gezicht van de staat

download gezicht van de staat

of 27

  • date post

    28-Mar-2016
  • Category

    Documents

  • view

    223
  • download

    2

Embed Size (px)

description

Client: Graphic Design Museum and Dutch School for public authoritiesAuthors: J. van der Spek, P. Frissen, R. Rouw en M. van der SteenThe Dutch State shows its new face. One face, that is: representing the nation in all its territories, it adorns the façades of The Hague’s ministries, government websites, and public servant’s visiting cards. In this study, the Dutch School for Public Administration’s thinktank examined the possibility of such an aesthetic point of departure to inspire a new organisational vision for the State’s public services.

Transcript of gezicht van de staat

  • HET GEZICHT VAN DE STAAT

    Jaap van der Spek, Paul Frissen, Rien R

    ouw, Martijn van der Steen H

    ET G

    EZIC

    HT

    VAN

    DE STA

    AT G

    raphic Design M

    useum / nsob

    De staat hee een nieuw gezicht. En gezicht: het rijksbrede logo pronkt op de gevels van Haagse ministeries, omlijst websites van overheidsinstel-lingen en staat gedrukt op het visitekaartje van iedere rijksambtenaar. Maar het logo is meer dan een brieoofd. Het symboliseert ook de ambitie om van de Nederlandse Rijksdienst een ecinter opererende organisatie te maken. Precies dit streven naar de perfecte organisatie, een rijksdienst die ieder maatschappelijk probleem ontkokerd tegemoet treedt, maakte echter dat de staat te veel op de burger ging lijken. Het Rijk representeerde zichzelf in een wirwar van logos waarin alle samen-hang ontbrak: ieder maatschappelijk probleem een eigen beeldmerk. Het rijksbrede logo breekt met deze visuele reproductie van de maatschappij, want het is geen directe verbeelding van afdelingen en departementen van de Rijksdienst. Het logo is een esthetische verbeelding, die duidelijk maakt dat de staat niet is zoals de burger. In dit essay onder-zoeken leden van de Denktank van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur of deze esthetische uitgangspositie tot inspiratie kan dienen voor de organisatielosoe van de Nederlandse Rijksdienst.

  • Het gezicht van de staat

    HET GEZICHT VAN DE STAAT

    Jaap van der Spek, Paul Frissen, Rien R

    ouw, Martijn van der Steen H

    ET G

    EZIC

    HT

    VAN

    DE STA

    AT G

    raphic Design M

    useum / nsob

    De staat hee een nieuw gezicht. En gezicht: het rijksbrede logo pronkt op de gevels van Haagse ministeries, omlijst websites van overheidsinstel-lingen en staat gedrukt op het visitekaartje van iedere rijksambtenaar. Maar het logo is meer dan een brieoofd. Het symboliseert ook de ambitie om van de Nederlandse Rijksdienst een ecinter opererende organisatie te maken. Precies dit streven naar de perfecte organisatie, een rijksdienst die ieder maatschappelijk probleem ontkokerd tegemoet treedt, maakte echter dat de staat te veel op de burger ging lijken. Het Rijk representeerde zichzelf in een wirwar van logos waarin alle samen-hang ontbrak: ieder maatschappelijk probleem een eigen beeldmerk. Het rijksbrede logo breekt met deze visuele reproductie van de maatschappij, want het is geen directe verbeelding van afdelingen en departementen van de Rijksdienst. Het logo is een esthetische verbeelding, die duidelijk maakt dat de staat niet is zoals de burger. In dit essay onder-zoeken leden van de Denktank van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur of deze esthetische uitgangspositie tot inspiratie kan dienen voor de organisatielosoe van de Nederlandse Rijksdienst.

  • Jaap van der Spek, Paul Frissen, Rien Rouw, Martijn van der Steen

    Het GezicHt van de Staat

  • 7Voorwoord

    een vernieuwd logo, een exclusieve letterfamilie, een website met informatie, richtlijnen, middelen maar ook inspiratie om de huisstijl juist toe te passen, en - uiteraard - een projectteam, een werkgroep implementatie en een stuur-groep. de nederlandse overheid, het Rijk, is bezig een huisstijl in te voeren die gebruikt zal worden door alle organisaties die rechtstreeks onder ministerile verantwoordelijkheid vallen, zoals de diverse ministeries zelf en de bijbe-horende inspecties, uitvoeringsorganisaties en agentschappen. de aparte stijlen per ministerie of organisatiedeel zullen geleidelijk aan verdwijnen. daarmee lijkt een einde te komen aan een van de pijlers van de internationale reputatie van dutch design. Huisstijlen zijn een belangrijk hoofdstuk binnen de traditie van het grafisch ontwerpen. Hun geschiedenis is relatief jong, zon halve eeuw. voor die tijd vin-den wij tal van emblemen die weinig consequent worden toegepast. inciden-teel ontstaan er wel gelukkige samenwerkingsverbanden tussen een ontwerper of een groep ontwerpers en een bedrijf of instelling. Maar het systematische werk aan de ontwikkeling van huisstijlen, gericht op herkenbaarheid en een-heid in verschijningsvormen, komt in nederland pas in de jaren zestig van de afgelopen eeuw op gang. anders dan elders in de wereld is de professionalise-ring van het ontwerpvak hier nauw verweven met de opkomst van huisstijlen in de publieke sector. Huisstijlen voor culturele instellingen, vervolgens voor staatsbedrijven als ptt en ns, voor gemeentes, provincies en vanaf de late jaren zeventig voor ministeries en hun uitvoeringsorganisaties hebben in hoge mate bijgedragen aan het aanzien van ontwerpbureaus als tel design, total design, Studio dumbar en brs Premsela vonk (tegenwoordig eden design).

    een uitgave van

    Graphic design Museum, Breda nederlandse School voor Openbaar Bestuur, den Haag

    isbn 978-90-72637-29-1nur 640, 610

    eerste druk 1 april 2009

  • 8 9

    de overheid wilde zich dienstbaar opstellen en niet autoritair, wilde open en transparant overkomen. Kortom, men hield rekening met het publiek en ging uiteindelijk zelfs strategien uit de marketingcommunicatie overnemen en de burger als klant bejegenen.

    Hugues Boekraad heeft erop gewezen dat deze recentere ontwikkeling in de communicatiestijl van de overheid verband houdt met de deregulering en privatisering van het overheidsapparaat in de jaren negentig. Het openbaar bestuur moest goedkoper, efficinter en slagvaardiger worden en de toepassing van marktconforme organisatie en communicatie was daar een antwoord op. Het ziet ernaar uit dat dit proces nog niet is afgesloten en dat de vernieuwing Rijkslogo instrumenteel is in de realisatie van een managementdoel: een afge-slankt ambtelijk apparaat met geflexibiliseerde medewerkers dat bij kracht van de herhaling van het logo en de visuele samenhang toch herkenbaar is en gezag terugwint.

    dat het meer om een bestuurskundige dan om een communicatieve operatie gaat, verklaart wellicht ook waarom de rijkshuisstijl geen enkele krachtige claim maakt of uitspraak doet. iets wat je gezien het nu al jaren spelende normen-en-waardendebat had mogen verwachten wanneer de kans wordt geboden het vertekende en vervaagde beeld dat de burger van de staat heeft te herstellen. Het doet me allemaal erg denken aan De mars der dwaasheid, het boek van Barbara tuchman over bestuurlijk onvermogen. zij laat daarin op weergaloze wijze zien hoe politici door de tijden heen steeds weer tegen beter weten in blij-ven vasthouden aan strategien die tot scenarios uit het verleden behoren en de ogen sluiten voor de veranderde realiteit. Want al kan menigeen het herstel van normen en waarden nog zo missen als kiespijn, een huisstijl die als vanouds communiceert door middel van subtiele geometrische verhoudingen gaat wel erg nadrukkelijk voorbij aan andere aspecten die de beeldvorming van de over-heid tegenwoordig benvloeden: de dominante rol van de markt, de diversiteit van de media en de veranderde informatiestromen.

    esther cleven

    Wereldwijd maken vooral de informeel aandoende en kleurrijke huisstijlen indruk, die de nederlandse ontwerpers de ministeries, overheidsdiensten en gemeentelijke of provinciale overheden hebben aangemeten. de overheid leek haar eigen autoriteit te kunnen relativeren of de ontwerpers in elk geval ruim baan te geven. Geen wonder dat deze huisstijloperatie kan worden gezien als het zoveelste bewijs van de neergang van de nederlandse ontwerpcultuur. de introductie van de euro (ten koste van de bankbiljetten van Oxenaar) en de opheffing van de dienst esthetische vormgeving van de voormalige ptt gin-gen eraan vooraf; het wachten is op de vervanging van de gele treinen van de ns of de Beatrixzegels, om het licht voorgoed te doen doven.

    Het essay dat wij hier publiceren geeft een interessante draai aan deze ge-bruikelijk perceptie, zonder ook maar n woord te zeggen over de vorm en kwaliteit van het logo zelf of over grafisch ontwerpen. Het essay reflecteert op het feit dat een grote variteit van huisstijlen zal worden vervangen door een enkele. niet omdat daarmee een ontwerptraditie wordt afgesloten, maar omdat de ingreep zelf de neerslag blijkt te zijn van een veranderde managementvisie op het bestuurlijk apparaat van de overheid. daarom willen de auteurs een dis-cussie over de mate waarop n logo ook staat voor de standaardisering van die organisatie en over de relatie ervan met democratische waarden als pluraliteit en verschil, of zoals zij het formuleren: over de reikwijdte van de in het logo gesymboliseerde eenheid.

    Lezing van het essay bevestigt wat de hele operatie an sich al impliceert, name-lijk dat er in bestuurlijk den Haag een streven naar een meer gecentraliseerde overheid leeft. Leerzaam is daarbij het besef dat dit streven vooral intern is ge-richt. al ruim dertig jaar geleden werd de introductie van huisstijlen gebruikt om de enorm groeiende overheidsorganisaties te binden en efficinter te laten functioneren. Maar de externe druk was hoog, doordat er sinds de jaren zestig openlijk kritiek te horen was op het autoritaire overheidsapparaat en doordat er hervormingen in de richting van democratisering en inspraak werden geist. de actuele pluriformiteit van overheidsgezichten blijkt daar het resultaat van:

  • Want de normen van een goede samenleving zijn dezelfde als de normen van de kunst, of zouden dat moeten zijn. Vorm is er absoluut onontbeerlijk voor. Ze behoort de waardigheid van een ceremonie te hebben, en dient de onoprechtheid

    van een romantisch toneelstuk te combineren met de geestigheid en de schoonheid