Deel van cursus restauratie van schilderijen op andere dan geweven dragers syntra west 3de jaar

download Deel van cursus restauratie van schilderijen op andere dan geweven dragers syntra west 3de jaar

of 72

  • date post

    12-Jan-2015
  • Category

    Education

  • view

    3.253
  • download

    6

Embed Size (px)

description

Schilderijenrestauratie kan een heel avontuur zijn. Een schilderij wordt best van aan alle kanten bekeken.Want een restauratie van een kunstwerk is net als de verbouwing van een oud huis: je hebt een bepaald plan voor ogen en je begint er welgemoed aan, maar je weet nooit wat je zoal tegenkomt. Een behandeling is nodig om het schilderij weer in een goede staat te krijgen.het blijft altijd spannend, ook voor een ervaren restaurator.Wat mankeert er zoal aan het schilderij? Het eerste wat in het oog springt is de gelige kleur van de voorstelling, veroorzaakt door de verkleurde vernis. Olieverfschilderijen worden altijd van een beschermende vernislaag voorzien. Die zorgt ervoor dat de verf niet beschadigt en dat de voorstelling glans krijgt. Maar vernis vergeelt op den duur en het resultaat daarvan zien we hier. De blauwe en grijze tinten die in de lucht zitten worden door de gele vernis afgedekt, waardoor het schilderij er een beetje duf uitziet. Een vernisafname zorgt altijd voor een mooi effect, waarbij het net is alsof er een vitrage voor het schilderij wordt weggetrokken. Maar met alleen het weghalen van de oude vernislaag zijn we er niet. Onder die laag kun je pas echt zien wat er met het schilderij aan de hand is. En daar beginnen dan ook de problemen. Zo is de verflaag tamelijk dun, bijvoorbeeld in de hemel, waar het linnen van het schildersdoek doorheen is te zien. Dat is op zich niet zo erg, ware het niet dat het schilderij in de eerste helft van de twintigste eeuw al eens een keer is gerestaureerd. Daarbij is de oorspronkelijke vernislaag verwijderd, waardoor de verflaag op een aantal plaatsen is aangetast. De restaurator van destijds heeft geprobeerd daar wat aan te doen, door gedeeltelijke overschilderingen of retouches aan te brengen.Op de lange duur gaan die retouches verkleuren en dat levert storende vlekken in de voorstelling op, die het kijkplezier niet bepaald verhogen.Hoe erg de dunne verflaag is aangetast door de eerdere restauratie, is pas te zien als alle retouches zijn verwijderd. Alweer de analogie met een verbouwing: als het behang en het pleisterwerk is verwijderd, kun je pas goed zien hoe de muren er aan toe zijn.Ook de tuigage van de schepen kan door de eerdere restauratie zijn aangetast en gedeeltelijk zijn weggepoetst. Dat hebben we meer aan de hand gehad. In het ergste geval roept de restauratrice dan de hulp van onze modelrestaurator in, om aanwijzingen te krijgen hoe de tuigage moet hebben gelopen zodat ze die kan reconstrueren.Bij de restauratie worden de beschadigde delen in de voorstelling opnieuw geretoucheerd. Maar voordat dat gebeurt, wordt er eerst een beschermende vernislaag aangebracht over de oorspronkelijke voorstelling. Het wachtwoord hierbij is reversibiliteit: een mooi woord voor het uitgangspunt dat een restauratie altijd ongedaan moet kunnen worden gemaakt. Want ook een nieuwe vernislaag vergeelt op den duur weer en over een goede eeuw moet het schilderij ook een nieuwe

Transcript of Deel van cursus restauratie van schilderijen op andere dan geweven dragers syntra west 3de jaar

  • 1. Restauratie van schilderijen op andere dan geweven dragersSCHEMAVOORAFGAANDENCONCEPTRESTAURERENSCHILDERIJEN OP ROERENDE DRAGER - KUNSTHISTORISCH OVERZICHTINLEIDINGICONENITALI in de 13de, 14de en 15de eeuwDE ZUIDELIJKE NEDERLANDEN in de 15de en 16de eeuw Inleiding context het ambacht themas symboliek heiligen iconografie diepte en ruimtelijkheid De Zuidelijke Nederlanden in de 15de eeuw De Zuidelijke Nederlanden in de 16de eeuw - SCHILDERIJEN OP HOUTEN DRAGER OPBOUWde dragerinleidingdateringhet paneelde vergaring van de plankende gronderingde aanlegtekeningde picturale laaghet bindmiddelde pigmentende schildertechniekhet slotvernis SCHADEOORZAKENschadeoorzaken aan dragerschadeoorzaken aan de preparatielaagschadeoorzaken aan picturale laagschadeoorzaken aan oppervlak BEHANDELING VAN SCHADEbehandeling van schade aan dragerbehandeling van schade aan de preparatielaagbehandeling van schade aan picturale laagbehandeling van schade aan oppervlak

2. SCHEMA (vervolg) - SCHILDERIJEN OP ANDERE ROERENDE DRAGERSSCHILDERIJEN OP ONROERENDE (VASTE) DRAGERS - KUNSTHISTORISCH OVERZICHT INLEIDING ITALIVLAANDEREN - MUURSCHILDERINGEN IN VLAANDEREN OPBOUW SCHADEOORZAKEN BEHANDELINGHET BEROEP VAN RESTAURATOR DEONTOLOGIE DE TOEGANG TOT HET BEROEP DE RESTAURATOR IN DE PRAKTIJK DE BEROEPSORGANISATIES JURIDISCHE PROBLEMATIEK 3. De schilderingen in de grotten zijn, zoals hoger aangegeven, meestal uitgevoerd in zwartetekening (houtskool lag voor de hand), soms ingeprikt in de wand en opgehoogd met bruine,gele of rode okerkleur; wellicht gebonden met een waterachtige kleimassa of met een vettematerie. Soms wordt gebruik gemaakt van het natuurlijke relif van de grot bij devoorstellingen, terwijl ongekleurde uitsparingen meehelpen de levendigheid van devoorgestelde dieren te benadrukken. Dit alles met een zwierige tekening die trefzeker enzonder kleinheid op de wand is aangebracht.De drommen nieuwsgierigen die in de loop van de jaren de grotten bezochten hebben hetmicroklimaat dat daar sedert eeuwen heerste geen goed gedaan. De voorstellingen werdenaangetast door bacterin en schimmelaanslag, waarbij sommige toegepaste methodes om dekwaal te bestrijden, soms even nefaste gevolgen hadden.De kans dat je geroepen zult worden om de grotschildering te redden is -we zijn voorzichtig-quasi onbestaande. Wel leert ons het lot van deze schilderingen dat de mens moet voorzichtigomspringen met de kunst -van welke aard ook- die ons uit het verleden is overgebracht.Daarbij leert ons de problematiek waarmee de wetenschappers opgescheept zitten, bij depoging om deze grotschilderingen te redden, dat op zichzelf voor de hand liggende middelentot conservatie en restauratie van een kunstwerk niet altijd de meest aangewezen methodeszijn. Bij het aanvangen van een restauratie zou elke restaurator deze realiteit moeten voorogen houden.Voorhistorische schilderingen komen niet alleen in grotten voor. In Noord Afrika -meerbepaald in de Sahara- komen interessante schilderingen in het rotsmassief voor. Eenbelangrijke plaats is Tassili ten N.O. van het Hoggar massief. De schilderingen vertonenechter geen verwantschap met de grotschilderingen in Frankrijk en Spanje. Men onderscheidthierbij een viertal grote periodes gaande van het vroege neolithicum, het neolithicum (metherders en runderen, met prachtige voorstellingen), de protohistories periode (met herders,wagens en ruiters) en een laatste periode die ongeveer met het begin van onze tijdrekeningsamenvalt. Daartussen zijn er nog andere overgangsperiodes, zoals deze waarbij meninvloeden uit de XVIIIe Egyptische dynastie ontwaart.In tegenstelling tot de grotschildering is hier een rijk kleurenpalet aanwezig; naast rood(oker), wit (kaolien), groen (mangaanoxide) werd gebruik gemaakt van donkerbruine (bijnachocoladekleurige) oker, steenrode oker, lichtrode oker en gele oker in verschillendekleurschakeringen, gaande tot een groenachtige nuance. Al deze kleuren die kwamen voortvan rotsmassieven in de buurt. Na verpulvering werden zij gemengd met casene (cfr melk) oflijmen uit de accasiaboom. Ook in Libi werden soortgelijke schilderingen ontdekt. Deze diegevonden zijn in Zuid-Afrika zijn interessant, omdat zij in de loop der tijden , tot heden toe,werden bijgewerkt. Doch deze materie overstijgt het opzet van onze studie 4. VOORAFGAANDENCONCEPTDeze opleiding is bedoeld voor cursisten die hetzij de tweejarige opleiding"restauratievakman van schilderijen op doek" met goed gevolg hebben doorgemaakt, hetzijvoor restaurators die reeds geruime tijd in het vak bedrijvig zijn, doch die zich wensen verderte bekwamen in deze materie. Het is dan ook niet de bedoeling om systematisch deverworvenheden van de tweejarige basiscursus te herhalen in onderhavige handleiding.Bepaalde gegevens zullen wel hier en daar terug aan bod komen, maar dan in een anderecontext. In andere gevallen zal gewoon verwezen worden naar de voorafgaande opleiding.Achtereenvolgens komen aan bod: schilderijen op roerende drager; schilderijen op onroerende drager; de restaurator in de praktijk.Elk deel met betrekking tot schilderijen wordt ingeleid door een kunsthistorisch overzicht vandit onderwerp. Het wordt dus geen algemene kunstgeschiedenis in de ruime betekenis van hetwoord, doch wij vinden een kunsthistorische benadering van het onderwerp een noodzakelijkeschakel in de opleiding van een restaurator. Deze moet niet alleen een vakman zijn, eentechnicus die een bepaald probleem op de meest deskundige manier kan aanpakken. Hij moetook een specialist zijn bij het beoordelen van de karakteristieken van het werk dat hij inhanden krijgt. Hij moet kunnen (mee)praten over stijlperiodes, de kunstenaars die het werk totstand hebben gebracht en de kenmerken die kunstenaars en tijdvakken van mekaaronderscheiden. Het is geen overbodige kennis, want vaak zijn diegenen die een werk totrestauratie indienen zelf gepassioneerde verzamelaars die alles weten over dat werk, of somsook zijn het mensen die wat nadere gegevens over het werk wensen te vernemen. Derestaurator moet in beide gevallen tonen dat hij op de hoogte is. Het kunsthistorisch overzichtwordt in onderhavig geval evenwel hoofdzakelijk beperkt tot de 14de, 15de en 16de eeuw,dit is ook de periode waarin schilderijen op, voornamelijk, houten dragers tot stand kwamen.Voor elk van de behandelde onderwerpen wordt eenzelfde lijn gevolgd: de drager en dekarakteristieken ervan; de technische aspecten van de tot stand koming van het werk; deschadeoorzaken en de behandeling ervan. Bij elk van deze onderdelen wordt vaak verwezennaar de basiscursus, daar het niet in de bedoeling ligt in onderhavige handleiding terug tekomen op vroeger verworven kennis.Afgesloten wordt met praktische informatie met betrekking tot de uitoefening van het vak vanrestaurator evenals met een aantal juridische aspecten van het beroep.Onderhavige handleiding dient enkel ter ondersteuning van de opleiding, daarnaast is er detheoretische en praktische toelichting door de docent en tenslotte, niet onbelangrijk, de eigenvervolmaking met literatuur (een korte bibliografie is achteraan toegevoegd) en met bezoekaan musea.Tenslotte, na onderhavige opleiding is men nog geen restaurator in de ware betekenis van hetwoord; dit komt pas na een langdurige praktijkopleiding bij ervaren restaurators die bereidzijn de knepen van het vak aan anderen over te dragen. 5. RESTAURERENRestaureren ("herstellen") van kunstwerken is van alle tijden. Een kunstwerk dat beschadigdwerd en waar men waarde aan hechtte, werd terug "in goede staat" gebracht.In de loop van de tijden is dat niet anders geweest voor schilderijen. Het "Lam Gods", bijvoorbeeld, is in de loop van zijn bestaan ettelijke keren onder handen genomen. Reeds in1550 haalde men Lanceloot Blondeel (uit Brugge) en Jan van Scorel (uit Utrecht) naar Gentom beschadigingen aan het meesterwerk van de gebroeders van Eyck te herstellen. Later, in1612, in 1663 en 1731 werden nog restauratiewerkzaamheden uitgevoerd aan het paneel. Ookandere bekende en minder bekende werken ondergingen hetzelfde lot, zodanig dat sommigende vraag zijn gaan stellen "hoe authentiek zijn onze Vlaamse Primitieven en andere werken?".De restaurators waren in dat geval gekende schilders, die het metier beheersten en vaak doorhun werk ook naam maakten als restaurator. Zo vinden wij weer Lanceloot Blondeel terug bijde restauratie van het triptiek dat door Margaretha van Oostenrijk besteld was bij Barend vanOrley en bestemd was voor de karthuizer-priorij in Brou (Bourg-en-Bresse), doch tenslotte inBrugge bleef (nu op het hoofdaltaar van de O.L.V. kerk).Wat die restauraties inhielden en hoe ver men daarin ging is vaak niet geweten. Feit is datdeze restaurators zich wel lieten leiden door de bekommernis het werk zo goed mogelijk aande toeschouwer te presenteren. En dit naar eigen inzicht en kunde. Wel is het zo dat dit allesgeschiedde met de werkmiddelen en pigmenten die op dat ogenblik voorhanden waren. Maarin de eerste plaats bleven zij kunstenaars vooraleer zij restaurators waren. Zo is het gevalbekend van een restaurator in de 19de eeuw die bij de restauratie van een Rubens een gordijngroen schilderde, omdat het oorspronkelijke rode gordijn niet met zijn persoonlijk esthetischgevoel overeenstemde!De "glorietijd" van de restauratie (of wat ervoor doorging) lag echter in de 19de eeuw, toen deoude kunst herontdekt werd en de lang vergeten werken terug van de zolder of uit deopslagruimten werden gehaald, soms deerlijk gehavend door de onaangepasteomstandigheden waarin ze verzeild waren.Zonder enige terughoudendheid werd er afgekrast, gepuimd, verwijderd wat de restauratorniet aanstond en met zwier werden taferelen bijgeschilderd, naar de smaak van de tijd, nietmooi ogende gezichten kregen een hemelse glimlach en overschilderingen "naar de trant van"maakten de verkommerde werken alsof ze vers uit het atelier van de schilder kwamen.De 19de eeuw was ook de tijd van de meest onzinnige kunstgrepen waarvoor over nu slechtsmet huiver en