Extranet HvA Onderwijs en Opvoeding … · Web viewDe (vak)didactisch competente leraar ontwerpt...

of 25 /25
1 Hogeschool van Amsterdam 2014-2015 Domein Onderwijs en Opvoeding Vakdidactisch Dossier Lerarenopleiding Gezondheidszorg en Welzijn Rob Ruijken 21 november 2014 Vakdidactisch Dossier Gezondheidszorg en Welzijn

Embed Size (px)

Transcript of Extranet HvA Onderwijs en Opvoeding … · Web viewDe (vak)didactisch competente leraar ontwerpt...

Hogeschool van Amsterdam2014-2015

Domein Onderwijs en Opvoeding

Vakdidactisch Dossier

Lerarenopleiding

Gezondheidszorg en Welzijn

Rob Ruijken

21 november 2014

Inhoudsopgave Pagina

Inleiding3

1. Het vakdidactisch dossier als onderdeel van het portfolio3

2. Vakdidactiek en de Kennisbasis Gezondheidszorg en Welzijn 4

3. Beschrijving en de doelen van de vakinhoudelijke en (vak)didactische competentie4

3.1 Hoofdfase bekwaam (leerjaar 1)5

3.2 Afstudeerbekwaam (leerjaar 2 en 3)6

3.3 Startbekwaam (leerjaar 4)7

4. Wat wordt er van de student verwacht?11

5. Verantwoording van producten 14

6. Beoordelingsformulier vakdidactisch dossier vakgebied G&W15

Bijlage 1. Kennisbasis G&W, thema 1116

Bijlage 2. DLWO portfolio18

Inleiding

De lerarenopleiding Gezondheidszorg en Welzijn (G&W) is gebaseerd op drie pijlers. De student volgt GzW-modules binnen de pijler ‘vak’, loopt stage binnen de pijler ’werkplekleren’ en vanuit de pijler Professionele Ontwikkeling (PO)) laat deze zien hoe hij/zijn zich ontwikkelt tot een competente docent Gezondheidszorg en Welzijn. De dwarsverbindingen tussen deze pijlers komen vooral tot stand via de vakdidactiek. In de competentiematrix van de SBL betreft dit Competentie 3.[footnoteRef:1] [1: SBL-competenties: …..]

Vakdidactische kennis en vaardigheden vanuit Gezondheidszorg en Welzijn zijn gerelateerd aan lesgeven in de onderbouw van het voortgezet onderwijs (VO), waar lessen worden verzorgd voor het vak Verzorging of het leergebied Mens en Natuur. In de bovenbouw van het vmbo sector Zorg en Welzijn waar leerlingen vaak op een Zorgplein les krijgen en begeleid worden of in het MBO waar leerlingen in verschillende zorg- en welzijnsopleidingen competenties ontwikkelen die een beginnend beroepsbeoefenaar in het zorg- en welzijnswerk op niveau 2-3-4 nodig heeft.

Met ingang van het studiejaar 2014-2015 werken de tweedegraads lerarenopleiding met het zogenaamde Vakdidactisch dossier, een instrument waarmee je laat zien hoe je vakdidactische competenties zich ontwikkelen. Het Vakdidactisch dossier is een onderdeel van het portfolio op de DLWO[footnoteRef:2]. De instituuts- /stagebegeleider kan op deze wijze een goed beeld vormen van de ontwikkeling van de vakdidactische competenties van de student en neemt dit mee in de beoordeling van de verschillende stages die de student loopt tijdens de studie. In dit document beschrijven we verschillende aspecten van het Vakdidactisch dossier: de relatie met de vakdidactische competentie, de verschillen tussen de verschillende opleidingsfases[footnoteRef:3], voorbeelden van relevante vakdidactische materialen en middelen, hoe je dit onderbouwt en op welke wijze dit geëvalueerd wordt. [2: Zie bijlage Portfolio binnen DLWO] [3: We starten met Hoofdfasebekwaam, later wordt daaraan toegevoegd de paragraaf Lio-bekwaam en Startbekwaam. ]

1. Het vakdidactisch dossier als onderdeel van het portfolio

Het vakdidactisch dossier is een vast onderdeel van het portfolio. In elk studiejaar/ opleidingsfase wordt hieraan gewerkt. Met het vakdidactisch dossier wordt getoond op welke wijze de student inhoud geeft aan het leraarschap in het vakgebied Gezondheidszorg en Welzijn. Het vakdidactisch dossier bestaat in elk geval uit de volgende onderdelen:

· Reflectie op de vakdidactische competentie;

· Een visie op het leren en doceren in het eigen vakgebied, in ons geval Gezondheidszorg en Welzijn;

· Archief van vakdidactische producten (producten, ontwikkeld in vakdidactiekcursussen, producten ontwikkeld op de stageschool (lessenseries, lesmateriaal, toetsen, ppt-presentaties).

2. Vakdidactiek en de Kennisbasis Gezondheidszorg en Welzijn (G&W)

Een paar jaar geleden is de Kennisbasis Gezondheidszorg en Welzijn tot stand gekomen. In dit document is de theoretische en methodische kennis van het vak vastgelegd. Hierin worden eisen beschreven die het minimumniveau van kennis aangeven waarover de leraar Gezondheidszorg en Welzijn moet beschikken om bekwaam verklaard te worden. De kennisbasis bestaat uit elf thema’s. Het laatste thema richt op de vakdidactiek van gezondheidzorg en welzijn voor de onderbouw vo, de bovenbouw van het vmbo en het mbo. In bijlage 1 staat weergegeven uit welke elementen dit thema is opgebouwd.

3. Beschrijving en doelen van de vakinhoudelijke en (vak)didactische competentie: SBL competentie 3 G&W

Het vakdidactisch dossier haakt met name in op SBL-Competentie 3: Vak en vakdidactiek. De leraar Gezondheidszorg en Welzijn heeft de verantwoordelijkheid om zijn/haar leerlingen te helpen zich beroepsgerichte kennis, vakkennis en kennis van leergebieden eigen te maken en vertrouwd te worden met de wijze waarop deze kennis wordt gebruikt in het dagelijkse leven en de wereld van het werken. Op deze wijze helpt de leraar leerlingen de school als zinvol en betekenisvol te ervaren, waarbij hij aansluit bij de belevingswereld van kinderen en put uit een modern (vak)didactisch repertoire.

Van de leraar Gezondheidszorg en Welzijn wordt verwacht dat hij zijn didactische verantwoordelijkheid erkent en dat hij op een eigentijdse, professionele, en planmatige manier een krachtige leeromgeving voor de leerlingen tot stand brengt. De (vak)didactisch competente leraar ontwerpt een krachtige leeromgeving, waarbinnen leerlingen zich basiskennis en vaardigheden van vakken en leergebieden eigen maken en vertrouwd worden met de manier waarop deze kennis en vaardigheden in het dagelijkse leven en in de wereld van het werk gebruikt worden. Dit betekent dat de leraar Gezondheidszorg en Welzijn naast theorielessen ook praktijklessen geeft, bijvoorbeeld op een zorgplein, vanuit het onderwijskundig concept leren op een leerplein. De vakbekwame leraar G&W:

· leert leerlingen te leren en te kiezen;

· bevordert hun zelfstandigheid;

· stemt leerinhouden af op de leerlingen;

· houdt rekening met individuele verschillen;

· bepaalt met de leerling diens (individuele) leertraject, met bijvoorbeeld mogelijkheden voor leren in en buiten de school en leren in de context van de beroepsuitoefening;

· daagt leerlingen uit er het beste van te maken;

· helpt hen succeservaringen te bereiken.

Een en ander wordt verder uitgewerkt voor de verschillende fasen van de studie.

3.1Hoofdfasebekwaam (leerjaar 1)

In het eerste leerjaar ontwikkelt de student GzW zich tot het competentieniveau ‘hoofdfasebekwaam’. Dit is competentieniveau 1.

Doelen: de student kan:

· individuele leerlingen en (kleine) groepen helpen in hun leerproces (theoretische kennis en praktische vaardigheden);

· zelf elementaire leersituaties (lessen[footnoteRef:4]) ontwerpen binnen het vakgebied Gezondheidszorg en Welzijn; [4: Daar waar gesprokken wordt over het begrip lessen bedoelen we zowel de theoretische als praktische component]

· verschillende didactische strategieën in de school waarnemen en beschrijven, en deze in verband brengen met leerprocessen van leerlingen.

Gedragsindicatoren, enkele voorbeelden:

Niveau 1: de student …

· beschrijft verschillende didactische strategieën op de school en binnen de vakgroep Gezondheidszorg en Welzijn;

· kan (verschillen in) leerprocessen van leerlingen waarnemen en beschrijven;

· assisteert in lessen van docenten Gezondheidszorg en Welzijn[footnoteRef:5]; [5: Dit betreft zowel het Praktijkonderwijs, de Onderbouw, de bovenbouw van het vmbo als het mbo.]

· toont waardering voor coöperatief gedrag;

· toont interesse in vormen van samenwerkend leren door middel van diverse specifieke werkvormen;

· toont zich coöperatief door steun aan te bieden;

· assisteert en stimuleert leerlingen bij het gebruik van moderne middelen zoals smartboard en tablets en blended learning;

· onderzoekt de mogelijkheden van de school om deze middelen te gebruiken / in te zetten;

· assisteert de docent bij het aanleren van eenvoudige vaardigheden bij leerlingen;

· begeleidt leerlingen bij hun huiswerk en reflecteert daarbij op leervaardigheden van deze leerlingen;

· kijkt toetsen na in samenwerking met de G&W docent;

· past ICT vaardigheden binnen het vakgebied G&W toe zoals beschreven in de Kennisbasis ICT voor de tweedegraads lerarenopleidingen.

3.2 Afstudeerbekwaam (jaar 2 en 3)

In het tweede en derde leerjaar ontwikkelt de student G&W zicht tot het competentieniveau ‘afstudeerbekwaam’. Dit is competentieniveau 2.

Doelen: de student:

· kan de leerlingen een goede leeromgeving aanbieden, gericht op het benutten van het potentieel van alle leerlingen en aanleren van vaardigheden en beroepshouding (competenties) binnen G&W;

· heeft daarbij oog voor de beroepscontext G&W en/of het vervolgonderwijs binnen de sector zorg en welzijn;

· houdt rekening met individuele verschillen en kan adequate werkvormen, hulpmiddelen en taalgericht vakonderwijs toepassen;

· onderbouwt zijn werkwijze en keuzes vanuit leertheorie.

Gedragsindicatoren die behoren bij niveau 2 zijn onder andere:

De student …

· gebruikt didactische strategieën behorende bij een klassikale aanpak;

· gebruikt didactische strategieën bij het aanleren van vaardigheden en beroepshouding (competenties) binnen G&W;

· idem bij onderzoekend of samenwerkend leren;

· kan didactische strategieën conceptueel en theoretisch verantwoorden;

· weet de begeleidende docent op school alternatieve strategieën aan te reiken;

· ontwikkelt en begeleidt projecten voor natuurlijk leren;

· kiest werkvormen die samenwerking stimuleren en de vaardigheden van leerlingen ont-wikkelen;

· stuurt in de klas op coöperatief gedrag;

· zet verschillende werkvormen effectief in;

· maakt doelbewust en effectief gebruik van moderne leermiddelen;

· reikt de school ideeën aan voor het gebruik van moderne middelen in de les;

· ontwerpt gevarieerde leertaken voor het vak/leergebied;

· hanteert de principes van taalgericht vakonderwijs;

· maakt gebruik van uitdagingen en voordelen van meertaligheid in de klas;

· leert leerlingen leervaardigheden aan (bv leren voor het proefwerk samenvatten);

· bespreekt proefwerken na op reflectieve wijze;

· bevordert zelfstandigheid van leerlingen;

· praat met leerlingen over hun competenties;

· houdt in de didactische aanpak rekening met verschillen tussen leerlingen wat betreft niveau, leeftijd, sekse en culturele achtergrond; kan die verschillen ook positief benutten;

· kan het niveau van leerlingen inschatten en geeft opbouwende feedback;

· ontwikkelt toetsen en kijkt toetsen na;

· begeleidt en beoordeelt prestaties/leertaken;

· begeleidt en beoordeelt een portfolio;

· herkent uitleg, voorbeelden en lesmateriaal die cultureel gekleurd zijn;

· houdt in uitleg, voorbeelden en lesmateriaal rekening met de verschillende achtergronden van zijn leerlingen.

3.3 Startbekwaam

Aan het einde van de studie is de student startbekwaam docent. Dit is competentieniveau 3.

Doelen: de (startbekwaam) docent:

· kan leerlingen een krachtige leeromgeving aanbieden, op basis van een grondige theoretische, praktische en actuele kennis van zijn vak- of leergebied, van een breed didactisch repertoire;

· zet daarbij actuele kennis van de beroepscontext en/of het vervolgonderwijs in;

· stemt deze krachtige leeromgeving af op de onderwijscontext, op het potentieel van leerlingen en op individuele en culturele verschillen;

· verantwoordt zijn visie en werkwijze, mede vanuit leertheorie.

Gedragsindicatoren die behoren bij niveau 3 zijn:

De (startbekwaam) docent…

· laat zien de kennisbasis van zijn vak Gezondheidszorg en Welzijn te beheersen en te kunnen toepassen in zijn lessen;

· kan zijn vakinhoudelijke en didactische opvattingen verantwoorden

· toont aan inhoudelijke relaties te kunnen leggen tussen het eigen vakgebied en verwante vakken;

· ondersteunt de leerlingen in het verbanden leggen met verwante vakken;

· kan verantwoorden hoe hij een groep leerlingen aangepakt heeft en maakt daarbij gebruik van actuele theoretische, vakdidactische en methodische inzichten;

· ontwerpt leeractiviteiten die in het perspectief van de loopbaan van de leerling/deelnemer betekenisvol zijn;

· past bestaande middelen zelf aan en breidt ze uit met eigen inbreng (vragen, suggesties, voorbeelden, av- en ic middelen);

· weet vakleerstof te analyseren en er gefundeerde keuzes in te maken, rekening houdend met de specifieke omstandigheden (gehanteerde methode, leerlingen, samenwerken binnen het leergebied);

· kan schoolboeken analyseren en selecteren;

· ontwerpt vakspecifieke leeromgevingen;

· stimuleert de leerling om zelf zijn leerproces vorm te geven ondersteunt de leerlingen in hun leerproces, door vakspecifieke leervragen en leerproblemen te signaleren, te benoemen en erop te reageren;

· reflecteert systematisch met de leerlingen op het leerresultaat en het bijbehorende leerproces;

· analyseert vakspecifieke concepten en laat leerlingen daarmee werken;

· analyseert (vakspecifieke) leerproblemen en speelt adequaat daarop in met gerichte opdrachten en vragen;

· creëert de randvoorwaarden (organisatie, opdrachten, enz.) die de leerlingen in staat stellen in hun eigen tempo en op eigen wijze te leren;

· kent de sterke en zwakke kanten van individuele leerlingen en weet hoe hij hun leren moet bevorderen;

· ontwerpt verschillende leertrajecten om tegemoet te komen aan verschillen tussen leerlingen;

· ontwikkelt in samenwerking met collega’s vakspecifieke beoordelingsinstrumenten;

· kan zijn keuzes voor bepaalde toetsvormen onderbouwen;

· evalueert het leerproces en de leerresultaten van leerlingen;

· Is alert op stereotypering en etnocentrisme in de vaklessen;

· kan verschillen in achtergronden van leerlingen positief benutten bij het ontwerpen van lessen;

· zet zich actief in voor het belang van het onderwijs in zijn vakgebied op zijn school;

· draagt (mede) vanuit zijn vakgebied bij aan onderwijsverbetering en schoolontwikkeling.

Intermezzo

Interview met docent Verzorging op het Zuiderlicht College in Amsterdam.

Het Zuiderlicht College (vmbo / lwoo).

Deze kleine school met ruim 350 leerlingen school is gevestigd in de Amsterdamse Pijp. De onderbouw huist sinds november 2011 in een fantastisch gerenoveerd gebouw, ertegenover worden de AVO-vakken voor de bovenbouw gegeven in een voormalig stadsdeelkantoor. Twee straten verderop, in oudbouw boven de dansschool van Lucia Marthas, vinden de lessen Zorg en Welzijn voor de bovenbouw plaats in werkpleksimulatie. Naar verwachting gaat de nieuwbouw voor de bovenbouw in het voorjaar van 2012 van start. Het Zuiderlicht profileert zich op veiligheid en kleinschaligheid als een school waar iedereen elkaar kent. Er wordt veel aandacht besteed aan kunst en cultuur en in het bijzonder dans. Alle leerlingen krijgen danslessen, verzorgd door de Dansacademie Lucia Marthas, en er zijn speciale dansklassen waarvoor je auditie moet doen. Leerlingen volgen in de bovenbouw het intrasectorale programma vmbo zorg & welzijn breed (met uiterlijke verzorging) op basis en kader niveau. Wanneer kinderen na de onderbouw voor een andere richting kiezen dan worden ze geplaatst op een andere school van de Onderwijsgroep, zoals het Huygens College.

Zoals op de meeste vmbo’s Zorg & Welzijn zitten er veel meer meisjes dan jongens op deze school, gemiddeld 2 jongens per klas, waarvan het overgrote deel een allochtone achtergrond heeft. Door de focus op dans is hun achtergrond vaak Surinaams, Antilliaans of anderszins Afro-Caribisch en in veel mindere mate Marokkaans of Turks. Hobby’s van de leerlingen hangen dikwijls samen met dans en muziek of acteren, velen dromen van een carrière in de spotlights. Dit betekent overigens niet dat ze ook allemaal graag voor de klas in de belangstelling staan, de gewone puber onzekerheden spelen bij deze kinderen net zo goed. Bovendien zitten er vanwege het leerweg ondersteunend onderwijs (lwoo) veel zorgleerlingen op deze school.

Het vakkenpakket in de onderbouw bestaat uit de volgende vakken: Nederlands, Engels, wiskunde, mens&maatschappij, mens&natuur, natuur&techniek, beeldende vorming, drama, dans, lichamelijke opvoeding en mentorles. Het vak verzorging wordt gecombineerd met biologie in het leergebied Mens & Natuur.

Er zijn zo’n 60 docenten verbonden aan de school. Mens & Natuur wordt onderwezen door vier personen, de vakgroep verzorging. Ik heb een gesprek met Rena Kerkhoven (zij geeft ook Nederlands en is mentor van 1D) en Auke Janse. Ook praat ik met Debbie, een leerling van 13 jaar.

Leertuin mens & natuur

De verzorgingslessen vinden plaats in de leertuin Mens & Natuur, twee geschakelde lokalen die door een schuifwand van elkaar gescheiden kunnen worden. Naast gewone tafels en stoelen zijn er ook gezellige groen-zitjes, zoals in een diner, en er is een balie waar leerlingen materialen kunnen halen. Aan een kant van het lokaal hangt een smartbord en de ramen naar de gang zijn vitrines met biologie toebehoren. Aan de andere kant van de gang bevindt zich een opslagruimte en een keuken die ook tot de leertuin behoren. Er werken altijd twee klassen tegelijk in de leertuin (40 leerlingen), met twee docenten en een onderwijsassistent die helaas al langere tijd ziek is. Daarom is docent Auke dit jaar aan het team toegevoegd. Bij de theorie-onderdelen wordt de schuifwand gesloten om meer rust te scheppen. Rena en Auke zijn blij met het mooie lokaal, maar geven ook aan dat het erg onrustig kan zijn voor de leerlingen. In de praktijk zit elke klas in zijn eigen helft, en als Rena het smartbord wil gebruiken wisselen ze van ruimte. Debbie vertelt me dat het een gezellige ruimte is om les te hebben en dat de leerlingen afhankelijk van hun opdrachten op verschillende plekken in het lokaal zitten, maar wel in hun eigen groepje. Het smartbord vindt ze erg fijn, vooral omdat ze er vaak film op kijken, de balie hoeft voor haar niet. Omdat het straks open avond is gaat ze snel verder met het bakken en decoreren van cup cakes in de keuken.

De lesmethode

De lesmethode die op het Zuiderlicht wordt gebruikt voor Mens & Natuur is ‘Biologie en Verzorging voor jou’ van uitgeverij Malmberg. Naast handboeken voor theorie krijgen de leerlingen werkboeken waarin theorie en praktijk worden gecombineerd. In de 1e klas werken ze twee boeken door en in het 2e leerjaar behandelen ze vier boeken, in 3 lesuren per week. De boeken blijven gewoonlijk op school, een week voor een toets nemen de leerlingen ze mee naar huis om te studeren. Rena vindt het een fijne methode, goed opgebouwd met veel praktische opdrachten, en goed werkbaar omdat de leerlingen er zelfstandig mee aan de slag kunnen. Werkvormen die ze gebruikt; zijn koken of een was draaien (verzorging), maar bijvoorbeeld ook een hart of oog ontleden en onder de microscoop onderzoeken (biologie). Er zit dus genoeg afwisseling in deze methode. Debbie zegt dat ze de boeken voor b/k niveau best gemakkelijk vindt en dat de juf daarom soms materiaal uit k/g/t boeken kopieert.

Bij aanvang van de les staat er een ‘spoorboekje’ op het bord, de lesplanning voor de leerlingen. De les begint gewoonlijk met een kwartiertje instructie, elke klas van de eigen docent, waarbij de schuifdeur gesloten is. Daarbij wordt het smartbord vaak gebruikt, en soms moeten de klassen dan ook van ruimte wisselen. Na de theorie gaat de tussendeur open en gaan de leerlingen, zelfstandig of in groepjes, aan het werk.

Toetsing

De bij de lesmethode behorende methodetoetsen wegen 3x voor het eindcijfer. Daarnaast krijgen kinderen na elke basisstof (theoriedeel) een schriftelijk onderzoek (SO) dat de docenten zelf maken en krijgen ze praktijkcijfers voor opdrachten en presentaties. Deze cijfers wegen 2x. De beoordeling van hun werkboek en hun werkhouding (elke les) levert een gemiddelde op dat 1x meeweegt voor het eindcijfer.

Leerplannen en werkwijzers

De sectie mens&natuur werkt met een jaarplan waarin de doelen, zoveel mogelijk SMART worden beschreven. Dit jaar was de ingebruikname van de nieuwe keuken een hoofdpunt. Dit plan wordt jaarlijks geëvalueerd en bijgesteld. Er is geen vakleerplan dat vijf jaar beslaat voor de sectie, schoolbreed bestaat wel zo’n lange termijn plan.

Voor de leerlingen zijn er werkwijzers gemaakt, waarin de planning voor zes weken duidelijk is aangegeven; toetsen, inhaalmomenten en opdrachten die de docent moet aftekenen (zie hieronder).

Conclusie

Rena en Auke hebben uitgebreid de tijd genomen om al mijn vragen te beantwoorden, zij lijken me betrokken docenten met hart voor hun vak en hun leerlingen. Ook was het leuk om van Debbie te horen hoe zij het lokaal en de lesmethode ervaart en om leerlingen bezig te zien in de jaloersmakende lokalen en gangen, waar zij allemaal hun eigen kluisje hebben.De uitstraling en de faciliteiten in de leertuin mens&natuur dragen ongetwijfeld bij aan de werksfeer en het enthousiasme van leerlingen en docenten.

Door: Marlou Emmen, student G&W deeltijd

10-1-2013

4. Wat wordt er van de student verwacht?

Het Vakdidactisch Dossier (Hoofdfase) is een belangrijk onderdeel van het portfolio. In het vakdidactisch dossier in het portfolio worden relevante (beroeps)producten/vakdidactische producten opgenomen waarmee aangetoond wordt dat een bepaald niveau is bereikt op gebied van competentie 3, waarna de volgende fase van de opleiding in gaat. Het zijn producten die gemaakt worden naar aanleiding van opdrachten, die in vakmodules, ABV- modules of modules ter voorbereiding op je stage worden verstrekt, maar ook producten/ middelen die tijdens de stageperiodes vervaardigd worden of met een bepaalde bedoeling gebruikt. Het zijn met name ook producten waar de student trots op is. Het doel van het vakdidactisch dossier is dat de student op gefundeerde wijze laat zien /aantoont hoe hij/zij zich vakdidactisch ontwikkelt, dat wil zeggen verbindingen legt tussen lesgevend handelen en de vakinhouden binnen de opleiding GzW. Hierdoor kunnen docenten, mentoren, assessoren maar bovenal werkplekbegeleiders een goed beeld krijgen van de vakdidactische ontwikkeling.

Bij het in kaart brengen van de (vak)didactische groei en ontwikkeling kan gebruik gemaakt worden van het Didactisch Analyse Model.

Globaal gesproken is elke lesvorm goed onder te brengen in het model Didactische Analyse. Dat model beschrijft het proces van leren als een cyclus:

· Er is sprake van een beginsituatie: Wat kan de leerling? Wat kan de docent? Wat is de context?

· Op basis van de beginsituatie wordt, expliciet maar ook vaak  impliciet, een doelstelling verwoord: “ik wil dít – of juist dát – nu leren”;

· Vervolgens gaan leerling(en) en docent de les in – het liefst een “krachtige leeromgeving” waarin de leerinhouden (wat leer ik), de didactische werkvormen (hoe wordt de les gegeven), de groeperingsvormen (in welke samenstelling vindt de les plaats), de gebruikte media (hulpmiddelen; denk aan bladmuziek maar ook aan audiovisueel materiaal) en de opvoedingsrelatie (de manier waarop er met elkaar omgegaan wordt in de les) elkaar versterken;

· Tenslotte wordt (ook hier weer expliciet maar dikwijls ook impliciet) geëvalueerd: wat heeft de les ons gebracht? Waar moet ik aan werken? Wat gaan we de volgende les doen.

Hieronder wordt dit in schema weergegeven.

Producerend leren

In elke hiervoor beschreven fase van het vakdidactisch dossier is de student bezig met ‘producerend leren’. Het resultaat bestaat uit een tastbaar product met een verantwoording. Het product wordt toegepast /ingezet bij het lesgeven binnen Verzorging / Leergebied Mens en Natuur in de onderbouw, in de bovenbouw van het VMBO Zorg en Welzijn en binnen het MBO Zorg, Welzijn en Dienstverlening. In de praktijk van het lesgeven, de eigen baan of de schoolstage, zullen deze ervaringen toegepast, uitgebouwd en eigen gemaakt worden.

Parallel aan de eerder genoemde gedragsindicatoren beschrijven we hieronder diverse voorbeelden van vakdidactische producten. In het vakdidactisch dossier worden per opleidingsfase minimaal 5 relevante didactische producten opgenomen. Indien mogelijk worden de producten ook ingezet of uitgevoerd tijdens de stages, waarna ze geëvalueerd worden. Voorbeelden van didactische producten zijn:

· Een video-opname van een (gedeelte) eerste les Verzorging / Zorg en Welzijn of assistentie daarbij.

· Een beschrijving van een lesmethode Verzorging / Zorg en Welzijn.

· Een analyse van een lesmethode Verzorging / Zorg en Welzijn.

· Een aanvulling op een methode Verzorging / Zorg en Welzijn om beter in kunnen spelen op de klas.

· Een analyse van de kwalificatiedossiers voor het beroepsonderwijs en de manier waarop deze zijn geïmplementeerd zijn in het curriculum van de opleiding.

· Visie op de rol van het vak Verzorging in de onderbouw van het VO.

· Visie op de rol van de docent Zorg en Welzijn in het beroepsonderwijs.

· Een leerplan voor een leergebied waarin Verzorging is ondergebracht.

· Een beschrijving van (de vakdidactische) uitgangspunten die docenten Verzorging / Zorg en Welzijn hanteren bij het lesgeven.

· Een leerlijn voor een centraal thema, bijvoorbeeld relationele en seksuele ontwikkeling of de gezonde schoolkantine.

· Een beschrijving van de manier waarop docenten vakvaardigheden aanleren.

· Een lesplanformulier volgens een bepaald didactisch model.

· Een instructieblad / opdrachtenblad voor leerlingen Verzorging / Zorg en Welzijn.

· Een beschrijving van relevante werkvormen die docenten Verzorging / Zorg en Welzijn of jij gebruiken in de lessen.

· Een beschrijven van vormen van samen werken / samenwerkend leren.

· Een beschrijving en interpretatie van klasseindeling / opstelling.

· Werkvorm met een didactische handleiding zoals een quiz, een spel, video-opdracht etc.

· Een beschrijving van de inzet van ICT( hulp) middelen zoals een PowerPoint en Prezi, een tablet, smartphone, portfolio etc.

· Een beschrijving van het hanteren van bepaalde onderwijskundige hulpmiddelen zoals een whiteboard, smartboard, beamer en tablets.

· Een beschrijving van de gebruikte toetsvormen binnen de stageschool.

· Een beschrijving van een Programma Toetsing en Afsluiting (PTA).

· Toetsconstructie; maak hierbij onderscheid tussen formatieve en summatieve toetsing en tussen theorie- en praktijktoetsen.

· Reflectie op het afnemen en corrigeren van een toets.

· Evaluatie van leservaringen bij leerlingen.

· Beschrijving en interpretatie hoe docenten Verzorging / Zorg en Welzijn met verschillen tussen leerlingen omgaan bijvoorbeeld via lesmateriaal en of bepaalde werkvormen.

· Onderzoek naar belevingswereld van leerlingen in relatie tot bepaalde vakinhouden, bijvoorbeeld Alcohol en drugs, voeding, omgaan met geld en relaties.

· Een beschrijving van de beroepenstructuur binnen de sector Zorg, Welzijn en Dienstverlening.

· Draaiboek voor Leerwerktrajecten/stage.

· Reflectie op het organiseren van stages, leerlingen hierop voorbereiden en ze hierin begeleiden.

· Ontwerp voor simulaties voor werkplekleren, practicum en skillslab.

· Een practicum huishoudelijke zorg, uiterlijke verzorging, voeding, verpleegkundige vaardigheden en omgangskundige vaardigheden.

· Plattegrond van een vaklokaal/zorgplein met verschillende werkplekken voor de sector Zorg, Welzijn en Dienstverlening, rekening houdend met randvoorwaarden zoals Arbo, HACCP e.d.

5. Verantwoording van producten

Dit document over het Vakdidactisch Dossier wordt afgesloten met een format om producten, methodieken en middelen te onderbouwen en het beoordelingsformulier.

Bedenk dat minimaal vijf producten, methodieken en middelen per opleidingsfase ook daadwerkelijk op de stageschool uitgevoerd worden. Hiervoor worden per product, methodiek of middel drie fasen doorlopen:

· Ontwerpfase

· Uitvoeringsfase

· Evaluatiefase

Met onderstaande vragen kunnen deze fasen worden beschreven:

1. Schets de context waarin het product, middel, methodiek gebruikt wordt (klas, niveau, omgeving, beginsituatie).

2. Wat is het doel of wat zijn de doelen die hiermee worden gerealiseerd?

3. Leg een link naar een didactisch model (DA model/ Ebbens/ Marzano)

4. Leg een verband met de leerstof zoals de leerling deze moet beheersen.

5. Ga na in hoeverre het beoogde doel is bereikt en welke rol jij als aankomend docent G&W daarbij hebt gespeeld.

6. Reflecteer op toepassing van het product, middel, methodiek op de stageschool aan de hand van het model van Korthagen.

7. Maak helder aan welke gedragsindicatoren, zoals eerder vermeld, t.a.v. competentie 3 in de verschillende opleidingsfases, de producten gekoppeld kunnen worden.

6. Beoordelingsformulier vakdidactisch dossier vakgebied G&W.

Te gebruiken bij BP-1, BP-2, BP-3 en WPL- beoordelingen.

Naam student:Fase Opleiding:

Studentnummer:

1. Per fase / opleidingsjaar heeft de student minimaal 5 producten, methodieken en middelen in het onderdeel Vakdidactisch Dossier van zijn Portfolio geplaatst

Ja

Nee, ……

2. Is t.a.v het vakdidactisch middel/ product / methodiek in het dossier de verantwoording volledig en ter zake doende uitgewerkt (zie Hoofdstuk 5 Verantwoording van…) ?

Ja

Nee, ……

3. Is er sprake van voldoende uitgevoerde vakdidactiek-activiteiten op de werkplek?

Is feedback aantoonbaar aanwezig (werkbegeleider, leerlingen)?

Ja

Nee, ……

4. Is er sprake van voldoende reflectie vanuit theorie en literatuur (visievorming)?

Ja

Nee, ………

Het gesprek met de stagebegeleider/ mentor is gevoerd dd. ………………………

Dit beoordelingsformulier is ingevuld door …………………….… ( stage/ studiebegeleider/ mentor)

Datum:

Bijlage 1. Kennisbasis Gezondheidszorg en Welzijn

Thema 11. Vakdidactiek Verzorging (onderbouw vo), bovenbouw vmbo, mbo niveau 1 t/m 4.

11.1. Verzorging onderbouw (vo)

· De student kan zijn/haar visie op de rol van het vak Verzorging bij waardenontwikkeling beschrijven.

· De student kan waarden en normen binnen het vak Verzorging bespreekbaar maken.

· De student kan een beschrijving geven van de maatschappelijke ontwikkelingen rond het vak Verzorging en het doel van het vak aangeven.

· De student kan de 4 scenario's en de leergebieden binnen de nieuwe onderbouw vo beschrijven en aangeven hoe het vak verzorging daar geïntegreerd kan worden gegeven.

· De student kan leerstof plannen binnen het leergebied Mens en Natuur.

· De student kan practica voor verzorging in de onderbouw organiseren.

· De student kan werkvormen toepassen die geschikt zijn voor leefstijlonderwerpen.

· De student kan een methodevergelijking maken van de verschillende lesmethoden Verzorging.

· De student kan diverse toetsvormen, zoals digitale toetsen, praktijktoetsen en theorietoetsen, analyseren en ontwerpen voor het vak Verzorging binnen het leergebied Mens en Natuur.

Vakdidactiek Verzorging (onderbouw vo), bovenbouw vmbo, mbo niveau 1 t/m 4.

11.2. Zorg & Welzijn bovenbouw vmbo en mbo niveau 1 t/m 4

· De student kan een beschrijving geven van de verschillende sectoren en leerwegen binnen het vmbo, het LWOO en het Praktijkonderwijs.

· De student kan een beschrijving geven van de beroepenstructuur binnen de sector Zorg, Welzijn en Dienstverlening.

· De student kan het belang van doorlopende leerlijnen van vmbo naar mbo benoemen en hier bij het opstellen van lesprogramma's rekening mee houden.

· De student kan leerwerktrajecten/stages organiseren, leerlingen hierop voorbereiden en ze hierin begeleiden.

· De student kan diverse manieren van toetsing/evaluatie analyseren en ontwerpen binnen het beroepsonderwijs.

· De student kan competentiegericht onderwijs vormgeven en uitvoeren/begeleiden binnen het beroeps- onderwijs.

· De student kan leerlingen coachen, rekening houdend met de cognitieve en emotionele differentiatie.

11.3. Practicum

· De student kan een beschrijving geven van de opbouw en onderwijskundige legitimering van diverse vormen van werkpleksimulatie, (roulerend) practicum en skillslab.

· De student kan simulaties en vaardigheden ontwerpen voor werkplekleren, practicum en skillslab, rekening houdend met de actualiteit van de beroepscontext.

· De student kan een budget beheren voor praktijklessen.

· De student kan een practicum huishoudelijke zorg, uiterlijke verzorging, voeding, verpleegkundige vaardigheden en omgangskundige vaardigheden opzetten en begeleiden.

· De student kan regels van veiligheid, hygiëne, Arbo, EHBO, HACCP e.d. toepassen binnen praktijklokalen en praktijklessen.

· De student kan de verschillen aangeven tussen de taken en verantwoordelijkheden van de docent en de onderwijsassistent.

11.4. Inrichten van de werkplek

· De student kan een plattegrond maken van een vaklokaal met verschillende werkplekken voor de sector Zorg en Welzijn, rekening houdend met randvoorwaarden zoals Arbo, HACCP e.d.

· De student kan vaklokalen inrichten en beheren.

Bijlage 2.

DLWO portfolio: Klik op de onderstaande link.

https://intranet.doo.hva.nl/nl/serviceplein/ict/Paginas/Portfolio.aspx

Vakdidactisch Dossier Gezondheidszorg en Welzijn