Gemeentefinanciën

download Gemeentefinanciën

of 27

  • date post

    01-Nov-2014
  • Category

    Travel

  • view

    5.497
  • download

    0

Embed Size (px)

description

Documentatie bij presentatie Jan Leroy (VVSG)

Transcript of Gemeentefinanciën

  • 1. GEMEENTEFINANCIN VOOR NIET-SPECIALISTEN LOCUS 4.2.2010 Jan Leroy, Stafmedewerker financin Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten 1 Algemene inleiding De gemeentefinancin toelichten in een inleiding van enkele uren1 betekent keuzes maken over de benaderingswijze. Er zijn immers verschillende mogelijkheden. De eerste bestaat erin de hele beleidscyclus te bekijken van begroten over uitvoeren (en dus boekhouden) tot en met de rekening. De tweede benadering is meer macro-economisch en bekijkt wat voor gemeenten de belangrijkste financieringsbronnen en uitgaven zijn, en gaat na op welke wijze ze voor het beleid kunnen worden ingezet en aan welke beperkingen ze onderhevig zijn. Ten slotte kunnen we ook ingaan op de rol die elk van de betrokken partijen (gemeenteraad, college van burgemeester en schepenen, ontvanger, toezichthoudende overheid, subsidirende overheid, kredietinstellingen, gemeenteambtenaren, genteresseerde burgers, ) in dit verhaal kunnen spelen. In deze inleiding kiezen we niet expliciet voor n van de benaderingswijzen, al nemen we de eerste (de chronologische) wel als uitgangspunt. Gemeentedecreet. Op 6 juli 2005 keurde het Vlaamse parlement het gemeentedecreet goed. Dat bevat ook een totaal nieuwe interne en financile organisatie. Deze elementen worden de komende jaren geleidelijk aan ingevoerd. Een eerste belangrijke datum hiervoor was 1 januari 2007. Dan werden een hele reeks artikels van het gemeentedecreet van kracht. Door het hersteldecreet van januari 2009 is een aantal ervan sinds 1 juli 2009 alweer veranderd. Voor de regels over meerjarenplanning, boekhouding en financile rapportering wordt het wellicht wachten op 2013 of later eer ze worden ingevoerd. Daarvoor is er ook nog een uitvoeringsbesluit over het nieuwe financile instrumentarium vereist. Het is niet uitgesloten dat voor die datum een aantal besturen al de mogelijkheid krijgen om vervroegd in te stappen. 1 Wie zich verder in dit onderwerp wil verdiepen verwijzen we naar: LEROY J., Gemeentefinancin voor niet- specialisten, VVSG en Politeia, Brussel, 2009, 170 pag. (bestellen via www.politeia.be) Gemeentefinancin niet-specialisten Locus 4.2.2010 - Jan Leroy VVSG - 1/22
  • 2. 2 Planning en budgettering 2.1 Meerjarenplanning Het gemeentedecreet verplicht de gemeenten in het eerste jaar van de bestuursperiode een meerjarenplan te maken voor de rest van de legislatuur2. Dat meerjarenplan bevat een strategische nota, met daarin een opsomming van de doelstellingen, en een financile nota, waarin de doelstellingen financieel worden vertaald. De bepalingen over de meerjarenplanning zijn vandaag nog niet van kracht. Wel moesten de besturen in de loop van 2007 werk maken van de opmaak van een algemeen beleidsprogramma (op basis van artikel 242bis van de Nieuwe Gemeentewet, dat nog niet werd opgeheven). Ook vroeger deden de gemeenten al aan meerjarenplanning, nl.: via de vele tientallen sectorale plannen, die bijna altijd gekoppeld waren aan subsidies via het meerjarig financieel beleidsplan, een noodzakelijke bijlage bij de begroting; dat meerjarig financieel beleidsplan blijft voorlopig bestaan (zie verder). 2.2 Budget Het gemeentedecreet verplicht de gemeenten jaarlijks een budget op te stellen. Dat budget bestaat uit een beleidsnota en een financile nota. De beleidsnota verwoordt het beleid van het bestuur voor het komende jaar en concretiseert de doelstellingen van het meerjarenplan3. De financile nota zal in de toekomst bestaan uit een exploitatiebudget, een investeringsbudget en een liquiditeitenbudget. In afwachting van de realisatie van deze documenten, wordt de financile nota ingevuld door de begroting zoals we die al jaren kennen. De begroting (de financile nota van het budget) is het document waarin lle gemeentelijke uitgaven en ontvangsten voor het volgende jaar op een systematische wijze worden opgenomen. De begroting van de gemeente heeft vier kenmerken, die alle even belangrijk zijn: De begroting is een politiek document: ze is dus niet objectief, maar geeft de financile weerslag weer van het geplande beleid voor het komende jaar en deels van het tot dan toe gevoerde beleid. De begroting is een volmacht van de gemeenteraad aan het college van burgemeester en schepenen en de eventuele andere budgethouders, met in de eerste plaats het college: voor een groot deel van de uitgaven en de ontvangsten moeten die in de loop van het jaar inderdaad niet meer terug naar de gemeenteraad, voor zover die tenminste akkoord is gegaan met de begrotingskredieten. De begroting is een raming van alle ontvangsten en uitgaven voor het komende jaar. Met andere woorden, niemand kan de opstellers van de begroting verwijten dat de bedragen achteraf niet helemaal kloppen met de begroting. Het moet uiteraard wel gaan om een zo goed mogelijke raming. De begroting is een statistisch basisdocument, met tal van gegevens over de gemeente in het algemeen en de gemeentefinancin in het bijzonder. Elke gemeente is verplicht jaarlijks een begroting op te stellen. Die moet voldoen aan een aantal begrotingsprincipes: Annaliteit: dit beginsel houdt in dat de gemeente elk jaar een begroting maakt, die precies ook op het komende jaar slaat. Uitgaven en ontvangsten die later komen dan het betrokken jaar (bv. de resterende aflossingen van een lening), komen niet voor in de begroting. Om te grote bijziendheid bij de opstellers van de begroting te voorkomen, zijn gemeenten sinds 1990 wel verplicht bij de begroting ook een financile meerjarenplanning te voegen, waaruit moet blijken of het beleid ook op langere termijn (momenteel tot 2013) financieel in evenwicht blijft. Evenwicht: gemeenten moeten een begroting in evenwicht in te dienen, zoniet wordt ze door de toezichthoudende overheid geschorst. Wat het evenwicht precies inhoudt, komt verder aan bod. 2 Art. 146-147 gemeentedecreet. 3 Art. 150 gemeentedecreet. Gemeentefinancin niet-specialisten Locus 4.2 2010 - Jan Leroy VVSG - 2/22
  • 3. Universaliteit: alle uitgaven en alle ontvangsten staan in de begroting. Dat moet wel gerelativeerd worden voor gemeenten die werken met vzws, (autonome) gemeentebedrijven, enz. In dat geval staat soms alleen een subsidie in de gemeentebegroting. Ook de politiehervorming (vroegere politieverrichtingen staan nu in n dotatie aan de politiezone samen) heeft de universaliteit aangetast. Door dit begrotingsprincipe worden de lonen van het gemeentelijke onderwijzend personeel in de uitgaven opgenomen, ook al krijgen de leraars hun salaris maandelijks rechtstreeks van de Vlaamse Gemeenschap. In de begroting staan subsidies voor hetzelfde bedrag ingeschreven. Eenheid: er is maar n gemeentebegroting, geen verschillende. Specialiteit: de uitgaven en ontvangsten zijn opgenomen in begrotingskredieten met een specifieke bestemming die uitsluitend voor de betreffende uitgave of ontvangst mogen worden gebruikt. Openbaarheid: eenmaal goedgekeurd, is de gemeentebegroting een openbaar document. 2.3 Totstandkoming van het budget Het gemeentedecreet maakt van de opmaak van het budget een proces waarbij verschillende partijen betrokken zijn. Het voorontwerp van beleidsnota moet worden opgesteld door de secretaris, in overleg met het managementteam4. Het voorontwerp van financile nota (voorlopig dus de huidige begroting) komt van de hand van de financieel beheerder5, ook al in overleg met het managementteam. Vaak is de procedure om tot een budgetontwerp te komen een variant op het volgende schema: plannen en vragen vanuit de diensten verzamelen, het liefst gebaseerd op behoeften passend binnen een algemeen beleidsprogramma dat werd opgemaakt voor de volledige legislatuur; overleg op het niveau van het managementteam; overleg tussen de dienst en de bevoegde schepen; overleg bevoegde schepen - schepen van financin (bilateraal); conclaaf binnen het college (multilateraal), met o.m. het doorhakken van politieke knopen op basis van allerhande evenwichten, prioriteiten, het gemeentelijke beleidsplan, De gegevensverzameling vormt een belangrijk onderdeel van de opmaak van het budget. Die gegevens kunnen we opsplitsen in twee groepen: Interne gegevens: met enerzijds alles wat binnen de gemeente bestaat en wordt voortgezet (personeel, leningslasten, subsidies, werkingskosten, ) en anderzijds de nieuwe beleidsontwikkelingen, plannen, e.d. voor het volgende jaar. Externe gegevens: mededelingen van derden met een invloed op de gemeente: intrest- en inflatieverwachtingen, nieuwe wetgeving over subsidies of evoluties van bestaande financile stromen, de verplichte werkingssubsidies aan het OCMW, de politiezone en de kerkfabrieken, investeringsplannen van andere overheden waarop de gemeente moet of wil inspelen (Aquafin, doortochtprogramma gewestweg, ), richtlijnen voor het opstellen van het budget (jaarlijks in een omzendbrief gegoten door de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, ...), verwachte dividendontvangsten uit intercommunales, Het budget opstellen betekent voor een groot deel voortzetten van wat al bestaat. Het gevolg daarvan is dat gemeenten tegenover het bestaande soms weinig kritisch zijn en voornamelijk een aanwasbudget opstellen. Dat betekent dat bij de meeste uitgaven en ontvangsten jaarlijks een percentage groei komt, zonder een grondige analyse van de basiscijfers. Een alternatieve benadering is de zogenaamde zero base(d) budgetting. In dat systeem worden al