijn er nu eenmaal, en het is duszaak alles met alle liefde en geduld te behouden en te leiden volgens de wijsheiduit God, opdat van alles wat deze aarde draagt en in zich bevat, niets, zelfs niet tergrootte van een zonnestofje, verloren zal gaan![2] Ja, Ik zeg je: De mensen die Mij het meest tegenstaan en die zeker ook deslechtste mensen op de hele aarde zijn, zijn zonder meer de schriftgeleerden enFarizeeën in Jeruzalem; maar eerder nog dan dat Ik hen veroordeel en aan het kruislaat hangen, wil Ik het Mij door hen laten aandoen!"[3] Dan springt Roclus gewoonweg op en zegt: 'Neen, neen, Heer en Meester! Datzou betekenen dat Uw geduld wel erg ver gaat! Vanwege die paar schurken inJeruzalem - ook al zouden ze allemaal in het niets worden opgelost - zal Gods rijknoch op deze aarde en al helemaal niet aan gene zijde ooit enigszins schipbreuklijden; weg daarom met dat zwarte gespuis, en U blijft!'[4] IK zeg: 'Zoals je deze zaak nu begrijpt, spreek je ook! Maar over ongeveer driejaar vanaf nu gerekend zal je eigen geest je leren dat het anders is, dan zul je beterweten; daarom genoeg hierover, laten we ons op het avondmaal voorbereiden!Deze tafel zal iets langer gemaakt worden en jullie, met Ruban erbij nu met z'ndertienen, zullen daar prima aan kunnen zitten en een beeld geven van eentoekomstig avondmaal, dat met Mijn laatste avondmaal op deze aardeovereenkomst zal vertonen!" [5] Roclus zegt: 'Heer en Meester! U wordt nu opeensgeheimzinnig en raadselachtig; hoe komt dat, waarom?"[6] IK zeg: 'Vrienden, Ik zou jullie nog heel veel kunnen zeggen, maar julliezouden het nu nog niet kunnen verdragen! Maar wanneer na dat laatste avondmaalde Heilige Geest in jullie hart zal komen, zal hij jullie volledig in de levendewaarheid inwijden, en dan zul je pas helemaal begrijpen wat Ik nu tegen je gezegdheb. Daar komt Marcus al aan met de schalen; laten we daarom gaan zitten om eenvrolijk avondmaal te nuttigen! Jullie tafel is al klaar en gedekt:'[7] Na deze woorden maakt Roclus een diepe buiging voor Mij, gaat dan naar zijnvrienden en metgezellen en zegt: 'Van weggaan is nu geen sprake, we moeten eerstaan het avondmaal deelnemen dat zojuist opgediend wordt, en wel daar, aan detafel van de heren! De Heer en Meester wil het zo en dan wordt er niet geweigerd!Kom daarom nu snel met me mee en neem met mij plaats aan het vrije gedeeltevan de tafel daar, waar de heren reeds lang zitten!"[8] Ruban zegt: 'Dat zal vast niet zo erg goed passen! Wij die niets te betekenenhebben, naast de grote Heer aller heren op aarde!' [9] Roclus zegt: 'Passend of niet,de Heer en Meester over alle dingen wil het nu eenmaal zo en dan staat ons nietsanders te doen dan te gehoorzamen, en wel met het vreugdevolste hart van dewereld! Laten we daarom gaan, opdat er niemand op ons hoeft te wachten! Maarook, omdat ik werkelijk al flink honger heb en me echt van harte verheug op eenovervloedig en goed toebereid maal! Ik zie dat ze ook hele kruiken en grote bekersvol wijn bij de spijzen op tafel zetten, en de lieftallige jongen schijnt vooral aanonze tafel veel zorg te besteden; laten we er dus maar snel naar toe gaan!"

Page 143: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

143

Hoofdstuk 80: Raphaël eet veel[1] Na deze woorden van Roclus begeven allen zich naar de voor hen bestemdetafel, maken driemaal een buiging voor het voorname gezelschap en Raphaël wijstieder meteen zijn plaats en gaat tenslotte als veertiende bij hen aan de nieuwe tafelzitten. Roclus ziet precies het gerecht voor zich waar hij altijd het allermeest vanhield; het was een gebraden lam met een bijgerecht dat uit allerbeste en volledigrijpe pomeransen bestond. Hij kon er maar niet over uit hoe het mogelijk was datmen in de keuken zijn smaak zo precies had kunnen raden. Maar al gauw bedachthij in wat voor gezelschap hij zich bevond en dat verklaarde hem alles. Evenals hijkreeg ieder van de dertien gasten precies datgene, wat hij met recht zijnlievelingsgerecht noemde; alleen Raphaël had een grote schaal voor zich met achtgrote heerlijk klaargemaakte vissen, waar hij, zoals bekend, goed raad mee wist,wat de dertien erg opviel. [2] En Roclus kon het niet laten om de vermeendejongeling, weliswaar heel vriendelijk maar toch zeer verbaasd, te vragen hoe hethem toch mogelijk was om acht van zulke grote vissen zo haastig en snel teverorberen, en of hij nu nog meer kon eten. [3] En Raphaël antwoordde ook heelvriendelijk met een glimlach: 'O, laat er nog maar tien keer zoveel komen, ik zal erheel gemakkelijk en zonder enige moeite weg mee weten; maar met deze vissenben ik nu ook heel goed en volkomen verzadigd!"[4] Roclus zegt; 'Jouw maag moet toen je nog klein was te volgestopt zijn, anderskan ik dat onmogelijk verklaren! Kun je me misschien helpen om ook mijn lammee op te eten? Want kijk, aan een achtste deel ervan heb ik meer dan genoeg!'[5] Raphaël zegt: 'Geef maar hier, zeven achtste deel kan ik makkelijk aan!"[6] Roclus, die zelf slechts een bout van een achterpoot nam, gaf al het andere aanRaphaël en deze was in een enkel ogenblik klaar met vlees en botten.[7] Dat werd Roclus nu toch een beetje al te bont en hij zei totaal perplex: 'Neen,mijn anders zo lieftallige en zeer wijze jongen, dat gaat bij jou vast en zeker niet opnatuurlijke wijze! Over het eten van het vlees wil ik eigenlijk helemaal nietszeggen; maar dat je, een wolf overtreffend, ook met beenderen, die geen enkelander mens toch ooit eet, zo snel klaar bent, -weet je, dat wordt me nu toch al tegrijs, nu moet je me deze zaak toch eens nader verklaren!"[8] Raphaël zegt: 'Wel, geef me een steen, dan krijg je ook je wonder te zien!"[9] Roclus raapte snel een flinke steen van de grond en gaf die aan Raphaël.[10] En deze zei: 'Kijk maar, ik zal ook deze steen verorberen als een prima stukbrood!" [11] Hierop pakte Raphaël de steen, bracht hem naar zijn mond, en toende steen zijn mond aanraakte, verdween deze uit het aardse bestaan![12] Toen Roclus en zijn vrienden dit zagen, waren ze perplex en Roclus zei: 'Nee,jonge vriend, met jou kun je beter maar niet samen ergens te gast zijn, want het zouuiteindelijk wel eens mogelijk kunnen zijn, dat je je ook over je medegastenontfermt! Veroorloof me deze zachtmoedige opmerking, waarmee ik je eigenlijkniets anders wil zeggen dan: Als je ook ons wilt eten, doe het dan liever vlug,opdat we niet lang vol angst op ons einde hoeven te wachten! Nee, ik wilde van dieacht vissen van de grootste soort die er in de Galilese zee voorkomen, niets zeggen,

Page 144: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

144

ook niets van mijn zeven achtste lam, beenderen inbegrepen, ofschoon dat al -hetspijt me dat ik het zeg -een ontzettend abnormale vorm van vraatzucht is; maar heteten van een minstens tien pond zware steen is iets, dat ons allen geheel terechtmet ontzetting vervult! Waar moet dat uiteindelijk naar toe? Dat gaat onsweliswaar weinig of niets aan; maar, ofschoon je in naam van alle goden allebergen van de aarde kunt verslinden, willen wij toch liever geen getuigen zijn vanjouw ontzettende vraatzucht! Begrepen, mijn beste jonge veelvraat?"

Hoofdstuk 81: Het verschil tussen Raphaël's persoon en wezen en dat van deaardse mens[1] Raphaël zegt: 'Je moet wel zo praten, omdat je me niet kent; zou je me kennen,dan zou je dat allemaal even natuurlijk vinden als dat jij overeenkomstig jouwhonger maar amper een achtste deel van het lam hebt gegeten! [2] Ik ben ook weleen mens zoals jij, en het ontbreekt mij voorlopig aan geen enkel zintuig en ik hebook alle ledematen die bij een lichaam horen; maar mijn lichaam is heel anders danhet jouwe; dat van jou is nog sterfelijk dat van mij niet! Jij kunt je als ziel en geestniet van je lichaam ontdoen wanneer je dat wilt, het niet oplossen en het niet vanhet ene moment op het andere veranderen in je geestelijk element; ik kan dat echterwel. In feite ben ik eigenlijk puur geest, ondanks mijn schijnbare lichaam; jij bentechter nog bijna geheel puur vlees en zult nog heel wat voor jezelf moeten doen,tot je je in je lichaam als een rijpe en vrije ziel zult gaan voelen.[3] Als jij iets hebt gegeten, dan duurt het een poos alvorens hetgeen je gegetenhebt tot bloed en vlees wordt in je lichaam, en je zult nooit weten hoe dieverandering in je plaatsvindt. Jij kent de organische bouw van je lichaam niet tot inde kleinste deeltjes; maar aan mij is ieder atoom van mijn en ook van jouw lichaamzo duidelijk bekend, dat er in de hele wereld niets duidelijkers kan zijn! Want ikmoet het lichaam dat ik nu heb, van atoom tot atoom, van zenuw tot zenuw, vanvezel tot vezel zelf vormen en in stand houden, alsook alle ledematen; maar jijweet al vanaf het begin niet waar je lichaam uit bestaat, en wie het voortdurendvormt en in stand houdt. [4] Jouw lichaam is verwekt, geboren en gegroeid zonderdatje het besefte en buiten je wil om, -dat van mij is geschapen volgens mijninzicht en mijn wil! Het bewustzijn dat jij van je bestaan hebt, is nog eenslaaptoestand, en jouw weten, kennen en willen is als het dromen in de slaap van jebestaan; maar ik bevind me in het helderste en wakkers te leven van de volkomeneeuwige levensdag. Ik weet wat ik zeg en doe, en ken de ware en diepste gronddaarvan, -en jij weet niet eens hoe, waardoor en waarom allerlei gedachten in jeontstaan! En zo weet ik dan ook waarom ik, zolang ik onder de sterfelijkenverblijf, aanzienlijk meer spijzen tot mij kan nemen en dat ook moet, dan jij en alje metgezellen samen. Ik kan je zelfs de reden daarvan nog helemaal niet duidelijkmaken, omdat je die met je huidige kennis helemaal niet zou kunnen begrijpen;maar later zal er wel een tijd komen datje alles, wat ik je nu als het waretoegeworpen heb, heel goed zult kunnen vatten en begrijpen.[5] Maar dat je het voor mogelijk hield, dat ik me vanwege mijn te grote vraatzuchttenslotte zelfs ook aan jullie zou willen vergrijpen, zoals een hyena of een wolf, dat

Page 145: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

145

is wel een beetje onnozel van je! Ik vind dat jullie vanwege mijn geestelijkeontwikkeling en mijn voor jullie duidelijk zichtbare wijsheid wel beter haddenmoeten weten! Ik kan niet alleen maar een steen eten zoals jullie dat nu hebbenkunnen zien; die manoeuvre zou ik ook met hele bergen en planeten kunnenuitvoeren, waarvoor ik voldoende macht zou bezitten! Alleen, wanneer ik niet wijszou zijn en de macht zou hebben die me nu eigen is, zou ik handelen volgens eenblinde gedrevenheid, en dan zouden jullie in mijn buurt inderdaad je bestaan en jeleven niet zeker zijn! Maar de oereeuwige wijsheid van God, van waaruit eigenlijkmijn hele wezen is gevormd, gebiedt mij bovenal om alle door de kracht enalmacht van God geschapen dingen in stand te houden, daar mag eeuwig geenatoom van verloren gaan en kan ook niet verloren gaan, omdat Gods wil en Zijnalziend licht-oog altijd de eeuwige en oneindige ruimte van het grootste tot hetkleinste geheel doordringt en er in werkzaam is; en daarom is jouw vrees voor mijndoor jullie veronderstelde vraatzucht volledig ongegrond! -Roclus, heb je dezewoorden enigszins begrepen?" [6] Roclus zegt: 'Van een werkelijk begrijpen kangeen sprake zijn; maar ik maak er wel uit op dat wij in jouw nabijheid voor onsbestaan zeker niets te vrezen hebben, en dat is voor ons voorlopig al heel veel!Maar waar laat je toch zulke grote hoeveelheden? Heb je soms een soortstruisvogel maag, die voor zover ik weet ook de hardste steen kan verteren? Zelfsde hardste metalen schijnen voor een struisvogel ware lievelingskost te zijn! Maarhoe het ook zij, - je bent en blijft nu eenmaal een wonderlijk wezen![7] Joden spreken van bepaalde oergeschapen hemelboden (engelen), wij Griekenen Romeinen hebben onze geniën en de zogenoemde halfgoden; misschien ben jijzo'n verkapte engel of in ieder geval zo'n genius of halfgod?! Ik vind dat je er ookte teer en subtiel uitziet voor een aards iemand; want geen enkele Vestaalse maagd,*(* Oudromeinse priesteres van Vesta) al was ze nog zo kuis, zou de vergelijkingmet jou kunnen doorstaan als het om lichamelijke teerheid en schoonheid gaat. Jebent me al eerder erg opgevallen en ik vergiste me niet, toen ik je heimelijk al vooreen soort toverachtig fantoom hield! Ik had steeds de indruk alsof je enerzijds tochwel iets was, maar anderzijds slechts een sprekend, lichtend beeld, dat door eenallerhoogst goddelijk wezen slechts voor een bepaalde tijd een bestaansvorm en denodige wijsheid en macht werd verleend. Ben je echter voor dit wezen niet meernodig, dan is het ook helemaal gebeurd met je! -Dat heb ik in ieder geval bijmezelf gedacht, gevoeld en ervaren"[8] Raphaël zegt: 'Behalve dat het volkomen met me gedaan zou zijn, zit jebehoorlijk dicht bij de waarheid! Alleen in dat helemaal afgelopen zijn met meschuilt een oneindige grote moeilijkheid; want zie, voor jou onbegrijpelijk langgeleden, voordat er nog een wereld in de eindeloze ruimte begon te zweven en lichtte geven, was ik al een geheel voltooide dienaar van de allerhoogste geest vanGod! Dat ben ik nog en zal dat ook eeuwig blijven, ofschoon misschien iets meerlijkend op de Heer, waarnaar nu alle, ook de volmaaktste geesten, streven en zullenblijven streven. Maar daarom zal ik toch steeds blijven wat ik ben, alleen in eennog volkomener mate, om welke reden ik me nu dan ook door de genade van Heernaar deze voorbereidende school van het materiële leven begeven heb. Maar voordit moment blijf ik nog wie, hoe en wat ik ben! -Begrijp je het nu al iets beter?"

Page 146: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

146

[9] Roclus zet grote ogen op en zegt: 'Ach zo, nou ja, zoals ik al dacht! Je bent dus-zoals men dat zegt -slechts een tijdelijk met een schijnbaar lichaam beklede geestuit de hemelen, die hier is om de Heer der heerlijkheid tijdelijk te dienen en Zijnwil ten uitvoer te brengen?! Ja, ja, zo is dat dus, ja, dan is er natuurlijk wel eenimmens verschil tussen ons, en dan kan ik met jou eigenlijk geen aards woord meerspreken!" [10] Raphaël vraagt snel: 'En waarom dan niet?"[11] Roclus zegt, nu heel ernstig kijkend: 'ik veronderstel dat jij, met je zekergrenzeloze wijsheid, de reden hiervan ook zonder mijn bijna nietszeggendeverklaring nog beter in zult zien dan ik; maar omdat jullie mysterieuze, geestelijkewezens, altijd verlangen dat wij, armzalige, sterfelijke mensen, ons uiten, moet ikhet je wel zeggen, -ook al weet je toch al van te voren ieder woord dat ik uit zalspreken! Luister daarom naar mij: [12] Ook op deze aarde bestaan bepaaldeverhoudingen en toestanden die als ze naast elkaar voorkomen, nooit bij elkaarpassen. Zo is bijvoorbeeld een molshoop naast de hoge berg Ararat beslist een zeerbelachelijke verhouding, ook een varkensstal naast het keizerlijk paleis in Rome,een vliegenstolp naast een Egyptische piramide, een mug naast een olifant, eendruppel water naast de grote oceaan! Maar de verhouding tussen de dingen die ikzojuist noemde, is nog vele malen beter dan die tussen jou en ons; ook een in denacht glanzend glimwormpje zou het naast de zon nog stukken beter doen! Watzijn mijn woorden voor jou? Een allerdomst dorsen van volkomen leeg stro; wanthetgeen ik je nu zeg, heb je al een hele eeuwigheid geleden woord voor woordgeweten! Maar ik spreek hier ook niet omwille van jou, maar voor mijzelf en mijnmakkers, opdat ze hardop horen wat ik nu denk over de positie waarin we nuverkeren! Soort zoekt soort: de gewone mens hoort bij de gewone mens en dehooggeplaatste en machtige hoort bij de hooggeplaatsten en machtigen.[13] De weegschaal laat ons precies zien hoe het zit. Een zonnestofje heeft zekerook nog enigszins gewicht, anders zou het na verloop van tijd niet op de aardevallen. Maar zou zelfs een os niet moeten lachen, als iemand waar hij bij was aande ene kant een zonnestofje en aan de andere kant tienduizend pond op deweegschaal zou leggen om te zien hoeveel lichter het stofje is dan het grotegewicht van tienduizend pond?! En zo is het ook met ons, jij past niet bij onsgezelschap en wij evenmin bij het jouwe.[14] Jij bent volgens de Schrift van de joden een van de grootsten in de hemel, enwij staan op deze aarde nog nauwelijks aan de rand van het wiegeleven, en er moetnog zo ontzettend veel met ons gebeuren tot wij , en dan alleen nog maar op dezeaarde, de geestelijk volwassen leeftijd zullen bereiken! Wij vragen je daarom omons te verlaten, omdat wij ons nu aan jouw zijde te zeer als niets moetenbeschouwen! Jij hebt bij ons zeker niets te winnen en wij bij jou, in verhouding totwat jij bent en waartoe je in staat bent, ook zoveel als niets!"

Hoofdstuk 82: Over de wonderen van Raphaël[1] Raphaël zegt: 'Dat ik me in jullie gezelschap bevind, is niet mijn wil maar dievan de Heer, en daar moeten wij evengoed aan gehoorzamen als jullie en allegeschapen wezens, van welke soort dan ook. Een klein verschil bestaat alleen in

Page 147: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

147

het feit, dat wij aan de wil van de Heer niet als blinden maar als ziendengehoorzamen, terwijl alle andere schepselen geheel blindelings moetengehoorzamen aan de wil van de Heer .[2] En tussen mij en jullie bestaat het verschil, dat ik als een geest die eveneens eenvolkomen vrije wil heeft gekregen, de wil van de Heer geheel tot mijn hoogst eigenwil heb gemaakt; terwijl het jullie tot nog toe amper bewust is, dat er een Heerbestaat. Van het kennen van Zijn wil kan nu nog geen sprake zijn; want deze zullenjullie pas nader leren kennen door dat geschrift, dat ik voorheen zelf voor jullievolgens de wil van de Heer heb geschreven en aan jullie heb overhandigd.[3] Als jullie daardoor de wil van de Heer geheel hebben leren kennen en hem injullie hart hebben opgenomen, en als jullie dan enkel en alleen volgens dezenieuwe wil in jullie werkzaam zijn, dan zal er tussen jullie en mij ook helemaalgeen verschil zijn; integendeel, jullie zullen in staat zijn om zelfs nog veel groteredingen te presteren, omdat jullie de weg van het vlees al doorgemaakt hebben,terwijl ik deze eens nog door zal moeten maken, wanneer ook ik mijn huidige puredienaarschap van God wil omruilen voor het kindschap van God. Ik zou nu alliever datgene zijn, wat jullie zijn; maar hier komt het alleen op de wil van de Heeraan, hoe en wat en wanneer Hij het wil![4] Ik dring er echter niet op aan, ofschoon het mijn wens is; want ik ben ook zovoor mij in hoogste mate gelukkig en kan niets anders zingen dan 'Heilig, heilig,heilig!' voor Hem, die nu een Mens van vlees is geworden om alle mensen vandeze aarde en alle bewoners van de hemel om te vormen tot Zijn kinderen, -dat wilzeggen, als de bewoners van de hemelen dat willen en de Heer daarom vragen inhun hart! Want ook in de hemelen slaan talloze harten vol vurige liefde voor Godde Heer en waar zij om vragen wordt hen ook steeds toegestaan.[5] En vooral het volgende moet je heel goed beseffen: Hoe meer kennis je van dezuiver goddelijke wil in je hart hebt opgenomen als voortdurend richtsnoer van jeleven in je hart, wel te verstaan -des te wonderbaarlijker en machtiger zullen degevolgen van je wil uit God zijn! [6] Het kennen, beseffen en lofprijzen van degoddelijke wil die.je hebt leren kennen, heeft geen enkel nut voor je; want dat allesis lege toejuiching van al het grootse en wonderbaarlijke dat voor je ogen gebeurt.Je herkent het mooie, goede en verhevene eraan en weet heel goed, dat het van hetbewustzijn en de wil van de kunstenaar uitgaat. Maar gesteld het geval dat jij ookde kennis daarvoor zou hebben, maar natuurlijk bij lange. na niet de wil van dekunstenaar erbij, -zou je door middel van die kennis alleen soms iets tot standbrengen? Of dat je bijvoorbeeld wel zo'n beetje de wil van de kunstenaar had, maarniet zijn inzicht en zijn door inspanning en hard werken verworven vaardigheid,zou je dan wel in staat zijn om iets te presteren?[7] Ik zegje: Daar moet de volle ware kennis, een van God uitgaande vaste wil eneen grote vaardigheid in de toepassing ervan aanwezig zijn! Pas dan kun jeinderdaad tegen de een of andere berg zeggen: Verhef je en stort in zee, waar het 'tdiepst is!', -en dan zal er feilloos gebeuren wat je hebt gewild![8] Maar met kennis en vaste wil alleen kun je mets of maar zeer weinig tot standbrengen! De vaardigheid in de toepassing van de wil van God in het eigen hartverkrijgt men echter alleen door de macht van de zuivere liefde tot God en

Page 148: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

148

daardoor tot de naaste; want alleen deze echte liefde brengt in de ziel het levendegeloof teweeg en een onwrikbaar vast vertrouwen, zonder welke ook de meestgelouterde tot niets of tot weinig in staat is.'

Hoofdstuk 83: Levensvervolmaking en wonderkracht door de liefde tot Goden de naaste. Ware en valse profeten[1] (Raphaël:) 'Stel bijvoorbeeld het geval, dat jij een blinde het licht van zijn ogenterug wilt geven door de kracht van de goddelijke wil in jou en datje daarbij tocheen klein beetje twijfelt of het wel zal lukken, dan is dat al helemaal fout; want danzal de blinde het licht in zijn ogen niet terugkrijgen. Wanneer jouw liefde tot Godechter heel intensief in je aanwezig is, dan zal dit hoogste liefdes en levensvuurniet alleen jouw eigen ziel hevig activeren, maar het zal met een onweerstaanbarekracht geestelijk veel verder reiken dan jouw eigen sfeer en heel geconcentreerdwerkzaam zijn waar jouw goddelijke wil, natuurlijk met alle wijsheid en verstand,iets onder handen heeft genomen. Als de blinde dan door jouw goddelijke wilgegrepen wordt en tegelijkertijd in het brandpunt geplaatst wordt van de machtigegodsliefde waar jouw ziel vol mee is, moet hij wel ogenblikkelijk volkomen ziendeworden; want in het hoogste liefdes en levenslicht en -vuur uit God moet iederedood wijken, ook die van een oog zonder licht, dat natuurlijk zonder licht evengoed dood is als het hele lichaam zonder adem of hartslag. Daardoor wordt danook het opwekken van een overledene ogenblikkelijk mogelijk; want wanneer degoddelijke wil die je hart vervult en diens wijsheid er niet tegen zijn dat eenoverledene weer tot leven gewekt wordt, hoef je de dode maar in het brandpunt vanje liefde tot God de Heer te plaatsen, en hij leeft weer helemaal![2] Daarvoor is voor jullie mensen een zeer grote inspanning en volhardendeoefening nodig; want men moet er wel voor zorgen dat het hart de hoogste matevan meegaandheid heeft, opdat het zich op ieder gewenst ogenblik in de optimaleliefde tot God kan storten. Als het dit kan, dan is de mens als mens ook volmaakten dan moet gebeuren wat het hart vanuit God wil! Wanneer je op deze maniertoegerust een wereld wilt scheppen, moet deze ontstaan in overeenstemming metjouw goddelijke wil en volgens de macht van de goddelijke liefde, die, door haartotale aanwezigheid, maakt dat jouw hart een hoog levensvuur is en dat jouwuitstraling een hoog levenslicht wordt dat ver om zich heen licht verspreidt enwerkzaam is. Hetgeen tevoren in je wil vorm aanneemt door je wijze kennis dievan God komt, zal uit de substantie van je krachtig uitstromende levenslicht derliefde zich ook meteen voegen in de door jou van te voren doordachte en duidelijkvoorgestelde vorm, en in enkele ogenblikken heb je dan in die vorm een helewereld voor je, die je dan zelfs kunt fixeren en blijvend kunt laten zijn, als jezuiver en volkomen in het bezit bent van de goddelijke wil en de goddelijke liefde.[3] Natuurlijk kun je niet al meteen vanaf het eerste begin in het volle bezit zijnvan de goddelijke wil in jezelf als je God tevoren niet In alle volheld hebtopgenomen in je hart door de zuivere, ware, al het andere buiten sluitende liefde;want als God niet volledig in je is, kan Hij ook niet volledig in je willen.

Page 149: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

149

[4] Maar God boven alles uit alle macht liefhebben, is met zo gemakkelijk als jij jedat voorstelt! Daar is vooral een volgens de wetten van Mozes volkomen zuiverelevenswandel voor nodig. Als deze levenswandel door allerlei tegen de ordeindruisende levensfouten (zonden) werd verstoord, hebben noodzakelijkerwijs ookalle krachten die voor het leven nodig zijn schade geleden, en daardoor zijn dezetot materie geworden en zodoende als het ware volledig gedood.[5] Iemand, wiens leven op deze manier misvormd werd, kan God dan onmogelijkvanuit al zijn met de orde overeenstemmende levenskrachten boven allesliefhebben, omdat zulke mensen vaak al voor meer dan tweederde dood zijn. Zoiemand moet dan door een uiterste verloochening, die vaak jarenlang duurt, degestorven levenskrachten van al zijn oude hartstochten en gewoontes opnieuw inzichzelf tot leven brengen en pas op die manier langzaam maar zeker overgaan totde hoogst mogelijke liefde tot God, wat natuurlijk voor iemand die al zo zeerverwereldlijkt is, geen gemakkelijke opgave is![6] Want als een kerngezond iemand bij het beklimmen van een hoge berg al heelveel moeite moet doen, en hem dit heel zwaar moet lijken, hoeveel te meer daniemand die aan jicht lijdt en nog amper in staat is om zich op de vlakke grond metkrukken voort te slepen! Maar als iemand die aan jicht lijdt ondanks alles toch zeerserieus een hoge berg wil beklimmen, dan moet hij, voordat hij er aan begint, eengezonde en sterke leider zoeken die hem flink kan helpen; dan zou het beklimmenvan de hoge berg zeker heel zinvol voor hem zijn.[7] Hij zou daarbij zeker flink gaan zweten, en hoe hoger hij. kwam, hoe heviger;maar hierdoor zou hij zijn oude ledematen bevrijden van de stoffen die de jichtveroorzaakten en zo vervolgens de afgestorven delen weer tot leven brengen en opdie manier tenslotte de hoogste top van de berg reeds geheel gezond beklimmen,natuurlijk wel na een moeizame reis van meerdere dagen. Maar wat eenonvoorstelbare moed is er voor iemand die aan jicht lijdt nodig, om te besluitennaar de hoogste top van de berg Ararat te gaan! En toch zou dit altijd noggemakkelijker zijn dan voor een geheel verwereldlijkt mens het beklimmen van hetgeestelijk gebergte genaamd: algehele deemoed en totale zelfverloochening![8] Jij kijkt wel heel verbaasd en zegt bij jezelf: 'Nou, nou, met zulkevooruitzichten zullen vast maar heel weinig mensen de top van de warelevensvervolmaking op deze aarde bereiken, en wat dat wonderen doen betreft,zover zal het waarschijnlijk niet komen!' Ja,ja,je zult daar wel niet helemaalongelijk in hebben; maar in deze tijd zijn er zeer levensbekwame leiders bij dehand, met wier hulp het nu niet een te overmatig zware opgave is om, als je zielaan jicht lijdt, je met zeer krachtige steun naar de hoogste levenstop van degeestelijke Ararat te laten leiden en begeleiden.[9] Nu is het voor iedereen die maar enigszins van goede wil is, gemakkelijk om tewerken aan zijn levensvoleinding; want het heeft de Heer behaagd om in deze tijdniet alleen levenskrachtige leiders uit de hemelen naar deze aarde te roepen om demensen door hen te laten voorbereiden en leiden, maar Hij kwam Zelf in het vleesom jullie, aan jicht lijdende mensen, te genezen en om aan jullie Zijn zuiveregoddelijke wil kenbaar te maken, en o m jullie te leren, God boven alles lief tehebben en je naaste als jezelf [10] Voortaan kan niemand er meer aan twijfelen om

Page 150: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

150

de absoluut zuivere wil van God te herkennen, en ook te ondervinden hoe men Godboven alles moet liefhebben en hoe men zijn hart tot deze liefde kan verheffen. Nuworden de wegen op z'n zuiverst getoond, en wie ze wil bewandelen kan nuonmogelijk verdwalen. Maar in latere jaren en eeuwen zal het weer moeilijkerworden om vriendschap te sluiten met de allerzuiverste wil van de Heer; want erzullen behalve echte, ook veel valse profeten opstaan; ze zullen, zoals jullie dat totnu toe hebben gedaan, wonderen verrichten en daardoor veel mensen geheelverkeerde begrippen van God en Zijn zuivere wil bijbrengen, zelfs onder dwang.Er zal dan grote droefheid en ellende onder de mensen van deze aarde ontstaan enniemand zal voor de ander als een betrouwbare gids kunnen dienen, omdat de eenzal zeggen en onderwijzen: 'Zie, hier is de waarheid!' en een ander: 'Kijk, daar ofginds is de waarheid! ' Maar allen die dit zullen roepen, zullen niet waarachtig zijn,maar geheel en al verkeerd en vals![11] Maar de Heer zal ondanks alles nog altijd weer knechten op doen staan omdegenen die van goede wil zijn de zuivere wil van God kenbaar te maken, zoals wijdeze nu aan jullie duidelijk maken. Heil aan degenen die zich daar volledig naarzullen richten; want zij zullen daardoor hetzelfde bereiken als wat jullie nu zogemakkelijk kunnen bereiken! Alleen zullen er dan niet veel wonderen verrichtworden; want de Geest van de Heer zal de Zijnen leren daar voorzichtig mee tezijn, om daardoor niet een heel leger van enkel valse profeten tegen zich in hetharnas te jagen en dan met het zwaard tegen de hel te moeten strijden[12] De ware waarheidsprofeten zal de Heer steeds in alle stilte doen opstaan en zezullen als stille wateren in de wereld nooit lawaai of een enigszins merkbaar geluidmaken; in degenen die geluid en lawaai zullen maken zal de waarheid en hetWoord van de Geest echter niet zijn. [13] De door God gewekte echte profetenzullen in alle stilte ook heel goed in staat zijn om wonderen te doen; maar dewereld zal daar niets van merken, maar alleen zullen zo nu en dan de warevrienden van God het merken tot hun eigen stille troost.[14] Nu gebeuren er wonderen vanwege de verstokte joden en heidenen, opdatuiteindelijk niemand kan zeggen dat er bij de openbaring van deze nu geheelnieuwe leer geen tekenen uit de hemelen hebben plaatsgevonden die dezeopenbaring bevestigen. In die toekomstige tijden echter zullen de mensen meernaar de volle waarheid vragen en niet meer zozeer naar wonderbaarlijkebevestigende tekenen, waarvan de wijzen zullen zeggen dat ze hetgeen wit is nietzwart kunnen maken en dat waarheid ook zonder deze wondertekenen waarheidblijft. [15] Uit wat ik nu gezegd heb moetje welopmaken, dat ik ondanks dat ik zoveel eet, toch geen wezen ben waar men bang voor moet zijn, en dat er tussen onsniet zo'n groot verschil bestaat als jij voorheen hebt gedacht, maar dat we nu alongeveer op gelijk niveau staan, ja, dat jij, omdat je nu al een mens met eenlichaam bent, mij al een belangrijke stap vóór bent! Zeg me nu, of ik ten opzichtevan jou nog te vergelijken ben met een olifant in het gezelschap van een mug! Ishet nog nodig dat ik jullie verlaat omdat ik je niet aansta, of zal ik als dertiendetoch nog maar als leraar bij jullie blijven?"

Page 151: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

151

Hoofdstuk 84: De betekenis van het kindschap Gods op deze aarde[1] Roclus, die Raphaël nu weer bijzonder graag mocht, zegt: 'O, blijf, blijf! Wantnu kun je in ons bijzijn een wereld opeten, onze liefde ten aanzien van jou wordtdaarom niet minder en onze vrees voor jou niet groter; want nu weten we wie jebent en wat we aan je hebben. [2] Maar nu iets anders! Ik weet wel, dat je toch alweet wat ik je nu ga zeggen, maar mijn metgezellen weten het niet en alleenomwille van hen zeg ik het nu hardop, opdat ook zij horen wat ik graag van jeverlang! Zeg me, of het nu echt niet mogelijk zou zijn dat ook jij lid wordt van onsinstituut, in ieder geval zo lang, tot wij die volmaakte levensstaat bereikt zoudenhebben die we zo nodig hebben voor het ware heil van de mensheid!"[3] Raphaël zegt: 'Voorlopig is dat niet mogelijk, omdat ik nu nog andereverplichtingen heb tegenover de Heer en de mensen! Maar in geval van nood zal iksteeds als geroepen bij jullie zijn. Overigens hebben jullie de toezegging van deHeer, dat jullie in Zijn naam kunnen werken, -en die alleen is machtiger dan tallozemyriaden van mijn soort! Aan deze naam, die luidt: Jezus = Gods kracht, moetenjullie je houden, dan zullen bergen voor jullie wijken, en stormen en orkanenverstommen, als jullie levenswandel tenminste zo is dat jullie deze naam waardigzijn! Want dit is Gods waarachtigste naam in Zijn liefde van eeuwigheid, waarvooralles buigt in de hemel, op aarde en onder de aarde![4] Ik bedoel hiermee niet: onder de grond van deze materiële aarde, die rond iszoals elke andere planeet, en waaronder, dus precies aan de andere kant van ons,eveneens landen, bergen, meren en zeeën zijn zoals hier; ook bedoel ik niet hetbinnenste van de aarde, dat een groots, met een dier vergelijkbaar organisme is, datdient voor de ontwikkeling van het voor een hele planeet nodige natuurlijke leven;maar met de uitdrukking 'onder de aarde' geef ik de morele levensstaat aan van alleinstinctmatig met rede begaafde wezens op de talloos vele andere planeten, waarook mensen zijn; maar deze hebben vergeleken met jullie, mensen van deze aarde,een slechts zeer beperkte bestemming. [5] Zij behoren ook tot het eindeloos grotegeheel, en vormen als het ware de schakels van een ketting; maar jullie vormen despil, omdat jullie als ware kinderen van God de bestemming hebben om met Goden met ons de hele oneindige schepping van God te dragen, van het kleinste tot hetgrootste! En daarom plaats ik jullie op of boven deze aarde meteen onder ons, dehuidige bewoners van Gods hemelen![6] Als jullie dit nu goed begrijpen, zullen jullie ook des te meer moeten letten opde naam van de Allerhoogste van eeuwigheid, omdat jullie daar nu heel goed uitkunnen opmaken dat God jullie Vader is en jullie Zijn kinderen zijn; als jullie datniet waren, zou Hij dan wel naar jullie zijn afgedaald vanuit de hemelen en jullieZelf opvoeden voor Zijn eeuwig grote bedoelingen, die Hij al sinds eeuwighedenvoor jullie, Zijn kinderen op het oog heeft gehad en weggelegd?[7] Wees daarom nu allemaal buitengewoon verheugd, dat Hij als de Vader vaneeuwigheid Zelfnaar jullie toe is gekomen om jullie geheel tot datgene te maken,waartoe Hij jullie al sinds eeuwigheid heeft geroepen en bestemd![8] En omdat jullie ontegenzeggelijk Zijn kinderen zijn en Hij naar jullie isgekomen zonder door jullie, onmondigen, geroepen te zijn, zal Hij van nu af aannog wel eerder en zekerder bij jullie komen wanneer jullie Hem in de volle liefde

Page 152: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

152

van je hart zullen roepen en zeggen: 'Abba, lieve Vader, kom, wij hebben U nodig!'jullie hebben dus de belofte uit de mond en het hart van de Vader Zelf gekregen,daarom hoef ik dus ook geen tweede belofte te doen. Want deze ene belofte zalreeds eeuwig waar blijven, en daarom kunnen jullie mij voor jullie instituutgemakkelijk missen; want waar de Heer Zelf werkzaam is, daar kunnen Zijnhemelsboden heel goed gemist worden.[9] Als jullie mij overigens zo nu en dan als vriend bij jullie willen hebben, danhoef je mij maar te roepen, en ik zal meteen bij jullie zijn als jullie je in de liefdeen de orde van de Heer bevinden. Maar als jullie ooit, om wat voor smerige aardsereden dan ook, de orde van de Vader verlaten, dan zou ik natuurlijk niet bij julliekomen ook al roepen jullie duizend maal, en zelfs de almachtige naam van deVader zou dan leeg en zonder uitwerking blijken te zijn. Als jullie nu nog iets op jehart hebben, zeg het dan, dan zal ik jullie raad geven! "

Hoofdstuk 85: De overgangsperioden in het rijk van de natuurgeesten[1] Op het moment dat Raphaël tegen Roclus en ook tegen diens gezelschap zegtdat zij hem nog meer mogen vragen als zij-nog iets op hun hart hebben, steektplotseling een krachtige wind op van de kant van de zee, die zijn kracht vooralbeproeft op de prachtige tenten van de nog steeds onder ons vertoevende Ouran,die vlak bij de zee staan. Ook is het gekrijs te horen van een aantal kraanvogels,die wild en in grote verwarring in de lucht rondvliegen.[2] De nieuwe schepen in de nieuwe haven beginnen ook enorm te kraken; want dewind wordt, ondanks het prachtige weer, steeds heviger en harder, zodat Cyreniustegen Mij zegt: 'Heer, de storm neemt met de minuut toe, als dat zo doorgaat zullenook wij wel genoodzaakt zijn een andere plaats op te zoeken! Die wild door elkaarvliegende kraanvogels betekenen ook niet veel goeds! De dieren moeten erg vaniets geschrokken zijn, anders hadden ze hun nachtelijke rustplaats niet verlaten!Neen, neen, we moeten hier gauw weg! De wind wordt steeds heviger en voelt ookbehoorlijk koud aan! Zullen we ons toch maar naar de vertrekken van het nieuwehuis begeven?" [3] IK zeg: 'Zolang Ik bij jullie ben, hebben jullie noch wind, nochde koude ervan en ook geen krijsende dieren te vrezen! In de lucht, zoals ook in deaarde en in het water bevindt zich immers een groot aantal nog onzuiverenatuurgeesten; deze hebben bepaalde perioden en tijden dat ze op hun eigen manieractief zijn, om daardoor in staat te zijn om naar een nieuwe en hogere sfeer vanwerkzaamheid over te gaan.[4] Zulke geestelijke overgangsperioden in de natuur zien er dan steeds wat als eenstormachtige natuur uit; dat is allemaal voor het behoud en de voortplanting vanhet geheel even noodzakelijk als voor jou het ademen hoogst noodzakelijk is voorhet behoud van je lichamelijke natuurlijke leven. Alsje snel hebt gelopen endaardoor de geesten van je vlees en bloed in grotere beweging hebt gebracht,verenigen deze zich en komen daardoor een trap hoger in hun bestaan; daardoorverliezen de onderste treden als het ware hun arbeiders, en als deze niet al direkthet volgende moment door nieuwe arbeiders bezet zouden worden dan zou jemeteen bewusteloos neervallen, en bij de snel voortschrijdende en ook zeer snel

Page 153: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

153

toenemende inactieve toestand van de onderste lagen van je lichamelijke leven ookzeer spoedig het leven van je lichaam geheel verliezen.[5] Kijk, door het licht en de warmte van de dag zijn ontelbaar grote hoeveelhedenuit de materie bevrijde natuurgeesten in de planten en dierenwereld naar eenhogere trap van bestaan overgegaan, en bij zeer hoge temperaturen overdag vaakmeer dan er uit de grove materie van de zich op de alleronderste trede bevindendenatuurgeesten vrij gemaakt konden worden! En je merkt dan meteen dat alles danzo traag, zo zonder levenslust is en dat de plantenwereld verwelkt en vaak dorwordt. De oorzaak daarvan is, dat er veel meer levensgeesten uit de natuur naar eenhogere trap van bestaan zijn overgegaan dan er van onder af bij zijn gekomen enhun plaats hebben ingenomen om daar werkzaam te zijn. [6] Het gaat ongeveerzoals bij een rivier, die niets anders is dan een stromende watermassa, die uit veleduizenden kleine bronnen komt. Als je dus de vijfhonderdduizend bronnen van deEufraat droog zou kunnen leggen, dan zou je de rivierbedding helemaal leeggemaakt en in korte tijd volledig drooggelegd hebben. Het een wordt waarlijk doorhet ander in beweging gebracht, en pas in de voltooide mens hebben .alle geheelvan onderen opstijgende levensgeesten uit de natuur hun eindbestemming bereikt,dat wil zeggen wat de ziel en de geest van de mens betreft; maar het lichaam is enblijft nog lang materie en valt uiteindelijk uiteen in allerlei levensvormen, dietenslotte weer opstijgen tot waar hun bestemming ligt.[7] Als je dit nu een beetje overdenkt en ter harte neemt, dan zal deze nu behoorlijkkrachtig waaiende wind je zeker niet verbazen en ook het gekrijs van dekraanvogels niet, want vogels staan op een hogere trap van intelligentie, en nemenhet 't eerste waar wanneer er van onderaf te welrug elementaire levensgeesten uitde natuur in hen opstijgen.[8] De grote hitte van de dag heeft heel veel levensgeesten uit de natuur naar eenhogere fase doen gaan en van onderen is er een algemeen, aanzienlijk en voelbaartekort ontstaan, en wel juist in deze streek van de aarde; in het noordoosten isdaarentegen door de huidige dag en ook die van gisteren en eergisteren een wareovervloed aan natuurgeesten van geheel onderaf uit de materie vrij geworden. Opde plaats waar ze zijn ontstaan en vrij gekomen kunnen ze niet ondergebrachtworden en daarom trekken of verspreiden zij zich naar die gebieden, waar er eengroot tekort aan hen bestaat. De trekvogels, vooral de kraanvogels, bezitten in ditopzicht een buitengewoon en uiterst gevoelig leven, zij nemen het eerst van alledieren zowel de overvloed als ook het tekort aan genoemde laagste natuurgeestenwaar, ze worden onrustig, vliegen op, en zoeken.dan in de lucht lagen op waarin zeeen overschot van de natuurgeesten vinden, die ze dan door flink in te ademenopnemen. Door gekrijs geven ze dan te kennen dat ze gevonden hebben wat zetekort kwamen; dit gekrijs van de kraanvogels is daarom zowel een teken vangenoegen, als natuurlijk ook van misnoegen.[9] Deze wind waait juist nu vanuit het noordoosten en is geheel en al verzadigdmet die hier ter plaatse al zeer schaars geworden eerste en laagste natuurgeesten,die door de apothekers zuurstof genoemd worden. De koude ervan is daaromvoorlopig voor niemand schadelijk, omdat deze alleen maar een verkwikkendewerking heeft en onze reeds zeer verzwakte ledematen versterkt en aangenaam

Page 154: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

154

verfrist. Deze wind zal een uur duren en dan gaan liggen, en jullie zullen allemaalopgewekt en monter worden, en de wijn en het brood zal jullie smaken."

Hoofdstuk 86: Over het wezen van de diamant en de robijn (Thummim enUrim)[1] Cyrenius was met deze verklaring volkomen tevreden en stelde Mij nu eenvraag met betrekking tot de negers, die hij sinds een uur uit het oog was verlorenen die hij ook niet aan een tafel het avondmaal had zien nuttigen.[2] IK zei: 'Deze zijn, van al het noodzakelijke voorzien, al meer dan een uurgeleden van hier vertrokken en zullen nu al ruim drie uur gaans hier vandaan zijn!Ik liet dit vanwege de Essenen gebeuren, omdat die meer dan wie ook uit zijn opwonderen, en er meteen enkele voor hun instituut gevraagd zouden hebben,waardoor het goede dat Ik met dit instituut van plan ben, in hoge mate verijdeldhad kunnen worden. In plaats van een van de negers, waarmee in ieder gevalRoclus met al zijn levenservaring het al gauw aangelegd zou hebben, heb IkRaphaël op hen afgestuurd, die deze scherpzinnige man beslist goed wist bezig tehouden en zich ook nu nog met hem bezig houdt tot heil van hem, van het bekendeinstituut, en van de lijdende mensheid" .[3] Cyrenius zegt: 'Ach, wat vind ik dat jammer vanwege Oubratouvishar; want datwas werkelijk het toppunt van menselijke natuurwijsheid! Ik zou Justus Platonicuswel eens willen zien, als Oubratouvishar in Memphis bij hem komt en hem vast enzeker precies zal vertellen wat hij hier allemaal heeft meegemaakt!"[4] IK zeg: 'Wel, dan zou je alles wat zich hier in de vele uren dat de negers hierwaren, heeft afgespeeld en wat er allemaal is gesproken, haarfijn en exact opnieuwhoren vertellen! Want dit soort mensen heeft ten eerste een zeer sterk geheugen enten tweede -wat uiterst belangrijk is -kennen ze de leugen niet en houden ze nietsachter; daarom zullen ze ook niets verzwijgen voor de overste van Memphis.Overigens heb je wel een zeer mooi en kostbaar aandenken aan hen, namelijk degrote diamant, die een onschatbare waarde heeft op deze wereld.[5] Omdat Ik deze steen nu ter sprake heb gebracht, moet Ik je ook iets over debijzondere eigenschap ervan vertellen. Omdat hij een buitengewoon gladoppervlak heeft, ontwikkelt zich op dat oppervlak altijd een soortelektromagnetisch vuur, of duidelijker voor je uitgedrukt: om zijn buitengewoongladde oppervlak spelen steeds een heleboel natuurgeesten van de edelste soort. Zedringen er in grote getale omheen en omgeven hem van alle kanten en veroorzakendoor hun voortdurende activiteit ook een zeker bijzonder oplichten van zijnvlakken, wat aan deze steen dan ook in de ogen van de mensen een bijzonderewaarde verleent. [6] Bijna dezelfde waarde heeft ook de Urim (robijn), die ook eensoort diamant is; alleen is de diamant een moeilijk splijtbare, onmiskenbarebundeling van ontelbare wijsheids natuurgeesten, vandaar ook zijn buitengewoongrote hardheid, -terwijl de urim een bundeling van liefdes natuurgeesten is,vandaar dat hij ook rood is, Iets minder hard en er zich om het oppervlak van derobijn heen, vooral als hij zeer goed en zeer glad gepolijst is, steeds een grootaantal liefdes natuurgeesten scharen, wat deze steen dan ook een heel bijzondere

Page 155: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

155

lichtende glans verschaft, die met zelden, zelfs in een pikdonkere nacht, als eenmatte gloed voor het lichamelijke oog zichtbaar is.[7] Als je nu de genoemde twee steensoorten op je borst hangt, breng je daardooreen aantal liefdes en wijsheids natuurgeesten mechanisch in nauw contact met deuitstralende levenssfeer van je ziel (aura); deze geesten worden dan door delevensgeur van je ziel in beweging gebracht, worden zeer actief en brengendaardoor in je ziel een groter licht teweeg; in dit licht veroorzaken de specialeintelligentiedeeltjes van de natuurgeesten dan ook een soort spiegelreflex in je ziel,waardoor de ziel op dat moment vanzelf in een hoger en dieper weten geraakt enop deze manier helderder ziet dan anders in haar normale aardse toestand.[8] Om deze reden heeft Mozes dan ook al zijn broer Aäron, de opperpriester,aangeraden om de thummim en urim platen op zijn borst te dragen en welgedurende de uitvoering van zijn ambt, waar hij dan ook in staat was te profeteren.[9] Maar van nu af aan zal in plaats van de genoemde platen de ware liefde tot Goden haar wijsheid hetzelfde bewerkstelligen, en dat in veel hogere en sterkere mate;maar ondanks dat heb Ik je alleen maar de bijzondere eigenschap van beidegenoemde edelsteensoorten bekend gemaakt opdat je dit weet'

Hoofdstuk 87: Over sieraden van goud en edelstenen bij heersers[1] (De Heer:) 'Een dergelijke eigenschap en werking zou ook bij anderevoorwerpen bereikt kunnen worden als ze tot een buitengewone gladheid kondenworden gebracht; omdat dit echter bij andere voorwerpen vanwege hun te geringehardheid niet goed te doen is, kunnen hiervoor alleen maar thummim en urimgebruikt worden. De oude Egyptenaren wisten dat heel goed en gebruikten dezebeide steensoorten ook voor dat doel. De oude wijzen en de farao's droegendaarom steeds zulke stenen op hun borst en ook op hun hoofd in een goudendiadeem. [2] Wie derhalve in die tijden zulke stenen droeg, werd door het volksteeds als een patriarch en als een wijze gezien. Zodoende hadden in die tijdkoninklijke sieraden een echte en ware reden. In deze tijd zijn ze echter nietsanders dan een ijdel uithangbord van aardse rijkdom en hoogmoed, als ook vanliefde voor pracht en praal, zelfzucht en de bovenal verdoemenswaardigeheerszucht. Weliswaar zijn keizers, koningen, vorsten en generaals nog steeds metdeze wijsheidstekenen getooid; maar waar is de oude ware reden?! -Daarom isdatgene, wat ooit bij de ouden een van de belangrijkste deugden was, nu een vande belangrijkste ondeugden geworden![3] Zo was ook in de oude tijden het heersen een belangrijke deugd; want ten eerstewaren er in een land immers nooit zoveel waarachtig wijze en ervaren mensenvoorhanden en degene, aan wie men de last van de algehele leiding van het volkopdroeg, had steeds een onaangename positie en moest altijd de leraar enraadgever van duizenden zijn![4] Niemand vocht om deze functie. Het volk, overtuigd van de noodzakelijkheidvan een wijze leider, bouwde de mooiste woning voor hem en versierde devertrekken met allerlei edelstenen, met goud, parels en kostbare schelpen, en zevoorzagen de leider van alles wat hij maar nodig had voor een aangenaam leven,

Page 156: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

156

en zijn woord was voor het volk een wet. Daar is vandaag de dag nog het groteaanzien van de heersers op gebaseerd, echter met dit grote verschil:[5] Toentertijd had de heerser geen wapens nodig; zijn woord was reeds alles inalles. Wat hij aanraadde en wat hij wilde hebben, werd met vereende krachten totstand gebracht en dit alles met grote liefde en vreugde. Wie een of andere schatvond of een bijzonder mooi kunstwerk vervaardigde, bracht dit naar de leider vanhet volk. Want bij de ouden bestond de wijze gewoonte om als volgt te oordelen:'Wat er ook maar enigszins toe kan dienen de wijsheid van de leider te verhogen,moet aan hem gegeven worden; want de wijsheid van de leider is de orde en hetgeluk van de volkeren!' [6] Maar nu leeft dit allemaal niet meer, en in plaats van deoude deugd is nu een ware zonde der zonden van de mensheid gekomen. Waar zijnde patriarchen? O Babel, jij grote wereldhoer, jij hebt de aarde verpest! Maardaarom ben Ik nu gekomen om de mensen van hun oude erfelijke kwaal teverlossen, om een vloek te leggen op alle kostbaarheden van de aarde en om tezegenen de harten die van goede wil zijn.[7] Van nu af aan zal Mijn woord de kostbaarste edelsteen zijn voor de mens enwaar en zuiver goud Mijn leer. Ieder mensenhart dat vervuld zal zijn van zuivereliefde tot God en tengevolge daarvan tot zijn naaste, zal een waar en levend paleisen een tempel zijn, en wiens hart het volst zal zijn met liefde, die zal een warekoning in Mijn rijk zijn![8] Daarom: Geen klinkend metaal en geen geslepen diamant zal jullie meer dienenals kroon van het leven, maar Mijn Woord en het handelen daarnaar! Want van nuaf aan moet geen enkele materie voor jullie hart meer waarde hebben, doch alleenMijn Woord en het vrije handelen naar Mijn Woord vanuit de eigen wil.[9] Wel moeten keizers en koningen zich buitendien tooien met de oude sieraden;maar willen ze wijs en machtig zijn, dan moeten ze daar toch geen enkele waardeaan hechten, maar alleen aan Mijn Woord! Wie dat met zullen doen, zullen danook spoedig door vele vijanden omringd zijn! [10] Maar als iemand al waardehecht aan edelstenen en aan goud, dan moet hij dat doen op grond van debijzondere, door hun natuur bepaalde eigenschappen, die ware realiteit zijn, maarnooit op grond van de ingebeelde waarde, die een leugen is![11] Wanneer een vorst zijn woonvertrek helemaal met puur en goed gepolijstgoud zou laten bekleden, om daarin door de inwerking van de meer zuiverenatuurgeesten in een profetisch helderziende toestand te geraken om zo, in zijnzware taak het volk te leiden, veel gewaar te worden van wat hem anders zelfs debeste spion niet kan vertellen, dan zou hij daar goed aan doen; het goud stamt uithet licht, en vooral op het glanzende oppervlak ervan verzamelen zich altijd groteaantallen van de meer zuivere natuurgeesten. Dit is een onmiskenbare eigenschapvan zuiver goud en daarin ligt ook alleen de waarde van dit metaal.[12] En natuurlijk moet zo'n voorziening dan gebaseerd zijn op zuivere kennis eninzicht, maar nooit alleen op wat men heeft horen zeggen, dus geheel bijgelovig;want de mens heeft zijn verstand van God gekregen om alles eerst te onderzoekenen de ware grond goed te leren kennen, en dan pas het goede en nuttige tebehouden met goede bedoelingen voor het bijzondere als ook voor het algemene.

Page 157: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

157

Wie dat doet, handelt juist en binnen Mijn orde en zal door geen enkele handelingop het verkeerde pad raken.[13] Maar als iemand alleen maar op basis van horen zeggen en door blind geloof,dat eigenlijk bijgeloof is, zo'n voorziening treft, en daarvan ook zou merken datdeze soms werkt, maar niet weet waarom en op wat voor gebied deze werkingvolgens de natuur plaatsvindt, en tot waar deze zich uitstrekt en noodzakelijkerwijshaar grenzen heeft, -dan zal zo iemand, die op grond van zijn eerstelevensontwikkeling ook heel gemakkelijk de gevoeligheid voor dergelijke subtieleinvloeden bezit, gemakkelijk zijn dwaze, materiële fantasieën en voorstellingenvan allerlei aard als invloeden van natuurgeesten beschouwen en zich daardoor toteen verschrikkelijk valse profeet verheffen en veel kwaads aanrichten, vooral alshij, als machtig vorst, middelen in handen heeft waarmee hij geweld kanaanwenden; en dan zijn er ook duizend duistere dwaalwegen mogelijk."

Hoofdstuk 88: Geloof en verstand[1] (De Heer:) 'Daarom moet een goed navolger van Mijn leer nooit lichtvaardigiets aannemen zonder het van tevoren nauwkeurig onderzocht te hebben. Paswanneer hij alles wat daarin naar voren komt grondig heeft leren kennen en ervanovertuigd is, moet hij het goede en ware als levenswaar aannemen en er danverstandig en wijs naar handelen; en daardoor zal hij dan zeker tot een resultaatkomen dat men geheel en al terecht kan aanprijzen als. zijnde vanuit de hemelengezegend.[2] Ik ben immers Heer en Meester v:an eeuwigheid en jullie kennen Mij alszodanig nu volkomen. Ik zou jullie nu van alles kunnen zeggen, krom of recht, witof zwart, en jullie zouden het van Mij aannemen, omdat jullie er nu in je innerlijkvan overtuigd zijn wie Ik ben. Zou dan daarom een blind autoriteitsgeloof op z'nplaats zijn!? Maar wie van jullie kan zeggen dat Ik dat van iemand verlang of ooitverlangd heb?! Ja, Ik verlang geloof, geen blind en dood, maar een volop levendgeloof! Ik leer jullie waarheden waarvan de wereld nog nooit enig vermoeden heeftgehad, maar Ik zeg daarbij niet: 'Geloof je dat?', maar: 'Heb je het goed begrepen?'En wanneer je zegt: 'Heer, dit en dat is me hierin nog onduidelijk!', danverduidelijk Ik de zaak met alle middelen die Mij ten dienste staan, net zolang totje het tot op de bodem begrepen hebt, en daarna ga Ik pas weer een stap verder.[3] Ik zou iedereen wel meteen vanaf het begin zo'n uitleg kunnen geven dat hijeen nieuwe les van Mij meteen geheel en al zou moeten begrijpen; maar Ik weetook, wat en hoeveel iemand in één keer aan kan, en daarom geef Ik per keer slechtszoveel als iemand van jullie kan verdragen, en Ik geef het zaadje tijd om teontkiemen en wortel te schieten, en Ik verplicht Mezelf om niet eerder iets nieuwste vertellen dan wanneer het vorige door en door begrepen is. Ik laat jullie tijd omhetgeen Ik naar voren heb gebracht en getoond heb te onderzoeken![4] Ikzelf zeg tegen jullie: 'Onderzoek alles en behoud het goede en derhalve ookware!' Als Ik dat Zelf doe, hoeveel te meer moeten jullie het dan doen, omdat julliede gedachten van mensen nooit zo kunnen doorzien als Ik! [5] Verlang vooral vanniemand blind geloof, maar laat iedereen het waarom zien! En mocht iemand niet

Page 158: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

158

in staat zijn om het met zijn verstand te begrijpen, schuw dan geen moeite om hethem stapje voor stapje met alle liefde en geduld duidelijk te maken, tot hij in staatis om jullie goede leer door en door te begrijpen; want met een onjuist begrip moetniemand van jullie een leerling zijn in Mijn naam! Want Ik geef jullie een helderlicht en leven, en daarom zullen jullie geen apostelen zijn van de duisternis en dedood! [6] Wie zoekt, zal vinden; aan hem die vraagt, zal een juist antwoordgegeven worden, en voor wie klopt aan een gesloten poort, zal deze geheel wordenopengedaan![7] Niets is zinlozer dan een half antwoord op een gestelde vraag; helemaal geenantwoord geven is dan veel beter! En niets is onpractischer dan een halveverklaring over iets waarbij een juist inzicht van levensbelang is.[8] Daarom moet degene die leraar wil zijn, dat wat hij zijn broeder wil leren, zelfbuitengewoon grondig tot diep in de wortel en de oerkiem begrijpen, omdat hetanders zo is, dat de ene blinde de andere leidt en als ze bij een greppel komen,vallen beiden erin, de leider en degene die geleid wordt

Hoofdstuk 89: De gevaren van goud[1] (De Heer:) 'Je kent nu de echte waarde van het goud en de edelstenen; gebruikze ook op de manier die Ik je nu verteld. heb, dan bevind je je geheel in Mijn orde,zoals een patriarch uit de oertijd! .[2] Ook de patriarchen uit de oertijd kenden het.goud, en gebruikten het op deeigenlijke en juiste manier; maar die hen gingen gebruiken volgens de ingebeeldewaarde, kwamen ook zeer spoedig in groot ongeluk terecht. Want pas door deingebeelde waarde van goud, parels en edelstenen ontstonden dieven enstraatrovers, en de ene koning werd de andere vijandig gezind zo gauw hij aan deweet was gekomen dat zijn buurman teveel van het gele metaal had verzameld.[3] Dus alleen de dwaasheid van de mensen veroorzaakt wederzijdse vervolgingen!Hieruit ontstaat tenslotte al het denkbare kwaad, zoals afgunst, gierigheid,hebzucht, trots, hoogmoed, heerszucht, vraatzuchtontucht en allerlei vormen vanhoererij, -en tenslotte doodslag, moord en alle gruwelijkheden die mensen zichwederzijds aandoen. En wat is daar voornamelijk de schuld van? Meestal de totalemiskenning van het goud en de vele edelstenen en parels! De mensen zijn zich vanelkaar gaan onderscheiden al naargelang het bezit van goud! De sterksteverzamelde er veel van, de zwakste kreeg niets. Degene nu die rijk was aan goud,had enerzijds al spoedig een aanzienlijk aantal geïnteresseerde vrienden, en dearme werd anderzijds al spoedig minstens voor een halve dief aangezien, die menniet kon vertrouwen, en werd daarom veracht! Geen wonder dus, als hij door zo'nvingerwijzing al gauw een echte dief werd! [4] Ik zal nu niet verder uitweiden overdeze kwalijke zaak omdat jij, Mijn vriend Cyrenius, je de rest vanzelf gemakkelijkkunt voorstellen. Maar dit voeg Ik er nog aan toe: als jullie mettertijd vrij willenzijn van allerlei vijanden, dieven, rovers en moordenaars, dan moet je de waardevan het goud en van alle edelstenen beoordelen naar de eigenschappen die zehebben, dan zullen jullie daardoor het aantal vijanden zeer aanzienlijkverminderen; want door jullie wijsheid zullen dan velen zelf wijs worden en Gods

Page 159: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

159

orde in alle dingen onderkennen! En als ze dat doen, zullen ze ook edele enliefdevolle mensen worden, waar jullie niet voor hoeven te vrezen.[5] Maar als jullie, of in ieder geval jullie nakomelingen, het goud, het zilver en deedelstenen weer een gefingeerde waarde gaan toekennen, dan zullen jullie weer inde oude vijandelijke situatie terechtkomen waarin jullie je nu bevinden. Ik zeg je:onder bepaalde, juiste omstandigheden is alles goed op aarde en brengt het zegendoor het ware gebruik ervan voor lichaam, ziel en geest, en voor de zuivere is alleszuiver, en voor degene die zelf een licht is geworden, kan er geen nacht meer zijn;maar door een dom, verkeerd gebruik, dat dus in strijd is met de orde, moetuiteindelijk zelfs het beste slecht worden en in plaats van zegen en heil vloek enonheil brengen! [6] Je weet dat water de meest uiteenlopende en allerbesteeigenschappen heeft en voor het fysieke leven van mensen, dieren en planten hetonmisbaarste element is; maar als een mens een huis zou willen bouwen in dediepte van de zee, om daarin met de vissen te wonen, dan zou zijn lichaam in zo'nwoning spoedig de dood vinden. -Zo is ook het vuur evenals het water een hoogstnoodzakelijk element voor het leven; maar wie zich in het vuur zou storten in deveronderstelling dat hij daarin een nog grotere hoeveelheid leven verkrijgt, zal algauw tot as worden en op die manier geen vonkje natuurlijk leven meer bezitten![7] En zo gaat het over het algemeen met alle dingen! Ja, zelfs de meest giftigeplanten en dieren zijn een grote zegen voor deze aarde; .want ze zuigen de slechte,giftige stof uit de lucht op; hun natuur zit zo in elkaar dat het gif, dat in de noggeheel rustende levensgeesten van de natuur aanwezig is, geen schade kantoebrengen aan hun natuurlijke leven"

Hoofdstuk 90: De belangrijkste taak van de mens: een volkomen evenbeeldvan God te worden[1] (De Heer:) 'Laat daarom deze dingen rustig in hun eigen gebied, waarin zijvoor de aarde nuttig zijn; streef er vooral naar om volmaakte mensen te worden, -ja, jullie moeten zo volmaakt worden als jullie Vader is, dan zal alle gif vanplanten en dieren geen vat op jullie hebben![2] Wordt toch weer datgene waartoe jullie geroepen zijn, wat de aartsvaderswaren, aan wie alle schepselen gehoorzaamden; jullie moeten door het in achtnemen van Mijn leer heer worden over wat jullie Vader geschapen heeft binnenZijn orde; hiervan hebben de negers jullie een klein bewijs geleverd, en onderzulke omstandigheden zal er geen vijandschap meer bestaan, noch bij jullieonderling, noch tussen jullie en de aan jullie ondergeschikte schepselen! Maar alsjullie buiten deze orde treden, dan zul je weer genoegen moeten nemen met deoude vloek en de onvrede. [3] In deze tijd zal er weliswaar voor Mijn rijk op dezeaarde veel geweld nodig zijn, en degenen die het zich niet met geweld eigenmaken, zullen het niet in hun bezit krijgen. Later zal het echter minder moeilijkgaan; maar zonder een zekere strijd, in ieder geval met zichzelf, zal Mijn rijk nietreeds op deze aarde verkregen kunnen worden. Want als het leven op deze aarde alalleen maar strijd is, hoeveel te meer dan het ware geestelijke leven aan gene zijde,vooral als het zich reeds in deze wereld als een welkome burger moet openbaren.

Page 160: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

160

Maar desondanks zal de strijd voor iedereen die God waarachtig liefheeft over hetalgemeen niet zwaar zijn! Want ieder van Mijn ware vrienden zij gezegd, dat Mijnjuk zacht en Mijn last licht is![4] Ik zie dat jij en jullie allen dit allemaal heel goed hebben begrepen en Ik zegjullie daarom nu dan ook, dat jullie reeds met alles zijn toegerust wat jullie voorhet verder uitdragen van Mijn Woord en Mijn wil nodig zullen hebben. Volgens devoorspelling van de profeet Jesaja is hier nu in deze paar dagen alles in vervullinggegaan, en daarom is hier nu een dagtaak volbracht.[5] Wie dit alles inziet en het trouw in acht neemt, zal vast en zeker devervolmaking van het leven bereiken en de dood nooit voelen noch ooit op watvoor manier dan ook waarnemen; want wie al in dit lichaam het eeuwige leven vanzijn geest heeft doen ontwaken, zal bij het afvallen van dat lichaam niets dan eenhem boven alles zaligmakende bevrijding in het heldere bewustzijn van zijnvolmaakte bestaan duidelijk en juist waarnemen, tevens zal zijn gezichtsvermogenverruimd worden tot in het oneindige! [6] Maar degenen die niet vervolmaakt zijn,zal het op het moment dat hun lichaam afvalt wel iets anders vergaan! Ten eerstezullen zij in hun lichaam grote pijn te dragen krijgen, die natuurlijk meestaltoeneemt tot het moment dat men het scheidingsmoment noemt. Behalve dezeonvermijdelijke pijn van het lichaam zullen echter ook in de ziel vrees, angst entenslotte zelfs een soort wanhoop zich kenbaar maken en de ziel nog meer pijnigendan de hevigste pijn van het lichaam. En als de ziel bevrijd wordt van haarlichaam, dan zal zij er aan gene zijde niet zelden vele jaren volgens de tijdrekeningvan deze wereld voor nodig hebben om ook maar tot een enigszins menselijkbewustzijn te komen; van een algehele vergeestelijking echter zal misschien inaeonen jaren van deze aarde geen sprake zijn.[7] Daarom zal het uiterst waardevol en goed zijn, als jullie voor je broeders ookdezelfde inspanning en hetzelfde geduld opbrengen, die Ik nu Zelf met jullie aande dag heb gelegd. [8] Heil zij jullie en je broeders, als ook jullie aan het eind vanje inspanningen tegen je broeder kunt zeggen: 'Broeder, ik heb aan jou nu mijndagtaak volbracht, handel er nu naar en vervolmaak jezelf volgens de jou nuduidelijk gemaakte orde van God, de Heer van alle leven en zijn van eeuwigheid!

Hoofdstuk 91: Alles heeft zijn tijd[1] (De Heer:) 'Ik ben echter een volle dag over Mijn tijd heengegaan tot jullie heil,en het was Mijn grote liefde voor jullie, die Mij dat liet doen.[2] Jullie moeten dit zeker niet vergeten, en hetzelfde doen als een broeder tegenjullie zal zeggen: 'Verlichte afgezant van de Heer, blijf nog bij mij; want mijn hartvindt een geweldige troost en een grote, weldadige versterking in uwaanwezigheid!' Blijf daar dan, ook al zou het de tijd die jullie door de geest isvoorzegd, ver overschrijden! Want waarlijk, Ik zeg jullie: Een dergelijk vrijwilligwerk van naastenliefde zal door Mij hoog gewaardeerd worden![3] Het is vanzelfsprekend, dat men dit slechts een, twee of drie keer kan doen vooreen vriend; vraagt hij dan echter weer om nog langer te blijven, troost hem dan metde verzekering, dat je hem spoedig weer ontmoet en spoor hem aan om

Page 161: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

161

voortdurend te handelen volgens Mijn leer, die Ik jullie allen nu gegeven heb,zegen hem dan in Mijn naam en vervolg jullie weg volgens de roeping van degeest, die nu door Mij in je woont als een levend woord en jullie zelf naar heteeuwige leven leidt!" [4] Cyrenius zegt: 'Heer, hoe is het nu? Gisteren nacht zei Udat U na deze dag hier weg zou gaan! Is dat al als geheel vaststaand op te vatten?Zou het niet mogelijk zijn dat U, o Heer, ons toch nog een dag schenkt?"[5] IK zeg: 'De wijze Salomo zei ooit: ' Alles heeft zijn tijd!', en zo heb ook IkMijn goede en zeer nauwkeurig ingedeelde tijd, en Ik zal daarom dit keer nietaanjouw verlangen kunnen voldoen; want kijk, in het grote land van de joden zijnveel steden, plaatsen en dorpen, die allemaal door mensen bewoond worden! Demeesten weten nog niets van Mij, zijn ook Mijn kinderen en wachten vaak al op dekomst van de Vader uit de hemelen, en zullen ook zeer verheugd zijn als Hij doorhen, zoals ook nu door jullie, gezien wordt. Maar, Mijn innige vriend, het is zekerniet zo, dat er helemaal niet aan je verlangen tegemoet gekomen wordt! Omdatjullie Mij zozeer liefhebben, wil Ik nog deze hele nacht en van de dag van morgennog drie uur bij jullie blijven, omdat het ook Mij een gelukkig gevoel geeft om bijjullie te zijn; maar langer dan drie uur is in geen geval mogelijk, want zoalsgezegd: Op deze wereld heeft alles zijn tijd en zijn orde!'[6] Cyrenius zegt: 'Maar U bent toch ook Heer over de tijd en kunt dezetegenhouden of zelfs ongedaan maken!"[7] IK zeg: 'Wat je nu zegt is goed en juist! Maar Ik moet je er wel bij zeggen, datjuist omdat Ik Heer ben van de tijd, en de tijd vanuit Mijzelf verdeeld envastgesteld heb en Ik in zekere zin de tijd eigenlijk Zelfben en omdat deze nietsanders is dan Mijn hoogst eigen onveranderlijke orde, is het Mijzelf nagenoegonmogelijk om in strijd met de tijd te handelen; want als Ikzelf in zou gaan tegenMijn orde, dan zou je spoedig nog maar heel weinig van al die schepselen zienwier bestaan afhankelijk is van Mijn eeuwig onveranderlijke orde.[8] Als je slechts een enkelogenblik datgene wegneemt op grond waarvan ietsbestaat, dan gaat op datzelfde ogenblik ook datgene, wat daarvan afhangt, teniet.Of stel je een stevige burcht voor op een vaste stenen rots! Je zegt dat deze burchtals voor de eeuwigheid gebouwd is. Indien Ik echter toe zou laten, dat de machtigerots zo zacht als boter zou worden, zou de stevige burcht zich dan ook staandehouden?! Of stel je voor dat je op een goed en degelijk schip op zee vaart; zou jeiets hebben aan je schip en zelfs aan de beste wind, als Ik het water liet verdrogentot op de bodem?! Je zult er niet aan twijfelen, dat Ik zoiets goed zou kunnen! Hetis dus duidelijk, dat tegelijk met de noodzakelijke voorwaarde, ook datgene watdaarvan afhankelijk is in het water valt.[9] Ik regel de tijd overal en ben het eeuwige gericht daarin; maar in de heiligesfeer van de liefde bestaat eigenlijk geen tijd meer, en Ik kan alleen aan de liefdealtijd nog iets toevoegen. En het blijft precies bij datgene wat Ik nu gezegd heb!Laat Marcus ons nu meer wijn brengen, opdat we de koelte van de nacht beterkunnen verdragen; want we blijven ook deze nacht buiten!"

Page 162: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

162

Hoofdstuk 92: De Farizeeën nemen aanstoot aan de vrolijke maaltijd van deHeer[1] Marcus had van Mijn vraag naar wijn van veraf nog maar nauwelijks ietsgehoord, of hij snelde al als een echte waard naar de kelder en bracht samen metzijn beide zonen meteen verscheidene kruiken vol met het allerbeste druivenat.Onze bekers werden tot aan de rand toe gevuld; allen dronken op het goede gedijenvan de nieuwe leer uit de hemelen en konden de heerlijke wijn niet genoeg loven,roemen en prijzen.[2] Dat Roclus en zijn collega's, die in zekere zin aan onze tafel zaten ook al washet dan het nieuw toegevoegde er dwars op staande deels, ook dezelfde wijnkregen, en allengs ook alle andere gasten, spreekt vanzelf; we grepen allen geduchtnaar de bekers en ook het goede brood werd daarbij niet versmaad.[3] Maar aan de tafel met Farizeeën, die het dichtst bij de onze stond, waar devijftig Farizeeën met hun woordvoerder Floran en hun overste Stahar uit CaesareaPhilippi zaten, zag men dat ook Ikzelf flink naar de wijn en het brood greep.[4] En Stahar maakte tamelijk luid tegen Floran de volgende opmerking: Moet jetoch eens kijken hoe deze profeet, die zogenaamd van Gods geest vervuld moetzijn, zich vol laat lopen en gulzig zit te eten! Ook lijkt hij absoluut niet afkerig tezijn van het vrouwelijk geslacht; want dat ene bekoorlijke meisje zit aldoor zodicht tegen hem aan als zijn beide oren aan Zijn hoofd! En dan te bedenken watvolgens onze zedelijke voorschriften, die van Mozes stammen, de mens allemaalverontreinigt! Als hij werkelijk vervuld is van de geest van de Almachtige, dan kanhij nu toch onmogelijk zelf in strijd met dezelfde geest, waarvan ook Mozesvervuld was, handelen!? Nou, nou, ik vind dat zeer bedenkelijk![5] Uit zijn leer en zijn daden blijkt duidelijk, dat hem van God uit een hogervermogen verleend is dan ooit aan een mens verleend werd, en wie volgens zijnleer leeft kan voor God niet verloren gaan; maar wie zoveel drinkt en eet als hij, zalte zijner tijd na het laatste oordeel, waarover Daniël profeteerde, niet licht hetparadijs binnengaan! Want er staat geschreven: 'Hoerenlopers en dronkelappenzullen Gods rijk niet binnengaan! 'Hoe denk jij daarover, mijn altijd zeergerespecteerde Floran?" [6] Schouderophalend zegt Floran: "Dit huidige grotedrinkgelag, want dat is het, komt me ook een beetje merkwaardig voor! Eigenlijkkomt deze hele zaak nu op me over, alsof ik iets van een verborgen duivelse streekbegin te ruiken! Met helemaal zuiver goddelijke dingen schijnt het daar niet toe tegaan! Wel, moet je kijken, hij heeft zich al weer ingeschonken! Ja, dat is werkelijkmeer dan merkwaardig! En nu zo'n brok brood nadat hij een slok heeft genomen!Nou, nou, we zullen eens zien, als hij echt dronken is, wat hij dan aan zijnleerlingen zal geven!"[7] Stahar zegt: 'Jouw opmerking, vooral van die duivelse streek, leek me heeltoepasselijk, en deze hele komedie komt me nu bijzonder vreemd voor! We hebbenons wel allemaal tot zijn leerlingen laten omvormen; maar als de zaken er zo voorstaan, lijkt het me het juiste moment om ons weer met alle macht van die eer tedistantiëren, want het lijkt me nu allemaal een geraffineerde begoocheling vansatan te zijn! Daniël verkondigt immers helder en duidelijk, dat er in een bepaaldetijd een machtige tegenstander van God onder de mensen zal optreden, en tekenen

Page 163: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

163

zal doen waardoor zelfs de uitverkoren engelen van God verleid zouden kunnenworden, als God dit zou toelaten! Is tenslotte hij nu de omschreven tegenstandervan God!? Vrienden, als dat zo is, dan komt het er op aan dat we er zo snelmogelijk vandoor gaan, anders haalt de levende satan ons misschien het komendeuur al met huid en haar!'[8] Met zulke praatjes en commentaren hielden de vijftig Farizeeën aan die tafelzich al bezig vanaf het moment, dat Ik Mijn eerste beker wijn dronk. Roclus en zijncollega's, die toch al met de Farizeeën in hun maag zaten, merkten het echter.

Hoofdstuk 93: Roclus richt scherpe woorden tot de Farizeeën[1] Roclus, die volop overtuigd was van Mijn goddelijkheid, kon dezekwaadsprekerij geen geduldig oor meer lenen; hij stond op, ook reeds door de wijnmet een flinke dosis moed toegerust, en zei luid: 'In zo'n hoogst bijzondergezelschap op aarde, waar God, engelen en wij, Zijn verstandige schepselen, alsbroeders bij elkaar verblijven, mogen zwijnen geen tafel en geen plaats hebben!Weliswaar zijn ook zwijnen schepselen van God, alleen horen ze niet thuis in hetgezelschap van mensen! Wat een onwijs, dwaas geklets! Als hongerige zwijnenbeginnen te knorren, dan schuilt daar ongetwijfeld veel meer wijsheid in dan indergelijk gepraat! Kortom, een Farizeeër is en blijft het toppunt van domheid,walgelijkheid met daarbij heerszucht en kwaadwilligheid, vooral zo'n overste enhoogst erbarmelijke schriftgeleerde van de joden![2] Deze onmensen ruiken overal de duivel! Zij zijn zelfs de mening toegedaan enonderwijzen dat ook, dat de duivels op aarde onafgebroken als speurhondenheimelijk jacht maken op alle mensenzielen, en dat ieder mens zonder meer desduivels en verloren is als hij niet gewijde amuletten uit de tempel bij zich draagt endeze ieder jaar minstens twee maal door nieuwe vervangt; maar van het feit, datjuist zijzelf de eigenlijke duivels op deze wereld zijn, merken ze niets! Daaromhoeft het hun helemaal niet te verbazen, als ze onder elkaar iets van duivelse stankin hun neus bespeuren; want dat is immers pas echt des duivels als men zelf eenwaarachtige vleesgeworden duivel is en niet van tijd tot tijd in de gaten heeft datmen werkelijk een duivel is![3] Zeg, jonge man (Raphaël),jij hebt toch daarstraks een steen in het niets latenverdwijnen, -zou het je niet mogelijk zijn om vijftig schurftige zwijnen te latenverdwijnen?! Stel je voor, wat deze kerels hier hardop onder elkaar durfden uit tespreken! Hij, de enige Schepper van wijn en brood zou nu zondigen, omdat HijZelf wijn drinkt en omdat een zeker alleronschuldigst engeltje van een meisje aanZijn zijde zit! Ach, sta me toe, dat is, zolang ik hier ben die de Heer herkend heeft,absoluut ontoelaatbaar! Zij moeten weg! Ze hebben zoveel gehoord en gezien, ennu zeggen ze luid: 'Het zou kunnen zijn dat dit allemaal begoocheling van satan is!'Mijn vriend uit de hemelen, ik ben slechts van deze aarde; maar al kost het mezelfs mijn leven, ik duld niet dat zulke zwijnen de Heiligste van alle heiligen zoschandelijk met hun smerige, stinkende venijn bezoedelen! Weg met hen!" [4] Nupas werden de vijftig Farizeeën opmerkzaam op de uitval van Roclus, en hun

Page 164: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

164

overste Stahar stond op en vroeg Roclus met een ernstig gezicht: 'Vriend Roclus,heb je het soms over ons?"[5] Roclus zegt: 'Over wie anders? Jullie zijn immers satans zwarte gespuis enkunnen daarom geen licht verdragen! Hoe durven jullie de Heer en Meester vaneeuwigheid, die jullie daarvan al zoveel buitengewone bewijzen met woord endaad heeft geleverd, met jullie oude walgelijke venijn zo schandelijk bezoedelen?!Vrezen jullie dan niet dat zelfs de aardbodem zich hiervoor op jullie zal wreken?!Wie kan Hij zijn, die de berg in zee toeroept: 'Verga en ga te gronde!', en ophetzelfde moment gaat de berg te gronde?! Kan een duivel - volgens jullieopvatting - ooit deemoed en de hoogste liefde tot God en de naaste prediken?! O,jullie enorme ossen en ezels tegelijk, hoe vreselijk woest en verward moet het er injullie hersenen uitzien, dat jullie niet inzien dat een duivel, als er volgens jullieopvattingen ooit een bestaan heeft, ten opzichte van God de Heer het meestmachteloze en daarom allerarmzaligste wezen moet zijn naarmate het verder vande orde van God afstaat![6] Wanneer nu volgens het meest wijze en ware woord van de Heer alle kracht enmacht slechts in de liefde tot God de Heer bestaat, welke kracht en macht heeft danjullie Beëlzebub, die vol bittere haat tegen God is, tengevolge van deze smadelijkeeigenschap? Als wij mensen al door gebrek aan juiste en ware kennis van God, enalleen daardoor ook zeker door gebrek aan ware en alles uitsluitende liefde totHem, zwakke en niets vermogende wezens zijn, hoeveel te meer dan jullie duivels,die God heel goed moeten kennen, maar Hem desondanks haten in een voor onsonbegrijpelijk hoge mate! Wel -, hoe is het mogelijk, dat een wezen dat God volopkent, Hem toch boven alles haat, -waarlijk, om dat te begrijpen en te kunnenverteren heb je zonder meer een Farizeese zwijnemaag nodig! Zo'n maag neemtweliswaar geen varkensvlees tot zich; maar de reden daarvan schijnt te zijn dat,zoals dat in de natuur gebeurt, het ene varken het andere niet vreet![7] Ik heb God de Heer nu meer dan alles in de wereld lief terwijl ik Hem pas eenheel klein beetje heb leren kennen, en ik voel hoe mijn liefde tot de Almachtige,hoe meer ik Hem leer kennen, steeds groter wordt, en ik voel heel duidelijk inmezelf hoe daardoor ook mijn wilskracht duidelijk machtiger wordt. Zoals ik hiersta, neem ik het helemaal alleen tegen duizend maal duizend legioenen Farizeeseduivels op! Met z'n allen kunnen ze nog geen strohalm optillen, - en dan bewerendeze kerels dat deze Heiligste der heiligen van God Zijn verrichtingen met behulpvan hun ingebeelde duivels tot stand brengt!? o, jullie verdorven gespuis, ik zal diealmachtige duivels van jullie wel eens uitdrijven! Komt me goed uit, dat ik nu opdeze kerels stuit, daar heb ik lang naar uitgekeken!"

Hoofdstuk 94: Raphaël verklaart voor Roclus de begrippen 'satan' en 'duivel'[1] Raphaël zegt: 'Mijn beste vriend Roclus, neem je in acht; want dit waren welverstokte Farizeeën, maar ze zijn nu leerlingen van ons geworden en zullen hunvergissing inzien! En met betrekking tot duivels heb je bepaald nog te weinigkennis om over hun invloed op mensen waar en juist te kunnen spreken. Pas als jedaar nadere kennis van hebt, kun je daar ook over praten! [2] Kijk, wat men 'satan'

Page 165: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

165

en 'duivel' noemt, is de wereld met al haar verleidelijke pracht. Natuurlijk is allematerie waar de wereld uit bestaat ook alleen maar een werk van God, en er ligtiets goddelijks in verborgen; maar daarnaast ook leugen, bedrog en verleiding,waaruit dan afgunst, gierigheid, haat, hoogmoed en vervolging ontstaat, en daaruitkomt weer onnoemelijk en onmetelijk veel kwaad voort.[3] En zie, dit valse, de leugen en het bedrog, is nu geestelijk gezien de 'satan', enalle afzonderlijke, daaruit noodzakelijkerwijs voortkomende ondeugden zijndatgene wat men 'duivels' noemt; en iedere ziel die zich geheel en al heeftovergegeven aan een van deze ontelbaar vele ondeugden, is een duivel in eigenpersoon en een daadwerkelijke uiting van het een of andere slechte en kwade, en inzo'n ziel bevindt zich een moeilijk uitwisbare neiging om aldoor kwaad te doen opde wijze waarop ze haar leven gegrondvest heeft gedurende de tijd van haarlichamelijk bestaan. [4] En omdat iedere ziel ook na de dood van het lichaamvoortleeft en in de omgeving van deze aarde verblijft, komt het bepaald niet zeldenvoor dat zo'n ziel zich ook binnen de uitstralende levenssfeer van de mensenbegeeft en door middel hiervan met de haar eigen slechte begerigheid ook indiegene iets slechts probeert wakker te maken in wiens levenssfeer zij een heelwelkome voeding vindt, omdat deze nog in het lichaam levende persoon een nietonbeduidende natuurlijke neiging en drang in zich heeft tot eenzelfde ondeugd,gewoonlijk tengevolge van een slechte en verwaarloosde basisopvoeding.[5] Zulke zielen maken zich zelfs vaak meester van het lichaam van mensen enkwellen daardoor zelfs een ziel die hier en daar zwakke plekken heeft, en de Heerlaat dit juist toe, om bij die ziel zo'n zwakke plek beter te maken; want pasdaardoor krijgt die geplaagde ziel dan een ware en intense weerzin tegen eenbepaalde zondige zwakheid van haar lichaam en stelt tenslotte alles in het werk omsterk te worden op dat punt waarop zij tevoren zwak was, waarbij de genade vande Heet haar ook op het goede moment te hulp komt.[6] Zie, dit is, verstandelijk beredeneerd, datgene wat een jood, die weliswaar zeerver afstaat van de waarheid van hoe het eigenlijk is, in feite onder het begrip 'satan'en 'duivel' zou moeten verstaan; maar omdat hij het niet begrijpt, ziet hij 'satan' en'duivel' als een geestelijk gepersonifieerde kwade wilsmacht, die er het grootstebehagen in schept om de mensen van de weg af te brengen waarop zij zich binnenGods orde bewegen.[7] Maar deze gebrekkige zielen hebben daarbij absoluut geen Gods vijandelijkebedoelingen; want ten eerste kennen ze God in de verste verte niet, en ten tweedezijn ze te blind, te dom en te dwaas, om wat voor bedoeling dan ook te hebben.Want ze kennen helemaal geen behoefte die op iets anders gericht is dan opzichzelf en ze handelen enkel en alleen uit zelfzucht. Ze trekken alleen tot zich wathun zelfzucht dient, en onder elkaar zijn ze uiterst wantrouwig; daarom is eengemeenschappelijk gerichte kracht bij hen absoluut onvoorstelbaar, en daarin hebje dan helemaal gelijk dat hun kracht totaal niets te betekenen heeft.[8] Dat wil zeggen, dat hun kracht niets is ten aanzien van mensen die zicheenmaal volledig de liefde en de wil van de Heer hebben eigen gemaakt. Maar bijmensen die nog halfslachtig zijn, bij wie noch het geestelijke noch het materiële dedoorslag geeft wanneer je dat in de weegschaal zou leggen, kan toch een duidelijk

Page 166: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

166

merkbaar overwicht aan de materiële kant van de morele weegschaal ontstaan,wanneer er in hun ziel de een of andere begeerte aanwezig is die door toedoen vaneen gelijkgestemde demon versterkt wordt. Dan maakt de ziel zich natuurlijk veelmoeilijker uit het materiële los om in het geestelijke over te gaan.[9] Als een ziel in het materiële vertoeft, dan gaan er na verloop van tijd ook steedsmeer gelijkgezinde demonen aan de materiële levensweegschaal hangen, deze slaatsteeds duidelijker door, het materiële wordt op die manier steeds zwaarder en hetgeestelijke natuurlijk geringer. En zie, zo blijkt dan, dat de 'duivels' van de joden ofde 'demonen' van de Grieken uiteindelijk toch in de ziel, in de tijd dat deze zichzelfontwikkelt, een zeer aanzienlijke schade kunnen aanrichten, zonder dat ze eigenlijkde wil hadden haar schade toe te brengen!"

Hoofdstuk 95: Roclus' tegenwerpingen[1] Roclus zegt: 'Hoe kan een intelligent wezen iemand schade toebrengen zonderdit te willen?! Een demon moet immers nog altijd minstens zoveel zelfbesef enzelfbewustzijn hebben, dat hij weet wat hij wil; en als hij dit weet, is hij strafbaarvoor zijn kwade wil! En het toelaten van zulke geheime influisteringen van kwadedemonen in een onschuldige mensenziel vind ik ook niet helemaal in orde; als ze alom een of andere geheime wijze reden toegelaten worden, dan kan die arme zieltoch niet schuldig zijn als ze door de heren duivels bedorven wordt![2] Als de duivels echter geen intelligentie hebben en derhalve nog minder eenvrije wil, dan kunnen ze de zielook geen schade toebrengen, -en als ze haar alschaden, dan heeft noch de ziel die beschadigd werd noch de duivel die geenintelligentie of wil heeft, enige schuld; die komt dan alleen op rekening van degenedie zoiets toeliet! Zo oordeel ik daar vrijuit over en ik aarzel geheel niet om dit hieropenlijk uit te spreken![3] Maar hebben de duivels, zoals men zegt, zelfs een zeer scherpe intelligentie -wat waarschijnlijk zo is, omdat ze bij een arme ziel meteen in de gaten krijgen opwelk punt deze in de materiële sfeer zwak is -, dan hebben ze ook een wil die haarschade toe wil brengen; en ook in dit geval is de ziel zonder schuld, en dragenalleen de duivels en degene, die ze toeliet, hier wederom alleen de schuld![4] Geef mij wapens en zeg me wie de vijand is, dan zal ik zeker verhoeden dat hijmij gemakkelijk te lijf gaat! Maar als ik de vijand, die mij aanzienlijke schade kantoebrengen doordat hij mij heimelijk en onzichtbaar tot de afschuwelijksteondeugden kan verleiden, niet ken, en ik dan bovendien naderhand nog de schulden de hoogst kwalijke gevolgen ervan moet dragen, -nou, dan bedank ik voor zo'nleven! [5] Dat is dan hetzelfde als een zwak iemand naakt uitleveren aan een kuddehongerige wolven, hyena's, leeuwen, tijgers en panters. Als hij zich door hen heeftlaten verscheuren en opvreten, draagt hij ook nog de schuld, en moet daarom ooknog door de rechter veroordeeld worden, omdat hij zich als een geheel weerloos,zwak wezen ten eerste door bewapende, meedogenloze beulsknechten naar dewildernis heeft moeten laten slepen, en ten tweede, omdat hij daar door de wildedieren is verscheurd en opgevreten!

Page 167: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

167

[6] Hoe bevalt jouw hemelse wijsheid het voorbeeld van een dergelijkerechtspraak?! Vriend, als het zo gesteld is met demonen en duivels, en de armeellendige mensenziel is de enige die de schuld en de gevolgen ervan draagt, met ofzonder intelligentie en wil van de haar tot verderf strekkende duivels -dan, dan is ergeen wijze, liefdevol rechtvaardige God, maar misschien enkel zo'n toverachtig,blind, almachtig wezen, dus een soort fatum, dat steeds evenals de hooggeplaatsteRomeinen de grootste vreugde beleeft aan dieren die tegen elkaar opgehitst wordenen woeste stierengevechten, en waartegen de mens alleen maar kan zondigen alshij zich met de juiste middelen heeft ingespannen om wijsheid te bereiken![7] Voorwaar, ik zeg je: Als het echt zo is als je zegt, dan hebben de Farizeeën welgelijk! Ik heb de Heer Zelf over zo veel horen spreken en ik kan op basis daarvanzeggen, dat jij, mooie bode van Gods hemelen, er dit keer een beetje naast zit; en ikblijf erbij, dat ik alleen met mijn huidige liefde tot de Heer het eerder genoemdeaantal Farizeese duivels totaal uit het veld sla!'

Hoofdstuk 96: Demonen en hun invloed[1] Raphaël zegt, terwijl hij zachtmoedig glimlacht: 'Zie, mijn vriend, ook jij hebtal drie volle bekers wijn achter je kiezen, dat wil zeggen de geest daarvan endaarom is je verstand nu nog kritischer dan daarvoor! Je hebt aan jouw kant gelijkals je beweert dat de demonen, al is hun aantal nog zo groot, absoluut geen enkelemacht kunnen uitoefenen over een mens die zich volledig in de liefde tot Godbevindt; want van een onderling verenigde kracht kan bij hen geen sprake zijn daarieder van hen zich in de grootste zelfzucht en eigenliefde bevindt en daaromniemand op de gedachte komt om z'n buurman op een of andere manier te steunen,uit vrees dat deze heimelijk en heel verborgen weer een voordeel zou kunnenbehalen, waardoor het hem dan zeker tevergeefs zou berouwen.[2] Als ze met elkaar in zekere zin op roof uitgaan, dan verraadt ook niemand aande ander zijn zorgvuldig geheim gehouden plan, en komen ze dan als toevallig opde plaats van de roof samen, dan ontstaat daar tussen hen zelf vaak de bittersteoorlog. Want degene die zich het eerst op de buit werpt, is een vijand van ieder diezich buiten hem ook op de buit werpt, en hij probeert deze te verdringen. Een derdemaakt volleedvermaak van deze gelegenheid gebruik en steelt dan voor zichzelf;en begint naast hem ook een vierde voor zichzelf te stelen, dan vliegen deze tweeelkaar ook in de haren en dan steelt nummer vijf weer rustig voor zichzelf: Komt ereen zesde bij, dan ontstaat er onmiddellijk weer een nieuw gevecht, en dan kannummer zeven weer net zolang zijn gang gaan tot de achtste in zijn buurt komt.Allen vechten nu en niemand laat zich door de ander de plaats van de roof en dereeds gemaakte buit zelf ontnemen. [3] Je ziet, dat daarbij zeker geen enkele duivelde ander op wat voor manier dan ook helpt; maar door hun hoogst zelfzuchtigeneiging vermeerderen ze desondanks het gewicht van de algemene buit en het gaatdan ongeveer zo, als wanneer je twee volkomen gelijke gewichten op de schalenvan een weegschaal legt en deze daardoor aan geen van beide kanten doorslaat.Maar smeer je een drupje honing, dat nauwelijks iets weegt, op een gewicht, dan

Page 168: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

168

lokt de zoete geur meteen duizenden bijen; deze zullen op het gewicht gaan zittenen onwillekeurig direct een doorslag tot gevolg hebben.[4] Kun je God daarom van onwijsheid beschuldigen, omdat Hij de bij hetreukvermogen en de begeerte naar honing heeft gegeven en de honing zelf degeurige en aanlokkelijke zoetheid?! Of is de Heer onwijs, omdat Hij Zijnschepselen niet alleen hoogst doelmatig, maar ook buitengewoon mooi, iederschepsel op zijn eigen manier, gevormd heeft?! Is het soms onwijs van Hem, datHij een jonge vrouw een buitengewoon bekoorlijke en aantrekkelijke vorm heeftgegeven, zodat zij voor de zintuigen van de grovere man op deze wereld deallerhoogste waarde heeft en hij zijn vader en moeder verlaat om met intensgenoegen zijn tedere en lieve vrouw toegedaan te zijn?![5] En zoals al in de buitenwereld is te zien dat het ene wezen het andere op eenbepaalde manier aantrekt, des te meer is dat in de wereld van de geesten het geval;en als dat niet zo was, hoe zou er dan een aarde, een maan, een zon en tallozeandere hemellichamen in de onmetelijke scheppingsruimte kunnen bestaan?! Eenatoom voelt zich aangetrokken tot zijn buurman; beide trekken elkaar aan. Watdeze beide doen, doen dan talloze aeonen atomen, al het gelijke trekken ze aan, entenslotte ontstaat daaruit een wereld, zoals de Heer dit de afgelopen nacht aan alZijn leerlingen heel tastbaar heeft laten zien en zoals je dit in het aan jullieoverhandigde grote boek ook volop beschreven zult vinden.[6] En als het zo is, is het dan onwijs van de Heer, dat Hij, omdat dit striktnoodzakelijk is, iedere ziel haar onvoorwaardelijke vrijheid van wil en kennis laaten daarnaast natuurlijk ook de daaruit voortkomende gevolgen?! Of zou je God alsuiterst wijs kunnen prijzen, als iemand van hier naar Jeruzalem zou willen reizenen daarvoor zijn voeten ook in beweging zou zetten, maar ondanks al zijn wil enzijn goede kennis van de weg niet in Jeruzalem zou komen, omdat God niet wildedat iemand het overeenkomstige resultaat van zijn willen en kunnen ten deel valt;maar dat deze mens in plaats van in Jeruzalem, waar hij belangrijke zaken heeft teregelen, in Damascus zou komen, waar hij helemaal niets te doen heeft?! Zeg me,of je zo'n goddelijke voorziening voor wijs zou houden! Of vind je het ongerijmd,als je op 'n dag wanneer je geheel met honing bestreken de vrije natuur ingaat,eenvoudig bedolven en opgegeten wordt door bijen, wespen, horzels en allerleivliegen?! [7] Wanneer nu echter jouw ziel de een of andere geur van een zondigeneiging inje uitstralende levenssfeer verspreidt en de reeds van het lichaambevrijde, maar nog in eenzelfde lievelingsgeur verkerende zielen deze geur in jouwuitstralende levenssfeer als het ware ruiken, tenslotte op je afstormen en zichtegoed doen aan jouw overvloed, zonder eigenlijk te weten wat ze doen, maarenkel en alleen in steeds grotere getale op je afkomen omdat ze in jouw sfeer dekost vinden die ze wensen, dan is dat zeker niet onwijs van de Schepper, dieeeuwig niets zozeer respecteert dan de onvoorwaardelijke vrijheid van iedere ziel.Immers, iedere ziel heeft toch altijd middelen genoeg in handen om zich van deongewenste gasten te ontdoen, zo vaak en wanneer ze dat wil![8] Wil je buiten in de natuur niet door stekende insekten lastig gevallen worden,was en reinig je dan van die dwaze honinglaag, dan zul je met rust gelaten worden;en als je niet door demonen, die je ziel zwak maken, lastig gevallen wilt worden in

Page 169: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

169

je uitstralende levenssfeer, maak dan de jou bekende orde van de Heer tot jelevensprincipe, dan verzeker ik je, dat geen enkele demon in de buurt van jelevenssfeer zal komen! [9] Geloof me, als je door een in en uit jezelf ontstanelevensverkeerdheid de demonen niet lokt en aantrekt, dan zullen ze jou zeker nietaantrekken, verlokken en verleiden; heb je ze echter aangetrokken, dan heb je hetaan jezelf te wijten als ze, zonder het eigenlijk te willen, door hun aandrang jouwziel in diezelfde slechte neiging nog meer zullen verharden."

Hoofdstuk 97: De vrije wil van de mens. De hulp van de goddelijke genade[1] (Raphaël:) 'Ik zeg je: leder mens wordt pas door zichzelf slecht en ontrouw aande goddelijke orde! Daar gaat meestal wel een totaal verkeerde opvoeding aanvooraf, waardoor hij in allerlei slechte neigingen terecht komt en vervolgens inallerlei ware zonden. Daardoor zet hij dan echter ook zijn deuren open voor alleslechte vreemde invloeden en kan op die manier tot op de bodem van zijnzielsleven bedorven worden en ook blijven, -maar altijd alleen maar, als hij het zowil. [2] Wil hij zichzelf veranderen, dan staat hem van de kant van de Heer niets inde weg; want iemand die in het nauw zit hoeft maar de geringste wens in zichzelfte uiten, en hem wordt spoedig hulp geboden. Maar als hij zich in zijn slechtheidheel prettig en tevreden voelt, en nooit een wens tot verbetering van en in zichzelflaat horen, wordt natuurlijk zijn wil nooit speciaal beïnvloed.[3] Wel wordt het in het gevoelscentrum van zijn hart, dat men 'geweten' noemt,ingefluisterd, en van tijd tot tijd krijgt hij stevige waarschuwingen van ons. Als hijzich hier maar enigszins iets van aantrekt, is er van verloren gaan en bedorvenraken geen sprake meer. Dan komt de verborgen hulp onophoudelijk van boven enverleent de ziel steeds meer inzicht en kracht om zich meer en meer los te makenuit waar hij in verstrikt is geraakt; dan is er slechts enige goede wil voor nodig endan gaat het al met grote schreden voorwaarts, - minstens tot het punt waarop demens, voor een hogere openbaring geschikt, door Gods Geest Zelf wordt gegrepenen in het ware levenslicht verder wordt geleid.[4] Maar wanneer natuurlijk de mens in zijn grote verblinding en zijn op de wereldgerichte zintuiglijke roes zich niet in het minst iets aantrekt van de heel zachte engeruisloze lichte waarschuwingen die van ons uitgaan en zich in zijn hart te kennengeven, en als hij al meteen zo doet alsof hij heer en meester is over de hele wereld,- ja, dan is toch wel niemand anders verantwoordelijk voor de onverbeterlijketoestand van zijn eigen ziel dan juist de hoogst eigen ziel zelf![5] Geloof me en luister goed naar wat ik je nu zeg! Er bestaan in de hele natuur engeestenwereld geen zogenaamde oerduivels, maar alleen zulke, die al vroeger alsonverbeterlijk slechte en zondige mensen ooit op de wereld geleefd hebben en toenal als de eigenlijke lichamelijke duivels de andere mensen tot allerlei kwaad enschandelijkheden niet alleen verleidden, maar ook met al de hun ten dienstestaande dwangmiddelen dwongen, -waardoor ze zich echter een des te grotereverdoeming in zichzelf bezorgden, waarvan ze zich moeilijk ooit helemaal kunnenlosmaken. Je kunt hier nu denken watje wilt, maar het zal je niet mogelijk zijn omop wat voor manier dan ook enige schuld bij de Heer te leggen.

Page 170: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

170

[6] En dat er dan ook aan gene zijde door de Heer zover dit overeenstemt met Zijnorde, al het mogelijke wordt toegelaten om een verdorven ziel te genezen, kun je jewel voorstellen; want de Heer heeft geen enkele ziel voor het verderf, maar alleenvoor de grootst mogelijke levensvervolmaking geschapen. Maar wat je ook moetonthouden is, dat geen enkele ziel in de hele onmetelijke scheppingsruimte doordirecte, geheel onvoorwaardelijke erbarming tot vervolmaking van haar leven kankomen, maar enkel en alleen door haar eigen wil! De Heer laat de mens wel allerleihulpmiddelen toespelen; maar dan is het aan de mens om deze als zodanig teh.erkennen, ze met zijn eigen wil op te pakken en ze zelf helemaal eigenmachtig tegebruiken! [7] Ja, als een mens vrij en uit zichzelf roept en in zijn hart zegt: 'Heer,ik ben te zwak om mijzelf met de mij door U aangereikte middelen te helpen; helptU mij met Uw arm! ~ wel, dan heeft die persoon zelf de hogere hulp verdiend metzijn eigen wil en door zijn eigen inzicht en gewaarwording van zijn ontoereikendekracht! Dan kan de Heer ook meteen met alle noodzakelijke macht en kracht Zijninvloed aanwenden en een zwakke ziel ogenblikkelijk helpen.[8] Maar de wil van de mens, alsook zijn inzicht en vertrouwen, moet dan geheelen al gepaard gaan met uiterste vastberadenheid. Want anders blijft het bij de ordevolgens welke iedere ziel zichzelf moet helpen met de geboden. middelen, omdatIedere vreemde instroming in de huishouding van de eigen wil noodzakelijkerwijstot gevolg heeft, dat er aan het wezen van de zielonmiskenbaar afbreuk wordtgedaan. Want als de ziel zichzelf moet ontwikkelen volgens de eeuwignoodzakelijke ordening van de Heer , dan moet ze zich ook zelf ontwikkelen envoltooien met de aangereikte middelen, zoals ook ieder mens op aarde zelf devoeding voor zijn lichaam moet zoeken, herkennen en tot zich nemen, als hij zijnaardse leven in stand wil houden. [9] Er daalt geen God en geen engel op de aardeneer die overal zegt: 'Kijk, jullie moeten dit en dat eten als jullie honger hebben!',maar de honger komt en de mens proeft met zijn mond de overal groeiendevruchten, en die hem aanstaan neemt hij en stilt op aangename wijze zijn honger.Als hij dorst heeft, zoekt hij een frisse bron op, heeft hij het koud, dan zal hij zichspoedig uit allerlei fijne stoffen die zijn huid niet prikkelen en steken desnoods eenomhulsel in elkaar vlechten en zijn huid op die manier beschermen tegen de koudevan de lucht. En als hij bescherming wil hebben voor regen en wilde dieren, zal hijook gauw een hut klaar hebben; want daarvoor zijn hem immers allerlei middelengeboden. Waar hij ook maar naar toe gaat, hij vindt meteen een aantal gaven die hijals zodanig gemakkelijk kan herkennen en met de hem daarvoor verleendekrachten even gemakkelijk kan gebruiken"

Hoofdstuk 98: De zelfbeschikking van de ziel[1] (Raphaël:) 'En als de Heer de mens al voor de uiterlijke levensbehoeften zelflaat zorgen om de ziel te oefenen in zelfkennis en eigen activiteit, hoeveel te meeris dat dan voor de ziel zelf noodzakelijk![2] Zelfs in de zielen van dieren is een drang (instinct) geplant die geheel aan henzelf is gegeven, volgens welke zij, en wel ieder op zijn eigen manier plegen tehandelen. Het zou helemaal onjuist zijn om aan te nemen, dat deze schijnbaar

Page 171: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

171

spraak en verstandloze schepselen hun handelingen verrichten als machines diedoor een kracht van buitenaf in werking worden gezet. Als dat het geval was, danzou zelfs het allerbeste huisdier nog niet voor het meest eenvoudige werk afgerichtkunnen worden en zou het zeker geen gehoor geven aan de mens, als deze hemroept. [3] En omdat ook ieder dier een eigen ziel heeft die in zichzelf een beslotenlevenskracht bezit, van waaruit de ziel van het dier volgens haar eigen willekeurhet organisme van haar lichaam in beweging zet, kan een dier ook op verschillendemanieren afgericht worden. Een wezen dat puur van buitenaf tot leven gebrachtwordt, heeft geen geheugen en ook niet een soort beoordelingsvermogen. Zijn heleleven is mechanisch en wat hij wil is zo afgemeten en onvrij, dat er absoluut geensprake kan zijn van een veredeling door een bepaald soort onderricht; dit kan danook alleen maar op mechanische wijze van buitenaf plaatsvinden.[4] Je kunt een boom duizend jaar lang zeggen, dat hij zo en zo moet staan enedeler vruchten moet voortbrengen, -dat zal allemaal tevergeefs zijn! Je zult dangebruik moeten maken van mes en zaag, je moet takken van de wilde stamverwijderen, de romp voorzichtig splijten, daar edelere jonge takken in steken endeze dan goed met de wilde, gespleten rompen verbinden, dan zal de op zo'nmanier dus puur mechanisch veredelde boom je mettertijd ook edelere vruchtenopleveren! [5] Het dier echter kun je al door woorden en bepaalde handgrepenafrichten, dan zal het je bij een gelegenheid waarin dat noodzakelijk is van dienstzijn en zich helemaal naar jouw wil richten. En dit is een onmiskenbaar bewijsvoor je dat dieren zelf ook een soort vrije wil hebben, zonder welke ze jou evenminzouden kunnen gehoorzamen en dienen als een steen of een boom.[6] Als dieren echter al zichtbaar een op zichzelf staande ziel bezitten met enigekennis en wilsvrijheid, waaraan volgens de hun eigen manier van levenzelfbeschikking is gegeven, hoeveel te meer en hoeveel uitgesprokener moet datdan wel bij een mensenziel het geval zijn! Daar kan voorshands al helemaal geensprake zijn van vreemde invloeden die op een of andere manier van buiten komen,niet van goede en nog minder van slechte.[7] De ziel heeft immers zonder meer al alles wat ze maar enigszins nodig heeftvoor de eerste levensopbloei. Als ze zich in zichzelf door haar hoogst eigenwilskracht en door de vrijwillige liefde tot God in een machtiger levenslicht heeftgeplaatst, beseft ze ook spoedig wat haar nog allemaal ontbreekt, en ze zal er danook vrijwillig naar streven om met inspanning van al haar levenskrachten datgenete bereiken, waaraan het haar nu juist nog ontbreekt; de wegen en de middelendaartoe zullen haar dan wel goed duidelijk worden, en met haar hoogst eigen wilzal ze deze ook willen hebben en er naar grijpen en zich verrijken met de schattenvan het steeds hogere, meer geestelijke en meer volmaakte leven.[8] Wat de ziel zich dan eigen maakt langs deze weg, die een juiste weg is inovereenstemming met de orde van God, dat is en blijft haar dan volledig eigen, engeen tijd en geen eeuwigheid kan het haar meer afnemen. Maar wat de ziel nooitzelf door haar wil en door haar kennis heeft kunnen verkrijgen, zoals bijvoorbeeldhet uiterlijke, organische lichaam en hiermee zo menig uiterlijk aards voordeel, datkan ook niet blijvend van haar zijn maar het zal haar genomen worden zoals hethaar gegeven werd.

Page 172: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

172

[9] En als dat allemaal zo is, zoals de ervaring dit iedere dag aan ieder mens laatzien, dan kan er ook in de verste verte geen sprake zijn van boosaardig demonischegewelddadige krachten die aan de ziel trekken en haar bepalen; want alles hangtvan de wil en het inzicht en uiteindelijk van de liefde van de ziel af. Zoals jij hetwilt, inziet en liefhebt, zo geschiedt jou -en onmogelijk ooit anders![10] Als je het juiste van Gods orde wilt, inziet en liefhebt, dan zul je langs dezeweg ook altijd tot de realiteit kunnen doordringen; als je echter wilt, inziet enliefhebt in strijd met deze orde waarin alleen realiteit en werkelijkheid gebodenwordt, dan lijk je op iemand die wil oogsten van een akker waar nooit graan opwerd gezaaid, en tenslotte moet je het alleen aan jezelf toeschrijven als jelevensoogst nul is geworden. -Zeg me nu, of het voor jou duidelijk is!'

Hoofdstuk 99: Floran verwijt de Farizeeën hun liefdeloze kritiek op de Heer[1] Roclus zegt: 'Dat zeker; je hebt me nu alles immers zo eenvoudig en duidelijkuit de doeken gedaan, dat ik gedurende mijn hele leven in dit opzicht nog nooit ietsheb vernomen wat duidelijker was! Maar nu erger ik me nog meer vanwege dieFarizeeën daar, die weer helemaal de oude, gebruikelijke Farizeeën worden hoevaker ze de Heer Zijn beker in de hand zien nemen en hoe gemoedelijker de Heermet Cyrenius en Cornelius praat! Zie en hoor je niet, hoe deze zwarte kerels nu alalles tot een gruwel wordt wat de Heer ook maar doet en spreekt?! Ze hebben tochdie tekenen van Hem gezien, en nu eten ze aan Zijn tafel en loven en prijzen Hemmet de tong van slangen! Ja, wat zegje daar nu van?"[2] Raphaël zegt: 'Laat dat maar gaan; want geloof me, dat ontgaat de Heer in hetgeheel niet! Hij zal ze op het juiste moment Zelf wel behoorlijk terechtwijzen, eneen van de Heer uitgaande terechtwijzing is altijd bijzonder bitter voor degene diedeze altijd terecht ondergaat. Kijk, ook Cyrenius en Cornelius en Julius en Faustusmerken wat jij merkt, en ik heb het allang in de gaten! Maar de wil van de Heerheeft mij heimelijk tot geduld gemaand en daarom doe ik ook alsof ik niet zoumerken waar die vijftig Farizeeën het met elkaar over hebben. Maar het momentzal nu spoedig aanbreken, waarop er tegen hen wordt opgetreden! Wees daarom nunog een heel korte tijd volkomen rustig!"[3] .Roclus werd nu stil en wachtte op wat er ging komen. De vijftig Fanzeeënwachtten echter niet, maar gingen door met hun beraadslagingen.[4] Floran, hun bekende hoofdwoordvoerder, was het echter niet met de gluiperigeopvattingen van overste Stahar eens en zei: 'Het eten en drinken van de Meestergeldt voor mij nog niet als bewijs tegen Zijn goddelijkheid! Zijn hele gedrag komtmij meer voor als een onuitgesproken vraag, of wij met wankelmoedig worden inons geloof als we het een of ander bij Hem opmerken.[5] Als Hij de door David zo heerlijk tevoren bezongen Messias Jehova Zebaoth is,dan kan Hij doen wat Hij wil, en Hij heeft het nog altijd goed gedaan; want hoezouden wij, arme, machteloze, sterfelijke mensen Hem gedragsregels willenvoorschrijven. Dat wij zijn en leven hangt immers enkel en alleen van Hem af, diehemel en aarde heeft gemaakt en voor alle dieren en mensen ledematen en

Page 173: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

173

verschillende levensorganen heeft geschapen, ingericht en gegeven! Jij, Stahar, enjullie allemaal, zijn hiermee op een allersmerigste en zelfs levensgevaarlijke weg![6] Waarom maken wij er ons druk om dat Hij nu iets meer wijn drinkt en broodeet?! Hij is immers de Schepper van allebei! Werkelijk, dat brengt me niet in hetminst van de wijs; integendeel, het verheugt me alleen maar bijzonder dat ook Hij,de Allerhoogste en Allerwijste, zich op onze menselijke manier gedraagt![7] Ik moet openlijk bekennen, dat het hoogst onverstandig van jullie is om je hierin het aangezicht van het hoogste gezelschap van de wereld zo te gedragen alsofhun heil van jullie welwillendheid af zou hangen! Wat en wie zijn jullie dan? Nietsanders dan arme, kruipende aardwormen tegenover de macht van zo'n mens, die deelementen gebiedt, -en deze gehoorzamen aan Zijn wil![8] De wijn heeft ook jullie gemoederen verhit en jullie verstand beneveld; daarombrengen jullie nu dan ook oordelen ten gehore, die ik vanwege de enorme domheidervan gewoonweg klassiek zou willen noemen. Wat beogen jullie daarmee? Ofkunnen jullie aan de hand van Mozes bewijzen, dat het verboden is om nu en daniets rijkelijker wijn te drinken? Kunnen jullie beweren dat Noach gezondigd heeft,toen hij iets te veel druivennat tot zich nam? Ja, wie gezondigd heeft envervloeking verdient is de zoon, die zijn vader aan bespotting prijsgaf; maar dezoon die de schaamte van zijn vader bedekte, werd met zegen vervuld![9] Daarom zeg ik jullie: Wat de Heer doet, is altijd en eeuwig goed gedaan! Enzou Hij hier meerdere zakken wijn tot Zich nemen, dan gaat ons dat niets aan; enals Hem duizend jonge vrouwen zouden omringen, ongeacht hun stand ofreputatie, dan gaat ons ook dat niet in 't minst aan; want Hij is hun Schepper enBehoeder, evenals de onze! Waar bemoeien wij ons mee, als Hij naar Zijn tot standgebrachte werken toekomt, hoe deze ook zijn, en datgene wat aan hen gebrekkig enziek is, heelt?! Wees omwille van Jehova dan toch billijk en dankbaar bescheidenin jullie oordeel"

Hoofdstuk 100: De zegen van het Romeinse bewind voor het joodse volk[1] Stahar zegt: 'Naar het me toeschijnt, geloof jij dus vast aan zijn goddelijkheid?'[2] Floran antwoordt: 'Wat zou me daarvan af moeten brengen? Heeft God in detijd van Mozes soms geen grote tekenen gedaan?! En als een mens hier, toegerustmet de hoogste wijsheid, zulke ongekende tekenen doet waartoe alleen degoddelijke almacht in staat is, -wat moet mij er dan van afhouden om zo'n mensvolledig van de absoluut ware geest van God vervuld te zien, en hem zonder meervoor de enig ware God te houden?! Mijn zienswijze, mijn aanname en mijn daaropgebouwde geloof staan steviger dan de ondenkbaar oude piramides van Egypte![3] Ik geloof nu echter niet alleen maar dat het zo en niet anders is, maar ik ben ertot in het diepst van mijn hart van overtuigd, en niets kan deze intense overtuigingvan mij meer aan het wankelen brengen, en jij, Stahar die met alle windenmeewaait, wel het minst![4] Wat dit betreft, kan ik ook met het beste geweten van de wereld met deRomeinse helden uitroepen: Si totus illabatur orbis, impavidum ferient ruinae!* (*Ook al stort de hele wereld in, het puin zal toch de onverschrokkene dragen!) Want

Page 174: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

174

ik weet wat ik zie en wat ik geloof, ik ben geen windwijzer , en geen rietstengel ineen vijver vol modder en drassigheid. Wel ben ik een marmeren rots in de zeegeworden, waartegen orkanen en de golven van de branding geheel en al te plettermoeten slaan' [5] Stahar zegt: 'Ook de godsgerichten van de tempel in Jeruzalem?"[6] Floran zegt: 'Wie deze Heer en Meester en de gebieders van Rome als schildheeft, heeft geen vrees voor de zogenaamde godsgerichten, die God nooit heeftingesteld. Werkelijk, niet de minste vrees kunnen Jeruzalems grootste dreigingenmij inboezemen, - ook alle donderende vervloekingen van de hogepriester zoudenzonder een spoor achter te laten aan mijn oren voorbij gaan! Want wie overdagwandelt, heeft naar mijn mening de verschrikkingen van de nacht niet te vrezen, enzo heb ook ik geen vrees voor de tempel in Jeruzalem![7] Als men deze zonneklare leer vergelijkt met de mij maar al te bekendeleerstellingen van de tempel, dan ziet men immers op het eerste gezicht dat in dezeleer de klaarlichte dag van de geest heerst, en in de tempel de donkerste nacht vande geest. Ja, degenen die nog toebehoren aan de nacht zullen nog veel te vrezenhebben, met name de dood van hun ziel; ik heb hoogstens de dood van mijnlichaam te verwachten, die eigenlijk helemaal geen dood is![8] Het eeuwige leven van mijn ziel kan niemand me echter meer afhandig maken;want ik zie en voel het al volop levend in me en ik voel ook de eeuwig onmetelijkevoordelen van zo'n leven. En als ik dientengevolge niet de minste vrees voor hetafvallen van mijn lichaam in mezelf voel, hoe zou ik dan enige vrees voor dezogenaamde godsgerichten van de tempel in me voelen?! Daarom zeg ik en blijfhier ook zeker bij: Wie overdag wandelt, hoeft niet bang te zijn voor deverschrikkingen van de nacht!" [9] Stahar zegt met een gewichtig, typisch tempelsdiepernstig gezicht: 'Waarom en hoe kun je de plaats waar de Schrift en het Woordvan God aan het volk wordt geleerd, nacht noemen?'[10] Floran zegt: 'De Schrift die wij beiden als -laten we zeggen schriftgeleerdenevenmin begrijpen als iemand die deze nog nooit te zien heeft gekregen, en hetzogenaamde woord van God dat slechts uit banale menselijke belangen isopgesteld, ken ik maar al te goed. Zeg er daarom tegen mij geen woord meer over!Welke wonderen hebben wij dan ooit door middel van het zogenaamd almachtigewoord van God verricht? Wat kunnen wij verder soms met een goed geweten vanonszelf zeggen, behalve dat we met de vrijwillige, door ons opgelegde en doormiddel van geweld afgeperste offers onze zakken en schatkisten hebben gevuld, enmet alle mogelijke middelen, waarvan ook het slechtste niet te slecht werdbevonden, hebben geprobeerd om ieder vonkje beter licht de kop in te drukken?[11] Is het niet een ten hemel schreiende schande dat wij, als het oude volk vanGod, ons door de heidenen wijze wetten en staatkundige normen hebben moetenlaten voorschrijven? En als deze niet gekomen waren om bij ons toch een enigszinsmeer menselijke en betere rechtszorg in te voeren, dan zou ons volk nu in zo'nchaos verkeren, dat er onder de wildste dieren geen erger wanorde mogelijk zouzijn. [12] Wat was ons recht nu voordat de Romeinen hier waren? Niets anders dande blindste willekeur van een ieder die zich enige macht op wat voor manier danook had toegeëigend!

Page 175: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

175

[13] Zo'n rijke man had bijvoorbeeld gisteren een gebod opgelegd; maar vandaagbetreurde hij dat, omdat naar zijn mening dit gebod hem geen echt voordeel hadopgeleverd. Daarom werd hij boos, bestrafte eerst zijn raadsman en daarna aldegenen die de wet van gisteren in acht hadden genomen; want ze hadden naarhem toe moeten komen, zich voor de wetgever in het stof moeten werpen en hemer op moeten wijzen dat de gegeven wet meer in hun voordeel was dan in het zijne!Maar wie tegen deze machthebber gezegd zou hebben: 'Luister, machtige en wijzegebieder, de gegeven wet moet niet in werking gesteld worden! Als deze wordtopgevolgd, dan gaan daardoor u en al uw onderdanen te gronde; want deze wet isafkomstig van een verraderlijke en arglistige raadsman, die hiervoor zeker isomgekocht door een van uw afgunstige buren!' -, wat zou er dan gebeurd zijn? Hij,die de wetgever op dit gebrek of deze fout van de wet gewezen had, zou wegensschaamteloze brutaliteit tot een zware straf veroordeeld zijn; de slechte raadsmanzou ook gestraft zijn, en degenen waarvan men wist dat ze zich aan die slechte wethadden gehouden, zouden ook ter verantwoording geroepen zijn, en dat vaak alvoordat er een nieuwe wet was uitgevaardigd. -Hoe bevalt jullie zo'nrechtssysteem?[14] En voordat de Romeinen hier waren, had het grote land van de joden eengroot aantal van zulke kleine machthebbers die zonder uitzondering allemaaluitgesproken tirannen waren voor hun kleine volkjes, die in de grootste materiëleen geestelijke nood verkeerden; dag in dag uit werden ze opgejaagd, al naargelanghet humeur en de willekeur van hun tiran waarover deze tegenover niemandverantwoording hoefde af te leggen. Waren de Romeinen als heidenen hier somsgeen ware hemelsboden, toen ze hier kwamen met een machtig leger en afrekendenmet deze honderden gewetenloze kleine tirannen?! Zij gaven toen verstandige enblijvende Wetten, waardoor ieder mens naar goede orde heer over zijn eigenbezittingen was; hij betaalde zijn matige belasting en kon dan ongehinderd zijnzaken regelen naar eigen believen, natuurlijk wel volgens het geldende recht.[15] Dat de tempel geen vriend was en is van de Romeinen, dat weten we en dereden daarvan is ons ook niet onbekend; want de machtige Romeinen verlangdenook van de tempel de cijns, terwijl vóór die tijd de kleine tirannen aan de tempeltribuut betaalden, opdat de priesters het volk in onwetendheid hielden en het steedsonvoorwaardelijke gehoorzaamheid predikten.[16] O, wanneer heeft men hen ooit de joden over onvoorwaardelijkegehoorzaamheid aan de Romeinse machthebbers horen preken? Men zegt tegen hetvolk wel dat de Romeinen een roede in Gods hand zijn die men moet dulden; maarde honderd afschuwelijkste tirannen die het arme volk voortdurend erger danduivels kwelden, waren geen roede van God, maar louter door God aangesteldeengelen die hen in de gaten moesten houden. Wie tegen hen in opstand kwam,werd al spoedig tot vijand van Jehova verklaard, en verdoemd.[17] O, dat waren voor de tempel pas gelukkige tijden, waarvoor de Heer de armemensheid voortaan voor altijd moge behoeden! De godsgerichten van de tempelzijn nog zo'n klein, maar toch niet te onderschatten slecht overblijfsel, waarvoor iknu echter -de Heer alleen alle lof! -in het geheel geen vrees heb; want ik behoor nu

Page 176: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

176

aan de Heer en aan Rome, en dat is voldoende om nooit meer te hoeven sidderenvoor de dreigingen van de tempel! - Ben je tevreden met deze verklaring?"

Hoofdstuk 101: Roclus en Floran in gesprek over Stahar[1] Stahar kijkt somber en zegt geen woord; want de woorden van Floran hebbende oude man toch weer stilletjes op betere gedachten gebracht.[2] Maar Roclus, die met gespannen aandacht naar deze uiteenzetting hadgeluisterd, stond op en snelde regelrecht naar Floran, klopte hem op de schouder enzei: 'ik prijs je! Ik ben het helemaal met je eens! Ik neem je op in ons instituut, datnu onder de ware bescherming van God en onder de bescherming van Rome staat.Wat jij nu gesproken hebt, dat heeft de Heer je ingegeven; je hebt naar mijn hartgesproken! Ah, zulke woorden zijn een weldaad voor mijn gemoed, dat enkel hetbeste wil voor de mensen! Ik begrijp alleen niet hoe bij Stahar, die, zoals mijwelbekend is, anders toch ook niet bepaald op zijn achterhoofd gevallen is, nogtwijfel op kan komen nadat hij zulke buitengewone daden heeft gezien, enongekende onderwijzingen van de Heer gehoord heeft en deze ook heeft begrepen![3] Voor mij die hier nu pas enkele uren vertoeft, is hetgeen ik tot nog toe gezienen gehoord heb, veel te veel, -en Stahar heeft zo veel gezien en gehoord, en tochkon het bij hem opkomen om de Heer van de gehele oneindigheid van duivelsezaken te beschuldigen! Al of geen wijn, dat doet er niet toe, ik heb ook wijngedronken en ben me er heel goed van bewust dat ook mijn moed aanzienlijk istoegenomen; maar mijn eenmaal gevestigde overtuiging wankelt niet en zou ookniet gaan wankelen als mijn ledematen dat een beetje zouden gaan doen. Maar opde oude grijze Stahar zou de oude Romeinse spreuk 'in vino veritas'*(*In de wijn iswaarheid) wel eens toegepast kunnen worden; want wijn brengtmerkwaardigerwijs teweeg, dat hij vaak bij mensen de donkere sluier van depolitiek licht en tegen hun eigen wil de tong losmaakt. En bij zulke gelegenhedenheeft men al vaak zo het een en ander te horen gekregen, wat anders uit berekeningen om zeer zelfzuchtige, slimme redenen met iemand het graf zou zijn ingegaan.[4] Stahar was daarstraks zeker, ondanks zijn diamantharde Farizeeërdom, zeer inhet nauw gedreven. Hij zag zichzelf met zijn tegenstellingen als verloren, en gafzich uiteindelijk over omdat hij geen gat meer zag waardoor hij nog konontsnappen; maar heel diep in zijn hart bleef hij voor zichzelf nog altijd de oude,diamantharde Farizeeër. Nu is hij echter zo onverstandig geweest om een beetje teveel van het edele druivennat te genieten, en dat heeft de oude, verstokte Farizeeëruit zijn schulp doen kruipen en hem voor zichzelf laten spreken. Als de wijn bijhem verdampt zal zijn, zal het hem zeker zeer spijten dat hij zichzelf zo mooi heeftverraden. [5] Niet voor niets verhaalden de mensen over de bacchantes, dat ze demensen niet zelden toekomstige dingen en gebeurtenissen voorspelden, en menhechtte veel waarde aan hun uitspraken. Ook bij hen werd dit wonderlijkeverschijnsel door de wijn veroorzaakt. Ook van de grote jodenkoning David gaathet verhaal dat hij veel van zijn psalmen na het nuttigen van wijn heeft geschrevenen zelf heeft gezongen. [6] Als wijn derhalve zo'n bijzondere werking heeft, kanmen als heel zeker aannemen dat de oude overste van de Farizeeën zich nu zelf tot

Page 177: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

177

algemeen heil van ons, en ondanks zijn tevoren voorgewende totale bekering, tochweer heeft laten kennen als steeds dezelfde, onveranderlijke echte Farizeeër, eensoort mens, waar zelfs de wildste dieren in de bossen het nodige respect voorhebben, om maar niet te spreken van een arme zondaar die onder hun juk gebuktgaat! Heb ik gelijk of niet?"[7] Floran zegt: 'Ja, beste vriend, in een bepaald opzicht heb je helemaal gelijk;maar er is nog wel een punt dat we hier in aanmerking moeten nemen en moetenoverwegen! Kijk, als jij een jonge boom die krom is gegroeid, recht wilt buigen,zal je moeite spoedig door succes beloond worden; maar ga je met een oudgeworden, kromme boom aan de gang, dan zul je ten eerste allerlei krachtigehulpmiddelen nodig hebben om de reeds zeer onbuigzaam geworden oudere boomrecht te maken, en ten tweede mag het je niet aan het juiste geduld ontbreken! Jezult alleen van dag tot dag een klein beetje druk mogen uitoefenen, en dat net zolang tot de boom helemaal recht is; als je hem echter uit alle macht in één keerrecht wilt buigen, dan zou je de boom afbreken en daarmee doden, wat toch zekergeen gezegende beloning van je grote inspanning zou zijn. Het schijnt dat ook deliefde en wijsheid van de Heer dit bij deze gelegenheid in acht neemt.[8] Onze Stahar wordt nu in een positie gebracht waarin hij zich in zijn oudeJoodse Jehova-ijver zeer geërgerd zal voelen. Wat beschouwt zijn oude bijgeloofnog allemaal als zonde wat volgens het zuivere verstand nooit een zonde kan zijn,niet voor de mensen en nog minder voor God! Volgens zijn moraal valt daaronderook het rijkelijk nuttigen van wijn en het praten met een jonge vrouw, die naar zijnidee nog niet helemaal volwassen zou kunnen zijn! Wel, als hij helemaal nuchteris, dan valt hij kennelijk niet over dergelijke kleinigheden; maar ja, hij heeftimmers zelf verscheidene bekers wijn gedronken, en de natuurgeesten van de wijnhebben in zijn ingewanden nu nog van die echte oude, verharde resten van zijnoude stokblinde farizeeërdom gevonden, deze leven ingeblazen en ze min of meerin opstand gebracht. Maar in feite is de hele zaak nauwelijks waard om er eenwoord aan te spenderen! [9] Trouwens, ik heb de oude Stahar al mijn goedonderbouwde mening op zeer begrijpelijke manier duidelijk gemaakt, en hij denktdaar nu over na in zijn halve slaaptoestand. Morgen zal hij zeker een heel andermens zijn, -en als het niet zo is zoals ikje nu heb gezegd, dan zou de Heer Zelf hemwel iets gezegd hebben; maar de Heer, die goed weet wat er aan de hand is, lijktdaar niet de minste aandacht aan te schenken. En als Hij en de hooggeplaatstemachthebbers van Rome totaal geen aandacht schenken aan deze hele zaak, dankunnen ook wij beiden er geheel zeker van zijn dat deze kwestie niet meer om hetlijf had dan ik je zojuist heb duidelijk gemaakt. Behalve dit wil ik je echter vanganser harte bedanken voor je; zeer vriendelijke aanbod, en wel met de voor mijzeer aangename verzekering, dat ik daar zonder meer gebruik van zal maken.[10] Want er kan voor een eerlijk mens op deze aarde niets heerlijkers bestaan dante leven en te werken in een ware gemeenschap van mensen wier motto 'liefde enwaarheid' is, waar de menselijke waarde van de mens onderling als het heiligsteonderpand van ons bestaan erkend wordt en dus ook als datgene, wat het van Goduit is, en waar voor alle leden als uit één hart de Heer echt leeft, waar ze Hemliefhebben en Hem alleen alle eer geven en ook als uit één mond zeggen: 'De Heer

Page 178: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

178

alleen is alles in alles, en wij zijn louter broeders onder elkaar, waarvan niemandzich ook maar enigszins inbeeldt dat hij meer en beter is dan zijn naaste; en mochter al sprake zijn van verschillen in dit gezelschap, dan moeten die alleen hieruitbestaan, dat de één de ander tot een steeds grotere vriend probeert te zijn, om metvereende krachten alle mensen in de volste waarheid van dienst te zijn!'[11] Ja, vriend Roclus, op aarde is het waarste en in feite ook hemelse beroep vande mens: allen die in het nauw zitten en noodlijdend zijn fysiek en geestelijk tehelpen, waar ook hulp nog maar enigszins mogelijk is! En dat is ook deoverduidelijk uitgesproken liefdewil van de Heer; wie deze liefdewil trouw volgt,zal hiervan zeker ook zelf de vruchten plukken! Deel jij niet ook geheel mijnmening?"

Hoofdstuk 102: Roclus belicht het Farizeeërdom[1] Roclus zegt: 'Ja, reeds van oudsher met heel mijn leven, mijn hart en gevoel,met al mijn gedachten en mijn streven en heel mijn wil, - en nu des te meer, omdatik de Heer heb herkend en Zijn hele wezen voor eeuwig en altijd in mijn hart en inmijn wil heb opgenomen! Ook ben ik nu in mijn woorden en mijn oordeel metbetrekking tot de oude Stahar heel wat redelijker; want de mens die zich in het lichtbevindt, heeft gemakkelijk praten over de nacht. Overdag is er ook wel schaduw,maar onder iedere boom is het nog altijd veellichter dan in de helderste nacht. Enzoals het in de natuur is, zo is het ook in de geest! Bij wie het in hart en ziel dagwordt, die kan zich gemakkelijk druk maken over de nacht van zijn medemens;want zijn Tartarus duistere gedachten zijn nog altijd een helder licht ten opzichtevan de nacht van de lichtste hemelse gedachte van een echte Farizeeër.[2] Want weetje, bij ons Grieken bestaat al heel lang een uitdrukking metbetrekking tot iemand die iets ontzettend doms zegt of doet: 'Die is nog dommerdan een joodse Farizeeër! ' Hiermee wil ik echter in het geheel met zeggen dat demeeste, of zelfs alle, Farizeeën dom zijn; maar van het grote aantal dat er van henis, zijn het er in ieder geval wel veel. Maar over hun domheid wil ik het nog nieteens zozeer hebben; maar dat de meeste Farizeeën uiterst kwaadaardige enonverzoenlijke, wraakzuchtige mensen zijn, dat is een algemeen erkende waarheiddie helaas maar al te zeer wordt bevestigd door talloze treurige en bittereervaringen. En alleen om die reden ben ik eigenlijk een uitgesproken vijand vandeze mensen; want met hen houdt iedere gemeenschap en iedere vorm vansamenwerken en onderhandelen op, daar houdt alles, alles op![3] Ja, met de Samaritanen kan men goed praten en goed handelen, terwijl die tochook volgens Mozes' leer leven! Ook met de Sadduceeën gaat het nog wel; maarmet die aartsjoden, zoals de Farizeeën zich noemen, is helemaal niets te beginnen!Men telt voor hen alleen maar mee als men zich door hen altijd enorm heeft latenintimideren. Geef alles wat je hebt aan de Farizeeën en sterf dan voor hun vettedeuren van de honger, dan ben je een waar Godskind en word je door de Farizeeënals een heilig en hooggeacht mens betiteld! Wee degene, bij wie ze ook maar eengreintje verstand bespeuren, -die wordt dan altijd scheef aangekeken en zal bij dezeafgunstigen nooit tot enig aanzien komen, tenzij hij hun een groot offer zou

Page 179: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

179

brengen en zich dan met zijn heldere verstand voor de laagste doeleinden totvoordeel van de Farizeeën liet gebruiken! [4] En als je dit allemaal in ogenschouwneemt, wat heeft dit de zoeker naar licht en waarheid dan te zeggen over deaartsjoden, die de ambtelijke titel 'Farizeeër' dragen? Niets anders dan wat ik eensmet mijn hoogst eigen oren vernomen heb van twee weldoorvoede Farizeeën diesamen een eindje liepen te wandelen en mij niet opmerkten! Ik zal ze A en Bnoemen, om het gesprek duidelijker te kunnen weergeven.[5] A zei tegen B met een hese, rauwe stem: 'Luister, dat domme verhaal vanMozes die nooit bestaan heeft, is lang niet slecht! Er is geen spoor van waarheid inte ontdekken en Jehova is een loze, dichterlijke gedachte, en alles wat er in onzeSchrift staat is het werk van mensen, zoals deze een werk van de natuur zijn, diealdoor schept en weer vernietigt![6] God en goden zijn echter alleen mensen die genoeg energie en kracht bezittenom zich dat zelf te maken. Alleen het begin daartoe is moeilijk; is de zaak na velejaren eenmaal goed ontwikkeld en uitgewerkt, dan is alles nog slechts kinderspel.Met enkele schijnwonderen kun je de hele wereld overreden. Je hoeft dan slechtstorenhoge tempels te bouwen en deze van buiten, maar vooral van binnen metallerlei mystiek gedoe te versieren, en de blinde mensheid het bestaan van eenergens vertoevende almachtige god bij te brengen, wiens dienaren en uitvoerdersvan zijn wil natuurlijk niemand anders dan alleen wij, priesters, mogen zijn![7] Je moet, om meer aanzien te krijgen, de mensheid ook belasten met allerleimoeilijk of misschien zelfs onmogelijk op te volgen wetten die zogenaamd vanGod komen en waar zware sancties op staan, en de overtreders steedsmeedogenloos straffen! Daarmee wordt gehoorzaamheid, vrees en zwakheid vanhet volk opgewekt en in stand gehouden; en als je dat eenmaal hebt doorgezet, kunje overal een prima leven als een god hebben.[8] Maar wel moet je er toch altijd de grootste aandacht aan besteden, dat het volkvooral niet meer onderwezen wordt dan slechts in zoverre, dat iemand hooguitzoveel van de taal weet dat hij onze woorden kan begrijpen. Als ze maar iets meerleren, dan zullen er meteen mensen zijn die vragen stellen, omdat ze over allerleidingen iets willen weten! En als mensen vragen beginnen te stellen, dan bewijstdat, dat ze ook al zijn begonnen na te denken; priesters en een door hen moreelbeheerst, denkend volk gaan eeuwig nooit samen![9] De mensen mogen niet veel meer geest bezitten dan een afgerichte os of eenvolgzame ezel; als ze deze grens overschrijden, -dan lijkt het aanzien van depriesters al spoedig op een lek geworden schip! Het volk mag vooral nooit hetminste vermoeden krijgen van onze werkelijke kennis; want zodra dat het geval is,zal het spoedig afgelopen zijn met ons eigenlijke bestaan![10] Daarom komt het er vooral in deze tijd op aan, nu er allerlei verwerpelijkevolks verlichters beginnen op te duiken, dat we mogelijkheden vinden om hen vandeze aardbodem te laten verdwijnen! Ofschoon één zwaluw nog lang geen zomermaakt, is het toch een teken, dat er gauw meerdere zullen volgen. Alleen, erkunnen zoveel zwaluwen komen als er maar willen, ze kunnen hoogstens eengevaar opleveren voor de mussen; maar de volks verlichters zullen voor ons eengevaar betekenen, daarom moet ieder van hen meteen uit de weg geruimd worden!

Page 180: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

180

[11] Dat waren de prijzenswaardige woorden van A, en B, een kleine man metbolle wangen, gaf A volkomen gelijk; alleen trok hij zijn schouders op enverklaarde: 'Dat zal nu wel heel moeilijk zijn vanwege de schrandere Romeinen,door wie onze joden al ongelooflijk voor ons zijn bedorven! En tot overmaat vanramp moest een ware satan ons nog opzadelen met die uiterst lastige Essenen, diebovendien nog onder de bescherming van Rome staan! Als wij nu niet beginnenom door zeer slimme en uiterst geraffineerde bedriegerijen opnieuw in de gunst bijhet volk te komen, dan zal het spoedig met ons zijn afgelopen![12] Wij moeten ons nu met allerlei wonderdoenerij toerusten, omdat daarmeezelfs iemand die al een heldere visie heeft, nog het gemakkelijkst geïmponeerd kanworden; maar de wonderen moeten heel uitgelezen en tot.;lal nieuw en liefst nognooit vertoond zijn, anders lopen we vast, en maken die verwenste magiërs die vanalle kanten naar Jeruzalem stromen, ons verdacht en tenslotte zelfs belachelijk, -vooral nu tot overmaat van ramp ook de Essenen in ons bijzijn wonderenverrichten, wat een grote schande is, en er nu ook nog in Galilea een nieuwe,buitengewoon grote wonderdoener opgetreden is die als het ware regelrechtenergiek tegen ons te velde trekt en ons tot iedere prijs in het verderf wil storten!Die moet echter ook koste wat het kost door ons vernietigd worden, zoals die doperin de Jordaan ook vernietigd moet worden; want die heeft ons al onnoemelijk veelschade toegebracht! Kortom, dergelijke leraren moeten uit de weg geruimdworden, anders komt ons oude volksbedrog op armzalige wijze aan het licht en danis het met ons en met ons comfortabele leventje Voor altijd afgelopen. -Hoe denkjij daarover?' [13] A zei op zijn beurt: 'Ik ben het helemaal met je eens; als deleiders van de tempel, die veel te lauw en daarbij ook uiterst gierig zijn geworden,nu eens een gedeelte van hun reeds onmetelijke schatten wilden opofferen! Maarze denken: 'Wij hebben het onze; hoe het verder ook zal gaan, wij zullen het metonze schatten overal wel prima redden! Zolang de koe melk geeft, zullen wij haarmelken; geeft ze ooit geen melk meer, dan slachten we haar meteen liever zelf enbezorgen ons van haar vlees tot slot nog een heerlijk smakend gebraad!' Ze hebbenhet al te ver laten komen en het zal nu niet gemakkelijk zijn om de mensen zo tebeïnvloeden dat ze alleen ons geloven.[14] Ja, als we de Romeinen aan onze kant hadden, zou het gemakkelijk zijn; maarzoals het er nu voor staat, hebben wij door een beetje politiek te bedrijven enkelHerodes enigszins op onze hand! Met Pilatus valt niet te spreken; want hij is demeest trotse van de Romeinen en laat niemand van de joden, zelfs niet de hoogstgeplaatsten, bij zich toe, behalve als het om hoogst ernstige Romeinse rechtszakengaat, en zelfs dan trekt een jood tegen een Romein altijd aan het kortste eind!,[15] Op die manier praatten deze beiden nog een tijdje door, terwijl ik achter henliep; het zal ongeveer drie weken geleden zijn, dat ik dit prijzenswaardige gesprektoevallig hoorde en wel in de buurt van Bethlehem, waar ik toen moest zijn. En ditgesprek bevestigde mij nog meer in mijn atheïsme; want ik kon hieruit opmaken,dat ook zij, bij wie ik nog het meeste geloof in een God vermoedde, nog geenvonkje geloof in een hoger goddelijk wezen hadden. Ik vond daar mijn reeds langetijd tevoren opgevatte mening, dat iedere godsdienstige leer niets anders dan hetmeest smakeloze en kwaadaardige bedrog is, volkomen bevestigd."

Page 181: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

181

Hoofdstuk 103: Roclus windt zich op over Stahars geestelijke blindheid[1] (Roclus:) 'Pas hier leerde ik weer een ware God in een volmaakt, goed enhoogst wijs mens kennen, en Hij alleen is het en buiten Hem geen enkele meer;want in Hem alleen vind ik al die eigenschappen verenigd die een God volgens hetoordeel van het zuivere verstand moet hebben, omdat Hij anders onmogelijk eenGod kan zijn. Als heiden en voormalig atheïst zag en zie ik dat nu in mijzelfvolkomen in, en ik ben er helemaal van overtuigd, - en dan wil deze oude, strengejoodse dienaar Gods dat niet inzien! En waarom ziet hij dat niet in? Omdat hij nognooit de waarheid heeft gezocht en nog minder ooit de ware God![2] Ik heb bijna de halve aarde afgereisd om de waarheid en een mogelijk wareGod te vinden; maar al mijn grote offers waren tevergeefs! Ik gaf al het zoekenverder op en wierp me in de armen van de wereldse wijsheid en vond daar metmijn heroïsche geest al spoedig voldoening in, en vond ook zoveel innerlijk, zeerwaardevol licht door de geschriften van Socrates, Plato en Aristoteles, dat ikdaardoor begon te ontdekken dat een mens pas door innerlijke liefde en wijsheideen transcendentaal leven kan opbouwen, dat dan niet meer zo gemakkelijkvernietigd kan worden als het leven van het door en door vergankelijke vlees.[3] Hier uit de mond van de Heer van alle leven vernam ik diezelfde leer, maar numet het helderste levenslicht door en door verlicht! De Heer Zelf kwam mij dus,nadat ik zo lang tevergeefs had gezocht, tegemoet en gaf me daarmee hier vlak inde nabijheid van mijn eigenlijke geboortestreek alles, wat ik zo lang tevergeefs inheel de wereld onder veeloffers en inspanningen gezocht heb.[4] En als ik hier de eeuwige en meest levende waarheid zo snel heb kunnenvinden en als zodanig herkennen, waarom deze oude joodse dienaar Gods dan niet?Omdat hij, zoals ik niet alleen uit het gesprek van de beide met elkaar wandelendeFarizeeën, maar ook bij duizend anderen maar al te duidelijk heb gehoord, nognooit naar waarheid heeft gezocht voor zichzelf, en hoeveel te minder voor iemandanders! [5] Hij was om de meest zelfzuchtige en heerszuchtige redenen immersaltijd slechts de grootste vijand van alle waarheid en ieder onderricht aan het volk,en kwam nu ook hierheen en bevond zich meteen in een ware oceaan van hoogsteen diepste waarheden. Zijn huid kon zich er onmogelijk tegen verzetten; maar zijngeest, die nu door de wijn een beetje uit zijn oude lethargie is wakker geworden,laat ons nu allen helder en duidelijk zien dat hij in zijn hart nog een zeer verstokteFarizeeër is![6] Inderdaad al een oude kromgegroeide boom, die moeilijker recht te buigen isdan een jonge; maar bij hem zal ook het langzaam en zeer voorzichtig rechtbuigenwaarschijnlijk wel een totaal vergeefs werk zijn! Hiermee wil ik niet ontkennenwat jij zei, mijn beste vriend Floran, dat namelijk ook deze oude kromme stamuiteindelijk een rechte wordt! Maar van wijn zal hij zich steevast moetenonthouden, anders zal er van het rechtbuigen van zijn aartsjodenstam niet veelterechtkomen!"

Page 182: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

182

Hoofdstuk 104: Stahar vertelt over zichzelf en zijn levenservaringen[1] Stahar staat nu op en zegt een beetje verstoord tegen Roclus: 'Over hetalgemeen heb je het huidige Farizeeërdom niet bepaald onjuist beoordeeld; maarwat jouw oordeel over mij betreft, daarin heb je je behoorlijk vergist! Want ik hebin het geheim evenzeer als jij duidelijk de waarheid van het leven gezocht en hebdie ook pas nu hier in overvloed gevonden, en niemand deed dat meer goed danmij, -en misschien was ook niemand van jullie stil in zichzelf daar zo gelukkig meeals juist ik! Voor mij was en is de waarheid een edelsteen van onschatbare waardedie ik nooit meer kwijt wil, al kreeg ik er de hele aarde voor![2] Ik was en ben nog overgelukkig in dit levenslicht; maar er kwam een wolkjeover mijn gemoed toen ik de Heer zo stevig naar Zijn beker zag grijpen. Waarom?Dat weten jullie intussen al, en Floran heeft met zijn levenswind dit zwarte wolkjehelemaal weggeblazen en heeft daardoor aan mij een zeer goed werk verricht,waarvoor het loon hem niet onthouden zal worden; maar jij, vriend Roclus, hebtmij meedogenloos en ook een beetje fout beoordeeld![3] Dat ik echter nu en ook vroeger nooit zo helemaal tot die Farizeeën hebbehoord zoals jij er net een paar ten tonele hebt gevoerd, wil ik je bewijzen doorjou ten eerste je totaal verkeerde beoordeling van mij van ganser harte te vergeven,en je ten tweede vriendelijk te verzoeken om ook mij samen met Floran in jullieinstituut op te nemen![4] Bij deze gelegenheid maak ik je dan ook bekend dat ik meerdere malen in deraad te Jeruzalem, die tegen jullie instituut is, zelfs het voorzitterschap heb vervuld,en dat jullie instituut veel aan mij te danken heeft! Want volgens het oudespreekwoord, dat vele honden de haas z'n dood zijn, zou ook het instituut te grondezijn gericht als wij alle middelen daartoe hadden aangewend; maar door mijn zekerzeer gedegen tegenspraak is het tenslotte gelukt om jullie instituut in onze buurt tedulden. Want ik maakte de heren van de tempel duidelijk, dat jullie instituut eerderin het voordeel dan in het nadeel van de zaak van de tempel is, omdat daardoorvelen die hun geloof in de tempel allang verloren hebben, juist door de wonderenvan jullie instituut hun ogen weer op de oude tinnen van de tempel zullen richten,waarvan ze uit de Schrift en de mondelinge overlevering nog heel goed weten watvoor buitengewoons er zich allemaal in en omheen heeft afgespeeld.[5] Ik was het ook die de tempel afraadde om tegen de wonderen van jullieinstituut te velde te trekken, omdat de tempel daardoor zijn eigen wonderenverdacht zou maken. En zie, mijn raad werd van de kant van de tempel tot nog toenog altijd zeer gerespecteerd en je kunt niet beweren, dat er door de tempel ooitiets wezenlijks tegen jullie ondernomen is! En als ik mij echter tegen jullie nog alseen aartsjood heb gedragen, dan zal ik dat als lid van jullie instituut zeker nietdoen, en dat nu des te minder, nu wij hier allemaal de grootste levenswaarheidhebben gevonden en een en dezelfde Heer en Meester van eeuwigheid! Als mijnaanbod je bevalt, neem het dan aan, en dan ben ik met al mijn niet zo geringeschatten jullie man in de naam van de Heer!' [6] Hier reikte Roclus geheel ontroerdStahar de hand en zei: 'Wees duizend maal welkom, broeder Stahar! Je zult aanmijn zijde het instituut leiden!" [7] Stahar zei: 'Ja, wat in mijn macht ligt zal ikzonder meer doen; maar zoals je zelf wel duidelijk zult merken, is mijn kracht niet

Page 183: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

183

meer geweldig groot, - want als men ruim zeventig jaar oud is, kan men geenbergen meer verzetten! Wel ben ik voor de rest nog heel flink en heb ik nog echtjeugdige kracht, vooral op mooie, heldere dagen; maar het is met de jeugdigekracht van een grijsaard ongeveer net als met de aangename uren op een mooie enwarme late herfstdag. Een paar uur laat deze niets te wensen over; maar meteendaarna steekt er een gure koude wind op, en met het aangename van de dag is hetafgelopen! [8] Zo is het ook met mij. Vandaag voel ik mij zo sterk als een jongeleeuw, en morgen kan ik me zo ellendig en zwak voelen, alsof vampiers iederedruppel bloed van me hebben opgezogen! En daarom moet je van mijn hulp geenal te grote verwachtingen hebben.[9] Maar mijn vele ervaringen zullen samen met mijn aardse schatten jouweigendom zijn! Je zult ze nog lang heel goed kunnen gebruiken omdat je pas in devijftig bent, watje met mij vergeleken een ware jongelings leeftijd kunt noemen.Maar aan allerlei ervaring ontbreekt het mij werkelijk niet en misschien laat ik jemet mijn vele, belangrijke ervaringen een grotere en voor het leven meerwaardevolle schat na dan met mijn vele goud, edelstenen en parels![10] Ook ik was aanvankelijk een ijverig zoeker naar waarheid. Ik ben ook doorvele landen en steden gereisd en heb waarheid gezocht en mensen, en ik moeteerlijk bekennen dat mijn zoeken niet bepaald zonder succes is geweest. Ik nam inmezelf vaak hele lichte momenten waar. Maar zoals het in deze wereld de mensenal altijd vergaat, zo verging het ook mij. Vandaag is men heel helder en licht, maarmorgen doen zich allerlei domme aardse zorgen voor en verduisteren het gemoedvan de mens geheel en al, en het zich in de geest concentreren helpt dan niets.[11] De wereld bestormt ons gemoed meedogenloos en zonder ons te sparen, enverwoest niet zelden ieder spoor van een hoger en innerlijk levenslicht. En bekijktmen zichzelf na allerlei dergelijke wereldstormen, dan ziet het er in het hart precieszo uit als in de grote zandwoestijn, de Sahara in Afrika; al het hogere leven ligtdaar als dood terneer, en begint men het weer wakker te schudden en op te richten,dan heeft men het gevoel alsof men op een woeste steppe akkers, tuinen enweilanden begint aan te leggen! [12] Ja, het behoort wel niet bepaald tot deonmogelijkheden om op de wereld ook van een zandsteppe vruchtbaar land temaken; maar daar is veel werk en geduld voor nodig! Men zou eerst goede puttenmoeten boren, en dan van ver, van een ander gebied goede grond moeten halen endaarmee het zand overal dik genoeg moeten bedekken; dan zou men vanuit deputten waterleidingen naar alle kanten moeten aanleggen en de grond die over hetzand heen ligt flink water moeten geven, op die manier zou een voormaligezandsteppe zeker spoedig in een paradijs veranderd kunnen worden. Maar wie zouer voor zo'n werk genoeg tijd en zin hebben, en wie de vereiste middelen?[13] En, vriend, precies zo gaat het met een mens die door de verschillendewereldstormen een ware levens zandsteppe is geworden! Het ontbreekt niet zozeeraan de mogelijkheid om een volledig lichtmens te worden; maar waar haalt demens de kracht, het geduld en ook de vereiste middelen vandaan, vooral als hij erbijna geheel alleen voor staat?! Ja, hier bij deze buitengewone, nog nooitvoorgekomen gelegenheid wordt natuurlijk de meest woeste zandsteppe noggemakkelijk tot een bloeiend paradijs, fysiek en geestelijk! Dat komt door de

Page 184: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

184

almacht van de Heer die van water de beste wijn en van stenen het best smakendebrood kan maken! [14] Ik heb echter vijftig jaar lang intensief aan mezelf gewerkten daar tot nog toe niets mee bereikt; en nu heb ik helemaal niet meer gewerkt enwilde ook van geen enkele arbeid meer iets horen, en juist nu in mijn werkelozetoestand heeft de Heer mij meer gegeven dan ik ooit heb gezocht! Daardoor is mijnoude levens zandsteppe nu wel veranderd in een weelderige levenstuin; maar daarheb ik in het geheel niet de hand in gehad, maar de Heer heeft het vrijwilliggedaan! En zoals het hier nu met mij en mijn negenenveertig collega's het geval is,zo was het ook het geval met vele anderen, waarop jijzelf geen uitzondering bent![15] Ik ben er al heel vaak getuige van geweest dat de mensenjuist datgene wat zevaak het ijverigst zoeken, zelden vinden, en dan ook nog het allerminst op hetmoment dat ze het zoeken. Als iemand onderweg iets heeft verloren, omkeert enijverig zoekt naar hetgeen hij verloren heeft, dan vindt hij zeker alles eerder danjuist dat wat hij kwijtgeraakt is. En een totaal vreemde die later op dezelfde wegloopt, vindt heel toevallig en gemakkelijk wat zijn voorganger, die hem zekerhelemaal onbekend is, verloren heeft. Waarom wordt het verlorene gevonden dooriemand die het heel zeker nooit gezocht heeft, en waarom niet door degene die hetis kwijtgeraakt en meteen daarna ijverig is gaan zoeken? Wat dat betreft hebben deheidenen nagenoeg gelijk, die zulke verschijnselen 'streken van het lot' noemden!"

Hoofdstuk 105: De onbegrijpelijke wegen van de Voorzienigheid. WaaromStahar ten aanzien van de heer twijfelde[1] (Stahar:) 'Zo zoekt bijvoorbeeld een jonge man een bruid. Hij klopt hier en daaraan en krijgt de ene afwijzing na de andere. Hij wordt daar heel kwaad om en zegt:'Nee, nu heb ik er genoeg van! Ik blijf ongetrouwd en zal mijn huishouden zo goedals dat mogelijk is zelf voeren! ' En nu hij er serieus van afziet om een bruid tezoeken, komt de zaak er al gauw heel anders voor te staan! Nu komen er tientallenbruiden, aan iedere vinger tien als hij ze maar kon onderhouden! Ja, waarom dannu en niet vroeger, toen hij de bruiden zocht?[2] Een derde gaat vissen, juist als het hard nodig is omdat hij vis voor de marktmoet hebben. Hij slooft zich een hele nacht uit, ruim voorzien van alle knepen enandere kunstgrepen voor het vissen, en zijn netten blijven leeg. 's Morgens geeft hijzijn hele visserij totaal mismoedig op, werpt echter zijn netten puur voor de graptoch nog een keer uit, en wel in de volle overtuiging dat hij geen enkele vis zalvangen. En kijk, de uitgeworpen netten beginnen te scheuren enkel door het groteaantal mooie en edele vissen dat hij vangt. Ja, waarom dan nu opeens zoveel -endaarvóór gedurende de hele nacht niets?[3] Zo smachtten de mensen ook ettelijke duizenden jaren onder het juk van dedikste duisternis van allerlei bijgeloof. Duizend maal duizenden zochten het echte,ware levenslicht. Maar wat vonden ze? Precies datgene wat wij beiden tot opheden gevonden hebben, namelijk -niets! Wat restte tenslotte jou en mij en zo ookvele duizenden? Niets anders dan heel tactisch mooi vast te houden aan wat wehadden en wat we ons door allerlei ervaringen eigen hadden gemaakt! Nu, aan heteind van ons aardse leven hebben we niets meer gezocht, en zie, als bij toverslag is

Page 185: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

185

de poort van het oude godslicht opengegaan en wij ademen nu stromen licht in!Waarom dan nu en waarom vroeger niet? -Zie, zo gaat het in de wereld en zo wilde Heer het kennelijk! En waarom het juist zo en niet anders is en kan zijn, dat zalde Heer ook geheel alleen weten![4] Daarginds aan de tafel bij de Heer zitten Zijn voornaamste leerlingen. Wie zijndat dan? Ik ken ze allemaal! Het zijn vissers, nauwelijks een paar van hen kunnenlezen en schrijven, -verder eerlijke en ijverige mensen! Van hen had er zeker geen,zoals wij beiden, hogere en diepere levenswaarheid gezocht, -en zie, zij hebben eenlicht gekregen eerder dan wij die ons hele leven lang hebben gezocht! Geloof me,onze namen zullen ondergaan als het licht van een vallende ster en als dat van eenbliksem; maar hun licht en hun namen zullen schitteren tot aan het eind aller tijdenen gedurende de eeuwigheid! -Wie is er nu beter aan toe, iemand die verder als eenheel eerlijk mens op aarde heeft geleefd en gehandeld, of iemand die zijn heleleven heeft gewijd aan onderzoek naar de innerlijke, diepe levenswaarheden?[5] De huisorde van de Heer is en blijft voor de sterfelijke mens altijd eenonoplosbaar raadsel. Maar wat kan de machteloze mens anders doen dan de zaakmet alle geduld zo nemen als hij komt; want door ons kan hierin niets bepaald enveranderd worden! Of kunnen wij nu of ooit eerder gezorgd hebben, dat wij nu zotoevallig als maar mogelijk is het allerkolossaalste en intensiefste levenslichtbereikt hebben? We zochten lang genoeg met alle lantaarns om ons van een wareGod tenminste zoveel begrip te verschaffen, dat we met volle overtuiging aanhadden kunnen nemen dat er een God moet zijn die alles leidt en beheerst. Maartevergeefs! [6] Wat wij zochten, verdween steeds verder in het niets en wijstonden toen, volkomen naar waarheid, spoedig geheel zonder een God op deuitgestrekte aarde. Jij werd een Esseen en als zodanig een magiër in optima forma*(* in beste vorm) Ik daarentegen bleef uiterlijk gezien een overtuigde Farizeeër enverrichtte als zodanig flinke wonderen van schijnbare vroomheid voor het blindevolk. En zo leefden wij beiden nu geruime tijd heel onschuldig verder.[7] De weg hierheen naar de oude visser Marcus zijn wij beiden voor ons plezierheel vaak gegaan. Hebben wij echter ooit ook maar het minste Voortekenwaargenomen dat voor ons beiden hier eenmaal het grootste levenslicht zouopgaan, dat wij juist hier de enig ware God, van wie wij niet één keer ondanks allezoeken ooit enig begrip konden krijgen, niet alleen begripsmatig, maar -incredibiledictu** (** ongelooflijk om te zeggen) - zelfs volkomen persoonlijk zouden lerenkennen, en dat op een manier die niet de minste twijfel laat bestaan? Kijk, zo gaathet met alle dingen vanuit God! Als men eigenlijk helemaal niets meer zoekt, danvindt men vaak duizendmaal meer dan men gezocht heeft![8] Je hebt je weliswaar daarstraks aan mij gestoord toen ik bepaalde uitlatingendeed die de Godheid van de Heer, waar absoluut niet aan te twijfelen valt, intwijfel trokken. Heimelijk beviel jouw ernst mij, en als het menens was geweestmet mijn voorgewende twijfel, -geloof me, dan had ik je ook wel van repliekgediend! Maar heimelijk verheugde ik me echt over jou; want ik dacht bij mezelf: 'Als je wist, waarom Ik nu eigenlijk precies mijn twijfels naar voren bracht, dan hadjouw hart moeten jubelen! Het verbaasde mij alleen, dat je daarbij de vrolijkegelijkmoedigheid van de Heer over het hoofd hebt gezien, en dat je de ware

Page 186: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

186

diepgang van de woorden die Raphaël tot jou richtte niet geheel vatte. Daarom zegik je nu nogmaals, dat de vele ervaringen die ik heb opgedaan van grote waardezijn! Vriend, wie Albions (Engelands de Uitg.) kusten heeft gezien, heeft beslistheel wat ervaren! [9] Als jij twintig vrienden uitkiest waarvan is gebleken dat zegoed en oprecht zijn, dan kun je er op rekenen dat er zich onder hen beslist eenverrader bevindt, die bij de eerste de beste gelegenheid een schurk kan zijn! Ik stahier aan het hoofd van negenenveertig collega's, kun jij dan met zekerheidaannemen dat er niet één bij is die met twee tongen praat?! Maar sapienti pauca* (*Een wijze heeft maar een half woord nodig), -je begrijpt me hopelijk; want menkan er nog altijd beter niet te hard over praten! Dat was ook de reden dat ik vantafel opstond om een eindje verderop iets vrijer een paar woorden met jou tekunnen wisselen. Op mijn vriend Floran kun je bouwen, dat klopt, maar danblijven er nog achtenveertig over; en het is zeer noodzakelijk dat we ons er van tevoren volledig van vergewissen hoe ze er innerlijk over denken voordat we methen een geheel nieuw veld gaan bebouwen![10] Jij was een volslagen atheïst, ik niet minder! Maar sommigen van dezenegenenveertig collega's waren daar altijd te dom voor; die geloofden in hetoverduidelijke bedrog van de tempel. Daarom kunnen het alleen maar bijgelovige,oerdomme fanatici zijn! En geloof me dat zulke mensen altijd gevaarlijker zijnvoor ons, ware mensen, dan een hele kudde leeuwen! Daarom is het hier zeker opz'n plaats om op onopvallende manier je verstand te gebruiken. En zie, dat ikschijnbaar tegen de Heer in opstand kwam, heeft goed gewerkt! De meesten gavenmij ongelijk en zijn het eens met de wijze Floran; er zouden er nog slechts een paarkunnen zijn die eerder op mijn hand zijn dan op die van Floran. Maar zelfs diemenen, dat ik mogelijkerwijs misschien toch wel een beetje te ver ben gegaan!En,beste vriend Roclus, oordeel nu naar eer en geweten, ten eerste of ik juistgehandeld heb, en ten tweede of ik net als Floran jouw vriendschap waard ben!'

Hoofdstuk 106: Het beperkte inzicht van de engelen in het denken van deHeer[1] Roclus zegt: 'Mijn zeer gewaardeerde Stahar, zoveel woorden waren daarwerkelijk niet voor nodig; want Ik wist met jou toch wel meteen :waar ik aan toewas, en ik denk werkelijk en hoop ook zeker dat wij belden, een en hetzelfde doeldienend, gezegend en succesvol zullen werken. De Heer zal ons met Zijn hulp nietverlaten, en daarom gaan wij vast een mooie toekomst tegemoet, die hier op aardewel nooit geheel, maar toch wel aan gene zijde schitterend in vervulling gaat. -Maar laten we. nu weer naar onze plaats gaan! De enigszins onaangename windwordt minder, en toch blijft het firmament met zijn ontelbaar vele sterren totaalhelder. Als ik me niet vergis, maakt de Heer aanstalten om weer iets te gaan doenof ons een nieuwe les te verkondigen, -en dan moeten we geheel oog en oor zijn!"[2] Stahar ziet dat ook en zegt: 'Ja, ja, je hebt gelijk, er gebeurt iets, en zo te zienweet ook Zijn naaste omgeving niet wat er te gebeuren staat! Cyrenius vraagt Hemblijkbaar heimelijk wat Hij van plan is; ma.ar deze keer schijnt de Heer niet

Page 187: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

187

rechtstreeks antwoord te willen geven! Ja, ja, mijn beste Cyrenius, een God is nogwel iets meer dan zo'n keizer van Rome.[3] Roclus zegt: 'Ik heb de indruk dat je nog altijd.een beetje in je maag zit met deRomeinen! Maar dat geeft met; want hier en daar hebben ze zich wel watoverdreven als heersers van de wereld opgesteld! Maar nu op onze plaats!'[4] Ze gaan nu beiden naar hun tafel. Als Stahar zijn plaats weer inneemt, vragenhem meteen enkelen wat hij toch allemaal met die Griek besproken heeft; Staharwijst hen echter terecht wegens zulke vrouwelijke nieuwsgierigheid en zegtvoorlopig niets. [5] Roclus wordt door Raphaël een beetje onder handen genomen:Wel, gaat het nu beter met je?"[6] Roclus zegt: 'Zeker; want nu weet ik uit eigen ervaring waar Ik aan toe ben metde oude Stahar en ik ben er bijzonder blij mee, dat ook door Stahar mijn meninghelemaal bevestigd wordt dat bijna geen enkele priester, welke leer hij ookaanhangt, zelf datgene gelooft wat hij de andere mensen te vuur en te zwaard laatgeloven! Want ook Stahar was, evenals ik, geheel en al atheïst, en hij is net, zoalsik, pas hier werkelijk in God gaan geloven. Maar nu geen woord meer hierover!Vriend uit de hemelen, merk je niet dat de Heer iets van plan is? Hij gaat ofwel ietsdoen ofwel iets zeggen'[7] Raphaël zegt: 'Inderdaad; want de Heer rust nooit en is altijd oneindig veel vanplan! Waarom zou Hij nu opeens minder van plan zijn dan anders?!'[8] Roclus zegt: 'Mijn hemelse vriend, dat weet ik even goed als jij; maar het gaater hier nu alleen maar om, of Hij nu niet iets heel bijzonders wil gaan doen!"[9] Raphaël zegt: 'Nu ja, je zult wel zien wat er gaat gebeuren. De Heer openbaartons dan ook niet altijd wat Hij wil doen, ofschoon wij de gepersonifieerdeuitdrukking zijn van Zijn aartswil (hoogste wil) .Wij staan het dichtst bij Hem alsuitvloeisel van Zijn oergoddelijke leven, willen en zijn, en in feite zijn we nietsanders dan de uitdrukking van de goddelijke wil en de goddelijke kracht; echterniet in Zijn persoonlijke wezen, maar wij zijn los daarvan aanwezig en werkend.Rondom God zijn wij zo ongeveer datgene, wat het uit de zon naar buitenstromende licht is, dat ook overal waar het maar komt alles met leven vervultontwikkelt, opwekt, doet rijpen en voltooit. [10] Als jij een spiegel naar de zon toehoudt, dan zie je in de spiegel precies de weerspiegeling van de zon, en delichtstraal die vanuit de weerspiegeling van de zon naar jou toestroomt zal jou evengoed verwarmen als de straal die direct uit de zon zelf komt; en als je dezonnestraal met een Alexandrijnse spiegel opvangt, die men ook wel een hollespiegel noemt, dan zal de weerkaatste straal een veel grotere licht en warmteontwikkeling te zien geven dan het licht dat direct van de zon naar buiten stroomt.En dat is wat wij aartsengelen in geestelijke zin zijn; ieder geestelijk vervolmaaktmens zal eveneens zo zijn, maar dan in een nog veel hogere graad.[11] Maar zoals desalniettemin toch geen enkele spiegel, ook geen Alexandrijnse,alles in zijn spiegelbeeld kan opnemen wat er in zijn totaliteit binnen in de zon isen gebeurt, zo kan ook ik niet in mijzelf waarnemen wat de. Heer in Zichzelf denkten besluit. Op het juiste moment begint Zijn wil dan wel naar buiten toe uit testralen en ik, evenals allen die zijn zoals ik, nemen die wil dan meteen volledig inons op en dragen hem uit in de gehele oneindigheid; daarom dragen wij ook

Page 188: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

188

vanwege deze eigenschap de naam 'aartsboden', omdat wij de uitdragers en deuitvoerders van de goddelijke wil zijn. En zie, mijn gewaardeerde vriend Roclus,ook nu besluit de Heer iets in Zichzelf; maar ik weet niet waar het uit bestaat,omdat de Heer het nog in Zichzelf vasthoudt en nog niet naar buiten laat stromen![12] O, er is in de Heer nog zo eindeloos veel wat wij niet kennen en ook nooitzullen kennen door middel van onze onderzoekingsdrang! Maar als Hij het wil, danworden wij het gewaar en dienovereenkomstig volop werkzaam. Trouwens, jijmoet ook zelf opletten! Er zal heel wat komen; maar wat dat is zullen we zekerspoedig te zien krijgen!" [13] Roclus begreep de woorden van Raphaël en had erbewondering voor dat hij ook met de Alexandrijnse spiegels bekend was, waarvanhij er tijdens zijn reizen in Egypte enkele gezien en uitgeprobeerd had en ook eenhad aangeschaft voor het instituut.

Hoofdstuk 107: Een voorspelling van de Heer over de toekomst: devolksverhuizing[1] Er ontstond nu tegen het midden van de zeer heldere sterrennacht een grotestilte. Aller ogen en oren waren uiterst gespannen op Mij gericht; want allenverwachtten een lering of een daad van Mij. En Ik liet hen een tijd lang in dezevoor hun ziel hoogst weldadige spanning.[2] Na ongeveer ruim een half uur verhief IK mij snel en zei met luide stem: 'Mijnkinderen, broeders en vrienden! Ik zie dat jullie er allemaal in zeer gespannenverwachting naar uitzien of Ik niet iets zal doen of zal zeggen. Maar waarlijk, Ikzeg jullie dat Ik dit keer verder niets te zeggen en te doen heb bij jullie; want Ikheb gedurende de tijd van zeven dagen dat ik bij jullie was bijna alles uitputtendbesproken, en gedaan wat voorlopig voor jullie nodig is om in de komende tijdMijn rijk volledig in je hart op te nemen. Maar jullie grote gespannenheid zet Meertoe aan om voor jullie nog steeds iets te zeggen en te doen, ofschoon ook Mijnledematen enigszins moe zijn geworden. Maar wat doet de liefde der liefde nietallemaal? Luister dus aandachtig en doe je ogen wijd open![3] Morgen nemen wij voor langere tijd afscheid en Ik zal over bijna een jaar dezestreek weer bezoeken en met Mijn voeten betreden; maar omdat Ik hier zo'n groteoverwinning heb bevochten en daarom een blijvend monument in de vorm van ditbadhuis en de nieuwe haven heb opgericht, dat niet gemakkelijk ooit geheelverwoest zal worden -behalve in een tijd dat het geloof aan Mij zal verdwijnen endaarmee de liefde -, wil Ik dan ook nog iets doen. Dan echter, als geloof en liefdeonder de mensen niet meer zullen bestaan, zullen hordes barbaren deze landenbinnenvallen en alle gedenktekens verwoesten van deze grote tijd, die zich sindsMozes tot aan Mij over deze landen heeft uitgebreid.[4] Dit zou wel gemakkelijk te verhoeden zijn; maar toch zal het niet verhoedworden. Dit badhuis zal nog wel bestaan en de haven, en het wordt niet verwoest inde tijd dat Jeruzalem zal vallen; maar toch zal het geen vijfhonderd jaar oudworden. Want Ik zeg jullie, met Jeruzalem zal het beginnen; maar de mensenzullen zich niets gelegen laten liggen aan de waarschuwing die aan Jeruzalem zaluitgaan, en ze zullen vervallen in allerlei arglist, wereldsgezindheid, kwaad, trots,

Page 189: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

189

leugen, zelf en heerszuchthoererij en echtbreuk. Dan zal er een volk opstaan in hetverre Oosten en deze landen overspoelen als een grote Egyptischesprinkhanenplaag en alles verwoesten: mensen, vee en alle steden, plaatsjes,dorpen en afzonderlijke woonhuizen, en dat volk zal dan de volkeren tot ver inAzië Afrika en Europa onderwerpen, net zo lang tot er over alle goddelozen eengroter en algemener gericht zal komen![5] Maar allen die Mij in hun geloof en hun liefde trouw zullen blijven, zullen voorhet gericht gespaard worden; want Ikzelf zal Mij voor hen met het zwaardomgorden en voor hen te velde trekken. En iedere vijand zal moeten wijken voorMijn zwaard! Het zwaard zal heten 'Immanuel' (God de Heer met ons), en descherpte ervan zal de waarheid zijn, en de aanzienlijke zwaarte ervan de liefde vanGod, de Vader van Zijn trouwe kinderen. Wie wil strijden, moet dat doen met descherpte van de waarheid uit God en met de kracht van de liefde uit het hart van deVader van eeuwigheid! Met dit wapen toegerust zal hij triomferen over iederevijand van Mijn naam, en derhalve over de vijand van het leven en de waarheid!"

Hoofdstuk 108: Het tijdperk van de techniek[1] (De Heer:) 'Tenslotte zal er een tijd komen dat de mensen erg knap en handig inalle dingen zullen worden, en allerlei machines zullen bouwen die alle menselijkearbeid zullen verrichten als levende, met verstand begaafde mensen en dieren;daardoor zullen echter vele mensenhanden werkeloos worden, en de maag van dearme, werkeloze mensen zal veel honger kennen. De ellende van de mensen zaldan een ongelooflijke hoogte bereiken. Dan zullen er weer mensen door Mijworden opgewekt, deze zullen meer dan tweehonderd jaar lang de waarheid vanMijn naam verkondigen. Degenen die hun woorden ter harte zullen nemen, zal hettot heil strekken, ofschoon hun aantal maar klein zal zijn![2] En als het aantal zuivere en goede mensen zoals in de tijden van Noach sterkzal afnemen, dan zal de aarde nogmaals geteisterd worden door een algemeengericht, waarbij noch de mensen, noch de dieren, noch de planten gespaardworden. Dan zullen de mensen niets meer hebben aan hun vuur en dood spuwendewapens, niets aan hun vestingen en hun IJzeren wegen, waarop ze met de snelheidvan een afgeschoten pijl zullen voortsnellen; want uit de lucht zal een vijandkomen en allen vernietigen die steeds kwaad hebben gedaan. Dat zal werkelijk eentijd zijn van ware zuivering, zoals destijds in de tempel.[3] Wat Ik onlangs in Jeruzalem in de tempel met de geldwisselaars enduivenhandelaren heb gedaan, dat zal Ik dan op grote schaal doen op de geheleaarde. Ik zal alle handelshuizen en geldwisselplaatsen vernietigen door de vijand,die Ik vanuit het verre luchtruim naar de aarde zal zenden als een bliksemschichtmet veel geraas en gekraak. Waarlijk, daartegen zullen alle legers van de aardetevergeefs vechten; maar Mijn weinige vrienden zal de grote, onoverwinnelijkevijand geen leed aandoen, hij zal ze sparen voor een geheel nieuwe kweekplaats,waaruit nieuwe en betere mensen zullen voortkomen![4] Begrijp dit goed! Denk vooral niet dat Ik dat allemaal zo wil hebben en dat hetdaarom al allemaal zo bepaald zou zijn! Dat alles zij verre van MIJ en jullie! Maar

Page 190: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

190

het zal zijn als vóór de tijd van Noach: de mensen zullen van hun omvangrijkewereldse kennis en hun verworven kundigheden een steeds slechter gebruik makenen geheel uit vrije wil allerlei gerichten uit de diepten van Mijn schepping overzichzelf en tenslotte over de gehele aarde afroepen. Maar daar zeg ook Ik dan metjullie, Mijn achtenswaardige Romeinen: Volenti non fit iniuria!*( *Aan degene,die wil, geschiedt geen onrecht!) [5] Ja, mensen die maat weten te houden en hungrenzen kennen, zullen alles hebben en zich allerlei gerieflijkheden voor het aardseleven verschaffen en hun handen sparen voor zware werkzaamheden, om zo des temeer tijd te verkrijgen voor de bewerking en veredeling van hun hart en ziel, en zezullen allen op gelijke wijze gedurende hun hele leven vol vreugde zijn in Mijnnaam; en onder hen zal niemand lijden en treuren, behalve iemand die moedwilligzondigt tegen iedere bestaande orde in Mijn naam![6] Maar wanneer met de op natuurlijke wijze toenemende kundigheid van demensen ook hun zelfzucht, hebzucht en heerszucht zal toenemen en gelijktijdig deverduistering van de gemoederen der mensen, dan kunnen de slechte gevolgendaarvan natuurlijk niet uitblijven! Want als jullie je voeten snel aldoor maar verderen verder verplaatsen, kan het gevolg van het snelle voorwaarts gaan nietuitblijven. En wie met het voorwaarts lopen aarzelt, moet ook aanvaarden dat hijzelfs door een slak ingehaald wordt. Van een hoogte naar beneden vallenveroorzaakt, zoals bekend, de dood van het lichaam; maar als iemand dat uitervaring weet en dan toch van een grote hoogte in de diepte springt, -wat is datdan? [7] Zie, dat is blinde moedwil, en het kwade gevolg daarvan wordt nietveroorzaakt door Mijn wil, maar door de onveranderbare wet van Mijn eeuwigeorde, die met op een speciale plaats, en al helemaal niet in het algemeen opgehevenkan worden! Of denken jullie soms dat Ik het vuur zijn vernietigende hitte moetafnemen, opdat een dwaas die zich in het vuur stort geen schade zal lijden?! Ofmoet Ik het water de eigenschap ontnemen dat het water is waarin de mens spoedigstikt, als hij er ofwel door eigen onvoorzichtigheid, of door geweld van iemandanders of moedwillig invalt?!'

Hoofdstuk 109: Over het gericht dat de mensen zelf veroorzaken[1] (De Heer: 'Kijk naar de bergen. vol bossen en struiken! Kijk, deze zuigen in debenodigde juiste hoeveelheid alle voor hen geschikte natuurgeesten (elektriciteit,magnetisch fluïdum) op. Ga maar eens alle bergen ontbossen, dan zullen jullie degevolgen daarvan, die zeer bitter smaken al binnen korte tijd merken! Daardoorzullen grote massa's vrije ruwe natuurgeesten de lucht, die de hele aarde omgeeft,steeds meer gaan bevolken. Omdat deze natuurgeesten geen geschikte behuizing enwerkterrein kunnen vinden, zullen ze zich massaal gaan verenigen en door hunonrust en door hun honger en dorst (neiging tot assimileren) de verschrikkelijksteen alles vernietigende stormen veroorzaken en hele landen zodanig te gronderichten, dat daar honderd of duizend jaar lang niets anders te voorschijn zal komendan hier en daar een mosplantje, zoals er op de wijde aarde tegenwoordig nogsteeds zulke uitgestrekte plaatsen en vlaktes zijn, waar men vele dagen doorheen

Page 191: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

191

kan trekken en waar even weinig groeit als op de woeste en doodse kalksteen aande oevers van de Dode Zee in Beneden Palestina, waarheen de Jordaan stroomt.[2] Ja, is dat daarom soms Mijn wil? O neen! Want omdat het noodzakelijk is datde mensen vrij willen en ook vrij moeten handelen om ook in de geest mens teworden, wil Ik Zelf helemaal niets -al maken de mensen het nog zo bont -, maar Iklaat enkel toe dat de mensen ongestoord datgene bereiken waar ze zich zo vooringespannen hebben, alsof al hun levensgeluk daarvan afhing. Of de gevolgen dangoed of slecht zijn, dat maakt voor Mij geen verschil! Zelf scheppen, -zelf hebben!Ook al weet Ik wat er daarna verder zal gebeuren, dan kan en mag Ik toch niettussenbeide komen met Mijn almacht; want als Ik dat doe, dan houdt de mens opeen mens te zijn. Dan is hij alleen maar een tot leven gebrachte machine en verderniets en kan voor zichzelf en voor Mij eeuwig geen waarde hebben. Want dan lijkthij op een schrijver die uit zichzelf nog geen lettergreep kan schrijven, en wanneerhij dan toch moet schrijven, zijn hand van A tot Z moet laten leiden door iemanddie wel de schrijfkunst machtig is; en als hij op deze wijze een artikel heeftgeschreven, begrijpt hij dit zelf toch nog niet. Ook al heeft hij op deze manierhonderdduizend brieven geschreven, dan is hij zelf toch evenmin een schrijver alsde pen waanneer hij heeft geschreven. Ook de mens van deze aarde zou evenmineen mens zijn, als zijn vrije wil niet constant onaangetast zou blijven, en zo ookzijn handelen daarnaar.[3] De wil kan wel door allerlei lering en wetten gereguleerd worden; maar nocheen leer noch een wet is voor de vrije wil een belemmering om datgene uit tevoeren wat hij wil. Als de wil van de mens een leer of een wet als richtsnoer voorzijn handelingen wil aannemen, dan zal hij zichzelf daar zonder enige innerlijkedwang naar richten; wil hij dit echter niet dan kan geen enkele macht van dewereld en van de hemelen hem daartoe dwingen -en mag dit ook niet! Want zoalsgezegd, zonder de vrije wil is de mens geen mens meer, maar een pure door denatuur levend gemaakte machine, net zoals de machines die de mensen in de loopder tijd zullen uitvinden en die hetzelfde kunstige werk zullen verrichten, waartoenu nog nauwelijks iemand in staat is. Maar niettemin zal zo'n machine geen menszijn, noch wat vorm betreft en nog minder wat betreft het vrij kunnen werken vanhet inwendige; want dat heeft geen vrije wil en kan daarom ook eeuwig geenzelfstandige handeling uit zichzelf verrichten. Wat de wil van de mens erin heeftgelegd, zal de machine ook verrichten, en nooit of te nimmer iets anders.[4] De mens echter kan uit zichzelf alles wat hij maar wil, en niemand kan hem datbeletten. En zo kan de mens met de aarde die zijn lichaam draagt en voedt, doenwat hij wil, en moet dan meestal door de gevolgen ervan leren of zijn wil goed ofslecht was. [5] En om die reden heeft ieder mens een verstand en het daaruitvoortkomende oordeel. Hij kan daarom door lering, door wetten van buiten af endoor allerlei ervaring wijs worden gemaakt en kan dan voor het goede, juiste enware kiezen en zichzelf in zijn handelen daarnaar richten; maar dan is hij daarbijtoch niet aan dwang onderworpen, want hij kiest immers zelf vrij wat hij als goed,juist en waar erkent.[6] Dat mensen echter meestal om tijdelijke, aardse redenen vaak alles wat zij alsgoed,juist en waar erkend hebben toch met voeten treden en in hun handelen juist

Page 192: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

192

het omgekeerde blijken te doen, kunnen wij nu al dag in dag uit maar al teduidelijk aan honderden mensen zien, en daaruit blijkt dan weer dat de vrijheid vande menselijke wil door niets bedreigd of beperkt kan worden. En zo is het ookgoed mogelijk dat de mensen in de loop der tijden grote dingen kunnen uitvinden,en op die manier ook zo kunnen gaan inwerken op de natuur van de aarde dat hetuiteindelijk gewoon niet anders kan dan dat deze lek wordt. De gevolgen daarvanzullen natuurlijk niet aangenaam zijn en lijken op een zekere straf voor de verkeerdgebruikte wil, maar ze zijn op geen enkele manier door Mij gewild, maar door dewil van de mensen veroorzaakt. [7] Willen de mensen nog een keer een zondvloed,dan hoeven ze de bergen maar ijverig af te graven en te doorboren, dan zullen zedaardoor de sluizen openen voor de onderaardse wateren! Willen ze de geheleaarde in vlammen zien, dan hoeven ze maar ijverig alle bossen te vernietigen, ende natuurgeesten (elektriciteit) zullen dermate toenemen, dat de aarde opeens ineen bliksemvuurzee gehuld zal worden! Ben Ik het dan soms, die de aarde door hetvuur wil teisteren?! Leer daarom de mensen om wijs te zijn, omdat ze anders zelfhet gericht over zich zullen oproepen! Ik weet echter dat het zal gebeuren, en tochkan en mag Ik niet belemmerend daartegen optreden door Mijn almacht, maarslechts door de leer. Begrijpen jullie dat?"

Hoofdstuk 110: De toekomstige teistering van de aarde. De kinderen van Godzullen geborgen zijn[1] Cyrenius zegt: 'Begrepen hebben we het zeker; maar dit begrip heeft weinigtroostends voor de mensen van deze aarde! Wat heeft de beste leer voor zin, als demensen daar mettertijd weer afvallig van kunnen worden en dan bijdragen tot hette gronde richten van de hele aarde! Ja, als wij, die nu Uw getuigen zijn, eenminstens duizendjarig leven zouden hebben en onze jongste leerlingen dan ook nogeens zo'n lang leven, dan zou dat voldoende zijn om de leer zuiver te houden; maarals U ten eerste Zelf volgens Uw niet onduidelijke woorden daarover, deze aardelichamelijk verlaat, en ten tweede de tekenen ook zeldzamer zullen worden, -ja,dan weet ik niet wie er dan de schuld van is als de aarde door de pure domheid vande mensen uiteindelijk geheel en al te gronde wordt gericht! Wat heeft het voor zinals de aarde van nu af aan nog ternauwernood een paar duizend jaar behoudenblijft, maar dan kennelijk toch nog te gronde wordt gericht?'[2] IK zeg: 'Vriend, ook al zul je in die tijd niet zo grofstoffelijk voortleven als jenu leeft, denkt en spreekt, toch zul je als geest, in een veel helderder bewustzijnvan jezelf, krachtiger en machtiger voor eeuwig voortleven, en je zult oog enoorgetuige zijn van alles wat er zal gebeuren en door Mij noodgedwongen wordttoegelaten; en dan zul je het zeker allemaal juist vinden, en je zult zelf nog heelwat bijdragen aan de tuchtiging van de mensen, en je zult samen met miljoenenandere geesten Mij vele malen verzoeken de aarde een nieuwe inrichting en vormte geven! Maar Ik zal jullie dan altijd tot geduld en liefde manen.[3] En als het op de aarde dan ooit echt flink tekeer begint te gaan, dan zul jij inMijn rijk grote vreugde hebben en zeggen: 'Nou, eindelijk laat de Heer vanwege deten hemel schreiende ongerechtigheid der mensen ook op de materiële aarde weer

Page 193: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

193

eens Zijn tuchtroede voelen!' En je moet ook niet vergeten, dat Ik het nooit heblaten ontbreken aan mannen die van Mijn geest vervuld zijn, ook niet onder deonwetendste heidenen! Er gingen nooit vijftig jaar voorbij, -of er waren weermannen die de mensen de juiste weg wezen! Thans kwam Ikzelf als mens op dezeaarde, die voor het grootste is bestemd; na Mij zullen er steeds tot aan het eind vande wereld mannen gestuurd worden naar de kinderen van de wereld en deze zullenook steeds velen bekeren tot het ware licht.[4] Er zal van deze leer die Ik nu aan jullie heb gegeven, geen letterverloren gaanen toch zal dat voor de grote wereld in z'n algemeenheid niet zo belangrijk zijn;want deze zal, zolang er materie bestaat en noodzakelijk moet bestaan, zich met hetpuur geestelijke element in een voortdurende strijd bevinden. Maar daar hoeftniemand bang voor te zijn; want altijd zullen er vele geroepenen zijn, maardaaronder ook altijd weinig uitverkorenen![5] Voor degenen die zich naar deze uitverkorenen zullen voegen, zal de aarde nogaltijd een veilig plaatsje hebben; maar degenen die in hunhart te doof en te blindzijn, zullen van tijd tot tijd steeds weer als onkruid van de zuivere tarwegescheiden worden. [6] De aarde zal daarom evenzo voortbestaan als zij naNoach's tijd heeft gedaan, en ze zal Mijn kinderen die meer verlicht zijn, dragen;alleen het al te erg toegenomen vuil zal van de aarde verwijderd worden en in eenandere reinigingsplaats terecht komen, waar het in Mijn eeuwig grote rijk waarlijkniet aan ontbreekt en ook eeuwig nooit aan zal ontbreken. Maar zulke wezensworden nooit Mijn kinderen, want daarvoor is nodig dat men Mij goed kent enboven alles liefheeft.[7] Want nu spreek Ik niet tot jullie als de wonderarts Jezus van Nazareth, maar alsHij, die in Mij woont van eeuwigheid, -als de Vader vol liefde en erbarming spreekIk tot jullie, en als de enige God die zegt: 'Ik ben de Alpha en de Omega, heteeuwige begin en het eindeloze, eeuwige einddoel van de gehele oneindigheid;buiten Mij bestaat er geen enkele andere God!

Hoofdstuk 111: Het einde van de aardse materie[1] (De Heer:) 'Daarom zeg Ik tegen jullie: Wie Mij reeds hier of toch in iedergeval aan gene zijde uit alle macht zal zoeken, vinden en herkennen en dan bovenalles zal liefhebben en zijn naaste met alle geduld zoals zichzelf, die zal Mijn kind,dus Mijn zoon of Mijn dochter zijn! Maar degene die Mij niet zal zoeken, niet zalvinden en niet zal herkennen, en dus ook niet lief zal hebben, en die dan ook volliefdeloosheid zal zijn tegenover zijn medemens, die zal het ook eeuwig nooit totMijn kindschap brengen! Want Mijn kinderen moeten even volmaakt zijn als Ik,hun ware Vader, Zelf volmaakt ben! [2] De later zeer wel mogelijk gezuiverdewereldkinderen zullen echter geestelijke bewoners van die werelden zijn, en in demet hen overeenstemmende gezelschappen verblijven waarin ze gezuiverd werden;maar in het huis van de eeuwige Vader in het centrum van de allerhoogste hemelzullen ze nooit in en uit gaan zoals Mijn ware kinderen, die met Mij steeds degehele oneindigheid zullen richten, eeuwig en eeuwig.

Page 194: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

194

[3] Deze aarde zal na de voorspelde laatste grote zuivering evenals nu mensen enmensen dragen; maar deze toekomstige mensen zullen zeer veel beter zijn dan dehuidige, en ze zullen aldoor Mijn levend woord hebben.[4] En als ooit de aarde na voor jullie ondenkbaar vele jaren al haar gevangenenuitgeleverd zal hebben, zal zij zelf in de lichtzee van de zon in een gééstelijkeaarde veranderen. Want de alleronderste huls of schil, waarin vroeger de levendegeesten en zielen woonden, lijkt op puimsteen, dat, ofschoon het geen eigenlijklevenselement meer is, toch altijd nog een grove en verscheurde organischematerie is en gerichte geesten van de allerlaagste soort in zich draagt.[5] Wat moet er met dit substraat, als al het intelligente leven zich hieruit vrij heeftgemaakt? Moet het als een min of meer uitgebrande klomp puimsteen, dat geenenkele verdere bestemming meer heeft, als volledig dood in de eindeloze ruimteronddrijven? Of zou het toch nog iets moeten of kunnen zijn in de sferen van delevende en op de meest verschillende manieren voleindigde geesten? Ja, het moetiets zijn; want niets kan in de eindeloze ruimte, die ook Mijn rijk is en Mijn eeuwigwoonhuis, als geheel dood en zonder enige bestemming ergens bestaan! Maar alser van een bestemming sprake is, dan is dit zeer zeker een geestelijke bestemming,die eeuwig duurt omdat er nooit ergens een materieel eeuwige bestemming kanzijn. [6] Iedere materie, als een wat ruimte en tijd betreft op zichzelf beslotengeheel, kan immers alleen maar een tijdelijke bestemming hebben. Heeft zij hierechter gedurende een bepaalde periode geheel aan beantwoord, en is hiermee alsmet een medium een hoger levensdoel bereikt, en is de materie die vroeger eenbruikbaar en gezond vat was voor een bepaald doel, half vergaan en verbrokkelden vol gaten en zodoende voor een soortgelijk ander doel volledig onbruikbaar, watzou er dan verder nog van die puimsteen moeten worden?[7] Kijk eens naar een emmer bij een waterput! Wat gebeurt daarmee nadat dezevele jaren lang dienst heeft gedaan bij het water putten? Kan deze volledig vergaanen vol gaten nog verder gebruikt worden bij het water putten? Neen; daarom zal hijweggehaald en verbrand worden; daardoor lost hij volledig op in rook, lucht en eenbeetje as, dat na verloop van tijd door de vochtigheid van de lucht eveneens in eeneenvoudige luchtsoort wordt opgelost en in die opgeloste luchttoestand pas weerdienst kan doen als een goede basis van het reële geestelijke zijn. En ook alontstaat hieruit niet meer een en dezelfde wateremmer, er kan toch weer een hoogstteer en subtiel omhulsel van gemaakt worden, dat drager van het levende water uitMij kan worden"

Hoofdstuk 112: De materiële werelden zullen ooit in geestelijke veranderdworden. Kinderen en schepselen van God.[1] (De Heer:) 'En wat er met de oude wateremmer gebeurt door het verstand vande mensen, of wat er in ieder geval toch naar alle waarschijnlijkheid mee kangebeuren, dat zal later ook ooit met de aarde gebeuren en met alle anderehemellichamen, zelfs met de oercentraalzonnen; en daaruit ontstaan dan volkomengeestelijke werelden om de zalige geesten te dragen en hen tot woonplaats tedienen. [2] En deze hemellichamen zullen dan niet alleen uitwendig, maar veel

Page 195: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

195

meer inwendig bewoond zijn in al hun van binnen aanwezige levenstempels, dieovereenkomen met de vroegere organisch materiële vormen.[3] Dan zullen de mensen als voltooide geesten pas de inwendige hoedanigheidvan de werelden die hen eens hebben gedragen, volkomen leren kennen, en in allevreugde zal hun verbazing geen einde nemen over de buitengewoon wonderlijkgecompliceerde, inwendige organische inrichting ervan, van de kleinste tot degrootste organen. [4] De op zichzelf kleine, lichtloze planeten, zoals deze aarde,haar maan, de zogenoemde Venus, Mercurius, Mars, Jupiter en Saturnus en nogmeer soortgelijke planeten die bij deze zon horen, zullen na voor jullie ondenkbaarvele aardse jaren geheel in de zon opgaan, evenals de vele kometen die later ookmensendragende planeten worden, deels doordat er zich op bepaalde ogenblikkentelkens een verenigt met een planeet die reeds mensen draagt, en deels omdat zerijp geworden, een zelfstandige planetaire eenheid zijn.[5] De zon en haar vele, vele medezonnen zullen in hun speciaalmiddenzon*(*oorspronkelijk: Spezialmittelsonne) opgaan, deze middenzonnen, die eenbuitengewoon hoge leeftijd kunnen hebben en waarvoor een aeon (deciljoen maaldeciljoenen) aardse jaren een jaar is, zullen opgelost worden in de centraalzonnenvan de zonnegebieden**,(**oorspronkelijk: Sonnengebietszentralsonnen) dienatuurlijk in al hun bestaansverhoudingen -om het in Arabische getallen uit tedrukken -miljoenen maal miljoenen malen groter zijn dan hunvoorzonnen***.(***oorspronkelijk: Vordersonnen) Deze centraalzonnen van dezonnegebieden zullen wederom oplossen in de volgens dezelfde verhoudinggrotere zonnenal-centraalzonnen, en deze tenslotte in de enige oercentraalzon,waarvan de massale omvang voor jullie begrippen werkelijk onmeetbaar is.[6] Maar waarin zal die dan uiteindelijk oplossen? In het vuur van Mijn wil, envanuit deze uiteindelijke oplossing zullen dan alle hemellichamen terugkeren naarhun vroegere orde en dienstbaarheid, maar geestelijk, en dan zullen ze geestelijkeeuwig voortbestaan in al hun pracht, grootsheid en wonderbaarlijkheid.[7] Natuurlijk moeten jullie je die tijd niet zo voorstellen, alsof dat allemaal albijvoorbeeld morgen of overmorgen zal gebeuren, maar als jullie voor iederzandkorreltje, zoveel als de hele aarde er zou kunnen bevatten, één jaar aardse tijdnemen, dan zou dat nauwelijks genoeg zijn voor de bestaansperiode van demateriële aarde. Daarom kan men zich het veel langere bestaan van de zonhelemaal niet voorstellen, en natuurlijk nog veel minder het bestaan van een van deeerder genoemde centraalzonnen, van de centraalzonnen van de dieper gelegenzonnegebieden, en nog enorm veel minder kunnen jullie je de voor jullie nooit teberekenen duur van de zonnenal-centraalzonnen voorstellen en al helemaal nietvan een oercentraalzon, -en dat wordt nog minder voorstelbaar zolang de zonnennog steeds nieuwe hemellichamen zullen voortbrengen, en de centraalzonnen nogsteeds nieuwe planetaire zonnen, en de oercentraalzonnen ook nog steeds helelegers zonnen van elke soort voortbrengen.[8] Maar ondanks deze voor jullie onmetelijke duur van de grote hemellichamenzal eens hun tijd toch afgelopen zijn en daarmee zal opnieuw eenscheppingsperiode zijn voltooid en afgesloten, waarna.dan in een eindeloos verweg gelegen scheppingsruimtegebied naar een nieuwe schepping zal worden

Page 196: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

196

voortgeschreden, waaraan jullie, zoals ook aan nog talloos vele nieuwplaatsvindende scheppingen, deel zullen nemen, begaafd met een steeds groteremachtsvolkomenheid, -maar alleen als Mijn ware kinderen.[9] Want wie langs de voorheen geschetste weg het kindschap. van God nietbereikt zal hebben, zal weliswaar als een voltooid, verstandig en toch welgelukzalig schepsel op zijn geestelijke aarde blijven, leven, handelen en wandelen,en zal zelfs andere aangrenzende geestelijke werelden bezoeken - ja, hij zal doorzijn gehele hulsglobe kunnen trekken!-, maar verder dan dat zal het eeuwig nietkomen, en de behoefte tot een daadwerkelijk verlangen naar iets hogers zal ookniet in. Hem opkomen. [10] Maar Mijn kinderen zullen steeds bij Mij zijn en metMij als vanuit één hart denken, voelen, willen en handelen! Daarin zal heteindeloos grote verschil liggen tussen Mijn ware kinderen en de met rede en.verstand begaafde gelukzalige schépselen. Zorg er daarom goed voor dat jullie ooitdeugdelijk en waardig bevonden zullen worden om Mijn kinderen te zijn!

Hoofdstuk 113: De mensen van de sterrenwerelden en het kindschap van God[1] (De Heer:) 'Ik zeg jullie, dat er in de voor jullie onmetelijke ruimte talloos velehulsglobes zijn! In iedere hulsglobe, die op zich al een voor jullie nooit meetbareruimte inneemt, omdat deze aeonen maal aeonen zonnen en zonnegebieden bevat,leven zeker talloos vele geschapen mensen, ofwel nog in hun lichaam of al puurgeestelijk; zij hebben op hun manier gewoonlijk een zeer helder verstand, en eenheel precies oordeel dat vaak zo exact is, dat jullie je daar nog lang niet meekunnen vergelijken. [2] Deze mensen hebben ook af en toe op dromen gelijkendevermoedens dat er ergens kinderen van de allerhoogste, eeuwige geest bestaan,.enze koesteren heel in het geheim ook niet zelden het verlangen om tegen iedere prijsMijn kinderen te worden; maar meestal is zoiets absoluut onmogelijk. Want allesmoet in de eigen orde blijven bestaan, zoals bij een mens, bij wie ook de delen enorganen van het kniegewricht niet in de edele ogen van het hoofd veranderdkunnen worden en de tenen van de voeten in ieder geval niet gemakkelijk in deoren. Alle ledematen van het lichaam moeten blijven wat ze nu eenmaal zijn; enook al verlangen de handen nog zo zeer om ook te kunnen zien, dat helpt niets, -zeblijven geheel gezond en gelukkig blinde handen, krijgen echter toch ruimvoldoende licht door de edele ogen in het hoofd. .[3] Zo hoeft de aarde ook geen zon te zijn om haar anders duistere grond teverlichten; ze krijgt immers voldoende licht van de ene zon. Van de voeding dieeen mens tot zich neemt, moeten alle delen van het lichaam, ieder op zijn eigenmanier gevoed worden, dus ook de ogen en het hart. Maar alleen de zuiverste enmeest met het licht verwante deeltjes worden tot voeding van de ogen verheven, ende meest met het liefdeleven verwante psychische zielsdeeltjes worden met delevenssubstantie van het hart geassimileerd; en hoe grover de deeltjes zijn des tegrover zijn de meest verschillende lichaamsbestanddelen die daarmee gevoedworden. Het zou het oog zeer slecht bekomen als deeltjes, die als voeding van eenbot geschikt zijn, in het oog terecht zouden komen.

Page 197: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

197

[4] En zo zou het ook in de algemene, grote scheppingsorde slechte gevolgenhebben, als Ik toeliet dat mensen van andere werelden Mijn allereigenstehartskinderen zouden worden. Een enkele keer is er wel zo'n toelating mogelijk;maar daar zijn grote louteringen voor nodig en vergaande voorzieningen envoorbereidingen! Het eerst krijgen ofwel de zielen van deze zon deze genade, of deaartsengelen die de plicht hebben om hele hulsglobes te beheersen en te leiden enin stand te houden volgens de beste orde die in een gericht heerst. En hoe geweldiggroot ze ook in alles zijn, ze moeten er genoegen mee nemen om hier evenals Ikklein te zijn en ze moeten zich iedere deemoediging laten welgevallen.[5] Ook vanuit de centrale zon van dit systeem, waartoe ook de zon behoort,kunnen zielen op deze aarde overgeplaatst worden om Mijn kindschap teverwerven; dit is ook mogelijk vanuit de zonnegebieds- en de zonnenalcentraalzon.Echter alleen uit het gebied van hetzelfde zonnenal waarin zich deze aarde bevindt,kunnen ook nog zielen hierheen komen, -maar vanuit de algemene oercentraalzonniet gemakkelijk meer, omdat de zielen van die noodzakelijkerwijs enorme,reusachtige mensen te immens veel substantie in zich hebben, dan dat zeopgenomen zouden kunnen worden door het kleine lichaam van een mens van dezeaarde. [6] Maar ofschoon er in veel grote gebieden op die immens grote wereldzondermate lichamelijk grote mensen leven, dat hun hoofd op zichzelf al minstensduizend maal zo groot is als deze hele aarde, is toch zelfs het zwakste van Mijnware kinderen op deze aarde, door Mijn geest in het hart van zijn ziel, al eindeloosveel machtiger dan myriaden van die groter dan werelden zijnde mensen van deoercentraalzon.[7] Bedenk daarom goed wat het betekent om een kind van de allerhoogste God tezijn, en wat voor grote, ongerichte en onaangetaste vrije wilsbeproeving ervoorvereist zal zijn om de ziel één te doen worden met Mijn geest in jullie, wat voorjullie de enige weg is om pas helemaal Mijn kinderen te kunnen worden!"

Hoofdstuk 114: De grote scheppingsmens en de aarde[1] (De Heer:) 'Jullie kunnen je nu inderdaad terecht afvragen waarom nu juistdeze kleine aarde en haar kleine mensen deze eer en genade hebben gekregen,want in de eindeloze scheppingsruimte is immers een ontelbaar aantal zeer grote enheerlijke lichtwerelden, die veel geschikter zouden zijn om Gods kinderen tedragen, te voeden en te voorzien van alles wat daarvoor nodig is. Zo zouden dewereldgrote mensen van de oercentraalzon immers meer aanzien hebben alskinderen van God dan de onder het stof zittende wormen van deze kleine aarde! -Naar de uiterlijke schijn te oordelen zou er inderdaad niets of in ieder geval nietveel tegen deze vraag in te brengen zijn; maar gezien de innerlijke verhoudingenvan de dingen des levens zou dat zelfs een soort onmogelijkheid zijn.[2] Het organisme van ieder mens heeft dichtbij het midden van het hart zijnlevenszenuw, een minuscuul klompje, van waaruit het gehele overigelichaamsorganisme van leven wordt vervuld. De delen van dit ene hartzenuwklompje hebben de eigenschap dat ze de levensether uit het bloed en uit deingeademde lucht zodanig naar zich toetrekken, dat ze daardoor ten eerste zelf

Page 198: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

198

buitengewoon levensactief blijven en vervolgens ten tweede deze levensactiviteitaan het hele organisme meedelen en daardoor het hele lichaam op passende wijzevan leven voorzien.[3] Wanneer Ik jou een voet zou afhakken of een hand, dan zou je voortleven zoalsje dit bij veeloude soldaten kunt zien, bij wie tijdens gevechten handen, voeten,oren en neuzen werden afgehakt, en die toch nog, zij het verminkt, verder leven;maar de geringste verwonding van het hart, waarin zich de kleine centralelevenszenuw bevindt, heeft ogenblikkelijk de lichamelijke dood tot gevolg.[4] En zoals deze voorziening in het menselijk lichaam is getroffen, zoals ook in dewarmbloedige dieren, zo bestaat deze voorziening ook in de grotescheppingsruimte: Alle talloos vele hulsglobes vormen in hun totaliteit eenimmens, voor jullie begrippen eindeloos groot mens. In deze mens is de hulsglobewaarin wij ons bevinden het hart, en juist deze aarde is de buitengewoon kleinelevenszenuw voor deze hele grote mens; deze levenszenuw bevindt zich niet in hetcentrum van het hart, maar meer links daarvan.[5] In het centrum van het hart bevindt zich weliswaar ook een zeer grootzenuwcomplex, maar dat is niet de plaats waar het centrale leven is gevestigd. Hetis enkel een werkplaats waar de voedingsstof voor het leven, die uit het bloed enuit de lucht komt, opgenomen en bewaard wordt. Van daaruit neemt de centralelevenszenuw deze voedingsstof pas op en bevrucht of zegent deze eerst als eenvoor het leven geschikte substantie, dat wil zeggen voor het tijdelijke, natuurlijkemeeleven van de ziel, want zonder deze zenuw zou de ziel helemaal niet inverbinding kunnen treden met het organisme van het lichaam.[6] Deze levenszenuw waarover wij nu spreken, bevindt zich ergens aan delinkerkant van het hart en is een uiterst onaanzienlijke, buitengewoon kleine cel, tevergelijken met een héél kleine ganglioncel onder de bal van de kleine teen aan delinker voet en een overeenkomstige onder de kleine teen van de rechtervoet. Dezegevoelscellen, waar alleen maar de opperhuid overheen ligt, zijn de centralegevoelszenuwgeleiders van de voeten, -en wie heeft daar oog voor, en wie weet,dat ze dat zijn?! [7] Wanneer iemand lichamelijk het ongeluk zou hebben om dekleine tenen van zijn voeten te moeten missen, dan zou hij heel moeilijk kunnenlopen, -veel moeilijker dan wanneer hij zijn grote tenen had moeten missen. Nukan er iemand opstaan en vragen: 'Maar waarom zijn, Heer, nu juist de kleinstedingen in Uw onmetelijke schepping meestal het belangrijkst?'[8] Dan stel Ik echter een tegenvraag en zeg: 'Waarom is dan al bij jullie, mensen,de grondsteen voor een huis vaak meer dan duizendmaal kleiner dan het hele huis,dat aan de goed gelegde grondsteen zijn belangrijkste steunpunt heeft? Waaromzijn er dan zoveel leugens, terwijl het rijk der waarheden eigenlijk maar éénbasiswaarheid heeft? Waarom is de eik zo'n grote boom, terwijl de kiem in haarvrucht, waarin al talloos vele eikenbomen van de grootste soort besloten liggen, zoklein is als een allerkleinst zandkorreltje?'[9] Er zijn, Mijn lieve kinderen en nu vrienden, in de grote schepping nog heel veeldingen waarvan het doel en de hoedanigheid jullie enigszins vreemd zouvoorkomen als jullie alles in de schepping zouden kennen. Als Ik jullie nu openkele van deze eigenaardigheden zou wijzen, dan zouden jullie zeer verbaasd zijn

Page 199: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

199

en zeggen: 'Neen, Heer, dat kan toch onmogelijk zo in elkaar zitten; want het gaatte veel tegen elk normaal begrip in! , Kortom, geen van jullie zou het nu kunnenbegrijpen; en om er slechts een zeer klein gedeelte van te bespreken zouden er wattijd betreft meer millennia nodig zijn dan er zand in de zee is![10] Maar als Mijn geest over jullie zal komen, wanneer Ik weer naar het huis vanMijn vader zal zijn teruggekeerd, dan zal deze jullie vanzelf in alle waarheidbinnenleiden, en dan zullen jullie niet meer hoeven te vragen :'Heer, waarom is ditzo, en dat zo?' De blinddoek zal van jullie ogen afgenomen worden en dan zul je inhet helderste licht zien, waarvan je nu amper een vaag vermoeden hebt. Weesdaarom voorlopig tevreden met hetgeen julle nu vernomen hebben! Dit is slechtseen zaadje dat in jullie hart gelegd is, waarvan jullie de rijpe vruchten pas zullenoogsten, als de zon van Mijn geest in jullie zelf zal opkomen.[11] Hebben jullie wel iets begrepen van wat Ik nu aan jullie verteld heb? Weesopenhartig en beken het; want vanaf nu blijf Ik nog zeven volle uren bij jullie!Spreek, en zeg gerust als het iemand nog duister is, dan zal Ik hem een licht geven,al is het nu nog niet het volste licht van het geestelijk leven!"

Hoofdstuk 115: Wezen en inhoud van een hulsglobe[1] Eindelijk spreekt onze Mathaël weer eens: 'Heer, dit is voor ons allemaal nogals de dorpen van de Scythen, die zo goed als nergens te vinden zijn en waarvanmen zich daarom ook geen voorstelling kan maken! U kunt natuurlijk gemakkelijkover Uw eindeloos grote schepping praten; maar wij weten niet eens precies hoegroot onze aarde is en wat voor vorm ze heeft, en daarom is dat, wat U ons heeftverteld, moeilijk te begrijpen.[2] In mijn levendige fantasie begreep ik wel het een en ander, maar slechts als ineen vluchtige droom vermoedde ik iets groots. Maar voor veel van mijnmetgezellen is het een soort abracadabra, waaruit zelfs het gezondste, natuurlijke,menselijke verstand nooit wijs kan worden. Want om dergelijke dingen ook maarenigszins duidelijker te kunnen begrijpen, zouden we erg goed thuis moeten zijn inde rekenkunde en de Oud-Egyptische astronomie, ook zouden we hun uitgebreidegetallenstelsel volkomen moeten beheersen! Maar omdat wij hoegenaamd nietbeschikken over de wetenschappelijke elementen, kan ons de buitengewone uitlegdie U ons nu heeft gegeven in geen geval duidelijk zijn.[3] Het is wel waar, dat U ons bij een eerdere gelegenheid vergund hebt een blik inUw grote scheppingsruimte te werpen; maar er bleven, bij mij althans, nog heelwat vragen open. Nu heeft U zich voornamelijk over het materiële gedeelte vanUw schepping nader uitgesproken; maar daar hebben wij niet zo veel aan. Het isimmers voor de hand liggend, dat wij zoiets onmogelijk geheel kunnen begrijpen,omdat ons daarvoor alle voorkennis ontbreekt.[4] Om dit allemaal een klein beetje beter te kunnen begrijpen, zouden we ookminstens iets moeten weten over een van de genoemde hulsglobes en deverschillende soorten zonnen en centraalzonnen die daarin domineren. Als dat hetgeval zou zijn, dan zouden wij ons wel een iets duidelijkere voorstelling kunnenmaken van de talloos vele andere hulsglobes en centraalzonnenstelsels,

Page 200: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

200

centraalzonnegebieden en centraalzonnen-allen; maar die ene hulsglobe is al zoenorm gecompliceerd, laat staan de vele andere, waarvan elk afzonderlijk zekereen totaal verschillende inrichting en een heel ander doel heeft.[5] Hoe zit het dan dus eigenlijk met de planetaire zonnen, en verder met deverhalen over het centrale zonnenstelsel, het centraal zonnegebied, centraalzonnenal en tenslotte met de oercentraalzon, die zelfs in de dromen van de oudeberoemde Ptolemaeus en Julius Caesar, die toch ook een astronoom was, nietvoorkwamen?" [6] IK zeg: 'Mijn beste Mathaël, Ik merk datje een beetjegeïrriteerd bent, deels omdat Ik jullie nu dingen heb verteld, die je ofwel helemaalniet of slechts een heel klein beetje begrijpt, en deels over jezelf, omdat je wat Iknu verteld heb helemaal niet zo goed kunt begrijpen, ofschoon je anders toch metbetrekking tot veel zaken zeer belezen bent en ook verder zeer achtenswaardigeervaringen en meningen hebt. Maar zie, dat is niet helemaal juist van je; want demens wordt niet alleen wijs van wat hij hoort en meteen ook helemaal begrijpt,maar meestal ook van wat hij hoort en niet begrijpt![7] Over wat men eenmaal begrijpt zal wel niemand verder nadenken en er verderover piekeren; want wat men eenmaal heeft, probeert men niet meer te verkrijgenof moeizaam te verwerven en men voelt zich heel behaaglijk over wat men reedsten volle bezit. Maar wat men nog niet heeft, vooral op het gebied van het hoogstwaardevolle, zoekt men zeker met volle inzet net zo lang tot men er ten minste ietsvan in zijn bezit krijgt. [8] Kijk, als het er Mij om ging om van jullie uiteindelijkmensen te maken die heel traag denken, dan zou het niet moeilijk voor Mij zijn omvoor jullie ogen een hulsglobe in de lucht te tekenen. Dan zouden jullie het helesysteem van een hulsglobe, waar we het over hadden, even gemakkelijk begrijpenals dat 1 staters en nog eens twee staters zonder twijfel 4 staters zijn! Maar Ik wildat jullie actief blijven denken, en heb daarom in hetgeen Ik jullie heb verteld ietste kennen gegeven, dat jullie wakker maakt en je de slaap beneemt.[9] Ik heb jullie er al eerder eens iets over gezegd, datje om dezelfde redennatuurlijk niet zo duidelijk hebt begrepen, en dat zou Ik jullie ook nu kunnenvertellen, zonder erop te rekenen dat jullie het volledig begrijpen, maar opdat je ervaak over zult nadenken bij geschikte gelegenheden, vooral tijdens nachten meteen heldere sterrenhemel.[10] Maar om je het denken een klein beetje gemakkelijker te maken, zal Ik jullieop soortgelijke verschijnselen op deze aarde wijzen. Kijk eens naar de inrichtingvan het leger, dan heb je al zo ongeveer de inrichting van een hulsglobe met haarcentraal en oercentraalzonnen! Daar staat zo'n aanvoerder van slechts tien a dertigsoldaten, -en daar weer een andere aanvoerder, al iets groter, die het bevel voertover tien aanvoerders van de eerste orde. De eerstgenoemde aanvoerder is tevergelijken met een planetaire zon, en de tien a dertig gewone soldaten staanongeveer gelijk met de planeten die om een zon cirkelen. De tweede, iets hogergeplaatste aanvoerder van de zojuist genoemde tien troepen is al te vergelijken meteen systeemcentraalzon*,(*oorspronkelijk: Systemzentralsonne) waar omheen zichop verschillende afstanden een heleboel planetaire zonnen met hun vaak veleplaneten bewegen. Deze planetaire zonnen, die om een grote centraalzon bewegen,

Page 201: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

201

vormen samen met hun ene centraalzon een zonnegebied; dit moeten jullie nu goedonthouden om het volgende beter te kunnen begrijpen.[11] Nu gaan we naar een legeraanvoerder van de derde orde! Deze heeft op zijn.beurt weer ongeveer tien aanvoerders van de tweede categorie onder zich; overhen voert hij het bevel en hij moet ze allemaal leiding geven. De bevelen van dezederde aanvoerder, die we 'hoofdman' zullen noemen, worden alleen gegeven aan deonder hem staande troepen aan voerders, en die geven ze dan door aan deaanvoerders van de kleine troepen, en deze dan pas aan de afzonderlijke gewonesoldaten. Zojuist spraken we van een zonnegebied en het spreekt vanzelf, dat er inde scheppingsruimte ook meerdere zonnegebieden zijn; deze moeten op hun beurtook weer een gemeenschappelijke, nog grotere leider hebben.[12] Laten we de soldaten die onder een hoofdman staan een compagnie noemen;en nu stellen we ons voor dat tien a twintig compagnies weer onder een hogerebevelhebber staan, die bijvoorbeeld een overste is en gewoonlijk het bevel voertover een legioen, dat meestal uit tien of twintig compagnies bestaat! Zo'n legioen isdan al een heel aanzienlijke strijdmacht en vormt al een heel belangrijk deel vaneen heel leger. Een legioen kunnen we nu het beste met een zonnenal vergelijken.En zoals ook verschillende legioenen weer onder bevel van een veldheer staan, zostaan dan ook de zonnenallen weer onder een nog grotere en machtigerecentraalzon; deze zullen we 'zonnenalcentraalzon' noemen, om haar van de eerdergenoemde te onderscheiden.[13] Nu staan echter al die vele legers onder één enkele monarch, en zo ook debuitengewoon vele zonnenallen onder de algemene hoofdcentraaloerzon*;(*oorspronkelijk: Hauptzentralursonne) deze moet natuurlijk kolossaal groot zijn omde vele zonnenallen naar zich toe te trekken en ze in voor jullie onmetelijk verrebanen om zich heen te laten cirkelen, zoals de planetaire zon dat met haarafzonderlijke planeten en de bijbehorende manen doet. Een dergelijke warezonnenmonarchie noem Ik om goede redenen een hulsglobe.[14] Een globe is ze vanwege haar volledig ronde vorm, - hulzen (schillen, doppen)zijn alle hemellichamen hierin, omdat ze allemaal een gericht geestelijk levenomhullen (omhulzen), en omdat uiteindelijk deze draagster (globe) zelf eenuniversele huls is, omdat hierin aeonen maal aeonen zonnen, om een bepaaldeordening in stand te houden, algeheel omhuld lijken te zijn. Zeg Me nu, Mathaël,of je Me nu duidelijker begrepen hebt dan voorheen!"

Hoofdstuk 116: Ontoereikendheid van het menselijk inzicht. Troost in degoddelijke liefde[1] Mathaël zegt: 'Ik dank U Heer, voor deze verdere uitleg; want alleen hierdoorkreeg ik nu pas een tamelijk heldere voorstelling van een hulsglobe, en voorlopigben ik hier heel tevreden mee. Wat de talloos vele andere soortgelijke buren in dewijde scheppingsruimte betreft, daar houd ik me nu eigenlijk helemaal niet meebezig; want ik ben van mening, dat een mensengeest met deze ene voor alleeeuwigheden der eeuwigheden volop genoeg zal hebben.

Page 202: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

202

[2] Ik ga nu alleen uit van deze kleine aarde van ons. Hoe lang zou een mens ervoor nodig hebben om over haar hele oppervlakte van punt naar punt over land ente water te reizen?! Ik geloof amper dat je in vijf a zes duizend jaar zover komtdatje zou kunnen zeggen: 'Nu is er op de hele wijde aarde geen enkel punt meer datik niet met mijn voeten heb betreden!' Als je hier ook nog de tijd bij op zou tellendat je bepaalde dingen serieus onderzoekt en bekijkt, en tegelijkertijd de daarmeenoodzakelijkerwijs verbonden rust en verpozingsuren meerekent, ja, dan zou jealleen voor deze aarde toch al meer dan honderdduizenden jaren nodig hebben.Want rusturen kunnen toch waarlijk niet achterwege blijven bij het steeds zeerverheffende aanschouwen van Uw grote wonderwerken en van de hier en daarhemels mooie omgevingen en landschappen, en je wilt vaak ook graag jarenlang ineen prachtige omgeving blijven.[3] En hoe lang zou je wel niet alleen voor deze aarde nodig hebben, als je ook nogde mogelijkheid had om al haar talloze inwendige ruimten te bekijken?! 0, daarzou een miljoen jaar te weinig voor zijn, vooral als je de inwendige, grotewerkplaatsen van de natuur en haar geesten zou kunnen gadeslaan en je inzicht zoukunnen krijgen in de talloze werken, hoe zij ontstaan en zich ontwikkelen, om danweer in totaal andere dingen en vormen over te gaan![4] ja, als je dat ook mee zou rekenen, dan zou je, natuurlijk als een door tijd enruimte beperkt mens, alleen al voor deze aarde -in Arabische getallen uitgedrukt -meer dan ruim duizend miljoen aardse jaren nodig hebben eer je met goed gewetenzou kunnen zeggen: 'De aarde is me nu van punt tot punt werkelijk, geheel en alvolledig bekend, van orgaan tot orgaan!'[5] Na de aarde zou dan vervolgens de maan bekeken moeten worden. Dezehelemaal te leren kennen zou ook al weer enkele honderdduizenden aardse jarenvergen. Daarna zouden dan pas de andere, vaak veel en veel grotere planeten aande beurt komen om geobserveerd en onderzocht te worden; en omdat deze planetenheel vreemdsoortig en zeker nog veel wonderbaarlijkere hemellichamen zijn dandeze aarde, zou je ze vanwege hun grote wonderen gedurende velehonderdduizenden jaren zélfs niet meer kunnen verlaten.[6] Daarna zou dan pas de grote zon komen met haar talloze grootse wonderlijkheerlijke lichte contreien! Ik denk dat je daar dan al meteen een hele eeuwigheidzou blijven, je zou er zeker voortdurend iets nieuws te zien en te onderzoekenkrijgen. En als je er dan ook nog vanuit gaat dat de mensen daar buitengewoonmooi, wijs en vriendelijk zijn, ja, dan zou er helemaal geen sprake meer van zijndatje verder kwam! Het hele, grote Arabische getallenstelsel zou werkelijk nietvoldoende cijfers bevatten om daarmee de verblijfsduur uit te kunnen drukken diemen nodig had om de grote zon te onderzoeken en te genieten![7] Wel, dan zou je pas met een kleine planetaire zon klaar zijn! Maar dan blevener nog aeonen maal aeonen zonnen over, waaronder nog de buitengewoon grotecentraalzonnen. Laten we ophouden! Alleen alom deze ene hulsglobe volledig teleren kennen, zouden er al hele eeuwigheden nodig zijn! Wie zou er nu nog kunnenen willen denken aan het doorgronden van een tweede hulsglobe?! Ik heb daaromaan deze ene voor meer dan eeuwig genoeg, en laat het zeker heel graag aan de

Page 203: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

203

andere hogere geesten over om de talloos vele andere te onderzoeken! Mij beginthet in ieder geval steeds meer te duizelen als ik alleen al goed aan deze ene denk![8] O Heer, Uw liefde is mijn grootste troost en daarin voel ik me thuis; maar degrootsheid van Uw macht en wijsheid verslindt me zoals de immense bek van eenwalvis een nietig klein wormpje, dat er was en er meteen daarna niet meer is! InUw grootheid bent U, o Heer, een verschrikkelijke vuurzee; maar in Uw liefde bentU honingzeem! Daarom houd ik het bij Uw liefde; en de grootheid van Uw machten wijsheid bestaat, voor mij althans, zo goed als helemaal niet, want ik kan dieniet vatten en zal dat ook nooit en te nimmer kunnen; maar de liefde kan ik vattenen ze verkwikt heel gelukkig mijn hart en maakt me mijn leven aangenaam.[9] Ik begrijp nu weliswaar vele en grote dingen; maar wie zal ze na mij weerbegrijpen?! En omdat ik zie dat al deze vele door U, o Heer, aan ons nu duidelijkgemaakte grote dingen voor duizend maal duizend en nog eens duizendmaalduizend mensen totaal onbegrijpelijk moeten zijn, beleef ik er geen echte vreugdeaan dat ik nu menig buitengewoon groots verschijnsel heel goed begrijp endoorzie, maar het waarschijnlijk voor niemand anders begrijpelijk kan maken,omdat de mensheid over het algemeen een te laag geestelijk ontwikkelingsniveauheeft! [10] Ik heb er wel een vaag vermoeden van dat het niet bepaald tot deonmogelijkheden behoort, om de mensen voor het grootste deel zover te krijgendat ze U desnoods alleen maar van verre en uiterlijk kennen, en zien dat U als eenGod bent die alles heeft geschapen en nu alles in stand houdt, en dat ze U dan ookbeginnen lief te hebben, te vrezen en te aanbidden; maar om U duidelijker temaken voor hun gebrekkig begripsvermogen lijkt me nu zo goed als geheelonmogelijk.[11] Want als men iets wil bouwen moet men toch ergens een stevige bodemhebben; want op los zand of op moerassige grond kan men toch geen stevigeburcht bouwen. Daarom wil ik mij voortaan zowel voor mijzelf als voor mijn volkalleen aan de liefde houden; wat deze mij zal geven en onthullen, dat zal voor altijdopgenomen worden in het gebied van mijn wijsheid! Zie ik dat goed?"

Hoofdstuk 117: Het kennen van Jezus als God als voorwaarde voor de wareliefde tot God[1] IK zeg: 'Zeker, -want wie in Mijn liefde is, is in alles wat van Mij uitgaat! Maarhelemaal alleen vanuit Mijn liefde zul je Mij wel moeilijk als datgene herkennen,wat Ik ben! Want kijk, zeer veel houden kun je ook van je vrouwen omgekeerdjouw vrouw ook van jou; maar daarom zul jij voor je vrouw geen God zijn, noch jevrouw voor jou![2] Als je Mij alleen maar liefhebt als een zuiver, zij het ook zeer goed enverstandig mens en Ik jou eveneens, dan kunnen we aeonen jaren met elkaaromgaan, maar dan zul jij Mij evenmin als een God herkennen en begroeten als Ikjou, omdat je zeker geen God, maar slechts een schepsel van Hem bent.[3] Wil je Mij echter als dat herkennen, wat Ik ben zoals Ik hier voor je sta, danmoet Ik Mij aan jou als zodanig kenbaar maken door woorden, spreken en daden.En als je Mij daardoor waarachtig hebt leren kennen, en door Mijn macht en Mijn

Page 204: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

204

wijsheid hebt leren inzien dat Ik kennelijk meer ben dan een puur goed enverstandig mens, dan pas zal je hart deemoedig voor Mij in het stof zinken en indeze terechte deemoed pas echt volop in liefde tot Mij ontbranden; en daarin zul jedan pas trouwen waar de levende reden vinden om Mij, je God en Schepper, bovenalles lief te hebben. En wat voor jou geldt, geldt ook voor ieder ander mens.[4] Wie Mij niet als God herkent, kan Mij ook niet als een God waarachtig bovenalles liefhebben! Maar had je Mij ooit als God kunnen herkennen, als je van Mijalleen puur menselijke handelingen en daden en woorden had waargenomen?Zeker niet! En zou je liefde tot Mij zo machtig zijn geworden, als je nietsgoddelijks aan Mij ontdekt had?! Als Ik je echter slechts alleen maar had benaderdmet alle liefde en toeneiging zoals een bruidegom dat zijn bruid doet, dan had jenooit kunnen ervaren dat de Geest van de allerhoogste God in Mij woont en werktin raad, woord en daad; Mijn wijsheid en Mijn macht hebben je dat pas te kennengegeven, en daardoor is het niet helemaal juist dat je de grootheid van Mijn machten wijsheid een verschrikkelijke vuurzee noemt, en van mening bent dat de mensendaar nooit iets mee te maken moeten hebben. Juist het tegendeel is waar![5] De mensen moeten met grote honger Mijn rijk in alles en voor alles zoeken, enze moeten als Mijn toekomstige kinderen steeds meer gaan thuis raken in het grotehuis van hun Vader, op ieder gebied en in ieder opzicht. Daardoor zullen ze danook vol deemoed in de ware liefde groeien, en ze zullen daardoor een steedsgrotere van liefde vervulde vreugde hebben aan de Vader , en de Vader ook aanhen. [6] Als de mensen zich zo zullen gedragen en een waar leven zullen leiden Inen door Mijn wijsheid, liefde en macht, dan zullen ze ook helemaal datgene zijn,wat ze allemaal in wezen moeten zijn. Pas daardoor zullen ze als Mijn warekinderen even volmaakt worden als Ikzelf ben, en dan zullen ze Mijn goddelijkewijsheid, macht en grootheid nooit meer een verschrikkelijke vuurzee vinden. Ikdenk, dat dit je nu ook duidelijk zal zijn![7] Maar Ik voeg er voor jullie allemaal aan toe, dat jullie allen voorlopig het volkniet alles moeten leren wat Ik jullie nu duidelijk heb gemaakt. Leer hen vooral omGod te kennen en een levend geloof in Hem te hebben en Hem boven alles lief tehebben! Al het andere zal de geest hun al naargelang hun behoefte zelf onthullen."

Hoofdstuk 118: Gouden richtlijnen voor het verbreiden van het evangelie[1] (De Heer:) 'De mensheid ligt nu in een uiterst donkere nacht begraven en slaapteen slaap der doden; al hun kennis is een ijdel dromen en niemand weet de ander tezeggen hoe het zit. Er zijn wel een heleboel verschillende leraren en leiders, -maarwat hebben die voor nut?! -Ze zijn allemaal even blind als hun volgelingen; komenze bij een kuil, dan vallen zowel gids als volgeling erin, en geen van beiden vindteen uitweg uit de verderf brengende kuil. [2] Maar denk daarom vooral niet dat demensen zich niet graag aan een goede leider zouden toevertrouwen! Wat is vooreen blinde meer welkom dan een ziende gids, en des te meer als de gids met eengoed en echt waar geweten tegen de blinde kan zeggen: 'Vriend, nu ben jeweliswaar nog blind, maar als je mij trouwen gelovig volgt, zul je in korte tijd zelfkunnen zien! ' En als de blinde dan vol vertrouwen met de ziende gids meegaat en

Page 205: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

205

na korte tijd zijn ogen een niet onbeduidende schemering beginnen waar te nemen,-wat zal zijn hart dan gaan zwellen van vreugde![3] O, Ik zegje, het is helemaal niet zo moeilijk als je denkt, om voor een werkelijknaar licht verlangende blinde een goede gids te zijn! Moeilijk wordt het pas als deblinde die je moet leiden, bezield is door de misleidende waan dat hijzelf eenziende is. Zulke blinden zijn onze Farizeeën en schriftgeleerden; ook allerleipriesters van de heidenen behoren daartoe. Maar wat moet je daarmee? Laat Ikdeze situatie en hoe je hierbij moet handelen, door een klein voorbeeldverduidelijken![4] Een veldheer trok met zijn leger op tegen een zeer lastige en slechte vorst in hetbuurland, die zijn rijk goed voorzien had van vele vestingen en stevige burchten endeze allemaal flink bezet had met krijgslieden en allerlei oorlogstuig. Toen develdheer met zijn leger de grenzen van het vijandelijke gebied begon te naderen,zeiden de veldheren en gidsen die onder zijn gezag stonden tegen hem: 'Heer, hierzullen wij niets of heel weinig kunnen doen, want de vijand heeft flinkemaatregelen genomen en is tot de tanden gewapend. Wij zullen met heel onzegrote legermacht niets tegen hem kunnen ondernemen, en we zullen tot de laatsteman in zijn land te gronde gaan! Daarom zou het misschien verstandiger zijn omdeze keer de veldtocht geheel op te geven en een gunstiger tijd af te wachten!'[5] De grote veldheer antwoordde daarop: 'Bij hem wordt de tijd nooit gunstiger,en alle waarschuwingen zijn bij hem steeds aan dovemansoren gericht geweest entotaal afgeketst op zijn hart. Er blijft niets anders over dan hem gewapenderhand telaten zien, dat hij niet de enige is die alle goederen van de aarde voor zich kanopeisen. Hij heeft in zijn land wel veel vestingen en burchten gebouwd en ze tot detanden bewapend; maar dat maakt ons niets uit! Wij dringen op een plaats het landbinnen waar geen vestingen en burchten staan en brengen moeiteloos zijn volkerenop onze kant, want ze zijn hoogst ontevreden over hem; dan geven wij hunvoorlichting en wijze wetten en dan zal hij wel zien wat hij aan al zijn vestingen enburchten heeft. En als hij ons aanvalt, terwijl wij van top tot teen zwaar bewapendzijn en goed met zwaard, lans, pijl en werpspies weten om te gaan, dan hakken wehem tot de laatste krijger in de pan, want we hebben immers een grote overmacht,we zijn erg moedig en zoals iedereen weet uiterst bekwaam in het hanteren van dewapens! [6] Toen de veldheren een dergelijk wijs aanvalsplan van hun overstevernamen, gaf hun dat niet alleen het juiste inzicht dat dit zeker de beste manierzou zijn, maar ook de nodige krijgsmoed en de volle overtuiging dat hun krijgsplanzeker zou slagen. Ze kwamen aan de grens van het vijandelijke land op een plaatswaar geen vestingen en burchten stonden en drongen zo zonder slag of stoot hetland binnen. Het volk stroomde hen met witte vlaggen tegemoet en begroette henals de redders van hun leven.[7] Toen de krijgslieden van de tiran vanuit hun burchten zagen, hoe het hele volkzich steeds meer om het vijandelijke leger begon te scharen begonnen ze ernstigmet elkaar te overleggen over wat ze nu moesten doen. De tiran gebood hen allesin het werk te stellen om de vijand uit het land te verdrijven; maar zijn veldherenzeiden tegen hem: 'Het is te laat! Wat hebben we aan onze vestingen en burchten?!Het hele volk staat aan de kant van de vijand, die dus een geweldig grote macht

Page 206: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

206

heeft. Onze strijd tegen hen zou er een zijn van één tegen duizend. We zijn totaaloverwonnen, onze vestingen en burchten helpen ons niet meer; want de stevigsteburcht is het volk en dat is in handen van de vijand, en daarom blijft er voor onsniets anders over dan heel eerlijk te capituleren!' De tiran had hier natuurlijk geengoed woord voor over, maar wat kon hij doen?! Uiteindelijk moest hij toch de raadvan zijn veldheren opvolgen.[8] 'Kijk, hetzelfde moeten jullie ook doen als verstandige uitdragers van Mijn leer.Laat de tempels en de vele priesterhuizen staan; bewerk alleen het volk! Als dat opeenvoudige wijze eenmaal aan jullie kant staat, dan zullen de oude afgodentempelsal gauw vanzelf alle waarde verliezen en instorten. En de dienaren ervan zullen uiteigen beweging en door de nood gedreven naar jullie overgaan, de nieuwe leeraannemen en hiernaar beginnen te handelen en te werken.[9] En jij, Mathaël, bent hopelijk ook zo verstandig geworden, dat je inziet dat deuitbreiding van Mijn nieuwe leer zeker niet te moeilijk is, als je het maarverstandig genoeg aanpakt; maar als je ergens op een botte manier mee begint, danzal de uitwerking ervan ook op de aanpak lijken! Heb jij, en jullie allemaal, dit nugoed begrepen en verstaan?"

Hoofdstuk 119: Het verschil tussen een ware en valse leider[1] Mathaël zegt: 'Ja, mijn Heer en mijn God, alles is me nu duidelijk en vooralook, datje eerst moet geloven aan een God, voordatje Hem kunt liefhebben! Hetgeloof mag echter geen blind geloof zijn, maar moet vol licht zijn, dat wil zeggendat je in moet zien wie en wat een God is. Je moet van Zijn wijsheid, macht,grootheid en Zijn bestendigheid een helder en voor het verstand duidelijk begripkrijgen, om daarna pas over te kunnen gaan in de volle liefde voor de God die je opdie manier hebt aangenomen. [2] Dat is inderdaad geen al te makkelijk stuk werkvoor iemand die door allerlei vergissingen al geheel en al in beslag is genomen;maar als je zelf een waar licht hebt, kun je degene die behoefte heeft aan licht ookspoedig een waar licht geven. En het is iets heel anders, wanneer je iets leert vaniemand die datgene wat hij een ander bijbrengt zelf door en door begrijpt, dan vaniemand anders die de schijn wekt dat hij ook wel deskundig is en van de zaak inkwestie zo vaag iets gehoord heeft, maar uiteindelijk als leraar op dit gebied infeite evenveel begrijpt als zijn leerling.[3] De leraar die grondig onderlegd is, zal met allerlei deugdelijke en passendebeelden en gelijkenissen het moeilijk te vatten onderwerp met weinig moeitebegrijpelijk maken, terwijl de pseudo leraar, om de indruk te wekken dat hij eendiepgaande kennis heeft, slechts zijn uiterste best zal doen om het onderwerp dathij moet onderwijzen met dermate duistere en mysterieuze frases te versluieren, datde leerling daardoor na het onderricht nog tien keer meer verward is dan hij al was.[4] Ik stel me de zaak als volgt voor: De echte, kundige leraar treedt zijn leerlingtegemoet als iemand die met een grote, gesloten lantaarn bij een mens komt die ineen pikdonkere nacht verder wil trekken in de woestijn om overdag niet dekwellende hitte te hoeven verdragen. De reiziger vraagt dan wel meteen aan degids met de gesloten lantaarn: 'Hoe zullen wij in de duisternis in de woestijn

Page 207: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

207

zonder licht de weg vinden? Onze kamelen en paarden zullen in deze duisternisonwillig worden en geen stap willen verzetten![5] En dan zegt de goede gids: 'Maak je daar geen zorgen over! In deze nu noggesloten lantaarn bevindt zich een licht, dat zodra ik de kleppen van de lantaarnopen doe, over de hele woestijn een licht zal verspreiden als de opgaande zon!Geen van onze lastdieren zal onwillig worden! ,[6] En zo beginnen ze in het volste vertrouwen met de reis! In het begin van de reismaakt de gids slechts een heel klein klepje van zijn wonderbaarlijke lantaarn openen meteen komt er zo veellicht uit te voorschijn, dat ze daardoor allestruikelblokken op de weg goed kunnen ontwijken. Dan meent de reiziger: 'Ja, metzo'n licht kan men inderdaad goed reizen, de woestijn zal ons geen zorgen baren! ,[7] Maar wat kijkt de reiziger er van op, als de gids alle kleppen van de grotelantaarn open zet en een waar zonlicht opeens de hele woestijn verlicht alsof hetklaarlichte dag is, zodat zelfs de wilde en verscheurende dieren die hier en daar opeen goede buit loeren snel op de vlucht slaan terwijl de vreedzame vogels deshemels ontwaken en hun vrolijk lied beginnen te zingen, alsof de zon werkelijk alop is gegaan! -Dat zou het licht van de goede gids zijn! [8] Maar nu komt depseudo gids met een echt nachtlampje in de hand en zegt tegen de man die wilreizen: 'Kom, laat ons door de woestijn trekken!' De reiziger zegt: ' Zullen we in depikdonkere nacht wel voldoende hebben aan jouw licht?' En de gids zegt met eenmysterieus pathos: 'Vriend, mijn lampje lijkt weliswaar slechts een zeer zwakschijnsel te verspreiden; maar het is een magisch licht, waarmee men zelfs in eennacht die nog veel donkerder is buitengewoon goed de weg kan vinden![9] De reis begint. De kamelen blijven telkens staan en willen niet verder; wantmet zo'n licht worden hun ogen alleen maar nog meer verblind zodat ze daardoorpas echt niets meer zien. Ze gaan liggen en zijn absoluut niet meer in beweging tekrijgen.[10] Dan zegt de reiziger: 'Ik wist toch al bij voorbaat dat het met zo'n klein lichtjeniet zal gaan, ook al is het nog zo'n kleine woestijn! Wat moeten we nu doen? Wezijn nu eenmaal onderweg en het ziet er treurig uit!' Overdreven ernstig zegt danweer de bij zichzelf zeer verbaasde gids: De dieren zijn moe en hebben wildedieren geroken -hoe ver die ook weg zijn -en gaan tot ons geluk niet verder! ' Dereiziger zegt: 'En wat moeten we dan als de wilde dieren lucht van ons krijgen enons in deze nacht een zeer onaangenaam bezoek komen brengen?' De gids die nogveel banger is dan de reiziger, verzekert hem: 'O, in zo'n nacht hoeven we daar nietbang voor te zijn; want het is nog nooit voorgekomen dat een reiziger ooit door dewilde dieren is lastig gevallen in zo'n nacht!' Gelukkig komt er inderdaad geenwild dier zo aan de rand van de woestijn tevoorschijn. De gids en de reizigerwachten tot het dag wordt en spreken elkaar, zo goed als het gaat, tot dan moed in.[11] Precies zo, lijkt me, gaat het ook met de geestelijke begeleiding die door eenpseudo gids plaatsvindt. In de woestijn en de nacht van dit aardse leven, waarleraar en leerling allebei niets zien, houdt de zich wijs voordoende leraar deleerling ook aan het lijntje door te zeggen, dat alle mysterieuze dingen later ooit,aan gene zijde, geopenbaard zullen worden. Maar de zogenaamd wijze leraar ishierbij nog banger voor de dood van zijn lichaam dan zijn onervaren leerling; want

Page 208: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

208

de leerling heeft in ieder geval nog zijn blinde droomgeloof, terwijl zijnzogenaamd wijze leraar ook dat allang niet meer heeft.'

Hoofdstuk 120: De toekomst en het zuiver houden van de leer van de Heer[1] (Mathaël:) 'Ik ben er nu vast van overtuigd, dat wij met de verbreiding van Uwzuiver goddelijke leer zeker geen al te grote moeite zullen hebben en wij, gebiedersen aardse machthebbers, al helemaal niet; maar een heel andere vraag is, en dielijkt mij uiterst belangrijk, hoe deze leer voor de mensheid zuiver gehouden kanworden, zonder dat mensen hieraan iets toevoegen of er iets uit weglaten. Want wijzijn nu met velen, die deze nieuwe leer niet alleen voor onszelf gekregen hebbenmaar ook voor onze vele broeders en zusters, en deze ook met volle inzet willenverbreiden! Maar zelfs wij zullen misschien al op heel wat punten de mensen ditmeest ware en zuivere evangelie zeer verschillend verkondigen, wat natuurlijk inde aard der zaak ligt.[2] Want men zal met een jood anders moeten praten dan met een Griek en eenRomein, en met deze weer anders dan met Perzen, Indiërs en Egyptenaren, en metde Scythen weer heel anders, omdat ieder een andere voorkennis heeft. Daardoorzullen er natuurlijk allerlei vermengingen plaatsvinden en allerlei dingen zullenook anders gekleurd worden. En als dan bijvoorbeeld na een paar honderd jaar demensen van de meest verschillende volkeren de lessen die ze van ons hebbenontvangen, en die natuurlijk door velen opgetekend worden, met elkaar zullenvergelijken, -zullen die dan nog wel enigszins op elkaar lijken?! Of zullen de jodenniet spoedig zeggen: ' Alleen wij hebben de geheel zuivere en ware leer! , En deGrieken zullen daarop zeggen: 'Neen, wij hebben de enig ware leer, zoals wij dieuit de mond van de Heer hebben vernomen!' En zullen de Romeinen niet hetzelfdebeweren en de Armeniërs op hun beurt ook?! Ik wil hopen dat ze in wezenallemaal niet te veel van elkaar zullen afwijken; maar wat details betreft zullen er,vanwege de volkomen vrije wil van de mensen, hier en daar waarschijnlijk tochwel behoorlijke varianten, kloven en vouwen voorkomen! [3] Mocht dat toch metenige zekerheid te verwachten zijn, dan zouden er volgens mijn bescheiden meningvoorzorgsmaatregelen tegen getroffen moeten worden, opdat er uiteindelijk uitdeze heerlijke leer niet een ware chaos ontstaat, waaruit verder niemand meergemakkelijk wijs kan worden. -Wat is Uw mening hierover, Heer?"[4] IK zeg: 'Mijn lieve vriend, ofschoon je zorg voortkomt uitje redelijke,bekommerde hart, moet Ik je toch zeggen dat jouw zorg een beetje voorbarig is!Dat deze leer bij alle volkeren in latere tijden niet zo zuiver zal blijven als deze nuuit Mijn mond tot jullie is gekomen, dat kan bij voorbaat wel als vaststaandaangenomen worden. [5] Er zullen ook al spoedig na ons veel geschrevenevangelies opduiken; en elk daarvan zal beweren dat het de zuivere waarheidbevat, en daarvan zal geen enkel geschreven evangelie dat hetzelfde beweert, gelijkzijn aan het andere. Ja, er zal nog iets veel ergers gebeuren: De tegen Mijgetuigende vorst van de leugen zal ook nog een rol spelen en zal zelfs grote, zij hetvalse, tekenen doen! Hij zal in de akker, waarin Ik nu het zuiverste zaad hebgestrooid, het kwade zaad van allerlei onkruid leggen, om de edele tarwe te

Page 209: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

209

verstikken. [6] Maar dit alles zal geen enkele afbreuk doen aan Mijn ware enzuivere leer als zodanig; want het hier door Mij tot jullie gesproken woord zal doorjullie ook weer verder verspreid en besproken worden, en jullie zelf zullen je nietmeer precies letterlijk van Mijn woorden bedienen, wat ook helemaal niet meernodig is. Maar de innerlijke geest ervan zal toch blijven bestaan.[7] Over hem die in Mij zal geloven en in Mijn naam uit water en uit geest gedooptwordt, zal ook Mijn geest komen en hij zal wandelen in het licht van de zuiverewaarheid, tijdelijk en eeuwig. Bij zo iemand zal dan ook deze leer in allezuiverheid als nieuw weer voorhanden zijn. Wie echter niet zo ver komt dat hijdeze genade krijgt, zal het zuivere licht van de eeuwige waarheid van Mijn leertoch nooit kunnen bevatten en begrijpen, en dan maakt het niets uit met welke kosthij zijn geestelijke maag zal volstoppen.[8] Neem dit van Mij aan! En als iemand ieder woord letterlijk precies zoals Ik hetuitgesproken heb, zou kennen, maar de geest niet ontvangen zou hebben omhiermee in de diepte ervan door te dringen waar in Mijn woorden licht, kracht enleven heersen, dan zouden Mijn woorden even weinig zin voor hem hebben als datiemand iets heeft aan de lange gebeden van de Farizeeën![9] Heeft echter iemand de geest van Mijn woorden in zich, dan heeft hij de letterniet meer nodig. Wie de geest heeft, heeft ook de zuivere leer. En Ik zal in de geestverblijven bij Mijn altijd slechts weinige, maar ware aanhangers tot aan het eindeder tijden van deze aarde. En zo, vriend Mathaël, wordt er wel voor gezorgd datMijn leer ook altijd zuiver behouden blijft!"

Hoofdstuk 121: Zet men het Woord niet om in de daad, dan kent men het niet[1] (De Heer:) 'Wat voor de uiterlijke mens nodig is om te weten en te geloven,wordt toch wel -kijk daar maar! - door Mijn twee schrijvers opgetekend omdat Ikhet zeg (Matthéus en Johannes. Opmerking van J. Lorber). Wie dat zal aannemenen er naar zal.handelen, die zal ook zo ver komen dat hij Mijn geest ontvangt. Alshij die heeft, dan heeft hij verder niets meer nodig.[2] Blijft hij echter lauw onder hetgeen hij van Mij heeft vernomen, en doet hij nietzijn best om er geheel naar te handelen, wel, dan zal hij weliswaar de letter hebbenzoals Mijn beide schrijvers deze hebben opgetekend, en zoals ook Raphaël dezevoor jou en voor nog enkele anderen heeft opgetekend; maar doordringen tot degeest die diep binnen in de letter rust en verblijft, zal hij nooit.[3] Niemand zal er iets aan hebben om alleen maar te roepen: 'Heer, Heer!'; want inMijn ogen zullen zulke aanhangers altijd worden beschouwd als wezens die Mijniet kennen en ook met door Mij gekend worden.[4] Ik zeg jullie voor alle eeuwigheden als van God uit waar: Wie Mijn leer nietvolkomen in de daad omzet, maar deze slechts aanhoort en nu en dan bewondert enprijst, die krijgt Mijn geest niet, en Mijn hele leer helpt hem dus in feite weinig ofniets! Want als hij na het afleggen van zijn lichaam daar uiteindelijk helemaalnaakt als ziel staat, dan zal hij van Mij en van Mijn leer evenveel weten alswanneer hij er op aarde nooit een lettergreep van vernomen had, wat echter ookeen heel natuurlijk verschijnsel is.

Page 210: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

210

[5] Stel bijvoorbeeld het geval dat iemand het een en ander of zelfs veel over degrote keizersstad Rome heeft horen vertellen, ook de weg daar ween weet, en ookde middelen en de gelegenheid heeft om er naartoe te reizen, de grote stad rustig tebekijken en alles daar te leren kennen.- Ja, stel dat hij hiertoe zelfs meerdere malenwordt aangemoedigd door zijn vrienden die al in Rome zijn geweest! Alleen heefthij er ten eerste nooit echt de tijd voor, en bovendien is hij te gemakzuchtig en ziethij op tegen de ongemakken die de reis mogelijkerwijs met zich mee kan brengen,en hij zegt tenslotte: 'Ja, waarom die reis naar Rome? Mijn vrienden hebben mijdeze grote stad toch al zo haarfijn beschreven, dat ik haar in mijn fantasie nu zokan zien alsof ikzelf al vele malen in Rome ben geweest![6] Dat beeldt onze man zich zo echt goed in. Laten we hem nu echter een zogetrouw mogelijke afbeelding van de stad Rome Zien, maar zonder dat er onderstaat geschreven wat het is en wat het voorstelt, -dan zal hij, terwijl hij ons wildoen geloven dat hij de stad Rome heel goed kent, naar de afbeelding kijken alseen os naar een nieuwe, onbekende poort! En als wij hem jarenlang laten raden,dan zal hij toch nooit met volle en overtuigende zekerheid kunnen zeggen, dat diteen geslaagde afbeelding van de stad Rome is![7] Ik zeg echter nog meer: Laten we zorgen, dat deze persoon toevallig werkelijkin Rome komt, -maar alleen, en zo, dat hem in Rome zelf ook niemand zegt dat hijzich nu in Rome bevindt, maar in een heel andere stad -, dan zal hij dat uiteindelijkgeloven en derhalve door de bomen het hele, grote bos niet zien! [8] Het is dusabsoluut niet genoeg dat de mens zich kennis verschaft over wat dan ook, door erbijvoorbeeld van anderen over te horen of door er allerlei beschrijvingen over telezen. Al deze kennis blijft stom en zonder waarde voor het leven als ze niet dooractiviteit in verband wordt gebracht met het leven van de ziel.[9] Wanneer deze persoon, nadat hij veel voor hem merkwaardige dingen over destad Rome heeft gehoord, het plan opvat om daarheen te reizen en dat dan ookwerkelijk doet en daar alles bekijkt wat hij maar kan bekijken, dan zal de vollewaarheid ook een diepe indruk op zijn ziel gemaakt hebben en hij zal zich dannooit meer een andere voorstelling van Rome kunnen maken, dan zoals hij de stadzelf heeft gezien. [10] Maar zou hij Rome nooit zelf gezien hebben, dan zou zijnvoorstelling ook heel anders worden wanneer iemand hem nieuwe en anderedingen vertelt over hoe Rome er uitziet; het ene fantastische beeld zou het andereverdringen en dat zo lang, tot hij zich tenslotte helemaal geen enigszins houdbarevoorstelling van de stad meer kan maken.[11] Maar als hij, zoals gezegd, Rome ooit zelf heeft gezien, dan kunnen erhonderden kletskousen naar hem toekomen en hem totaal nieuwe en bijzonderebeschrijvingen geven van hoe de stad Rome er uitziet, hij .zal daar dan alleen omlachen en zich soms ergeren aan de leugenachtige onbeschaamdheid van sommigedagdieven die zichzelf beroemd willen maken, en van mensen die niet werken enin steden rondhangen; en hij zal ze allemaal duidelijk de deur wijzen; want in hemleeft nu werkelijk het ware beeld van Rome en dit kan door geen enkele, slechtsverzonnen voorstelling verdrongen worden. [12] En hoe komt dat dan? Omdat hijdoor zijn inspanning en werk de volle waarheid in zijn levende ziel, en niet alleenmaar in zijn hersenen geprent heeft! Hij heeft dus de ware geest van de zaak in zijn

Page 211: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

211

ziel opgenomen; het waarheidsgetrouwe beeld leeft nu in hem en kan door geenenkel verkeerd beeld van buitenaf meer gedood en vernietigd worden, omdat heteen waar levensbeeld geworden is.[13] En zoals deze gelijkenis in ieder opzicht en met betrekking tot alles zeerduidelijk het verschil laat zien tussen bedrieglijke schijn en de volle waarheid,waardoor iedereen ook gemakkelijk en geheel en al kan zien dat iederebeschrijving van Rome, ook al is die nog zo juist, het niet haalt bij de eigendaadwerkelijke overtuiging, omdat de voorstelling die door een beschrijving isontstaan, slechts ingebeeld is en heel goed verdrongen kan worden door een anderedie door iets anders is ontstaan, omdat ze geen levend beeld geworden is in de ziel,precies op dezelfde manier gaat het met Mijn leer:'

Hoofdstuk 122: Het belang van het daadwerkelijke christendom[1] (De Heer:) 'Jullie kunnen Mijn leer van woord tot woord met onuitwisbareletters voor alle tijden der tijden optekenen, zodat er geen letter van verloren gaat,en jullie kunnen haar nog zo prediken en voorlezen aan alle volkeren, en als dezevolkeren dan luidkeels roepen: 'O, kijk eens, dit is een zeer voortreffelijke leer ende mond van een God waardig!', maar er dan toch niemand mee aan het werk wilgaan en volop actief wil worden volgens de principes ervan en volgens hetgeenerin verlangd wordt, -heeft deze leer van Mij dan voor iemand enig nut, ook al iszij nog zo zuiver bewaard? Ik zeg jullie: Dat heeft geen enkel nut! Of heeft eenzieke iets aan een medicijn, als hij dit niet inneemt en niet volgens het voorschriftvan de ervaren arts gebruikt?![2] Als iemand echter maar iets van Mijn leer weet en dat meteen in praktijkbrengt, dan zal hij daar al duidelijk een groter en levender nut van hebben daniemand anders die weliswaar met alle eerbied over Mij en Mijn leer spreekt, maarnooit bij zichzelf het besluit kan nemen om haar in de daad om te zetten. Want deeerstgenoemde zal, doordat hij handelt volgens het weinige dat hij vernomen heeft,dit ook juist in zijn ziel tot leven brengen, en het kleine zaadje zal spoedig eengrote oogst vanuit de levende geest opleveren die geen enkele kwade macht ooitmeer kan vernietigen, terwijl de ander die Mijn leer aanprijst en zorgvuldigbewaart, door geestelijke honger geplaagd ook alle andere leren er bij zal halen endaarbij toch nog van geestelijke honger zal sterven. Zal diens ziel Mij aan genezijde dan herkennen, als zij hier door haar doen en laten niet de ware geest vanMijn woorden geheel en al naar waarheid eigen heeft gemaakt?[3] Stel, dat iemand van Mijn leer niet meer weet dan alleen dat men God bovenalles lief moet hebben en zijn naaste als zichzelf, en hierover ernstig zou denken:'Kijk, dat is een goede leer! Er moet een allerhoogst goddelijk wezen bestaan, datin overeenstemming met alles wat door Hem is geschapen, zeer goed enbuitengewoon wijs is en leeft en zich beweegt. Dit derhalve buitengewoon goede,wijze en almachtige Wezen moet men dus ook meer achten, waarderen, eren enliefhebben dan al het andere in de wereld. Mijn medemens is evengoed als ik eenmens en door de Schepper met dezelfde rechten in deze wereld geplaatst. Hij magdaarom niet te gering geacht worden, maar mijn verstand zegt me zelfs dat ik voor

Page 212: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

212

hem hetzelfde over moet hebben als voor mezelf. Want acht ik hem te gering, dandoe ik dat ook mezelf, omdat ik ook slechts een mens en verder niets meer ben. Ikerken dat als een eerste levensprincipe, en wil me daar dan ook om te beginnenvoor mijzelf daadwerkelijk streng aan houden!'[4] Deze mens doet dat nu en probeert ook zijn omgeving daartoe te bewegen,deels door zijn voorbeeld en deels door zijn heel eenvoudige en sobere leer; zovormt hij zijn gezin tot een waar toonbeeld van ware en God toegewijde mensen.En wat zijn in korte tijd de vruchten van deze prijzenswaardige onderneming? Demensen leven in vrede. Niemand verheft zich boven de ander. De verstandige zetzich er voor in om met veel geduld en liefde de minder begaafde op gelijk niveaute brengen, en maakt hem opmerkzaam op alle wonderen in de schepping die hijkent, en is gelukkig dat hij de zwakkere kon helpen. [5] En omdat dit allemaalpraktisch gebeurt, wordt het ook in het leven van de ziel opgenomen; daardoorwordt de ziel dan ook duidelijk steeds actiever en krachtiger:'

Hoofdstuk 123: Wijsheid als gevolg van liefdevolle werkzaamheid[1] (De Heer:) 'Hoe werkzamer het er in de ziel aan toe gaat, des te lichter wordthet daar ook; want het basiselement van het zieleleven is het vuur. Hoe heviger ditelement begint te werken, des te meer licht verspreidt het in en buiten zichzelf: Alsde ziel dus steeds meer gloeit van leven, dan wordt het leven in haar ook steedslichter en helderder en begint de ziel door dit intensievere levenslicht ook steedsmeer de innerlijke levensgeheimen te doorzien en te begrijpen.[2] Dit diepere schouwen en begrijpen verschaft de ziel weer nieuwe moed omGod nog inniger lief te hebben en te bewonderen, en deze liefde is dan al een eerstevonk van Gods geest in de ziel; deze vonk groeit en neemt geweldig toe en kortetijd daarna worden de ziel en Gods geest geheel één, en de ziel wordt dan door degeest van God in alle waarheid en wijsheid binnengeleid.[3] Als voor zo iemand nu alle wijsheid toegankelijk is geworden, zoals Ik jullie nugedurende een aantal dagen aan een stuk door heb gepredikt en ook inderdaad heblaten zien, zeg Me dan eens, of dat soms is toe te schrijven aan het feit, dat aandeze mens elk van Mijn woorden die Ik tot Jullie heb gesproken, letterlijk preciesen onveranderd is overgeleverd! 0 neen! Hem is niets anders ter ore gekomen danenkel de beide wetten der liefde, alleen doordat hij deze precies, gewetensvol endaadwerkelijk in praktijk heeft gebracht, heeft hij al het overige verworven![4] Ofschoon Ik deze zaak aan jullie toch beslist door en door duidelijk hebuiteengezet, vragen sommigen van jullie zich toch af: 'Ja, hoe is het nu mogelijkdat door het praktisch in acht nemen van de beide geboden de ziel tot zo'n hogewijsheid verheven wordt?' En Ik zeg jullie: Dat komt, omdat de ziel reeds vanaf heteerste begin zo is ingericht! [5] Hoe wordt dan een druif rijp, zoet en geestrijk -hetis immers maar een heel eenvoudig natuurlijk gewas? Dit wordt bewerkstelligddoor het licht en de warmte van de zon. Door het licht en door de warmte wordende natuurgeesten in de wijnrank steeds actiever. En doordat ze steeds actieverworden en als het ware steeds bedrijviger door elkaar bewegen en er wrijvingontstaat, worden ze in zichzelf ook steeds vuriger en ontstaat er in hen steeds meer

Page 213: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

213

licht. En doordat ze in zichzelf steeds helderder en lichter worden, wordt ookwederzijds hun specifieke intelligentie* (* oorspronkelijk: Spezialintelligenz)verhoogd; hoe lichter hun intelligentie wordt, des te duidelijker wordt het hen datze tot een en dezelfde orde behoren; ze beginnen elkaar te omvatten, zich teordenen en zich te verenigen. Als dit zich geheel en al heeft voltrokken, is de druifook rijp en goed eetbaar geworden.[6] Wanneer men het sap heeft verzameld en in een vat heeft opgeslagen, dandulden de goed geordende natuurgeesten niet meer dat een vreemde stof, dienatuurgeesten van een heel andere orde bevat, de goede orde verstoort die denatuurgeesten van het druivensap nu hebben aangenomen. Zodra zich iets vreemdsin de most bevindt, dat tot een andere orde behoort, gist en bruist hij net zo lang tothet vreemde verwijderd is of tot het zich volledig naar zijn orde heeft gevoegd. Pasals dat gebeurd is, ontwaakt de geest van het innerlijke licht en de innerlijkewarmte uit alle nu goed geordende natuurgeesten van het zuiver gewordendruivesap; en de voorheen nog onzuivere most is daardoor tot een geestelijk sterkeen zuivere wijn geworden.[7] Dit is dus allemaal door de zon bewerkstelligd, dat wil zeggen door het licht ende warmte ervan. En precies zo gaat het met de mens en zijn ziel! Wanneer hijdoor een wet in acht te nemen die de beste orde uit God behelst, zijn ziel tot eensteeds grotere werkzaamheid kan brengen, zal het in zijn zielook steeds lichter enlevenswanner worden in alle sferen van het leven. Daardoor zal zij zichzelf steedshelderder en zuiverder kennen en zo ook de goddelijke kracht, die steeds meer inhaar binnenstroomt en ook een steeds intenser en hoger leven in haar doet gedijen.[8] Als de ziel deze kracht herkent, dan herkent ze ook God, van wie deze krachtuitgaat. En als ze dit noodzakelijkerwijs moet beseffen, dan kan het niet anders dandat ze God ook steeds meer en meer liefheeft. Met deze liefde verwijdert ze danzelf al het vreemdsoortige uit haar steeds zuiverder en volmaakter wordendelevensorde en wordt steeds meer één met de orde van Gods geest in haar; omdat ditechter begrijpelijkerwijs het geval is en ook zeer zeker moet gebeuren, is hetnatuurlijk vanzelfsprekend, dat zo'n ziel, die dan geheel doordrongen is van Godsgeest, wel op allerlei manieren moet groeien, ook wat kracht en sterkte betreft; enzo wordt zij zeker een waar kind van de allerhoogste God. [9] Wanneer zo'n zieldan tenslotte het lichaam verlaat en in het grote hiernamaals natuurlijk in het volstebewustzijn aankomt, dan zal ze ook God zeker meteen herkennen, omdat ze hier alvolledig één met Hem is geworden en Hem tot het volste en helderste bewustzijnin zichzelf heeft gebracht, en dit om de duidelijke reden dat het bewustzijn vanGods geest, dat immers eeuwig het allerhelderste is, nu in zekere zin tot hethelderste verenigde bewustzijn van de ziel zelf is geworden"

Hoofdstuk 124: Het wel goed weten, maar niet doen[1] (De Heer:) 'Is het met al deze dingen dus alleen maar zo en nooit anders kanzijn, hoe onbeduidend lijkt dan jullie bezorgdheid over het zuiver houden van eentot jullie gericht woord! De mens heeft hier slechts heel weinig van nodig, maareen heel klein mosterdzaadje; als hij dit in de levensaarde van zijn hart legt en het

Page 214: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

214

dan ijverig en daadwerkelijk verzorgt, zal er een boom uit groeien en onder detakken van deze boom zullen ook de vogels van de hemelen hun woning vinden.[2] Bezitten de Farizeeën soms niet de boeken van Mozes en de profeten nogvolkomen zuiver en zonder dat er ook maar een lettergreep aan ontbreekt?! Maarwat brengt hen dat verder? Ondanks alles zijn het toch nog verscheurende wolven,die in schaapskleren rondlopen om des te meer verwoesting aan te richten op devreedzame weiden der lammeren! [3] Ik zeg jullie: Al het uiterlijke, al is het opzichzelf nog zo zuiver, doodt; alleen de geest heeft het leven en maakt alles levendwaar hij in doordringt. Jullie moeten Mijn leer daarom ook heel kort en eenvoudigsamenvatten, slechts voorzover de mensen deze over het algemeen nodig hebben.En wie deze leer in praktijk brengt, zal ook in de mate van zijn werkzaamheid degeest van God in zichzelf opwekken, en pas dan zal deze geest in het licht en hetvuur van alle waarheid de ziel tot leven wekken, die dan in alle waarheid enwijsheid uit God binnengeleid zal worden; zij zal dan in en uit zichzelf dit en nogonuitsprekelijk veel meer, wat Ik jullie heb verteld, allerduidelijkst vernemen.[4] Stel je nu voor dat Ik jullie Mijn hele schepping heel analytisch van het grootstetot en met het kleinste op wonderbaarlijke wijze zou onthullen door vele duizendenvan Mijn engelen te ontbieden en hun op te dragen om alles op te schrijven met dehun mogelijke bliksemsnelle manier van schrijven! Ten eerste zouden we daarvoorzoveel van het witte perkament nodig hebben, dat daar bij lange na geen plaatsgenoeg voor zou zijn in een hele hulsglobe; en zeg Mij eens in de tweede plaats,als al deze eindeloos vele vellen volgeschreven zouden zijn, wanneer zouden julliedan klaar zijn met het doorlezen van al deze geschriften! Ik hoop nu, dat jullie eenbeetje beginnen in te zien hoe dwaas dat zou zijn! [5] Ga naar Memphis, Thebe,Karnag en Alexandrië! Daar zullen jullie bibliotheken aantreffen, allemaal zo echten juist mogelijk; maar Ik verzeker jullie, dat geen mens ze in vijfhonderd jaargeheel en al kan doorlezen! Er zou werkelijk Methusalems leeftijd voor nodig zijnom alle schriften en tekens slechts éénmaal door te lezen! En wat zou iemand eraan hebben als hij deze verbazingwekkende moeite zou hebben genomen? Hij zouhet gelezene zeker al van dag tot dag, ja uiteindelijk, als hij al flink in de wargeraakt zou zijn, van uur tot uur en van minuut tot minuut totaal vergeten, en ervoor zijn leven ook niet het minste profijt van hebben.[6] Merken jullie nu wat voor een totaal andere weg Ik jullie met Mijn leer wilwijzen; waarop men binnen de kortste tijd, als men het maar echt wil, toegang totalle wijsheid der hemelen verkrijgen kan![7] Ik ben deze weg, en de waarheid en het leven. Wie Mij waarachtig liefhebbendin zijn ziel heeft opgenomen, maar niet alleen maar gelovig wat betreft hetvernomen woord, maar ook geheel en al wat zijn handelen betreft, tot hem zal Ikaltijd in de geest komen, en Ik zal Mij aan hem openbaren en hem verlichten zoalseen helder opgaande zon de voordien duistere velden van de aarde.[8] Met één innerlijke, geestelijke blik zal hij meer over de diepste oorsprong lerenkennen dan door tienmaal honderdduizend jaar lang te lezen, gesteld dat hetiemand gegeven was om zo lang te leven.[9] Jullie hebben nu zelf sinds verscheiden dagen, die Ik steeds onderwijzend enhandelend in jullie midden heb doorgebracht, toch heel wat vernomen en gezien,

Page 215: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

215

en jullie ziel is daardoor zeer wakker gemaakt, en in jullie hart is liefde, geloof envolledig vertrouwen gekomen; maar als je het alleen hierbij zou laten, dan zoudenjullie er werkelijk nog weinig aan hebben voor je ziel, en jullie kennis en wetenzou niet meer worden dan wat het nu is.[10] Jullie moeten van nu af aan zelf werkzaam worden volgens Mijn leer, dan zalje ziel levendiger en lichter worden en pas dan zal Mijn geest in jullie ziel Zijnintrek nemen en je in alle wijsheid binnenleiden.[11] Daaruit bestaat dus de nieuwe school van het ware leven en de enig warekennis van God en het leven zelf, en Mijn leer heet een waar evangelie*, (*'Evangelie' betekent: 'goede, blijde boodschap') omdat het de mensen leert gaan opde enig juiste en ware weg ter verkrijging van het ware eeuwige leven en van deenige ware liefde en wijsheid van God. [12] De leer is weliswaar niet groot, en alsze in een boek wordt geschreven, kan ze door iedereen die kan lezen in enkele urendoorgelezen worden. Maar hoe ijverig men ook leest, alleen door te lezen zal mener niet meer profijt van hebben dan wanneer iemand alleen maar uiterlijk met Mijnleer heeft kennis gemaakt, -wat wel in de eerste plaats dient te gebeuren.[13] Want dit is te vergelijken met een eerste noodzakelijke stap om op reis tegaan; want als Ik van hier naar bijvoorbeeld Damascus zou moeten reizen en nooitde eerste stap zou zetten, dan spreekt het vanzelf dat Ik ook de tweede stap niet zalkunnen zetten en nog minder de daarop volgende stappen die Mij naar Damascusmoeten brengen. Maar ook als Ik de eerste stap nog zo stevig zet, en daarna ook detweede, derde en vierde, dan heeft dat nog geen enkele zin wanneer Ik daarna blijfstaan, en het teveel inspanning zou vinden om zo lang door te blijven lopen tot Ikin Damascus ben aangekomen.[14] Ik heb jullie nu heel duidelijk gemaakt wat je moet doen om waarachtig heteeuwige leven en al zijn gerechtigheid te verwerven. Handel daar dus naar, dan zalMijn belofte aan jullie allemaal volledig in vervulling gaan; want van het vele watIk tot nog toe geopenbaard heb, is dit, wat Ik je nu gezegd en geopenbaard heb, welhet grootste en het belangrijkste voor jullie leven.[15] Ik heb jullie nu heel veel wonderen van Mijn scheppingen onthuld engeopenbaard, en daarom hebben jullie van Mij heel veel geleerd; maar jullie wetennu enkel wat je hebt gehoord en gezien. Meer dan dat weten jullie echter niet. Maarmet de huidige openbaring heb Ik jullie nu haarfijn en overduidelijk getoond, watjullie en iedereen te doen staat om tot de onbegrensde zelfaanschouwing van allewonderen van de eindeloos grote schepping van God te geraken, die dan niet meerzal vergaan, maar eeuwig zal blijven bestaan."

Hoofdstuk 125: De noodzaak om zichzelf te onderzoeken[1] (De Heer:) "Dus jullie moeten nu je best doen om hiernaar te handelen; doe allemoeite en onderzoek jezelf of je niets nalaat, zodat je uiteindelijk niet hoeft tezeggen: 'Kijk nu eens, nu heb ik gedurende tien tot twintig jaar alles gedaan wat denieuwe leer me voorschreef, en toch ben ik nog geen stap verder gekomen, ik merknog altijd niets van een bijzondere verlichting in mezelf, en van het zogenaamdeeeuwige leven bespeur ik ook nog bitter weinig in mezelf! Wat mankeert er dan

Page 216: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

216

nog aan?' [2] En daarom zeg Ik tegen jullie: Ga zorgvuldig bij jezelf na, of er nietnog sterke, wereldse, baatzuchtige gedachten jullie hart besluipen, of jullie hart, endaarom ook jullie ziel, niet af en toe bevangen is door hoogmoed, door een zekerete overdreven zuinigheid -een jongste zus van gierigheid -, eerzucht, neiging totoordelen, graag gelijk willen hebben, neiging tot lichamelijke wellust, en doormeer van dergelijke zaken! Zolang dit nog bij de een of de ander het geval is, zalhij de belofte, dat wil zeggen het volledig in vervulling gaan ervan, aan zichzelfnog niet meemaken.[3] Want kijk maar naar de most en de zuivere, geestrijke wijn in een vat of eenzak! Zolang er zich nog grove en vreemde bestanddelen in de most bevinden, zaldeze gisten en niet tot zuiverheid komen; maar als deze bestanddelen er eenmaalgeheel en al uit verwijderd zijn, wordt het rustiger en rustiger in het vat, de mostwordt helder en wordt een zuivere, volle geestrijke wijn[4] Het zal vaak voorkomen, dat menigeen er niet ver vanaf is het Godsrijk in zijnziel ten volle te bezitten, en toch zal hij het niet in bezit nemen, omdat hij zichzelfte weinig onderzoekt en niet in de gaten heeft met wat voor aardse eigenschappenzijn ziel mogelijk nog behept is. Als hij zichzelf echter zorgvuldiger zou testen,zou hij spoedig ontdekken dat hij bijvoorbeeld nog zeer gevoelig is en noggemakkelijk door een kleinigheidje beledigd kan worden.[5] 'Ja', zegt dan iemand, 'moet een mens dan helemaal geen eergevoel hebben?' Oja, zeg Ik, de mens kan zeer zeker eergevoel hebben, maar dat moet van de edelstesoort zijn! Wanneer iemand, die nog zwak van geest is je heeft beledigd, moetjeniet boos op hem worden,.maar naar hem toe gaan en zeggen: 'Vriend, mij kun jenergens mee beledigen; want ik houd van jou en alle mensen! Degenen, die tegenmij vloeken, zegen Ik en die mij kwaad doen, doe ik zoveel ik kan alleen maargoed! Maar het is niet netjes, dat iemand een ander beledigt; doe dat daaromvoortaan met meer voor je hoogst eigen heil! Want je zou met je steeds groeiendezucht tot beledigen wel eens iemand kunnen treffen die je dat zeer kwalijk nam enje dan grote en zeker heel onprettige. Onaangenaamheden zou kunnen bezorgen, endan heb je het alleen aan jezelf te wijten datje iets onaangenaams is overkomen![6] Als jullie met iemand, die je heeft beledigd, zonder de minste kwaadheid in jehart zo kunt spreken, dan hebben jullie een volkomen gerechtvaardigd, edel engoddelijk eergevoel in je hart. En als je vanwege zoiets nog een klein beetje vaneen soort boosheid in jezelf bemerkt, en bitter en onvriendelijk op zo iemandreageert, dan is dat nog het gevolg van geringe, in jullie ziel verborgen hoogmoed,en alleen al hierdoor kan de vereniging van je ziel met Mijn lichtgeest in jezelf noglang worden verhinderd.[7] Of een van jullie wordt meerdere keren aangesproken door een en dezelfdearme man, die om een niet geringe aalmoes vraagt. Jullie hebben het wel enkunnen de arme nog duizend maal zoveel geven als jullie hem al gegeven hebben;maar omdat hij min of meer brutaal is ergeren jullie je aan hem, en jullie wijzenhem de deur terwijl je hem te verstaan geeft, dat hij niet zo vaak moet komen endenken dat men hem iedere keer wanneer hij komt een aalmoes geeft![8] Ja, kijk, dat zijn voor een werelds denkend mens wel heel verstandige woorden,en de bedelaar heeft zo'n kleine terechtwijzing ook verdiend; maar degene die de

Page 217: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

217

arme man zo tegemoet treedt, is toch nog lang niet rijp voor Mijn rijk, want Ik laatMijn zon alle dagen opkomen en schijnen over goede en slechte mensen, en tengunste van alle schepselen. [9] Dezelfde straal die de vergulde paleizen van dekoningen verheerlijkt en in de wijnranken het edelste van alle sappen zuivert, doetrijpen en zoet maakt, verspreidt ook zijn licht over poelen en riolen en ergert zichniet aan het gekwaak van de kikkers en het getjirp van de krekels. Achter eendergelijke terughoudendheid zit nog iets karigs, en die karigheid en te grotegeldelijke zuinigheid komt bepaald dicht in de buurt van gierigheid en vertroebeltde levensmost van de ziel; en zolang dat nog ononderbroken het geval is,produceert de ziel geen zuivere en geestrijke levenswijn.[10] Wie echter welgesteld is, en als zodanig alleen maar echte grote vreugdeondervindt door te geven, en de arme er niet op aankijkt dat hij hem al diversekeren een kleine gave heeft geschonken, is dan wat dit punt betreft reeds klaar omMijn rijk binnen te gaan, als hij tenminste geen rekening hoeft te houden met eenandere kleine fout in zijn ziel.[11] Daarom zeg Ik tegen jullie, dat je jezelf steeds in. alles nauwkeurig moetonderzoeken en je moet verheffen tot het levensniveau waarop je in jezelf helderen bewust waarneemt datje vrij bent van alle aardse slakken"

Hoofdstuk 126: Naastenliefde als regelaar van spaarzaamheid[1] (De Heer:) 'Ja', zegt weer iemand van jullie bij zichzelf, 'dat is allemaal weljuist van dat zelfonderzoek; maar waar haalt men een maatstaf die altijd juist isvoor het zuivere gevoel en het geweten? De mens raakt vanaf de wieg vertrouwdmet de gevoelens die het volk heeft ten aanzien van wat moreel juist is, en vindtalles goed wat hij volledig beantwoordend aan deze gevoelens doet; ja, als hij instrijd hiermee zou handelen, zou hij menen dat hij een zonde begaat.[2] Bij een volk hoort spaarzaamheid een aanbevolen en aan.geprezen belangrijkedeugd te zijn: Wie in zijn jeugd en op mannelijke leeftijd spaart, hoeft als hij oud isgeen gebrek te lijden, en wie niet werkt en spaart zal ook niet eten! ,[3] Mijn beste vrienden! Deze op zichzelf absoluut niet afkeurenswaardigeprincipes zijn Mij heel goed bekend. Ze kunnen en moeten overal waar een volk ingroepen met elkaar samenleeft, bestaan en gehandhaafd worden, maar steeds in devoor het leven edelste zin van het woord. Opdat ze echter alleen in deze zin in desamenlevingen van mensen bestaan en nooit onderschat en overdreven worden,moeten ze vergezeld gaan van een houdbare en zeer betrouwbare regulator. Enwaaruit moet deze regulator bestaan? Uit niets en niemand anders dan alleen uit deware en zuivere naastenliefde, waarvan de verstandige belangrijkste grondregel alsvolgt luidt: Voor zijn naaste wenst en doet de mens van harte precies alles waarvanhij redelijkerwijs en wijselijk kan wensen en willen, dat anderen het ook voor hemzelf willen doen en overhebben. [4] Wie goed bij deze grondregel stilstaat, zalgauw zien dat hij als geen ander alle mensen zal aansporen tot een zekere ijver enook tot ware en edele spaarzaamheid voor het leven; want als het mij onaangenaamis, dat een ander niets uitvoert terwijl ik werkzaam ben, dan moet ik ook nietterwijl een ander werkt, werkeloos toezien!

Page 218: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

218

[5] Als iedereen dit uit ware, edele naastenliefde voor het leven doet, dan zullen erin een samenleving spoedig nog maar heel weinig mensen zijn die men 'armen' zoukunnen noemen. Behalve mensen die lam zijn, gebrekkig, blind, doof en melaats,zullen er weinigen meer zijn die de gemeenschap tot last zijn; maar deze moetendan wel met een vreugdevol hart voorkomend verzorgd worden.[6] Er zullen in een gemeenschap ook een of meer leraren zijn, die geen tijdhebben om met het werk van hun handen in hun levensonderhoud te voorzien. Degemeenschap dient dan in zoverre voor hen te zorgen, dat het voor hen niet nodigzal zijn om de tijd die voor het onderwijzen van jullie kinderen en jezelf bestemdis, te besteden aan werken op het land! Dat is ook een daad van bijzonderenaastenliefde, die hoog bovenaan staat. Want degene die jullie hardwerkend vangeestelijke en derhalve ware levensschatten voorziet, moeten jullie natuurlijk geengebrek laten lijden wat zijn lichamelijk leven betreft.[7] Wie echter een dergelijke genade van Mij gekregen heeft en geroepen is omvoor de mensen in Mijn naam een leraar te zijn, moet wel bedenken dat hij diegenade voor niets van Mij gekregen heeft en zich daarom niet moet laten betalenvoor het doorgeven hiervan! Een echte leraar zal ook datgene wat hij voor nietsvan Mij gekregen heeft, voor niets doorgeven. En degenen die door hemonderwezen worden, moeten dan uit ware liefde tot Mij de leraar, die Ik naar hengezonden heb, wel op eigen initiatief met alle liefde opnemen en op geen enkelewijze gebrek laten lijden; want het spreekt natuurlijk vanzelf, dat wat zij vooriemand doen die door Mij gezonden is, beschouwd wordt alsof ze het voor Mijzelfgedaan hebben![8] Maar wat ze doen, behoren ze altijd met grote vreugde te doen, opdat het hartvan de leraar niet bedroefd wordt vanwege de hardheid van de harten van de ledenvan de gemeenschap, en hij met vreugdevol hart ziet, hoe Mijn woord uit zijnmond meteen de edelste vruchten van het ware, innerlijke leven begint te dragen.[9] Jullie zien nu, dat de ware, edele en laten we zeggen verstandige naastenliefdevoor dit aardse leven de betrouwbaarste maatstaf is om na te gaan, of en hoe zuiverhet er in de ziel uitziet. Gebruik deze daarom vóór alles, dan zullen jullie hiervanspoedig de zegenrijkste vruchten oogsten voor de schuren van het eeuwige leven inhet licht van Mijn geest binnen in jezelf! - Mathaël, hoe denk je nu over het zuiverhouden van deze leer die Ik nu aan jullie heb gegeven? Is ze zo voor alle mensentot aan het einde aller tijden zuiver te houden of niet?" [10] Mathaël zegt, diepgetroffen door de waarheid van Mijn woorden: 'Heer, een korte pauze slechts, endan wil ik U ook door middel van woorden danken voor deze te belangrijkeopheldering en terechtwijzing van al mijn bezwaren! Ja, deze lofprijzing moet luiduitgesproken worden! Maar nu is mijn hart nog te ontroerd en te berouwvol,daarom een weinig rust voor mijn ziel, o Heer, Gij, eeuwig hoogst Wijze!'

Hoofdstuk 127: De liefde als meest ware lofprijzing van God. De Heer geeftgelijkenissen over de aarde en het planten.[1] Na een poosje had Mathaël zich weer hersteld en wilde zo'n echt grootsdithyrambisch lofgezang voor Mij gaan aanheffen.

Page 219: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

219

[2] IK zei echter tegen hem: 'Vriend, wat jij hier openlijk wilt uitspreken weet Ikbij voorbaat allang van A tot Z; laat het daarom maar! Ik ben geen vriend vanzulke grootse lofprijzingen. De lofprijzing die Mij het alleraangenaamst is, is dat jeMij in het diepst van je hart waarachtig liefhebt![3] Als je bij je volk bent, kun je wel met alle enthousiasme veel ophef over Mijmaken, en Ik zal het je vergelden met allerlei genadegaven voor hart, ziel en geest;maar hier in Mijn tegenwoordigheid is zoiets zeker niet nodig, omdat alle andereaanwezigen Mij toch al evengoed kennen als jij , en Mij ook eren, evenals jij.[4] Geloof me: Iets wat groter, verhevener en God meer waardig is dan Davidspsalmen en Salomo's hooglied is er op aarde sinds Noach niet geschreven engezongen. Maar daarom zijn David en Salomo Mij niet meer waard en.welgevalliger geworden! Salomo heeft zichzelf uiteindelijk geheel bulten Mijngenade geplaatst, en David werd niet door zijn psalmen een man naar Gods hart,maar alleen doordat hij Mijn wil heeft erkend en er vrijwillig naar heeft gehandeld.En pas omdat hij dat deed, kregen zijn psalmen waarde voor Mij. Je ziet nu dus,wat alleen waarde voor Mij heeft. Doe dat dus, en je zult Mij daardoor het meesteren, tot Mijn ware vreugde en tot waar heil voor je ziel! [5] En nu moet MijnRoclus eens hier komen; want Ik zie dat hij nog iets op zijn hart heeft en daar graageen nadere uitleg over wil hebben, die hij dan ook zal krijgen. Roclus, kom dichterbij Me, want Ik heb nog het een en ander met je te bespreken!"[6] Toen Roclus dit hoorde kwam hij snel naar Mij toe en zei: 'Heer en Meester,hier staat Uw minste en hoogst nutteloze knecht al dienstvaardig voor U! Gebied, oHeer, en ik zal het meteen precies uitvoeren! Want ik heb Uw woorden van zojuistnauwkeurig vernomen, heb ze in het liefdevuur van mijn hart getoetst en vonddaarin zelfs alles natuurlijk en naar wat U, o Heer hebt geleerd en zo getrouwenduidelijk hebt uiteengezet. Weten en inzien moet weliswaar het eerste zijn, -maarmeteen daarop volgt het handelen ernaar; want alle kennis en inzicht heeft zonderhandelen.~een enkele waarde! Daar ben ik nu zo volledig van overtuigd, dat allewijzen van de hele aarde mij niet tot een andere overtuiging zouden kunnenbrengen. Daarom hoeft U, o Heer, slechts te gebieden en ik zal meteen aan hetwerk gaan!" [7] 'Ja, ja", zeg IK, "er ligt wel een groot werk voor ons, en er zijn nogmaar weinig arbeiders! De oogst zou groot kunnen uitvallen, de gewassen zijn rijpgeworden; maar er zijn slechts weinig maaiers en arenlezers. Daarom is het hoogtijd om aan het werk te gaan, zodat de tarwe in Mijn schuren wordt gebrachtvoordat er stormen komen die het edele levensgraan er uit slaan en verstrooien, ende vogels dan komen om hun grote honger ermee te stillen.[8] Er staat weliswaar op de Libanon nog menige ceder onder welks takken Samuëleens gebeden heeft. Toen waren deze bomen nog jong, volbracht en weelderig, ende in woede ontstoken stormen probeerden tevergeefs hun woede daarop te koelen.Maar de ouderdom komt met gebreken en de pezen van zijn verbleekte levenworden voos! Daarom hebben de oude ceders van de Libanon nu nog wel hier endaar kracht in een enkele tak, en ze trotseren nog menige storm met het deel datnog gezond is; maar meer dan tweederde van de takken is al afgevallen en die ernog over zijn -nauwelijks een derde -zijn nog maar voor de helft gezond en biedennog slechts aan de apen een armzalig onderkomen en een zwakke bescherming

Page 220: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

220

tegen de stormen waar de Libanon voor bekend staat. Nu heb je overrijp zaad omte oogsten en als een verstandige houtvester de Libanon met jonge ceders nieuw tebeplanten; maar hoe moetje te werk gaan om tijdig klaar te zijn vóór de tijd van degrote stormen? -Begrijp je Me wel, Mijn vriend?"[9] Roclus kijkt verbaasd en zegt: 'Heer, dat U deze keer zuiver Grieks hebtgesproken, heb ik wel verstaan; maar van de eigenlijke zin van Uw woord heb ikniet één lettergreep begrepen! Heer, waar hebt U dan op aarde een akker, die nuvol rijpe tarwe staat en gemaaid moet worden? Zeg me waar die is, dan zullen ermorgen al duizend maaiers en arenlezers bedrijvig aan het werk zijn, en de ophanden zijnde stormen kunnen dan rustig hun gang gaan over de droge stoppels![10] Maar wat gaat ons de Libanon aan, waarop nu al bijna geen ceders meerstaan? De eigenaren ervan moeten maar zien hoe ze hem opnieuw beplanten, en devele apen kunnen nog lang rondspringen op de dikke, nog zeer sterke takken entwijgen van de oude bescherming en zaad biedende ceders van Samuel, David enSalomo! Ik denk dat het veel beter zou zijn om ons zoveel mogelijk tebekommeren om de ware cultuur van de mensen, en de Libanon met rust te laten.Uw akker, die U waarschijnlijk ergens bij Nazareth bezit, of misschien alleen maargepacht heeft, neem ik meteen voor mijn rekening, en morgenavond staat er geenhalm meer op het open veld bloot aan de storm die op komst is! Heer, U hoeft hetdaarom maar te zeggen en over enkele uren zet ik meteen zonder moeitezesduizend handen aan het werk"

Hoofdstuk 128: De geestelijke betekenis van de twee gelijkenissen[1] IK zeg: 'Mijn vriend, zie, de vogels hebben hun nesten en de vossen hun holen;maar Ik, nu als Mensenzoon, heb op deze aarde zelfs niet eens een steen die Ikvolgens wereldse wetten als Mijn eigendom onder Mijn hoofd zou kunnen leggen,-laat staan een aards veld vol met tarwe, dat nu maaiers nodig zou hebben![2] De 'akker' die Ik bedoel, is deze wereld, en de rijpe 'tarwe' hierop, zijn demensen, en met de 'maaiers', bedoel Ik degenen die Ik Mijn leerlingen noem. Dezemoeten de wereld intrekken en de mensen bekeren en allen op de juiste wegbrengen die op zij en dwaalwegen wandelen en met drievoudig bedekte ogen eenveilig onderkomen zoeken maar er geen kunnen vinden.[3] 'Rijp' zijn ze, omdat in hen het streven naar een hoger doel wakker en levend isgeworden. Allen zoeken de levende, met alle zaligheid bekroonde rust -maar viadwaalwegen -en ze bereiken derhalve ondanks hun zoeken niets anders danuiteindelijk de dood van hun lichaam; en over hetgeen verder reikt in de richtingvan gene zijde, heerst bij eenieder de donkerste nacht. [4] Zolang de mens zo'nbehoefte niet in zichzelf voelt, maar geheel als een dier, onbekommerd wat betreftzijn levenssfeer in wat voor toestand deze. ook overgaat, maar voortleeft, en eet alseen poliep op de zeebodem, dan is er in hem nog geen rijpheid voor een hogereopenbaring aanwezig; maar mensen, die naar van alles op zoek zijn, zoals er nuzelfs onder de heidenen buitengewoon veel zijn op bijna een derde van debewoonde aar:de,. die ook vol begeerte naar het bezitten van zaligheid verlangenook al is die slechts gedroomd, en die vaak begraven zijn in allerlei hartstocht, die

Page 221: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

221

zijn een rijp 'gewas', rijp voor het zien van hogere dingen, voor de waarheid, dusvoor Mijn rijk; en daarom zijn er veel maaiers nodig, leraren uit Mijn school,toegerust met alle liefde, geduld, zachtmoedigheid, wijsheid en kracht.[5] En zie, daar zijn er nu nog maar weinig van; behalve jullie zijn er verder geen,behalve de Moren die hier waren en hier voor hun stam het nodige licht gehaaldhebben en daarmee in hun land ook goed zullen werken! Daarom moeten jullie vannu af aan, omdat je met weinigen bent,je handen met !n de schoot leggen, maarzonder ophouden werken, opdat het aantal maaiers op de grote levensakker vanMijn gewassen steeds groter wordt! Dat is het wat Ik je wilde zeggen toen Ikdaarstraks over Mijn akker sprak, over de rijpe vrucht, en het daarvoor te kleineaantal maaiers. [6] En wat de oude 'Libanon' met zijn ceders betreft, daarmee is deSchrift bedoeld van Mozes tot aan deze tijden. Die bestaat nog wel, maar haarbeelden zijn oud en voos geworden zoals de vroeger zo heerlijke ceders, Waaruitde oude tempel in Jeruzalem, vooral van binnen, is gebouwd, en van welk hout alveel eerder de wonderbaarlijke ark van het verbond is gebouwd.[7] De 'ceders' staan dus voor de woorden en wetten in de Schrift. Ooit, toen deceders op de Libanon nog jong en krachtig waren, brachten ze de mensen veel nut,en een rechter, Samuël, kon waarachtig bidden onder hun takken. Maar het aardsewinstbejag van de mensen heeft de mooie Libanon bijna geheel van zijn cedersontdaan, en op de.plaats van de oude en gezonde ceders groeide maar al te gauwallerlei wild struikgewas, en zelfs de oude nog overgebleven ceders met hun velevoos geworden takken dienen nu meer de apen dan de mensen tot beschutting engerief, -maar natuurlijk alleen maar toevallig; want een aap kan de waarde van een.ceder niet onderkennen, en hem dus ook niet waarderen en er de doelmatigheid vanbepalen. [8] En zo vergaat het nu de oude Schrift en de profeten. Men vereert hetoude boek op een altaar, aanbidt het schrikbarend dom en blind als een godheid enbekommert zich verder helemaal niet om de inhoud, en nog minder en nogzeldzamer handelt men ernaar. Dan lijkt zo Iemand (een Farizeeër) immersvolledig op een aap die vrolijk op de dikke takken rondspringt, en degene die hemwil verdrijven er meteen van langs geeft en hem op de vlucht jaagt, omdat de aapeen aap is en de kostbare boom gebruikt voor een heel ander doel dan er in deboom van nature is te zoeken en te vinden.[9] En daarom is de Schrift voor de mensen niets meer dan een oude voze cedervoor de apen, en op de hele Libanon woekeren nu allerlei wilde en vaak giftigestruiken. Hiermee zijn bedoeld de door mensen opgestelde verderfelijke enbuitengewoon slechte voorschriften, die in de plaats zijn gekomen van de wettenvan God; en ook zijn hiermee bedoeld de fijn en smaakvol witgekalkte graven vande profeten, die van binnen vol dood, verrotting en afschuwelijke stank zijn, terwijler geen acht geslagen wordt op het in de boeken opgetekende levende woord vande profeten in de sfeer waarin het juist bedoeld is. Men aanbidt de Schrift als eenheiligdom, en de handen van degene die als onwaardige het boek aanraakt, wordentot bloedens toe met zout ingewreven; maar dat men de woorden van de profetenter harte neemt en ernaar handelt, o daar is nergens een spoor van te ontdekken!Wat is dan de zogenaamde Heilige Schrift? Niets anders dan de met wild

Page 222: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

222

struikgewas overwoekerde Libanon, nu een woonplaats van de apen, en niet meervan God toegedane mensen![10] Na verloop van tijd kan het met de leer die Ik nu geef ook wel zo gaan datmen deze als een heilig relikwie als een afgod aanbidt, en dat men, lichtzinnig engewetenloos, zich verder helemaal niet bekommert om.de innerlijke betekenis engeest van juist deze leer van Mij, maar dat men zich zal richten naar devoorschriften van mensen en zal zeggen: 'Wat hebben we verder nog nodig?'[11] Maar dan zal ook die grote droefheid en ellende komen waarover de profeetDaniël heeft gesproken toen hij op de heilige plaats stond en zei: 'In die tijd zal ereen droefheid en ellende onder de mensen zijn zoals er sinds het begin van dewereld nog niet heeft bestaan! ' Ik denk, dat je de twee beelden die Ik zojuistgebruikte nu wel zult begrijpen!"

Hoofdstuk 129: De geestelijke rijpheid van de maaiers van de Heer[1] Roclus zegt: 'Ja Heer, nu begrijp ik het precies; maar dit begrip maakt me nuheel weemoedig! Maar wat momenteel het te geringe aantal van die bepaaldemaaiers betreft, hebt U, o Heer, vast nog een groot aantal Raphaël's achter de hand.Deze zouden de mensen toch in de gedaante van Raphaël kunnen benaderen en henmeteen bekeren, zoals Raphaël mij ook radicaal van mijn atheïsme heeft bekeerd;en dan zou alles binnen enkele uren op de hele aarde geregeld zijn! Ik ben immersook een mens en deze manier van onderricht heeft me niet in het minst geschaad;dat zal dus ook alle andere mensen even weinig of misschien nog minder schaden."[2] IK zeg: 'Dat is ook zo, Mijn vriend, dat zal gedeeltelijk van nu af aan ook vaakgebeuren, maar alleen bij mensen die wat betreft kennis en ervaring met jouvergelijkbaar zijn, ook wat jouw nuchtere gerechtigheidszin betreft. Alleen zijn erjuist niet zoveel van zulke mensen op aarde. Degenen, die het zuiverst en best zijnvan de hele aarde bevinden zich nu allen hier; want Ik heb gewild, dat ze allemaalvan verre en van dichtbij hier bij Mij samenkomen.[3] Ik heb allang van te voren al hun omstandigheden Zelf zo gepland en voorzien,dat ze daardoor precies in deze tijd hier moesten aankomen, om door Mijzelf endoor Mijn engelen onderwezen te worden. Ze hebben ook allemaal net als jij hetonderricht linea recta uit de hemelen ontvangen; maar dit zijn ze dan ook allemaal![4] Voor alle anderen zou deze allerhoogste en geestelijk onverbiddelijke maniervan onderwijzen helemaal niet goed zijn en het zou hen zeker meer schaden danbaten, omdat ze, als een noodzakelijk gevolg van de wonderen die erbij zijnverricht, niet anders zouden kunnen dan alles geloven wat hier onderwezen werd;en daardoor zou het dan voor altijd, of in ieder geval voor zeer lange tijd, gedaanzijn met het vrij verwerven van inzicht en met de vrije wil. Bij jullie valt deze zorgweg, omdat jullie in heel veel dingen een goed gefundeerd inzicht en een groteervaring hebben. [5] Zeg eens, of jou ook maar één wonder in verwarring heeftgebracht! Jij ging er bij je eigen wonderdoenerij alleen vanuit, dat er op de helewereld geen bovennatuurlijk wonder zou kunnen bestaan; maar dat er mensenzouden zijn die door hun talent en hun vaardigheden het een en ander afgekekenhebben van de geheime natuurkrachten, het dan zelf op gang brachten en dan zo de

Page 223: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

223

andere schapen van mensen noodgedwongen tot de hoogste verbazing moestenbrengen, omdat die in de verste verte niet konden vermoeden hoe een wonder metheel natuurlijke krachten kan gebeuren.[6] Voor iemand zoals jij is geen enkel wonder dwingend; want die zal al vlugheimelijk gaan informeren en zeggen: 'Cur, Quomodo, Quando, Quibus Auxiliis?'*, (* 'Waarom, hoe, wanneer, met welke hulpmiddelen?') zoals ook bij jou hetgeval was. Je was niet zo heel erg verbaasd over het plotseling ontstaan van hettotaal nieuwe huis, de tuin, de haven en de vijf schepen; want je hebt in Indiëimmers een magiër leren kennen, die zomaar met een enkel gebaar helelandschappen tevoorschijn toverde. Waarom zou er dan hier niet iemand zijn, diemet een enkel gebaar een tuin met een huis en een haven met schepen tot standbrengt?![7] Het kostte Raphaël moeite om je op andere gedachten te brengen; en toen wasje nog niet volledig tevredengesteld, want je begon meteen verder te onderzoekenen de geestelijke grondslag ervan moest je helemaal duidelijk gemaakt worden,namelijk hoe langs de puur geestelijke weg van de wil zoiets mogelijk is en hoemen zich dat moet voorstellen. Dit werd dan aanjou en allen die hier aanwezig zijntot in de kern duidelijk gemaakt, en daarmee was je beslist tevreden; want anderszou je zeker niet zelfbij bijna iedere verklaring gezegd hebben: 'Dat is me nuvolkomen duidelijk!' En als je dat zei, dan was het je ook duidelijk; want metonduidelijkheden en een mysterie zou je nooit genoegen hebben genomen! En kijk,zoals het met jou was, was het ook met de betrekkelijk vele aanwezigen hier;niemand nam er genoegen mee om alleen de oppervlakte van de zee te zien, maarze wilden ook te horen krijgen wat er op haar diepe bodem schuilgaat![8] En dat is goed zo, want alleen mensen waarvan het verstand al hoogst wakkeren helder is, kunnen zo'n diepere levensopenbaring vatten en begrijpen en dan tochhun vrijheid behouden wat hun inzicht en hun wil betreft, en alleen zulke mensenkan Ik dan ook als ware maaiers op de grote akker van Mijn mensengewassengebruiken. En tel ze nu zelf maar, je zult er werkelijk niet te veel vinden voor degrote aarde! [9] Als Ik dan zeg, dat de oogst rijp en groot is, maar dat er slechtsheel weinig maaiers zijn, dan zul je daarvan de reden nu hopelijk ook gemakkelijkinzien. Voor jullie die bekwaam zijn, heb Ik ook niets achtergehouden, en Ik hebjullie de hele oneindigheid uiteengezet en onthuld, en ook de hoofdlijnen van deeeuwigheid, zo ver en diepgaand als dit enigszins mogelijk was voor jullie nietbepaald zeer scherp ontwikkeld verstand; en Ik heb jullie ook overduidelijkaangegeven wat Mijn geest in jullie je dan pas allemaal zal onthullen.[10] Dit alles kon Ik, zoals gezegd, alleen aan jullie vertellen en verder nu aan geenenkel mens meer op deze hele lieve aarde, omdat ze de hiervoor nodigegeschiktheid, zonder vooroordelen, helemaal niet bezitten, en ook nog lang nietzullen bezitten omdat ze enerzijds nog in allerlei bijgeloof vastzitten en anderzijdsnog te diep rond woelen in zeer zelfzuchtige en lage wereldse belangen enwinstbejag; en omdat ze daarom ten eerste helemaal geen behoefte hebben aan allenog zo zuivere geestelijke verschijnselen en deze ten tweede beschouwen als ietswat voor het leven helemaal niet nodig en meestal alleen maar zeer lastig is, en henin hun vrije doen en laten belemmert. [11] Wil je naar hen soms een engel Raphaël

Page 224: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

224

sturen?! Ik zeg je, deze verschillende soorten mensen hebben ten eerste voor zulkebuitengewone verschijnselen geen capaciteiten, ten tweede hebben ze geen gevoelen ten derde zou het hun veel meer schaden dan baten![12] De bij en blindgelovigen echter zouden dit weliswaar allemaal maar al te snelgeloven, maar dan van Mij , van Raphaël en tenslotte ook van jullie, als zijndeMijn vrienden, afbeeldingen maken, er tempels voor bouwen en ons dan net alshun afgoden vereren en aanbidden. De eigenlijke door de wereld bezoedeldemensen zouden ons als bedriegers en werkschuwe luiaards verdrijven, en als wijhen met goddelijke macht en kracht zouden gaan behandelen, zouden ze toch nietnaar ons luisteren, maar proberen om ons te doden en uit te roeien, omdat wijvolgens hun begrippen voor de maatschappij zeer schadelijke vijanden zijn, zoalsdit Mij Zelf uiteindelijk nog zal overkomen. [13] Hieraan kun je nu gemakkelijkzien, hoeveel geschikte maaiers wij nu op de lieve, grote aarde tellen! Wat blijft erdan anders over dan zelf aan het werk te gaan en stevig te werken zolang het klaredaglicht dit toestaat; want als de nacht eenmaal volledig is gevallen, zal niemandgemakkelijk kunnen werken. Daarom zijn wij allen hier nu bij elkaar, en zullenvandaag spoedig na zonsopgang allemaal aan het grote werk beginnen.

Hoofdstuk 130: Aanwijzingen van de Heer voor de verbreiding van hetevangelie[1] (De Heer: ) 'Laten we ook vooral niet hardop van tevoren beweren: ' Zo en zozal het gaan!' Want als het grote werk moet slagen, dan mag zelfs Ik niet eenscherpe blik in de toekomst werpen, opdat er tussen Mij en de door Mij geschapenmensen vooral niet het minste in komt te staan dat ook maar enige invloed zoukunnen uitoefenen op de vrije wil van de mensen.[2] Wij van onze kant moeten daarom ook niets anders doen dan de mensen enkelde volle komst van Gods rijk van de zuivere liefde en waarheid verkondigen, enalleen als het nodig is er een klein wonder aan toevoegen, dat zich echter altijdalleen maar als een weldaad kenbaar moet maken en nooit als een straf of zelfs alseen met toorn vervulde wraak zelfs dan niet wanneer wij door de blinde enderhalve ook zeker zeer ondankbare mensen het grootste ongemak te verdurenzouden krijgen. Als een van jullie dat Zou doen, dan zou hij in plaats van ietsgoeds, alleen maar iets slechts bewerkstelligen en dan zou Ik genoodzaakt zijn omal Mijn genade aan hem te onttrekken en hem tenslotte met toorn in Mijn ogen aante zien. [3] Mijn leer moet dus zonder enige uiterlijke en nog minder innerlijkedwang aan de mensen en volkeren in de hele wereld gegeven worden, en er mogenalleen daar wonderen gedaan worden, waar de mensen ten eerste een levendig hethele hart overtuigend, vast geloof hebben, waarin geen enkele uiterlijke twijfelmeer voorkomt, en verder veel ervaring en veel kennis bezitten wat deverschillende dingen betreft.[4] Voor zeer licht en bijgelovige mensen moeten geen wonderen gedaan worden,omdat ze daardoor meteen beroofd zouden worden van iedere vonk van hun toch alzwakke vrije wil! En dan zou Mijn nieuwe leer uit de hemelen voor hen absoluutniet nuttiger zijn dan hun oude bijgeloof; want ze zouden meteen aan de woorden

Page 225: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

225

uit de hemelen een bijzondere, goddelijk magische werking toe gaan schrijven, zeop zich laten inwerken, en zich geheel passief op gaan stellen in alle dingen enomstandigheden, en al het handelen volgens Mijn leer laten voor wat het is.[5] Ja, uiteindelijk zouden ze zelfs zo traag worden als tegenwoordig veelwelgestelde joden, voor wie het zelfs teveel moeite is om zelf tot God te bidden; zijbetalen de Farizeeën en ook andere mensen om voor hen bidden, omdat ze er zelfveel te weinig tijd voor zouden hebben, en het ook veel te lastig voor hen is om dievele ellenlange gebeden zelf voor zich uit te murmelen[6] Als het echter eenmaal zo ellendig ver mocht komen met deze nieuwe leer vanMij, dan kan een algemeen gericht dat alles tot de toestand van de oude waarheidterugbrengt, zoals in de tijden van Noach, zeker niet ver meer zijn.[7] Leer de mensen daarom de zuiverste waarheid en laat alles wat metmysterieuze en magische wonderen te maken heeft er totaal buiten, omdat andersalles mis zou gaan! Want als iemand het handelen volgens zijn vrije wilachterwege laat en tot een soort vrome traagheid overgaat, dan houdt hij immers opeen mens te zijn; dan is zijn waarde minder dan die van een dier, en is hij tevergelijken met onvruchtbaar en wild struikgewas, dat onder inwerking vanbuitenaf, van het licht van de zon en haar warmte slechts als wild gewas zondervrucht vegeteert en bijna tot geen enkele noodzakelijke zelfwerkzaamheid meer instaat is. [8] Bij zulke mensen verkilt dan ook de liefde, en de arme naaste is voorhen tenslotte niets anders dan een lastige vlieg geworden, die hen stoort in hunwereldse slaap vol behaaglijkheid. En wat de liefde tot God betreft, daar betalen zedan allerlei offers en gebeden voor. Zeg me, hoe ziet het er in het hart van zulkemensen dan uit met het rijk van God?! Ik zeg niet, dat deze toestand later bijmensen die deel hebben aan Mijn leer, zonder meer zal optreden, zoals nu bij deFarizeeën en joden; maar het kan gebeuren, en dat binnen niet eens zo heel langetijd, wanneer jullie als degenen die deze leer uitdragen niet verstandig genoeg tewerk gaan.[9] Want Ik maak jullie immers niet tot gebonden, maar tot geheel vrije boden terverkondiging van het rijk Gods op aarde. Wel zullen jullie van Mij altijd eenaanwijzing krijgen wat je hier of daar moet doen of zeggen, -maar je zult er nooitmet je wil toe gedwongen worden, omdat jullie voor alles ook Mijn lieve en nuallereerste kinderen zijn! [10] Ik zal noch aan jullie noch aan iemand anders ooitMijn wil die met Mijn wijsheid overeenstemt, opdringen, maar deze alleen tekennen geven door woorden en door raad; dan moeten jullie je die eerst zelf doorje eigen wil en door daden eigen maken, en wel door allerlei zelfverloochening inde verschillende dingen van deze wereld.[11] "Want jullie weten nu immers dat de hele wereld en haar veelsoortige materieer vanwege de geest is, en de geest eeuwig niet omwille van de materie; en daaromzou het dan ook uiterst dom van jullie zijn wanneer je voor de materie zou. kiezen,nu jullie al voor meer dan de helft van je bestaan mensen zijn die in de geest zijnovergegaan. Maar jullie zullen absoluut niet op een of andere manier door Mijgedwongen worden om volledig voor de geest te kiezen; want Iedere beslissing isen blijft de hoogst eigen zaak van ieder mens zelf, omdat daar juist zijn eeuwigleven van afhangt. [12] Kennis en geloof alleen, ook al is dit zonder enige twijfel,

Page 226: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

226

helpt niemand verder, maar slechts het handelen in overeenstemming hiermee!Daarom moeten jullie ook de mensen die voortaan door jullie de waarheid van Mijzullen leren kennen, er vooral toe aanzetten om ernaar te handelen. want als datniet gebeurt, kunnen de beloften welke Mijn leer bevat ook nooit in vervullinggaan, zoals iemand nooit in Damascus zal aankomen wanneer hij de weg daarheenwel goed kent en ook vast en overtuigd gelooft dat de hem welbekende weg bijnarechtstreeks naar Damascus voert -, maar nooit een stap op deze weg wil zetten; ofwanneer hij ook regelmatig van plan is om de reis daadwerkelijk te ondernemen,maar er nooit toe komt zich op weg naar Damascus te begeven omdat hij in feitedoor allerlei kleine zaken wordt verhinderd'

Hoofdstuk 131: Handelen volgens de leer en Gods beloften. Over ceremoniëlediensten[1] (De Heer:) 'Jullie moeten er dus bij je toekomstige leerlingen vooral op toeziendat ze de nieuwe leer niet slechts horen en geloven, maar dat ze ijverig aan de slaggaan volgens de ontvangen leer, die ze als overtuigend waar hebben aangenomen;want deze leer zal in ieder mens pas tot volledige waarheid worden, als hij inzichzelf ook de vervulling van de beloften die er in gedaan word.en begint waar tenemen; en hij uiteindelijk met anders kan doen dan tot zichzelf zeggen: 'Ja, de leeris waarachtig van God, want door deze in praktijk te brengen begint de ene na deandere belofte die daarin gegeven wordt, daadwerkelijk en in waarheid invervulling te gaan!'[2] Heeft iemand het eenmaal zover gebracht, dan heeft hij reeds gewonnen endaarmee ook Mijn leer, als voorbeeld voor vele anderen die het nog aan hetproberen zijn maar nog niet tot werkzaamheid zijn gekomen. Hierdooraangemoedigd, zullen ze zelf met meer inzet aan het werk gaan; pas dan zal hethun vruchten opleveren, ook al zijn het er in het begin nog zo welrug.[3] Wees daarom bij het verbreiden en uitdragen van Mijn leer zo slim enverstandig als slangen en vossen, maar wel altijd zo zachtmoedig als duiven, wiervaak schijnbaar morrende gekoer niets anders is dan verhulde liefde, waarom danook voor de ouden de duif reeds als een symbool van de liefde[4] Het komt nu hoofdzakelijk op jullie aan; zoals jullie het zullen aanpakken zalhet dan ook gaan. Als jullie ook maar een of andere kleine fout begaan in hetallereerste begin, dan zal hierdoor over enkele eeuwen al een hele berg van zondentegen de juiste orde zichtbaar zijn. [5] Laatje daarom vooral niet misleiden doorzaken die men van oudsher in ere houdt! Niet door de sabbat of de nieuwe maan,niet door de Schrift, de tempel, de graven van de profeten, ook niet door deplaatsen waar Ik Zelf met jullie heb gewerkt, niet door de pure magie van Mijnnaam, niet door tempels, huizen van patriarchen of bepaalde uren van de dag;dergelijk uitwendig dwaas gedoe leidt jullie af van de hier vernomen waarheid![6] Want dit alles was tot nog toe slechts een beeld, dat stond voor datgene wat nuvoor jullie staat in het helderste licht en als de zuiverste en meest onverhuldewaarheid; het was slechts een groot tekenschrift over de hele bodem van de aardeheen geschreven, en een grote brief van de Vader in de hemel aan Zijn kinderen op

Page 227: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

227

deze aarde, die nu echter, ontdaan van het zegel, open voor jullie ligt en die jullienu allemaal heel goed hebben kunnen lezen. Maar deze briefheeft nu voor jullieverder geen waarde en ook geen betekenis meer die bepalend is voor het leven.[7] Alles is nu de liefde tot God en de naaste, maar niet slechts in theorie, maarwaarachtig metterdaad; en daar is noch een sabbat noch een nieuwe maan voornodig, ook geen tempel of een bijzondere tijd, of een fraai omzoomd kleed, eenlang onzinnig gebed, noch een onzinnig zoenoffer of het slachten en verbrandenvan ossen, kalveren en bokken, maar alleen de liefde die Ik jullie nu al zo vaak hebonthuld. [8] Wordt dus als verbreiders van Mijn leer nergens en nooit zwak voorwelk oud voorschrift dan ook, niet eens in de keus van spijzen; want wat met mateen doelmatig door de mond naar binnen gaat, verontreinigt de mens nooit; maaralleen datgene verontreinigt de mens, wat vanuit het hart door de mond naar buitenkomt tot schade van de medemens! Zo zullen jullie met deze leer aan de mensenblijvend de ware zegen geven en het ware heil, dat over duizend jaar en nog eensduizend jaar even zuiver zal zijn als Ik het nu geef en gegeven heb![9] Maar als jullie ook maar één oude ceremonie met Mijn leer verbinden enbepaalde herdenkingsdagen gaan invoeren en slechts een kleinigheid uit de tempel,dan zal dat van jaar tot jaar toenemen en over enkele eeuwen tot een ware, julliebekende, Augiasstal worden, die uiteindelijk dan weer door een algemeen gerichtgezuiverd zal moeten worden"

Hoofdstuk 132: De verlossing van het ceremoniële juk en de wet[1] (De Heer:) 'Ik geef jullie hiermee een Gods en levensleer, die zo ver van iedereceremonie afstaat als de ene pool van de hemel van de andere; deze behoeft geensabbat, geen tempel, geen gebedshuis, geen vasten, geen eigen Aäronstaf en -kleed,geen hoofdbedekking met twee horens, geen ark van het verbond, geen rookvat,geen gewijd water en al helemaal geen vervloekt water! In deze leer is de menszelf alles in alles en heeft niets anders nodig dan zichzelf.[2] In de oude modelleren werd de mens slechts heel gedeeltelijk en heel materieelvoorgesteld als iemand die zichzelf steeds meer veredelt en zich tot een waargeestelijk mens ontwikkelt; daarom was het dan ook nodig dat hij werdvoorgesteld in allerlei vormen, vaten en ceremoniële handelingen, die symbolischovereenkwamen met de geest. .[3] In Mijn nieuwe leer echter is de mens een volkomen eenheid met en in zichzelf,als het ware in één punt verenigd, zoals ook Ik Zelf met geheel Mijn vroegereoereeuwige en oneindige Godheid als het ware in één punt verenigd, hier voorjullie sta, en Zelf tegen jullie zeg dat vanaf nu het rijk Gods en zijn gerechtigheidniet meer in de tempel in Jeruzalem gezocht moeten worden of op de berg Garizim,en dat men God niet meer daar moet aanbidden, maar dat men een dergelijkegodsdienst overal zal kunnen toepassen waar men is![4] Het hart van de mens zal de levende tempel van de ware, ondeelbare en enigeGod zijn, de daadwerkelijke liefde zal de enig ware godsdienst zijn, en de liefde totGod zal zijn, Hem als Enige in waarheid te aanbidden! [5] Omdat echter wareliefde tot God zonder daadwerkelijke naastenliefde niet denkbaar is en deze

Page 228: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

228

naastenliefde ook niet zonder ware liefde tot God, zijn deze beide vormen vanliefde in de grond van de zaak ook slechts één liefde en derhalve één en dezelfdeware aanbidding van God. Wie dat in zich heeft, die heeft alles, de hele wet en hetprofetendom, in zijn eigen hart verenigd en heeft verder absoluut niets meer nodig.[6] Hiermee hef Ik nu al het oude en ook de wet van Mozes op; Ik bedoel niet datmen deze voortaan geheel moet negeren - zeker niet -, maar alleen Voorzover dezewet tot nog toe een uiterlijke dwang was om zo en zo te handelen, waar aardsestraffen op stonden; want op die manier was de wet een rechter die op ieders nekzat, en een blijvend gericht waar geen mens zich van kon bevrijden. Een mens diegebukt gaat onder de last van de wet, bevindt zich daardoor immers ook in eenvoortdurend gericht; en wie zich in een gericht bevindt, is geestelijk dood envervloekt door de innerlijke, goddelijke levensvrijheid.[7] Alleen.als de wet van hemzelf wordt, en onderworpen is aan de vrijheid vanZijn eigen vrije wil, dan houdt alle gericht, vloek en dood bij de mens op, en dat isnu precies waarom Ik hoofdzakelijk naar deze wereld ben gekomen, om allemensen te verlossen van het juk van de wet, van het gericht, van de vloek en dedood, en daarom ook neem Ik vanaf nu al het uiterlijke weg en geef jullie daardoorwaarachtig aan jezelf terug en maak jullie juist daardoor pas waarachtig tot waregodskinderen en tot heer over iedere wet en het gericht.[8] Wanneer jullie, en dus ook jullie leerlingen, je voortaan onveranderd aan dezenorm houden, dan zal er ook nooit een gericht over jullie kunnen komen, omdatjullie dan immers boven het gericht staan. Maar als jullie je op het een of anderevlak iets gelegen laten liggen aan een oude, uitwendige wet en op een of anderemanier nog aan een oude, uiterlijke formaliteit hangen, zullen jullie je ook weeraan een gericht blootstellen en de dood zal in dezelfde mate bezit van jullie nemenals jullie jezelf onder een oude, formele wet hebben geplaatst!"

Hoofdstuk 133: De houding van Gods kinderen tegenover politiekestaatswetten[1] Hier zegt Roclus: 'Ja Heer, hoe zit het dan met de politieke wetten van de staat,moet men zich daaraan houden? Men moet zich hier toch naar richten, ook al ismen nog zo zeer heer over zichzelf geworden? Of kan men ook met deze wetten zoomgaan als met die van de grote profeet Mozes?"[2] IK zeg: 'Maar vriend, hoe kan men verordeningen van een staat wettennoemen? Wetten zijn immers alleen de bekendgemaakte wil van Gód; staatswettenzijn toch alleen maar de hoogst veranderlijke wil van een méns en deze kunnennooit op iets anders betrekking hebben dan op zeer uiterlijke en materiële zaken diehet lichamelijke leven aangaan. Als ze goed zijn, zul je ze ook goedkeuren enaanvaarden met je vrije wil, en als dat het geval is, ben je ook al meester van destaatswetten en dan kun je daardoor niet meer in een gericht komen. Als ze echterslecht zijn, ben je vrij om je er van los te maken en ergens anders naartoe te gaanwaar wijzere wetten zijn, of om de wetgever zachtmoedig te wijzen op de gebrekenvan sommige wetten en hem een juiste en goede raad te geven. Neemt hij de raadaan, dan is het goed om te blijven; maar neemt hij de raad in zijn

Page 229: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

229

heersershoogmoed niet aan, trek dan weg! Want de aarde is groot en heeft velelanden, volkeren, rijken, koningen en vorsten.[3] Als jullie eenmaal zuiver zijn in je innerlijk, dan zal voor jullie ook alles zuiverzijn; want voor een zuiver iemand zijn alle dingen zuiver omdát hij de grond vanalles kan zien, wat wil zeggen: Voor de ziende is overdag alles verlicht en voordegene die scherp ziet, is zelfs de nacht niet zonder licht, terwijl voor een blindealles duister is en de dag bij hem niet de voorkeur geniet boven de nacht.[4] Wie zich in zijn innerlijk dus eenmaal in de volledige orde bevindt, is ook heerover alle wanorde die ook maar ergens ter wereld kan voorkomen. En omdat hij datis en in zichzelf niet meer in wanorde kan geraken, wil en kan hij in feite ook welin iedere politieke samenleving leven, hoe die ook is; hij ziet immers duidelijk,welke weg hij te gaan heeft. [5] Ik Zelf ben nu toch ook op deze aarde en schik me,wat Mijn uiterlijke persoon betreft, naar de voorgeschreven orde van de Romeinsekeizer en kom daar nooit tegen in opstand, ook niet schijnbaar! Verlies Ik daardoorsoms iets van de orde in Mijn innerlijke Godswezen? Absoluut niet, -Ik ben die Ikben, onveranderd, en Mijn raad wordt ook door diegenen aangenomen die demacht van de heerser in handen hebben, en daarom ben Ik Heer en Meester overhen en niemand vraagt Me: 'Heer, hoe doet U dat?'[6] Geloof Me, iemand die waarachtig heer is geworden over zichzelf, kan ookgemakkelijk heer worden over een heel volk; en niemand zal tegen hem zeggen:'Vriend, hoe kun je dat?' Want de mensen maken hem zelf tot zo iemand, doordatze in groten getale naar hem toekomen en hem raadplegen. En wat is een wijzeraadgever anders dan een wijze wetgever? En wie wetten geeft, zal toch ook heerzijn over degenen die van hem de wetten hebben gekregen! Zijn Ouran, Mathaël,Mijn edele vriend Cyrenius hier, Cornelius, Faustus en Julius, soms geenmachthebbers en gebieders, terwijl ze toch wetten van Mij hebben aanvaard en Mijhun Heer noemen? Waarom deden ze dat dan? Omdat ze de waarheid en de krachten macht daarvan aan Mij meer dan duidelijk hebben leren kennen! Wat Ik nuechter spreek en doe, dat en nog veel meer en groters zullen ook jullie binnenkortreeds doen; daarom zullen jullie, dat kan niet anders ook op de hele aarde dezelfdewerking veroorzaken. [7] Natuurlijk is daar ook die resolute moed voor nodig, diegeen vrees heeft voor de dood van het lichaam; maar waarom zou iemand daar ookbang voor zijn, als het hem uiterst duidelijk is, dat hij het eeuwige leven in zichdraagt en volkomen heer is geworden over het leven in zichzelf en daarom ookheel goed moet weten, dat ten eerste degenen die wel zijn lichaam kunnen doden,aan de ziel en haar eeuwige levensgeest absoluut geen schade meer kunnentoebrengen, en dat ten tweede de ziel met het wegvallen van het zware lichaamvoor eeuwig een onuitsprekelijke winst ten deel valt, waar alle schatten van dezeaarde eeuwig nooit tegenop zouden kunnen wegen![8] Wie dat echter in zichzelf in de hoogste en diepste oerhelderheid van het levenziet, wel, die kan toch geen vrees hebben voor de dood van het lichaam?! En alsdat wel nog zo zou zijn, dan lijkt hij duidelijk op een dwaas, die wil huilen omdatmen hem van een dwangbuis bevrijdt en hem in plaats daarvan het kleed van dehoogste en ongedwongenste vrijheid en helderheid van het eeuwige leven

Page 230: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

230

aanbiedt! Zoiets is echter ondenkbaar en daarom zal het jullie op het juiste momentook beslist niet aan de nodige moed ontbreken.[9] Zie daarom vooral heer te worden over jezelf, dan zul je ook heer zijn over allewetten en ieder gericht, en vrij zijn van iedere vloek van de een of andere wereldsewet! [10] Jullie moeten er vol inzet naar streven dat degenen die door jullie deinnerlijke orde van het leven leren kennen, ook datgene worden wat jullie zelfworden, -dan zullen ze jullie ware broeders en vrienden worden en geen anderewetten meer geven, omdat ze net als jullie zullen inzien dat de innerlijke levenswetalle andere wetten overbodig en volledig onbruikbaar maakt!'

Hoofdstuk 134: Grondregels voor de opvoeding van kinderen[1] Roclus zegt: 'Heer, dat is allemaal zuiver goud, en de waarheid van dit alles isnu tastbaar duidelijk! Daarom moet in alle eeuwigheid der eeuwigheden deze leerzo zuiver als diamant blijven; ze zal in de toekomst van mijn instituut ook zoblijven, daar zullen mijn collega's en ik alle zorg aan besteden![2] Maar ik heb daarnaast nog een kleinigheid die me nog niet duidelijk is; als Ikook wat dat betreft weet wat ik moet doen dan is alles in orde, zo zuiver en stevigals een diamant, zoals ik me deze nu eenmaal niet anders kan voorstellen. Mijnvraag betreft de opvoeding van kinderen in Uw leer! Moet men bij hen ook iederesymbolische voorstelling van iets dat men hun bij wil brengen zoveel mogelijkvermijden?" [3] IK zeg: 'Inderdaad, want voorstellingen door middel van beeldenblijven nergens zo vast aanwezig als juist in het gemoed van kinderen; ennaderhand kunnen ze zich er moeilijk helemaal van losmaken![4] Leer ze eerst maar heel mechanisch lezen, schrijven en rekenen; verder kun jehen de vorm van de aarde nog onthullen; laat hen meteen van alles de ware redenzien, voor zover ze dat aankunnen en ze deze kunnen bevatten! Verrijk hen metallerlei nuttige kennis en laat hen ook samen met jullie allerlei kleine ervaringenopdoen, en maak hen enthousiast voor alles wat goed en waar is.[5] En geloof me dat kinderen het goede en ware veel eerder begrijpen dan allevaak zinloze en uitvoerige verzinsels, waaruit ze dan zelflater weer eventuelediepliggende waarheden moeten ontraadselen, wat hen vermoeit en tenslottepassief maakt! Overigens zullen jullie alles wat je moet doen in het helderste lichtzien en herkennen wanneer Mijn geest in jezelf jullie in alle waarheid zalbinnenleiden! -Als iemand van jullie nu nog iets te vragen heeft, laat hij dit dandoen; want de dag waarop Ik verder zal réizen komt dichterbij en Marcus begintvoor de ochtendmaaltijd te zorgen!"[6] Roclus zegt: 'Heer en Meester van eeuwigheid! Om eerlijk te zijn, en dat zou ikook nooit meer anders kunnen en willen, ik weet werkelijk geen vraag meerwaarmee ik U nog lastig zou kunnen vallen; want nu is alles me duidelijk, omdatde weg me duidelijk is geworden. Ik zou nu natuurlijk nog talloze vragen kunnenstellen over raadsels die ik tot nog toe niet kan doorgronden; maar U heeft nuimmers beloofd dat al mijn vragen beantwoord zullen worden, daarom is het nuwerkelijk overbodig om over een aantal dingen nog meer vragen te stellen!

Page 231: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

231

[7] Het belangrijkste is nu, dat ons de weg bekend is die wij te gaan hebben omheer en meester te worden over onszelf, waar wij zo lang naar verlangd hebben.Zijn we dat, dan hebben we immers alles; maar zijn we dat niet, dan komen we ookweinig of niets verder, ook al weten we over verschillende dingen het een of ander.Wat mij betreft, ik zou werkelijk niet weten, waar ik nu nog naar zou moetenvragen! Maar daarmee wil ik niet zeggen of aanbevelen, dat iemand anders nu ookgeen verdere vragen meer moet stellen![8] Ik dank U Heer, voor dit grote licht dat U nu genadig aan Mij hebt gegeven; Ualleen komt vanaf nu al mijn liefde en mijn eer toe! Met Uw genadige toestemmingga ik nu meteen weer naar mijn metgezellen, om met hen te overleggen hoe we onsinstituut in Uw naam nu zullen vernieuwen. Want wat daar nu is moet geheelworden verwijderd en Uw woord moet er inderdaad worden ingevoerd!"[9] Roclus wilde nu gaan; maar IK zei tegen hem: 'Blijf nog even; want Ik heb nogenkele zaken met je te regelen!"

Hoofdstuk 135: Te verwachten moeilijkheden in het instituut der Essenen[1] Roclus zegt: 'O Heer, misschien is er wel geen tweede, die zo graag bij U zoublijven als ik! Wat het ook is, alles wat van U komt is voor mijn hart steeds hethoogste geluk en de grootste zaligheid! Ik brand van verlangen om nog meer van Ute vernemen, bijvoorbeeld over de vernieuwing van ons instituut!"[2] IK zeg: 'Ja vriend,je hebt het goed geraden! Er zijn nog een paar dingen die jedaarbij problemen kunnen opleveren, en waarover jullie het oneens zouden kunnenworden; daarom is het goed, als Ik jullie daar Zelf enkele aanwijzingen over geeft[3] Om te beginnen geef Ik je voorlopig de verzekering, dat Mijn dienaar Raphaëlaf en toe naar je toe zal komen en jullie met raad en daad terzijde zal staan. Voorde rest van de tijd heeft hij immers al zijn duidelijke instructies en weet hij wat hijmoet doen in de tijd dat Ik hier op aarde ben en waar hij zich bij tijd en wijle opmoet houden. Deze toezegging die Ik je nu gedaan heb, geldt alleen voor heelbijzondere gevallen die zich in jullie instituut tijdens de periode van devernieuwing kunnen voordoen.[4] Maar watje zelf moet doen, zal Ik je nu nog in korte bewoordingen meedelen.Jullie hebben intussen in het instituut nog de uiterst geraffineerde inrichting omdoden op te wekken, zoals die was en nog is; ook bevinden zich daar nu nogprecies honderdzeven kinderen van drie tot veertien jaar, waarvan iets meer dan dehelft meisjes.Jullie zijn nu in grote verlegenheid, omdat jullie in jemensenkweekplaatsen nauwelijks twintig gelijkende kinderen hebben; julliehebben nu boden naar alle delen van de wereld gezonden met geschilderdeportretten, om tegen elke prijs kinderen aan te kopen die hierop lijken. Maar dezeboden doen slechte zaken; want waar ze ook maar iets aantreffen wat er op lijkt,wordt het hun voor geen enkele prijs verkocht, en kinderen die er niet op lijkenkunnen ze toch niet gebruiken. - Wat is je reactie op deze gang van zaken?"[5] Hier krabt Roclus hevig achter zijn oor en zegt: 'Ja, Heer, als dat zo is -wat heelbegrijpelijk is -, dan is dat een uiterst benarde situatie voor het instituut! Het wasinderdaad een grote dwaasheid en tegen mijn wil, om opeens zoveel gestorven

Page 232: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

232

kinderen op te nemen; maar onze hoogste leider, met name op het gebied van hetweer tot leven wekken van kinderen, gaf me de verzekering dat het prima zougaan. Alleen ziet het er nu al gauw heel anders uit! Nauwelijks twintig gelijkendekinderen; en de anderen?! Die kunnen we met de lantaarn zoeken waarmee destijdsde cynicus de mensen op klaarlichte dag heeft gezocht![6] De leider zond weliswaar meteen van veel geld voorziene boden naar allerichtingen; maar als de zaak zo verloopt staan we met ons hele instituut te schandeen raken we in grote verlegenheid, tot vrolijk hoongelach van de afgunstige enjaloerse Farizeeën, temeer daar er zich juist dit keer, waar ik me goed van bewustben, enkele kinderen van Farizeeën onder schijnen te bevinden, waarmee dezeafgunstigen zeker van plan zullen zijn om ons aan de tand te voelen![7] Oei, dat is werkelijk een heel kwalijke zaak, en dat kan zeer hinderlijk voor mijworden nu ik me vast heb voorgenomen om voortaan alleen nog maar in Uw naamte werken! Hoe kan ik dat nu verstandig oplossen? Daar staat mijn verstand bij stil!Heer, U zou ons natuurlijk uit de verlegenheid kunnen helpen, als het Uw heiligewil was, en U zou het ook kunnen doen omdat wij in ieder geval met ons instituutnooit willens en wetens ook maar in het minst één echte kwade bedoeling hebbengehad! [8] Onze onwetendheid, waar wij geen schuld aan hebben, kunt U alsliefdevolle God, Heer en Meester, ons toch niet ten laste leggen? En ook al zou Uweeuwig onmetelijke wijsheid iets bij ons vinden waar wij zelf schuld aan hebben,maar waar we echt niets aan kunnen doen, dan is immers Uw nog grotereonmetelijke liefde toch ruim voldoende in staat, om het weg te nemen! Ik en almijn belangrijkste metgezellen hebben nu eenmaal al onze hoop op U gevestigd envertrouwen er vast op, dat U ons dit keer uit deze vreselijke verlegenheid zulthelpen; wij beloven U dan met heelons hart, dat wij er te allen tijde zorg voorzullen dragen om Uw heilige woord voor altijd zo zuiver te houden als wij het numet de grootste dankbaarheid in ons hart van U vernomen hebben!"[9] IK zeg: 'Maar waarom noem je dat dan zo'n grote verlegenheid, terwijl je tochonmiskenbaar Mijn toezegging hebt gekregen dat Ik je indien mogelijk zalhelpen?! Want wat Ik iemand beloof, daar houd Ik me aan, dat is nog zekerder dandat de zon dagelijks op moet gaan en steeds één helft van de aarde verlicht, of deoppervlakte van de aarde nu helder of door wolken en nevels bedekt is! -Wanneerzouden die honderdzeven kinderen dan weer levend naar het huis van hun oudersterugkeren?"[10] Roclus zegt: 'Heer, wat moet ik, wat kan ik U anders antwoorden dan: O Heer,U zijn alle dingen maar al te bekend en daarom ook zeker onze dwaasheden!"[11] IK zeg: 'Ja, dat is een zeer goed antwoord dat je Me hier geeft! Jullie hebbenwerkelijk een grote dwaasheid begaan door een veel te korte termijn te stellen voorjullie gefingeerde opwekkingen uit de dood! Jullie zijn daartoe aangemoedigd doorenkele geslaagde pogingen en hebben natuurlijk ervaren, dat voor jullie instituuteen zo kort mogelijke herbelevingstermijn niet alleen de minst dure, maar ookzeker de meest aanbevelenswaardige is, omdat de hele zaak aanwonderbaarlijkheid wint, natuurlijk alleen wat aanzien betreft![12] Als jullie voldoende gelijkende kinderen zouden hebben, zou de zaak op julliemanier nog wel uit te voeren zijn; maar omdat juist het belangrijkste voor jullie

Page 233: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

233

geraffineerde bedrog ontbreekt, is het wel begrijpelijk dat jullie daardoor inenorme moeilijkheden zijn geraakt. Ik zou jullie voor deze keer natuurlijk wel uitje grote verlegenheid kunnen helpen; maar dan zou Ik jullie immers onmiskenbaarmet bedrog moeten helpen, en kijk, dat gaat niet, hoe lief jullie allen Mij ook zijn!Hier moet iets heel anders gebeuren, wat passend is voor deze aangelegenheid!'

Hoofdstuk 136: De bedrieglijke opwekkingen uit de dood door de Essenenworden verboden[1] (De Heer:) 'Kijk, die jongen daar links van Cyrenius, die nu een beetje sluimert;zijn naam is Josoë! Hij lag al meer dan een jaar in het graf en zijn botten warenzonder vlees. Hij lag niet ver van Nazareth in een grafkelder, en Ik heb hem hetleven teruggegeven, en niemand ziet het hem nu aan dat hij al geheel vergaan inhet graf heeft gelegen![2] Wat Ik met hem kon doen, zou Ik natuurlijk ook met jouw honderdzevenkinderen kunnen doen, en wel nu meteen, in een enkelogenblik! Maar daarmeezouden jullie ook niet bepaald geholpen zijn; want daardoor zouden de kinderenvóór de afgesproken tijd naar huis naar hun ouders gaan. Jullie moeten je preciesaan de afgesproken tijd houden, om nu in dit geval geen nieuwe leugen meer tebegaan. Maar dan moet Mijn dienaar naar jullie toe komen en de werkelijkekinderen, weliswaar enigszins in strijd met Mijn orde, in het aardse leventerugroepen in het bijzijn van hun ouders, die voor dat doel daarheen moetenkomen opdat ook zij hierdoor als door een machtige impuls in hun grote blindheidzullen zien, dat nu het rijk Gods nabij is gekomen. [3] En wat jij bij diegelegenheid moet zeggen zal Ik, waar Ik lichamelijk ook moge zijn, je wel in demond leggen; maar Ik wijs je er voor nu en later heel ernstig op, dat noch jij, nochiemand uit jullie instituut, ooit weer gestorven kinderen aanneemt om hen weerlevend te maken, ook niet voor alle schatten ter wereld.[4] Want als Ik een kind laat sterven dan is daar een hoogst belangrijke reden voor,en het zou tegen Mijn wil zijn en tegen Mijn orde om zulke kinderen weer hier opaarde levend te maken. Wel, wat deze huidige honderdzeven kinderen betreft, datheb Ik reeds lang tevoren zo beschikt en daarom gebeurt dit niet tegen Mijn wil enin verdere zin ook zeker niet in strijd met Mijn orde; maar voortaan mag zoietsalleen maar gebeuren, en dat hoogst zelden, als dit aan jou of iemand van jeopvolgers direct door Mijn geest wordt opgedragen.[5] Zieken genezen kunnen jullie één, twee of drie keer, zo veel je maar wilt; maarhoud je vooral niet meer bezig met het opwekken van mensen die lichamelijkgestorven zijn! Want jullie richten daardoor veel meer schade aan onder de zielendie bevrijd zijn van het vlees, dan de ergste moordenaar aanricht onder de mensendie hun tijd nog op deze wereld te leven hebben.[6] Wat een vreselijk ongeluk vindt men het op deze wereld als er iemand gedoodwordt! Maar aan gene zijde vindt men het vele duizenden malen erger wanneer eenreeds daar zijnde, vrije ziel gedwongen wordt om weer in haar sterfelijke,stinkende en logge lijf terug te keren! Je zou er daarom niemand een dienst meebewijzen als je hem weer terug zou roepen in dit aardse leven.

Page 234: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

234

[7] Er zijn daar wel kwaadaardige zielen die men rustig duivels kan noemen. Diegaat het aan gene zijde zeker tienduizend keer slechter dan de meest arme envervolgde bedelaar op deze aarde; maar van al deze vele zielen, waarvan menzeker kan aannemen dat het er tot nu toe, volgens de Arabische telwijze,tienduizend miljoen zijn, zou er niet één nog een keer de weg van het vlees willendoormaken. Als zulke ongelukkige zielen al nooit meer naar deze aarde terugwillen, hoeveel te minder dan degenen die aan gene zijde gelukkig zijn! Neem ditdus goed ter harte, en wek vooral geen doden meer op! -Heb je dat nu ookbegrepen?" [8] Roclus zegt: 'Ja Heer, dat heb ik heel goed begrepen, en ik kan Ueeuwig niet dankbaar genoeg zijn voor de buitengewone redding uit onze groteverlegenheid; maar eigenlijk hebben wij ons toch al nooit echt beziggehouden methet werkelijk uit de dood opwekken, omdat het in feite niets anders was dan heelgeheim bedrog enkel ten behoeve van de treurende mensheid, dat wil zeggen, watvolgens onze vroegere voorstelling van ons beperkte verstand het beste was voorde mensen! Eigenlijk hadden wij er heel weinig voordeel van, omdat het in standhouden van die mensenkweekplaatsen en de aankopen die we daar van tijd tot tijdvoor moesten doen, namelijk het aankopen van kinderen, ons steeds ontzettendveel heeft gekost.[9] Door onze opwekkingen hebben wij de mensen in het grote hiernamaals zekerniet gestoord en daarom denk ik dat we, afgezien van het geringe bedrog, daarmeevoor het rijk der zielen heel weinig storende, kwalijke dingen hebben aangericht;want wij hebben de zielen. van de overledenen immers nooit gedwongen om terugte keren naar dit lichamelijke bestaan!'[10] IK zeg: 'Dat is wel Zo; maar toch heeft dat gemanipuleer van jullie ook welenige verstoring teweeggebracht in de geestenwereld. Want het gestorven kind isnu eenmaal een burger van de geestenwereld geworden, en na verloop van tijd zijnzijn ouders op deze aarde ook gestorven, en het onechte kind ook; onder gunstigeomstandigheden komen zij dan, zoals gewoonlijk, aan gene zijde ook al gauw bijelkaar. [11] Wel, wat zouden de verraste ouders in de andere wereld dan weldenken van jullie opwekkingsmethode, als ze daar met het echte en het gelijkendeonechte kind, dat ze in deze wereld onherroepelijk als echt beschouwden, kennelijkmaar al te vlug bijeenkwamen? Denk daar zelf maar een beetje over na![12] Want aan gene zijde zal alles wat op deze wereld nog zo geheim gehouden is,tot in de kleinste details zichtbaar worden. Als iemand hier iets nog zo in hetgeheim en verborgen doet, dan zal het hem aan gene zijde toch vanaf de dakenverkondigd worden, zoals men wel zegt, en dat uiterst luid voor miljoenen ogen enoren! Denk jij je nu eens in dat jij, als valse doden opwekker, ook in die sfeer zo tekijk gezet wordt! Wat voor figuur denk je dan te slaan en hoe zou je je voelen?[13] Als mensen met hun uiterst beperkte waarnemingsvermogen en zintuigen opdéze wereld al heel wat onzinnige dingen heel goed onder.kennen, beoordelen,veroordelen en tenslotte ook flink bestraffen, terwijl ze eigenlijk merendeels nietbeschikken over het innerlijk waarheidsvermogen, hoeveel temeer zullen ze datdáár dan doen, waar de waarheld steeds als een van de onoverwinnelijkste krachtengeheel alleen heer en meester is over alles wat bestaat!

Page 235: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

235

[14] Kijk, onder de kleine roofvogels is er één, die naar zijn gezang genoemdwordt en dus koekoek heet! Door zijn instinct is deze vogel traag wat broedenbetreft. Daarom legt hij zijn eieren waar hij maar wil en kan in de nesten vanverschillende andere vogels, en spaart daarbij zelfs het nest van de mussen niet.Als deze arme vogels nu zien dat er in plaats van hun eigen jongen alleen maarkoekoeken tevoorschijn komen, kijken zelfs zij, terwijl het toch dieren zonderverstand zijn, heel verbouwereerd en beginnen hun nest steeds meer te vermijden,en als ze dan een koekoek horen roepen, vliegen ze in grote zwermen op hem af enhem na en achtervolgen en plagen hem op alle mogelijke manieren.[15] Wel, als dieren die geen verstand hebben, maar slechts een instinctmatigeintelligentie, zich al wreken op een bedrieger, hoeveel temeer is dat dan teverwachten bij de verstandige mensen en hoeveel meer nog bij de geesten, voorwie geen bedrog meer plaats kan vinden omdat hun inzicht enonderscheidingsvermogen daar te helder voor is geworden!"

Hoofdstuk 137: De grondregels van het vernieuwde instituut der Essenen[1] (De Heer:) "Je ziet dus, dat aan gene zijde alles zichtbaar wordt en ook moetworden, omdat anders de talloze verschillende verenigingen van geestenonmogelijk zouden kunnen bestaan. En nu is het dus de vraag wat voor gezichtiemand aan gene zijde zal zetten, die hier bij de mensen hoog in aanzien stondvanwege zijn wonderbaarlijke daden, en bij wie aan gene zijde maar al te duidelijkzichtbaar wordt dat al zijn wonderdaden in feite heel gewoon bedrog waren; en alwas het bedrog zelf nog zo goed bedoeld, het moest wel betaald worden en hetwerd als echte waar aan de blinde koper verkocht -en dat vaak voorheel veel geld![2] En kijk, precies zo en niet anders was jullie tot nu toe gehanteerdeopwekkingsmethode, met name van kinderen! En jullie maandelijks in hetopenbaar plaatsvindende dodenopwekkingen in de bewuste onderaardse,catacombeachtige gewelven zijn wel zo'n opeenhoping van bedrog, dat heteigenlijk te erg is om daar nog over te praten; jullie hebben daar zelfs mensen voorin dienst, die één keer per maand in daarvoor bestemde doodkisten moeten gaanliggen en doen alsof ze dood zijn, en op een hen bekend commandowoord vanjullie in het bijzijn van meerdere blindgelovige toeschouwers uit de kisten opmoeten staan en zich dan ook meteen op zo'n manier moeten verspreiden, datniemand van de vaak talrijke toeschouwers en bewonderaars hun kan vragen hoeze zich voelen, hoe ze eventueel heten en waar ze wonen.[3] Dit slinkse bedrog is te laag om er verder nog één woord aan te besteden; maaromdat velen er daardoor toe gebracht werden om aan jullie een gestorven, dierbaarkind toe te vertrouwen om opnieuw levend te maken, komt het toch aan het licht,en is het zeer geschikt o m jullie ook aan gene zijde nog veellast te bezorgen.[4] Maar zoals gezegd, wat er tot nu toe bij jullie is gebeurd, wil en zal Ik op Mijnschouders nemen en allemaal goedmaken voor jullie; maar in de toekomst mag erin jullie instituut tot geen enkele prijs meer iets gevonden worden wat ook maarenigszins met bedrog te maken heeft, als jullie willen dat Ik er, alsof Ik persoonlijkaanwezig ben, voortdurend werkend in de geest aanwezig zal blijven tot aan het

Page 236: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

236

einde der tijden van deze aarde. [5] Er moet daar volmaakte liefde en waarheidheersen en niet het minste bedrog mag er ooit voorkomen, dan zal dit instituut vooralle tijden blijven bestaan; en mochten afgunstige en slechtgezinde mensen het nuen dan vervolgen, dan zullen ze het toch geen kwaad kunnen doen![6] Het zal weliswaar in dit land ook niet lang meer blijven bestaan, zoals ook Mijnleer niet - want dit land zal vertrapt worden door vijandige heidenen -; maar inEuropa zal er ooit een hoofdvestiging komen van al degenen die in Mijn naamzullen geloven en hopen, en dan zullen jullie ook in verschillende neveninstitutenverblijven, onder sommige machthebbers geliefd en zeer gewaardeerd, bij andereslechts geduld; slechts enkele blinden zullen jullie uit hun rijk sturen; maardegenen die dat zullen doen, zullen zeker te kampen krijgen met moeilijkheden endaar niet gemakkelijk van bevrijd worden. Maar ook de staten die jullie slechtsdu!den, zullen geen hoge welvaart hebben.[7] Als een zegenrijke gave beloof Ik jullie nu, dat jullie altijd waarachtigebouwmeesters zullen blijven, en waar men jullie eervol en met liefde zal opnemen,zal het rijk een goede en houdbare grondslag krijgen. Geen artsen zal Ik in detoekomst van jullie maken, maar bouwlieden, die overal met de stevigsteedelstenen de muur van een nieuw, hemels Jeruzalem zullen opbouwen en ook veelvan de prachtigste woningen van deze stad, waar nu wel een begin mee gemaakt is,maar waaraan na deze eerste muur eeuwig verder gebouwd zal worden.[8] En omdat jullie nu Mijn metselaars en vrije bouwlieden zijn en Ik Mijn stadmet de degelijkste edelstenen gebouwd wil hebben, zullen jullie en jij, Mijn vriendRoclus, nu wel zonder moeite inzien, dat Ik geen gewone kalkzand en bakstenenkan gebruiken; daaronder versta Ik dus allerlei op leugen en bedrog berustendewerken, die niet eeuwig kunnen blijven bestaan. Alleen de zuivere waarheid, waargeen enkele smet aan kleeft, is de diamant, die voortdurend en onwankelbaar standkan houden gedurende alle eeuwigheid.[9] Jullie zullen wel vaak in de verleiding komen om je anders voor te doen dan jeovereenkomstig de waarheid van je gevoelens zou moeten doen; laat je daar vooralniet toe verleiden en leid nooit iemand om de tuin, maar laat de volle waarheidspreken in alles wat jullie zijn en wat jullie doen, dan zullen jullie ook steedskunnen rekenen op Mijn genade, macht en wijsheid.[10] Beloof nooit iets aan iemand wat je later niet kunt of om bepaalde redenenniet wilt nakomen; want waarlijk Ik zeg jullie: Niets is zo bitter en lastig voor eenmens als een gedane belofte die later zonder iets te zeggen niet nagekomen wordt!Want als hem niets beloofd was, had hij er niet op gerekend en iets andersondernomen waarmee hij zich hulp verschaft zou hebben of wat anderszins nuttigvoor hem geweest zou zijn. Maar omdat hij vast vertrouwde op de belofte die menhem deed, maar waar men zich niet aan hield, is hij nu in een wanhopige situatieterechtgekomen en zit dan treurig en teleurgesteld tussen twee stoelen op de gronden verwenst meestal degenen die hem door hun beloften in het grootste ongelukhebben gestort. [11] Wat jullie dus aan iemand beloofd hebben, daar moet je je aanhouden, zelfs als dit je aardse leven zou kosten, omdat Ik anders geen blijvend lidvan jullie instituut kan zijn! Bedenk echter goed Wie Hij is, die jullie dit gebodgeeft! Hij is een eeuwig Heer over alles wat leven en dood genoemd wordt; en al

Page 237: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

237

zou Ik niets op .deze wereld vergelden, dan toch in ieder geval wel, dat Iemand eenander iets belooft maar er zich dan om een bepaalde meestal zelfzuchtige redenniet aan houdt![12] Als iemand je een dienst heeft bewezen en je geeft hem niet het loon datjebeloofd hebt, bega je nog een grotere zonde dan wanneer je iemand bestolen zouhebben! Als hij zijn werk maar half en slecht heeft verricht kun je hem daar wel opwijzen en zeggen, dat hij de volgende keer niet meer zo'n loon hoeft te verwachtenals hij het werk dat hij heeft aangenomen niet met de nodige inzet verricht; maarook al heeft hij zijn werk nog zo laks gedaan, je moet je aan je woord houden,opdat hij ziet dat de geest van de volle waarheid in jou leeft en werkt![13] Om deze reden help ook Ik jullie je honderdzeven dode kinderen in vollewaarheid tot leven te wekken, opdat jullie niet als leugenaars en onbetrouwbaremensen voor degenen komen te staan, aan wie jullie met de hand op je hart beloofdhebben, dat je hun gestorven lievelingen zult opwekken; maar neem je in hetvervolg in alle ernst in acht! Want alles watje zou doen of ondernemen wat in strijdis met deze gemakkelijk op te volgen raad van Mij, zou onvermijdelijk zeer slechtegevolgen voor jullie hebben. [14] Lijkt.je dit allemaal misschien iets te moeilijk,omdat je heel bedenkelijk begint te kijken? Zeg het Me dan luid en duidelijk als jehet niet met Me eens bent! Nu zijn we nog persoonlijk bij elkaar en kunnen we noghet een en ander verduidelijken, wat in het vervolg natuurlijk iets moeilijker zalzijn, omdat we elkaar dan waarschijnlijk niet zo gauw weer persoonlijk ontmoeten!Zeg het nu, Ik luister naar je!'

Hoofdstuk 138: Roclus probeert leugens om bestwil te rechtvaardigen[1] Roclus zegt: 'Mes wat U nu gezegd hebt, Heer, is maar al te waar en er is nietstegen in te brengen! Maar dat U strikt tegen alles bent wat ook maar enigszins opbedrog lijkt, zelfs ook wanneer iemand daardoor serieus lichamelijk of geestelijkgeholpen zou kunnen worden, stemt mij zeer tot nadenken; want voor mij staat dedoor duizend ervaringen beproefde grondregel vast, dat veel mensen absoluut nietanders dan slechts door fijnzinnig bedrog geholpen kunnen worden, -wat iknatuurlijk geen bedrog, maar pure diplomatie noem.[2] Eerlijk, Heer, volgens de ervaringen die ik hier op deze aarde heb opgedaan,zijn mensen heel vaak niet anders te helpen dan door enig goedbedoeld bedrog!Kinderen moet men in de eerste jaren immers steeds bedriegen, anders is er methen toch helemaal niets te beginnen; en wat zouden ze er nu aan hebben als menbij hen meteen met de zuiverste waarheid aan kwam zetten? Ik heb U immers bijeen eerdere gelegenheid toch al vanuit menselijk oogpunt duidelijk uiteengezet, dathet er mij nooit om te doen was ooit achter iemands rug om iets te doen watnadelig voor hem zou zijn, maar altijd slechts opdat het hem op de een of anderemanier tot voordeel zou strekken! En dat deed ik alleen maar omdat het van meetaf aan al duidelijk voor me was, dat deze of gene absoluut op geen enkele anderemanier te helpen was. Als dat bij U nu ook als zonde geldt, -ja, Heer, dan wordt hettoch wel uiterst moeilijk om mens te zijn!

Page 238: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

238

[3] Bijvoorbeeld: Ik ga ergens naartoe en ontmoet onderweg als heiden eenvolslagen blinde aartsjood, wiens zelootachtige tempelfanatisme in iedereenmeteen een heel legioen allerergste duivels vermoedt. Als een heiden hem aanraaktterwijl hij zich daarvan bewust is, dan is hij meteen voor een heel jaar onrein en is,omdat hij zich dit inbeeldt, een hoogst ongelukkig mens omdat hij geen deel kan enmag hebben aan de vele bezittingen van de tempel. Als ik hem vertel dat ik eenheiden ben -als hij mij vraagt wie ik ben -, dan zou hij liever alle martelingenondergaan dan zich door mij over een levensgevaarlijk stuk van een bergpad telaten leiden. Maar als ik hem heel beslist zeg dat ook ik een jood uit Jeruzalemben, dan zal hij mij graag de hand reiken en zich dankbaar over het uiterstgevaarlijke stuk van het pad laten leiden. Als ik de arme blinde zover heb gebrachtdat het voor hem niet meer gevaarlijk is om verder te gaan, en de geur van zijngeboortestreek, die nu al zeer dichtbij is, hem aantrekt en hij niet meer verdwalenkan, neem ik afscheid van hem en ga vrolijk mijn eigen weg. De blinde jood hoortdan zijn leven lang helemaal niets meer van mij, en het zal ook niet zo gauwgebeuren dat iemand hem zegt, dat degene die hem ooit over dat zeer gevaarlijkestuk van de weg heeft geleid, een heiden was.[4] Nu moet mij een verstandig en eerlijk, welwillend iemand eens zeggen, of databsoluut onschadelijke leugentje niet verstandiger en beter was dan dat ik die armeman de waarheid gezegd zou hebben, namelijk dat ik een heiden ben! Ik zeg U eniedereen duizend maal recht in het gezicht, dat zo'n leugentje om bestwil alleen alszonde kan worden uitgelegd door een totaal krankzinnige dwaas uit de zwartstefarizeeërgemeenschap, -maar nooit door iemand die ook maar een beetje verstandheeft, en natuurlijk al helemaal niet door een God! Want zo compleet verschillendkunnen de levensopvattingen aan deze en aan gene zijde toch niet zijn, dat wat menop deze aarde met het zuivere verstand goed en redelijk vindt, voor een pure geestlijnrecht het tegenovergestelde is! Want als aan gene zijde voor de pure geest zwarten duister is wat hier door een altijd het goede willende ziel als wit en klaar helderwordt beschouwd, dan is ofwel dit, ofwel dat leven gewoonweg dwaas.[5] Heer, U kent mijn hele leven van de wieg af aan, en U zult mij moeilijk eenmoment tijdens mijn hele levensloop aan kunnen wijzen waarop Ik het ooit slechtmet iemand voor heb gehad of iemand ook maar de minste schade heb willenberokkenen! Duizendmaal wil ik door Uw almachtige goddelijke mond vervloektworden als dit aangetoond kan worden! En als ik nochtans een zondaar gewordenben doordat ik bij mensen met een bijzonder zwakke geest heel vaak mijntoevlucht heb moeten nemen tot diplomatiek handelen om hen volgens de aandrangvan mijn hart naar mijn menselijk inzicht iets goeds te kunnen doen, dan moet ikopenlijk bekennen, dat ik het dan zeer onaangenaam vind om mens te zijn; danmoet U mij, o Heer, met Uw almacht maar in een ezel veranderen en Ik zal U daardan dankbaar voor zijn! [6] Mijn mening, weliswaar slechts op menselijke wijzedoordacht, is deze: leder mens moet doen wat hem volgens zijn beste weten, besefen geweten met recht het beste lijkt, iedereen moet vreedzaam en vergevingsgezindzijn en naar beste krachten goed doen voor de arme, lijdende mensheld, dan moetzijn handelen toch ook door een God als juist en goed en in orde bevonden worden.Geen enkele God kan toch van een mens, die onmiskenbaar Zijn schepsel en Zijn

Page 239: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

239

werk is, meer verlangen dan waartoe hij in staat is met de vermogens die Hij Zelfin deze mens heeft gelegd! Of is het mogelijk dat een hoogst wijze God nog meervan Zijn werk kan eisen, dan wat Hij er in heeft gelegd? Ik denk dat dat niet zogemakkelijk gaat en ongeveer hetzelfde zou zijn als wanneer iemand in alle ernsttien emmers water zou willen gieten uit een vat of een zak, waar maar één emmeringaat. Daarom vraag ik U, o Heer en Meester, dat U duidelijker bent wat dit puntbetreft; want zoals ik U tot nu toe begrepen denk te hebben, is er volgens Uw leerop deze aarde voor een mens helemaal geen bestaan denkbaar dat enigszinsverstandig is! [7] Ja, de waarheid, de heilige waarheid moeten de mensen zicheigen maken. ze moeten het huis waarin ze wonen en volgens Uw belofte eigenlijkeeuwig zullen wonen, met de bijbehorende orde en gerechtigheid precies lerenkennen. Maar de naakte waarheld, al is die nog zo zuiver, komt mij tenminste voorals een weliswaar zeer heilzaam, maar verder buitengewoon bitter medicijn, datieder die maar enigszins een gevoelige smaak heeft, meteen weer uitspuwt als hijhet proeft. Maar wat doet men? Men omhult het bittere medicijn met iets zoets enaangenaams en dan zal de zieke dit gemakkelijk slikken en zonder rillingen in zijnmaag krijgen, waar het dan al gauw heilzaam zal beginnen te werken! En dat, zoben Ik van mening, zou ook met het meedelen van de waarheid moeten gebeuren!Men moet deze, vooral in het begin, nooit anders dan verhuld geven en daarna passtukje bij beetje onthullen! Dan zal volgens mij een goede uitwerking zeker nietuitblijven. Geeft men haar echter meteen onverbloemd en naakt, dan zal menmeestal meer schade veroorzaken dan werkelijk nut.[8] Het gaat me er hier niet om dat ik onze natuurlijke wonderen goedpraat, en ikben er zelf geheel en al van overtuigd dat we daarmee te ver zijn gegaan; maar ikkan er altijd naar eer en geweten aan toevoegen dat wij daar zelf nooit iemandschade mee hebben berokkend, maar naar onze weloverwogen mening gewoonlijksteeds dubbel nut mee hebben bezorgd. Ten eerste hebben wij daarmee de tranenvan vaak zeer treurige ouders gedroogd, wat toch zeker niets slechts is en kan zijn,en ten tweede hebben we hiermee kinderen van straatarme ouders op de bestemanier voor hun hele aardse leven verzorgd en hun de mogelijkheid verschaft omin huizen van rijke mensen overeenkomstig de betere zeden van de huidigewereldorde ook een betere opvoeding te krijgen, terwijl ze anders in de grootstearmoede zonder enige vorming echte mensachtige dieren zouden zijn geworden; endaarvan zijn er in deze tijd voorbeelden te over. Er komt geen engel uit de lichtehemelen naar beneden om zich, wat opvoeding betreft, over deze arme half dier,half mens zijnde kinderen te ontfermen; en wanneer wij, toch duidelijk betere enbeschaafdere mensen, naar beste weten, inzicht en geweten iets voor hen doen opeen mallier die mogelijk is, dan lopen we gevaar om voor God te zondigen en doorHem tot bedriegers van de mensen verklaard te worden![9] Heer en Meester, U hebt goed onderrichten en praten, want Uw wil is degebieder van de hele oneindigheid! Maar wij, zwakke mensen die niets zijntegenover U, voelen altijd en alleen maar de druk, en zelden of nooit enigeverlichting, en daar komt nog bij dat we totaal verkeerde verwachtingen hebbenover later in het hiernamaals.

Page 240: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

240

[10] Heer en Meester, waarlijk, Uw lessen hebben mij voorheen zeer opgebeurd enik was vol heerlijkste verwachtingen; maar nu ben ik helemaal verpletterd en weetme geen raad omdat U dingen van mij verlangt waaraan ik niet kan voldoen, wantmijn verstand schiet tekort en ik kan niet in strijd met mijn verstand handelen!"[11] Toen werd Roclus stil en zei helemaal niets meer.

Hoofdstuk 139: De rechtvaardiging van verstand en slimheid[1] Toen vroeg Cyrenius Mij: 'Ja, wat is dat nu opeens? Roclus leek tot nu toe eenware grondsteen van de nieuw te bouwen heilige stad en nu is hij plotselinghelemaal omgeslagen, ondanks het feit dat U hem alle hulp heeft beloofd!"[2] IK zeg: 'Dat is en blijft hij, ofschoon hij Mij nu niet helemaal goed begrepenheeft! Maar Ik zag dat nog in hem en Ik heb hem in de toestand gebracht om datnog uit zich te verwijderen. Maar de zaak zal er nu heel anders uit komen te zien,daar kun je je meteen van overtuigen!" [3] Daarop richtte IK Mij heel vriendelijktot Roclus en zei: 'Maar Mijn beste vriend, als je deze zaak bijna helemaalverkeerd opvat, kan geen God je helpen zolang je je eigen vroegere begrip plaatsttegenover een hogere verlichting die je later kreeg! Het mooiste daaraan is echterdat je precies datgene in volle ernst beweert, wat Ik eigenlijk van je verwacht! AlsIk je tevoren Zelf de slimheid van slangen en vossen heb aanbevolen, hoe zou Ikdan op het idee kunnen komen jou deze nu te verbieden?![4] Hoe men met kinderen om moet gaan en hoe ze onderwezen moeten worden,heb Ik gisteren toch voldoende duidelijk gemaakt; ook al ben je niet overal bijaanwezig geweest, je hebt het toch in handen, geschreven door Mijn snelschrijver!Er is dus helemaal niets meer wat je in een bepaalde aangelegenheid nog van dewijs zou kunnen brengen en waarvan je, ten aanzien van enig onderricht, zoukunnen zeggen: 'Kijk, dat is onbegrijpelijk!' of: 'Dat is niet geschikt voor deze ofgene!' [5] Zo ook, wanneer jullie door middel van natuurlijke medicijnen een ziekewillen helpen en dat ook zouden kunnen, maar de zieke vaak een uitgesprokenafkeer van het medicijn heeft en dat voor geen goud van de wereld in kan nemen,terwijl jullie er geheel van overtuigd zijn dat enkel en alleen dit medicijn de ziekezeker en snel zal genezen, dan spreekt het natuurlijk vanzelf, dat jullie dan zo'nmedicijn zonder meer een andere naam kunnen geven en het ook met iets anderskunnen mengen, opdat de zieke niet merkt dat het 't medicijn is dat hem zotegenstaat en het daardoor afwijst, wat hem tot groot nadeel zou strekken.[6] En wat verder het onderwijzen van Mijn Gods en levensleer betreft wil Ik julliehet volgende nog in 't bijzonder zeggen: Pas je in uiterlijk opzicht aan iedereenaan, om te zorgen dat ze zich bij jullie thuis voelen en ze voor Mijn rijk gewonnenkunnen worden! Wees jood met de joden, heiden met de heidenen, lach metdegenen die lachen en huil met hen die huilen, wees zwak en vol geduld met dezwakken en laat de sterken zien dat ook jullie sterk zijn, opdat het besef van hunkracht hen niet opblaast en hoogmoedig maakt! Nu, Mijn beste vriend, dat zal tochvoldoende voor je zijn om te weten wat Gods allerhoogste wijsheid, die ook julliezuivere verstand heeft geschapen, van jullie verwacht! [7] Geloof Me, Mijn

Page 241: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

241

wijsheid is nooit in strijd met een menselijk gezond, nuchter en onbevooroordeeldverstand! Want dit moet immers beoordelen wat juist is en wat niet![8] Een waarheid, al is deze nog zo verhuld, is en blijft als zodanig niettemineeuwig waarheid en zal zich later ook zo manifesteren. Vriend, een waarheid kunje naar gelang de omstandigheden omhullen en omkleden zoals je maar wilt enkunt; dat hangt helemaal af van het bevattingsvermogen van degene, aan wie dewaarheid gepredikt wordt. Kinderen worden met melk en honing en zelfs zachtbrood gevoed, terwijl men een man wel een steviger kost kan aanbieden. Dat is danallemaal heel goed, als het binnenste maar waarheid is; op het noodzakelijkomhulsel wordt weinig of helemaal niet gelet. Het zou ook echt heel onwijs zijn enindruisen tegen ieder gezond verstand, als iemand Mijn hulp nodig had en Ik welwist dat hij eerlijk was, maar hem niet aan zou kijken omdat hij een Perzischemantel aan had! Een waarheid verhullen als dat nodig is, is geen zonde; maar eenduidelijke leugen en duidelijk bedrog in het kleed van de waarheid verpakken, iszonde en wordt door Mij voor eeuwig verworpen![9] Als je nu je vroegere dodenopwekkingen bekijkt, dan waren die ondanks jouwgoede wil een grote, maar zeer goed verhulde leugen, omdat hierbij geen spoor vaneen ware dodenopwekking te bekennen was; en zo is er nog veel wat jullie in jeinstituut allemaal gedaan hebben.jullie hebben van de Egyptenaren en de Arabierengeleerd om te berekenen wanneer er een zons en maansverduistering kan optreden;maar dat bleef voor het volk een geheim. Tegen het volk zeiden jullie echter:'Omdat jullie, volk, onze stem niet willen horen, zal de overste - die jij nu bent! -de goden opdragen om op die en die dag de zon of de maan te verduisteren! ' Hetvolk werd daarop meteen door grote angst bevangen, bad en offerde onzinnig endan gaven jullie het tenslotte enkel de troost, dat de dreiging weliswaar in iedergeval plaats zou vinden, maar dat men zou proberen om de schade zo veelmogelijk te beperken. Zie je, dat was toch wel een overduidelijke leugen, verhuldin het eerbiedwaardige kleed van de volle waarheid!"

Hoofdstuk 140: Verhulde waarheden en leugens. Valse profeten en hunwonderen[1] (De Heer): 'Maar stel je nu voor dat het plotseling onthuld wordt! Wat zoubijvoorbeeld het volk met jullie gedaan hebben, als Ik Zelf het zo maar ophelderingdaarover had gegeven, en het dan de ware oorzaak van een zons ofmaansverduistering even helder als jullie had ingezien? Wat dat voor gevolg zouhebben, kun je zelf gemakkelijk bedenken.[2] Heb je echter iemand door een nog zo verhulde waarheid op het juiste padgebracht, en komt hij dan ook tot dieper inzicht en ziet dan, dat alleen de volledigewaarheid, ook al is deze nog zo verhuld, hem op één lijn gebracht heeft met hetware leven, -wat voor goeds zal zo iemand dan allemaal voor je doen? Ik denk datjij als mens met een helder verstand nu wel het verschil zult zien dat er bestaattussen een verhulde waarheid en een verhulde leugen. [3] Wat Ik jou aanduidde alsiets wat in jullie instituut nooit zou mogen gebeuren of gezegd worden, is eenverhulde leugen, maar nooit een waarheid die opzettelijk verhuld is.

Page 242: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

242

[4] Al heeft de leugen nog zo'n goed resultaat en de waarheid op z'n minstschijnbaar een slecht, dat wil zeggen, wat de mensen met hun op de wereldgerichte verstand slecht noemen, dan verdient de waarheid toch de voorkeur bovende leugen; want de uiteindelijke werking van de leugen zal altijd blijvend slechtzijn, en de uiteindelijke werking van de waarheid goed.[5] Wat de uiterlijke schijn betreft, vallen de verschillen tussen een verhuldeleugen en een verhulde waarheid inderdaad niet gemakkelijk op, zoals ook een echtwonder voor het onervaren, puur wereldse verstand moeilijk of helemaal niet teonderscheiden is van een vals wonder, omdat een echt wonder voor het wereldseverstand helemaal niet te controleren is, en de magiërs en valse profeten hunwonderen evenmin door het volk laten controleren als jullie dat met julliewonderen gedaan hebben. Juist daarom moet er bij jullie nooit plaats zijn voor ookmaar de kleinste leugen of het kleinste bedrog, opdat er op aarde blijvend eeninstituut is waarin enkel waarheid heerst, en daarmee een blijvende toetssteen aande wereld gegeven wordt waarmee men het echte goud der waarheid goed engemakkelijk van het valse goud kan onderscheiden![6] Wanneer men zich daar niet aan houdt, zal er enkele jaren na Mij eenverbazingwekkend groot aantal valse profeten en wonderdoeners zijn, die Mijn leergeheel zullen misvormen. Zij, de valsen, zullen weliswaar ook van Mijn naamgebruik maken; maar hun leer zal niet in 't minst op de Mijne lijken, en hunwonderwerken zullen van het jou bekende, bedrieglijke soort zijn en heel velen totvaste aanhangers van de valse profeten maken.[7] Daarom waarschuw Ik jullie daar vroegtijdig voor! Sla daarom geen acht opdegenen die rondtrekkend zullen roepen: 'Zie, hier of daar is de gezalfde van God,-dat is de waarheid!' Waarlijk, Ik zeg jullie allen: Die zo praten en schreeuwen, enzelfs wonderen zullen doen in Mijn naam, zijn niets anders dan puur valseprofeten! Luister niet naar hen en keer hun de rug toe! En komen ze naar jullie toe,bedreig hen dan, en willen ze niet wijken, bedreig hen dan in Mijn naam, en doe inMijn naam voor hun ogen een waar teken; maar onthoud je verder zoveel mogelijkvan het doen van wonderen, wat wel het oog en het oor van domme mensenbekoort en boeit, maar hun hart op kosten van het wonder meestal tot eengevoelloze steen verhardt! De waarheid moet voor zichzelf spreken en getuigen, enbehoeft geen verder teken meer. [8] Het enig ware wonderteken moet bestaan uitde eigen ervaring, die iedereen zal opdoen door en vanwege het feit, dat juist dewaarheid hem waarachtig vrij gemaakt heeft in al zijn denken, willen en handelen,en zijn innerlijk oog geopend heeft om alle dingen en omstandigheden te zien zoalsze in waarheid zijn en niet zoals ze in het verwarde brein van de een of andere naaraanzien strevende wereldwijze naar believen bij elkaar zijn gezet. Zeg Me nu, MijnRoclus, of de zaak je nu duidelijker is dan voorheen!"[9] Roclus zegt: 'Ja, Heer en Meester, nu is alles me zo geheel duidelijk en helder,dat niets me in heel mijn leven duidelijker is geweest! Ik heb het wel altijd gedachten zelfs intens gevoeld, dat een God niets kan beweren wat tegen het zuiveremensenverstand indruist, wat daar duidelijk en tastbaar mee in strijd is. Maar nu iselk woord dat U spreekt zo geheel en al in overeenstemming met het verstand, alshet licht van de zon met het ontstaan van de dag op de aarde. Het is me nu geheel

Page 243: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

243

duidelijk, en voor ons instituut moet dat ook zo blijven tot aan het einde allertijden!" [10] IK zeg: 'Welnu, ga dan nu en vertel het ook aan je metgezellen! Nuzal er nog iets gebeuren, dan volgt het ochtendmaal en daarna vertrek Ik van hiervoor een poos!"

Hoofdstuk 141: Deemoed en broederliefde; Roclus en zijn metgezellen inverlegenheid[1] Roclus boog nu zeer diep en haastte zich naar zijn metgezellen, die intussenallerlei belangrijke voorzieningen van hun instituut besproken hadden die geheeldezelfde geest ademden als Mijn aanwijzingen die Ik Roclus als levensrichtsnoerhad gegeven.[2] Roclus verbaasde zich dan ook niet weinig, toen hij van zijn metgezellenprecies hetzelfde vernam wat hij hun als iets geheel nieuws en hoogst belangrijkswilde meedelen - en dat op Mijn verzoek - om daardoor te laten zien dat Ik als deHeer hem heel bijzondere opdrachten had gegeven ter vervulling van het zo hoogstbelangrijke ambt. Als hoofd van het instituut wilde hij zijn ondergeschikten nutoch wel een beetje laten zien dat hij hierover met Mij Zelf heel veel buitengewonedingen had afgesproken, die hij hun nu allemaal wilde meedelen.[3] Maar zijn metgezellen zeiden: "Die moeite kun je je rustig besparen, want wezijn over alles voorgelicht en weten eigenlijk nog meer dan jij, ofschoon jij met deHeer Zelf hebt overlegd! Kijk eens hier! Een heleboel bladen, allemaalvolgeschreven! Daarin kun je alles precies terugvinden wat de Heer tegen je heeftgezegd. Aan je gezicht te zien ben je er echter niet zo blij mee; wat is er dan?"[4] Roclus zegt: 'Ach, daar heb ik helemaal niets op tegen of op aan te merken;maar als de Heer mij Zelf in zekere zin aanspoort om met jullie te bespreken en teregelen wat Hij mij heeft toevertrouwd vanwege de totale reorganisatie van hethele instituut, en jullie van te voren al bijna van alles beter op de hoogte zijn danik, moet ik er nu wel een beetje over nadenken, wat de Heer door deze kleine enzeker heel onschadelijke streek bij mij heeft beoogd!"[5] Raphaël, die zich onder het gezelschap bevond, zei: 'Vriend, dat zal ik jemeteen duidelijk maken; Luister even kort naar me! Kijk, dit zijn weliswaar jeallernaaste staatsbeambten in, laten we zeggen, jouw instituut! De Heer Zelf konjou overeenkomstig de volle waarheid geen andere titel geven dan je vanstaatswege hebt en ook kunt hebben, omdat jouw aanzienlijke geldmiddelen jedaartoe het recht verlenen. Maar de Heer wil, dat alle mensen elkaar als broedersomarmen en alleen Hem als de ware Heer en Meester erkennen.[6] Maar omdat je nu eenmaal het hoofd van jouw instituut bent, was het ookgeheel in orde dat de Heer Zelf je instructies gaf over wat je voortaan moet doen enwelke voorzieningen je moet treffen. Maar het was net zo juist dat de Heer doormiddel van mij je metgezellen tegelijkertijd over alles liet voorlichten, ten eersteom jou de onnodige moeite van het meedelen te besparen, en ten tweede om eenzeker profetisch, verheven gevoel, dat heel gemakkelijk in lichte hoogmoed kanovergaan, bij jou de kop in te drukken, en ten derde omjou de aanbevolenbespreking met je makkers zo gemakkelijk en effectief mogelijk te maken.

Page 244: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

244

[7] Want toen de Heer tegen jou zei :'Ga het nu ook aan je metgezellen zeggen!',was dit niet een soort opdracht, waardoor zij pas van jou moeten vernemen wat jijallemaal van de Heer gehoord en geleerd hebt, maar het betekende dat jij hunalleen maar hoefde te vertellen, datje zelf geleerd en volkomen begrepen hebt water in het vervolg voor veranderingen in het instituut moeten plaatsvinden. Datbetekent toch helemaal niet dat jij, nu zogenaamd als enige in de zaak ingewijd, jemetgezellen eerst moet instrueren?! En daarom hoef je dus absoluut nietbedenkelijk te kijken als jij zelf de opdracht van de Heer helemaal verkeerd hebtopgevat! Begrijp je me nu goed, of zit je nog iets dwars?'[8] Roclus zegt: 'Ja, ook wat dit betreft is alles voor mij weer helemaal in orde enover dit punt denk ik nu helemaal niet meer na; maar iets heel anders houdt me nubezig! Alles kunnen we gemakkelijk in orde brengen, -maar om ongedaan temaken dat het volk gelooft dat wij de zons en maansverduisteringen in onze machthebben, zal wel een beetje moeilijk voor ons worden! Want deze zullen blijvenplaatsvinden, en we kunnen en mogen niet meer tegen iemand zeggen: 'Kijk,omdat jij en je volk niet strikt en precies wilden doen en geloven wat wij jebevolen hebben, zullen de goden gedurende die en die tijd de maan of de zonverduisteren!' Hoe moeten we ons uit deze verlegenheid redden? De rest isallemaal in orde, -maar hier zie ik geen goede oplossing! Wat is jullie mening indit opzicht, en wat vind jij, mijn vriend Raphaël?"[9] Raphaël zegt: 'Overleggen jullie eerst onder elkaar; mochten jullie er helemaalniet meer uitkomen, dan zal mijn raad altijd nog wel op het juiste moment komen!"[10] Een van de metgezellen zegt: 'Ja, dat is een precair punt! We zullen het methet volk wat dat betreft inderdaad niet zo gemakkelijk hebben! Het volk is er nu alsinds een behoorlijk aantal jaren aan gewend, en als belangrijke mensen na eenverduistering van de maan of zelfs van de zon naar ons toe komen en ons beslistheel ernstig naar de reden zullen vragen waarom wij de verduistering van de godenhebben verlangd en waarom wij hun dat niet hebben aangekondigd, -hoe moet onsop waarheid gebaseerde antwoord op zulke vragen dan luiden, zonder dat we al teerg te schande staan ten overstaan van hen die ons dit vragen?"[11] De derde zegt: 'Met een klein leugentje zouden we ons er wel uit kunnenredden; op een andere manier zie ik ondanks al ons nadenken geen eerzameuitweg. Maar het is niet alleen dit, maar op heel wat andere punten zullen we hetook moeilijk hebben, en zeker niet minder dan met die verduisteringen! We zittennu al heel behoorlijk in het nauw! We zullen pas echt op moeilijkheden stuiten, alswe aan het oude gebouw beginnen te tornen en het gaan verbeteren! Als eensprinkhanenplaag uit Arabië zullen de talloze onoverwinnelijke hindernissen onsvan alle kanten de weg versperren en dan zullen we geen kant meer op kunnen!Deze plaats verlaten en ons dan heel ver hier vandaan ergens vestigen, dat zou noghet allerbeste zijn!"[12] Roclus zegt: 'Ja,ja, dat zou wel goed zijn; maar wat te doen met onzebezittingen en voorzieningen, die kunnen we toch niet zomaar aan onzetegenstanders overlaten, zodat ze deze vrijelijk kunnen bekijken?! Werkelijk, jullieraad zou vooral mij zeer duur komen te staan! Wij hebben God de Heer nu voorons, die ons als Enige het veiligst zal redden uit alle verdere volkomen onnodige

Page 245: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

245

verlegenheid, -daar ben ik geheel en al zeker van! We zullen nog wel het een enander te doorstaan hebben; maar -zoals het me nu voorkomt -zullen we daardoorzeker een heel belangrijke leertijd doormaken, waaruit we pas het praktisch inzichtzullen putten wát iemand uit zijn aardse leven allemaal op moet ruimen en hóe, omin onszelf tot het ware, innerlijke leven uit God te komen. [13] Daarom zullen wetoch hier blijven! Voor al die andere dingen heb ik absoluut geen vrees; wat datbetreft zeg ik zelf tegen iedereen: van nu af aan blijven de opwekkingen voor eensen altijd achterwege! Waarom? Antwoord: God wil het niet meer, omdat demensen er niet naar leven om zo'n bijzondere genade waard te zijn![14] Die echter volgens Gods wil leven, zullen ook inzien waarom God het ene ofhet andere kind van hen laat sterven, en zij zullen zich voortaan zelf kunnen latenonderwijzen door Zijn geest. Daar zal niemand iets tegenin kunnen brengen!'

Hoofdstuk 142: Roclus' voorstellen voor de hervorming van het instituut derEssenen[1] (Roclus:) 'Wat de andere wetenschappelijke attributen betreft, die kunnen welblijven; die hebben we immers nooit voor iets anders gebruikt dan om de gasten zonu en dan op heel onschuldige manier te amuseren. We kunnen ze echter ookvernietigen, dan zal niemand er iets tegen kunnen hebben. Vooral echter moet denamaak-vollemaan weg; want die is zonder meer te plomp en niet eens meergeschikt voor het optisch bedrog van de domste mensen. De sprekende bomen,struiken, beelden, zuilen, bronnen en putten worden opgeruimd en in plaatsdaarvan komt er iets beters. De elektrische werktuigen kunnen echter blijven,alsook de verschillende brandspiegels; want deze dingen behoren tot hetwetenschappelijke vak en men kan met behulp daarvan verschillende ziektengenezen. Daartoe behoren ook onze apothekerskunst en de kunst om glas te maken,het te slijpen en te polijsten.[2] Kortom, wat bij ons naar waarheid uit puur wetenschappelijke zaken bestaat,moet blijven en al het andere houdt op! En als het ophoudt, zijn wij daarover zekerniemand enige rekenschap verschuldigd, want het instituut is ons eigendom;volgens de wetten van Rome hebben wij het onbetwistbare recht daarmee om tegaan zoals het ons belieft. Als wij iets voor het volk doen, dan doen we dat omdatwe het zelf willen daar we bij niemand in dienst zijn, en niemand ons betaalt. Wijzijn zelfstandige mensen en eigen baas, en genieten als Romeinen en onderdanenwettelijke bescherming, evengoed als iedere Romein; bovendien bezitten we nogzoveel schatten en vermogen, dat we onze schatten nog in geen duizend jaarzouden kunnen opmaken, zelfs wanneer we als Croesus zouden leven. Daarom zieik zelfs in zuiver werelds opzicht niet in, voor wie wij ons zouden moetenschamen! Voor de Heer hebben wij nu verder geen geheimen meer. Hij zoueigenlijk de enige zijn voor wie wij ons zouden moeten schamen; maar met Hemhebben wij alles goedgemaakt. Is Hij ons nu goedgezind omdat Hij vast van tevoren weet dat wij Zijn wil tot aan het einde der tijden, zo zuiver als wij deze totnu toe bewaard hebben, zullen vervullen, dan zal Hij ons niet alleen tot aan heteinde aller tijden goedgezind blijven, maar ook eeuwig aan gene zijde.

Page 246: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

246

[3] Stel je voor hoe dwaas het zou zijn van ieder van ons, als wij bijvoorbeeld meteen blinde er over zouden willen twisten als hij op een voor hem onbekende wegover een steen zou struikelen, op de grond zou vallen en zichzelf zou verwonden.Ja, als hij kon zien, dan zou men inderdaad kunnen zeggen: 'Vriend, waarom heb jedan twee ogen in je hoofd?' Maar een blinde kan men een dergelijk verwijt nietmaken; want hij heeft geen levenslicht, voor hem gaat geen zon op noch onder. Enzo waren ook wij geestelijk blind en kon niemand ons ook hulp bieden en op hetjuiste pad brengen! Ook al zijn wij vaak gevallen op het pad dat we niet zagen, wiekan ons daarvoor ter verantwoording roepen, zodat we beschaamd staan?! Wistenwij dan wat wij nu weten? Van wie hadden we dat moeten vernemen? Maar nu wehet weten, zullen we er ook naar handelen, zoals we tot nu toe altijd gehandeldhebben naar hetgeen we wisten.[4] Het gaat er nu ook helemaal niet om of wij er nu omwille van onszelf bij dereorganisatie van ons instituut eervol vanaf komen of niet, maar het gaat er alleenmaar om dat wij in de ogen van de wereld niet van bedrog verdacht worden, omdatwij in de toekomst op het veld van de waarheid willen werken voor het welzijn vande mensen en dat ook zullen doen en daar is een goed vertrouwen voor nodig eneen zekere goede eer van de kant van de mensen die door ons onderwezen engeleid moeten worden; en wij mogen deze voor geen goud verliezen wanneer wijwillen dat onze moeite goede vruchten zal afwerpen. [5] Wat dat betreft is allesheel goed in orde en we kunnen alles afschaffen dat zal echt niet opvallen. Alleende maans - en zonsverduisteringen zullen ons een beetje parten spelen, althans inhet begin, omdat deze zeker zullen blijven bestaan! Dan zullen er spoedig. allerleimensen komen en zeggen: Waarom laten jullie nu zulke verschijningen over onskomen?! Als wij zondaars voor jullie en voor de goden zijn, waarom waarschuwenjullie ons dan niet, opdat we boete kunnen doen en offers kunnen brengen voorjullie en de goden!' Wat zullen we hun dan voor antwoord geven?[6] Kijk, dat is de eigenlijke moeilijkheid! Wel, om ons daar zonder leugen ombestwil met de zuiverste goddelijke waarheid uit te redden dat zal moeilijk gaan!Maar een leugen moet volgens de wil van de Heer nooit meer over onze lippenkomen! Wat moeten we dan doen?! O, wat een wanhopige geschiedenis! Zoalsgezegd, deze keer staan mijn ossen stil op de berghelling en willen de wagen nietverder omhoog trekken over de steile rotswanden!"[7] Iemand van het gezelschap zegt: 'Vraag dat dan nu nog aan de Heer en Meesterover alle dingen! Hij zal je ook in dit opzicht wel een goede raad geven! WIJkunnen ons daar wel jarenlang het hoofd over breken en dan zullen we nog geenwijze oplossing vinden! Maar nu zijn we nog bij de bron en kunnen we nog debeste raad halen. Het zou toch dwaas van ons zijn, als we in zo'n belangrijkeaangelegenheid niet aan de allerhoogste, meest wijze schepper van alle dingenzouden vragen wat we moeten doen, omdat we omwille van Gods rijk op aarde niette schande staan voor de blinde wereldse mensheid?!'[8] Roclus zegt: 'Je hebt natuurlijk wel gelijk, en ik kan dat inderdaad in iedergeval doen omwille van de verbreiding van Zijn goddelijke leer; alleen is het welgepast om van te voren na te gaan of ons beroep op Zijn goddelijke liefde enwijsheid op zichzelf al een niet te grote dwaasheid is, waarmee we eigenlijk toch

Page 247: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

247

niet goed bij Hem aan kunnen komen, omdat we daarmee onze nog te groteonnozelheid aan de dag zouden leggen ofwel een veel te geringe achting voor Zijnonbetwistbare goddelijkheid zouden tonen!"[9] Iemand anders van het gezelschap zegt op zijn beurt: 'Ja, daar heb je gelijk in;maar weet je, daar hebben wij allen niets aan! Als iemand eenmaal in het water ligten om hulp roept, dan kan men er niet op letten of hij er door een ongelukkigtoeval of door eigen moedwillige domheid in is gevallen, -degene bij wie het watereenmaal in de mond begint te stromen, denkt er echt met meer aan, wat hemeigenlijk in het water terecht heeft doen komen, maar 'Help! Help!' is zijnangstgeschreeuw. Of men hem kan helpen of niet, is natuurlijk een andere zaak enhangt enkel van de bekwaamheid af van degenen, tot wie de ongelukkige om hulpheeft geroepen. Zo denk ik erover!' [10] Roclus zegt: 'Je slaat de spijker op dekop! Laat ik daarom nu dan ook de Meester aller meesters om raad vragen! Ik gavlug naar Hem toe en zal Hem onze moeilijkheid voorleggen!"

Hoofdstuk 143: De Heer geeft Roclus raad[1] Onmiddellijk gaat Roclus nu nog een keer vlug naar Mij toe en legt de zoalsbekend wat netelige kwestie heel openlijk aan Mij voor.[2] En IK zeg tegen hem: 'Wel, wel, zoals Ik zie, begin je al een beetje in te zienhoe elk bedrog iemand vroeg of laat altijd in een bepaalde verlegenheid brengt!Daarom zeg Ik tegen jullie: Enkel de volle waarheid tegen elke prijs; want dieduurt het langst en brengt niemand ooit in bijzondere verlegenheid![3] Het kan wel zijn, en dat is ook zo, dat door mensen die hun leven en aanzienenkel in stand houden door bedrog, de waarheid zeer gehaat en gevreesd wordt, endaarom ook te vuur en te zwaard vervolgd wordt! Maar wat bereiken de vervolgersvan alle waarheid met hun boze ageren?! Maar al te gauw komt de waarheid naarboven en liggen haar vijanden beschaamd en door iedereen veracht in het slijk, enhet is nauwelijks te verwachten dat ze daaruit zullen opstaan! Wel, jouw zaak iseen beetje dom, en is niet zo gemakkelijk in orde te brengen dat je daarbij eenondervraging door het publiek bespaard zou kunnen blijven! Maar er is toch eenmogelijkheid om dit met de nodige eer te doorstaan.[4] jullie hebben het volk wijsgemaakt, dat de goden jullie de macht gegevenhebben om zons en maansverduisteringen te beheersen. Zeg nu echter tegen hetvolk dat de goden opgehouden zijn te bestaan en te regeren, en dat de ene, ware,grote God, voor wie alle heidenen onder de naam 'de onbekende grote God' ookeen tempel gebouwd hebben, nu Zelf, en zelfs in een lichaam, in deze wereld isgekomen en jullie deze macht ontnomen heeft; Hij zal voortaan Zelf allesbeheersen en besturen, en aan niemand meer de leiding over de planeten enhemellichamen toevertrouwen![5] De mensen zullen daar zeker verbaasd van opkijken, en sommigen zullendenken dat jullie dat ambt slecht uitgevoerd hebben, en dat jullie hebbengezondigd. Weer anderen zullen denken, dat ze te weinig geofferd hebben. En noganderen die wat verstandiger zijn, zullen zeggen: 'Die geven heel gemakkelijk datambt weer terug aan de grote, onbekende God; want ze hebben het zich slechts

Page 248: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

248

eigenmachtig aangematigd om het blinde volk daardoor des te gemakkelijker intoom te houden, -en de goden die hun deze macht zogenaamd verleend hebben,waren de machthebbers van Rome! Maar nu is er zeker een echte god heimelijkopgetreden, die hen bedreigd heeft, en daarom leggen ze nu zonder moeite eengodenambt weer terug rn de schoot van de grote, enig ware God, dat zij inwerkelijkheid nooit als een door God aan hen toevertrouwd ambt hebben bezeten.Daar ze nu echter zo eerlijk zijn om dit openlijk te bekennen, is het te verwachtendat ze nog meer openlijk zullen bekennen, wat heel goed zal zijn omdat wedaardoor achter menige waarheid zullen komen. De wind die hen daartoe heeftaangezet, moet onmiskenbaar een goede wind zijn!' Zo zullen de meer verstandigemensen denken en daarbij heimelijk in hun vuistje lachen. [6] De Farizeeën zullenook stilletjes juichen en tegen het volk zeggen: 'Kijk, dat moet jehova Zelf dezeergerlijke heidenen door een machtige profeet hebben aangedaan; die heeft hengedwongen om tegenover het volk verraad aan zichzelf te plegen!'[7] Maar dan moeten jullie zeggen: 'Dan hebben de Farizeeën ook eens een keer dewaarheid gesproken! Deze machtige profeet is niemand anders dan de hen reedsheel goed bekende profeet uit Nazareth! Jezus is Zijn naam en in aards opzicht isHij een zoon van de alom bekende timmerman jozef - die echter alleen zijnpleegvader was -, geboren uit Maria, de eveneens alom bekende maagd uit het huisvan Joachim en Anna in Jeruzalem!' En dit is Dezelfde, die met Pasen van dit jaaralle verderfelijke wisselaars en verkopers met touwen in Zijn hand uit de tempelheeft verdreven. Deze profeet is echter onmiskenbaar meer dan een profeet!Johannes, de jullie allen bekende doper in de woestijn, heeft van Hem een waargetuigenis afgelegd, dat jullie ook zeer goed bekend zal zijn.[8] En deze door God gezondene heeft jullie weliswaar de macht over zon, maan.en sterren, die jullie je zelf hebben aangemeten, afgenomen, maar jullie in plaatsdaarvan naar waarheid een veel belangrijker en groter ambt toevertrouwd. En ditbelangrijke ambt bestaat daaruit, dat jullie nu in volle ernst en volledig naarwaarheid aan de volkeren moeten verkondigen dat nu Gods rijk dichtbij isgekomen, en dat allen die in de naam Jezus zullen geloven, het eeuwige levenzullen hebben![9] En als jullie zo zullen spreken, dan zullen jullie de Farizeeën, die tot nu toetoch jullie grootste vijanden waren, flink de mond snoeren en ze zullen er wijselijkvoor zorgen, dat ze met geen woord meer reppen over het feit dat jullie de machtover zons en maansverduisteringen is afgenomen, vooral ook omdat ze best zullenweten, dat jullie voortaan onder bescherming van Rome staan![10] Nu heb Ik je dit hopelijk duidelijk genoeg uiteengezet en je zult ook inzien,dat je dan verder niets meer hebt te vrezen! Nu je deze raad en dit inzicht hebt,moet je naar je vrienden en metgezellen gaan en dit ook aan hen vertellen! Of hebje soms nog iets achtergehouden, wat je bedrukt?"[11] Roclus zegt: 'Neen, Heer en Meester van eeuwigheid, er is nu niets meer watme bedrukt en mijn hart is vol vreugde! Want nu ben ik met mijn instituuthelemaal veilig, en die zwartrokken kunnen zich verheugen over de last die wij henzullen bezorgen!" [12] IK zeg: 'Prima; maar ga het nu aan je vrienden en broedersverkondigen, opdat ook zij deelhebben aan jouw vreugde! Maar het zal jullie

Page 249: Het Grote Johannes Evangelie-Deel 5

249

allemaal toch nog veel moeite en werk kosten, daar kunje heel zeker van zijn. Maarwaar geen strijd is, is ook geen overwinning en waar geen overwinning is, is ookgeen vreugde van de overwinning, die door alle mensen als het hoogste wordtgeprezen! Ik wens je daarom vooral moed en doorzettingsvermogen, dan zal deoverwinning niet uitblijven! Daar sta Ik, als zeker de geloofwaardigste getuige ende betrouwbaarste borg,