Europees democratisch deficit

download Europees democratisch deficit

of 40

  • date post

    02-Oct-2015
  • Category

    Documents

  • view

    214
  • download

    0

Embed Size (px)

description

Research about the European democratic deficit, in Dutch.

Transcript of Europees democratisch deficit

FACULTEIT TOEGEPASTE WETENSCHAPPEN

Faculteit: Economische, Sociale en Politieke Wetenschappen en Solvay Business School Vak: Paper Politieke WetenschappenProf. Dr. Dimokritos KavadiasDr. Eline Severs

Het Europees Democratisch Deficit - de constructie van legitimiteit

Daan Vertongen

3e Bachelor Politieke WetenschappenAcademiejaar 2013-2014

Inhoudstafel

Inleiding......................................................................................................................................1

Deel I Het democratisch deficit en legitimiteit..................................................................21. Democratisch deficit: een historisch perspectief .....................................................22. Een analytische ontleding van het bestaande deficit................................................52.1 Het deficit en vertrouwen................................................................................52.2 Europa in onmacht te regeren?.......................................................................62.3 Gebrek aan connectie tussen de beleidsniveaus?.........................................72.4 Gebrek aan identificatie met het Europees niveau? ...................................82.5 Een probleem van politieke vertegenwoordiging?.......................................83. Kritiek: het deficit als mythe?....................................................................................103.1 Moravcsik De EU als een intergouvernementele organisatie ............103.2 Majone The regulatory state.....................................................................12

Deel II Methodologie..........................................................................................................131. Het Debat: verzamelen van data ..............................................................................132. Methodiek: WPR Approach en Frame analyse.......................................................15

Deel III Het debat: een reflectie........................................................................................171. Betekenis wantrouwen................................................................................................172. Connectie lidstaat-EU.................................................................................................183. Identificatie...................................................................................................................194. Instellingen en Vertegenwoordiging ........................................................................20

Deel IV Conclusie...............................................................................................................22

Bibliografie...............................................................................................................................24

Bijlage 1.....................................................................................................................................30Bijlage 2.....................................................................................................................................31

1

Inleiding

In deze bachelorpaper spitsen we de problematiek van het gebrek aan democratische legitimiteit toe op het domein van de Europese politiek. Wat begon als een vredesproject, gebaseerd op economische elementen, groeide langzamerhand uit tot n van s werelds grootste samenwerkingsakkoorden, waarbij individuele staten meer en meer bevoegdheden afstonden aan een supranationale macht. Sommige auteurs duiden het Europees Eenheidsakte (1986) en het Verdrag betreffende de Europese Unie (1992) aan als de twee grote mijlpalen waarna een groot debat ontstond over de legitimiteit van de EU. Dit is volgens Marcus Hreth (1999) het gevolg van een europeanisering van verschillende kerntaken die voordien de bevoegdheid waren van de individuele lidstaat. Hoewel deze evolutie zorgde voor een versterking van het Europese niveau, bracht dit geen democratisering van datzelfde niveau met zich mee (Greven, 2000). Bijgevolg zijn er vragen ontstaan over de politieke identiteit van de EU en de loyauteit van Europeanen ten aanzien van het Europese beleidsniveau. De ontevredenheid over sommige beleidsuitkomsten leidde dan ook tot ontevredenheid over de EU in zijn geheel (Reif, 1993). Recente cijfers spreken dan ook voor zichzelf. Op 12 juni 2008 mochten de Ieren via een referendum stemmen over het Verdrag van Lissabon. 53,1% van de Ieren ging stemmen, een kleine meerderheid van 53,4% stemde tegen. Onderzoek van de Eurobarometer (2009) wees achteraf echter uit dat maar liefst 42% nee stemde door een gebrek aan kennis over de inhoud van het verdrag. Getuige daarvan de slogan If you dont know, vote no!. Terwijl partijen zoals de PVV van Wilders, het FN van Le Pen en UKIP van Farage in 2009 nog een beperkte macht hadden, behaalden de euroskeptische partijen opmerkelijke scores bij de Europese verkiezingen van 25 mei. Zo behaalde het Front National maar liefst 25% in Frankrijk, en behaalde UKIP zelfs 27% van de Britse zetels in het Europese parlement (De Standaard, 2014). Daarbovenop blijkt uit onderzoek van de Eurobarometer (juni 2013) dat maar liefst 46% van de Europeanen absoluut ontevreden is over hoe het gesteld is met de democratie op Europees vlak. De meningen over het vermeende gebrek aan legitimiteit zijn verdeeld in de academische wereld. Sommigen, zoals Moravcsik (2008), geloven niet in het bestaan van een deficit als dusdanig, en ontkrachten dan ook de mythe van het Europese democratische deficit. Anderen, zoals Lord (2008) en Katz (2001) argumenteren dan weer stap voor stap de oorzaken van het gebrek aan legitimiteit. In ons onderzoek vertrekken we vanuit de idee dat het vermeende democratische deficit van de Europese Unie gebaseerd is op objectieve feiten, d.w.z. de instellingen, regels, structuren en praktijken van de EU, en op subjectieve interpretaties en betekenisgave. Bij dit laatste stellen we ons de vraag waarom de EU niet als legitiem wordt beschouwd, wie dit bepaalt, en welke criteria worden gehanteerd om de legitimiteit van de EU te evalueren. Door experten rond de Europese Unie samen te brengen en een debat te modereren wensen we verder inzicht te krijgen in de sociale normen van legitimiteit (Met name, de manier waarop legitimiteit wordt geconstrueerd, op basis van welke criteria en door wie). Belangrijk hierbij is een onderscheid te maken tussen descriptieve en normatieve legitimiteit. We vertrekken vanuit een diepgeworteld wantrouwen in instellingen en politiek (descriptief), waarna we onderzoeken welke bredere normen en waarden achter deze vaststellingen schuilen (normatief). We vangen deze paper aan met een literatuurstudie. We bespreken hoe de notie van een democratisch deficit wordt behandeld in de recente literatuur rond de Europese Unie en verduidelijken de centrale begrippen en concepten in deze literatuur. Vervolgens geven we een uiteenzetting over de gebruikte methodologie, waarna we reflecteren over het debat tussen de opiniemakers en terugkoppelen naar de literatuur om zo de verschillen in probleemstelling bloot te leggen.Deel I Het democratisch deficit en legitimiteitIn dit eerste deel gaan we na wat de literatuur zegt over het Europees democratisch deficit, en het daaraan gekoppelde gebrek aan legitimiteit. We beginnen met het begrip democratisch deficit te definiren, alvorens over te gaan tot het omschrijven van de elementen waaruit dit deficit bestaat volgens de belangrijkste auteurs. Vervolgens bekijken we welke kritische stemmen opduiken ten aanzien van het democratisch deficit in de EU, en welke tegenargumenten hier tegenop worden geworpen. We staven de pro- en contra-argumenten met de nodige empirische gegevens over de belangrijkste concepten die in de literatuur worden verbonden met het deficit.In de literatuur bestaat er een twistpunt tussen vooraanstaande politicologen die ofwel geloven in een Europees democratisch deficit (Hreth, 1998; Katz, 2001; Follesdal & Hix, 2005; Lord, 2008), ofwel absoluut niet overtuigd zijn van dergelijk deficit (Majone, 2002 en Moravcsik, 2002 en 2008). Zowel Hreth (1999), Lord (1998, 2000, 2001, 2003, 2004, 2008, 2013), Beetham (1998 en 2001), en Hix (2005) behoren duidelijk tot het kamp van de deficit-believers. Deze auteurs hebben hiervoor uiteenlopende argumenten, zoals het technocratisch en bureaucratisch karakter van het Europese niveau, de zwakheid van het Europees parlement in vergelijking met de Raad en de Commissie, het tweederangseffect van de Europese verkiezingen, de institutionele en psychologische afstand van de EU tot de kiezers, een gebrek aan identificatie met de Unie, etc. Auteurs zoals Moravcsik en Majone claimen echter dat het vermeende democratische deficit van de Europese Unie een mythe is. Christopher Lord en Andrew Moravcsik gaan in 2008 zelfs rechtstreeks de confrontatie aan in de november/decemberweergave van Intereconomics. Dit getuigt dan ook van de toegenomen intensiteit van het conflict over het al dan niet bestaan van dergelijk deficit. 1. Democratisch Deficit: een historisch perspectiefHet democratisch deficit in de Europese Unie is een complex, multidimensionaal probleem, dat door vele auteurs anders wordt omschreven. Er is dus zeker geen eensgezindheid binnen het domein van de politieke wetenschappen. Wanneer we spreken over een deficit in een bepaald democratisch systeem, hangt dit volgens de meeste auteurs altijd samen met een gebrek aan legitimiteit van het systeem (Rothchild, 1977; Lord, 2004; Lord & Magnette, 2004). Het begrip legitimiteit werd in het kader van de EU voor het eerst gebruikt door David Marquand in 1979, verwijzend naar de Europese Economische Gemeenschap (EEG), de voorloper van de EU. Hij argumenteerde dat het Europees parlement leed aan een democratisch deficit omdat het niet rechtstree