Evolutie Samenvatting

download Evolutie Samenvatting

of 27

  • date post

    13-Jul-2015
  • Category

    Documents

  • view

    781
  • download

    3

Embed Size (px)

Transcript of Evolutie Samenvatting

EvolutieHC 14Van Haeckel: onderzoeker van embryos (1870) Embryonale en evolutionaire ontwikkeling Tijdreeks: eencellig meercellig lichaamsas darmtractus amnionholte De meest eenvoudige dieren zijn eencellige dieren. Indeling Organismen: Ruim 1 miljoen beschreven dieren 6 miljoen nu levende dieren 500 miljoen ooit bestaande dieren Taxon: groep met gemeenschappelijke kenmerken Indeling van dieren: taxonomie (op uiterlijke kenmerken en hirarchisch) Species (soort) Genus Familie Orde Klasse Phylum Rijk Domein Benaming diersoorten: Eerste naam met hoofdletter Tweede naam met kleine letter en onderstreept Eventueel derde naam, de naam van de ontdekker vb. Giraffa camelopardalis Linnaeus (giraffe) Linnaeus taxonomie (~ 1750) In soorten: taxon 2-3 namen De naam van Linnaeus wordt vaak afgekort naar L. Classificatie: Fenetiek: Klassiek (Linnaeus) - Indeling op kenmerken - Geen evolutionaire reconstructie Cladestiek: Hedendaags (Hennig) - Indeling op kenmerken - Wel evolutionaire reconstructie ( cladogram = afstammingslijn) Shared ancestral character (SAC) = autapormorfie. Vb. ruggengraat Shared derived character (SDC) = synapomorfie. Vb. 4-voeter, haar.

Cladogram HagedisBeenvis Lancetvisje

Aap

Paard

haar, melkklier

Out-group: zustertaxon of clade die het gemeenschappelijke kenmerk (SDC) nog niet heeft.

out-

4 poten, amnion Wervels, kaken (SDC)Chorda SAC

Clade = monofyletische groep, gemeenschappelijke voorouder, omvat alle afstammelingen

Monofyletische groep: groep dieren met n gemeenschappelijke voorouder. Cladogram/Fylogenetische boom: Regels volgens Hennig (1960) - Alleen monofyletische clades: clade met n gemeenschappelijke voorouder (kan ook een voorouderlijk kenmerk zijn) en alle afstammelingen. - Geen parafyletische clades: enkele afstammelingen uitgesloten. - Geen polyfyletische clades: clade met meerdere voorouders. Reconstructie cladogram: Procedure: Door bepalingen van DNA en RNA-sequenties worden heel veel specifieke (genetische) eigenschappen ontdekt waardoor steeds nauwkeuriger de onderlinge verwantschap beschreven kan worden: hele grote cladogrammen. Berekenen volgens de methode van parsimonie (de meest eenvoudige oplossing) door te zoeken naar organismen met zo min mogelijk verschillen. Meneer Ouvier: de leer van de paleontologie Mendel: man van de overerving Evolutietheorie: Alle levende organismen stammen af van een gemeenschappelijke voorouder. Evolutie vindt plaats d.m.v. natuurlijke selectie - Er is variatie. - Er is mortaliteit, zware concurrentie in natuur. - Er is erfelijkheid. Wat is een soort? Gemeenschappelijke voorouderpopulatie. Voortplantingscompatibiliteit Constant geno- en fenotype

Soortvorming (speciatie): Allopatische speciatie in een ander gebied Sympatische speciatie in hetzelfde gebied Snelheid speciatie Gradualism (Darwin) Punctuated equilibrium Handvaten voor de evolutietheorie: Homologie: gelijk van samenstelling, fylogenie, ontogenie. Fossielen, tussenvormen Rudimentaire organen Convergentie Suboptimaal ontwerp

HC 15 Van ncelligen tot Chordata Chordaten: dieren met een chorda dorsalis (= staaf in de lengteas van het lichaam) Begin: eencellig. Stap 1: Van eencellig naar meercellig Eencellig: sponzen Stap 2: Kiembladen en darmtractus Kwallen Stap 3: Bilaterale symmetrie Platwormen Stap 4: Buis in buisontwerp Buis in buis - Acoelomaat: alleen darm. - Pseudo-coelomaat: Darm los in lichaamsholten. - Coelomaat: Darm vast in lichaamsholten. Pseudo-coelomaten Stap 5: Werkelijk coeloom Coelomata Eind: Chordata Van ncelligen tot chordata: ncellig (sponzen) Geaggregeerde cellen Meercellig (kwallen) Kiembladen (kwallen) Bilaterale symmetrie (platwormen) Buis in buis ontwerp; pseudocoeloom (rondwormen) Buis in buis ontwerp; werkelijk coeloom (zeesterren)

Notochord: Chordata Kieuwkorf Dorsale neurale buis Endostyl Staart Segmentale opbouw (cephalochordata) Wervels: Vertebra Hersenontwikkeling Kieuwen Hart Spijsverteringsorganen

HC 16 Bouwplan Chordata Wat zijn Chordata? ( 1 van de 30 phylen) Zakpijpen Lancetvisjes Vissen Amfibien Reptielen/vogels Zoogdieren Kenmerken Chordata: Kenmerken coelomata + Kieuwkorf: voordarm die middels openingen (kieuwspleten) in contact staat met de buitenwereld en speelt een rol bij de voedselopname.(filterfeeding) Endostyle: groeve in de pharynx (glandulaire groeve). Voorloper van de schildklier. Chorda dorsalis: een staaf elastisch bindweefsel in de lengterichting van het lichaam. De chordata danken hun naam aan dit kenmerk. Dorsale neurale buis: ectodermale oorsprongbuisvormig centraal zenuwstelsel, ligt boven het notochord, bij de meeste invertebraten (geen wervelkolom) heeft de neurale buis een ventrale ligging en is solide in plaats van hol. Staart (kan larvaal zijn): caudaal van de anus, verlenging van het notochord, rol in de voortbeweging. Ventraal liggende hart en gesloten bloedvatenstelsel. 1). Aantal kenmerken zijn niet specifiek voor de chordata, maar wel altijd bij de chordata aanwezig. 2). Al deze kenmerken kunnen alleen tijdens de embryonale periode aanwezig zijn of blijven bestaan tot het volwassen stadium. Kieuwkorf: Vb. zakpijp. Aan ene kant stroomt het water naar binnen, aan de andere kant gaat het water er weer uit, via het maag-darmkanaal. Water en voedsel opname via opening kieuwkorf, waarna het water lichaam weer verlaat via de kieuwspleten.

Voedsel wordt opgenomen uit het water dat de mond naar binnen komt met behulp van cillin, water gaat via de kieuwspleten weer naar buiten, voedsel wordt vastgehouden door mucus en naar de slokdarm getransporteerd. Dit heet filterfeeding, de voordarm is in dit geval een filterorgaan In de vroege chordata speelt de kieuwkorf nog geen rol in de respiratie, zoals later bij de meeste vissen het geval is. Bij de zakpijp zien we een zeer geavanceerde kieuwkorf

Endostyle: Rol bij filterfeeding Voorloper schildklier In de chordata is het een glandulaire groeve in de vloer van de pharynx. Het zorgt voor de secretie van mucus in de pharynx, waardoor voedsel uit het water hierop vastloopt. Sommige cellen in het endostyl zorgen voor secretie van geoniseerde eiwitten en deze cellen zijn homoloog met de geoniseerde hormoon uitscheidende schildklier (rol in jodium stofwisseling) Chorda dorsalis: Flexibele solide structuur van mesodermale afkomst, bevindt zich ventraal en loopt parallel aan/van de dorsale neurale buis, maar dorsaal in de lichaamsholte. Zorgt voor mogelijkheid tot verlenging van het lichaam. Spieren hechten er op aan. Het kan buigen zonder te verkorten waardoor laterale beweging ontstaat. Geeft stevigheid aan het lichaam. Zonder notochord zal het lichaam verkorten als de laterale myomeren zich aanspannen. Door de aanwezigheid van deze stevige structuur leidt contractie alleen tot staart beweging en dus voortbeweging. In de latere chordata (vertebrata) wordt notochord vervangen door de wervelkolom, restant van het notochord is nucleus pulposes (geleiachtig materiaal) in een tussenwervelschijf. De chorda blijft in alle chordata echter een embryonale structuur (induceert ontstaan neurale buis, wat differentieert tot ruggenmerg en hersenen). Dorsale neurale buis: Ectodermale oorsprong Ontstaat door invaginatie van neurale plaat (embryologie) Dorsaal van notochord Vormt later ruggenmerg en hersenen Bij meeste invertebraten: ventrale ligging neurale buis en solide Later vormt er bij vertebraten een wervelkolom om ruggenmerg en schedel om de hersenen Staart: Rol in voortbeweging De staart en musculutaar + notochord zorgen voor de mobiliteit van de vroege chordaten (lancetvisje en larvale stadium zakpijp).

Humaan alleen embryologisch aanwezig, maar bij meeste vertebraten nog zichtbaar, speelt een rol in evenwicht, gedrag.

Subphyla chordata: Urochordata: (chorda in de staart) - Manteldieren (solitair of kolonievormend): zakvormige dieren omgeven door een laag cellulose. I.t.t. zeeanemonen niet 1 maar 2 buisvormige openingen, een in- en uitstroomopening, waardoor water door de lichaamsholte gepompt wordt. - Sessiel voet op een rots of andere stevige ondergrond - Ze hebben gespecialiseerde organen zoals maag, darm en hart. Cephalochordata: schedellozen - Chorda loopt door tot in kopgebied. - Vb. lancetvisje. - Vrijzwemmende dieren - Hebben een rugzenuw, geen beschermende wervelkolom en ze behoren niet tot de vissen en gewervelden (Vertebrata) maar wel tot Chordata. Vertebraten - Vissen - Zoogdieren - Amfibien - Vogels - Reptielen Bouwplan Zakpijp (Urochordata): Vindbaar in alle bestaande zeen, diep en ondiep water Adulte stadium sessiel, larvaal stadium: vrijzwemmend Water stroomt naar binnen en wordt d.m.v. cillin naar de pharynx getransporteerd, pharynx bestaat uit veel kieuwspleten, waardoor water weer uit de pharynx gaat en via de uitstroomopening de zakpijp verlaat. Het endostyl produceert mucus waardoor voedseldeeltjes in de pharynx blijven plakken en middels cillin wordt de mucus incl. voedseldeeltjes naar slokdarm en maag getransporteerd. Voedingstoffen worden hier opgenomen en afval wordt via de anus uitgescheiden (vlak naast uitstroomopening) Ventraal hart en 2 grote vaten. Het CZS: ganglion + zenuwplexus gelocaliseerd aan de dorsale zijde van de zakpijp. Larvale stadium voedt zichzelf niet, zwemt een paar uur of dagen rond voordat het zich vasthecht aan vast object, waarna metamorfose plaatsvindt. Contractie van notochord en staart, notochord verdwijnt, dorsale neurale buis wordt ganglion, kieuwkorf vergroot, aantal kieuwspleten neemt toe, het voeden begint Bouwplan Lancetvisje: Amphioxus branchiostoma Chorda tot in hoofdgedeelte Water met voedseldeeltjes wordt naar binnen gedirigeerd door opgewekte stroom, door cillin: filterfeeding, weer mucus en cillin,

vervolgens naar darmen, voortstuwing door digestietractus door cillin i.t.t. spieren zoals bij vertebr