E-commerce & fiscaliteit: tijd om het vaste inrichting ... Margriet... · E-commerce & fiscaliteit:

download E-commerce & fiscaliteit: tijd om het vaste inrichting ... Margriet... · E-commerce & fiscaliteit:

of 28

  • date post

    22-Mar-2019
  • Category

    Documents

  • view

    214
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of E-commerce & fiscaliteit: tijd om het vaste inrichting ... Margriet... · E-commerce & fiscaliteit:

E-commerce & fiscaliteit: tijd om het vaste inrichting begrip

uit te breiden?

Door: M.L.E. Kamp MSc.

Post-Master Europees en Internationaal Belastingrecht

Augustus 2014

2

Samenvatting

Door de komst van e-commerce kunnen bedrijven zonder fysiek aanwezig te zijn in een land de markt

bedienen. Dit roept vragen op wat betreft de fiscale gevolgen hiervan, aangezien onder de huidige regels

van het internationaal belastingrecht en het vaste inrichtingsbegrip in het OESO model verdrag een

bronland niet kan heffen over de winsten gegenereerd door e-commerce bedrijven uit een ander land

behaald in het bronland. De OESO heeft in het kader van het Base Erosion and Profit Shifting (BEPS)

traject voorstellen gepubliceerd om het vaste inrichtingsbegrip aan te passen wegens de groei van de

digitale economie, waarop verscheidene partijen commentaar hebben geleverd.

Centraal in deze verhandeling staat of door de opkomst van e-commerce het vaste inrichting begrip

aangepast dient te worden, zodat eerder een vaste inrichting ontstaat in de afzetmarkt en in hoeverre de

voorstellen van de OESO hiertoe een optie zijn.

Allereerst zal besproken worden wat e-commerce inhoudt en wat de invloed hiervan is op de handelswijze

van bedrijven.

Vervolgens zal de huidige verdeling van heffingsbevoegdheden tussen staten uiteengezet worden waarbij

stil wordt gestaan bij woonstaatheffing, bronstaatheffing, het profijt beginsel, het zgn. entitlement

beginsel en bij het nationaliteitsbeginsel. Tevens zal een alternatief besproken worden, betreffende de

verdeling van heffingsbevoegdheden op basis van de afzetmarkt.

Voortvloeiende uit huidige verdeling van heffingsbevoegdheden zal het theoretisch kader behandeld

worden ten aanzien van het vaste inrichting begrip in het algemeen, het constitueren van een vaste

inrichting bij e-commerce activiteiten, gevolgd door de huidige toerekening van winsten aan de vaste

inrichting.

Hierna zal in worden gegaan op de achtergrond van BEPS en met name de voorstellen van de OESO tot

het aanpassen van het vaste inrichtingsbegrip middels: i) het wijzigen of elimineren van de uitzonderingen

op het vaste inrichtingsbegrip, de introductie van de ii) virtuele vaste inrichting en iii) de vaste inrichting

op basis van significante digitale aanwezigheid. Daarnaast heeft de OESO een alternatief voorgesteld, iv)

de heffing van bronbelasting op digitale transacties.

Uit de ingezonden commentaren op de voorgenoemde voorstellen blijkt in het algemeen dat partijen

weinig zien in het introduceren van voorstel ii) tot en met iv). Wat betreft optie i) merken verscheidene

partijen op dat de opheffing van de uitzonderingen van het vaste inrichtingsbegrip tot onzekerheid leidt,

maar indien tot een wijziging wordt overgegaan deze dusdanig ingevuld zal moeten worden dat de

eliminatie van de uitzonderingen alleen dient te gelden voor ondernemingen waarvoor de uitzondering

de hoofdactiviteit is.

De conclusie van deze verhandeling luidt dat op basis van de grondslagen onderliggend aan het huidige

internationale belastingrecht fysieke aanwezigheid niet is vereist om tot belastingheffing over te gaan.

Echter gaat het te ver om te constateren dat er een bron van inkomen is in een land waarin een e-

commerce onderneming verkopen doet en/of data gebruikt van consumenten in/uit dat land, omdat een

afzetmarkt op zich niet leidt tot winst voor een bedrijf. Om over te gaan naar een systeem waarin rekening

gehouden wordt met een afzetmarkt dient een oplossing gezocht te worden in de aanpassing van de BTW

regels en is het niet nodig om binnen het internationaal belastingrecht over te gaan op een zgn. formula

3

apportionement systeem. Vervolgens is opgemerkt dat de politieke aspecten waardoor de huidige

discussie deels is ingegeven geen rol zouden moeten spelen in het eventueel wijziging van het vaste

inrichtingsbegrip. Daarnaast wordt geconcludeerd dat optie ii) tot en met iv) van de OESO niet

doorgevoerd dienen te worden. Tot slot luidt algehele conclusie dat door de opkomst van e-commerce

het vaste inrichtingsbegrip dusdanig aangepast dient te worden dat de uitzonderingen niet gelden indien

de activiteit een belangrijke functie is voor een onderneming. In dit verband is het voorstel van de OESO

een optie.

4

Afkortingen

BEPS: Base Erosion and Profit Shifting

BTW: Belasting over de Toegevoegde Waarde

CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek

OESO/OECD: Organisatie voor Economische Samenwerking en ontwikkeling

KEN: Kapitaal Export Neutraliteit

KIN: Kapitaal Import Neutraliteit

5

Inhoudsopgave

Samenvatting ................................................................................................................................................ 2

Afkortingen ................................................................................................................................................... 4

1. Inleiding ................................................................................................................................................. 7

2. E-commerce .......................................................................................................................................... 9

2.1 Het begrip e-commerce ...................................................................................................................... 9

2.2 De invloed van e-commerce op de handelswijze van bedrijven ........................................................ 9

3. De verdeling van heffingsbevoegdheden tussen staten ..................................................................... 10

3.1. Huidige verdeling van heffingsbevoegdheden ................................................................................ 10

3.1.1 Woonstaatheffing ...................................................................................................................... 10

3.1.2 Bronstaatheffing ........................................................................................................................ 11

3.1.3 Nationaliteitsbeginsel ................................................................................................................ 12

3.2 Heffingsbevoegdheden verdelen op basis van de afzetmarkt.......................................................... 12

4. Hoe wordt momenteel de winst van ondernemingen behaald met e-commerce activiteiten

verdeeld tussen staten ................................................................................................................................ 13

4.1 Huidige vaste inrichting begrip ......................................................................................................... 13

4.1.1 Fysieke vaste inrichting .............................................................................................................. 13

4.1.2. Vaste vertegenwoordiger ......................................................................................................... 14

4.2 Theoretisch kader constitueren vaste inrichting met e-commerce activiteiten .............................. 15

4.3 Huidige toerekening van winsten aan de vaste inrichting ................................................................ 17

5. BEPS .................................................................................................................................................... 18

5.1 Achtergrondschets ............................................................................................................................ 18

5.2 De voorstellen van de OESO omtrent de aanpassing van het vaste inrichting begrip ..................... 19

5.2.1 Wijzigen uitzonderingen binnen vaste inrichtingsbegrip .......................................................... 19

5.2.2 Virtuele vaste inrichting ............................................................................................................. 19

5.2.3 Significante digitale aanwezigheid ............................................................................................. 20

5.2.4 Bronbelasting op digitale transacties ......................................................................................... 20

6

5.3 Het ingezonden commentaar op de voorstellen van de OESO belicht ............................................. 21

5.3.1 Wijzigen uitzonderingen binnen vaste inrichtingsbegrip .......................................................... 21

5.3.2 Virtuele vaste inrichting ............................................................................................................. 22

5.3.3 Significante digitale aanwezigheid ............................................................................................. 22

5.3.4 Bronbelasting op digitale transacties ......................................................................................... 23

6. Analyse en conclusie ........................................................................................................................... 25

Bronvermelding .........................................................................................................................................