GEVOLGD DOOR DE AKTEN VAN DE STUDIEDAG VAN 23 MEI 2006 DE Akten van de studiedag van 23 mei 2006...

download GEVOLGD DOOR DE AKTEN VAN DE STUDIEDAG VAN 23 MEI 2006 DE Akten van de studiedag van 23 mei 2006 over

of 66

  • date post

    12-Jul-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of GEVOLGD DOOR DE AKTEN VAN DE STUDIEDAG VAN 23 MEI 2006 DE Akten van de studiedag van 23 mei 2006...

  • 1

    DE VOORSTELLEN VAN HET PLATFORM BETREFFENDE DE MINIMUMNORMEN VOOR DE OPVANG

    VAN NIET BEGELEIDE MINDERJARIGE VREEMDELINGEN

    (NBMV) -

    GEVOLGD DOOR

    DE AKTEN VAN DE STUDIEDAG VAN 23 MEI 2006 -

    DE OPVANG VAN NBBM

    Vertaling : Odette Klaes Gesteund door het Impulsfonds voor het Migrantenbeleid (I.F.M.B.)

    Plate-Forme « Mineurs en exil » Platform « Kinderen op de vlucht »

    C/o Service droit des jeunes Rue Marché aux Poulets 30 – 1000 Bruxelles

    Kikenmarktstraat 30 – 1000 Brussel Tel. : 02/209.61.62 – Fax. : 02/209.61.60

    www.nbm.be

  • 2

    Inhoudstafel

    I. Voorstellen van het Platform Kinderen op de Vlucht : minimumnormen voor de opvang van NBMV a. Inleiding – De stand van zaken op gebied van wetgeving en beleid b. De NBMV die zich aan de grens aanmel zonder verblijfsdocumenten c. De NBMV op het grondgebied

    II. Akten van de studiedag van 23 mei 2006 over de opvang van NBMV a. Inleiding door Charlotte Van der Haert (Plateform Kinderen op de Vlucht) b. De behoeften van de NBMV op psychisch niveau door Dr. Danielle Pierre

    (ethnopsychiater - Centrum Chapelle-aux-Champs) c. Situatieschets van de opvang van NBMV in de praktijk

    i. Algemeen overzicht van de opvangsituatie van NBMV in België door Julie Lejeune (CGKRB)

    ii. De eerste opvang door Isabelle Plumat (Observatie- en Oriëntatiecentrum van Neder-over-Heembeek)

    iii. De opvang van NBV die asiel aanvragen – opvang van NBMV in de Bijzondere Jeugdzorg door Margot Cloet (opvangcentrum Minor n’Dako)

    iv. De opvang van NBMV die asiel aanvragen door Tinne Desmet (LOI De Lier) v. De rol van de voogd door Paul Fraiteur (vogd) vi. Debat

    d. Politiek inventaris van de situatie van opvang van NBMV en toekomstperspectieven i. Tussenkomst van Patrick Lieberman, vertegenwoordiger van Minister van

    Sociale Integratie Christian Dupont ii. Tussenkomst van Paul Salmon, vertegenwoordiger van Vlaamse minister van

    Jeugdbijstand Inge Vervotte iii. Tussenkomst van Yves Polomé, vertegenwoordiger van de minister van de

    Franse Gemeenschap van Jeugdbijstand Catherine Fonck iv. Debat

    e. Groepswerk en uitwisseling i. Groep I : Opvang en NBMV in de Bijzondere Jeugdbijstand (in de Vlaamse

    Gemeenschap) door Johan Van der Auweraert (opvangcentrum Juna) ii. Groep II : Toekomstperspectieven en langdurige ten laste neming van BNMV

    door Annik Matthieu en Hanne Schoofs (JOBA Vluchtelingenwerking voor Jongeren)

    iii. Groep III : Opvang en NBMV in de Bijzondere Jeugdbijstand (in de Franse Gemeenschap) door Thomas Mortier (voogd Caritas)

    iv. Groep IV : De band tussen voogdij en opvang door Anne Graindorge (Aïcha) v. Groep V : De duurzame oplossing door Annick Léonard (Mentor Escale) vi. Groep VI : De band tussen voogdij en opvang door Liesbeth Van Hoorick

    (Vluchtelingenwerk Vlaanderen) vii. Debat

    f. Conclusies door Benoît Van Keirsbilck (Service droit des Jeune van Brussel)

  • 3

    MINIMUMNORMEN voor de OPVANG van NBBM -

    De voorstellen van het Platform « Kinderen op de vlucht » (Februati 2004 – geactualiseerd in september 2007)

    I. Inleiding – De stand van zaken op gebied van wetgeving en beleid

    Een wet op de opvang van de asielzoekers en sommige andere categorieën van vreemdelingen werd op 12 januari1 goedgekeurd en op 7 mei 2007 gepubliceerd. Sommige van zijn beschikkingen gingen van kracht op 7 mei, anderen op 1 juni 2007, tegelijk met de inwerkingtreding van de nieuwe asielprocedure. Deze wet zet de richtlijn 2003/9/CE van de Raad van de Europese Unie van 27 januari 2003 tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de Lidstaten2 om. Deze richtlijn vormt de eerste fase in een procedure ingeleid na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam3 en de Europese Raad van Tampere4, met het oog op het tot stand brengen van een gemeenschappelijk asielstelsel en een uniform vluchtelingenstatuut geldig in de Europese Unie. De richtlijn heeft tot doel minimumnormen vast te leggen voor de opvang van asielzoekers om hen een menswaardig levensstandaard te waarborgen, hen vergelijkbare levensomstandigheden in alle lidstaten toe te kennen en zo de secundaire stromen van asielzoekers, die worden veroorzaakt door het verschil in opvangvoorzieningen, te beperken. De richtlijn legt de autoriteiten op om speciale aandacht aan de kinderen te schenken. Zij moeten het onderwerp zijn van een aparte regime waarin de essentiële elementen in de beschikkingen van haar hoofdstuk IV over personen met bijzondere behoeften worden opgenomen. De richtlijn moest uiterlijk op 6 februari 2005 omgezet zijn in het Belgisch recht. In de memorie van toelichting van het wetsontwerp voor de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen, dat op 19 mei 2006 door de Ministerraad werd goedgekeurd, wordt de overschrijding van de omzettingstermijn duidelijk gemaakt: het was verkieslijk om dit wetsontwerp te koppelen aan dat over de hervorming van de asielprocedure. De zaak is nu beklonken! Sinds de inwerkingtreding van de Opvangwet, wordt namelijk een materiële hulp via opvangstructuren verzekerd gedurende de hele duur van de asielprocedure, en zelfs daarbuiten. De wet bepaalt verder duidelijke en kwalitatieve normen voor de begeleiding van de asielzoekers en bepaalde andere catégorieën van vreemdelingen: buiten bepaalde basisdiensten (huisvesting, voedsel), voorziet de wet verder in het waarborgen van een aangepaste en geïndividualiseerde begeleiding van de asielzoekers. Zij bekrachtigt het principe van een individuele evaluatie van de situatie van de begunstigde van de opvang binnen de 30 dagen na de aanduiding van zijn verplichte plaats van inschrijving die, eventueel, het mogelijk zal moeten maken om over te schakelen naar de plaats van opvang die via een wijziging van de verplichte plaats van inschrijving wordt aangepast aan zijn profiel5. Betreffende de opvang van niet-begeleide buitenlandse minderjarigen, dient men onderscheid te maken tussen:

    - NBBM die zonder verblijfsdocumenten aan de grens aankomen

    - NBBM die zich op het Belgisch grondgebied bevinden Voor NBBM die zonder verblijfsdocumenten aan de grens aankomen, werd hen het recht erkend, na hun erkenning als NBBM (eventueel na een medische test, uitgevoerd vanaf een gesloten centrum, binnen de drie of zes werkdagen na hun aankomst) om van een geschikte omkadering te genieten tijdens een observatie en oriëntatie fase, in een hiervoor aangewezen centrum (art.41). Het betreft de eerste fase van opvang voor alle NBBM die aan de grens aankomen, zonder onderscheid van hun administratief statuut, in een observatie- en 1 Doc. Kamer, 51-2565/008.

    2 P.B. L. 31/18 van 6 februari 2003, pp. 18-25. 3 Verdrag van Amsterdam van 2 oktober 1997, van krach t op 1 mei 1999.

    4 Europese Raad te Tampere, 15 en 16 oktober 1999.

    5 Art. 22 van de wet

  • 4

    oriëntatiecentrum (O.O.C.) van FEDASIL worden geplaatst, voor een duur van hoogstens 15 dagen, éénmaal verlengbaar (art.7 van het KB van 9 april 2007). Dit KB, gepubliceerd op 7 mei 2007, legt het stelsel en de werkingsregels voor de centra voor observatie en oriëntatie voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen vast en voorziet in de gelijke behandeling binnen het centrum tussen alle NBBM, ongeacht hun administratief statuut. Er wordt eveneens bepaald dat de Dienst Vreemdelingenzaken de beslissing inzake de toegang tot of de verwijdering van het grondgebied binnen de 15 dagen moet nemen, die met 5 dagen kan verlengd worden in geval van behoorlijk gemotiveerde uitzonderlijke omstandigheden. Bij verstek wordt de minderjarige gemachtigd toe te treden tot het grondgebied. Betreffende de niet-begeleide minderjarigen die zich op het grondgebied bevinden, wordt bepaald in artikel 40 dat een aangepaste omkadering eveneens in een O.O.C. wordt verzekerd voor een duur van maximum15 dagen, éénmaal verlengbaar. Alle NBBM, asielzoeker of niet, kunnen in een O.O.C. opgenomen worden. De wet voorziet daarin niets duidelijker wat betreft de opvang van NBBM na deze observatie en oriëntatie periode. Er wordt enkel bepaald dat het Agentschap FEDASIL overeenkomsten mag afsluiten met instellingen of verenigingen bevoegd in de opvang van NBBM (art. 36), dat het hoogste belang van de minderjarige primeert (art. 37), dat de minderjarige slachtoffers van eender welke vorm van misbruik, verwaarlozing, uitbuiting, foltering, wrede, onmenselijke en vernederende behandelingen, of van gewapende conflicten, recht hebben op deskundige ondersteuning en toegang krijgen tot de geestelijke gezondheidszorg en tot de revalidatiediensten (art. 39). Er dient te worden benadrukt dat in deze 3 beschikkingen, de wet spreekt over „niet-begeleide buitenlandse minderjarigen“ of „minderjarigen“ zonder echter te specificeren of zij asielzoeker moeten zijn of niet. De beschikkingen voor de NBBM in de opvangwet betreffen dus alle NBBM, ongeacht hun administratief statuut. De programmawet van 19 juli 2001, zoals gewijzigd door de programmawetten van 22 december 2003 en 27 december 2004, voorziet in de oprichting van een Federaal Agentschap voor de opvang van asielzoekers, FEDASIL, en bepaalt dat het tot doel heeft de organisatie en het beleid van de verschillende modaliteiten inzake onthaal en opvang van asielzoekers te waarborgen. Het heeft eveneens tot doel elke overeenkomst af te sluiten en uit te voeren betreffende de opvang van asielzoekers evenals om subsidies in verband met