Food Hub Sugar City

Click here to load reader

  • date post

    22-Jul-2016
  • Category

    Documents

  • view

    221
  • download

    4

Embed Size (px)

description

Masterproef Stedenbouw en Ruimtelijke Planning, promotor: Catherine Mengé, co-promotor: Karel Wuytack

Transcript of Food Hub Sugar City

  • Locati especi eke creati eve economie als

    katalysator voor ruimtelijke ontwikkeling.

    Food Hub Sugar City

    Tessa Van Gucht

    Gepubliceerd op 1 juni 2015 als onderdeel van het masterproefproject (major theorie, minor ontwerp) van de master Stedenbouw en Ruimtelijke Planning.

    onderzoeksthemagroep 'refl ective theory' onder leiding van Catherine Mengpromotor: Catherine Mengco-promotor: Karel Wuytack

  • Dankwoord

    Eerst en vooral wil ik graag mijn promotor, Catherine Meng, en co-promotor, Karel Wuytack, bedanken. Zij hebben mij beiden week na week met raad en daad bijgestaan. Op momenten waar ik het bos door de bomen niet meer zag hebben zij mij opnieuw helpen focussen en de moed gegeven verder te gaan. Hun twee verschillende perspectieven hebben mijn kijk op het onderwerp verbreed en tot een rijk resultaat geleid. Ik wil ook de organisatie, begeleidende docenten en sprekers van de summerschool 'The Big Reset on Neighbourhood Design' in Amsterdam bedanken voor een leerrijke 10daagse en inspiratie voor deze masterproef. Daarnaast wil ik ook mijn ouders bedanken die mij al 25 jaar lang ondersteunen waar ze kunnen, in alles wat ik onderneem, en mij de kans hebben gegeven mijn dromen te verwezenlijken.

  • Voorwoord

    In augustus 2014 nam ik deel aan de summerschool 'The Big Reset on Neighbourhood Design' in Amsterdam. Tijdens deze summerschool werd Amsterdam-West onder de loep genomen. De onderzoeksvraag luidde 'How to facilitate 750.000 people with an ideal living environment the next 25 years? How to design for the collective?' Deze onderzoeksvraag vormt echter niet de basis voor deze masterproef.

    In het kader van de summerschool werden verschillende lezingen georganiseerd. Evert Verhagen was n van de sprekers. Verhagen gaf een lezing in verband met hergebruik en zijn organisatie Creative Cities. Tijdens deze lezing kwam het project van de Westergasfabriek, dat zich ook in Amsterdam-West bevindt, aan bod. Waarom net deze lezing en net dit project mij bijbleven? In tegenstelling tot de lezing die Ton Schaap gaf over de ontwikkeling van de Ijoevers, waar er volledig contextloos wordt ontwikkeld, raakte Verhagen een onderwerp aan dat mij reeds langer boeit: de herontwikkeling van industrile sites met behoud van historisch DNA.

    Verhagen merkte begin jaren '90 een tendens op: een stad die aantrekkelijk wilde zijn moest zich profileren als een creatieve stad. Dit inzicht verwerkte hij in de herontwikkeling van de Westergasfabriek. De voormalige kolengasfabriek werd getransformeerd tot culturele en creatieve hotspot. Locatiespecifieke creatieve economie werd hier ingezet om leegstand tegen te gaan en sitebekendheid te verwerven, in afwachting van een lange termijnoplossing. Deze tijdelijke invulling kende echter zo'n groot succes dat ze een permanente plaats kreeg.

    Het verhaal van de Westergasfabriek wekte mijn interesse in creatieve economie als katalysator voor ruimtelijke ontwikkeling. Verhagen vertaalde deze creatieve economie destijds onder de vorm van theaters, gallerijen, ed. Nu, 20 jaar later, bemerken we echter een nieuwe tendens. Het is niet langer de creatieve stad die de hippe stad is maar de bewuste, duurzame stad.

  • Inleiding

    p. 17 I Theoretisch kader met respectievelijke casussen

    p. 18 Deel 1: Theoretisch kader vanuit de visie van Evert Verhagenp. 19 Deel 2: Methodiekp. 25 Deel 3: Westergasfabriek en gelijkaardige reconversieverhalenp. 52 Deel 4: Conclusie

    p. 57 II Analyse Amsterdam-West

    p. 65 Deel 5: Situering in Metropoolregio Amsterdamp. 74 Deel 6: Historische duidingp. 78 Deel 7: Beleidsmatige en planologische situeringp. 95 Deel 8: Kwalitatieve analyse

    p. 105 III Beeld/denkbeeld vanuit een voedselperspectief

    p. 110 Deel 9: Westergasfabriek en Sugar City als complementaire polen aan de Haarlemmervaartp. 115 Deel 10: Een visie op de ontwikkeling van Sugar City als Food Hub p. 118 Deel 11: Een ruimtelijke strategie voor de ontwikkeling van Food Hub Sugar City en de Haarlemmervaartp. 129 Deel 12: Ruimtelijke uitwerking van Food Hub Sugar City en de Haarlemmervaart

    p. 165 IV Conclusie

    p. 166 Deel 13: Inhoudelijke reflectie en besluit

    Bibliografie Afbeeldingenlijst Abstract

    INHOUDSTAFEL

  • 9INLEIDING

    Wat is creatieve economie?

    Creatieve economie gaat niet om het vak dat je uitoefent, maar de wijze waarop je je werk doet. Of de vrijheid die je krijgt om je werk te doen. Volg je bij iedere handeling een standaardprocedure of is er de ruimte of zelfs noodzaak om er je eigen draai aan te geven?1 (Milikowski, 2013) Creatieve economie is dus niet hetzelfde als creatieve industrie dat enkel kunstenaars, architecten en dergelijke omvat. Bij creatieve economie gaat het om het creatieve proces dat tijdens het werk wordt doorlopen.

    Probleemstelling

    Amsterdam moet zichzelf als stad continu heruitvinden en opnieuw profileren. Evert Verhagen merkte in de jaren '90 een bepaalde tendens op: de aantrekkelijkheid van een creatieve stad. Hij linkte deze tendens aan beleid en zo kwam het project van de Westergasfabriek tot stand. De Westergasfabriek bracht creatieve economie, onder de vorm van creatieve industrie, in the picture binnen Amsterdam. Dit leidde tot het profileren van Amsterdam als creatieve stad.

    De herontwikkeling van de Westergasfabriek heeft zijn invloed gehad op Amsterdam-West. Het krioelt er nu van de creatieve broedplaatsen. De creatieve economie, van de grootschalige Westergasfabriek en

    1 Milikowski, F. (2014). De creatieve stad. Te duur voor de middenklasse.De Groene Amsterdammer, 41,

    31.

  • 10

    fi guur 1: Amsterdam-West met Haven-Stad en Creatieve Radiaal West

    Haven-Stad

    Creatieve Radiaal West

  • 11

    kleinschalige creatieve broedplaatsen, heeft de stedelijke ontwikkeling van Amsterdam-West gestimuleerd. Dit is merkbaar aan twee projecten die het gebied onder handen nemen: enerzijds is er het lopende project Creatieve Radiaal West, anderzijds het toekomstige transformatiegebied Haven-Stad.

    De Creatieve Radiaal West, een socio-economisch project, focust zich op de aanwezige creatieve economie in het gebied van Amsterdam-West, meer bepaald de wijken Westerpark, Bos & Lommer en Geuzenveld-Slotermeer, en gaat op zoek naar een manier om deze beter te ontsluiten en toegankelijker te maken voor alle Amsterdammers. Dit omdat creatieve economie een bijdrage levert aan de socio-economische veerkracht, de concurrentiepositie van regio's, steden, wijken en buurten en de waardestijging van vastgoed.2 ('tIdee! BV, 2009) De ingrepen die binnen het kader van de Creatieve Radiaal West worden verwezenlijkt hebben als doel: meer (nieuwe) werkgelegenheid op lange termijn, meer en nieuwe kansen voor jongeren in de buurt, een sterker (economisch) imago voor de hele wijk en het benutten van de aantrekkingskracht van creatief succes op (ook niet creatieve) bedrijven en organisaties. Meer creatieve economie in de Creatieve Radiaal West levert een aantoonbare bijdrage aan de versterking van het gebied als woonplek en als vestigingsgebied voor economische bedrijvigheid in het algemeen.3 ('tIdee! BV, 2009) Het project van de Creatieve Radiaal West is nog volop in uitwerking maar heeft nu al een sterke invloed op het gebied.

    Haven-Stad is een uitwerking van de Structuurvisie Amsterdam 2040. Het havengebied wordt aangeduid als transformatiegebied. Haven-Stad zal tot gemengd stedelijk gebied worden omgevormd. Amsterdam wordt steeds voller en ruimte voor ontwikkeling is schaars. Om nieuwe mogelijkheden te creren is Haven-Stad, het deel van het havengebied binnen de Ring A10, in de Structuurvisie Amsterdam 2040 aangewezen als transformatiegebied. Na een motie van de gemeenteraad is de Transformatiestrategie Haven-Stad opgesteld en in juli 2013 door dezelfde raad vastgesteld. Het doel van de strategie is om Haven-Stad te ontwikkelen tot een gemengd stedelijk gebied.4 (Maurits de Hoog, 2013)2 tIdee! BV. (2009). Creatieve Radiaal West. Visie en uitgangspunten. Geraadpleegd op http://www.amsterdam.nl/toerisme-vrije-tijd/groen-natuur/parken/bretten-0/bretten/3 tIdee! BV. (2009). Creatieve Radiaal West. Visie en uitgangspunten. Geraadpleegd op http://www.amsterdam.nl/toerisme-vrije-tijd/groen-natuur/parken/bretten-0/bretten/4 Milikowski, F. (2014). De creatieve stad. Te duur voor de middenklasse.De Groene Amsterdammer, 41, 30-35.

  • 12

    De Westergasfabriek profileert Amsterdam als creatieve stad. Amsterdam moet zich nu echter, inspelend op de huidige tendensen, profileren als bewuste, duurzame stad. Meer specifiek begint het duurzaam produceren, consumeren en verwerken van voedsel een grote rol te spelen binnen het denken over de stad.

    In Amsterdam-West bevindt zich een potentile nieuwe hotspot: Sugar City. Net zoals de Westergasfabriek is Sugar City een voormalige industrile site, meer bepaald een oude suikerfabriek. Beide sites zijn langs de Haarlemmervaart gelegen. Ze bevinden zich echter elk in een andere context. De Westergasfabriek bevindt zich in een meer stedelijke context, Sugar City in een eerder landschappelijke. Amsterdam-West herbergt namelijk n van de groene scheggen of groene vingers die Amsterdam tot een lobbenstad maakt. De site van Sugar City vormt de ideale locatie voor het neerstrijken van een nieuwe, hedendaagse vorm van creatieve economie.

    Hypothese

    Locatiespecifieke creatieve economie is een katalystor voor ruimtelijke, zowel stedelijke als landschappelijke, ontwikkeling.

    - Ruimtelijke plannen, gent op de identiteit van de plek en de participatie en co-creatie van en gedragenheid bij bewoners en gebruikers inclusief tijdelijk gebruik, zijn kwalitatiever en duurzamer.- Creatieve economie, tijdelijk of permanent, kan de ruimtelijke ontwikkeling van stad en landschap initiren en/of intensifiren.

    Deze hypothese wordt getest op Amsterdam-West. Het projectgebied strekt zich uit langs de Haarlemmervaart, van de Westergasfabriek tot Sugar City in Halfweg.

  • 13

    Methode

    De toegepaste methode is reflective theory. Uit de analyse van verschillende casussen worden lessen getrokken die vervolgens op een bepaalde site worden toegepast. Ook Evert Verhagen pastte deze methode toe. Aan de hand van verschillende casussen kwam hij tot drie perspectieven of thema's voor het creren van een aantrekkelijke stad. Die drie thema's zijn beleid, historisch DNA en creatieve economie. Deze drie thema's vormen de rode draad doorheen deze masterproef. In het kader van het thema beleid werden beleidsteksten als de structuurvisie en voedselvisie doorgenomen. Het historisch DNA werd gedentificeerd na een uitvoerige analyse van het projectgebied. Het thema creatieve economie tenslotte werd uitgediept aan de hand van casussen.

    Op basis van de visie van Evert Verhagen werden drie casussen geanalyseerd: Westergasfabriek in Amsterdam, Emscher Park in het Ruhrgebied en La Confluence in Lyon. De lessen uit deze drie casussen werden meegenomen naar Amsterdam-West. Op basis van deze lessen werd een visie en strategie voor Amsterdam-West opgesteld. Deze visie en strategie kregen vervolgens een ruimtelijke vertaling op de site van Amsterdam-West.

    lessen visie Evert Verhagen en drie casussen

    visie voor Amsterdam-West

    strategie voor Amsterdam-West

    ruimtelijke vertaling strategie

  • 14

    In Deel 1 wordt het theoretisch kader opgebouwd aan de hand van de visie van Evert Verhagen, projectmanager van de Westergasfabriek. Dit deel vertelt hoe Verhagen tot zijn specifieke methodologie komt.

    In Deel 2 wordt de methodiek voor het onderzoek geschetst. Deze methodiek bestaat uit 3 thema's: beleid, historisch DNA en creatieve economie. Deze drie thema's vormen de rode draad doorheen deze masterproef.

    In Deel 3 wordt het thema creatieve economie uitgediept. Naast de casus Westergasfabriek worden twee andere casussen geanalyseerd. De eerste, Emscher Park in het Ruhrgebied, werd door Verhagen zelf als voorbeeld genomen. De laatste casus, La Confluence in Lyon, is een eigen bezochte casus die binnen het onderzoek kadert.

    In Deel 4 wordt een conclusie gevormd omtrent het thema creatieve economie. Dit op basis van de drie doorgelichte casussen die werden geanalyseerd met als leidraad de drie thema's van Evert Verhagen.

    In Deel 5 wordt de casus Westergasfabriek in vergelijking gesteld met Sugar City. Beiden zijn gelijkaardige situaties die in een verschillende context ontwikkelden.

    Deel 6 houdt een historische duiding van het meest relevante historisch DNA van Amsterdam-West in. Zowel de Westergasfabriek als Sugar City komen aan bod. Daarnaast worden ook de Haarlemmervaart en volkstuinparken in de geschiedenis gesitueerd.

    In Deel 7 wordt het beleid doorgelicht. Aan de hand van de structuurvisie en de voedselvisie wordt een beeld gevormd van de visievorming voor Amsterdam-West. Daarnaast worden ook relevante lopende projecten binnen het projectgebied aangehaald.

    In Deel 8 wordt het projectgebied zelf doorgelicht. De huidige stand van zaken en de meest belangrijke kenmerken, het historisch DNA, worden aangehaald. In dit deel wordt geconcludeerd welk soort creatieve economie in Sugar City op z'n plaats is.

  • 15

    In Deel 9 worden de twee sites, Westergasfabriek en Sugar City, tegenover elkaar geplaatst. De potentile complementariteit van deze twee polen langs de Haarlemmervaart wordt hier geduid.

    In Deel 10 komt de visie voor Amsterdam-West aan bod. Deze visie kijkt vanuit het perspectief van voedsel, het nieuwe soort creatieve economie dat in Sugar City zal neerstrijken.

    In Deel 11 wordt de strategie voor het verwezenlijken van de visie voor Amsterdam-West omschreven. Deze strategie wordt opnieuw onderverdeeld in de drie thema's van Verhagen: beleid, historisch DNA en creatieve economie.

    In Deel 12 wordt de ruimtelijke vertaling van de strategie voor Amsterdam-West verbeeld. Deze verbeelding gebeurd op drie schaalniveaus: op schaal van Metropoolregio Amsterdam, op schaal van de Haarlemmervaart en enkele zoom-ins binnen het projectgebied.

    In Deel 13 komt een inhoudelijke reflectie aan bod. Deze reflectie leidt tot een algemeen besluit over de drie thema's: beleid, historisch DNA en creatieve economie.

  • 16

    figuur 2: Westergasfabriek

  • 17

    I THEORETISCH KADERMET RESPECTIEVELIJKE CASUSSEN

    In dit hoofdstuk wordt de visie van Evert Verhagen verwoord. Uit deze visie wordt een methodiek voor het analyseren van casussen en het opbouwen van een strategie gedistilleerd. Drie verschillende casussen worden geanalyseerd aan de hand van deze methodiek. De conclusie uit deze visie en casussen wordt meegenomen naar Amsterdam-West.

  • 18

    Deel 1: Theoretisch kader vanuit de visie van Evert Verhagen

    Evert Verhagen was, van 1994 tot 2005, de projectmanager van het Projectbureau Westergasfabriek en reeds sinds 1990 betrokken bij het Westergasfabriekproject als sectorhoofd stadsdeelwerken voor het stadsdeel Westerpark. Verhagen was voorheen sectorhoofd van de stadsdeelwerken voor het stadsdeel Westerpark. Hij is dus iemand die vanuit beleid in de praktijk is gestapt. Dit gaf Verhagen een unieke kijk op het project van de Westergasfabriek.

    Als projectleider van het Projectbureau Westergasfabriek werkte Verhagen, samen met zijn team, aan de ontwikkeling en de uitvoering van de transformatiestrategie voor de Westergasfabriek. De ontwikkeling van de oude kolengasfabriek was echter geen lineair proces. Onverwachte situaties gooiden continu roet in het eten. Om die reden was Verhagen genoodzaakt de transformatiestrategie voor de Westergasfabriek meermaals aan te passen aan nieuwe, onvoorziene omstandigheden. Het is op deze manier dat Verhagen tot een succesvol resultaat is gekomen. De expertise die hij tijdens de transformatie van de Westergasfabriek heeft opgebouwd past hij nu toe op andere, gelijkaardige cases, met Creative Cities, een organisatie opgericht door Verhagen zelf.

    Creative Cities helpt steden creatief en aantrekkelijk te worden. Ze doen dit onder de vorm van strategieontwikkeling, projectmanagement en coaching. Het hergebruik van industrile sites, en andere plaatsen van historische waarde, is een belangrijke factor in hun aanpak.

  • 19

    Evert Verhagen benadert met Creative Cities stedelijke transformatieprojecten vanuit drie verschillende perspectieven: 'het platteland', 'het bedrijf ' en 'de stad'.

    Het perspectief van het platteland is eerder traditioneel. Dat van het bedrijf focust op de ratio en functionaliteit. Het perspectief van de stad tenslotte kijkt dan naar creativiteit en cultuur. Faith, ratio and creativity have all played an important role in the development of todays world and they are also equally important in determining the degree of attractiveness of a city. Creative Cities always focuses on the right balance between the minister, the engineer and the artist.5 Het verzoenen van de drie perspectieven is wat, volgens Verhagen, een aantrekkelijke stad creert, een stad waar iedereen zich thuis voelt. De geschiedenis, de verhalen en tradities van een plek samen met de beleidsmatige, planologische en economische context maken een stad tot wat ze is.

    De drie perspectieven die Creative Cities hanteert worden vertaald naar drie thema's die de rode draad vormen doorheen deze masterproef: beleid (perspectief van het bedrijf), historisch DNA (perspectief van het platteland) en creatieve economie (perspectief van de stad).

    5 Creative Cities. (n.d.) What we do. Geraadpleegd op http://creativecities.nl/what-we-do/

    Deel 2: Methodiek

    figuur 3: Land. Factory. City

  • 20

    Thema 1: Beleid

    Het terrein van de Westergasfabriek werd lange tijd gezien als een probleemzone. Om deze reden was er weinig belangstelling voor het gebied en kon Verhagen, wanneer het project werd opgestart, onder de oppervlakte opereren. Wanneer het succes, vooral in de culturele en creatieve sector, en het potentieel van de Westergasfabriek de buitenwereld bereikte werd het transformatieproces echter bemoeilijkt. Dankzij Verhagen werd het oorspronkelijke idee, een culturele en creatieve hotspot, behouden. Essentieel daarin is dat er dan een gedreven en sterke projectleider is die durft vast te houden aan de uitgangspunten. Minstens even belangrijk is de bestuurlijke back-up, in dit geval van de stadsdeelraad. Een groot voordeel daarbij was dat het stadsdeel Westerpark nog niet lang bestond en er korte lijnen tussen het projectbureau en het deelraadbestuur waren, waardoor er veel draagvlak voor de ideen was. Het feit dat er succesvolle evenementen en tijdelijke activiteiten hadden plaatsgevonden, versterkte het geloof dat men met de aanpak op de goede weg was.6 (Evert Verhagen, n.d.) De organisatievorm van een projectbureau heeft vele voordelen waaronder de dichte connectie met beleid. Een projectbureau blijft steeds onder het gezag van een stadsdeel staan. Het bureau is bemiddelaar tussen beleid en huurders, gebruikers en andere actoren. Tijdens het transformatieproces van de Westergasfabriek liepen deze twee uiterst verschillende sporen naast elkaar. Enerzijds was er het creatieve netwerkspoor, de huurders en gebruikers van de site, anderzijds het formeel-bestuurlijke en planologische spoor dat alles vanop een afstand bekijkt. De kunst - n de moeilijkheid van herontwikkelingsprojecten is om beide sporen met elkaar te verbinden. Het gaat om verschillende mensen en organisaties die een heel verschillende taal spreken en andere belangen hebben. Je hebt beide sporen nodig om tot een goed eindresultaat te komen. Je hebt te maken met formele zaken als het bestemmingsplan, inspraakprocedures, bouwvoorschriften, veiligheidseisen en financiering zaken waar juist de creatieve sector vaak minder aandacht voor heeft. Tegelijkertijd heb je de creativiteit, de frisse ideen en de betrokkenheid van ondernemers, kunstenaars en omwonenden juist nodig. Om die twee sporen met elkaar te verbinden moet je met beide groepen goed communiceren, zodat het belang van beide sporen duidelijk wordt. Daar moet je veel tijd voor nemen. En de besluitvorming moet 6 Belvedere. (2008). Project Creativity and the City: Westergasfabriek. Geraadpleegd op http://www.belvedere.nu/page.php?section=08&pID=5&mID=3&prID=493

  • 21

    heel duidelijk georganiseerd zijn: wie neemt wanneer welke beslissing, en wat is daarvoor nodig?7 (Evert Verhagen, n.d.) Communication is key. Het bemiddelen en verzoenen van verschillende partijen en meningen is cruciaal in een stedelijk herontwikkelingsproces.

    Thema 2: Historisch DNA

    De Westergasfabrieksite kent een rijke geschiedenis. Dit zette Verhagen aan tot het kritisch nadenken over het tot dan overheersende tabula rasaprincipe. Bij herontwikkeling van voormalige industriegebieden heerste tot voor enkele jaren de sloop-nieuwbouwgedachte nog volop. ... Geleidelijk aan verschuift de aanpak echter naar herontwikkeling met behoud van de waardevolle elementen en aandacht voor herbestemming van gebouwen en terreinen voor sociaal-economische functies.8 (Susanne Pit en Evert Verhagen, 1998) Verhagen benadrukt het belang van het historisch DNA en het behoud ervan. We hebben duidelijk moeten maken dat het plan mt cultuurhistorie veel beter en aantrekkelijker zou worden; bij cultuurhistorie gaat het niet om subsidies, regeltjes en beperkingen maar juist om extra waarde en vitaliteit. Juist in de creatieve economie van uitgaan, kunst, manifestaties en jonge ondernemers waarop de Westergasfabriek zich heeft gericht vormt het verhaal van de plek en de beleefbare geschiedenis een enorme meerwaarde, ook in direct financieel opzicht. Die moet je niet weggooien maar juist benutten.9 (Evert Verhagen, n.d.) Verhagen speelt hier in op een wereldwijde trend. Meer en meer leren stadsbesturen en ook bewoners de kwaliteit en het potentieel van verwaarloosde en, in hun ogen, problematische sites te zien. Men begrijpt meer en meer het kwaad van de afbraak- en nieuwbouwmethode van de naoorlogse periode. Het gaat bij historische DNA ook niet enkel om de gebouwen die een bepaalde site herbergt maar ook de sfeer die er hangt, het gevoel dat een plaats met een sterke en invloedrijke geschiedenis teweegbrengt.

    7 Belvedere. (2008). Project Creativity and the City: Westergasfabriek. Geraadpleegd op http://www.belvedere.nu/page.php?section=08&pID=5&mID=3&prID=4938 Pit, S., Verhagen, E. (1998). Een park voor de 21ste eeuw. Bussum: THOTH. 99 Belvedere. (2008). Project Creativity and the City: Westergasfabriek. Geraadpleegd op http://www.belvedere.nu/page.php?section=08&pID=5&mID=3&prID=493

  • 22

    Thema 3: Creatieve economie

    Om leegstand van de gebouwen van de Westergasfabriek te voorkomen, en om de site op de culturele kaart van Amsterdam te zetten, werd gezocht naar een oplossing op korte termijn. Deze oplossing werd de tijdelijke invulling van de gebouwen met creatieve economie. Niemand had echter verwacht dat deze tijdelijke invulling zo'n succes zou kennen. De tijdelijke invulling werd dan ook een permanente. Het succes van het Westergasfabriekverhaal zette Verhagen aan om deze methode ook op andere plaatsen toe te passen met zijn Creative Cities. In navolging van Richard Florida gelooft ook Verhagen in creativiteit als factor die een stad aantrekkelijk maakt. Attractive cities are creative cities. They are places where talent can find inspiration. An attractive city is always a marketplace, where the important goods of a time are on offer. An attractive city has a history: it tells its story through its architecture and its people. And attractive cities are functioning well: they are green, clean and safe. Creativity, tradition and functionality are all important in making a city attractive.10 (Creative Cities, n.d.) Creative Cities voegt, in hun projecten, een nieuw verhaal, onder de vorm van creatieve economie, toe aan het bestaande. Programme comes first at Creative Cities. We believe that the things that happen in a place, are more important than the things that are. Programme is what attracts people to a place. The quality of it makes them return.11 Het toegevoegde programma is van groot belang voor het al dan niet slagen van een bepaald transformatieproject. Het is belangrijk dat de creatieve economie die wordt ingezet locatiespecifiek is, gent op de site en zijn omgeving.

    10 Creative Cities. (n.d.). Creative Cities. Geraadpleegd op http://creativecities.nl/creative-cities/11 Creative Cities. (n.d.) What we do. Geraadpleegd op http://creativecities.nl/what-we-do/

  • 23

  • 24

    fi guur 4: situering Westergasfabriek

    fi guur 6: situering La Confl uence

    fi guur 5: situering Emscher Park

  • 25

    Deel 3: Westergasfabriek en gelijkaardige reconversieverhalen

    Met de visie van Evert Verhagen als leidraad worden, in dit hoofdstuk, drie casussen geanalyseerd: Westergasfabriek in Amsterdam, Emscher Park in het Ruhrgebied en La Confluence in Lyon. In deze drie casussen worden de drie thema's: beleid, historisch DNA en creatieve economie, onderzocht. Westergasfabriek zelf werd gekozen omdat Verhagen hier zijn ervaring met creatieve economie heeft opgedaan. Emscher Park is een voorbeeld dat Verhagen zelf hanteerde bij de herontwikkeling van de Westergasfabriek. La Confluence, tenslotte, is een eigen bezochte casus die vanuit een gelijkaardige situatie als de twee andere casussen vertrekt. De analyse van deze gelijkaardige casussen helpt om op een kritische manier naar de theorie van Evert Verhagen te kunnen kijken.

  • 26

    figuur 7: Westergasfabriek Casus 1: Westergasfabriek

    doelruimte bieden voor zijn omgeving, een centrum voor omliggende wijken

    programmapark, ruimte voor creatieve ondernemingen, evenementen en festivals

    schaal14,5 ha

    Zestig procent van de ruimten wordt verhuurd aan vaste huurders: creatieve bedrijven, culturele organisaties en uitgaansgelegenheden. Onze huurders wonen in een dorp. Ze kennen elkaar en helpen elkaar. Dat is belangrijk omdat juist door samenwerking samenhang ontstaat. Tijdens grote festivals stellen de huurders hun ruimtes en faciliteiten beschikbaar. Veel huurders organiseren ook zelf evenementen op de Westergasfabriek.12 (Westergasfabriek BV, n.d.)

    12 Westergasfabriek BV. (n.d.) Huurders; Geraadpleegd op http://www.westergasfabriek.nl/huurders

  • 27

  • 28

    De Westergasfabriek in Amsterdam is een voormalig industrile site gelegen ten westen van het historisch centrum van Amsterdam. De oude kolengasfabriek werd getransformeerd tot een culturele en creatieve hotspot.

    Verloop

    In 1967 sluit de Westergasfabriek zijn deuren. Na het sluiten van de fabriek wordt het terrein in gebruik genomen door het gemeente-energiebedrijf (GEB) als opslagplaats. Men denkt op dat moment ook al na over de herbestemming van de voormalige kolengasfabriek. En van de voorstellen is het verbreden van de Haarlemmerweg, een verbindingsweg die zich langs de Westergasfabriek bevindt. Buurtbewoners komen hier echter tegen op en stellen een groene bestemming, ten dienste van de omliggende wijken, voor. Eind jaren '70 wordt dan ook een ambtelijke werkgroep ingesteld die een nieuw en groen bestemmingsplan opstellen. Het terrein krijgt in dit nieuwe plan de bestemming recreatie. Eind jaren '80 wordt nog steeds nagedacht over de mogelijke herbestemming van de voormalige kolengasfabriek. In deze periode krijgen de gebouwen, die niet werden gesloopt, de status van rijksmonument. Het is ook eind jaren '80 dat de buurtbewoners zich, om samen sterk te staan tegen ongewilde plannen, verenigen in Westerparkoverleg, later Vrienden van het Westerpark. In 1990 vindt dan een bodemonderzoek plaats om de graad van vervuiling vast te stellen en te kunnen bepalen wat er met de vervuilde grond zou moeten gebeuren. De vervuilde grond wordt uiteindelijk helemaal ingepakt en er wordt een nieuwe toplaag, geschikt voor het aanleggen van beplanting, aan toegevoegd. De herbestemming van de voormalige fabriek valt sinds 1990 ook onder de bevoegdheid van stadsdeel Westerpark. Evert Verhagen is er in die periode het sectorhoofd van stadsdeelwerken. In 1991 wordt een ideenoproep voor de herbestemming gelanceerd. In 1992 vervolgens draagt het GEB het terrein over aan stadsdeel Westerpark. Ook wordt in 1992 Projectbureau Westergasfabriek opgericht. Dit projectbureau functioneert relatief zelfstandig naast het ambtelijk stadsdeelapparaat. Het is in dit jaar ook dat wordt beslist tot de tijdelijk invulling van de gebouwen met creatieve economie. In 1993 wordt de Ijsbreker-coalitie, het nationaal centrum voor moderne muziek, gekozen als hoofdhuurder. In het Rhizomeplan, een plan opgesteld door

  • 29

    een buurtbewoner, worden de andere gebouwen gereserveerd voor de buurt. Evert Verhagen wordt projectmanager van de Westergasfabriek vanaf 1994. Verhagen staat op dat moment onder een politieke bestuurder van het stadsdeel Westerpark die eindverantwoordelijkheid heeft over het project. De Ijsbreker-coalitie beslist in 1995 om niet langer zijn intrek te nemen in de Westergasfabriek. In 1997 wordt dan uiteindelijk een contract afgesloten met projectontwikkelaar MAB. In 1999 wordt een samenwerkingsovereenkomst en een erfpachtcontract afgesloten en er wordt een nieuw bestemmingsplan ontwikkeld. In 2000 wordt Westergasfabriek BV opgericht, een dochtermaatschappij van MAB. Westergasfabriek BV verzorgt, tot op de dag van vandaag, het beheer en de exploitatie van de gebouwen. De gebouwen zijn, sinds 2004, na een fusie, eigendom van Meijer-Bergmans BV.

    Middelen

    De middelen om dit project te realiseren kwamen uit verschillende hoeken. Voor de openbare ruimte kon gerekend worden op stadsdeel Westerpark en bijkomende subsidies en bijdragen. De sanering werd gefinancieerd door het Rijk en de Gemeente Amsterdam. Het renoveren van de gebouwen vervolgens gebeurde aan de hand van fondsen van stadsdeel Westerpark, projectontwikkelaar MAB en het Nationaal Restauratiefonds die projectontwikkelaar MAB een lening verschaften. Het jaarlijks onderhoud van het park tenslotte valt ten laste van het stadsdeel Westerpark.

    Thema 1: Beleid met aandacht voor twee verschillende sporen

    De focus op vlak van beleid werd reeds in het deel Methodiek aangehaald. Bemiddelen tussen het creatieve netwerkspoor en het formeel-bestuurlijk en planologisch spoor is geen evidente opgave. De formule van het projectbureau zou deze rol moeten vervullen. Projectbureau Westergasfabriek stond volledig ten dienste van de projectmanager, Evert Verhagen. Het behandelde alles wat bij het project kwam kijken maar nam niet zelf de leiding op zich. Projectbureau Westergasfabriek trachtte een overzicht te houden over het gehele project. Het is ook het projectbureau, onder leiding van Evert Verhagen, dat besliste tot de tijdelijke invulling van de gebouwen met creatieve economie.

  • 30

    Thema 2: Zorgvuldige renovatie historisch DNA

    Er werden 13 originele gebouwen van de kolengasfabriek behouden. Elk van deze gebouwen werd vervolgens benoemd tot rijksmonument. Omdat het hier om rijksmonumenten gaat vond er een zorgvuldige maar terughoudende renovatie van de gebouwen plaats waarbij de oorspronkelijke samenhang van de gebouwen gerespecteerd werd. Het terrein van de Westergasfabriek werd ontwikkeld tot een park en de daarop gelegen gebouwen werden ontwikkeld ten behoeve van de huisvesting van creatieve en culturele bedrijvigheid in de breedste zin van het woord.13 (Stadsdeel Westerpark, n.d.)

    En van de meest monumentale en karakteristieke gebouwen van de Westergasfabriek is de Gashouder. Deze werd in 1902 gebouwd en was toen de grootste van Europa. Gas werd bovenop de Gashouder opgeslagen, in een uitschuifbare stalen tank. De pilaarloze ronde ruimte met gietijzeren plafondconstructie vormt nu het toneel voor onder andere beurzen, grote bedrijfspresentaties en live shows. De monumentale ruimte wordt ook ingezet voor events.

    Langs de Haarlemmervaart bevindt zich Zuiveringshal West, een lange hoge hal die in 1885 werd gebouwd. Zuiveringshal West bood onderdak aan grote ketels waarin gas werd gezuiverd. Momenteel is het n van de meest veelzijdige ruimtes van de Westergasfabriek die de ideale locatie vormt voor het ontvagen van een grote groep voor bijvoorbeeld plenaire bijeenkomsten, diners of bedrijfspresentaties. Zuiveringshal West is met zijn vorm ook de geschikte locatie voor een modeshow.

    Tegenover de Gashouder bevindt zich het Transformatorhuis dat in 1904 dienst deed als watergasfabriek en later door het GEB als transformatorwerkplaats werd gebruikt. De intieme sfeer die het gebouw uitstraalt wordt ingezet als club of ruimte voor een diner. Het Transformatorhuis biedt ook ruimte voor internationale conferenties.

    In Zuiveringshal Oost, dat ook in 1885 werd opgericht en dezelfde karakteristieken heeft als Zuiveringshal West, bevindt zich het Westergastheater. Deze theaterzaal en -foyer zijn flexibel in te delen. 13 Stadsdeel Westerpark. (n.d.) Project Westergasfabriek. Geraadpleegd op http://www.project-westergasfabriek.nl/nederlands

    figuur 8: Gashouder

    figuur 9: Zuiveringshal West

    figuur 10: Transformatorhuis

  • 31

    Oud en nieuw worden mooi met elkaar in contract gebracht. Dankzij de flexibiliteit van het Westergastheater kunnen er uiteenlopende evenementen plaatsvinden zoals concerten, theatervoorstellingen maar ook congressen en diners.

    En van de kleinere gebouwen van de Westergasfabriek is het Machinegebouw. Ook dit gebouw dateert uit 1885 en vormde toen het hart van de fabriek. De grote, lichte zaal vormt de ideale locatie voor presentaties en diners maar wordt ook vaak als trouwlocatie uitgekozen.

    Het Westelijk Meterhuis bevindt zich naast het Machinegebouw en dateert ook uit 1885. De gasdrukmeters van de Westergasfabriek bevonden zich in de Meterhuizen. Deze kleine, flexibele locatie wordt ingezet voor vergaderingen, trainingen, break-out sessies, workshops of als tijdelijke kantoorruimte.

    Als laatste historische waardevolle gebouw van de Westergasfabriek hebben we het Leidinghuis. Het Leidinghuis werd in 1902 gebouwd om de afsluiters waarmee de aan- en afvoer van gas werd gecontroleerd te herbergen. Deze karakteristieke ruimte werd getransformeerd tot een appartement, te huren in combinatie met de Gashouder of apart voor brainstormsessies, vergaderingen, creatieve workshops of een diner.

    Thema 3: De inzet van creatieve economie tegen leegstand

    Creatieve economie werd tijdens het transformatieproces ingezet om leegstand van de gebouwen tegen te gaan en de Westergasfabriek op de culturele kaart van Amsterdam te zetten. De tijdelijke invulling werd echter zo succesvol dat het een permanente werd. Er wordt nu zowel aan vast als aan tijdelijk verhuur gedaan en ook zowel commercieel als cultureel verhuur, dit omwille van evenwicht, wederzijdse ondersteuning en rendabiliteit. De huurders die zich momenteel in de gebouwen van de Westergasfabriek nestelen zijn heel gevarieerd maar ze werken ook nauw samen. De meesten van hen zijn lid van de Verenigde Promotie Westergasfabriek, een vereniging die, naast leven in de brouwerij brengen aan de hand van het ondernemen en ondersteunen van activiteiten, ook voor een kruisbestuiving tussen de verschillende huurders zorgt.

    figuur 11: Zuiveringshal Oost

    figuur 12: Machinegebouw

    figuur 13: Westelijk Meterhuis

    figuur 14: Leidinghuis

  • 32

    Het zijn voornamelijk creatieve en innovatieve organisaties die een plekje veroverden in de Westergasfabriek. Zo is er bijvoorbeeld de Art Directors Club Nederland (ADCN), een organisatie die zich inzet voor creatievelingen aan de hand van een vakprijs, het Jaarboek, seminaries en workshops. Ook Big Shots, een bureau voor videocontent, kreeg een plaatsje in de Westergasfabriek. Ook in de videobranche is er Present Plus, bekend van onder andere WeTransfer. De adviesraad, de Dutch Creative Industries Council, die zich inzet voor de versterking van de creatieve industrie in Nederland bevindt zich ook op de site van de Westergasfabriek. Er is ook IJsfontein, een organisatie die ontwikkeling ondersteunt van onder andere educatieve uitgevers, non-profit organisaties en culturele instellingen. IJsfontein doet dit op verschillende manieren. Enerzijds de strategische inzet van serious gaming, interactieve communicatie in de publieke ruimte en interactieve communicatie gericht op kinderen en jongeren. Reeds 10 jaar maakt ook Parkers, een ontwerp- en nieuwe media collectief, deel uit van de Westergasfabriek. Zij werken in dienst van zowel non-profit als profit organisaties, culturele uitgaanssites, grote festivals en uitgeverijen. Onder andere Westergasfabriek BV is klant bij Parkers. Ook n van Europa's meest toonaangevende music agencies bevindt zich op de site van de Westergasfabriek. Soundscape Music bestaat uit een internationaal team van componisten, muzikanten en producers en is gespecialiseerd in Audio Branding. Youwe, een internetbureau heeft zich ook in de Westergasfabriek gevestigd. Youwe gelooft in de kracht van Open Source. Naast deze organisaties vinden we ook THNK, de Amsterdamse school voor creatief leiderschap, terug in de Westergasfabriek. De doelstelling van deze school is het opleiden van de creatieve leiders van morgen die een betekenisvolle sociale impast zullen hebben op de wereld. Ook het meer bekende Kunstbende, een jongerorganisatie voor talentontwikkeling, nestelt zich in de creatieve hotspot die de Westergasfabriek is. De Westergasfabriek herbergt ook INFACT, een biologisch kledingmerk dat duurzame kleding maakt van biologisch katoen. Ook creatievelingen in de voedselsector zijn op de site van de Westergasfabriek neergestreken. Zo is er Instock, een organisatie die de massale voedselverspilling wil tegengaan. Dit doen ze door elke dag langs te gaan bij alle Albert Heijn winkels in de stad en daar voedsel op te halen dat de supermarkt niet langer kan/wil verkopen. Dit voedsel wordt dan verwerkt tot het menu van de dag. Ook in de voedselsector

  • 33

    is er Tony's Chocolonely. Zij streven naar een slaafvrije chocolade industrie. Dit doen ze door de consumptie van Fairtrade chocolade aan te moedigen.

    Conclusie

    We kunnen besluiten dat de Westergasfabrieksite zoals ze nu is zijn succes te danken heeft zowel aan het beleid van Evert Verhagen maar ook deels aan de buurtbewoners. Indien de buurtbewoners niet waren opgekomen voor het vrijwaren van de site hadden de monumentale gebouwen allicht plaats moeten ruimen voor de verbreding van de Haarlemmerweg. Ook indien Evert Verhagen niet was opgekomen tegen het tabula rasaprincipe dat tot dan nog sterk heerste waren de historisch waardevolle gebouwen toch verloren gegaan. Het is de inzet van creatieve economie om de leegstand van deze waardevolle gebouwen tegen te gaan dat het succes van de Westergasfabriek betekende. Tot vandaag staat de Westergasfabriek bekend als de creatieve en culturele hotspot van Amsterdam.

  • 34

    figuur 15: Emscher Park Casus 2: Emscher Park

    Doelmeer levens- en woonkwaliteit creren, architecturale, stedenbouwkundige, sociale en ecologische maatregelen als basis voor de economische verandering van een voormalig industriegebied

    Programma120 projecten, woningen, technologiecentra, recreatie en cultuur

    Schaal80.000 ha

    The project has achieved lasting improvements in the living and working environment of the involved towns by upgrading the ecological and aesthetic quality of their nearby countryside. Furthermore, by reusing and preserving the impressive relics of the industrial era, the Ruhr region has been able to keep it's unique identity and has branded itself as an ancient monument of industrial society.1 (Danish Architecture Centre, 2014)

  • 35

  • 36

    Emscher Park in het Ruhrgebied in de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen groeide de laatste jaren uit tot ht voorbeeld bij uitstek met betrekking tot de herontwikkeling van voormalige industriegebieden, een problematiek die wereldwijd leeft.

    Verloop

    In 1989 gaat de IBA (Internationale Bauausstellung) Emscher Park van start. IBA's zijn internationale architectuurtentoonstellingen. Binnen Duitsland worden ze gehanteerd als een tool voor nieuwe stedelijke concepten en architectuur. Tijdens een IBA worden nieuwe sociale, culturele en ecologische ideen voorgesteld. De eerste IBA vond in 1901 plaats in Darmstadt, een stad in de Duitse deelstaat Hessen, en stelde stadsplannen, appartementsgebouwen, tentoonstellingsruimten en interieurs met dagdagelijkse objecten voor. Het was een samenwerking tussen architecten, schilders en beeldhouwers die de dagelijkse omgeving een nieuwe gestalte wouden geven door kunst, het dagelijks leven, stad en natuur met elkaar te verzoenen. Een keerpunt voor de internationale architectuurtentoonstellingen is IBA Berlijn (1977-1987). Deze IBA stond niet in het teken van nieuwigheden maar had twee werkpistes voor ogen voor het heropbouwen van het verwoestte Berlijn: kritische reconstructie (critical reconstruction) maar ook zorgzame stedelijke herontwikkeling (gentle urban redevelopment). IBA Berlijn was, dankzij zijn unieke omstandigheden, een voorbode voor de verschuiving van het tabula rasa principe naar het nadenken over behoud en reconversie.

    IBA Emscher Park is geen tentoonstelling in de strikte zin van het woord maar een programma voor de toekomst van Nordrhein-Westfalen. Het wil impulsen geven aan de hand van nieuwe ideen en projecten. Het doel: meer levens- en woonkwaliteit en architecturale, stedenbouwkundige, sociale en ecologische maatregelen als basis voor de economische verandering van een voormalig industriegebied. (IBA)IBA Emscher Park was een nieuw administratief initiatief, voor 10 jaar in het leven geroepen, bestaande uit verschillende collaboratieve vennootschappen met diverse agentschappen en de betrokken steden en gemeenten. Seminaries en internationale wedstrijden werden georganiseerd met als doel innovatieve ideen te verzamelen. De IBA

  • 37

    omvatte 120 projecten in 17 verschillende steden en gemeenten tussen Duisburg en Bergkamen. Er werd zo'n 300 km2 aan groenvoorzieningen gemplementeerd en 350 km aan riolering werd getransformeerd van een open naar een afgesloten systeem. Naast deze infrastructuurwerken werden ook 17 nieuwe technologiecentra en 3000 nieuwe woningen gebouwd en werden 3000 bestaande woningen gerestaureerd. De aanpak binnen de IBA steunde op drie pijlers: ecologie als centrale focus en integrerend concept voor een regionaal ontwikkelingsinitiatief, hergebruik van industrile gebouwen en de mentaliteitswijziging die deze bij buurtbewoners teweegbrengt en kunst in het landschap om een nieuw beleid toonbaar te maken.

    EcologieDe Emscher rivier is 170 km lang en stroomt langsheen 17 gemeenten. Het stroomgebied van de Emscher bedraagt zo'n 800 km2 waarvan 460 km2 landschap. Het reinigen van de rivier is het hoofddoel binnen de ecologische pijler, daaraan wordt het ontwikkelen en integreren van bestaande open ruimtes in een regionaal parksysteem gekoppeld. Dankzij de gestage introductie van een rioleringsstelsel kon de Emscher gerenaturaliseerd worden. Concreet betekent dit het weghalen van de betonnen kanalen, het opnieuw verbreden en opnieuw laten meanderen van de rivier. Ook de natuurlijke vegetatie wordt hersteld. Daarnaast worden verlaten industrile sites, hun verbindende transportsysteem en oude mijnterrils opgenomen in een nieuw regionaal parksysteem. Thematische wandel- en fietsroutes zowel voor toeristen als buurtbewoners, die vroeger van de industriesites werden uitgesloten, doorkruisen het park. Het ecologische aspect wordt gentegreerd met de economische en residentile ontwikkeling.

    HergebruikIBA Emscher Park daagt buurtbewoners uit om, in plaats van het verleden in vraag te stellen, na te denken over hoe waardevolle kwaliteiten van het Ruhrgebied een nieuwe economie kunnen genereren in de regio. Men wil de buurtbewoners duidelijk maken dat de ecologische 'vernieling' in functie van geografische, politieke en economische krachten gebeurde. De ontoegankelijke, hinderlijke industrile sites worden toegankelijk gemaakt en krijgen een recreatieve of culturele functie.

  • 38

    KunstDe kunst die we in het Emscher Park vinden werd geselecteerd aan de hand van verschillende internationale wedstrijden. Dit gedeelte van het project stootte op protest van de buurtbewoners. 'Kunnen we het geld, dat we nu inzetten voor kunst niet beter gebruiken voor huisvesting en andere sociale noden?' klonk het. Het aanbrengen van kunst doorheen het park wil de vooruitziendheid van het initiatief toonbaar maken en een systeem van nieuwe landmarks creren. Er worden twee verschillende soorten kunst gentegreerd in het Emscher Park. Enerzijds worden kunstwerken op de top van mijnterrils geplaatst. Zij fungeren als nieuwe referentiepunten in het landschap. Anderzijds worden kleinere sculpturen in de park- en recreatiegebieden geplaatst. Zij hebben als functie de mensen in het park- of recreatiegebied lokken. Een gebied dat voor hen vroeger off-limits was. De kleine sculpturen worden vaak gemaakt van industrile artefacten gevonden op de site.

    Middelen

    De middelen voor het realiseren van IBA Emscher Park bestonden voor 2/3 uit publieke investeringen.

    Thema 1: Tijdelijk beleid

    "Een IBA is een tijdelijke organisatie die als voornaamste taak heeft: het IBA curatorium. Bij voorgaande IBAs is een parallelle, bestuurlijke entiteit gecreerd waarbij deelnemende bestuurs- en planningsorganen, bijvoorbeeld gemeentebesturen of planologische diensten, zich verbinden aan IBA doelstellingen. De IBA organisatie heeft een IBA-mandaat voor haar projecten, waarbij kortere lijnen mogelijk zijn in de projectorganisatie en waarbij het experiment niet geschuwd wordt. Een IBA implementeert daarmee een vorm van gedeeld leiderschap. Aan het hoofd van een IBA organisatie staat vaak een aansprekend boegbeeld, met een wetenschappelijke statuur en vaak ook met bestuurlijke ervaring. Het gewicht van de IBA, wordt vooral gebruikt om innovatieve en risicovolle projecten mogelijk te maken, om met name bij het middenmanagement dat procedurele beren op de weg ziet of opwerpt ruimte te creren." (Reicher, Uttke, 2011) IBA Emscher Park ging op een gedecentraliseerde en eerder top down manier te werk.

  • 39

    Met gedecentraliseerd wordt bedoeld dat vanuit een gelaagde visie contextafhankelijke, custom made, aparte projecten worden uitgezet, een aanpak die onoverkomelijk was gezien de omvang van het project. Met top down wordt bedoeld dat het project vanuit een centrale visie en initiatief werd ontworpen. "De IBA-Emscher Park organisatie kreeg een meer aanjagende en beoordelende rol, in plaats van een planvormende zoals bij de vorige IBAs het geval was. De initiatieven werden middels open prijsvragen opgehaald. Bewoners werden betrokken, hoewel veel projecten vooral een activerende en stimulerende inzet hadden." (Jasper, 2011) Ook in tegenstelling tot bij zijn voorgangers ging het bij IBA Emscher Park eerder om een proces-georinteerd tentoonstellingsidee in plaats van ht ultieme concept.

    Economische verandering binnen het Ruhrgebied en zodoende meer levens- en woonkwaliteit voor zijn bewoners creren vormde het uitgangspunt voor de IBA Emscher Park. Om dit doel te bereiken waren architecturale, stedenbouwkundige, sociale en ecologische maatregelen nodig.

    Architecturale en stedenbouwkundige maatregelenNiet enkel de industrile architectuur werd tijdens de IBA met het nodige respect behandeld, ook in bestaande tuinsteden en arbeiderswijken werd de woon- en leefkwaliteit opgekrikt. Bewonersparticipatie was essentieel in dit proces. Zo'n 3000tal woningen hebben een grondige renovatie ondergaan. Naast de renovatie van een groot aantal woningen werden ook zo'n 3000 nieuwe woningen gerealiseerd, elk van hen met de grootste aandacht voor ecologische, sociale, stedelijke en esthetische aspecten. 75% van de gerealiseerde woningen kwamen er dankzij financiering van de overheid.

    Sociale maatregelenDe IBA Emscher Park heeft zijn resultaten mede te danken aan de inwoners van het Ruhrgebied. De bewonersparticipatie gedurende het proces was erg groot. Bewoners bouwden mee aan de nieuwe wijken, bedachten ideen voor oude en verlaten gebouwen en werkten actief mee aan de ontwerpen voor de recreatiegebieden, dit allemaal met het grootste respect voor de rijke geschiedenis van het Ruhrgebied. De meest overtuigende en innoverende ideen verkregen financile steun

  • 40

    figuur 16: Gasometer Oberhausen

    van de deelstaat Nordrhein-Westfalen. Dankzij deze initiatieven werd werkgelegenheid gecreerd en ontstond de mogelijkheid tot educatie wat jonge langdurig werklozen een kans gaf op de arbeidsmarkt.

    Ecologische maatregelenDe grootste ecologische maatregel die tijdens de IBA Emscher Park werd getroffen was het hervormen van het Emschersysteem. Voor het beheer van het Emschersysteem werd de coperatieve Emscher Lippe opgericht. Naast het reinigen en renaturaliseren van de rivier en zijn zijstromen werden twee nieuwe efficinte zuiveringsinstallaties geplaatst.

    Thema 2: Groots historisch DNA

    De innovatieve aanpak van herontwikkeling met behoud van waardevolle elementen vinden we ook terug tijdens IBA Emscher Park. De gebouwen van het industrile verleden van het Ruhrgebied krijgen een nieuwe bestemming en worden zo geconserveerd. Die nieuwe bestemming wordt gezocht in de wereld van recreatie en cultuur. Emscher Park barst van de voorbeelden van oude industrile sites die heropgewaardeerd worden aan de hand van herbestemming van gebouwen en omliggende ruimten.

    Zo is er de Gasometer in Oberhausen, een in onbruik geraakte gasmeter - gebouwd eind jaren '20 - die nu dienst doet als ruimte voor exposities, theater en muziek. Onder andere Christo had er ooit installaties. Tussen 1993 en 1994 werd de gasmeter omgebouwd: de gasdrukschijf werd vastgepind zodat een vrije hoogte van 4,5 meter werd bekomen, twee stalen trappen werden genstalleerd die leiden naar een verhoogd podium en een deel van de structuur werd een tribune. De 'kathedraal van de industrie' is nu een landmark voor de stad Oberhausen en een herkenningspunt in de hele regio. De Gasometer maakt deel uit van de Route of Industrial Culture - een thematische toeristische route doorheen het Ruhrgebied - en de European Route of Industrial Heritage - een route die zo'n zestigtal mijlpalen van het industrile verleden van Groot-Brittani, Nederland, Frankrijk, Luxemburg en Duitsland verbindt.

  • 41

    figuur 17: Zollverein Colliery

    figuur 18: Landschaftspark Duisburg Nord

    Ook de Zollverein Colliery is een succesverhaal wat betreft behoud van industrieel erfgoed. In 1986 moet de koolmijn in Zollverein noodgedwongen het werk neerleggen, in 1993 volgt ook de cokesfabriek. De ooit 'Forbidden City' werkte als een magneet voor creatievelingen die in de oude hallen en gebouwen potenties zagen voor hun activiteiten. Ook nu nog worden er allerlei culturele activiteiten ondergebracht in de oude koolmijn en cokesfabriek: een museum, een expositieruimte - beiden gerelateerd aan de geschiedenis van de site - een buurtcentrum, een restaurant, een door zonne-energie aangedreven reuzenrad,... In 2001 werden verschillende relicten v -an de site zelfs opgenomen op de UNESCO werelderfgoedlijst.

    Het befaamde Landschaftspark Duisburg Nord kan uiteraard niet ontbreken in het lijstje van successen binnen de IBA Emscher Park. Ook Duisburg Nord was ooit een bloeiende industrile site - Duisburg Meiderich Ironworks was er actief. Na de crisis verloor ook deze industrile site zijn functie. Bij de transformatie van Duisburg Nord lag de focus eerder op recreatie. In 1994 opent het innoverende landschapspark zijn deuren voor het grote publiek. Gedurende verschillende jaren werd de site langzaamaan verder getransformeerd tot een recreatieoord: ze hebben er onder andere een klimmuur, een glijbaan, veelkleurige nachtverlichting - een verwijzing naar het verleden, een duiktank.,...

    De industrile relicten van het Ruhrgebied werden tijdens IBA Emscher Park niet enkel bewaard omdat herontwikkeling duurzamer is dan sloop en nieuwbouw maar ook omdat ze sterke en karakteristieke beelden opleveren en een nieuwe natuurervaring teweegbrengen.

    Thema 3: Creatieve economie als resultaat van transformatie

    Het aantrekken van creatieve economie vormde geen doel op zich in IBA Emscher Park. Het is echter wel zo dat de karakteristieken van de voormalige industrile gebouwen en constructies, naast een cultureel programma, de specifieke invulling met creatieve economie uitlokte. Getuige daarvan zijn bijvoorbeeld de installaties van Christo in de Gasometer maar ook het feit dat het specifieke karakter van Zollverein Colliery heel wat creatievelingen aantrok die er zich gingen vestigen.

  • 42

    Conclusie

    Verhagen zelf gebruikte Emscher Park als voorbeeld voor de ontwikkeling van de Westergasfabriek. Wat Verhagen meeneemt uit het project is voornamelijk gefocust op economie. Hoe de investeringen in het park, het watersysteem, het herstellen van het industrile erfgoed en nieuwe verbindingen een gunstig klimaat voor een nieuwe economie creerde.

    Wanneer we echter teruggrijpen naar de drie thema's: beleid, historisch DNA en creatieve economie zien we dat deze tijdens de IBA Emscher Park met grote zorgvuldigheid werden behandeld. Dit is grotendeels te danken aan de sterke bewonersparticipatie die tijdens de IBA heeft plaatsgevonden. Het waren bijvoorbeeld de bewoners die ijverden voor het behoud van het industrile erfgoed en er grote potentie in zagen om de eens negatieve betekenis van de steenkoolmijnen en staalindustrie om te zetten in een plek die een positieve, recreatieve en culturele betekenis krijgt voor zijn omgeving. Het behoud van het historische DNA van het Ruhrgebied is de reden van zijn succes. Wie had ooit gedacht dat oude industrieterreinen toeristische trekpleisters zouden kunnen worden? Op vlak van beleid moeten we kritisch tegenover de werkwijze van IBA Emscher Park kunnen staan. De gedecentraliseerde en top down benadering lijkt hier de beste oplossing maar kan zeker niet overal toegepast worden. Kleinschaligere projecten vragen misschien een eerder gecentraliseerde of bottom-up aanpak. Veel hangt af van de schaal van het te herontwikkelen gebied. De deelprojecten van de IBA Emscher Park kunnen in die zin wel een voorbeeld vormen voor vergelijkbare kleinschaligere projecten. IBA Emscher Park heeft zijn succes zeker en vast te danken aan de specifieke aanpak die gehanteerd werd. Een tabula rasa benadering had wellicht niet zo'n succesvol park n een nieuwe, sterke economie teweeggebracht.

  • 43

  • 44

    figuur 19: La Sucrire Casus 3: La Confluence

    Doelshowcase voor 'the City of Tomorrow', internationale ambities Groot Lyon, lokale identiteit creren

    Programmawoningen, kantoren, bedrijvigheid, winkels, publieke voorzieningen, publieke en groene ruimte, drie nieuwe bruggen

    Schaal150 ha

    Reclaimed from the waters in centuries past, this riversidesite is re-embracing its banks and natural environment. The redevelopment is gradually highlighting an outstanding location and unique landscapes. Set to ultimately double thesize of the city centre, this project is a rarity in Europe, a major challenge for the metropolitan area, and an opportunity for its residents.2 (Lyon Confluence, n.d.)

  • 45

  • 46

    La Confluence in Lyon is een herontwikkeling van een voormalig industriegebied en dit tot een volwaardig stadsdeel. Men wil een centrale, aantrekkelijke, drukbezochte plaats creren die een levendige en innoverende kwaliteit uitstraalt. De lokale identiteit die wordt ontwikkeld is gebaseerd op creatieve economie, media, cultuur en recreatie.

    Verloop

    Na het wegtrekken van de industrie wordt nagedacht over de mogelijke herontwikkeling van La Confluence. In 1997 wordt een aanbesteding uitgeschreven die gewonnen wordt door Oriol Bohigas en Thierry Melot. In 1999 wordt het contract echter verbroken omwille van een snelle overschrijding van het voorziene budget. Vervolgens wordt, in 2001, SEM Lyon Confluence opgericht voor een stadsuitbreidingsproject gesitueerd op de site van La Confluence. In 2003 wordt de overeenkomst met SEM Lyon Confluence voor de herontwikkeling ondertekend. De projectontwikkelaars voor fase 1 worden in 2004 gekozen. In 2005 kunnen dan de werken voor fase 1 van start gaan. De opening van Maison de la Confluence, een informatiecentrum on site, volgt in 2006. In 2008 wordt SEM Lyon Confluence SPLA Lyon Confluence, het eerste lokaal ontwikkelingsbedrijf in volle publieke eigendom in Frankrijk. Herzog & de Meuron en Desvigne worden in 2009 gekozen voor het masterplan voor de tweede fase van La Confluence. Er wordt ook een participatief controleorgaan opgericht. Dit controleorgaan heeft een louter reflectieve functie. Ook in 2009 wordt een ideenoproep gelanceerd voor de herbestemming van de gevangenissen van Saint-Joseph en Saint-Paul die, samen met de markt naar Corbas verhuisden. In 2010 wordt het masterplan voor fase 2, ontworpen door Herzog & de Meuron en Desvigne, goedgekeurd en wordt een overeenkomst met WWF Frankrijk gesloten. Het ontwerp krijgt een herziening in 2011. En in 2012 volgt tenslotte de verkoop van de eerste gronden van de tweede fase van de herontwikkeling. La Confluence is momenteel nog volop in ontwikkeling.

  • 47

    Middelen

    De eerste fase van de herontwikkeling werd gefinancieerd door private investeerders, publieke investeerders, Groot Lyon, Stad Lyon, SYTRAL voor de metro, de provincieraad voor het museum en de regionale raad.

    Thema 1: Publiek beleid

    Tijdens het mandaat van burgemeester Grard Collomb, vanaf 2001, ontstaat een publiek-publieke samenwerking die de ontwikkeling van La Confluence op zich neemt, SEM (Socit d'Economie Mixte) Lyon Confluence. Vermoedelijk heeft de gemeente zijn lessen getrokken uit voorgaande stedelijke ontwikkelingsprojecten en deze keer bewust gekozen voor een 100% openbaar bestuur. Het betreft hier een samenwerking tussen Groot Lyon en een naamloze vennootschap met overheidskapitaal. Hoewel de samenwerking een 100% openbaar bestuur had werd het project gefinancieerd aan de hand van private investeringen. De private investeerders hadden niet alleen een financieel ondersteunende rol voor de stedelijke ontwikkeling maar kregen ook een grote invloed op het ontwikkelingsbeleid dat in La Confluence werd gevoerd. De Gemeente ziet SEM Lyon Confluence als een krachtige tool om de ontwikkeling van La Confluence te beheren en te onderhandelen met de verschillende private investeerders. In 2005 komt er echter een verordening die verklaart dat in de toekomst alle aanbestedingen van overheidsopdrachten en -contracten moeten gebeuren aan de hand van procedures van concurrende biedingen en publiciteit. Deze verordening heeft ook zijn effect op SEM Lyon Confluence. Dit kan betekenen dat, door deze concurrende biedingen, via een aanbesteding een andere kandidaat moet worden gekozen dan diegene die SEM Lyon Confluence voor ogen had. Een nieuwe wet, die van 13 Juli 2006, biedt Groot Lyon echter de mogelijkheid SPLA (Socit Publique Locale d'Amnagement) Lyon Confluence op te richten. Deze nieuwe vorm van naamloze vennootschap is in staat 100% publiek kapitaal te creren. Voor deze vorm van vennootschap zijn geen procedures van concurrende biedingen en publiciteit vereist bij een aanbesteding.

  • 48

    figuur 20: La Sucrire

    figuur 21: Selcius

    Voor de uitvoering van de stedelijke ontwikkeling van La Confluence heeft Groot Lyon twee ZAC's (Zone d'Amnagement Concert) of ontwikkelingszones gecreerd. Een ZAC is een vorm van publiek-private samenwerking die in het verleden reeds veel succes kende. Aan de hand van de ZAC wil men de publieke investeringen terugverdienen door private investeerders aan te trekken met een financieel aantrekkelijk aanbod, dat tegelijk een break-even voor de publieke investeringen betekent. Er zijn dus slecht twee grote spelers in het verhaal van La Confluence. Enerzijds het openbare bestuur en anderzijds de private investeerders. Buurtbewoners en/of toekomstige bewoners en gebruikers kunnen terecht in Maison de la Confluence voor meer informatie over het stedelijk ontwikkelingsproject. Maison de la Confluence bevindt zich in een voormalig marktgebouw en bevat een tentoonstelling over de herontwikkeling van La Confluence.

    Thema 2: Herbestemming historisch DNA

    In de eerste fase van de herontwikkeling werden verschillende oude gebouwen van Port Rambaud behouden waaronder La Sucrire, Les Salins, en het Espace Group complex. Deze werden herbestemd tot ruimtes voor recreatie, cultuur en bedrijvigheid.

    Een eerste gebouw van Port Rambaud dat werd behouden is La Sucrire. Het Magasin Gnral des Sucres werd in 1930 opgericht en ingezet als opslagplaats voor suiker. In 1990 werd het gebouw echter verlaten. Nu bevat de voormalige opslagplaats een mix aan functies: polyvalente ruimtes voor tentoonstellinge, concerten, shows, musea, conventies en congressen, een museum, kantoren en een club.

    Naast La Sucrire werd ook een andere opslagplaats behouden en herbestemd. Les Salins, een voormalige opslagplaats voor zout werd getransformeerd tot restaurant Selcius. Selcius biedt ruimte zowel voor het grote publiek, als voor groepen en zakelijke evenementen.

  • 49

    figuur 22: Espace Group complex

    figuur 23: Espace Kitchener en bas-port Rambaud

    figuur 24: Halle aux Fleurs

    Het Espace Group complex tenslotte is het nieuwe hoofdkwartier van de Franse mediagroep Espace Group. De Espace Group vestigde zijn nieuwe hoofdkantoor in oude pakhuizen van Port Rambaud. Het is voornamelijk de faade van de pakhuizen die onder handen werd genomen door toevoeging van een lichtgevende dubbele gevel. In de voormalige pakhuizen bevinden zich nu kantoren en opnamestudio's.

    Naast het behoud van verschillende gebouwen loopt er ook een project, geniteerd door Groot Lyon in 2002, dat de stad wil bijstaan om zijn rivieren te reclaimen. Een deel van dit project krijgt vorm onder de noemer 'Rives de Sane' en behandelt de connectie tussen Lyon en de Sane. Het proces van het reclaimen zal deels met de hulp van kunstenaars gebeuren. Het doel is het teruggeven van de Sane aan de inwoners van Lyon. Een eerste deel van het Rives de Sane project is een 11km lang pad dat start ter hoogte van La Confluence. Het doel is de natuur opnieuw de stad binnen te brengen en zo opnieuw biodiversiteit te creren. Het project bestaat uit verschillende sequenzen waarvan Espace Kitchener-Marchand en bas-port Rambaud, ter hoogte van La Confluence, er n is. Over een lengte van ongeveer 1,2 km volgen, in dit deel van het traject, drie sequenzen elkaar op: in het zuiden het nieuwe theater en Sane park, centraal de residentile zone met huisboten en in het noorden de infrastructurele knoop van het Perrache station. Het ontwerp voor dit deel van het project werd uitgewerkt door Georges en Julien Descombes. Eerder maakten zij al een ontwerp voor de Place Nautique en het Sane Park. In samenspraak met SPLA Lyon Confluence zoeken zowel de architecten als het team van kunstenaars naar een manier om continuteit langsheen het pad te verzekeren zodat er een aantrekkelijke route ontstaat tussen het oude en nieuwe gedeelte van Lyon.

    In fase 2 van de herontwikkeling wordt 30% van de voormalige markthallen behouden. Deze markthallen krijgen een nieuw programma met woningen, kantoren, winkels en publieke voorzieningen.

    De rubberhal, de Girard hal en de bloemenhallen zijn architecturaal gezien de meest kwalitatieve hallen. Deze hallen zullen worden gerenoveerd en, voor een deel, ruimte bieden aan Maison de la Danse.

  • 50

    figuur 25: Campus Saint Paul

    Daarnaast worden ook andere, kleinere hallen, getransformeerd. Hal C6 zal een scholencomplex worden en hal C5 biedt ruimte aan SPLA Lyon Confluence. Het toegangsgebouw wordt nu reeds ingezet als concertzaal en zal in de toekomst ook ruimte bieden aan vzw's.

    Naast deze gebouwen werden ook de gevangenissen van Saint Joseph en Saint Paul herbestemd. De gevangenissen kregen een nieuw programma onder de vorm van een universiteit, woningen en kantoren.

    Thema 3: Creatieve economie als brandingtool

    In 2003 vond de Lyon Biennale for Contemporary Art deels plaats in La Sucrire. Dit evenement luidde de start van het herontwikkelingsproject van La Confluence in en wilde sitebekendheid teweegbrengen. De Lyon Biennale for Contemporary Art vindt vanaf dan telkens een plaatsje in La Sucrire. Naast dit grootschalige evenement krijgen ook andere creatieve en culturele events een kans in La Sucrire. Hoewel er zich in het gebouw, en op de rest van de site, heel wat kantoren bevinden worden bedrijven binnen de creatieve economie niet rechtstreeks als doelgroep aangehaald. In een ander deel van het projectgebied, genaamd Le Champ, worden wel ruimtes voor creatieve economie en cultuur voorzien. Dit deel van La Confluence moet echter nog worden gerealiseerd. Momenteel bevindt er zich een groep creatievelingen in de Halle aux Fleurs maar zij moeten weldra plaats ruimen voor het geplande programma.

    Conclusie

    Hoewel het doel van het project het creren van een lokale identiteit gebaseerd op creatieve economie, media, cultuur en recreatie is wordt creatieve economie amper ingezet in het geplande programma. Het label creatief wordt louter gebruikt voor de branding van de site. Het spreekt mensen aan en lokt nieuwsgierigheid uit. Op vlak van beleid is er ook geen enkele aanwijzing dat er een overleg heeft plaatsgevonden met mensen uit het creatieve netwerkspoor. Het hele project is top-down gepland en bevat dus geen bemiddeling tussen de creatievelingen en het

  • 51

    formeel-bestuurlijk en planologisch spoor. Het is vermoedelijk ook nooit echt de intentie van Groot Lyon geweest een plaats te geven aan creatieve economie. Het gaat hier om een stedelijk herontwikkelingsproject dat zich als creatief wil profileren voor publiciteit. Creativiteit krijgt hier een andere betekenis.

    In het project Rives de Sane daarentegen wordt creatieve economie onder de vorm van kunstenaars ingezet in het ontwerp van de oevers. Het gaat hier echter enkel om het verwezenlijken van kunst en niet het creren van ruimtes voor creatieve economie. Toch is de ontwikkeling van de oevers van de Sane belangrijk voor Lyon. Het reclaimen van de oevers versterkt de identiteit van de stad en geeft de rivier opnieuw betekenis.

  • 52

    Deel 4: Conclusie

    Thema 1: Beleid

    Op vlak van beleid blijft, na analyse van de verschillende casussen, duidelijk dat communicatie en participatie uiterst belangrijk zijn. Een louter top-down manier van werken is niet langer realistisch. Het sterk betrekken van het creatief netwerkspoor op het formeel-bestuurlijk en planologisch spoor heeft een duurzaam resultaat tot gevolg.

    In de Westergasfabriek was er, dankzij Projectbureau Westergasfabriek onder leiding van Evert Verhagen, een nauwe samenwerking tussen het creatief netwerkspoor en het formeel-bestuurlijk en planologisch spoor. De herontwikkeling werd genitieerd vanuit buurtbewoners en zowel zij, als potentile toekomstige huurders, kregen een stem tijdens het proces. Ook in Emscher Park was er een sterke graad van participatie. In dit geval zelfs tot op het punt van cocreatie. Buurtbewoners werkten fysiek en mentaal mee aan bepaalde projecten binnen de herontwikkeling. Tijdens de ontwikkeling van La Confluence was en is er nauwelijks sprake van participatie. Enkel la Maison de la Confluence verstrekt informatie over het lopende project. In het Rives de Sane project wordt wel de hulp van enkel kunstenaars ingeschakeld voor het reclaimen van de oevers van de Sane. Zij krijgen de kans hun eigen stempel te drukken binnen dit project maar het effect hiervan blijft eerder beperkt.

  • 53

    Thema 2: Historisch DNA

    Het behoud van historisch DNA blijkt in alle casussen evident. De meest duurzame en effectieve manier om dit historisch DNA te behouden is herbestemming. Een zorgvuldige maar minimale renovatie houdt het historisch DNA in stand en geeft het opnieuw betekenis.

    Het historisch DNA van de Westergasfabriek bevat, na zorgvuldige renovatie, een diversiteit aan ruimtes waar verschillende functies neergestreken zijn. Naast flexibele kantoor- en bedrijfsruimtes is er ook ruimte voor horeca en uitgaan. Het historisch DNA van de Westergasfabriek biedt ruimte voor creatieve en culturele activiteiten. Ook in Emscher Park kregen de historisch waardevolle gebouwen een creatieve en culturele invulling. Hier is zowel het historisch DNA als de schaal waarop deze creatieve en culturele functies werken groter dan in de Westergasfabriek. Het historisch DNA in La Confluence krijgt verschillende nieuwe functies toebedeeld. Sommige van de gebouwen bieden ook ruimte aan voornamelijk culturele activiteiten. Maar er worden ook andere functies zoals kantoren, een universiteit en publieke voorzieningen in de historisch waardevolle gebouwen ondergebracht.

  • 54

    Thema 3: Creatieve economie

    Creatieve economie blijkt een grotere potentie te hebben dan louter voor branding. Het inzetten van creatieve economie in functie van herontwikkeling en het behoud van historisch DNA is effectief en duurzaam. Het toevoegen van creatieve economie heeft ook zijn effect op de omgeving. Het is een katalysator voor stedelijke ontwikkeling.

    In de Westergasfabriek werd creatieve economie ingezet als tijdelijke invulling voor het tegengaan van leegstand van de gebouwen en het verwerven van sitebekendheid. De creatieve economie bleek echter een succesvolle invulling en kreeg een vaste plaats. Tot op de dag van vandaag biedt de Westergasfabriek ruimte aan creatieve ondernemingen. In Emscher Park zien we het omgekeerd verhaal. De herontwikkelde industrile sites trekken zelf creatieve en culturele functies aan. La Confluence is een buitenbeentje en gebruikt creatieve economie enkel als branding en biedt er nauwelijks ruimte voor.

  • 55

  • 56

    figuur 26: Sugar City

  • 57

    II ANALYSE AMSTERDAM-WEST

    In dit hoofstuk wordt het projectgebied op verschillende manieren geanalyseerd. Als eerste volgt een korte situering van het projectgebied binnen de Amsterdamse Metropoolregio op geografisch vlak. Daarna volgt een historische duiding van verschillende belangrijke plaatsen die het projectgebied vorm geven. De Haarlemmertvaart, Sugar City, de Westergasfabriek en volkstuinparken worden doorgelicht. In een situering op beleidsmatig en planologisch vlak komen de structuurvisie, Amsterdam 2040, en de voedselvisie, Voedsel en Amsterdam, aan bod. Vervolgens krijgen we een kwalitatieve analyse van het projectgebied, gebaseerd op observaties ter plaatse. Deze gevarieerde analyse bepaalt, samen met het eerder geziene theoretische kader, de visie, strategie en ruimtelijke uitwerking van Amsterdam-West.

  • 5858

    fi guur 27: projectgebied Amsterdam-West

  • 5959

  • 60

    fi guur 28: projectgebied

  • 61

  • 62

    figuur 29: I amsterdam Westergasfabriek

  • 63

  • 64

    WestergasfabriekSugar City

    fi guur 30: projectgebied en centrum Amsterdam

  • 65

    Deel 5: Situering in Metropoolregio Amsterdam

    figuur 31: AUP

    Geografische situering

    Het projectgebied situeert zich in het Westen van Amsterdam. Het begin en het einde van het gebied wordt bepaald door twee industrile sites: de Westergasfabriek, die zich vlak bij het historisch centrum bevindt, en Sugar City, dat in de Gemeente Halfweg is gelegen. Tussen deze twee voormalige industrile sites loopt de Haarlemmervaart.

    Ten noorden van de Haarlemmervaart ligt de Brettenscheg, een groene scheg die ter hoogte van Sloterdijk onderbroken wordt door hoogbouwkantoren. De Brettenscheg bevat, ter hoogte van de Haarlemmervaart, enkele volkstuinparken en een sportpark. Ook Westerpark, het park langs de Westergasfabriek maakt deel uit van de Brettenscheg.

    Ten zuiden van de Haarlemmervaart vinden we overwegend residentile zones. Een groot deel van deze residentile wijken werd gepland in het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) Van Eesteren. Nabij Sugar City gaan de residentile wijken over in een recreatieve groenzone, Tuinen van West.

  • 66

    fi guur 32: Sugar City en Westergasfabriek

    Sugar City

    108.000 vierkante meter56 bedrijven

    Amsterdam 10 minuten met auto 5/10 minuten met openbaar vervoer

    1862 opening Suikerfabriek Holland

    1992 sluiting Suikerfabriek Holland

    2000 herontwikkeling onder leiding van Cobraspen Vastgoedontwikkeling BV2004 plannen woon- en werkruimtes kunstenaars2011 plannen megacomplex la Uplace2012 plannen Outletcenter2015 plannen Outletcenter krijgen defi nitief groen licht enkel Suiker Silo's en Pakhuis herontwikkeld Middenfabriek en Puntloods ingezet voor events

  • 67

    Westergasfabriek

    145.000 vierkante meter43 vaste huurders

    Amsterdam 2 minuten met auto 5 minuten met openbaar vervoer

    1885 opening Westergasfabriek1967 sluiting Westergasfabriekeind jaren '80 eerste aanzet herontwikkeling vanuit buurtbewoners1992 tijdelijke invulling met creatieve economie1997 start herontwikkeling1999 samenwerkings- en erfpachtovereenkomst huurders

    2015 succesvolle creatieve en culturele hotspot

  • 68

    Van Westergasfabriek 2.0 ...figuur 33: krantenartikel Sugar City 2004

  • 69

    ... naar kledijdump. figuur 34: krantenartikel Sugar City 2012

  • 7070

    fi guur 35: krantenartikel Westergasfabriek 1993

    Van bedreigd historisch DNA ...

  • 71

    figuur 36: Westergasfabriek overlijd aan de gevolgen van ernstige bezuinigingen door Jamie Smit... naar culturele hotspot.

  • 72

    fi guur 38: Factory Outlet

    fi guur 39: ontwikkeling Sugar City

    fi guur 37: Sugar City en Westergasfabriek

    Voormalig industrile site Sugar City in ontwikkeling

    De voormalige suikerfabriek die zich aan het einde van de Haarlemmervaart bevindt, als tegenpool van de Westergasfabriek, is momenteel in handen van Cobraspen Vastgoedontwikkeling BV. Deze willen op de site ruimte voorzien voor actieve vrije tijd. Zoals ook al opgenomen in de eerste plannen van Sugar City, zal er op het voormalige terrein van de Suikerfabriek Holland in Halfweg een volume van ongeveer 108.000 m aan nieuwe functies worden gerealiseerd. Deze nieuwe functies komen deels in nieuw te realiseren gebouwen, maar deels ook in de al bestaande gebouwen met een industrile uitstraling. Wel is de soort functies dat gerealiseerd gaat worden in de afgelopen jaren onder druk van de economische recessie aangepast. Zo zijn de kantoren (grotendeels) en de mega-bioscoop uit de plannen verdwenen en is het thema actieve vrije tijd er voor teruggekomen.14 (Cobraspen Vastgoedontwikkeling BV, n.d.) Het geplande megacomplex zal, na uitvoerig marktonderzoek, dan toch niet als aanvankelijke gepland doorgevoerd worden. Wel wordt de site nog steeds opgevuld met een eerder stedelijk programma als horeca, winkels, kantoren, een hotel, etc. De impact van dit programma op zijn (natuurrijke) omgeving is momenteel nog onduidelijk. Het is voor de buurtbewoner en Amsterdammer echter wel duidelijk dat het geplande programma de site van oude suikerfabriek geen eer aan doet. Arjan Klok, hoofd masteropleiding Stedenbouw op de Academie van Amsterdam, noemt het zelfs een schande dat dergelijk historisch waardevolle plek een 'dumpplaats' (outlet) voor kledij wordt. 14 Cobraspen Vastgoedontwikkeling BV. (n.d.) Sugar City: over ons. Geraadpleegd op http://www.sugarcity.com/nl/about-us

  • 73

    Creatieve en culturele hotspot Westergasfabriek

    De Westergasfabriek werd, na een lang proces, d creatieve hotspot in Amsterdam-West. Naast eigenzinnige horecazaken en winkeltjes vind je er ook kleine kantoren waar creatieve bedrijven zich hebben genesteld. De voormalige fabriekssite vormt ook vaak het decor voor groot- en kleinschalige evenementen en festivals. De Westergasfabriek leeft , en hoe. De site met gerenoveerde gebouwen en een nieuw stadspark werkt niet enkel op het niveau van de wijk maar heeft ook invloed op het niveau van de stad, het land en zelfs internationaal. De Westergasfabriek stelt een voorbeeld voor andere landen wat betreft de reconversie van industrile sites en ruimte bieden aan creatieve economie. Na Emscher Park kijkt iedereen nu naar het Nederlandse voorbeeld. In 2004 werd het congres Creativity and the City georganiseerd op de site. Onder andere Richard Florida verzorgde tijdens dit congres een lezing. Van toen af aan waren alle ogen op Amsterdam gericht. Het project van de Westergasfabriek heeft zeker en vast invloed gehad op zijn omgeving. Amsterdam-West is nu een creatieve broedplaats, meer dan andere stadsdelen buiten het centrum.

  • 74

    Deel 6: Historische duiding

    figuur 40: Haarlemmertrekvaart 1746

    figuur 41: trekschuit op de Haarlemmertrekvaart

    Haarlemmertrekvaart, verbinding tussen Haarlem en Amsterdam

    In 1631 valt het besluit bij de steden Amsterdam en Haarlem om een trekvaart tussen beiden aan te leggen. Voorheen liep de voornaamste vaarweg tussen beiden over het Ij. De landweg die de steden verbond werd begin 16e eeuw overspoeld door het Haarlemmermeer. Een vlottere verbinding dan de Spaarndammerdijk tussen Amsterdam en Haarlem was dus gewenst. De in 1632 voltooide Haarlemmertrekvaart werd de eerste in Holland. De trekvaart liep in die tijd in een rechte lijn tussen de Haarlemmerpoort en de Amsterdamse Poort. Halverwege de Haarlemmertrekvaart bevond zich een sluizencomplex. Reizigers moesten er bijgevolg overstappen. Het sluizencomplex ligt aan de oorsprong van het dorp Halfweg. Het begon met enkele herbergen en groeide uit tot een volwaardig dorpje.

    Een trekvaart werd bevaren door trekschuiten, kleine boten voornamelijk gebruikt voor het vervoer van reizigers. Een trekschuit leent zijn naam aan het feit dat de boot vanaf de wal werd voortgetrokken door een paard of mensen. Het jaagpad, of pad van waar de trekschuit werd getrokken, langs de Haarlemmertrekvaart werd in 1762 verhard en is nu de Haarlemmerweg. Langs deze weg en trekvaart verscheen in de 17e en 18e eeuw in beperkte mate bebouwing. In de 19e eeuw vestigde ook de industrie zich er en in 1883 vond de Westergasfabriek een plaatsje langs de Haarlemmertrekvaart.Tot de 19e eeuw vormde de Haarlemmertrekvaart de voornaamste vorm van openbaar vervoer

  • 75

    figuur 42: Gemeenlandshuis Swanenburg 1700

    figuur 43: Westergasfabriek 1903

    tussen Amsterdam en Haarlem. Met de komst van de spoorwegen raakt de trekvaart echter overbodig. Momenteel ligt de Haarlemmervaart er betekenisloos bij.

    Van kasteel tot suikerfabriek

    Bij het ontstaan van Halfweg werd in 1648 het Gemeenlandshuis Swanenburg gebouwd. Gezien het uiterlijk van het gebouw werd het ook wel Kasteel Swanenburg genoemd. In 1862 werd het Gemeenlandshuis onderdeel van de Suikerfabriek Holland. Tot 1950 stonden er de verdampingsketels in opgesteld. De suikerfabriek sloot de deuren in 1992. Sinds 2000 is de voormalige fabriek, onder leiding van een projectontwikkelaar, getransformeerd naar onder andere kantoren. De site is nu nog volop in ontwikkeling.

    Westergasfabriek als licht voor de stad

    In 1885 wordt de bouw van de Westergasfabriek, in opdracht van de Imperial Continental Gas Association (ICGA), afgerond. De fabriek bevindt op een zeer strategische plaats tussen water spoor en toeganswegen. De Westergasfabriek voorzag in het gas voor de stadsverlichting. De gasproductie nam in de loop van de jaren echter geleidelijk af en werd in 1967 definitief stopgezet. Het achtergebleven vervuilde terrein bleef jarenlang een lastig vraagstuk. Het werd als opslag- en werkplaats gebruikt door het Gemeentelijk Energie Bedrijf

  • 76

    figuur 44: tuingroep Nut en Genoegen 1977

    (EGB). 15 Eind jaren '80 wordt de molen in gang gezet die leed tot de huidige toestand van de Westergasfabriek. Creatieve industrie nam er zijn intrek en transformeerde het terrein tot een culturele en creatieve hotspot.

    Volkstuin als persoonlijk productielandschap

    In het begin van de vorige eeuw deed zich een nieuw fenomeen voor langs de Haarlemmervaart: volkstuinparken. Deze verzameling van volkstuinen bevinden zich traditioneel aan de rand van de stad en manifesteren zich in verschillen vormen en maten. Langs de Haarlemmertrekvaart vinden we volkstuinparken Nut en Genoegen, Sloterdijkermeer, De Bretten en De Groote Braak, respectievelijk opgericht in 1920, 1936, 1976 en 1983. Volkstuinen zijn kennelijk een fenomeen van de 20ste eeuw. Ze bieden ruimte voor actieve recreatie. Een volkstuin is een stukje grond waarop men siergewassen en/of groente mag telen en waarop men veelal ook nog een huisje mag plaatsen, waarin men dan kan overnachten in de periode van april tot oktober. Het belangrijkste aspect van een volkstuin is echter "het tuinieren". Als men een volkstuin huurt zal men zich er dus terdege van bewust moeten zijn dat de tuin op de eerste plaats komt.16 (Bond van Volkstuinders, n.d.) De volkstuinparken langs de Haarlemmervaart neigen vandaag de dag meer naar kleine buitenverblijven, als vlucht van de drukte van de stad, dan naar actieve moes- of siertuinen.

    15 Westergasfabriek BV. (n.d.). Geschiedenis. Geraadpleegd op http://www.westergasfabriek.nl/westergasfabriek/geschiedenis16 Bond van Volkstuinders. (n.d.). Volkstuinen. Geraadpleegd op http://www.bondvanvolkstuinders.nl/index.php?menu=2&stijl=1&id=258

  • 77

  • 78

    Deel 7: Beleidsmatige en planologische situering

    Ontwikkelingsbeeld 2040

    In navolging van Structuurvisie Randstad 2040 en Ontwikkelingsbeeld Metropoolregio 2040 ontwikkelde de Gemeente Amsterdam Structuurvisie Amsterdam 2040, gepubliceerd in maart 2011. Uit deze structuurvisie vloeide ook een voedselvisie voort: Voedsel en Amsterdam, een voedselvisie en agenda voor de stad, gepubliceerd op 22 december 2014. Samen met de Creatieve Radiaal West hebben deze visies hun invloed op de toekomst van Amsterdam-West. Ook de groene scheggen, of hoe Amsterdam een lobbenstad is en moet blijven, hebben een niet te verwaarlozen invloed op het gebied. Daarnaast is ook een analyse van de huidige toestand op vlak van creatieve economie noodzakelijk. Hier komen de Westergasfabriek, de vele broedplaatsen en Sugar City aan bod.

    Vanuit de Structuurvisie Randstad 2040, die, binnen de noordelijke Randstad Amsterdam, Almere en Utrecht als de 3 hoekpunten voor verstedelijking ziet, wordt een ontwikkelingsbeeld voor deze Noordvleugel opgesteld. Het ontwikkelingsbeeld tracht te antwoorden op volgende vraag: Hoe kan de netwerkregio Noordvleugel zich ontwikkelen tot een Europese metropool in 2040? Behoud en versterking van de internationale concurrentiepositie noodzaakt de Noordvleugel van de Randstad als belangrijke trekker van de Nederlandse economie zich in de komende decennia te ontwikkelen tot een Europese metropool. Het succesvol verder ontwikkelen van de Noordvleugel moet gericht zijn op

  • 79

    het creren van een hoogwaardig en duurzaam leef- en woonmilieu waar bedrijven, bewoners en bezoekers zich graag willen vestigen en willen verblijven.17 (Regiegroep Noordvleugel 2040, 2008) Het Ontwikkelingsbeeld voor de Noordvleugel heeft 4 doelstellingen. Een eerste doelstelling is de intensivering en transformatie van het stedelijk gebied, dit met aandacht voor voldoende aanbod van bedrijfslocaties. Daarnaast beoogt men een betere interne en externe bereikbaarheid door in te zetten op regionaal openbaar vervoer. Het ontwikkelen van het metropolitane landschap is een derde doelstelling. En last but not least: het bekomen van een duurzame en klimaatbestendige stad. Deze 4 doelstellingen vormen de basis voor de Structuurvisie Amsterdam 2040.

    Uitrol centrumgebied en verweving metropolitaan landschap en stad, Amsterdam 2040

    Amsterdam economisch sterk en duurzaam. Het motto van de structuurvisie spreekt voor zich. Amsterdam wil zijn economie verder versterken. Een stad met een sterke economie is immers een aantrekkelijke stad. Duurzaamheid is dan weer een doelstelling waar geen enkele (groot)stad nog onderuit kan. Binnen dit motto stelt de Gemeente Amsterdam enkele pijlers voorop.

    17 Regiegroep Noordvleugel 2040. (2008). Ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040. Geraadpleegd op www.metropoolregioamsterdam.nl

  • 80

    Intensivering grondgebruikEen eerste pijler is de intensivering van het grondgebruik, ofte densifiren. Monofunctionele gebieden moeten worden getransformeerd tot woon-werkgebieden, de woningvoorraad, en dus ook voorzieningen, moeten worden uitgebreid en men moet investeren in de openbare ruimte. Dit alles zonder het bestaande landschap aan te tasten. Om de economische motor goed te laten functioneren in het belang van de Nederlandse economie is het noodzakelijk de mensen die de motor draaiende houden te huisvesten. Een keuze om deze huisvesting buiten Amsterdam en de metropoolregio op te vangen is wat ons betreft de verkeerde weg.18 (Gemeente Amsterdam, 2011)

    Samenhangend OV-netwerkEen samenhangend OV-netwerk is een tweede belangrijke pijler. Er moet een regionaal OV-netwerk op schaal van de metropool worden genstalleerd. De groei van de stad moet ook worden gekoppeld aan bestaande en in ontwikkeling zijnde OV-lijnen.

    Inrichting publiek domeinEen derde pijler behandelt het publiek domein, meer bepaald de inrichting ervan. Voornamelijk in het dense weefsel binnen de A10 moet het publieke domein optimaal worden benut. Deze maatregel mag echter niet ten koste van de auto gaan. Het autovrij maken van Amsterdam is geen doelstelling.

    Aantrekkelijk groen en waterAantrekkelijk groen en water kan niet ontbreken in het lijstje. Groen is, naast een stimulans voor het algemene welzijn, ook een belangrijke economische factor. Groen en water zijn troeven die Amsterdam in handen heeft maar nog niet optimaal uitspeelt. Investeren in de beleving en gebruiksmogelijkheden van dit groen-blauwe netwerk zal een sterk positief effect hebben. Het groen en water in en rondom de stad moet aantrekkelijker worden voor de Amsterdammer, in de wetenschap dat het gebruik ervan alleen maar toeneemt en een steeds belangrijker rol vervuld voor het welzijn van de bewoners en voor bedrijven om zich hier te vestigen; groen is een belangrijke economische factor geworden.19 18 Gemeente Amsterdam. (2011). Structuurvisie Amsterdam 2040: Economisch sterk en duurzaam. Geraadpleegd op http://www.amsterdam.nl/gemeente/organisatie/ruimte-economie/ruimte-duurzaamheid/ruimte-duurzaamheid/publicaties/publicaties/structuurvisie/structuurvisie/,19 Gemeente Amsterdam. (2011). Structuurvisie Amsterdam 2040: Economisch sterk en duurzaam. Geraadpleegd op http://www.amsterdam.nl/gemeente/organisatie/ruimte-economie/ruimte-duurzaamheid/ruimte-duurzaamheid/publicaties/publicaties/structuurvisie/structuurvisie/

  • 81

    figuur 45: ecologische structuur

    (Gemeente Amsterdam, 2011) Het aantrekkelijker maken van de bestaande groen- en waterstructuur speelt in op beide delen van het motto van de structuurvisie, economisch sterk en duurzaam. Wonen en werken in een aangename groene omgeving haalt de levenskwaliteit sterk omhoog. Hoewel Amsterdam reeds heeft ingezet op aantrekkelijk groen in en rond de stad, is er nog steeds ruimte voor verbetering. De groene scheggen of groene vingers die Amsterdam tot een lobbenstad maken bereiken nog niet het gewenste resultaat. De Amsterdamse scheggen hebben een hoge waardering en een groeiend gebruik. Ten opzichte van de parken bieden ze rust, ruimte en schaal. Toch scoren elementen als rust en diversiteit van het groen in en rond Amsterdam beneden het Nederlandse gemiddelde.20 (Gemeente Amsterdam, 2011)

    Deze kaart toont de ecologische structuur in en rond Amsterdam. Binnen het gebied van Amsterdam-West worden verschillende op te heffen knelpunten gesignaleerd. Deze knelpunten situeren zich voornamelijk ter hoogte van infrastructurele knooppunten. Het behandelen van deze probleempunten moet bijdragen tot het verkrijgen van aantrekkelijker groen voor Amsterdam.

    Het is overbodig te zeggen dat Amsterdam, en op grotere schaal Nederland, onlosmakelijk met water verbonden is. De Amsterdamse grachten zijn wereldberoemd. De stad bevat echter nog meer 'waterpotentieel' dat tot nog toe niet wordt benut. Amsterdam heeft met het huidige watersysteem een sterke troefkaart in handen: het heeft een prachtige waterstruc