Handreiking optreden hulpverleningsdiensten nabij elektra consultatie versie

download Handreiking optreden hulpverleningsdiensten nabij elektra consultatie versie

of 20

Embed Size (px)

Transcript of Handreiking optreden hulpverleningsdiensten nabij elektra consultatie versie

  1. 1. Veilig optreden nabij Elektriciteit 1 Onderwerp Veilig repressief optreden nabij elektriciteit Auteurs Johan Dirksen (Tennet), Maarten van Riet (Alliander) Henk Steens (In opdracht van Landelijk Netwerk Incidentbestrijding) Michael Bertels (in opdracht van Vakgroep Bouwen, Landelijk netwerk Risicobeheersing) Datum 28 juni 2017 Versie Ter consultatie achterban. Openbaar beschikbaar vanaf 29 juni 2017. 1.1 Totstandkoming De handleiding is opgesteld door vertegenwoordigers van Brandweer Nederland en Netbeheer Nederland. Andere hulpverleningsdiensten zijn niet betrokken geweest. De handleiding is echter wel geschikt voor andere hulpverleningsdiensten en zij kunnen er hun voordeel mee doen. 1.2 Doel Het doel van deze notitie is Landelijke uniformiteit in de wijze van veilig repressief optreden nabij elektriciteit voor de hulpverleningsdiensten, gebaseerd op de standaarden van de netbeheerders. Landelijke uniformiteit in de wijze van samenwerken op de plaats incident tussen landelijke netbeheerder en de veiligheidsregio bij incidenten en crises. Duidelijkheid voor de netbeheerder welke inspanning en slagkracht (of beperking daarvan) zij mogen verwachten van de hulpverleningsdiensten. 1.3 Doelgroep Deze handleiding richt zich op beleidsmakers, technisch specialisten en onderwijskundigen. De handleiding is niet gericht op gebruik in het veld, maar levert daarvoor wel de technische uitgangspunten en creert duidelijkheid over verdeling van verantwoordelijkheden.
  2. 2. Veilig optreden nabij Elektriciteit 2 Veilig optreden nabij elektriciteit 2 Definities Laagspanning (LS): minder dan 1000 Volt wisselspanning of 1500 Volt gelijkspanning (Bouwbesluit artikel 1.1, Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 3.1 lid e en f). Hoogspanning (HS): spanning hoger dan Laagspanning. In Nederland wordt in de praktijk niet meer dan 380kV gebruikt voor transport. Middenspanning (MS): In de Nederlandse wetgeving wordt het onderscheid tussen midden- en hoogspanning niet gemaakt. Bij de netbeheerders zijn de wisselspanningsystemen voor HS onderverdeeld in HS en MS. Middenspanning is hoger dan 1kV en lager dan 25kV (BEI BHS 2.1.1). Het Vlaamse Algemeen Regelement op Elektrische Installaties heeft als definitie voor middenspanning; 1 50kV. Lijnen kabels en installaties: Het elektriciteitsvoorzieningsysteem omvat alle installaties en geleiders die gebruikt worden om elektriciteit te transporteren, te transformeren, te distribueren en te leveren aan installaties die op het systeem zijn aangesloten. Hieronder vallen ook de eigen bedrijfsinstallaties (accus, secundaire installaties en tertiaire installaties). Onderdelen van het elektriciteitsvoorzieningsysteem die uitsluitend bedoeld zijn voor transport over enige afstand bestaan uit: - Lijnen: voorzieningen voor het bovengrondse transport van elektriciteit. Zijn niet voorzien van isolatie aan de buitenzijde. - Kabels: voorzieningen voor het ondergrondse transport van elektriciteit. Zijn wel voorzien van isolatie aan de buitenzijde. Alle overige onderdelen worden als installatie aangeduid. Elektrische bedrijfsruimte: een ruimte of plaats met elektrisch materieel dat voornamelijk is bestemd voor het bedrijf van een elektrische installatie. Onderstation: De plaats waar het landelijke net voor hoogspanning gekoppeld wordt aan regionaal net. Het kan bestaan uit een schakeltuin (installatie in de open lucht) en een elektrische bedrijfsruimte (omzetting van 25 tot 380 kV naar minimaal 10 kV, NEN 3840: artikel 3.1.201.). Spanningsloos: Elektrisch veilig. Het spanningsloos maken bestaat uit 5 stappen beschreven in 6.2 van de BEI-BHS. Na het doorlopen van de vijf stappen is de voorziening elektrisch voldoende veilig. Er is dan bijvoorbeeld ook geen sprake meer van restspanning op parallel lopende hoogspanninglijnen of een gevaar voor herinschakelen. Er kan mogelijk wel sprake zijn van een risico op vertraagde explosie, zie 5.2. In de communicatie tussen de netbeheerder en de hulpdiensten wordt uitsluitend de term spanningsloos gebruikt. Om misverstanden te voorkomen wordt er niet gesproken over bijvoorbeeld uitschakelen, veilig stellen etc. Basisbegrippen zoals spanning en stroom worden als bekend verondersteld.
  3. 3. Veilig optreden nabij Elektriciteit 3 3 Informatievoorziening De netbeheerders stellen geo informatie over de locaties van onderdelen in de infrastructuur van het nationale nettransport (transport van HS plus onderstations) ter beschikking aan de hulpverleners. (Daar zijn ook de grootste risicos, zie 5.1). {Op dit moment lopen er gesprekken tussen Richard Flierman (TenneT) en Jaap Smits (Geo4OOV). 4 Bevoegdheden Bij een incident aan of nabij infrastructuur voor hoog- of middenspannning wordt de netbeheerder gealarmeerd. De meldkamer kan hoogspanning herkennen dankzij bovengenoemde informatie- uitwisseling. Een bevoegd persoon1 van de netbeheerder gaat ter plaatse. Deze is herkenbaar aan een blauw hesje met het opschrift hoogspanning. Het blauwe hesje wordt maar door n persoon ter plaatse gedragen. Een elektrische installatie moet als onveilig worden beschouwd totdat de bevoegde persoon van de netbeheerder heeft verklaard dat de installatie spanningsloos is. Bij brand of ander ongeval kan, op basis van de Wet veiligheidsregios, de burgemeester een bevel geven (artikel 4 lid 2) en de brandweer een plaats betreden of hulpmiddel plaatsen (artikel 62). Tegelijkertijd moeten de hulpverleners voorschriften voor arbeidsveiligheid respecteren. Zelfs bij een incident zijn zij niet uitgezond van onderstaande regels: Een leek is niet bevoegd om een onderstation of een elektrische bedrijfsruimten voor middenspanning te betreden, tenzij onder toezicht van een werk- of installatieverantwoordelijke2. Een leek is niet bevoegd om installaties vr de gebruiksmeter te bedienen. De brandweer is niet bevoegd om handelingen te verrichten aan installaties voor midden- of hoogspanning3.Hulpverleners verrichten dus ook geen handelingen om een installatie spanningsloos te maken. 1 Minimaal aangewezen als werkverantwoordelijke door de netbeheerder. 2 Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 3.5. 3 NEN 3840 Reguliere bedrijfsvoering. Alleen voldoende onderrichte personen mogen installaties voor hoogspanning bedienen.
  4. 4. Veilig optreden nabij Elektriciteit 4 5 Risico-indeling De risicos (Hoofdstuk 6) van optreden nabij elektriciteit hangen sterk samen met de bedrijfsspanning (Volt) en het maximale vermogen (VoltAmpre) van een installatie. Bedrijfsspanning kan volgens bouw- en arbowetgeving worden ingedeeld in laag- en hoogspanning. Daarnaast wordt het begrip middenspanning gebruikt. Het is voor een leek onmogelijk om onderscheid te maken tussen laag- midden en hoogspanning. Het is daarom beter om aan te sluiten bij de manier waarop de verantwoordelijkheden zijn verdeeld in de elektriciteitsbranche. Daarvoor wordt aansluiting gezocht bij de beheersgebieden (Figuur 1). Of de risicos van elektriciteit zich manifesteren is ook afhankelijk van het soort installatie en de omstandigheden (5.3). 5.1 Indeling naar spanning en verantwoordelijkheid De nationale en regionale netbeheerders hebben samen, als Netbeheer Nederland een norm vastgesteld: Bedrijfsvoering van Elektrische Installaties, Branche Hoogspanning (en Middenspanning) { versie 2017-04-15 }, deze staat in de branche bekend als de BEI BHS. In deze norm worden drie domeinen / beheersgebieden onderscheiden4 (Figuur 1): 1) Het domein LNB (Landelijk netbeheer). De landelijke netbeheerder is verantwoordelijk. In de praktijk gaat het om spanningen van 110kV - 380kV in het landelijke hoogspanningsnet5. 2) Het domein Transport (25kV 50kV) en 3) Het domein Distributie. De regionale netbeheerder is verantwoordelijk. In de praktijk gaat het om spanningen6 van 400V (voor lokale distributie tot aan de gebruiksmeter) tot 25kV (voor regionaal transport). Daarnaast wordt in deze notitie een vierder domein benoemd: 4) Lokaal gebruik na de gebruiksmeter of laagspanning. De gebruiker is verantwoordelijk. 5.1.1 Spoor Bij de Hogesnelheidslijn en de Betuwelijn wordt 25kV wisselspanning gebruikt. Bij normaal spoor wordt < 1800V gelijkspanning toegepast. Bij industrie die veel elektriciteit gebruikt kunnen voorzieningen voor middenspanning in eigen beheer zijn. Deze voorbeelden worden qua gevaarssetting ingedeeld bij het domein distributie. In de praktijk zijn de betreffende voorzieningen zijn ook als zodanig herkenbaar. 5.1.2 Decentrale opwekking en opslag Windmolens, zonnepanelen, elektrische autos, noodstroomvoorzieningen etc. werken met laagspanning. Bij windmolens op zee kan middenspanning aanwezig zijn in de voet van de molen. 4 Bei BHS 2.1.1. 5 Elektriciteitswet artikel 10, lid 1 Het landelijk hoogspanningsnet omvat de netten die bestemd zijn voor transport van elektriciteit op een spanningsniveau van 110.000 Volt (= 110 kV) of hoger en die als zodanig worden bedreven en landsgrensoverschrijdende netten met wisselstroom 6 In sommige gevallen wordt de term Middenspanning gebruikt, dat is in ieder geval meer dan 1 kV, maar de bovengrens is niet vastgelegd (25kV 100kV). Het Vlaamse Algemeen Regelement op Elektrische Installaties heeft als definitie voor middenspanning; 1 50kV.
  5. 5. Veilig optreden nabij Elektriciteit 5 Beheersgebieden (BEI BHS bijlage 1). Hoogspanning Middenspanning Distributie tot aan de gebruiksmeter (verantwoordelijkheid regionale netbeheerder). Laagspanning Gebruik na de gebruiksmeter (verantwoordelijkheid gebruiker). Figuur 1. Beheersgebieden en de indeling HS, MS, LS. Rood: Landelijk netbeheer (Hoogspanning), Blauw: regionaal transport en distributie (Middenspanning). Daaronder wordt laagspanning gedistribueerd tot aan de gebruiksmeters.
  6. 6. Veilig optreden nabij Elektriciteit 6 5.1.3 Praktische uitwerking voor risico-indeling In deze handleiding wordt, gebaseerd op de uiteenzetting in de vorige paragraaf, gewerkt met onderstaande indeling: Landelijk: Landelijk netbeheerder is verantwoordelijk. Vo