Het gezicht lacht naar hem. Hij kijkt goed. Hij lacht ... · PDF file Terwijl ze dit vraagt,...

Click here to load reader

  • date post

    24-Oct-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Het gezicht lacht naar hem. Hij kijkt goed. Hij lacht ... · PDF file Terwijl ze dit vraagt,...

  • 88

    Het gezicht lacht naar hem. Hij kijkt goed. Hij lacht terug. Het gezicht praat.

    Hij ziet twee handen die naar hem worden uitgestoken. De handen wachten en

    het gezicht kijkt blij. Hij beweegt zijn hoofd en armen. De handen pakken hem

    rustig en zacht op. Hij hoort een zachte, vriendelijke stem. Hij voelt zich veilig.

    Langzaam zakt hij naar de beneden. Het voelt fijn. Hij ziet een mond bewegen.

    De mond praat tegen hem. Ogen kijken hem aan. Hij ziet een fles dichtbij hem.

    Hij graait ernaar met zijn handen. Hij doet zijn mond open. Hij wil melk drinken.

    Mmm, melk.

    4.4.1 Baby’s Handen zijn erg belangrijk in het contact met jonge kinderen. Een baby is eerst nog volledig afhankelijk van degene die hem verzorgt. Via de handen krijgt het kind op een onbewust niveau allerlei informatie van degene die hem verzorgt. Handen die zacht, vloeiend, warm en rustig bewegen, geven een baby een gevoel van veiligheid. Hij ontwikkelt hiermee vertrouwen in jou als leidster. In de manier waarop je je handen gebruikt, voelt een baby de aandacht en warmte die je voor een kind voelt. Door je handen in een laag tempo en zo veel mogelijk op eenzelfde manier te gebruiken, wordt een bepaalde handeling voor een baby voorspelbaar. Hij weet wat er gaat komen. Hij kan zich ontspannen. Enerzijds kan hij meegeven in de bewegingen, an- derzijds kan hij anticiperen op de handelingen. Hoe ouder een baby wordt hoe meer hij kan meehelpen tijdens verzorgings- momenten – als hij daartoe de kans krijgt. Hij moet hiertoe uitgenodigd wor- den en vervolgens tijd krijgen om hierop te reageren. Het is niet eenvoudig om alles voor je gevoel in slow motion te doen, maar als je het kindbelang vooropstelt en ziet wat het met een kind doet, is het de moeite waard.

    Het kind centraal.indd 88 8/3/2012 11:17:04 AM

    Het kind centraal in de kinderopvang - M. Haze

    Het kind centraal in de kinderopvang - M. Haze

  • 89

    4.4.2 Horizontale positie van baby’s Het is aan te bevelen om een jonge baby zo veel mogelijk in een horizontale positie te houden. Niet alleen tijdens het vrij spelen als de baby op zijn rug op het kleed of in de box ligt, maar ook tijdens het optillen van en lopen met het kind. Deze horizontale positie sluit aan bij de natuurlijke positie waarin het kind zich nu nog alleen kan begeven, vanuit de visie van Emmi Pikler. Wan- neer je als leidster de baby een boertje wilt laten doen, is deze horizontale positie lastiger en zul je het kind gedeeltelijk in een verticale positie moeten brengen. Voor volwassenen is het soms moeilijk voorstelbaar dat dit horizontale per- spectief niet gaat vervelen. Een baby weet echter niet anders en volgt uit zichzelf de natuurlijke ontwikkeling die van liggend naar staand plaatsvindt. Een kind dat net kan zitten, kun je ook het beste op zijn rug leggen als het gaat spelen. Het kind gaat vanzelf zitten als het dat wil, en kan zo het gaan zitten extra oefenen.

    4.4.3 Het verschonen van een baby Tijdens het verschonen heb je als leidster een betrokken houding; je buigt je hoofd naar het kind op een afstand dat een kind je goed ziet. Je gezicht straalt warmte en vriendelijkheid uit en je spreekt zacht en in een laag tem- po. Je handen bewegen zich respectvol, liefdevol, zacht en in een tempo dat het kind kan volgen. Je verwoordt wat je doet, zonder dat het kind het gevoel krijgt dat de oren van zijn hoofd worden gekletst. Je gebruikt zo veel mogelijk functionele taal: je zegt datgene wat ertoe doet. Je houding is uitnodigend en sluit aan bij het kind: wat ziet het kind, hoe beweegt het kind? Je volgt het kind. Je geeft het kind letterlijk ruimte en tijd. Er is echt sprake van contact, van een samenspel. Je geeft het kind de tijd om te reageren op een vraag of een handeling. Je wacht tussendoor even af. Reageert het kind? Fijn. Zo niet, ook prima. Het is geen kwestie van goed of fout.

    Suus van 10 maanden heeft een poepluier. Suus ligt op het grote kleed op

    haar buik te spelen. Leidster Monique ruikt dit en tilt Suus onverwachts op en

    legt haar op de commode. ‘Heb jij een vieze poepbroek?’ zegt ze half lachend,

    terwijl ze een vies gezicht trekt. Tussendoor zegt ze soms even iets tegen

    Suus. Ze doet de broek van Suus met een ervaren snelheid uit, maakt de druk-

    knoopjes van het rompertje los en kriebelt Suus een keer over haar buik. Ze

    gebruikt tussendoor kreten als ‘hoepla’, ‘zó’ en ‘klaar!’

    Monique is druk bezig met het schoonmaken van Suus’ billen als er een col-

    Het kind centraal.indd 89 8/3/2012 11:17:04 AM

    Het kind centraal in de kinderopvang - M. Haze

    Het kind centraal in de kinderopvang - M. Haze

  • 90

    lega-leidster binnenkomt die vraagt hoe Monique’s weekend was. Monique

    vertelt over haar volle weekend terwijl ze de romper van Suus dichtdoet en

    haar taak afmaakt. Haar collega verlaat na het gesprekje de groep. Suus wil

    zich op haar buik draaien. Monique beweegt het kind weer terug in haar oor-

    spronkelijke houding. ‘Even nog blijven liggen, ik ben zo klaar’, zegt ze. ‘Klaar!’

    zegt ze tegen Suus.

    Monique pakt Suus op, geeft haar een knuffel en zet haar weer op de grond

    te spelen. ‘Zó.’

    Het kind heeft de (snelle) handelingen van de leidster gewillig ondergaan. Het kind lijkt bijna een object te zijn. De leidster is vooral taakgericht; de luier moet immers verschoond worden. Het kind krijgt geen gelegenheid om mee te helpen.

    Het kan ook anders. Joost van 11 maanden heeft een poepluier. Hij zit op een kleed te spelen.

    Leidster Maaike ruikt dit. Ze gaat rustig op haar hurken naast het kind zitten

    en maakt oogcontact met het kind. ‘Ben jij fijn aan het spelen?’ vraagt ze. Ze

    wacht even op een reactie van Joost. Joost lacht naar Maaike.’ Volgens mij

    heb jij in de broek gepoept. Ik wil jou verschonen. Ga je mee?’ zegt ze terwijl

    ze haar armen en handen uitnodigend uitsteekt naar het kind. Joost krijgt

    even de tijd om op de uitnodiging van Maaike in te gaan. Joost steekt zijn

    armpjes naar de leidster uit en de leidster pakt hem in een rustige, vloeiende

    beweging op en loopt naar de commode. ‘Ik ga jou nu op de commode leggen’,

    zegt Maaike en ze legt Joost vervolgens zachtjes op de commode. ‘Je hebt een

    poep in je luier en ik ga jou verschonen’, legt Maaike uit. ‘Ik maak nu je broek

    open.’ Ze doet de broek open. ‘Ik wil graag je broek uitdoen. Doe jij je been

    uit de broekspijp?’ vraagt ze vriendelijk aan Joost. Terwijl ze dit vraagt, raakt

    ze het rechterbeen van Joost aan, zodat hij kan begrijpen wat ze bedoelt. Ze

    wacht even. Ze kijkt Joost glimlachend aan met een open blik. Joost beweegt

    zijn been. ‘Dankjewel’, zegt Maaike. Ze trekt de broekspijp behoedzaam uit.

    Joost lacht naar Maaike. Maaike lacht terug. Ze vertelt Joost dat ze zijn

    romper openmaakt. ‘Ik zie je buik’, zegt Maaike terwijl ze zijn buik aanraakt.

    ‘Buik’, herhaalt ze.

    Dan gaat de deur open. Collega Naomi komt de verschoonruimte binnen. Ze

    ziet dat Maaike druk bezig is en stoort haar niet. Maaike kijkt niet op. Ze

    is immers met Joost bezig. Joost kijkt naar Naomi. Maaike volgt zijn blik.

    ‘Dat is Naomi. Naomi pakt een handdoek.’ Dan draait Joost zich op zijn buik

    en gaat vervolgens op z’n knieën zitten. ‘Wat fijn dat je zo gaat zitten’, zegt

    Het kind centraal.indd 90 8/3/2012 11:17:04 AM

    Het kind centraal in de kinderopvang - M. Haze

    Het kind centraal in de kinderopvang - M. Haze

  • 91

    Maaike. ‘Zo kan ik heel gemakkelijk jouw broek omhoogtrekken. Ik ga de broek

    nog even dichtdoen en dan zijn we klaar.’ Dan ziet Joost de bak met de luier-

    doekjes. ‘Dat zijn de luierdoekjes’, legt Maaike uit. ‘Daarmee maak ik je billen

    schoon als je hebt gepoept of geplast. Je vindt de doos interessant, hè? Er

    staat een kikker op.’ Maaike wijst op de kikker. Joost pakt stralend de doos.

    ‘Neem je de doos mee?’ vraagt Maaike. ‘Ik ga je zo op het kleed zetten. Daar

    krijg je een andere doos van mij waar je mee mag spelen. Deze doos is niet

    om te spelen. Mag ik de doos van jou?’ Maaike steekt haar hand uit. Ze pakt

    de doos losjes vast. Joost laat de doos los. Maaike zet de doos weer op de

    plek. Joost kijkt naar Emiel die op het kleed ligt te spelen. ‘Je ziet Emiel. Hij is

    aan het spelen met de rieten bal. Ga je mee? Dan mag je ook spelen.’ Maaike

    maakt een uitnodigend gebaar met haar armen en handen. Joost steekt zijn

    armpjes naar haar uit. ‘Ik leg je nu op het kleed. Je mag spelen. Ik ga Zoë een

    fles geven.’ Maaike zit gehurkt bij Joost. Joost gaat zitten. Ze strijkt hem

    ter afscheid even over zijn rug. Joost kruipt naar Emiel toe en pakt ook een

    rieten bal.

    Maaike vertelt Joost bij iedere handeling van tevoren wat ze gaat doen, zodat hij weet waar hij aan toe is. Deze voorspelbaarheid geeft een kind vertrouwen. Haar handen bewegen rustig zodat Joost haar goed kan volgen. Ze neemt de tijd om Joost te verschonen. Joost krijgt tussendoor de mogelijkheid en tijd om op zijn manier mee te helpen met de handelingen van de leidster. De leidster nodigt het kind daartoe uit. Maaike en Joost hebben tussendoor telkens oogcontact. Er is echt sprake van contact en onverdeelde aandacht. Maaike benoemt tussendoor kledingstukken en lichaamsdelen. Ze herhaalt enkele woorden langzaam en duidelijk